5. Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
Tekst van het document
DB 25 maart 2026 Bijlage 4.2.1
Concept Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Financieel Beeld 2027-2030
6
3.
Programma Kerntaken
11
4.
Programma Flexibele Schil
15
5.
Algemene Dekkingsmiddelen
16
6.
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
19
7.
Onvoorzien
20
8.
Mutatie reserves & voorzieningen
20
9.
Paragrafen
22
9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
22
9.2 Financiering
24
9.3 Openbaarheidsparagraaf
26
10.
Geconsolideerde begroting
27
10.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans
27
10.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
29
10.3 Overzicht incidentele baten en lasten
30
11.
Besluit inzake vaststelling begroting
31
Bijlage 1 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2025-2029
32
Bijlage 2 Lijst van Afkortingen
37
2
1. Inleiding Algemeen De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk financieelbeleidsmatig getint document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat op basis van inhoudelijke bijdragen van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 34b) is het bestuur van SPL verplicht om voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de Kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 30 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. De Kadernota 2027 is in het Dagelijks Bestuur van 25 maart 2026 besproken en geaccordeerd. Aansluitend daarop is de Kadernota ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij is aangegeven dat de Kadernota voor de raden primair een informatief document is. En dat daarom van de raden ter zake de kadernota geen zienswijze wordt gevraagd.
Ook is aangegeven dat het de gemeenteraden vrij staat om aan de hand van de Kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn mee te geven aan de vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van SPL. De Kadernota geeft een indicatie over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie en is tevens het startpunt voor de SPL-begroting.
De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in mei/juni 2024 (laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling). De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de vigerende strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders).
Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), de organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), de grensoverstijgende samenwerking en de verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen).
3
In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme • Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverstijgende Samenwerking (ressorterende onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek, en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen.
Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2027 ➢
Uitwerking van het Toekomstverhaal Parkstad. Het nieuwe toekomstverhaal van Parkstad vraagt om een programmatische doorvertaling voor de komende vier jaar. Veel – zo niet de alle – programma’s en projecten zullen worden uitgevoerd door gemeenten, partijen uit het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Dit vraagt om een (pro-)actieve houding / accountmanagerschap van de Stadsregio Parkstad Limburg. Daarnaast heeft de programmatische doorvertaling niet alléén betrekking op thema’s uit de kernagenda van de GR Parkstad, maar ook op thema’s die daar buiten vallen (zoals gezondheid, landbouw of landschap).
➢
Subsidies en subsidiehandeling. De afgelopen jaren is Parkstad steeds succesvoller geworden in het binnenhalen van subsidietoekenningen die via de Stadsregio Parkstad Limburg lopen, zoals de Regio Deals (3x, in totaal €80 miljoen), het Volkshuisvestingsfonds (4x, in totaal €52 miljoen), de Woningbouwimpuls (3x, in totaal €8,75 miljoen) en de Startbouwimpuls (ruim €5,5 miljoen) en de Regeling woningbouw op korte termijn (€28 miljoen). De handling van deze miljoenensubsidies schept ook verantwoordelijkheden voor de GR Parkstad. Het zijn subsidieprogramma’s met een looptijd van 5 tot 10 jaar waar de Stadsregio Parkstad Limburg als ontvanger van de Rijksbeschikking in eerste instantie verantwoordelijk is voor het behalen van de resultaatverplichtingen en de randvoorwaarden uit de beschikking. Het is de verwachting dat ook de komende jaren meer kansen langs zullen komen om subsidieprogramma’s te benutten.
➢
Zuid-Limburgse samenwerking. In verschillende – meer economische gerichte – beleids- en investeringsprogramma’s wordt afstemming en samenwerking met de andere Zuid-Limburgse gemeenten steeds belangrijker. Dit vraagt ook wat van de Stadsregio Parkstad Limburg. Samenwerking in Zuid-Limburg levert niet alléén wat op, het kost ook tijd én capaciteit. Het betreft een ontwikkeling, waarbij afgewogen dient te worden op welke schaal welke maatschappelijke opgaven en vraagstukken het beste kunnen worden aangepakt.
➢
De toekomst na de Regio Deals. Eind 2029 loopt de derde Regio Deal af. De financiering voor de meeste programmalijnen uit de Regio Deals is georganiseerd tot en met 2028. Dit betekent dat er een vraagstuk ontstaat voor financiering van programmalijnen vanaf 2029.
➢
Positionering binnen een netwerksamenwerking van Metropoolregio’s. Zuid-Limburg is één van Nederlands meeste verstedelijkte gebieden én in de (ontwerp) Nota Ruimte aangewezen als initieerregio (‘nieuwe groeiregio’). De grensoverschrijdende agglomeratie Aken/Parkstad telt ongeveer 800.000 inwoners. Parkstad manoeuvreert zich – als onderdeel van Zuid-Limburg en de grensoverschrijdende agglomeratie
4
Aken/Parkstad – steeds meer als strategisch onderdeel van een netwerk van Metropoolregio’s (RotterdamDen Haag; Amsterdam; Utrecht, Eindhoven en Zuid-Limburg) op de as Randstad – Brainport Eindhoven – Aken – Keulen/Bonn. ➢
Werkbudget structureel onder druk. De afgelopen jaren waren de ambities van de Bestuurscommissies en het DB hoger (circa €1,1 miljoen per jaar) hoger dan het beschikbare jaarlijkse werkbudget (circa €0,8 miljoen per jaar). De afgelopen jaren is het verschil gedekt door middel van inzet van (vrijgevallen) bestaande projectgelden. Deze incidentele dekkingsmiddelen zijn vanaf 2027 niet meer beschikbaar.
➢
Culturele hoofdstad. In 2026 zal duidelijk moeten blijken in hoeverre kandidaatstelling aan de orde is en wat de gevolgen voor de Parkstad gemeenten zijn.
De indeling van de begroting 2027 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2027-2030 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien 9. Mutaties reserves & voorzieningen 10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting 12. Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn twee bijlagen opgenomen: 1. Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2026-2030 2. Lijst met afkortingen
5
2. Financieel Beeld 2027-2030 Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2027-2030 De Kadernota 2027 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2027 en meerjarenramingen 2028-2030 voor de Stadsregio Parkstad Limburg. De begroting 2027 sluit aan op de Kadernota 2027. De begroting 2027 en de meerjarenbegroting 2028-2030 zijn structureel en reëel in evenwicht.
Algemene beleidsmatige kaders 2027 - 2030 Voor de begroting 2027 en de daarop volgende jaren worden de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4. Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact.
De algemene financiële kaders 2026 - 2029 Bezuinigingsopgave GR Stadsregio Parkstad Limburg Gemeenten krijgen, in de media ook wel bekend staand als 'financieel ravijnjaar', te maken met aanzienlijke begrotingstekorten. De bijdrage uit het Gemeentefonds zal naar verwachting structureel fors lager gaan uitvallen. Dit heeft tot gevolg dat voor vrijwel elke gemeente in Nederland de financiële draagkracht onder druk komt te staan. Daarom zijn de gemeenschappelijke regelingen in 2024 vanuit de deelnemende gemeenten verzocht om, gelet op de knellende financiële kaders, als ‘verlengd lokaal bestuur’ vanaf 2026 hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. De bijdragen aan elke gemeenschappelijke regeling en aan alle gemeenschappelijke regelingen samen hebben een beduidende impact op de gemeentelijke begroting(en). De opdracht dan wel taakstelling aan de Stadsregio Parkstad Limburg (en de andere gemeenschappelijke regelingen) kwam neer op een verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage vanaf 2026, waarbij uitgaan moest worden van een structurele taakstelling van (minimaal) 5% en de eigen expertise van de gemeenschappelijke regeling om maatregelen te nemen waardoor deze taakstelling daadwerkelijk gerealiseerd wordt.
De (realisatie van de) structurele taakstelling van 5% met ingang van 2026 heeft geleid tot een structurele verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage vanaf 2026 met jaarlijks 5%. De genoemde structurele verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage van jaarlijks 5% vanaf 2026 is zodoende volledig verwerkt in de Begroting 2026 en de bijbehorende meerjarenraming 2027-2029. Vanzelfsprekend wordt de structurele verlaging vanaf 2026 van de reguliere gemeentelijke bijdrage van jaarlijks 5% consequent (door)verwerkt in de Begroting 2027 en de bijbehorende meerjarenraming 2028-2030. Onderstaande tabel geeft de bedragen weer van de
6
nieuwe reguliere gemeentelijke bijdrage met toepassing van de 5%-verlaging voor de jaren 2026 t/m 2042. Vanaf 2043 wordt de jaarlijkse bijdrageverlaging absoluut doorberekend. Tabel: Bedrag van de nieuwe reguliere gemeentelijke bijdrage met toepassing van de 5%-verlaging voor de jaren 2026 t/m 2042: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Oorspronkelijke reguliere bijdrage 5.002 5.223 5.399 5.567 gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging 250 261 270 278 Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging 4.752 4.962 5.129 5.289 Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2030 5.753
2031 5.942
2032 6.137
2033 6.339
289
298
307
317
5.464
5.644
5.830
6.022
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2034 6.549
2035 6.766
2036 6.989
2037 7.219
328
339
350
361
6.221
6.427
6.639
6.858
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2038 7.457
2039 7.704
2040 7.957
2041 8.220
373
386
398
411
7.084
7.318
7.559
7.809
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2042 8.491
425
8.066
7
Omvang van het Bureau Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel)
Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Sinds dat jaar is de bezetting gestaag gegroeid als gevolg van het toegenomen werkpakket. Zoals bovenstaande tabel toont, is voor de komende jaren geen (verdere) groei van de bezetting voorzien. Er is bij de Begroting 2027 en de bijbehorende meerjarenraming 2028-2030 dan ook sprake van een constante personele bezetting van 33,6 FTE. Parkstadbegroting financieel en uitgangspunten Tabel: Parkstadbegroting financieel: in € 1 miljoen.
Parkstadbegroting 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2000
2007
20102013
2017
personeel
2019 werkbudget
2021
2022
vaste lasten
8
2023
2024
2025
Incidentele bijdragen
2026
2027
Uitgangspunten Parkstadbegroting: 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is werkbudget beschikbaar. In deze kadernota is een lichte inflatiecorrectie van € 12.000 opgenomen ten opzichte van het werkbudget van 2026 om de inflatie enigszins te compenseren. 2. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 3. Vanaf september 2022 ontvangt SPL rente op het uitstaande saldo bij schatkistbankieren. Deze rente bedraagt per 30-09-2025 1,92%. De verwachting is dat de rente in de loop der komende jaren zal stabiliseren. In het artikel “ECB visie aangepast” van het Economisch Bureau van ABN AMRO Bank d.d. 1 september 2025 spreekt Jan-Paul van de Kerke – Senior Econoom de verwachting uit dat “de renteverla-gingscyclus van de ECB reeds ten einde is”. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van die rentebaten verband houden met overschotten op programmagelden. Dat deel van de rentebaten wordt toegevoegd aan de programmagelden. Deze bedragen zijn in de tabel “Samenvatting financieel beeld 2027-2030” opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. Het resterende deel van de rentebaten van 10% wordt (transparant) in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen. 4.
De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 200.000 (verlaagd van € 400.000 naar € 200.000) per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2034. In lijn met de “Notitie materiële vaste activa 2017” van de Commissie BBV wordt dit bedrag in vier afzonderlijke posten in de begroting opgenomen: de afschrijving van de buitenring, de financieringskosten buitenring, een storting in de reserve ringwegen en een onttrekking aan de reserve ringwegen. De reserve is in 2034 hoog genoeg om de toekomstige afschrijvingen te dekken. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau in 2027 en daaropvolgende jaren over een vaste bezetting van 33,6 fte. 6. In 2023 is het functiewaarderingstraject (HR 21) afgerond en goedgekeurd door het AB. Dit heeft voor verschillende functies geleid tot een opwaardering. De ingroei (tot en met 2027) van de betreffende functiehouders naar het maximum van hun nieuwe functieschaal is opgenomen in de personeelskosten. 7. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 8. Bij de materiële kosten is in 2027 een bezuinigingstaakstelling van € 12.000 opgenomen en vindt zodoende geen prijsindexering plaats. 9.
De actuele prognose van de loonkosten formatie in de Begroting 2027 is ongewijzigd ten opzichte van de prognose van de loonkosten formatie in de jaarschijf 2027 van de meerjarenbegroting 2027-2029 zoals vorig jaar opgenomen bij de Begroting 2026. 10. In lijn met het advies van het ambtelijk overleg en de nieuwe financiële verordening was oorspronkelijk vanaf (de Begroting) 2025 een post onvoorzien opgenomen van € 50.000. Een structurele verlaging van de post onvoorzien tot € 1.000 met ingang van (de Begroting) 2026 (gelet op de structurele 5%-gemeentelijke bijdrageverlaging vanaf (de Begroting) 2026 werd als een noodzakelijke keuze beschouwd. 11. Parkstad heeft een sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn in de basis opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2027: a. - een regulier bedrag van € 4.962.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; - aangevuld door de bijdrage van de Gemeente Heerlen naar aanleiding van de taken discussie ad € 467.000; - aangevuld door 10% van de rentebaten die via een korting op de bijdrage wordt doorgegeven aan de gemeenten, hetgeen in 2027 overeenkomt met een bedrag van € 28.000.
- aangevuld door de bijdragen van de deelnemende gemeenten aan water en klimaatadaptatie en de uitbreiding van duurzaamheid ad € 397.000; de bijdrage voor de uitbreiding van duurzaamheid wordt gelijkelijk verdeeld tussen de gemeenten en de RES. Beiden € 145.000 voor 2027; de financiering van water komt via de overname van het budget van SWPL. Er is dus geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke uitgaven, maar in plaats van dat deze bijdragen naar de gemeente Beekdaelen worden overgeboekt, worden de gemeentelijke bijdragen nu overgeboekt naar Parkstad (€ 252.000 voor 2027). b. voor Regionale Initiatieven. De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Routebureau, Vestigingenregister, Visit Zuid-
9
Limburg (voormalige VVV) en het Starterscentrum. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2027 worden op basis van de vigerende afspraken ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend.
Samenvatting financieel beeld 2027-2030 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Initiële begroting 2026
2027
2028
2029
2030
Werkbudget kernactiviteiten
819
831
846
860
874
Lobby inzake subsidieverwerving Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten) Afschrijvingen buitenring
40
40
40
40
40
469
252
72
72
72
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
55
42
27
12
0
4.165
4.375
4.545
4.727
4.892
Loonkosten formatie Onvoorzien Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting Afschrijvingskosten verbouwing
1
1
1
1
1
554
552
552
552
586
7
7
7
7
0
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
561
559
559
559
586
Totaal lasten
6.374
6.364
6.354
6.535
6.729
Bijdragen regulier deelnemende gemeenten
4.752
4.962
5.129
5.289
5.464
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
450
467
485
502
519
10% rentebaten
52
28
8
8
8
Bijdrage uitbreiding duurzaamheid
140
145
151
157
163
Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie Totaal bijdragen deelnemende gemeenten Bijdrage RES VAT Regiodeal Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverstijgende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten 90% Rentebaten
245
252
260
268
276
5.639
5.854
6.033
6.224
6.430
140
145
151
157
163
0
0
0
0
0 pm
pm
pm
pm
pm
469
252
72
72
72
Totaal baten
6.248
6.251
6.256
6.453
6.665
Exploitatieresultaat
-126
-113
-98
-82
-64
66
83
102
123
142
186
189
193
199
206
7
7
7
7
0
Frictiereserve/resultaatbestemming 2023
0
0
0
0
0
Begrotingsresultaat
1
0
0
1
0
2029 1.254 1.254 0
2030 1.293 1.293 0
Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Investeringsreserve verbouwing Organisatie Op Orde
Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
2.026
1.200 1.200 0
10
2027 1.215 1.215 0
2028 1.247 1.247 0
3.
Programma Kerntaken
De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg is een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur fungeren binnen Parkstad Bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De Bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het Algemeen Bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de Bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de Regiodagen en informatiebijeenkomsten.
Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie. Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 6 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Regionale initiatieven. 3. Cofinanciering van kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies, zoals de Regio Deal en het Volkshuisvestingsfonds dan wel 90% rentebaten 4. Kernformatie. 5. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.
11
Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht.
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Initiële begroting 2026
2027
2028
2029
2030
Werkbudget kernactiviteiten
819
832
846
860
874
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten)
469
252
72
72
72
Afschrijvingen buitenring
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
55
42
27
12
0
Loonkosten formatie
2.664
2.789
2.907
3.023
3.129
Totale lasten Kerntaken
4.311
4.228
4.156
4.271
4.379
90% Rentebaten
469
252
72
72
72
Totaal baten
469
252
72
72
72
-3.842
-3.976
-4.084
-4.199
-4.307
Reserve Ringwegen
66
83
102
123
142
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
Totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves:
Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen
186
189
193
199
206
Reseve werkbudget Algemeen Besuur
0
0
0
0
0
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
Frictiereserve
0
0
0
0
0
-120 -3.722
-106 -3.870
-91 -3.993
-76 -4.123
-64 -4.243
2.026
2027 1.205 1.205 0
2028 1.227 1.227 0
2029 1.227 1.227 0
2030 1.256 1.256 0
Saldo mutaties reserves kerntaken Gerealiseerd resultaat Kerntaken
Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
1.200 1.200
0
Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2027 een werkbudget opgenomen van € 832.000. Dit werkbudget bestaat feitelijk uit twee delen. Enerzijds betreft dit een bedrag van € 757.000 dat sinds 2025 jaarlijks wordt geïndexeerd. Anderzijds is besloten is om het thema water toe te voegen aan het takenpakket van de stadsregio en onder te brengen bij de BC RuMo en het thema klimaat adaptatie over te hevelen van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Voor de gemeenten gebeurt dit budget neutraal omdat het budget wordt overgenomen van het SWPL. Onderdeel van het overgehevelde budget is een werkbudget. Voor 2027 bedraagt dit € 75.000. Van het bedrag van € 757.000 is € 20.000 geoormerkt voor de contributie van AG Charlemagne. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2027 zal het Algemeen Bestuur dit werkbudget (groot zijnde € 737.000 = € 832.000 minus € 20.000 bijdrage AG Charlemagne en minus € 75.000 overgeheveld van ‘water/SWPL’) verdelen over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur.
Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2027.
12
Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Routebureau, Vestigingenregister, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Starterscentrum. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2027 worden op basis van de vigerende afspraken ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend. Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies Deze post bestaat in deze begroting uit twee delen: - In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. Ook wordt gezocht naar fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post.
Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door deze wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn en staat op deze regel daarom normaliter de tekst “P.M.”. - Sinds 2022 krijgt SPL, na een periode van zeven jaar, weer rente op de rekening van het schatkistbankieren. In de financiële verordening is vastgelegd dat “90% van die rentebaten verband houden met overschotten op programmagelden. Dat deel van de rentebaten wordt toegevoegd aan de programmagelden.” Deze bedragen zijn opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. Kernformatie
Totaal kernformatie FTE kernformatie programma’s FTE kernformatie overhead FTE kernformatie
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000) Loonkosten kernformatie programma activiteiten Loonkosten kernformatie overhead Totaal
Begroting 2026 20,00 13,60 33,60
2027 20,00 13,60 33,60
2028 20,00 13,60 33,60
2029 20,00 13,60 33,60
2030 20,00 13,60 33,60
Begroting 2026 2.664
2027 2.798
2028 2.907
2029 3.023
2030 3.129
1.501
1.577
1.638
1.704
1.763
4.165
4.375
4.545
4.727
4.892
De kernformatie bestaat per 1 januari 2027 uit 33,6 fte. Dit is gelijk aan de begroting van 2026. In lijn met de BBV is de totale formatie van Parkstad gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In de berekening van de loonkosten blijft voor 2027 de oorspronkelijk geraamde loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie gehandhaafd c.q. ongewijzigd ten opzichte van de Begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029.
13
Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt afgeschreven in lijn met de afschrijvingstermijnen van de Provincie. Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar. De afschrijving is gestart in het jaar na ingebruikname van de Buitenring; 2020. De afschrijvingskosten zijn € 264.000 per jaar. De rentekosten, als onderdeel van de annuïteit, bedragen in 2027 € 42.000. Aan de reserve Ringwegen wordt, conform BBV, naar rato van de verhouding reserve/vast actief in 2027 een bedrag van € 189.000 onttrokken. In de reserve Ringwegen wordt in 2027 een bedrag van € 83.000 gestort. Gelet op de bijdragen van de Parkstad gemeenten (€ 200.000 per jaar vanaf 2026) is in 2034 de reserve voldoende groot om de resterende afschrijvingslasten te dekken. De bijdrage van de gemeenten voor de Buitenring is in het verleden gekort op het werkbudget. Investeringsreserve verbouwing Voor 2027 zal € 7.000 onttrokken worden voor de afschrijvingskosten van de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het kantoorgebouw.
14
4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting.
Programma Flexibele schil (* € 1.000)
Begroting 2026
2027
2028
2029
2030
Administratie zonnepanelen
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Totale lasten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen
p.m.
p.m.
Pm
p.m.
p.m.
Totale baten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
15
5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg - plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, nadat eerst de extra bijdrage voor de takendiscussie en het “Bod Heerlen” is verrekend. Voor de begroting 2027 is de Algemene Uitkering 2023 als basis gehanteerd. Detail overzicht per gemeente Onderstaand is de reguliere bijdrage (inclusief de structurele 5% bijdrageverlaging vanaf 2026) van de gemeenten opgenomen: Verdeelsleutel 2027
Meerjarenraming 2027-2030 (* € 1.000)
Gemeente AU 2023 Basis
Aandeel gemeente
2027
2028
2029
2030
Beekdaelen
49.206
10,29%
541
558
577
Brunssum
50.617
10,59%
550
568
587
605
Heerlen
190.831
39,92%
1.845
1.904
1.965
2.027
Kerkrade
89.652
18,75%
967
1.005
1.032
1.066
Landgraaf
64.184
13,43%
695
718
742
766
Simpelveld
15.864
3,32%
172
178
183
190
Voerendaal
17.674
3,70%
192
198
205
212
Totaal
478.028
100,00%
4.962
5.129
5.289
5.464
467
485
502
519
5.429
5.614
5.791
5.983
Bod Heerlen Totaal
597
De onderverdeling per gemeente per jaar is als volgt: Verdeelsleutel 2027
Bijdrage 2027 (* € 1.000)
Gemeente AU 2023 Basis
Aandeel gemeente
2027 voor bezuiniging
Bezuiniging 5%
2027 na bezuiniging
Beekdaelen
49.206
10,29%
569
28,47
540,85
Brunssum
50.617
10,59%
579
28,94
549,89
Heerlen
190.831
39,92%
1.942
97,08
1.844,51
Kerkrade
89.652
18,75%
1.018
50,92
967,46
Landgraaf
64.184
13,43%
732
36,59
695,24
Simpelveld
15.864
3,32%
181
9,04
171,85
Voerendaal
17.674
3,70%
202
10,11
192,05
Totaal
478.028
100,00%
5.223
261
4.962
261
5.429
Bod Heerlen
467
Totaal
5.690
16
467
Verdeelsleutel 2027
Bijdrage 2028 (* € 1.000)
Gemeente AU 2023 Basis
Aandeel gemeente
2028 voor bezuiniging
Bezuiniging 5%
2028 na bezuiniging
Beekdaelen
49.206
10,29%
588
29,39
558,39
Brunssum
50.617
10,59%
598
29,88
567,70
Heerlen
190.831
39,92%
2.005
100,23
1904,42
Kerkrade
89.652
18,75%
1.058
52,89
1004,85
Landgraaf
64.184
13,43%
756
37,79
718,00
Simpelveld
15.864
3,32%
187
9,35
177,71
Voerendaal
17.674
3,70%
208
10,40
197,65
Totaal
478.028
100,00%
5.399
270
5.129
Bod Heerlen
485
Totaal
5.884
Verdeelsleutel 2027
270
5.614
Bijdrage 2029 (* € 1.000)
Gemeente AU 2023 Basis
485
Aandeel gemeente
2029 voor bezuiniging
Bezuiniging 5%
2029 na bezuiniging
Beekdaelen
49.206
10,29%
607
30
576,98
Brunssum
50.617
10,59%
617
31
586,54
Heerlen
190.831
39,92%
2.068
103
1964,51
Kerkrade
89.652
18,75%
1.086
54
1031,86
Landgraaf
64.184
13,43%
781
39
741,56
Simpelveld
15.864
3,32%
193
10
183,29
Voerendaal
17.674
3,70%
216
11
204,85
Totaal
478.028
100,00%
5.567
278
5.289
Bod Heerlen
502
Totaal
6.069
Verdeelsleutel 2027
278
5.791
Bijdrage 2030 (* € 1.000)
Gemeente AU 2023 Basis
502
Aandeel gemeente
2030 voor bezuiniging
Bezuiniging 5%
2030 na bezuiniging
Beekdaelen
49.206
10,29%
629
31
597,36
Brunssum
50.617
10,59%
638
33
605,23
Heerlen
190.831
39,92%
2.134
107
2027,42
Kerkrade
89.652
18,75%
1.122
56
1065,72
Landgraaf
64.184
13,43%
807
40
766,18
Simpelveld
15.864
3,32%
200
10
190,09
Voerendaal
17.674
3,70%
224
11
212,35
Totaal
478.028
100,00%
5.753
289
5.464
289
5.983
Bod Heerlen
519
Totaal
6.272
17
519
Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen (is reguliere bijdrage plus bod Heerlen) zien er samengevat als volgt uit: Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
2026
Totale lasten Bijdragen deelnemende gemeenten Totale baten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkingsmiddelen Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen Gerealiseerd resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
2027
2028
2029
2030
0 5.202 5.202
0 5.429 5.429
0 5.614 5.614
0 5.791 5.791
0 5.983 5.983
5.202
5.429
5.614
5.791
5.983
0
0
0
0
0
5.202
5.429
5.614
5.791
5.983
Overhead en Bedrijfsvoering In dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering • Facilitaire zaken en huisvesting • Documentaire informatievoorziening • Managementondersteuning primair proces Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2026 uit 13,6 fte. In de begroting 2027 is een bedrag aan loonkosten formatie overhead opgenomen van € 1.577.000. Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000) Loonkosten kernformatie programma activiteiten Loonkosten kernformatie overhead Totaal
Begroting 2026 2.664
2027 2.798
2028 2.907
2029 3.023
2030 3.129
1.501
1.577
1.638
1.704
1.763
4.165
4.375
4.545
4.727
4.892
18
Totaal kernformatie FTE kernformatie programma’s FTE kernformatie overhead FTE kernformatie
Begroting 2026 20,00 13,60 33,60
2027 20,00 13,60 33,60
2028 20,00 13,60 33,60
2029 20,00 13,60 33,60
2030 20,00 13,60 33,60
Indexering loonkosten In de berekening van de loonkosten blijft voor 2027 de oorspronkelijk geraamde loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie gehandhaafd c.q. ongewijzigd ten opzichte van de Begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029.
Bedrijfsvoering
Materiële kosten bedrijfsvoering (bedragen * € 1.000) Basis materiële kosten bedrijfsvoering begroting Afschrijvingskosten verbouwing Totaal budget materiële kosten Bedrijfsvoering begroting
Begroting 2026 x € 1.000 554
Begroting 2027 x € 1.000 552
Begroting 2028 x € 1.000 552
Begroting 2029 x € 1.000 552
Begroting 2030 x € 1.000 586
7 561
7 559
7 559
7 559
0 586
Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000): Overhead (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 2030 Exploitatielasten Kosten formatie 1.501 1.577 1.638 1.704 1.763 Bedrijfsvoering 561 559 559 559 586 Totale lasten Overhead 2.062 2.136 2.197 2.263 2.349 Totale baten Overhead Totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves: Onttrekkingen aan reserves: Investeringsreserve verbouwing Frictiereserve Saldo mutaties reserve Overhead Gerealiseerd resultaat Overhead
0 - 2.062
0 - 2.136
0 - 2.197
0 - 2.263
0 - 2.349
7 0 7 - 2.055
7 0 7 -2.129
7 0 7 - 2.190
7 0 7 - 2.256
0 0 0 - 2.349
6. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet VPBplichtig is. Dit is bevestigd door de Belastingdienst.
19
7.
Onvoorzien
Voor de begroting in zijn geheel is vanaf 2026 en zodoende eveneens voor 2027 een post voor onvoorziene uitgaven begroot van € 1.000. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.
8. Mutatie reserves & voorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
Stortingen in reserves kerntaken: - Reserve Ringwegen
66
83
102
123
142
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
66
83
102
123
142
- Reserve Ringwegen
186
189
193
199
206
- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
- Investeringsreserve verbouwing
7
7
7
7
0
- Organisatie Op Orde
0
0
0
0
0
- Frictiereserve
0
0
0
0
0
Totale onttrekkingen
193
196
200
206
206
Saldo van onttrekkingen en stortingen
127
113
98
83
64
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale stortingen Onttrekkingen aan reserves
In bijlage 2 zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2026 tot en met 2030 (bedragen x € 1.000). Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant “Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg” van 15 november 2005. Jaarlijks wordt vanaf 2026 € 0,2 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening (€ 42.000 voor 2027). Het verschil tussen enerzijds de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de onttrekking aan de reserve en anderzijds de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2034. De reserve is daarmee in 2034 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. Frictiereserve De stand van de reserve per ultimo 2026 is naar verwachting € 123.000. In 2027 is thans geen onttrekking begroot. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur kunnen worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur.
Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden.
20
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies en Dagelijks Bestuur De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies” c.q. Dagelijks Bestuur. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Grensoverstijgende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS In 2025 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De hoogte van de reserve bedraagt eind 2025 € 7.668. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst, maar vooralsnog is een onttrekking niet begroot. Meerjarige ontwikkeling reserves De toename van de reservepositie na 2025 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve Ringwegen. De mutatie in de reserve werkbudgetten is als p.m. opgenomen. Voorzieningen In 2022 is een voorziening voor verlofsparen gevormd. Jaarlijks wordt deze geactualiseerd.
21
9. Paragrafen 9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de voorgeschreven financiële kengetallen. Op 17 december 2025 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met het geactualiseerde ‘Beleid Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Deze beleidsnotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. De door beheersmaatregelen afgedekte risico’s (via bijvoorbeeld voorzieningen of verzekeringen of andere maatregelen) hebben geen invloed op het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, stille reserves en incidentele begrotingsruimte. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Aangezien SPL geen stille reserves, geen incidentele begrotingsruimte en geen structurele begrotingsruimte heeft, bestaat de weerstandscapaciteit uit de algemene reserve en onvoorzien structureel. De post onvoorzien structureel is jaarlijks op € 1.000 bepaald met ingang van Begroting(sjaar) 2026. Deze post wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven met een structureel karakter.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de post onvoorzien als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een structureel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven met een incidenteel karakter. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. De Stadsregio Parkstad Limburg houdt geen verder eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor nietstructurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten.
Dat betekent dat Stadsregio Parkstad Limburg slechts dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dat ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequate risicobeheersing om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Risicobeheersing handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse.
22
Onderstaande risico’s worden thans onderkend: Omschrijving
Cyberrisico
Kans
Totale omvang Impact (€) (€)
Toelichting
PM
PM
PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteits-maatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud.
Complexiteit van de projecten
0,5
50.000
25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverstijgende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds en Regio Deal II. Waar nodig wordt hiervoor specialistische kennis ingehuurd. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet.
Ziekte
0,25
100.000
25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekteuitkering.
WW
0,25
100.000
25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het P-budget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing. Indien een medewerker langdurig in de WW gaat, is dat niet gedekt door de begroting
Onrechtmatige betaling van facturen
0,25
20.000
5.000 De kans op onrechtmatige betaling van facturen, waaronder het opzettelijk niet volgen van het inkoop en aanbestedingsbeleid om zelf onrechtmatig voordeel te verkrijgen', wordt als laag ingeschat. Zaken worden binnen SPL breed gedeeld en er zijn veel dwarsverbanden. Materiële onterechte betalingen zouden gelijk opvallen.
De totaal berekende omvang van de risico’s bedraagt € 80.000. De weerstandscapaciteit bedraagt € 115.000. Dit leidt tot een weerstandsratio van nagenoeg/afgerond 1,4. SPL streeft in principe naar een minimale weerstandsratio van 1,0. Dit vooral door de risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Zoals in bovenstaand relaas aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde weerstandsratio van 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm. In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is daarnaast vanaf de begroting 2026 een post onvoorzien structureel opgenomen van € 1.000 per jaar. Financiële kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing dient een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie (nvt bij SPL); 5. Belastingcapaciteit (nvt bij SPL). De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven op basis van de verwachte balansposities en de voorliggende begroting.
23
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Norm
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
17,6%
11,9%
6,1%
0,0%
0,0%
<100%
17,6%
11,9%
6,1%
0,0%
0,0%
<100%
Solvab iliteitsratio *
150,9%
155,5%
160,9%
167,0%
173,9%
>=20%
Structurele exploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
>=0
Kengetal
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruit ontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de jaarlijkse baten. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden.
Structurele exploitatie Bij de structurele exploitatieruimte wordt het financiële resultaat gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten of mutaties in de reserves. Dit geeft inzicht in de mate waarin de reguliere/ structurele baten de reguliere/ structurele lasten dekken. De structurele exploitatieruimte wordt uitgedrukt als een percentage van de omzet. De begroting van SPL is exact structureel en reëel in evenwicht.
9.2 Financiering Voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasury functie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Stadsregio Parkstad Limburg heeft de volgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasury statuut en de financieringsparagraaf in de begroting en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2 % van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan reserves.
24
Berekening Kasgeldlimiet per kwartaal
Q1
Q2
Q3
Q4
Begrotingstotaal lasten
6.547
6.547
6.547
6.547
Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 300.000
537
537
537
537
537
537
537
537
Totaal gemiddelde netto vermogen schuld
-92.171
-92.171
-92.171
-92.171
Ruimte (+) / overschrijding (-)
92.708
92.708
92.708
92.708
Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet
Gelet op de liquiditeitspositie van Parkstad zal geen beroep worden gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In de periode van 2027 tot en met 2030 worden geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen dan wel nieuwe financieringen verwacht. SPL zal in 2027 en de daaropvolgende jaren de renterisiconorm dus niet overschrijden. De vaste schuld van SPL heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. De omvang van de lening is per 1-1-2027 € 1,097 miljoen en daalt in de periode tot ultimo 2030 tot nihil. De renterisiconorm wordt berekend over de vaste schuld. Berekening Renterisiconorm (€m)
2026
2027
2028
2029
2030
Renteherzieningen (€m)
0
0
0
0
0
Herfinanciering
0
0
0
0
0
Totaal renterisico
0
0
0
0
0
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)
1,3
1,3
1,3
1,3
1,4
Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
1,3
1,3
1,3
1,3
1,4
Gelet op het feit dat geen sprake is van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad niet van belang. Schatkistbankieren SPL maakt verplicht gebruik van Schatkistbankieren. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasurystatuut, bestaat uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad is als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 1.000.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Rentebaten Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding. In deze begroting is voor 2027 een rentebaat opgenomen van € 280.000. De verwachting in de markt (bron Financieel Dagblad) is dat de rente de jaren daarna verder daalt. EMU-Saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar. Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de begroting 2027 is in het volgende overzicht berekend.
25
EMU Saldo (bedragen x € 1,000)
2026
+1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17).
+2
2027
2028
2029
2030
-126
-113
-98
-82
-64
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.
0
0
0
0
0
+3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie.
0
0
0
0
0
-4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd.
0
0
0
0
0
+5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.
0
0
0
0
0
+6
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord.
0
0
0
0
0
-7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
0
0
0
0
0
+8
Baten bouwgrondexploitatie (niet op de exploitatie verantwoord).
0
0
0
0
0
-9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen.
0
0
0
0
0
-10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten).
0
0
0
0
0
-11
Verkoop van effecten (verwachte boekwinst).
0
0
0
0
0
-126
-113
-98
-82
-64
Berekend EMU saldo
9.3 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (WOO) vergroot voor iedereen de toegang tot overheidsinformatie, bevordert de actieve openbaarmaking, actualiseert de regels voor openheid en openbaarheid en heeft de verplichting om de informatiehuishouding van bestuursorganen op orde te brengen. SPL heeft de optimalisatie van haar informatiehuishouding vastgelegd in het op 12 april 2023 door DB vastgestelde beleidsplan Beleid Informatiebeheer 2023 – 2026. Het doel is om het informatiebeheer in brede zin binnen SPL te digitaliseren, optimaliseren, transparanter te maken, om het bewustzijn van de omgang met informatie bij medewerkers te vergroten en in werkprocessen van SPL te verankeren. De implementatie in 2024 van iBabs voor “digitaal vergaderen” en het vervolg van de in 2024 gestarte implementatie van Decos-JOIN en de integratie van iBabs met Decos-JOIN zal bijdragen aan de verbetering van de informatiehuishouding en zal het actief openbaar maken van documenten nog beter ondersteunen. SPL zal het aantal document- en informatiecategorieën, dat actief openbaar dient te worden gemaakt in lijn met de gefaseerde invoering van verplichte actieve openbaarmaking doorvoeren. Zo zijn per 1 november 2024 de 5 verplichte informatiecategorieën openbaar gemaakt via onze website en geüpload in de zogenaamde WOOindex.
Vanaf 2026 maakt SPL gebruik van het via VNG/Koop/Plooi tot stand gekomen zogenaamde handmatig aanlever loket (HAL). Dit is een publicatieplatform voor (actief) openbaar maken van documenten voor (kleinere) overheidsorganisaties die jaarlijks maximaal zo’n 200 documenten openbaar moeten maken.
26
10. Geconsolideerde begroting 10.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans Activa
31/12/2025
31/12/2026
31/01/2027
31/12/2028
31/12/2029
31/12/2030
Bedragen x € 1.000,Vaste Activa
5.647
5.375
5.104
4.833
4.562
4.298
Immateriële Vaste activa
5.619
5.354
5.090
4.826
4.562
4.298
Bijdragen aan activa eigendom van derden
5.619
5.354
5.090
4.826
4.562
4.298
Materiële Vaste activa
28
21
14
7
0
0
Investeringen met een economisch nut
28
21
14
7
0
0
Vlottende Activa
93.567
93.375
93.182
92.990
92.797
92.997
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
92.843
92.651
92.458
92.266
92.073
92.273
478
478
478
478
478
478
92.361
92.169
91.976
91.784
91.591
91.791
Overige vorderingen
4
4
4
4
4
4
Liquide middelen
2
2
2
2
2
2
Kassaldi
0
0
0
0
0
0
Banksaldi
2
2
2
2
2
2
722
722
722
722
722
722
korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: