Handreiking gemeente Katwijk 2026 van de organisatie, ontvangen 23 maart 2026, ten behoeve van coalitievorming en komende periode (3976583)
Tekst van het document
Echter zien steeds meer bewoners het belang van isoleren, vragen subsidie aan en vragen hulp bij het loket. Zo zien we dat we in de eerste twee maanden van 2026 al op de helft van het aantal loket bezoeken zitten van heel 2025. Een uitdaging in de isolatieopgave is de wettelijke taak voor het beschermen van diersoorten zoals de huismus, gierzwaluw en vleermuizen die leven in onze woningen. De isolatieopgave brengt hun verblijfplaatsen in gevaar. Daarom wordt nu een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld. Daarin wordt onderzocht waar de beschermde soorten zich bevinden en wat we eraan gaan doen om die populaties in stand te houden. Die instandhouding is een wettelijke verplichting. Dat vraagt ook wat van onze inwoners. Rode draden: politiek & bestuurlijk De gemeente Katwijk bevindt zich in een stroomversnelling als het gaat om de isolatieopgave. In februari 2026 zijn meer dan 1.000 isolatiesubsidies verstrekt. Om de energierekening betaalbaar te houden willen steeds meer bewoners isoleren, echter zijn de rijks- en gemeentelijke subsidies sinds begin 2026 geheel verbruikt. Er is extra geld benodigd en commitment op het voortbestaan van het Energieloket om dit momentum vast te houden en accelereren.
Want hoewel 1.000 isolatiesubsidies een mijlpaal is, moet de energie-efficiëntie van veel meer woningen verbeterd worden om uiteindelijk over te stappen naar een (aardgasvrij) warmtealternatief. Natuurinclusief (ver)bouwen in relatie tot de isolatieaanpak Doordat de gemeente een SMP (Soorten Management Plan) heeft laten opstellen en daar begin 2027 een vergunning voor krijgt van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), hebben inwoners
82
en ontwikkelaars die gebruik willen maken van het SMP zich te houden aan een aantal voorwaarden over natuurinclusief (ver)bouwen. Het voordeel van het SMP is dat woningeigenaren, de woningcorporatie en projectontwikkelaars geen verplicht ecologisch onderzoek meer te doen bij het isoleren, renoveren of nieuwbouw van woningen of panden. Dat versnelt de isolatie- en verduurzamingsopgave enorm. Aan de nog te verkrijgen vergunning van de ODH komen echter wel voorwaarden en verplichtingen te hangen, zoals het inmetselen van nestkasten voor beschermde soorten in de gevel van woningen. Maar ook het inmetselen van nestkasten in nieuwbouwprojecten. Voor die verplichting is toewijding nodig van het college. Belangrijk om te realiseren is dus dat natuurinclusief bouwen de woningbouw niet vertraagt, maar versnelt. Bouwers krijgen daarmee zekerheid dat het proces niet stokt door ecologische eisen achteraf. En uiteindelijk is dit voor inwoners, de woningcorporatie en projectontwikkelaars vele malen goedkoper. In de vorige collegeperiode is de prioriteit gegeven aan besparen en isoleren. • Er is een energieloket opgezet om onze inwoners onafhankelijk te adviseren en te helpen met het aanvragen van de subsidies • Ook heeft de gemeenteraad middelen vrijgegeven voor het Katwijks Isolatiefonds.
• Met de komst van de Uitvoeringsagenda Armoede 2025-2028 bekijken we (energie)armoede met een brede en integrale blik. Randvoorwaarden Financiële kaders • De middelen om de ambtelijke inzet van de isolatieaanpak te bekostigen (o.a. personele inzet, bemanning energieloket) worden voor het overgrote deel betaald met rijksmiddelen energietransitie. • Het Rijk heeft een Specifieke Uitkering (SpUk) Energiearmoede beschikbaar gesteld om huishoudens op korte termijn te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. • Met de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI) van het Rijk is een isolatieaanpak(subsidie) opgezet voor koopwoningen met een WOZ-waarde lager dan de gemiddelde gemeentelijke WOZ-waarde en met een energielabel van D of lager. • Met behulp van het Katwijks Isolatie Fonds (KIF) kunnen inwoners met een laag- of middeninkomen én een slecht geïsoleerde koopwoning in aanmerking komen voor een gemeentelijke subsidie. • Inwoners en organisaties kunnen via de gemeente Katwijk tegen een voordelig tarief een duurzaamheidslening of stimuleringslening afsluiten om hun woning te verduurzamen. Lopende verplichtingen (bijv. wettelijke opgaven, regionale afspraken) De bestaande aanpakken zijn opgesteld naar aanleiding van de Klimaatwet en regionale doelstellingen met betrekking tot het behalen van 15% energiereductie in 2030 t.o.v. 2014. Planning (bijv.
deadlines voor uitvoering) • De Rijksmiddelen ten behoeve van de SpUk energiearmoede moeten voor 2028 besteed zijn. • De Rijksmiddelen ten behoeve van de SpUk LAI moeten voor 2029 besteed zijn.
83
• • •
Het Katwijks Isolatiefonds (KIF) heeft dezelfde uitvoeringstermijn, vóór 2029. We verwachten de vergunning van het SMP begin 2027. Vanaf dan moeten we de voorwaarden en verplichtingen van de vergunning naleven. Het Energieloket is een structureel loket, met één vaste energieadviseur in dienst en één tijdelijke extra energieadviseur in 2025 en 2026.
Risico’s bij afwijking van bestaande afspraken Laten we bestaande afspraken los, dan komt het behalen van deze doelen, en de gemaakte afspraken in de regio in geding. Naast dat we als gevolg daarvan bewoners niet meer kunnen ondersteunen in het verlagen van de energierekening en de energie-efficiëntie van de gebouwde omgeving stagneert. We verliezen dan ook het momentum dat nu is ingezet. Kansen & dilemma’s Aan de ene kant moeten we het Rijk vragen om een structurelere inzet van middelen voor de isolatieopgave. De SpUk LAI zijn tijdelijke middelen door het Rijk verstrekt. Deze zijn nu bijna volledig besteed. Naast lobby bij het Rijk, (via het VNG) raden we aan ook extra gemeentemiddelen vrij te maken, zoals ook de gemeente Noordwijk heeft gedaan. Daarmee houden we het momentum vast, verlagen we blijvend de energiekosten van onze inwoners en zetten we stappen richting de overstap naar warmtealternatieven. Bijstorten van middelen is zo snel mogelijk gewenst, voor zowel de LAI als het KIF. Als we niet blijven inzetten op isoleren zien we een aantal bedreigingen. Het achterblijven van de energetische staat van woningen is een knelpunt voor de warmtetransitie. Als woningen niet warmtenet-ready zijn, zal er met behulp van elektriciteit warmte gegenereerd moeten worden.
Dat wordt lastig als een woning niet goed genoeg geïsoleerd is, maar creëert ook extra transportbewegingen op het elektriciteitsnet, en dat is juist in tijden van netcongestie niet wenselijk. Energiebesparing is daarom altijd stap één. Door een gebrek aan investeringen, valt het momentum stil. Wanneer de isolatieopgave stokt vanwege het stopzetten van subsidies, verliest het Energieloket kracht. Bewoners ervaren het loket eenmaal als een laagdrempelige en betrouwbare adviespartner om te isoleren. Ook zijn er ook veel verduurzamingsvragen van VvE’s en maatschappelijke instellingen die via het loket beantwoord kunnen worden. Daarnaast is er voor de warmtetransitie persoonlijke begeleiding en een betrouwbare onafhankelijke informatiebron cruciaal om bewoners mee te krijgen. Als het loket nu wegvalt, verdwijnt ook de betrouwbaarheid en ervaren toegankelijkheid die we op een later moment juist nodig hebben. De komende jaren moet in het Energieloket daarom juist geïntensiveerd worden. We pleiten voor de voortzetting van het Energieloket, met zowel subsidies voor de bredere isolatieopgave en een uitbreiding met een 2 e structurele adviseur. Daarmee wordt het Energieloket de vaste plek voor isoleren en de warmtetransitie, kunnen wij onze inwoners nog beter van dienst zijn en de warmtetransitie behapbaar maken.
84
85
Implementatie Omgevingswet Implementatie Omgevingswet 2024–2031. Voldoen aan de wettelijke verplichting tot volledige implementatie van de wet per 31 december 2031 Stand van zaken De Omgevingswet en Wet op de kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn per 1 januari 2024 in werking getreden. Katwijk werkt inmiddels onder de nieuwe wetgeving, maar bevindt zich feitelijk nog in de fase van implementatie. Transitie en implementatie Deze implementatie loopt door tot uiterlijk 31 december 2031 om dan: • • •
Één gemeentedekkend omgevingsplan te hebben De omgevingsvisie, verplichte programma’s en uitvoeringsprocessen volledig te hebben ingericht Alle instrumenten te hebben opgenomen in de operationele beleidscyclus
Belangrijke opgaven De wijziging omgevingsplan Katwijk – pilot Hoornes is de eerste gebiedsgerichte aanpassing. Deze wordt in 2026 vastgesteld. De omzetting gebeurt beleidsneutraal, met inachtneming van voorziene ontwikkelingen en de eisen vanuit het Rijk ten aanzien van de zogenaamde ‘Bruidsschat’(rijksregels die naar de gemeenten zijn overgeheveld). Na Hoornes komen volgens de in het transitieplan vastgestelde planning de andere thema’s en gebieden aan de beurt. Het omzetten van bestaande bestemmingsplannen, de gemeentelijke verordeningen, de instructieregels van provincie en rijk en de bruidsschat naar het nieuwe omgevingsplan blijkt meer tijd en capaciteit te vragen dan verwacht. Ook het uitvoerende werk van de externe adviesbureaus is in deze transitiefase intensiever dan voorzien. Vooral dekomende wijziging voor de bedrijven en het via een veegplan opnemen van vergunde activiteiten en ontwikkelingen (Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten – BOPA’s) zullen meer extra inzet vragen. De intake- en omgevingstafels zijn ingericht maar staan onder druk door toenemende aantallen en complexiteit van de initiatieven en de beperkte ketencapaciteit. We onderzoeken in hoeverre binnen het systeem van de leges dekking gevonden kan worden voor de hogere inhoudelijke inzet. De komende jaren is daarnaast blijvende inzet en sturing nodig voor de organisatie en ondersteuning van de tafels.
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en digitale werkprocessen zijn nog niet stabiel genoeg voor optimale dienstverlening. Verdere doorontwikkeling blijft nodig. De Omgevingswet vraagt om een omslag in denken, doen en samenwerken. Vaak aangeduid met ‘van nee, tenzij … naar ja, mits’. Dit vraagt om organisatieontwikkeling in gedrag,
86
integraliteit en samenwerking. Die ontwikkeling loopt volop, maar oefenen en ervaren blijft ook de komende jaren nodig. De hiervoor noodzakelijke middelen (zowel kosten als inzet) geven extra druk op het budget voor organisatieontwikkeling en opleiding. Rode draden: politiek & bestuurlijk Maatschappelijke opgave De Omgevingswet draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Katwijk werkt gebiedsgericht aan opgaven zoals woningbouw, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en leefomgevingskwaliteit. De Omgevingswet vraagt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Bestuurlijke kaders De Omgevingsvisie 2.0 (2018/2021) en het Uitvoeringsprogramma vormen de leidende documenten op het gebied van de ruimtelijke ontwikkelingen. De raad heeft kaders vastgesteld, waaronder het adviesrecht bij BOPA’s (2023) en participatiebeleid (2024). Verder wordt gewerkt met de strategische ontwerpkeuzes voor het omgevingsplan (Transitiedocument, 2019) en het Implementatie en Transitieplan (bijgesteld 2024, herijkt 2026) Bestuurlijke rode draden (1) harde deadline 2031, dit ligt wettelijk vast (2) keuzes rond regelniveau en beleidsruimte bepalen structurele lasten (3) noodzaak van integraliteit om vertraging te voorkomen. Sectorale terugval leidt tot hogere kosten.
Randvoorwaarden Lopende verplichtingen Vanaf 2026 moeten jaarlijks minimaal twee wijzigingen (thema’s of gebieden) van het omgevingsplan worden uitgewerkt. De omgevingsvisie wordt volgens afspraak geactualiseerd. Daarnaast zijn er bij wet verplichte programma’s te verwachten op het gebied van Volkshuisvesting, Warmte en energie en Klimaat. Financieel Aanvullende rijksmiddelen lopen af in 2026. Vanaf 2027 draagt Katwijk alle implementatiekosten zelf. In de begroting is hiervoor een bedrag van € 100.000 opgenomen. Dit budget is ontoereikend. De extra kosten worden geraamd op gemiddeld € 250.000 per jaar tot en met 2031 (totaal dus € 350.000 per jaar). Planning De implementatieplanning van het transitieplan is geactualiseerd 2026 – 2027 Actualisatie omgevingsvisie 2026–2027 2026 – 2031 Opstellen van diverse programma’s
87
2026 2026 – 2031 veegplan).
Vaststelling wijziging omgevingsplan Katwijk – pilot Hoornes Gefaseerde vaststelling tot het gemeentedekkend omgevingsplan (Bedrijven t/m
Kansen & dilemma’s Kansen 1. 2. 3.
Verder professionaliseren van gebiedsgericht werken. Ervaring met de pilot Hoornes levert basis en versnelling op voor de volgende thema’s en gebieden Meer samenwerking binnen de regio (buurgemeenten, ODWH, provincie) biedt schaalvoordelen Standaardiseren en verbeteren van interne processen in de planketen leidt tot efficiënter werken en verhoging van kwaliteit van besluiten (snel, duidelijk, eenduidig, integraal)
Dilemma’s 1.
2.
3. 4. 5.
Capaciteit versus ambities: tegelijkertijd werken aan Omgevingsvisie, Omgevingsplan, diverse programma’s en de inhoudelijk ambities en ontwikkelingen is niet haalbaar zonder extra inzet of keuzes in de ambities. Tijdelijke/structurele financiering versus wettelijke verplichtingen: inzet van structurele en incidentele middelen is noodzakelijk om aan de wettelijke verplichting te kunnen voldoen. Landelijk onderzoek toont aan dat terugverdientijd niet realistisch is. Op basis van monitoring is heronderhandeling met het rijk noodzakelijk. Integraliteit versus werkdruk: onder druk van de planning is er het risico op terugval in sectorale werkwijzen. Dit levert vertraging, lagere kwaliteit en extra kosten op. Afhankelijkheid van ketenpartners. Vertraging in de advisering belemmert doorlooptijden en kwaliteit. Dit vraag om nadere afspraken met relevante partners (o.a. ODWH)., Stabiliteit van DSO en software. Dit vraagt extra inzet en mogelijk keuze in inkoopstrategie eigen applicaties
88
Bijlage 1: Financiële toelichting Rijksmiddelen stoppen vanaf 2026; daarna volledig gemeentelijke dekking. Voor implementatie naarst de reguliere inzet en kosten nog nodig gemiddeld € 350.000 per jaar Opgenomen in de begroting is €100.000 per jaar. Extra kosten gemiddeld €250.000 per jaar is nodig voor inkoop advies en ondersteuning omgevingsplan, planjuridische ondersteuning en leiding en ondersteuning intake en omgevingstafel. Landelijk onderzoek onderbouwt deze noodzaak voor de noodzakelijke implementatiemiddelen (Cebeon, 2025). De terugverdientijd voor de totale investering voor de implementatie wordt – afhankelijk van de te maken keuzes in de regelgeving – ingeschat op ca. 30 jaar. Feitelijk betekent dit dat er uiteindelijk in financieel opzicht geen rendement uit deze wetgevingsoperatie is te verwachten. Hierover zal op basis van de werkelijk kostenmonitoring opnieuw met het rijk worden onderhandeld. Katwijk draait mee in de landelijke monitor. Bijlage 2: Risico’s Oorzaak/aanleiding Onvoldoende budget en capaciteit
Instabiele DSOomgeving
Verlies aan vertrouwen binnen de organisatie
Gevolg Overschrijding van wettelijke mijlpaal van 31 december 2031 gaten in implementatie & planvorming Noodzakelijke keuzes ten opzichte van andere prioriteiten en ontwikkelingen vertraging bij aanvragen en vergunningverlening. Wettelijke termijnen vergunningverlening worden niet gehaald Terugval op sectorale werkhouding
89
Risico risico op ingrijpen door het Rijk. Juridische aansprakelijkheid. Onbetrouwbaar juridisch instrumentarium. slechtere planologische kwaliteit. Vertraging in noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Teleurstelling bij initiatiefnemers Juridische procedures en verbeurden van dwangsommen
kwaliteitsverlies in integrale afwegingen. Kansen laten liggen.
Meerjarige uitvoeringsprogramma Katwijkse agenda Mobiliteit (MUP-KAM) Stand van zaken Op 19 december 2019 heeft de raad de Katwijkse Agenda Mobiliteit (KAM) vastgesteld. Hierin zijn keuzes uit de omgevingsvisie vertaald naar mobiliteit en geeft richting aan de onderwerpen welke de komende jaren behandeld worden. Het is een overkoepelend document waarin alle aspecten van mobiliteit in behandeld worden. Deze sheet gaat over het MUP-KAM de wegcategorisering. Andere relevante onderwerpen uit het KAM worden behandeld in andere sheets. Voorgesteld wordt om in 2028/2029 te werken aan een nieuwe of geüpdatet versie van het KAM. Actualisatie Wegcategorisering In het KAM is er een eerste aanzet gegeven voor de wegcategorisering van de gemeente Katwijk. Een verbeterde definitieve versie is in 2021 (Z56234D56235) vastgesteld door de gemeenteraad. In de wegcategorisering staan de hoofdlijnen voor de verkeersnetwerken voor de auto, openbaar vervoer, fiets en voetganger. De wegcategorisering geeft aan welke functie elke weg heeft binnen een gemeente. Deze wegcategorisering is belangrijk voor uniforme keuzes in de inrichting van de wegen in Katwijk en geeft aan waar prioriteit ligt voor wat betreft verkeersveiligheid, doorstroming en/of leefbaarheid. We gebruiken bij de verschillende wegtypes de richtlijnen van het CROW / Duurzaam Veilig.
We zien vanuit de dagelijkse praktijk dat er verbeterpunten nodig zijn in de huidige wegcategorisering. Voor sommige wegen ligt een andere wegcategorie voor de hand of is bij herinrichtingsplannen vooruitlopend op een nieuwe wegcategorisering bewust afgeweken. Ook zijn voor enkele doorgaande fietsroutes betere praktijkroutes mogelijk. Gedurende de actualisatie van de MUP-KAM wordt er daarom ook een update gemaakt van de wegcategorisering, bestaande uit onder andere de netwerkkaarten voor auto en fiets. Deze update is vervolgens weer de onderlegger voor de actualisatie van de MUP-KAM (Zie hieronder). De raad moet deze bijgestelde wegcategorisering vaststellen. Gedurende de actualisatie van de MUP-KAM wordt er daarom ook een update gemaakt van de wegcategorisering, bestaande uit onder andere de netwerkkaarten voor auto en fiets. Update en herprioritering meerjarig uitvoeringsprogramma Katwijkse agenda Mobiliteit (MUPKAM) In de MUP-KAM staan alle maatregelen om op termijn een volmaakte, veilige en eenduidige wegenhiërarchie te hebben in Katwijk. Het MUP KAM bevat een overzicht van 70 maatregelen en 7 onderzoeken die binnen de komende 15 jaar gepland zijn. Hierbij wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een veilige en ontvlochten wegenstructuur, waarbij automobilisten en fietsers elkaar zo min mogelijk dienen te kruizen.
De prioritering van deze werkzaamheden zijn voornamelijk gebaseerd op het principe werk met werk maken. Hierbij wordt er meegelift met noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. De prioritering van deze uitvoeringsmaatregelen
90
zijn op 20 december 2022 door het college kenbaar gemaakt (Z2786059D2967321) en vast meegenomen bij de vaststelling van de investeringsagenda. Bij vaststellen van het MUP-KAM is bepaald dat er 4-jaarlijks, als onderdeel van de begrotingscyclus, een herijking plaats vindt op actuele ontwikkelingen. Deze actualisatie wordt aan het nieuwe college aangeboden. Onderdeel van deze actualisatie is een update van de wegencategorisering vanwege actuele ontwikkelingen en het beantwoorden van diverse moties. Rode draden: politiek & bestuurlijk Het mobiliteitsbeleid is gericht op duurzame, inclusieve en veilige mobiliteit voor alle inwoners en bezoekers in de gemeente Katwijk. Deze koers is randvoorwaardelijk voor leefbare en goed verbonden kernen, waar we ruimte creëren voor innovatie, woningbouw en economische ontwikkeling. Om deze koers te kunnen verwezenlijken zijn investeringen nodig in lokale en regionale infrastructuur. De basis daarvoor legt de raad vast in de wegcategorisering (netwerken voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto). De investeringsbedragen in het MUP-KAM zijn onmisbaar. Niet alleen om ons lokale doelen te verwezenlijken, maar zeker ook om, samen met onze regionale partners, draagvlak en cofinanciering te organiseren bij hogere overheden.
Randvoorwaarden Financieel en Capaciteit De uitvoering en prioritering van de werkzaamheden is sterk afhankelijk van de financiële middelen die hier tegenover gezet worden. Daarnaast is ook de capaciteit binnen de gemeente een belangrijke randvoorwaarde om projecten te kunnen uitvoeren. De voorgestelde maatregelen uit de actualisatie van het MUP-KAM worden bij de herziening van de investeringsagenda bij de begroting van 2027 meegenomen. Subsidies en steun regio en provincie Voor de uitvoering van de maatregelen uit het MUP-KAM ontvangen wij subsidie. Ook zetten wij in om in samenwerking met de regio en provincie om grotere infrastructurele maatregelen te treffen. Voor deze subsidies zijn wij verbonden aan diverse randvoorwaardes. Planning en onvoorziene zaken Werkzaamheden worden voor nu ingepland voor een periode t/m 2040. Kansen & dilemma’s Dilemma: afweging en prioritering infrastructurele projecten Om de maatregelen uit het MUP-KAM uit te voeren dient er goed afgewogen te worden wanneer welk project opgepakt wordt. Momenteel is het uitgangspunt dat hier met name gebruik gemaakt wordt van “werk met werk”. In sommige gevallen is het benodigd om ook projecten eerder op te maken. Dit kan naar aanleiding van wensen van bewoners of belanghebbende of vanuit een verkeersveiligheidsstandpunt.
De planning is sterk afhankelijk van de capaciteit van de organisatie en de financiële middelen welke beschikbaar gesteld worden. Ook wanneer dit
91
geregeld is, dient er rekening gehouden te worden met de juiste timing van de werkzaamheden in relatie met andere belangrijke wegen of werkzaamheden van naburige gemeentes. Kansen (subsidies en regionale investeringsagenda): De belangrijke kansen waarop ingezet wordt is het verkrijgen van subsidies op potentiële regionale fietsroutes of het uitbreiden van het HOV-netwerk. Hierover lopen diverse gesprekken met de regio. Momenteel lopen de volgende concrete onderzoeken: • •
Doorfietsroute Leiden – Oegstgeest - Rijnsburg - Katwijk (inclusief fietsbruggen over Oegstgeesterkanaal) HOV Corridor Leiden -Noordwijk via Rijnsburg
Om de actualisatie van het MUP-KAM goed af te kunnen ronden dienen de wijzigingen van de wegcategorisering vastgesteld te worden. De gemeenteraad dienen de wijzigingen van de wegcategorisering vast te stellen. Het college stelt de actualisatie van het MUP-KAM vast en wordt definitief verwerkt bij de begroting van 2027. De actualisatie en de wijzigingen worden aangeboden aan het nieuwe college. Afhankelijk van de keuzes van dit nieuwe college wordt het z.s.m. aangeboden aan de gemeenteraad.
92
Natura 2000 - Beheerplannen Stand van zaken Voor Katwijk zijn twee Natura 2000-gebieden relevant: Coepelduynen en Meijendel & Berkheide. Voor beide gebieden zijn beheerplannen in voorbereiding of uitvoering. De provincie is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het vaststellen van deze plannen. In de beheerplannen worden de instandhoudingsdoelen uitgewerkt in concrete maatregelen en uitvoering; zij vormen daarmee het juridisch kader voor vergunningverlening en handhaving. Beheerplannen hebben een looptijd van maximaal zes jaar, met eenmalige verlenging. Evaluaties aan het einde van de planperiode vormen de inhoudelijke basis voor de volgende cyclus. In de huidige situatie is het beheerplan Coepelduynen vastgesteld op 28 oktober 2025 (door Gedeputeerde Staten) en ligt het beheerplan Meijendel & Berkheide ter inzage tot en met 10 maart 2026. Bestuurlijk is het van belang onderscheid te maken tussen de Natura 2000-beheeropgave en de bredere natuurherstelopgave. De Natura 2000-beheerplannen richten zich primair op het borgen en realiseren van instandhoudingsdoelen voor beschermde habitattypen en soorten, via beheer- en herstelmaatregelen, bescherming, handhaving en monitoring binnen en rondom de gebieden. Daarnaast speelt de Europese natuurherstelverordening (Natuurherstelwet) een rol.
Deze werkt via nationale en provinciale regelgeving door in prioritering, programmering en uitvoering en stelt een hogere ambitie voor ecologische verbindingen, gebiedskwaliteit en samenhang met andere ruimtelijke opgaven. Voor Katwijk betekent dit dat de bestuurlijke discussie niet alleen gaat over de uitvoering van beheermaatregelen uit de Natura 2000-plannen, maar ook over de vraag of en hoe de gemeente aanvullend wil bijdragen aan bredere natuurherstelopgaven en gebiedskwaliteit. Rode draden: politiek & bestuurlijk Beschermen en herstellen van stikstofgevoelige duinhabitats (zoals grijze duinen en vochtige duinvalleien) in een kustgebied met hoge recreatiedruk en veel ruimtelijke claims. Dit vraagt om een integrale koers waarin natuurdoelen, gebruiksdruk, handhaafbaarheid en maatschappelijk draagvlak gezamenlijk worden afgewogen. De spanning tussen toegankelijkheid en bescherming is structureel. Doorwerking in brede keuzes: Natura 2000-beheer staat in Katwijk niet op zichzelf, maar raakt direct aan ruimtelijke ontwikkeling, recreatie en leefomgeving. Discussies over hondenbeleid, zonering, paden, strandopgangen en gebruiksintensiteit laten zien dat beheerplannen direct doorwerken in het dagelijks gebruik en in bestuurlijke keuzes. De provincie is bevoegd gezag voor de beheerplannen en natuurvergunningen.
Terreinbeheerders en grondeigenaren voeren beheer en maatregelen uit op hun eigen gronden (inclusief monitoring). Katwijk is gebiedspartner en stuurt via recreatiebeleid, inrichting van de openbare ruimte, gemeentelijke handhaving, omgevingsplan, gebiedsontwikkeling, participatie en communicatie. De gemeente is daarmee niet primair verantwoordelijk voor het formele
93
Natura 2000-doelbereik, maar wel cruciaal voor uitvoerbaarheid en maatschappelijke inpassing. Strategische keuze voor Katwijk: De bestuurlijke vraag is niet alleen hoe te reageren op provinciale beheerplannen, maar ook welk eigen ambitieniveau de gemeente kiest in aansluiting op de Natuurherstelwet, gebiedskwaliteit en integrale projecten. Randvoorwaarden Het handelen in en rond Natura 2000-gebieden wordt formeel bepaald door de beheerplannen, de instandhoudingsdoelen en de provinciale bevoegdheden voor vergunningverlening en uitvoering. Gemeentelijke keuzes over gebruik, inrichting en ontwikkeling moeten hiermee in overeenstemming zijn of hier tijdig op worden afgestemd. De uitvoering en financiering kennen meerdere schaalniveaus. Regulier beheer en instandhouding worden in beginsel gefinancierd via provinciale regelingen en beheerbudgetten, gericht op uitvoering van de beheerplannen en bijbehorende maatregelen. Daarnaast kunnen opgaven ontstaan met een bredere ruimtelijke, ecologische of recreatieve component; dan is vaak aanvullende afstemming nodig over rollen, prioriteiten, fasering en financiering. De Natura 2000-beheerplannen zijn het directe, juridisch bindende kader.
De natuurherstelverordening werkt vooral via nationale en provinciale uitwerking door in ambitie, programmering en mogelijke aanvullende financieringsmogelijkheden.Financiële kaders Op basis van beheerplan aanvraag provinciale subsidie voor onderhoud: €406.000. Onderdelen: maaien en verwijderen rimpelroos Coepelduynen, verwijderen abelen Berkheide, exotenbestrijding, schaapbegrazing. Kansen & dilemma’s Dilemma: In beheerplan Meijendel & Berkheide is gesproken over een jaarrond aanlijnplicht voor honden, zienswijze wordt ingediend om dit beter te onderbouwen en fasering en zonering toe te passen. Kans: Transitie voormalige vuilstort / Noordelijk Wantveld naar natte Duinvallei is ecologische kwaliteitswinst, stikstofgevoelige habitatuitbreiding. Vraagt sanering, eigendom/ beheerafspraken (RVB/RWS, SBB, Katwijk) en gezamenlijke trekker. Dilemma: Recreatie & natuurdoelen: druk op paden/strandopgangen vs. verstoring kwetsbare habitats en broedvogels; noodzaak zonering/handhaving en communicatie. (Evaluaties & monitoringsplan onderbouwen strengere zonering waar nodig.)
94
Groenblauw Raamwerk Stand van zaken Het Groenblauwe Raamwerk is een van de projecten van de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijnland (RIA) waar Katwijk samen met de andere gemeenten van de Westflank/Key Region (Leiden, Oegstgeest, Leiderdorp, Voorschoten, Zoeterwoude (Rijndijk) en Noordwijk (ESA-ESTEC) ) aan werkt en waarvoor de stuurgroep twee maal per jaar voor samenkomt. Het Groenblauwe Raamwerk verbindt de verschillende kernen van het verstedelijkte gebied met elkaar en het omringende landschap en bestaat uit de volgende speerpunten: 1. 2. 3.
Groene Ringen, verbinden de verschillende kernen, belangrijke plekken en groengebieden binnen het verstedelijkte gebied met elkaar verbindt. Groene Randen, zorgen voor een goede overgang vanuit het verstedelijkte naar het landschappelijke gebied en voorkomen de visuele impact op het landschap. Groene Vingers, verbinden het omringende landschap met het verstedelijkte gebied en lopen door tot het hart van de verschillende kernen.
Rode draden: politiek & bestuurlijk Het Groenblauwe Raamwerk vormt de drager voor de ontwikkeling van onze gemeente waarbinnen het Ringpark (een Katwijks burgerinitiatief van Jan de Lange en waar Katwijk Smart Village zich sterk voor maakt) integraal onderdeel is en waarbinnen de opgaves voor groen en blauw opgevangen kunnen worden. Katwijk is volop in ontwikkeling op het gebied van woningbouw, bedrijvigheid en infrastructuur. Daardoor zijn er grote opgaves op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en waterkwaliteit. Het Groenblauwe Raamwerk verbindt de
95
verschillende kernen en ontwikkelingen met elkaar, zorgt voor een goede en prettige omgeving waarbinnen verdicht kan worden en maakt onze gemeente een aantrekkelijk plek voor bedrijvigheid. De RIA is in de gemeenteraad vastgesteld en het Groenblauwe Raamwerk wordt in de verschillende ontwikkelingen en projecten gerealiseerd. Dit gebeurd doormiddel van gebiedsvisies, gebiedskaders en projecten waarbij het Groenblauwe Raamwerk wordt opgepakt en de ontbrekende schakels worden uitgewerkt. Het doel is om uiteindelijk het hele Groenblauw Raamwerk te realiseren. Hiervoor is langetermijnvisie en beleid nodig. Randvoorwaarden Het Groenblauwe Raamwerk is onderdeel van de NOVEX Zuidelijke Randstad, een gebied waar we voor grote opgaves staan op het gebied van leefbaarheid, woningbouw en werkgelegenheid en het ZHPLG waar we willen werken aan versterken van het landschap en natuur. Hiervoor willen het Rijk en de Provincie de komende jaren/decennia investeren en het Groenblauwe Raamwerk is daarbij een van de prioriteiten. Dit geeft de mogelijkheid voor Katwijk om in de toekomst doormiddel van cofinanciering de verschillende schakels te realiseren. Daarnaast is er vanuit de regio geld beschikbaar voor een groot gedeelte van de haalbaarheidsstudies.
Vanuit de gemeente is het belangrijk dat er in de investeringsagenda middelen worden opgenomen voor cofinanciering en het oppakken en realiseren van de ontbrekende schakels. Met het vaststellen van de RIA heeft Katwijk zich samen met de andere gemeenten gecommitteerd aan de verschillende regionale projecten waaronder het Groenblauwe Raamwerk. Het Groenblauwe Raamwerk is een project met een lange adem dat ook na deze periode van de RIA voortgang zal vinden. Voor deze periode is er geld beschikbaar vanuit de regio voor haalbaarheidsstudies dat in een volgende periode zal moeten worden gecontinueerd. Vanuit de gemeente is het belangrijk dat de verschillende schakels worden opgenomen en uitgewerkt in de verschillende projecten en gebiedsvisies. In onze gemeente zijn de opgaves groot en is er maar weinig ruimte beschikbaar. Het Groenblauwe Raamwerk vormt daarbij de drager voor de ontwikkelingen waarin de andere opgaves geïntegreerd kunnen worden. Daarvoor is visie en continuïteit op de langere termijn nodig. Kansen & dilemma’s De komende collegeperiode biedt mooie kansen om een deel van het Groenblauwe Raamwerk verder uit te werken en te realiseren. Daarbij kan het nieuwe college kijken wat zij de belangrijke ontwikkelingen van Katwijk vinden en waar zij op willen inzetten.
Welke schakels er voor de komende tijd belangrijk gaan zijn voor de ontwikkeling van de gemeente en de leefbaarheid voor de inwoners. Daarbij kunnen we denken aan de interne groene schakels die belangrijk zijn voor de bestaande wijken (zoals Duinvallei, Eiland, Rijnmonding, Funnel, Verbinding bij ‘t Heen), de schakels rond GOV (zoals Valkenburgse Meer, Mient-Kooltuin, verbinding over de Oude Rijn, Groene Rand Valkenhorst) en de schakels rond Rijnsburg-Noord (Oegstgeesterkanaal, Groene Vinger
96
Rijnsburg-Noord/ Middelmors, Groene Rand Rijnsburg-Noord, Elsgeesterpolder). Er liggen hierbij mooie kansen om een aantal schakels verder te brengen in gebiedsvisies en projecten en andere de komende periode te realiseren. Dit kan heel goed in combinatie met ontwikkelingen en andere regionale projecten zoals de doorfietsroute op de rechteroever van Leiden via Rijnsburg en het Uitwateringkanaals (Hoornes) naar de Rijnmonding. Omdat het Groenblauwe Raamwerk een zeer integraal project is kan het bij de verschillende ontwikkelingen in de gemeente helpen als ruimtelijke drager en verbinding met de omgeving. Hierbij is het belangrijk om de langere termijn en plek in het geheel niet uit het oog te verliezen. Daarbij maakt het Groenblauwe Raamwerk juist de ontwikkelingen mogelijk. Daarbij is het wel belangrijk dat andere ruimte vragers zoals infrastructuur en het warmtenet goed in de groenblauwstructuur worden geïntegreerd en de kwaliteit wordt gewaarborgd.
97
Netcongestie Stand van zaken Het elektriciteitsnet in de regio Holland Rijnland heeft op meerdere plekken zijn maximale capaciteit bereikt. Hierdoor zijn er beperkingen voor nieuwe aansluitingen, zowel voor afname van elektriciteit als teruglevering. Deze situatie speelt in vrijwel alle gemeenten in de regio en heeft direct invloed op de mogelijkheden voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen, bedrijvigheid en de energietransitie. De afgelopen collegeperiode heeft Katwijk belangrijke stappen gezet om netcongestie tijdig te herkennen, beter te betrekken bij ruimtelijke keuzes en de samenwerking met Liander en regionale partners te versterken. Deze overdrachtsnotitie biedt het nieuwe college inzicht in de hoofdpunten, randvoorwaarden en mogelijke keuzes om hier in de komende jaren op voort te bouwen. ACM prioriteringskader – kansen, maar ook grote onzekerheid Sinds 2026 moet de netbeheerder prioriteit geven aan bepaalde aanvragen voor netaansluitingen. Onder andere veiligheidsfuncties (ziekenhuizen, gemalen), de woningbouw, onderwijs en andere maatschappelijke functies krijgen voorrang. Wij gaan daarom in 2026 inventariseren welke projecten hiervoor in aanmerking komen, afstemmen met netbeheerders over nieuwe procedures en bewijslast, en een interne werkwijze ontwikkelen om tijdig vervroegde aanvragen in te dienen.
Zo zorgen we dat onze opgaven optimaal aansluiten op het nieuwe kader en vertraging door netcongestie wordt beperkt. Hoewel dit prioriteringskader maatschappelijke projecten voorrang geeft, schept het ook onzekerheid. In 2026 ging het kader in, maar moest het ook nog verder worden uitgewerkt door ACM en netbeheerders. Hierdoor is op dit moment nog niet duidelijk hoe de elektriciteitsaanvraag werkt voor projecten die ver in de toekomst liggen en/of grootschalige, integrale ontwikkelingen vereisen. Gebiedsontwikkeling Valkenhorst is een voorbeeld van zo'n project. In de loop van 2026 zal pas duidelijk worden of en hoe dit soort projecten in zijn geheel kan worden aangemeld bij de netbeheerder. Als dit niet integraal mogelijk is, kan het (grote) gevolgen hebben voor dergelijke ontwikkelingen. Rode draden: politiek & bestuurlijk Maatschappelijke opgave Netcongestie heeft steeds grotere maatschappelijke gevolgen voor de gemeente. Beperkingen in het elektriciteitsnet raken de voortgang van woningbouw, de verduurzaming van bestaande bouw, de ontwikkeling van bedrijvigheid en de uitvoering van maatschappelijke voorzieningen. Daarmee is netcongestie niet langer uitsluitend een technisch vraagstuk, maar een breed maatschappelijk en ruimtelijk vraagstuk dat directe impact heeft op inwoners, ondernemers en organisaties. Strategische keuzes die al door raad of college zijn vastgelegd
98
Afgelopen collegeperiode zijn een aantal richtingen voor netcongestie vastgelegd door het college en de raad. Daardoor ligt er nu een duidelijke richting waarop het nieuwe college kan voortbouwen. • •
•
Het Energieprogramma 2024-2027; De Actieagenda Toekomstig Energiesysteem & Netcongestie, welke het gezamenlijk regionaal kader biedt om de uitdagingen van netcongestie en de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem aan te pakken; Netcongestie wordt binnen de organisatie al breder opgepakt, maar de inbedding is nog in ontwikkeling. Er zijn wel duidelijke stappen gezet om dit verder te verbeteren.
De gemeente werkt steeds meer volgens de lijnen van de Actieagenda Toekomstig Energiesysteem & Netcongestie, waarin we met een integrale blik naar het energiesysteem kijken. Slimme oplossingen zoals lokale opslag, energiehubs en slimme sturing uit deze agenda willen we concreet inzetten om ruimte te creëren binnen de bestaande schaarste op het elektriciteitsnet. Randvoorwaarden Financiële kaders •
Beleidsontwikkeling, o.a. personele inzet en bijdrage samenwerkingen worden voor het overgrote deel betaald met rijksmiddelen energietransitie.
Lopende verplichtingen •
Binnen Holland Rijnland en op Provinciaal niveau (pMIEK) zijn afspraken gemaakt over gezamenlijke programmering, prioriteiten is samenspraak met Liander en Tennet.
Risico’s bij afwijking van bestaande afspraken De bestaande afspraken geven richting, maar brengen ook enkele aandachtspunten met zich mee. Omdat Katwijk onderdeel is van regionale programmering en afhankelijk blijft van keuzes van Liander en TenneT, kan een wijziging in hun planning direct gevolgen hebben voor lokale projecten. Dit kan leiden tot vertraging of het opnieuw moeten indelen van ruimtelijke opgaven. Ook vraagt de toekomstige inpassing van nieuwe transformatorhuisjes en onderstations en bijbehorende ondergrondse infrastructuur om tijdige keuzes; als deze uitblijven, kunnen andere opgaven zoals woningbouw of bedrijventerreinen in de knel komen. Tegelijkertijd blijft de druk op de organisatie hoog, omdat de uitvoering vraagt om continue afstemming en specialistische kennis. Tot slot kan het beeld ontstaan dat binnen de bestaande afspraken altijd een oplossing te vinden is, terwijl de schaarste op het net dit niet altijd mogelijk maakt. Dit vraagt om realistisch verwachtingsmanagement richting inwoners, ontwikkelaars en partners.
99
Kansen & dilemma’s Mogelijke speelruimte bij formatie De komende bestuursperiode is een mooi moment om door te gaan op wat we de afgelopen jaren al hebben neergezet. Het nieuwe college kan nog eens kijken welke dingen echt voorrang moeten krijgen, verder invulling geven aan de Actieagenda zodat iedereen weet waar we naartoe werken, en de samenwerking met Liander, TenneT en de regio verder intensiveren. Tegelijkertijd wordt het steeds belangrijker om in projecten slimme oplossingen toe te passen zoals netbewuste nieuwbouw principes - om de beperkte netcapaciteit zo goed mogelijk te benutten. De ervaringen die we daar nu al mee opdoen, helpen om dit de komende jaren in te zetten. Bestuurlijke dilemma’s Netcongestie blijft de komende jaren een belangrijke factor voor de ontwikkeling van Katwijk. Omdat de capaciteit op het elektriciteitsnet beperkt is, kunnen projecten niet altijd gelijktijdig worden uitgevoerd en schuiven planningen regelmatig. Dit vraagt om heldere bestuurlijke keuzes over welke projecten en opgaven wanneer prioriteit krijgen, omdat deze keuzes direct bepalen hoeveel ontwikkelruimte de gemeente behoudt. Vanwege de snelle ontwikkelingen binnen netcongestie zal dit soms gedaan moeten worden zonder volledig toereikende beleidskaders. Veel oplossingen voor netcongestie kunnen we niet alleen als Katwijk organiseren.
We zijn voor een deel afhankelijk van regionale afstemming, gezamenlijke plannen en keuzes die we binnen Holland Rijnland maken. Tegelijk willen we als gemeente onze eigen belangen en tempo kunnen bewaken. Die balans tussen lokaal eigenaarschap en regionale samenwerking wordt de komende periode steeds belangrijker. Zeker als gevolg van het nieuwe ACM prioriteringskader. Hierbij wordt expliciet opgeroepen tot regionale afstemming van (grote) elektriciteitsaanvragen. Een belangrijk aandachtspunt voor de komende bestuurstermijn is de inpassing van nieuwe transformatorhuisjes en onderstations. Liander en TenneT zullen meer ruimte nodig hebben om het net uit te breiden, en dat betekent dat we als gemeente scherpe keuzes moeten maken over waar deze stations kunnen landen. Dit raakt direct aan andere grote opgaven in Katwijk, zoals woningbouw, de inrichting van de openbare ruimte, groenstructuren en gebiedsontwikkelingen. De inpassing van deze stations wordt daarmee een bestuurlijk dilemma: hoe vinden we plek voor cruciale energie-infrastructuur zonder andere opgaven vast te zetten? Als laatste punt is hoe we omgaan met de verwachtingen van inwoners, ontwikkelaars en instellingen. Door netcongestie schuiven planningen soms op. Open en duidelijke communicatie zal daarin helpen, maar we kunnen nu eenmaal niet alles vooraf voorspellen.
Het blijft dus een kwestie van eerlijk zijn over wat we wél weten en wat nog kan veranderen.
100