CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemene Zaken en Middelen 25 november 2024, gemeente Kerkrade40.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Artikel 2:80 Intrekkingsgronden

1.Het college kan de vergunning 1.Het college kan de vergunning Artikel 2:80 komt te vervallen. Vanaf intrekken indien: intrekken indien: 1 januari 2025 zijn alle verleende vergunningen voor kamerverhuur a. de vergunning is verleend op a. de vergunning is verleend op komen te vervallen. Het artikel is grond van door de grond van door de daardoor overbodig geworden. Er vergunninghouder verstrekte vergunninghouder verstrekte zijn in Kerkrade geen panden meer gegevens waarvan deze wist of gegevens waarvan deze wist of waar kamerverhuur is toegestaan, redelijkerwijs kon vermoeden dat zij redelijkerwijs kon vermoeden dat zij behoudens een aantal zeer onjuist of onvolledig waren; onjuist of onvolledig waren; uitzonderlijke gevallen. Gedacht moet dan worden aan het pand aan b. de aan de vergunning verbonden b. de aan de vergunning verbonden de Kloosterraderstraat waar voorwaarden en voorschriften niet voorwaarden en voorschriften niet studenten een studio/kamer kunnen worden nagekomen; worden nagekomen; huren. Daarnaast kan er ook, in heel uitzonderlijke gevallen, sprake zijn c. de vergunninghouder één jaar na c.

de vergunninghouder één jaar na van overgangsrecht op grond van het het onherroepelijk worden van de het onherroepelijk worden van de bestemmingsplan, dit moet dan door vergunning daarvan nog geen vergunning daarvan nog geen de eigenaar van het pand aangekaart gebruik heeft gemaakt, of de gebruik heeft gemaakt, of de en aangetoond worden. woonruimte waarvoor de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend langer dan vergunning is verleend langer dan één jaar niet meer in gebruik is; één jaar niet meer in gebruik is; d. vaststaat of redelijkerwijs moet d. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Bij de toepassing betrekking heeft. Bij de toepassing van deze intrekkingsgrond wordt van deze intrekkingsgrond wordt

verwezen naar artikel 2:79 lid 2 van verwezen naar artikel 2:79 lid 2 van deze verordening. deze verordening. e. het aantal onzelfstandige e. het aantal onzelfstandige woonruimten afwijkt van het in de woonruimten afwijkt van het in de aanvraag vermelde aantal. aanvraag vermelde aantal.

Artikel 2:81 Hardheidsclausule

2.Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief in kennis is gesteld van het voornemen de vergunning te willen intrekken, tenzij voor een nader te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de betreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen. Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening.

2.Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief in kennis is gesteld van het voornemen de vergunning te willen intrekken, tenzij voor een nader te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de betreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen. Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening.

Artikel 2:81 komt te vervallen. Vanaf 1 januari 2025 zijn alle verleende vergunningen voor kamerverhuur komen te vervallen. Het artikel is daardoor overbodig geworden. Er zijn in Kerkrade geen panden meer waar kamerverhuur is toegestaan, behoudens een aantal zeer uitzonderlijke gevallen. Gedacht moet dan worden aan het pand aan de Kloosterraderstraat waar

Artikel 2:86 Betreden woning of lokaal

gesloten 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 4. Het is verboden de in het kader van een sluiting door of namens het bevoegd gezag aangebrachte (afsluit)voorziening te verwijderen of ongedaan c.q. onklaar te maken.

1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 2:129 of 2:130 van de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade gesloten niet voor het publiek openstaand gebouw, een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelgedeelte of enige andere ruimte te betreden. 4. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf

studenten een studio/kamer kunnen huren. Daarnaast kan er ook, in heel uitzonderlijke gevallen, sprake zijn van overgangsrecht op grond van het bestemmingsplan, dit moet dan door de eigenaar van het pand aangekaart en aangetoond worden. In het huidige artikel 2:86 is een verbod opgenomen om panden te betreden die gesloten zijn op grond van artikel 177a Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet. Er wordt nu ook een verbod opgenomen om panden te betreden die gesloten zijn op grond van artikel 2:129 en 2:130 van de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade.

5. De burgemeester is bevoegd van de verboden, zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel, ontheffing te verlenen.

Artikel 2:123a Lachgasverbod

Artikel 2:127 Gebiedsontzeggingen

Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende

wegens dringende reden noodzakelijk is. 5. Het is verboden de in het kader van een sluiting door of namens het bevoegd gezag aangebrachte (afsluit)voorziening te verwijderen of ongedaan c.q. onklaar te maken. 6. De burgemeester is bevoegd van de verboden, zoals genoemd in lid 1, 2 en 3 van dit artikel, ontheffing te verlenen. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 1. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan de burgemeester of een daartoe aangewezen politieambtenaar of

Artikel 2:123a komt te vervallen. Sinds 1 januari 2023 is lachgas gekwalificeerd als softdrug. Gebruik van lachgas valt dus voortaan onder artikel 2:123 Openlijk drugsgebruik.

De artikelen 2:1 en 2:127 worden gewijzigd om de praktische toepassing van de artikelen te vereenvoudigen en laagdrempeliger te maken. De artikelen worden gewijzigd om de overlast- en leefbaarheidsproblematiek aan te pakken.

handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 3 maanden niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag

bijzonder opsporingsambtenaar aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel bepaalde periode niet anders dan in een openbaar middel van vervoer in een of meer bepaalde, door het collega aangewezen delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde bevel of de in dat bevel genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 3. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd bevel als bedoeld in het eerste lid. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bevel, bedoeld in het eerste lid. 5. Op de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in het vierde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Door het wijzigen van artikel 2:127 wordt beoogd dat ook medewerkers van politie en gemeentelijke boa’s gebiedsontzeggingen kunnen opleggen. Het wordt dan mogelijk om direct in te grijpen op momenten waarop de situatie daar om vraagt en kan de problematiek ook meteen worden aangepakt. Voorheen kon alleen de burgemeester een gebiedsontzegging opleggen. In de praktijk zorgde dat ervoor dat gebiedsontzeggingen niet acuut opgelegd konden worden. De burgemeester stelt beleidsregels op grond de toepassing van deze bevoegdheid, waardoor geborgd wordt dat deze op een uniforme en evenredige wijze wordt toegepast. Deze wijzigingen worden ook in de andere parkstadgemeenten ingevoerd, zodat er op uniforme wijze gehandeld wordt.

tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en 1. Het is verboden een voertuig dat andere voertuigen voor recreatie of anderszins voor Lid 1 en 2 andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. langer dan 30 dagen per kalenderjaar op de weg te plaatsen of te hebben; c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a gestelde geldt niet voor zover er sprake is van drie achtereenvolgende dagen gedurende 4 gelegenheden per jaar. Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren elders dan op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. langer dan 30 dagen per kalenderjaar op de weg te plaatsen of te hebben; c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a gestelde geldt niet voor zover er sprake is van vier achtereenvolgende dagen gedurende 4 gelegenheden per jaar. 1. Het is verboden een voertuig dat en/of een aanhangwagen die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg elders dan op een door het college aangewezen plaats. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het

Juridisch technische wijziging. Er is immers pas sprake van een overtreding, volgens lid 1, als je het voertuig langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg plaatst of hebt. Lid 2 biedt de mogelijkheid om gedurende vier gelegenheden per jaar het voertuig langer dan drie dagen, dus minstens vier dagen, op de weg te hebben of te plaatsen. Lid 1, 3, 4 en 5 worden niet gewijzigd.

lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren elders dan op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig en/of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE KERKRADE 2025

Markt 33, 6461 EC 1

Inhoud Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ..................................................................................................... 10 Artikel 1:1 Definities ...................................................................................................................... 10 Artikel 1:2 Beslistermijn ................................................................................................................ 10 Artikel 1:3 ...................................................................................................................................... 10 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen ..................................................................................... 11 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing ..................................................... 11 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing .................................................. 11 Artikel 1:7 Termijnen ..................................................................................................................... 11 Artikel 1:8 Weigeringsgronden...................................................................................................... 11 Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu ............................................ 12 Afdeling 1.

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden .......................................................... 12 Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ........................................................................... 12 Artikel 2:2 ...................................................................................................................................... 12 Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen......................................................... 12 Artikel 2:4 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:5 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen ................................... 13 Artikel 2:7 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:8 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen ............................................................................. 13 Afdeling 2.

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen ................. 13 Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg .................................................................................. 13 Artikel 2:10A (slaap) verblijf op de weg ........................................................................................ 14 Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg ................................................................................................................................................ 14 Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg ....................................................................... 14 Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid ......................................................................................... 15 Artikel 2:14 Winkelwagentjes........................................................................................................ 15 Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp .......................................................... 15 Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke............................................................................ 15 Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke ....................................................................................

15 Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen................................................................ 15 Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp .............................................................................. 16 Artikel 2:20 .................................................................................................................................... 16 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting................................................................ 16 2

Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn ............................................................................ 16 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs.................................................................................................... 16 Afdeling 3. Evenementen ................................................................................................................. 16 Artikel 2:24 Definities .................................................................................................................... 16 Artikel 2:25 Evenementenvergunning ........................................................................................... 17 Artikel 2:25a Termijn voor het indienen van een melding of aanvraag voor een evenementenvergunning .............................................................................................................. 18 Artikel 2:25b Beslistermijn voor melding en aanvraag evenementenvergunning ........................ 18 Artikel 2:26 Ordeverstoring ........................................................................................................... 18 Afdeling 3A: Voetbal .......................................................................................................................

18 Artikel 2:27 Betaalde voetbalwedstrijden ..................................................................................... 18 Artikel 2:28 Kennisgeving .............................................................................................................. 18 Artikel 2:29 Ordeverstoring ........................................................................................................... 19 Artikel 2:30 Opvolgen aanwijzingen .............................................................................................. 19 Artikel 2:31 Verwijderingsplicht voetbalsupporters ..................................................................... 19 Art. 2:31A Gezichtsbedekkende kleding ....................................................................................... 19 Artikel 2:32 Supportersstromen .................................................................................................... 19 Artikel 2:33 Plaatsbewijzen ........................................................................................................... 19 Artikel 2:34 Stadion omgevingsverbod ......................................................................................... 20 Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen ...........................................................................

20 Artikel 2:35 Definities .................................................................................................................... 20 Artikel 2:36 Exploitatie openbare inrichting ................................................................................. 20 Artikel 2:37 Uitzondering vergunningsplicht ................................................................................. 21 Artikel 2:38 Persoonseisen ............................................................................................................ 21 Artikel 2:39 Inrichtingseisen .......................................................................................................... 21 Artikel 2:40 Weigeringsgronden openbare inrichting zijnde een alcoholvrij bedrijf .................... 22 Artikel 2:41 Voorwaarden en voorschriften .................................................................................. 22 Artikel 2:42 Intrekkingsgronden .................................................................................................... 23 Artikel 2:43 Reikwijdte vergunning alcoholvrij bedrijf .................................................................. 23 Artikel 2:44 Exploitatie terras ........................................................................................................

24 Artikel 2:45 Sluitingstijd ................................................................................................................ 24 Artikel 2:46 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting .................................................................... 24 Artikel 2:47 Verplichtingen van de exploitant en de leidinggevende alcoholvrij bedrijf .............. 24 Artikel 2:48 Aanvraag vergunning ................................................................................................. 25 Artikel 2:49 Beslissing op de aanvraag .......................................................................................... 25 Artikel 2:50 Vervallen van de vergunning ..................................................................................... 25 3

Artikel 2:51 Sluiting van de horeca-inrichting ............................................................................... 25 Artikel 2:52 Verboden gedragingen .............................................................................................. 26 Artikel 2:53 Handel binnen openbare inrichtingen ....................................................................... 26 Artikel 2:54 Het college als bevoegd bestuursorgaan ................................................................... 26 Artikel 2:55 Toezicht en handhaving openbare inrichtingen ........................................................ 26 Artikel 2:56 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat ....................... 27 Afdeling 5A. Exploitatievergunning en toezicht smart- en headshop ....................................... 29 Artikel 2:57 Definities .................................................................................................................... 29 Artikel 2:58 Vergunningsplicht smart- en headshops ................................................................... 29 Artikel 2:59 Afnemend maximum ................................................................................................. 29 Artikel 2:60 Beslissingstermijn ......................................................................................................

30 Artikel 2:61 Gedragseisen ............................................................................................................. 30 Artikel 2:62 Weigeringsgronden.................................................................................................... 31 Artikel 2:63 Aanwezigheid exploitant/leidinggevende ................................................................. 31 Artikel 2:64 Verplaatsing inrichting ............................................................................................... 31 Artikel 2:65 Sluitingsuur ................................................................................................................ 32 Artikel 2:66 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting .................................................................... 32 Artikel 2:67 Sluiting ....................................................................................................................... 32 Artikel 2:68 Aanwezigheid in gesloten inrichting .......................................................................... 32 Artikel 2:69 Intrekking vergunning ................................................................................................ 32 Artikel 2:70 Toegang ambtenaren van politie ............................................................................... 33 Afdeling 6.

Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf ............................ 33 Artikel 2:71 Definitie...................................................................................................................... 33 Artikel 2:72 Kennisgeving exploitatie ............................................................................................ 33 Artikel 2:73 .................................................................................................................................... 33 Artikel 2:74 Verschaffing gegevens nachtregister......................................................................... 33 Afdeling 6A. Kamerverhuur ........................................................................................................... 33 Artikel 2:75 Definities .................................................................................................................... 33 Artikel 2:76 Werkingsgebied ......................................................................................................... 34 Artikel 2:77 Kamerverhuur ............................................................................................................ 34 Artikel 2:78 Overgangsrecht ..........................................................................................................

34 Artikel 2:79 .................................................................................................................................... 34 Artikel 2:80 Intrekkingsgronden .................................................................................................... 34 Artikel 2:81 Hardheidsclausule ...................................................................................................... 34 Artikel 2:82 Toezicht, controle en handhaving. ............................................................................ 34 Artikel 2:83 Medewerking bij toezicht en controle....................................................................... 35 4

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden................................................................................. 35 Art. 2:83a Definities....................................................................................................................... 35 Artikel 2:84 Speelgelegenheden.................................................................................................... 35 Artikel 2:85 Kansspelautomaten ................................................................................................... 35 Afdeling 8. Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade......................................................... 35 Artikel 2:86 Betreden gesloten woning of lokaal .......................................................................... 35 Artikel 2:87 Plakken en kladden .................................................................................................... 36 Artikel 2:88 Vervoer plakgereedschap en dergelijke .................................................................... 36 Artikel 2:89 Vervoer inbrekerswerktuigen .................................................................................... 36 Artikel 2:90 Vervoer geprepareerde voorwerpen.........................................................................

36 Artikel 2:91 Betreden van plantsoenen en dergelijke ................................................................... 36 Artikel 2:92 Rijden over bermen en dergelijke.............................................................................. 36 Artikel 2:93 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen ................................................................... 37 Artikel 2:94 Verboden drankgebruik ............................................................................................. 37 Artikel 2:95 Verboden gedrag bij of in gebouwen ........................................................................ 37 Artikel 2:96 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten .................................... 37 Artikel 2:96a .................................................................................................................................. 37 Artikel 2:97 Neerzetten van fietsen of bromfietsen ..................................................................... 37 Artikel 2:98 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke ................. 37 Artikel 2:99 ....................................................................................................................................

37 Artikel 2:100 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:101 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:102 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:103 Loslopende honden ................................................................................................. 38 Artikel 2:104 Verontreiniging door honden .................................................................................. 38 Artikel 2:105 Verplichting tot het voeren van ruimmiddel ........................................................... 38 Artikel 2:106 Verontreiniging door paarden ................................................................................. 38 Artikel 2:107 Gevaarlijke honden .................................................................................................. 39 Artikel 2:108 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren ......................................... 39 Artikel 2:109 ..................................................................................................................................

39 Artikel 2:110 Loslopend vee .......................................................................................................... 39 Artikel 2:111 Duiven ...................................................................................................................... 39 Artikel 2:112 Bijen ......................................................................................................................... 40 Artikel 2:113 Bedelarij ................................................................................................................... 40 Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen ......................................................................... 40 Artikel 2:114 Definitie ................................................................................................................... 40 5

Artikel 2:115 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.......................................... 40 Artikel 2:116 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht ............. 40 Afdeling 10. Consumentenvuurwerk ............................................................................................ 41 Artikel 2:118 Definitie ................................................................................................................... 41 Artikel 2:119 Ter beschikking stellen van vuurwerk tijdens de verkoopdagen............................. 41 Artikel 2:120 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. ................................ 41 Artikel 2:121 Carbidschieten ......................................................................................................... 41 Afdeling 11. Drugsoverlast............................................................................................................. 41 Artikel 2:122 Drugshandel op straat ............................................................................................. 42 Artikel 2:123 Openlijk drugsgebruik .............................................................................................. 42 Artikel 2:123a Lachgasverbod .......................................................................................................

42 Artikel 2:123b Weggooien van spuiten ......................................................................................... 42 Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester .................................................. 42 Artikel 2:124 Bestuurlijke ophouding ............................................................................................ 42 Artikel 2:125 Veiligheidsrisicogebieden ........................................................................................ 42 Artikel 2:126 Cameratoezicht op openbare plaatsen ................................................................... 42 Artikel 2:127 Gebiedsontzeggingen .............................................................................................. 43 Artikel 2:128 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet ....................................... 43 Artikel 2:129 Sluiting overlast gevende, voor het publiek openstaande gebouwen .................... 43 Artikel 2:130 Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen in geval van misdrijf ................. 43 Artikel 2:131 Gevaarlijke voorwerpen........................................................................................... 43 Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen...................... 44 Afdeling 1.

Algemene bepalingen.................................................................................................. 44 Artikel 3:1 Afbakening ................................................................................................................... 44 Artikel 3:2 Definities ...................................................................................................................... 44 Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf ............................................................................................... 44 Artikel 3:3 Vergunning ................................................................................................................... 44 Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen ..................................................................................... 45 Artikel 3:5 Nuloptie raam- en straatprostitutie en maximering aantal seksinrichtingen en sekswinkels .................................................................................................................................... 45 Artikel 3:6 Aanvraag ...................................................................................................................... 45 Artikel 3:7 Weigeringsgronden......................................................................................................

45 Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning .......................................................................... 47 Artikel 3:9 Intrekkingsgronden ...................................................................................................... 47 Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden ........................................................................ 48 Artikel 3:11 .................................................................................................................................... 48 6

Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf ................................................................................................ 48 Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven ............................................................................... 48 Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang .......................................... 48 Artikel 3:13 Adverteren ................................................................................................................. 48 Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees........................................... 48 Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees ........................................................................... 48 Artikel 3:15 Bedrijfsplan ................................................................................................................ 48 Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf .............. 49 Paragraaf 3.3. Raam- en Straatprostitutie .................................................................................... 50 Artikel 3:17 Raamprostitutie .........................................................................................................

50 Artikel 3:18 Straatprostitutie......................................................................................................... 50 Artikel 3:19 Handhaving straatprostitutie..................................................................................... 50 Afdeling 4. Overige bepalingen ..................................................................................................... 50 Artikel 3:20 Verbodsbepalingen klanten ....................................................................................... 50 Artikel 3:21 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke ............................................................................................................ 50 Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente ................................................................................................................... 51 Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting ....................... 51 Artikel 4:1 Definities ...................................................................................................................... 51 Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten .............................................................................

51 Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten ................................................................................. 52 Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten .............................................................................. 52 Artikel 4:5 Onversterkte muziek.................................................................................................... 52 Artikel 4:6 Overige geluidhinder ................................................................................................... 53 Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht .................................................................................. 53 Artikel 4:6b .................................................................................................................................... 53 Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging.................................................................... 53 Artikel 4:7 Straatvegen .................................................................................................................. 53 Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen...........................................................................................

53 Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen ...................................................................................................................................... 53 Afdeling 3 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast ........................................................ 53 Artikel 4:10 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke .............................. 54 Artikel 4:11 Stankoverlast door gebruik van meststoffen ............................................................ 54 Artikel 4:12 Verbod hinderlijke, gevaarlijke of ontsierende reclame ........................................... 54 Artikel 4:13 .................................................................................................................................... 55 7

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen ......................................................................... 55 Artikel 4:14 Definitie...................................................................................................................... 55 Artikel 4:15 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen .................................................... 55 Artikel 4:16 Aanwijzing kampeerplaatsen ..................................................................................... 55 Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente ................... 55 Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod ................................................................................ 55 Artikel 5:1 ...................................................................................................................................... 55 Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke .................................................................... 55 Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen ............................................................................. 56 Artikel 5:4 Defecte voertuigen ...................................................................................................... 56 Artikel 5:5 Voertuigwrakken en achtergelaten motorvoertuigen.................................................

56 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen .................................................................... 56 Artikel 5:7 Reclamevoertuigen ...................................................................................................... 56 Artikel 5:8 Grote voertuigen.......................................................................................................... 57 Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen.............................................................................. 57 Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen ....................................... 57 Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen ...................................................... 57 Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen .......................................................................... 57 Afdeling 2. Collecteren ................................................................................................................... 57 Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving .............................. 58 Afdeling 3. Venten ..........................................................................................................................

58 Artikel 5:14 Definitie...................................................................................................................... 58 Artikel 5:15 Ventverbod ................................................................................................................ 58 Artikel 5:16 .................................................................................................................................... 58 Afdeling 4. Standplaatsen ............................................................................................................... 58 Artikel 5:17 Definitie...................................................................................................................... 59 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden ......................................................... 59 Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende ................................................................................... 59 Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen.............................................................................................. 59 Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht ..................................................................................................... 59 Afdeling 5. Snuffelmarkten ............................................................................................................

59 Artikel 5:22 Definitie...................................................................................................................... 59 Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt. ........................................................................... 59 Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken.................................................................... 60 Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water ........................................................... 60 Artikel 5:25 Beschadigen van waterstaatswerken ........................................................................ 60 8

Artikel 5:26 Magneetvissen ........................................................................................................... 60 Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden ................ 60 Artikel 5:27 Crossterreinen ........................................................................................................... 60 Artikel 5:28 Beperking verkeer in natuurgebieden ....................................................................... 61 Afdeling 8. Vuurverbod .................................................................................................................. 61 Artikel 5:29 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken ....................................................................................................................................................... 61 Afdeling 9. Asverstrooiing .............................................................................................................. 61 Artikel 5:30 Definitie...................................................................................................................... 61 Artikel 5:31 Verboden plaatsen.....................................................................................................

61 Artikel 5:32 Hinder of overlast ...................................................................................................... 62 Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen ..................................................................... 62 Artikel 6:1 Sanctiebepaling ............................................................................................................ 62 Artikel 6:2 Toezichthouders .......................................................................................................... 62 Artikel 6:3 Binnentreden woningen .............................................................................................. 62 Artikel 6:4 Intrekking oude verordening ....................................................................................... 62 Artikel 6:5 Overgangsbepaling ...................................................................................................... 62 Artikel 6:6 Inwerkingtreding .......................................................................................................... 62 Artikel 6:7 Citeertitel ..................................................................................................................... 63

9

Algemene plaatselijke verordening gemeente Kerkrade 2025 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken Leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. 4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen kunnen afwijkende (langere) beslistermijnen gelden. Artikel 1:3 (Vervallen)

10

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.

De vergunning of ontheffing kan, dan wel moet, worden geweigerd indien de Bibobtoets, die onderdeel kan zijn van een ingediende aanvraag, tot een negatieve uitkomst leidt of indien wordt geweigerd een Bibob formulier volledig in te vullen dan wel de gevraagde gegevens c.q. stukken niet worden ingediend. 4. Voor bepaalde, door het bevoegd gezag genoemde vergunningen of ontheffingen, kunnen in de betreffende bepaling of vastgestelde nadere regel nog andere of aanvullende weigeringsgronden worden genoemd.

11

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Verwijderingsbevelen, samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of op andere wijze de orde te verstoren. 2. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren of bijzonder opsporingsambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 3.

Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie of een bijzonder opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het vierde lid. 6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 7. Op de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in het vijfde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:2 (Vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.

Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 7 maal 24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

12

4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:4 (Vervallen) Artikel 2:5 (Vervallen) Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 (Vervallen) Artikel 2:8 (Vervallen) Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=8ff159be-3915-425a-b34f-2ee01b5a0891