adviesCBCSGL
Tekst van het document
de raad en het cottege kennetijk acceptabetachten in de Lupinehof.
Daarnaast is retevant dat de faciLiteiten van SGL van dien aard zijn dat zij ook gereatiseerd zouden kunnen worden bijeen andere functionete invuttingvan de locatie die evident onder de bestemming wonen past. Een gezamenl.ijke keuken, woonkamer en wasruimte passen bijvoorbeetd ook in studenten- of seniorenhuisvesting. De redeneringvan het cottege dat de optelsom van facititeiten neerkomt op te intensieve zorg is dan ook onnavotgbaar.
22.Wat de beoordeLing in het verweerschrift van verschittende facititeiten betreft, merkt SGL het votgende op: a. Met betrekking tot de gemeenschappetijke woonkamers (col.l.ege noemt deze
"verbtijfsruimte") betoogt het cotlege dat er sprake is van een zorgfacititeit omdat deze enkel toeganketijk zouden zijn voor ctiënten van SGL. Het is echter irrelevant of de gemeenschappetijke woonkamers atteen toeganketijk zijn voor ctiënten. Retevant is hoe deze woonkamers gebruikt worden. De gemeenschappeLijke woonkamers worden gebruikt ats ruimten voor ontmoeting, sociate interactie en het gezamentijk nuttigen van maattijden, oftewelvoor betangrijke onderdeten van de activiteit wonen. Overigens is onjuist dat niet-ctiënten geweerd worden uit de gemeenschappetij ke woonka mers.
I
b. Met betrekk¡ng tot de keuken betoogt het coLtege dat inrichting en uitertijk duiden
zijn kaft' Het op te intensieve zorg. Het co[tege beoordeett hiermee het boek op bepaten van type of uitertijk van de apparatuur in de keuken doet er niet toe bij het zotg. Het gaat om het daadwerketijke gebruik van de keuken. Het
de mate van gebruik van de keuken is reeds beschreven in randnummer 35 van het bezwaarschrift en de toetichting op de foto's in productie 19 bij het bezwaarschrift. c. Met betrekking tot de administratieve ruimte ("het kantoor") past het cottege een cirketredenering toe: "een aan maatschappetijke doeteinden ondersteunende kantoorfunctie past niet binnen de woonbestemming nu reeds een cottege de maatschappetijke functie ontbreekt". Met deze redenering draait het zijn voor zaken om. Het aanwezig zijn van het kantoor zou immers een aanwijzing eerst aan te intensievezorg(een maatschappetijk doet). Het cottege neemt echter aard en dat er daadwerke1ijk sprake is van intensieve zorg, en beoordeett dan de dit kader functie van het kantoor op basis van dat vertrekpunt. sGL verwijst in en nogmaats naar haar standpunt onder randnummer 36 van het bezwaarschrift ruimte foto D1 uit productie 19. De enkete aanwezigheid van een administratieve gaat om de manierwaarop kan simpeLweg niet duiden op (te intensieve) zorg. Het huisvestende deze ruimte wordt gebruikt: in dit gevat ter ondersteuning van de activiteiten van sGL die passen onder de bestemming wonen. productie 19. Het cotl'ege zet deze onderbouwing weg ats onbetrouwbaar. De foto's in productie 19
23. Ten stotte, nog een opmerking omtrent de foto's in
foto,s met summiere geven van de situatie in de zijn echter bedoel,d om een actueel en compteet beetd te er 2024' De Lupinehof, niet meer en niet minder. De foto's zijn genomen op 30 decemb wil geven van reden hiervoor is dat sGL een zo recent (en compteet) mogetijke indruk genomen tussen 9:00 en 10:00 de situatie in de Lupinehof. De foto's zijn verifieerbaar ,s Dit is een van de drukke periodes van de dag in de Lupinehof
ochtends.
rustig (,,ochtendspits") wat aantoont dat zetfs op de drukste momenten het complex fotograferen heeft is. De insinuatie dat sGL op opportunistische wijze het moment van gestoten houding uitgekozen is absotuut niet correct en een duidetijkvoorbeetd van de foto's en de van het cottege jegens nieuwe informatie. sGL hoopt dat het cottege deze van het bijbehorende toeticht¡ng met een open houding betrekt in de heroverweging besl,uit.
Evenredigheid van handhaving: aangehaalde iurisprudentie de ter ptaatse 'wonen' zal handhavend optreden onder de gegeven
24.Zelfsindien (de¡en van) de activiteiten van SGL strijdig zouden zijn met
getdende bestemming
doeten' SGL omstandigheden onevenred igzijn in verhouding tot de daarmee te dienen bt¡jkt dat: heeft in dit kader verwezen naar jurisprudentie van de AfdeLing waaruit
I
a. Ook bij strijdigheden met het bestemmingsptan afzien van handhaving mogetijk is bij onevenredigheid;
b. Afzien van handhaving bij onevenredigheid geen uitzondering is maar geregetd voorkomt wanneer de betangen, feiten en omstandigheden dit vergen; c. Dat aan bepaal.de betangen in een te maken afweging omtrent handhaving tegemoet gekomen kan worden door het treffen van maatregeten; en d. Dat de betangenafweging in ieder geval door het bestuursorgaan moet worden gemaakt en in de motivering zichtbaar moet zijn.
25. Het cotlege reageert in haarverweerschrift op de aangehaatde jurisprudentie met een uiteenzetting van de manieren waarop de situatie in de Lupinehof in de feitetijkheden verschi[t van deze jurisprudentie. Hiermee gaat het cottege echter voorbij aan het standpunt van SGL. De aangehaatde jurisprudentie is niet bedoetd aLs naadtoos passende precedenten. Een dergetijke benadering zou ook miskennen dat de beoordetingvan evenredigheid van handhaving per geval dient ptaats te vinden en met inachtneming van de specifieke feiten en omstandigheden. Dit is immers wat een betangenafweging in het kader van artikel 3:4, tweede tid Awb vergt. Zoats a[ aangegeven is de jurisprudentie aangehaatd om een actueel beel,d te geven van de jurisprudentietijn van de Afdeting. Op basis van deze jurisprudentie en de feiten en omstandigheden die ik reeds genoemd heb onder randnummer 7 van dit pteidooi had het coltege tot de conctusie moeten komen dat handhaving onevenredig is. Ook dit deel van het verweerschrift toont aan dat het cottege niet met een open houding in de bezwaarfase staat en, ofschoon er nog een heroverweging van het bestuit moet ptaatsvinden, a[ in de "procedeermodus" zit.
Evenredigheid van handhaving: negat¡eve gevolgen voor cliënten 26. Reeds in de zienswijze op het voornemen tot handhaving heeft SGL het cottege gewaarschuwd voor de negatieve gevotgen van interne of externe verhuizing van
ctiënten ats gevotgvan handhaving. SGL heeft de negatieve gevotgen nogmaats onder de aandacht gebracht in haar bezwaarschrift en middets mondetinge inbreng bij een commissievergadering van de gemeenteraad van de gemeente Kerkrade waar de
dossierverantwoordetijke wethouder aan deetnam. Overigens heeft de raadscommissie de wethouder, indachtig de betrokken betangen, expticiet gevraagd om nogmaats te kijken naar mogetijke opl.ossingen. Uit het verweerschrift btijkt echter dat het cottege deze meermaats benoemde negatieve gevotgen niet onder ogen wit zien of niet serieus neemt.
10
van een te verzameLen (art' 3:2 zorgvu¡dige bestuitvorming atte retevante betangen en feiten voor de Awb). Met betrekk¡ng tot de mogetijke gevotgen van het handhavingsbestuit heeft op geen ctiënten van sGL heeft het coil.ege dit echter niet gedaan. Het cottege van en enket moment uit eigen beweging navraag gedaan over de omstandigheden de ingediende impticaties voor cl,iënten. Het cotl,ege heeft ook niet naar aanteidingvan informat¡e zienswijze en het bezwaarschrift van SGL vragen gesteLd of extra
27.|n dit kader stel.t SGL voorop dat het aan het coLtege is om in het kader
opgehaatd. (meer) informatie op te 28. Het had op de weg van het coLtege getegen om op zijn minst ctiënten. ln dit kader haten bij SGL over de gevotgen van het handhavingsbestuit voor (doorvragen) over de had het cottege ook eventuete kritische vragen kunnen stetl'en gel,everde informatie. Het col'Lege had ook in een eerder stadium een
door SGL had kunnen deskundige kunnen inschakel'en die de negatieve gevotgen in kaart intevingsvermogen brengen. overigens meent sGL dat het geen groot voorstettings- of gevotgen heeft' vergt om vast te steLlen dat handhaving voor cl'itånten ingrijpende
effecten voor ctienten 2g.Frappant in dit kader is dat het cotLege, terwijt het de negatieve enige feitetijke basis bagatel,t¡seert en de informatie van sGL in twijfet trekt, zonder ondervinden aanneemt dat de kl,agers (dhr. simons e.a.) wet (psychische) bel'asting door de situatie in de LuPinehof' 30.Ten stotte, moet sGL nog iets van het hart. ln diens verweerschrift
conctudeert het
cottege:
,,hoewel het coltege begriipt dat een verhuizing ingriipend kan ziin, heeft sGL psychisch of onvoldoende aannemetiik gemaakt dat haar cliënten een verhuizing Iich a metii k n i et zouden aanku n nen"'
Het cottege tegt hier de tat onredetijk hoog. Het verties van ctiënten
van hun
geringere betang van (meerjarige) vertrouwde teefomgeving zou - zeker gezien het coltege om af te derden in deze kwestie - al, votdoende bel.ang moeten zijn voor het Lichamel'ijke zien van handhaving, ongeacht of dit verl,ies Leidt tot psychische of onder ktachten. Het privéleven en de woning ziin niet voor niks beschermde rechten het col'tege ctiënten ziet artiket B EVRM.SGL kan zich niet aan de indruk onttrekken dat geval' is - die tijdetijk en zonder ats tijdetijke patiënten in een kl.iniek - wat dus niet het De ctiënten van SGL consequenties kunnen worden verpLaatst. Niks is minder waar. (tokate) wonen vaak at jaren in de Lupinehof (hun thuis) en dragen bij aan de samenteving.
11
Concreet zicht op Iegalisatie 31. Het coltege stett in diens verweerschrift dat bij handhavingsbestuiten er enkeI ruimte is voor ex nunc toetsing indien de overtredingten tijde van de bezwaarprocedure reeds
is getegal.iseerd. Votgens het cottege is er momenteel geen sprake van legatisatie omdat er enkel een aanvraag voor een BOPA voorligt en niet een verteende BOPA. 32. Het cotlege voert geen jurisprudentie aan waaruit btijkt dat enketreeds getegatiseerde
situaties (dus een stap verder dan concreet zicht op legatisatie) ex nunc meegenomen kunnen worden in de bezwaarfase. Hier tegenover staat de door SGL aangehaaLde jurisprudentie (randnummer 52 bij bezwaarschrift) waaruit duidet¡jk bt¡jkt dat bij een heroverweging in de bezwaarfase feiten en omstandigheden ten tijde van het bestuit
op bezwaar in de overweging worden betrokken. Deze jurisprudentie stuit het betrekken van concreet zicht op Legatisatie niet uit. 33. Het cottege stett zich vervolgens op het standpunt dat er geen sprake is van concreet
zicht op tegatisatie omdat de situatie waarvoor de BOPA wordt aangevraagd verschitt van de situatie waarop wordt gehandhaafd. Wat daar ook van zij, voor de vraag of het cottege dient te handhaven of niet is het op handen zijn van zuivere tegatisatie niet doorstaggevend. Het is correct dat SGL en HEEMwonen in het kadervan de BOPA over zutlen gaan tot een ruimtetijke scheiding in de Lupinehof (zie randnummer 20 van bezwaarschrift). Met deze fysieke scheiding en de BOPA zateen situatie ontstaan die ookvotgens het coltege past onder de getdende bestemming, oftewetvoor het cottege Legaat is. Deze nieuwe situatie waarin de legatiteit van de activiteiten van SGL buiten kijf staat dient in het kader van de evenredigheid van het handhavingsbestuit zwaar te wegen. Het zou immers onevenredig en onredetijk zijn indien het cottege, ondanks een op handen zijnde optossing voor de kwestie, atsnog vasthoudt aan handhaving.4 De noodzaak van de handhaving zat immers op korte termijn komen te vervatten.
Vo o rge s c hiedenis h a n d h avi ngsbes/uit
34. ln het verweerschrift geeft het cottege verschittende argumenten van SGL omtrent de
voorgeschiedenis van het handhavingsbestuit verkeerd weer. Het betreft de argumenten omtrent: a. De bouwvergunningen voor de Lupinehof uit 2003 en 2004; b. De tekeningen bij de voornoemde bouwvergunningen; c. De vermetding van de Lupinehof op de website Kerkradewijzer; 4
Zie in dit kader: ABRVS 13 april2022, ECLI:NL:RVS:2022:.1O58, r.o. 6.2. ln deze uitspraak conctudeert de Afdeting dat een bestuit tot handhaving onevenredig is omdat het cottege ook aan de raâd had voorgestetd om de strijd¡ghe¡d met het bestemmingsptan waarop het handhaafde op te lossen middets de wijziging van het bestemmingsptan. Handhaven terw¡jt er een concrete optossing in zicht is voor de overtred¡ng, is dus onevenredig. Ook ats die optoss¡ng niet kwatificeert a[s "niet zuiveÍe" legatisat¡e.
12
d. De omgevingsvergunning brandveitig gebruik uit 2015; in de Lupinehof e. De aanwez¡gheid van een wethouder bij een evenement van SGL in 2015.
Het cottege verbindt deze argumenten onterecht
aan een vermeend beroep van SGL
opimpl'icietevergunningtotafwijkingen/ofgewektVertroUWendaterniet ln het bezwaarschrift gehandhaafd zou worden. Deze benadering is misteidend' verwijst sGL naar voornoemde bronnen om twee
punten duidetijk te maken:
a,DepassendheidvandehuisvestingvanSGLenhaarondersteunendeactiviteiten van het feit dat de en facititeiten moet beoordeel,d worden met inachtneming Lupinehof vanaf rea[isatie bedoel'd is als een comptexWaarwonen
gecombineerd
Wordtmeteenaanzientijkematevanzorg.Zieinditkaderrandnummerl2vanhet bezwaarschrift.
b'Hetcotl.egeWasattangenopzijnl.aatstin20ls(i.v.m.aanvraag op de omgevingsvergunning brandveitig gebruik en het
bezoek van de wethouder)
hoogtevandeaardenomvangvandeactiviteitenvanSGLindeLupinehof.Ziein dit kader randnummer 13 van het bezwaarschrift' de bouwvergunningen voor de overigens stel.t het coLl.ege dat in het kader van zorgsteunpunt met ktein kantoor Lupinehof uit 2003 en 2004 maar een "kteinschaLig al's kl'einschal'ig is aangevr aagd, etders in het $ebouw". Dat het zorgsteunpunt bouwtekeningen bij de verteende aangevraagd zou zijn is niet correct. uit de bouwvergunningen(producties6enTbijbezwaarschrift)btijkt,zoatsa[isuiteengezet onderdeel van het zorgsteunpunt in randnummer 1 2van het bezwaarschrift, dat ats aanzientijke mate van zorgverlening' faciLiteiten zijn aangevraagd die duiden op een Voor het opbergen Van zoats een kamer Voor de staapwacht, een ruimte voor dit zorgsteunpunt een keuken' regenereerwagens en rustkamers. verder is ook facititeiten in ruimte en kantoor vergund'5 Waarom zouden deze
gemeenschappel,ijke zorgen in het geval van sGL het gevat van het zorgsteunpunt duiden op kLeinschal'ige op te intensieve zorg?
niet heeft betrokken in de Het is opvatLend dat het cotLege de voornoemde feiten (of zetfs verkeerd weergeeft) in diens besl,uitvorming en ook nagenoeg negeert 7 van dit pLeidooi zijn deze feiten verweerschrift. Zoal,s besproken onder randnummer erg retevant voor de betangenafweging die
het cottege dient te maken in het kader van
het wet/niet handhaven.
5
zie ¡n dit kader de bouwtekeningen van de begane
grond van de Lupinehof in producties 6 en 7 bij het bezwaarsch
13
rift.
Begunstigingsterm¡jn 35. Het cottege stett dat het n¡et mogetijk/wensel.ijk is om de begunstig¡ngstermijn te koppeten aan de vertening van de BOPA. De redenering van het cottege is dat er dan geen drukmiddet meer zal zijn in het geval. dat het proces van de BOPA misl.ukt of wanneer SGL de fysieke scheiding die ten grondstag Ligt aan de BOPA niet uitvoert. 36. SGL benadrukt nogmaats dat het cotLege ook bij de vaststetting van de Lengte van de
begunstigingstermijn gebonden is aan de beginsel.en van behoortijk bestuur, waaronder het zorgvutd¡gheidsbeginseI en het evenredigheidsbeginset. Hieruit votgt in ieder gevaI dat het cottege bij de vaststeLting van de begunstig¡ngstermijn acht sLaat op de gerechtvaardigde betangen van SGL.
37.Een begunstigingstermijn van 12 maanden die aanvangt op de datum van het handhavingsbestuit is niet te beschouwen ats zorgvutdig en evenredig. Het is namel,ijk
het cottege geweest dat in haar handhavingsbesl.uit en andere communicatie aanteiding heeft gegeven tot het verkennen van de optossing van de BOPA. Partijen hebben tot nu toe constructief samengewerkt aan deze opLossing en een deetvan de
door het cottege beoogde 12 maanden daarvoor gebruikt. Het zou onredetijk zijn wanneer SGL, wegens het meedoen aan de optossingsrichting (l.ogischerwijs in combinatie met het niet votdoen aan de [ast6), in een situatie komt waarin bij het onverhoopt mistukken van de BOPA-aanvraag nog maar enkete maanden heeft om aan de last te votdoen. NB: het coltege heeft zétf vastgestetd dat 12 maanden een redetijke termijn is om weg te verhuizen (dus zonder het BOPA-traject). Daarom is de suggestie van SGL om de aanvang van de begunstigingstermijn (van minstens 12 maanden) te laten samenvalten met de vertening van de BOPA atteszins redetijk. Ten
overvtoede: SGL suggereert dus niet dat de begunstigingstermijn zou moeten aanvangen wanneer de vergunning onherroepetijk wordt. 38. De redenering van het cotlege dat een "stok achter de deur" nodig is om SGL betrokken te houden bij het vinden van een optossing werkt bevreemdend. SGL is vanaf het voornemen tot handhaving samen met HEEMwonen in gesprek geweest met het col.l.ege over de BOPA en heeft zich attijd constructief opgestetd. Overigens is het hebben van een "stok achter de deur" geen overweging onder het toetsingskader voor het vaststetten van een begunstigingstermijn. Zoal.s at uiteengezet in het bezwaarschrift votgt uit de jurisprudentie dat de begunstigingstermijn tang genoeg moet zijn om aan de last te votdoen en bovendien evenredig. Dát is het toetsingskader dat het cottege moet toepassen.
6
SGL heeft overigens wet, zoats beschreven in het bezwaarschrift, maatregeten genomen om de door de kteine groep klagers ervaren overlast te beperken.
14
SGL-Relim Holding is geen overtreder 39. rn her handhavingsbesr,uit is niet ondubberzinnig
duidetijk of de I'ast ook is opgetegd
aanStichtingSGL.RetimHotding.NuwordtinhetVefweerschriftdoorhetcotlege opgel'egd. Dat is onterecht' Beide verduidetijkt dat de tast ook aan deze stichting is benadrukken hiermee nogmaal's dat attéén stichting aangeschreven stichtingen
huisvesting - bedoetd in ruime zin' Gehandicaptenzorgverantwoordetijk is voor de enz') - van cLiénten in de inctusief de facil,iteiten (gemeenschappetijke woonkamers van het handetsregister doet Lupinehof. De door het cotl,ege aangehaatde inhoud En die is dat er geen enkete hieraan niet af. Het gaat om de feitetijkheid. bij de overtreding is, voor zover de betrokkenheid van stichting sGL-Retim Hotding overtreding er überhauPt at is'
dat bij het cottege "de exacte Dit wordt nu verder afgedaan met de stel'ting iS' Dat is onvoldoende naar de verhoudingen tuSSen beide stichtingen ("') onbekend" ats gekeken wordt naar de huidige stand van zaken in de rechtspraak' zeker richti nggevende u itspra ken vanaf 2023' 40. Het Lijkt met deze verwljzingnaar de ondertinge
verhoudingen tussen beide
stichtingenerop-maardesummierestel'tingenvanhetcol'Legevermetdenditniet expl.iciet-datnuervanwordtuitgegaandatStichtingSGL-RetimHotdingisaante merkenatszogehetenfunctioneeldader/pl,eger.ombijStichtingSGL-RetimHotding ,uit te komen'is echter nodig dat de overtreding - nu die niet daadwerketijk door haar de overtreding "in de sfeer van de is begaan - aan haar toerekenbaar is c.q' dat rechtspersoon,,plaatsvindt.DezesituatiedoetzichhiertenaanzienVanStichting SGL-Rel,im Hotding niet voor' 41 . Opgemerkt zij dat - anders dan het
cottege l'ijkt aan te nemen - in ieder
geval voor het
aannemenvandehierbedoel'detoerekenbaarheidonvol.doendeishetenkele van een concernretatie tussen bestaan van beide stichtingen atsook het bestaan waarin bijvoorbeetd de beide. Dit is zetfs het geval. bij een ver gaande concernretatie Verder zij opgemerkt dat - anders ene rechtspersoon bestuurder is van de andere.T danhetcotl'egel,ijktaantenemen-hetwetdegetijkopdeWegVanhetcollegetigtom tebewijzendataandenormvoorfunctioneel'dader-/pl'egerschapisvoldaan.sDat ook at voorafgaand aan het gel,dt temeer in situaties ats hier waarin herhaatdeLijk' van etke betrokkenheid van bestuit, de aandacht is gevestigd op het ontbreken waar het coLl'ege eerder heeft sticht¡ng sGL-Retim Hotding bij de overtreding' van om nadere informatie te vergaren (waartoe de zorgvutdigheidsnorm nagel.aten
7 8
zie biiv. ECLI:NL:RVS:2024:27o7 ' m'n r'o'
-l
en7 '1 '
m.n. 5.2, taâtsre votzin' waarin z¡e bijv. ECL':NL:RVS:20 2+:1aæ,r.o. 5 t/m 5.3,
hetbestaanvanfUnctioneetdadefschapophetbestuursorgaanfUSt.
15
tetterrijk wofdt overwogen dat de bewijstast omtfent
arl.3:2 Awb met zoveetwoorden wet verpticht), heeft het geen pas om nu een redenering toe te passen die erop neerkomt dat men, juist vanwege het gebrek aan zicht op de exacte verhoudingen tussen beide stichtingen, behoudens contraindicatie, het dan maar ervoor moet houden dat beide kunnen worden aangemerkt ats overtreder. Dat wordt ook niet anders door de inhoud van het handetsregister, zoats hiervoor at gezegd.
Conclusie
Getet op a[ het bovenstaande, is SGL van mening dat het bestreden ha nd havi ngs besl,u it moet worde n he rove rwoge n.
Die heroverweging zou moeten [eiden tot intrekking, atthans, wijziging van het bestuit zoats weergegeven in de conctusie van het bezwaarschrift.
Dit met toekenning aan ctiënten van een tegemoetkoming in de kosten, eveneens op de wijze zoats weergegeven in de conctusie van het bezwaarschrift. SGL geeft uw commissie in overweging om dienovereenkomstig te adviseren.
úñAdvocaat/gemachtigde 15 )anuari 2025
16