CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

8. ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente KerkradeBij agendapunt: GR Kredietbank14.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast blijven technologische innovaties en wijzigingen in wet- en regelgeving elkaar in hoog tempo opvolgen. Dit noodzaakt tot voortdurende aanpassing en doorontwikkeling van systemen, onder meer op het gebied van gegevensuitwisseling, privacybescherming, informatiebeveiliging en digitale dienstverlening. De complexiteit van het applicatielandschap en afhankelijkheid van externe leveranciers vergroten hierbij het uitvoeringsrisico. Het blijvend voldoen aan geldende normen voor informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid vormt een kritische randvoorwaarde. Cyberincidenten, datalekken of het niet voldoen aan compliance-eisen kunnen leiden tot verstoring van de dienstverlening, reputatieschade en directe of indirecte financiële gevolgen. Structurele investeringen in modernisering van de IT-infrastructuur, versterking van cyberbeveiliging, governance op informatiemanagement en voldoende interne deskundigheid blijven daarom noodzakelijk om de continuïteit, veiligheid en betrouwbaarheid van de dienstverlening in de meerjarenperiode te waarborgen. 3. AVG Er bestaat een specifiek risico met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, in lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het risico op datalekken blijft aanwezig en kan leiden tot hoge boetes en reputatieschade.

KBL beperkt dit risico door te investeren in informatiemanagement en cybersecurity, en door het aantrekken van medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de beveiliging en het naleven van de AVG. Strikte controle en naleving van de regelgeving zijn essentieel om datalekken te voorkomen.

Pagina 25 van 47

4. Flexibele schil In de meerjarenperiode 2027 en verder blijft het van belang dat KBL flexibel kan inspelen op schommelingen in de vraag naar dienstverlening. Een structurele disbalans tussen vraag en personele capaciteit kan leiden tot oplopende doorlooptijden, hogere werkdruk en kwaliteitsrisico’s. Daarbij blijft het ziekteverzuim een belangrijk aandachtspunt: aanhoudend of stijgend verzuim kan de continuïteit van de dienstverlening onder druk zetten en noodzaken tot extra inzet van externe inhuur tegen hogere kosten. Ook het gebruik van tijdelijke contracten brengt financiële risico’s met zich mee, aangezien KBL als eigenrisicodrager verantwoordelijk is voor eventuele WW-lasten. In de komende jaren ligt de nadruk nadrukkelijk op het terugdringen van het ziekteverzuim door gerichte sturing op duurzame inzetbaarheid, preventie en leiderschap, ondersteund door actieve verzuimbegeleiding en monitoring. Daarnaast wordt de formatie periodiek afgestemd op de verwachte volumeverwachtingen en wordt waar mogelijk regionaal en flexibel inzetbaar personeel benut. Ondanks deze beheersmaatregelen blijft een restrisico bestaan, met name bij plotselinge volumestijgingen of langdurig verhoogd ziekteverzuim. 5. Liquiditeitsrisico Dit is het risico dat de bank niet in staat is om aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen door gebrek aan voldoende liquide middelen.

Dit kan aan de orde zijn op het moment dat KBL haar volledige eigen vermogen moet terugbetalen aan de 5 GRgemeenten. Tevens bestaat het risico dat klanten hun dienstverlening bij KBL beëindigen en hun tegoeden opvragen. Indien de uitstaande kredieten dan niet worden terugbetaald is er onvoldoende saldo om te betalen. Aangezien dit risico zich in de afgelopen jaren niet heeft voorgedaan, blijft de kans op dit scenario laag. 6. Renterisico's Ook in de meerjarenperiode 2027 en verder blijft renteontwikkeling een relevant financieel risico. Aanhoudende onrust op de financiële markten en geopolitieke spanningen kunnen leiden tot onverwachte schommelingen in rentetarieven. Hoewel KBL geen uitstaande geldleningen heeft, kan een plotselinge stijging van de rente leiden tot hogere kosten op de rekening-courant en daarmee druk zetten op de liquiditeit en financiële flexibiliteit. Tegelijkertijd bestaat het risico dat rentebaten achterblijven bij de ramingen, bijvoorbeeld door dalende marktrentes of beperkte mogelijkheden om overtollige middelen tegen gunstige voorwaarden uit te zetten. Lagere rentebaten hebben direct effect op de opbrengsten en kunnen de kostendekkendheid beïnvloeden. In een scenario waarin rentelasten stijgen en rentebaten dalen, ontstaat een cumulatief negatief effect op het financieel resultaat.

KBL beperkt dit risico door het saldo van de rekening-courant actief te beheren, beschikbare liquiditeiten zorgvuldig te alloceren en periodiek scenarioanalyses uit te voeren waarin zowel renteontwikkelingen aan de lasten- als aan de batenzijde worden meegenomen. Desondanks blijft sprake van een restrisico door externe factoren die buiten de invloedssfeer van de organisatie liggen. Structurele monitoring van marktontwikkelingen blijft daarom noodzakelijk om tijdig bij te kunnen sturen.

Pagina 26 van 47

7. Regelgevingsrisico KBL opereert in een dynamische omgeving waar veranderende wet- en regelgeving snelle aanpassingen vereisen, wat kan leiden tot verhoogde kosten door de benodigde extra capaciteit. Zo heeft KBL al geïnvesteerd om te voldoen aan de rechtmatigheidsverantwoording en zal KBL verder blijven investeren, met name in ICT en personeelsbeheer, om aan nieuwe wetseisen en operationele vereisten te voldoen. KBL blijft zich inzetten om proactief te anticiperen op veranderingen, met strategische investeringen in zowel technologie als personeel, om de wettelijke compliance te waarborgen en de operationele efficiëntie te behouden. 8. Kredietrisico KBL heeft een uitstaand krediet zonder borgsteller, waarvan historische gegevens laten zien dat minder dan 5% in de afgelopen jaren als oninbaar is gebleken. Dit percentage wordt zorgvuldig meegenomen in de algehele risicoanalyse van de organisatie. KBL blijft zich inzetten voor het beheersen van dit kredietrisico door middel van grondige kredietbeoordelingen en risicomanagementstrategieën. Door deze proactieve benadering worden mogelijke verliezen tot een minimum beperkt, terwijl de integriteit en stabiliteit van de kredietportefeuille behouden blijven. Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de som van de potentiële financiële risico’s in 2027 € 526.000 bedraagt.

7.4 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van KBL bestaan voornamelijk uit ICT-(innovatie)projecten, de aanschaf van ICT(-licenties) en de aanschaf en vervanging van hardware en inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven conform de geldende afschrijvingstermijnen. De kaders zoals opgenomen in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2025 zijn hierop van toepassing. Het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen vindt plaats binnen de reguliere bedrijfsvoering. Vervanging en vernieuwing van ICT-voorzieningen en inventaris worden planmatig uitgevoerd, waarbij wordt aangesloten bij de ontwikkelingen binnen de informatievoorziening en digitalisering van de organisatie. De hiermee samenhangende kosten worden verwerkt binnen de reguliere exploitatie en investeringsplanning van KBL.

7.5 Financiering In 2007 heeft KBL een treasurystatuut opgesteld. Dit statuut gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen. Het renteprotocol is een regelmatig terugkerend agendapunt binnen KBL. Op basis van dit protocol wordt maandelijks de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, te weten met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (inclusief achterstanden) als een “ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-) lange termijn moet worden Pagina 27 van 47

gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering bestond vanaf begin 2019 uitsluitend uit de rekeningcourantkrediet faciliteit met een maximum van € 1.000.000, hetgeen aanmerkelijk lager is dan hetgeen met de provinciale toezichthouder is afgesproken voor wat betreft de hoogte van de kasgeldlimiet. Deze kredietfaciliteit is door KBL medio 2022 opgezegd. KBL heeft voor 2027 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury. De organisatie zal gedurende 2027 geen uitzettingen (anders dan die op grond van haar maatschappelijke taak) doen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2027 is op basis van de begroting berekend op 8,2% van het lastentotaal (14,7 miljoen). Hiermee komt de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2027 afgerond op 1,2 miljoen. Per 1 januari 2019 is de rekening-courantfaciliteit teruggebracht naar maximaal € 1.000.000 en medio 2022 door KBL volledig opgezegd. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke kasgeldnorm en is sprake van een ruime onderschrijding van de kasgeldlimiet. Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basis set van financiële kengetallen.

Dit betreft de volgende vijf kengetallen: • Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • Solvabiliteitsratio; • Structurele exploitatieruimte; • Grondexploitatie; • Belastingcapaciteit. De eerste drie kengetallen worden gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor KBL. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619).

Kengetallen Netto schuldquote

2026 Begrotingswijziging 2%

2027 2%

2028 0%

2029 -1%

2030 -2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

32%

31%

29%

29%

28%

Solvabiliteitsratio Ratio structurele exploitatieruimte

4,3% 0,0%

3,3% 0,0%

3,3% 0,0%

3,4% 0,0%

3,4% 0,0%

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenten ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Pagina 28 van 47

De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van KBL. De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de capaciteit van KBL om eigen lasten te dragen, of welke aanpassingen nodig zijn in baten of lasten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt als percentage berekend door het saldo van structurele baten en lasten, evenals de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves, te delen door de totale baten. Een negatief percentage wijst op onvoldoende ruimte in de begroting om de lasten te blijven dragen. Desalniettemin ziet dit voor KBL de komende jaren positief uit. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden).

Balansstand Mutaties Balansstand Mutaties Balansstand Mutaties Balansstand Mutaties 31-12-2027 2027 31-12-2028 2028 31-12-2029 2029 31-12-2030 2030 619.140291.000 177.000 139.000

EMU SALDO Financiële vaste activa Kredieten

4.300.000

0

4.300.000

0

4.300.000

0

4.300.000

0

Vlottende activa

Uitzettingen Overlopende activa Liquide middelen

900.000 0 225.000 -675.000 6.400.000 0

900.000 200.000 6.400.000

0 -25.000 0

900.000 200.000 6.400.000

0 0 0

900.000 200.000 6.400.000

0 0 0

Voorziening Vaste schulden

211.000 0

211.000 0

0 0

211.000 0

0 0

211.000 0

0 0

Vaste passiva Vlottende passiva

Netto vlottende schulden 10.363.848 Overlopende passiva 1.751.000

-38.400 0

42.540 10.070.348 -293.500 -60.000 1.728.500 -22.500

Pagina 29 van 47

9.893.348 -177.000 1.728.500 0

9.754.348 -139.000 1.728.500 0

7.6 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van KBL omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van KBL. Het Dagelijks Bestuur is beleidsvormend ten aanzien van de bedrijfsvoering. De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting.

7.7 Verbonden partijen KBL heeft geen verbonden partijen. Er zijn geen deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen of andere samenwerkingsverbanden waarbij KBL bestuurlijk of financieel betrokken is. Hiermee brengt de organisatie geen aanvullende bestuurlijke of financiële risico’s met zich mee.

7.8 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor KBL.

7.9 Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en heeft als doel de transparantie van de overheid te vergroten. De gemeenschappelijke regeling valt als bestuursorgaan onder deze wet. De Woo verplicht bestuursorganen om overheidsinformatie actief openbaar te maken en om verzoeken om informatie (Wooverzoeken) zorgvuldig en tijdig af te handelen. De organisatie werkt aan de verdere implementatie van de Woo. Dit betreft onder meer het verbeteren van de informatiehuishouding, zodat documenten duurzaam toegankelijk en goed vindbaar zijn, en het voorbereiden van de gefaseerde invoering van de verplichtingen voor actieve openbaarmaking. Deze ontwikkelingen worden mede vormgegeven via het uitvoeringsplan informatiebeleid KBL 2025–2030. De financiële en organisatorische gevolgen van de verdere implementatie van de Woo worden, waar mogelijk, binnen de bestaande begroting opgevangen. Woo-verzoeken worden behandeld conform de wettelijke termijnen en uitzonderingsgronden zoals vastgelegd in de Woo. De uitvoering van deze taken vindt plaats binnen de bestaande organisatorische en administratieve processen van de gemeenschappelijke regeling.

Pagina 30 van 47

8. Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028, 2029 en 2030 Hieronder is de geprognosticeerde staat van baten en lasten voor de jaren 2027 tot en met 2030 opgenomen. Deze meerjarige doorkijk geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van opbrengsten en kosten in de komende jaren, op basis van de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van volumes, indexering en beleidsmatige keuzes. Ter vergelijking is ook de (gewijzigde) begroting 2026 opgenomen. Dit maakt het mogelijk om de ontwikkeling in de tijd beter te duiden en om inzicht te krijgen in trends, verschuivingen en eventuele structurele effecten binnen de exploitatie. Daarmee biedt het overzicht een helder beeld van de financiële ontwikkeling van KBL in de periode 2027– 2030.

Op de volgende pagina’s volgt een nadere toelichting op de gepresenteerde baten en lasten waarbij relevante uitgangspunten, aannames en eventuele bijzonderheden nader worden geduid:

Pagina 31 van 47

Baten •

De voorziene baten vanuit preventie, vroegsignalering en educatie zijn op basis van de huidige inzichten verder geprognosticeerd vanuit 2027 met een oplopend volume aan dienstverleningsuren.

•

De volumes en baten aan intakegesprekken zijn op basis van de huidige inzichten verder geprognosticeerd vanuit 2027 met een oplopend volume.

•

De volumes en baten voor sociale kredietverstrekking zijn op basis van de huidige inzichten verder geprognosticeerd vanuit 2027 met een oplopend volume.

•

Inkomensbeheer en ondersteuning bestaat uit drie vormen van dienstverlening te onderscheiden: Budgetbeheer Ultimo 2025 is het aantal budgetbeheerrekeningen 1.632 stuks. Bij de herziene begroting 2026 is er uit gegaan van een oplopend aantal budgetbeheerrekeningen. Dit wordt tevens gehanteerd voor de jaren 2027-2030. Er wordt gewerkt met 3 type pakketten: basis, totaal en statushouders. BBR-Maatwerk & budgetcoaching In 2025 is het aantal klanten van BBR-Maatwerk licht gedaald. De aantallen voor 2026 en verder laten een stijgende lijn zien. De ontwikkeling van het aantal klanten qua BBRmaatwerk en budgetcoaching blijkt uit onderstaand overzicht:

Boekjaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Aantal klanten 235 242 249 256 263 270

Mutatie 7 7 7 7 7

Boekjaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Aantal klanten 80 73 78 81 86 86

Mutatie -7 5 3 5 0

Beschermingsbewind In 2025 is het aantal aanvragen beschermingsbewind, tegen de verwachting in, gestegen. De aantallen voor 2026 en verder stijgen, ondanks het afbouwen van de bestaande portefeuille van de gemeente Heerlen, door hogere inkoop van de GRgemeenten. De ontwikkeling van het aantal klanten blijkt uit onderstaand overzicht:

Boekjaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Aantal klanten 795 794 799 814 829 844

Mutatie -1 5 15 15 15

Pagina 32 van 47

•

Schuldenaanpak bestaat uit drie hoofdpijlers van de dienstverlening: Informatie en advies, Duurzame financiële dienstverlening en Schulden oplossen. Hierbij vormt 2026 het uitgangspunt voor de prognose van de daaropvolgende jaren.

•

De overige bedrijfsopbrengsten worden in beginsel niet structureel geraamd. Er worden momenteel geen detacheringen verwacht en er is verondersteld dat wordt voldaan aan de bepalingen uit de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s), zodat geen aanvullende opbrengsten uit correcties of verrekeningen worden voorzien.

•

De rentemarge bestaat uit renteopbrengsten cliënten en gemeenten en overige rentebaten/-lasten. De renteopbrengsten zijn ten opzichte van de meerjarenraming 2025 naar beneden bijgesteld vanwege een dalende kredietportefeuille en lagere verwachte inkoop van het aantal kredieten. De overige rentebaten/-lasten hebben voornamelijk betrekking op de rente rekening-courant (rentecompensatiestelsel).

•

De bijzondere baten betreft de schadebedragen die de gemeente Heerlen conform de vastgestelde uittredingsregeling en schadesomcalculatie afdraagt komende jaren. Dit boetebedrag dat de gemeente Heerlen dient te betalen na uittreding uit de gemeenschappelijke regeling loopt door tot en met 2028.

•

In de ontwerpbegroting 2027 is aangenomen dat er nog een gedeeltelijke aanwending van het eigen vermogen zal plaatsvinden, met name gerelateerd aan ontwikkelingen in en rondom het ICT-landschap (en de hiermee samenhangende regelgeving rondom cyberbeveiliging) alsmede aan de organisatorische doorontwikkelingen van KBL (onder de vlag van traject ‘Samen op weg’) naar aanleiding van verdere implementatie vanuit het in 2024/2025 doorlopen strategietraject. Gedurende de periode 2026 tot en met 2028 wordt hiermee samenhangend een daling vanuit de KBL-risicoanalyse voorzien hetgeen ook zichtbaar is in de ontwikkeling van het KBL-weerstandvermogen (zie ook de nadere toelichting hieromtrent bij de balansposities verder op in dit document).

•

Vanaf 2025 is er conform bestuursbesluit een gewijzigde bekostigingssystematiek waarbij de zogenaamde bestaanslasten van de KBL-organisatie los van de variabele verbruikslasten in rekening worden gebracht bij de GR-gemeenten (conform een vastgestelde verdeelsleutel per GR gemeente, waarbij een ingroeipad in 2025/2026 is voorzien).

Pagina 33 van 47

Lasten • Salarissen: De formatieve ontwikkeling van KBL laat in de periode 2027–2030 een geleidelijke afbouw zien. De afname van het aantal Fte wordt grotendeels gerealiseerd via natuurlijk verloop en een hiermee samenhangend terughoudend vervangingsbeleid. Daarnaast wordt ingezet op het beheersbaar en duurzaam terugdringen van het (te hoge) ziekteverzuim, waardoor de effectieve inzetbaarheid van personeel verbetert en minder aanvullende capaciteit benodigd is. De formatieve ontwikkeling ziet er als volgt uit:

fte

2027 124

2028 120

2029 116

2030 113

Er is rekening gehouden met CAO-indexering en de reguliere periodieke verhogingen (anciënniteit). Verder is rekening gehouden met uitgaven in het kader van het generatiepact alsmede met evt. transitievergoedingen. In de meerjarige ontwikkeling is tevens een efficiencytaakstelling verwerkt van circa 8,5 Fte. Deze doelmatigheidswinst hangt samen met het geïnitieerde verbeter/verandertraject ‘Samen op weg’, onder meer door uniformering van werkprocessen, optimalisatie van de klantreis en een efficiëntere organisatorische inrichting. De reductie van de formatie zal hierbij plaatsvinden vanuit de voorziene ruimte komende planjaren rondom het natuurlijke verloop en het aanhouden en aanwenden van een flexibele schil aan personeel. Voorgaande aanname is van toepassing in relatie tot de aanname van gelijkblijvende volumes aan dienstverlening in de voorliggende planperiode. • WW-uitkeringen: Aangezien KBL op het gebied van werkloosheid eigenrisicodrager is, zullen de uitkeringslasten ten laste van het exploitatieresultaat worden gebracht. Op basis van onder meer leeftijd, aantal dienstjaren, vast contract of jaarcontract en het in stand houden van de flexibele schil medewerkers is een schatting gemaakt van de te verwachten WW-uitkeringen.

Hierbij is de kans geschat dat diverse medewerkers weer op redelijke termijn op de arbeidsmarkt actief zullen zijn en daardoor niet meer aangewezen zijn op een WW-uitkering. • Inhuur medewerkers: Voor de komende jaren wordt verwacht dat het niveau van inhuur weer afneemt naar het gebruikelijke, historische niveau. In 2026 worden enkele strategische sleutelposities structureel ingevuld, waardoor de afhankelijkheid van externe capaciteit afneemt. Daarnaast wordt voorzien dat door efficiencyverbeteringen en het verandertraject ‘Samen op Weg’ het gebruik van inhuur binnen de uitvoeringsorganisatie tot een uitzondering kan worden beperkt. In de begrotingswijziging 2026 en de ontwerpbegroting 2027 wordt nog rekening gehouden met tijdelijke capaciteit en inhuur van externe expertise in verband met het strategische verandertraject “Samen op weg”. Dit betreft met name ondersteuning bij het doorvoeren van uniformering, procesoptimalisatie en implementatie van vernieuwde klantsystemen, totdat de benodigde interne kennis en capaciteit structureel is geborgd. • Overige personeelslasten: de overige personeelslasten betreffen onder meer de kosten van bedrijfsarts, personeelsvereniging, jubilea van medewerkers en KBL brede activiteiten. De lasten zijn gebaseerd op extrapolatie vanuit de realisatie in 2025 en begrotingswijziging 2026.

Pagina 34 van 47

• Afschrijvingen: De afschrijvingen laten in 2027 en de daaropvolgende jaren een stijgende lijn zien, als gevolg van investeringen in onder andere ICT en automatisering in de jaren 2025–2027. Gezien de gehanteerde afschrijvingstermijn van vier jaar normaliseren deze bedragen later in de meerjarenraming, waardoor het effect op de structurele lasten in de daaropvolgende jaren afneemt • Huisvestingslasten: sinds april 2014 is het hoofdkantoor van KBL gehuisvest aan de Markt 1a in Geleen. De huisvesting van de medewerkers op de diverse overige ‘frontoffice’ locaties is om niet. Indien dat niet mogelijk is worden de kosten doorberekend aan de betreffende gemeente. De huur-, energie- en servicekosten vormen het grootste aandeel in de huisvestingslasten. De nu bekende inzichten en ontwikkelingen qua huursom vanuit het huurcontract en bijbehorende allonges vormen de basis voor de calculatie van deze lasten. • Bureau- en administratielasten: bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 is rekening gehouden met de ontwikkelingen op automatiseringsgebied in het bijzonder. Uitgaande van de realisatie in 2025 enerzijds en op basis van de huidige inzichten in systeem- en prijsontwikkelingen anderzijds zijn de begrote bedragen bepaald. De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie.

Door de toenemende vraag naar digitaal communiceren met de klant, het participeren in de keten en het aanleveren van essentiële managementinformatie zullen uitgaven op het gebied van automatisering nodig blijven. Naast de nodige efficiency voordelen zal het ook een kwaliteitsslag betekenen in het snel en transparant werken in de keten en met de klant. • Beheerslasten: bij het bepalen van de beheerslasten is rekening gehouden met de realisatie in 2025 en de toekomstverwachtingen. Daarnaast zijn de reguliere prijsindexeringen meegeteld. De advieskosten en kosten van administratieve dienstverlening vormen het grootste aandeel in de beheerslasten.

Pagina 35 van 47

9. Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven: Begrotingswijziging 2026

€ € € € € € € € €

Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau- en administratielasten Beheerslasten Totale lasten

10.405.000 72.000 891.000 158.000 265.000 378.000 1.756.000 635.000 14.560.000

2027 € 10.773.000 26.000 € 542.000 € 163.000 € 397.000 € 389.000 € € 1.814.000 623.000 € € 14.727.000

2028 € 10.677.000 27.000 € 409.000 € 169.000 € 433.000 € 386.000 € € 1.875.000 650.000 € € 14.626.000

2029 € 10.567.000 28.000 € 423.000 € 165.000 € 304.000 € 393.000 € € 1.761.000 653.000 € € 14.294.000

2030 € 10.646.000 29.000 € 438.000 € 171.000 € 270.000 € 403.000 € € 1.823.000 674.000 € € 14.454.000

2027

2028

2029

2030

€ 6.072.980 € 4.700.020 € 10.773.000

€ 6.018.863 € 4.658.137 € 10.677.000

€ 5.956.854 € 4.610.146 € 10.567.000

€ 6.001.388 € 4.644.612 € 10.646.000

2026 Salarissen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

5.865.530 4.539.470 10.405.000

WW-uitkeringen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

72.000 72.000

€ € €

26.000 26.000

€ € €

27.000 27.000

€ € €

28.000 28.000

€ € €

29.000 29.000

Inhuur medewerkers

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

274.189 616.811 891.000

€ € €

166.791 375.209 542.000

€ € €

125.862 283.138 409.000

€ € €

130.171 292.829 423.000

€ € €

134.787 303.213 438.000

Overige personeelslasten

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

158.000 158.000

€ € €

163.000 163.000

€ € €

169.000 169.000

€ € €

165.000 165.000

€ € €

171.000 171.000

Afschrijvingen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

265.000 265.000

€ € €

397.000 397.000

€ € €

433.000 433.000

€ € €

304.000 304.000

€ € €

270.000 270.000

Huisvestingslasten

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

378.000 378.000

€ € €

389.000 389.000

€ € €

386.000 386.000

€ € €

393.000 393.000

€ € €

403.000 403.000

Bureau- en administratielasten Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

1.756.000 1.756.000

€ € €

1.814.000 1.814.000

€ € €

1.875.000 1.875.000

€ € €

1.761.000 1.761.000

€ € €

1.823.000 1.823.000

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

635.000 635.000

€ € €

623.000 623.000

€ € €

650.000 650.000

€ € €

653.000 653.000

€ € €

674.000 674.000

€ € €

6.139.720 8.420.280 14.560.000

Beheerslasten

Totale directe kosten Totale overhead Totaal

6.239.771 € 8.487.229 € € 14.727.000

Pagina 36 van 47

6.144.725 € 8.481.275 € € 14.626.000

6.087.024 € 8.206.976 € € 14.294.000

6.136.174 € 8.317.826 € € 14.454.000

10. Overzicht structurele en incidentele baten en lasten Conform de richtlijnen van het BBV is in onderstaand overzicht voor de jaren 2027, 2028, 2029 en 2030 de verdeling van de totale baten en lasten in structurele en incidentele baten en lasten weergegeven. Binnen de incidentele lasten is rekening gehouden met kosten die samenhangen met het verandertraject ‘Samen op Weg’. Deze strategische herijking zal, conform het Beslisdocument invulling herijking strategie KBL dat is vastgesteld in de algemene bestuursvergadering van december 2025, zijn uitwerking vinden gedurende de jaren 2026 en 2027. KBL bevindt zich momenteel in een fase van nadere uitwerking van de herijkte strategische koers, inclusief de doorvertaling naar een gefaseerde en beheerste implementatie. De herijking van de strategie leidt tot een samenhangend uniformerings- en verandertraject op meerdere terreinen, waaronder de inrichting van de klantreis, de ontwikkeling en toepassing van klantprofielen, de doorontwikkeling van het dienstenportfolio en de herinrichting en optimalisatie van onderliggende werkprocessen. Daarnaast heeft dit traject gevolgen voor de organisatorische inrichting en de wijze waarop werkzaamheden binnen de organisatie worden georganiseerd en aangestuurd.

De hiermee samenhangende financiële effecten zijn, voor zover deze op dit moment inzichtelijk zijn, verwerkt binnen de reguliere begrotingscyclus. Gelet op het tijdelijke en projectmatige karakter van een deel van deze activiteiten wordt een deel van deze lasten als incidenteel aangemerkt. Deze tijdelijke lasten bestaan voornamelijk uit de inzet van extra personeel ten behoeve van het begeleiden en uitvoeren van de veranderopgaven, evenals uit de inhuur van tijdelijke kennis en expertise, onder meer op het gebied van projectmanagement en HRgerelateerde vraagstukken. Aan de batenzijde worden incidentele opbrengsten verwacht conform de bestuurlijke afspraken inzake de uittredingsregeling van de gemeente Heerlen. Deze baten worden meerjarig verwerkt overeenkomstig de vastgestelde afspraken tussen betrokken partijen en zijn, gelet op hun eenmalige en niet-structurele karakter, als incidentele baten gepresenteerd in de begroting. Daarnaast kan in voorkomende gevallen een beroep worden gedaan op het eigen vermogen. De inzet van het eigen vermogen t.b.v. het resultaat wordt conform de systematiek van het BBV eveneens als incidenteel aangemerkt, aangezien dit vermogen is bedoeld voor het opvangen van risico’s en incidentele financiële tegenvallers en derhalve geen structurele dekking vormt voor reguliere lasten.

Conform de richtlijnen van het BBV is de staat van baten en lasten structureel in evenwicht. Dit betekent dat de structurele lasten volledig worden gedekt door structurele baten en dat incidentele lasten uitsluitend worden gedekt door incidentele baten. Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt van een structureel sluitende begroting. Door deze systematiek wordt voorkomen dat structurele verplichtingen worden gefinancierd met tijdelijke middelen, hetgeen bijdraagt aan een duurzaam en financieel gezond begrotingsbeleid. Daarnaast biedt deze benadering het bestuur en de deelnemende gemeenten inzicht in de mate waarin de reguliere exploitatie structureel in balans is en welke onderdelen een tijdelijk of projectmatig karakter hebben.

Pagina 37 van 47

Pagina 38 van 47

Pagina 39 van 47

Pagina 40 van 47

Pagina 41 van 47

11. Balans per 31 december 2027, 2028, 2029 en 2030 Onderstaand wordt de balans voor de jaren 2027 tot en met 2030 gepresenteerd, met als referentiepunt daarnaast ook de balanspositie vanuit de begrotingswijziging 2026: Begrotingswijziging 2026

2027

2028

2029

2030

ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut - Verbouwingen - Machines, apparaten en installaties Totaal materiële vaste activa met economisch nut

0 1.094.000 1.094.000

0 916.000 916.000

0 625.000 625.000

0 448.000 448.000

0 309.000 309.000

4.300.000

4.300.000

4.300.000

4.300.000

4.300.000

900.000 6.400.000 250.000 7.550.000

900.000 6.400.000 225.000 7.525.000

900.000 6.400.000 200.000 7.500.000

900.000 6.400.000 200.000 7.500.000

900.000 6.400.000 200.000 7.500.000

12.944.000

12.741.000

12.425.000

12.248.000

12.109.000

562.292 249.400 0 811.692

415.152 211.000 0 626.152

415.152 211.000 0 626.152

415.152 211.000 0 626.152

415.152 211.000 0 626.152

10.321.308 1.811.000 12.132.308

10.363.848 1.751.000 12.114.848

10.070.348 1.728.500 11.798.848

9.893.348 1.728.500 11.621.848

9.754.348 1.728.500 11.482.848

12.944.000

12.741.000

12.425.000

12.248.000

12.109.000

Financiële vaste activa Kredieten

Vlottende Activa Uitzettingen Liquide Middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

Totaal Activa

PASSIVA Vaste Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste Schulden Totaal Vaste Passiva

Vlottende Passiva Netto vlottende schulden Overlopende Passiva Totaal vlottende passiva

Totaal Passiva

Onderstaand volgt een nadere toelichting op de gepresenteerde balans voor de voor de periode 2027-2030 waarbij relevante uitgangspunten, aannames en eventuele bijzonderheden nader worden geduid:

Activa Totaal materiële vaste activa met economisch nut 2027 Boekwaarde begin boekjaar bij: investeringen af: afschrijvingen Boekwaarde einde boekjaar

€ € € €

1.094.000 228.000 406.000 916.000

2028 € € € €

916.000 151.000 442.000 625.000

2029 € € € €

625.000 136.000 313.000 448.000

2030 € € € €

448.000 131.000 270.000 309.000

De materiële vaste activa vertonen een aflopen verloop. De investeringen in 2027 e.v. hebben voornamelijk betrekking op de implementatie van een nieuwe vak applicaties en de doorontwikkeling van het ICT-landschap. Daarnaast zijn investeringen voorzien in reguliere vervanging van ICT-middelen en enkele IT-tools ter ondersteuning en optimalisatie van de bedrijfsvoering.

Pagina 42 van 47

Kredieten 2027

Kredieten

€

2028

4.300.000

€

2029

4.300.000

€

2030

4.300.000

€

4.300.000

Bovenstaande opstelling geeft de verwachte kredietportefeuille weer onder aftrek van de voorziening voor oninbaarheid. Uitzettingen

2027 Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

€ € €

2028

800.000 100.000 900.000

€ € €

2029 € € €

800.000 100.000 900.000

2030

800.000 100.000 900.000

€ € €

800.000 100.000 900.000

De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit de deelname van GR-gemeenten in de voorziening kredietportefeuille enerzijds en de gefactureerde diensten aan gemeenten per ultimo boekjaar anderzijds. De overige vorderingen betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor deze klanten in het kader van beschermingsbewind. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).

Passiva Eigen vermogen 2027

2028

2029

2030

€ € €

562.292 562.292

€ € €

415.152 415.152

€ € €

415.152 415.152

€ € €

415.152 415.152

Weerstandsvermogen 6% van de lasten excl. mutatie voorz.

€

883.620

€

877.560

€

857.640

€

867.240

Inzet EV Af te dragen aan GR-gemeenten

€ €

147.140 -

€ €

-

€ €

-

€ €

-

Eigen vermogen per 31 december

€

415.152

€

415.152

€

415.152

€

415.152

Eigen vermogen per 1 januari Exploitatieresultaat boekjaar

De omvang van het eigen vermogen daalt omdat deze deels wordt aangewend in verband met ontwikkelingen in en rondom het ICT-landschap (en de hiermee samenhangende regelgeving rondom cyberbeveiliging) alsmede in verband met de organisatorische doorontwikkelingen van KBL naar aanleiding van verdere implementatie vanuit het in 2025 vastgestelde beslisdocument invulling herijking strategie KBL. Voorzieningen 2027 Voorzieningen

€

211.000

2028 €

Pagina 43 van 47

211.000

2029 €

211.000

2030 €

211.000

Met ingang van het boekjaar 2020 is een voorziening voor de WW-uitkering opgenomen in de jaarrekening. KBL is eigenrisicodrager voor de WW-uitkeringen die het UWV uitkeert aan voormalige medewerkers. Met ingang van het boekjaar 2022 is een voorziening opgenomen voor de bovenwettelijke verlofuren. Vaste schulden De vaste schulden hadden in het verleden betrekking op de door de deelnemende gemeenten verstrekte achtergestelde leningen. Deze achtergestelde leningen zijn in 2025 volledig door KBL afgelost aan de GR-deelnemers. Hierdoor beschikt KBL op moment van schrijven niet over vaste schulden en worden deze, op basis van de huidige inzichten, ook voor de komende jaren niet voorzien. Netto vlottende schulden Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten Schulden aan leveranciers Bank

2027

2028

€ 6.500.000 € 100.000 € 1.357.848 € 2.406.000 € 10.363.848

€ 6.500.000 € 100.000 € 1.064.348 € 2.406.000 € 10.070.348

2029 € € € € €

6.500.000 100.000 887.348 2.406.000 9.893.348

2030 € € € € €

6.500.000 100.000 748.348 2.406.000 9.754.348

De overige schulden betreffen crediteuren klanten, verplichtingen liquide middelen klanten en schulden aan leveranciers. Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. Bank Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de twee bankrekeningen van de BNG ten behoeve van klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel.

Pagina 44 van 47

12. Indicatieve facturatie GR gemeenten In februari 2025 is er zoals reeds toegelicht een bestuursbesluit genomen rondom de gewijzigde KBL-bekostigingssystematiek. In de nieuwe bekostigingsstructuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen vaste bestaanslasten en variabele verbruikslasten. De bestaanslasten worden conform besluit verdeeld over de vijf GR gemeenten door middel van een vastgestelde verdeelsleutel systematiek, waarbij wordt gekeken naar de problematische schuldenindex (CBS) en de gerealiseerde omzetten van de voorgaande drie kalenderjaren. De variabele verbruikslasten worden op basis van een PxQ methodiek afgerekend middels een vooraf bepaald variabel uurtarief.

Op basis van de voorgaande gegevens kan er voor de vijf GR-gemeenten een overzicht worden gepresenteerd qua de te verwachten (deels indicatieve) bedragen die worden gefactureerd aangaande de periode 2027-2030. Als referentiepunt hieronder de indicatieve facturatie 2026 aan de GR-gemeenten vanuit de begrotingswijziging 2026:

2026

In de periode 2025/2026 wordt er conform bestuursbesluit gebruik gemaakt van een ingroeimodel met betrekking tot de verdeling van de bestaanslasten. Vanaf 2027 wordt de CBS-index problematische schulden en de omzet van de afgelopen 3 jaren beiden voor 50% genomen als grondslag ter verdeling van de bestaanslasten. Dit resulteert in onderstaande tabellen voor wat betreft de indicatieve facturatie aan de GR gemeenten voor de jaren 2027 tot en met 2030: Pagina 45 van 47

2027

2028

2029

2030

Pagina 46 van 47

13. Lijst van gehanteerde afkortingen AB AI AIV AVG BADO BBR BBV BIO BGS BNG CAO CBS CPI DB DFD DK DVO EMU EU EV FIDO FNWL Fte GR HR I(C)T KBL KIWA KOT M&O MSNP NIS2 NVVK PL P&C PxQ RDC SAAS SBN SHV SB SK UVW VPB VV WGS WNT WOO WSK WSNP WW

Algemeen Bestuur Artificial Intelligence (kunstmatige intelligentie) Adviseur informatievoorziening Algemene Verordening Gegevensbescherming Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden Budgetbeheer Besluit Begroting en Verantwoording Baseline Informatiebeveiliging Overheid Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening Bank Nederlandse Gemeenten Collectieve Arbeids Overeenkomst Centraal Bureau Statistiek Consumentenprijsindex Dagelijks Bestuur Duurzame financiële dienstverlening Doorlopend Krediet Dienstverleningsovereenkomst Economisch Monetaire Unie Europese Unie Eigen Vermogen Wet Financiering Decentrale Overheden Project Financiële Nood Waterschade Limburg Fulltime-equivalent Gemeenschappelijke Regeling Human Resources Information (Communication) Technology KBL Keurings Intituut Waterleiding Artikelen Project Kinderopvangtoeslagaffaire Misbruik en Oneigenlijk gebruik Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen Network and Information Security Directive 2 (Europese cyberbeveiligingsrichtlijn) Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet Persoonlijke lening Planning & Control Prijs x hoeveelheid Rabo Direct Connect Software as a Service Sociale Banken Nederland Schuldhulpverlening Schuldbemiddeling Saneringskrediet Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Vennootschapsbelasting Vreemd Vermogen Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening Wet Normering Topinkomens Wet Open

Overheid Waarborgfonds Schuldsanering Natuurlijke Personen Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen Werkloosheidswet

Pagina 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=ec01137e-385a-4867-ae13-0dbddfc6e2fd