CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

adviesCBCSGL

Commissie Grondgebied en Economische Zaken 12 maart 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit aanvraag omgevingsvergunning Lupinehof12.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jr

Gerneemte I(erkrade Centr ale B ezw aarsch rìften- en KI achtencom missie

Het college

ONDERWERP:

Advies inzake bezwaarschrift van de heer mr. E.A. de Bruijne (Paulussen Advocaten NV) en de heer mr. R.A.H. Vlecken (Paulussen Advocaten NV) namens Stichting Gehandicaptenzorg Limburg en Stichting SGL-Relim Holding Zaakn u m me r : DZOOOOOT 60 I 1 57 1

Biilagen: - verslag hoorzitting

- pleitnota Kerkrade, 10 februari 2025

Ceacht college,

Naaraanleidingvan het doorde heer mr. E.A. de Bruijne (Paulussen Advocaten NV)en de heer mr. R.A.H. Vlecken (Paulussen Advocaten NV) namens Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en namens Stichting SCL-Relim Holding, gevestigd te Sittard (hierna te noemen: bezwaarmakers), ingediend bezwaarschrift van 'l 9 juli 2024, bij de gemeente ontvangen op 22 )uli 2O24, adviseren wij uw college als volgt. Onderwerp van bezwaar Bij het op 12 juli 2024 verzonden besluit, kenmerk 24uO007255, werd een last onder dwangsom opgelegd aan Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SCL-Relim Holding teneinde de overtreding te beëindigen en beeindigd te houden van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet in combinatie met artikel 12.1 van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beëindigd te houden. Cemachtigde heeft namens Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SGL-Relim Holding bezwaar aangetekend tegen dit besluit. Tijdens de hoorzitting is door de vertegenwoordiger van uw college de last voor zover die zich richt tot Stichting SCL-Relim Holding ingetrokken. Standpunt van bezwaarmakers Bij het op 19 juli 2O24 ontvangen schrijven dienen bezwaarmakers een bezwaarschrift in, gericht tegen het hiervoor vermelde besluit.

Dit bezwaarschrift is bij schrijven van 20 september 2024 aangevuld. Kortweg wordt door bezwaarmakers gemachtigde aangevoerd dat het ten eerste niet duidelijk is of het

handhavingsbesluit mede is gericht aan Stichting SCL-Relim Holding.

.â FSC

Mtx Paplor I Ond66tount

v€rankood boab€h*r

FSC" C004241

Ø

Psvkstsd ümbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel uitvan Parkstad Limburg

J<

Gerneente Kerkrøde

Blad

2

Ten tweede wordt aangevoerd dat de activiteiten van SCL rechtstreeks passen in de woonbestemming, waardoor er geen sprake is van een overtreding. Bezwaarmakers zijn van mening dat er geen strijd is met het bestemmingsplan, de activiteiten van SGL passen volgens bezwaarmakers wel onder de ter plaatse geldende bestemming 'wonen'. Cesteld wordt dat de Lupinehof vanaf realisatie bedoeld is geweest als een complex waarin wonen en zorg gecombineerd worden. Ter onderbouwing verwijzen bezwaarmakers naar de toelichting bij het

bestemmingsplan Kerkrade West l, de aanvragen voor en tekeningen bij verleende bouwvergunningen en definities uit de Van Dale. Ten derde wordt gesteld dat zelfs indien wel sprake zou zijn van een overtreding van planregels, handhaving onevenredig is nu de belangen van de cliënten van SGL, mensen die behoren tot een kwetsbare groep, zwaarder wegen dan het belang bij handhaving van de ter plaatse geldende bestemming. Ten vierde zijn bezwaarmakers van mening dat handhaving achterwege dient te blijven nu een aanvraag voor een omgevingsvergunning ter legalisatie is ingediend, waardoor concreet zicht op legalisatie is ontstaan. Ten vijfde stellen bezwaarmakers dat het dwangsombesluit onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Bezwaarmakers verwijzen in dit kader naar een verleende bouwvergunning voor de

Lupinehof uit 2003, een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik, het tijdsverloop van de zorgverlening en het bijwonen van een evenement in 2015 door een wethouder. Ceheel subsidiair wordt verzocht om een ruimere begunstigingstermijn nu een termijn van 12 maanden te kort is om aan de lastgeving te voldoen. Ontvankelijkheid Het bestreden besluit is op 1 2 juli 2O24 bekendgemaakt (verzenddatum). Hiertegen kon ingevolge de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb) een bezwaarschrift worden ingediend tot en met uiterlijk 23 augustus 2024. Het pro forma bezwaarschrift is bij de gemeente ontvangen op 22 juli 2024. Hel bezwaar is, na schriftelijk verzoek tot verzuimherstel, op 20 september 2024 rijdig aangevuld. lngevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:1 Awb, kan een belanghebbende een bezwaarschrift indienen tegen een besluit. Onder belanghebbende dient, volgens het bepaalde in artikel 1:2 Awb, te worden verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Het besluit is gericht aan SCL en Stichting SCL-Relim Holding, waardoor zij als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.

Omdat het bezwaarschrift tijdig is ingediend, bezwaarmakers als belanghebbenden kunnen worden beschouwd en ook overigens aan alle wettelijke vereisten is voldaan, concludeert de commissie dat bezwaarmakers in hun bezwaarschrift ontvankelijk zijn.

G ålk

.r***',iiî,**,*, Fsc"coo424r

Ø

Porkstod Limbuvg cemeente Kerkrade maaktdeel üit van Parkstad L¡mburg

Jr

Gerneemte l(erkrade

Blad

3

Memoriën/zitti Bezwaarmakers zijn overeenkomstig artikel 7:4 Awb in de gelegenheid gesteld tot 5 januari 2025 n adere schrifturen of bewijsstukken in te brengen, waarvan op 2 januari 2025 gebruik is gemaakt' Tevens zijn alle op het bezwaarschrift betrekking hebbende stukken aan bezwaarmakers toegezonden' Op 15 januari 2025 is door de Algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie een zitting gehouden

waarin bezwaarmakers in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord. Hiervan hebben bezwaarmakers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde, gebruik gemaakt. Van het horen is een verslag opgemaakt. Beoordeling van het bezwaar Op 27 april2O24 en op 29 april2024 zijn twee separate handhavingsverzoeken ingediend tegen het gebruik van de locatie Lupinehof te Kerkrade. Naar aanleiding van deze handhavingsverzoeken hebben er controles plaatsgevonden en hebben bezwaarmakers op 19 juni 2O24 een voornemen tot handhaving ontvangen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het kenbaar maken van een zienswijze. Hiervan hebben bezwaarmakers via gemachtigde op 3 .iuli 2024 gebruik gemaakt. Op 12 juli 2024 is een handhavingsbesluit genomen, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom aan Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SCL-Relim Holding teneinde de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (hierna te noemen: Ow) in

combinatie met artikel 12.1 van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beëindigd te houden.

Artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Ow bepaalt dat het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een omgevingsplanactiviteit, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval; Ter plekke geldt het bestemmingsplan Kerkrade West l, vastgesteld op 12 januari 2O11 (hierna te noemen het bestemmingsplan), met de enkelbestemming'Wonen'; en de functieaanduiding'dienstverlening'. Het bestemmingsplan maakt thans onderdeel uit van het Omgevingsplan van de gemeente Kerkrade.

Artikel 1, aanhef en onder aj, van het bestemmingsplan bepaalt dat in deze regels wordt verstaan onder dienstverlening: bedrijfsmatige activiteiten waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van publieksgerichte, administratieve, zakelijke of financiele diensten, zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, postkantoor, telefoontelegraaf- of telexdienst, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, reparatiebedrijf voor muziekinstrumenten, cateringbedrijl alsmede naar aard en uitstraling daarmee gelijk te stellen bedrijven.

.A I.SC

MIX

Ø

Peplor I Ond€rst€unt

Pqrkstqd Limburg

FSC" C004241

Gemeente Kerkrade maakt deel uitvan Parkstad L¡mburq

v€frnfuood bo3b6hær

Jt

Gerneente Kerkrøde

Blad -ær¿::l1i¡l:'

4

Artikel 1, aanhef en onder bh, van het bestemmingsplan bepaalt dat in deze regels wordt verstaan onder maatschappelijke doeleinden: onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen, daaronder mede begrepen een apotheek, sociaal-culturele voorzieningen, religieuze- en levensbeschouwelijke voorzieningen, justitiele voorzieningen, overdekte sportvoorzieningen, dagopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzien i n gen.

Artikel 12.1 ,aanheÍenonderaenc,vanhetbestemmingsplanbepaalt-voorzoverhiervanbelang-dat de voor'Wonen' aangewezen gronden, met inachtneming van de van toepassing zijnde dubbelbestemmi ng(en), zij n bestemd voor:

a. wonen; c. dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding'dienstverlening'een en ander met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen zoals tuinen, erven en straatmeubilair. De commissie dient ten eerste de vraag te beantwoorden in hoeverre er sprake is van een overtreding van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Niet ter discussie staat dat op basis van de planregels'Wonen' ter plaatse direct is toegestaan. De enkele huisvesting van personen levert derhalve geen overtreding op. De gestelde overtreding ziet op de zorgdie plaatsvindt binnen de Lupinehof. De vraag is of deze zorgverlening past binnen de ter plaatse geldende bestemming.

ln 2003 is een omgevingsvergunning met kenmerk 25.839, verleend voor het bouwen van 54 appartementen plus kantoorruimte en zorgsteunpunt. Deze vergunning is gewijzigd op 1B februari 2004. Het zorgsteunpunt met kantoor is thans in gebruik bij Meander. De bouwvergunning uit 2003 en de wijzigingsvergunning uit 2OO4 zijn verleend vóór inwerkingtreding van het vigerende bestemmingsplan in 201 1. De commissie volgt de redenering van het college dat ook een functie-aanduiding'Dienstverlening' is opgenomen in het bestemmingsplan, omdat reeds feitelijk sprake was van een zorgpunt ter plaatse. De

vergunningen voor het bouwen houden dus rekening met beperkte zorgactiviteiten. De commissie acht het aannemelijk dat in het bestemmingsplan dan ook nadrukkelijk geen maatschappelijke functie is opgenomen. ln het dwangsombesluit is daarom terecht overwogen dat het vergunde zorgsteunpunt, later verankerd in het bestemmingsplan met de toegevoegde aanduiding'Dienstverlening'zich qua aard en omvang sterk onderscheidt van de feitelijke zorgverlening van bezwaarmakers ter plekke. De vertegenwoordiger van uw college stelt dat zorgverlening van SCL (grotendeels) n¡et plaatsvindt bínnen de woningen van haar cliënten. Zorgdie binnen de woning verleend kan worden is toegestaan, dit is immers toegestaan in iedere reguliere woning. De zorgverlening vindt blijkens de stukken in de

huidige situatie onder meer plaats in een (voor andere bewoners niet toegankelijke, zoals gebleken uit het controlerapport van 10 juni 2024) gezamenlijke verblijfsruimte met ruime gebruiksoppervlakte op de begane grond, een kantoor, een keuken om maaltijden te bereiden voor bezwaarmakers cliënten en een wasruimte. De commissie is van mening dat uit de verleende omgevingsvergunningen en bijbehorende tekeningen uit hetverleden blijktdat dezorg in eerste instantie kleinschaligerwas in vergelijking metde

Mrx

J.J

^" PsÞlsrlondorutounl *çs "îåË:"Ëffi;li'

Ø

Pqrkstod ümbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel litvan Parkstad L¡mburg

C{

Gewteente l(erkrøde

æw.1-:-:

Blad

5

huidige situatie. Bij de controle is geconstateerd dat in afwijking van de tekeningen bij de bouwvergunning uit 2003 en de wijziging van 2004 door bezwaarmakers op enig moment andere ruimten zijn verbouwd tot ruimten voor zorgverlening en daaraan ondersteunende taken, zoals de ruime gezamenlijke verblijfsruimte met koffiehoek, professionele keuken, wasserette en het SGL-kantoor op de begane grond en de gemeenschaps- en vergaderruimte op de eerste verdieping). Deze ruimtes staan niet als dusdanig aangegeven op de bouwtekeningen bij de omgevingsvergunning. Cezien het feit dat er in de omgevingsvergunning slechts een zorgsteunpunt en een kantoorruimte is vergund en bezwaarmakers op enig moment andere ruimten hebben verbouwd tot ruimten voor zorgverlening blijkt volgens de commissie dat de zorgactiviteiten van bezwaarmakers in aard, omvang en intensiteit zijn toegenomen. Deze toename van de zorgactiviteiten zijn volgens de commissie niet verenigbaar met de geldende 'l bestemming'wonen' ter plaatse. De verwijzing door bezwaarmakers naar de in artikel , onder cb, van het bestemmingsplan gegeven omschrijving van het begrip wonen en de daarin gehanteerde terminologie "gehuisvest zijn" doet hieraan niet af.

De commissie is met het college van mening dat uit de rapporten is gebleken dat het feitelijk gebruik van het bouwwerk door SCL veel meer omvat en valt binnen de definitie in het bestemmingsplan van 'Maatschappelijke doeleinden' met onder meer medische voorzieningen, daaronder mede begrepen

sociaal-culturele voorzieningen, dagopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening. Hetgeen in de oorspronkelijke vergunning is beoogd toe te staan is volgens de commissie zorgactiviteiten van beperkte aard. Dit staat niet in verhouding tot de activiteiten die de laatste jaren zich ter plaatse hebben ontplooid.

Alles in aanmerking genomen is de commissie van mening dat er sprake is van strijd met het bestemmingsplan en daarmee sprake is van een overtreding. B egi n selpl icht tot h andhav i n g

De commissie overweegt voorts dat gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Nu het de commissie is gebleken dat er sprake is van strijd met het bestemmingsplan, geldt er een

beginselplicht tot handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren om dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Concreet zicht op legalisatie Volgens bezwaarmakers is er sprake van concreet zicht op legalisatie, nu door HEEMwonen een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) is aangevraagd. Met deze aanvraag zou er een situatie ontstaan waarin er geen strijdigheid zou ziin met de geldende bestemming.

G å--k

Ø

"r,**,åli,,,r**, Fsc"coo424t

Porkstod ümbuYg Gemeente Kerkrade maaktdeel uitvan Parkstad Limburg

J

Gerneente I{erkrade

Blad

6

jurisprudentie -in het De commissie volgt in dit kader het standpunt van uw college dat er, gelet op vaste geval van strijdigheid met planregels- voor het bestaan van concreet zicht op legalisatie ten minste vereist is dat een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend om van het bestemmingsplan c.q. Omgevingsplan af te wijken en dat het college voornemens is om positief op die aanvraag te beslissen. Ten tijde van het nemen van het handhavingsbesluit was er nog Seen aanvraag voor een omgevi ngsvergu n ni n g i n ged iend.

Op 22 augustus 2024 iseen aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend door de eigenaar van de Lupinehof (HEEMwonen). Nu deze aanvraag, naar de commissie begrijpt, ziet op een uitdrukkelijk andere situatie dan de huidige situatie kan hierdoor geen concreet zicht op legalisatie van de huidige situatie de ontstaan. Zo is, naar de commissie begrijpt, de aangevraagde indeling van het bouwwerk anders dan zou wordt, gehandhaafd feitelijke situatie waartegen wordt gehandhaafd. De feitelijke situatie waartegen niet worden gelegaliseerd met een aanvraag voor een andere situatie binnen de Lupinehof, waardoor geen concreet zicht op legalisering ontstaat. Volgens vaste rechtspraak is het enkele feit dat het college niet wil meewerken aan verlenen van een omgevingsvergunning voldoende voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisering bestaat. De wordt commissie volgt het standpunt van uw college dat reeds in het besluit van 1 2 )uli 2024 aangegeven van behoeve niet voornemens te zijn om de feitelijk geconstateerde zorgactiviteiten c.q. activite¡ten ten geen maatschappelijke doeleinden te legaliseren in de huidige vorm, waardoor ook om deze reden concreet zicht op legalisatie kan ontstaan'

Daarnaast is de aanvraag¡ nââr de commissie begrijpt, aangehouden voor onbepaalde tijd om aanvullende geen of gewijzigde stukken in te dienen dan wel nader onderzoek te doen, waardoor ook om deze reden van concreet zicht op legalisatie kan ontstaan, Nu de aanvraag is aangehouden vanwege het doorvoeren wijzigingen en daarmee het plan dus nog niet concreet is, kan er geen sprake zijn van een voornemen

van het college om positief op de aanvraag te beslissen. B i jzo ndere o m standi gheden

Handhavend Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan afzien van handhaving. van optreden zou zodanig onevenredig kunnen zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat

optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Bezwaarmakers zijn van mening dat handhaving achterwege dient te blijven omdat handhavend optreden onder de gegeven omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. geval Voor de beoordeling van de evenredigheid van de opgelegde last onder dwangsom zouden in ieder de belangen van bezwaarmakers en haar cliënten afgewogen dienen te worden tegen het algemeen

hun cliënten

belang van handhaving van de geldende bestemming. De belangen van bezwaarmakers en bij zouden het zwaarst moeten wegen omdat de cliënten een kwetsbare groep betreft die veel baat heeft ondersteuning op maat en op locatie, alsmede bij een vertrouwde leefomgeving en structuur. Crote veranderingen of verhuizing zouden negatieve gevolgen hebben voor deze groep'

.â F'SC

MIX Paplor I Ondml€ünt v6rañMood b@behær

FSC. C004241

Ø Psvkstqd Limbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel uitvan Parkstad Limburg

Jr

Gerneerute I{erkrade

Blad

7

De commissie volgt de redenering van bezwaarmakers niet. Nu de lastgeving niet ziet op bewoning van het pand, maar op de wijze waarop SGL het bouwwerk gebruikt is het gestelde bijzondere belang van bezwaarmakers cliënten niet evident. Cezien veel negatieve gevolgen voor bezwaarmakers cliënten worden gekoppeld aan het moeten verhuizen en de lastgeving hier niet op ziet is het de commissie niet gebleken dat de belangen van bezwaarmakers en hun cliënten zotgen voor een onevenredige situatie door het opleggen van de last onder dwangsom. Het algemeen belang is, zoals toegelicht in de Memorie van Toelichting van uw college, gediend bij het beeindigen van de overtreding en het handhaven van het bestemmingsplan, evenals de belangen van de overige bewoners van de Lupinehof. Uw college was derhalve niet alleen bevoegd, maar gelet op het algemeen belang in beginsel ook verplicht om

handhavend op te treden tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de Lupinehof door bezwaarmakers.

Het tijdverloop tussen het handhavend optreden en de start van de activiteiten van SCL zorgt ook niet voor bijzondere omstandigheden op basis waaryan van handhavend optreden afgezien zou moeten worden op basis van vaste jurisprudentie, waarnaar verwezen wordt in de Memorie van Toelichting. De commissie volgt het standpunt van bezwaarmakers dat de situatie zoals deze is geconstateerd al 18 jaar voortduurt niet. Nu onduidelijk is op welk moment de beoogde zorgactiviteiten welke zijn verdisconteerd in de omgevingsvergunning van 2OO3 zijn uitgebreid naar een mate waarin de zorgactiviteiten voor een overtreding zorgen volgt de commissie het standpunt van uw college dat het onduidelijk is vanaf welk moment er sprake zou zijn van een overtreding. Onzorgvuldige voorbereiding en motivering Bezwaarmakers stellen zich op het standpunt dat het handhavingsbesluit onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Er zou onvoldoende onderzoek zijn gedaan naar de vergunningen uit 2003

en 2OO4 en daarmee samenhangende documenten. Naar deze documenten wordt verwezen in het voornemen tot handhaving van 1 9 juni 2O24, hel rapport van 1 1 juni 2024 en het besluit van 1 2 juli 2O24. Hel is de commissie niet gebleken dat uw college deze documenten niet voldoende heeft betrokken bij de besluitvorming en op dit punt verwijst de memorie van toelichting naar jurisprudentie waaruit tevens blijkt dat een bestuursorgaan niet alle stukken en correspondentie uit het verleden hoeft te

betrekken en overleggen (zie ECLI:NL:RVS:2024:3596 r.o. 8.2).

Ook de positieve beslissing op de aanvraag voor een vergunning brandvei lig gebruik en de aanwezigheid van een wethouder op een bijeenkomst zijn in de ogen van commissie geen bijzondere omstandigheden waardoor van handhaving zou moeten worden afgezien. De commissie volgt het standpunt van uw college dat de vergunning brandveilig gebruik geen impliciete vrijstelling van het bestemmingsplan met zich mee kan brengen, daar het toetsingskader voor de vergunning brandveilig gebruik anders is. Uit het verlenen van een omgevingsvergunning voor brandvei lig gebruik konden en mochten bezwaarmakers aldus niet afleiden dat het college het strijdig gebruik had vergund, gedoogd of een toezegging heeft gedaan dat niet handhavend zou worden opgetreden.

.A F'SC

MIX Papt€¡ | OndôBbunl vsrsnfuood bosbehær

FSC" C004241

Ø

Pqvkstqd ümbuvg Gemeente Kerkrade maaK deel uitvan Parkstad Llmburq

J<

Gerneente l(erkrqde

Blad

I Ter zitting is gebleken is dat de lastgeving wellicht enige verduidelijking behoeft. Aan de zijde van het college is ter zitting aangegeven dat de lastgeving verduidelijkt kan worden. De commissie raadt uw

college dan ook aan om de last te verduidelijken. Begunstigingstermiin

Als uitgangspunt voor het vaststellen van een begunstigingstermijn heeft te gelden de hoeveelheid tijd nodig om de overtreding te beëindigen. Daarbij geldt dat de begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. Bezwaarmakers stellen dat een begunstigingstermijn van 12 maanden te kort is om aan de lastgeving te voldoen en verzoeken om de begunstigingstermijn te koppelen aan vergunningverlening, in die zin dat de

termijn pas in zou moeten gaan nádat de door HEEMwonen aangevraagde vergunning is verleend. De commissie gaat hier niet in mee. Op deze manier wordt het ingaan van de begunstigingstermijn afhankelijk gesteld van een onzekere gebeurtenis. lndien de vergunning niet wordt verleend, zal de begunstigingstermijn nooit aanvangen. Door de aanvang van de begunstigingstermijn afhankelijk te stellen van de verlening van de aangevraagde omgevingsvergunning zal de prikkel van het beëindigen van de overtreding tijdelijk (dan wel geheel, in het geval de vergunning niet wordt verleend) worden weggenomen. Dit ondermijnt het doel van de dwangsom, namelijk het beëindigen van de overtreding.

Nu het verhuizen van de cliënten van bezwaarmakers niet noodzakelijk is voor het beëindigen van de overtreding en gebleken is dat het beëindigen van de overtreding met andere maatregelen kan worden gerealiseerd is het de commissie niet gebleken dat het niet mogelijk is aan de lastgeving te voldoen binnen de gestelde begunstigingstermijn. Een begunstigingstermijn van 12 maanden zoals deze is gesteld in het handhavingsbesluit acht de commissie redelijk. Dit te meer nu bezwaarmakers zelf ter zitting hebben aangeven mogelijkheden te zien om de zorg anders in te vullen. Proceskosten

Bezwaarmakers gemachtigde heeft in het bezwaarschrift verzocht om vergoeding van de door bezwaarmakers gemaakte kosten van juridische bijstand.

Op grond van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures is uw college verplicht aan bezwaarmakers de kosten van juridische bijstand te vergoeden indien er sprake is van onrechtmatigheid van het bestreden

besluit.

ln de ogen van de commissie maakt de intrekking ter zitting van de last voor zover die zich richt tot Stichting SCL-Relim Holding dat er recht bestaat op vergoeding van de kosten van juridische bijstand. Het had op de weg van uw college gelegen om na te gaan dan wel na te vragen hoe de arbeidsverhouding binnen de Stichting Gehandicaplenzorg Limburg en de Stichting SCL-Relim Holding was geregeld. De commissie adviseert uw college derhalve om de kosten van juridische bijstand, die bezwaarmaker in verband met de bezwaarprocedure heeft moeten maken, aan bezwaarmaker te vergoeden. Het bedrag

.â *FS

Mtx Pâpl6r I Ondsßtôunt v6råntuoord bosbohaor

FSC. C00424t

Ø

Parkstqd Limbuvg Gem€ente KeÍkmde maaK deel uitvan Parkstad L¡mburg

0t

Gerneente Kerkrade

Blad

9 -¡ff¿|:l'i

van de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt daarbij vastgesteld overeenkomstig het forfaitaire tarief, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit proceskosten bestu u rsrecht. De commissie adviseert ter zake 1 punt met een waarde van € 647,- toe te kennen voor de indiening van de het bezwaarschrift en 1 punt voor de verschijning ter zitting van 15 januari jongstleden. De commissie adviseert het gewicht van de zaak, gelet op de aard en de inhoud van het geschil, te bepalen op

gemiddeld (wegingsfactor 1). Het te vergoeden bedrag voor verleende juridische bijstand bedraagt

derhalve 2 x€ 647,-x 1 : € 1.294-. Advies:

De Centrale Bezwaarsch riften- en Klachtencom m issi e Kerkrade;

gezien het namens bezwaarmakers ingediend bezwaarschrift d.d. 19 juli 2O24 (ontvangen op 22 juli 2024, aangevuld op 20 september 2024), gericht tegen het op 12 juli 2024 verzonden besluit, waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd aan SCL; gelet op het tijdens de hoorzitting op 15 januari 2025 verhandelde; gelet op voren vermelde overwegingen en op de in het geding zijnde belangen; mede Felet op het bepaalde in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, juncto de artikelen 3 en 5 van de Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Kerkrade; adviseert: 1

2

3

bezwaarmakers in hun bezwaarschrift ontvankeliik te verklaren;

onder handhaving van het bestreden besluit, bezwaarmakers bezwaren ongegrond te verklaren met dien verstande dat de omschrijving van de last in het besluit wordt verduidelijkt en zich niet langer richt tot Stichting SCL-Relim Holding; aan bezwaarmakers een bedrag aan proceskosten toe te kennen ter hoogte van € 1 .294,-.

Aldus gegeven te Kerkrade op 10 februari 2025 door de heer mr. L.J.M. Bindels, voorzitter; de heer mr. P.H. de Jonge, de heer mr. L.M.A. Schrieder, leden; in tegenwoordigheid van

mevrouw mr. T.R.A. Kleinstra, secretaris. De Algemene kamer van de

Centrale Bezwaarsch riften- en Klachtencom m issie Kerkrade, De Voorzitter,

De

.â FSC

MIX Psplor I Ondoßbunt vorsnHood boab€hccr

FSCo C00424't

mr. L.J.M. Bindels.

De Sec

evrouw

r. T.R.A. Kleinstra.

Ø

Parkstqd Limburg Gemeente Kerkrade maald deel ult van Parkstad Limbufg

Jt

Gerneente I(erkrade Centr ale B ezwaarsch riften' en KI achtencom missie Verslag van de hoorzitting d.d. 15 januari 2O25 om 17:30 uur in het Raadhuis te Kerkrade.

lnzake het door de heer F.A.H. Simons alsmede de heer L. Bemelmans en de heer M. Bemelmans, Lupinehof 1 144, Lupinehof 'l 00 en Lupinehof 1 1 6 te Kerkrade, ingediend bezwaarschrift d.d. 12 juli 2024, bi) de gemeente per e-mail ontvangen eveneens op 12 juli 2024, naar aanleiding van het op 12 juli 2O24verzonden besluit van het college, kenmerk 24u0007255, waarbij besloten werd het verzoek om handhaving van bezwaarmakers toe te wijzen. Zaakn u m me r : DZOOOOOT 60/ 1 565 Tezamen behandeld met het door de heer mr. E.A. de Bruijne (Paulussen Advocaten NV) en de heer mr. R. Vlecken (Paulussen Advocaten NV) namens Stichting SCL-Relim Holding en Stichting Cehandicaptenzorg Limburg (hierna te noemen: SCL) gevestigd te Sittard, ingediend bezwaarschrift d.d. juli 2024 1 9 juli 2024, bij de gemeente ontvangen op 22 juli 2024, naar aanleiding van het op 12 verzonden besluit van het college, kenmerk 24u0OO7252, waarbij besloten werd tot het opleggen van een last onder dwangsom aan SCL teneinde de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.1 , eerste lid, onder a, van de Ow in combinatie met artikel 12.1 van bestem mingsplan Kerkrade

West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beeindigd te houden. Zaakn u mme r: DZOOOOOT 60/1 57 1 Aanwezig:

De bezwaarsch ri ftencom m i ssi e (Al gemene kamer) : De heer mr. L.J.M. Bindels, voorzitter De heer mr. P.H. de Jonge, lid De heer mr. L.M.A. Schrieder, lid Mevrouw mr. T.R.A. Kleinstra, secretaris

Verschenen

lndieners van het bezwaarschrift D200000760/1 565: * de heer L. Bemelmans * de heer M. Bemelmans * de heer Minten, gemachtigde * de heer R. Jongen, gemachtigde

* * * x

lndieners van het bezwaarschrift D200000760/1 571 : * De heer mr. E.A. de Bruijne, advocaat Paulussen Advocaten NV, gemachtigde * De heer mr. R.A.H. Vlecken, advocaat Paulussen Advocaten NV, gemachtigde

* Mevrouw L. Evenhuis, bestuurder SCL * De heer P. Meiser, bestuurssecretaris SGL * De heer P. Zonneveld, manager cliëntenzorg intern SCL Namens HEEMwonen derde-belanghebbende

* Mevrouw Bartels

- Namens het college: * De heer mr. B. Jussen De voorzitter opent de hoorzitting en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter gaat kort in op de aanleiding van de hoorzitting en de taak en werkWijze van de commissie. Tevens benoemt de voorzitter de reden voor het gezamenlijk behandelen van de bezwaarschriften. Aan de orde vandaag zijn de

.A F'SC

MIX Paplor I Ondeßt€unl

vêñnfuoord bosb€hær

FSC" C004241

Ø

Parkstqd ümbwg Gemeente Kerkrado maaK deel u¡tvan Parkstad L¡mburq

Jr

Gerrueente I(erkrade

Blad

2

bezwaarschriften gericht tegen het besluit van 12 juli 2024 waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd aan Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SCL Relim-holding, teneinde de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.'l , eerste lid, onder a, van de Ow in combinatie met artikel 12.'l van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkradete beëindigen en beëindigd te houden, op straffevan hetverbeuren van een tot dwangsom van € 5.000,00 per week of gedeelte van een week dat de overtreding voortduurt, zulks een maximum van € 15.000,00.

Alvorens de heer Jongen het woord te geven vraagt de voorzitter de heren Bemelmans toelichting op het punt in het verweerschrift van het college dat zij wellicht zullen verhuizen uit de Lupinehof, dit in verband met het al dan niet zijn van belanghebbende bij het bestreden besluit. De heren Bemelmans geven aan hieromtrent in gesprek te zijn met HEEMwonen, maar nog geen (schriftelijke) overeenkomst te hebben bereikt. Er is geen concreet zicht op een verhuizing. Hiermee neemt de commissie aan dat de heren Bemelmans belanghebbenden zijn. De voorzitter vraagt bezwaarmakers gemachtigde het bezwaarschrift nader toe te lichten. De heer longen vraagt zich af hoe het mogelijk is dat bezwaarmakers en andere bewoners van de Lupinehof zich genoodzaakt voelen te verhuizen. Het aantal cliënten van SCL dat in de Lupinehof woont is sterk toegeno men in de afgelopen jaren. Voorheen had de wooncomponent de overhand in de Lupinehol zo werden er in 2017 activiteiten georganiseerd voor de bewoners en was er een vast koffieuurtje. De laatste jaren overstijgl de zorg het woonelement. De heer Jongen merkt op dat de de bestemming wonen met een lichte vorm van ondersteuning zou toelaten. Het is in het belang van dat bewoners om hierop te handhaven, zodat het woongenot terugkeert.

Cemachtigde geeft tevens aan de betreffende situatie lige onvei de actuele, van hebben bezwaarmakers slapeloze nachten brandveiligheid in de Lupinehof. ln de nacht zijn er volgens gemachtigde slechts enkele medewerkers van SCL aanwezig en zijn er geen hulpmiddelen paraat voor een snelle evacuatie in geval van nood. Daarnaast merkt de heer Jongen op dat er nog geen cliënten van SCL zijn verhuisd en vraagt zich af of er al een plan is om de cliënten te verhuizen vóór het einde van de begunstigingstermijn van de opgelegde last onder dwangsom. Daarbij geeft de heer Jongen aan dat een ruime begunstigingstermijn redelijk

is.

De voorzitter vraagt of de heer Jongen de begunstigingstermijn van 12 maanden zoals deze is vermeld d" .pg"bCd" last onder dwangsom redelijk acht. De heer Jongen bevestigt dat de termijn redelijk gevonden wordt. De voorzitter concludeert dat het bezwaar gericht tegen de begunstigingstermijn

in

derhalve ter zitting is ingetrokken. De voorzitter vraagt de gemachtigde van SCL om een toelichting namens SGL'

De heer De Bru iine overhandi gt een pleitnotitie. De pleitnotitie is als bijlage bij dit verslag gevoegd en maakt daar integraal deel vanuit. De voorzitter geeft de vertegenwoordiger van het college de gelegenheid te reageren

.â **ç

Mtx Påpì6r I Ond€ßbunt veranfuoord boabohær

FSC. C004241

Ø

Porkstqd ümburg Gemeents Kerkrade maaktdeel u¡tvan Parkstad Limburg

0*

Gerneente I(erkrøde

Blad

3

De heer lussen wi jst op de inhoud van de lastgeving. De lastgeving ziet op het beëindigen en beeindigd houden van de zorgverlening zonder omgevingsvergunning. De heer Jussen benadrukt dat de last niet ziet op verhuizing, de last ziet enkel op de zorgverlening en slechts voor zover deze zorgverlening niet toegestaan wordt in de bestemming van de Lupinehof. De commissie vraagt de heer Jussen of de mate van zorg bepalend is

Volgens de heerJussen is dit bepalend. Verplaatsing van de zorgactiviteiten van SCL zou volgens de heer Jussen wellicht een oplossing kunnen zijn voor de situatie. Het gaat daarbij om de zorg die niet plaatsvindt in de woningen van cliënten. Zorgdie binnen de woning verleend kan worden is toegestaan op basis van het bestemmingsplan, ook als dit zorg in de nachtelijke uren betreft, voor zover dit toegestaan is in iedere reguliere woning met een woonbestemming. Voor het aanbieden van maaltijden of het doen van de was zou het een oplossing kunnen zijn om de activiteiten van het koken en het wassen buiten de Lupinehof te laten plaatsvinden doorenkel elders klaargemaakte maaltijden rond te brengen of een wasophaalservice aan te bieden. De commissie merkt op dat de inhoud van de last heel duidelijk moet zijn en vraagt de heerJussen om een toelichting wat er concreet nodig zou zijn om aan de last te voldoen

De heer USSCN licht toe dat SCL dezelfde activiteiten mag uitvoeren die Meander ook uitvoert in de Lupinehof. Deze activiteiten val len onder "dienstverlening" en zijn daarmee toegestaan op basis van het geldende omgevingsplan. Deze activiteiten betreffen het hebben van een ruimte waar de bewoners samen kunnen komen, een klein kantooren een klein koffiehoekje. Hetverschiltussen Meanderen SCL is volgens de heer Jussen het verschil in omvang en professionaliteit van de faciliteiten en het bedrijfsmatige gebruik van de professionele faciliteiten door SCL. De heer Jussen geeft aan dat het college de last zou willen verduidelijken mocht deze door de commissie onvoldoende duidelijk worden geacht. Hierbij benadrukt de heer Jussen nogmaals dat de lastgeving uitdrukkelijk niet ziet op verhuizing. Hij wijst vervolgens op de beginselplicht tot handhaven van het college. Wat betreft het gestelde concrete zicht op legalisatie is het onduidelijk of de door HEEMwonen aangevraagde vergunning zal worden verleend. De huidige situatie zorgt volgens jurisprudentie niet voor een bijzondere omstandigheid op basis waarvan van handhaving kan worden afgezien. Volge ns de heer lussen vloeit de begunstigingstermijn voort uit de last onder dwangsom. De dwangsom moet een prikkel zijn om de onrechtmatige situatie te beëindigen binnen de gestelde redelijke termijn

Als laatste stelt de heerJussen dat, indien alle werknemers van SGL slechts in dienst zijn van Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en niet in dienst zijn van Stichtlng SCL Relim-holding, Stichting SCL Relimholding niet betrokken hoeft te worden in de last onder dwangsom. De voorzitter bedankt de vertegenwoordiger van het college voor zijn toelichting en gaat over op het stellen van vragen. Het verzoek om handhaving met betrekking tot de gestelde strijdigheid met brandveiligheid is afgewezen. Aan de heer Jongen wordt gevraagd waaruit de strijdigheid volgens hem bestaat en of er een contrarapportage beschikbaar is waaruit blijkt dat het opgestelde rapport onder ambtseed niet correct is.

.â FSC

Mtx

Ø

Påpl€r I Ondðßtsunt

Pavkstsd LimbuYg

FSC" C00424'f

Geneente Kerkrade maaK deel u¡t van Parkstad Limburg

v6a¿ntuooad bosbåhser

J*

Gerneente l(erkrøde

æFr-',rrjr_

Blad

4

dat De heer loneen antwoordt dat er geen contrarapportage beschikbaar is. Bezwaarmakers merken op bij worden gewaarschuwd niet de cliënten van SCL een sti I alarm hebben, waardoor de niet-cliënten calamiteiten in de woningen verhuurd door SCL.

De heerJussen merkt in dit kader op dat de wet gewijzigd is sinds het handhavingsbesluit en het opgert"l¿" rapport onder ambtseed. Aangezien een handhavingsbesluit ex tunc wordt getoetst dient deze wetswijziging volgens hem niet te worden betrokken. HEEMwonen is wel gewezen op de wetswijziging'

Mevrouw Bartels geeft aan dat er een verslag over de brandveiligheid is aangeleverd bij de gemeente in trut t ud"r van de aangevraagde omgevingsvergunning. Uit dit rapport blijkt dat de situatie in de Lupi nehof brandvei lig is.

De commissie vraagt gemac htigde van scL om een toelichting op het gestelde concreet zicht op voor legalisatie. Uit de stukken lijkt het college op dit moment niet direct positief tegenover de aanvraag de evenwichtige de BOPA te staan. De commissie vraagt hoe hetgeen is aangevraagd past binnen toedeling van functies aan locaties ("ETFAL')

De heer Vlecken geeft aan dat de aangevraagde BOPA beoordeeld dient te worden op basis van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) en ETFAL. Het gaat d us om ruimtelijk relevante aspecten. Beleid rondom zorgzou niet meegenomen mogen worden in dez e afweging, aangezien dit niet ruimtelijk relevant is. Tevens kan volgens gemachtigde ook concreet zicht op legalisering bestaan door indirecte legalisatie, bijvoorbeeld door het verlenen van een BOPA.

De heer lussen reageert hierop en geeft aan dat de scheiding tussen zorg en zorgin huis wel degelijk ruimtelijk relevant is. worden

De commissie vraagt of er zicht is op de termijn waarop de BOPA eventueel zou kunnen verleend, aangezien gemachtigde van SCL bepleit dat de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom gekoppeld zou moeten worden aan de verlening van de BOPA.

het De heer lussen antwoordt dat wanneer er geen uitzichlzou ziin op het verlenen van de BOPA leiden tot kunnen zou koppelen van de begunstigingstermijn aan de besl isdatum van de BOPA aanvraag neer op het een dwangsombesluit met een begunstigingstermi jn voor onbepaalde tijd. Dit komt feitelijk gemeente. gedogen van de situatie door de het De heer Vlecken geeft aan dat een begunstigingstermijn van 12 maanden, ingaande op de datum van het te verlenen van de BOPA, redelijk wordt geacht. Tevens geeft hij aan het vreemd te vinden om beide hebben over hoelang het duurt voordat er een beslissing genomen wordt over de BOPA, aangezien besluiten door het college worden Senomen. De commissie vraagt waarom ervoor gekozen is een BOPA aan te vragen en geen voorlopige voorzien i ng is aangevraagd

.A

FSC

MIX Pâpl6r I O¡doBt€uñt v€dnfuoord bæbohær

FSC. C004241

Ø

Porkstqd ümbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel uitvan Parkstad Limburg

J*

Gerneente l(erkrøde

Blad

5

De heer Vlecken geeft aan dat HEEMwonen aanvrager is van de BOPA, niet SCL. SGL werkt door de BOpA aanvraag mee aan het zoeken naar een oplossing. Het voorstel om een BOPA aan te vragen kwam van het college. De reden dat er geen voorlopige voorziening is aangevraagd is omdat er ten tijde van het besluit (nog) geen spoedeisend belang was, aangezien de bezwaarprocedure tegen dit besluit en de BOPA procedure nog doorlopen konden worden De commissie v raagt of de cliënten van SCL in de Lupinehof zouden kunnen blijven wonen indien de zorgler plaatse wordt afgebouwd.

De heer Zonneveld deelt mede m ogelijkheden te zien om de zorgverlening anders in te vullen naar aanleiding van hetgeen ter zitting is toegelicht door de gemachtigde van het college. Daarbij merkt hij wel op dat de zorgvraagvan de cl iënten zal blijven, maar de inrichting van de zorg wellicht anders zou kunnen worden ingevuld reers van SCL geven aan graag in gesprek te willen met het college over de

De

mogelijkheden hieromtrent. Vanuit de commissie wordt o pgemerkt dat hierbij niet vergeten moet worden om de bezwaarmakers woonachtig in de Lupinehof hierbij te betrekken. Niets meer aan de orde zijnde, bedankt de voorzitter de partijen voor de gegeven toelichting en sluit vervolgens de zitting.

Aldus opgemaakt te Kerkrade d.d.23 januari 2025 De Algemene kamer van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie Kerkrade, De Voorzitter,

De

mr. L.J.M. Bindels.

De Secretari

. T.R.A. Kleinstra.

Ø

Mrx

a/.J

PáÞt6rtondÈbunt ^ -FåË#,ilill,li' *5-ç

Porkstsd Limbuvg Gemeente Kerkrade maaktdeel

uitvan Parkstad Limburg

PAULUSSEN

ADVOCATEN

Aantekeningen t.bv. hoorzitting van de Gentrale Bezwaarschriften-

en

jan uar't2o25(17:30) inzake het Kl,achtencommissievan de gemeente Kerkrade d.d. 15 gemeente Kerkrade besluit van het coltege van burgemeester en wethouders van de d.d.12iuti 2024 ("handhaving Lupinehof ")'

Van: mr. E.A. de Bruiine

Namens: stichting Gehandicaptenzorg(h.o.d.n. sGL) en StichtingsGL-Retim

Hotding

Opbouwvan het PleÍdooi

1. SGL heeft de juridische en feitetijke aspecten van deze kwestie uitgebreid uiteengezet in haar bezwaarschrift. Atte bezwaargronden komen in beginsel

neer op de votgende

tijn:

a. Er is geen sprake van een overtreding omdat de activiteiten van SGL passen onder de definitie van "wonen" en dus de bestemming "wonen".

b. Mocht men toch conctuderen dat er sprake is van een overtreding, dan is handhaving onevenredig'

in het navotgende lk zal deze tijn niet vol,l.edig herhaten, maar dit onderscheid moet goed voor ogen gehouden worden'

2. ln dit pteidooi beperk ik mij verder tot: a.Eenatgemenebeschrijvingvandekernvandekwestieendehoudingvanhet col,tege daarin; en

b. Een reactie op de verweren van het cottege' naast verschittende anatyses ook meermaats een verkeerde weergave van de

ln dit kader wit ik opmerken dat het verweerschrift van het col,l'ege,

onjuiste (juridische)

van deze anatyses en bezwaargronden en argumenten van SGL bevat. Het corrigeren een zorgvuldige weergaven vergt een tanger pteidooi. sGL hoopt, met het oog op op uw begrip hiervoor' behandel.ing van de kwestie en votdoende hoor en wederhoor, Kern van de kwestie

3. De kwestie waarover u zich moet buigen is geen puur juridisch-ptanotogische kwestie van ,,past deze activiteit wet of niet onder de bestemming". Deze kern om mensen: 1

kwestie gaat in de

a. Het gaat om een groep van meer dan 20 burgers van de gemeente die met behutp van SGL zo zetfstandig mogel.ijk hun leven kunnen [eiden en onderdeeI kunnen bLijven van hun buurt en de maatschappij. Het gaat om mensen met potentieel, ambitie en waarde in en voor de maatschappij. ln dit kader verwijs ik naar de profietschetsen van de bewoners van de Lupinehof uit productie 2 van het bezwaarschrift.

b. Het gaat om een kwetsbare groep mensen die in grote onzekerheid wordt gestort en in het ergste gevatonnodig uit de vertrouwde - vaak jarentange - woonomgeving

dreigt te worden verwijderd, met atte negatieve gevotgen van dien voor wetzijn en, mogel.ijk, gezondheid (zie in dit kader productie 20van het bezwaarschrift).

4. Voor het betrekken van deze menselijke kant in de te maken betangenafweging is er óók juridische ruimte. Deze kant moet het cottege zetfs krachtens de wet (art. 3:4, tweede tid Awb) en de jurisprudentie omtrent evenredigheid van handhaving (zie

randnummers 39 e.v. van het bezwaarschrift) betrekken in een expticiete en goed onderbouwde betangenafweging, samen met atte andere retevante feiten en omstandigheden van het geval. Met andere woorden: de voorbereiding van een handhavingsbesluit is niet rond met het vaststelten van een overtreding. Een handhavingsbestuit kan pas genomen worden wanneer het coLl.ege zich ervan vergewist heeft dat deze niet onevenredig is in verhouding tot de met het bestuit te dienen doeten. NB: SGL bestiljdt dat zij in overtreding is. Dit is al uiteengezet ¡n randnummers 25 e.v. van het bezwaarschrift.

5. Op dit moment bevinden wij ons in de bezwaarfase. Deze fase is in het bestuursrecht bedoel.d ats verpticht moment voor het bestuursorgaan om standpunten en aanvuttende/nieuwe informatie op te haten bij betanghebbenden en om deze te betrekken bij de heroverweg¡ng van het besl.uit. De bezwaarfase heeft ats doetom het besLuit van een bestuursorgaan - waar nodig - te verbeteren en te corrigeren. De effectiviteitvan de bezwaartase hangt af van de open houdingvan het bestuursorgaan. ln haar verweerschrift geeft het coLtege echter geen btijk van een open houding en bereidheid om aanvuttende/nieuwe informatie te betrekken bij haar bestuit omwitte van de zorgvutdigheid en evenredigheid ervan:

a. verschittende bezwaargronden van SGL worden door het cottege verkeerd geinte rpretee rd en/of wee rgegeve n ;

b. verschittende feiten en omstandigheden die SGL onder de aandacht heeft gebracht worden door het coltege op setectieve of verkeerde wijze betrokken bij diens afweging; en 2

c. versch¡Ltende feiten en omstandigheden die SGL onder de aandacht heeft gebracht worden door het col,tege genegeerd' 6

worden besproken ln het navol,gend e zal deze houding van het cotl.ege in meer detail' merken dat het in het kader van diens verweren. op dit punt wenst sGL op te kennetijk wenst te coLtege - gezien diens verweerschrift - het handhavingsbestuit controterapport van 11 baseren op initiël.e en onvottedige informatie (waaronder het

juni 2024), atsmede onvol.tedige (juridische) anatyses' Het cottege laat een

middets een aanzientijke hoeveetheid aan retevante informatie - o'4. aangereikt contactmomenten zienswijze, een BOPA -aanvraag(dOOr HEEMwOnen), verschitlende dat bezwaarschrift - tinks tiggen en koerst hiermee af op een bestuit

en een

negatieve onvotdoende acht sl.aat op de reaLiteit in de Lupinehof en de aanzienl'ijke gevotgen voor cl.iënten van SGL en SGL zetf' 7

Een zorgvul,dige en votLedige afweging van bel,angen, feiten

en omstandigheden dient

in ieder gevat rekening te houden met het votgende: a

b

c

d

e

f

d b.

lnterne of externe verhuizing al's gevoLg van het handhavingsbestuit

zal

de mentate aanzientijke negatieve gevol,gen hebben voor het wetzijn en mogel'ijk gezondheid van de cLiënten van sGL (zie productie 20 van het bezwaarschrift)' zal lnterne of externe verhuizing ats gevotg van het handhavingsbesl'uit aanzienl,ijke kosten meebrengen voor SGL' en de toeLichting De Lupinehof is - zo btijkt o.a. uit verteende bouwvergunningen bij het bestemmingspl,an - sinds real,isatie bedoeLd geweest ats een comptex

(zie waarin Wonen en een aanzientijk niveau van zorg gecombineerd worden randnumm ers 12 e.v. van het bezwaarschrift)' de activiteiten Het cotl,ege is attange tijd op de hoogte van de aard en omvangvan (zie randnummers van SGL in de Lupinehof en heeft niet handhavend opgetreden 13 e.v. van het bezwaarschrift). gebruik Het cot[ege heeft in 2015 juist een omgevingsvergunning brandveitig vragen of (het verteend voor de activiteiten van SGL, zonder enige aanvutLende van het stetten van) een eis van een omgevingsvergunning ter afwijking bestemmingspLan (zie producties 10 en 11 van het bezwaarschrift)' van Meander Het cotl,ege accepteert wet dat er in de Lupinehof een zorgsteunpunt ats SGL' ook aan aanwezig is. Dit zorgsteunpunt biedt soortgel'ijke begeteiding dat de activiteiten bewoners van de Lupinehof (niet-ctiënten). Het cottege betoogt en die van sGL van Meander onder de gel,dende functie "dienstvertening" val'l'en

niet. Waarom dit zo is onderbouwt het cottege niet' geuit door een De kl,achten omtrent overtast door de activiteiten van SGL zijn groep (retatief nieuwe) bewoners, zijn voor een groot deet niet

beperkte

3

onderbouwd en voor een groot deel onterecht toegeschreven aan SGL (zie randnummer 17 van het bezwaarschrift). h. SGL heeft reeds verschittende (kostbare) maatregeten genomen om eventuete overtast tot een minimum te beperken (zie randnummer 18 bij bezwaarschrift). i. Twee van de drie kl.agers zulten binnenkort wegverhuizen uit de Lupinehof. j. Uit recentel.ijk afgenomen interviews onder bewoners van de Lupinehof btijkt dat de overgrote meerderheid van de bewoners (cl.iënten en niet-ctiënten)tevreden is met de huidige situatie in de Lupinehof. k. Uit recente brieven btijkt dat het coltege conctudeert dat de gemeenschappetijke ruimten, keuken, kantoor, washok en hun wijze van gebruik op dit moment a[ geen bezwaren opteveren vanuit het oogpunt van ruimtetijke ordening, oftewet, geen

onacceptabete ruimtetijke effecten genereren (zie productie 21 b¡j bezwaa rsch rift).

t. De getdende functie "dienstvertening" [aat verschittende activiteiten toe in de Lupinehof met aanzienl,ijk ruimtetijke effecten, zoats wasserette, kopieerservicebedrijf of cateringbedrijf. lndien SGL onverhoopt toch moet wegverhuizen, is de kans dus aanzientijk dat er onder de woonbestemming (aL dan niet via de functie dienstvertening) een activiteit tandt in de Lupinehof die evenveetof meer ruimtetijke effecten genereert ats SGL.

8. Een zorgvuLdige en vottedige afweging waarin de voornoemde betangen, feiten en omstandigheden worden betrokken dient tot de conctusie te [eiden dat handhaving onevenredig zou zijn en daarom achterwege dient te bl,ijven. Het cotl.ege betrekt de voornoemde beLangen, feiten en omstandigheden verkeerd, onvol.tedig of hetemaal niet in diens afwegingen en btijft vasthouden aan haar initiëte bestuit tot handhaving. Het cottege tijkt niet verder te kijken dan de constatering dat er sprake is van een overtreding. SGL verzoekt uw commissie daarom om te waken over de zorgvuldige en evenredige bestuitvorming van het cottege en daarmee de effectiviteit van de bezwaarfase.

Reactie op de verweren van het college De activiteiten van SGL passen onder de bestemmingwonen

9. Op basis van bestendige jurisprudentie stett SGL zich op het standpunt dat haar activiteiten passen onder de in het bestemmingsptan opgenomen definitie van "wonen" en dat er daarom geen sprake is van een overtreding (randnummers 23 t/m 29 bezwaarschrift). De verweren van het col.l.ege tegen deze bezwaargrond zijn gebaseerd op een verkeerde toepassing van de jurisprudentie en een aantal onnavotgbare redeneringen.

4

10. Het cotLege steLt dat sGL ter onderbouwing van haar

grond een aantal "voorbeetden

uit het woordenboek" haatt, waaronder bedrijfshuisvesting en kantoorhuisvesting' uit het sGL bedient zich echter niet wittekeurig van een aantal, voorbeetden

van het bezwaarschrift woordenboek. Zoats reeds uiteengezet onder randnummer 26 Deze tijn votgt sGL de jurisprudentieLijn omtrent de uitl.egvan bestemmingsptannen' Date Groot Woordenboek schrijft een l,etterl,ijke taatkundige uittegvoor waarbij het Van cottege de betangrijkste door van de NederLandse taaI Leidend is.1 opval,tend is dat het van Date Groot woordenboek sGL aangehaatde voorbeelden van huisvesting uit het gehandicaptenhuisvest¡ng' van de NederLandse taaL niet noemt: jongerenhuisvesting, de voorbeetden die seniorenhuisvesting en studentenhuisvesting. Dit zijn immers ondersteunende aantonen dat huisvesting ook vormen van wonen inhoudt waarbij i n herent onderdeel facil,iteiten (gemeenscha ppetij ke woonkamer, washok, etc') een ziin. in het absurde door ter verwijzen naar van een zeer hypothetische en in deze casus niet ter zake doende voorbeetden wonen' mits er één discotheek of fabriek die zouden passen onder de bestemming Het gaat persoon zou worden gehuisvest. Deze manier van redeneren is misteidend' inherente vorm van sGL erom dat er vormen van huisvesting zijn waarbij er een buiten de woningen begeLeiding bestaat en er ook aanvultende facititeiten zijn (gezamentijke huiskamer, keuken, washok, etc.). Denk aan studentenhuisvesting' g' ge ha nd i ca pte n h u isvesti n g, se n o re n h u isvesti n

11. Vervol,gens trekt het col,tege de grond van sGL

i

trekt geen construct van sGL' 12.Overigens is de definitie die het col.l.ege in het absurde gemeente Kerkrade' Deze maar een definitie die is aangenomen door de raad van de btijkt uit de jurisprudentie - zo tettertijk (taatkundig) mogetijk

definitie dient - zo ln dit kader merkt sGL uitgetegd te worden, ongeacht de gevol,gen van die uitteg' de Lupinehof wederom op dat de raad in diens toeLichting bij het bestemmingsptan (waar de bestemming wonen getdt) bestempel't al's een comptex

waar Wonen en zorg

(dusWonenmetzorgactiviteitenen-facil.iteiten)gecombineerdwordt.Deze "wonen" in het toeticht¡ng ondersteunt dus de tettertijke tezing van de definitie bestemmingspLan die ook uitgaat van vormen van huisvesting activiteiten en facititeiten.2 13. De redeneringen van het coLtege rondom de definitie

met ondersteunende

van "zorgwonin g" ziin voor sGL

onnavotgbaar.

1

ECLI:NL:RVS:201 6:2651, r.o. 7.2.

overheden (o,a. Rijksoverheìd en overigens leert een beknopte zoekstag op het internet dat verschittende en ook hanteren voor woonvormen met VNG) in den tande de term huisvesting breed interpreteren 2

begeteidende/verzorgende faci titeite n'

5

14. Het cottege stett dat de "zorgvertening" van SGL (grotendeets) niet plaatsvindt binnen

de woningen van ctiënten. Dit is niet correct en berust op de aanname dat koken en wassen de kern van de ondersteunende activiteiten van SGL vormen. Een groot deel

van de ondersteunende activiteiten van SGL vindt echter wel in de woningen ptaats, zoats het hetpen met het aanbrengen van structuur in de dag, hutp bij Lichametijke verzorging en het hetpen met administratie. ln dit kader benadrukt SGL nogmaa[s dat verschittende ctieinten zetf de was doen en maattijden bereiden in hun appartementen (zie in dit kader foto's G13 en G15 uit productie 19 van het bezwaarschrift). De droge

focus van het coLLege op de facititeiten van SGL, zonder acht te staan op aanvultende informatie over de aard en mate van het gebruik ervan, is een goed voorbeetd van de gestoten houding van het cotlege in deze kwestie. 15. Het col.tege verwijst naar een recente uitspraak van de ABRvS3 om te betogen dat de

activiteiten van SGL gericht zijn op zorg en daarom onder de bestemming maatschappetijk vatten. Attereerst is deze jurisprudentie niet van toepassing in het onderhavige gevat. De vraag of er sprake is van te intensive zorg wordt immers - zo btijkt uit dezetfde ju risprudentietijn - pas reteva nt wanneer het bestem mingspta n geen definitie van wonen bevat. Dit is in de onderhavige kwestie wel het geval en daarom

dient de discussie in deze bezwaarprocedure enkeI te gaan over de uitl,eg van de definitie van "wonen" zoats opgenomen in het getdende bestemmingsptan.

16.Mocht u - in weerwil van de jurisprudentie - toch tot de conctusie komen dat de intensiteit van geboden begeteiding (zo u witt, zorg) door SGL een roI speelt, dan is retevant dat de jurisprudentie van de ABRvS omtrent "wonen of zorg" zeer casulstisch is. Eén specifieke uitspraak over een bepaal.d wooncomptex of huisvestingsmodelkan

daarom niet ats maatgevend beschouwd worden voor de situatie in de Lupinehof. De situatie in de Lupinehof en de intensiteit van begeteiding atdaar dient op basis van de eigen feiten en omstandigheden beoordeetd te worden. 17. Ten stotte, ats u toch van mening bent dat de door het cottege aangehaatde uitspraak

retevantie heeft bij de beoordeting van de situatie in de Lupinhof, dan merkt SGL op dat de casus van deze uitspraak op relevante punten verschitt van de situatie in de Lupinehof: a. De huisvesting is in de Lupinehof reeds gericht op zetfstandig wonen. Ctiënten worden - in tegenstel,ting tot de casus van de uitspraak - geen woonvaardigheden aangeteerd om pas in de toekomst zetfstandig te kunnen wonen, maar worden begeLeid om nu al' zetfstandig te wonen.

3

ECLI : N L: RVS:2024:47 38

6

b. De begeteiding van SGL heeft - anders dan in de casus van de aangehaatde

in wetke mate zij een uitspraak - geen verptichtend karakter. CLiënten bepaLen zetf beroep doen op SGL voor begeteiding' c. cl,iënten van sGL kunnen in beginsetvoor onbepaal'de tijd in de Lupinehof btijven

Wonen(vetenWonenerookatjaren)enzijhoeven-andersdanindecasusvande zij (meer) aangehaatde uitspraak - het compl,ex niet te vertaten wanneer zetfstandig kunnen wonen. - retevant overigens: het col,lege tijkt- onderverwiizingnaar de voornoemde uitspraak in de Lupinehof' SGL stett te vinden dat SGL niet-cl.iënten kan weren uit haar ruimten komen voorop dat zij niet-ctiënten niet weert uit haar ruimten. Niet-cl'iënten ln de door het bijvoorbeetd koffie drinken in de gemeenschappetijke woonkamer' dat de exctusiviteit van cottege aangehaal,de uitspraak vatt bovendien niet te lezen uit de uitspraak bepaatde ruimten voor een groep bewoners duidt op intensievezorg' intensiteit van de zorg votgt enkel, dat een mogel.ijke factor bij de beoordeLing van de wel'ke bewoner in een woning kan zijn de mogeLijkheid van de vertener om te bepaten komt (dus het toewijzen van woningen)' 1g. Ten stotte, stett het col,l.ege dat de door SGL aangehaal,de

jurisprudentie in het kader

in de

van de beoordeting "wonen ol zorg" (randnummer 29 bij bezwaarschrift) Deze stelling is feitetijkheden aanzienl.ijk verschitt met de onderhavige kwestie'

jurisprudentie is niet irretevant voor het standpunt van SGL. De door SGL aangehaal,de in de Lupinehof' De bedoetd ats een precedent dat naadtoos past bij de situat¡e jurisprudentie omtrent "wonen of zorg" is - zoal,s sGL reeds heeft aangegeven in het het feit dat per gevat en op bezwaarschrift - inherent casuïstisch. Dit komt voort uit beoordeetd moet basis van de unieke samenhang van feiten en omstandigheden uitspraak worden of er sprake is van te intensieve zorg' De door sGL aangehaatde atvorens over te toont enket de vaste tijn in de jurisprudentie, waaronder de regel dat, gekeken moet worden gaan tot de vraag of er sprake is van te intensieve zorg, er eerst of het bestemmingspl.an een definitie van "wonen" bevat.

De activiteiten en facititeiten van sGL ziin niet te beschouwen als te

intens¡eve zorg

dat de activiteiten van 19. Het col,l,ege stett zich in het verweerschrift op het standpunt zorgwaardoor deze sGL in de Lupinehof beschouwd moeten worden ats te intensieve wonen. ln dit kader verwijst het cottege wederom

niet passen onder de bestemming keuken en kantoor) naar een aantaI facititeiten (gemeenschappetijke woonkamers, gebruik van deze faciliteiten, veetal en biedt het een geheet eigen interpretatie van het op basis van uitertijke kenmerken' door het col'tege, wenst sGL dat de discussie of de activitelten en facititeiten neerkomen

20. ALvorens in te gaan op de beschrijving van de facititeiten

nogmaats te benadrukken

7

op te intensieve zorg pas retevant wordt ats er geen definitie van wonen in het bestemmingsplan is opgenomen. Dit is in de onderhavige kwestie echter weI het gevat. lk verwijs naar de eerdere toetichting hieromtrent. Bij een zuivere toepassing van de jurisprudentie zaI het cottege dan ook niet toekomen aan een redeneertijn omtrent de intensiteit van geboden zorg. De discussie dient immers te gaan over de interpretatie van de definitie "wonen" in het bestemmingsptan. 21 . lndien u van mening bent - in weerwil van de jurisprudentie - dat intensite¡t van de zorg

wel beoordeetd moet worden aan de hand van de activiteiten en facititeiten van SGL, dan is retevant dat deze activiteiten en facititeiten niet enkel beoordeetd moeten worden aan de hand van de getdende bestemming, maar ook op basis van de reeds verteende bouwvergunningen en de toel.ichting op het bestemmingsptan: a. Uit de tekeningen bij de bouwvergunningen bt¡jkt dat voor het comptex reeds verschittende ruimten vergund waren, zoats keuken en kantoor en dat er overigens ook andere ruimten vergund waren die duiden op een intensievere mate vanzorg, zoats een kamer voor de slaapwacht en een kamer voor de regenereerwagens. b. Uit de toetichting bij het bestemmingsptan btijkt dat de Lupinehof bedoetd is ats een comptex met een combinatie van wonen en zorg. Deze feiten geven nametijk verdere invul.Ling aan de aard en het niveau van de zorgdie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=c4c1d24c-197b-492c-982d-07388d2d04e0