8. ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Kredietbank Limburg
‘Samen op Weg’
Toegankelijke hulp
Stress sensitieve hulp
Duurzame hulp in het juiste tempo
Van: Steller:
Directie KBL Jeroen Ronden (afdeling Finance, Planning & Control)
Aan:
Algemeen Bestuur KBL
Datum: Versie:
15-04-2026 F3.0 (na AB)
Pagina 1 van 47
Voorwoord We leven opnieuw in een tijd van onzekerheid. De economische druk is hoog, prijzen blijven stijgen en internationale spanningen werken door in het dagelijks leven van onze inwoners. Tegelijkertijd groeit de kloof tussen mensen die mee kunnen en mensen die moeite hebben om rond te komen. Bestaanszekerheid is geen abstract begrip, maar dagelijkse realiteit. Voor veel huishoudens is financiële stabiliteit nog steeds niet vanzelfsprekend. Schuldenproblematiek wordt complexer en raakt steeds vaker ook werkenden en middeninkomens. Dat vraagt om een krachtige, duidelijke en betrouwbare overheid. Bij KBL kiezen we voor focus: voorkomen waar het kan, snel handelen waar het moet en duurzaam oplossen waar het nodig is. We willen eerder signaleren, sneller schakelen en dichter bij de inwoner staan. Niet vanuit systemen, maar vanuit mensen. Samen met onze partners zetten we in op uniforme professionele dienstverlening met maatwerk waar het moet, preventie en stevige nazorg. Samen op weg! Zelfredzaamheid is het doel, maar niemand staat er alleen voor. Vertrouwen is daarbij de basis. Onze inwoners moeten kunnen rekenen op duidelijkheid, tempo en perspectief. De komende jaren bouwen we verder aan een solide organisatie die wendbaar is en kwaliteit levert. Efficiënt waar mogelijk, persoonlijk waar nodig. KBL staat naast de inwoner. Dat is onze opdracht — en onze overtuiging.
J. Roland Voorzitter Algemeen Bestuur
Pagina 2 van 47
Management samenvatting •
Met het verbeter/verandertraject ‘Samen op weg’ geeft KBL uitvoering aan de herijkte strategische koers van “mass customization”, gericht op de doorontwikkeling van dienstverlening, werkprocessen en de organisatie. Het traject stelt KBL in staat om ook in de komende jaren effectief in te spelen op veranderende maatschappelijke vraagstukken en financiële uitdagingen binnen het werkgebied. De financiële doorvertaling hiervan is verwerkt in de voorliggende ontwerpbegroting en meerjarenraming.
•
De uitgangspunten zoals vastgelegd in de vastgestelde KBL kadernota 2026-2030 dienen als startpunt bij de totstandkoming van de voorliggende ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Voor een nadere toelichting inclusief een schets van de onderkende relevante ontwikkelingen, zie hoofdstuk 2 en 3.
•
KBL blijft werken aan een solide en transparante basis, waarin we inwoners perspectief bieden en financiële rust brengen. We bieden toegankelijke-, stress sensitieve- en duurzame hulp in het juiste tempo aan door middel van diverse vormen van dienstverlening. Een nadere duiding van deze vormen van dienstverlening inclusief actuele ontwikkelingen is uitgewerkt in hoofdstuk 4.
•
De samenstelling van het benodigde weerstandsvermogen van KBL en de hiermee samenhangende uitgewerkte risicoanalyse wordt nader toegelicht in hoofdstuk 7. Ook wordt hier conform artikel 11 van het BBV de financiële positie gepresenteerd door middel van diverse kengetallen, welke allen binnen de vigerende (bestuurlijke/wettelijke) kaders blijven.
•
Zowel de ontwerpbegroting 2027 als de meerjarenraming 2028-2030 wordt conform BBV vereisten met een sluitend (neutraal) resultaat gepresenteerd en levert het volgende beeld op qua staat van baten en lasten: Staat van baten en lasten Bedragen x Euro 1.000
Baten Lasten Resultaat vóór bestemming Onttrekking eigen vermogen Verwacht resultaat
2026
2027
2028
2029
2030
Begrotings
Ontwerp
Meerjaren
Meerjaren
Meerjaren
wijziging
begroting
raming
raming
raming
14.376 14.560 -184 184
14.580 14.727 -147 147
14.626 14.626 0 0
14.294 14.294 0 0
14.454 14.454 0 0
0
0
0
0
0
In hoofdstukken 8 en 9 worden de voorziene baten en lasten voor de periode 2027 tot en met 2030 en onderliggende aannames nader toegelicht. In hoofdstuk 10 is er een uitgevoerde splitsing en analyse rondom structurele vs. incidentele baten en lasten die laat zien dat de staat van baten en lasten van KBL structureel in evenwicht is. •
In hoofdstuk 11 wordt de ontwikkeling van financiële balanspositie van KBL voor de periode 2027 tot en met 2030 gepresenteerd en nader toegelicht.
•
Op basis van de uitgewerkte ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 kan hiervan afgeleid de indicatieve facturatie aan de vijf GR gemeenten worden gepresenteerd. Zie hoofdstuk 12 voor nadere details. Pagina 3 van 47
Inhoud Voorwoord ................................................................................................................................................................... 2 Management samenvatting ................................................................................................................................. 3 1.
Inleiding........................................................................................................................................................... 5
2.
Uitgangspunten en ontwikkelingen .................................................................................................... 6 Economische situatie ..................................................................................................................................................... 6 Ontwikkelingen in de Schuldhulpverlening ............................................................................................................ 6 Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 ......................................................................................................................................................................... 7
3.
Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................. 9
4.
Dienstverlening .......................................................................................................................................... 11 Preventie, vroegsignalering & educatie ................................................................................................................ 11 Schuldenaanpak............................................................................................................................................................. 14 Sociale kredietverstrekking ....................................................................................................................................... 18 Inkomensbeheer en -ondersteuning ...................................................................................................................... 19
5.
Begroting ....................................................................................................................................................... 22
6.
Kerngegevens.............................................................................................................................................. 22
7.
Paragrafen .................................................................................................................................................... 23 7.1
Lokale heffingen ............................................................................................................................................... 23
7.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................. 23
7.3
Risicoparagraaf ................................................................................................................................................. 24
7.4
Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................................... 27
7.5
Financiering ........................................................................................................................................................ 27
7.6
Bedrijfsvoering .................................................................................................................................................. 30
7.7
Verbonden partijen .......................................................................................................................................... 30
7.8
Grondbeleid ........................................................................................................................................................ 30
7.9
Wet open overheid (Woo) ............................................................................................................................. 30
8.
Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028, 2029 en 2030 ................................. 31
9.
Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead ........................................................ 36
10.
Overzicht structurele en incidentele baten en lasten .............................................................. 37
11.
Balans per 31 december 2027, 2028, 2029 en 2030 ................................................................ 42
12.
Indicatieve facturatie GR gemeenten .............................................................................................. 45
13.
Lijst van gehanteerde afkortingen .................................................................................................... 47
Pagina 4 van 47
1.
Inleiding
De wereld om ons heen is volop in beweging. Het nieuws wordt dagelijks gedomineerd met verslaglegging uit oorlogsgebieden, natuurrampen mede als gevolg van de opwarming van de aarde en politieke onrust in binnen- en buitenland. Dit heeft ook macro-economische gevolgen die hun weerslag vinden in de financiële sector, het bedrijfsleven en bij de overheid. Dat beeld kan vrijwel 1-op-1 vertaald worden naar de nationale ontwikkeling in Nederland. Dit zorgt voor een gevoel van onzekerheid binnen de maatschappij en bij de individuele burger. Naast deze globale ontwikkeling staat ook de wereld van het sociaal domein en de schuldhulpverlening in het bijzonder allerminst stil. De inflatie in Nederland is in vergelijking met de landen om ons heen nog steeds relatief hoog en zorgt voor een ongebruikelijk en onwenselijk hoog prijspeil. Wetende dat landelijk onderzoek keer op keer aantoont dat diverse inkomensgroepen structureel onder het bestaansminimum leven zorgt dit voor een oneerlijke wedstrijd om uit de financiële problemen te blijven. Het recent gestarte nieuwe kabinet continueert het lopende programma Armoede en Schulden en houdt het terugdringen van armoede, met name onder kinderen, hoog in het vaandel. Bij ambities horen echter ook (structurele) middelen.
Daar wringt de schoen: gemeentelijke zorgen over de (landelijk en regionale) beschikbare financiële middelen en grote druk op de bestaansonzekerheid bij een grote groep burgers maakt dat de behoefte aan een betrouwbare, stabiele en maatschappelijk betrokken partner op het gebied van schuldhulpverlening des te belangrijker is voor de komende jaren. KBL is die partner. Met de verkorting van de termijnen van zowel de minnelijke als wettelijke schuldsanering alsmede de intrede van het zogenaamde “0-voorstel” voor schuldenaren zonder afloscapaciteit zorgt voor een heuse "gamechanger”. Schuldenaren worden in staat gesteld hun schulden sneller op te lossen waardoor de drempel tot aanmelding verlaagd wordt. De kortere looptijd van de sanering vergt tegelijkertijd meer van zowel schuldenaar als schuldhulpverlener: tijdige, adequate en intensieve begeleiding tijdens en na de sanering waardoor het gevaar van recidive tot een minimum wordt beperkt. Dat is namelijk een belangrijk incentive voor de schuldeisers om mee te werken aan een snellere afwikkeling van schulden, in sommige gevallen zonder terugbetaling van de openstaande vordering. Deze ontwikkelingen vragen ook een verandering binnen de schuldhulpverlenende organisaties en dus ook KBL.
Door middel van een inmiddels uitgevoerde herijking van de missie, strategie en kernwaarden van de eigen organisatie alsmede een gemoderniseerde bekostigingssystematiek zorgt KBL ervoor dat zij in staat is om ook de komende jaren tegemoet te komen aan veranderende vraagstukken en financiële uitdagingen binnen het eigen werkgebied. Onder de vlag van het verander ‘Samen op weg’ worden momenteel programmatisch diverse verbeteringen binnen de organisatie nader uitgewerkt en geïmplementeerd. Hierin betrekken we vanzelfsprekend actief onze (gemeentelijke) samenwerkingspartijen, want het is nu belangrijker dan ooit om de problematiek integraal en dus samen aan te pakken. Dit vindt zijn uitwerking in de voorliggende ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Een stabiel en financieel gezond fundament waarbij gewerkt wordt vanuit een professionele standaard met oog voor het individu. Dat ziet zowel toe op de deelnemende en afnemende gemeenten alsook de uiteindelijke hulpvragers. Pagina 5 van 47
2. Uitgangspunten en ontwikkelingen Economische situatie Volgens ramingen van De Nederlandsche Bank groeit de Nederlandse economie in 2026 en 2027 naar verwachting met circa 1 à 1,5% per jaar. De inflatie blijft daarbij relatief hoog, maar daalt naar verwachting richting ongeveer 2,5%. Deze vooruitzichten zijn omgeven met onzekerheden als gevolg van internationale economische ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en schommelingen op de energie- en grondstoffenmarkten. De ramingen dienen daarom met de nodige voorzichtigheid te worden bezien. Economische groei vertaalt zich bovendien niet automatisch in een verbetering van de financiële situatie van alle inwoners. Voor huishoudens die leven onder, op of net boven het bestaansminimum blijft het dagelijks een uitdaging om rond te komen en te voorzien in de basisbehoeften van henzelf en hun gezin. Tegelijkertijd bestaan er tussen gemeenten verschillen in de wijze waarop het minimabeleid wordt vormgegeven. Hierdoor kunnen inwoners met een vergelijkbare uitgangspositie toch te maken krijgen met uiteenlopende ondersteuningsmogelijkheden, wat leidt tot regionale en lokale verschillen.
Ontwikkelingen in de Schuldhulpverlening De meest in het oog springende wijzigingen van de afgelopen periode zijn: • Verkorting MSNP en WSNP tot 18 maanden. o Periode van loonbeslag kan onder voorwaarden afgetrokken worden van de looptijd. • Introductie van het 0-voorstel in de MSNP. • Landelijk beleid met streven naar meer uniformering en kwaliteit middels de zogenaamde Basis Dienstverlening. De effecten van al deze wijzigingen zijn nu nog niet goed zichtbaar. Pas over een aantal jaren zijn de effecten meetbaar en kan iets gezegd worden over hun impact op de langere termijn. Het uiteindelijke doel is uiteraard om zoveel mogelijk mensen zo vroeg mogelijk te vinden, ondersteunen en waar mogelijk schuldenvrij te maken en houden. Het welslagen hiervan is afhankelijk van een aantal factoren die slechts deels beïnvloedbaar zijn door gemeenten of KBL zelf.
Pagina 6 van 47
Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 De voorliggende ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is een doorvertaling van de begrotingswijziging 2026 en gebaseerd op een combinatie van historische cijfers en verwachte volumes als gevolg van toekomstige ontwikkelingen in het werkveld en werkgebied van KBL. Bekostigingssystematiek Vanaf 2025 wordt gewerkt met een nieuwe bekostigingssystematiek, waarbij bestaanslasten en verbruikslasten afzonderlijk door de deelnemende gemeenten worden vergoed. Voor de bestaanslasten is een specifieke verdeelsleutel vastgesteld. Deze systematiek vergroot de voorspelbaarheid van de structurele financiering en dempt de financiële effecten van fluctuaties in de afname van diensten door gemeenten. In 2026 wordt een volgende stap gezet in het ingroeimodel dat is ingericht om te komen tot een evenwichtige en structurele verdeling van de bestaanslasten over de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt de overgang naar de definitieve verdeelsystematiek gefaseerd en beheerst vormgegeven, met aandacht voor financiële stabiliteit en onderlinge solidariteit.
Jaarlijkse prijsindexering KBL past jaarlijks de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde Consumentenprijsindex (CPI, t-1) toe voor de tariefstelling richting niet-GR-gemeenten en voor de indexatie van lasten waarvoor bij het opstellen van de begroting nog geen specifieke indexcijfers beschikbaar zijn. Voor 2026 wordt een prijsindexering van +3,5% toegepast, dit indexeringsprincipe wordt eveneens gehanteerd voor de planjaren 2027– 2030, zodat sprake is van een consistente en voorspelbare systematiek binnen de meerjarenraming. De tariefstelling voor de niet-GR gemeenten/opdrachtgevers zal in 2026 worden geïndexeerd met +5% en bevat naast een inflatiecorrectie (=CPI) ook een aanvullende risicotoeslag. Personeelslasten De personeelslasten stijgen periodiek volgens de voor KBL geldende CAO SGO. De huidig geldende CAO SGO loopt tot en met Q1 2027, de hierin vastgelegde afspraken worden in de begroting conform verwerkt. Voor de periode erna (vanaf Q2 2027 en verder) worden op basis van de gemiddelde salarisstijging van de afgelopen 2 jaren de salariskosten in de begroting geïndexeerd. Organisatie KBL bevindt zich als organisatie momenteel in een fase van nadere uitwerking (en doorvertaling naar een gefaseerde/beheerste implementatie) vanuit de vastgestelde herijkte strategische koers.
Eind 2025 heeft het Algemeen Bestuur hieromtrent nog richtinggevende besluiten genomen. Voor 2026 resulteert dit in een verder uniformeringsen verandertraject (onder de naam ‘Samen op weg’) op het gebied van de KBL-klantreis, klantprofielen, dienstenportfolio, onderliggende werkprocessen en bijbehorende organisatorische inrichting. Zover als mogelijk worden deze ontwikkelingen (en bijbehorende effecten) doorvertaald in de begrotingscyclus.
Pagina 7 van 47
Ontwikkelingen rondom de gemeenschappelijke regeling KBL In de periode 2025–2026 is sprake van twee aspirant-GR-leden, te weten de gemeenten Meerssen en Vaals. In 2026 wordt het traject voor de voorgenomen toetreding van beide gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling (GR) KBL uitgewerkt. Een eventuele toetreding zal leiden tot een formeel wijzigingstraject van de bestaande GR-regeling KBL en is nu voorzien voor 2026. Met een mogelijke toetreding van deze gemeenten is in de huidige meerjarenraming nog geen rekening gehouden. Eventuele financiële effecten zullen pas worden verwerkt op het moment dat sprake is van een definitief besluit tot toetreding en de bijbehorende afspraken zijn geformaliseerd Vervangingsinvesteringen KBL is voor haar dienstverlening aan burgers aangewezen op adequate huisvesting, passende faciliteiten en optimale automatisering. Om de meest efficiënte en effectieve werkwijze te hanteren zijn periodieke investeringen nodig, met name op het vlak van IT. Ook de komende jaren zullen daarom (vervangings-)investeringen plaatsvinden op basis van het door het bestuur vastgestelde investeringsplan. Omzet niet GR-gemeenten De omzet voor niet-GR-gemeenten en overige opdrachtgevers wordt geraamd op basis van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) voor 2026, die in het vierde kwartaal van 2025 zijn afgestemd en geformaliseerd.
De financiële effecten van de uittreding van de gemeente Heerlen, inclusief de daarmee samenhangende door Heerlen te betalen uittredingsvergoeding, worden meerjarig verwerkt conform de hierover vastgestelde bestuurlijke afspraken
Pagina 8 van 47
3. Bedrijfsvoering Informatiemanagement, -veiligheid en technologie De komende jaren neemt de impact van wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeheer, digitalisering en informatiebeveiliging verder toe. Naast de bestaande kaders zoals de AVG, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet open overheid en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), treden nieuwe Europese en nationale regels in werking, waaronder de NIS2-richtlijn, de Wet digitale overheid, de EU AI Act en een vernieuwde Archiefwet. Deze ontwikkelingen stellen hogere eisen aan privacybescherming, cyberweerbaarheid, transparantie, digitale dienstverlening en duurzame archivering. Voor KBL betekent dit dat verdere professionalisering van informatiebeheer, informatiebeveiliging en digitale governance noodzakelijk blijft om te voldoen aan wettelijke verplichtingen en maatschappelijke verwachtingen. Een grote uitdaging voor een uitvoeringsorganisatie met beperkte kennis en capaciteit om deze ontwikkelingen te kunnen volgen, implementeren en borgen. Om een minimale invulling te kunnen geven aan het plan van aanpak AIV voor de komende jaren, wordt geïnvesteerd in het werven van extra capaciteit adviseur informatievoorziening.
Modernisering & Innovatie Na vaststelling van de bestuurlijke visie, ambities en strategie in december 2024 stond 2025 in het teken van de nadere uitwerking naar een toekomstbestendige organisatie. In 2026 krijgt dit vervolg binnen het verandertraject “Samen op Weg”, dat wordt uitgewerkt langs vijf pijlers. ICT en digitalisering vormen daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Om de ambities voor de komende jaren te realiseren is vernieuwing en modernisering van het bestaande applicatie- en systeemlandschap noodzakelijk. Een deel van deze investeringen betreft vervangingsinvesteringen die in eerdere jaren zijn uitgesteld. De geplande vernieuwing biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om vervanging te combineren met functionele verbetering en optimalisatie van processen. In dat kader wordt de komende jaren geïnvesteerd in toekomstbestendige applicaties ter ondersteuning van de uitvoeringsprocessen binnen de clusters inkomen, oplossen en trajectbegeleiding en -regie.
Pagina 9 van 47
Communicatie In 2025 is er een communicatieplan ontwikkeld en vastgesteld. De ambitie van dit communicatieplan is tweeledig: 1. Verbetering van de interne en externe communicatie; 2. Versterking van de merkidentiteit van KBL.
Voor deze ambitie zijn de volgende doelen geformuleerd: 1. Versterking van de samenwerking tussen medewerkers, teams en stakeholders; 2. Versterking van de verbondenheid die medewerkers voelen met de KBL als werkgever; 3. Versterking van de positionering van KBL als dé expert op het gebied van schuldhulpverlening. Een uitdaging blijft om binnen de beperkte mogelijkheden wat betreft capaciteit, kwaliteit en beschikbare middelen, de interne en externe communicatiemiddelen en kanalen zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten en te benutten. In 2026 en verder worden op dit vlak binnen de beschikbare mogelijkheden verbeterstappen gezet, afgeleid vanuit het eerder vastgestelde communicatieplan. Gebouwbeheer en facilitering Het huurcontract van ons hoofdkantoor te Geleen (Markt 1a) is medio 2025 verlengd. In het betreffende huurcontract is de flexibiliteit ingebouwd om te kunnen inspelen op de herijking en doorontwikkeling van de huisvestingsstrategie die komende jaren nader zal worden uitgewerkt. De werkprocessen en contractuele afspraken rondom de facilitaire dienstverlening ten behoeve van de bedrijfsvoering zijn afgelopen periode waar mogelijk herijkt en geactualiseerd. Deze facilitaire zaken zijn grotendeels uitbesteed bij gemeente Sittard-Geleen middels een afgesloten dienstverleningsovereenkomst.
Pagina 10 van 47
4. Dienstverlening Preventie, vroegsignalering & educatie Schulden leiden tot persoonlijke problemen en maatschappelijke kosten. Preventie, vroegsignalering en educatie zijn daarom niet alleen belangrijk voor de betrokkenen, maar ook voor alle partijen die in aanraking komen met betalingsachterstanden. Allerlei partijen (denk aan scholen, werkgevers, uitkeringsinstanties, woningcorporaties, nutsbedrijven, huisartsen, rechtbanken, overheid, wijkteams, etc.) kunnen een belangrijke ondersteunende rol hebben in het op weg helpen van personen/gezinnen met financiële problematiek naar een schuldenvrij bestaan.
Preventie Financiële problemen hebben vaak een brede en diepgaande impact. Ze raken niet alleen de bestaanszekerheid van inwoners, maar beïnvloeden ook hun gezondheid, opleidingskansen en maatschappelijke participatie. Armoede en schulden ontstaan doorgaans door een samenloop van omstandigheden en zijn zelden terug te voeren op één enkele oorzaak. Daarom kiest de Kredietbank Limburg voor een integrale benadering, waarin preventie, vroegsignalering, ondersteuning en nauwe samenwerking met partners centraal staan. Afhankelijk van de situatie vervullen wij de rol van regisseur en uitvoerder, of leveren wij een gerichte bijdrage aan preventieve activiteiten. De komende jaren investeren we in het versterken van deze samenwerking, met als doel samen met maatschappelijke partners, inwoners en ervaringsdeskundigen een sluitende keten te vormen om financiële problemen effectief en duurzaam aan te pakken. Concreet betekent dit dat we een breed en toegankelijk aanbod aan workshops en voorlichtingen ontwikkelen voor zowel jongeren als volwassenen. Zo bieden we onder meer de escaperoom ‘Durf jij te vragen’ en het programma ‘My Cash My Future’ aan voor het basis-, voortgezet en middelbaar onderwijs.
Daarnaast organiseren we financiële trainingen zoals ‘Wegwijs met Geld’ voor anderstaligen (A1) en voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, workshops over geld besparen en financiële trainingen voor MBO- en HBO-studenten. Ook verzorgen we themabijeenkomsten zoals ‘Mijn zorgverzekering’, ‘Niet mijn schuld’ en ‘Zo kan het ook!’. Tot slot geven we voorlichting over bewindvoering, de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en de dienstverlening van de Kredietbank, om inwoners tijdig te informeren en te ondersteunen bij financiële vraagstukken.
Pagina 11 van 47
Vroegsignalering Het doel van vroegsignalering is dat we niet willen dat mensen met schuldenproblematiek vele jaar wachten met het vragen om hulp. Schulden zijn dan al vaak onnodig hoog opgelopen. Niet iedereen weet de weg naar hulp even gemakkelijk te vinden en als we die al gevonden hebben dan zijn er best wel wat barrières te slechten blijkt uit een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar de toegang tot de schuldhulpverlening. Convenanten met woningcorporaties, energieleveranciers en zorgverleners zijn al geruime tijd gemeengoed binnen de schuldhulpverlening, ook binnen KBL. De resultaten van die convenanten en diverse pilots hebben bijgedragen aan de wijzigingen die in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) zijn opgenomen. In de vroegsignalering zien we nu structurele samenwerking met signaalpartners om snel mensen met financiële problemen perspectief te kunnen geven middels een outreachende werkwijze.
Onze lopende initiatieven rondom werkgeversdienstverlening (bv. samen met WSP Parkstad, Vidar en MTB Maastricht) zullen we waar mogelijk en van toegevoegde waarde verder uitbreiden en door ontwikkelen. Vroegtijdige laagdrempelige gespreksvoering met inloopspreekuren, educatieve informatie sessies en gebruikmaken van financiële signalering instrumenten om ook hier preventief en dus vroegtijdig ingrijpende schuldhulpverlening of beschermingsbewind te voorkomen. In de WGS (2021) is opgenomen dat vroegsignalering een wettelijke verplichting is. vroegsignalering ziet erop toe dat organisaties op het gebied van wonen, energie, zorg en water verplicht zijn om een betalingsachterstand direct te melden bij de gemeente waar de klant woont. Doordat al deze partijen signalen over betalingsachterstanden op één centraal punt doorgeven, kan er gericht actie worden ondernomen om deze klant te benaderen en te helpen. Door er in een eerder stadium bij te zijn is de verwachting straks met lichtere vormen van interventie mensen te ondersteunen. In de eerste jaren verwachten we dat die groep met problematische schulden bereikt wordt, die niet uit zichzelf de stap richting de schuldhulpverlening zal zetten. Binnen gemeenten wordt de vroegsignalering steeds meer vormgegeven, waarbij KBL zowel bij de GR-gemeenten als ook bij een aantal DVO-partijen in meer of mindere mate betrokken is.
Met de vroegsignalering wordt uitvoering gegeven aan het actief opzoeken van mensen die betalingsachterstanden en/of schulden. In het kader van de herijkte strategie mass customization gaat de KBL de komende periode inzetten op het realiseren van een uniforme, efficiënte en effectieve werkwijze waarbij de samenwerking tussen de stakeholders in de uitvoeringsketen wordt versterkt. Pagina 12 van 47
Educatie We geloven in een wereld waarin iedereen kan meedoen, thuis en op het werk. We willen elke (jong)volwassene, die ondersteuning kan gebruiken, een zetje geven om hun financiële vaardigheden te ontwikkelen, om zijn of haar zelfvertrouwen te verhogen, financieel redzamer te worden en zich beter thuis te laten voelen in het omgaan met geld. We bieden budgetcoaching aan maar verwijzen inwoners ook actief naar taallessen en digitale vaardigheidstrainingen als uit onze screening en taalmeter blijkt dat mensen ondersteuning nodig hebben.
Toegang Goede schuldhulpverlening begint bij een laagdrempelige toegang en een snelle kennismaking met de schuldhulpverleners waarbij een goede triage helpt om adequate ondersteuning in te zetten. Het is belangrijk om goed inzicht te krijgen wat iemand nodig heeft, hoe iemand het beste geholpen kan worden en welke ondersteuning er nodig is om de financiële problemen en de vele gevolgen hiervan op te lossen of beheersbaar te maken. Snel in contact komen met de schuldhulpverlener in geval van een financiële crisis is cruciaal in het voorkomen van afsluitingen en ontruimingen. Crisissen in de vorm van ontruimingen of afsluitingen vragen om hele snelle acties ter voorkoming van erger. Bij de aanmelding van een burger wordt meteen beoordeeld of er sprake is van een crisissituatie die om interventie van ons vraagt. Een crisissituatie en de stress die mensen daarin ervaren wil je als eerste oplossen. Als de crisis bezworen is, of als er geen sprake is van een crisis, is het belangrijk dat klanten de gelegenheid krijgen om hun verhaal te doen en hun zorgen en belangen te kunnen delen. “Snel bij de juiste hulpverlener – focus op de toegang”
Intake Bij KBL werken we al meerdere jaren met een plan van aanpak. Vanaf 1 januari 2021 geldt dit voor elke schuldhulpverlenende instantie en maakt het plan van aanpak onderdeel uit van de toelatingsbeschikking bij schuldhulpverlening. Daarmee wordt de kans op een succesvolle oplossing voor de schulden van de klant vergroot.
Schulden zorgen voor langdurige stress. Dit zorgt ervoor dat de klant bij de dag gaat leven. De grote afstand tussen de huidige situatie en de gewenste situatie op lange termijn, wordt daarmee te groot om te overzien. Het persoonlijk verhaal, de financiële situatie en de informatie die een klant ons verstrekt geeft ons op een snelle en uniforme wijze voldoende inzicht in de vaardigheden en leerbaarheid, motivatie, zelfregie, overtuigingen en financieel gedrag van onze klant. Pagina 13 van 47
Samen bespreken we het plan van aanpak en kijken we of het de klant gaat lukken om de benodigde acties uit te voeren. Een plan van aanpak en de daarbij behorende acties zijn maatwerk. Dat betekent dat we streven naar een gedragen plan waar de klant zich betrokken voelt in de aanpak van zijn schulden. Samen kijken wat er wel mogelijk is om de benodigde acties te realiseren, de klant uitdagen en steunen om noodzakelijke en duurzame veranderingen aan te gaan. De wet stelt de eis aan het plan van aanpak dat de beslagvrije voet in acht moet worden genomen (art. 4a lid 5 WGS). Daarnaast moet je als schuldhulpverlener inzicht geven in de normtijden. Een klant wordt binnen 1 werkdag benaderd na zijn hulpvraag om in overleg het intakegesprek te plannen. Dit intakegesprek dient binnen 4 weken plaats te kunnen vinden. Uiterlijk 8 weken nadat de hulpvraag is gesteld dient er een toelatingsbeschikking dan wel afwijzingsbeschikking te zijn afgegeven. De spelregels hiervoor vinden we weer terug in de diverse beleidsregels van de afzonderlijke gemeenten. Deze termijnen worden besproken met de klant tijdens de intakefase. Hierin geven we niet alleen aan wat we gaan doen, maar ook hoelang dit gaat duren. We spreken ook af wanneer en hoe de nazorg plaatsvindt.
Door regelmatig samen met de klant te evalueren, houd je niet alleen de klant betrokken bij het traject, hij voelt dan ook de betrokkenheid van zijn schuldhulpverlener. Hierdoor proberen wij de kans op uitval en daarmee recidive al bij de start van een traject te verkleinen en streven we er op deze manier naar om de schuldhulpverlening te verduurzamen.
Schuldenaanpak Na de intake wordt de klant geholpen om zijn inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Hierbij is het van belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het verantwoord minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. De klant wordt ondersteund om gezond financieel gedrag te ontwikkelen via de coaching van de schuldhulpverlener. Als vanuit de intake blijkt dat een klant hulp nodig heeft bij het aanpakken van zijn schulden, dan staan hiervoor een aantal instrumenten ter beschikking. KBL beperkt haar dienstverlening niet tot alleen maar het helpen van mensen met problematische schulden. We zijn er trots op dat daar waar mensen hulp nodig hebben bij het in de grip krijgen van niet problematische schulden er ook passende dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor mensen die niet kunnen of willen voldoen aan de spelregels voor een schuldregeling of de aard van het schuldenpakket een schuldregeling niet mogelijk maken.
Pagina 14 van 47
De drie hoofdpijlers binnen de dienstverlening schuldenaanpak zijn:
Informatie & advies Het doel van deze vorm van dienstverlening is het geven van informatie en advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder gebruik te maken van de intensievere dienstverlening zoals betalingsregeling, herfinanciering, schuldregeling, budgetbeheer, budgetcoaching of duurzame financiële dienstverlening. Door het geven van informatie en advies kan ook een beroep op andere vormen van financiële dienstverlening worden voorkomen. Informatie en advies beoogt informatie voor de klant te ontsluiten waardoor inzicht wordt geboden in financiële keuzes en de klant in staat wordt gesteld de eigen financiën zelfstandig te regelen.
Duurzame financiële dienstverlening Het doel van duurzame financiële dienstverlening (DFD) is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de klant, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem door in of bij die persoon gelegen omstandigheden nog niet duurzaam opgelost kan worden. DFD is erop gericht om de maatschappelijke positie van de klant niet te laten verslechteren. De schuldhulpverlener draagt hieraan bij door voor een financiële basis te zorgen. De schuldhulpverlener kan daarbij onderdeel uitmaken van een hulpverleningsketen. DFD kan ingezet worden om die klanten te helpen, van wie de financiële problemen niet opgelost kunnen worden middels de diensten betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet of schuldbemiddeling. De dienstverlening binnen DFD onderscheidt zich van de dienstverlening binnen schulden oplossen omdat stabilisatie wel expliciet leidt tot één van de producten herfinanciering, betalingsregeling, saneringskrediet of schuldbemiddeling en heeft daardoor dus een ander doel dan DFD. Tevens kunnen diensten als budgetbeheer, budgetcoaching en beschermingsbewind worden ingezet als ondersteuning van de DFD. Afhankelijk van de situatie kan een klant alsnog instromen naar een van de vormen van schulden oplossen.
Schulden oplossen Het doel van schulden oplossen is te komen tot een beheersbare financiële situatie, een oplossing tussen klant en schuldeiser over de schuldenlast, of, als een oplossing niet mogelijk is binnen de minnelijke schuldhulpverlening, de klant te ondersteunen bij het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering (WSNP). KBL beperkt haar dienstverlening voor het oplossen van schulden niet tot klanten met een problematische schuldensituatie, maar helpt ook klanten die alleen met ondersteuning van een professional tot een duurzame oplossing komen voor hun schuldensituatie ook als deze niet problematisch wordt geacht. Binnen de dienstverlening schulden oplossen kent KBL een aantal verschillende mogelijkheden: • 100% herfinanciering (niet problematische schulden); • Betalingsregeling(en) (niet problematische schulden); • Schuldregeling (problematische schulden); o Saneringskrediet o Schuldbemiddeling o Schuldregeling zonder afloscapaciteit • Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Pagina 15 van 47
Herfinanciering Uitgangspunt bij het oplossen van schulden is dat zoveel als mogelijk wordt gezocht naar manieren om schulden voor 100% terug te betalen. Eén van de manieren om dat te doen is een 100% Herfinanciering via KBL. In dat geval verstrekt KBL een krediet om alle schulden voor 100% in één keer te voldoen. Binnen deze dienstverlening hoeft er niet onderhandeld te worden met schuldeisers (er wordt immers 100% ineens voldaan), maar zullen wel de openstaande saldi opgevraagd moeten worden zodat de juiste bedragen worden overgemaakt. De hoogte en looptijd van dit krediet dienen te passen bij de mogelijkheden van de klant. Deze manier van schulden oplossen heeft als voordeel dat de klant nog maar te maken heeft met één schuldeiser, namelijk KBL, en het een lichte vorm van interventie betreft. Betalingsregeling Ook bij deze vorm van schulden oplossen worden schuldeisers voor 100% afbetaald. Over het algemeen betreft het hier klanten waar het gaat om meerdere schuldeisers die allen in een eerder stadium hun eigen wensen of eisen aan de klant hebben gesteld ten aanzien van hoogte of doorlooptijd van de regeling. KBL ondersteunt de klant door namens hem de regeling uit te voeren waarbij getoetst is of de maandelijkse termijn past bij de financiële mogelijkheden van de klant.
Schuldregeling Als blijkt dat de schulden van de klant problematisch zijn, kan er tegen afkoop (finale kwijting) onderhandeld worden met de schuldeisers en spreken we van een schuldregeling. KBL kent drie vormen van schuldregelen, namelijk het saneringskrediet, de schuldbemiddeling en een schuldregeling zonder afloscapaciteit. Saneringskrediet Met de inzet van een saneringskrediet worden problematische schulden van de klant in één keer afgekocht bij de schuldeisers. Op basis van de berekende aflossingscapaciteit wordt de krediethoogte berekend. Met de inzet van dit krediet wordt schuldeisers een percentagevoorstel tegen finale kwijting gedaan. Bij akkoord van alle schuldeisers wordt dit bedrag meteen aan hen uitbetaald. Met de inzet van een saneringskrediet is de klant in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij nog maar één schuldeiser over en dat is de KBL. Dit neemt direct heel veel stress weg. Voor de schuldeiser is een saneringskrediet prettig omdat hij direct de boeken kan sluiten en niet 18 maanden moet wachten op deelbetalingen. Snelle duidelijkheid en een eenmalige uitbetaling heeft voor menig schuldeiser de voorkeur boven 18 maanden wachten op misschien een paar euro meer. Ook de gemeente en de schuldhulpverlener ervaren voordelen bij een schuldsanering.
Het bespaart namelijk enorme administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van mutaties gedurende de looptijd van een schuldbemiddeling. Gezien de vele voordelen voor alle partijen heeft het de voorkeur van KBL om schulden via een saneringskrediet te regelen. Er kunnen echter situaties zijn waarbij voor een schuldbemiddeling wordt gekozen. Vanaf oktober 2019 regelt KBL bij voorkeur de schulden met een SK “tenzij”. Die tenzij wordt onderbouwd door de casemanager en schuldregelaar van de klant. Tot nu toe worden de verstrekte saneringskredieten goed terugbetaald. Het achterstandspercentage is gering. Het kredietrisico van de saneringskredieten wordt voor de meeste gemeenten gedragen door het Waarborgfonds Saneringskredieten (WSK). Tegen een premie van 1,3% van het bruto kredietbedrag neemt dit fonds het risico van het krediet over van de gemeente. Het staat gemeenten vrij om aan te sluiten bij dit fonds. Pagina 16 van 47
Schuldbemiddeling Anders dan bij een saneringskrediet draagt de klant hier maandelijks zijn spaarcapaciteit af boven het berekende vrij te laten bedrag. Bij een saneringskrediet wordt dit vrij te laten bedrag eenmalig berekend en resulteert die berekening in de aflossingscapaciteit per maand op basis waarvan een krediet wordt verstrekt. De berekening voor de aflossingscapaciteit is gelijk, alleen wordt bij een schuldbemiddeling gewerkt met maandelijks sparen boven dit vrij te laten bedrag. Dat betekent dan ook dat schuldeisers een prognose wordt aangeboden en er geen zekerheid bestaat over het uit te betalen bedrag. De looptijd van een schuldbemiddeling is gelijk aan de aflossingstermijn van een saneringskrediet, namelijk 18 maanden. Bij een schuldbemiddeling wordt in principe na die 18 maanden in één keer het reeds gespaarde bedrag voor schuldeisers aan hen doorbetaald. Tussentijds vindt er iedere 6 maanden een zogenaamd heronderzoek plaats waarin een nieuw vrij te laten bedrag wordt berekend. Een schuldbemiddeling kan door schuldeisers zinvol worden geacht als er concreet zicht is op een substantiële inkomensverbetering in de komende 18 maanden. In de praktijk blijkt die inkomensverbetering echter flink te worden overschat (M. Schut 2019). Zowel bij het saneringskrediet als de schuldbemiddeling schelden schuldeisers een deel van hun vordering kwijt.
Tegenover die kwijtschelding staan dan ook verplichtingen van de klant. Het is belangrijk om tijdens de intakefase te beoordelen of een klant al toe is aan een schuldregeling of dat er belemmeringen zijn waardoor eerst andere dienstverlening moet worden ingezet. Ook in de aard van de schulden kunnen belemmeringen liggen waardoor een schuldregeling nog niet aan de orde is. Een goede diagnose tijdens de intakefase voorkomt dat onnodig diensten worden ingezet of klanten tegen teleurstellingen aanlopen. Mocht een schuldregeling niet tot stand komen omdat schuldeisers het voorstel tegen finale kwijting verwerpen, dan mag een klant een beroep doen op de wettelijke schuldsanering (WSNP). Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Mocht een minnelijk voorstel om schulden te regelen door één of meerdere schuldeisers worden afgewezen dan kan aan de rechtbank worden gevraagd deze weigerachtige schuldeiser(s) via een minnelijk dwangakkoord te verplichten alsnog in te stemmen met dit aanbod. In de gevallen waar dit niet mogelijk is, kan een verzoek worden ingediend voor toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een traject buiten de KBL om waar vanuit de wet alle schulden gesaneerd worden. In deze trajecten krijgt de klant een bewindvoerder WSNP toegewezen.
Deze ziet erop toe dat de klant al zijn verplichtingen die in de WSNP gelden ook daadwerkelijk nakomt. Omdat een dergelijk zitting bij de rechtbank stress voor de klant met zich meebrengt hanteren we als uitgangspunt dat een medewerker van KBL meegaat naar deze zitting. Via een informatiebijeenkomst bereiden we mensen voor op deze zitting zodat zij niet voor verrassingen komen te staan. Zowel de klanten als de rechtbank zijn positief over deze extra dienstverlening. Mensen voelen toch dat extra steuntje in de rug en vragen van de rechtbank over het verloop van het minnelijk traject kunnen direct tijdens de zitting worden beantwoord. Dat neemt de spanning en onzekerheid voor mensen voor een groot deel weg en leidt sneller tot duidelijkheid over het al dan niet toelaten tot de WSNP. Indien de WSNP wordt toegekend blijft een casemanager van KBL de klant ondersteunen.
Pagina 17 van 47
We merken graag op dat een aanvraag WSNP niet geïnterpreteerd dient te worden als een mislukt minnelijk traject. Voordat een WSNP kan worden aangevraagd dient te worden aangetoond dat er alles aan is gedaan om buiten de rechtbank om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Ook in situaties waarin veel onzekerheid is over het totaalbeeld van de schuldeisers kan de WSNP wel eens een duurzamere oplossing bieden. Bij de WSNP geldt dat alle schulden die (te goeder trouw) ontstaan zijn tot aan de dag van de zitting in de regeling vallen. In een minnelijk traject worden die schuldeisers benaderd die bekend zijn. Uiteraard worden daarvoor alle beschikbare bronnen geraadpleegd, maar kan door bijvoorbeeld een dakloos bestaan dat overzicht wel eens ontbreken.
Sociale kredietverstrekking Naast de bij schuldregeling genoemde saneringskredieten verstrekt KBL ook kredieten voor consumptieve doeleinden. De doelgroep waaraan deze consumptieve kredieten verstrekt mogen worden is bepaald door de Wet Fido. In beginsel mag een kredietbank alleen maar consumptieve kredieten verstrekken aan mensen met een inkomen tot 130% van het bruto minimumloon. Mocht het inkomen hoger zijn, maar iemand wordt niet geholpen door een commerciële bank, dan behoort deze ook tot de doelgroep van sociale kredietverstrekking van een kredietbank. Wij kunnen niet genoeg benadrukken dat sociale kredietverstrekking heel iets anders is dan de saneringskredieten bij een schuldregeling.
Sociale kredietverstrekking door KBL gebeurt zorgvuldig, betrouwbaar en zonder winstoogmerk. Het is bedoeld om tegemoet te komen aan een gezonde kredietbehoefte in de samenleving. Een verantwoord krediet bevordert de financiële participatie van burgers, lost tijdelijke financiële knelpunten op en heeft een preventieve werking. Wij zien erop toe dat het krediet, inclusief de rente, door de klant binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hierbij letten we erop dat een klant niet overgekrediteerd raakt. Een sociaal krediet kent in principe een looptijd van maximaal 60 maanden. Gebruikelijk is dat we een looptijd van 36 maanden aanhouden. Pagina 18 van 47
Zoveel als mogelijk vindt een persoonlijk gesprek plaats met de klant die een consumptief krediet aanvraagt. Naast de meerwaarde van het persoonlijke contact draagt dit bij om, in die gevallen waar een krediet niet de oplossing is, direct een passend alternatief te bespreken met de klant.
Inkomensbeheer en -ondersteuning Naast het oplossen van schulden of een financieel vraagstuk blijkt dat een deel van de hulpvragers ook of juist behoefte heeft aan een vorm van inkomensondersteuning. Zij zijn zelf tijdelijk (en soms zelfs structureel) niet in staat hun eigen financiële huishouding naar behoren te voeren. Daar waar dit wordt vastgesteld zet KBL een van de onderstaande vormen van inkomensbeheer- dan wel ondersteuning in. Budgetcoaching Indien de hulpvrager wel nog in staat blijkt om zelf zorg te dragen voor correcte betaling van de vaste lasten, maar niet voldoende kennis en kunde heeft voor het zelfstandig oplossen van specifieke financiële vraagstukken wordt budgetcoaching ingezet door KBL. Het kan bijvoorbeeld gaan om veranderde persoonlijke of financiële omstandigheden als gevolg van een echtscheiding, verlies van werk of overlijden van een partner. In deze situaties zal een gediplomeerde budgetconsulent een coachingsplan met de klant opstellen waarin zij samen het einddoel en de weg daar naartoe vastleggen. Gedurende de budgetcoaching worden de vorderingen van de klant bijgehouden op het vlak van kennis, kunde, houding en waar mogelijk gedragsverandering Zodra het einddoel is bereikt wordt de budgetcoaching beëindigd en wordt waar nodig nazorg aangeboden.
Budgetcoaching is een praktische en laagdrempelige manier om de hulpvrager te helpen om beter met zijn geld en financiële administratie om te gaan. Budgetbeheer In voorkomende gevallen volstaat een coachingstraject niet zonder eveneens het beheer van inkomen tijdelijk over te nemen van de klant. In die gevallen wordt budgetbeheer opgestart. Hiermee wordt bereikt dat de vaste lasten worden betaald en er geen verdere verslechtering van de financiële positie en leefsituatie optreedt. Het verschil tussen budgetcoaching en budgetbeheer zit vooral in de mate van zelfredzaamheid en wie de controle heeft over de financiën. Via de inzet van budgetcoaching leert de klant hoe hij/zij zelf het geld beheert, terwijl bij budgetbeheer iemand anders (de budgetbeheerder) dit (tijdelijk) voor de klant doet. Door de inzet van budgetbeheer ontstaat rust in de financiële situatie van de klant waardoor deze eerder/makkelijker openstaat voor de budgetcoaching en deze op zijn beurt weer een grotere kans van slagen heeft. Het komt ook voor dat uitsluitend inkomensbeheer wordt opgestart voor hulpvragers bij wie geen andere financiële vraagstukken spelen. In deze gevallen zorgt het inkomensbeheer voor stabiliteit en overzicht voor de klant. Tot slot wordt budgetbeheer eveneens ingezet als flankerende dienst bij een traject voor schuldhulpverlening.
Hiermee wordt voorkomen dat er (opnieuw) achterstanden ontstaan in de huishoudelijke vaste lasten.
Pagina 19 van 47
Budgetbeheer Maatwerk Budgetbeheer Maatwerk (BBR Maatwerk) is van oorsprong gestart in de vorm van activerende financiële ondersteuning als alternatief voor beschermingsbewind. BBR Maatwerk wordt inmiddels sinds meerdere jaren aangeboden door KBL en vormt een vast onderdeel van het overkoepelende Inkomensbeheer. Door middel van een objectieve screening aan de voorkant enerzijds en adequate begeleiding naar zelfredzaamheid bij het inkomensbeheer anderzijds wordt bereikt dat burgers minder vaak de zware maatregel van bewind krijgen opgelegd door de rechtbank of op den duur zonder deze maatregel weer regie over de eigen financiën krijgen. Alle budgetconsulenten zijn gediplomeerde budgetcoaches waarmee de kans op succesvolle afronding van de trajecten gemaximaliseerd wordt. Een gevolg hiervan is dat de gemeente, die doorgaans bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten, beter regie over haar budget verkrijgt en op de langere termijn kosten bespaart. BBR Maatwerk kent een gemiddelde doorlooptijd van 12 tot 18 maanden, een beschermingsbewindmaatregel wordt afhankelijk van de grondslag uitgesproken voor onbepaalde tijd of bij een schuldenbewind voor de duur van 5 jaar. Daarnaast wordt BBR Maatwerk ingezet om klanten, bij wie de grondslag voor beschermingsbewind na verloop van tijd wegvalt, stapsgewijs te begeleiden naar (volledige) financiële zelfstandigheid.
De klanten worden met warme hand overgedragen en stromen uit het beschermingsbewind uit in een tempo dat bij hen past. Beschermingsbewind Indien hulpvragers naar verwachting voor langere tijd of zelfs de rest van hun leven niet in staat blijken om hun financiën zelfstandig te beheren en ook coaching of inkomensbeheer niet voldoende blijken te zijn, dan wordt voor deze groep mensen beschermingsbewind aangevraagd bij de rechtbank. Voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van een grondslag om beschermingsbewind uit te spreken: langdurige medische beperkingen en/of de aanwezigheid van zwaarwegende schuldenproblematiek. Nadat de rechter heeft bepaald dat de KBL op zal treden als beschermingsbewindvoerder, verschuift de (financiële) verantwoordelijkheid vrijwel volledig van de klant naar de bewindvoerder. Deze zal zorgdragen voor alle financieel-administratieve taken die nodig zijn om de financiële situatie van de klant te stabiliseren en waar mogelijk te verbeteren. Het begint met het creëren van overzicht en rust waarna werk gemaakt kan worden van het optimaliseren van de financiën van de klant.
Pagina 20 van 47
Schuldenbewind In geval van KBL is bij veel klanten sprake van een zogenaamd schuldenbewind: de klant wordt onder bewind geplaatst vanwege het hebben van problematische schulden of verkwisting. Deze vorm van beschermingsbewind wordt door de rechtbank uitgesproken voor de duur van 5 jaar, met een tussentijdse beoordeling na 3 jaar. KBL hanteert echter het adagium “zo lang als noodzakelijk, maar zo kort als mogelijk”. Indien er naast de schulden geen sprake is van structurele medische beperkingen zal dit bewind na het oplossen van de schulden weer worden opgeheven en kan de klant onder begeleiding van KBL terugvallen op een lichtere vorm van inkomensbeheer en wellicht op termijn weer volledig financieel zelfstandig worden. Door gebruikmaking van het instrument saneringskrediet en de aanvullende/opvolgende begeleiding door onze budgetconsulenten is de gemiddelde doorlooptijd van een schuldenbewind bij KBL duidelijk korter dan 5 jaar.
Pagina 21 van 47
5. Begroting De voorliggende ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is opgesteld op basis van historische realisatiecijfers in combinatie met actuele ontwikkelingen en daaruit afgeleide volumeverwachtingen. De begroting is gebaseerd op het bestuurlijke besluit tot modernisering van de bekostiging van KBL, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen bestaanslasten en verbruikslasten voor de GR-gemeenten. De bestaanslasten worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel die bestaat uit de gerealiseerde omzetcijfers over de voorgaande drie jaren, in combinatie met de actuele CBS-index inzake problematische schulden. De verbruikslasten worden toegerekend op basis van daadwerkelijke afname van diensten. Aangezien zowel de bekostigingssystematiek, het aantal deelnemende GR-gemeenten en het toekomstige dienstenpalet aan verdere doorontwikkeling onderhevig zijn, wordt deze begroting met een passend voorbehoud aangeboden.
6. Kerngegevens
Pagina 22 van 47
7.
Paragrafen
7.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor KBL.
7.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onder weerstandscapaciteit verstaan de middelen en mogelijkheden waarover provincies of gemeenten beschikken om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit vier componenten: • Het eigen vermogen • De voorzieningen • De onbenutte belastingcapaciteit • De ruimte op de begroting Het begrip risico wordt gedefinieerd als het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden, dan wel als gebeurtenissen waarvan de kans bestaat dat ze optreden en negatieve gevolgen met zich mee kunnen brengen. Het gaat daarbij om de volgende risico’s: • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken; • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen. Conform de statuten van de GR dient door het Algemeen Bestuur het maximale weerstandsvermogen (eigen vermogen) te worden vastgesteld.
Het betreffende artikel 30 lid 3 luidt als volgt: “Indien er voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het Algemeen Bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5.” Dit betekent concreet dat, indien het eigen vermogen een bepaalde hoogte overschrijdt, het meerdere wordt uitgekeerd aan de GR-deelnemers cf. de GR-methode. Ten behoeve van de ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is door KBL een risico-inventarisatie opgesteld. De samenvatting van de uitkomsten hiervan worden in onderstaande risicoparagraaf beschreven waarnaar wij verwijzen. Deze risico-inventarisatie resulteert in een totaalbedrag van financiële risico’s ad € 526.000. Het maximale weerstandsvermogen dat gelijk is aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening), zoals besloten in de Bestuursvergadering d.d. 19 januari 2012, resulteert voor 2027 e.v. in een bedrag van maximaal € 883.000.
Pagina 23 van 47
Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet-afgedekte risico’s en het beschikbare weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen. Deze ratio wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het vastgestelde risicoprofiel. De ratio fungeert als een belangrijk stuurinstrument voor het beoordelen van de financiële weerbaarheid van de organisatie en geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de uitvoering van de reguliere taken. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de beschikbare weerstandscapaciteit in dat geval onvoldoende is om de geïdentificeerde risico’s volledig af te dekken. Een ratio boven de 1,0 betekent dat de organisatie in staat is om de geraamde risico’s op te vangen binnen de beschikbare financiële buffer. Voor de voorliggende begroting bedraagt het benodigde weerstandsvermogen € 526.000. Het beschikbare weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2027 bedraagt € 562.292. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,07. Het beschikbare weerstandsvermogen ligt daarmee circa € 36.000 boven het benodigde weerstandsvermogen.
Dit betekent dat KBL over een beperkte maar toereikende financiële buffer beschikt om de geïdentificeerde risico’s op te vangen. De huidige ratio kan worden gekwalificeerd als voldoende, waarbij sprake is van een evenwichtige verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s.
7.3 Risicoparagraaf De ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is gebaseerd op een reeks van uitgangspunten en verwachtingen. Deze uitgangspunten en verwachtingen zijn bij de diverse baten- en lastencomponenten van de begroting beschreven. Als al deze uitgangspunten en verwachtingen zo blijken te zijn zal de realisatie per saldo aansluiten bij de begrote resultaten. Onderstaand wordt de risico-inventarisatie van KBL weergegeven met daarbij een inschatting van de mogelijke (financiële) consequenties indien de realisatie afwijkt van de gehanteerde uitgangspunten. Hierbij moet worden opgemerkt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat alle beschreven risicoscenario’s zich daadwerkelijk tegelijk zullen voordoen.
1 2 3 4 5 6 7 8 Totaal
Maximaal fin. Kans gevolgen (€) 250.000 Middel 150.000 Middel 150.000 Middel 100.000 Middel 150.000 Laag 75.000 Hoog 200.000 Middel 145.000 Zeer laag 1.220.000
Risico Strategie & doorontwikkeling bedrijfsvoering ICT landschap & ontwikkelingen AVG Flexibele schil Liquiditeitsrisico Renterisico's Regelgevingsrisico Kredietrisico (Oninbare debiteuren)
Perc. 50% 50% 50% 50% 25% 75% 50% 5%
Financieel risico (€) 125.000 75.000 75.000 50.000 37.500 56.250 100.000 7.250 526.000
Voor 2027 geldt bovenstaande risico-duiding, waarbij voor de jaren erna vanuit de huidige bekende en in kaart gebrachte risico’s een reductie van mogelijke financiële impact wordt voorzien hetgeen resulteert in een daling van het benodigde KBL-weerstandvermogen Pagina 24 van 47
1. Strategie & doorontwikkeling bedrijfsvoering Door de voortgang van de herijking van de strategie kunnen er ook in 2027 e.v. risico’s ontstaan op het gebied van dienstverlening, standaardisatie en organisatorische inrichting. KBL blijft voor de uitdaging staan om operationele efficiëntie te verbeteren en te voldoen aan veranderende wet- en regelgeving. Operationele risico’s blijven aanwezig, ondanks beheersbare kosten in voorgaande jaren. Het is essentieel om voldoende financiële middelen en een robuuste buffer te behouden om snel te kunnen reageren op onverwachte verstoringen. Investeren in proces- en systeemverbeteringen blijft noodzakelijk om de organisatie toekomstbestendig te houden. 2. ICT landschap & ontwikkelingen Ook in de meerjarenperiode 2027 en verder blijft de doorontwikkeling van het ICTlandschap een materieel aandachtspunt. De verdere uitfasering van de huidige Stratechapplicatie en de transitie naar nieuwe systemen brengen structurele operationele risico’s met zich mee. Implementatie, migratie van data en integratie met bestaande applicaties vereisen een zorgvuldige inrichting, adequate projectbeheersing en voldoende capaciteit. Onvoldoende afstemming, capaciteitsknelpunten of vertraging in de uitvoering kunnen leiden tot verstoringen in primaire processen, verminderde systeembeschikbaarheid en tijdelijke productiviteitsverliezen.