2023-1 begroting 2023 18 oktober.pdf
Tekst van het document
Er is een Geheugentafel in de bibliotheek en het Alzheimercafe, dat met zijn activiteiten en voorlichtingsavonden bijdraagt aan het realiseren van een seniorvriendelijke gemeente.
60
Het ontwikkelen van kansrijke initiatieven met het oog op de aanwezigheid van gemeenschapshuizen Relatie met taakveld(en): 6.1 De gemeente Kerkrade ondersteunt op basis van het vigerende beleid gemeenschapshuizen een zestal gemeenschapshuizen actief. Gemeenschapshuizen bieden inwoners de gelegenheid tot "het ontmoeten van mensen", "het genieten van een beleving" en/of "het meedoen aan betekenisvolle activiteiten". Hiermee dragen de gemeenschapshuizen bij aan een vitale wijk en aan de realisatie van andere sociale beleidsdoelstellingen. Daarnaast ondersteunen gemeenschapshuizen een actief verenigingsleven. Genoemd plan is toe aan een herziening, mede omdat de lokale visie op het sociaal domein, nieuwe wetgeving op diverse gebieden en actuele ontwikkelingen uit de praktijk hiertoe noodzaken. Daarom zal in het najaar van 2022 een voorstel gedaan worden voor een bijgesteld beleidskader “Visie gemeenschapshuizen gemeente Kerkrade”. Na het vaststellen van dit beleidskader en deze meer algemene lijn, zal worden overgegaan tot passende voorstellen voor de organisatie, inrichting en invulling van de gemeenschapshuizen in een meer concreet plan, incl. de aan- en besturing, de exploitatie, het beheer en de financiële consequenties.
Het gemeenschapshuis is de decentrale plek in de wijk waar onder meer kansrijke initiatieven samen met de collega professionals uit het lokale sociale domein en de inwoners uit de wijk worden opgepakt, ingericht en indien positief beoordeeld worden uitgerold en uitgevoerd. Herstellen van de sociale samenhang in wijken herstellen van de gevolgen van corona Samen met collega professionals uit het lokale sociale domein, de woningcorporatie, bedrijven, organisaties, instellingen, scholen en andere relevante stakeholders en inwoners uit de wijk worden initiatieven, die als doelstelling hebben de omgeving prettiger, leefbaarder en socialer te maken en de sociale cohesie te versterken, omarmd, uitgerold en tot uitvoering gebracht. Onder de noemer van het gebieds- en wijkgerichte werken wordt de uitvoeringsorganisatie nader vormgegeven. Samenredzaamheid en ervoor zorgen dat inwoners van wijken en buurten prettig samenleven en naar elkaar omkijken, met name naar de medebewoners in kwetsbare posities, worden door de gemeente in 2023 ondersteund en gefaciliteerd.
Herstellen van de sociale samenhang in wijken/ herstellen van de gevolgen van Corona Relatie met taakveld(en): 6.7, 8.3 Samen met collega professionals uit het lokale sociale domein, de woningcorporatie, bedrijven, organisaties, instellingen, scholen en andere relevante stakeholders en inwoners uit de wijk worden initiatieven, die als doelstelling hebben de omgeving prettiger, leefbaarder en socialer te maken en de sociale cohesie te versterken, omarmd, uitgerold en tot uitvoering gebracht. Onder de noemer van het gebieds- en wijkgerichte werken wordt de uitvoeringsorganisatie nader vormgegeven. Samenredzaamheid en ervoor zorgen dat inwoners van wijken en buurten prettig samenleven en naar elkaar omkijken, met name naar de medebewoners in kwetsbare posities, worden door de gemeente in 2023 ondersteund en gefaciliteerd. Na de opgedane ervaringen en bevindingen gedurende de afgelopen “corona-tijd” en met als doel nog beter voorbereid te zijn op de gevolgen van een mogelijk nieuwe komst van een pandemie, is verder investeren in de sociale cohesie van buurten en wijken nu belangrijker dan ooit.
Geen kind tussen wal en schip mede met behulp van vroegsignalering Relatie met taakveld(en): 6.72 De aanpak en uitvoering van de proeftuin Preventie maakt deel uit van de Taskforce Jeugdhulp 2.0. Overeenkomstig de planning ligt er voor 1 januari 2023 een doelgericht, laagdrempelig, lokaal op maat gesneden preventieprogramma voor de jeugd voor, dat periodiek wordt gemonitord en bijgesteld. Omdat elke wijk en/of buurt anders is, zal op deze schaal de planning, programmering en uitvoering worden georganiseerd. Gestart wordt allereerst met één wijk en bij welslagen en een positieve succesvolle eindevaluatie zal de aanpak vervolgens ook uitgerold worden over de andere wijken. Intensieve samenwerking geldt ook hier als een belangrijk uitgangspunt. De proeftuin Preventie wordt ontwikkeld samen met alle betrokken relevante stakeholders, organisaties, verenigingen, inwoners, scholen, kinderopvang, overige lokale partners en adviesraden, en zal worden gericht op de drie gebieden “gezondheid”, “veiligheid” en “kansrijk”, waarmede de brug naar het programma VIE is geslagen. Voor wat betreft de keuze van initiatieven en interventies wordt eveneens over onze gemeentegrenzen heen gekeken. De op deze wijze geïnventariseerde bewezen effectieve interventies die elders succesvol zijn gebleken worden op hun lokale toepasbaarheid met kans van slagen beoordeeld en getoetst.
61
Het hanteren van de menselijke maat bij de totstandkoming en uitvoering van regelgeving Relatie met taakveld(en): 6.3 Het project “participeren in beweging” wordt in 2023 verder geborgd. Een van de belangrijkste uitgangspunten binnen onze dienstverlening is, dat er niet alleen aandacht is voor de personen die op korte termijn weer aan het werk kunnen, maar juist ook voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. We willen dat iedereen mee kan doen aan de samenleving, naar zijn of haar eigen vermogen. Daarom stimuleren we iedereen om zichzelf te ontwikkelen, ook al weten we dat een ontwikkeling richting werk niet altijd haalbaar is. Om de klant hiermee te helpen, verbinden wij hem/haar met de talrijke initiatieven binnen de stad. Door een heldere diagnose bij de instroom zorgen we voor een goede en snelle doorverwijzing richting de juiste initiatieven of projecten. Met één aanspreekpunt voor de klant voor zowel inkomen als activering kiezen we voor een integrale aanpak, die maatwerk en de menselijke maat bevordert. Die menselijke maat geven we vorm door middel van de methode van de “omgekeerde toets” die vanuit het project verder wordt ontwikkeld en ingevoerd. Hierbij zal eerst worden gekeken naar de hulpvraag van inwoners en welke maatregelen nodig zijn om deze te beantwoorden.
In tweede instantie zal op grond van de regelgeving duidelijk moeten worden hoe deze maatregelen kunnen worden vormgegeven. Met het project “Participeren in beweging” als stabiele basis, zullen verdere stappen gezet worden richting een integrale afstemming en samenwerking binnen het gehele sociaal domein.
Integraal jeugdbeleid en jongerenvoorzieningen Relatie met taakveld(en): 6.1 “Meer grip op de jeugdzorg” Wat willen we bereiken? Zo veel mogelijk Kerkraadse kinderen en jongeren groeien in Kerkrade normaal, gezond en veilig op. Ze worden volwassen en kunnen later voor zichzelf zorgen en meedoen in Kerkrade. Ouders, familie en vrienden ondersteunen daarbij zoveel als mogelijk is. Als er dan toch nog hulp nodig is, zorgt de gemeente Kerkrade daarvoor. Niet alleen maar samen met de inwoners, zorgverleners en andere organisaties. Dan zijn er genoeg vrijwilligers en professionals die daar veel verstand van hebben en echt helpen. Daar hoeft niet lang op te worden gewacht, het duurt zo kort als mogelijk en zo lang als nodig is. Nu kost dit de gemeente Kerkrade nog veel geld. Meer dan we daarvoor van de regering krijgen. Het verschil tussen de uitgaven en inkomsten voor jeugdhulp willen we zo klein mogelijk maken. Wat gaan we er in 2023 voor doen? Lokaal in Kerkrade: • De integrale visie op het sociaal domein in Kerkrade wordt uitgewerkt. De wijze waarop lokaal en regionaal jeugdzorg wordt georganiseerd en uitgevoerd wordt daarop afgestemd.
• Vervolg verbeterplannen en proeftuinen van de Taskforce jeugdhulp (in samenhang met 1): • Preventie • Goede toegang tot jeugdhulp via de gemeente • Eigen kracht versterken • Integrale hulp • Volwassen en zelfstandig worden • Werken op basis van informatie • Werken in de wijk Subregionaal in Parkstad (gemeenten Brunssum, Kerkrade en Simpelveld): • Ontwikkeltraject ambulante jeugdhulp De ambulante jeugdhulp moet en gaat veranderen. Dat heeft te maken met de huidige stand van zaken, de landelijke hervormingsagenda en de regionale en lokale visie op de jeugdzorg. Hiermee willen we bereiken: • Normalisering • Integraliteit
62
• • •
Regie Financieel houdbaar systeem Inzicht in aantallen en cijfers
Deze opgaven vereisen de tijd om te kunnen ontwikkelen. Daarom is een structurele samenwerkingsrelatie nodig. In 2023 wordt samen met de gemeenten Brunssum en Simpelveld, 2 tot 5 geselecteerde aanbieders jeugdhulp, het voorliggend veld (welzijnswerk, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs en huisartsen) een plan gemaakt voor het ontwikkeltraject vanaf 2024. Regionaal in Zuid-Limburg: • Ontwikkelagenda gesloten en intensief klinische Jeugdhulp Zuid-Limburg. De ambitie is om het aantal jeugdigen binnen de gesloten en intensief klinische jeugdhulp te verminderen en de gemiddelde opnameduur te verkorten. De door te maken ontwikkeling is gericht op zorg: • thuis of zo thuis mogelijk • geïntegreerd in de totale ondersteuning van een gezin • zo lang en intensief als nodig • en zo licht en kort als mogelijk. • Ontwikkelagenda jeugd wonen (pleegzorg, gezinshuizen, leefhuizen). Met de aanbieders die deze woonvormen verzorgen is een ontwikkeling afgesproken die is gericht op: • Integraal samenwerken: Het gaat hierbij om de integraliteit van zorgverlening in brede zin. • Normaliseren • Eerder juiste hulp op maat bieden • Prestatiemeting en sturen op resultaat Het hanteren van de menselijke maat bij de totstandkoming en uitvoering van regelgeving Integraal jeugdbeleid en jongerenvoorzieningen.
63
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 6
REK.
Sociaal domein
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2022
2023
2021
2024
2025
2026
LASTEN 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
3.452
5.477
3.599
3.746
3.261
3.441
6.2 Wijkteams
4.160
5.894
4.166
4.195
4.265
4.265
6.3 Inkomensregelingen
32.583
39.714
27.927
28.619
28.929
29.939
6.4 Begeleide participatie
19.901
17.350
18.124
17.613
17.313
19.013
6.5 Arbeidsparticipatie
2.979
4.684
3.877
3.613
3.881
2.097
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
2.642
2.443
2.281
2.177
2.085
1.986
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
16.650
19.645
19.124
19.829
20.357
20.107
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
17.693
19.513
21.788
21.656
21.629
21.937
71
166
166
166
166
166
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
TOTAAL LASTEN
100.131 114.886 101.053 101.615 101.886 102.950
BATEN 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
507
6.2 Wijkteams
376
240
240
240
240
125
240
0
0
0
0
6.3 Inkomensregelingen
31.741
26.757
26.090
25.249
26.149
27.149
6.4 Begeleide participatie
977
0
0
0
0
0
6.5 Arbeidsparticipatie
24
48
0
0
0
0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
16
11
11
11
11
11
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
719
625
565
565
565
565
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
15
13
0
0
0
0
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
0
10
10
10
10
10
34.125
28.080
26.916
26.075
26.975
27.975
TOTAAL BATEN
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2022
2023
2024
2025
2022 2026
2026
I Reguliere investeringen 6.6
Wmo-hulpmiddelen
v
e
850
425
425
425
425
2.550
6.6
Wmo-trapliften
v
e
150
75
75
75
75
450
u
-
15
0
0
0
0
15
1.015
500
500
500
500
3.015
III Leningen 6.1
Catharinahoes
Totaal Programma 6
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
64
D. Toelichting op financiële mutaties en overige zaken Financiële mutaties Exploitatie Integratie Sociaal Domein Het Sociaal Domein heeft in financiële zin te maken met twee negatieve implicaties, de kostenkant binnen de jeugdzorg blijft stijgen en de inkomstenkant bij de BUIG daalt. Door de integratie van het Sociaal Domein in de totale begroting worden de geprognosticeerde tekorten per stand begroting 2023 geëlimineerd. De dynamiek in het Sociaal Domein is echter groot en de ontwikkelingen met de daarbij gepaard gaande risico’s stapelen zich op. Uiteraard wordt een en ander strak gemonitord.
Investeringen Niet van toepassing.
Overige vermeldenswaardige zaken Niet van toepassing.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
Periode
Kerkrade
Nederland
Limburg
Banen
CBS/LISA
2021
566
805,5
772,1
Jongeren met een delict voor de rechter Kinderen in uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie Werkloze jongeren Personen met een bijstandsuitkering
CBS
Aantal per 1.000 inwoners 15-64 jaar %
2020
1
1
1
CBS
%
2020
10
6
7
CBS
%
2021
62,6
70,4
67,3
CBS CBS
2020 2021
3 540,1
2 431,2
2 381,7
Lopende reintegratievoorzieningen
CBS
2020
236,3
202
165,6
Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming
CBS
2021
17,3
12,9
15,1
CBS
% Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar % Jongeren tot 18 jaar %
2021
2,1
1,2
1,6
Jongeren met jeugdreclassering
CBS
%
2021
0,5
0,3
0,4
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
CBS
Aantal per 10.000 inwoners
2021
1160
n.v.t.
816
65
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
2017
Maatschappelijke participatie * Cliënten WMO (31dec.) Toegekende rolvoorzieningen Toegekende vervoersvoorzieningen Toegekende woonvoorzieningen Toegekende voorzieningen hulp bij het huishouden** Toegekende voorzieningen begeleiding Vrijwilligers Tevredenheid buurtvoorzieningen Sociale cohesie
burgeronderzoek
3,5
WIZ
score (0 - 10) aantal
4.530
4.613
4.689
4.747
4.867
WIZ
aantal
234
197
185
165
137
WIZ
aantal
690
634
587
719
677
WIZ
aantal
177
195
200
257
200
WIZ
aantal
832
840
1.338
1.675
1.278
WIZ
aantal
2.001
2.156
2.026
1.852
1.575
burgeronderzoek burgeronderzoek
% %
29 59
burgeronderzoek
2018
2019
2020
2021
2,9
3,3
27 65
score 5,4 5,6 (0 - 10) * De schaalscores van de maatschappelijke participatie komen vanuit de Parkstadmonitor en zijn berekend op basis van de steekproefresultaten uit het Burgeronderzoek. Onlangs is ontdekt dat de schaalscores zijn herrekend als gevolg van een omissie in de oude berekeningsmethodiek. ** In 2016 zijn door her-indicering vernieuwde voorzieningen toegekend.
66
30 60 5,5
7 Volksgezondheid en milieu
A. Algemeen Omschrijving van het programma Beschermen van de volksgezondheid van de gehele lokale bevolking, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare personen. De gemeente zorgt voor een goed en leefbaar milieu in Kerkrade. Dit doen we door bijvoorbeeld met zorg om te gaan met onze grond en gebouwen en het opwekken van duurzame energie zoals zonne-energie uit zonnepanelen. Klimaatbeleid of energiebesparing kan de aanjager zijn voor onderwijs en het scheppen van nieuwe banen door klimaat- en energieprojecten. Het bewust omgaan met natuur, gezondheid en milieu wordt waar mogelijk aangemoedigd. Hier hoort ook voorbeeldgedrag van de gemeente zelf bij. De gemeente staat op dat gebied open voor nieuwe ontwikkelingen en ideeën. Op het gebied van de inzameling van het huishoudelijk afval, controleert de gemeente Rd4. Daarnaast beheert de gemeente de riolering en begraafplaatsen.
Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Lokale heffingen (§1) en Onderhoud kapitaalgoederen (§3). Voor het project VIE, zie programma 5 (programmalijnen) en programma 8 (fysieke realisatie).
Taakvelden 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen
B. Speerpunten van beleid Stimuleren van burgers voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen Relatie met taakveld(en): 7.4 Om inwoners meer bewust te maken van het belang van duurzaamheid blijven we hen informeren. De WoonWijzerWinkel Limburg (WWW-L) helpt inwoners bij bijvoorbeeld het verduurzamen van hun woning. Zeker nu energiearmoede voor veel inwoners een risico is, helpen we onze inwoners door de inzet
67
van gerichte acties met onder andere de Rijksmiddelen (SPUK-middelen) die de gemeente daarvoor heeft ontvangen. Na de start in het najaar 2022 gaan we hiermee in 2023 verder. Inwoners (in zowel huur- als koopwoning) die een risico op energiearmoede hebben, kunnen gratis gebruikmaken van een energiebespaarcoach en ontvangen een budget om zelf (kleine) energiebesparende maatregelen aan te schaffen. Dit blijven we in nauwe samenwerking met de andere Parkstadgemeenten en de WWW-L uitvoeren. Tegelijkertijd doen wij een beroep op bestaande netwerken in de wijken en onze sociale partners. Daarnaast is in 2022 het Energie & Klimaatfonds Kerkrade opengesteld om inwoners ook financieel meer mogelijkheden te geven om te verduurzamen. In 2023 evalueren we dit fonds en kijken we naar een vervolgaanpak. Ook vragen we inwoners om samen met de gemeente te werken aan de overstap naar andere vormen van energie om hun huizen en panden te verwarmen. Een voorbeeld hiervan is om op de lange termijn af te stappen van aardgas naar een hernieuwbare vorm van energie. In 2023 werken we de Transitievisie Warmte verder uit. Ook werken we (samen met de regio) een isolatie- en verduurzamingsprogramma uit om onze inwoners hierbij zoveel mogelijk te ondersteunen en ontzorgen. Op basis van de RES Zuid Limburg en PALET wordt ingezet op het stimuleren van het opwekken van zonneenergie op de grote daken.
Het uitvoeringsprogramma PALET 3.0 wordt geëvalueerd. Het lopende onderzoek naar een eventueel regionaal energiebedrijf In Parkstadverband of op Zuid-Limburgse schaal continueren we in 2023. Tenslotte onderzoeken we samen met gemeente Landgraaf en stadsregio ParkstadLimburg de mogelijkheden om grensoverschrijdend samen te werken met Herzogenrath op het gebied van duurzame energie.
De gevolgen van klimaatverandering onder controle krijgen Relatie met taakveld(en): 7.2 Klimaatadaptatie omvat de vier thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Kerkrade moet klimaatbestendig en waterrobuust worden ingericht om ons aan te passen aan de extremere weersomstandigheden. In 2020 en 2021 is in regionaal verband gewerkt aan de ‘Klimaatadaptatiestrategie Parkstad Limburg’ en het ‘Actieprogramma Klimaatadaptatie Parkstad Limburg’. De strategie is op 12 april 2022 behandeld in het college en wordt verder uitgewerkt door de kwetsbaarheden voor iedere gemeente in de regio Parkstad Limburg in beeld te brengen. Daarna volgt vaststelling van de strategie in de gemeenteraden in de eerste helft van 2023 en het in uitvoering nemen van het vastgestelde actieprogramma. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. Uitvoering wordt voor een deel in regionaal verband opgepakt. Verder wordt bij het opstellen van de gemeentelijke Omgevingsvisie de klimaatadaptatiestrategie opgenomen en uitgewerkt in programma’s (bijv. duurzaamheid en Vie/gezondheid) en het Omgevingsplan. Gemeente Kerkrade is in 2022 aangesloten bij de Stichting Steenbreek, die de trend van de verstening wil stoppen, zowel in de publieke als private ruimte en onze leefomgeving in Nederland duurzaam wil vergroenen.
De bescherming van biodiversiteit en oplossingen aandragen voor klimaatadaptatie zijn de belangrijkste vertrekpunten. De vergroening heeft ook een positief effect op gezondheid & welzijn en de sociale cohesie. Stichting Steenbreek richt zich op deze aspecten. De kennis en kunde die voorhanden en opgedaan zijn bij stichting Steenbreek en andere Nederlandse gemeenten stellen ons in staat om strategische keuzes te maken om onze stad duurzaam en toekomstbestendig te maken op het gebied van klimaatadaptatie. Vanaf 2023 nemen we deze kennis mee in onze projecten.
Windmolens worden alleen geplaatst, als 95 tot 100% van de direct omwonenden instemt Relatie met taakveld(en): 7.4 In de RES1.0 heeft de gemeenteraad onder andere zoekgebieden vastgesteld voor windenergie in Kerkrade. Draagvlak onder omwonenden is hierbij heel belangrijk. Omwonenden worden daarom nauw betrokken bij eventuele plannen en een draagvlakmeting wordt betrokken bij besluitvorming. Uitgangspunt is dat windmolens alleen worden geplaatst, als 95 tot 100% van de direct omwonenden instemt.
68
Bevorderen van een circulaire economie Relatie met taakveld(en): 7.4 In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Makers van producten houden bij het ontwerp al rekening met hergebruik. In het landelijke Grondstoffenakkoord staan afspraken om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. De gemeente is aangesloten bij het in Parkstadverband ontwikkelen van een regionale strategie voor Circulaire Economie en werkt mee aan het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor Circulair Bouwen. De lokale insteek zou kunnen zijn om daarnaast, waar mogelijk, het laaghangend fruit te plukken in plaats van in te zetten op het ontwikkelen van een lokaal beleid/ambitie. Denk bijvoorbeeld aan aansluiten bij projecten (vergelijkbaar met Super Local)/experimenten, ervaring op doen met een circulair inkoop/aanbesteding, ed. In 2023 werken we verder aan de uitwerking hiervan. Bij circulariteit willen we verder leren van voorbeeldsuccessen van gemeente Amsterdam. Op basis van de strategische visie werken we concrete acties uit die we integraal willen oppakken binnen onze gemeente. Bij de Urban Mining Scan worden ook bedrijven uit de regio, en dus ook Kerkrade, betrokken om enerzijds hun behoeftes mee te nemen en anderzijds hen mee te nemen in circulariteit.
69
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 7
REK.
Volksgezondheid en milieu
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2022
2023
2021
2024
2025
2026
LASTEN 7.1 Volksgezondheid
2.598
3.146
2.832
2.833
2.833
2.833
7.2 Riolering
3.448
3.087
3.151
3.178
3.167
3.173
7.3 Afval
4.421
4.817
4.800
4.800
4.800
4.800
7.4 Milieubeheer
1.680
3.049
856
810
803
797
166
154
154
154
154
154
12.313
14.251
11.792
11.774
11.756
11.756
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
TOTAAL LASTEN BATEN 7.1 Volksgezondheid
185
45
0
0
0
0
7.2 Riolering
5.773
5.539
5.629
5.679
5.678
5.694
7.3 Afval
6.249
6.273
6.285
6.288
6.288
6.287
7.4 Milieubeheer
982
1.393
1
1
1
1
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
76
54
54
54
54
54
13.265
13.304
11.970
12.023
12.021
12.037
TOTAAL BATEN
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2022
2023
2024
2025
2022 2026
2026
I Reguliere investeringen 7.4
Klimaatadaptie
u
e
50
250
250
250
250
1.050
v
e
2.600
2.250
1.900
1.800
1.800
10.350
II Overige investeringen 7.2
Riolen
III Leningen 7.4
Woonwijzerwinkel
u
-
45
33
35
0
0
113
7.4
Energie- en Klimaatfonds
u
-
2.000
0
0
0
0
2.000
4.695
2.533
2.185
2.050
2.050
13.513
Totaal Programma 7
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
D. Toelichting op financiële mutaties en overige zaken Financiële mutaties Exploitatie GGD (7.1) De gemeente Kerkrade heeft een positieve zienswijze afgegeven ten aanzien van de begroting 2023 van de GGDZL. Vervolgens heeft het algemeen bestuur van de GGDZL (rekening houdend met de zienswijzen van de Zuid-Limburgse gemeenten) de GGD-begroting 2023 vastgesteld.
70
In de GGD-begroting is een aantal ontwikkelingen en ambities verwerkt. Deze brengen extra kosten met zich mee. Het aandeel van de gemeente Kerkrade hierin is € 158.000, --. De ontwikkelingen hebben betrekking op indexering en wet- en regelgeving. De ambities vloeien voort uit het regionaal gezondheidsbeleid. Dit regionaal gezondheidsbeleid en het Kerkraads beleid ten aanzien van gezondheid en vitaliteit liggen in elkaars verlengde en dragen bij aan elkaars doelstellingen. Klimaatakkoord (7.4) Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van € 40 miljoen. De extra middelen worden van uit het Rijk voor de uitvoering van het Klimaatakkoord uitgekeerd via de algemene uitkering in het gemeentefonds. Voor 2022 is hiervoor € 300.000 beschikbaar.
Investeringen Klimaatadaptie (7) Door het Rijk is de opgave gesteld om Nederland voor 2050 “klimaatproof” en “waterrobuust” te maken en in te richten. Deze ambitie is vastgelegd in de Nationale Klimaatadaptatie Strategie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (hierna DPRA) met de verplichting om dit in regionaal verband uit te werken. De regio Parkstad Limburg heeft dit gedaan en begin 2022 de regionale klimaatadaptatiestrategie afgerond. Deze strategie is behandeld in de colleges van alle Parkstadgemeenten. De klimaatadaptatiestrategie Parkstad met een actieprogramma zal in het najaar van 2022 voor vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad en uiteindelijk opgenomen worden in de gemeentelijke Omgevingsvisie. Om gemeenten bij klimaatprojecten financieel op weg te helpen zijn vanuit het Deltaprogramma subsidiegelden beschikbaar. In 2022 en 2023 kunnen gemeenten in regionaal verband een aanvraag indienen voor een subsidie in het kader van het DPRA. Hiervoor wordt in het investeringsprogramma voor 2022 een bedrag van € 50.000 begroot en vanaf 2023 structureel € 250.000. Riolen (7) Bij het uitvoeren van reconstructies aan wegen worden rioolrenovaties samen uitgevoerd. Voor het jaar 2022 en 2023 wordt de bestaande reeks in het investeringsprogramma met respectievelijk € 90.000 en € 200.000 verhoogd.
Energie en klimaatfonds (7) Op 20 juli 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd met het instellen van het Energie- & Klimaatfonds Kerkrade. De directe aanleiding voor dit fonds was een motie, aangenomen door de gemeenteraad op 3 november 2021, waarin het college is opgeroepen een Duurzaam Energie en Klimaatfonds in te voeren voor de verduurzamen van particuliere woningen in Kerkrade. Het fonds is per 15 september 2022 opengesteld met een budget voor een eerste tranche van € 2.000.000.
Overige vermeldenswaardige zaken Schoon, Heel & Veilig: Zwerfafval (7.3) Kerkrade streeft naar een schone openbare ruimte met als motto: ‘Schoonmaken doet schoonhouden’. We gaan ervan uit dat in een schone omgeving minder zwerfafval ontstaat dan in een reeds vervuilde omgeving. Onze aanpak van het zwerfafval voeren wij uit met ondersteuning van het landelijk instituut Nedvang. Ook werken wij samen met Nederland Schoon. De aanpak is meerjarig. In 2023 blijven de twee zwerfvuilteams van Werkgeversservicepunt (WSP) Parkstad en Relim actief. Daarnaast maken we gebruik van moderne machines en materiaal. We ondersteunen schoonmaakacties van onze inwoners, scholen en buurtverenigingen. Zoals elk jaar blijven we het zwerfafval meten volgens landelijke kwaliteitsnormen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de Corona pandemie blijft extra aandacht nodig voor zwerfafval in de groengebieden en aan de 700 afvalbakken in de stad. De aanpak van illegale afvalstortingen zetten wij samen met RD-4 voort.
71
Warmteplan Kerkrade (7.4) Elke gemeente in Nederland is verplicht om een warmteplan door de raad te laten vaststellen. Dit warmteplan beschrijft een planning voor de overgang naar een andere bron om te verwarmen en te koken. We noemen dat de warmtetransitie waarbij we gaan naar een aardgasvrije omgeving. We willen hiermee de uitstoot van koolstofdioxide beperken uit onze gebouwen. Het doel is om deze uitstoot in 2050 naar nul te brengen. Voor alle buurten moet bekend zijn waardoor aardgas wordt vervangen. Dit is vastgelegd in een Warmteplan. Hiervoor moeten we weten wat de verbruiken van aardgas zijn en moeten we ook weten welke andere mogelijkheden we hebben. Bij het verder uitwerken van deze plannen betrekken we de raad, maar ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Begraafplaatsen (7.5) Begraafplaatsen zijn voor veel inwoners en bezoekers belangrijke plekken. In Kerkrade bevinden zich 6 gemeentelijke begraafplaatsen. Daarnaast zijn er meerdere begraafplaatsen in eigendom en beheer bij parochies of particulieren. De gemeente besteedt veel aandacht aan beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen. Omdat de overheid geen chemische bestrijdingsmiddelen mag gebruiken, bestrijden we het onkruid met de hand, met hete lucht en met heet water. De nabestaanden (‘rechthebbenden’) zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven zelf.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn in totaal 5 oorlogsgraven aanwezig. Het onderhoud en beheer van deze graven voeren wij uit in samenwerking met de nationale Oorlogsgravenstichting.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit
Bron
Eenheid
Periode
Kerkrade
Nederland
Limburg
CBS
Kg/inwoner
2020
150
170
113
RWS
%
2020
8
26,9
10,3
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
2017
2018
2019
2020
2021
kosten kwijtschelding in relatie tot kosten afvalverwerking kosten kwijtschelding in relatie tot kosten riolering eigen oordeel matige of slechte gezondheid
BsGW/ Milieu en Bouwen
%
10,8
10,5
8,1
6,8
7,5
BsGW/ Stedelijk Beheer
%
10,6
11,3
11,8
8,8
9,2
burgeronderzoek
%
24
ervaren goede gezondheid volwassenen aangeboden restafval aangeboden GFT
GGD Zuid Limburg
% ≥ 18 jaar
Rd4-monitor
tonnage
7.068
6.582
6.415
6.860
6.646
Rd4-monitor
tonnage
4.576
4.883
5.018
5.645
5.754
72
24
n/b
69,1
8 Wonen, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
A. Algemeen Omschrijving van het programma Het scheppen van optimale condities voor het woningaanbod en de woon- en leefomgeving alsook een wervend vestigingsklimaat.
Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen (§3) en Grondbeleid (§7).
Taakvelden 8.1 8.2 8.3 8.4
Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Implementatie Omgevingswet
B. Speerpunten van beleid Inzetten op een verantwoorde mix van woningaanbod Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 In deze paragraaf worden kort de actuele ontwikkelingen genoemd. In ‘§7. Grondbeleid’ zijn de activiteiten beschreven. Vigerende beleidsdocumenten: a. Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (2016) b. Regionale woonvisie Parkstad Limburg en lokale woonvisie gemeente Kerkrade 2017-2021 (2017) c. Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen’ (2021) d. Beleidsregel ‘Wijziging bestemming/gebruik naar wonen gemeente Kerkrade’ (2021)
73
e. Beleidsregel ‘Woningsplitsing gemeente Kerkrade’ (2021). Algemene ontwikkelingen: De woningmarkt is flink in beweging. En ook met een hoge snelheid. Dit betekent snel schakelen en omslag van beleid. De belangrijkste ontwikkelingen van afgelopen tijd zijn de volgende: • Invloed algemene economie op de woningmarkt: De afgelopen jaren was de rente laag en was er geld genoeg om woningen te kopen. De prijzen van woningen werden hoger. Nu het economisch weer onzekerder wordt, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, stijgen de hypotheekrentes weer en is energie duur geworden. Het is afwachten wat dit voor effect heeft op de woningmarkt. • Positief migratiesaldo op regionaal niveau: hierdoor daalde de bevolking minder hard dan eerder berekend. Waardoor er een kleiner overschot op de woningmarkt is. • Andere woonbehoefte/kwalitatieve behoefte: er is vraag naar nultredenwoningen en naar duurzame woningen. De kwaliteit van woningen is steeds belangrijker geworden. De bestaande voorraad moet daarom vernieuwd worden. Dat kan door nieuwbouw, door herstructurering (sloop en herbouw) en door renovatie. Van ‘sturen op aantallen woningen’ naar ‘volkshuisvesting en leefbaarheid’: De regio Parkstad Limburg en dus ook gemeente Kerkrade komt uit een periode waarin bevolkingsdaling en leegstand leidend waren bij het sturen op aantallen woningen.
Tegenwoordig worden volkshuisvesting en leefbaarheid in samenhang bekeken: wat heeft een wijk/buurt nodig? Enerzijds gaat dit om de kwaliteit van de woningen zelf (type woning, doelgroep, betaalbaarheid, duurzaamheid). Anderzijds gaat het ook om de huisvesting van aandachtsgroepen, de bijbehorende zorgvraag en de invloed op de leefbaarheid van een buurt/wijk. Van een ‘terughoudend nieuwbouwbeleid’ naar een ‘aanvallend woonbeleid’: Woonoffensief Kerkrade heeft gekozen voor een voor een woonoffensief, waarbij gekozen wordt voor het bouwen van kwalitatief goede woningen. Nieuwbouwplannen krijgen dus ruim baan, maar moeten wel voldoen aan de kwalitatieve behoefte. We willen meebewegen met ontwikkelingen oftewel de juiste woning op de juiste plek: betaalbaar, levensloopbestendig, duurzaam, in een juiste (niet te hoge) dichtheid en op plekken die goed zijn voor de ontwikkeling van de stad. We kiezen daarbij ook voor een kwalitatieve goede woonomgeving als integraal onderdeel van een woningbouwplan. Naast ‘aanpakken sociale woningen’ ook ‘verbetering van koopwoningen’: In de periode 2010-2016 is vooral de sociale woningvoorraad in samenwerking met de corporaties aangepakt. De corporaties zijn nog niet klaar. Zij blijven zich richten op verbetering van hun voorraad. Daarnaast pakt de gemeente i.s.m. de regio en de corporaties de verbetering van koopwoningen op.
Bijvoorbeeld door samen ‘kwetsbare’ koopwoningen in nabijheid van sociale huurwoningen aan te pakken. We onderzoeken regelingen voor particulieren waarbij zij kunnen meeliften op grootschalige renovatieplannen. Ook worden Rijksregelingen gebruikt voor aankoop van (kwetsbare) koopwoningen. Steeds meer integrale aanpak: De vernieuwing van de woningen gaat hand in hand samen met investeringen vanuit andere domeinen. Vanuit de volkshuisvesting gaat het over aantallen en typologie. Het gaat ook over goed, gezond, veilig wonen voor iedereen. Er wordt al aantal jaren samengewerkt bijvoorbeeld bij de aanpak van ondermijning, illegaal wonen en de aanpak van schuldenproblematiek via o.a. de Voorzieningenwijzer. Nieuwe woningbouwplannen worden ook getoetst aan o.a. stedenbouwkundige uitgangspunten en klimaatadaptief bouwen. Het rijk neemt meer de regie over de woningmarkt: In het regeerakkoord heeft wonen een belangrijke positie gekregen. Het rijk heeft de ‘Nationale Woon&Bouwagenda’ uitgebracht. Met deze agenda neemt het rijk de regie op de volkshuisvesting, met als doelen: 1) beschikbaarheid: realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030, waarvan 2/3 betaalbaar; 2) betaalbaarheid: betere aansluiting van woonlasten bij het inkomen; 3) kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare gebieden en duurzame huisvesting voor iedereen bereikbaar.
De zes programmalijnen in de Nationale Woon-&Bouwagenda zijn: 1) Programma Woningbouw 2) Programma Betaalbaar Wonen
74
3) Programma Een thuis voor iedereen 4) Programma Wonen en zorg voor ouderen 5) Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving 6) Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Het rijk wil via bindende prestatieafspraken (Woondeals) met provincies de doelen bereiken. Ook komen er bindende prestatieafspraken met corporaties als ruil voor de afschaffing van de verhuurdersheffing. Daarnaast investeert het rijk ook in de woningbouw door nieuwe tranches van de Regio Deal, het Volkshuisvestingsfonds en de Woningbouwimpuls. Focus 2023 e.v.: De focus ligt komende periode op: Aanvalsplan/woonoffensief nieuwe woningbouwplannen Opstellen nieuwe regionale/lokale woonvisie Kwalitatieve verbetering van de woningen en de woonomgeving Onderzoeken en aanvragen nieuwe (tranches) van rijksregelingen Uitvoering van projecten op de woningmarktprogrammering Samenwerking op regionaal niveau Samenwerking tussen domeinen
Goede inbedding van de Omgevingswet en Omgevingsvisie Relatie met taakveld(en): 8.4 De Omgevingswet biedt de basis voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving. De nieuwe wet biedt mogelijkheden tot maatwerk en bevordert een snelle en eenvoudige besluitvorming. Burgerparticipatie speelt een belangrijke rol bij de implementatie van de Omgevingswet. De invoeringsdatum staat nog op 1 januari 2023, maar de kans op uitstel is aanwezig. Het traject om te komen tot een Omgevingsvisie start begin 2023 en heeft een verwachte doorlooptijd tot medio zomer 2024. Vaststelling is in ieder geval voorzien vóór 2025. In de omgevingsvisie wordt nieuw strategisch omgevingsbeleid opgenomen over o.a. wonen, werken, klimaat, groen en landschap, voorzieningen (winkel, sport, zorg, onderwijs etc.), cultuurhistorisch erfgoed, gezondheid en mobiliteit. Hierbij worden eveneens zaken afgestemd en opgepakt op regionaal niveau. Burgerparticipatie speelt een belangrijke rol bij de Omgevingswet. Burgerparticipatie wordt in ieder geval ingezet bij de kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsplan, het programma en de omgevingsvergunning.
75
Realiseren stedenbouwkundige her-invulling van het terrein rondom Kaalheide, onder meer via 'Kaalheide bruist' Relatie met taakveld(en): 8.2 Het ruimtelijk voorkeursscenario waarbij er stedenbouwkundig voldoende ruimte is voor Roda JC, Achilles TOP en Kaalheide Bruist (een vernieuwend woon-zorgconcept) wordt getoetst op financiële haalbaarheid door alle betrokken partijen. Op basis van een positieve uitkomst voor alle partijen wordt gekomen tot concrete afspraken om tot realisatie te komen. Er wordt gestreefd naar gemeentelijke besluitvorming in het eerste kwartaal van 2023.
Implementeren van wijk- en buurtbudgetten Relatie met taakveld(en): 8.2 Het leefbaarheidsbudget heeft tot doel de leefbaarheid in de wijk te verbeteren en de actieve betrokkenheid, de zelfwerkzaamheid en de onderlinge samenwerking van inwoners, ondernemers en andere partners in de wijk te stimuleren, een en ander als onderdeel van participatie. Er zijn diverse praktijkvoorbeelden van alle 5 stadia van bewonersparticipatie. Die voorbeelden gaan van het hoogste niveau van participatie, co-creatie tot de laagste vorm, het informeren van de inwoners. Het is altijd maatwerk. Om een meer actievere rol te kunnen vervullen, vragen bewoners om structureel (extra) financiële ondersteuning.
Herinvulling ruimte voormalig complex D’r Pool Relatie met taakveld(en): 8.2 De voorbereidingen van de sloop van D’r Pool zijn in volle gang om in de eerste helft 2023 tot uitvoering over te gaan. Het stedenbouwkundig plan is afgerond en vormt de basis voor een zogenaamde tender om tot de juiste ontwikkelaar te komen. Dit met de bedoeling om eind 2023/begin 2024 met de daadwerkelijke realisatie van het project te komen. Het nieuwe stedenbouwkundig plan voor D’r Pool voorziet in ca. 50 woningen (zowel stadswoningen als appartementen) en een gezamenlijke stallingsgarage. Met de realisatie van appartementen en woningen in het luxere en duurdere segment wordt een doorstroming in de woningmarkt nagestreefd en worden voor de beoogde doelgroepen woningen aangeboden die nu niet of in ieder geval in onvoldoende mate beschikbaar zijn in Kerkrade. Daarnaast zijn deze woningen uiteraard ook interessant voor woningzoekenden uit de regio die op zoek zijn naar kwalitatief hoogwaardige woningen op een aantrekkelijke locatie met een goed voorzieningenniveau.
Gemeentelijke infrastructuur Relatie met taakveld(en): 8.2 De knelpunten in de gemeentelijke infrastructuur worden onderzocht en zullen dienen als onderlegger voor het programma wegreconstructies en civieltechnische kunstwerken
76
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 8
REK.
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2022
2023
2021
2024
2025
2026
LASTEN 8.1 Ruimtelijke ordening
503
484
441
441
441
441
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
502
1.597
23
23
23
23
8.3 Wonen en bouwen
3.557
6.042
3.336
3.010
3.001
2.991
TOTAAL LASTEN
4.562
8.123
3.799
3.473
3.465
3.454
78
97
29
29
29
29
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
1.107
1.886
271
168
168
168
8.3 Wonen en bouwen
3.128
3.704
462
462
462
462
TOTAAL BATEN
4.314
5.688
762
659
659
659
BATEN 8.1 Ruimtelijke ordening
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2022
2023
2024
2025
2022 2026
2026
I Reguliere investeringen 8.1
Proj. Volkshuisvestingfonds
u
m
280
280
280
280
280
1.400
8.3
VIE (fysiek)
u
m
1.500
0
0
0
0
1.500
8.3
Super Local infra
u
m
450
0
0
0
0
450
8.3
Transferium
u
e/m
600
0
0
0
0
600
8.3
Gbe Rolduckerveld
u
m
450
450
450
450
450
2.250
8.3
Stadsvernieuwing
u
m
500
0
0
0
0
500
u
-
500
0
0
0
0
500
4.280
730
730
730
730
7.200
III Leningen 8.3
Startersregeling
Totaal Programma 8
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
D. Toelichting op financiële mutaties en overige zaken Financiële mutaties Exploitatie Werkbudget wonen stedelijke ontwikkeling (8.1) Om de ontwikkelingen op het beleidsterrein Wonen goed te kunnen volgen en hierop te anticiperen is een werkbudget noodzakelijk, onder andere v.w.b. de woningvoorraad, woningbehoefte etc. De nieuwe woonvisie Parkstad is in de maak en krijgt – na vaststelling – een verdiepingsslag op Kerkraads niveau. Specifieke zaken uit een onlangs gehouden RIGO-onderzoek die op korte termijn onderzocht worden zijn woningvoorraadbeheer, opkoopbescherming en verhuurdersvergunning. Voor dergelijke onderzoeken is
77
geen budget voorhanden, terwijl de noodzaak hiertoe groot is. Voor 2022 is een bedrag van € 50.000 begroot en vanaf 2023 structureel € 75.000. Omgevingswet (8.3) Vanuit het gemeentefonds draagt het Rijk in totaal € 150 miljoen bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voor deze transitie is in 2022 een bedrag van € 200.000 gelabeld. Wet kwaliteitborging bouwen (8.3) Voor de financiële impact van de Omgevingswet (Ow) en specifiek de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) wordt in 2022 (verder) inzichtelijk gemaakt wat de precieze gevolgen zijn voor de gemeente Kerkrade. Met name de te verwachte afname van de legesinkomsten en verschuiving van werkzaamheden en taken, met name bij de afdeling Milieu en Bouwen, zijn cruciaal. Op grond van de meicirculaire 2022 met daarin de hoogte van het indicatieve compensatiebedragen voor de Ow en Wkb (eenmalig en structureel), de interne memo Ow en begroting naar aanleiding van deelname aan de VNG-werkplaats en de resultaten van de nog uit te voeren impactanalyse zal in het derde kwartaal van 2022 een separate nota worden opgesteld ter voorbereiding van de behandeling van de (meerjaren)begroting voor het programma “Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing” en de paragrafen 8.3 “Wonen en Bouwen” en 8.4 “Implementatie Omgevingswet”.
Voor 2022 is een bedrag van € 53.000 en vanaf 2023 is er structureel € 22.000 beschikbaar. Leges (8.3) Het totaal aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen is in Kerkrade (conform een landelijke trend) in 2022 toegenomen, mogelijk als gevolg van de Corona-crisis. Derhalve kan het voor 2022 begrote bedrag voor legesinkomsten met € 100.000 positief worden bijgesteld. Diverse overige posten (diverse taakvelden pr. 8) Vanaf 2022 is er structureel € 10.000 begroot voor het faciliteren van evenementen. Voor wijkontwikkeling/burgerparticipatie is er vanaf 2023 structureel € 25.000 geraamd. Verder is er voor aandacht toegankelijkheid in de openbare ruimte vanaf 2023 jaarlijks € 30.000 begroot.
Investeringen Gebiedsexploitatie Rolduckerveld (8) Er heeft een herberekening plaatsgevonden van de gebiedsexploitatie Rolduckerveld. Enerzijds vanwege de kostenstijgingen die de afgelopen periode naar voren zijn gekomen, anderzijds vanwege aanvullende zaken die in samenwerking met onze contractpartners HEEMwonen en Wonen Zuid worden afgesproken. Eén van deze zaken is om een zogenaamd brandingstraject van Rolduckerveld op te zetten. Hiervoor wordt de reeks in het investeringsprogramma vanaf 2022 structureel met € 200.000 verhoogd.
Overige vermeldenswaardige zaken Demografische ontwikkelingen (bevolkingsafname en verandering bevolkingssamenstelling) De bevolking in Kerkrade neemt sinds de jaren negentig van de vorige eeuw af. De prognose is dat de daling zich op basis van de laatstverschenen update van de Etil-prognose 2019 een stuk langzamer gaat dan eerder is aangenomen. De demografische veranderingen hebben invloed op de ontwikkeling van Kerkrade. Op het gebied van woningen en bedrijfsgebouwen zien we nog steeds leegstand ontstaan. De afgelopen jaren zijn er meerdere instrumenten ingezet om deze ontwikkelingen te beïnvloeden (zoals met startersleningen) en is er met bouwprojecten flink geïnvesteerd in de stad (zoals het Centrumplan, Superlocal en Vie). Ook de komende jaren wordt er flink geïnvesteerd in de stad met het zogenaamde woonoffensief. Belangrijke zaken hierin zijn het lostrekken c.q. versnellen van de realisatie van bestaande plannen en ontwikkelen van nieuwe plannen. Samen met andere Parkstadgemeenten wordt ingezet op nieuwe Rijksmiddelen, o.a. Regiodeal 2.0. De positieve ontwikkelingen worden middels stadsmarketing ook nadrukkelijk naar voren gebracht met Beleef Kerkrade.
78
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Gemiddelde WOZwaarde
CBS
Nieuw gebouwde woningen
BAG
Demografische druk Gemeenschappelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeenschappelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
CBS
Eenheid
Periode
Kerkrade
Nederland
Limburg
2021
163
290
231
2021
2,9
8,9
6,6
2022
75,4
70,3
74,4
€ 1.000 Aantal per 1.000 woningen %
COELO
€
2022
903
niet beschikbaar
877
COELO
€
2022
986
niet beschikbaar
952
2018
2019
2021
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
2017
algemene kwaliteit van de woonomgeving gesloopte woningen
burgeronderzoek
score (0 - 10)
6,8
BAG
aantal
105
2020
7,0
300
6
6,9
-
2
toegevoegde BAG aantal woningen *: - nieuwbouw 93 23 59 32 71 - verbouwing 18 11 6 87 9 leegstand woningen in BsGW Limburg % 5,0 4.4 4,1 3,9 4,2 relatie tot (woz-registratie) woningvoorraad (1 jan.) leegstand nietBsGW Limburg % 23,5 19,4 22,4 22,7 22,4 woningen in relatie tot (woz-registratie) voorraad nietwoningen (1 jan.) * De verdeling van de toegevoegde woningen naar nieuwbouw en verbouwing is aangepast. Naast de gerealiseerde nieuwbouwwoningen worden de laatste jaren ook relatief veel bestaande panden verbouwd tot woningen. Voor het krijgen van inzicht in de toename van de woningvoorraad elk jaar is besloten om naast de daadwerkelijk nieuw gebouwde woningen ook de toename middels verbouwing bestaande panden inzichtelijk te maken.
79
80
Paragrafen
81
82
§1. Lokale heffingen
Algemeen In deze paragraaf staan het beleid van en de opbrengsten over de gemeentelijke heffingen en leges. In de jaarlijkse Tarievennota staan de tarieven, uitgangspunten en ontwikkelingen.
a. Beleid lokale heffingen en kwijtschelding
Actuele ontwikkelingen Lokaal belastinggebied VNG pleit voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Momenteel wordt tussen rijk en gemeenten gesproken over een nieuwe of aangepaste financieringssystematiek. De wens is om per 2026 tot een nieuwe wijze van bekostigen te komen, waarbij verruiming van het lokale belastinggebied een te onderzoeken onderdeel is.
83
Tarievennota De tarieven 2023 moeten nog worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2023 (raad december 2022) zal de raad hierover een besluit nemen. Ook in 2023 zal een pas op de plaats worden gemaakt voor wat betreft de gemeentelijke belastingen en heffingen. In 2023 zullen de verwachte gemiddelde OZB-lasten niet stijgen. Op individueel niveau kunnen de lasten wel stijgen of dalen! Dit is afhankelijk van de specifieke kenmerken van de woning of niet-woning. Verder zullen de overige belastingen en heffingen niet gaan stijgen. We houden hiervan de gemeentelijke tarieven 2023 gelijk aan die van 2022. Soms is sprake van rijksleges (bijvoorbeeld paspoorten, rijbewijzen) of tarieven van derden (bijvoorbeeld het milieupark van RD4). Een eventuele stijging van deze niet door onszelf bepaalde tarieven zal wel worden meegenomen in de tariefstelling. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door BsGW. Bij het kwijtscheldingsbeleid wordt de maximale toegestane norm gehanteerd. Dat is 100% van de bijstandsnorm. De landelijke minimale norm is 90%. De kwijtscheldingsregeling beperkt zich tot de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing (vast tarief) en het rioolrecht. Voor het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding worden de criteria van de Invorderingswet 1990 gehanteerd.
Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, worden de kosten van kwijtschelding voor riool en afval doorbelast. Kostendekkendheid Voor zowel heffingen als rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Het gaat hier om de Rioolheffing, Afvalstoffenheffing, Markt- en marktpromotiegelden, Leges en Lijkbezorgingsrechten. Bij de berekening van de kostendekkendheid wordt rekening gehouden met directe kosten, salariskosten en kosten van overhead. De kosten van overhead zijn gebaseerd op de naar de producten toegerekende uren. • Rioolheffing en Afvalstoffenheffing In onderstaande tabellen is een indicatief overzicht opgenomen naar de inzichten van juli 2022. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de tarieven 2023 zullen de cijfers worden geactualiseerd. De geraamde mutaties van de voorziening en reserve kunnen dus nog wijzigen.
Kostendekkendheid riool 2023 Directe kosten* 1.514.200 Kapitaallasten 1.556.600 Mutatie in voorziening 55.300 Doorbelastingen vanuit andere taken** 2.503.000 Totaal kosten 5.629.100 Rioolheffing 5.626.900 Overige opbrengsten 2.200 Totaal opbrengsten 5.629.100 Kostendekkendheid percentage 100% * Dit betreft kosten van inspecties en onderhoud (€ 680.000), BSGW (€ 139.000), salarissen en sociale lasten (€ 268.100), Waterschapslasten (€ 81.000), kolkenzuigen (€ 63.300), ongediertebestrijding (€ 57.600), onderhoud ZL-bassins (€ 70.000), recognities (€ 42.000) en overige kosten (€ 113.200) ** Dit betreft overhead (€ 602.400), straatreiniging (€ 419.200), rente oude investeringen (€ 848.000), kwijtschelding (€ 550.000), en toerekening compensabele btw (€ 83.400)
Kostendekkendheid afval Directe kosten* Doorbelastingen vanuit andere taken**
2023 4.796.700 1.485.600
Totaal kosten
6.282.300
84
Afvalstoffenheffing– vastrecht variabele opbrengst 6.251.300 Dividend RD4 NV 31.000 Totaal opbrengsten 6.282.300 Kostendekkendheid percentage 100% * Directe uren (€ 196.500), kosten Rd4 (€4.323.500), kosten BSGW (€ 265.000) en overige kosten (€ 11.700) ** Overhead (€ 237.000), straatreiniging (€ 117.800), kwijtschelding (€ 488.000) en (toerekening) compensabele btw (€ 642.800) • Overige rechten en heffingen Kostendekkendheid Marktgelden/ -promotie Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2023 105.900 227.800 333.700 129.200 129.200 39%
Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2023 92.400 140.700 233.100 54.300 54.300 23%
Kostendekkendheid Leges
2023 Titel 1* Titel 2* Titel 3* Totaal Directe kosten 238.500 35.500 1.000 275.000 Loonkosten en overhead 743.800 382.500 166.700 1.293.000 Totaal kosten 982.300 418.000 167.700 1.568.000 Opbrengsten 285.100 336.700 51.200 673.000 Totaal opbrengsten 285.100 336.700 51.200 673.000 Kostendekkendheid percentage 29% 81% 31% 43% * Titel 1 Algemene dienstverlening, Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning, Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn.
b. Raming opbrengsten uit heffingen (overzicht op hoofdlijnen) bedragen * €1.000
Taakveld 0.2
Opm. 3, 5
2023 Leges persoonsdoc., burg.stand, rij/reisdocumenten
2024
2025
2026
253
529
424
454
13.728
13.728
13.728
13.728
0.61/0.62 1
Onroerendezaakbelastingen
0.63/2.2
1, 4
Parkeergelden/boetes
684
684
684
684
0.64
1
Hondenbelasting
443
89
89
89
0.64
1
Reclamebelasting
27
54
54
54
0.64
1
Precariorechten
42
83
83
83
85
1.2 3.3 3.4
1
3.4
Diverse leges uitvoering bijzondere wetten Marktgelden en marktpromotiegelden Toeristenbelasting en retributies GaiaZoo
51
51
51
51
115
115
115
115
247
247
247
247
Kermissen
34
34
34
34
7.2
2
Rioolheffing
5.627
5.677
5.676
5.692
7.3
2
Afvalstoffenheffing
6.254
6.257
6.257
6.256
7.5
Lijkbezorgingsrechten
54
54
54
54
8.3
Leges omgevingsvergunning
337
337
337
337
Div.
Diverse leges
29
29
29
29
27.925
27.968
27.862
27.907
Totaal
1. Niet bestedingsgebonden en geen eisen m.b.t. kostendekkendheid. 2. Verloopt budgettair neutraal via de egalisatiereserve riolen resp. egalisatiereserve afvalverwerking. 3. Onder aftrek van de af te dragen rijksleges. 4. Inclusief opbrengsten parkeergarages welke privaatrechtelijk worden geïnd. 5. De toename in 2024 heeft te maken met de vervangingscyclus ivm de geldigheid van eerder afgegeven documenten.
Voor een toelichting op de diverse belastingen en heffingen wordt verwezen naar de jaarlijkse Tarievennota.
c. Lokale lastendruk Als we het hebben over de lokale lastendruk, wordt hiermee bedoeld de woonlasten voor de burger. Onder de woonlasten vallen de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar). De lokale lastendruk 2022 is door COELO (bronhouder) gemiddeld becijferd op € 986 voor een Kerkraads gezin (woonlasten eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden). Volgens COELO is dit landelijk gemiddeld € 904 en in Limburg gemiddeld € 952. De mediaan is het middelste getal in een (oplopende) getallenreeks. De mediaan is € 914, dat wil dus zeggen dat het gemiddelde beïnvloed wordt door uitschieters aan de onderkant en bovenkant. Volgens COELO liggen in 65% van de Nederlandse gemeenten de gemiddelde woonlasten tussen de € 800 en € 1.000. Op de Limburgse ranglijst neemt Kerkrade in 2022 ten opzichte van de andere gemeenten dezelfde positie in als in 2021. Tot 2022 ging COELO bij de berekening van de gemiddelde OZB-aanslag uit van de gemiddelde waarde van koop-en huurwoningen tezamen. Met ingang van 2022 gebruikt COELO hiervoor alleen de gemiddelde waarde van koopwoningen, waardoor het beeld ten opzichte van voorgaande jaren wordt vertekend. Gemeenten moeten uiteraard bij hun tariefstelling wel rekening houden met de waarde van de huurwoningen.
86
Een overzicht van de lokale woonlasten in de Parkstadgemeenten is opgenomen in onderstaande tabel.
Jaar 2022
Beekdaelen Brunssum Heerlen Landgraaf Kerkrade Simpelveld Voerendaal
Woonlasten
Rioolheffing
996 899 969 943 986 986 1107
285 234 184 264 229 235 295
Bedrag * € 1 voor meerpersoonshuishouden Afval/ Gem. OZB Gemiddelde reinigingsheffing woningen waarde woning (voorlopig) 300 410 302 296 368 222 367 418 229 299 381 249 325 432 217 284 468 266 301 512 326
Via de 'lokale lasten meter' kunnen de inwoners hun woonlasten berekenen op basis van hun eigen specifieke situatie. De link naar de lokale lastenmeter is https://kerkrade.lokalelastenmeter.nl/. Middels de jaarlijkse Tarievennota stelt de raad steeds in december de tarieven vast. In het najaar wordt een inschatting gemaakt van de gegevens die nodig zijn om de tarieven te bepalen. Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling, o.a. als gevolg van definitieve afronding taxatieprocessen voor de wet WOZ en bezwaar en beroep. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de landelijke cijfers van de basisset (COELO) op onderdelen standaard uitgangspunten worden gehanteerd voor de berekeningen, o.a. bij het hanteren van DIFTAR. De uiteindelijke lastendruk kan achteraf anders uitvallen. In Kerkrade zijn er bijvoorbeeld, in verband met het ledigingsschema van de Rd4, minder ledigingen mogelijk dan waar COELO standaard van uitgaat.
87
§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over de weerstandscapaciteit, de risico's, het beleid, diverse kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in een incidentele en structurele component. Onder de incidentele component wordt verstaan de algemene reserve, de post onvoorzien incidenteel, de stille reserves en de incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Onder de structurele component wordt verstaan de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien structureel en de structurele begrotingsruimte.
a. Weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen is voor het begrotingsjaar 2023 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. De ratio is het resultaat van de verhouding tussen de (in onderdeel b. Weerstandscapaciteit) berekende weerstandscapaciteit en de (in onderdeel c. Risico’s) gekwantificeerde restrisico’s. 2023 Ratio weerstandsvermogen
2024 1.7
2025 1.8
2026 1.9
2.0
De norm die de gemeente Kerkrade gebruikt, is gebaseerd op de risicomatrix van de Universiteit Twente. Er is geen landelijke “norm” waaraan voldaan moet worden. De tabel geeft alleen een relatieve indicatie waarbij waarderingsscore A het hoogst haalbare is en waarderingsscore F de slechtste score is. Waarderings-score A B C
Ratio >= 2.0 1.4 < 2.0 1.0 < 1.4
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende
88
D E F
0.8 < 1.0 0.6 < 0.8 <0.6
Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als (gewenst) risicoprofiel een middenpositie in: risico’s worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico’s durven te nemen en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn. Volgende bovenstaande tabel is het weerstandsvermogen van de gemeente Kerkrade in 2022 ruim voldoende. Door de jaarlijkse storting in de algemene reserve stijgt de weerstandscapaciteit (uitgaande van gelijkblijvende risico's).
b. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is voor het Begrotingsjaar 2023 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. Algemene Reserve Bedrag * € 1.000 per ultimo jaar Algemene Reserve Algemene Reserve OBK Reserve exploitatie (vrije ruimte) Totaal
2023 7.215 1.250 4.417
2024 7.965 1.250 4.417
2025 8.715 1.250 4.417
2026 9.465 1.250 4.417
12.882
13.632
14.382
15.132
Voor wat betreft de algemene reserve geldt dat altijd een bepaalde omvang noodzakelijk is, bijvoorbeeld om risico's of een (onverwacht) negatief jaarrekeningresultaat op te kunnen vangen. Stille reserves Van stille reserves is sprake indien de reële marktwaarde van de activa (bezittingen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het bezit al geheel of gedeeltelijk afgeschreven is, maar nog wel bruikbaar voor een geïnteresseerde koper. Vaak worden als stille reserves genoemd gronden, gebouwen en aandelen. Praktisch gezien moeten deze bezittingen ook verkoopbaar zijn, willen zij dienen als weerstandsvermogen. Als dat zo is, doet zich tot slot nog het probleem voor van waardebepaling. De gemeente Kerkrade heeft nog diverse gronden, gebouwen en aandelen in bezit waarvan de marktwaarde de boekwaarde zou kunnen overstijgen. De meeste daarvan zijn echter niet verkoopbaar, bijvoorbeeld de gronden in een aangewezen groengebied, het raadhuis of het stadskantoor. In het verleden zijn verkoopbare stukken groen en gebouwen die als niet-strategisch werden beschouwd reeds gedeeltelijk afgestoten. Deze beleidslijn wordt doorlopend voortgezet. Er is geen sprake van een bedrag uit stille reserves dat bij de weerstandscapaciteit wordt betrokken. Begrotingssaldo Een begrotingsoverschot mag tot de weerstandscapaciteit worden gerekend.
Van structurele begrotingsruimte is sprake als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo. Overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele ruimte. Voor een overzicht van het begrotingssaldo wordt verwezen naar Financiële begroting, 1. Overzicht van lasten en baten, a. Totaaloverzicht begrotingssaldo. Voor de berekening van het weerstandsvermogen laten wij deze post vooralsnog buiten beschouwing, omdat begrotingsoverschotten nog ingezet kunnen worden. Onvoorzien en onvermijdbaar In de begroting is in de exploitatie opgenomen de jaarlijkse post “onvoorzien”. Dit betreft een structurele post van in totaliteit € 282.100. Daarnaast is in het investeringsprogramma een jaarlijkse post “onvermijdbaar” opgenomen van € 58.000. Dit vergroot de beschikbare middelen voor onvoorziene omstandigheden. Deze posten kunnen worden ingezet ten behoeve van de dekking van de in de loop van het jaar opkomende incidentele niet voorziene uitgaven resp. investeringen. In de bijlage 'Overige risico's' van dit document is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat deze bedragen separaat worden meegenomen
89
ter afdekking van de risico’s van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen. Ze worden daarom niet nog eens betrokken bij de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Indien er ruimte bestaat om belastingen en heffingen te verhogen, betekent dit een mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. In de praktijk wordt hiervoor ook vaak gekeken naar de lastendruk ten opzichte van andere gemeenten. Meer informatie over de lastendruk is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en rekening. Deze mogelijke extra ruimte wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het weerstandsvermogen. . Overig Daarnaast zijn er nog twee posten die niet tot de weerstandscapaciteit gerekend mogen worden, maar wel op hun eigen wijze risico's afdekken, te weten: bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Bestemmingsreserves worden niet gekwalificeerd als weerstandscapaciteit. Deze worden dus niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Een andere aanwending van deze reserves kan beleidsmatige of financiële gevolgen hebben omdat er sprake is van verplichtingen of omdat zij een egaliserende werking hebben.