Agendabundel
Tekst van het document
1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. langer dan 30 dagen per kalenderjaar op de weg te plaatsen of te hebben; c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a gestelde geldt niet voor zover er sprake is van vier achtereenvolgende dagen gedurende 4 gelegenheden per jaar. 1. Het is verboden een voertuig dat en/of een aanhangwagen die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg elders dan op een door het college aangewezen plaats. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het
Juridisch technische wijziging. Er is immers pas sprake van een overtreding, volgens lid 1, als je het voertuig langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg plaatst of hebt. Lid 2 biedt de mogelijkheid om gedurende vier gelegenheden per jaar het voertuig langer dan drie dagen, dus minstens vier dagen, op de weg te hebben of te plaatsen. Lid 1, 3, 4 en 5 worden niet gewijzigd.
lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren elders dan op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig en/of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE KERKRADE 2025
Markt 33, 6461 EC 1
Inhoud Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ..................................................................................................... 10 Artikel 1:1 Definities ...................................................................................................................... 10 Artikel 1:2 Beslistermijn ................................................................................................................ 10 Artikel 1:3 ...................................................................................................................................... 10 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen ..................................................................................... 11 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing ..................................................... 11 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing .................................................. 11 Artikel 1:7 Termijnen ..................................................................................................................... 11 Artikel 1:8 Weigeringsgronden...................................................................................................... 11 Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu ............................................ 12 Afdeling 1.
Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden .......................................................... 12 Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ........................................................................... 12 Artikel 2:2 ...................................................................................................................................... 12 Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen......................................................... 12 Artikel 2:4 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:5 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen ................................... 13 Artikel 2:7 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:8 ...................................................................................................................................... 13 Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen ............................................................................. 13 Afdeling 2.
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen ................. 13 Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg .................................................................................. 13 Artikel 2:10A (slaap) verblijf op de weg ........................................................................................ 14 Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg ................................................................................................................................................ 14 Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg ....................................................................... 14 Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid ......................................................................................... 15 Artikel 2:14 Winkelwagentjes........................................................................................................ 15 Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp .......................................................... 15 Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke............................................................................ 15 Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke ....................................................................................
15 Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen................................................................ 15 Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp .............................................................................. 16 Artikel 2:20 .................................................................................................................................... 16 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting................................................................ 16 2
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn ............................................................................ 16 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs.................................................................................................... 16 Afdeling 3. Evenementen ................................................................................................................. 16 Artikel 2:24 Definities .................................................................................................................... 16 Artikel 2:25 Evenementenvergunning ........................................................................................... 17 Artikel 2:25a Termijn voor het indienen van een melding of aanvraag voor een evenementenvergunning .............................................................................................................. 18 Artikel 2:25b Beslistermijn voor melding en aanvraag evenementenvergunning ........................ 18 Artikel 2:26 Ordeverstoring ........................................................................................................... 18 Afdeling 3A: Voetbal .......................................................................................................................
18 Artikel 2:27 Betaalde voetbalwedstrijden ..................................................................................... 18 Artikel 2:28 Kennisgeving .............................................................................................................. 18 Artikel 2:29 Ordeverstoring ........................................................................................................... 19 Artikel 2:30 Opvolgen aanwijzingen .............................................................................................. 19 Artikel 2:31 Verwijderingsplicht voetbalsupporters ..................................................................... 19 Art. 2:31A Gezichtsbedekkende kleding ....................................................................................... 19 Artikel 2:32 Supportersstromen .................................................................................................... 19 Artikel 2:33 Plaatsbewijzen ........................................................................................................... 19 Artikel 2:34 Stadion omgevingsverbod ......................................................................................... 20 Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen ...........................................................................
20 Artikel 2:35 Definities .................................................................................................................... 20 Artikel 2:36 Exploitatie openbare inrichting ................................................................................. 20 Artikel 2:37 Uitzondering vergunningsplicht ................................................................................. 21 Artikel 2:38 Persoonseisen ............................................................................................................ 21 Artikel 2:39 Inrichtingseisen .......................................................................................................... 21 Artikel 2:40 Weigeringsgronden openbare inrichting zijnde een alcoholvrij bedrijf .................... 22 Artikel 2:41 Voorwaarden en voorschriften .................................................................................. 22 Artikel 2:42 Intrekkingsgronden .................................................................................................... 23 Artikel 2:43 Reikwijdte vergunning alcoholvrij bedrijf .................................................................. 23 Artikel 2:44 Exploitatie terras ........................................................................................................
24 Artikel 2:45 Sluitingstijd ................................................................................................................ 24 Artikel 2:46 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting .................................................................... 24 Artikel 2:47 Verplichtingen van de exploitant en de leidinggevende alcoholvrij bedrijf .............. 24 Artikel 2:48 Aanvraag vergunning ................................................................................................. 25 Artikel 2:49 Beslissing op de aanvraag .......................................................................................... 25 Artikel 2:50 Vervallen van de vergunning ..................................................................................... 25 3
Artikel 2:51 Sluiting van de horeca-inrichting ............................................................................... 25 Artikel 2:52 Verboden gedragingen .............................................................................................. 26 Artikel 2:53 Handel binnen openbare inrichtingen ....................................................................... 26 Artikel 2:54 Het college als bevoegd bestuursorgaan ................................................................... 26 Artikel 2:55 Toezicht en handhaving openbare inrichtingen ........................................................ 26 Artikel 2:56 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat ....................... 27 Afdeling 5A. Exploitatievergunning en toezicht smart- en headshop ....................................... 29 Artikel 2:57 Definities .................................................................................................................... 29 Artikel 2:58 Vergunningsplicht smart- en headshops ................................................................... 29 Artikel 2:59 Afnemend maximum ................................................................................................. 29 Artikel 2:60 Beslissingstermijn ......................................................................................................
30 Artikel 2:61 Gedragseisen ............................................................................................................. 30 Artikel 2:62 Weigeringsgronden.................................................................................................... 31 Artikel 2:63 Aanwezigheid exploitant/leidinggevende ................................................................. 31 Artikel 2:64 Verplaatsing inrichting ............................................................................................... 31 Artikel 2:65 Sluitingsuur ................................................................................................................ 32 Artikel 2:66 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting .................................................................... 32 Artikel 2:67 Sluiting ....................................................................................................................... 32 Artikel 2:68 Aanwezigheid in gesloten inrichting .......................................................................... 32 Artikel 2:69 Intrekking vergunning ................................................................................................ 32 Artikel 2:70 Toegang ambtenaren van politie ............................................................................... 33 Afdeling 6.
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf ............................ 33 Artikel 2:71 Definitie...................................................................................................................... 33 Artikel 2:72 Kennisgeving exploitatie ............................................................................................ 33 Artikel 2:73 .................................................................................................................................... 33 Artikel 2:74 Verschaffing gegevens nachtregister......................................................................... 33 Afdeling 6A. Kamerverhuur ........................................................................................................... 33 Artikel 2:75 Definities .................................................................................................................... 33 Artikel 2:76 Werkingsgebied ......................................................................................................... 34 Artikel 2:77 Kamerverhuur ............................................................................................................ 34 Artikel 2:78 Overgangsrecht ..........................................................................................................
34 Artikel 2:79 .................................................................................................................................... 34 Artikel 2:80 Intrekkingsgronden .................................................................................................... 34 Artikel 2:81 Hardheidsclausule ...................................................................................................... 34 Artikel 2:82 Toezicht, controle en handhaving. ............................................................................ 34 Artikel 2:83 Medewerking bij toezicht en controle....................................................................... 35 4
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden................................................................................. 35 Art. 2:83a Definities....................................................................................................................... 35 Artikel 2:84 Speelgelegenheden.................................................................................................... 35 Artikel 2:85 Kansspelautomaten ................................................................................................... 35 Afdeling 8. Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade......................................................... 35 Artikel 2:86 Betreden gesloten woning of lokaal .......................................................................... 35 Artikel 2:87 Plakken en kladden .................................................................................................... 36 Artikel 2:88 Vervoer plakgereedschap en dergelijke .................................................................... 36 Artikel 2:89 Vervoer inbrekerswerktuigen .................................................................................... 36 Artikel 2:90 Vervoer geprepareerde voorwerpen.........................................................................
36 Artikel 2:91 Betreden van plantsoenen en dergelijke ................................................................... 36 Artikel 2:92 Rijden over bermen en dergelijke.............................................................................. 36 Artikel 2:93 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen ................................................................... 37 Artikel 2:94 Verboden drankgebruik ............................................................................................. 37 Artikel 2:95 Verboden gedrag bij of in gebouwen ........................................................................ 37 Artikel 2:96 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten .................................... 37 Artikel 2:96a .................................................................................................................................. 37 Artikel 2:97 Neerzetten van fietsen of bromfietsen ..................................................................... 37 Artikel 2:98 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke ................. 37 Artikel 2:99 ....................................................................................................................................
37 Artikel 2:100 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:101 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:102 .................................................................................................................................. 38 Artikel 2:103 Loslopende honden ................................................................................................. 38 Artikel 2:104 Verontreiniging door honden .................................................................................. 38 Artikel 2:105 Verplichting tot het voeren van ruimmiddel ........................................................... 38 Artikel 2:106 Verontreiniging door paarden ................................................................................. 38 Artikel 2:107 Gevaarlijke honden .................................................................................................. 39 Artikel 2:108 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren ......................................... 39 Artikel 2:109 ..................................................................................................................................
39 Artikel 2:110 Loslopend vee .......................................................................................................... 39 Artikel 2:111 Duiven ...................................................................................................................... 39 Artikel 2:112 Bijen ......................................................................................................................... 40 Artikel 2:113 Bedelarij ................................................................................................................... 40 Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen ......................................................................... 40 Artikel 2:114 Definitie ................................................................................................................... 40 5
Artikel 2:115 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.......................................... 40 Artikel 2:116 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht ............. 40 Afdeling 10. Consumentenvuurwerk ............................................................................................ 41 Artikel 2:118 Definitie ................................................................................................................... 41 Artikel 2:119 Ter beschikking stellen van vuurwerk tijdens de verkoopdagen............................. 41 Artikel 2:120 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. ................................ 41 Artikel 2:121 Carbidschieten ......................................................................................................... 41 Afdeling 11. Drugsoverlast............................................................................................................. 41 Artikel 2:122 Drugshandel op straat ............................................................................................. 42 Artikel 2:123 Openlijk drugsgebruik .............................................................................................. 42 Artikel 2:123a Lachgasverbod .......................................................................................................
42 Artikel 2:123b Weggooien van spuiten ......................................................................................... 42 Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester .................................................. 42 Artikel 2:124 Bestuurlijke ophouding ............................................................................................ 42 Artikel 2:125 Veiligheidsrisicogebieden ........................................................................................ 42 Artikel 2:126 Cameratoezicht op openbare plaatsen ................................................................... 42 Artikel 2:127 Gebiedsontzeggingen .............................................................................................. 43 Artikel 2:128 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet ....................................... 43 Artikel 2:129 Sluiting overlast gevende, voor het publiek openstaande gebouwen .................... 43 Artikel 2:130 Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen in geval van misdrijf ................. 43 Artikel 2:131 Gevaarlijke voorwerpen........................................................................................... 43 Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen...................... 44 Afdeling 1.
Algemene bepalingen.................................................................................................. 44 Artikel 3:1 Afbakening ................................................................................................................... 44 Artikel 3:2 Definities ...................................................................................................................... 44 Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf ............................................................................................... 44 Artikel 3:3 Vergunning ................................................................................................................... 44 Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen ..................................................................................... 45 Artikel 3:5 Nuloptie raam- en straatprostitutie en maximering aantal seksinrichtingen en sekswinkels .................................................................................................................................... 45 Artikel 3:6 Aanvraag ...................................................................................................................... 45 Artikel 3:7 Weigeringsgronden......................................................................................................
45 Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning .......................................................................... 47 Artikel 3:9 Intrekkingsgronden ...................................................................................................... 47 Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden ........................................................................ 48 Artikel 3:11 .................................................................................................................................... 48 6
Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf ................................................................................................ 48 Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven ............................................................................... 48 Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang .......................................... 48 Artikel 3:13 Adverteren ................................................................................................................. 48 Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees........................................... 48 Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees ........................................................................... 48 Artikel 3:15 Bedrijfsplan ................................................................................................................ 48 Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf .............. 49 Paragraaf 3.3. Raam- en Straatprostitutie .................................................................................... 50 Artikel 3:17 Raamprostitutie .........................................................................................................
50 Artikel 3:18 Straatprostitutie......................................................................................................... 50 Artikel 3:19 Handhaving straatprostitutie..................................................................................... 50 Afdeling 4. Overige bepalingen ..................................................................................................... 50 Artikel 3:20 Verbodsbepalingen klanten ....................................................................................... 50 Artikel 3:21 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke ............................................................................................................ 50 Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente ................................................................................................................... 51 Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting ....................... 51 Artikel 4:1 Definities ...................................................................................................................... 51 Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten .............................................................................
51 Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten ................................................................................. 52 Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten .............................................................................. 52 Artikel 4:5 Onversterkte muziek.................................................................................................... 52 Artikel 4:6 Overige geluidhinder ................................................................................................... 53 Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht .................................................................................. 53 Artikel 4:6b .................................................................................................................................... 53 Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging.................................................................... 53 Artikel 4:7 Straatvegen .................................................................................................................. 53 Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen...........................................................................................
53 Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen ...................................................................................................................................... 53 Afdeling 3 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast ........................................................ 53 Artikel 4:10 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke .............................. 54 Artikel 4:11 Stankoverlast door gebruik van meststoffen ............................................................ 54 Artikel 4:12 Verbod hinderlijke, gevaarlijke of ontsierende reclame ........................................... 54 Artikel 4:13 .................................................................................................................................... 55 7
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen ......................................................................... 55 Artikel 4:14 Definitie...................................................................................................................... 55 Artikel 4:15 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen .................................................... 55 Artikel 4:16 Aanwijzing kampeerplaatsen ..................................................................................... 55 Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente ................... 55 Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod ................................................................................ 55 Artikel 5:1 ...................................................................................................................................... 55 Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke .................................................................... 55 Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen ............................................................................. 56 Artikel 5:4 Defecte voertuigen ...................................................................................................... 56 Artikel 5:5 Voertuigwrakken en achtergelaten motorvoertuigen.................................................
56 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen .................................................................... 56 Artikel 5:7 Reclamevoertuigen ...................................................................................................... 56 Artikel 5:8 Grote voertuigen.......................................................................................................... 57 Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen.............................................................................. 57 Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen ....................................... 57 Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen ...................................................... 57 Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen .......................................................................... 57 Afdeling 2. Collecteren ................................................................................................................... 57 Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving .............................. 58 Afdeling 3. Venten ..........................................................................................................................
58 Artikel 5:14 Definitie...................................................................................................................... 58 Artikel 5:15 Ventverbod ................................................................................................................ 58 Artikel 5:16 .................................................................................................................................... 58 Afdeling 4. Standplaatsen ............................................................................................................... 58 Artikel 5:17 Definitie...................................................................................................................... 59 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden ......................................................... 59 Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende ................................................................................... 59 Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen.............................................................................................. 59 Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht ..................................................................................................... 59 Afdeling 5. Snuffelmarkten ............................................................................................................
59 Artikel 5:22 Definitie...................................................................................................................... 59 Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt. ........................................................................... 59 Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken.................................................................... 60 Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water ........................................................... 60 Artikel 5:25 Beschadigen van waterstaatswerken ........................................................................ 60 8
Artikel 5:26 Magneetvissen ........................................................................................................... 60 Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden ................ 60 Artikel 5:27 Crossterreinen ........................................................................................................... 60 Artikel 5:28 Beperking verkeer in natuurgebieden ....................................................................... 61 Afdeling 8. Vuurverbod .................................................................................................................. 61 Artikel 5:29 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken ....................................................................................................................................................... 61 Afdeling 9. Asverstrooiing .............................................................................................................. 61 Artikel 5:30 Definitie...................................................................................................................... 61 Artikel 5:31 Verboden plaatsen.....................................................................................................
61 Artikel 5:32 Hinder of overlast ...................................................................................................... 62 Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen ..................................................................... 62 Artikel 6:1 Sanctiebepaling ............................................................................................................ 62 Artikel 6:2 Toezichthouders .......................................................................................................... 62 Artikel 6:3 Binnentreden woningen .............................................................................................. 62 Artikel 6:4 Intrekking oude verordening ....................................................................................... 62 Artikel 6:5 Overgangsbepaling ...................................................................................................... 62 Artikel 6:6 Inwerkingtreding .......................................................................................................... 62 Artikel 6:7 Citeertitel ..................................................................................................................... 63
9
Algemene plaatselijke verordening gemeente Kerkrade 2025 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken Leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. 4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen kunnen afwijkende (langere) beslistermijnen gelden. Artikel 1:3 (Vervallen)
10
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.
De vergunning of ontheffing kan, dan wel moet, worden geweigerd indien de Bibobtoets, die onderdeel kan zijn van een ingediende aanvraag, tot een negatieve uitkomst leidt of indien wordt geweigerd een Bibob formulier volledig in te vullen dan wel de gevraagde gegevens c.q. stukken niet worden ingediend. 4. Voor bepaalde, door het bevoegd gezag genoemde vergunningen of ontheffingen, kunnen in de betreffende bepaling of vastgestelde nadere regel nog andere of aanvullende weigeringsgronden worden genoemd.
11
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Verwijderingsbevelen, samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of op andere wijze de orde te verstoren. 2. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren of bijzonder opsporingsambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 3.
Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie of een bijzonder opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het vierde lid. 6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 7. Op de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in het vijfde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:2 (Vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 7 maal 24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
12
4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:4 (Vervallen) Artikel 2:5 (Vervallen) Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 (Vervallen) Artikel 2:8 (Vervallen) Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen op het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
13