Raadscommissie 210429 (notulen)(concept)
Tekst van het document
Misschien zouden die best willen als ze tijdig op de hoogte waren geweest. De discussie zou erom moeten draaien of het gaat om een open of om een besloten toegang tot dit complex. De fractie wil Dunavie en DSV oproepen om zich alsnog te melden. Wethouder Knape merkt op dat er voor het onderdeel beschermd wonen een aanbesteding wordt gedaan omdat er wel al voldoende plekken zijn met een reformatorische achtergrond. Het college had bij het begin van dit project niemand op het oog voor deze kavel. Stichting De Morgenster heeft
18
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
zichzelf gemeld bij de gemeente toen men in de krant las dat er een kavel beschikbaar kwam. Dat had iedereen kunnen lezen, ook Dunavie en DSV. Als zij zich gemeld hadden, was dit anders gelopen. De heer M. van Duijn vraagt waarom het CDA als brede volkspartij hier kiest voor een beperkte groep? Mevrouw Van der Maden deelt mee dat zij positief is over dit voorstel, juist omdat het vanuit de samenleving komt en omdat het een doelgroep bedient. Alle doelgroepen hebben rechten. Als er een andere groep was gekomen, had de fractie daar ook voor open gestaan. Met dit initiatief bedien je de hele samenleving. Mevrouw Guijt vraagt hoe men weet dat de hele samenleving wordt bediend als eerder vanavond werd gevraagd naar de woonanalyse. Mevrouw Van der Maden heeft met een woonanalyse niet zozeer gedoeld op de doelgroep, maar op de zorgwoningen. Mevrouw Guijt vindt het vreemd dat het CDA kiest voor De Morgenster, terwijl die analyse over de behoefte aan zorgwoningen ontbreekt. Als je zou kiezen voor een open aanbesteding, zou er nog wat kunnen veranderen aan het aantal te bouwen zorgeenheden. Mevrouw Van der Maden begreep van de wethouder dat de vraag naar de zorgwoningen er nu is. Hoe dat is over 10 jaar zal dan duidelijk worden. De heer J.H. Haasnoot stelt dat er geen uitgebreide voorraad is aan locaties. Door nu te kiezen voor deze groep, sluit je andere groepen uit. De heer M.
van Duijn merkt op dat het amendement De Morgenster niet bij voorbaat uitsluit, maar anderen een eerlijke kans wil geven. Het standpunt van het CDA hierover begrijpt hij niet. De heer J.H. Haasnoot meent dat je een analyse nodig hebt om die eerlijke kans te kunnen geven en dat is niet gebeurd. Je weet nu niet welk deel van de behoefte wordt bediend. De heer Van Tuijl hoort DURF zeggen dat ze iedereen een eerlijke kans willen geven, maar waar zit dan het verschil met andere maatschappelijke initiatieven? De heer M. van Duijn ziet er geen bezwaar in om bij alle initiatieven openbaar aan te besteden. Angst voor precedentwerking is er niet. De heer Van Tuijl stelt dat de gemeente de regierol wil hebben en daarbij open staat voor initiatieven vanuit de maatschappij. Als je dan nu opeens zegt dat je een openbare aanbesteding wil omdat je iedereen dezelfde kans wil geven, dan moet je dat ook bij andere initiatieven doen en daarmee verlies je dan toch die regierol. De heer M. van Duijn waardeert de inspanning van De Morgenster, maar maakt een bredere politieke afweging.
19
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer Van Tuijl meent dat DURF kennelijk niet eerlijk wil zeggen dat men De Morgenster niet wil en daarom vraagt om een politieke discussie. De PvdA wil niet gedwongen worden om alles openbaar aan te besteden. De gemeente moet de regierol houden, zowel hier als in de toekomst. Hier ontbreken goede argumenten om voor een tender te kiezen. Mevrouw Haasnoot vraagt zich af of DURF bij een tender een openbare instelling beter zou beoordelen dan De Morgenster. De heer M. van Duijn herhaalt dat DURF niets heeft tegen De Morgenster en hun inspanningen waardeert. Bij een openbare aanbesteding geef je iedereen een kans met een voorstel te komen. Het was nu niet helder dat ook anderen een plan konden indienen. Mevrouw Guijt meent dat je ook bij een openbare aanbesteding heel goed de kaders kunt aangeven en dus de regierol kunt houden. Dit verzoek komt niet omdat de fractie tegen De Morgenster is. De heer Kuijt sluit zich daarbij aan. Er is niets tegen De Morgenster en je kunt heel goed de regie houden bij een tender. De heer Van Tuijl heeft nog steeds geen valide argumenten gehoord om te kiezen voor een openbare aanbesteding. Men keert de zaken om, terwijl zich geen andere organisaties hadden gemeld. Mevrouw Guijt meent dat je bij schaarste niet slechts één instelling de kans moet geven. Blijken er straks geen andere initiatieven te zijn, dan kies je alsnog voor De Morgenster.
Mevrouw Tawfik vraagt de wethouder te reageren op haar opmerkingen over groen en recreatie. Dat is voor deze wijk echt belangrijk. Het lijkt erop dat scenario 4 van de baan is, maar over een zo groen mogelijke inrichting en biodiversiteit hoort zij niets. Wethouder Knape antwoordt dat er hier meer ruimte komt, waardoor de openbare ruimte meer groen zal krijgen. Er komt een mooie groenstrook en mogelijkheden voor recreatie. Fractie Smits wil hier helemaal niet bouwen, maar het college kiest ervoor te bouwen en tegelijk de wijk zo groen mogelijk in te richten. Mevrouw Smits stelt dat haar fractie inderdaad kiest voor scenario 4. De omgevingsvisie is gemaakt in het kader van de omgevingswet. Initiatieven moeten kunnen rekenen op draagvlak in de omgeving. Waarom ga je dan op deze plek een 27 meter hoge woontoren bouwen, daarvoor ontbreekt het draagvlak. In deze wijk is behoefte aan groen. Wethouder Knape stelt dat de omgevingsvisie en de omgevingswet zeggen dat je moet kijken naar initiatieven vanuit de samenleving. Er is een grote vraag naar woningen en daarmee is er veel draagvlak voor de bouw van extra woningen. Iedereen die zoekt naar een woning juicht dit plan toe, het zal onder andere zorgen voor doorstroming. Dat neemt niet weg dat bij sommige bewoners van De Hoornes het draagvlak voor dit plan in hun naaste omgeving ontbreekt.
Mevrouw Smits merkt op dat je de omgevingswet en –visie kunt interpreteren zoals je wilt. Er zijn inderdaad bewoners die een huis zoeken en die dit zullen steunen, maar daarnaast ook mensen die de woningnood erkennen, maar dit complex in deze versteende omgeving niet willen. Daar wordt te weinig rekening mee gehouden.
20
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer Van Tuijl vindt de Hoornes en Rijnsoever best groen. Je moet binnen de mogelijkheden in dit plan zoveel mogelijk groen verwerken, maar gezien wat er in de omgeving staat, lijkt het zijn fractie verstandig dit plan uit te voeren. Mevrouw Smits is het eens met de heer Van Tuijl dat het nog erger kan, maar om hier te kiezen voor hoogbouw omdat er al meer hoge flats staan, is een vreemd argument. Natuurlijk zijn er woningen nodig, maar dat is niet het enige waar je rekening mee moet houden. De heer Van Tuijl vindt dat het gaat om een totale afweging. Vanuit de wens groen te behouden, houdt Katwijk de Kwakkelwei open. Ook in dit plan is er groen, bijvoorbeeld bij de kades en ook aan de overkant van het uitwateringskanaal is het groen Op deze kavel kun je bouwen, rekening houdend met de behoefte. Wethouder Knape stelt dat er op basis van de omgevingsvisie is gekeken waar je kunt bouwen en hoe je het tegelijk groener kunt maken. Dit is een van de plekken waar dat kon. Er is dus een totaalafweging geweest. De voorzitter wil de vergadering afronden en stelt vast dat dit agendapunt kan worden behandeld in de volgende raadsvergadering. Dan zullen ook beide amendementen aan de orde komen.
De fracties van DURF, GemeenteBelangen, Hart voor Katwijk en de VVD hebben een concept van het amendement ‘Verkoop aan (zorg)-organisatie via tender’ aangeboden en hebben het voornemen deze in te dienen in de raadsvergadering. De fractie van KiesKatwijk heeft een concept van het amendement ‘Woonzorgcomplex’ aangeboden en heeft het voornemen deze in te dienen in de raadsvergadering. De commissie adviseert de raad het raadsvoorstel zonder nadere beraadslaging te agenderen in de volgende raadsvergadering; de fracties van CDA, SGP, ChristenUnie en de PvdA zijn voor het voorstel, de overige fracties maken een voorbehoud. 5.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 23.05 uur. LOCATIE BURGERZAAL Aanwezig zijn 10 leden: mevrouw R. Dees-van Duijn (KiesKatwijk), de heer G.G. van Delft (SGP), mevrouw A.H. van Ginkel-Lanting (Hart Voor Katwijk), mevrouw I.W. van der Plas-de Groot (CDA), de heer T. Reedijk (PvdA), de heer A. van Rooijen (DURF), mevrouw P.S.M. Smit (GemeenteBelangen), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), de heer E. Tibben (D66) en de heer A. de Vries (ChristenUnie). Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
de heer Tensen mevrouw Duineveld de heer Mostert de heer Kardux
21
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
6.
Opening
De voorzitter, de heer Tensen, opent de vergadering van de raadscommissie om 19.31 uur. 7.
Vaststelling van de agenda van de raadscommissie
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. INFORMATIEVE SESSIE 8.
Principes achter strategische keuzes en structurele effecten Omgevingswet (1902678)
Wethouder Mostert geeft een presentatie over de effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. De presentatie is bij de stukken gevoegd. De heer De Boer, programmamanager Omgevingswet, vervolgt de presentatie over de planning van de implementatie van de Omgevingswet. Mevrouw Soepboer, programmasecretaris Omgevingswet, vervolgt de presentatie over het doel van vandaag en de relatie met de keuzeopgaven. De heer Stegmann stelt dat hij de zaak als burger beschouwt en mevrouw Soepboer vanuit de gemeente denkt. Niet intensiveren heeft een positief effect op de kosten van de initiatiefnemer; minder regulering om zich zorgen te maken. Dat is volgens mevrouw Soepboer een juiste constatering. De heer Van Rooijen vraagt wat de gevolgen zijn voor de capaciteit van de IT. Voor een toenemend aantal vragen aan de helpdesk zal een oplossing worden gezocht in de IT. Geeft het model daar een antwoord op? Mevrouw Soepboer vervolgt de presentatie. Mevrouw Smit vraagt hoe het duurzaamheidbeginsel in de Omgevingswet een integraal onderdeel kan worden en hoe het juridisch wordt getoetst. De heer De Boer legt uit dat het kader voor duurzaamheid in het omgevingsplan wordt vastgelegd. Dat geeft de mogelijkheid om niet alleen naar de bestemming maar ook naar de toedeling van functies en activiteiten te kijken. In het bestemmingsplan voor Valkenhorst komt het fenomeen beleidsregel voor.
Daarin worden de eisen voor duurzaamheid toetsbaar. Mevrouw Van Ginkel vraagt of de opmerking dat regionale samenwerking geen doel op zich is een Katwijkse of landelijke opmerking is. Hoe wordt de decentrale ruimte dan bepaald als het niet regionaal wordt beschouwd? Wethouder Mostert antwoordt dat het en-en is; het is een keuze van de raad van Katwijk. Dat kwam naar voren in de sessies die de raad heeft gehad in de vorige collegeperiode over de ambities die de
22
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
raad heeft over de invoering van de Omgevingswet. Regionale samenwerking is geen doel op zich, maar het is nuttig om grensoverschrijdende zaken goed te regelen. Daarom doet Katwijk mee aan het proces van het Hart van Holland, het proces van de Duin- en Bollenstreek en dat van HollandRijnland. Katwijk gaat nadrukkelijk niet op een eiland zitten, maar functioneert als onderdeel van een grotere regio. Het vergroot de lobbykracht van de gemeente. Mevrouw Van Ginkel licht toe dat zij verbaasd was over de opmerking; zij meende ook dat goede regionale samenwerking juist een insteek van de Omgevingswet is. Mevrouw Van der Plas las een artikel van de heer Friso de Zeeuw, expert op het gebied van de Omgevingswet, die stelt dat de invoering tot 1 juli 2022 zal worden uitgesteld en langer uitstel niet uit te sluiten valt. Wat betekent dat voor Katwijk? Is de invoeringsdatum van de Omgevingswet automatisch gekoppeld aan de invoerdatum van de Wet kwaliteitsborging? Wethouder Mostert zegt dat het 1 juli 2022 zou kunnen worden. Het uitstel zou alleen meer tijd om te oefenen met het nieuwe materiaal. De insteek van Katwijk is om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet, zonder het uitstel. De heer Leeuw, adviseur organisatieadviesbureau Senze, antwoordt dat beide wetten nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld zijn. De Wet kwaliteitsborging is een bestuurswetwijziging.
Het toetsen van het Bouwbesluit verdwijnt. Er is een theorie dat het private deel van de wet Kwaliteitsborging wel doorgaat en het bestuurlijke deel nog niet. De heer Stegmann vraagt wat het voortdurende uitstel voor de burger betekent. Ondertussen zitten veel burgers met de onzekerheid. Hoe worden nadelen voor aanvragers voorkomen? De heer De Boer zegt dat het deel waar de initiatiefnemer voordeel van heeft, de initiatieventafel en de intaketafel, waar vooroverleg plaatsvindt, ook kunnen worden beproefd. De invoeringsdatum is van belang om aanvragen digitaal te kunnen ontvangen. Katwijk zal niet voor de troepen uitlopen, maar het deel wat goed gebruikt kan worden, toepassen. De heer Van Rooijen begrijpt dat de strategische keuzes voor 1 juli moeten worden gemaakt; dat komt in een transitiedocument te staan. De planning is om het pas in december vast te stellen. Volgens de heer De Boer gaat het bij de keuzes om de richting voor de invoering van het omgevingsplan. Nu worden de consequenties van keuzes in beeld gebracht. Gepoogd wordt voor het einde van het jaar een koersdocument neer te leggen voor het hele wetgevingstraject. Er zijn 2 fases: voor de zomer richting aangeven en in het najaar het transitieplan. Mevrouw Smit vraagt of burgers straks moeten wachten als de invoering van de Omgevingswet niet doorgaat.
Komen burgers halverwege in de wacht te staan? Dat is volgens de heer De Boer niet het geval. De heer Reedijk heeft gelezen dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) de spelbreker is in een aantal steden. Herkent Katwijk dit?
23
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer De Boer herkent het niet. Katwijk oefent met het toepassen van de regels; de wetstekst wordt dusdanig aan de initiatiefnemers aangedragen dat iedereen het kan begrijpen. Er komt een beslisboom met de te doorlopen stappen. De heer De Vries vraagt hoe de keuzes worden gemaakt. Komen er scenario’s? Mevrouw Soepboer denkt dat er na het lezen van het transitiedocument een volledige beeldvorming zal ontstaan. Per keuze worden de mogelijkheden weergegeven. En wordt onderbouwd waarom het beste een bepaalde richting kan worden gevolgd. Wethouder Mostert vult aan dat er ook politieke keuzes in zitten. Iedere keuze zal bepaalde effecten hebben. Daarover zal in de raad moeten worden gediscussieerd. De heer De Boer voegt toe dat de uiteindelijke keuzes bij het omgevingsplan gemaakt worden. Daar moet voor sommige gebieden maatwerk kunnen worden geleverd. Voor Katwijk zal vooral de kwaliteitskant van belang zijn. Mevrouw Smit vraagt hoe groot de financiële tegemoetkoming van de minister wordt. Wethouder Mostert zegt dat het nog niet helder is. Mevrouw Van der Plas vraagt of een beetje aan de Omgevingswet doen duurder uitpakt dan als het omgevingsplan goed wordt ingericht. Wethouder Mostert stelt dat het gaat om de keuzes die je daarin maakt. Niet gebruik maken van de decentrale ruimte betekent niet werken volgens de Omgevingswet.
Bij optimaal gebruik van de decentrale ruimte doe je dat wel, maar dat heeft ook weer andere effecten. In beginsel heeft mevrouw Van der Plas gelijk. De heer De Boer zegt dat een begrotingsmodel met een aantal variabelen het mooiste zou zijn. Het zal afwegen worden. Er zal op de andere keuzes moeten worden gestuurd. Keuzes die het beste zijn voor de inwoners en de ondernemers. De heer Leeuw noemt de kwalitatieve verbetering. Het is de vraag of de aangegeven positieve effecten in het model en de onderbouwing daarachter ook door de raad als positief effect wordt beschouwd. Mevrouw Van der Plas zegt dat het erop lijkt dat er op termijn lagere structurele lasten zijn als er nu goed naar de geest van de wet wordt gekeken. Alertheid om niet alleen keuzes te maken om de kosten binnen de perken te houden, is gewenst. Is dat juist? Wethouder Mostert zegt dat ook dat een politieke keuze is. De meeste volksvertegenwoordigers zullen de initiatiefnemers zo goed mogelijk willen bedienen. Het college zal met een voorstel komen. De heer Stegmann stelt dat de Omgevingswet een van de laatste grote wetten in het kader van de deregulering is. Nu wordt er alleen meer naar schema’s met de financiële effecten van bepaalde scenario’s gekeken.
In welk scenario profiteren de burgers optimaal van de deregulering? Hoe zou er gekozen worden, kijkend vanuit het oogpunt van de burger, voor wie de regels knellen?
24
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
Wethouder Mostert geeft aan dat de framing van de heer Stegmann niet juist is. Er wordt niet alleen maar gekeken naar de financiële effecten voor de gemeente. Er wordt ook gekeken naar wat het voor de initiatiefnemer betekent. Die afweging moet worden gemaakt: wat betekent het voor de inwoners en wat voor het eigen huishoudboekje. Ook het werkproces moet op een goede manier georganiseerd worden. Mevrouw Soepboer zegt voor scenario 3 te gaan als het gaat om de financiële en kwalitatieve effecten voor de maatschappij. Daarbij vallen de effecten het meest positief uit. Volgens de heer Stegmann was dat niet de vraag. De vraag was vanuit het oogpunt van de burger te kijken, die de huidige wetten als knellend ervaart en deregulering verwacht van de Omgevingswet. Komt mevrouw Soepboer dan nog op scenario 3 uit? Wethouder Mostert antwoordt bevestigend. De voorzitter schorst de vergadering om 20.59 uur. De commissie is voldoende geïnformeerd. OORDEELSVORMENDE SESSIE 9.
Omgevingswet-proof participatiebeleid (1888867, 1746300, 1601650)
Aanwezig zijn 10 leden: mevrouw R. Dees-van Duijn (KiesKatwijk), de heer G.G. van Delft (SGP), mevrouw A.H. van Ginkel-Lanting (Hart Voor Katwijk), mevrouw I.W. van der Plas-de Groot (CDA), de heer T. Reedijk (PvdA), de heer A. van Rooijen (DURF), mevrouw P.S.M. Smit (GemeenteBelangen), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), de heer E. Tibben (D66) en de heer A. de Vries (ChristenUnie). Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
de heer Tensen mevrouw Duineveld de heer Mostert de heer Kardux
De voorzitter heropent de vergadering om 21.04 uur. Mevrouw Van der Plas stelt dat het voorliggende participatiebeleid er op papier Omgevingswet-proof uitziet. De kennisgevings- en motiveringsplicht en voorbeelden van de initiatiefnemer voor participatie en toetsing achteraf staan erin. Hoe staat het met de noodzakelijke verandering in houding en gedrag van de gemeente? Hoe krijgt dit een plek in het beleid? Bij participatie is goede ondersteuning van burgers noodzakelijk. Marktpartijen en overheden beschikken over geld, personele inzet en faciliteiten die burgers over het algemeen niet hebben. Niet iedere inwoner heeft zo’n grote keukentafel dat hij er betrokkenen kan uitnodigen voor een rondje participatie. Zij ziet graag dat onderzocht wordt hoe de ondersteuning van burgers vorm kan krijgen. Ondersteuning bij de procesmatige aspecten, maar ook de mogelijkheid om over een zaaltje te beschikken, met een kop koffie, zonder dat hen op kosten jaagt. Dat maakt het speelveld eerlijker. Het CDA heeft een motie voorbereid waarin het college wordt gevraagd dit te onderzoeken. Zij wacht de reactie van de andere fracties en van het college af.
25
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer De Vries zegt dat participatiebeleid bij de Omgevingswet hoort; helaas kunnen initiatieven niet alleen op basis van het ontbreken van participatie worden afgewezen, tenzij het participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten betreft. Het is goed als de gemeente het participatieproces faciliteert. De aanpassingen in het burgerparticipatie- en bestuursstijlbeleid zijn nodig. Hij vraagt zich af of de motie van het CDA voldoet aan de proportionaliteit, maar staat er sympathiek tegenover. Soms kan het goed zijn als een initiatiefnemer op de koffie gaat bij mensen in de omgeving die belanghebbenden zijn. De heer Tibben kan zich vinden in het voorstel en staat positief tegenover de motie van het CDA. Niet iedereen zal er gebruik van hoeven maken, maar sommigen wel. De heer Van Rooijen kan instemmen met het besluit. Er ontstaat nu meer behoefte aan hoe het praktisch ingevuld kan worden. Zijn er voldoende middelen om participatie bij bijeenkomsten tussen buurtbewoners mogelijk te maken? Hoe wordt geborgd dat er goed toezicht is op de uitvoering van participatie in de periode tussen 1 januari 2022 en 2024 als de eerste evaluatie plaats gaat vinden? Mevrouw Smit voelt zich verantwoordelijk voor het bewaken van het participatieproces.
Door het Omgevingswet-proof maken van het huidige participatiebeleid hoopt zij ruimte te geven aan initiatieven en op te komen voor de belangen van de omgeving. Daarom is zij tevreden met het raadsvoorstel om een handleiding voor de initiatiefnemers toe te voegen. Bij een vormvrije participatie moet je rekening houden met verschillende mensen en vaardigheden. Het monitoren van het participatiebeleid is belangrijk, aangezien verwacht wordt dat er ongelijkheid is in de toegang tot de informatie. Daarom ondersteunt zij de motie voor een laagdrempelige regeling voor participanten, voor zover initiatiefnemers hier niet zelf in kunnen voorzien. Zij begrijpt niet waarvoor de gemeente de uitgebreide procedure van toepassing kan verklaren; geldt dit alleen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, of kan het voor een binnenplanse activiteit ook van toepassing worden verklaard? Mevrouw Van Ginkel denkt dat de financiële ongelijkheid voor een deel kan worden weggenomen bij het participatietraject, maar vreest dat de machtsongelijkheid de grote factor blijft. Bij inspraak blijkt dat vooral de mondige burger langskomt. Daar biedt de participatieladder geen oplossing voor. Zij steunt de motie van het CDA.
Zij wijst de collega’s in de commissie met nadruk op de publicatie van het Samenwerkingsverband Actieve Bewoners, die bij de stukken staat; de raad hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er komen veel handige adviezen en mogelijkheden in naar voren. Kan de publicatie naast de participatieaanpak gelegd worden, of is dit al gedaan? Zij wil graag het ‘right to bid’ – het overnamerecht - in de participatie verwerken. Wat vindt de commissie daarvan? Als dit positief uitvalt, wil zij er een amendement voor maken. Participatie wordt wettelijk verplicht, maar zij is bang voor nog meer regels voor de inwoners en dat de vergunning zelfs geweigerd kan worden als zij zich er onvoldoende aan houden. Mevrouw Dees vindt de achterliggend gedachte van participatie in de Omgevingswet goed. Het is belangrijk dat iedereen gelijke kansen krijgt bij de aanvraag van een vergunning. Een lijst met handvatten waarmee rekening moet worden bij de aanvraag is daarbij onmisbaar. Zij is tevreden met het voorstel en begrijpt de zorg die mevrouw Van der Plas naar voren brengt en steunt de motie. Participatie zal niet altijd leiden tot consensus; weerstand vanuit de omgeving betekent niet automatisch dat de aanvraag een slecht plan betreft. Zij vraagt zich af in hoeverre de steun van de omgeving de doorslag zal geven bij het wel of niet toekennen van een vergunning en hoe hierin dan
26
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
keuzes worden gemaakt. Het is niet duidelijk hoe er omgegaan wordt met de kosten als de gemeente het participatietraject overneemt. Daarover ontvangt zij graag een toelichting van de wethouder. De heer Reedijk spreekt zijn waardering uit voor de wijze waarop het proces in hapklare brokken aan de raad wordt voorgeschoteld en steunt het voorstel. De motie van mevrouw Van der Plas is interessant. Het oefenen is belangrijk. Er wordt veel geschreven over de mondige burger en de partij met het meeste geld die toch het meest voor elkaar kan krijgen. Wat heeft de wethouder over het eerste deel van het dictum te zeggen? Veel zal liggen aan hoe er alvast geoefend wordt en hoe je als gemeente beschikbaar bent als loket en met serviceverlening. Geconstateerd wordt wat er nog mist. Er kan veel in stukken worden opgenomen, maar veel hangt ook af van de service die de gemeente wil bieden. De heer Van Delft stelt dat participatie meer invloed biedt aan burgers, organisaties en belanghebbenden. Het geeft overheden inzicht in meningen, belangen en creativiteit. Participatie als basisprincipe is een goede zaak. De voorliggende aanpak sluit goed aan bij het nu vigerende participatiebeleid en is in lijn met het ambitieniveau van de raad. Hij is van oordeel dat met deze aanpak en handleiding de komende cultuuromslag met de komst van de Omgevingswet in kaart is te brengen.
Het blijft belangrijk om oog te houden voor de kleinere man om een gelijk speelveld te houden. Daarbij past sympathie voor de motie van het CDA. De heer Stegmann vindt de actualisatie van de spelregels voor participatie een te zware druk leggen op een initiatiefnemer. Met name de artikelen 6 en 7. De formulering van artikel 7 is zo vaag dat hij vreest dat de gemeente de zaak op elk moment kan overnemen. De participatieladder is moeilijk te volgen voor een initiatiefnemer. Hij heeft zich gestoord aan het document waarin beschreven wordt wat kleine, middelgrote en grote plannen zijn en wat je dan moet doen. Bij de kleine plannen staat het kappen van een boom. Het was al ergerlijk dat voor het kappen van een boom in je eigen tuin een kapvergunning moet worden aangevraagd. Nu wordt het nog veel erger, want nu moet je een koffietafelgesprek gaan houden met buren en betrokkenen. Hij kan zich minder vinden in de voorliggende plannen. Wethouder Mostert denkt dat de motie van mevrouw Van der Plas niet ingediend hoeft te worden, want hij wil toezeggen dat het verzoek wordt ingewilligd. Met de aanpak van de participatie zal geoefend worden en er zal worden bekeken wat er nog aan aanvullende ondersteuning nodig is. Het reflexteam heeft aangeven het belangrijk te vinden om dat te beoordelen.
Het voorbeeld van het zaaltje met de koffie is wat overdreven in de zin dat mensen die een groot plan hebben vaak grote organisaties zijn, die daar zelf de middelen voor hebben. Initiatiefnemers met kleine plannen hoeven niet dit soort grote evenementen te organiseren; zij kunnen bij de buren op de koffie om daarmee de participatie te hebben gedaan. Hij vindt het belangrijk dat mensen zonder dikke beurs met hun initiatieven geholpen en niet ontmoedigd worden. Hij zegt toe ermee aan de slag te gaan. De evaluatie in 2024 komt uit de landelijke evaluatie. In Katwijk wordt begonnen met het evalueren van het huidige participatiebeleid. De resultaten komen na de zomer naar de raad. Daarbij kan worden afgesproken om dit onderdeel over een jaar nog eens te evalueren. Het is verstandig dat na invoering van de Omgevingswet te doen. Participatie zal niet zo snel worden overgenomen; dat is een uiterst geval. In het vooroverleg zal worden aangegeven hoe inwoners dat het beste kunnen aanpakken. Daar is de toolkit voor. Op die manier zal bij de participatieopgave geholpen worden. Als het nodig blijkt, zal er gekeken worden hoe er nog meer ondersteuning kan worden geboden. De gemeente zal de vraag van de heer Stegmann ook aan zichzelf moeten stellen: krijgen we niet meer last van regels? De raad vindt het tegelijkertijd belangrijk dat er goed geparticipeerd wordt met de omgeving, ook als de
27
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
gemeente zelf geen initiatiefnemer is. Daarom krijgen initiatiefnemers een kader mee hoe zij zelf moeten participeren. Bij de omgevingsplanactiviteiten gaat het over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hij adviseert het ‘right to bid’ na de zomer bij de evaluatie van de het huidige participatiebeleid te behandelen. Mevrouw Van der Plas bedankt de wethouder voor de toezegging. In het stuk van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners wordt de ondersteuning op het basale niveau duidelijk genoemd; geld voor huur van een zaal met een kopje koffie. Dat is vaak slecht geregeld. Daar moet een inhaalslag worden gemaakt. Houding en gedrag zijn belangrijk bij de hulp aan initiatiefnemers. Daar moet wel aandacht voor zijn. De heer Reedijk geeft in overweging om bij de evaluatie niet alleen volgens de participatiemonitor te evalueren, maar ook naar het hanteren van de spelregels te kijken. Mevrouw Van der Plas kan zich daarin vinden. Mevrouw Van Ginkel merkt op dat de financiële beperkingen en onmondigheid van burgers niet opgelost worden met het faciliteren van een zaaltje. De machtsongelijkheid bij burgers blijft een nadeel bij participatie en inspraak. Het is niet duidelijk hoe de gemeente kan omgaan met een buurman die last heeft van zonbeperking door een boom van zijn buren. Mevrouw Smit zegt dat de informatie niet voor iedereen gelijk toegankelijk is.
Zij geeft aan dat er nu ook geen participatie verplicht is. Misschien wordt het niet slechter, maar minder slecht. De heer Stegmann sluit zich aan bij mevrouw Van Ginkel en komt terug op de in de eigen tuin te kappen boom. Volgens de participatieladder moet er een koffietafelgesprek worden aangegaan met de beide buren. Als zij de boom willen behouden, moet de eigenaar van de boom een evaluatie maken. Dan is het volgens artikel 7 einde verhaal. Dat legt een last bij de burger neer die er nu nog niet was. De kapvergunning was er altijd al; nu komt er nog een laag bovenop. Hier zou tegengestemd moeten worden. Mevrouw Dees voegt toe dat weerstand vanuit de omgeving niet altijd betekent dat het een slecht plan is. Hoe wordt dit afgewogen; zonder consensus automatisch geen vergunning? Wethouder Mostert antwoordt dat er ook gedereguleerd kan worden; geen noodzaak voor het aanvragen van een kapvergunning. Sommige raadsleden zullen echter juist meer groen willen. Dat is een politieke afweging. Het is nadrukkelijk niet zo dat het niet gaat gebeuren als de buurman het niet wil. Participatie betekent elkaar informeren. De aanvraag wordt ingediend en de gemeente toetst op beleid. Vervolgens wordt de vergunning wel of niet verleend. Een vergunning kan niet worden geweigerd op grond van de uitkomsten van de participatie.
Als een boom gekapt moet worden en er zijn 1000 mensen tegen en niemand voor, dan kan het nog zo zijn dat volgens de wet- en regelgeving de vergunning wel verleend wordt. Het aanpassen van houding en gedrag van de ambtelijke organisatie kost capaciteit en geld. Er is voor gekozen om het wel te doen, want het is belangrijk dat de houding van de mensen aan de bestuurlijke en ambtelijke kant vanuit de gedachte van de Omgevingswet anders wordt. De heer Stegmann begrijpt niet wat zijn buurman ermee te maken heeft als hij een boom in zijn eigen tuin wil kappen.
28
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
Mevrouw Van Ginkel heeft in het verleden de welstandcommissie weten af te schaffen. Het gaat er nu op lijken dat de welstandscommissie weer wordt georganiseerd. De heer Reedijk merkt op dat het nu over het beoordelen van de spelregels voor participeren gaat. Wethouder Mostert kan de zorgen van mevrouw Van Ginkel wegnemen: de initiatiefnemer hoeft alleen aan te geven hoe hij met de belangen van de betrokkenen is omgegaan. Niet iedereen hoeft het met het initiatief eens te zijn. In de Omgevingswet is aangegeven dat er participatiebeleid moet zijn. Daarom komt het college nu met een voorstel. Er kan nog gediscussieerd worden over wat je wel regelt en wat niet. Bij kapvergunningen komt dan het groenbeleid van de gemeente aan de orde. Hier gaat het om het participatiebeleid in het kader van de invoering van de Omgevingswet. Daarvoor zijn spelregels opgesteld. De heer Stegmann vraagt wat het ‘right to bid’ is. Mevrouw Van Ginkel legt uit dat een buurt een voorstel voor een maatschappelijke bestemming, bijvoorbeeld een buurthuis, vorm kan geven. Dat is in Engeland een succes. De heer Stegmann vindt het uitstekend. Mevrouw Van der Plas is er warm voorstander van, maar denkt dat het bij de evaluatie van het huidige participatiebeleid moet worden meegenomen. De heer Reedijk vraagt waar mevrouw Van Ginkel het amendement aan gekoppeld wil zien.
Mevrouw Van Ginkel zegt dat het bij het ‘right to challenge’ past. Zij geeft aan informatie erover door te sturen. De heer Reedijk vraagt of de spelregels naast een evaluatie gelegd worden of dat ze al in de participatiemonitor zitten. Wethouder Mostert legt uit dat het doorlopen participatietraject niet langs de spelregels wordt gelegd en wordt afgevinkt. Er wordt gekeken of er geparticipeerd is en vervolgens wordt er naar de inhoud van de aanvraag door de initiatiefnemer gekeken. De heer Reedijk wil weten hoe het zit als de gemeente de participatie moet doen. Wethouder Mostert antwoordt dat de gemeenteraad het college hier dan op afrekent. Hij gaat ervan uit dat de gemeente zich aan de eigen regels houdt. De heer Stegmann vraagt of het niet zo is dat, zoals in Frankrijk wanneer je een zwembad in de tuin wil aanleggen, je bij alle buren een handtekening moet gaan halen. Er vindt dus geen beoordeling plaats van de van de in te leveren inhoudelijke verslagen van de evaluatie. De heer Van Rooijen vraagt of alle initiatieven in de participatiemonitor zijn opgenomen. Of zit er een bepaalde grootte aan?
29
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
Wethouder Mostert antwoordt dat het een algemene rapportage is van alle binnenkomen initiatieven. Er kan niet worden nagegaan hoe er bij een bepaald initiatief geparticipeerd is. Mevrouw Van der Plas antwoordt de heer Stegmann dat participatie het leidende principe is en niet verplicht is voor initiatiefnemers. De heer Stegmann merkt op dat in concepten die bij dit raadbesluit voorliggen, staat dat het verplicht is om te participeren. Volgens mevrouw Van der Plas is het alleen een verplichting als het gaat om een wijziging van het omgevingsplan. Daarbij gaat het om de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dat is volgens wethouder Mostert correct. Mevrouw Smit merkt op dat participatie niet alleen bedoeld is om het voor de initiatiefnemer makkelijker te maken om zijn plan erdoor te krijgen. Mevrouw Van der Plas merkt op dat het taalniveau van de participatieaanpak en de handleiding voor initiatiefnemers volgens een landelijke leesniveautool uitkomt op resp. B2, C1 en B2. Dat is veel te moeilijk; de Omgevingswet schrijft taalniveau B1 voor. Dat is het niveau waarop 95% van de bevolking in staat is om de handleidingen te begrijpen. Kunnen de teksten zodanig worden aangepast dat ze voor het grootste deel van de bevolking te begrijpen zijn? Een animatie lijkt ook een goed idee. De heer Stegmann is het er volledig mee eens.
Het is voor een initiatiefnemer moeilijk om met de huidige documenten te bepalen wat hij moet doen en wordt erdoor geïntimideerd. Het moeten eenvoudige zinnen worden waarin duidelijk wordt uitgelegd wat er verwacht wordt. Het is volgens wethouder Mostert een terecht punt. De communicatieafdeling zal er – als die er op volle sterkte mag blijven – een rol in moeten spelen. Hij zegt toe de mogelijkheid van een vereenvoudiging na te laten gaan. Mevrouw Van der Plas bedankt voor de toezeggingen en besluit de motie niet in te dienen. Mevrouw Van Ginkel werkt het amendement over ‘right to bid’ nader uit en zendt de commissie de informatie erover. Het lijkt mevrouw Van der Plas beter om het besluit te nemen bij de evaluatie van de participatie. De heer De Vries is het met mevrouw Van der Plas eens, maar ziet de informatie van mevrouw Van Ginkel over het ‘right to bid’ graag tegemoet. Na het bestuderen van de informatie kan worden bepaald wat de juiste weg is. De voorzitter schorst de vergadering om 22.00 uur. Het college doet de toezegging om tijdens de komende oefenperiode met de participatiehandleiding en de participatieaanpak te onderzoeken hoe bij participatietrajecten onder de Omgevingswet aanvullende ondersteuning voor inwoners gefaciliteerd kan worden, hierbij gaat het ook om
30
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
ondersteuning op het meest basale niveau. En dit terug te koppelen aan de raad vóór de invoeringsdatum van de Omgevingswet. Het college doet de toezegging om de participatiehandleiding en participatieaanpak aan te passen naar begrijpelijk en eenvoudig taalgebruik (B1-niveau). De commissie adviseert de raad het raadsvoorstel zonder nadere beraadslaging te agenderen in de volgende raadsvergadering. Het CDA heeft voor dit debat een concept van een motie over Ondersteuning bij participatietraject onder Omgevingswet aangeboden. Het CDA zal niet overgaan tot het indienen van de motie. Hart Voor Katwijk heeft een amendement over ‘right to bid’ aangekondigd heeft het voornemen deze in te dienen in de komende vergadering van de raad. OORDEELSVORMENDE SESSIE 10.
Adviesrecht raad Omgevingswet (1878038)
Aanwezig zijn 10 leden: mevrouw R. Dees-van Duijn (KiesKatwijk), de heer G.G. van Delft (SGP), mevrouw A.H. van Ginkel-Lanting (Hart Voor Katwijk), mevrouw I.W. van der Plas-de Groot (CDA), de heer T. Reedijk (PvdA), de heer A. van Rooijen (DURF), mevrouw P.S.M. Smit (GemeenteBelangen), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), de heer E. Tibben (D66) en de heer A. de Vries (ChristenUnie). Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
de heer Tensen mevrouw Duineveld de heer Mostert de heer Kardux
De voorzitter heropent de vergadering om 22.04 uur. Mevrouw Van der Plas stelt dat wanneer de Omgevingswet van kracht is het college alleen nog naar de raad komt voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en daarbij gebruik kan maken van het bindend adviesrecht. De meeste activiteiten waarvoor een vergunning nodig is, zullen dus door het college beoordeeld worden. Het is prima dat het college meer bevoegdheden krijgt bij de uitvoering van het beleid. Het is overzichtelijk en zorgt voor een snellere afhandeling. Het CDA is er tevreden over dat het eerder ingebrachte punt over het realiseren van windmolens en zonnepanelen is toegevoegd aan de lijst. Twee actuele onderwerpen die een majeure ingreep in de leefomgeving van mensen betekenen en waarover maatschappelijke discussie zal zijn, zijn het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 50 meter en het loskoppelen van wijken van het aardgas. Het draagvlak van inwoners is hierbij cruciaal en een uitspraak van de raad kan een meerwaarde hebben. Om deze twee onderwerpen toe te voegen aan de lijst heeft mevrouw Van der Plas een amendement voorbereid. [22.07 Mevrouw Dees-van Duijn verlaat de vergadering.] De heer De Vries stelt dat het een belangrijke lijst is. Als de raad in de tijd spijt heeft dat er dingen niet op staan, kan dat veranderen. Hij houdt de kaarten nog even voor de borst wat betreft de punten van het CDA.
Hij heeft er nog niet met de fractie over kunnen overleggen en wacht de reactie van de debatten en van de wethouder af. Het amendement zoals het nu voorligt, maakt een evenwichtige indruk.
31
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer Tibben sluit zich aan bij de heer De Vries en staat positief tegenover de onderwerpen die mevrouw Van Der Plas voorstelde toe te voegen. De heer Van Rooijen zegt dat de VNG veel aandacht aan het onderwerp heeft besteed. Hij vertrouwt erop dat het afstemmen van de VNG-adviezen met de gemeentelijke lijst VGVB ervoor gezorgd heeft dat de nieuwe lijst met categorieën, waarop adviesrecht van toepassing is, van voldoende kwaliteit is. Uit de stukken blijkt dat deze afstemming grondig uitgevoerd is, waarvoor dank aan de betrokken ambtenaren. Hij kan akkoord gaan met de in het amendement genoemde aanvullingen.
Mevrouw Smit zegt dat de lijst van categorieën gevallen betreft waarin van de raad geen verklaring van geen bedenkingen is vereist, is omgevormd tot een lijst waarop de raad het adviesrecht wil laten gelden. Het is in feite oude wijn in nieuwe zakken, maar wat goed is mag blijven. De voorgestelde lijst categorieën is in orde met de toevoeging voor windturbines en zonnepanelen. Zij is in principe voorstander van het toevoegen van hoge antennes en het gasloos maken van wijken. Noemt de VNG bij het loskoppelen van aardgas ook het verwijderen van de leidingen? Mevrouw Van Ginkel vraagt zich af of de raad alles voorbij wil zien komen; misschien wel. De raad heeft zich in het verleden actief bemoeid met de wens om een bepaalde wijk van andere lantaarnpalen te voorzien. Zij mist in het adviesrecht de mogelijkheid om aan te kunnen aanpassen in de toekomst bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Zonneweides zijn bekend, maar een voetbalterrein kan zomaar een zonneterrein worden. Wellicht is hier een amendement voor nodig, tenzij de wethouder aangeeft dat nieuwe technologieën voor adviesrecht naar de raad kunnen. Zij is bang dat de gemeente het eigen speelveld groter maakt en fors kleiner voor de burger door de structuurvisie van de provincie niet meer als uitgangspunt te nemen.
De heer Reedijk kan zich grotendeels vinden in het voorliggende voorstel; er is in een eerdere informatieve sessie uitgebreid over gesproken. Hij neigt ernaar om het schrappen van punt B uit de huidige lijst van verklaring van geen bedenkingen, het voorleggen van aangevraagde vergunningen aan de raad, erin te laten staan en het pas te schrappen als de ervaringen uit de proef er zijn. Hij kan meegaan met het amendement van mevrouw Van der Plas, maar wacht de discussie af. De heer Van Delft zegt dat de voorliggende categorieën een goede richting aangeven; hij kan ermee instemmen. Hij heeft sympathie voor het voorstel van mevrouw Van der Plas, maar wacht het antwoord van de wethouder af. De heer Stegmann kan zich vinden in het voorstel en in het amendement, hoewel hij minder preoccupatie met zendtorens heeft. Wethouder Mostert dankt voor de brede steun voor het voorstel. Hij laat het aan de raad om de zendmasten toe te voegen. Het is de vraag of het toevoegen van het gasloos maken nodig is; de raad gaat immers een transitievisie warmte vaststellen, waarin de raad zich uitspreekt over het gasloos maken van wijken. Dat geeft al de gewenste borging. Het is de vraag of de formulering die er nu staat, de correcte formulering is. Wellicht is het beter te spreken over bijvoorbeeld het aanleggen van een collectief warmtesysteem.
Nieuwe technologieën zoals het vliegen met drones in Unmanned Valley moeten voldoen aan wet- en regelgeving; vaak is dat wet- en regelgeving waar de gemeente niet over gaat. De producten van nieuwe technologieën kunnen altijd aan de lijst toegevoegd worden.
32
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
Daar kan de raad initiatieven voor nemen. Alle vergunningaanvragen worden nu ook al in lokale media gepubliceerd. De heer Reedijk doelt op de laatste pagina van de vergelijking die de griffie heeft gemaakt: dat de raad geïnformeerd wordt over aanvragen waarvoor een omgevingsvergunning van toepassing is. Dat gaat eruit. Is het handig om dat al voor de afronding van de pilot eruit te halen? Wethouder Mostert vraagt wat de behoefte is. Het gaat pas gelden vanaf de invoering van de Omgevingswet. Mevrouw Van der Plas dankt de wethouder voor de beantwoording. Het lijkt goed om de antennes op te nemen. Voor het afkoppelen van het aardgas is een juiste juridische formulering van belang. Het is te makkelijk om te zeggen dat de transitievisie warmte wordt vastgesteld. De inwoners komen terug met dit onderwerp als er een omgevingsvergunning aangevraagd wordt. Dan is het belangrijk dat de raad er een uitspraak over kan doen. Er staat dat de raad voor de invoering van Omgevingswet een besluit moet nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Als de raad dat niet doet, hoeft het college niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Zij zou het graag in de lijst opgenomen willen zien. Het is een actueel onderwerp, waar veel reuring over is.
Mevrouw Van Ginkel steunt, na terugkoppeling van informatie uit een andere commissie over de warmtevisie, het amendement van het CDA. Zij vraagt naar een reactie van de wethouder op de vraag over de discrepantie tussen de verklaring van geen bedenkingen en het raadsvoorstel adviesrecht ten aanzien van de provinciale structuurvisie. De heer Van Rooijen vraagt zich af of het amendement uitgebreid zou moeten worden met andere infrastructurele werken, zoals aanpassingen aan het elektriciteitsnet, sanitatie, et cetera. Mevrouw Van der Plas antwoordt dat de suggestie van de wethouder om te spreken over de aanleg van een collectief warmte- en koudesysteem wellicht beter de bedoelingen omschrijft. Niet alles hoeft te worden opgenomen; het gaat over de onderwerpen waarvoor mensen te hoop lopen. Mevrouw Smit beaamt dat warmtenetten grote ingrepen in de omgeving zijn. Zij wil ook duidelijkheid over het weghalen van gasnetten, omdat er in de toekomst ook groen gas of waterstof door de oude netten kan stromen. Behalve het advies van de raad is het van belang dat daarmee ook participatie wordt ingesteld. De heer De Vries wacht op de herformulering van het amendement. Hij vraagt of, wanneer de raad de transitievisie warmte vaststelt, er daarna ook nog over de omgevingszaken moet worden gesproken. De raad heeft op dat moment het beleid al vastgesteld en de kaders meegegeven.
Wethouder Mostert denkt dat het punt over de warmtevoorziening een politieke vraag is; heeft de raad er vertrouwen in dat het college het door de raad vastgestelde beleid uitvoert. Hij kan zich niet voorstellen dat het college een wijk van het gas gaat halen zonder dat de raad erin gekend is. Het begint met het vaststellen van beleid en daarna het omgevingsplan. Daarna kan er pas een verzoek voor een vergunning worden ingeleverd. Er is ook nog wetgeving rondom nutsvoorzieningen. Die wetgeving blijft bestaan.
33
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
De heer Reedijk denkt dat een betere beschrijving van het dictum nodig is. De raad gaat over wat er wel en niet op de lijst komt. Er is nu nog geen vastgestelde warmtetransitievisie. In de vergunningsaanvraag kunnen aspecten zitten waar de raad iets over wil zeggen. Hij steunt, afhankelijk van het aangepaste dictum, het amendement. De heer Tibben sluit zich aan bij wat de heer De Vries zei; het zal zeker eerst in beleid worden vastgelegd. Dan hoeft het niet meer in het kader van de Omgevingswet behandeld te worden. Mevrouw Van der Plas ondersteunt de opmerkingen van de heer Reedijk. Het staat niet in de huidige bestemmingsplannen. Het omgevingsplan en de warmtevisie zijn er nog niet. Gemeenten worstelen met dit probleem. Als is er wetgeving, dan kan het voor het draagvlak belangrijk zijn dat de raad er een uitspraak over doet. Wethouder Mostert zegt dat de suggestie die mevrouw Van der Plas wekt niet klopt. In het beleid staat dat projecten die niet in overeenstemming zijn met het vastgestelde beleid langs de raad moeten. De raad komt hoe dan ook aan bod. Mevrouw Van der Plas stelt dat er in het verleden voorbeelden zijn geweest dat pas op het moment dat er een omgevingsvergunning wordt afgegeven bij de inwoners het besef doordringt dat er iets in de directe leefomgeving gaat gebeuren.
Wethouder Mostert zegt in reactie op de vraag van mevrouw Van Ginkel dat er geen discrepantie is. Het college moet zich ook houden aan het provinciale beleid. Op het moment dat het afwijkt, wordt de raad in staat gesteld om advies te geven. Mevrouw Van Ginkel stelt dat er altijd plaats is voor nieuwe technologieën, die kunnen worden toegevoegd. De heer Reedijk zegt dat het erom gaat welke ontwikkeling je waar toelaat. De discussie wordt niet gevoerd bij een aangevraagde vergunning, maar als de raad over een gebied spreekt. De toevoeging die is gedaan is akkoord. Het is zaak bij de informatievoorziening goed te kijken naar wat er in de pilot gebeurt. De raad zou aan de hand van een vergunningaanvraag kunnen zien welke gewenste ontwikkelingen er zijn. Daarom is het interessant om te weten wat er binnenkomt. Mevrouw Van der Plas geeft aan de formulering van het amendement aan te passen zodat het juridisch gezien klopt en daarna in te dienen. Zij vraagt of de wethouder voor een juridisch juiste formulering kan zorgen. Wethouder Mostert antwoordt dat het mogelijk is om de juiste formulering te bepalen, maar het lijkt hem goed om er eerst nog van gedachten over te wisselen of het nodig is.
Het CDA heeft een concept amendement over ‘Toevoeging aan de lijst van gevallen waarin de raad zijn adviesrecht wil laten gelden onder de Omgevingswet’ aangeboden en heeft het voornemen deze, mogelijk met een aangepaste formulering op het tweede beslispunt, in te dienen in de komende vergadering van de raad. De commissie adviseert de raad het raadsvoorstel zonder nadere beraadslaging te agenderen in de volgende raadsvergadering.
34
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 29 april 2021, nr. 4365
11.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 22.45 uur.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 27 mei 2021 De griffier
35
De voorzitter