Agendabundel
Tekst van het document
Financiën De Diabolo De Steltloper
Het Martin Buber
1 zorgmedewerker 1 preventiemedewerker 1 zorgmedewerker 4 themabijeenkomsten Totaal 1 preventiemedewerker 1 zorgmedewerker 4 themabijeenkomsten Totaal
40 weken van 20 uur 40 weken van 15 uur 40 weken van 15 uur
40 weken van 15 uur 40 weken van 15 uur
Subtotaal Onvoorzien3 Totaal
€ 81.480 € 55.638 € 61.110 € 4.670 € 121.418 € 55.638 € 61.110 € 4.670 € 121.418 € 324.316 € 10.684 € 335.000
Voorbeeld: In Kerkrade is dat Impuls voor de 2 scholen voor voortgezet onderwijs. 2
3
In verband voorlopige ramingen
11
Voor de kosten van de inzet in het basisonderwijs kan voor schooljaar 2025/2026 gebruik worden gemaakt van het budget voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Dit budget mag alleen ingezet worden voor het verbeteren van de ontwikkelkansen van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar (als voorwaarde verbonden aan de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid). In ons budget onderwijsachterstandenbeleid is hiervoor nog voldoende financiële ruimte: ruim € 1.000.000, -- te besteden t/m 31.12.2026). De inzet in het voortgezet onderwijs zal ten laste van het budget “Jeugdhulp Voorliggend Veld” worden gebracht. Deze begrotingspost maakt deel uit van het algehele budget voor jeugdhulp € 30.432.400, --. Rekening houdend met de huidige prognose uitgaven jeugdhulp kan de extra ondersteuning op HMB worden betaald vanuit dit algehele jeugdhulpbudget. Daarbij gaan we er ook nog vanuit dat met deze extra inzet specialistische jeugdhulp wordt voorkomen.
Communicatie Door middel van beschikkingen gericht aan de scholen.
Burgerparticipatie Informeren
Uitvoering Door Impuls, nog nader te bepalen jeugdhulpaanbieder(s) en onderwijs.
Evaluatie Voor pilots als deze is het belangrijk om de evaluatie zowel kwalitatief als kwantitatief vorm te geven. De uitvoering van de pilots wordt gedurende het schooljaar dan ook gemonitord op meerdere niveaus zoals ook verwoord in de aanvraag van Bs Steltloper. Hierbij wordt gekeken naar zowel de feitelijke inzet van professionals als de ervaren opbrengsten voor leerlingen, ouders, leerkrachten en schoolleiding. Doel is om inzicht te krijgen in de effectiviteit, uitvoerbaarheid en borgingsmogelijkheden van de aanpak. De evaluatie bestaat uit een combinatie van: • Procesmonitoring, waarbij wordt gekeken naar de mate waarin de geplande inzet (uren, activiteiten) gerealiseerd is • Kwalitatieve evaluatie, waarbij ervaringen van betrokkenen centraal staan (interviews, observaties, ouderfeedback) • Effectevaluatie, waarin wordt gekeken naar zichtbare veranderingen in gedrag, sociaalemotioneel functioneren, ouderbetrokkenheid en schoolklimaat • Financiële verantwoording, inclusief vergelijking van de inzet met mogelijk vermeden zorgkosten of doorverwijzingen De evaluatie wordt periodiek besproken met het multidisciplinaire ondersteuningsteam van de school en gebruikt voor tussentijdse bijsturing. Daarnaast worden de uitkomsten vertaald naar aanbevelingen voor een eventuele structurele borging of opschaling van de aanpak.
Gezondheid en Vitaliteit
12
De inzet van extra zorg en ondersteuning in het onderwijs levert een directe bijdrage aan de gezondheid en vitaliteit van de jeugd. Door vroegtijdig signalen van emotionele ontregeling, stress of sociaal isolement op te vangen, wordt voorkomen dat problemen verergeren en uitmonden in langdurige psychische of fysieke klachten. Kinderen ontwikkelen een betere emotieregulatie, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden, wat hen weerbaarder maakt in hun dagelijks leven. Door de vertrouwde setting van school te benutten, wordt de drempel tot ondersteuning aanzienlijk verlaagd. Dit bevordert niet alleen het mentaal welbevinden, maar draagt ook bij aan een gezonde leefstijl, betere slaap, eetgedrag en concentratie. Bovendien worden gezinnen eerder bereikt met passende hulp, wat de algehele gezinsdynamiek en opvoedomgeving versterkt. In brede zin helpt deze aanpak om de basis te leggen voor een gezonde, veerkrachtige generatie.
13
Vragen fractie CDA commissie B&S 9 september 2025 Agendapunt 7.1 ontwerpbesluit proeftuin leeromgeving voor basis- en voortgezet onderwijs Vraag 1 Kunnen jullie ons de volledige aanvragen van de drie scholen (De Diabolo, De Steltloper en Het Martin Buber) toesturen? Antwoord: ja. Zie de bijlagen. n.b. wij hechten eraan te benadrukken dat de in de aanvragen beschreven omstandigheden herkenbaar en niet uitzonderlijk zijn. Dit om negatieve beeldvorming met betrekking tot deze scholen te voorkomen. Vraag 2 Daarnaast zouden we graag inzage krijgen in de communicatie van de gemeente richting de andere scholen die nu niet meedoen aan de pilot. We zijn benieuwd hoe zij op de hoogte zijn gebracht van de keuze voor deze drie scholen en eventuele vervolgstappen. Ten tijde van de aanpak van de onderwijsachterstanden als gevolg van Covid-19 ontving de gemeente specifieke middelen om leerlingen, met name op sociaal-emotioneel vlak, extra ondersteuning te bieden. Deze inzet liep af in juli 2025. In aanloop naar dit moment heeft de gemeente actief contact gezocht met alle scholen die eerder gebruikmaakten van de gemeentelijke NPO-middelen, met de vraag of er behoefte bestond aan voortzetting van de ondersteuning. Uitsluitend de in de proeftuin betrokken scholen hebben een concrete behoefte aan verdere verdieping van deze ondersteuning kenbaar gemaakt.
Op verzoek van de gemeente hebben deze scholen hun ondersteuningsvraag nader uitgewerkt, waarna in gezamenlijk overleg een onderliggend plan tot stand is gekomen. Het College van Bestuur van Movare is over de pilot geïnformeerd (tijdens recentelijk bestuurlijk overleg en via email), zodat de gekozen aanpak breed in de onderwijsorganisatie is ingebed. De gemeente zal de uitvoering en effecten nauwgezet evalueren. Op basis daarvan wordt bezien of een verdere opschaling van deze vorm van ondersteuning naar andere scholen in Kerkrade wenselijk en noodzakelijk is. SVOPL zal als schoolbestuur van vmbo Holz ook nog worden geïnformeerd.
Werkwijze subsidieverzoeken onderwijs – inzet zorgondersteuning op school 1. Doel en reikwijdte Deze werkwijze regelt de gemeentelijke afhandeling van subsidieverzoeken voor de inzet van zorgondersteuning op school bij leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. De inzet richt zich op het bieden van passende hulp aan leerlingen met een aantoonbare ondersteuningsbehoefte waarvoor bestaande onderwijs- en zorgstructuren niet toereikend zijn. Bepaling van de aantoonbare ondersteuningsbehoefte: De ondersteuningsbehoefte van een leerling wordt vastgesteld op basis van een geïntegreerde analyse van de situatie, waarbij duidelijk moet worden dat reguliere voorzieningen niet voldoende zijn om het gewenste ondersteuningsniveau te realiseren. Dit proces omvat minimaal de volgende stappen: 1. Inventarisatie en signalering op schoolniveau De school observeert en signaleert problemen bij de leerling op het gebied van leren, gedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling of gezondheid. Hierbij wordt gebruikgemaakt van beschikbare screeningsinstrumenten en leerlingvolgsystemen. 2. Plan van aanpak binnen reguliere onderwijszorg De school stelt een plan op waarin staat welke interventies en ondersteuning al zijn ingezet, bijvoorbeeld via interne begeleiders, remedial teaching, leerling-ondersteuningsteam (LOT) of het samenwerkingsverband. 3.
Evaluatie effectiviteit reguliere ondersteuning Er vindt een evaluatie plaats van de ingezette maatregelen, waarbij wordt vastgesteld of de leerling voldoende vooruitgang boekt of dat er sprake is van stagnatie of verslechtering. 4. Afstemming met ouders/verzorgers en leerling Ouders en, indien passend, de leerling worden betrokken bij het bespreken van de problematiek, het verloop van ondersteuning en de noodzaak van aanvullende zorg. 5. Inzet wijkgericht veld en ketenpartners Wanneer de school en ouders constateren dat de problematiek complexer is, wordt – waar mogelijk – aangesloten bij bestaande wijkgerichte zorg- en ondersteuningsstructuren (zoals het jeugdteam, CJG, of andere gespecialiseerde hulpverleners). De effecten hiervan worden gevolgd. 6. Vaststelling ontoereikendheid van reguliere zorg Indien ondanks bovenstaande stappen het gewenste resultaat uitblijft, wordt door het multidisciplinair team (bijvoorbeeld school, jeugdteam, eventueel GZ-psycholoog) vastgesteld dat reguliere onderwijszorg en wijkgerichte hulp onvoldoende toereikend zijn.
Concreet onderbouwd subsidieverzoek Op basis van deze onderbouwing kan een subsidieverzoek voor zorgondersteuning op school worden ingediend, waarin helder wordt weergegeven: - Welke ondersteuningsbehoefte blijft onbeantwoord? - Waarom reguliere en wijkgerichte hulp onvoldoende is gebleken? - Welke zorgvorm en -duur wordt voorgesteld om het tekort op te vangen?
Belangrijke aandachtspunten: - Documentatie:
Alle stappen en besluiten worden gedocumenteerd om transparantie en verantwoording te waarborgen. - Multidisciplinaire beoordeling: Het proces vindt idealiter plaats in afstemming tussen onderwijsprofessionals, zorgverleners en ouders. - Preventieve focus: Vóór escalatie worden laagdrempelige interventies ingezet om zwaardere hulp te voorkomen. - Flexibiliteit: Iedere leerling is uniek; maatwerk en contextgevoelige afwegingen zijn noodzakelijk. Zorg op school is bedoeld als aanvullend instrument, niet als standaardvoorziening. Aanvragen worden dan ook uitsluitend in behandeling genomen als blijkt dat andere – reeds beschikbare – voorzieningen (zoals het wijkteam, het samenwerkingsverband of reguliere jeugdhulp) niet toereikend zijn of onvoldoende effect hebben gehad. De inzet van zorg op school kan in specifieke gevallen bijdragen aan: - het voorkomen van schooluitval of thuiszitten; - het verminderen van escalatie van problematiek; - het versterken van het functioneren van de leerling binnen de schoolsetting; - en het ondersteunen van een soepele samenwerking tussen onderwijs, ouders en zorg.
Om willekeurige aanvragen te voorkomen, dient in elk verzoek specifiek en concreet te worden gemotiveerd: - waarom voor deze specifieke leerlingengroep of school deze inzet noodzakelijk is; - waarom wijkgerichte en laagdrempelige alternatieven niet toereikend zijn; - en hoe de zorginzet preventief werkt binnen het bredere systeem rond de leerling. De gemeente stimuleert samenwerking met het wijkgerichte veld. Zo wordt voorkomen dat (lichte) hulpvragen onnodig binnen het onderwijsveld belegd worden terwijl wijkgerichte ondersteuning (via jeugdteams, CJG of andere netwerken) in veel gevallen effectiever, sneller en duurzamer kan zijn. Zorg op school kan wél waardevol zijn als: a. deze direct bijdraagt aan de stabiliteit en ontwikkeling van een leerling in de schoolsetting; b. de ondersteuning preventief werkt en zwaardere hulptrajecten voorkomt; c. en deze tijdelijk, doelgericht en in samenwerking met betrokken partijen wordt ingezet. Door deze gerichte en onderbouwde benadering draagt de gemeente bij aan een evenwichtig en rechtvaardig systeem waarin leerlingen passende hulp ontvangen, zonder dat er sprake is van stapeling of verkokering van zorg binnen het onderwijs.
2. Uitgangspunten 1. Onderwijs is primair verantwoordelijk voor onderwijsondersteuning. 2. Zorg valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente (Jeugdwet). 3. De inzet van zorg op school gebeurt aanvullend, tijdelijk en op maat, met inzet van lichte vormen van hulp dichtbij de leerling. 4. Samenwerking tussen school, ouders en zorgaanbieder staat centraal.
5. Evaluatie en borging zijn voorwaarden voor (vervolg)financiering.
3. Werkwijze subsidieverzoeken Stap 1: Indiening subsidieverzoek Scholen (eventueel via het schoolbestuur of samenwerkingsverband) dienen een gemotiveerd verzoek in bij de gemeente met ten minste de volgende gegevens: a. b. c. d. e. f. g.
Omschrijving van de ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Motivering waarom reguliere onderwijsvoorzieningen en bestaande jeugdhulp niet toereikend zijn. Doelstelling van de zorgondersteuning. Type inzet (soort zorg, aantal uren, betrokken disciplines). Duur van de inzet (max. 1 schooljaar). Samenwerkingsafspraken met ouders, jeugdprofessional en/of samenwerkingsverband. Begroting en gevraagde subsidie.
Stap 2: Beoordeling gemeente Een ambtelijke werkgroep (Jeugd, Onderwijs en Financiën) beoordeelt het verzoek aan de hand van het afwegingskader (zie onder). De gemeente kan het samenwerkingsverband en/of jeugdteam om advies vragen. Stap 3: Besluitvorming Het college neemt een besluit op het verzoek. Bij een positief besluit wordt een subsidiebeschikking verstrekt met daarin voorwaarden t.a.v. inzet, evaluatie en rapportage. Stap 4: Tussentijdse evaluatie Na uiterlijk 6 maanden wordt een tussentijdse evaluatie uitgevoerd door de school samen met betrokken partners. Deze evaluatie bevat: - Behaalde tussentijdse resultaten. - Doorgang, aanpassing of beëindiging inzet. - Inzicht in het perspectief voor de leerling (nazorg, overdracht).
4. Afwegingskader subsidieverlening Afwegingscriterium
Toelichting
Aansluiting bij gemeentelijk jeugd- en onderwijsbeleid:
Past het verzoek binnen beleidsdoelen zoals preventie, inclusie, kansengelijkheid, OAB?
Aantoonbare noodzaak:
Is de hulpvraag concreet onderbouwd en is zorg op school de meest passende oplossing?
Tijdelijke inzet:
Wordt de zorg kortdurend en doelgericht ingezet met duidelijk begin en eind?
Geen dubbele bekostiging:
Is uitgesloten dat er sprake is van financiering via andere bronnen (bijv. onderwijs, jeugdteam, zorgverzekeraar)?
Samenwerking:
Is sprake van afstemming met ouders, jeugdteam en/of samenwerkingsverband?
Meetbaarheid van effecten:
Worden doelen en beoogde effecten benoemd en geëvalueerd?
Duurzaamheid en overdracht:
Is voorzien in structurele borging na afloop van de inzet (bijv. overdracht aan jeugdteam of ouders)?
5. Aanvullende voorwaarden Transparantie: School committeert zich aan het delen van voortgangsinformatie met de gemeente. Rapportageplicht: Tussentijdse rapportage (6 maanden) en eindrapportage (max. 2 maanden na afloop). Gebruik van erkende professionals: Inzet van gekwalificeerde zorgprofessionals. Privacy en toestemming: Schriftelijke toestemming van ouders voor inzet zorg op school. Geen structurele oplossing: Subsidie kan maximaal één schooljaar worden ingezet. Herhaalde verzoeken vereisen aanvullende onderbouwing. Gemeentelijke monitoring: De gemeente kan steekproefsgewijs bezoeken afleggen of gesprekken voeren met betrokkenen. 6. Verantwoording en evaluatie (na afloop schooljaar) Aan het einde van het schooljaar vindt een gezamenlijke evaluatie plaats: Wat zijn de behaalde resultaten? Is de leerling geholpen richting meer zelfredzaamheid? Is overdracht naar reguliere jeugdhulp voorkomen? Is overdracht naar reguliere jeugdhulp of schoolvoorziening mogelijk? Welke leerpunten zijn er voor gemeente, school en partners? De resultaten van alle gesubsidieerde trajecten worden opgenomen in een jaarlijkse gemeentelijke rapportage t.b.v. het college.
Aanvraag gelden schooljaar 25/26 Aanvraag: 20 uur per week tijdens 40 lesweken Uurtarief vanuit Xonar: €101,85 Totale kosten: €81.480,Beoogd takenpakket op de Diabolo voor het komende schooljaar: Groep 1: observatie en verslaglegging van (nieuwe) leerlingen die opvallend gedrag vertonen. Overleg hierover met de leerkracht, meedenken over mogelijkheden en aanpak binnen de klas, deelname aan oudergesprekken (huisbezoek mogelijkheid). Groep 2: observatie en verslaglegging van diverse leerlingen, ten behoeve van sociaal emotionele redzaamheid. Inzet van programma ‘Kleurenmonsters’ en ‘mindset’ kaarten. Waar nodig ism Impuls een groepsaanpak gericht op Sociaal-emotionele ontwikkeling en emotieregulatie of individuele activiteiten met enkele leerlingen Groep 3: individuele begeleiding en verslaglegging van enkele leerlingen ten behoeve van sociaal emotionele redzaamheid (Kleurenmonster/Kwink), afstemming met leerkracht en ouders (waar nodig huisbezoeken mogelijk) Groep 4: Individuele begeleiding met verslaglegging/terugkoppeling naar leerkracht. Waar nodig aansluiten bij gesprekken met ouders en/of andere hulpverleners. Groep 5: individuele begeleiding met verslaglegging/terugkoppeling naar leerkracht van enkele leerlingen, aangevuld met huisbezoeken indien gewenst. Groep 6: Individuele begeleiding met verslaglegging/terugkoppeling aan leerkracht van meerdere leerlingen.
Groep 7: Individuele begeleiding met verslaglegging/terugkoppeling aan leerkracht van meerdere leerlingen. Groep 8: individuele begeleiding met verslaglegging/terugkoppeling leerkracht van enkele leerlingen. Indien nodig in een groepje werken aan weerbaarheid en zelfredzaamheid gericht op de overstap naar de brugklas
Algemeen:
Aansluiten bij knooppuntoverleg met jeugdarts, schoolmaatschappelijk werk, gemeenteconsulent, ib-er, ouders met desgewenst aanvulling van logopedist, ergotherapeut, begeleider ‘Speelkamer’, schoolagent etc. (6 per schooljaar, 2 uur gereserveerd) Aansluiten bij terugkoppelgesprekken van externen met school, denk aan Moventis, Psycare, BJZ etc. ten behoeve van onderzoeksresultaten en (tussen-)evaluaties. (5 tot 10 gesprekken gemiddeld 45 minuten per gesprek) Aansluiten bij pedagogisch overleg met Intern begeleidster, gedragsspecialist en schoolmaatschappelijk werk (4 tot 5 keer per schooljaar, 2 uur per overleg) Individuele begeleiding leerlingen met sociaal emotionele problemen (thuis en/of op school) Ondersteunen van leerkrachten bij invullen vragenlijsten (bv. Bij diagnostisch onderzoek)
Observaties in de klassen, mn van nieuwe leerlingen Begeleiding van leerlingen die op het gebied van gedrag extra ondersteuning nodig hebben. In de vorm van gesprekjes, begeleide activiteiten individueel, begeleide activiteiten in kleine groepjes en terugkoppeling naar leerkracht en ouders Overleg met gedragsspecialist over incidentele zaken, die eerder dienen te worden besproken dan in het eerdergenoemde pedagogisch overleg. Activiteiten met kleine groepjes kinderen gericht op verbeteren werk-en luisterhouding, rustig gedrag in de klas stimuleren, stimuleren samenspel en oefenen met Nederlands praten. E.e.a vooral gericht op sociaal-emotioneel welbevinden zowel op school als thuis. Gezinnen bespreken waarvan al bekend is dat er hulpverlening betrokken is, afstemmen met de betreffende hulpverleners. Inzet van programma’s zoals ‘Kleurenmonsters’ (emotie-regulatie) en ‘mindset’ kaarten, diverse werkboekjes rondom echtscheiding en verbeteren zelfvertrouwen en bv ervarend leren opdrachten rondom samenwerking en communicatie. Vanuit een aanvullende opleiding kinderen ondersteunen in aanleren en uitvoeren van de Executieve functies. (Dit is op school binnen het gedragsprotocol een speerpunt. al Hiervoor wordt een opleiding in september een opleiding gevolgd.)
Aanwezigheid op school (20 uur per week) verdeeld over 4 dagen per week. Hiermee ben ik een bekend gezicht en dagelijks zichtbaar voor leerlingen en ouders op een laagdrempelige manier. Ik kan flexibel ingezet worden in het aansluiten bij gesprekken en ad hoc situaties. Dit in tegenstelling tot de schoolmaatschappelijk werkster die slechts 1 ochtend per week aanwezig is. We moeten ook gaan toewerken naar inclusief onderwijs. Dit betekent dat er in de toekomst meer kinderen met problematieken naar de reguliere scholen komen. Hiervoor is ook andere expertise nodig die met de extra inzet kan worden toegevoegd, met ondersteuning van gedragswetenschappers en collega’s op andere scholen. We verwachten een toename van zorgvragen van leerlingen uit Oekraïne in schooljaar 25/26. We hebben nu 11 Oekraïners op onze school, waarbij met name 5 leerlingen extra zorgvraag hebben en mogelijk stromen er nog door vanuit de Taalschool. Daarnaast zijn er momenteel 63 NT2-ers, waarvan 29 leerlingen via de Taalschool zijn binnengekomen. In totaal dus 74 leerlingen, is 32% van de leerling populatie.
Inzet uren schooljaar 24/25 De inzet was bij alle leerlingen gebaseerd op opvallend Sociaal Emotioneel gedrag, op school of thuis. Groep/kind Instroomgroep 1
Tm herfst -------------------
Tm kerst ------------------
Groep 1
K
Groep 2
Tm zomer Ondersteuning en observatie van nieuwe leerlingen in groep 1
K
Tm voorjaar Ondersteuning en observatie van nieuwe leerlingen in groep 1 K
J
J
J
I
“speelkamer” met 5 leerlingen SEO gericht op basisemoties, in samenwerking met Impuls I
J Scoor betrokken afstemming met betre ende instanties
I
I (NT2, Oekraïne)
G
G
G Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel, mogelijke thuiszitter)
F
F
F (NT2) Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
T
T Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel) F mogelijke thuiszitter
G observatie
Groep3
-----------------
---------------
K (NT2) Impuls betrokken voorkomen extra zorg (begeleiding individueel middenlang)
M (NT2)
-----------------
Groep 4
-----------------
-----------------
In klein groepje het praktische deel van de Kwink-les bespreken en oefenen (SEO)
In klein groepje (5)het praktische deel van de Kwinkles bespreken en oefenen (SEO)
Z
Z Voorkomen extra zorg (duitsland) D
Groep 5
Groep 6
D
D
D
D gestart bij moventis (JenS? verwijzing SO?)
D
D
D
D Uitstel van extra zorg, nu wel aangevraagd bij Moventis
F
F
F (hoogbegaafdheid?) Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
J
J
J (thuiszitter ivm ziekte))
J
J
S
S voorkomen extra zorg (begeleiding individueel) R Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
R
R
R
S
S
S
S
H
H Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
Groep 7 Groep 8
N
N (thuiszitter)
F
F
F
F Mogelijke thuiszitter)
L
L
L
L Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
B
B
B Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel)
D
D Voorkomen extra zorg in contact met beide ouders. (begeleiding individueel) Wel individuele zorg inmiddels (thuiszitter)
J
J Voorkomen extra zorg (begeleiding individueel) Groepje 5 meiden: weerbaarheid in samenhang met overstap naar brugklas.
Uurtarief voor 24/25 vastgesteld op € 93,07 Kosten Schooljaar 24/25: 20 x 40 x 93,07 = € 74.456 -
Begeleiding individueel midden-lang: € 9.400 (bij 12 leerlingen voorkomen: 12 x 9400 = € 112.800) gespaard: 112800 – 74.456 = € 38.344,-
-
Tarief schooljaar 25/26: € 101,85 aanvraag voor 20 uur per week : 20 x 40 x 101,85 = € 81.480
Subsidie aanvraag integrale aanpak groep onderbouw Basisschool de Steltloper
Juni 2025
1
Aanleiding Onze school werkt met een diverse en complexe populatie, waarin de ondersteuningsbehoefte van leerlingen de afgelopen jaren zichtbaar is toegenomen. 40% van onze kinderen groeien op in een kwetsbare thuissituatie. Er is sprake van armoede, taalachterstand en psychosociale problematiek. De afgelopen jaren is het aantal leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte fors toegenomen. We streven naar inclusief onderwijs, maar zien in de praktijk een groeiende groep kinderen met complexe gedragskenmerken. We streven naar dat elk kind – ongeacht achtergrond of hulpvraag – een plek krijgt binnen de reguliere school. Denk hierbij aan: • • • •
Leerlingen die regelmatig ontploffen in de klas en verbaal, fysiek of agressief gedrag tonen. Kinderen die zich terugtrekken, angstig zijn of vrijwel niet tot werken komen. Emotionele ontregeling bij kinderen, wat leidt tot onrust en onveiligheid in de groep. Een opvallend lage taakgerichtheid bij leerlingen, vaak door concentratieproblemen, impulsiviteit of trauma gerelateerd gedrag.
Deze dynamiek vraagt een intensieve ondersteuning in de klas en schoolomgeving. School heeft baat bij de inzet van zorgprofessionals en preventieve ondersteuning vanuit het voorliggend veld. Deze hulp is nodig om kinderen passend te kunnen blijven begeleiden, gedragsproblemen vroegtijdig te signaleren én leerkrachten duurzaam inzetbaar te houden binnen het inclusieve onderwijs. De gemeente Kerkrade zet actief in op kansengelijkheid door een sterke samenwerking tussen onderwijs, zorg en maatschappelijke partners dit gebeurt via WIJ.K. Wij.K is ontstaan vanuit de wens om de jeugdhulp te transformeren door een effectieve en efficiënte samenwerking met lokale partners in het sociaal domein. Doel van deze transformatie is om alle jeugdigen in Kerkrade veilig en gezond te laten opgroeien. Dat doet wij.k op basis van de behoeften in een wijk en het aanbieden van passende lokale, voorliggende algemene voorzieningen in de wijk. Zo leveren ze een bijdrage aan (het herstel van) het normale leven. Het algemene doel is om kinderen zoveel mogelijk in hun directe omgeving de juiste ondersteuning te bieden, zowel binnen de voorschoolse periode als gedurende de schoolloopbaan.
Doelstellingen • • • • • •
Verbeteren van het sociaal-emotioneel functioneren van leerlingen. Vergroten van de taakgerichtheid en betrokkenheid in de klas. Voorkomen van plaatsing in het speciaal onderwijs waar mogelijk. Inzetten op een duurzaam karakter: effecten voor de doorgroei van groepen naar de bovenbouw. Vergroten van handelingsbekwaamheid van leerkrachten. Vroegtijdig signaleren en ondersteunen van gezinnen in kwetsbare situaties. Creëren van een stabielere, veiligere schoolomgeving voor álle leerlingen.
Juni 2025
2
Projectomschrijving Versterken van zorgstructuur in de schoolcontext. Binnen dit project zetten we gericht in op het versterken van de basiszorg op school, door aanwezigheid (‘presentie’) te organiseren van zorgprofessionals die dicht bij de leerlingen, ouders en leerkrachten staan. Het doel is om gedragsproblemen, sociaal-emotionele zorgen en gezinsproblematiek vroegtijdig te signaleren en integraal aan te pakken – niet alleen vanuit een medisch perspectief, maar vooral vanuit het sociale model waarin het kind functioneert. We kiezen voor de onderbouw, omdat dit een cruciale fase is waarin kinderen zich sociaal-emotioneel en gedragsmatig ontwikkelen. Door vroegtijdig te signaleren, kunnen problemen direct worden aangepakt voordat ze groter worden. Een sterke sociaal-emotionele basis in de onderbouw draagt bij aan een betere leerhouding en ontwikkelingskansen in de hogere groepen. De aanwezigheid van zorgprofessionals in de onderbouw versterkt het vertrouwen en maakt het mogelijk om kinderen en ouders sneller en gemakkelijker te ondersteunen.
Werkwijze 1. Presentie in de school: dicht bij het kind, de klas en het gezin Zorgprofessionals zijn op vaste momenten fysiek aanwezig in de school. Preventie en zorg ontmoeten elkaar daar waar het kind is: in de school. Door te investeren in gezamenlijke aanwezigheid en overlap in werktijd, ontstaat ruimte voor afstemming, overleg en directe samenwerking. Door dagelijks aanwezig te zijn in de ochtend kunnen we vroeg signaleren, direct handelen en preventief ondersteunen bij gedragsmatige hulpvragen van kinderen en ouders. Zij werken op drie niveaus: •
•
•
Kindcontact – individuele gesprekken of observaties met leerlingen die gedrag laten zien dat zorg vraagt, of sociaal-emotioneel vastlopen. Doel is niet direct “behandelen”, maar luisteren, signaleren, aansluiten en richting geven. Oudercontact – laagdrempelige gesprekken met ouders die zorgen hebben of waarbij zorgen zijn over opvoeding, thuissituatie of samenwerking met school. Door aanwezigheid op school wordt de stap kleiner om hulp te accepteren. Klascontact – samenwerking met de leerkracht in het omgaan met groepsdynamiek, onrust, gedragsproblemen en het versterken van een positief pedagogisch klimaat. Zorgprofessionals zijn zichtbaar in de klas en geven handelingsgerichte input.
2. Themagerichte bijeenkomsten voor ouders en leerkrachten Naast individuele ondersteuning organiseren we vier thema bijeenkomsten waarin kennis wordt gedeeld over opvoeding, gedrag, hechting, grenzen stellen, emotieregulatie, etc. Hierbij hanteren we een systemische benadering: gedrag wordt nooit los gezien van de context waarin het ontstaat. Thema’s worden afgestemd op actuele vraagstukken binnen de schoolpopulatie. • •
Voor ouders: inzicht geven in het gedrag van hun kind en handvatten om thuis aan te sluiten en structuur te bieden. Voor leerkrachten: verdieping en praktische tools om vanuit verbinding en structuur te werken met kinderen die onvoorspelbaar of heftig gedrag laten zien.
Juni 2025
3
Thema's: Samenwerking rond gedrag, emoties en taalgebruik De gekozen thema’s richten zich op de ontwikkeling van gedrag, emotieregulatie en taalgebruik van leerlingen, gebaseerd op signalen uit observaties en praktijkervaringen binnen de school. Deze thema’s vormen de basis voor gerichte interventies en ondersteuning. De uitvoering gebeurt door een team bestaande uit leerkrachten, de gedragsspecialist van school en externe partners (zorgprofessionals). Deze samenwerking is bewust gekozen met het oog op duurzaamheid: door kennis en expertise actief over te dragen aan het schoolteam, wordt er niet alleen tijdelijk ondersteund, maar structureel versterkt. De opzet stimuleert een wederzijdse uitwisseling van inzichten: professionals van buiten brengen actuele kennis en methodieken in, terwijl leerkrachten waardevolle context en praktijkervaringen delen. Zo ontstaat een lerend netwerk waarin zorg, onderwijs en opvoeding elkaar versterken. Van medisch denken naar contextueel handelen We maken een bewuste beweging weg van enkel het ‘medisch model’, waarin gedrag wordt gelabeld en behandeld, naar een sociaal en relationeel model. We kijken naar gedrag in samenhang met gezinssituatie, schoolomgeving en maatschappelijke factoren. We betrekken ouders en leerkrachten actief in de aanpak, en richten ons op het versterken van de verbinding tussen kind, thuis en school.
Met dit project willen we de sociale infrastructuur rondom kinderen versterken, zodat zij zich beter kunnen ontwikkelen, leerkrachten zich gesteund voelen en ouders zich gehoord weten. Deze aanpak sluit goed aan bij de visie van inclusief onderwijs, waarin ieder kind – ongeacht achtergrond of ondersteuningsbehoefte – zich welkom en gezien voelt en zo passend kan meedoen en zich optimaal kan ontwikkelen binnen de schoolgemeenschap.
Voorwaarden Samenstelling van een multidisciplinair ondersteuningsteam Er wordt een vast ondersteuningsteam gevormd waarin alle betrokken partners (school, zorg, preventie en welzijn) samenwerken. Dit team komt periodiek bijeen om het proces te monitoren, bij te stellen en te evalueren. De deelnemende organisaties dragen hierbij actief bij door zelf te investeren in tijd en inzet, waarmee het eigenaarschap en de gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt versterkt. Werken met vaste gezichten in de school Om continuïteit en vertrouwen op te bouwen bij kinderen, ouders en team, wordt gewerkt met vaste professionals: een zorgpartner vanuit Wij.k en een preventiemedewerker. Hun structurele aanwezigheid in de school zorgt voor herkenbaarheid, laagdrempelig contact en een duurzame samenwerking.
Juni 2025
4
Bijdrage partners Om dit project succesvol uit te voeren, investeren alle betrokken partijen actief in tijd, expertise en menskracht. De samenwerking is gericht op gedeeld eigenaarschap en langdurige impact binnen de school. • • • • •
Extra onderwijsformatie in de onderbouw, gericht op het versterken van de basiszorg voor jonge kinderen. Leerkrachten en zorgprofessionals participeren in het ondersteuningsteam, delen observaties en nemen deel aan reflectiemomenten en themabijeenkomsten. School draagt zorg voor coördinatie, verslaglegging en monitoring van het proces. Ambulante tijd voor inzet gedragsspecialist van school. Inzet outreachende zorg; expertise vanuit SO.
Monitoring De voortgang en effectiviteit van het project worden systematisch gevolgd en waar nodig bijgestuurd. De monitoring vindt plaats op meerdere niveaus: 1. Regelmatige overleggen van het ondersteuningsteam Het multidisciplinaire ondersteuningsteam komt periodiek (bijvoorbeeld eens per 8 weken) bijeen. In deze overleggen worden: • • • •
Signalen vanuit de praktijk besproken (kinderen, ouders, klasniveau); Voortgang van ingezette acties geëvalueerd; Nieuwe behoeften of knelpunten gesignaleerd; Afspraken gemaakt over vervolgstappen.
Hierbij wordt gebruikgemaakt van input uit observaties, gespreksverslagen en signaleringen van de betrokken professionals. 2. Kwalitatieve evaluatie via kind- en klassenbesprekingen Leerkrachten, gedragsspecialisten en zorgprofessionals bespreken gezamenlijk de ontwikkeling van leerlingen en groepen. Hierbij wordt gekeken naar: • • •
Gedrag en taakgerichtheid; Emotionele ontwikkeling; Taalgebruik en sociale interactie.
Dit gebeurt onder andere via gestructureerde kind besprekingen en groepsobservaties door IB met leerkracht.
Juni 2025
5
3. Ouderfeedback en contactmomenten Via informele en formele oudercontacten (zoals koffieochtenden, spreekuren of evaluatiegesprekken) wordt feedback opgehaald over het effect van de inzet op het thuisfront en de samenwerking met school. 4. Verslaglegging en terugkoppeling Alle stappen en bevindingen worden vastgelegd in korte verslagen, die ook als basis dienen voor verantwoording naar de gemeente. De coördinator (bijv. intern begeleider of projectleider) bewaakt de rode draad en zorgt voor de koppeling tussen praktijk, beleid en subsidieafspraken. 5. Tussentijdse en eindrapportage Halverwege en aan het einde van het project wordt een reflectieverslag opgesteld, waarin successen, leerpunten en aanbevelingen worden opgenomen. Deze rapportages vormen tevens de onderbouwing voor eventuele vervolgsubsidie of borging binnen de reguliere schoolstructuur.
Begroting Uurprijs/fte Uren/fte Aanvullende Aantal prijs * prijs Aantal Uurprijs Uren/fte* Totale Activiteit omschrijving uren/fte preventie preventie uren/fte zorg zorg kosten Samenwerking partner zorg en preventie medewerker. 15 uur per medewerker per week. Verdeeld over 40 school weken. 30 uur x 40 Presente weken= 1200 uur op benadering in jaarbasis ( 600 per school partner) 600 92,73 55.638,00 600,00 101,85 61.110,00 116.748 4 bijeenkomsten voor ouders en leerkrachten. 3 uur per workshop. 12 uur voor ouders. 12 uur voor leerkrachten ( Thema inclusief gerichte voorbereidingen) 48 bijeenkomsten uur. 24 92,73 2.225,52 24,00 101,85 2.444,40 4.670 Totaal aantal uur 624 624
Totaal kosten inzet uren/fte
121.417,92
Subsidie bedrag
121.417,92
Juni 2025
6
Subsidieaanvraag Om deze duurzame inzet in school te kunnen bekostigen dienen we deze aanvraag in bij Gemeente Kerkrade voor een subsidiebedrag van € 121.417,92
Juni 2025
7
Aan:
College Van Burgemeester en Wethouders Gemeente Kerkrade Postbus 600 6460 AP Kerkrade
Betreft: Aanvraag zorgexpertise Kerkrade, 29 april 2025 Geacht College, Middels dit schrijven willen wij een aanvraag indienen voor een jeugdexpert op Het Martin Buber te Kerkrade. Aanleiding Het Martin Buber is sinds augustus 2024 gestart met 160 leerlingen. Het Martin Buber is een school voor voortgezet onderwijs voor mavo-havo-vwo. Sinds de start van de school ervaart het team dat er rondom de kinderen van Het Martin Buber veel problematieken spelen. Hierbij gaat het om problematieken op individueel- en groepsniveau en om problematieken die spelen binnen het sociaal netwerk (thuis- en omgeving) van het kind. Ter illustratie van de diversiteit van problematieken hieronder een bloemlezing van voorbeelden: • Gedragsproblematiek individueel; 55 van de 160 kinderen hebben individuele gedragsproblematieken. Deze uiten zich als: Agressief gedrag: verbaal en fysiek geweld, gebrek aan respect voor medeleerlingen en autoriteit. Het initiëren van vechtpartijtjes, tegen elkaar opzetten van leerlingen, pesten van bepaalde kinderen. Maar ook: emotionele problemen: kinderen met angsten en depressie. Verder is er een grote groep die weinig respectvol is op gebied van autoriteit. Twee tot vier leerlingen zijn thuiszitter. • Gedragsproblematiek groep; Er zijn kleine groepjes (< dan 5) en grote groepjes (> dan 5) waar sprake is van gedragsproblematiek.
Momenteel is het aan de orde dat er in 2 stamgroepen (een stamgroep is een klas van max. 18 kinderen) de hele stamgroep gedragsproblematiek veroorzaakt. Deze problematiek uit zich als problemen op gebied van autoriteit. Agressief gedrag: verbaal en fysiek geweld. Ook pesten door groepjes is aan de orde van de dag. • Problematiek die veroorzaakt wordt door het netwerk (schillen) rondom de leerling waardoor de leerling primair niet bezig is met school; Onstabiele thuissituatie: gescheiden ouders, of ouders met weinig daadkracht. Vechtscheidingen. Ook ervaren kinderen uit andere culturen overlast zoals: dicriminatie en uitsluiting. Problematiek die veroorzaakt wordt omdat de leerling dientengevolge het leren wordt belemmerd en qua niveau niet meekan. • Leerlingen met een zwakke sociale cooping en/of een hoog IQ die zich afzonderen van een groep en hierdoor in een isolement geraken.
•
•
•
Problematiek die veroorzaakt wordt omdat er bij de leerling autisme/ PDD-NOS of aanverwant is geconstateerd. Deze problematiek uit zich als moeite hebben in de sociale interactie, moeite met planning en structuur van de schoolse omgeving, moeite met het structureren van het middagprogramma. Problematiek die veroorzaakt wordt omdat er bij de leerling óf in diens netwerk/ familie geloof gerelateerde problematiek speelt. Deze problematiek uit zich als: hanteren van strenge geloofsovertuiging waardoor de leerling geremd wordt in de ontwikkeling. Vanuit cooping vanuit de opvoeding ander gedrag vertonen. Voorbeeld: Ouder doet aan boksen en vind dat zijn kind ook maar “van zich moet af slaan”. Intimiderend gedrag en taalgebruik van ouders dat overgenomen wordt door kinderen.
Verderop in dit document zullen wij voor de beeldvorming concreter ingaan op deze voorbeelden. Tevens is er een Excell document als bijlage meegestuurd. Hierin worden de kinderen die ondersteuning nodig hebben anoniem kort beschreven. Hoe werken wij op Het Martin Buber? Op Het Martin Buber wordt gewerkt in kleine (stam)groepen van maximaal 18 kinderen. Deze 18 kinderen hebben allemaal een eigen stamgroepcoach. Deze stamgroepcoach is de eerstverantwoordelijke. Zodra er iets is dan zal de stamgroepcoach vanuit zijn/haar rol als eerste actie uitzetten. Wanneer nodig zal de stamgroepcoach opschalen naar de ouders/verorger. Het Martin Buber hanteert een schillenmodel. Dit schillenmodel staat in onderstaande afbeelding beschreven.
Uitleg over het schillenmodel: De kern: De leerling staat steeds centraal en is dus de kern in dit schillenmodel. De persoonlijke relatie tussen leerling, ouders en school (stamgroepcoach) is altijd leidend. We kijken niet naar het probleem maar naar de leerling. Om de leerling heen zitten 4 verschillende schillen. Deze zijn hieronder beschreven. Schil 1: De ouders en/ of verzorgers De ouders zijn de eerst aangewezenen in dit schillenmodel. Zij kennen het kind, staan het dichtst bij het kind en ze zijn wettelijk verantwoordelijk. De school fungeert als vindplaats en de ouders en school dienen een tandem te vormen in de ondersteuning van de ontwikkeling van het kind. Ouders zijn te allen tijde verantwoordelijk voor hun kind en dienen steeds vanuit die verantwoordelijke ouderrol geïnformeerd en betrolkken te worden. Ook de ouders dienen vanuit deze rol hun verantwoordelijkheid te nemen richting school, jeugdhulp en voorliggend veld. Een goed contact met ouders kan ervoor zorgen dat ook zicht is op wat er “achter de deur gebeurt”. Van ouders kan bijvoorbeeld worden verwacht: • Ouders kennen hun kind als geen ander. Ouders kunnen vaak de emotionele toestand van hun kind “lezen” op het gezicht van hun kind. Er wordt van ouders verwacht dat ze signalen tijdig delen met de stamgroepcoach. • Een ouder praat met het kind en achterhaalt de oorzaak.
Heeft het kind moeite met een specifiek vak, de planning, motivatie, sociale problemen of iets anders?
• •
Vaak kunnen ouders en kind al zelf samen een plannetje maken zonder op te schalen. Ouders dienen ook te spiegelen naar hun eigen rol in een ontstane situatie. In voorkomende gevallen betekent dit dat ze ook bereid moeten zijn om daar hulp te aanvaarden.
Het knooppunt van het contact tussen ouders en school ligt altijd bij de stamgroepcoach. (schil 2). Schil 2: De stamgroepcoach (en het kernteam) Het kernteam is integraal verantwoordelijk voor een groep leerlingen. Het kernteam is een vaste groep docenten/coaches en ondersteuner(s) rondom een aantal stamgroepen. De stamgroepcoach is dan ook “eerstverantwoordelijk” voor zijn/haar leerlingen in de stamgroep. De stamgroepcoach signaleert en bespreekt zaken met de leerling, de ouder(s) en collega’s. Indien een coach zaken signaleert bij een leerling dan beschrijft de coach dit in een WWAP. Dit formulier beschrijft een aantal stappen. Binnen de ondersteuning zit ook de medewerker die expertise heeft zodra de problematiek “basisondersteuningsoverstijgend”is of wordt. Dit is de “jeugd-expert”. Schil 3a: De stamgroepcoach en de ondersteuning De stamgroepcoach en coach/vakdocent signaleren. In het kernteam denkt de ondersteuner mee in de aanpak en ondersteunt de begeleiding van de leerling en coacht de docenten in de dagelijkse gang van zaken. Blijkt dit ontoereikend dat gaat de jeugd-expert vanaf deze schil actief meekijken en adviseren. Schil 3b: De ondersteuning en de stamgroepcoach De ondersteuning voor de leerling is gebaseerd op de WAPP en het eventuele handelingsplan.
( De WAPP is een rapportage en signaleringstool: Wat laat leerling zien en neem ik als coach waar, Analyse,Plan direct, Plan lange termijn) Ook de jeugd-expert zal hierbij actief worden betrokken. De mogelijke oorzaak-gevolg en vervolgacties worden in kaart gebracht: • Is er sprake van een probleem dat zich alleen op school voordoet, of doet het probleem zich ook buiten school voor? • Kan een lid van de ondersteuning nog acties uit zetten? • Kan de ondersteuning nog samen met de coach acties uitzetten? • Moet schoolmaatschappelijk werk of andere ondersteuners worden ingeschakeld? Het Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) is wekelijks op de school en heeft wekelijks op de dinsdag om 9 uur overleg met de ondersteuning. Schoolmaatschappelijk werk kan een aantal stappen zetten: • Schoolmaatschappelijk werk kan vanuit zijn/haar expertise voorliggend aan de slag met de leerling (individueel of in een groepje).
•
Schoolmaatschappelijk werk kan de casus doorzetten naar het team WIJ.K. Dit is een wijkteam dat voor de jongeren woonachtig in die wijk kijkt of er een voorliggende mogelijkheid is in de wijk. Als dat niet zo is dan wordt de casus besproken met WIJ.K en tevens besloten of een samenwerkende zorgaanbieder in de wijk deze casus kan oppakken. Dit is een wijkaanbod met een “plusje”. Vanuit WIJ.K kan ook al een contact richting thuis ontstaan.
Als er in deze fase hulp van externen nodig is dan zal de jeugd-expert steeds eerst kijken wat vanuit SMW mogelijk is. Als er aanvullende expertise noodzakelijk wordt geacht, wordt er naar schil 4 opgeschaald. Schil 4: De ondersteuning met externen en coach De opschaling naar schil 4 wordt alleen gezet als blijkt dat ouders/leerling, het eigen team, inclusief de jeugd-expert, deze stap noodzakelijk achten. Voorbeelden van acties die uitgezet kunnen worden: • Inbrengen bij de “eigen” jeugdconsulent van de gemeente. De jeugdconsulent is wekelijks op de school en heeft wekelijks op de dinsdag om 11.15 uur overleg met de ondersteuning. • Inbrengen bij MT (multidisciplinair team). ET = Expertiseteam. Dit is het voormalig RTO. Hier sluit ook de jeugdarts aan. • Schuldsanering, gezinscoach, etc.. De ondersteuning en de coach zullen in nauw contact staan met de externen en er zal samen een plan van aanpak worden opgesteld. Wie zijn de ondersteuners op Het Martin Buber? Op Het Martin Buber zijn de onderstaande professionals werkzaam als ondersteuner. Dit team brengt de de basisondersteuning op de school in kaart, biedt ondersteuning aan de leelringen op school en coacht de stamgroepcoach/vakdocenten/coaches. Op de school is er ten behoeve van de basiszorg momenteel aan ondersteuning aanwezig: • Schoolmaatschappelijk werk (7 uur). • 1FTE ondersteuning per kernteam.
• Jeugdhulpconsulent van de gemeente. (35 minuten per week adviserend) Basiszorgoverstijgend is er echter meer nodig dan dat wat de school zelf aan basisexpertise heeft. Deze noodzakelijke “plus” en die noodzakelijke “expertise” beschrijven we hieronder. Wat is de extra behoefte van Het Martin Buber De behoefte aan extra Basisondersteuning noemen we ‘plus. Wat bedoelen wij hier eigenlijk mee? Is dit iets wat de school kan bieden of hebben we hier een jeugd-expert nodig? De Basisondersteuning voorziet tot een bepaald niveau in de (noodzakelijke) behoefte. Echter: er is vaak meer nodig. Daarom heeft de school dringend behoefte aan een jeugdexpert die ervaring heeft binnen de jeugdhulp, die expertise heeft op het gebied van systemisch denken, maar ook individueel sterk is. Daarnaast is deze jeugd-expert iemand
die naast de docenten/(stamgroep)coaches en ondersteuner kan staan. Met als doel om hen te ondersteunen (en in hun kracht zetten) in de signalering en, indien nodig, de juiste (zorg)wegen te bewandelen. Iemand die een brede foto van een groep of van een individu kan maken. Waar houdt deze jeugd-expert zich mee bezig: • De jeugd-expert is niet de veredelde assistent. De jeugd-expert is ook geen allesweter- en kunner, maar moet een goede overview hebben van wat er speelt rondom de leerling. • Observaties en verslaglegging van (nieuwe) leerlingen die opvallend gedrag vertonen. Overleg hierover met de coaches en ondersteuning, meedenken over mogelijkheden en aanpak binnen de stamgroep, deelname aan oudergesprekken (huisbezoek mogelijkheid). • Activiteiten met kleine groepjes leerlingen gericht op verbeteren werk-en luisterhouding, rustig gedrag in de klas stimuleren, stimuleren samenspel en oefenen met de juiste taal te spreken. E.e.a vooral gericht op sociaal-emotioneel welbevinden zowel op school als thuis. • Gezinnen bespreken waarvan al bekend is dat er hulpverlening betrokken is, afstemmen met de betreffende hulpverleners. • Inzet van programma’s zoals emotie-regulatie en ‘mindset’ kaarten, diverse werkboekjes rondom (v)echtscheiding en verbeteren zelfvertrouwen en bv ervarend leren opdrachten rondom samenwerking en communicatie. • Aansluiten bij knooppuntoverleg.
• Aansluiten bij terugkoppelgesprekken van externen met school, denk aan Care4kids, LionArons, etc.. • Aansluiten bij pedagogisch overleg met ondersteuning, schoolmaatschappelijk werk, schoolarts etc.. • Ondersteunen van coaches bij invullen vragenlijsten (bv. Bij diagnostisch onderzoek) • Observaties op de leerpleinen of de stamgroepen. • Begeleiding van leerlingen die op het gebied van gedrag extra ondersteuning nodig hebben. In de vorm van gesprekjes, begeleide activiteiten individueel, begeleide activiteiten in kleine groepjes. • Aanwezigheid op school 40 weken, 20 uur per week, elke dag aanwezig. Tot slot: Deze jeugd-expert heeft ook expertise mbt schil 4 van het schillenmodel. Dit is de schil waarbij normaal gesproken wordt opgeschaald naar externe partijen die via de jeugdhulp een beschikking krijgen om zorg te bieden. Op het moment dat de jeugd-expert samen met het team van Het Martin Buber kan voorkomen dat er moet worden opgeschaald naar deze dure jeugdhulp dan is dit een directe besparing voor de gemeente (in geld) en voor het kind omdat het kind uit de externe hulpverlening blijft en het kind geholpen wordt binnen de eigen vertrouwde omgeving. Leerlingen die ondersteuning nodig hebben per stamgroep: In een Excell bestand die als bijlage is toegevoegd hebben wij per stamgroep (klas) beschreven welke 55 kinderen (anoniem) momenteel problemen ervaren.
Deze problemen zijn zeer divers. Op het gebied van gedrag zien wij veel problematriek. Deze gedragsproblematiek hebben wij in 3 secties beschreven:
Lage impulscontrole: moeite met het beheersen van hun impulsen, vertoont gedragingen die ongepast zijn of niet afgestemd op de situatie, zoals roekeloosheid, agressie, of het nemen van ondoordachte beslissingen. Gebrek aan structuur en discipline: Het ontbreken van duidelijke regels en verwachtingen leiden tot verwarring en moeilijkheden in het reguleren van eigen gedrag. Dit kan zich uiten in uitstelgedrag, ongeorganiseerd werken, of het overtreden van sociale normen. Onvoldoende sociale vaardigheden: Het ontbreken van vaardigheden zoals luisteren, empathie, of samenwerken. Verder zien wij op school meerdere kinderen met psychische en/of psychiatrische problemen, kinderen met suicidegedachten, kinderen met Autisme, ADD, ADHD, hoog IQ. Ook is er sprake van armoede. Het is niet eenvoudig om voor elk kind aan te geven wat er individueel nodig is. Daarom is het wellicht beter om zaken om te draaien. Stel: je gaat ervan uit dat er voor al deze 55 kinderen een begeleidings- of behandelarrangement moete worden ingezet. Uitgaande van een laag arrangement gerekend, zou dat 55 x € 5.714,89 (gemiddeld) = € 314.318,95 kosten. We gaan dan uit van een laag arrangement Begeleiding Individueel. Door de inzet van de expert van XONAR zou er bij (minimaal) 25 van de beschreven jongeren worden voorkomen dat een arrangement ingezet zou moeten worden.
Ervan uitgaande dat dit laag-lang arrangementen zijn, kan er € 142.872,25 ‘bespaard’ worden. De nzet van een expert van Xonar kost (uitgaande van 20 uur per week voor de duur van 40 weken): € 82.000. De daadwerkelijke investering voor de gemeente is dan geen € 82.000 per jaar maar € 142.872,25 minus € 82.000 = € 60.872,25 extra besparing.
Een investering met veel voordelen: Zichtbaarheid en toegankelijkheid: Doordat de jeugd-expert van XONAR meerdere uren per week aanwezig is op school, is hij/zij zichtbaar en daarmee beter toegankelijk. Laagdrempelige inzet: Het is voor de jeugd-expert mogelijk om jongeren op een laagdrempelige manier te begeleiden of met jongeren in gesprek te gaan. Ditzelfde geldt voor ouders. In plaats van een heel traject in de thuissituatie in te zetten, kunnen ze uitgenodigd worden op school of gaat de jeugd-expert een keer naar de thuissituatie en kan het zo zijn dat ouders al geholpen zijn met een aantal praktische adviezen en/of doorverwijzingen waar ouders niet vanaf wisten. Doordat meerdere jongeren dezelfde hulpvragen hebben (bv. structuur aanbrengen, sociale vaardigheden), zou je ze ook samen kunnen pakken en een aanbod kunnen creëren, waarbij ze met en van elkaar kunnen leren. Voorbeelden zijn sociaal vaardige trainingen, gedragstrainingen etc.. De jeugd-expert van XONAR is iemand met ervaring in de jeugdhulpverlening. Dit betekent dat deze persoon verschillende methodieken in zijn/haar rugzak heeft en daarnaast een goede kennis heeft van de sociale kaart, waardoor mogelijk de juiste hulp snel op de juiste plek is.
-
De organisatie Xonar heeft brede expertise in huis en heeft HBO geschoolde jeugdexperts die op Het Martin Buber werkzaam zijn. Uiteraard is het de bedoeling om 1 vertrouwelijke jeugd-expert binnen de school te hebben. De medewerkers leren van de jeugd-expert. Doordat de jeugd-expert 20 uur op school is kan de expert de docenten van Het Martin Buber coachen en tips en adviezen meegeven. De investering verdient zich terug. Zoals aangegeven zal deze werkwijze ervoor zorgen dat er een groot aantal arrangementen minder afgegeven hoeven te worden. Dit kan omdat de jeugd-expert van Xonar zelf een aantal begeleidings en behandelingstaken op zich neemt. De investering gaat ervoor zorgen dat deze zich ruim terug verdient.
Geacht College, Wij hopen dat u een positief besluit neemt ten aanzien van deze aanvraag voor een jeugdexpert op Het Martin Buber te Kerkrade. Mede door deze invulling kunnen we nog beter ervoor zorgen dat kinderen snel de juiste hulp krijgen. In afwachting van uw reactie, Mevr. Marij Dings en Dhr. Bert Schroën, Directie van Het Martin Buber,
Beantwoording vragen fractie Burgerbelangen inzake agendapunt 7.1 (proeftuin leeromgeving voor basis- en voortgezet onderwijs) commissie B&S 9 september 2025
Vraag 1: Wat is het verschil in werkzaamheden tussen preventiemedewerker en zorgmedewerker?
Antwoord: Preventiemedewerker: richt zich op vroeg signalering, preventieve inzet in de klas (om te voorkomen dat lichte hulpvragen zich ontwikkelen tot zwaardere zorgvragen) en laagdrempelig contact met leerlingen en ouders. Taken zijn onder andere het voeren van gesprekken, organiseren van themabijeenkomsten en ondersteunen van leerkrachten bij het creëren van een positief pedagogisch klimaat. De preventiemedewerker is ook goed op de hoogte van de bestaande ondersteuningsmogelijkheden rond de school/in de wijk en maakt hier zoveel mogelijk gebruik van.
Zorgmedewerker: biedt begeleiding en interventie bij leerlingen met duidelijke of zwaardere sociaal-emotionele of gedragsproblemen. Dit kan individueel, in kleine groepen of via nauwe samenwerking met externe hulpverlening.
Kortom: de preventiemedewerker versterkt de basis en voorkomt escalatie; de zorgmedewerker pakt de complexere casuïstiek op.
Vraag 2: Is er supervisie op de trajecten door een professional c.q. gedragswetenschapper?
Antwoord: Op de drie scholen is supervisie en deskundige betrokkenheid geborgd: Diabolo: overleg met gedrag specialist, intern begeleider en schoolmaatschappelijk werk. Het Martin Buber: inzet van een HBO-geschoolde jeugd-expert met jeugdhulpexpertise, opschaling naar jeugdconsulent, jeugdarts en multidisciplinair expertiseteam is mogelijk. De Steltloper: een multidisciplinair ondersteuningsteam (school, zorg, preventie, welzijn) komt periodiek bijeen om te monitoren en bij te sturen.
Bovendien zullen alle preventie- en zorgmedewerkers die op de scholen worden ingezet gekwalificeerde professionals zijn van professionele organisaties. Organisaties waarop ze
ook kunnen terugvallen wanneer desbetreffende medewerkers daar behoefte aan hebben. En de organisaties zien er zoals gebruikelijk erop toe, dat de kwaliteit is geborgd.
Vraag 3: Is er bekend wat de inhoud van de themabijeenkomsten zal zijn?
Antwoord: Voor De Steltloper zijn de thema’s concreet benoemd: opvoeding, gedrag, hechting, grenzen stellen, emotieregulatie, samenwerking rond gedrag, emoties en taalgebruik. Deze worden afgestemd op actuele vraagstukken binnen de schoolpopulatie. Op Het Martin Buber zullen de bijeenkomsten nog moeten worden afgestemd op de specifieke wensen en behoeften van de school. Mede ook aan de hand van de ervaringen die de preventie- en zorgmedewerker op de school opdoen. De basisschool De Diabolo heeft niet gevraagd voor themabijeenkomsten.
Vraag 4: Evaluatie; we vinden het belangrijk dat er periodiek, bijvoorbeeld geëvalueerd wordt. Wat is de planning voor evaluatie? Is een halfjaarlijkse terugkoppeling bijvoorbeeld een optie?
Antwoord: De uitvoering van de pilots wordt gedurende het schooljaar gemonitord op meerdere niveaus. Hierbij wordt gekeken naar zowel de feitelijke inzet van professionals als de ervaren opbrengsten voor leerlingen, ouders, leerkrachten en schoolleiding. Doel is om inzicht te krijgen in de effectiviteit, uitvoerbaarheid en borgingsmogelijkheden van de aanpak. De evaluatie bestaat uit een combinatie van: •
Procesmonitoring, waarbij wordt gekeken naar de mate waarin de geplande inzet (uren, activiteiten) gerealiseerd is
•
Kwalitatieve evaluatie, waarbij ervaringen van betrokkenen centraal staan (interviews, observaties, ouderfeedback)
•
Effectevaluatie, waarin wordt gekeken naar zichtbare veranderingen in gedrag, sociaal-emotioneel functioneren, ouderbetrokkenheid en schoolklimaat
•
Financiële verantwoording, inclusief vergelijking van de inzet met mogelijk vermeden zorgkosten of doorverwijzingen
De evaluatie wordt periodiek besproken met het multidisciplinaire ondersteuningsteam van de school en gebruikt voor tussentijdse bijsturing. Daarnaast worden de uitkomsten vertaald naar aanbevelingen voor een eventuele structurele borging of opschaling van de aanpak.
Per kwartaal zal een tussenevaluatie plaats vinden. Een halfjaarlijkse terugkoppeling is mogelijk.
Vraag 5: Stel de pilot is succesvol en voor volgende jaren is er behoefte aan bredere uitrol, is daar dan al een voorziening voor in de begroting hiervoor?
Antwoord: Nee. Alsdan zal daarvoor ruimte in de begroting moeten worden gemaakt.
Vraag 6: Is er een inschatting gemaakt wat investeren aan de voorkant kan besparen aan de achterkant, oftewel zorgtrajecten op latere leeftijd?
Antwoord: Het Martin Buber heeft een berekening gemaakt: Zonder extra investering zouden 55 kinderen een individueel arrangement jeugdhulp nodig hebben (gemiddeld € 5.714 per kind = ca. € 314.000). Voor minimaal 25 kinderen kan dat worden voorkomen, wat ruim € 140.000 bespaart.
Bij De Diabolo zijn het afgelopen schooljaar voor 12 leerlingen individuele zorgtrajecten voorkomen. Een potentiële besparing van ongeveer € 38.000.
De aanvraag van de basisschool De Steltloper bevat geen onderbouwing van een financiële besparing.
We moeten ons hier realiseren dat “besparingen aan de achterkant” veelal pas op middellange tot lange termijn zichtbaar zullen zijn als het om preventie gaat. Het effect van vroeg signalering en preventieve ondersteuning laat zich niet direct vertalen in een directe kostenbesparing, maar uit zich geleidelijk in minder doorverwijzingen naar gespecialiseerde zorg, minder schooluitval, andere groepsdynamiek in de klas en een afname van multi-problematiek binnen gezinnen. En het kan nooit met zekerheid worden vastgesteld of door de inzet van een zorgmedewerker op de school een jeugdhulptraject daadwerkelijk is voorkomen. We gaan daar wel van uit.
De baten zijn bovendien niet alleen financieel van aard, maar ook maatschappelijk en sociaal: kinderen met hulpvragen worden eerder en beter ondersteund op de scholen, kunnen zich daardoor beter ontwikkelen, hebben een passende plek op school en vallen daardoor minder uit. Zodat ze eindelijk zelfstandig als volwassenen kansrijk kunnen
meedoen en van betekenis kunnen zijn voor de samenleving. Ouders worden eerder en effectiever ondersteund en leerkrachten ervaren minder handelingsverlegenheid en werkdruk. Dit alles vertaalt zich op de lange termijn toch ook weer in financieel rendement.
Vraag 7: Er wordt regionaal beleid gevormd over dit thema. Wij hebben na dit jaar twee jaar ervaring. Worden die ervaringen gedeeld richting de makers van het regionale beleid zodat zij hier hun voordeel mee kunnen doen?
Natuurlijk.
Beantwoording vragen fractie SP agendapunt 7.1 (proeftuin leeromgeving voor basisen voortgezet onderwijs) commissie B&S
Vraag 1: De SP wil graag een overzicht van het aantal leerlingen per school.
Antwoord: De Diabolo: 215 De Steltloper: 260 Het Martin Buber: 258 Betreft de bij ons bekende meest actuele cijfers.
Vraag 2: Is het bedrag alleen gebaseerd op personeelskosten, of zijn er nog andere kosten die betaald worden uit dit bedrag? Oftewel, op basis waarvan is het bedrag van € 335.000 tot stand gekomen?
Antwoord: De kosten hebben betrekking op de personeelskosten van de preventie- en zorgmedewerkers.
De Diabolo
1 zorgmedewerker
40 weken van 20 uur
€ 81.480
De Steltloper
1 preventiemedewerker
40 weken van 15 uur
€ 55.638
1 zorgmedewerker
40 weken van 15 uur
€ 61.110
Het Martin Buber
Subtotaal
4 themabijeenkomsten
€
4.670
Totaal
€ 121.418
1 preventiemedewerker
40 weken van 15 uur
€ 55.638
1 zorgmedewerker
40 weken van 15 uur
€ 61.110
4 themabijeenkomsten
€
4.670
Totaal
€ 121.418 € 324.316
Onvoorzien * Totaal
€ 10.684 € 335.000
* In verband voorlopige ramingen
Vraag 3: Wat als dit bedrag niet toereikend blijkt?
Antwoord: De kosten zijn berekend aan de hand van de actuele uurprijzen voor desbetreffende medewerkers. En het aantal uren inzet op de scholen is vooraf vastgesteld. Daarmee kan exact worden bepaald wat de kosten zullen zijn. Mocht in de praktijk blijken dat het aantal uren onvoldoende is, dan kan dit nog wat worden bijgesteld omdat er rekening is gehouden met een post onvoorzien.
ID Datum vergadering Vergadering 295 02-07-2025 Raad-B&S 289 11-03-2025 Cie B&S 286 12-02-2025 Raad-B&S 275 08-10-2024 Cie B&S 269 18-06-2024 Cie B&S 250 13-11-2023 Raad-B&S 239 10-10-2023 Cie B&S 238 10-10-2023 Cie B&S 231 19-09-2023 Cie B&S 208 16-03-2023 Cie B&S 207 16-03-2023 Cie B&S 175 27-09-2022 Cie B&S 169 05-07-2022 Cie B&S 167 31-12-2021 Raad-B&S
Nummer 11 5 2 21 15 50 39 38 31 12 11 19 13 66
Portefeuillehouder Domein Schlangen Burger Schlangen Burger Roland Burger Roland Burger Schlangen Burger Roland Burger Roland Burger Roland Burger Roland Burger Roland Burger Roland Burger Schlangen Burger Schlangen Burger Schlangen Burger