9. Brief van de rekenkamercommissie van 21 juni 2023 inzake onderzoeksrapport naar de legitimiteit en bevoegdheden raad in aanpak coronacrisis (2986355)
Tekst van het document
22
De geïnterviewde raadsleden van de betreffende fracties van Katwijk zijn voor het merendeel tevreden over de informatievoorziening door het college in de eerste fase en in het vervolg van de coronaperiode. Naast de formele informatievoorziening, zijn raadsleden ook informeel door de burgemeester en binnen het presidium bijgepraat, hetgeen positief is gewaardeerd. De beoordeling van deze informatievoorziening door raadsleden varieert licht: veelal wordt deze als “prima en ruimhartig”, “goed, ook vaak informeel bijgepraat”, “zo goed als mogelijk” of als “voldoende” omschreven, in een enkel geval acht een raadslid de informatievoorziening “zeer indirect en zijn we slechts achteraf geïnformeerd”. Het niet fysiek kunnen vergaderen van de raad wordt door de geïnterviewde raadsleden als een inbreuk op het democratisch proces beschouwd. Er zijn veel gesprekken geweest over de mogelijkheden om fysiek dan wel digitaal te vergaderen en uiteindelijk heeft men een modus gevonden binnen de vigerende corona-maatregelen (van onder meer de 1,5 meter-maatregel). Uit de interviews komt naar voren dat een deel van de raadsleden van enkele fracties ook bij deze maatregelen geen voorstander was van fysiek vergaderen en derhalve niet aan de (commissie)vergaderingen heeft deelgenomen. Een ander deel van de geïnterviewden (i.c.
fracties) is van mening dat er feitelijk meer mogelijkheden zijn geweest om fysiek en langer te vergaderen, maar dat vanuit de raad (te) weinig van deze mogelijkheden gebruik is gemaakt. Uit de interviews komt naar voren dat men unaniem van mening is dat het beschreven proces rondom het vergaderen tot een ‘inbreuk’ op het politieke debat heeft geleid. Ook wordt gewezen op “een verarming van het democratisch proces”, aangezien de raad in digitale vergaderingen niet ‘volwaardig’ heeft kunnen functioneren. Dit heeft deels ook consequenties gehad voor de kaderstellende rol en voor de controlerende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad. Ofschoon er beperkingen zijn geweest in de mogelijkheden van het politiek debat, is het algemene oordeel van geïnterviewden van de raad en van betrokkenen binnen het bestuur en beleid, dat de raad zich ‘positief’, ‘actief’ en ‘niet politiserend’ heeft opgesteld. Een van de betrokkenen in de ambtelijke organisatie stelt hierover: “de Raad heeft echt geprobeerd om haar taak te vervullen en ondanks technische problemen zoveel als mogelijk burgers bij de Raad proberen te betrekken (...) heel positief over de Raad, over haar attitude en functioneren”. In de gegeven situatie heeft de raad zich coöperatief opgesteld en dit heeft ook zijn weerslag gehad op het lokaal bestuur.
Een van de geïnterviewden stelt: “Met beperkingen heeft men geprobeerd het lokaal bestuur te laten draaien en dit is gelukt, maar wel met minder debat”.
23
Ofschoon de aanpak van de coronapandemie en de informatie daarover vooral landelijk en regionaal bepaald zijn en de raad weinig ‘speelruimte’ had, is er globaal beschouwd een tevredenheid over de informatievoorziening door het college in de eerste fase en in het vervolg van de coronaperiode. Mede door de informatie-uitwisseling heeft men tijdens het verloop van de pandemie, na de eerste ‘overval’, het gevoel gekregen dat er geleidelijk aan meer grip op de situatie en de besluitvorming is gekomen. De raad heeft zich in het besluitvormingsproces ‘niet politiserend’ en coöperatief opgesteld. Het niet fysiek vergaderen van de raad wordt wel als een inbreuk op het democratisch proces beschouwd. De raad heeft daarin zelf een keuze gemaakt die niet op formeel voorgeschreven beperkingen is gestoeld.
24
4
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
4.1
Samenvatting bevindingen
Rol van de raad in tijden van (corona)crisis Inzicht in de ontwikkeling en aanpak van de coronacrisis in de gemeente kan als basis dienen voor een bezinning op de wijze waarop de rol van de gemeenteraad vorm heeft gekregen en mogelijk kan krijgen. Het gaat dan niet alleen om de formele bevoegdheden, maar ook wat de door de raadsleden genomen en gewenste rol van de raad is. Relevante vragen daarbij zijn hoe de raad over de uitvoering van de corona-aanpak is geïnformeerd, hoe de raad bij de besluitvorming over uitvoering is betrokken en of de raad zelf actief vragen heeft gesteld en van haar bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. Dit geeft zicht op de drie rollen van de gemeenteraad: kaderstellend voor beleid, controlerend op de uitvoering van beleid en volksvertegenwoordigend. Vanuit deze achtergrond is voor het onderzoek de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Heeft de gemeenteraad bij de besluitvorming over de coronamaatregelen haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol actief uitgeoefend? Doelen en besluitvorming aanpak corona landelijk, regionaal en lokaal Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden, is in het onderzoek eerst geïnventariseerd met welke doelen en door wie besluitvorming heeft plaatsgevonden over de landelijke, regionale en lokale corona(steun)maatregelen.
De aard en omvang van de coronapandemie hebben in dit kader vanaf maart 2020 tot een groot aantal landelijke maatregelen geleid die gericht waren op het zoveel mogelijk voorkomen van verdere verspreiding van het coronavirus binnen het maatschappelijk leven en op financiële ondersteuning van onder meer zwaar geraakte bedrijfssectoren. Gezien het vastgestelde crisisniveau in de aanpak van de pandemie (GRIP4) is, volgend op de landelijke besluitvorming, in de bestuurlijke bevoegdheden en uitvoering op regioniveau een grote rol aan de Veiligheidsregio’s en haar voorzitters toegekend. Omdat bij een pandemiebestrijding essentiele verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn overgegaan naar de voorzitter van de veiligheidsregio, is de gemeenteraad niet langer de controlerende instantie. Dat betekent dat de gemeenteraad geen rol heeft in de vormgeving of bepaling van de landelijke maatregelen en regionale vertaling daarvan. Landelijke en regionale maatregelen kregen een bijna letterlijke doorvertaling naar het lokale niveau, i.c. de gemeente. De gemeente Katwijk heeft in dit kader coronasteunmaatregelen getroffen die aanvullend zijn op de maatregelen van de rijksoverheid. Ook zijn in Katwijk in het publieke domein maatregelen genomen, gericht op onder meer de handhaving van openbare orde en veiligheid, van zorg en welzijn en dienstverlening door de gemeente.
25
Informatie-uitwisseling College en Raad over corona-aanpak Een hoofdvraag in het onderzoek betreft de informatie-uitwisseling tussen college en raad en, daarmee samenhangend, de vraag naar de positie en rol van de raad in de coronacrisis. In eerste drie maanden van de crisis heeft het college de raad niet actief betrokken bij de besluitvorming. Het college nam, mede naar aanleiding van de besluitvorming van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM), de besluiten in de eerste crisisperiode en de raad is eenmaal per maand hierover via een RIB achteraf geïnformeerd. De raad is tussen maart 2020 - maart 2022 vijfmaal op basis van een RIB door het College geïnformeerd over de algemene coronaaanpak. Ook is de raad eind 2020 ingelicht over de invoering van het ‘Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19’ waarover tweemaal raadsbesprekingen hebben plaatsgevonden. De raad heeft na de eerste periode van drie maanden in de coronacrisis (een groot aantal) schriftelijke vragen (ex artikel 41 vragen) gesteld over de aanpak van corona, maar geen moties of amendementen ingediend. In een later stadium zijn op drie momenten in 2020-2021 schriftelijke vragen gesteld door de raad. De raad heeft ook zesmaal schriftelijke vragen gesteld over de economische gevolgen van de coronamaatregelen.
Deze vragen hadden met name betrekking op de ondersteuning van lokale ondernemers en op regels inzake toerisme en gebruik van de strandvoorzieningen. De raad heeft daarnaast driemaal schriftelijke vragen ex. artikel 41 RvO over de maatschappelijke gevolgen van corona aan het college gesteld. De vragen van de raad hadden betrekking op ‘verdwenen leerlingen’ (niet op school aanwezig), ‘jeugdzorg en corona’ en ‘coronasteun culturele sector’. Deze vragen zijn schriftelijk door het college beantwoord. Er zijn in het eerste coronajaar geen moties, amendementen of anderszins door de Raad ingediend. In de gehele coronaperiode is door de Raad in totaal éénmaal een motie en éénmaal een amendement inzake de lokale corona-aanpak ingediend (die beide zijn verworpen). Er zijn geen discussies gevoerd over de rolverdeling tussen college en raad of over de rolverdeling tussen burgemeester en raad. Uit het onderzoek blijkt dat nagenoeg alle geïnterviewden van de raadsfracties tevreden zijn over de informatievoorziening vanuit het college. Er zijn ook geen moties aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen waar mogelijk (vaker) in gesprek te gaan met de raad over de gevolgen van de coronacrisis, zodat de raad de besluiten kon nemen over mogelijk gewenste lokale maatregelen.
Informatie-uitwisseling Veiligheidsregio, College en Raad over corona-aanpak De raad van Katwijk is in 2020 met regelmaat door de VRHM op de hoogte gesteld van de noodverordeningen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Ook heeft de raad in 2020 twaalf RIB’s van de VRHM ontvangen en er is vijfmaal informatie gedeeld door middel van online-vergaderingen. De raad heeft verantwoordingsinformatie van de voorzitter VRHM over de gevolgde aanpak van de crisis ontvangen en daar geen vragen meer over gesteld. Dit geldt eveneens voor de informatie van de burgemeester over de afspraken in het RBT van de Veiligheidsregio.
26
Coronabesluitvorming en informatie in P&C-stukken De raad is schriftelijk door het college geïnformeerd over de besteding van de diverse coronasteunpakketten van het Rijk die de gemeente in staat stelde om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Na besluitvorming zijn de budgetten in de begroting verwerkt en via de P&Ccyclus voor autorisatie aan de raad voorgelegd. Dit proces heeft in 2020 en in 2021 een aantal keren schriftelijk plaatsgevonden. De raad heeft geen gebruik gemaakt van haar budgetrecht inzake de wijziging van de begroting in verband met de extra middelen uit de coronasteunpakketten. De controlerende taak is door de Raad uitgeoefend maar in beperktere zin en is op een afgeleide (digitale) wijze toegepast. Geïnterviewden van de raad geven aan goed geïnformeerd te zijn over de inzet van middelen en dat voorstellen hierover voldoende besproken zijn. Ervaringen met de informatie-uitwisseling en besluitvorming in coronatijd De toepassing van coronamaatregelen hebben tot grote praktische beperkingen geleid voor de uitvoering van het raadswerk. De informatie-uitwisseling tussen college en raad, en raad onderling, is in de coronaperiode sterk bepaald door restricties in de ‘vergadercultuur’ en de afspraken die de raad daarover heeft gemaakt.
Het digitaal vergaderen en daarmee samenhangende afspraken over onder meer lengte van de vergaderingen, over interrupties en het indienen van moties en amendementen, hebben een negatief effect gehad op verschillende aspecten van het politieke debat. Ofschoon de aanpak van de coronapandemie en de informatie daarover vooral landelijk en regionaal bepaald zijn en de raad weinig ‘politieke speelruimte’ had, is er globaal beschouwd een tevredenheid over de informatievoorziening door het college in de eerste fase en in het vervolg van de coronaperiode. Mede door de informatie-uitwisseling heeft men tijdens het verloop van de pandemie het gevoel gekregen dat er geleidelijk aan meer grip op de situatie en de besluitvorming kwam. De raad heeft zich volgens derden in het besluitvormingsproces cooperatief en ‘niet politiserend’ opgesteld. Het niet fysiek vergaderen van de raad wordt wel als een inbreuk op het democratisch proces beschouwd. De raad heeft daarin zelf een keuze gemaakt die niet op formeel voorgeschreven beperkingen is gestoeld.
27
4.2
Conclusies en aanbevelingen
Het onderzoek leidt tot een aantal conclusies inzake de uitoefening van de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad en de wijze waarop zij hiertoe in positie kwam. Een van de hoofdconclusies die hieraan voorafgaand kan worden geformuleerd, is dat de raad met regelmaat door het college van informatie over de corona- aanpak is voorzien. Een tweede conclusie is dat de raad zich globaal beschouwd tevreden toont over deze informatie-uitwisseling. Kaderstellende rol raad In de eerste periode van de coronacrisis is feitelijk geen sprake geweest van een kaderstellende rol door de gemeenteraad. Het college, geïnformeerd over de voorgeschreven landelijke maatregelen door de Veiligheidsregio, trof de noodzakelijke (corona)maatregelen en informeerde de raad hierover, maandelijks, achteraf. Formeel beschouwd heeft de gemeenteraad bij een pandemiebestrijding ook geen kaderstellende functie, aangezien de minister van VWS hierin de kaders bepaalt. Bij het in positie brengen van de raad leidden de geldende regels tijdens de coronacrisis tot beperkingen in het functioneren van de gemeenteraad. Fysieke vergaderingen waren in het begin een vereiste voor het nemen van rechtsgeldige besluiten, maar deze waren niet mogelijk binnen de noodverordeningen van de Veiligheidsregio.
Dit vraagstuk is opgelost met de spoedwet digitale besluitvorming die op 7 april 2020 door de Eerste Kamer is aangenomen. De raad van Katwijk heeft het college in de eerste fase van de coronacrisis (maart tot en met mei 2020) de ruimte gegeven om beleid te ontwikkelen en de organisatie op de coronamaatregelen in te stellen. De raad zelf heeft een zekere afstand bewaard en geen actieve betrokkenheid bij besluiten geëist waarbij de slagvaardigheid in de besluitvorming mogelijk in het geding kwam. De betrokkenheid van de raad was tot juni 2020 vooral passief, in die zin dat de raad bij genomen maatregelen (achteraf, maandelijks) is geïnformeerd en zelf geen vragen gesteld of voorstellen gedaan. Daarna volgde een overgang naar een meer integrale benadering van het gemeentelijk beleid, waarbij de reguliere vergaderorde tot op zekere hoogte werd hersteld en waarbij de raad actiever werd betrokken. In dit proces is sprake van een passieve naar een actievere betrokkenheid van de raad. Men heeft daarin van haar vragenrecht gebruik gemaakt, mede in het licht van de eerste gezamenlijke vergadering.
De raad heeft in het eerste coronajaar geen moties, amendementen of opdrachten aan het college ingediend en in de gehele onderzochte coronaperiode is in totaal éénmaal een motie (die is verworpen) en éénmaal een amendement ingediend voor een grotere rol van de raad bij de besteding van (resterende) coronamiddelen (dit amendement is verworpen). De raad heeft in de geschetste ‘coronacontext’ enerzijds weinig ruimte gekregen voor kaderstelling, maar anderzijds deze ruimte ook niet zelf expliciet opgeëist. Er is ook geen expliciete discussie geweest over de rolverdeling tussen college en raad, mogelijk vanuit het gevoel van de raad dat zij te lang te weinig betrokken werd bij relevante besluitvorming.
28
Controlerende rol raad Er zijn door de gemeenteraad van Katwijk geen expliciete, mogelijk aanvullende uitgangspunten en doelen geformuleerd om de controlerende rol van de raad in coronatijd te bewaken of toe te spitsen. In de praktijk blijkt dat de controlerende rol van de raad minder goed uitvoerbaar is door de beperkingen in het fysiek overleg tijdens corona en controle op de begrotingsposten. Een controlerende taak is door de raad in dit kader wel uitgeoefend maar in beperktere zin aangezien de situatie als geheel ook deze beperking voorschreef. De gewoonte om gezamenlijk aan tafel met ambtenaren de P&C-documenten door te nemen en toelichting te geven is komen te vervallen. Deze procedure is op een afgeleide, digitale wijze uitgevoerd. De raad heeft in dit opzicht wat betreft de financiële consequenties van de coronacrisis haar controlerende rol moeilijker inhoud kunnen geven. De raad heeft een advies over de mogelijke toepassing van haar budgetrecht in dit kader (echter) ook niet aangegrepen om haar controlerende taak sterker uit te oefenen. Volksvertegenwoordigende rol raad Gedurende de coronacrisis zijn raadsfracties door organisaties en bedrijven (met name vanuit de sectoren horeca, cultuur, sport en zorg) en inwoners uit Katwijk benaderd met vragen over corona en met op dat vlak ervaren problemen.
Raadsleden van meerdere fracties geven aan zelf ook contacten te hebben onderhouden met inwoners en instellingen maar met een veel lagere frequentie en intensiteit dan vóór de coronaperiode (een deel van de raadsleden/fracties heeft dit opgelost door vaker ‘social media’ toe te passen). Raadsleden hebben tijdens de coronacrisis hun volksvertegenwoordigende rol minder expliciet kunnen invullen. De vertegenwoordigende rol van de raad is ook minder over het voetlicht gekomen vanwege het ontbreken van publiek bij de raadsvergaderingen en de mogelijke inbreng van burgers bij de informatieve sessies van de raad. Aanbevelingen In aansluiting op de conclusies is een aantal aanbevelingen mogelijk om de rollen van de raad in de geschetste crisisomstandigheden te versterken: • de raad kan een meer uitgesproken rol bij de kaderstelling opeisen. De terughoudende opstelling van de gemeenteraad in de eerste periode om het bestuur de ruimte te geven voor het nemen van de nodige crisismaatregelen is welswaar als een functionele steun door het bestuur ervaren, maar door middel van moties kan de raad eerder en verder bijdragen aan kaderstelling. Dit kan zij bijvoorbeeld doen door extra aandacht te vragen voor bepaalde kwetsbare groepen inwoners of met name door de coronacrisis getroffen instellingen en bedrijven.
Een mogelijkheid daarbij is ook om het college te vragen meerdere beleidsmatige alternatieven voor te leggen zodat daarover besluiten kunnen worden genomen. Zo kan men aan het college vragen een aantal scenario’s uit te werken vanuit een (herstel)agenda om inzichtelijk te maken wat de lange termijn effecten van de coronacrisis kunnen zijn op toekomstige beleidskeuzes van de gemeente, daarbij rekening houdend met mogelijk schaarsere budgetten vanuit het Rijk.
29
•
•
•
de controlerende functie van de raad verdient meer aandacht. De raad heeft geen aandacht gevraagd voor het toelichten op en inzichtelijk maken van de (financiële en overige) gevolgen van de coronacrisis op de gemeente (een daartoe ingediende motie is verworpen). In het kader van het budgetrecht wordt aanbevolen aan het college te vragen meer zicht te geven op de genomen (coronasteun)maatregelen en de financiële gevolgen daarvan zichtbaar te maken. Daarbij kan de raad aan het college vragen om door middel van een afwegingskader explicieter te maken hoe bij de keuze over (coronasteun)maatregelen prioriteiten zijn en worden gesteld. de raad dient zich te professionaliseren in de (digitale) vergadercultuur en alternatieven. Het digitaal vergaderen heeft verschillende voordelen en ook beperkingen getoond voor het overleg tussen college en raad en raadsleden onderling. Ofschoon het fysiek vergaderen een (grote) voorkeur heeft, verdient het aanbeveling om de digitale vaardigheden van de raadsleden op niveau te krijgen en te behouden (‘toekomstbestendig’ maken). voor het handhaven en versterken van de volksvertegenwoordigende rol van de raad in tijden van crises, is het van belang om de signalen van inwoners, organisaties en bedrijven op te vangen.
Het verdient in dit kader aanbeveling, naast de overige mogelijkheden van contact, meer aandacht te besteden aan de inzet van ‘social media’. Bovendien dient tevens in de overwegingen meegenomen te worden dat raadsleden verantwoordelijkheid hebben als volksvertegenwoordigers van de samenleving. Het zichtbaar blijven voor burgers en een voorbeeldfunctie uitoefenen in de uitoefening van de taak als raadslid zijn in dit kader relevant. Daarbij is een discussie wenselijk over hoe de raad ook in tijden van corona (of andere mogelijke crises) in positie kan komen en blijven.
30
Bijlage
Corona en de rol van de gemeenteraad
Om inzicht te geven in wanneer en hoe de gemeenteraad invloed kan uitoefenen op de coronamaatregelen, is een helder overzicht beschikbaar35. Daarbij gaat het onder meer om het onderscheid tussen het lokale en het bovenlokale niveau van de besluitvorming en de daarmee gepaard gaande informatievoorziening. Bij de coronamaatregelen gold in het eerste jaar een bepaald GRIP-niveau en hoe hoger dit niveau is, hoe meer sprake is van een bovenlokale besluitvorming. Taken van de raad in het licht van landelijke maatregelen Bij landelijke maatregelen heeft de raad geen rol in de vormgeving of bepaling van de maatregelen. Wel kan de raad de vinger aan de pols houden over de lokale uitvoering, bijvoorbeeld op het gebied van toezicht en handhaving door de burgemeester.
Taken van de raad in het licht van de regio In het licht van de aanpak van corona en inzet van maatregelen op het regioniveau zijn aan de gemeenteraad verschillende taken en bevoegdheden toegekend: • de raad bezit het recht om vragen te stellen aan de voorzitter van de veiligheidsregio • de voorzitter van de veiligheidsregio is verplicht een verslag uit te brengen wanneer hij (tijdelijk) de burgemeestersfunctie uitoefent • de raad heeft recht op debat met voorzitter van de veiligheidsregio en kan daarover afspraken maken met andere gemeenteraden in de veiligheidsregio • de raad geeft de burgemeester, in reguliere gevallen, een boodschap mee wat vanuit het perspectief van de (eigen) gemeente wenselijk is • de raad vraagt de burgemeester in een vaste regelmaat en/of incidenteel om informatie over gang van zaken vanwege controle en bijsturing. De burgemeester is verplicht alle informatie aan de raad gevraagd en ongevraagd te geven • de raad bepaalt, in overleg met het college, hoe en op welke wijze de lokale gevolgen van de coronacrisis op te vangen • de raad overlegt (online) met regelmaat via vertegenwoordigers met andere gemeenteraden over: – informatievoorziening – proces van betrokkenheid door burgemeesters – werkwijzen en kaders waarbinnen wordt gewerkt.
Taken van de gemeenteraad op lokaal niveau In het licht van de aanpak van corona en inzet van maatregelen op lokaal niveau zijn aan de gemeenteraad de volgende taken en bevoegdheden toegekend: • de raad voert het debat met de burgemeester over lokale afwegingen in de bestrijding van het covid-19-virus 35 Zie ook: Informatie Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, 1 december 2020.
31
• • •
•
•
•
de raad bepaalt met de burgemeester de precieze wijze van verantwoording; hiervoor zijn geen landelijke voorschriften. De onderlinge verhoudingen zijn bepalend de raad spreekt met de burgemeester af hoe en op welke wijze hij regelmatig wordt bijgepraat de burgemeester informeert pro-actief de raad over de uitoefening van zijn controlerende taak, geeft alle informatie als daar door de raad naar wordt gevraagd. Doel: – debat voeren over ontheffingen of de handhaving van de zorgplicht – de raad kan wensen uit de samenleving over de handhaving van de openbare orde aan de orde stellen de raad mag altijd gemeentelijke verordeningen opstellen over het gebruik van de fysieke openbare ruimte (zolang dat niet in strijd is met de ministeriële regels van de coronawetgeving). Het gaat hierbij onder meer om: afsluiten van straten, gebieden en parken, het verplaatsen van markten en het verbieden van stadswandelingen, collectanten en straatartiesten vanwege het risico van oploop van te veel mensen dicht bijeen de gemeenteraad kan vanuit eigenaarschap en/of opdrachtgeverschap vragen stellen aan het college/portefeuillehouder (sociaal domein, onderwijs en fysieke leefomgeving) en over uitvoering door gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen (GGD/Veiligheidsregio).
de gemeenteraad kan, tot slot, achteraf controle uitvoeren want daar waar de burgemeester verantwoordelijk en bevoegd is, moet hij in de regel verantwoording afleggen aan de raad.
32
Postbus 589 – 2220 AN Katwijk
Contactpersoon:
Rekenkamercommissie Katwijk T.a.v. de heer M. van Hesteren Postbus 589 2220 AN Katwijk
M. Siegmund Afdeling:
Concernzaken en Advies Te bereiken op:
071- 406 5000
Ons kenmerk:
Z3089200D3127599 3 Bijlage(n): 23-5-2023 Verzenddatum: Uw kenmerk: Onderwerp: zienswijze college eindrapport legitimiteit en bevoegdheden raad in aanpak coronacrisis Katwijk, 23 mei 2023 Geachte heer Van Hesteren, Eind oktober is de rekenkamercommissie van de gemeente Katwijk een onderzoek gestart naar de legitimiteit en bevoegdheden van de raad in de aanpak van de coronacrisis. Voor de uitvoering van het onderzoek is de rekenkamercommissie bijgestaan door onderzoeksbureau BBSO. Op 27 maart 2023 is de eindrapportage voor het bestuurlijk wederhoor aan het college voorgelegd. Excuses voor onze reactie die later komt dan u heeft gevraagd. Met deze brief maakt het college zijn zienswijze aan u bekend met betrekking tot de gepresenteerde bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Het college wil allereerst aangeven dat wij met belangstelling kennis hebben genomen van uw onderzoeksrapport. In het rapport wordt vooral geschreven over de raad (het is natuurlijk een onderzoek naar hun rol) en zijn de aanbevelingen vooral voor de raad. Wij zijn blij dat de geïnterviewde raadsleden aangeven goed geïnformeerd te zijn door het college en dat de voorstellen die het college heeft gedaan ook voldoende besproken zijn. Doordat essentiële verantwoordelijkheden van de burgemeester overgingen naar de voorzitters van de Veiligheidsregio’s was de gemeenteraad niet langer de controlerende instantie.
De voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden heeft de raad op gezette geïnformeerd. Dat heeft onze informatievoorziening richting de raad mede ondersteund. De constatering dat de betrokkenheid van de raad van passief (helemaal aan het begin van de crisis) naar steeds meer betrokken is gegaan, past onzes inziens bij de zeer onbekende en ongewisse situatie waarin we met zijn allen terecht kwamen. Met oog voor de gevolgen voor onze inwoners, instellingen, bedrijven en zelfstandig ondernemers bleef de raad actief betrokken door onder andere schriftelijke vragen te stellen over de aanpak en maatregelen. Een van de aanbevelingen met betrekking tot de volksvertegenwoordigende rol van de raad, benadrukt het belang om meer aandacht te besteden aan sociale media om signalen vanuit onze gemeente te blijven opvangen . Ook voor de gemeente is sociale media een belangrijk communicatiekanaal geweest. gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, (T) 071 - 406 5000, (F) 071 - 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
*3127599*
2/2
Ons kenmerk: Z3089200D3127599
Wellicht kunnen we van elkaar leren met het oog op de aanbeveling aan uw raad om verder te professionaliseren in de (digitale) vergadercultuur en alternatieven. De gemeentelijke organisatie is hybride blijven werken. Elke dag vinden veel vergaderingen digitaal plaats. De coronapandemie heeft de hele wereld in een ongekende crisis doen belanden. Naast de vele slachtoffers die gevallen zijn en het leed dat is veroorzaakt, stond het private en publieke leven volledig op zijn kop. Wij hopen een dergelijke situatie nooit meer mee te maken, maar we kunnen niet in de toekomst kijken. Dit onderzoeksrapport biedt handvatten om in tijden van crisis weer beter voorbereid te zijn. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Katwijk, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. R.T. Jie Sam Foek
ir. C.L. Visser