23it01245 RvO vergaderingen raad en RvO vergaderingen raadscommissies
Tekst van het document
vL o V2H^
REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN VAN DE RAAD 2023
HOOFDSTUK 1
Algemenebepalingen
Artikel1
Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad ofdiens plaatsvervanger; b. griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger; c. amendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit;naar de vorm geschikt om direct in de ontwerpverordening of het ontwerpbesluitte worden opgenomen; d. subamendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; naar de vorm geschikt om direct in het amendement waar het betrekking opheeft, te worden opgenomen; e. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens ofverzoek wordt uitgesproken; f. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid of raadsleden vooreen verordening of ander voorstel; h.
i.
j.
interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat opde agenda; informatiebijeenkomst: een informerende bijeenkomst over een thema, dat niet direct gerelateerd is aan een actueel ontwerpbesluit; wet: Gemeentewet.
Artikel2
1.
2.
De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. De voorzitter verleent het woord,formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede.
Artikel3
1. 2.
De voorzitter
De griffier
De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en het seniorenconvent. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen dooreen plaatsvervanger, die door de raad is aangewezen.
3. De griffier kan opuitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen
in raadsvergaderingen
deelnemen. Artikel4
Het presidium
1.
De raad heeft een presidium, dat is belast met de huishoudelijke voorbereiding van de raadsvergaderingen en commissievergaderingen. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad, die tevens voorzitter van het presidium is, de waarnemend voorzitter van de raad en de voorzitters van de onderscheidene voorbereidingscommissies van de raad. 3. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 4. De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voorde vergaderingen van het presidium. Artikel5
Het seniorenconvent
1.
De raad heeft een seniorenconvent,dat tot taak heeft
in overleg te treden met de burgemeester
2.
aangaande bijzondere bestuurlijke aangelegenheden. Het seniorenconventbestaat uit de burgemeester, die tevens voorzitter van het seniorenconvent
is, en de fractievoorzitters. 3. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconventaanwezig. 4. Bij afwezigheid van de burgemeester wordt deze vervangen doorde plaatsvervangend voorzitter van de raad. 5. Het seniorenconventkan anderen uitnodigen om deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Elke fractievoorzitter kan zich laten vervangen in het seniorenconventdooreen raadslid van zijn fractie. Artikel6
De vergaderingen Artikel7
1.
Openbaarheidvergaderingen presidiumen seniorenconvent
van het presidium en het seniorenconventzijn niet openbaar. Onderzoekgeloofsbrieven en beëdigingraadsleden
Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie
raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden opom in de eerste in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed ofverklaring en belofte af te raadsvergadering 2.
leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voorde vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed ofverklaring en belofte af te leggen. Artikel8
1.
Benoemingwethouders
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie
raadsleden. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 2.
4. De burgemeester geeft vooraanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester
brengt over het
eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel9
1.
2.
3. 4. 5.
Fracties
Raadsleden, die doorhet centraal stembureau opdezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als éénfractie beschouwd. Is onder een iijstnummer slechts éénlid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. Een fractie mag ookgedurende de bestuursperiode haar naam veranderen. Zij dient dit schriftelijk mede te delen aan de voorzitter. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Als éénof meer raadsleden van éénof meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
gedaan aan de voorzitter. 6. Voorhet splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. Een doorafsplitsing nieuw ontstanefractie heeft het recht een eigen fractienaam te kiezen. De nieuwe fractie dient de fractienaam schríftelijk doorte geven aan de voorzitter. 8. Indien doorafsplitsing een oorspronkelijkefractie zodanig verdeeld is, dat beide nieuw ontstanefracties even veel raadsleden tellen, mag slechts éénfractie verder onder de naam, die boven de kandidatenlijst stonden moet de andere fractie een nieuwe naam kiezen. Indien een patstelling ontstaatover het recht opde oorspronkelijkenaam boven de kandidatenlijst, 7.
beslist de raad. 9. Met de in dit artikel beschreven veranderende situaties wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling ervan. 10. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk2
Raadsvergaderingen
Paragraaf 1
Voorbereiding
Artikel10
Tijd en plaatsvanvergaderen
1.
Met inachtneming van artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe heeft besloten. Het seniorenconventstelt daartoe jaarlijks een vergaderschema vast. 2. Hiervoor wordt doorde voorzitter, in overleg met de raad, zo veel als mogelijk een vaste dag en een vast tijdstip van aanvang vastgesteld. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuurbepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het seniorenconvent,tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie.
Artikel11
1. 2. 3.
4. 5.
Oproep en agenda
Voordatde oproepwordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóóreen raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de oproep,zoals nader aangeduid in lid 2, tot uiterlijk 48uurvóóraanvang van een vergadering, een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48uurvóóraanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 12, vierde lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering doorde raad vastgesteld.
Artikel 12
Ter inzageleggenvanstukken
1.
Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen ofvoorstellen opeen agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproepophet gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproepstukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk doormiddel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden opde website van de gemeente geplaatst. 3. Originele stukken worden behandeld conformde 'Archiefverordening Kerkrade 2020'. 4. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent opgrond van hoofdstukVa van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden opverzoek inzage. Artikel13
1.
2.
Openbarekennisgeving
Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht dooraankondiging in een van gemeentewege uitgegeven blad ofeen dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en doorplaatsing op de gemeentelijke website. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitenddigitaal plaatsvinden.
Paragraaf 2
Ter vergadering
Artikel14
Presentielijst
1. 2.
De griffier draagt zorg voorhet bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. Bij binnenkomstin de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering doorde voorzitter en de griffier doorondertekening wordt vastgesteld.
Artikel15
Zitplaatsen
1. 2.
De voorzitter, de leden en de griffier hebben bij raadsvergaderingen een vaste zitplaats. De orde van plaatsneming in de raadszaal van de leden van de raad wordt doorde voorzitter, het seniorenconventgehoord hebbende, bepaald. Daarbij geldt als uitgangspunt,dat de leden van de onderscheidene fracties bij elkaar worden geplaatst. 3. De voorzitter draagt zorg vooreen zitplaats voorde wethouders, gemeentesecretaris en overige personen,die voorde vergadering zijn uitgenodigd. 4. Indien het maximaal toelaatbare aantal personen is bereikt, kan worden uitgeweken naar een andere ruimte waar de vergadering opbeeld gevolgd kan worden. Artikel16
1.
Openingvergadering;quorum
De voorzitter opentde vergadering ophet vastgestelde uurindien het daarvoordoorde wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uurvan de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet. 3. Voorafgaande aan het gestelde in het eerste lid kan de voorzitter vóóraanvang van de vergadering en na het sluiten van de vergadering een tekst ter overdenking uitspreken. Artikel17
Primus bij hoofdelijkestemming
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt doorloting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het raadslid dat bij dat nummer behoort, begint een eventuele hoofdelijke stemming. Artikel18
1.
Besluitenlijst
De concept-besluitenlijstvan de voorgaande vergadering wordt aan de leden verstrekt gelijktijdig met de oproep.De concept-besluitenlijstwordt ophetzelfde moment aan de overige personen,
die het woordgevoerd hebben, verstrekt. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. De leden, de voorzitter en de griffier alsmede de anderen die deelgenomen hebben aan de beraadslagingen dan wel het woordhebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient 48uurvóóraanvang van de vergadering waarin de besluitenlijst wordt vastgesteld, bij de griffier te worden ingediend. Bij de vaststelling van de besluitenlijst, beslist de raad of met het voorstel tot aanpassing c.q. wijziging zoals hiervoor omschreven, rekening zal worden gehouden. 4. De besluitenlijst moet Ínhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden en anderen die het woordhebben gevoerd alsmede de namen van de leden die afwezig waren; b. een beknopte opgave van de ínhoudvan alle ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19 en van de mondelinge mededelingen daaromtrent; c. een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest; d.
een overzicht van het verloopvan elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden, die 'voor'of 'tegen' stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden; e. een nauwkeurige omschrijving van de genomen besluiten; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, 2. 3.
amendementen en subamendementen; g. een link naar het transcriptvan de raadsvergadering. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 6. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend doorde voorzitter en de griffier. Artikel19
Ingekomenstukken
1.
Bij de raad ingekomen stukken worden opeen lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad opvoorstel van het presidium of in geval van onverwijlde spoed de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel20
1.
Beraadslaging
De beraadslaging als voorbereiding opbesluitvorming geschiedt doorde leden van de raad terwijl de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en anderen dan de in de raad aanwezige leden van de raad opuitnodiging van de voorzitter het woordkunnenvoeren.
2.
Het presidium kan tot uiterlijk 48uurvooraanvang van de vergadering de burgemeester of één of meer wethouders dan wel anderen dan leden van de raad uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslaging. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de raad, opvoorstel van een der leden van de raad, terstond besluiten dat de voorzitter deelneemt aan de beraadslaging. 4. Voorzover de raad wenst te beraadslagen over een geagendeerd onderwerp ofvoorstel begint de beraadslaging bij de fractie waartoe het lid behoort, dat overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Artikel21
1. 2.
Spreekregels
De leden spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats
spreken. 3. Anderen, die aan de beraadslagingen
deelnemen, spreken vanaf een aan hen aangewezen
en richten zich tot de voorzitter. 4. Een lid voert het woordna het aan de voorzitter gevraagd Artikel22
1.
Beraadslaging
en van hem verkregen
plaats
te hebben.
Aantalspreektermijnen
over onderwerpen ofvoorstellen geschiedt
in ten hoogste twee termijnen, tenzij
de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden doorde voorzitter afgesloten. 3. Een fractie mag in de eerste termijn niet meer dan éénmaal het woordvoeren over hetzelfde onderwerp ofvoorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteurvan een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
ingediend, ten
aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp ofvoorstel het woordheeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel23
1.
Handhavingorde; schorsing
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een raadslid hem interrumpeert aan het einde van zijn betoog in de eerste termijn of tijdens volgende termijnen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
zijn betoog zal afronden. Indien een lid, wethouder, gemeentesecretaris, de griffier of ander persoondie het woordvoert, zich beledigende ofonbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft,afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt dat lid doorde voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid, de desbetreffende wethouder, gemeentesecretaris, griffier of ander persoondie het woord voert, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter dat lid of die persoongedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woordontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering vooreen doorhem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuwwordt verstoord - de vergadering
2.
sluiten. Artikel24
Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordatde raad tot stemming overgaat, kunnenraadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel25
1.
Beslissing
De voorzitter sluit de beraadslaging
als hij vaststelt, dat een onderwerp ofvoorstel voldoende is
toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordatde stemming over het voorstel in zijn geheel voorstel voorde te nemen beslissing.
plaatsvindt, formuleert de voorzitter het
Paragraaf 3
Proceduresbij besluitenen stemmingen
Artikel26
Stemming; procedurebij hoofdelijkestemming
1.
De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnende in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij zich opbasis van de wet van deelneming aan de stemming hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam ophun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verlooptverder volgens de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge de wet van deelneming aan de stemming moeten onthoudenhun stem uit doorzich 'voor'of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing nog herstellen voordathet volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt echter geen verandering in de uitslag van de stemming. 7.
De voorzitter deelt de uitslag na afloopvan de stemming mee en doet daarbij mededeling van 5.
het genomen besluit. Artikel27
Volgorde stemmingoveramendementen en moties
1.
Als opeen aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen opeenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel28
1.
Stemming overpersonen
Bij stemming over personenvoorbenoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden,zijn verplicht een doorhet stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personenzijn te benoemen, voorte dragen of aan te bevelen. De raad kan opvoorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat opéénbriefje.
4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voorhet bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blancostembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan éénnaam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming opvoordracht betreft, opeen persoon wordt gestemd, die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij opeen andere persoonwordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de Ínhoudvan een stembriefje beslist de raad opvoorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. 8. Wanneer bij het maken van een keuze, voordracht of aanbeveling van personen het voorstel is beperkt tot éénpersoonvoorelke te vervullen vacature, wordt geen stemming gehouden tenzij een van de leden dit verlangt. Artikel29
Herstemmingoverpersonen
1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ookbij deze tweede stemming doorniemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen opzich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personenverdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel30
Beslissingdoor het lot
1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, doorde voorzitter opafzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij doorhet stembureau zijn gecontroleerd, opgelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam opdit briefje voorkomt,is gekozen.
Hoofdstuk3
Rechtenvanleden
Artikel31
Amendementenen subamendementen
1.
Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voorhet sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend.
3. Intrekking doorde indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming doorde raad heeft plaatsgevonden. Artikel32
Moties,die betrekkinghebbenop eenop de agendavande raad opgenomenonderwerp
1. 2.
leder lid kan voorafofter vergadering een motie indienen. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp ofvoorstel vindt tegelijk beraadslaging
Artikel33
met de
over dat onderwerp ofvoorstel plaats. Moties,die geenbetrekkinghebbenop eenop de agendavande raad opgenomenonderwerp
1. 2.
leder lid van de raad kan een motie indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnenworden bij de voorzitter worden ingediend. Hierbij wordt gemotiveerd aangegeven of de motie een spoedeisend karakter heeft. 3. Een niet-spoedeisende motie, die geen betrekking heeft opeen opde agenda van de raad opgenomen onderwerp, wordt eerst behandeld in de daarvoorbestemde raadscommissie. 4. Het presidium bepaalt opgrond van de motivering van de indiener of een motie spoedeisend is. Artikel34
Voorstellenvanorde
Raadsleden kunnentijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel35
1. 2.
de
Initiatiefvoorstel
Een lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel
zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad. Het college kan binnenvier weken nadat het in kennis is gesteld van een voorstel zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de gemeenteraad brengen. 4. Nadat het college zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel doorhet presidium opde commissieagenda en vervolgens opde agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproephiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel opde agenda van de daaropvolgende raadsvergadering 3.
geplaatst. 5. Indien het initiatiefvoorstel spoedeisend is, wordt het na het verstrijken van de termijn van 4 weken of na het kenbaar maken van de wensen en bedenkingen van het college rechtstreeks op de raadsagenda geplaatst. Het presidium beoordeelt of een initiatiefvoorstel spoedeisend is. 6. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, ínhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd. Artikel36
1. 2.
geagendeerd Artikel37
1. 2.
Collegevoorstel
Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat opde voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. Als de raad van oordeel is, dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid vooradvies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnenwelke termijn het voorstel opnieuw wordt. Interpellatie
Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schríftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. De voorzitter brengt de ínhoudvan het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.
3. Over verzoeken, die ten minste 48uurvooraanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daarop volgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord.De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel38
1.
2.
Schríftelijke vragen
Raadsleden dienen schríftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeurvoorschríftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het
college ofde burgemeester. 3. Schríftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnendertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die tenminste 48uurvooraanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college ofde burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens wordt aangegeven binnenwelke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schríftelijke antwoordenvan het college of de burgemeester worden doorde griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schríftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, nadere inlichtingen vragen omtrent het doorde burgemeester of doorhet college gegeven antwoord,tenzij de raad anders beslist. Artikel39
Inlichtingen
1.
Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schríftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de ínhoudvan het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen30 dagen nadat het verzoek is ingediend.
Hoofdstuk4
Lidmaatschap vanandere organisaties
Artikel40
Verslagen verantwoording
1.
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die doorde gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam ofvan een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld opgrond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om (in aansluiting opde behandeling van de lijst van ingekomen stukken ofvoorhet sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken, die in het algemeen bestuur als bedoeld, aan de orde zijn. Doorde raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende raadscommissie. 2. leder lid van de raad kan aan een persoonals bedoeld in het eerste lid schríftelijke vragen stellen. De regels voorhet stellen van schríftelijke vragen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoonals bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functionerenals zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voorhet vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Over een voorstel tot ontslag van een doorde raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam ofvan een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoonniet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing opandere organisaties of instituties, waarin de raad éénvan zijn leden heeft
benoemd.
Hoofdstuk5
Beslotenraadsvergaderingen
Artikel41
Toepassingreglementop beslotenvergaderingen
Op besloten vergaderingen
is dit reglement
van overeenkomstige toepassing, voorzover dat niet
strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel42
1.
Verslagbeslotenvergadering
Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen
worden niet verspreid,
maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding ophet vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden doorde voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel43
Vervallen
Artikel44
Opheffing geheimhouding
Als de raad opgrond van artikel 89,vierde lid, van de wet voornemensis de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie opte heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk6
Toehoordersen pers
Artikel45
Toehoordersen pers
1.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnenuitsluitendopde voorhen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het opandere wijze verstoren van de orde is hen verboden. De voorzitter zorgt voorde handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde openigerlei wijze doortoehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. De voorzitter is bevoegd toehoorders, die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 3.
Artikel46
Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk7
Slotbepalingen
Artikel47
Uitleg reglement
In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement beslist de raad opvoorstel van de voorzitter. Artikel48
Inwerkingtreding
1. Dit reglement treedt in werking onmiddellijk na vaststelling ervan doorde raad. 2. Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voorde vergaderingen van de raad van de gemeente Kerkrade, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 29 september 2021. Aldus vastgesteld
doorde raad van de gemeente
Kerkrade in zijn vergadering
De voorzitter,
De'ġriffj
drrTTPTDassen-Housen
mr.drs. D.G.M.G. Franssen.
van 12 juli 2023.
REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN VAN DE RAAD 2023
HOOFDSTUK 1
Algemenebepalingen
Artikel1
Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad ofdiens plaatsvervanger; b. griffier: de griffier van de raad ofdiens plaatsvervanger; c. amendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit;naar de vorm geschikt om direct in de ontwerpverordening of het ontwerpbesluitte worden opgenomen; d. subamendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; naar de vorm geschikt om direct in het amendement waar het betrekking opheeft, te worden opgenomen; e. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens ofverzoek wordt uitgesproken; f. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid of raadsleden vooreen verordening of ander voorstel; h. interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college ofde burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat opde agenda; i. informatiebijeenkomst: een informerende bijeenkomst over een thema, dat niet direct gerelateerd is aan een actueel ontwerpbesluit; j. wet: Gemeentewet. Artikel2
1.
2.
De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. De voorzitter verleent het woord,formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede.
Artikel3
1.
De voorzitter
De griffier
De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en het seniorenconvent. 2. Bij verhindering ofafwezigheid wordt de griffier vervangen dooreen plaatsvervanger, die door de raad is aangewezen.
3. De griffier kan opuitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen deelnemen. Artikel4
in raadsvergaderingen
Het presidium
1.
De raad heeft een presidium, dat is belast met de huishoudelijke voorbereiding van de raadsvergaderingen en commissievergaderingen. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad, die tevens voorzitter van het presidium is, de waarnemend voorzitter van de raad en de voorzitters van de onderscheidene voorbereidingscommissies van de raad. 3. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 4. De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voorde vergaderingen van het presidium. Artikel5
1. 2. 3. 4. 5. 6.
De raad heeft een seniorenconvent,dat tot taak heeft in overleg te treden met de burgemeester aangaande bijzondere bestuurlijke aangelegenheden. Het seniorenconventbestaat uit de burgemeester, die tevens voorzitter van het seniorenconvent is, en de fractievoorzitters. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconventaanwezig. Bij afwezigheid van de burgemeester wordt deze vervangen doorde plaatsvervangend voorzitter van de raad. Het seniorenconventkan anderen uitnodigen om deel te nemen aan zijn vergaderingen. Elke fractievoorzitter kan zich laten vervangen in het seniorenconventdooreen raadslid van zijn fractie.
Artikel6
De vergaderingen Artikel7
1. 2.
3. 4.
5.
Openbaarheidvergaderingen presidiumen seniorenconvent
van het presidium en het seniorenconventzijn niet openbaar. Onderzoekgeloofsbrieven en beëdigingraadsleden
Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden opom in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed ofverklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voorde vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed ofverklaring en belofte af te leggen.
Artikel8
1.
Het seniorenconvent
Benoemingwethouders
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt ofde benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
4. De burgemeester geeft vooraanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel9
1.
2.
3. 4. 5.
6. 7. 8.
9. 10.
Fracties
Raadsleden, die doorhet centraal stembureau opdezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als éénfractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts éénlid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. Een fractie mag ookgedurende de bestuursperiode haar naam veranderen. Zij dient dit schriftelijk mede te delen aan de voorzitter. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Als éénof meer raadsleden van éénof meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schríftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voorhet splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. Een doorafsplitsing nieuw ontstanefractie heeft het recht een eigen fractienaam te kiezen. De nieuwe fractie dient de fractienaam schriftelijk doorte geven aan de voorzitter.
Indien doorafsplitsing een oorspronkelijkefractie zodanig verdeeld is, dat beide nieuw ontstanefracties even veel raadsleden tellen, mag slechts éénfractie verder onder de naam, die boven de kandidatenlijst stonden moet de andere fractie een nieuwe naam kiezen. Indien een patstelling ontstaatover het recht opde oorspronkelijkenaam boven de kandidatenlijst, beslist de raad. Met de in dit artikel beschreven veranderende situaties wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling ervan. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk2
Raadsvergaderingen
Paragraaf 1
Voorbereiding
Artikel10
Tijd en plaatsvanvergaderen
ĩ.
brengt over het
Met inachtneming van artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe heeft vast. besloten. Het seniorenconventstelt daartoe jaarlijks een vergaderschema 2. Hiervoor wordt doorde voorzitter, in overleg met de raad, zo veel als mogelijk een vaste dag en een vast tijdstip van aanvang vastgesteld. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuurbepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het seniorenconvent,tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie.
Artikel11
1. 2. 3.
4. 5.
Oproep en agenda
Voordatde oproepwordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóóreen raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de oproep,zoals nader aangeduid in lid 2, tot uiterlijk 48uurvóóraanvang van een vergadering, een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48uurvóóraanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 12, vierde lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering doorde raad vastgesteld.
Artikel 12
Ter inzageleggenvanstukken
1.
Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen ofvoorstellen opeen agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproepophet gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproepstukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk doormiddel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden opde website van de gemeente geplaatst. 3. Originele stukken worden behandeld conformde 'Archiefverordening Kerkrade 2020'. 4. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent opgrond van hoofdstukVa van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden opverzoek inzage. Artikel13
Openbarekennisgeving
1.
Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht dooraankondiging in een van gemeentewege uitgegeven blad ofeen dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en doorplaatsing op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitenddigitaal plaatsvinden.
Paragraaf 2
Ter vergadering
Artikel14
Presentielijst
1. 2.
De griffier draagt zorg voorhet bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. Bij binnenkomstin de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering doorde voorzitter en de griffier doorondertekening wordt vastgesteld.
Artikel15
Zitplaatsen
1. 2.
De voorzitter, de leden en de griffier hebben bij raadsvergaderingen een vaste zitplaats. De orde van plaatsneming in de raadszaal van de leden van de raad wordt doorde voorzitter, het seniorenconventgehoord hebbende, bepaald. Daarbij geldt als uitgangspunt,dat de leden van de onderscheidene fracties bij elkaar worden geplaatst. 3. De voorzitter draagt zorg vooreen zitplaats voorde wethouders, gemeentesecretaris en overige personen,die voorde vergadering zijn uitgenodigd. 4. Indien het maximaal toelaatbare aantal personen is bereikt, kan worden uitgeweken naar een andere ruimte waar de vergadering opbeeld gevolgd kan worden. Artikel16
1.
Opening vergadering; quorum
De voorzitter opentde vergadering ophet vastgestelde uurindien het daarvoordoorde wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uurvan de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet. 3. Voorafgaande aan het gestelde in het eerste lid kan de voorzitter vóóraanvang van de vergadering en na het sluiten van de vergadering een tekst ter overdenking uitspreken. Artikel17
Primus bij hoofdelijkestemming
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt doorloting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het raadslid dat bij dat nummer behoort, begint een eventuele hoofdelijke stemming. Artikel18
1.
2. 3.
4.
5. 6.
Besluitenlijst
De concept-besluitenlijstvan de voorgaande vergadering wordt aan de leden verstrekt gelijktijdig met de oproep.De concept-besluitenlijstwordt ophetzelfde moment aan de overige personen, die het woordgevoerd hebben, verstrekt. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. De leden, de voorzitter en de griffier alsmede de anderen die deelgenomen hebben aan de beraadslagingen dan wel het woordhebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel totverandering dient 48uurvóóraanvang van de vergadering waarin de besluitenlijst wordt vastgesteld, bij de griffier te worden ingediend. Bij de vaststelling van de besluitenlijst, beslist de raad of met het voorstel tot aanpassing c.q. wijziging zoals hiervoor omschreven, rekening zal worden gehouden. De besluitenlijst moet ínhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden en anderen die het woordhebben gevoerd alsmede de namen van de leden die afwezig waren; b. een beknopte opgave van de Ínhoudvan alle ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19 en van de mondelinge mededelingen daaromtrent; c. een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest; d.
een overzicht van het verloopvan elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden, die 'voor'of 'tegen' stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden; e. een nauwkeurige omschrijving van de genomen besluiten; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. een link naar het transcriptvan de raadsvergadering. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend doorde voorzitter en de griffier.
Artikel19
Ingekomenstukken
1.
Bij de raad ingekomen stukken worden opeen lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad opvoorstel van het presidium of in geval van onverwijlde spoed de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel20
1.
Beraadslaging
De beraadslaging als voorbereiding opbesluitvorming geschiedt doorde leden van de raad terwijl de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en anderen dan de in de raad aanwezige leden van de raad opuitnodiging van de voorzitter het woordkunnenvoeren.
2.
Het presidium kan tot uiterlijk 48uurvooraanvang van de vergadering de burgemeester oféén of meer wethouders dan wel anderen dan leden van de raad uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslaging. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de raad, opvoorstel van een der leden van de raad, terstond besluiten dat de voorzitter deelneemt aan de beraadslaging. 4. Voorzover de raad wenst te beraadslagen over een geagendeerd onderwerp ofvoorstel begint de beraadslaging bij de fractie waartoe het lid behoort, dat overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Artikel21
Spreekregels
í. 2.
De leden spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken. 3. Anderen, die aan de beraadslagingen deelnemen, spreken vanaf een aan hen aangewezen plaats en richten zich tot de voorzitter. 4. Een lid voert het woordna het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Artikel22
1. 2. 3. 4.
5.
Aantalspreektermijnen
Beraadslaging over onderwerpen ofvoorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Spreektermijnen worden doorde voorzitter afgesloten. Een fractie mag in de eerste termijn niet meer dan éénmaal het woordvoeren over hetzelfde onderwerp ofvoorstel. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteurvan een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp ofvoorstel het woordheeft het spreken over een voorstel van orde. gevoerd, wordt niet meegerekend
Artikel23
Handhaving orde; schorsing
1.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een raadslid hem interrumpeert aan het einde van zijn betoog in de eerste termijn oftijdens volgende termijnen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een lid, wethouder, gemeentesecretaris, de griffier of ander persoondie het woordvoert, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingenveroorlooft,afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt dat lid doorde voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid, de desbetreffende wethouder, gemeentesecretaris, griffier ofander persoondie het woord voert, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter dat lid of die persoongedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woordontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering vooreen doorhem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuwwordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel24
Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordatde raad tot stemming overgaat, kunnenraadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel25
Beslissing
1.
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt, dat een onderwerp ofvoorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordatde stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,formuleert de voorzitter het voorstel voorde te nemen beslissing.
Paragraaf 3
Proceduresbij besluitenen stemmingen
Artikel26
Stemming;procedurebij hoofdelijkestemming
1. 2.
3. 4.
5.
6.
7.
De voorzitter vraagt de raadsleden ofzij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnende in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij zich opbasis van de wet van deelneming aan de stemming hebben onthouden. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam ophun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verlooptverder volgens de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge de wet van deelneming aan de stemming moeten onthoudenhun stem uit doorzich 'voor'of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing nog herstellen voordathet volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt echter geen verandering in de uitslag van de stemming.
De voorzitter deelt de uitslag na afloopvan de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel27
Volgorde stemmingoveramendementen en moties
1.
Als opeen aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen ofsubamendementen opeenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement ofsubamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel28
1.
Stemmingoverpersonen
Bij stemming over personenvoorbenoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden,zijn verplicht een doorhet stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personenzijn te benoemen, voorte dragen of aan te bevelen. De raad kan opvoorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat opéénbriefje.
4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openenen wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voorhet bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blancostembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan éénnaam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming opvoordracht betreft, opeen persoon wordt gestemd, die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij opeen andere persoonwordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de ínhoudvan een stembriefje beslist de raad opvoorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. 8. Wanneer bij het maken van een keuze, voordracht ofaanbeveling van personen het voorstel is beperkt tot éénpersoonvoorelke te vervullen vacature, wordt geen stemming gehouden tenzij een van de leden dit verlangt. Artikel29
Herstemmingoverpersonen
1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ookbij deze tweede stemming doorniemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen,die bij de tweede stemming de meeste stemmen opzich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personenverdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personende derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel30
Beslissingdoor het lot
1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, doorde voorzitter opafzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij doorhet stembureau zijn gecontroleerd, opgelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam opdit briefje voorkomt,is gekozen.
Hoofdstuk3
Rechtenvanleden
Artikel31
Amendementenen subamendementen
1.
Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voorhet sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend.
3. Intrekking doorde indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming doorde raad heeft plaatsgevonden. Artikel32
Moties,die betrekkinghebbenop eenop de agendavande raad opgenomenonderwerp
1. 2.
leder lid kan voorafofter vergadering een motie indienen. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp ofvoorstel vindt tegelijk beraadslaging over dat onderwerp ofvoorstel plaats.
Artikel33
met de
Moties,die geenbetrekkinghebbenop eenop de agendavande raad opgenomenonderwerp
1. 2.
leder lid van de raad kan een motie indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnenworden bij de voorzitter worden ingediend. Hierbij wordt gemotiveerd aangegeven of de motie een spoedeisend karakter heeft. 3. Een niet-spoedeisende motie, die geen betrekking heeft opeen opde agenda van de raad opgenomen onderwerp, wordt eerst behandeld in de daarvoor bestemde raadscommissie. 4. Het presidium bepaalt opgrond van de motivering van de indiener of een motie spoedeisend is. Artikel34
Voorstellenvanorde
Raadsleden kunnentijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel35
1. 2. 3. 4.
5.
6.
de
Initiatiefvoorstel
Een lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad. Het college kan binnenvier weken nadat het in kennis is gesteld van een voorstel zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de gemeenteraad brengen. Nadat het college zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel doorhet presidium opde commissieagenda en vervolgens opde agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproephiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel opde agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Indien het initiatiefvoorstel spoedeisend is, wordt het na het verstrijken van de termijn van 4 weken of na het kenbaar maken van de wensen en bedenkingen van het college rechtstreeks op de raadsagenda geplaatst. Het presidium beoordeelt of een initiatiefvoorstel spoedeisend is. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd.
Artikel36
Collegevoorstel
1.
Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat opde voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is, dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid vooradvies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnenwelke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel37
1. 2.
Interpellatie
Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schríftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. De voorzitter brengt de ínhoudvan het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.