CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemene Zaken en Middelen 4 december 2023, gemeente Kerkrade32.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: 1. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en 2. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. 2. Voor de belasting wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c.

het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb093

Pag.2

2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt ter zake van percelen, zijnde woningen, geheven naar een vast bedrag per woning. 2. De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt ter zake van percelen, niet zijnde woningen, geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.

Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters water gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen. 4. Voor zover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, niet bekend zijn, wordt het waterverbruik vastgesteld naar rato van het waterverbruik bij vergelijkbare percelen. 5. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. 6. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 7. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet via de gemeentelijke riolering is afgevoerd. Artikel 6 Tarieven 1.

De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per belastingjaar, indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt bewoond door: a. een huishouden van één persoon € 213,00 b. een huishouden van meer dan één persoon € 229,00 c. meer dan één persoon tezamen niet een huishouden vormend, per persoon € 213,00 d. met een maximum van € 639,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb093

Pag.3

2. De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt per jaar bij een waterverbruik van: a. 0 t/m 400m3 € 229,00 b. 401 t/m 800m3 € 355,00 c. 801 t/m 2.000m3 € 513,00 d. 2.001 t/m 5.000m3 € 820,00 e. 5.001 t/m 10.000m3 € 1.364,00 f. 10.001 t/m 20.000m3 € 2.205,00 g. 20.001 t/m 30.000m3 € 2.738,00 vermeerderd met een bedrag van € 534,00 per 10.000m3 of een gedeelte daarvan boven de afgevoerde hoeveelheid van 30.000m3. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb093

Pag.4

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023", vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing 2024".

Ontwerpbesluit Nr.:

23Rb094

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B

kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;

gelet op, • artikel 226 van de Gemeentewet; 1B

besluit: In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2023 vastgesteld d. 14 december 2022; II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2024" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2024 I.

2B

3B

4B

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 23Rb094

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb094

Pag. 1

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2024 Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam hondenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind of slechtziende persoon worden gehouden; c.

die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; d. die zijn opgeleid tot het ten dienste zijn van doven en slechthorende en in hoofdzaak als zodanig door een dove of slechthorende persoon worden gehouden; e. waarvan de houder een geldend diploma kan tonen, dat is afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging; f. die verblijven in een hondenasiel; g. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb094

Pag. 2

Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond gratis b. voor een tweede hond € 110,65 c. voor een derde hond € 146,20 d. voor iedere hond boven het aantal van drie € 218,25 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 982,55. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als de belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslagbedrag.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb094

Pag. 3

Artikel 9 Termijnen van betalen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2023", vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2024".

Ontwerpbesluit Nr.:

23Rb095

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B

kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;

gelet op, • de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Kerkrade; 1B

besluit: In te trekken de gewijzigde verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2023 vastgesteld d.d. 14 december 2022; II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2024" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 I.

2B

3B

4B

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 23Rb095

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr.

23Rb095

Pag. 1

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; 2. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1, van het RVV 1990; 3. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; 4. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan; 5. vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning of abonnement krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats of een vergunninghoudersparkeerplaats; 6.

vergunninghouder: de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning als bedoeld onder lid 5 is verleend; 7. Mobiel parkeren: Via de mobiele telefoon middels activatie (bij aankomst) en de-activatie (bij vertrek) kan geparkeerd worden zonder dat er een parkeerticket achter de voorruit ligt; 8. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Kerkrade een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: 1. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; 2. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat I. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr.

23Rb095

Pag. 2

II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel, bijlage 1.

Artikel 5 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken, van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. 2.

3. 4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr.

23Rb095

Pag. 3

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 76,70. Artikel 10 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening parkeerbelastingen 2023", vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen 2024".

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb095

pag. 1

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelasting 2024 Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2023.

De griffier van de gemeente Kerkrade

Tarieventabel parkeerbelasting 1

Het tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor het parkeren bij parkeerapparatuur alsmede mobiel parkeren. Hierbij geldt dat houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met het verplicht tonen van de parkeerschijf voor de duur van maximaal 3 uur in Kerkrade kunnen parkeren, tenzij hieronder specifiek anders is aangegeven.

Locatie A • • • • • • • • •

Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,50 per uur Dagtarief € 8,-Theaterplein (plein van Beethovenstraat/Mozartstraat) * Van Beethovenstraat (tussen Niersprinkstraat en kruising Mozartstraat/J.S. Bachstraat) Poststraat Kloosterraderplein * Kloosterraderstraat (tussen Poststraat en Oranjestraat) Engerweg Kapellaan (tussen kruising Putgang/Casper Sprokelstraat en Engerweg) Parkeerdek Einderstraat * Kerkplein (naast Lambertuskerk) *

* Op deze locaties geldt achteraf betaald parkeren. Op deze locaties geldt de betalingsplicht ook voor personen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. Op deze locaties krijgen zij geen vrijstelling van betaling. Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,50 per uur Bij verlies van het parkeerticket dient een verloren kaart á € 15,00 worden afgerekend • •

Parkeergarage Orlando ( ingang gelegen aan de Kloosterraderstaat ) Parkeergarage VIE ( Ingang gelegen aan de Caspar Sprokelstraat ) * * na openstelling garage, verwachte openingsdatum medio 2024

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb095

Locatie B • • • • • • • • • • • • • • • •

pag. 2

Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,-- per uur Dagtarief € 5,--

J.S. Bachstraat Europaplein * Van Beethovenstraat (tussen Mozartstraat en Schubertstraat) Prins Bernhardstraat Koninginnestraat Hoofdstraat Oranjestraat Kloosterraderstraat (tussen Oranjestraat en O.L. Vrouwestraat) Rolduckerstraat (tussen Oranjestraat en huisnummer 34) Marktstraat Pater Kreitenstraat Giessenstraat Kosterbeemden Kapellaan (tussen Stationsstraat en Putgang) Stationsstraat Deken Quodbachlaan * Op deze locatie geldt achteraf betaald parkeren. Op deze locatie geldt de betalingsplicht ook voor personen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. Op deze locaties krijgen zij geen vrijstelling van betaling.

Locatie C •

Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,-- per uur Dagtarief € 5,-Parallelweg Kerkradersteenweg (nabij GaiaZoo, tussen huisnummer 93 en huisnummer 25)

Locatie D

Enkel op zaterdagen € 0,80 per uur

• •

Plein aan Portbeemden Plein aan Torenstraat

2.

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

•

Locatie A alsmede de Belanghebbendenparkeerplaatsen op locaties Rolduckerstraat (tussen huisnummer 34 en O.L. Vrouwestraat), Thorbeckehof en Anselderlaan, de parkeervakken gesitueerd voor de huisnummers 92, 94 en 96 per maand € 14,75 per jaar € 176,65 Locaties B en C per maand € 9,75 per jaar € 116,95 Locatie D alsmede de Belanghebbendenparkeerplaatsen op locaties parkeerterrein hoek Smal Weide -Torenstraat en de parkeervakken en een deel van de parkeerstrook (tegenover parkeervakken) in de Pastoor Stevensstraat per jaar € 30,10 Parkeerjaarkaart voor in Kerkrade woonachtige houders van een gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder. per jaar € 32,70 Mantelzorgersvignet per jaar € 32,70 Dagvergunning voor zakelijke belanghebbenden per dag € 3,65

• •

• • •

Ontwerpbesluit Nr.:

23Rb096

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B

kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;

gelet op, • artikel 224 van de Gemeentewet; 1B

besluit: In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2023 vastgesteld d.d. 14 december 2022; II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2024. I.

2B

3B

4B

5B

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 23Rb096

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096

Pag. 1

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024 gemeente Kerkrade Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. accommodatie: hotel, pension, congrescentrum en vakantie-onderkomen; 2. vakantie-onderkomen: woning en andere verblijven, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; 3. camperplaats: een speciaal voor campers ingerichte parkeerplaats. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet Toetreding Zorgaanbieders; 2.

van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van personen die jonger zijn dan 6 jaar. Artikel 5 Belastinggrondslag De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het betreffende belastingtijdvak. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting: 1. per persoon in een accommodatie of vakantie-onderkomen 1,95; 2. per camper op een camperplaats € 5,10. Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096

Pag. 2

Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 10 Aanslaggrens 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd, door de burgemeester goedgekeurd, gemeentelijk nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt een nachtverblijfregister kosteloos digitaal beschikbaar. 3.

De burgemeester kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het gemeentelijk nachtverblijfregister Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096

Pag. 3

Artikel 14 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening toeristenbelasting 2023”, vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2024”.

Ontwerpbesluit Nr.:

23Rb097

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B

kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;

gelet op, • artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; 1B

besluit: In te trekken de verordening op de heffing en de invordering van leges 2023 vastgesteld d.d. 14 december 2022, inclusief de daarbij behorende tarieventabel. II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. I.

2B

3B

4B

5B

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 23Rb097

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

Pag. 1

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; 2. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; 3. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. 4. maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in de kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; 5. week: een aangesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: 1. beschikkingen op verzoek- en bezwaarschriften met betrekking tot plaatselijke belastingen; 2. de openbare besturen voor zover het nasporingen, stukken, inlichtingen of andere diensten, niet zijnde vergunningen, betreft, die door hen in het openbaar belang zijn gedaan/gevraagd; 3. de besturen van de stichtingen of instellingen, welke het gemeentebestuur van advies dienen, voor zover het nasporingen, stukken, inlichtingen of andere diensten betreft, die in verband met hun adviserende taak worden gevraagd. 4. het in behandeling nemen van een aanvraag tot dienstverlening voor zover deze aanvraag is gedaan door of vanwege de gemeente Kerkrade. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

Pag. 2

Artikel 7 Voorlopig gevorderde bedrag Indien de bouwkosten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel onder titel 2 op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een kennisgeving van het voorlopig gevorderde bedrag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze tarieventabel opgenomen bepaling. 2.

Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van Leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: 1. van zuiver redactionele aard zijn; 2. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: a. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); b. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); c. onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); d. onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); e. hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

Pag. 3

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Legesverordening 2023”, vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening 2024".

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 1

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening Leges 2024 Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2023.

De griffier van de gemeente Kerkrade

Tarieventabel Legesverordening 2024 Titel 1 Hst 1

Algemene dienstverlening Burgerlijke stand Huwelijksvoltrekking

1.1

Het tarief bedraagt voor

1.1.1

het voltrekken van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in het Raadhuis:

1.1.1.1

van maandag tot en met donderdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur (uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registraties van een partnerschap legesvrij worden voltrokken). Om in aanmerking te kunnen komen voor legesvrije huwelijksvoltrekking dient tenminste één van de echtgenoten in de gemeente Kerkrade woonachtig te zijn.

€ 214,00

1.1.1.2

op vrijdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur

€ 277,00

1.1.1.3

op zaterdag tussen 11.00 uur en 15.30 uur.

€ 627,00

1.1.2

Het voltrekken van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in de door het college daartoe aangewezen trouwlocaties:

1.1.2.1

van maandag tot en met donderdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur;

€ 415,00

1.1.2.2

Op vrijdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur;

€ 480,00

1.1.2.3

op zaterdag tussen 11.00 uur en 15.30 uur .

€ 627,00

1.1.3

Het voltrekken van een huwelijk of registratie van een partnerschap buiten het huis der gemeente ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek.

€ 204,00

1.1.4

Voor de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, als lokethandeling en zonder enig decorum, uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registraties van een partnerschap legesvrij worden voltrokken

€ 48,70

1.1.5

Voor het voltrekken van een huwelijk of het registreren van een partnerschap, als lokethandeling en zonder enig decorum, uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registratie van

€ 90,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

1.1.6

1.1.7 1.1.7.1

partnerschappen legesvrij worden voltrokken. Het tarief voor de inzet van de getuige van gemeentewege bij de voltrekking van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap bedraagt per getuige Voor de herbevestiging van de trouwbelofte gelden dezelfde tarieven als voor het sluiten van een huwelijk of de registratie van een partnerschap. Bij annulering van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting van een partnerschap in een huwelijk, binnen 10 werkdagen voor de dag van de huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een partnerschap in een huwelijk, worden administratiekosten in rekening gebracht ter hoogte van

pag. 2

€ 36,55

€ 63,95

Trouwboekjes 1.1.8

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

1.1.8.1

een trouwboekje of partnerschapboekje of een duplicaat daarvan in standaard uitvoering;

€ 37,55

1.1.8.2

een trouwboekje of partnerschapboekje of een duplicaat daarvan in luxe uitvoering

€ 53,80

Inlichtingen e.d. 1.1.9

Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

1.1.9.1

inlichtingen uit de registers van de burgerlijke stand, per inlichting, per persoon

1.1.10

Terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

Hst 2

Reisdocumenten

1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.2.1

tot het verstrekken van een nationaal paspoort;

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.2

tot het verstrekken van een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat dan een nationaal paspoort als bedoeld onder 1.2.1 (zakenpaspoort):

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.3

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon, die op grond van de Wet betreffende de positie van

€ 12,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 3

Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort); 1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.4

tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.5

tot het verstrekken van een Nederlandse Identiteitskaart (NIK) als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet;

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

max. tarief minus rijksleges (1.2.6)

1.2.6

De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).

Rijksleges

1.2.6.1

De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.6 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden bij een spoedlevering vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief(na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).

Rijksleges

Hst 3

Rijbewijzen

1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

1.3.1

het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs gemeentelijk tarief

1.3.2

Het tarief als genoemd in de onderdeel 1.3.1 is het gemeentelijk basistarief. Deze wordt regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).

Rijksleges

1.3.2.1

De rijksleges als genoemd in onderdeel 1.3.2 worden vermeerderd met € 3,50 terstond na het moment dat de relevante onderdelen van de wet Digitale Overheid (wDO) zijn ingevoerd, voorzien in 2024 (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).

Rijksleges

1.3.3

De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.3.1 , 1.3.2 en 1.3.2.1 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden bij een spoedlevering vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en

Rijksleges

max. tarief minus rijksleges (1.3.2/1.3.2.1/1.3.3)

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 4

het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem). 1.3.4

Administratiekosten bij vermissing van het rijbewijs, m.u.v. vermissing wegens inbraak in de woning en bij beroving

€ 29,45

Hst 4

Verklaringen en dergelijke

1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

1.4.1

een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

digitaal 12,00 / balie 15,00

1.4.2

een bewijs van Nederlanderschap;

digitaal 12,00 / balie 15,00

1.4.3

een verklaring omtrent het gedrag;

max. tarief minus rijksleges (1.4.8)

1.4.4

een bewijs van in leven zijn;

digitaal 12,00 / balie 15,00

1.4.5

een bewijs van inwoning;

digitaal 12,00 / balie 15,00

1.4.6

een persoonslijst;

€ 12,00

1.4.7

Het tarief bedraagt voor het legaliseren van handtekeningen en/of stukken, per geval.

€ 12,00

1.4.8

Het tarief als genoemd in de onderdeel 1.4.3. is het gemeentelijk basistarief. Deze wordt regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief(na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).

Rijksleges

Hst 5

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

1.5

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van onderdeel 1.5.2, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon, waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

1.5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van personen die opgenomen zijn in de basisregistratie personen.

€ 12,00

1.5.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van personen die niet opgenomen zijn in de basisregistratie personen.

€ 12,00

1.5.3

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van nasporing, ter verkrijging van bijzondere inlichtingen, waarvoor de basisregistratie personen dient te worden geraadpleegd voor ieder daarvoor te besteden kwartier.

€ 19,30

1.5.4

Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid van het Besluit basisregistratie personen, bedraagt:

€ 3,05

1.5.5

Het tarief voor het maken van selecties bedraagt voor ieder daarvoor te besteden kwartier.

€ 23,35

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 5

Hst 6

Vastgoedinformatie

1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:

1.6.1

een afdruk van:

1.6.1.1

een overzichtskaart bestemmingsplan op schaal 1 : 10.000;

€ 5,30

1.6.1.2

een plankaart op schaal 1 : 1.000, per blad;

€ 10,55

1.6.2

de toelichting behorende bij een bestemmingsplan per blz. A4 of gedeelte daarvan;

€ 1,25

met een maximum van:

€ 69,45

gebruiksvoorschriften behorende bij een bestemmingsplan, per blz. A4 of een gedeelte daarvan;

€ 1,25

met een maximum van:

€ 69,45

1.6.3

1.6.4

een afdruk van een gedeelte van een bestemmingsplan:

1.6.4.1

ter grootte van een A4-formaat;

€ 2,15

1.6.4.2

ter grootte van een A3-formaat.

€ 3,85

1.6.5

Legeskosten voor het verstrekken van bestemmingsplan informatie.

€ 8,65

Inzage in de kadastrale en topografische registratie 1.6.6

Het tarief bedraagt voor

1.6.6.1

het verlenen van inzage van de kadastrale registratie (inclusief afdruk op A4), indien sprake is van: a) objectgegevens, per perceel of appartementsrecht (conform de Regeling tarieven Kadaster);

€ 14,10

b) subjectgegevens, per rechthebbende (conform de Regeling tarieven Kadaster).

€ 14,10

Kopie van een kadastraal stuk of plan op papier 1.6.7

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van

1.6.7.1

een kopie van een kadastraal stuk of plan: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);

€ 14,10

b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).

€ 38,45

Kopie van een topografische kaart op papier 1.6.8

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van:

1.6.8.1

een kopie van een grootschalige topografische kaart (schalen 1:500 of 1:1000): a) afdruk op A3 of A4-formaat;

€ 19,70

b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster)

€ 55,60

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

met dien verstande dat, indien van een kaart een kopie in tweeof meervoud wordt gevraagd, voor de afgifte van de tweede en elk volgende kopie is verschuldigd.

pag. 6

€ 14,00

Kopie van de gemeenteplattegrond op papier 1.6.8.2

Een kopie (zwart-wit) van de gemeenteplattegrond.

€ 7,10

Levering van digitale bestanden 1.6.9

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van:

1.6.9.1

een digitaal geografisch bestand (op CD/via e-mail): de aanmaakkosten per aanvraag bedraagt:

€ 106,25

a) indien het een digitale kadastrale kaart betreft vermeerderd per ha (met een maximum van 50 ha);

€ 43,05

b) indien het een grootschalige topografische kaart (GBKN) betreft vermeerderd per ha (met een maximum van 50 ha);

€ 50,05

c) indien het een luchtfoto betreft vermeerderd per blad van 500*250m.

€ 83,45

Diversen 1.6.10.1

1.6.10.2

Het verstrekken van een afschrift uit de gemeentelijke basisregistratie adressen: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);

€ 14,40

b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).

€ 39,40

Het verstrekken van een afschrift uit de gemeentelijke registratie publiekrechtelijke beperkingen: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);

€ 14,40

b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).

€ 39,40

1.6.10.3

Voor het afgeven van een verklaring voor het niet aanwezig zijn van gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen op een perceel.

€ 13,60

1.6.10.4

Voor het via kadaster online opvragen van informatie over een kadastraal perceel.

€ 13,60

Hst 7

Gemeentearchief

1.7

Het tarief bedraagt voor:

1.7.1

het doen van nasporingen, ongeacht het resultaat, in de in het gemeentearchief berustende stukken, door een ambtenaar van het gemeentearchief, per kwartier of een gedeelte daarvan;

€ 17,45

1.7.2

het plaatsen van een handtekening en/of stempel van het gemeentearchief op afschriften en uittreksels waarop de handtekening en/of het stempel als waarmerk wordt verlangd, per handtekening en/of stempel;

€ 2,85

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 7

1.7.3

Het copyright voor het eenmalig gebruik van een foto of dia, voor een commercieel doel, per foto of dia.

1.7.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:

1.7.4.1

een kopie, vervaardigd met behulp van de readerprinter;

€ 0,30

1.7.4.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van archiefstukken, per stuk;

€ 0,30

1.7.4.3

een fax of e-mail van een daartoe gescand archiefstuk, per archiefstuk (A4);

€ 2,35

1.7.4.4

een digitale foto verstuurd via e-mail per bestand,

€ 6,70

1.7.4.5

Foto’s besteld via beeldbank Kerkrade, per bestand

€ 6,60

1.7.5

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:

1.7.5.1

kopieën of lichtdrukken van kaarten of bouwtekeningen ouder dan 20 jaar per m²

Hst 8

Wet op de Kansspelen

1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:

1.8.1

een vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning);

€ 44,75

1.8.2

een formulier voor het doen van een mededeling, als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen.

€ 7,15

1.8.3

Een vergunning, als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

1.8.3.1

Indien de aanvraag betrekking heeft op het aanwezig hebben van kansspelautomaten in een speelautomatenhal voor een periode van één jaar:

1.8.3.2

€6,60

€ 6,70

a) indien de vergunning voor één kansspelautomaat geldt;

€ 56,50

b. indien de vergunning voor 2 of meer automaten geldt een basistarief van:

€ 22,50

te vermeerderen met het product van het aantal kansspelautomaten met een bedrag van :

€ 34,00

Indien de aanvraag betrekking heeft op het aanwezig hebben van kansspelautomaten in een andere inrichting dan een speelautomatenhal voor onbepaalde tijd: a) indien de vergunning voor één speelautomaat geldt;

€ 226,50

b) indien de vergunning voor twee kansspelautomaten geldt.

€ 362,50

1.8.3.3

Een aanwezigheidsvergunning voor een andere speelautomaat dan die bedoeld in de Wet op de kansspelen, per jaar.

€ 37,00

Hst 9

Telecommunicatiewet

1.9

Het tarief voor het in behandeling nemen van een Instemmingbesluit ingevolge de Telecommunicatieverordening bedraagt.

€ 280,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097

pag. 8

Hst 10

Verkeer en vervoer

1.10

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:

1.10.1

een vergunning of ontheffing, verleend op grond van de Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens of een daarop steunende regeling met een geldigheidsduur:

1.10.1.1

van een maand of minder;

€ 20,30

1.10.1.2

meer dan één maand en ten hoogste zes maanden;

€ 35,10

1.10.1.3

meer dan zes maanden en ten hoogste één jaar.

€ 49,85

1.10.2

een aanvraag om parkeerverbod-ontheffing ten behoeve van een gehandicapte bestuurder/passagier van een motorvoertuig:

1.10.3.

een eerste aanvraag gehandicaptenparkeerkaart (GPK) bestuurder en/of passagier (dus enkelvoudig en/of meervoudig)

€ 97,95

1.10.4.1

een verlenging gehandicaptenparkeerkaart (GPK) bestuurder en/of passagier (dus enkelvoudig en/of meervoudig)

€ 37,05

1.10.4.2

een aanvraag gehandicaptenparkeerkaart (GPK) passagier als aanvulling of in plaats van de reeds verkregen GPK bestuurder

€ 37,05

1.10.5

een verzoek tot de aanleg invalidenparkeerplaats c.q. artsenparkeerplaatsen.

€ 67,50

1.10.6

Gereserveerd

1.10.7

Gereserveerd

1.10.8

1.10.8.1 1.10.8.2

Wet vervoer gevaarlijke stoffen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een ontheffing, als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen: indien het een verlenging van een bestaande ontheffing ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen betreft; indien het een nieuwe ontheffing met een geldigheidsduur van één jaar betreft;

€ 72,55 € 142,40

1.10.8.3

indien het een ontheffing met een geldigheidsduur van maximaal drie jaar betreft.

€ 173,25

Hst 11

Overige vergunningen, ontheffingen en dergelijke

1.11.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=efbf2e6b-d8ea-48da-99b2-32693c4a6968