CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

1697001-0049 Basisonderwijs Kerkrade-Oost en Kerkrade-Centrum definitief.pdf

Gemeenteraad 29 maart 2023, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit update van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) primair onderwijs 2023-203011.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Basisonderwijs Kerkrade-Oost en Kerkrade-Centrum Huisvestingsplan voor zes basisscholen van Movare

Opdrachtgever Movare Datum 14 juli 2022 Referentie 1697001-0049.1.0 Auteur(s) mevrouw I. van de Craats MSc - HEVO B.V. de heer ir. W. Houët - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

Samenvatting In Kerkrade-Oost en Kerkrade-Centrum zijn in een lint onder elkaar zes basisscholen van Movare gesitueerd. De meeste van deze scholen liggen op minder dan een kilometer van elkaar. Op het gebied van huisvesting, installaties, binnenklimaat en duurzaamheid zijn de meeste schoolgebouwen verouderd tot sterk verouderd. Bovendien is er bij vier van de zes scholen sprake van een ruimtetekort of ruimteoverschot. De scholen hebben vergelijkbare onderwijsvisies, waarbinnen zij een eigen aanpak en visie hebben die het best aansluit bij hun doelgroep. Voorliggend huisvestingsplan formuleert de huisvestingsopgave voor deze zes scholen in de nabije toekomst. Dit is het product van diverse interactieve sessies en gesprekken met de zes directeuren van de scholen en een afvaardiging van Movare en de gemeente Kerkrade. Visie en beleidskaders (zie hoofdstuk 3) De gemeente Kerkrade en Movare streven naar toekomstbestendige en eigentijdse huisvesting. Het streven is om in de toekomst alleen nog (integrale) kindcentra ((I)KC) te realiseren. Dit faciliteert intensieve samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs, in het belang van het kind. In dit kader vertalen we toekomstbestendige huisvesting naar integrale kindcentra die duurzaam gebouwd zijn.

(I)KC’s die bijdragen aan de gezondheid van de gebruikers en die een flexibele opzet hebben zodat de (onderwijs)visie van nu en van de toekomst kan worden ondersteund.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Inventarisatie (zie hoofdstuk 4) De zes scholen maken gebruik van vergelijkbare onderwijsvormen vanuit onderwijsvisies die veel overeenkomsten kennen. Zij vullen dit echter alle op een eigen manier in, het best passend bij hun doelgroepen. De doelgroepen van de scholen variëren, waardoor de kinderen op de verschillende scholen ook verschillende behoeften hebben. Vanwege de ligging in elkaars nabijheid overlappen de voedingsgebieden. Van de zes scholen zijn er drie gevestigd in een gebouw met een zeer lage gebouwprestatie. De andere drie scholen hebben schoolgebouwen met matige gebouwprestaties. Binnen een termijn van 5 jaar is voor de meeste gebouwen een levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw noodzakelijk. Binnen een termijn van 10 jaar geldt dit voor alle schoolgebouwen. Samenwerking, scenario's en locaties (zie hoofdstuk 5) De zes scholen zien naar de toekomst kansen om intensief met elkaar te gaan samenwerken, uiteindelijk het liefst op drie locaties in plaats van op zes locaties. Voordelen hiervan zijn het bundelen van krachten en leren van elkaars sterke punten, maar ook het kunnen samenbrengen van verschillende doelgroepen. De voorkeursscenario’s zijn: • Nieuwbouw voor een (I)KC waarin De Diabolo en St. Ursula zijn gehuisvest. • Nieuwbouw voor een (I)KC waarin Bleijerheide en De Schatkist zijn gehuisvest.

• Gezamenlijke huisvesting voor De Blokkenberg en Steltloper, eventueel in de vorm van uitbreiding van locatie Steltloper. De locaties en overige kaders en uitgangspunten voor deze (I)KC’s zijn nader te bepalen bij de haalbaarheidsonderzoeken voor de individuele opgaven. Voor de nieuwbouw van De Diabolo en St. Ursula kan de sloop en nieuwbouw op het perceel van St. Ursula worden onderzocht. Eenzelfde onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijkheid om het perceel van De Schatkist in te zetten voor het nieuwe (I)KC van De Schatkist en Bleijerheide. Kwaliteitsniveau en financiële vertaling (zie hoofdstuk 6) Om de indicatieve investeringskosten van de opgaven uit dit huisvestingsplan te bepalen, is een kwaliteitsniveau afgesproken. De uitgangspunten hierin zijn onder andere energieneutraliteit (ENG), een optimale prijs-kwaliteitverhouding binnenklimaat en gezondheid, exploitatiegericht en duurzaam bouwen, en flexibiliteit.

Pagina 2 van 32

Op basis van dit kwaliteitsniveau en met gebruik van kengetallen is de indicatieve investeringslast van deze opgaven berekend. Het uitgangspunt is dat Movare financieel bijdraagt aan de bovennormatieve kwaliteit, op basis van Total Cost of Ownership. Tabel: indicatieve investeringskosten inclusief btw, prijspeil 1 januari 2022 Opgave

Termijn

M² bvo

€ / m² bvo

€ totaal

Oplossen ruimtetekort De Blokkenberg Nieuwbouw De Diabolo en St. Ursula

z.s.m. 0 tot 5 jaar 0 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar

ca. 200 2.432

n.t.b. € 2.896

n.t.b. € 7.043.420

2.100

€ 2.966

€ 6.229.015

2.744

n.t.b.

n.t.b.

Nieuwbouw Bleijerheide en De Schatkist Renovatie Steltloper + uitbreiding t.b.v. huisvesting De Blokkenberg

Besluitvorming en verankering huisvestingsplan (zie hoofdstuk 7) Dit huisvestingsplan kan gezien worden als een deel-update van het IHP van de gemeente Kerkrade. Het is een richtinggevend koersdocument dat gaat leiden tot planvorming voor de zes betreffende basisscholen. Op basis van dit huisvestingsplan kunnen door de gemeenteraad investeringsbesluiten worden genomen en/of zal Movare overgaan tot huisvestingsaanvragen. Nadat voorliggend huisvestingsplan is vastgesteld kunnen binnen de afgesproken termijn stappen worden ondernomen om de omschreven scenario’s tot uitvoering te brengen. Het advies is om op projectniveau procesafspraken te maken en per project een haalbaarheidsstudie op te stellen.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 3 van 32

Inhoudsopgave

Bijlage I: advies kwaliteitsniveau HEVO

1.

Inleiding

5

2. 2.1.

Achtergrond IHP Kerkrade 2015-2026, visie en beleidsuitgangspunten

7 7

3. 3.1. 3.2. 3.3.

Beleidskaders en ambities Wetswijziging IHP Energie- en klimaatakkoord Bouwstenen van beleid

8 8 8 8

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

Inventarisatie Zes scholen: waar staan zij voor en waarin uit zich dat? Voedingsgebied van de zes scholen Kenmerken en behoeften van de kinderen Inventarisatie huisvesting Woningbouwprogramma Kerkrade

10 10 12 14 16 18

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

Scenario-ontwikkeling Samenwerkingskansen Scenario’s huisvesting basisonderwijs Ruimtevraag scenario’s Mogelijkheden locaties

19 19 21 22 23

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

Financiën Kwaliteitsniveau huisvesting Financiële kengetallen kwaliteitsniveau Bijdrage schoolbestuur op basis van TCO Financiële vertaling meerjareninvesteringsplan Uitgangspunten financiële vertaling

28 28 28 29 29 30

7. 7.1. 7.2.

Verankering van het huisvestingsplan Status huisvestingsplan Vervolg huisvestingsplan

30 30 30

Referentie: 1697001-0049.1.0.

31

Pagina 4 van 32

1. Inleiding In Kerkrade-Oost en Kerkrade-Centrum zijn in een lint onder elkaar zes basisscholen van Movare gesitueerd. De meeste van deze liggen op minder dan een kilometer van elkaar. Op het gebied van huisvesting, installaties, binnenklimaat en duurzaamheid zijn de meeste schoolgebouwen verouderd tot sterk verouderd. Bovendien is er bij vier van de zes scholen sprake van een ruimtetekort of ruimteoverschot. De scholen hebben vergelijkbare onderwijsvisies, waarbinnen zij een eigen aanpak en visie hebben die het best aansluit bij hun doelgroep. Aanleiding onderzoek Samenvattend bevinden zes basisscholen zich op een lint van 4,5 kilometer. De zes scholen zijn gestoeld op een vergelijkbare onderwijsvisie en hebben alle hun eigen (huisvestings)problematiek en uitdagingen. Movare en de gemeente Kerkrade hebben zich voorgenomen om te onderzoeken wat het toekomstperspectief van en voor deze scholen en hun leerlingen zou moeten zijn. Doel Het doel van het onderzoek is om voor iedere school een toekomstscenario te formuleren dat voorziet in de huidige en toekomstige behoefte van de kinderen in het voedingsgebied. Het resultaat is een goed onderbouwd en breed gedragen huisvestingsplan voor de zes scholen in Kerkrade-Oost en Kerkrade-Centrum.

Aanpak Movare en de gemeente Kerkrade vinden het belangrijk om de schooldirecteuren te betrekken bij het vormen en formuleren van de toekomstscenario’s. Dit is de beste manier om de scenario’s echt te

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Figuur 1.1: overlegstructuur onderzoek zes scholen Kerkrade

Figuur 1.2: schematische weergave onderzoek zes scholen Kerkrade

Pagina 5 van 32

baseren op de visie op en ambitie voor het onderwijs, vanuit het gedachtegoed van de scholen. Samen met de directeuren is tevens onderzocht wat de vraag en behoefte is van de kinderen in het voedingsgebied van de scholen. De visie en ambitie vanuit het onderwijs en de behoefte van de wijken vormen samen het perspectief op onderwijs. De stip op de horizon. Door het perspectief op onderwijs naast de situatie van de bestaande gebouwen te leggen, zijn huisvestingsscenario’s en samenwerkingsmogelijkheden verkend. In overleg met gemeente Kerkrade en Movare is uiteengezet wat de financiële en planologische gevolgen van de scenario’s zijn. In samenspraak met de schooldirecteuren zijn definitieve voorkeursscenario’s gekozen. Projectorganisatie Tijdens het onderzoek hebben de meeste werksessies in projectgroepverband plaatsgevonden. Hierbij sloten alle zes de schooldirecteuren en een afvaardiging van Movare en de gemeente aan. Daarnaast is in een kleiner overleg met de gemeente en Movare gesproken over financiën en praktische zaken met betrekking tot de scenario’s. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt meer achtergrondinformatie bij het onderzoek gegeven, in de vorm van de beleidsuitgangspunten vanuit het reeds bestaande Integraal Huisvestingsplan van de gemeente Kerkrade. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders van voorliggend onderzoek en plan.

In hoofdstuk 4 wordt omschreven welke informatie is geïnventariseerd als input voor het onderzoek. In hoofdstuk 5 worden de toekomstscenario’s omschreven inclusief een eerste kijk op locaties en in hoofdstuk 6 wordt uitgelegd wat dit financieel betekent. Hoofdstuk 7 omschrijft de mogelijke vervolgstappen na dit huisvestingsplan.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 6 van 32

2. Achtergrond 2.1. IHP Kerkrade 2015-2026, visie en beleidsuitgangspunten In 2015 is reeds een Integraal Huisvestingpslan (IHP) opgezet voor de gemeente Kerkrade. Met voorliggend huisvestingsplan wordt voortgeborduurd op dit IHP in de vorm van concrete en financieel onderbouwde toekomstscenario’s. Visie en beleidsuitgangspunten uit het IHP worden meegenomen in het huisvestingsplan voor de zes scholen. Onderstaand een samenvatting van de relevante uitgangspunten uit het IHP. Samenwerken aan goed onderwijs. Goed onderwijs wordt bereikt door: • Het bieden van een excellente onderwijskwaliteit die past bij de lokale vraag. • Complete ketenaansluiting educatie, ontwikkeling, opvang, zorg en welzijn. • Inhoudelijke samenwerking in integrale kindcentra ((I)KC’s). • Samen te werken in en met de omgeving. Gedeelde visie op onderwijs Schoolbestuur Movare en de gemeente Kerkrade willen hun gezamenlijk perspectief waarmaken: • Een kwalitatieve keten van kindvoorzieningen realiseren (bij voorkeur (I)KC). • Uitvoering op toekomstbestendige locaties, rekening houdend met leerlingenaantallen, voedingsgebied, locatiekwaliteit etc. • Spreiding van locaties over de gemeente, rekening houdend met ligging in voedingsgebied, relaties kernen, fysieke barrières, nabijheid voorzieningen etc.

Kaders huisvestingsstructuur • (I)KC’s worden primair gevormd vanuit onderwijs, opvang en zorg, aangevuld met maatschappelijke partners op basis van de sociale situatie. • De capaciteit van de huisvesting wordt afgestemd op de behoefte. Hierin wordt een realistisch beeld gehanteerd. Leerlingenprognoses zijn niet ‘in beton gegoten’. • In het kader van het levensvatbaar inrichten van de huisvestingsstructuur gelden minimale leerlingenaantallen. Het IHP gaat voor maatschappelijk relevante scholen om te blijven bestaan uit van minimaal 200 leerlingen. Voor een (I)KC met peuteropvang, buitenschoolse opvang en kinderopvang is dat aantal minimaal 300 leerlingen.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 7 van 32

3. Beleidskaders en ambities 3.1. Wetswijziging IHP In het huidige stelsel onderwijshuisvesting worden nieuwbouwopgaven aangevraagd via de verordening. Gemeenten hebben de zorgplicht om voorzieningen op basis van de verordening toe te kennen. Deze voorzieningen gaan over het algemeen over nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvesting. Het huidige stelsel is echter niet structureel geregeld, waardoor schoolbesturen en gemeenten genoodzaakt zijn meer ‘ad hoc’ te handelen. Ook bestaat er in het huidige stelsel geen financiële vertaling voor levensduurverlengende renovatie, als alternatief voor nieuwbouw. Vanuit de PO-raad en de VO-raad is een wetswijziging voorgesteld, waarin nieuwbouw en renovatievoorzieningen in een meerjarenkader in samenspraak met schoolbesturen worden vastgesteld. De wetswijziging voorziet bovendien in een mogelijkheid voor gemeenten om renovatie als voorziening toe te kennen. Onderstaande figuur geeft schematisch weer hoe het proces naar zo’n meerjarenkader eruitziet. In het IHP van Kerkrade (2015) zijn al duidelijke gezamenlijke visie- en beleidsuitgangspunten geformuleerd. Voorliggend huisvestingsplan werkt verder vooruit op de wetswijziging, door te omschrijven op welke termijn welke scenario’s worden uitgevoerd.

Het huisvestingsplan stelt Movare en de gemeente in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. Het biedt tevens een meerjarenperspectief om het eigen (investerings)beleid op af te stemmen.

3.2. Energie- en klimaatakkoord In het landelijke klimaatakkoord, de Klimaatwet en de sectorale routekaart voor het PO en VO zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 50% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050. Om als gemeente invulling te geven aan deze doelstellingen is het relevant om bestaande gebouwen (die nog lang meegaan) te verduurzamen en om nieuwe gebouwen als energieneutraal (ENG) gebouw te realiseren. Om deze reden hebben Movare en de gemeente Kerkrade de ambitie om alle nieuwbouwopgaven uit voorliggend huisvestingsplan als ENG te realiseren.

3.3. Bouwstenen van beleid 3.3.1 Regie Dit huisvestingsplan is een deel-update van het IHP Kerkrade uit 2015. Het huisvestingsplan is in lijn met het wetsvoorstel om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Movare en de gemeente omschrijven het huisvestingsplan als richtinggevend koersdocument voor dit gebied in Kerkrade. Het koersdocument moet tot planvorming leiden, op basis waarvan huisvestingsaanvragen kunnen worden gedaan. Het wordt ook mogelijk om een voorziening voor levensduurverlengende renovatie aan te vragen. In dit huisvestingsplan wordt niet voor alle scenario’s op voorhand bepaald of gekozen wordt voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie. Zodra een opgave actueel is, wordt op basis van een haalbaarheidsonderzoek gekozen wat het best passende scenario is. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek worden ook de uitgangspunten van het huisvestingsplan geactualiseerd (zoals het aantal kinderen waarvoor het nieuwe of gerenoveerde schoolgebouw geschikt moet zijn). Vervolgens breekt het moment aan waarop de raad definitief het krediet voor het project verleent.

3.3.2 Kwaliteit

Figuur 3.1: de termijnen van een IHP

Referentie: 1697001-0049.1.0.

De gemeente Kerkrade en Movare streven naar schoolgebouwen van goede kwaliteit, die duurzaam en toekomstbestendig zijn. Onder ‘schoolgebouwen van goede kwaliteit’ wordt het volgende verstaan: • Een schoolgebouw draagt bij aan de gezondheid van gebruikers. De gemeente Kerkrade en Movare kiezen ervoor om rekening te houden met de Frisse Scholenthema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse

Pagina 8 van 32

• •

•

•

Scholen-thema’s wordt gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij lucht en temperatuur minimaal klasse B scoren. Zie bijlage 1. Schoolgebouwen zijn plekken waar leerkrachten en kinderen zich graag bevinden, waar zij zich kunnen ontplooien en waar zij zich thuis voelen. Schoolgebouwen faciliteren onderwijsconcepten optimaal, nu en in de toekomst. Dit betekent dat gebouwen een bepaalde mate van flexibiliteit kennen, en bijvoorbeeld zo weinig mogelijk dragende binnenmuren hebben. Er is niet alleen functionele ruimte in de klaslokalen, maar ook daarbuiten. Denk aan spreekruimten en plekken waar kinderen in groepen of zelfstandig kunnen werken. Dit maakt differentiatie in het onderwijs en onderwijs op maat mogelijk. Schoolgebouwen zijn inclusief en toegankelijk. Gebouwen zijn ruim van opzet en beschikken over een lift. Kinderen met een beperking kunnen worden ontvangen. Een toegankelijke omgeving is een omgeving waar kinderen en volwassenen zich zelfstandig door het gebouw kunnen bewegen, zonder hulp van derden. Een goede schoollocatie is van belang. In het algemeen geldt dat een groene, veilige omgeving met goede infrastructuur belangrijk is. Ook kan gekeken worden naar situering nabij voorzieningen die kunnen aansluiten op het (I)KC, zoals sportof wijkfuncties of de reeds gevestigde kinderopvang of buitenschoolse opvang.

3.3.3 Duurzaamheid De gemeente Kerkrade en Movare willen duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid: • Ten aanzien van goed onderwijs gaat het om onderwijskundige functionaliteit, zoals vermeld bij bouwsteen Kwaliteit (paragraaf 3.3.2). • Ten aanzien van gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholenthema’s, zoals ook aangegeven bij bouwsteen Kwaliteit (paragraaf 3.3.2). • Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, ecologisch vriendelijke en/of herbruikbare materialen. In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van de gebouwelementen. • Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit (onder andere het vermijden van dragende binnenwanden). Gebouwen kunnen op

Referentie: 1697001-0049.1.0.

•

deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen en kunnen toekomstige onderwijsconcepten faciliteren. De (bouw-/installatie)technische kwaliteit van de schoolgebouwen is uitstekend en onderhoudsvriendelijk. Dit zorgt ervoor dat gebouwen lang meegaan. Ook de buitenruimte wordt duurzaam en biodivers ingericht, denk aan groenblauwe schoolpleinen. Dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd en waar extra aandacht wordt besteed aan (regen)waterinfiltratie.

3.3.4 (I)KC-vorming Movare en de gemeente Kerkrade willen werken aan het uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kindpartners (kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang). De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van alle partijen. Gezamenlijke huisvesting van scholen en kindpartners wordt door de gemeente Kerkrade en Movare gezien als een pre. Per project dient er gekeken te worden of het wenselijk is om kindpartners te huisvesten in hetzelfde gebouw als de school: • Gemeente en schoolbesturen zijn voorstander van de (I)KC-gedachte. De samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvang kan hier een doorlopende leerlijn waarmaken. Kinderen tussen de 0 en 12 jaar oud doorlopen hun ontwikkeling in één gebouw. Bij het vormen van een (I)KC wordt op voorhand goed nagedacht over samenwerkingsvormen en -partners. Bij ieder project zal gekozen worden voor een maatwerk oplossing, passend bij de situatie en locatie. • Het streven is om uiteindelijk naar een doorgaande leerlijn van 0 tot 14 jaar te gaan. In het vervolg moeten de kansen hiervoor worden verkend met besturen in het voortgezet onderwijs en het initiatief van het Martin Buber. • De gemeente Kerkrade staat open voor voorfinanciering van de huisvesting van kinderopvang in een (I)KC. Dit kan alleen in combinatie met meerjarige huurcontracten, om de kapitaallasten te dekken.

Een alternatief is een investeringsovereenkomst met terugbetalingsregeling, als de kinderopvangorganisatie huurt van de onderwijsinstelling. • Op het moment dat projecten voor (I)KC’s van start gaan is het raadzaam om bij de planvorming ook te anticiperen op de mogelijkheid dat kinderopvang in de toekomst grotendeels gratis zal zijn. De verwachting is dat er naar aanleiding hiervan meer gebruik zal worden gemaakt van kinderopvang, wat tot een grotere ruimtebehoefte leidt.

Pagina 9 van 32

4. Inventarisatie 4.1. Zes scholen: waar staan zij voor en waarin uit zich dat? In deze paragraaf wordt omschreven waar de betrokken zes scholen voor staan. Wat vinden zij belangrijk, wat willen zij de leerlingen meegeven? Waar richten zij hun onderwijs met name op? En waarin uit zich dat?

4.1.1 RK Basisschool De Blokkenberg De Blokkenberg is een school die gedegen, traditioneel (klassikaal) onderwijs aanbiedt. De Blokkenberg staat voor een fijne sfeer op school en een veilige omgeving. Er wordt waarde gehecht aan tradities en het kind staat centraal. Groepssamenstelling en lesmethoden kunnen worden omschreven als ‘traditioneel’. Het team van de school is hecht en werkt goed samen, wat resulteert in een gevoel van saamhorigheid. In de wijk is een hechte gemeenschap aanwezig, waar De Blokkenberg actief is. Ouders zijn kritisch, bewaken het veilige klimaat op school en zitten niet te wachten op veranderingen.

4.1.2 Basisschool De Diabolo Bij basisschool De Diabolo wordt klassikaal onderwijs gegeven, waarbij men waarde hecht aan structuur. Veiligheid, vertrouwen en geborgenheid zijn belangrijke waarden. De Diabolo wil het onderwijs meer kindgericht gaan inrichten en ook met thematisch onderwijs gaan werken. Bij De Diabolo is er aandacht voor de talenten van kinderen. Binnen het team wordt er goed samengewerkt. Er zijn ook samenwerkingen met zorgpartners en met betrokken partners in de wijk. Talentontwikkeling staat centraal, dit uit zich onder andere in een speciaal programma voor de groepen 7 en 8 (IMC basis), waarbij kinderen wekelijks gastlessen krijgen over diverse onderwerpen.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

4.1.3 Basisschool St. Ursula St. Ursula staat voor de maximale talentontwikkeling van de kinderen. De school kent een veilige, prettige en uitdagende omgeving. Kinderen dragen deels de verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces en zij kunnen ook veel zelfstandig doen. Het kind staat centraal. St. Ursula wil innovatief zijn in het onderwijs en wil het huidige onderwijsconcept verder ontwikkelen en nog meer inzetten op talenten. Het huidige schoolgebouw beperkt deze ambities. De uitdagende omgeving bij St. Ursula uit zich onder andere in het Crealab, waar kinderen wat extra’s kunnen doen.

4.1.4 Basisschool Bleijerheide Bij basisschool Bleijerheide staat het kind centraal en mag het kind zich op een eigen manier ontwikkelen. Kinderen zijn ingedeeld in jaargroepen, leerkrachten worden ondersteund door onderwijsassistenten. Sociale en fysieke veiligheid zijn belangrijk en Bleijerheide hecht veel waarde aan structuur, regels en routine. In het onderwijs wordt ook aan burgerschap en cultuureducatie gewerkt. Bleijerheide heeft een talentontwikkelingsprogramma en een taalplein. Op het gebied van taal wordt ook samengewerkt met de peuterspeelzaal. De basisvakken staan centraal en de groepen worden klein gehouden. Bleijerheide wil de missie en visie meer eigentijds maken, vanwege corona is dit vertraagd.

Pagina 10 van 32

4.1.5 Basisschool Steltloper Basisschool Steltloper staat voor verbondenheid, structuur en regelmaat. Kinderen komen over het algemeen uit sociaal-economisch lagere milieus, het onderwijs is op maat gemaakt voor ieder individueel kind. Het team werkt goed samen met elkaar, ouders en kinderen. De school heeft een krachtig onderwijsconcept dat gedragen wordt door een sterk team. Steltloper heeft (met partners) een breed aanbod aan zorg, in alle opzichten. Steltloper besteedt extra aandacht aan gezondheid en bewegen, en mag zich sinds kort Gezonde Basisschool van de Toekomst noemen.

4.1.6 Openbare basisschool De Schatkist De Schatkist is een openbare basisschool. Burgerschap is erg belangrijk bij deze school. De omgeving op school kenmerkt zich als fysiek en emotioneel veilig, gestructureerd en er gelden duidelijke verwachtingen. Deze verwachtingen zijn het product uit een schoolbrede visie met betrekking tot pedagogisch en didactisch handelen. Alle leerkrachten werken op dezelfde manier. De Schatkist staat voor zorg in brede zin, niet alleen voor de kinderen maar ook voor het brede systeem (ouders, thuissituatie). Er wordt samengewerkt met partners ten behoeve van een doorgaande lijn. De Schatkist werkt aan gezondheid en beweging en is net als Steltloper een Gezonde Basisschool van de Toekomst. Leerkrachten stemmen veel met elkaar af en werken goed samen. Dit is ook nodig, omdat de behoeften van kinderen veel variëren.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 11 van 32

4.2. Voedingsgebied van de zes scholen Figuur 4.1 geeft een globale weergave van de voedingsgebieden van de zes scholen. Hier is geen onderscheid te zien in hoe geconcentreerd de postcodes van de leerlingen zijn, maar wel hoe de voedingsgebieden overlappen. In figuur 4.2 wordt de concentratie gedetailleerder weergegeven in de vorm van een ‘heatmap’ per school. In een heatmap worden alle postcodes van de leerlingen per school op een kaart geplot. Deze kaart wordt bewerkt tot een warmtekaart, die een warmere kleur geeft in gebieden waar veel kinderen wonen. Enkele conclusies die uit deze heatmaps getrokken kunnen worden: • St. Ursula en De Diabolo hebben de meest geconcentreerde voedingsgebieden. • Het voedingsgebied van De Steltloper is het meest verspreid over Kerkrade-Oost en -centrum. • De reikwijdte van De Blokkenberg is groot, hoewel de concentratie duidelijk in de buurten links en rechts van de school zit. • Het voedingsgebied van Bleijerheide is niet zo gecentreerd rond de school als bij de andere scholen, maar beperkt zich wel het meest tot het zuidoosten van Kerkrade. • Alle voedingsgebieden van de scholen overlappen met de naastgelegen buurschool/-scholen. Dit effect is logischerwijs groter bij de scholen die dichterbij elkaar liggen. De overlap lijkt het grootst te zijn tussen De Schatkist en Bleijerheide.

Figuur 4.1: globale weergave van de voedingsgebieden Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 12 van 32

Figuur 4.2: heatmaps van de zes scholen

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 13 van 32

4.3. Kenmerken en behoeften van de kinderen 4.3.1 Onderscheid in groepen kinderen Samen met de schooldirecteuren is figuur 4.3 tot stand gekomen. Hierin worden vier ‘leerlingtypen’ omschreven. Voorop staat dat ieder kind een eigen thuissituatie, eigen uitdagingen en eigen talenten heeft. Om toch een beeld te krijgen van hoe het voedingsgebied is ingericht en hoe hier het beste aanbod voor kan worden verzorgd, helpt het om leerlingtypen te identificeren. Het resultaat bestaat uit vier typen. • Kind A en kind B hebben beiden een hoog leerlinggewicht, dit hangt samen met een laag opleidingsniveau van één of beide ouders. Deze kinderen kenmerken zich door veel en diverse problematiek in de gezinssituatie. Bij deze kinderen komt het relatief vaker voor dat kinderen maar kort op eenzelfde school blijven. Het verschil tussen kind A en kind B is dat A een laag leerpotentieel heeft en B een hoog leerpotentieel. Het leerpotentieel zegt iets over wat een kind zou kunnen. Een laatste eigenschap van A en B komt ook voor bij kind C, dat is taalproblematiek. • Kind C heeft verder een gemiddeld leerlinggewicht en leerpotentieel. Bij deze kinderen thuis speelt er ook diverse problematiek, maar minder vaak en minder ernstig dan bij A en B. Kind C komt uit gemiddelde sociale milieus.

•

Kind D heeft een laag leerlinggewicht en een hoog leerpotentieel. Deze kinderen komen uit een optimale thuissituatie en zijn sociaal en didactisch sterk. In veel gevallen zijn kind D en kind A het tegenovergestelde van elkaar.

In figuur 4.4 is te zien waar de vier leerlingtypen voornamelijk wonen, op basis van waar zij naar school gaan. De meeste kinderen die naar De Blokkenberg of De Diabolo gaan behoren tot groep C. Groep D is voornamelijk te vinden bij St. Ursula. Groep A gaat vooral naar school bij Steltloper, Bleijerheide en De Schatkist. Bij Steltloper is ook groep B aanwezig. Bij Bleijerheide is naast groep A ook groep C aanwezig.

Figuur 4.4: groepen kinderen op de kaart

Figuur 4.3: onderscheid groepen kinderen

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 14 van 32

4.3.2 De behoeften van de groepen kinderen Nadat de kinderen globaal zijn omschreven in vier verschillende groepen, is samen met de schooldirecteuren verkend wat dan de belangrijkste behoeften van deze kinderen zijn. Waar liggen de overeenkomsten en verschillen? Figuur 4.5 laat zien wat de belangrijkste behoeften van de kinderen zijn. De overeenkomsten en verschillen zijn vooral: • Alle kinderen hebben behoefte aan en zijn gebaat bij een gezonde school; een school die gezond eten en bewegen stimuleert. Wel is het zo dat kind A en kind B hier het meest bij gebaat zijn, omdat zij over het algemeen uit een thuissituatie komen waar minder aandacht is voor een gezonde levensstijl. Bijvoorbeeld omdat de gezinnen van deze kinderen daar geen kennis van hebben, of geen tijd en geld voor hebben.

•

• •

Extra cultuureducatie is vooral voor kind A en kind B van grote toegevoegde waarde, wederom omdat zij hier thuis en in hun vrije tijd minder mee in aanraking komen. Kind D, kind C en kind B hebben behoefte aan extra uitdaging, meer verrijking en hogere doelen in de vorm van onderzoekend en verdiepend leren. Kind A en kind B en in mindere mate kind C hebben veel behoefte aan structuur, rust en regelmaat en voorbeeldgedrag.

Figuur 4.5: behoeften van de groepen kinderen

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 15 van 32

4.4. Inventarisatie huisvesting

4.4.2 Aandachtspunten

Een van de aanleidingen van dit onderzoek met als resultaat dit huisvestingsplan is het gegeven dat alle scholen, op verschillende manieren, te maken hebben met problematiek in de huisvesting. In deze paragraaf wordt hier verder op ingezoomd.

De belangrijkste aandachtspunten bij de huisvesting van de diverse scholen zijn als volgt: • Bij St. Ursula en bij De Blokkenberg is er sprake van een behoorlijk normatief ruimtetekort in brutovloeroppervlak (bvo): Bij St. Ursula is het tekort momenteel 112 m² bvo. Zij maakt momenteel al gebruik van een tijdelijke voorziening, waarbij zij aangeeft dat deze in opzet niet goed aansluit bij het gebruik. Dit maakt het functionele ruimtetekort dat wordt ervaren groter. De Blokkenberg komt momenteel normatief 220 m² bvo tekort. In beide gevallen dient er op korte termijn een structurele oplossing te komen. Voor beide scholen geldt bovendien dat het ruimtetekort nadelig is voor de kwaliteit van onderwijs en ontwikkelingen in de onderwijsvisie. • Bleijerheide is enkele jaren geleden gerenoveerd en beperkt uitgebreid. Dit heeft met name positieve gevolgen gehad voor de onderwijskundige functionaliteit van het schoolgebouw. De bouwkundige kwaliteit is niet goed. • Steltloper is gehuisvest in een schoolgebouw dat in eerste instantie voor twee scholen met verschillende onderwijsvisies is gebouwd. Hierdoor is de ervaring dat er veel afstand in het schoolgebouw is, tussen de twee voormalige gebouwdelen. Leerkrachten die aan de ene kant van het schoolgebouw hun lokaal hebben komen de leerkrachten van de andere kant zelden tegen.

Bovendien heeft de gebouwopzet een negatieve invloed op de mogelijkheid om toezicht te houden in de gangen. • Steltloper en De Schatkist hebben beide een normatief ruimteoverschot van ruim 500 m² bvo. Hoewel beide scholen de ruimte functioneel inzetten ter verbetering van de onderwijskwaliteit of het (deels) in gebruik hebben gegeven van de samenwerkende kinderopvangorganisatie, is het wel een aandachtspunt in het licht van de hoge exploitatielasten.

4.4.1 Gebouwprestatiemonitor Movare Voor het onderzoek ten behoeve van dit huisvestingsplan wordt gebruikgemaakt van de Gebouwprestatiemonitor van Movare. Dit is een objectieve beoordelingsmethodiek waarmee Movare in 2019 alle schoolgebouwen heeft beoordeeld. Deze beoordeling maakt het mogelijk om de schoolgebouwen op huisvestingskwaliteit met elkaar te vergelijken. Het betreft een objectieve beoordeling op de volgende onderdelen: • Architectonisch: Uitstraling, interieur, routing etc. • Functionele kwaliteit ten aanzien van gebruikswaarde en omvang: Functionaliteiten ten aanzien van leren en onderwijs, sport, ontdekken. Ligging, multifunctionaliteit etc. • Technisch ten aanzien van gezondheid, duurzaamheid en onderhoud: Licht, ventilatie, temperatuur, duurzaamheid, onderhoud etc. Ieder schoolgebouw is op deze onderdelen beoordeeld en vergeleken met de ‘referentieschool’. Dit is de school die vanuit de optiek van Movare aan alle hedendaagse eisen voldoet. Uit de vergelijking volgt een score en een status (A, B, C). De status geeft aan hoe urgent het is om de huisvesting te verbeteren dan wel vervangen. De hoogste score is A (een goed gebouw) en de laagste score is C (binnen afzienbare tijd is een structurele oplossing nodig). HEVO heeft alle gebouwen bezocht en de scores van Movare geverifieerd en geactualiseerd. Daar kwamen enkele bijkomende aandachtspunten uit voort.

Op basis van dit onderzoek, in combinatie met bijkomende aandachtspunten (zie hieronder) is een prioritering vast te stellen. Deze prioritering geeft aan in welke volgorde schoolgebouwen in aanmerking zouden moeten komen voor levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw. Deze volgorde is enkel gebaseerd op huisvestingskwaliteit. In het bepalen van toekomstscenario’s kan van deze volgorde worden afgeweken als gevolg van visie en beleid. De prioritering is weergegeven in tabel 4.1.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 16 van 32

Tabel 4.1: prioritering huisvesting op basis van Gebouwprestatiemonitor Movare en overige aandachtspunten School

Bouwjaar

Gebouwprestatie

Opmerkingen

Indicatieve termijn structurele oplossing

St. Ursula

1976

C-status

Verouderd, geen flexibiliteit of uitbreidingsmogelijkheden, fors ruimtetekort. Ook te weinig spreekruimten. Gebouw beperkt onderwijskundige ambities. Gebouw voldoet niet.

Termijn 0 - 5 jaar Urgent i.v.m. ruimtetekort en lage score gebouwprestatie

De Blokkenberg

1985

B-status

Weinig flexibiliteit in ruimten. Beperkte mogelijkheden groepsoverstijgend werken, gebouw beperkt onderwijskundige ambities. Fors ruimtetekort. Geen nevenruimten.

Termijn 5 - 10 jaar Urgentie oplossen ruimtetekort ligt hoger

De Schatkist

1981

C-status

Ruime overmaat in gebouw, wordt wel functioneel ingezet. Functioneel een fijn gebouw. Gebouw is sterk verouderd.

Termijn 0 - 5 jaar

Steltloper

2006

B-status

Ruime overmaat in gebouw. Veel afstand af te leggen binnen gebouw, daardoor weinig contact en verbinding en weinig overzicht. Energetisch en op het gebied van ventilatie presteert het gebouw slecht.

n.t.b., bouwkundig geen urgentie, maar onderwijskundig en qua energieverbruik wel

De Diabolo

1982

B-status

Toekomstbestendige locatie, technisch en functioneel verouderd, veder geen bijzonderheden.

Termijn 5 - 10 jaar

Bleijerheide

1974

C-status Actuele score marginaal hoger, bouwkundig weinig verbeterd

Met name de onderwijskundige functionaliteit is sterk verbeterd bij de renovatie; de routing in het gebouw is logischer, lokalen zijn groter, er zijn meer kantoorfaciliteiten. Verder is het gebouw bouwkundig en installatietechnisch verouderd en presteert het energetisch niet goed.

Termijn 0 - 5 jaar

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 17 van 32

4.5. Woningbouwprogramma Kerkrade In de scenario’s voor de zes scholen wordt de Pronexus leerlingenprognose van 2019 als uitgangspunt gebruikt. De prognose tot 2024, zoals door Movare in overleg met de schooldirecteuren opgesteld, wordt hier ter controle naast gelegd. Pas op het moment dat een project uit dit huisvestingsplan actueel wordt, worden de leerlingenaantallen en -prognoses onder de loep gelegd. Op dat moment moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen van het woningbouwprogramma in Kerkrade. De te verwachten gevolgen zijn, samengevat: • Weinig gevolgen voor De Blokkenberg, omdat er weinig nieuwe woningbouw komt in het voedingsgebied van De Blokkenberg. • De herstructurering van Rolduckerveld-Noord zal van invloed zijn op de leerlingenaantallen bij Steltloper en St. Ursula. Eerst wordt een lichte daling verwacht, omdat diverse flats worden gesloopt. Vervolgens start een toename in leerlingenaantallen, mogelijk is een hoger leerlingenaantal dan momenteel te verwachten. • In Kerkrade-Centrum, het voornaamste voedingsgebied van De Diabolo, worden de komende jaren veel woningen gebouwd. Dit zullen echter bijna alleen zorgwoningen en appartementen zijn, waardoor de invloed op de basisschoolpopulatie klein zal zijn. • In de omgeving van De Schatkist en Bleijerheide geldt dat er dit jaar al veel woningen gereedkomen/gereed zijn gekomen.

Dit betreft voor een deel appartementen, maar een toename in leerlingenaantallen op de beide scholen is wel te verwachten.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Pagina 18 van 32

5. Scenario-ontwikkeling

•

5.1. Samenwerkingskansen

• • • • •

In algemene zin zien de zes scholen diverse samenwerkingskansen; manieren om door middel van samenwerking het aanbod te versterken. Hierbij wordt onder andere gedacht aan: • Het leren van elkaars sterke punten, om dit ook in de eigen school meer toe te passen. Voorbeelden zijn ervaring met bewegend leren, aanbod voor hoogbegaafde leerlingen, specialiteit op het onderwerp techniek, de ‘Gezonde Basisschool van de Toekomst’, de startklas, expertise in taalaanbod en thematisch onderwijs. • Gebouwelijke samenwerking, voor scholen die in elkaars nabijheid gelegen zijn. • Eventuele projectmatige samenwerking, op specifieke onderwerpen of expertises. • Meer inzetten op talentontwikkeling. Er zijn ook zorgen. De zes scholen hebben alle een vergelijkbaar onderwijsconcept (gebaseerd op klassikaal/traditioneel onderwijs). In focus/speerpunten, doelgroep en expertise verschillen de scholen. Als twee scholen teveel op elkaar lijken, is het dan een goed idee om ze als twee afzonderlijke scholen onder één dak te huisvesten? Hoe wordt voorkomen dat er binnen zo’n kindcentrum concurrentie ontstaat? Dit is een thema dat in de verdere concretisering van eventuele samenwerking aandacht moet krijgen. Wellicht ligt intensieve samenwerking of fusie tussen scholen voor de hand.

Naast het verkennen van algemene samenwerkingskansen en zorgen, is ook concreet onderzocht of er kansen liggen om scholen in de toekomst gezamenlijk te huisvesten. De uitkomsten van deze verkenning zijn onderstaand weergegeven.

5.1.1 Kansen en risico’s St. Ursula en De Diabolo onder één dak St. Ursula en De Diabolo hebben niet dezelfde populatie. Beide scholen hebben binnen hun eigen school een vrij homogene populatie. Door in de toekomst gezamenlijk te zijn gehuisvest, zijn er kansen om deze beide populaties meer met elkaar te mengen. In het kader van burgerschap en ontwikkeling van de kinderen kan dit heel waardevol zijn. De ontmoeting tussen de kinderen van de beide scholen zou bijvoorbeeld in praktijklokalen, andere gedeelde ruimten en op het schoolplein kunnen plaatsvinden. Overige kansen die zijn benoemd:

Referentie: 1697001-0049.1.0.

Talentontwikkeling (samen) verder uitbouwen en teams hierin professioneel ontwikkelen. Aanbod voor hoogbegaafde kinderen verder uitrollen en ondersteunen. Meer kindgericht onderwijs bieden, bijvoorbeeld door middel van leerpleinen. Een brede maatschappelijke voorziening realiseren. Samenwerken met peuterspeelzaal, kinderopvang; een (I)KC vormen. Samenwerken met voortgezet onderwijs in de vorm van 10 - 14 onderwijs.

Beide scholen hebben de visie dat een nieuw schoolgebouw waarin zij beide zijn gehuisvest een wijkfunctie zou moeten hebben. Bovendien moet in het gebouw zorg kunnen worden geboden, behorend bij het onderwijs. Een kans die de scholen zien in nieuwbouw is dat zij hun onderwijsvisie zouden kunnen ontwikkelen door middel van een diversiteit aan ruimten zoals leerpleinen. De huidige huisvesting beperkt deze ontwikkelingen. St. Ursula zou meer richting innovatief onderwijs willen bewegen. Er zijn ook zorgen benoemd. Als twee scholen samen onder één dak worden gehuisvest, hoe wordt daar dan organisatorisch mee omgegaan? Zijn er bijvoorbeeld nog steeds twee directeuren, of wordt het één directeur? Daarnaast is er een algemene zorg bij nieuwbouw, namelijk dat de omvang gebaseerd wordt op leerlingenprognoses, die niet altijd juist zijn. Voorkomen moet worden dat er een te klein gebouw wordt gerealiseerd. Conclusie St. Ursula en De Diabolo: gezamenlijke huisvesting van deze twee scholen onder één dak is kansrijk en zal nader onderzocht worden. De scholen willen streven naar een intensieve samenwerking.

5.1.2 Kansen en risico’s De Schatkist en Bleijerheide onder één dak De Schatkist en Bleijerheide hebben een vergelijkbare populatie, zij kunnen van elkaar leren op basis van hoe de ander met deze populatie omgaat. Dit kan leiden tot verdere professionalisering. Naast de vergelijkbare populatie hebben de twee scholen ook een vergelijkbaar aanbod, waardoor er wordt getwijfeld aan het idee om als twee scholen onder één dak gehuisvest te zijn. De Schatkist en Bleijerheide willen ook de mogelijkheid verkennen om in de toekomst op één locatie als één school verder te gaan. Als er in de toekomst één grotere school is in plaats van twee kleinere scholen,

Pagina 19 van 32

zou het aanbod in de wijk ook verbeterd kunnen worden. Het bundelen van krachten, middelen en expertise kan de kinderen meer mogelijkheden bieden dan in de huidige situatie. Een fusie zou kunnen leiden tot weerstand en zorgen bij teams en achterban. Conclusie Bleijerheide en De Schatkist: gezamenlijke huisvesting van deze twee scholen is een kansrijk toekomstperspectief dat nader onderzocht zal worden. Deze gezamenlijke huisvesting is gericht op intensieve samenwerking, waar in de toekomst een fusie uit voort zou kunnen komen. Hoewel een fusie vanuit de inhoud van het onderwijs een logische stap kan zijn, is het wel een vergaande stap. Weerstand en zorgen zijn te verwachten. Bovendien is De Schatkist een openbare basisschool en Bleijerheide een katholieke basisschool. Onderzocht moet worden hoe hier in geval van fusie mee om te gaan, wat vraagt om een zorgvuldige aanpak.

5.1.3 Kansen en risico’s Steltloper en De Blokkenberg onder één dak De Blokkenberg en Steltloper liggen met overlappende voedingsgebieden in elkaars nabijheid, wat een eerste aanleiding is om gezamenlijke huisvesting in de toekomst te onderzoeken. De doelgroepen van de beide scholen verschillen sterk, zo ook de behoeften van deze doelgroepen. Daarnaast is een belangrijk verschil tussen de scholen dat Steltloper veel meer moeite moet doen om ieder jaar genoeg aanmeldingen te krijgen dan De Blokkenberg. Steltloper ziet kinderen vertrekken, er is een hoog verloop. Deze verschillen maken dat gezamenlijke huisvesting en een intensieve samenwerking niet vanzelf zullen gaan. Een reden om gezamenlijke huisvesting in de toekomst wel te overwegen, kan zijn om de verschillende doelgroepen juist meer met elkaar in contact te brengen en de segregatie tegen te gaan. Onzeker, buiten de context van de scholen, zijn de gevolgen van de woningbouwplannen in de omgeving. Deze plannen zijn nog niet concreet genoeg om hierop te anticiperen, maar zullen wel van invloed zijn op het voedingsgebied en mogelijk ook de doelgroepen van de scholen. Conclusie De Blokkenberg en Steltloper: verdere gesprekken en onderzoeken zijn nodig om te bepalen wat het beste toekomstperspectief voor deze twee scholen is.

De voorkeur van de scholen zelf is om toe te werken naar intensieve samenwerking, op het gebied van (onderwijs)inhoud en huisvesting.

Referentie: 1697001-0049.1.0.

De Blokkenberg Huidig

2024

Leerlingen (Pronexus 2019)

B-status

217

187

2036 168

Leerlingen (Movare prognose)

217

218

193

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.292

1.141

1.045

aanwezig m² BVO

1.072

1.072

1.072

Tekort/Overschot (m²)

-220

-69

27

2036

De Steltloper Huidig

2024

Leerlingen (Pronexus 2019)

B-status

286

300

270

Leerlingen (Movare prognose)

286

266

236

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.639

1.709

1.558

aanwezig m² BVO

2.153

2.153

2.153

Tekort/Overschot (m²)

514

444

595

2036

St. Ursula Huidig

2024

Leerlingen (Pronexus 2019)

C-status

242

243

219

Leerlingen (Movare prognose)

242

240

212

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.417

1.422

1.302

aanwezig m² BVO

1.305

1.305

1.305

Tekort/Overschot (m²)

-112

-117

3

De Diabolo Huidig

2024

2036

Leerlingen (Pronexus 2019)

B-status

210

179

151

Leerlingen (Movare prognose)

210

212

188

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.256

1.100

960

aanwezig m² BVO

1.388

1.388

1.388

Tekort/Overschot (m²)

132

288

428

2036

De Schatkist Huidig

2024

Leerlingen (Pronexus 2019)

C-status

160

158

137

Leerlingen (Movare prognose)

160

145

129

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.005

995

889

aanwezig m² BVO

1.567

1.567

1.567

Tekort/Overschot (m²)

562

572

678

2036

De Bleijerheide Huidig

2024

Leerlingen (Pronexus 2019)

C-status

196

197

172

Leerlingen (Movare prognose)

196

196

174

Ruimtebehoefte (m² BVO) o.b.v. prognose pronexus

1.186

1.191

1.065

aanwezig m² BVO

1.260

1.260

1.260

Tekort/Overschot (m²)

74

69

195

Figuur 5.1: leerlingenprognoses en ruimtebehoefte zes scholen

Pagina 20 van 32

5.2. Scenario’s huisvesting basisonderwijs

5.2.2 Steltloper

In deze paragraaf worden voor de zes scholen de voorkeursscenario’s omschreven, inclusief de termijn waarbinnen deze scenario’s worden uitgevoerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie scenario’s: • Nieuwbouw: dit kan betekenen volledige nieuwbouw op een nieuwe locatie, of sloop van de huidige huisvesting om op de huidige locatie een nieuw schoolgebouw te realiseren. • Levensduurverlengende renovatie: dit is een scenario dat in plaats van nieuwbouw kan worden gekozen. Levensduurverlengende renovatie houdt in dat een schoolgebouw grootschalig wordt gerenoveerd, zodat het weer 20 jaar of 40 jaar mee kan. In het geval van 40 jaar levensduurverlenging wordt een gebouw zo opgewaardeerd dat het weer voldoet aan nieuwbouwkwaliteit. • Tijdelijke voorziening oplossen ruimtetekort: een (structureel) ruimtetekort oplossen, zonder te kiezen voor permanente uitbreiding van een schoolgebouw.

Op termijn is levensduurverlengende renovatie (van met name de gebouwinstallaties) benodigd. Bij voorkeur in gezamenlijkheid met De Blokkenberg. De termijn van deze opgave hangt samen met de woningbouwontwikkelingen in Rolduckerveld. Op dit moment zijn deze ontwikkelingen nog niet concreet genoeg om daarop in te spelen. Voorkeursscenario Steltloper Termijn Levensduurverlengende renovatie, huisvesting samen met 5 tot 10 jaar De Blokkenberg (in dat geval is uitbreiding Steltloper noodzakelijk)

Integraal Kindcentrum ((I)KC) en wijkfuncties Voor de opgaven van alle scholen is het uitgangspunt dat de nieuwbouw in de vorm van een (I)KC wordt gerealiseerd. Daarnaast zien Movare en de gemeente de schoolgebouwen als wijkfunctie, waar ook maatschappelijke functies zoals zorg of een bibliotheek kunnen worden geïntegreerd. Op voorwaarde dat daar vraag naar is op de betreffende locatie. Voor iedere individuele opgave zal het realiseren van een (I)KC, met wijkfunctie, in een haalbaarheidsonderzoek nader onderzocht worden.

5.2.1 De Blokkenberg Het ruimtetekort bij De Blokkenberg is aanleiding om op zeer korte termijn (tijdelijke) huisvesting te realiseren. Een overweging is om hiervoor een deel van het ruimteoverschot bij Steltloper in te zetten. Voorwaarde is dat hier goede afspraken over worden gemaakt en er niet ‘zomaar’ een paar groepen van De Blokkenberg bij Steltloper in het gebouw worden geplaatst. Daarnaast is voor De Blokkenberg op middellange termijn levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw nodig, eventueel in gezamenlijkheid met Steltloper. Voorkeursscenario De Blokkenberg Termijn Tijdelijke voorziening oplossen ruimtetekort Zo snel mogelijk (urgent) Levensduurverlengende renovatie, samen met 5 tot 10 jaar Steltloper

Referentie: 1697001-0049.1.0.

5.2.3 St. Ursula Het gebouw is sterk verouderd en te klein voor de school. Bovendien liggen er kansen voor de gezamenlijke huisvesting met De Diabolo. Het voorkeursscenario voor St. Ursula is om op korte termijn nieuwbouw te realiseren voor St. Ursula en De Diabolo, onder één dak. Voorkeursscenario St. Ursula Termijn Nieuwbouw, samen onder één dak met De Diabolo 0 tot 5 jaar

5.2.4 De Diabolo Vanwege de samenwerkingskansen van De Diabolo en St. Ursula zal De Diabolo al op korte termijn nieuwe huisvesting krijgen. Voorkeursscenario De Diabolo Termijn Nieuwbouw, samen onder één dak met St. Ursula 0 tot 5 jaar

5.2.5 De Schatkist De Schatkist is een verouderd gebouw met een groot ruimteoverschot. Het gebouw wordt door de school wel als een prettig gebouw ervaren. Het voorkeursscenario is nieuwbouw samen met Bleijerheide; in een haalbaarheidsonderzoek zou levensduur verlengende renovatie i.c.m. uitbreiding nog kunnen worden overwogen. Voorkeursscenario De Schatist Termijn Nieuwbouw, samen onder één dak met Bleijerheide 0 tot 5 jaar

5.2.6 Bleijerheide Het schoolgebouw is verouderd, maar is recentelijk op onderwijskundige functionaliteit gerenoveerd. Het voorkeursscenario is nieuwbouw samen met De Schatkist. Voorkeursscenario Bleijerheide Termijn Nieuwbouw, samen onder één dak met De Schatkist 0 tot 5 jaar

Pagina 21 van 32

5.3. Ruimtevraag scenario’s Uit de voorgaande paragraaf wordt duidelijk dat de voorkeursscenario’s voor de zes scholen leiden tot, in de toekomst, drie schoollocaties. Iedere schoollocatie zou dan huisvesting voor twee scholen onder één dak betreffen. Daarnaast wordt rekening gehouden met kinderopvang, ten behoeve van (I)KC-vorming. In deze paragraaf wordt onderbouwd wat de te verwachten ruimtevraag voor deze drie toekomstige locaties is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de benodigde gebouwoppervlakte en de benodigde kaveloppervlakte. De oppervlakten die in deze paragraaf benoemd worden en in de rest van dit huisvestingsplan als uitgangspunt gelden, moeten nog herijkt worden in een haalbaarheidsstudie per project. Hierin moet onder andere een herijkte leerlingenprognose worden gebruikt en nader worden onderzocht welke partners, naast de scholen, eventueel op de nieuwe locaties worden gehuisvest.

5.3.1 Berekening oppervlakte gebouw De gebouwoppervlakte wordt bepaald door de normatieve ruimtebehoefte behorend bij het leerlingenaantal waarvoor wordt gebouwd. De normatieve ruimtebehoefte voor primair onderwijs wordt als volgt berekend: Normatieve ruimtebehoefte = aantal leerlingen x 5,03 + 200 = ruimtebehoefte bvo. In deze berekening is 5,03 het aantal vierkante meters bvo waar een school per kind recht op heeft, daarbovenop krijgt iedere school eenmaal een ‘vaste voet’ van 200 m² toebedeeld. Deze vierkante meters zijn bedoeld voor nevenruimten zoals kantoorruimte, overlegruimte, berging etc. De ruimtebehoefte wordt per school berekend, omdat iedere individuele school recht heeft op de ‘vaste voet’. Het aantal leerlingen waarvoor wordt gebouwd wordt in dit huisvestingsplan bepaald aan de hand van de beschikbare leerlingenprognoses van Pronexus uit 2019. Omdat de leerlingenaantallen een dalende trend laten zien, maar de langere termijn-prognose onzeker is, gaan we uit van het te verwachten aantal leerlingen in het jaar van oplevering van het nieuwe of gerenoveerde schoolgebouw. Voor St. Ursula, De Diabolo, De Schatkist en Bleijerheide word het jaar 2027 aangehouden (einde van de eerste termijn). Voor De Blokkenberg en Steltloper wordt het jaar 2030

Referentie: 1697001-0049.1.0.

aangehouden (halverwege de tweede termijn). Dit zijn schattingen die in de haalbaarheidsstudie zorgvuldig herijkt dienen te worden. Voor voorliggend huisvestingsplan zijn deze schattingen echter nauwkeurig genoeg om een indicatie te geven van de omvang van de projecten. Uit deze beredenering volgen de volgende leerlingenaantallen en normatieve ruimtebehoefte per school: Tabel 5.1: uitgangspunten leerlingenaantallen en ruimtebehoeften voor dit huisvestingsplan School Aantal leerlingen Ruimtebehoefte De Blokkenberg 178 leerlingen in 2030 1.095 m² bvo Steltloper 288 leerlingen in 2030 1.649 m² bvo Samen 466 leerlingen in 2030 2.744 m² bvo De Diabolo 167 leerlingen in 2027 1.040 m² bvo St. Ursula 237 leerlingen in 2027 1.392 m² bvo Samen 404 leerlingen in 2027 2.432 m² bvo De Schatkist 150 leerlingen in 2027 955 m² bvo Bleijerheide 188 leerlingen in 2027 1.145 m² bvo Samen 338 leerlingen in 2027 2.100 m² bvo Het is nog niet duidelijk of en hoeveel m² kinderopvang wordt toegevoegd aan de locaties. Aangezien de ambitie is om (I)KC’s te realiseren, wordt per locatie rekening gehouden met het toevoegen van vier groepen kinderopvang, hiervoor wordt uitgegaan van 500 m² bvo (schatting op basis van referentieprojecten). In tabel 5.1 is deze 500 m² nog niet opgeteld bij de ruimtebehoeften.

In tabellen 5.2, 5.3 en 5.4 worden deze wel meegerekend om het benodigde perceeloppervlak te berekenen.

5.3.2 Berekening oppervlakte perceel Op basis van de ruimtebehoefte kan ook een grove berekening worden gemaakt van de benodigde perceeloppervlakte. Hierbij worden de volgende aannames gedaan: • 60% van de te bouwen vierkante meters bevindt zich op de begane grond. • Per school is er minimaal 600 m² schoolplein aanwezig, voor de kinderopvang is er aanvullend minimaal 224 m² schoolplein (vier groepen van 16 kinderen x 3,5 m²).

Pagina 22 van 32

• • •

Per school wordt er een fietsenstalling gerekend voor 50% van de kinderen, 1,5 m² per fiets. Er wordt 50 m² gerekend voor buitenberging(en), fietsenstalling personeel en overige zaken. Aan het totaal wordt 10% toegevoegd ten behoeve van ontwerpspeling en 10% voor groenvoorzieningen/plantsoen.

In tabellen 5.2, 5.3 en 5.4 is weergegeven wat het minimaal benodigde perceeloppervlak per nieuwe locatie is. Tabel 5.2: minimaal perceeloppervlak De Blokkenberg en Steltloper

De Blokkenberg en Steltloper Footprint gebouw 60% van bvo scholen + kinderopvang Speelterrein Scholen + kinderopvang Fietsenstalling Voor 50% van de leerlingen Overige op terrein Buitenbergingen, containerberging etc. Ontwerpspeling 10% opslag Groenvoorziening 10% opslag Minimaal benodigd perceeloppervlak

m² bvo 1.946 1.424 350 50 377 377 4.524

Tabel 5.3: minimaal perceeloppervlak De Diabolo en St. Ursula

De Diabolo en St. Ursula Footprint gebouw 60% van bvo scholen + kinderopvang Speelterrein Scholen + kinderopvang Fietsenstalling Voor 50% van de leerlingen Overige op terrein Buitenbergingen, containerberging etc. Ontwerpspeling 10% opslag Groenvoorziening 10% opslag Minimaal benodigd perceeloppervlak

Referentie: 1697001-0049.1.0.

m² bvo 1.759 1.424 303 50 354 354 4.244

Tabel 5.4: minimaal perceeloppervlak Bleijerheide en De Schatkist

Bleijerheide en De Schatkist Footprint gebouw 60% van bvo scholen + kinderopvang Speelterrein Scholen + kinderopvang Fietsenstalling voor 50% van de leerlingen Overige op terrein Buitenbergingen, containerberging etc. Ontwerpspeling 10% opslag Groenvoorziening 10% opslag Minimaal benodigd perceeloppervlak

m² bvo 1.560 1.424 254 50 329 329 3.945

5.4. Mogelijkheden locaties In deze paragraaf worden mogelijke locaties voor de opgaven uit dit huisvestingsplan omschreven. Voor deze studie wordt uitgegaan van drie toekomstige schoollocaties, namelijk: • De Blokkenberg met Steltloper. • De Diabolo met St. Ursula. • Bleijerheide met De Schatkist. Aan het einde van deze paragraaf zijn de eigenschappen van de huidige zes schoollocaties beknopt in beeld gebracht. Daarnaast heeft een intern overleg bij de gemeente plaatsgevonden, waarin is onderzocht wat kansen zijn voor locaties voor de opgaven uit voorliggend huisvestingsplan. De terugkoppeling uit dit overleg was als volgt: “Het betreft een complex en lange termijn (ruimtelijk) vraagstuk en we kunnen nu niet meteen een kant en klaar antwoord geven. We zullen rekening moeten houden met toekomstige ontwikkelingen, waaronder de plannen van woningcorporatie HEEMwonen en in samenhang met andere beleidsthema’s/vraagstukken. We willen daarom vanuit Stedelijke Ontwikkeling graag samen met jullie deelnemen/meedenken m.b.t. het nieuwe huisvestingsplan van schoolgebouwen in het centrum en oostelijk deel van Kerkrade.”

Pagina 23 van 32

5.4.1 Locatie De Blokkenberg & Steltloper Omdat het gebouw van Steltloper nog niet op korte termijn het einde van de levensduur bereikt en een ruimteoverschot kent, ligt het voor de hand dat dit gebouw wordt ingezet. Bovendien is op deze locatie al kinderopvang aanwezig. Het gebouw van Steltloper betreft 2.153 m² onderwijsruimte. De beide scholen samen zouden ruim 2.700 m² nodig hebben, wat betekent dat een uitbreiding onvermijdelijk zou zijn, indien wordt gekozen voor deze locatie. Een haalbaarheidsonderzoek zal uit moeten wijzen of een uitbreiding van ruim 500 m² bvo in combinatie met een renovatie een interessant scenario is om de gezamenlijke huisvesting van Steltloper en De Blokkenberg in de termijn van 5 tot 10 jaar te realiseren.

5.4.2 Locatie De Diabolo en St. Ursula De beide huidige schoolgebouwen zijn te klein om de gezamenlijke huisvesting te faciliteren. Het is ook niet haalbaar met een uitbreiding, daarvoor is er te weinig ruimte over op het perceel. Daarnaast zijn de gebouwen verouderd. Het perceel van De Diabolo is te klein om de gezamenlijke huisvesting van de twee scholen, in de vorm van nieuwbouw, te faciliteren. Eventueel biedt het perceel van St. Ursula kansen, nadat het huidige schoolgebouw gesloopt is. In een haalbaarheidsstudie zou de benodigde perceeloppervlakte voor de nieuwbouw nauwkeuriger moeten worden bepaald, om aan te tonen of het perceel van St. Ursula wellicht groot genoeg is. In dat geval zou St. Ursula tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden moeten worden voorzien van tijdelijke huisvesting. Bovendien is de maximale bouwhoogte met 4 meter ruim onvoldoende voor een tweelaags gebouw. Een bestemmingsplanprocedure is dus onvermijdelijk. Een nadeel aan de keuze voor locatie St. Ursula zou de nabijheid bij Steltloper en het bijbehorend overlappend voedingsgebied zijn (met als potentieel gevolg de terugloop van leerlingaantallen bij Steltloper). Deze overlap is minder groot bij de voedingsgebieden van De Diabolo en Bleijerheide/De Schatkist. Ook voor dit vraagstuk geldt dat een zorgvuldig haalbaarheidsonderzoek zal moeten uitwijzen wat de beste locatie is.

voorzien van tijdelijke huisvesting. De verwachting dat een gezamenlijk gebouw hier bestemmingsplantechnisch en stedenbouwkundig is in te passen, aangezien het bouwvlak zeer ruim is en de bouwhoogte 7 meter hoog.

5.4.4 Aandachtspunten locatiekeuze Sommige van de huidige schoollocaties bieden dus kansen, in alle gevallen zijn daar kanttekeningen en aandachtspunten bij. Bovendien zal een planologische procedure altijd nodig zijn, maar kan de omvang daarvan verschillen. Bij de uitwerking van plannen dient rekening te worden gehouden met deze procedure en wat hierbij komt kijken. Thema’s die in ieder geval aan de orde zullen komen: • Verkeer en veiligheid • Gezondheid en bewegen • Nabijheid sportvoorzieningen • Klimaatadaptatie/duurzaamheid • Externe veiligheid • Ligging en bereikbaarheid • Afstand van geluidsgevoelige (woon)percelen • Informeren/betrekken gemeenteraad bij planvorming Daarnaast zal er vanuit de gemeente gekeken worden naar de percelen die eventueel overblijven na vertrek van een school. Een onderzoek naar een nieuwe invulling hiervan biedt wellicht kansen voor gemeente en Movare.

5.4.3 Locatie Bleijerheide en De Schatkist Puur gekeken naar de huidige locaties zijn de bestaande gebouwen geen van beide geschikt. Ze zijn te klein en sterk verouderd. Het perceel van De Schatkist zou wel groot genoeg zijn om het nieuwe gebouw op te realiseren, na het slopen van het huidige gebouw. De Schatkist zou dan tijdens de werkzaamheden moeten worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=320a9428-7926-4691-8671-c6d5824b2d41