CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage Concept jaarstukken 2020 gemeenschappelijke Regeling RDOG, ontvangen op 26 april 2021 (1923785)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Ter agendering in handen van het presidium te stellen25.343 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19

Jaarverslag: Programma Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

3.3.4

Coronabestrijding

Het jaar 2020 stond bij de RDOG Hollands Midden in het teken van Coronabestrijding. De uitbraak van het coronavirus, Covid-19, heeft een grote impact op de RDOG Hollands Midden. De organisatie heeft een vitale maatschappelijke en wettelijke functie in de infectieziektebestrijding, waarvoor veel inzet van medewerkers werd gevraagd. Het was een bewogen jaar waarin de RDOG Hollands midden aan het roer stond om het virus te bestrijden. In de regio Hollands Midden ontvingen we eind 2019/begin 2020 de eerste signalen rondom het Covid-19 virus. Er werd gestart met een werkgroep bestaande uit de GHOR communicatie, epidemiologie en een afvaardiging van collega’s binnen infectieziektebestrijding. Gemeenten werden via de werkgroep op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Het aantal telefoontjes bij het infectieziekteteam nam drastisch toe. Het GGD-crisisteam werd bijeen geroepen. In de eerste week van maart gingen collega’s druk aan de slag met het bemonsteren en werden de eerste besmettingen met Covid-19 geconstateerd in regio Hollands Midden. Het team was toen gezamenlijk één hele dag bezig met een casus. We kwamen in een constante achtbaan terecht, zonder ophouden. Weken van 80 uur of meer worden gemaakt; zeven dagen per week tot laat in de avonduren. Ook onze directeur Publieke Gezondheid, Sjaak de Gouw, speelde van begin af aan een belangrijke rol in het bestrijden van Corona.

Als landelijk portefeuillehouder infectieziekte bestrijding voerde hij binnen GGDGHOR Nederland het woord. De vraag naar informatie steeg enorm. Een poule van collega’s uit onze eigen organisatie werd ingezet op corona-werkzaamheden. Al snel werd ook meer externe hulp ingeschakeld om in de grote vraag aan informatie te voorzien. Al deze werkzaamheden werden uitgevoerd op de Parmentierweg te Leiden. In eerste instantie werden alleen risicogroepen getest op corona in verband met een tekort aan aantal testen. De testcapaciteit bleef zich verder uitbreiden en vanaf 1 juni 2020 werd het mogelijk voor iedere burger om zich te laten testen met klachten. Er werd gestart met het inrichten van teststraten. De teststraat Leiderdorp bij het Alrijne ziekenhuis werd als eerste ingericht en geopend in samenwerking met SCAL. Uitgebreid met de testraat in Gouda en al snel komen ook de teststraten in Katwijk en Alphen aan den Rijn erbij. Bezoek Mark Rutte: Op 2 maart bracht onze Minister President een flitsbezoek aan onze GGD.

Bij de RDOG was in de zomer hard gewerkt aan de inrichting van ‘Corona-afdeling’, de Resultaatverantwoordelijke Eenheid (RVE) Coronabestrijding. Na de zomer werd de inzet van het eigen personeel afgebouwd, omdat de reguliere taken weer werden opgepakt. Eind augustus kreeg de teststraat in Leiderdorp te maken met de zomerstorm Francis. Deze gebeurtenis maakte eens te meer duidelijk dat het nodig is alle teststraat locaties ‘winter- en stormproof’ te maken. In snel tempo werd dit gerealiseerd en zijn in alle vier de regio’s: Leiden, Gouda, Katwijk en Alpen aan den Rijn winterproof teststraten ingericht. In het najaar van 2020 neemt het aantal besmettingen verder toe en veranderde het risiconiveau in de regio Hollands Midden naar “zeer ernstig”. De organisatorische aspecten van de RVE Coronabestrijding liepen goed. Het management voor de RVE Coronabestrijding werd benoemd en ook werden in duo’s teamleiders benoemd voor het bron- en contactonderzoek, het callcenter en het testen. Verder bleef er onverminderd hard doorgegaan met de werving en het opleiden van nieuwe medewerkers.

Bezoek burgemeester: Op 29 mei bezocht Henri Lenferink, burgemeester van leiden, de RDOG. Dennis Christmas heeft de burgemeester rondgeleid langs enkele afdelingen.

20

Jaarverslag: Programma Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

Om continue te blijven verbeteren met coronawerkzaamheden werd er een programmateam opgestart om de ontwikkelvraagstukken rondom de RVE Coronabestrijding binnen de organisatie snel op te pakken. Binnen de RVE Coronabestrijding was ook een projectteam Vaccineren al hard bezig met de voorbereidingen voor het vaccinatieprogramma. Er werd oriënterend onderzoek gedaan naar geschikte locaties en gezocht naar extern personeel, omdat de reguliere GGD-taken ook gewoon door moesten gaan.

Bezoek Zijne Majesteit de Koning: Op 10 september kregen wij bezoek van Zijne Majesteit de Koning. Hij bezocht de teststraat in Leiderdorp en de BCO-afdeling op de Parmentierweg en ging in gesprek met een aantal collega's.

Resultaten 2020 In eerste instantie werden alleen risicogroepen getest op corona in verband met een tekort aan aantal testen. De testcapaciteit bleef zich verder uitbreiden en vanaf 1 juni 2020 werd het mogelijk voor iedere burger om zich te laten testen met klachten. 2. Het infectieziekteteam van de RDOG groeide in korte tijd van 18 naar ruim 160 medewerkers. 3. De RVE corona bestond eind 2020 uit ca. 400 (parttime) medewerkers. Verwacht wordt dat we in begin 2021 verdubbelen naar ca. 800 medewerkers dankzij het vaccineren. 4. De winterproof testlocatie op de Plesmanlaan in Leiden is uitgebreid naar een XL testlocatie. Er konden maar liefst 12 testlanen geopend worden plus een laan voor minder-valide mensen, wat een capaciteit opleverde van bijna 2500 tests per dag. Daarmee was de teststraat in Leiden op dat moment de grootste testlocatie van Nederland. 5. Het Bron- en Contact Onderzoek werd vanaf de Parmentierweg uitgevoerd en coördinatie en uitvoering ligt lange tijd bij de GGD zelf. Na de zomer komt steeds meer landelijke bijstand voor BCO. 6. De inzet van extern personeel werd uitgebreid en de gehele coronaorganisatie, waaronder het callcenter samen met het BCO-team en de corona- en infectieziekte-artsen verhuisde naar een etage bij Zilveren Kruis Achmea.

Hier werden ruim 70 werkplekken en tevens overlegruimte ingericht zodat de medewerkers van de RVE gezamenlijk gehuisvest konden worden. 7. Sinds 1 juni hebben wij in regio Hollands Midden 250 000 testen uitgevoerd. En zijn er ruim 300 000 inwoners in een van de overige GGD teststraten in het land getest. 8. De gemiddelde tijd voor het maken van een afspraak in 2020 was 23,5 uur. En de gemiddelde tijd voor het bekend worden van de uitslag was 21,5 uur. 9. Het gemiddeld aantal positief geteste inwoners was 280 per 100 000 inwoners. Ruim 44 000 inwoners zijn sinds 1 juni besmet geraakt. Hier zitten ook inwoners bij uit verpleeghuizen en die elders getest zijn bijvoorbeeld met een sneltest. 10. Bij ons is van 868 inwoners bekend dat zij vanaf 1 juni in het ziekenhuis zijn opgenomen in verband met corona. En van 486 inwoners weten wij dat zij aan corona zijn overleden. 11. Vanaf week 12 tot eind 2020 heeft ons callcenter bijna 57.000 vragen beantwoord. 1.

3.3.5

Financiën programma GGD

De realisatie van het programma GGD kan als volgt worden samengevat. In 2020 is een grote toename van de gerealiseerde baten en lasten zichtbaar. Deze extra lasten zijn het gevolg van de Corona activiteiten die in 2020 zijn uitgevoerd. Deze activiteiten worden gefinancierd door VWS. De begroting wijkt af van de realisatie omdat de vraag naar coronatesten lager was dan de aantallen waarvoor de GGD klaar moest staan en die waren gehanteerd in de tweede begrotingswijziging. Ook is in de tweede helft van 2020 een deel van de laboratoriumkosten door het RIVM rechtstreeks betaald aan het testlaboratorium en worden deze kosten dus niet zichtbaar in de lasten en de baten van de GGD. Door uitstel van de werkzaamheden zijn uitgaven uitgesteld. De onttrekking van de reserves was daarom voor het grootste deel niet nodig. Door strakke kostensturing ten tijde van corona zijn kosten voor de reguliere werkzaamheden lager uitgevallen dan begroot.

21

Jaarverslag: Programma Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

€ 1.000

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Lasten Baten

52.560 52.786

76.440 78.009

94.188 94.271

-17.748 -16.262

226

1.569

83

1.486

Gerealiseerde saldo Mutaties reserves

80

94

-83

177

Gerealiseerde resultaat

306

1.663

0

1.663

Het gerealiseerde resultaat is €1.663k voordelig. De financiële resultaten van dit programma zijn verder gespecificeerd in de jaarrekening in paragraaf 4.5.1.

22

3.4

Programma Geneeskundige Hulpverlening (GHOR)

Als GHOR verbinden wij het dynamisch netwerk zorg, veiligheid en openbaar bestuur, waarin wordt samengewerkt aan (voorbereiding op) de geneeskundige hulpverlening en regionale zorgcontinuïteit in Hollands Midden. Bijzondere werkzaamheden in 2020: De coördinatie en distributie van de schaarse persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), 5 mln. producten over meer dan 250 organisaties. De samenwerking met bestaande zorgpartners geïntensiveerd en zijn wij relaties met nieuwe zorgpartners (onder meer voor PBM) aangegaan. In maart 2020 is het GGD-crisisteam gestart, waaraan GHOR is aangesloten vanuit haar verbindende rol naar de zorgketen en de veiligheidsregio. Deze rol is voortgezet in de RVE Corona. Samen met zorgpartners hebben wij ons op noodscenario’s voorbereid, zoals overbelaste ziekenhuizen en tekort aan bedden. Wij hebben gewerkt aan naleving van noodverordeningen van de veiligheidsregio en ingezet op maatschappelijke thema's zoals opvang van kwetsbaren (waaronder daklozen, asielzoekers en arbeidsmigranten).

3.4.1

Resultaten 2020

De veiligheidsregio en gemeenten hebben door de Covid-19 crisis deels minder activiteiten voor risico- en crisisbeheersing uitgevoerd en deels ook andere activiteiten. Daardoor hebben wij minder dan voorgenomen in het jaarplan 2020 GHOR bijgedragen en adviezen verstrekt op dit gebied. Wij hebben de vrijgevallen capaciteit ingezet voor onze crisistaken, voor uitbreiding en intensivering van relaties in het zorgnetwerk en voor nieuwe taken zoals advisering noodverordeningen. Veiligheidsregio Onze advisering voor vergunningverlening door gemeenten voor publieksevenementen is door de Covid-19 crisis gewijzigd. Advisering in 2020 heeft vooral betrekking gehad op de voorbereiding, samen met de veiligheidsregio, op noodscenario’s indien toch veel mensen samen zouden komen en het vermijden c.q. het managen van deze drukte en handhaving van de corona maatregelen. Crisisorganisatie GHOR Opleiden, trainen en oefenen is belangrijk voor crisisfunctionarissen om hun vaardigheden te blijven ontwikkelen. De jaarlijkse oefendagen met de veiligheidsregio zijn deels doorgaan, rekening houdend met de toen geldende maatregelen. Nieuwe middelen zijn ingezet zoals een realistisch virtueel simulatieprogramma en online trainingen als ondersteuning van de praktische opleiding en oefening van crisisfunctionarissen.

Alle GHOR-medewerkers zijn ingezet in de crisisorganisatie GHOR tijdens de eerste periode van de Covid-19 crisis. Uitvoering van geplande activiteiten uit het jaarplan zijn daardoor deels vertraagd en deels niet uitgevoerd. De crisisinzet heeft in een afgeschaalde situatie het hele jaar geduurd. Het aantal GRIP-inzetten in 2020 betreft 6 (ten opzichte van 12 in 2019). Inzetten voldeden aan de wettelijk verplichte opkomsttijd. Op 21 december 2020 heeft de tweede opvolgingsaudit voor ISO van GHOR digitaal plaats gevonden. Conclusie: GHOR is ook tijdens de coronacrisis de essentiële schakel tussen veiligheidsregio, zorgwerkveld en openbaar bestuur om de keten aan één te sluiten.

Jaarverslag: Programma Geneeskundige Hulpverlening (GHOR)

3.4.2

Financiën programma GHOR

De realisatie van het programma GHOR kan als volgt worden samengevat.

€ 1.000

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Lasten Baten

1.965 2.016

1.876 1.976

1.946 2.016

-70 -40

Gerealiseerde saldo

51

100

70

30

Mutaties reserves

0

28

-70

98

Gerealiseerde resultaat

51

128

0

128

Het gerealiseerde resultaat is €128k voordelig. De financiële resultaten van dit programma zijn verder gespecificeerd in de jaarrekening in paragraaf 4.5.2.

24

Jaarrekening: Balans

3.5

Programma RAV

De RAV is verantwoordelijk voor het uitvoeren van ambulancezorg in de Veiligheidsregio Hollands Midden. Het programma omvat ambulancezorg en meldkameractiviteiten (intake en uitgifte). De activiteiten zijn uitgevoerd conform beschreven is in de Tijdelijke wet Ambulancezorg (TWAZ; 2013), die de ambulancezorg in 2020 nog reguleert. De speerpunten voor 2020 waren: Leveren van zorg op maat; Herinrichten en verduurzamen bedrijfsvoering Verbetering responstijden; Behouden van voldoende en bekwaam personeel. Het jaar 2020 is niet representatief voor de geleverde prestaties. De in het jaarplan 2020 van de RAV gestelde doelen zijn door de COVID-19 crisis onder druk komen te staan. De primaire focus was gericht op het zo adequaat mogelijk inspelen op de gevolgen voor onze medewerkers en de actuele zorgvragen in onze regio. De RAV heeft getoond een wendbare organisatie te zijn, want ondanks de focus op COVID-19 zijn belangrijke ontwikkelingen niet uit het oog verloren.

3.5.1 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Resultaten 2020

Het ziekteverzuim onder de medewerkers was tijdens de eerste golf historisch laag. Sinds de tweede golf eiste COVID zijn tol bij de RAV. Door medewerkers in quarantaine en medewerkers die ziek waren vanwege COVID, was het gemiddelde verzuim hoger dan gebruikelijk. Er is slechts een enkel geval van besmetting geweest dat mogelijk herleidbaar was tot patiënt- of onderling contact. Ondanks het relatief hoge verzuimcijfer heeft de RAV de paraatheid kunnen leveren die was afgesproken. Tijdens de eerste golf is ondersteuning geboden aan de regionale ziekenhuizen en aan het LCPS door het uitlenen van verpleegkundigen aan de ziekenhuizen en uitgiftecentralisten aan het LCPS. Na de zomer heeft de RAV de paraatheid verhoogd om de grotere zorgvraag aan te kunnen. Daarnaast zijn structureel uitgiftecentralisten en chauffeurs geleverd aan het LCPS. Er wordt in samenwerking met het LUMC een extra dienst geleverd in de vorm van begeleid IC-transport. De COVID-IC-patiënten die over de ziekenhuizen moeten worden verdeeld, kunnen met een speciaal hiervoor ingerichte ambulance worden overgeplaatst. Vanaf medio 2020 is het indicatiegebied van de MCA vergroot. Vanwege COVID-19 is deze uitbreiding anders verlopen dan verwacht. Reguliere zorg viel uit, maar de MCA heeft daarentegen een enorme bijdrage kunnen leveren in de extra zorgvraag die door COVID ontstond.

Het tekort aan verpleegkundigen in de acute zorg blijft. De RAV heeft desondanks in 2020 bewust geen actieve werving gedaan. De werkenbijRAVHM–site bleef in de lucht, maar er is verder terughoudendheid betracht waar het de werving betreft. Reden hiervoor was de hoge werkdruk en grote tekorten in de ziekenhuizen. Na de zomer is hierover met de regionale ziekenhuizen en de RAV Haaglanden een herenakkoord gesloten om niet actief onder elkaars medewerkers te gaan werven. De RAV betrekt voornamelijk haar nieuwe medewerkers uit de regionale ziekenhuizen. De instroom in 2020 is daardoor beperkt gebleven. Alleen de absoluut noodzakelijke, niet uitstelbare scholing is in 2020 gegeven. Gevolg is dat een aantal deskundigheidsbevorderende activiteiten uitgesteld zijn naar 2021. Door de Medisch Manager Ambulancezorg en het medisch stafbureau dat in 2020 is ingericht, worden afspraken gemaakt voor de coaching en beoordeling van medewerkers. In 2021 wordt een begin gemaakt met de implementatie van deskundigheidsbevorderende plannen. Het percentage spoedzorg (A1), waarbij de ambulance binnen 15 minuten ter plaatse was bij een incident, steeg. De correcties in de rit-data voor burenhulp zijn nog niet gedaan. De verwachting is dat het percentage voor de regio over 2020 rond de 92,5% uit zal komen. In 2019 was dit percentage 91,6%.

De NZa hanteert een categorie-indeling voor de ambulancezorg in de RAV-regio’s. De RAV is sinds 2019 door de NZa ingedeeld in categorie C. C-regio’s zijn regio's waar de prestaties onder de norm liggen en/of waar er structurele knelpunten zijn. Bij de RAV Hollands Midden staat hierbij de onvoldoende beschikbare paraatheid als oorzaak centraal. Maatregelen die hiervoor getroffen zijn, of zijn voorbereid, vragen meer tijd om tot zichtbare resultaten te leiden. De RAV laat structureel verbetering zien van de percentages. Regelmatig rapporteren zorgverzekeraars hierover bij de NZa. Het vertrouwen is uitgesproken dat de situatie zich geleidelijk verder zal herstellen. Verwacht wordt dat de RAV zal opschuiven naar categorie B. Vanaf 1 juli 2020 is de nieuwe wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) van kracht. De wet verlangt van zorginstellingen, dat ze structureel overleg heeft met cliënten. Dat de cliënten zoveel mogelijk worden betrokken bij keuzen die op hen betrekking hebben. Hoewel de wet voornamelijk is geschreven voor fysieke zorginstellingen, is deze ook van toepassing op de ambulancezorg. Voor de RAV

Jaarrekening: Balans

is het betrekken van de cliënt niet nieuw. De afspraken die de RAV al had met de cliëntvertegenwoordigers van de cliëntenraad zijn in overeenstemming met de wet.

3.5.2

Financiën programma RAV

De realisatie van het programma RAV kan als volgt worden samengevat.

€ 1.000

Lasten Baten Gerealiseerde saldo

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

30.026 30.070 44

31.985 33.002 1.017

31.617 31.771 154

368 1.231 863

Mutaties reserves

115

0

-154

-154

Gerealiseerde resultaat

159

1.017

0

1.017

De cijfers uit 2019 zijn na IC-eliminatie de cijfers 2020 zijn voor IC-eliminatie.

De financiering van de ambulance activiteiten vindt plaats op basis van voorgeschreven tarieven door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het gerealiseerde resultaat is €1.017k voordelig. Het grootste deel van dit positieve resultaat wordt veroorzaakt door het sectorakkoord wat eind december gesloten is tussen AZN en ZN. Dit verklaart voor 90% het positieve resultaat van de RAVHM. Een positief resultaat hoeft niet teruggegeven te worden aan de zorgverzekeraars maar wordt aan de Reserve Aanvaardbare Kosten toegevoegd om tot een gezonde bedrijfsvoering te komen. De financiële resultaten van dit programma zijn verder gespecificeerd in de jaarrekening in paragraaf 4.5.3.

26

Jaarrekening: Balans

3.6

Concern RDOG HM

3.6.1 HRM Begin 2020 is de organisatie versterkt met een manager HRM. Daarnaast is het team versterkt met enkele HRM functionarissen zoals mogelijk werd door de vastgestelde eerste businesscase van het programma 2024. Deze versterking maakte het mogelijk om de opschaling van de organisatie in het kader van de corona werkzaamheden te ondersteunen en een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de werkprocessen van de organisatie en de voorbereiding van de organisatiewijziging per 01-01-2021.

3.6.2 Digitalisering In het kader van digitalisering is het een mooi jaar geweest. De eerste stappen zijn gemaakt met MS365 door MS Teams uit te rollen omdat iedereen ten gevolge van COvid-19 thuis moest gaan werken. We hebben geïnvesteerd in 3 BI-specialisten en een projectmanager datagedrevenheid waardoor er nu een mooi datawarehouse is waar een groot deel van onze applicaties in ontsloten zijn en de eerste geautomatiseerde rapportages/dashboards in opgeleverd zijn. Verder is een nieuwe telefonie infrastructuur opgezet die binnenkort in productie genomen gaat worden. En ten slotte is het ERP-systeem AFAS heringericht waardoor we verschillende handmatige taken weg geautomatiseerd hebben.

3.6.3 Ontwikkelingen huisvesting Het was begin 2020 al duidelijk dat de huisvesting van de RDOG op verschillende locaties niet meer voldeed aan de eisen van deze tijd. Daarom is gestart met het opstellen van een Vastgoedstrategie die voor een langere termijn zicht geeft op de ontwikkeling op het gebied van huisvesting in relatie tot de ontwikkelingen in de organisatie. Deze vastgoedstrategie is eind 2020 afgerond en vormt het fundament voor de toekomstige projecten. Ondertussen was echter wel duidelijk dat ten aanzien van de huisvesting van Corona-taken en het Zorg-en Veiligheidshuis snellere besluitvorming nodig was. Daarom is voor deze functies in 2020 tijdelijke huisvesting gerealiseerd met een looptijd van 1 tot 3 jaar. Dit zijn locaties in het pand aan de Schipholweg en in het Achmeakantoor te Leiden. Zo hebben deze medewerkers een prima werkomgeving en is tijd "gekocht” om goed na te denken over de vastgoedvraag van de toekomst.

3.6.4 Kwaliteitssysteem Met de komst van de nieuwe coördinator kwaliteit werd het kwaliteitssysteem intensief opgepakt. Zo kreeg het kwaliteitsnetwerk een impuls, werd het kwaliteitshandboek GGD geëvalueerd en is een kort cyclisch verbeterinstrument in gebruik genomen, het 'positive perception program' waarmee we sneller klant feedback kunnen benutten voor het verbeteren van de geleverde kwaliteit. Ook de introductie van mini-audits droeg bij aan het flexibel reageren op uitdagingen en gaat in 2021 organisatie breed toegepast worden.

3.6.5 Inkoopbeleid De RDOG beschikt over een helder inkoop- en aanbestedingsbeleid. Hierin staat wanneer de verschillende inkoopregels gehanteerd moeten worden. De inkoopmedewerkers werken aan een verbeterprogramma, zodat belangrijke verbeteringen, bijvoorbeeld op het terrein van inkooprechtmatigheid worden doorgevoerd. In afwijking op de geldende inkoopregels is er in 2020 voor gekozen om in verschillende trajecten gericht op inkopen voor de corona activiteiten niet volgens deze regels te laten verlopen. Dit door een gerechtvaardigd beroep op de uitzonderingsgrond “dwingende spoed” 2.32 lid 1 sub c, in de Aanbestedingswet 2012. Hetgeen wordt ondersteund door VWS, gelet op de noodzakelijke pandemiebestrijding.

3.6.6 Privacy en AVG De RDOG werkt conform de AVG. De functionaris gegevensbescherming adviseert management en directie in allerlei situaties over de correctie omgang met cliëntengegevens. In 2020 is extra aandacht uitgegaan naar impactvolle trajecten als de wens vanuit samenwerkingspartners tot gegevensdeling in het sociaal domein en Wvggz. Medewerkers die constateren dat er mogelijk iets mis is gegaan met persoonsgegevens dienen dit te melden. De datalek procedure van de organisatie wordt vervolgens doorlopen.

27

Jaarrekening: Balans

3.7

Verplichte paragrafen

3.7.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen van de RDOG Hollands Midden wordt bepaald door de omvang van de reserves. Hierdoor kunnen niet begrote uitgaven worden opgevangen. De deelnemende gemeenten zijn op grond van artikel 27, lid 7 van de Gemeenschappelijke regeling RDOG Hollands Midden verplicht ervoor te zorgen dat de RDOG Hollands Midden beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De uitganspunten voor de reserves zijn opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen RDOG Hollands Midden, die door het Algemeen Bestuur op 27 maart 2019 is vastgesteld. De omvang van de reserves bedraagt €6.578k. Het weerstandsvermogen is €4.553k (2019: 3.128k). Dit is bepaald door de reserves waarvoor het Algemeen Bestuur al een doel heeft vastgesteld niet mee te tellen als vrij besteedbaar vermogen. Wat resteert, is het weerstandsvermogen. Dit staat hieronder. Een nadere toelichting op het eigen vermogen is opgenomen in paragraaf 4.4.6 van de jaarrekening. De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit, die is gebaseerd op het risicomanagementsysteem, is voor 2020 bepaald op €5.150k. De weerstandsratio is €4.553k / €5.150k = 88%. € 1.000

1-1-2020

31-12-2020

niet vrij

990 321 370 600 783

990 574 447 176 727

574 447 176 727

3.064

2.914

1.924

Algemene reserve GHOR Reserve project OvDG

94 129

94 101

101

Reserves GHOR

223

195

101

Reserve aanvaardbare kosten RAV

661

661

Reserves RAV

661

661

0 3.948

Algemene reserve GGD Reserve verplichtingen voormalig personeel Reserve markttaken GGD Reserve ERP Reserve onderhoud huisvesting Reserves GGD

Onverdeelde resultaat Eigen vermogen

Weerstand 990

990 94 94 661

0

661

2.808

0

2.808

6.578

2.025

4.553

Coronavirus De financiering van de Corona activiteiten van de GGD is afkomstig van het Rijk. De regels en afspraken zijn vastgelegd waardoor het helder is welke kosten en op welke wijze de kosten van de inzet vergoed worden. De werkzaamheden worden dan ook resultaat neutraal uitgevoerd. Risicomanagementsysteem Het huidige risicomanagementsysteem (RMS) is opgezet 2013. Er worden stappen gezet voor een doorontwikkeling van het RMS, waarbij een inventarisatie van opties en wensen heeft plaatsgevonden. De risico’s in de programmabegroting 2020 waren gebaseerd de toen meest recente gegevens. Voor de jaarrekening zijn de gegevens geactualiseerd. Alle risico’s zijn gebaseerd op mitigerende maatregelen. Het risicoprofiel is €5.150k.

28

Jaarrekening: Balans

Specificatie van de risico’s en beheersmaatregelen * 1.000

Totaal

Totaal

Toelichting

Maatregelen

Bestuurlijk

€

Uitkomsten RDOG 2024.

Niet alle besparingen zullen worden gerealiseerd.

Managen van de projecten en door het niet te optimistisch ramen van de kosten en opbrengsten worden mogelijke tegenvallers beperkt.

Een wijzigende visie van gemeenten.

Een wijzigende visie van gemeenten kan leiden tot verlies of toename van (aanvullende) opdrachten.

Lange termijn visie en plannen onderling delen zodat sturing en ondersteuning mogelijk is.

260

Primaire taken

€

Verlies aanvullende opdrachten.

Door verlies van opdrachten is er geen continuïteit op bepaalde onderdelen. Afbouw van onderdelen kost geld.

Onjuiste registratie leidt tot omzet verlies en mogelijk imago schade.

Door onjuist gebruik van systemen of onjuiste vastlegging in de systemen is er geen volledigheid in de registratie en de ingebouwde interne controles werken onvoldoende.

Niet optimale efficiënte integrale werkprocessen in samenwerking

Door het ontbreken van deze samenwerkingsprocessen gaat een ieder op eigen integrale wijze met de casuïstiek om en kunnen bij overdracht registraties niet voldoen.

Niet voldoen aan verplichte doorlooptijden Veilig Thuis door pieken in het aanbod.

Als het aantal meldingen sneller toeneemt dat geraamd, is het noodzakelijk om extra personeel in te zetten. Voor de korte termijn betreft dit vaak relatief dure uitzendkrachten.

Informatiemanagement

€

Digitalisering leidt tot aanpassingsproblemen bij medewerkers.

Voortdurende ontwikkeling en veranderingen van de systemen en de digitalisering van hele processen leidt tot problemen bij bepaalde medewerkers.

Bekenmaking van onvoldoende beveiligde systemen.

Door de bekendheid van de organisatie is er een groot risico op (bewust of onbewust) ongewenste toegang tot de systemen wat leidt tot grote extra reparatie uitgaven.

Financiën

€

900 Volgen ontwikkelingen en opvangen van grootste schommelingen met flexibele schil. Continu proces van verbetering inrichting en instructie, gericht op standaard gebruik. Interne controles moet problemen en impact zichtbaar maken en leiden tot betere controles. In samenwerking met alle betrokken partijen verbeterproject initiëren.

Afspraken met vaste medewerkers in de piekbelasting. Prijsafspraken met vaste leveranciers van tijdelijke/ oproep krachten.

725 Opleidingen en continu ondersteuning aanpassen op deze groep medewerkers.

3.050

Afwijkingen tussen de begroting Door verschillende factoren kan de en realisatie leidt tot grote realisatie afwijken wat leidt tot grote negatieve resultaten. negatieve resultaten.

Stijging personeelskosten hoger dan de index in de begroting.

€ 5.150

De vaststelling van de index op de begroting van een jaar is ver voor dat jaar vastgesteld. Afwijking in de realisatie kan leiden grote structurele verliezen door verkeerde inschattingen.

29

Deels door sturing en wendbaarheid, deels accepteren en aanhouden van een financieel buffer.

Aanvullende financieringsafspraken of oplossen uit reserve.

Jaarrekening: Balans

Vaste kosten organisatie betaald uit variabele subsidie opbrengsten

Een belangrijk deel van de vaste kosten van de organisatie (overhead) wordt bekostigd uit de opbrengsten voor aanvullende subsidies. De wettelijke taken van de GGD zijn hierdoor relatief goedkoop.

Projecten

€

Risico in projecten.

Door afwijking van het projectplan moeten extra kosten gemaakt worden om het gewenste resultaat te halen.

3.7.2

Door wegvallen van aanvullend omzet ontstaan er frictiekosten of worden door de toegenomen overheadkosten de tarieven hoger voor de deelnemers.

225 Er is een project gestart om de uitvoering van projecten te optimaliseren.

Kengetallen

De kengetallen geven een indicatie van de financiële gezondheid van de organisatie. In onderstaande tabel zijn de voorgeschreven kengetallen gepresenteerd en vervolgens verder toegelicht.

Solvabiliteitsratio 1 Netto schuldquote 2 Structurele exploitatieruimte 3

2020

2020

GGD/GHOR

RAV

18,3% 1,5% 3,1%

8,2% 38,0% 3,2%

2020

2019

2019

2019

RDOG GGD/GHOR

RAV

RDOG

4,8% 51,1% 0,80%

11,9% 21,7% -1,1%

13,9% 12,1% 3,1%

16,9% 5,6% -2,10%

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio is iets gestegen van 11,9% naar 13,9%. De oorzaak van de stijging is in verhouding grotere stijging van het eigen vermogen en procentueel iets lagere toename van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio van de programma’s GGD en GHOR is 18,3% (2019: 16,9%) en die van de RAV is 8,2% (2019: 4,8%). Met dit percentage kan de financiële positie van de RDOG Hollands Midden als enigszins kwetsbaar worden aangemerkt. Netto schuldquote Investeringen worden niet betaald met reserves maar met geld. Als dat niet op de bank staat, dan moet dat worden geleend. Daarmee stijgt de schuld. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote geldt: als de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is er sprake van een erg hoge schuld. Het licht staat dan op rood. Maar al bij een netto schuld die 100% van de inkomsten te boven gaat, springt het licht op oranje. De netto schuldquote van de RDOG is gedaald van 21,7% naar 12,2%. Dat is ruim toereikend om aan de schuldverplichtingen te voldoen.

De netto schuldquote van GGD en GHOR is met 1,6% laag (2019: 5,6%), de netto schuld is €1,3m bij €79,0m baten. De netto schuldquote van de RAV is 38% (2019: 51,1%), de netto schuld is €12,5m op een totaal van €33,0m aan baten. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft aan in hoeverre sprake is van doorlenen. Zo wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Omdat de RDOG Hollands Midden geen leningen verstrekt heeft, is de uitkomst gelijk aan de netto schuldquote. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer

1 2

3

Eigen vermogen/ balanstotaal [(Materiële vaste activa + voorraden) – (eigen vermogen + voorzieningen)] / (totale baten) = [(Langlopende schulden + vlottende passiva) – (financiële vaste activa + vlottende activa – voorraden)] / (totale baten) [(Totale structurele baten – totale structurele lasten) + (totale structurele toevoegingen aan de reserves – totale structurele onttrekkingen aan de reserves)] / (totale baten)

30

Jaarrekening: Balans

flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele ontwikkelingen zijn meegenomen in de begrotingswijzigingen 2019-2020 en de meerjarenbegroting 2021-2023. De structurele lasten van de begroting en meerjarenraming gedekt zijn door structurele baten. De structurele baten van de RDOG Hollands Midden zijn in 2020 groter dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte is 2,2% positief door een andere baten-lasten verhouding. De structurele ontwikkelingen zijn meegenomen in de begrotingswijzigingen en de meerjarenbegroting. De structurele lasten van de begroting en meerjarenraming zijn gedekt door structurele baten. Het structurele resultaat is toegelicht in paragraaf 4.5.7.

31

Jaarrekening: Balans

3.7.3

Financiering

Algemeen In 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de RDOG Hollands Midden een geactualiseerd Treasurystatuut vastgesteld. Dit treasurystatuut regelt de verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor het aangaan van, garanderen en verstrekken van geldleningen. Het treasurystatuut verbiedt het gebruik van financiële derivaten. De RDOG Hollands Midden beschikt over reserves om schommelingen in de exploitatie en markttaken te kunnen opvangen. Financiering Het programma GGD wordt voor het basispakket gefinancierd door de deelnemende gemeenten naar rato van hun inwonertal. De aanvullende diensten zijn gefinancierd op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde tarieven of op basis van met deze afnemers gesloten overeenkomsten. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De financiering van het programma GHOR geschiedt sinds 1 januari 2014 door de deelnemende gemeenten in de RDOG Hollands Midden. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De zorgverzekeraars financieren het grootste deel van het programma RAV op basis van contractafspraken. Saldo financieringsfunctie De specificatie van het saldo van de financieringsfunctie is opgenomen in onderstaande tabel. * € 1.000

2020

2019

Afschrijvingen Rente langlopende schulden Rente kortlopende schulden

3.218 383 5

2.388 361 8

Totaal lasten

3.606

2.757

Doorberekende afschrijvingen Doorberekende rente Ontvangen rente

3.218 386 2

2.388 368 1

Totaal baten

3.606

2.757

0

0

Saldo financieringsfunctie

Kasgeldlimiet Artikel 4 van de Wet financiering decentrale overheden bepaalt dat gelijktijdig met het jaarverslag gerapporteerd te worden over de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De toegestane kasgeldlimiet is 8,2% van de grondslag, te weten het totaal van de lasten van de laatste begrotingswijziging, zijnde € 127.715k x 8,2% = € 10.476k. € 1.000

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Omvang vlottende korte schuld Vlottende middelen

1.579 1.322

111 8.541

39 7.341

31 7.932

Totaal netto vlottende schuld/overschot

-256

8.430

7.302

7.901

Toegestane kasgeldlimiet

10.476

10.476

10.476

10.476

Ruimte

10.220

18.906

17.778

18.377

Renterisico De renterisiconorm wordt niet overschreden. Het renterisico is nihil. Er zijn geen gelden uitgezet voor langer dan een jaar. Het pand aan de Parmentierweg te Leiden is in 2003 gefinancierd met een 20-jarige lineaire lening van de BNG Bank. De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan aflossingsperiode. In 2011 zijn twee 50-jarige leningen afgesloten voor de financiering van de nieuwbouw van de RAV in Leiden en Gouda. De rentevaste periode voor beide geldleningen bedraagt 25 jaar, met een rentewijziging in 2037. De eerste aflossing van beide leningen was in januari 2013. Medio 2012 is een aanvullende 49,5-jarige lening van

32

Jaarrekening: Balans

afgesloten voor de RAV. De aflossingen en rentevaste periode daarvan lopen synchroon met de beide 50-jarige leningen. De rente van deze drie leningen wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraars. Voor de aanschaf van ambulances is in 2019 een financial leaseovereenkomst afgesloten met de ING Bank. De rente bedraagt 1,25% en wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraars.

3.7.4

Onderhoud kapitaalgoederen

Huisvesting In 2021 zal er verder invulling gegeven worden aan RDOG-huisvestingsplan. De keuzes uit dit plan zullen op verschillende meerjarenplannen zichtbaar worden.

3.7.5

Bedrijfsvoering

Herinrichting ERP-systeem In 2020 is gestart met de herinrichting van het ERP-systeem, dit systeem is op 1-1-2021 live gegaan. De ontwikkeling is onderdeel van het programma RDOG2024. Programma RDOG2024 Het Algemeen Bestuur is op 27 maart 2019 geïnformeerd over de noodzakelijke investeringen in informatiemanagement en ICT en over de krappe omvang van de bedrijfsvoering. Daardoor worden de primaire activiteiten ontoereikend ondersteund en kunnen wij gemeenten niet alle data leveren die zij van ons mogen verwachten. Adviesbureau Berenschot heeft op basis van een onderzoek in januari 2019 geconcludeerd dat de RDOG Hollands Midden 29 fte (of 25%) minder overhead heeft dan het gemiddelde van de referentiegroep. Die lagere bezetting kent nauwelijks strategische competenties, maar is vooral operationeel ingevuld. Daarop heeft het Algemeen Bestuur de opdracht gegeven om een strategisch plan te maken met een doorkijk naar 2024. Dit is het programma RDOG2024, dat tot doel heeft te komen tot een robuuste, strategisch wendbare, datagedreven organisatie. Het programma RDOG2024 is erop gericht om van de RDOG Hollands Midden een toekomstbestendige organisatie te maken. Gemeenten gaan dit merken doordat raden en colleges meer grip krijgen op de koers van de RDOG Hollands Midden. Inwoners gaan dit merken door merkbaar betere, modernere, dienstverlening.

Doel van het programma RDOG2024 is om voor de periode 2020-2024 een genuanceerd beeld voor te leggen van de waarde die de RDOG Hollands Midden voor burgers en gemeenten kan hebben. Daarin staan de benodigde investeringen, met name in IM/ICT. Ook de samenhang (nut en noodzaak) met de informatiebehoefte van gemeenten, dienstverlening aan cliënten, technologische ontwikkelingen, primaire processen en efficiënte bedrijfsvoering wordt zichtbaar gemaakt. De uitwerking van het programma RDOG2024, inclusief de benodigde investering en een beschrijving van het eindbeeld in 2024, gebeurt met twee businesscases. De businesscases worden gemaakt door Twynstra Gudde, met inbreng van gemeenten en organisatie. De 1e businesscase beschrijft wat in tot en met nodig is om het eindbeeld 2024 te bereiken. De 2e businesscase is de doorkijk naar 2024, met een financiële uitwerking, die in de loop van 2020 gepresenteerd. Vennootschapsbelasting De RDOG Hollands Midden heeft haar vennootschapsbelasting (vpb) positie fiscaal getoetst. Op grond van deze toetsing door een fiscalist concludeert de RDOG Hollands Midden dat de activiteiten niet leiden tot vpb-plicht respectievelijk tot heffing van vpb.

De Belastingdienst is op basis van de fiscale toetsing en de beoordeling van vpb-plicht gevraagd te bevestigen dat de RDOG Hollands Midden bij ongewijzigde omstandigheden vanaf 2016 niet zal zijn onderworpen aan de heffing van vpb. Hierop heeft de Belastingdienst in haar schriftelijke reactie aangegeven dat zij niet kan bevestigen dat de RDOG met ingang van 1 januari 2016 niet vennootschapsbelastingplichtig is. De reactie van de Belastingdienst geeft geen aanleiding om de analyse en conclusie van de fiscale toetsing bij te stellen waar het de handelwijze met betrekking tot de beoordeling van vpb-plicht betreft. Indien de RDOG Hollands Midden wel onderworpen zou zijn aan vpb-heffing, dan ontstaat overigens een aanzienlijke post te verrekenen verliezen, waardoor van feitelijke betaling van vpb in de komende jaren naar verwachting geen sprake zal zijn. Het financiële risico wordt voor de komende jaren op nihil geschat.

33

Jaarrekening: Balans

3.7.6

Rechtmatigheid

Relevante wet- en regelgeving De jaarstukken van de RDOG Hollands Midden zijn opgesteld onder het regime van verschillende door het Algemeen Bestuur vastgestelde verordeningen, waaronder de controleverordening, het bijbehorende programma van eisen accountantscontrole en het normenkader rechtmatigheid. In het normenkader is de relevante wet- en regelgeving in het kader van de rechtmatigheid opgenomen, alsmede de goedkeurings- en rapportagetoleranties. In de Financiële verordening RDOG Hollands Midden wordt een adequate administratieve organisatie en verbijzonderde interne controle voorgeschreven. Analyse van de begrotingsrechtmatigheid In de jaarverantwoording zijn de volgende niet begrote lasten opgenomen. Voor een specificatie, zie paragraaf 4.5.1, 4.5.2 en 4.5.3. De overschrijding is het verschil tussen de realisatie en de begroting na wijziging. In de tabel is een onderschrijding aangegeven met een positief bedrag, een overschrijding met een negatief bedrag. 2020 excl. overhead

2020 incl. overhead

2019 excl. overhead

2019 incl. overhead

Lasten programma GGD Lasten programma GHOR Lasten programma RAV Lasten Overhead

17.893 87 -347 -183

17.748 70 -368 0

-156 151 144 960

776 43 280 0

Totaal

17.450

17.450

1.099

1.099

€ 1.000

Onder- en overschrijdingen zijn stelselmatig gemeld in de rapportages aan het Algemeen Bestuur. Bij de 2 e bestuursrapportage 2020 is een 1e begrotingswijziging 2020 ingediend. Het Algemeen Bestuur heeft met deze rapportage en begrotingswijziging ingestemd met de onder- en overschrijdingen van de drie programma’s. In het Algemeen Bestuur van 10-02-2021 heeft het bestuur ingestemd met afwijkingen realisatie ten opzichte van de inschatting van corona werkzaamheden in 2020 en bijbehorende kosten. De overschrijdingen na de begrotingswijziging zijn vermeld in de jaarstukken en toegelicht in paragrafen 4.5.1, 4.5.2 en 4.5.3. Voor de investeringen zijn de begrote en werkelijke uitgaven als volgt. * € 1.000

Gebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten, installaties Overig (ICT) Overig Totaal

2020 begroting

2020 realisatie

2020 verschil

2019 begroting

2019 realisatie

2019 verschil

150 1.084 350 860 150 2.594

17 237 629 478 233 1.594

133 847 -279 382 -83 1.000

150 3.720 724 724 197 5.515

11 4.487 1.348 493 125 6.464

139 -767 -624 231 72 -949

De overschrijdingen zitten in de ICT-middelen en meubilair als gevolg van de corona activiteiten. De verschuivingen zijn veroorzaakt door een aangepaste focus als gevolg van de corona werkzaamheden. Het Algemeen Bestuur op 10-02-2021 ingestemd met afwijkingen in de investeringsbegroting.

34

Jaarrekening: Balans

4

Jaarrekening

Hierna wordt de financiële verantwoording afgelegd over het in het jaar 2020 gerealiseerde beleid via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening met toelichting.

4.1

Balans

ACTIVA (€1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Vaste activa Investeringen met een economisch nut Materiële vaste activa

4.4.1

Overige langlopende leningen Financiële vaste activa

0

20.562 20.562

22.360 22.360

24 24

26 26

Totaal vaste activa

20.586

22.386

Vlottende activa Voorraad vaccins Voorraden Debiteuren Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Banksaldi Kassaldi Liquide middelen Te ontvangen subsidies Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa

32 32

48 48

4.4.3

3.324 2.539 13.110 96 19.070

5.328 1.127 1.363 8 7.826

4.4.4

435 2 437

400 2 402

4.4.5

4.304 2.769 7.073

172 2.351 2.523

Totaal vlottende activa

26.612

10.799

Totaal activa

47.198

33.185

35

Jaarrekening: Balans

PASSIVA (€1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Vaste passiva Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Eigen vermogen Egalisatievoorzieningen Voorzieningen Onderhandse leningen van binnenlandse banken Leaseverplichtingen Overige langlopende schulden Schulden met een looptijd van één jaar of langer

4.4.6

1.745 2.024 2.808 6.577

2.612 820 516 3.948

4.4.7

230 230

51 51

4.4.8

7.176 3.517 101 10.794

7.644 2.376 168 10.188

Totaal vaste passiva

17.601

14.187

Vlottende passiva Banksaldi Overige schulden Schulden met een looptijd korter dan één jaar In het begrotingsjaar opgebouwde verplichtingen Van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen Overlopende passiva

4.4.9

93 13.428 13.521

1.776 7.579 9.355

4.4.10

9.373 6.703 16.076

7.386 2.257 9.643

Totaal vlottende passiva

29.597

18.998

Totaal passiva

47.198

33.185

36

Jaarrekening: Staat van baten en lasten

4.2

Overzicht van baten en lasten

Onderstaande cijferoverzicht is opgesteld op basis van de huidige BBV-regels. De baten en lasten per programma (GGD, GHOR en RAV) vallen niet samen met de indeling in programma’s omdat de overhead uit de programmaverantwoordingen er uitgehaald zijn en apart weergegeven. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 4.5 staan cijferoverzichten op basis van de oude BBV-regels. De baten en lasten per programma (GGD, GHOR en RAV) vallen dan samen met de indeling in programma’s omdat de overhead er niet is uitgehaald. Hierdoor is een vergelijking met voorgaande jaren mogelijk en zijn de integrale kosten per programma zichtbaar. € 1.000

Realisatie Realisatie Begroting primaire Overhead 2020 incl. 2020 na taken overhead wijziging 2020

Verschil

Begroting 2020 voor wijziging

Lasten Programma GGD Programma GHOR Programma RAV Gerealiseerde lasten

59.953 1.421 27.671 89.045

16.488 455 4.314 21.257

76.441 1.876 31.985 110.302

94.188 1.946 31.617 127.751

-17.747 -70 368 -17.449

52.100 2.088 31.755 85.943

77 0 0 77

442 0 0 442

519 0 0 519

1.383 116 247 1.746

-864 -116 -247 -1.227

477 0 0 477

Totaal lasten

89.122

21.699

110.821

129.497

-18.676

86.420

Baten Programma GGD Programma GHOR Programma RAV Gerealiseerde baten

76.931 1.975 33.002 111.908

1.078 1 0 1.079

78.009 1.976 33.002 112.987

94.271 2.016 31.771 128.058

-16.262 -40 1.231 -15.071

52.247 2.073 31.755 86.075

0 28 0 28

613 0 0 613

613 28 0 641

1.300 46 93 1.439

-687 -18 -93 -798

330 15 0 345

Totaal Baten

111.936

1.692

113.628

129.497

-15.869

86.420

Saldo Programma GGD Programma GHOR Programma RAV

16.979 554 5.331

-15.410 -454 -4.314

1.569 100 1.017

83 70 154

1.486 30 863

147 -15 0

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

22.864

-20.178

2.686

306

2.379

132

-77

171

94

-83

177

-147

28

0

28

-70

98

15

0

0

0

-154

154

0

-49

171

122

-307

429

-132

22.815

-20.007

2.808

0

2.808

0

Toevoeging aan reserves GGD Toevoeging aan reserves GHOR Toevoeging aan reserves RAV Subtotaal toevoeging aan reserves

Onttrekking aan reserves GGD Onttrekking aan reserves GHOR Onttrekking aan reserves RAV Subtotaal toevoeging aan reserves

Onttrekking en toevoeging aan reserves GGD Onttrekking en toevoeging aan reserves GHOR Onttrekking en toevoeging aan reserves RAV Subtotaal mutatie reserves

Gerealiseerd resultaat

Toelichting Het AB heeft op 10-02-2021 ingestemd met een lagere realisatie van de kosten ten opzichte van de 2 e begrotingswijziging. Dit als gevolg van te hoge inschattingen van de kosten voor de Corona activiteiten. De te hoge inschattingen is onder andere veroorzaakt doordat er verwacht werd dat er meer testen zouden worden uitgevoerd, de plannen, van het RIVM en het kabinet, meerdere malen zijn gewijzigd en de lengte van de

testperiode was onzeker. Ook de betaling van een deel van laboratoriumkosten is gewijzigd deze worden nu rechtstreeks door her RIVM betaald. Nu zijn dit geen kosten die door de GGD betaald worden wat bij het opmaken van de inschatting nog wel de bedoeling was. De toelichting van de baten en lasten per programma is opgenomen in paragraaf 4.5. De toelichting op de overschrijding van de lasten in het kader van begrotingsrechtmatigheid is opgenomen in paragraaf 3.7.6.

38

Jaarrekening: Waarderingsgrondslagen

4.3

Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

4.3.1

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

4.3.2

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.

Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden.

4.3.3

Grondslagen voor de waardering van de balans

Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde als deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De waardering en afschrijving van materiële vaste activa behorend tot het programma RAV die vallen onder de voorschriften van de NZa kunnen te eniger tijd worden gewijzigd door de NZa. In die gevallen prevaleren de voorschriften ter zake van NZa. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, maar niet afgeschreven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €5.000 (GGD en GHOR) of €2.500 (RAV) en investeringen in en onderhoud van kunstwerken worden niet geactiveerd.

Jaarrekening: Waarderingsgrondslagen

De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn in de volgende tabel vermeld. Omschrijving

Afschrijvingstermijn

Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen RAV Bedrijfsgebouwen Renovatie en restauratie Kantineopbouw Parmentierweg te Leiden Verbouwingen Verbouwingen RAV

50 jaar 40 jaar 25 jaar 20 jaar 15 jaar 10 jaar

Vervoermiddelen Ambulances RAV; overige vervoermiddelen RAV; overige vervoermiddelen

5 jaar

Machines, apparaten en installaties Nieuwe technische installaties in bedrijfsgebouwen Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; veiligheidsvoorzieningen RAV; noodstroomvoorziening; röntgenapparatuur; audiometers; hogedrukreiniger RAV Overige kantoorapparatuur Overige materiële vaste activa Verrijdbaar archief en documentatiecentrum Meubilair; nagelvaste voorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoorinventaris en overige bedrijfsmiddelen RAV Telefooninstallaties; verbindingsapparatuur/-netwerk RAV Kantoorautomatisering, automatiseringsapparatuur, -infrastructuur en software Overige kantoorinventaris; medische inventaris RAV en (overige) voorzieningen (in gebouwen)

15 jaar 10 jaar 5 jaar 15 jaar 10 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar

Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Voorraden De voorraden gereed product en handelsgoederen zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbare verlies. De overige voorzieningen zijn gebaseerd op (jaarlijkse) schattingen van de te verwachten kosten. Schulden met een looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

40

Jaarrekening: Toelichting op de balans

4.4

Toelichting op de balans

4.4.1

Materiële vaste activa

Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut weer.

Gebouwen

Vervoermiddelen

Machines apparaten installaties

Overige (ICT)

Overige

Totaal

Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen

20.465 -7.291

8.034 -3.304

3.949 -1.694

4.278 -2.669

2.024 -1.430

38.750 -16.389

Boekwaarde per 1 januari

13.174

4.729

2.255

1.609

593

22.361

41 -717

237 -1.038

629 -598

478 -630

-225 -80

-1.326 -1.295

-775 -747

-956 -926

413 -235 -179 -674 -671

1.798 -3.218 -179 -3.859 -3.719

* € 1.000

Investeringen Afschrijvingen Bijdragen derden Desinvesteringen Afschrijvingen desinvesteringen Mutaties

-981

-3.422

-1.492

-2.033

-1.348

-9.275

Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen

20.329 -7.958

6.945 -3.048

3.803 -1.545

3.825 -2.377

1.583 -994

36.484 -15.922

Boekwaarde per 31 december

12.370

3.897

2.258

1.447

589

20.562

RAV heeft standplaats Gouda, gehuurd van Promen op basis van een huurcontract met een looptijd van 5 jaar. Per 30/4/2021 loopt dit contract af. Deze overeenkomst is automatisch verlengt met een opzegtermijn van 3 jaar. De RAV is voornemens de huurovereenkomst voor een langere periode te verlengen. Hierover worden gesprekken gevoerd met de verhuurder. Voor de RAV is dit noodzakelijk, omdat de verbouwing die de RAV heeft laten verrichten in dit pand is opgenomen in de activa. De boekwaarde van standplaats Gouda per 30/4/2024 bedraagt ca. € 1,0 miljoen.

4.4.2

Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het boekjaar is in het volgende overzicht weergegeven. (€1.000)

31-12-2019

Toevoeging

Aflossing

31-12-2020

Lening aan personeelsstichting RDOG Hollands Midden

26

0

2

24

Totaal

26

0

2

24

In 2008 is een 20-jarige lening uitgegeven aan de personeelsstichting RDOG Holland Midden voor de aankoop van een sloep. Deze sloep dient als onderpand van de lening. In verband met onvoorziene onderhoudskosten is in 2018 een aanvullende lening verstrekt. Op het lening bedrag wordt met ingang van 2019 €2k per jaar afgelost.

4.4.3

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn als volgt gespecificeerd. (€1.000) Debiteuren Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Voorziening dubieuze debiteuren

31-12-2020

31-12-2019

3.428 2.539 13.110 96 -103

5.503 1.127 1.363 8 -175

Jaarrekening: Toelichting op de balans

(€1.000) Totaal

31-12-2020

31-12-2019

19.070

7.826

Schatkistbankieren Onderstaand overzicht toont het gemiddelde saldo van de liquide middelen die buiten de schatkist zijn gebleven. (€ 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

-635 958 1.593

379 958 579

328 958 630

402 958 556

Gemiddeld saldo per kwartaal Limiet Ruimte ten opzichte van de limiet

Het maximale gemiddelde saldo per kwartaal van buiten de schatkist gebleven middelen is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal van de primitieve begroting. Dat is een bedrag van €127.715k x 0,75% = €958k. Het gemiddelde saldo van buiten de schatkist gebleven middelen bedraagt €118k (2019: €0k). Negatieve saldi zijn als nihil verantwoord. De gemiddelde liquiditeit van de RDOG Hollands Midden is €913k (2019: €1.012k). De organisatie heeft een gemiddeld bedrag van €5.046k uitstaan als opgenomen kredietfaciliteit.

4.4.4

Liquide middelen

De rekening-courant bij de huisbankiers is niet rentedragend.

4.4.5

Overlopende activa

De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden. (€1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Nog te ontvangen subsidies4

4.305

172

Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen BTW

2.132 700 -64

1.572 779 0

Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen5

4.286

2.351

Totaal

7.597

2.523

Nog te ontvangen subsidies De volgende tabel bevat een specificatie van de nog te ontvangen subsidies. 1-12020

(€ 1.000)

5

Besteding

31-122020

Jong leren eten, RVO Amigos-MRSA, RIVM Corona, VWS SOA HBV, RIVM Hielprikken, RIVM Het Rijk

9 9 0 0 0 18

-9 -9 3.876 4 25 3.887

0 0 0 0 0 0

0 0 3.876 4 25 3.905

Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Voorschoten

1 7

0 7

0 -7

1 7

4 2

24 181

-28 -183

0 0

Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Kaag en Braassem Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Kaag en Braassem Driemaster Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Waddinxveen

4

Toevoeging

De post ‘nog te ontvangen subsidies’ betreft ‘de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel’. De post ‘overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen’ betreft ‘overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen’.

42

Jaarrekening: Toelichting op de balans

Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Noordwijk Aanvullende diensten PZJ, Gemeente Zoeterwoude VVE - Coordinatiepunt, Brede School Gouda Meldpunt Zorg & Overlast Gemeente Leiden Asg PrEP, Gemeente Rotterdam 1Gezin1Plan, Gemeente Voorschoten 1Gezin1Plan, Gemeente Krimpenerwaard Verbeterde bereikbaarheid 2018, ZonMw Verbeterde bereikbaarheid, ZonMw Project Wijzer in de wijk ZonMW Gezamenlijk inschatten van Zorgbehoeften, ZonMw Rookvrije omgeving, GGD GHOR Nederland PI, GGD Haaglanden WvGGZ subsidie 2020 Nieuwkoop WvGGZ subsidie 2020 Krimpenerwaard WvGGZ subsidie 2020 Zoeterwoude WvGGZ Zuidplas WvGGZ Gemeente Kaag en Braassem Overige Nederlandse overheidslichamen

20 5 28 0 5 2 5 20 8 13 34 0 0 0 0 0 0 0 154

201 60 0 176 0 0 0 0 0 0 0 35 8 19 36 6 27 17 797

-221 -65 -28 0 0 -2 -5 -20 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -559

0 0 0 176 5 0 0 0 8 13 34 35 8 19 37 6 27 17 393

Totaal nog te ontvangen subsidies

172

4.684

-559

4.297

4.4.6

Eigen vermogen

Algemene reserve De RDOG Hollands Midden heeft een algemene reserve GGD en GHOR voor het opvangen van eventuele tegenvallers in de bedrijfsvoering van de GGD en de GHOR. De RDOG Hollands Midden heeft een Reserve Aanvaardbare Kosten (RAK) voor het opvangen van fluctuaties in de exploitatie van de RAV. Het resultaat dient volledig ten goede te komen aan de RAV. Indien de gelden van de RAK niet worden besteed aan de RAV, dan wordt dat bedrag door de zorgverzekeraars in mindering gebracht op het initiële budget van het daaropvolgende boekjaar. Bestemmingsreserves De RDOG Hollands Midden heeft per einde boekjaar de volgende bestemmingsreserves:  reserve verplichtingen voormalig personeel GGD  reserve markttaken GGD  reserve ERP  reserve onderhoud huisvesting  reserve GHOR OvDG De reserve verplichtingen voormalig personeel wordt voor het programma GGD ingesteld om de kosten van WWuitkeringen en het risico op ontslagvergoedingen te kunnen dragen. De dotatie is 0,1% van de brutolonen van medewerkers als compensatie voor het 3e WW-jaar conform de cao CAR-UWO en 0,9% over de loonkosten GGD. De reserve markttaken GGD is ingesteld om de risico’s op markttaken op te vangen, zoals wachtgeldrisico. De toevoeging aan de reserve markttaken bestaat uit 8% van de loonkosten van de markttaken. Deze toevoeging is structureel in de begroting opgenomen.

Bij de opstelling van het jaarverslag wordt de feitelijke toevoeging bepaald op basis van het jaarresultaat en de werkelijke loonkosten in dat jaar van de betreffende markttaak. De reserve ERP is een reserve om de kosten van de her implementatie van het REP systeem te financieren. De reserve onderhoud huisvesting. Onttrekkingen hieraan geschieden op basis van de werkelijke onderhoudskosten voor groot onderhoud aan de gebouwen.

GHOR OvDG betreft bestemmingsreserve instroom nieuwe Officieren van Dienst Geneeskundig OvDG, het doel is de kosten van werving en opleiding van nieuwe crisisfunctionarissen te bekostigen.

43

Jaarrekening: Toelichting op de balans

Toelichting op het eigen vermogen Hieronder staat het eigen vermogen na de bestemming van het resultaat over het boekjaar 2019. De saldi per 31 december 2019 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2019. Na de verdeling van het resultaat over 2019 resteert het saldo per 1 januari 2020. Dit staat in de laatste cijferkolom. € 1.000

31-12-2019

Mutaties

Resultaat

1-1-2020

2.016 94 502 2.612

-1.332 -51 0 -1.383

306 51 159 516

990 94 661 1.745

321

0

0

370 0 0 129 820

0 600 783 0

0 0 0 0

1.383

0

321 370 600 783 129 2.203

Subtotaal

3.432

0

516

3.948

Onverdeeld resultaat Eigen vermogen

516 3.948

-516 -516

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10076652/1