CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Openbare informatiebijeenkomst 6 juni 2023, gemeente Kerkrade16.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Openbare informatiebijeenkomst van 6 juni 2023 Agenda bijlagen transcript informatiebijeenkomst 6 juni.pdf 1 Opening 2 Wmo 2015 23it00778 behandelbrief infobijeenkomst Wmo 2015.docx Presentatie Wmo tbv BW en commisie 6 juni 2023.pdf 3 Jeugdhulp in Kerkrade 23it00778 behandelbrief infobijeenkomst Wmo 2015.docx Presentatie jeugdhulp tbv commissie 6 juni 2023.pptx 4 Sluiting

1 Opening Het is zeven uur, dames en heren. We gaan langzaam. Het is een schitterende en zonnige dag, en dan komt u naar het raadhuis om naar enkele presentaties te komen kijken. Hulde daarvoor. Goed mensen, we zijn vandaag bij mekaar om het één en ander uitgelegd te krijgen van het ambtelijk apparaat met betrekking tot jeugd en Wmo. Zelf ga ik hier een hele kleine en beperkte rol in spelen. Ik zal enkel ervoor zorgen dat alles een beetje volgens de vergaderorde gaat. Verder laat ik alles over aan onze toppers die daar zitten. Wie mag ik uitnodigen voor de presentatie? Even afspreken aan de voorkant: noteer eventuele vragen voor aan het einde van de presentatie. Dan kunnen we een rondje maken voor het stellen van de eventuele vragen. Goedenavond allemaal. Zoals gezegd door de heer Gramsma is het de bedoeling dat we u vanavond meenemen in de ontwikkelingen binnen de Wmo en de Jeugdwet. We kijken naar de actualiteit: hoe staat het er nu voor? Welke mogelijkheden en kansen zien we naar de toekomst toe om met z'n allen wellicht nog andere bewegingen in gang te zetten? De Wmo 2015 is - niet nieuw voor u - er gekomen in relatie tot de decentralisaties van 2014 naar 2015. In 2015 werd het reikveld van de Wmo veel groter. We hebben dat hier proberen aan te geven: waar staat die Wmo 2015 voor? Dat gaat over participeren, zelfredzaamheid en elkaar ondersteunen.

De Wmo kent veel uitdagingen en willen die heel graag toekomstbestendig maken, met de daarbij verbonden uitdagingen in achtnemende. Wat betekent Wmo 2015? Wat is die beweging? Wat willen we? Waar staan we? Het gaat erom dat we gaan van 'zorgen voor' naar 'zorgen dat'. In de zorgstaat die in de jaren '60 is ontstaan, ging het vooral over: wij zogen voor je, je oude dag is verzekerd. Vraag het en we kijken hoe we dat samen kunnen oplossen. Als we de uitdagingen van deze tijd in achtnemen, is die beweging redelijk achterhaald. Het moet anders: van zorgen voor naar zorgen dat, en mensen hierin faciliteren. Wat zijn in deze rondjes de sleutelwoorden? Het gaat om: eigen kracht, wat kan je zelf, wat kan het netwerk voor je betekenen? Als het netwerk je daarin niet behulpzaam kan zijn, gaat het over samenredzaamheid. Wat zijn dan de collectieve voorzieningen die we vaak in buurten en wijken hebben? Is dat ook niet passend voor de problematiek die bij iemand speelt? Welke individuele- en welke maatvoorzieningen kunnen daarin passend zijn? Het doel van de Wmo is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven. De ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk

in de eigen leefomgeving - die ze zelf kiezen - kunnen blijven. De gemeenten zijn verantwoordelijk om daarvoor de passende ondersteuning te bieden op het vlak van zelfredzaamheid. Het gaat om mensen met een beperking - en die beperking kan lichamelijk, fysiek, chronisch, psychisch of psychosociaal zijn - te ondersteunen en de weg te wijzen om samen die problematiek het hoofd te bieden. Hier ziet u de termen/uitgangspunten die in de Wmo geformuleerd zijn. Ik heb het net al even aangegeven, maar het gaat om zelfredzaamheid, eigen kracht - uiteraard grote woorden - en het sociale netwerk. Wat kan het netwerk voor je betekenen? Het gaat om samenredzaamheid. Wat kunnen we in de buurten/wijken organiseren? Wat zijn de collectieve en algemene voorzieningen om je daarin te ondersteunen? En als het echt niet lukt, is de maatwerkvoorziening. Dat is een herhaling van wat ik al eerder aangaf. Hier hebben we proberen aan te geven hoe we de voorgaande gewerkt hebben en welke uitgangspunten we daarin hanteerden. Belangrijk hierin is dat we de persoon als individu zien. Elke persoon is anders. Elke hulpvraag is anders en daarmee dus ook elke oplossing. Dit is typisch voor de Wmo. Daarom is het belangrijk dat je gebruik maakt van de laagdrempelige voorzieningen en verenigingen die erin de buurten en wijken zijn.

We kijken samen met de klant, de inwoners, onze partners in het welzijnswerk en de zorgaanbieders hoe je dingen kan verbeteren. En niet alleen maar schrijven, maar vooral doen. Mensen ondersteunen en helpen waar het kan. Met het beperkte geld dat er is, het maximale doen wat nodig is, en vooral daar waar het nodig is. En dat wat werkt niet overboord gooien. De dingen die niet werken, weg ermee. Dan de stand van zaken: het zal u niet ontgaan zijn dat er grote uitdagingen zijn in het sociaal domein. Veel landelijke geluiden daar ook over. En dat geldt ook voor kerkrade. De demografische kenmerken van onze stad - een stad waarin 26% van de inwoners 65 jaar of ouder is - zorgen onmiddellijk voor een aantal uitdagingen. In 2019 is er door het Rijk het abonnementstarief ingevoerd en dat betekent dat iedereen één vast tarief betaald, ongeacht de omvang en aard van de ondersteuning. Dat is op dit moment 19 euro per maand. Dat heeft onlosmakelijk gezorgd voor een aanzuigende werking: heel wat mensen die het voorheen allemaal zelf oplosten, klopten nu toch aan bij de gemeente voor hulp aan huis. De contracten die we dit moment hebben voor huishulp en begeleiding lopen af op 1/1/2024. De uitdaging is: hoe gaan we daar in 2024 mee door? We zien ook een toenemend personeelstekort bij de aanbieders, met name op het vlak van huishoudhulp. En dat leidt tot wachttijden.

Door de grote hoeveelheid aan meldingen is het op de gemeente best druk om dat allemaal binnen een zo kort mogelijke termijn en goed weg te werken.

Helaas worden mensen ermee geconfronteerd dat ze bij de huishoudaanbieders vaak even moeten wachten voordat ze aan de beurt zijn. En dit ondanks dat er vanuit de Participatiewet een goede samenwerking is met de aanbieders van hulp aan huis. Met de mensen die kansrijk zijn en op dit moment een uitkering krijgen vanuit de Participatiewet, gaan we in gesprek zodat ze in het personeelsbestand van de aanbieders opgenomen kunnen worden. Wat we hier in Kerkrade zien - en ook in een aantal omliggende gemeenten - zien is dat mensen een bepaalde houding aannemen, namelijk: ik heb een probleem, bel de gemeente en die lost het voor mij op. Dat is een afhankelijke houding en het is best uitdagend om het goede gesprek met die mensen aan te gaan dat ze vaak zelf ook nog dingen kunnen oplossen mits een beetje hulp. Maar dat vereist toch wel wat. In deze sheet proberen we u duidelijk te maken wat hoe de dingen zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Dit zijn de cijfers die ook de voorgaande jaren aan u werden gepresenteerd in het dashboard van het sociale domein. Je ziet dat het aantal unieke Wmo cliënten gestegen is, het zijn er ruim 240. Ik had het daarnet over het abonnementstarief, maar dat is allemaal op basis van een goede toegang tot de Wmo waarin aan de voorkant direct met de mensen het gesprek wordt aangegaan om te kijken wat de situatie is.

Is dit een vraag voor de Wmo? Heb je al gekeken in je eigen netwerk hoe je dingen kan oplossen. We doen dit niet om mensen af te schepen, maar wel om vroegtijdig met hen het gesprek aan te gaan. Dat heeft ertoe bijgedragen dat ondanks dat het aantal cliënten fors gestegen is ten gevolge van dementie, deze omvang dezelfde is gebleven. Het is gemiddelde 1,8 voorziening per Wmo cliënt. Je ziet vaak de combinatie van huishoudelijke hulp met het vervoer via Omnibuzz of een hulpmiddel waarmee mensen in de thuissituatie verkeren. We hebben ook gekeken naar welke kansen er liggen om de uitdagingen de komende tijd het hoofd te bieden. We zijn bezig met een integrale visie op het sociale domein. Integraal zaken oppakken want daarin zit de kracht om elkaar te versterken. We hebben het afgelopen jaar een BMC traject doorlopen als het gaat om begeleiding. Het beleid dat in de voorgaande jaren gevoerd werd is ook geëvalueerd, en daarin zijn een aantal zaken naar voren gekomen die wellicht anders zouden kunnen, maar ook zaken die heel goed zijn gegaan. We hebben met elkaar een aantal toekomstscenario's besproken: de manier waarop we zouden kunnen werken, de manier van financiering en de manier van toegang. Wil je gebiedsgerichte cliënten? Er zijn allerlei varianten op dat vlak. Daarover hebben we het met elkaar gaat en daar moet nog besluitvorming over plaatsvinden.

Als het gaat over hulp bij huishouden, heeft u wellicht de term reablement wel eens horen langskomen. Dat is een manier van werken die al in de Scandinavische landen wordt toegepast en daar in de wet is verankerd: het is belangrijk dat mensen leren waar het kan om zichzelf te kunnen helpen. Er zijn mogelijkheden en ondersteuningsopties zodat je dingen ook op een andere manier kan doen. De komende tijd gaan we samen met Meander mensen op fysieke vlak proberen te activeren wat betreft het gebruik van hulpmiddelen. Ook sociale activatie ter voorkoming van eenzaamheide, waarbij we bepaalde tools zullen aanreiken. We zien kansen om dit samen op te pakken en verder uit te werken. Een belangrijk punt is het wijkgericht werken. En het preventieve kader wat daarvan uit zou kunnen gaan. Een goede toegang vanuit de buurten en wijken zodat er kan ingezet worden op zelf- en samenredzaamheid. We zien daar voordelen om de kracht die in mensen zit weer naar boven te halen en om ze weer een goed gevoel te geven. De uitbreiding van de burgerparticipatie sluit aan de dingen die wij al hadden. Als laatste belangrijk onderwerp is de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Die zit eraan te komen. Hier staat dat het tijdstip onbekend is, maar onlangs raakte bekend dat het Rijk voorziet om de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo voorzieningen in te voeren vanaf 2026.

In het begin was de gedachte om dit alleen maar bij hulp in huishouden te doen, maar nu wil men dit alle Wmo voorzieningen invoeren vanuit 2026. En daar zal dan ook weer een bepaalde werking vanuit gaan naar de toekomst toe. Dan zijn er nog opties op het vlak van kostenbeheersing, zoals het intensiveren van de voorliggende voorzieningen. We hebben met elkaar gebrainstormd over de dingen waar we toch wat meer gebruik van zouden kunnen maken, zoals: het automaatje en de boodschappenbus in relatie tot het collectief vraagafhankelijk vervoer. Een optie zou het verhogen van de klantbijdrage kunnen zijn. Maar dat zijn allemaal zaken waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. Versterken van het welzijnswerk voorliggend op de individuele maatwerkvoorzieningen. Er wordt gedacht aan deelhulpmiddelen, zoals: scootmobielen, rolstoelen en tilliften in complexen. Bijvoorbeeld: veel mensen met een beperking wonen in een complex en dan zou een tilhulp op één bepaalde gang gedeeld kunnen worden. Dit betekent een kostenbesparing maar ook meer plaats voor de mensen in huis. Verder willen we inzetten op nazorgvoorzieningen om zo use en non use in beeld te brengen. Dat gaat over scootmobielen die met een laagje stof in het schuurtje staan. Dat is niet de grote groep, maar komt wel voor.

De pilot Rolduckerveld als het gaat over gelukkig ouder worden en integrale samenwerking op het vlak van overbelasting mantelzorg, eenzaamheid en mensen met korte problematiek.

Op dit moment wordt met de buurschakels goede resultaten bereikt. Daarin zien we mogelijkheden. Er wordt ook nog gekeken naar het dempen van de kosten op woonaanpassingen, en dit gaat over een bewustwording op het vlak van de oudere dag. Als je 50 bent, en je gaat je badkamer vernieuwen, plaats dan een inloopdouche in plaats van een badkuip, want met een badkuip kan je misschien binnen vijf of zes jaar niet meer zelfstandig een bad nemen. Dat zijn allemaal zaken waarover gedacht wordt. Wat levert dit onze burger op? Dat is heel erg belangrijk. De burger blijft zelf de regie voeren over zijn eigen leven. Dat is toch wel wat iedereen graag wil, namelijk zelf beslissen over zijn eigen leven en zelf keuzes maken. De burger wordt gestimuleerd om meer in beweging te blijven. Dat past bij ons bredere beleid waar het gaat over zo gezond en vitaal mogelijk in het leven te staan. Door meer wijkgericht te werken, kan je het contact onderling versterken en de sociale cohesie bevorderen. Dat kan allemaal bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid, het vergroten van de zelfredzaamheid en het netwerk waardoor mensen zich mogelijk beter gaan voelen. Het draagt vooral bij aan een betekenisvolle zingeving, want dat is voor iedereen heel erg belangrijk. Dan wil ik u nog meenemen in een klein ervaringsonderzoek wat in Kerkrade werd uitgevoerd.

Hier staat het vrij uitgebreid uitgewerkt, maar de conclusie is dat mensen over het algemeen tevreden zijn over het (telefonisch) contact met de gemeente, namelijk 84 procent. Mensen weten vrij goed waar ze terecht kunnen met hun hulpvragen. Een belangrijk hulpmiddel in het vinden van goede hulp zijn onze meedenkers. We hebben een netwerk van meedenkers in Kerkrade met daarin negen partijen die mensen helpen hun weg te vinden in het sociaal domein, maar ook op het vlak van onderwijs en wonen. Er zijn mensen die deze meedenkers/cliëntondersteuners ook nog niet kennen, maar zij die hen wel kunnen zijn tevreden over en geven ook aan een volgende keer er weer gebruik van te maken. In dit cliëntervaringsonderzoek werd ook ingezoomd op de keukentafelgesprekken, met daarin drie items: de toegang, de ondersteuning/hulp, en de kwaliteit. Mensen geven over het algemeen aan dat ze tevreden zijn over het gesprek en binnen een redelijke tijd wordt afgenomen. Ze ervaren het gesprek als prettig. De ondersteuning die daaruit voortkomt is overwegend hulp bij huishouden, begeleiding en hulpmiddelen is een wat kleinere groep. De meeste mensen krijgen hulp van Meander, Omnibuzz of Medipoint. De mensen zijn in het algemeen daar tevreden over. Dat geldt ook voor de kwaliteit en het effect van de ondersteuning.

Tachtig procent geeft aan zich beter te kunnen redden door de ondersteuning die ze krijgen. Het gaat erom dat de ondersteuning die de mensen krijgen aansluit op hun behoeften waardoor ze zich beter kunnen redden en meedoen in de maatschappij. Een heel verhaal maar ik hoop dat het duidelijk voor u was. En we staan open voor vragen. Dank u wel.

Die vragen zullen ongetwijfeld komen. Ik begin op de achterste rij. Is er iemand van BurgerBelangen die een vraag heeft? Dank u wel. Is er in dit verhaal al nagedacht over de eventuele verschuiving die erin de toekomst gaat plaatsvinden vanuit de GGZ waarbij er ambulante begeleiding wordt ingezet? Vanuit het IZA gaan ze strikter kijken om die aan de voorkant tegen te houden. Dus ik weet niet of jullie daarop participeren, of iets verwachten. De heer Otten. Geen vragen. Meneer Paffen. Ik heb een vraag over de keukentafelgesprekken. Worden daarin bepaalde toezeggingen gedaan of pas naderhand? Het blijkt toch dat mensen niet tevreden zijn over bepaalde voorzieningen? Wordt dat teruggekoppeld? Je hoort bijvoorbeeld wel eens dat mensen minder thuishulp krijgen. Wordt dat teruggekoppeld waarom dat zo is? Die vraag is genoteerd. Meneer Haas. Dank u wel, voorzitter. Hoelang zijn de wachttijden voor thuishulp? Een week, twee weken, drie weken? Wat is de termijn tussen de tijd dat een bewoner naar jullie belt en geholpen wordt? Hoelang duurt het voor een traject aanvangt? Een nieuwe manier voor hulp in de huishouding. Ik ben vorige week wat met de fiets gaan rijden en heb ik met wat mensen van Meander gesproken in Heilust en die dame zei: "Deze meneer is zo smerig.

Hij kan veel zelf, maar ik kom binnen en hij legt zijn voeten op tafel, zet televisie aan en de muziek hard." Dat meisje was daar aan het poetsen, deed de wc-deur open, zag dat en is weggegaan. Gaan jullie met de meisjes van Meander of die andere instanties een keer mee de straat op om eens te kijken wat er zich achter die voordeur afspeelt? Ik denk dat dat heel belangrijk is, want ik heb met vier mensen gesproken van Meander en het is echt schrikbarend. Ik denk dat jullie dat zelf ook wel weten. Tot zover. Dank u wel. Mijn vraag sluit aan op de vorige vraag over toelichtingen, en dan met name rond hulpmiddelen. Ik ben in de afgelopen jaren regelmatig benaderd door potentiële Wmo-gebruikers die een voorziening voor hulpmiddelen afgewezen hadden gekregen. Ik heb hen toen geadviseerd om een brief van de dokter mee te nemen en vervolgens kregen ze deze middelen wel. Ik vraag me af: hoe serieus wordt er gekeken op het moment dat er hulpmiddelen verstrekt moeten worden en ook wanneer hulpmiddelen vervangen moeten worden? We hebben het over bijvoorbeeld een douchestoel die afbreekt bij iemand die in een rolstoel zit: het heeft acht weken geduurd voordat die man een nieuwe douchestoel had en ik vind dat dat een continuerend hulpmiddel moet zijn

en geen acht weken wachttijd nodig heeft. Dank u wel. Meneer Krasovec. Dank voor de heldere presentatie. Een paar vraagjes. Op pagina zeven 'stand van zaken' ging het over het personeelstekort en de wachttijden. Wat zijn de wachttijden in Kerkrade ten opzicht van de rest in Parkstad? Zijn die ongeveer hetzelfde of zijn er verschillen? De mensen die iets toegewezen hebben gekregen en moeten wachten, kunnen waarschijnlijk zelf niet of minder poetsen. Hoe wordt dat opgelost in de tussentijd? Doordat mensen langer thuis moeten blijven wonen en ook niet altijd een woning kunnen vinden, hoor je wel eens dat ouders terug - net zoals vroeger bij hun kinderen gaan wonen en dat dat de nieuwe trend wordt door bijvoorbeeld een huisje achter in de tuin. Mag dat? Kan de Wmo daar iets in doen? Tot zover. Dank u wel. Meneer Van Beek. Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag over de keukentafelgesprekken. Het gesprek met de medewerker krijgt gemiddeld een 7,6. We kennen allemaal de spreuk 'de man verdronk in de rivier die gemiddeld een halve meter diep was'. Waar komt dit gemiddelde vandaan? Er zijn ook hele slechte waarderingen geweest. Wat lag daaraan ten grondslag? Welke dingen gaan er mis? Ik ken iemand die een heel lang traject heeft moeten afleggen om dingen voor elkaar te krijgen. Is er een overzicht over dingen die mis gaan? Hoe zal dit in de toekomst worden vermeden? Dank u wel.

Mevrouw Laumann. Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag over de huishoudelijke hulp, net zoals meneer Krasovec. Mensen staan op een wachtlijst, maar er gebeurt niets. Die mensen hebben dadelijk een vervuild huis en dat is nog veel erger. Ik kan me ook voorstellen dat dat heel moeilijk is. Ik refereer nogmaals naar mezelf vorig jaar met mijn gebroken enkel. Ik heb een dossier gekregen, netjes elke week afgetekend, maar dit dossier ligt nog steeds bij mij thuis. Ik vraag me af: hoe wordt er gecontroleerd wie wat doet? Ik heb nog een tekstuele opmerking, want ik hoorde net zeggen dat het de bedoeling is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven. Tegenwoordig is het zo dat ze zolang mogelijk moeten thuis blijven, van kunnen is er geen sprake. Er zijn steeds minder verzorgings- en verpleeghuizen. Je moet bijna op sterven na dood zijn voordat je wordt opgenomen, dus een indicatie zes of hoger. Het is een kwestie van moeten en zo moeten we het ook benoemen. Ik hoor ook dat wel eens dat mensen geen zorg krijgen. Godzijdank wordt zorg krijgen weer inkomensafhankelijk. Daar hebben we altijd voor gepleit.

Maar dan staat er een foto met daarop De Dirigent, maar daarin wonen de categorie mensen die het best zelf kunnen betalen. Neem dan de Heilust als je dit doet. Ik kan me voorstellen dat we keuzes moeten maken en daar moeten we het ook over hebben als raad in de toekomst. Maar we blijven - en ik wil dit benadrukken het schandalig vinden dat deze raad de keuze heeft gemaakt om niks in het sociaal domein bij te leggen en enkel het overheidsgeld hiervoor te gebruiken. Wij vinden dat een neoliberaal beleid en dat kan niet. Andere gemeenten leggen wel bij, en dit terwijl in Kerkrade 56 procent 65-plussers zijn. Dat wil ik toch even gezegd hebben. Dank u wel. Dat laatste was een beetje politiek getint, maar dit is een infoavond. We moeten dat wel een beetje gescheiden houden. Dat is een opmerking [streektaal 00:44:17]. Voorzitter, daar wil ik even over reageren. Ik heb hierover nagedacht, maar het gaat over de kosten en daarop is mijn opmerking gebaseerd. Mevrouw Bindels, ik wil u voorstellen om te delegeren wie de antwoorden geeft. Dat ga ik proberen, en wil zelf al met één vraag beginnen. Mevrouw Wiermans stelde de vraag: hoe gaan wij om met de GGZ, de ambulante? Het is bekend dat de overheid heeft aangegeven om scherper te willen inzoomen op de grote instroom in de Wlz. Dat is een grote uitdaging waar we met z'n allen voor staan.

Vanuit de Wmo zijn wij verantwoordelijk voor die mensen. Het beschermd wonen is een onderdeel van de Wmo. We zijn heel benieuwd welke maatregelen de overheid voor ogen heeft als het gaat over de Wlz. We houden er rekening mee dat men de criteria/regels voor de Wlz gaat aanscherpen waardoor mensen automatisch langer onder de Wmo zullen blijven. Dat is een voldongen feit. Ik kijk even of ik nog zelf op dingen kan antwoorden, want de meeste dingen die ik hoorde zijn voor de mensen aan beide kanten naast mij. Ik denk dat mevrouw Glenz een aantal zaken kan beantwoorden. De tweede vraag: worden er toezeggingen gedaan tijdens de keukentafelgesprekken? Als uit het keukentafelgesprek echt blijft dat iemand een bepaalde voorziening nodig heeft, wordt dit toegezegd. Alleen zal er voor HVH nooit een tijdsindicatie afgegeven worden, omdat dit naderhand goed langs de matrix gelegd moet worden. Dus ja, er worden toezeggingen tijdens de keukentafelgesprekken gedaan. De wachttijden van de HVH aanbieders zijn op dit moment verschillend. Er zijn mensen die vier weken moeten wachten vooraleer de zorg gestart wordt nadat wij een indicatie hebben afgegeven. Er wordt hard gewerkt aan het werven en behouden van mensen. Vaak is het zo dat als ze iemand werven of selecteren, iemand anders er helaas mee wegloopt en dat heeft met de markt te maken.

Tegenwoordig kan men gaan lobbyen en dat kreeg ik vandaag ook teruggekoppeld vanuit Meander: mensen geven tijdens het sollicitatiegesprek al aan dat ze nog twee andere gesprekken hebben en kijken naar wie er het meeste biedt. We hebben het dan over Hago en Vebego waar mensen naartoe gaan.

Dus dat maakt het heel lastig om goede mensen binnen te halen, want dat is wat Meander en andere zorgaanbieders heel graag willen: mensen waarop je kan vertrouwen dat ze die zorg leveren die de burger nodig heeft, en niet iemand die thuis misschien zelf minder netjes is dan de klant zelf. Wat is de wachttijd voor een keukentafelgesprek na een melding? Op dit moment is de wachttijd drie weken. Binnen drie weken krijgt de klant een telefoontje om een afspraak in te plannen voor het keukentafelgesprek. Als we deze week bellen en de klant of de begeleider want ook die heeft een drukke agenda - kan zelf ook, is er volgende week een afspraak. We zitten nu binnen de termijnen die we moeten handhaven. Gelukkig maar, en dat is ten aanzien van vorig jaar verbeterd. Voorzitter, mag ik daarover een vraag stellen. Zeker. We praten dan toch over twee maanden verder. Drie weken. Nee, u zei eerst vier weken en dan nog eens drie weken. Dat zijn bijna twee maanden. Dat zijn twee verschillende dingen. De HVH... Dat bedoel ik. Dat is niet de bedoeling. Binnen de vijf dagen nadat wij de indicatie hebben afgegeven, moet de zorgaanbieder gestart zijn. Daar proberen ze alles aan te doen, maar er is een personeelstekort. Er zijn ook spoedaanmeldingen, zoals dementerende of terminale mensen. Dan bellen wij met de zorgaanbieder en leggen wij de situatie uit.

Die worden er wel tussen geduwd, maar dit is dan wel jammer voor diegenen die minder zorg nodig hebben want die moeten nog langer wachten. Zo pakken we het op dit moment aan. We proberen alle nieuwe meldingen te zien en het keukentafelgesprek in huis te doen. Dat pakken we dit jaar weer op. De coronatijd heeft ons gedwongen om daarop een andere manier mee om te gaan. Door de grote achterstanden vorig jaar, hebben we bewust de keuze gemaakt om het telefonisch af te handelen zodat we meters konden maken. Met nieuwe klanten hebben we nu weer een keukentafelgesprek. We zien schrijnende gevallen, maar kan je dan zeggen: "Zolang u het niet heeft opgeruimd, krijg u van Meander of Buurtzorg geen hulp?" Dat kan je niet. We gaan met die klant in gesprek en verwachten dat dat en dat opgeruimd is en dat de gang bereikbaar is. Vaak moet je nog bijna over de verhuisdozen heen stappen. Dit is ons bekend, en met Meander, Buurtzorg, T-Zorg en Ambulante Thuiszorg is afgesproken dat op het moment niet werkt, ze ons een seintje moeten geven. Dan gaan we samen met de zorgaanbieder op gesprek bij de klant om dat nog eens een keer tussen de oren proberen te krijgen. We hebben ook al zorg moeten stoppen omdat een klant niet mee wilde werken. Die vond het allemaal niet zo erg, de familie of zo had dit gezegd. Dat is te triest voor woorden.

We hebben het ook aan de begeleiders gezegd: "Leg dit uit aan de klant. Ga samen met de huishoudhulp daar naartoe." Zodat de klant weet wat we verwachten. De klanten worden ook steeds vregger en asocialer, en niet alleen naar de huishoudhulpen of begeleiders, maar ook naar de consulenten. [onhoorbaar 00:52:13, geen micro] Precies. We doen er eerst alles aan dat ze geactiveerd worden, en als dat niet lukt moeten we andere maatregelen treffen. Als u ergens komt en vraagt om de boel in orde te maken, maar deze mensen zijn niet fysiek of mentaal niet in staat om dit zelf voor elkaar te krijgen, krijgen ze daar dan hulp bij? Dan wordt er individuele begeleiding ingezet. We proberen ook vaak wel in het voorliggend veld met Impuls mensen te activeren. Als dat niet lukt, krijgen individuele begeleiding over hoe zorg ik ervoor dat mijn huis schoon blijft. Er worden dan ook doelen opgesteld. Toelichting rondom hulpmiddelen, afwijzing na ontvangst brief: als er een hulpmiddel of andere voorziening binnen de Wmo wordt toegekend of afgewezen, wordt dit altijd eerst aan de klant mondeling toegelicht. Daarna krijgen ze een gespreksverslag waarin de reden van de eventuele afwijzing wordt uitgelegd. We doen een afwijzing nooit alleen als consulent.

Dit wordt altijd samen met de collega's van kwaliteit opgepakt, zodat we zeker weten dat we alles goed hebben afgepeld: is het wel of niet noodzakelijk? Onze conclusie is niet. Zien jullie dat ook zo? Als zij nog vragen hebben, wordt er vaak opnieuw met de klant gebeld zodat we altijd een goed onderbouwde afwijzing hebben. De klant weet waarom het afgewezen wordt. Mensen vinden het niet altijd prettig als hen dat verteld wordt. Het douchezitje: ik weet om wie het gaat. Het is heel vervelend dat die persoon zo lang heeft moeten wachten. Dat had niets te maken met de melding, maar wel met de achterstanden. Doen het seintje kwam dat iemand al vier weken zonder een douchezitje zat, hebben we hem meteen naar voren gehaald en opgepakt. Dat heeft toen acht weken geduurd. Dat ging toen ook via de woningstichting en die had niemand... Was dat die niet? Nee, in dit geval ging het om een eigen woning. Dan heb ik de verkeerde, want daar had de woningstichting niemand om dit te kunnen plaatsen. Maar ik weet wel dat we één of twee casussen gehad hebben in die tijd dat we achterstanden hadden.

Maar dan blijft mijn vraag: moet een voorziening die toegekend wordt niet vervangen worden op het moment dat die kapot gaat in plaats van dat die bewoner een hele procedure in moet? Tegen de betreffende bewoner werd er gezegd dat: er iemand van de Wmo naar moet komen kijken, het goedgekeurd moet worden in de Wmo commissie, een aannemer moet worden gepland en pas dan kan het douchestoeltje geplaatst worden.

Mij lijkt het dat er wellicht een controle moet plaatsvinden of de hulpvraag nog altijd dezelfde is. Maar daar moet het dan toch mee klaar zijn en moet het niet meer naar de commissie daarna. Ik vind dat zelf ook een rare en kan even niet rijmen waarom dat antwoord gegeven is. Sowieso gaat er bij een douchestoeltje een consulent kijken. Als het een rolstoel of een scootmobiel betreft, gaat Medipoint kijken. Wij krijgen dan een afkeurrapport en dan wordt er een nieuwe toegekend. Op die commissie kan ik helaas geen antwoord geven. Wat in de tussenliggende periode als men zelf niet kan poetsen? Dan doen we toch een beroep op het sociale netwerk. We lichten de mensen meteen in dat de zorgaanbieders op dit moment achterstanden hebben en dat het langer kan duren voordat de melding wordt opgepakt op het moment dat de indicatie er is. We vragen of er niemand is binnen het sociaal netwerk die hen op dat moment kan helpen. Vaak kunnen voor een korte periode familie, vrienden of kennissen inspringen. In aanvulling daarop: met de aanbieders is afgesproken dat ze in goed overleg met de mensen die ze al in zorg hebben afspraken kunnen maken om één keer in de week of één keer in de veertien langs te gaan. En dit waar iemand zelf thuis nog even met een doekje over de kast kan gaan of door de wc. Daardoor kan iemand anders wellicht inschuiven. Dus er zijn afspraken op dat vlak.

We zien ook dat de wachttijden in heel Parkstad hetzelfde zijn. In Heuvelland is het echt extreem. We weten dat in Maastricht mensen al een jaar op ondersteuning wachten. Daar is het probleem nog veel groter dan in onze regio. Er werd net gevraagd naar wat er allemaal mis gaat. Mensen kunnen altijd zelf opmerkingen plaatsen, en dat zijn dan meestal vrij algemene zaken, zoals: mensen die wat minder tevreden waren, langer hebben moeten wachten dan verwacht, of een hulp die een half uurtje wegging omdat ze naar de dokter moest. De ene vindt dat niet erg en de andere vindt dat verschrikkelijk. Maar we komen geen nare dingen tegen. Er zijn contractuele afspraken en van de klachten wordt er jaarlijks een rapportage gemaakt. Ernstige dingen moeten met de gemeente worden besproken en dat is in de afgelopen jaren gelukkig niet gebeurd. Dus daar zijn we heel blij mee. U vroeg nog over het dossier meenemen van uw eigen hulp. Daar is iets fout gegaan, want dat dossier moest opgehaald worden. U kan ook altijd contact opnemen: "Hier ligt nog iets, kom dit alsjeblieft ophalen." In het kader van de privacy horen die dingen wel opgehaald te worden. Het gaat er mij niet om dat het bij mij nog ligt. Maar als dat bij mij zo is, is dit misschien ook bij meerdere. En de vraag is: hoe wordt dat gecontroleerd? Ook qua vergoedingen voor de huishoudelijke hulp.

Elke week wordt er braaf een handtekening gezet, ook ik heb dat gedaan en de hulp zelf. Maar verder kijkt er geen hond naar en dat is wat ik bedoel.

Er wordt gefactureerd aan de hand van indicaties. Daar zit een bepaalde bandbreedte in. In de contracten worden daarover afspraken gemaakt. De collega's van de financiële dienst controleren aan de hand van de indicaties wat er gedeclareerd wordt. Daar zit een maximum aan. We weten dat er door de aanbieders beslist niet 100 procent gedeclareerd wordt. We gaan er vanuit dat het allemaal ter goede trouwe gebeurt. Voorzitter, ik heb nog een vraag. Een verhelderende vraag. Als je een klacht hebt over de zorgaanbieder, moet je dan de klacht indienen bij de gemeente of de zorgaanbieder? Als het gaat over de dienstverlening van de aanbieders zelf, moet je de klacht bij de aanbieder ingediend worden. De voorkeur is om dat zo laagdrempelig mogelijk te benaderen door contact op te nemen met de leidinggevende van diegene waartegen de klacht wordt ingediend. We gaan ervanuit - en dat is ook de ervaring dat dit zorgvuldig wordt opgepakt met de cliënten die een klacht/vraag neerleggen. Dat is de insteek. In uiterste gevallen als mensen er echt niet uitkomen, kan er met de gemeente contact opgenomen worden. Maar dat is iets wat bijna nooit voorkomt. Meneer Paas, u hoeft niet aan het woord te komen, begrijp ik. Er was geen vraag voor mij. Mevrouw Laumann had nog de opmerking dat ze het schandalig vindt dat we niets bij leggen aan het sociaal domein.

Maar dat is een politiek verhaal, en daar ga ik niet over maar de raad. Dus ik wil daar geen antwoord op geven. Dat is helder. Zijn alle vragen beantwoord? Ik had geen antwoord verwacht. Het was een opmerking van mij. Mevrouw Snijders. Ik hoorde u net wat zeggen over die matrix. Mijn schoonvader had hulp in de huishouding. Schoonmoeder overleed en toen werd de hulp in de huishouding verlaagd. Waar is die matrix op gebaseerd? Dank u wel. Die is op éénpersoons- of een meerpersoonshuishouden. Op het moment dat je alleen komt te staan, worden er minuten afgetrokken omdat men ervanuit gaat dat je minder vervuilt als je alleen bent. Er is een richtlijn voor hulp bij huishouden die samen met de aanbieders tot stand is gekomen. Er werd daarbij gekeken naar wat realistisch is. Die richtlijn is gebaseerd op de richtlijnen uit het verleden van het Centrum Indicatiestelling zorg die dan weer op basis van landelijke wetgeving tot stand zijn gekomen. Zoals mevrouw Glenz zei, aan de hand van die richtlijn wordt er beslist welke ondersteuning je in welke situatie kan krijgen. Dank u wel. Mevrouw Wiersma. Dank u wel. Ik vroeg me af of jullie ook zaken doen met de Big Five of de voorkeursaanbieders. Ik weet dat Maastricht dat heel erg doet.

En dat heeft voor- maar ook nadelen. Hoe doen we dat in Kerkrade. Als het gaat over hulp in het huishouden zijn er in Kerkrade vier partijen gecontracteerd op basis van P x Q (inspanningsgerichte financiering). Zoals Nicole Glenz al aangaf, zijn dit: de Ambulante Thuiszorg, Meandergroep, T-Zorg en de Buurtdiensten. Als het gaat om begeleiding, dagactiviteit en kortdurend verblijf zijn er een 40-tal aanbieders in Kerkrade gecontracteerd op basis van P X Q. We werken dus niet met prefered suppliers zoals in Maastricht. Ik had nog twee openstaande waren. Dat dacht ik al. Dan stel ik voor dat die vervolgvraag nu even eerst gesteld wordt en daarna de twee niet beantwoorde vragen van meneer Krasovec. Met betrekking tot de zorgaanbieders: we horen dat er veel malafide zorgaanbieders zijn. Hoe zorgvuldig selecteren jullie deze zorgaanbieders? En met name dan de 40 die buiten deze kring vallen. We hebben in Kerkrade een bestuurlijke aanbesteding op het vlak van open house. Dat betekent dat erin eerste instantie een papieren toetsing plaatsvindt, als het gaat om het voldoen aan een aantal voorwaarden zoals in het contract opgenomen. Daar hoort ook een kwaliteitshandboek bij. Er zijn een aantal dingen waaraan aanbieders moeten voldoen. Het gaat daarbij om aanbieders met een naam, zeer uitgebreid qua naam en achtergrond.

We hebben een breed pallet aan aanbieders waarbij er rekening gehouden wordt met de verschillende doelgroepen die erin Kerkrade zijn. We werken samen met de GGD als het gaat om calamiteitentoezicht. Dus mocht er toch onverhoopt een nare situatie ontstaan waarbij het leven van iemand in gevaar is gekomen, heeft de GGD daar een belangrijke rol in. Dit doen we ook zo voor de kinderopvang. We hebben binnen de gemeente een toezichthouder die op het vlak van de rechtmatigheid het doen en laten van de aanbieders controleert. Dank u wel. Nu nog de twee vragen van de heer Krasovec. Er was nog een vraag over het wonen, achterom. Er bestaat de optie voor een mantelzorgwoning, maar daar zijn wel bepaalde eisen aan gesteld. Dat gaat over mensen die werkelijk mantelzorg verlenen, dus een ouder aan een kind met beperkingen. Daar gelden ook regels op het vlak van bouwen. Dat gaat dan wel in goed overleg tussen de afdeling Wmo en de collega's die verantwoordelijk zijn voor de bouw. Maar die optie is er. Waren dat de twee vragen? Het waren twee vragen in één. Ik denk dat iedereen een beetje op de hoogte is over hoe het werkt. Moesten er nog vragen zijn, kunnen deze altijd gesteld worden via de wethouder. Dan wil ik dit gedeelte afsluiten en de mensen achter de collegetafel hartelijk danken voor hun komst. Ik schors even vijf minuten zodat de andere ambtenaren

hier plaats kunnen nemen. Wij starten met het tweede gedeelte over de jeugdhulp. Ook daar krijgen wij weer een mooie presentatie van. Dank u wel, voorzitter. Even voor de orde: wij hebben de taken een beetje verdeeld. Ik neem een aantal onderwerpen voor mijn rekening en twee andere collega's een aantal ander. Dat zorgt voor wat meer afwisseling. Het doel van de jeugdhulp: we hebben als gemeente de opdracht om ervoor te zorgen dat er toegankelijke en voldoende kwalitatief goede hulp aanwezig is. Maar het verlenen van hulp is geen doel op zich. We willen dat onze kinderen zo normaal, gezond en veilig mogelijk opgroeien tot volwassen burgers die kansrijk en zelfredzaam zijn. Nu lukt dat gelukkig bij de meeste kinderen heel goed en kunnen zij dat ook alleen aan. Maar als het niet lukt, kijken wij altijd eerst naar hoe kinderen zelfredzaam kunnen worden eventueel met ondersteuning van hun ouders of het netwerk. Als dat allemaal niet lukt, kunnen we eventueel overwegen om jeugdhulp in te zetten. Het grote doel van de jeugdhulp is gericht op voldoende zelfredzame kinderen. Daar zijn we al een aantal jaren mee aan de slag, en dan is de vraag: hoe staan we ervoor? De eerste jaren zagen we dat het aantal hulpvragen behoorlijk toenam. De laatste jaren zijn het aantal vragen wat gestabiliseerd, maar zien we wel dat deze qua complexiteit best problematisch aan het worden zijn.

Dat heeft onder andere ook te maken met de jeugdwet, want dat is een beetje een open eindregeling. We hebben weinig of onvoldoende kaders gekregen van de Rijksoverheid. Daardoor blijven de vragen komen en is het soms moeilijk om daarop een andere manier mee om te gaan. Tegelijkertijd zien we - en kwam zo net ook aan de orde bij de Wmo - dat het lastig is om voldoende jeugdhulpverleners te vinden in de huidige lastige arbeidsmarkt. Aanbieders hebben er moeite mee om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden en te houden. We zien ook binnen ons eigen gemeentelijk team jeugdhulp dat dit een uitdaging is. Tot slot hebben we al jaren te maken met de problematiek rond het budget. Geen enkele gemeente komt uit met het budget dat ervanuit het Rijk komt. Daardoor is het noodzakelijk dat de jeugdhulp moet veranderen. Daar wordt ook al een aantal jaren een discussie op landelijk niveau over gevoerd. Onlangs kwam in de media dat er gesproken wordt over een landelijke hervormingsagenda. Die is er bijna en geeft een antwoord op de vraag van de gemeente aan het Rijk om de financiële tekorten te compenseren. Hiervoor werd een Commissie van Wijzen ingeschakeld en die hebben gezegd dat de gemeenten gelijk hebben en dat het Rijk meer geld beschikbaar moet stellen

aan de gemeenten. Maar daar tegenover staat dat we moeten werken aan een hervormingsagenda, en daar ga ik verder in de presentatie nog wat dieper op in. Het is dus duidelijk dat we nog voor voldoende uitdagingen staan om de jeugdhulp te veranderen en verbeteren. Hier zit u een aantal cijfers. Volgens de laatste cijfers vragen 15,1 procent van de jongeren in Kerkrade om hulp. Dit is vergelijkbaar met de rest in Parkstad, met uitzondering van Vaals en Simpelveld. Landelijk zitten we boven het gemiddeld, maar dit zijn geen uitzonderlijke cijfers als je ze vergelijkt met de andere cijfers in het sociale domein in onze gemeente. Qua het aantal vragen is het een beetje gestabiliseerd in Kerkrade: 1250 hulpvragen en 2800 arrangementen. Eén kind kan dus meerdere vormen van hulp of begeleiding hebben en dat is in Kerkrade ook het geval, zijnde 2,24 procent. U ziet ook dat de kosten toenemen, maar dat is ook begrijpelijk gezien de problematiek complexer wordt en er zwaardere hulp en begeleiding ingezet moet worden. In de meeste gevallen is dat niet altijd nodig, maar we hebben ook te maken met de prijsstijgingen van het personeel. Cao's die met 10 procent worden bijgesteld zijn op dit moment geen uitzondering meer. Wij betalen een tarief aan de jeugdhulpaanbieders en vandaar dat die kosten dus ook stijgen.

Wat doen we op dit moment om in Kerkrade de nodige veranderingen te kunnen behalen? Dat zijn een aantal zaken die ook al op die landelijke hervormingsagenda die bijna definitief is - staan. Voor een aantal commissieleden is de Taskforce Jeugdhulp bekend, en dat is een interne groep in de gemeente Kerkrade die zich hebben gebogen over een aantal vraagstukken en de keuze hebben gemaakt om een aantal verbeterplannen en proeftuinen in Kerkrade uit te voeren. U ziet ze hier opgesomd, en dat gaat bijvoorbeeld over preventie: wat hebbe we aan preventie in Kerkrade? Hoe functioneert dat? Wat kunnen we nog meer doen? De nadrukkelijke wens van de portefeuillehouder is dan ook: eerst preventie en dan pas jeugdhulp. Dat aspect is ook al eerder in een informele bijeenkomst aan de orde geweest. Op 27 juni komt het uitgewerkt plan hier opnieuw aan de orde. Goede toegang tot jeugdhulp: we hebben hier een team jeugdhulp en dat zijn mensen die in bureaudienst zitten, consulenten en gedragswetenschappers. Zij beoordelen de hulpvragen en wat ermee te doen. Sanne zal meteen wat verder ingaan op wat er op het gebied van het verbeteren en doorontwikkelen op dit moment gebeurt. Het volgende punt is het inmiddels landelijk geaccepteerde uitgangspunt, namelijk het versterken van de eigen kracht. Dat is ook de opdracht van onze wethouder.

Als er een hulpvraag binnenkomt, vragen we: je hebt nu deze vraag, maar wat heb je zelf al gedaan? Wat kan je zelf nog doen, eventueel met hulp

van het sociaal netwerk? De hulp is erop gericht om de eigen kracht te versterken. Dat is de opdracht die we hebben meegekregen en waarop we constant blijven inzetten. Integrale hulp kan op allerlei manieren: we kijken niet alleen naar de hulpvraag van een kind wat bijvoorbeeld problematisch gedrag vertoont, maar ook integraal: wat speelt er in en rond dat gezin. Hoe zit het met de inkomenssituatie? Is er sprake van huiselijk geweld? Dat zijn allemaal factoren die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van een kind. Dit wordt ook meegenomen in de afwegingen. We zijn daar nog niet heel optimaal in, maar blijven we wel in ontwikkelen. Samenwerken met scholen: kinderen zit een grote tijd van de dag op school. Ze brengen dan ook de problemen mee die ze thuis ervaren, en zorgt ervoor dat leerkrachten vragen hebben rondom die ontwikkeling: hoe moet ik hiermee omgaan? We proberen tussen de samenwerking binnen en rond het onderwijs te versterken en te verbeteren. Daar zijn we al een tijdje mee aan de slag maar moet nog veel beter. We bespreken samen de problemen, en dan is het de bedoeling dat dit in de school wordt besproken met de ouders, eventueel het kind, de leerkracht, een begeleider en een consulent van jeugdhulp of jeugdgezondheidszorg.

Je moet voorkomen dat je met te veel mensen dit gesprek voert, maar wel met de mensen die nodig zijn om die vraag vanuit de verschillende invalshoeken te bekijken. En dit om te doorgronden wat er precies aan de hand is met een kind of een gezin. Volwassen en zelfstandig worden: jeugdhulp is in principe tot 18 jaar, maar er zijn zeker uitzonderingen. Onlangs heeft de SP-fractie daar artikel 38 vragen over gesteld. We hebben ook kinderen die van de verlengde jeugdhulp gebruik (moeten) maken. We willen dit wel het liefst voorkomen. We willen er wel op tijd bij zijn: als een kind van 16 gebruik maakt van jeugdhulp, moet je al nadenken over 'hoe straks?' Want als het kind volwassen is, wordt het geacht op eigen benen te kunnen staan. Dat is lang niet het geval, maar wat is daar dan voor nodig? Werken op basis van informatie: het verzamelen van informatie is nog wel eens een discussie in het kader van privacy en dergelijke. Maar datgene wat we kunnen en moeten verzamelen, moet goed kunnen aansluiten op de jeugdhulp die we bieden. Tot slot, werken in de wijk. We zijn bezig met een Proeftuin Wijk. We denken dat we daarmee een belangrijke richting in zijn geslagen.

Wat houdt in? We hebben gekozen voor een tussenvorm tussen een algemene toegankelijke voorziening - zoals Impuls bijvoorbeeld een gespecialiseerde vorm van jeugdhulp door een jeugdhulpvoorziening die wellicht elders in deze regio gevestigd is. Dus een soort basishulp met een plusje erbij, waarbij we ons maatschappelijk werk Impuls een centrale rol hebben gegeven. We hebben Impuls de mogelijkheid gegeven om professionals van een jeugdhulpaanbieders erbij te halen.

Zo kunnen we in die basis+ voorziening kinderen met bepaalde problemen in de wijk opvangen en voorkomen we dat ze naar voorzieningen elders worden verwezen. Door in de toegang hier alerter op te zijn, kunnen er eventueel ook al vragen beantwoord worden door die basis+ voorzieningen. We zien nu dat een aantal begeleidingscasussen het gaat niet over behandelingen want die zijn wat zwaarder goed kunnen worden opgepakt door die wijkvoorziening. Aan mij de vraag om jullie mee te nemen op het inhoudsvlak met betrekking tot de toegang tot de jeugdhulp. Er liggen een viertal belangrijke uitdagingen: het optimaliseren van de processen die we met elkaar ingericht hebben, de personele uitdagingen wat net werd benoemd. Hoe kunnen samen bouwen aan een vast team met een hart voor Kerkrade vanuit een bepaalde grondhouding? Dan heb je het meteen over de inhoud: hoe kijken we naar de binnenkomende vragen? En laatste, de samenwerking met zorgaanbieders en andere interne afdelingen: hoe kunnen we samen totdat totaalplaatje komen? Als eerste, het doorlichten en aanpassen van de werkprocessen. Er komt een vraag.

Van wie is die vraag? Is dat een vraag die door de school gesteld wordt en ouders deze niet hebben? Is het een aanmelding van de ouders? Welke vragen betreft het? Hoe geeft het team vervolgens vorm aan het stukje onderzoek? Voor dat onderzoek heeft een centrale raad van beroep een stappenplan in aangebracht. Het is goed om de teamleden daarvan op de hoogte te brengen, zodat er een goed onderbouwd besluit kan worden afgegeven. Komt het kind/gezin in aanmerking voor hulp vanuit de jeugdwet of zijn er nog andere mogelijkheden? Wij werken aan een gezamenlijk team met duidelijke taken. Het werd al genoemd: er zijn een aantal toegangsmedewerkers en die zijn de voordeur van het team jeugd, waarbij er heel bewust wordt gekozen voor specialisme aan de voorkant. Dus al mensen bellen, dat ze niet iemand aan de lijn krijgen die helemaal niet zo goed weet waar het over gaat, maar dat er kennis aan de telefoon zit zodat je al meteen een verdiepingsslag kunt maken. De jeugdconsulenten die vervolgens de meldingen oppakken, de onderzoeken uitvoeren en vervolgens ook betrokken blijven in het proces. Daar kom ik zo meteen nog even op terug. De samenwerking met bijvoorbeeld de privacy officer. We hebben het ook over AVG binnen de jeugdwet en het is belangrijk om dat goed af te stemmen. De gedragswetenschappers hebben een bepaalde rol binnen het team.

De kwaliteitsmedewerkers doen de juridische toetsing, waarbij het uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk tijd voor en met het gezin willen maken, want uiteindelijk gaat het over de gezinnen. Dus we zullen zoveel mogelijk stappen samen met het gezin moeten zetten, vanaf het begin, zodat we elkaar en de vragen goed begrijpen,

en een goede analyse kunnen maken over wat er speelt. Dat we niet alleen maar kijken naar het gedrag op dat moment, maar goed kijken naar de oorzaak. Misschien ligt de hulp dan op een heel ander vlak dan binnen de jeugdwet. Dus samen met het gezin scenario's uitwerken en kijken: wat zou het best passend kunnen zijn bij jullie situatie, bij jullie gezin op dat moment? De toegang doorontwikkelen: specialisme aan de voorkant. Daar kan al een deel van de triage plaatsvinden. Wat is triage? Dat is zicht krijgen op de vraag en situatie, zodat we vrij snel kunnen overgaan tot het inzetten van bepaalde tijd. Dat vraagt dat we de processen heel lean met elkaar inrichten en afstemmen met andere partijen, zoals onderwijs en zorgaanbieders, om te kijken welke arrangementen we kunnen inzetten. Die arrangementen bepalen hoeveel tijd er in een begeleidingstraject gestopt mag worden en wat voor hulp dat dan is. Er gaat soms best veel tijd zitten om dat met elkaar af te stemmen. Hoe zou je dat aan de voorkant middels duidelijkere afspraken op elkaar kunnen afstemmen? Maar ook bijvoorbeeld met Bureau Jeugdzorg, de GI, de gecertificeerde instellingen, huisartsen of jeugdartsen die ook verwijzer zijn: hoe kun je aan de voorkant al goed met elkaar samenwerken? Dit heeft uiteindelijk ook een effect op de financiën.

Als je naar de inhoud kijkt, vraagt dit ook dat we een shift met elkaar maken: kijken we naar een probleem en hebben we daar een oplossing voor? Of kijken we naar het verhaal van het gezin en kunnen we gezamenlijk tot een plan komen? Ik denk dat wij als hulpverleners nog vaak in de valkuil stappen: we horen een problemen en weten daar al snel een oplossing voor of dat nu een zorgaanbieder of hulpvorm is maar hebben we dan de kern wel goed te pakken? We moeten dus samen met het gezin een mooi totaalplaatje maken, hun verhaal horen, maar ook het netwerk errond. En hoe kunnen we dan gezamenlijk tot een plan komen? Dat vraagt dat we anders moeten luisteren en andere vragen moeten stellen. Duidelijke rolafbakening: hoe kunnen we de gedragswetenschappers aan de voorkant al koppelen aan de triage van de toegang, zodat we ook op inhoud een goede toetsing doen met elkaar? De kwaliteitsmedewerker doet de juridische toetsing, maar daar mag ook niet te veel tijd overheen gaan. We moeten dus investeren in de samenwerking met zorgaanbieders zodat meteen het passende arrangement ingezet kan worden. Het voeren van regie wordt geïmplementeerd. Het gezin heeft de regie. Welke regie heeft de gemeente dan? Wij zien dat als een rol voor procesregie: het blijven volgen en monitoren van een hulpverleningstraject.

Hoe kan ik als medewerker van het team jeugd de samenwerking faciliteren die nodig is om dat gezin weer op eigen kracht verder te laten gaan? Wij zien dat dus vooral als een een positie waarin het gezin opnieuw in positie wordt gebracht of gehouden, dat we vooruit plannen en samen met elkaar keuzes

en scenario's kunnen uitwerken. De jeugdconsulent heeft vooral de rol om het proces als een soort helicopterview te monitoren, bij te sturen daar waar nodig en vooral te kijken: lopen de afspraken zoals we die met elkaar gemaakt hebben? Werken we aan de juiste dingen met elkaar? Daarbij gaat het ook over vertrouwen in het gezin en in de zorgaanbieders. En daar moet nog wel aan gewerkt worden. Als laatste: een aanbod van opleidingen, cursussen en werkinstructies. Daar wordt op dit moment met het team hard aan gewerkt. Want dat is net zo'n parallelproces als dat we dat samen met het gezin heel graag willen vormgeven. We moeten niet alles voor team jeugd bedenken, maar heel graag met net zoals we dat met het gezin willen doen door scholing aan te bieden op het vlak van de jeugdwet. Het uitvoeren van dat onderzoek - dat stappenplan is heel theoretisch de kaders van de wet, maar ook over de inhoud en grondhouding: hoe krijgen we door te luisteren en te kijken het totale verhaal goed in beeld? Veiligheid: we kennen ook gezinnen waar veiligheidsvraagstukken naar boven komen. We hebben te maken met bepaalde kaders: slaan mag niet. Maar hoe kan je samen met het gezin stappen zetten zodat het taboe er een beetje afgaat waardoor mensen geen hulp durven vragen als het thuis een keertje niet goed gaat? Daarin hebben we nog veel te doen meet elkaar.

Kortom, we werken aan een vast team met een hart voor de mensen in Kerkrade. Aan een duidelijk kader om samen met de gezinnen tot plannen te komen die voor hen helpend zijn in die situatie. Er is dus vooral sprake van samenwerken en de gezin in positie. Goedenavond, mijn naam is Leo Raets. Voor de mensen die mij niet kennen, ik ben zelf volledig werkzaam in Zuid-Limburg. Ik ben wel in dienst bij de gemeente Kerkrade, en houd vooral bezig met dat wat verder weg van de jeugdhulp in Kerkrade gebeurd maar wel zijn invloed daarop heeft. Ik heb de dankbare of ondankbare taak om in vijf minuten jullie mee te nemen wat we allemaal subregionaal en regionaal in Zuid-Limburg met elkaar doen. Ik ga dat proberen in een paar sheets neer te zetten. Daarachter zit een hele wereld. Er zijn veel mensen die alleen maar werkzaam zijn in Zuid-Limburg om dit vorm te geven. In deze presentatie beperken we ons tot een kort overzicht. Er zijn twee aspecten die in Zuid-Limburg van belang zijn. Als eerste het beleidsaspect: wat willen we in Zuid-Limburg met elkaar bereiken? Waar gaan we voor? Daarvoor worden in Zuid-Limburg een aantal documenten opgesteld. Die worden iedere vier-vijf jaar herzien en bijgesteld. Die staan hier genoemd, en dat is onder andere: een regiovisie, een beleidsplan, een transformatieplan en een programma jeugdhulp Zuid-Limburg.

Dat zijn stukken die om de paar jaar bijgesteld worden en 2023 was het jaar om ze allemaal nog eens goed tegen het licht te houden. Alleen, waar we tegen aanlopen is dat er ook landelijke ontwikkelingen zijn. Dat werd al genoemd.

De hervormingsagenda die waarschijnlijk nog andere eisen aan de samenwerking in Zuid-Limburg gaat stellen dan dat wat wij nu op het netvlies hebben en vandaar dat die bijstelling van die documenten iets vertraagd wordt, zodat we de ontwikkeling rond de hervormingsagenda meteen kunnen meenemen en niet dan weer een herhaalslag moeten doen in 2024. Daarnaast regelen we in Zuid-Limburg de inkoop van de jeugdhulp en dan gaat het met name over de segmenten één, twee, drie en vier. Dan gaat het over GIKJ (Gespecialiseerde Intensieve Klinische Jeugdhulp) en dat zijn alle kinderen die in behandeling zijn bij Mondriaan of bij een zorgaanbieder met hele zware zorg. Die kinderen die wonen daar en zijn allemaal intern. Of de kinderen die bij Via Jeugd een plek krijgen, en dat is de instelling waar jongeren opgenomen worden die of een delict gepleegd hebben of waar de veiligheidssituatie dusdanig slecht is dat ze gesloten geplaatst moeten worden. Dat is een heel klein groepje, maar dat is wel een groep waar veel intensieve zorg voor nodig is. Daar staan we in Zuid-Limburg samen voor aan de lat. Verder hebben we een ontwikkeltraject voor alle kinderen die behoefte hebben aan wonen. Hiervoor hebben we twee contracten afgesloten hebben met zorgaanbieders om het wonen in heel Zuid-Limburg te voorzien.

En dan is er nog de crisis: dat is een groep kinderen die acuut hulp moeten hebben waar een crisis ontstaat. Dat is ook in een contract weggezet met een aanbieder. Dan is er nog de ambulante jeugdhulp en daarin zijn we nu subregionaal met de gemeentes Brunssum, Kerkrade en Simpelveld bezig om daar in samenhang vorm aan te geven. Die contracten worden in Zuid-Limburg gesloten met zorgaanbieders maar een gedeelte daarvan, met name het ambulante deel, wordt lokaal in de drie subregio's Parkstad, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland ingevuld. Die hervormingsagenda wil ik wel even langs laten komen, omdat die wel van invloed gaat zijn op dat wat in Zuid-Limburg en straks ook zijn invloed zal hebben op wat Kerkrade - gebeurt. In de hervormingsagenda zijn een aantal items opgenomen waarvan men landelijk vindt dat daar vanuit de jeugdhulp meer aandacht voor moet zijn. Allereerst gaat het over de passende zorg voor kinderen die heel kwetsbaar zijn. Dat zijn met name de kinderen waar een voogd aangesteld is of die onder toezicht gesteld zijn. Dat zijn de kinderen waar een gecertificeerde instelling de verantwoordelijkheid van de ouders vaak naast de ouders neemt of overneemt. Verder vindt men dat er een versterking moet plaatsvinden van de veerkracht van het normale dagelijkse leven. Dat hebben we straks in de Wmo gehoord.

Wat is eigen kracht? Hoe kunnen we dat versterken? Dat geldt al jaren in de jeugdhulp en daar wordt in ieder geval landelijk nu nog meer aandacht voor gevraagd. Er wordt aangegeven dat men vindt dat er minder marktwerking moet zijn in de jeugdhulp. Wij zijn in 2015 begonnen met een hele open structuur waarin iedere zorgaanbieder die aan kwaliteitseisen voldeed een contract kon krijgen. Inmiddels is het zo dat we het aantal zorgaanbieders heel sterk beperkt hebben en er nog maar een paar

contracten in Zuid-Limburg zijn met zorgaanbieders die namens een groep de zorg gaan leveren. Verder is de eis om een verbetering van de kwaliteit en de effectiviteit van de jeugdhulp te voorzien. De jeugdhulp moet effectiever gaan samenwerken, ook met partners voorliggend. En dan heb je het hele stuk wat straks genoemd werd door Jef, als voorbeeld van de wijkontwikkeling waarin je als gemeente probeert om zowel de voorliggende voorziening - je maatschappelijk werk, je onderwijs te betrekken samen met de zorgaanbieders om te komen tot een aanpak die lokaal ambulant plaatsvindt zonder dat daar een arrangement of een regeling via Zuid-Limburg voor nodig is. Uiteindelijk zal de hele hervormingsagenda leiden tot een aanpassing van de weten de regelgeving, maar zoals het nu uitziet zal dat nog wel even duren. Wat doen we lokaal? Daar is straks al een hele hoop over gezegd. We zijn bezig met onze toegang te versterken. We hebben de hele operatie rondom de tasforce waar we in Kerkrade mee bezig zijn. Als het goed is, bent u daar beter van op de hoogte dan ik, omdat ik daar nu iets verder vanaf staan. Verder zijn we subregionaal bezig als gemeente Kerkrade met de gemeentes Brunssum en Simpelveld om te kijken hoe we dat gedachtegoed rond die wijkontwikkeling en dat beter ambulant samenwerken in de wijk vorm kunnen geven met die drie gemeentes samen.

Dat betekent dat dat wat Sanne aan doen is met de toegang, ook besproken wordt met Brunssum en Simpelveld om naast in Parkstad, in de JENS-gemeentes, een soort tweede vorm te krijgen van ambulante jeugdhulp namelijk binnen Brunssum, Kerkrade en Simpelveld. Te thema's komen gedeeltelijk uit de hervormingsagenda, gedeeltelijk van wat wij lokaal en in onze regio Zuid-Limburg opgehaald hebben. Dan gaat het over normaliseren, integraal werken, regie voeren. Hoe krijgen we financieel haalbare en houdbare jeugdhulp? Want daar zit een pittig probleem. Hoe krijgen we inzicht in elkaars aantallen en cijfers? Over die subregionale ontwikkeling, zult u in de komende periode veel meer van gaan horen, als commissie en als raad, omdat de gemeentes Brunssum, Kerkrade en Simpelveld met elkaar aangegeven hebben dat ze die ambulante inkoop die via Zuid-Limburg gaat zelf willen vormgeven en inrichten. Daarin is dat aspect van die wijkontwikkeling een centraal thema. Verder zijn we regionaal in Zuid-Limburg bezig met de inkoop van de GIKJ, heb ik net genoemd, gesloten Intensief. We hebben het wonen gezamenlijk ingekocht. Er komt een nieuw beleidskader jeugdhulp en de regiovisie wordt ook opnieuw in kaart gebracht. Als alles loopt zoals we verwachten, krijgt u nog die beide documenten in de loop van dit kalenderjaar ter goedkeuring. En dan zal Jef u meenemen in het laatste thema, de cliëntervaring.

Als laatste en ter afronding: net als bij de Wmo hebben we in de jeugdhulp ook jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek. We hebben het hier wat korter samengevat voor onze jeugd. Hieruit zou u moeten opmaken dat het aardig tot goed gaat

met onze jeugdhulp. Ik wil hier twee kanttekeningen bij maken. In de eerste plaats - als je het hebt over jeugdhulp moeten we ons realiseren dat we echt niet voor alle jeugdhulpvragen het passend antwoord zullen hebben. We proberen het met de allerbeste bedoelingen, maar soms is het toch niet succesvol. Dat is een gegeven waar we nooit vanaf zullen komen, en dit omdat vragen soms heel complex zijn en al een hele lange ontstaansgeschiedenis hebben die bijna niet meer terug te draaien zijn. Hierdoor geven sommig cliënten dan ook aan dat ze - helaas - niet geholpen zijn. Dan scoor je dus negatief, maar ik denk dat we zo realistisch ook wel moeten zijn. Een andere kanttekening die ik hierbij wil maken, is dat het niet de eerste keer is dat we zien dat deelname van ouders en jongeren aan dit onderzoek beperkt is. Dit is het resultaat van de beperkte respons op onze uitvraag. We moeten we het doen met de cijfers die we hebben. Ik denk dat we daarmee ruimschoots over onze presentatie heen zijn. Maar de vragen kunnen nu nog komen. Ik moet zeggen dat jullie het heel snel en helder gedaan hebben. Mevrouw Wiermans en daarna mevrouw Snijders. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Ik hoor hier over de landelijke hervormingsagenda die er gaat komen en het verbeteren van de toegangswegen. Er zijn twee verschillende toegangswegen, via de gemeente en de huisarts.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=5b4588a9-cf02-4a38-85ca-07d379f01124