CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Openbare informatiebijeenkomst 6 juni 2023, gemeente Kerkrade16.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar als de huisarts verwijst, komen we ook weer bij de gemeente uit. Hoe gaan jullie daarmee om? Nemen jullie dat mee in die procesontwikkeling? Ik hoor uit de gesprekken met de consulenten dat de gesprekken over een verlenging lang duren. Nemen jullie dat ook mee? Is daar een efficiëntieslag in te maken? Al de tijd die een professional en/of een consulent kwijt is aan een keukentafelgesprek, kan niet besteed worden aan de cliënten. Ik hoor dat er best veel informatie gevraagd wordt. Ik vind dat ook helemaal realistisch als er een indicatie vanuit de gemeente nodig is. Maar als het gaat over een verlenging bij een GGZ-instelling waar iemand al bekend is en die heel nauw betrokken zijn, zou ik het fijn vinden om te horen dat jullie aandacht hebben dat er minder gevraagd wordt. Dus need to know en niet nice to know. Mensen vinden het ook heel vervelend om nog eens alles uitgebreid te vertellen. Is er ook nog een voordeel te behalen uit het aantal arrangementen wat een cliënt afneemt? Er zullen mensen zijn meerdere arrangementen nodig hebben, maar er zijn er ook die het niet eens zijn met het advies en gaan naar een volgende GGZ-instelling. Iedereen heeft graag een second opinion, maar sommigen blijven doorgaan.

Hebben jullie daar zicht op? Gebeurt dat? Is daar een efficiëntieslag in te halen? Op het einde werd er gesproken over minder marktwerking en minder de samenwerking opzoeken: is dat voor een specifieke doelgroep of problematiek? Dat waren mijn vragen. Dank u wel. Mevrouw Snijders.

Dank u wel. Even naar aanleiding van de slides die we net gezien hebben. Op het einde staat er: effect hulp, met 75 procent gaat het beter. Mag ik ervanuit gaan dat het niet alleen beter gaat, want de vraag is: wat is beter? Wordt er ook rekening gehouden met terugval? En hoe wordt daarmee omgegaan? Dank u. Meneer Otten. Dank u wel, voorzitter. Ik heb gekeken naar de presentatie. Dank u wel hiervoor. Wordt er bijgehouden van wie de meldingen komen? Van wie komen de vragen voor jeugdhulp? Is dat van de huisarts? Ik wil graag de leeftijdscategorie weten. Volgt er ook een evaluatie op de geboden jeugdhulp? Had die bijvoorbeeld niet eerder geboden kunnen worden? Als je erin het voorveld niet tijdig bij bent, is de hulpvraag veel ernstiger, als dan dat je al eerder hulp had geleverd. Ik zag dat 15 procent een hulpvraag had. Dat is is één op zes in Kerkrade. Er zijn 1250 cliënten. Hoeveel verloop is daarin? Ik zie elk jaar 1200. Hoeveel stromen er in en hoeveel uit? Dat waren mijn vragen. Dank u. Dank u wel voor de informatieve presentatie. Mijn eigen interpretatie aan het begin was dat de jeugdwet geen kaders geeft, en dat de gemeente daar dus een eigen invulling aangeeft. Wordt dat extern getoetst? Aanvullend daarop: het budget voor jeugdhulp is te laag. Daardoor wordt er steeds maar gesleuteld aan jeugdhulp.

Welke invloed heeft dat op de cliënten? Kunnen zij blijven gebruik maken van jeugdhulp of moeten zij voldoen aan andere regels en eisen? Er wordt veel samengewerkt met verschillende expertises en dat is heel belangrijk. Het is belangrijk om verschillende invalshoeken te bekijken. Maar daar zit ook het gevaar op bureaucratie in. Wat ik van meerdere mensen die met jeugd te maken hebben begrepen heb is dat het een heel bureaucratisch stelsel is. De vraag is: is er voor deze mensen één aanspreekpunt waar ze altijd terecht kunnen? Ik ken mensen die ieder jaar een nieuwe indicatie moeten aanvragen terwijl de cliënt een progressieve aandoening heeft. Dat waren mijn vragen. Bedankt. Dank u wel. Meneer Pafffen. Ik neem aan dat de signalen voor jeugdhulp binnenkomen via scholen, verenigingen, buren, familie en huisarts. Tot welke leeftijd wordt jeugdhulp verleend? Is dat tot of na 18 jaar? Je hebt de jeugd die in een zorginstelling geplaatst wordt. Als ze 18 zijn, moeten ze uit die instelling. Hoe gaat de gemeente daarmee om? Dank u wel. Meneer Charlier. Bedankt voor de presentatie.

Er wordt gezegd dat het voeren van de regie geïmplementeerd wordt. Ik dat er in 2018 rondom de jeugdhulpverlening een traject liep onder de naam 'één gezin één plan regisseur'. Ik zou graag willen weten wat de status van dat traject. Vijf jaar geleden was er al een probleem met de regie. Meneer Krasovec. Ik kan kort zijn, want dat was ook mijn vraag. Meneer Van Beek. Dank u wel, voorzitter. Er werd net gezegd dat sommige jonge mensen niet geholpen zijn met de behandeling die ze gevolgd hebben. De hulp die ingezet wordt, kost een hoop geld. Was die hulp dan te licht, en dat u de wijsheid achteraf dacht: hadden we maar zwaardere hulp ingezet? Als dat zo is, waaraan ligt dat dan? Is dat een financiële kwestie? Is het niet wijs om daar anders mee om te gaan en toch zwaarder in te zetten? We weten allemaal dat een kind zich ontwikkelt en dat heeft gevolgen voor het verdere leven. Als je die schade niet kan verhelpen, wordt het in veel gevallen een levenslang traject bij de psycholoog of psychiater. Sommige belanden zelfs in de criminaliteit. Is het misschien niet eens goed om dat te heroverwegen? Dat was mijn bijdrage. Dank u wel, voorzitter. Er zijn al enkele vragen gesteld. Ik hoorde dat er een samenwerking is met Zuid-Limburg. Dat is heel mooi.

Wat wordt er bedoeld met Zuid-Limburg? Horen daar de Jens-gemeenten ook bij of niet? Wat moet ik me voorstellen over de samenwerking met Brunssum en Simpelveld? Starten we dan zelf een traject en stappen we uit de Gemeenschappelijke Regeling? Ik vond het mooi dat er gezegd werd dat mensen ook moeten durven benoemen als het een keertje niet goed gaat. Bij veel mensen gaat het niet goed achter de voordeur, maar durven dit uit schaamte niet te benoemen. Dus het is heel belangrijk dat het mag en kan. U zei met 75 procent gaat het beter, maar wat is dan beter? Veel mensen krijgen regelmatig een terugval. Ook jeugdigen en worden chronisch. Hoe wordt daar dan mee omgegaan? Wat gebeurt er na je 18de? De tarieven stijgen door de loonkosten, daar kunnen we alleen maar blij mee zijn want die mensen moeten ook betaald worden. Maar ik snap het probleem wel. Er werd gezegd 'geen enkele gemeente komt uit met het budget dat we krijgen vanuit het Rijk'. Dat klopt. Ik wil nog even refereren aan mijn vorige opmerking met betrekking tot de Wmo: die gemeentes leggen wel zelf bij en wij niet. Dat is het verschil.

Tot zover, voorzitter. Dank je wel. Ik geef het woord aan de collegetafel voor de antwoorden. Ik zal de aftrap doen. Ik denk dat we allemaal wel iets te beantwoorden hebben. We zullen elkaar daar waar nodig aanvullen of verpakken. De hervormingsagenda en de vergelijkting tussen gemeentelijke toegang en huisartsen. Hoe gaan we daarmee om? Ik denk dat het te maken heeft met de passage in de hervormingsagenda waarin staat dat de gemeenten worden geacht te werken met praktijkondersteuners, om daarmee de verbinding te maken met de huisartsen die verwijzen naar jeugdhulp. We zijn daar al vier jaar mee bezig. Bij elke praktijk zitten inmiddels 'onze' praktijkondersteuners en dat zijn psychologen of mensen met een dergelijke achtergrond die wij inhuren bij [onhoorbaar 02:00:27] of bij de wijkpraktijk die wij als gemeente bekostigen. Die praktijkondersteuners hebben met name de opdracht om breder te kijken naar de hulpvraag dan de huisarts. De huisarts heeft maar een beperkte tijd om te luisteren naar het verhaal en heeft ook iets minder kennis van de jeugdproblematiek. Vandaar dat daar al enige jaren onze praktijkondersteuners zitten. Wij maken ook de verbinding tussen die praktijkondersteuner en ons eigen team jeugdhulp. Hierdoor kunnen zij over de vragen die ze in de praktijk tegenkomen sparren met onze eigen toegangsmedewerkers.

Die verbinding is gemaakt en we proberen om zoveel mogelijk bij de hulpvragen die bij de huisarts terechtkomen betrokken te worden. Kunnen we geen voordeel halen met het aantal arrangementen? We kennen het fenomeen van opstapelen van arrangementen. Daar zijn we steeds alert op. Er moet ook een belletje gaan rinkelen als er al een arrangement loopt en er nog een arragement wordt aangevraagd. Soms is het nodig, want er kunnen verschillende hulpvragen zijn, maar als ervoor eenzelfde hulpvraag twee of meerdere vergelijkbare arrangementen worden gevraagd, gaan we daar wel het gesprek over aan. Het is niet alleen het stapelen, maar ook het shoppen. Ik zou het anders willen bekijken, als: het is ons waarschijnlijk nog niet gelukt om de juiste of passende hulp te bieden waarnaar mensen dan op zoek zijn. Dus ik denk dat daar een belangrijke opdracht ligt: samen met mensen zoeken naar wat de mogelijkheden, opties en scenario's zijn die tot een gewenste situatie kunnen leiden, zodat mensen zich minder gehoord voelen of vertellen dat ze de gepaste hulp niet hebben gekregen of dat iemand alleen maar is komen vertellen wat ze moeten doen.

We hebben daar nog iets in te doen, en middels het goed inrichten van die procesregie willen we veel samen kijken: hoe loopt het nu? En niet pas na een jaar als het arrangement werd afgegeven: hoe is dat jaar nu gelopen? Dus na drie maanden bij elkaar zitten: hoe zijn jullie dit samen opgestart? Is dit de passende hulp? Is er nog iets anders nodig?

Dat sluit ook aan op de vraag: is die hulp dan wellicht te licht en moet die niet zwaarder? Hebben we de juiste expertise en goede analyse gemaakt over waar het probleem zit? Hebben we misschien nog dingen over het hoofd gezien? Zijn er mensen die aan het begin niet alles hebben durven vertellen? Er zijn zoveel dingen die dat raken, waarbij we wel denken dat we bij de jeugdconsulenten en het onderzoek daarvan nog veel winst kunnen behalen. En daar ook actief mee bezig zijn. Uit het onderzoek blijkt dat het met 75 procent beter gaat. Wat is dan beter? Dat is wat de mensen hebben aangegeven in vergelijking met de situatie voordat ze aanklopten voor jeugdhulp bij gemeente of de huisarts. Dus wat dat betreft is dat de interpretatie van beter. Houden we rekening met terugval? Er zal altijd rekening mee worden gehouden op het moment dat iemand zijn traject heeft afgerond. Kunnen we het hiermee ook definitief afronden? Of moeten we nog een soort van overgangssituatie creëren, waarbij we bijvoorbeeld maatschappelijk werk nog als terugvaloptie vragen om om de vinger aan de pols te houden? Misschien kan er tussentijds gevraagd worden: hoe gaat het er nu mee? Maar dat is helemaal afhankelijk van de specifieke omstandigheid. Dus er wordt altijd een afweging gemaakt: kunnen we nu echt loslaten of moet er nog een soort tussenoplossing worden gevonden? En dat kan allerlei varianten hebben.

Van wie kan die vraag afkomstig zijn? Er zijn een aantal genoemd. De toegang kan via verschillende wegen komen. Ouders en jeugdigen kunnen bij de gemeente aankloppen en dan begint het proces te lopen. Maar ze kunnen ook de vraag stellen bij de huisarts of een jeugdarts. Bureau Jeugdzorg kan verwijzen. Er zijn dus verschillende vormen van toegang, maar uiteindelijk zijn wij al gemeente wel verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de nodige jeugdhulp en zullen wij dat ook moeten bepalen. De leeftijd varieert van nul tot 18. Dat is het uitgangspunt. Maar zoals ik al heb aangegeven is er de verlengde jeugdhulp. Dus op het moment dat iemand in jeugdhulp zit en die leeftijdsgrens van achttien komt eraan, wil dat niet zeggen dat het op achttien jaar afgelopen is. Ook dat is echt maatwerk en kijken: wat is eraan de hand? Kan dit zo nodig worden verlengd? Of kan er van andere voorzieningen gebruik worden gemaakt, bijvoorbeel van de Wlz voor kinderen die altijd een vorm van hulp nodig zullen hebben? Dan - en dat is ook voorgeschreven - mogen wij geen jeugdhulp meer toekennen, want dan is dat de voorliggende voorziening die moet worden ingezet. Er wordt dan overgestapt naar een ander regime, maar als het goed is valt er geen gat in de jeugdhulp. Voorzitter, mag ik hierop een aanvullende vraag stellen? Natuurlijk. Tot hoelang kan je dat oprekken?

Tot 23. In uitzonderingsgevallen kan het zelfs tot 26 als het met pleegzorg samen is. Dat is een individuele afweging van de gemeente. Hoever gaan wij hiermee door? En wat belangrijk is, is dat op het moment dat je verlengde jeugdhulp toekent, je met de betrokken partners, ouders, jeugdige, jeugdhulpverleners en noem maar op, dat perspectief gaat bepalen: stel dat wij nog langer doorgaan, wat komt erna? En dat is een exercitie waar we op dit moment veel energie en tijd in stoppen om mensen bewust te maken als je verlengde jeugdhulp toepast, wees je dan bewust dat je op het moment dat je dat doet ook gaat nadenken, maar stel dat we dit voor een aantal jaren doen, wat gaat er daarna gebeuren? Want op een moment stopt het. Dan moet of die jeugdigen naar de volwassen hulpverlening. En dat loopt niet altijd één op één door. Dus op het moment dat je die verlenging doet, moet je je al bewust zijn dat het een keer stopt en met alle betrokkenen een plan maken over wat daarna. Dat is een hele exercitie. In het verlengde daarvan werd de vraag gesteld: kom je er soms achter dat de hulp eerder had kunnen of moeten worden ingezet? Ja, dat komt voor. Maar dat kan allerlei oorzaken hebben. Wij kunnen niemand dwingen om een hulpvraag te stellen. Daar begint het al mee.

Als ouders problemen/omstandigheden binnenskamers willen houden, dan zijn wij geen inspecteurs die onaangekondigd eventjes achter de voordeur komt kijken. Dus dat kan de reden zijn. Maar wij werken samen met allerlei anderen, zoals het onderwijs en de jeugdgezondheidszorg. En wij vragen aan hen om tijdig te signaleren. Ik wil niet met de beschuldigende vinger wijzen, maar het kan zijn dat bepaalde zaken niet tijdig worden gesignaleerd. Dan ben je soms te laat op het moment dat de vraag voorgelegd wordt, en moet je die achterstand proberen in te halen, wat soms erg moeilijk kan zijn. In het verlengde van een andere vraag, komt het wel eens voor dat je een vraag te licht beantwoord en achteraf erachter komt: hadden we het maar zwaarder gedaan. Het blijft mensenwerk. Daar zijn we ons van bewust. Dat komt zeker voor. Er werd ook nog gevraagd naar de in- en uitstroom. Die cijfers heb ik op dit moment niet paraat. Die kunnen we opzoeken en eventueel schriftelijk verstrekken. Er is constant een in- en uitstroom. Volgens mij staan die cijfers op het dashboard van het sociaal domein - wat we krijgen - altijd aangegeven bij jeugd. Klopt toch? Volgens mij staan ze niet in de in de managementrapportage, maar die cijfers. moeten we wel kunnen vertrekken? De gemeente stelt zelf eisen aan de jeugdhulp, het is niet alleen de wetgever.

De wetgever heeft niet exact omschreven wat we wel of niet verstaan

onder jeugdhulp. Er staat in dat als er opvoedings- of ontwikkelingsvragen zijn, of kinderen hebben een beperking of een ontwikkelingsstoornis, dat een reden kan zijn voor het inzetten van jeugdhulp. Dan kan je je de vraag stellen: wat is nog normaal en wat niet? Dat is het cruciale punt. Omdat er geen wettelijk kader is, is dat heel moeilijk in te schatten. Van Rijkswege is er een maatschappelijke dicussie op gang gebracht om met elkaar wat scherper te zin op het onderscheid: wat is normaal? Wat word je als ouders geacht te kunnen, eventueel met hulp van je omgeving? Maar dat is afhankelijk van de specifieke situatie, want wat voor de ene ouder geldt, geldt niet voor de andere. Je moet altijd de omstandigheden erbij betrekken. Als het als normaal wordt aanzien, moet je kunnen zeggen: "Je vraagt hier wel hulp, maar dit zou je echt wel zelf moeten kunnen oplossen." En daar moeten we een kader voor krijgen en hebben we nu dus niet. Ik heb nog twee vragen staan over de verlengingen, de efficiëntie van de hulp die er al ingezet is, en de vraag om die hulp voort te zetten: hoeveel informatie moet er dan aangeleverd worden? Hoe kunnen we dat proces sneller vormgeven? Dat zit in die procesregie waar we nu mee bezig zijn om die periodieke evaluaties in te plannen. Waarbij we na een half jaar of na negen maanden al kunnen nadenken over al dan niet een vervolg.

En niet aan het einde van het jaar nog acht à twaalf weken hierover nog nadenken. Daarbij heel belangrijk nice to know en need to know: welke informatie is er dan nodig? We zijn vanuit de wet verplicht om een bepaald onderzoek te doen, maar de vraag is: hoeveel informatie heb je nodig om tot het juiste besluit te komen? Kunnen we daarvoor vertrouwen op het gezin en de aanbieder die in het gezin betrokken is? Moeten we steeds elkaar onderzoeken herhalen om tot een bepaald besluit te komen? Dat is nu wel verankerd in het vormgeven van de procesregie. Ik kan nog iets zeggen over 'één gezin één plan'. Eén regisseur is daar later aan toegevoegd. Ik heb dat zelf in Zuid-Limburg maar ook daar buiten in kaart gebracht wat wij als hulpverleners verstaan onder de taak regisseur. En ik schrok nogal van het plaatje dat daaruit naar voren kwam. Het is een waslijst aan taken en een gevoel van verantwoordelijk zijn voor zo'n beetje alles wat binnen een jeugdhulptraject loopt. En daar gaan dingen, denk ik, scheef lopen, want volgens mij is een regisseur nooit verantwoordelijk voor het geheel in z'n uppie. Een regisseur is ook vooral niet bedoeld om alle apen op zijn schouder te hebben, terwijl we dat wel op deze manier nu met elkaar aan het creëren zijn. Dus ja, er zijn veel stappen gezet in dat regisseurschap maar we zijn denk ik ook een beetje doorgeschoten in hoeveel taken daar bij horen.

Dus dat vraagt dat we met elkaar teruggaan naar de bedoeling van één gezin één plan, en dat is het gezin centraal stellen en in positie houden. En als we echt goed zouden kunnen samenwerken met elkaar, is er dan nog zoveel regie nodig?

Dat is het vraagstuk waar we binnen de jeugdhulp en zeker ook binnen het team jeugdhulp Kerkrade mee aan de slag gaan. Hoe kunnen we de regie zodanig positioneren dat het niet afdoet aan de regie van het gezin, dat het bijdraagt aan de positie van het gezin en ervoor zorgt dat niet alle taken op die regisseurs schouder komen? Want dan zou het betekenen dat je misschien maar twee gezinnen in je caseload kunt hebben als je echt de taken heel goed wil uitvoeren. Dat vraagt een herziening van hoe wij de regie met elkaar hebben vormgegeven. En terug naar de bedoeling. Dat zegt ook iets over de samenwerking en de bureaucratie die daarin gevoeld wordt. Dat was volgens mij een vraag van u. Zeker als er kinderen, jeugdigen of gezinnen zijn waarvan we weten dat er langere tijd hulp nodig is, die wellicht nog niet altijd in aanmerking komen voor de Wlz, omdat het bij kinderen lastig in te schatten is of die hulp voor altijd zal zijn. En of die 24-uurs toezicht altijd zullen blijven nodig hebben. Dus dan komt er soms een afwijzing vanuit de Wlz en komt die weer terug naar de jeugdwet. Ja, we kunnen veel beter met elkaar samenwerken. Dat zit op allerlei vlakken en dat heeft ook te maken met verwachtingenmanagement.

Als een school een probleem signaleert en vervolgens bij het team jeugd komt vragen voor psychologisch onderzoek, laten we dan eens even teruggaan naar: waarom denk je dat dat een oplossing zou kunnen zijn? Laten we even een goede analyse maken met elkaar voordat we al in allerlei hulpvormen gaan denken. Dat zou wel beter moeten kunnen. Vandaar bijvoorbeeld ook de knooppunten die nu ingericht zijn met het onderwijs waarin we veel sneller met ouders, met school, met team jeugd, met de jeugdarts om tafel zitten om die analyse gezamenlijk te maken en vanuit daar meteen ook stappen te kunnen zetten. Misschien aanvullend op die bureaucratie: we zitten ook met de situatie dat we in heel Nederland, maar ook zeker in onze regio, als gemeentes ieder jaar extra geld bijleggen op de jeugdwet, want we komen niet uit met de budgetten die de Rijksoverheid ons ter beschikking stelt. Dat betekent dat gemeentes aan de ene kant ook de vraag aan de toegang hebben: wees wel zuinig met wat je met die centen doet. Je kunt wel alles goedkeuren, maar dan rijst het de pan uit. Dus wees kritisch op wat je doet. Dat betekent dat wij vragen aan zorgaanbieders gaan stellen: je moet me wel aanleveren waarom dit en waarom dat, enzovoorts. Dat tekort willen we beheersbaar behouden c.q.

we willen de kosten op één of andere manier kunnen sturen, en dan denken we dat we dat kunnen als we daarvoor een stuk informatie krijgen door allerhande bureaucratische dingen te laten vastleggen. Dat gaat voorbij aan waar we naartoe moeten, dat we als gemeentes en zorgaanbieders vertrouwen in elkaar hebben. Alleen dat is wel een hele moeilijke, want dan komen we bij de marktwerking. We hebben de afgelopen jaren, zeker in onze regio, ervoor gekozen om vooral alle aanbieders die dat zouden willen

en die aan de eisen voldoen om jeugdhulp leveren. En dat zijn niet onze eisen, dat zijn landelijke Eisen waar je aan moet voldoen. En als je dat daaraan voldoet mag je jeugdhulp bieden. Dat er dan aanbieders waren - en dat noem ik maar een randverschijnsel die van dat jeugdhulpgeld ook dividenden uitkeerden aan directeuren en noem maar op, hebben wij als gemeentes niet zo prettig gevonden. Met andere worden dat vertrouwen tussen aanbieders en gemeentes komt te voet en gaat te paard. Dat is heel fragiel en aan de ene kant wel gemeentes dat vertrouwen best geven, maar dan moeten ze ook bijna 100 procent zeker zijn dat aan de andere kant dat vertrouwen niet misbruikt wordt. Dat is niet altijd het geval geweest. In dat spanningsveld zitten we aan de ene kant met bureaucratische eisen, waarvan we denken: dat moeten we wel vragen, want anders kunnen wij dat niet verantwoorden. Aan de andere kant zitten we met een stuk marktwerking waar we vanaf willen, omdat we partners willen hebben die we blind kunnen vertrouwen. En in die transitie zitten we nu ook met de andere aanbesteding. En dan kom ik bij de vraag van Zuid-Limburg, Parkstad, Jens en BKS. Jens doet ook mee in Zuid-Limburg. Ze kopen samen met Zuid-Limburg de hele GIKJ operatie in. Ze doen het wonen met ons. Ook de crisis, alleen de ambulante jeugdhulp heeft Jens van begin af aan zelf gedaan.

Andere gemeentes hebben dat voorbeeld van Jens gezegd, en gezegd: we willen ook veel meer invloed hebben op dat ambulante stuk, maar we willen niet uitstappen in Zuid-Limburg. En dat is het traject BKS waar we nu mee bezig zijn. We willen onder de vlag van Zuid-Limburg met een gezamenlijke beeldvorming en gezamenlijke doelen voor alle drie de subregio's, toch in iedere subregio voor een gedeelte onze eigen koers kunnen varen. En dat is dat stukje BKX wat ik noemde, waarin we met Brunssum, Kerkrade en Simpelveld proberen om binnen de paraplu van Zuid-Limburg, want daar verandert niks aan de inkoop die we samen doen, wel veel meer onze eigen koers kunnen varen en als drie gemeentes kunnen samenwerken om de wijkontwikkeling en de toegangen meer op elkaar af te stemmen enzovoort. Om dat vorm te geven, zodat we als gemeentes het gevoel hebben en hopelijk ook meer sturing krijgen op wat erin de praktijk gebeurt. En volgens mij heb ik dan alle vragen die nog open waren gehad of zijn we er nog eentje vergeten? We kijken even rond. Zijn er vragen niet beantwoord? Willen we nog een tweede rondje maken? Meneer Van Beek heeft nog een vraag. Ik heb nog een aanvullende vraag op 'we hadden in sommige gevallen misschien zwaarder moeten inzetten'.

Kan dat een conclusie zijn omdat er deels niet zwaarder is ingezet vanwege financiële grenzen? Als we iets meer ruimte hadden, zou het wat kunnen verminderen dat het zich voordoet dat iemand een te weinig zware behandeling heeft gehad. Voor de gemeente Kerkrade en zeker ook voor de collega-gemeentes Brunssum en Simpelveld kan ik daarop zeggen dat altijd op basis van het beeld van wat de inhoud is, bepaalde wordt jeugdhulp wordt ingezet en hoe zwaar die is.

Nooit op basis van kosten. Dat neemt niet weg dat toegangsmedewerkers zich er wel van bewust zijn dat als een kind bij Mondriaan in de mixgroep zit en die zit daar een jaar, die wel 150.000 euro of waarschijnlijk nog meer kost. Met andere woorden, dat is wel een pittige investering die je als gemeente doet in dat gezin, om het maar even zo te formuleren. Maar het besluit wordt nooit genomen op basis van kosten, altijd op basis van inhoud en van wat je denkt dat op dit moment voor deze jeugdige voldoende zwaar is om die en meestal gaat het daarover - behandeling succesvol te maken. In aanvulling daarop is het zo belangrijk dat we de toegang goed uitrusten met kennis, want er komen zoveel vragen van verschillende aard bij de toegang: de één gaat over trauma, de ander over huiselijk geweld en nog een andere over sociale vaardigheden. Er is een heel breed scala aan zaken die binnen gezinnen spelen. Je moet al die kennis kunnen borgen binnen de toegang en de één heeft daar meer affiniteit mee en een ander heeft daar meer affiniteit mee. Ik denk dat we in het kader van de nieuwe aanbesteding, meer gebruik moeten maken - als zorgaanbieders - van elkaars kennis. Zo zijn er zorgaanbieders die je via consulten en vanuit kennis kan laten meedenken: we hebben hier een jongere die een uitspraak doet en we denken dat er mogelijk een suïcide plaats kan vinden. Denk even mee.

Moeten we ingrijpen? Wat is passend? Er zijn veel mensen die kennis hebben op dat vlak en mee kunnen denken daarin. In die samenwerking is er zeker nog veel te halen. Het is belangrijk dat we toegang uitrusten met de juiste kennis. Dank u wel voor de heldere uitleg. Als er geen vragen meer zijn, mag ik iedereen hartelijk danken voor het beantwoorden van de vragen. Ik hoop ook van harte dat het enigszins verhelderend is geweest wat er vandaag is gebeurd in de breedste zin van het woord. Zo te zien aan de gezichten is dat het geval. Ik wens jullie allemaal wel thuis. We zullen ons hier en daar wel weer zien. Dank u wel.

B E H A N D E L B R I E F

Registratienummer: 23it00778 Het Presidium van de gemeente Kerkrade, handelend met mandaat van de gemeenteraad – ex artikel 3a lid 1 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadcommissies ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad der gemeente Kerkrade – stelt de hieronder gekozen commissie(s) voor om in de openbaarheid te doen behandelen, het onderwerp: Onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning (in Kerkrade) Algemene informatie Dit onderwerp is toegekend aan de commissie:

Te behandelen d.d.:

Burgers en Samenleving

6 juni 2023

Aanleiding / toelichting Informatiebijeenkomst

Kader / afbakening De commissieleden op hoofdlijnen informeren over de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarbij wordt ingezoomd op wat er op lokaal, regionaal en landelijk niveau speelt. Dit als input om daar vervolgens met elkaar van gedachten over te wisselen.

Wijze van behandelen Doel:

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

1

B E H A N D E L B R I E F

Opiniërend

Aard van het onderwerp: Eigen/ nieuw beleid

Vorm: Schriftelijke stukken:

Nog te ontvangen

Mondelinge toelichting: Ja Presentatie: Ja

Tijdsduur Tijdsduur

Anders, namelijk:

Tijdsduur

minuten 30 minuten minuten minuten

Bestuurlijke verantwoordelijke(n) Wethouder Paas

Ambtenaren en externen Aanwezig zullen zijn: Externen:

Ambtenaren: Diverse ambtenaren die betrokken zijn bij de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Bijlage(n)

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

2

B E H A N D E L B R I E F

Presentatie

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

3

Wmo 2015

Datum 6 juni 2023

Wmo 2015 toekomstbestendig

Wmo 2015 van zorgen voor, naar zorgen dat

Doel van de Wmo 2015 • Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. • De ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.

Uitgangspunten algemeen Wmo 2015

• Eigen kracht (zelfredzaamheid) • Sociaal netwerk (samenredzaamheid) • Collectieve of algemene voorzieningen • Maatwerkvoorziening

• Elke persoon is anders, elke hulpvraag is anders dus ook elke oplossing is anders = maatwerk • Maak gebruik van de voorzieningen in de wijk – in de buurt

Kerkraadse uitgangspunten

• Samen (met de klant en met de partners) • Doen Leren (niet schrijven maar doen) • Beperkt geld, besteed het geld waar het nodig is

• Wat werkt, niet overboord

Stand van zaken • Demografie • Abonnementstarief – aanzuigende werking • Aflopende contracten HbH- Begeleiding • Personeelstekort aanbieders / wachttijden

• Verwachtingen ten opzichte van de gemeenteafhankelijke houding

Cijfers 2019

2021

2022

April 2023

Unieke cliënten: 4.534

Unieke cliënten: 4.728

Unieke cliënten: 4.781

Unieke cliënten: 4.777

Voorzieningen: 8.424

Voorzieningen: 8.727

Voorzieningen: 8.576

Voorzieningen: 8.702

Voorzieningen/ unieke cliënten: 1,86

Voorzieningen/ unieke cliënten: 1,85

Voorzieningen/ unieke cliënten: 1,79

Voorzieningen/ unieke cliënten: 1,82

KANSEN op hoofdpunten

-

Integrale visie op sociaal domein

-

BMC- traject ‘begeleiding’: toekomstscenario’s

-

Hulp bij het huishouden: nieuwe manier van werken gemeente- aanbieders – reablement (‘leer jezelf te helpen’): • Fysieke activatie • Sociale activatie

-

Wijkgericht werken- preventief kader- verbeteren gezondheidssituatie – (sterke) toegang (zelfredzaamheidsamenredzaamheid)

-

Uitbreiding burgerparticipatie

-

Herinvoering (inkomensafhankelijke) Eigen Bijdrage Wmovoorzieningen (tijdstip nog onbekend)

Opties kostenbeheersing..

- Intensiveren voorliggende voorzieningen, denk aan: Automaatje + BoodschappenBus; Collectief Vraagafhankelijk Vervoer: verhogen klantbijdrage; Versterken Welzijnswerk/voorliggend veld; - Deelhulpmiddelen (scootmobiel,rolstoel incidenteel gebruik, tilliften in complexen); - Nazorg voorzieningen- use/non-use; - Pilot Rolduckerveld (‘Buurtschakels) uitbreiden; - Dempen kosten woningaanpassingen (bewustwording, eigen kracht, toekomstbestendig wonen..);

Wat betekent dit voor de burger……

• Burger blijft zelf de regie voeren over zijn leven • Burger wordt gestimuleerd om meer in beweging te blijven. • Door wijkgericht werken meer contacten met wijkgenoten (verminderen eenzaamheid , vergroten zelfredzaamheid en sociaal netwerk). • Burger voelt zich betekenisvol.

Bevindingen: • Contact met de gemeente • met name contact door zelf te bellen (38%) of iemand anders gevraagd om contact te zoeken (34%). • 84% wist waar men moest zijn met de hulpvraag; 82% kon makkelijk vinden hoe met de gemeente in contact te komen. • Meedenker/Cliëntondersteuner

Clientervaringsonderzoek

• 30% van de cliënten wist van de MEEDENKERS (onafhankelijke cliëntondersteuning); 70% wist dat niet, hiervan had 19% daaraan wel behoefte gehad (weg niet bekend of hulp hierbij nodig). • 30% van de cliënten die wisten dat zij gebruik konden maken van een onafhankelijke Meedenker/Cliëntondersteuner heeft daar ook daadwerkelijk gebruik van gemaakt. Veruit de meeste cliënten (88%) die gebruik hebben gemaakt van een onafhankelijke Meedenker/Cliëntondersteuner zouden hier de volgende keer weer gebruik van maken.

Vervolg bevindingen: • Het keukentafelgesprek • Bij ongeveer één op de zes cliënten (17%) heeft de consulent binnen één week contact opgenomen. Bij 63% was dit binnen twee weken of een maand en bij 18% heeft het langer dan een maand geduurd voordat de consulent contact heeft opgenomen.

Clientervaringsonderzoek

• Over het algemeen zijn cliënten tevreden over het keukentafelgesprek. Zo vindt 84% dat de medewerker goed heeft geluisterd en 81% benoemt dat de medewerker haar serieus nam. Het gesprek met de medewerker krijgt gemiddeld een 7,6. • Hulp/ondersteuning • De meest genoemde vormen van hulp zijn hulp bij huishouden (51%), begeleiding (29%) en hulpmiddelen (24%). • Cliënten krijgen met name hulp van Meander Groep (46%), Omnibuzz(19%) en Medipoint(17%). Deze zorgaanbieders worden gemiddeld beoordeeld met respectievelijk een 7,5, een 7,4 en een 7,4.

Vervolg bevindingen: • Kwaliteit

Clientervaringsonderzoek

• Meer dan driekwart van de cliënten is tevreden over de kwaliteit van de ondersteuning die zij krijgen. Zo krijgt 87% de ondersteuning zoals is afgesproken en benoemt 85% dat de ondersteuning op tijd komt. 84% vindt de kwaliteit van de ondersteuning goed. • Effect • Door de ondersteuning die zij krijgt, kan 80% van de cliënten zich beter redden, kan 77% beter de dingen doen die zij wil en heeft 72% een betere kwaliteit van leven.

Bedankt voor uw aandacht!

B E H A N D E L B R I E F

Registratienummer: 23it00778 Het Presidium van de gemeente Kerkrade, handelend met mandaat van de gemeenteraad – ex artikel 3a lid 1 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadcommissies ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad der gemeente Kerkrade – stelt de hieronder gekozen commissie(s) voor om in de openbaarheid te doen behandelen, het onderwerp: Onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning (in Kerkrade) Algemene informatie Dit onderwerp is toegekend aan de commissie:

Te behandelen d.d.:

Burgers en Samenleving

6 juni 2023

Aanleiding / toelichting Informatiebijeenkomst

Kader / afbakening De commissieleden op hoofdlijnen informeren over de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarbij wordt ingezoomd op wat er op lokaal, regionaal en landelijk niveau speelt. Dit als input om daar vervolgens met elkaar van gedachten over te wisselen.

Wijze van behandelen Doel: Opiniërend

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

1

B E H A N D E L B R I E F

Aard van het onderwerp: Eigen/ nieuw beleid

Vorm: Schriftelijke stukken:

Nog te ontvangen

Mondelinge toelichting: Ja Presentatie: Ja

Tijdsduur Tijdsduur

Anders, namelijk:

Tijdsduur

minuten 30 minuten minuten minuten

Bestuurlijke verantwoordelijke(n) Wethouder Paas

Ambtenaren en externen Aanwezig zullen zijn: Externen:

Ambtenaren: Diverse ambtenaren die betrokken zijn bij de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Bijlage(n) Presentatie

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

2

Jeugdhulp in Kerkrade

Jeugdhulp in Kerkrade Commissie B&S 6 juni 2023

Het doel van de jeugdhulp • Normaal, gezond en veilig opgroeien • Kansrijk en zelfredzaam • Eigen kracht en netwerk • Ondersteuning en hulp

Stand van zaken • Aantal en aard hulpvragen • Reikwijdte jeugdhulp • Arbeidsmarkt • Budget Transformatie nodig* * Landelijke Hervormingsagenda

Aantal hulpvragen Jongeren met jeugdhulp (% van jongeren tot 18 jaar)

Aantal hulpvragen Aantallen Kerkrade Zorg in Natura

Wat doen we al? Lokaal Taskforce Jeugdhulp (vooruitlopend en anticiperend op Hervormingsagenda) • • • • • • • •

Preventie (10 jan infobijeenkomst en 27 juni vergadering commissie B&S) Goede toegang tot jeugdhulp via de gemeente Eigen kracht versterken Integrale hulp Samenwerking met (voor)scholen Volwassen en zelfstandig worden Werken op basis van informatie Werken in de wijk

Goede toegang tot jeugdhulp Plan van aanpak optimaliseren uitvoering •

Werkprocessen doorlichten en aanpassen

•

Toegang doorontwikkelen

•

Duidelijke rolafbakening tussen de diverse functies

•

Het voeren van regie wordt geïmplementeerd

•

Er is een aanbod van opleidingen, cursussen, werkinstructies, etc.

Wat doen we al? Regionaal

(vooruitlopend en anticiperend op Hervormingsagenda)

•

Inhoudelijke samenwerking • • • •

•

Regiovisie Beleidskader Transformatieplan Programma jeugdhulp ZL

Regionale inkoop jeugdhulp • •

Nieuwe inkoopstrategie Nieuwe overeenkomsten

Landelijke ontwikkelingen •

Hervormingsagenda • • • • •

•

Passende zorg voor de meest kwetsbare kinderen Versterken veerkracht in het normale dagelijkse leven Minder marktwerking Verbetering kwaliteit en effectiviteit Jeugdzorg als effectieve samenwerkingspartner

Aanpassing wet- en regelgeving

Wat gaan we doen? Lokaal • Integrale visie op sociaal domein • Evaluatie en standaardiseren verbeterplannen en proeftuinen Taskforce jeugdhulp

Wat gaan we doen? Subregionaal Ontwikkeltraject ambulante jeugdhulp BKS (conform Hervormingsagenda)

• • • • •

Normaliseren Integraliteit Regie Financieel houdbaar Inzicht in elkaars aantallen en cijfers

Wat gaan we doen? Regionaal (ZL) • Ontwikkelagenda gesloten en intensief klinische Jeugdhulp Zuid-Limburg • Ontwikkelagenda jeugd wonen (pleegzorg, gezinshuizen, leefhuizen • Beleidskader jeugdhulp 20232028 • Regiovisie 2023-2028 over de samenwerkingsafspraken van de jeugdregio Zuid-Limburg

Cliëntervaringsonderzoek Bevindingen:

• Bureaudienst: 77% kreeg duidelijke uitleg • 1e gesprek jeugdconsulent: 91% vriendelijk, 85% tevreden • Start hulp na beschikking: • 21% 0-2 weken • 21% 2-4 weken • 21% 4-8 weken • 37% langer

• Kwaliteit hulp: 85% goed • Effect hulp: met 75% gaat het beter

Bedankt voor uw aandacht!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=5b4588a9-cf02-4a38-85ca-07d379f01124