CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage Beleidsplan openbare verlichting 2021-2025 (1759964)

Raad 22 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Beleidsplan openbare verlichting voor de periode 2021-202516.564 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

........

Beleidsplan openbare verlichting voor de periode 2021-2025 Gemeente Katwijk

Colofon Beleidsplan OVL periode 2021-2025 Openbare Verlichting Gemeente Katwijk Gemeente Katwijk Buis van Duijvenbode Nobralux Marco Mus Projectnummer: KTW-19-02 Versie: V2.4 Status: Definitief Datum: 15 maart 2021

Inhoudsopgave Leeswijzer ..........................................................................................................................................2 1

Inleiding .....................................................................................................................................3 1.1 Waarom verlichting in de buitenruimte?............................................................................ 3 1.2 Missie openbare verlichting ................................................................................................ 4

2

Huidige situatie .........................................................................................................................5 2.1 Oude beleid ......................................................................................................................... 5 2.2 Areaaloverzicht ................................................................................................................... 6 2.3 Vervangingsinvestering ....................................................................................................... 6 2.4 Energieverbruik en energieakkoord ................................................................................... 7

3

Financiën ...................................................................................................................................8 3.1 Wat zijn de kosten van OVL? .............................................................................................. 8 3.2 Begrotingsoverzicht .......................................................................................................... 10

4

Beleidskeuze............................................................................................................................11 4.1 Veiligheid .......................................................................................................................... 11 4.2 Wettelijke kaders .............................................................................................................. 11 4.3 Duurzaamheid ................................................................................................................... 14 4.4 Esthetiek en materialen .................................................................................................... 19 4.5 (Kosten)efficiënt ............................................................................................................... 23 4.6 Innovatie ........................................................................................................................... 24

5

Basisbeleid en scenario’s ........................................................................................................28 5.1 Wat is het basisbeleid? ..................................................................................................... 28 5.2 Scenario’s .......................................................................................................................... 29 5.3 Scenario 1: Op basis van technische levensduur .............................................................. 30 5.4 Scenario 2: Volledig LED in 2030 als doelstelling .............................................................. 32 5.5 Scenario 3: Klimaatakkoord + dynamisch slim .................................................................. 34 5.6 Scenario 4: Klimaatakkoord + deels dynamisch slim ........................................................ 36 5.7 Waar kan de gemeente in 2030 staan in kengetallen per scenario .................................. 38 5.8 Financieel vergelijk............................................................................................................ 39 5.9 Advies ................................................................................................................................ 39

Leeswijzer In dit beleidsplan openbare verlichting wordt het beleid op het gebied van openbare verlichting (OVL) in de gemeente Katwijk voor de periode 2021 tot en met 2025 beschreven. In dit beleidsplan komen alle relevante onderwerpen aan de orde die van invloed zijn op het beleid, beheer en onderhoud van OVL. Het proces om te komen tot dit plan is gestart met een eerste interactieve workshop “Visie op openbare verlichting”. In deze workshop hebben vertegenwoordigers In deze workshop hebben vertegenwoordigers van de verschillende vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie (Mobiliteit, Duurzaamheid, Veiligheid, Financiën, Groen) hun input gegeven. Dit beleidsplan bestaat uit vijf delen en geeft antwoord op de volgende vragen: Deel 1: Inleiding In deel één wordt het doel en de doelstellingen (missie en visie) van de OVL in de gemeente Katwijk beschreven. Deel 2: Huidige situatie Het tweede deel beschrijft wat er is gerealiseerd in de afgelopen beleidsperiode. De huidige situatie wordt in kwantiteit en kwaliteit met aandachtspunten beschreven. Deel 3: Financiën Dit deel beschrijft de huidige kosten van de openbare verlichting. Er wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde kosten en de te verwachten kosten. Ook wordt een kostenvergelijking gemaakt op basis van kengetallen.

Deel 4: Beleidskeuze Deel vier geeft een beschrijving van de beleidskeuzes die de gemeente kan maken en de ambities die de gemeente heeft op het gebied van veiligheid, duurzaamheid, esthetiek, en het (kosten)efficiënt in stand houden van de installatie. Tevens worden innovaties die gekoppeld zijn aan openbare verlichting en de keuzes die de gemeente daarin nu maakt, beschreven. Deel 5: Basisbeleid en scenario’s In deel vijf zijn de scenariokeuzes uitgewerkt. Aan de hand van nieuwe (technische) ontwikkelingen en wensen zijn vier scenario’s samengesteld, ieder met een ander ambitieniveau. De gevolgen voor de financiën en kwaliteit van deze keuzes worden inzichtelijk gemaakt. In dit deel is ook het ambtelijk advies opgenomen.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

2

1

Inleiding

1.1

Waarom verlichting in de buitenruimte? Verlichting helpt het menselijk oog om de omgeving waar te nemen. Openbare verlichting moet zaken bij donkerte zichtbaar maken die voor een veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte van belang zijn. Het doel van openbare verlichting is om optimaal bij te dragen aan de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de leefbaarheid van de openbare ruimte. Belangrijke randvoorwaarden daarbij zijn; een zo laag mogelijk energieverbruik, het toepassen van duurzame oplossingen en borging van een veilige en goed functionerende installatie. Dit alles tegen verantwoorde kosten. De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimten die in eigendom en in beheer zijn van de gemeente. Hierin is een hoofdtaak weggelegd. De gemeente kan in het kader van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk gesteld worden voor het niet naar behoren functioneren van de openbare verlichting. De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn de Elektriciteitswet, de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), installatie-verantwoordelijkheid, regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten.

Aanvullend op de wettelijke kaders zijn er nog richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun (OVL)-beleid hanteren, zoals het politiekeurmerk en richtlijnen voor donkertebescherming en lichtvervuiling. Nationaal zijn er afspraken gemaakt met betrekking tot energiebesparingsdoelstellingen die voornamelijk gevolgen hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op wet- en regelgeving, richtlijn, aanbevelingen en het politiekeurmerk. Openbare verlichting is het geheel aan masten, armaturen, lampen en kabels om openbaar toegankelijk gebied te verlichten. De gemeente is eigenaar van het bovengrondse gedeelte van de OVL. De netbeheerder (in de gemeente Katwijk: Liander) is eigenaar van het ondergrondse gedeelte. Tot het ondergrondse gedeelte behoren de (ondergrondse) kabels, de aansluiting en de systemen om verlichting inen uit te schakelen. In naaststaand figuur is de samenhang tussen de onderdelen van een lichtobject weergegeven.

Figuur 1 Samenhang onderdelen lichtobject

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

3

Verkeersveiligheid Goede openbare verlichting stelt weggebruikers in staat situaties waar te nemen, waarbij medeweggebruikers, obstakels, oneffenheden van het wegdek en het verloop van de weg goed kunnen worden waargenomen. Hierbij is gelijkmatigheid van de verlichting erg belangrijk. Gelijkmatigheid betekent de mate waarin het licht egaal verspreid wordt over een weg of een plein. Als deze sterk varieert, beïnvloedt dit het waarnemingsvermogen van de weggebruiker negatief. Naast gelijkmatigheid is het niveau van de verlichting een belangrijke variabele. Het verlichtingsniveau wordt aangepast aan de wegcategorie en de verkeerssituatie. Drukke doorgaande wegen in bebouwde gebieden verlangen een hoger verlichtingsniveau dan wegen die minder vaak gebruikt worden. Daarnaast wordt het verlichtingsniveau vaak verhoogd bij conflictgebieden, denk aan kruispunten of voetgangersoversteekplaatsen. Goede verlichting kan een onoverzichtelijke situatie veiliger maken.

Sociale veiligheid Het gevoel van veiligheid ontstaat met name als de openbare ruimte als overzichtelijk wordt ervaren. Dit houdt onder meer in dat men voetgangers op voldoende afstand kan herkennen en men hun intenties kan inschatten. Deze overzichtelijkheid ontbreekt als het zicht niet vrij is. Denk aan pilaren in een tunnel of donkere struiken. Als er veel donkere plekken in een verder verlicht oppervlak zijn, wordt dit als onveilig ervaren. Naast verlichtingssterkte speelt ook hier gelijkmatigheid van het licht een belangrijke rol.

Leefbaarheid Leefbaarheid heeft betrekking op herkenbaarheid, sfeer en/of het benadrukken van het bijzondere karakter van de openbare ruimte. Leefbaarheid wordt bevorderd als gebruikers van de ruimte zich prettig voelen en de behoefte ervaren om in de ruimte te zijn. Het bijzondere karakter van de openbare ruimte kan zowel in donkere als in lichte momenten met behulp van de openbare verlichtingsmaterialen tot uitdrukking worden gebracht. Denk aan het plaatsen van klassieke masten in een historische omgeving of aan plaatsing van modern vormgegeven verlichting op een recent ontwikkeld plein. Functionele verlichting beïnvloedt de leefbaarheid. Zij doet dit negatief als de installatie niet functioneert (niet brandend, scheef en/of beschadigd) en positief als het onderhoud wel netjes wordt bijgehouden. Openbare verlichting kan sfeer verhogend werken door middel van een weloverwogen lichtkleur. Tot slot kan het aanlichten van gebouwen en het gebruik van bijzondere verlichting de kwaliteit en de leefbaarheid van de openbare ruimte verbeteren.

1.2

Missie openbare verlichting Missie openbare verlichting In de missie wordt aangegeven wat de gemeente wil betekenen voor haar inwoners en andere belanghebbenden op het gebied van openbare verlichting. De missie maakt duidelijk waar de gemeente voor staat en waarin zij zich onderscheidt van andere gemeenten. Missie gemeente Katwijk: De gemeente Katwijk streeft met haar openbare verlichting veiligheid voor haar inwoners na. Op het gebied van duurzaamheid wil zij stappen zetten, door te investeren in energiebesparende LED-armaturen met dimmodules en het gebruik van duurzame materialen.

Visie openbare verlichting De visie bevat het langetermijnperspectief van de gemeente op het gebied van de openbare verlichting. Visie gemeente Katwijk: De gemeente Katwijk investeert in betrouwbare, veilige, innovatieve en duurzame openbare verlichting. Hierbij wordt de gewenste verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economische en maatschappelijke verantwoorde kosten.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

4

2

Huidige situatie Dit deel beschrijft het gevoerde beleid, de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting. Op basis van wat er is bereikt en de stand van zaken, kan het huidige beleid worden bijgestuurd.

2.1

Oude beleid De gemeente Katwijk heeft tot heden geen beleidsplan voor openbare verlichting. Er is gewerkt vanuit een beheerplan. Hierin is een standaardisering op basis van profielen opgenomen, gekoppeld aan de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Materialen worden vervangen op basis van technische levensduur: 40 jaar voor lichtmasten en 20 jaar voor armaturen. Het werken op basis van dit beheerplan is over het algemeen positief ervaren. In het beheerplan zijn budgetten opgenomen op basis van de verwachtte kosten voor onderhoud, beheer, vervangingen en energie. Op basis van een evaluatie van de huidige situatie kan het volgende worden geconcludeerd: De standaard lichtkleur welke aangehouden wordt is 3000K, in uitzonderlijke situaties kan er worden gekozen voor een andere lichtkleur; Bij storingen worden zoveel mogelijk armaturen uit hergebruik toegepast; LED armaturen worden zoveel als mogelijk in vervangingsplannen toegepast, om eenheid te bewaken; Er is op beperkte schaal slimme verlichting toegepast.

Dit betreft modules waarmee verlichting op afstand geregeld en gemonitord kan worden; De gemeente is voorstander van aluminium masten; Langs fiets- en voetpaden worden zoveel mogelijk Buldog masten toegepast; Achterpaden en gebieden met een recreatief karakter worden niet verlicht; Eenheid in de straat is belangrijker dan eenheid in het areaal; In de onderstaande tabel is de energiebesparing in 2019 ten opzichte van 2013 inzichtelijk gemaakt. 2013 is het jaar dat als referentiejaar wordt gebruikt voor het Klimaatakkoord. Element Energieverbruik Aantal armaturen

2013 1.684.615 kWh

2019 1.644.695 kWh 10.288 st

Verschil t.o.v. peildatum 2013 -2,4%

Tabel 1 Energieverbruik en aantal armaturen

In 2015 heeft de gemeente ervoor gekozen om armaturen pas te vervangen bij einde levensduur. Er worden géén armaturen vervroegd vervangen om aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord in 2020 te voldoen. De gemeente streeft ernaar wél de doelstelling in 2030 te behalen; Op het gebied van duurzaamheid, toepassing van innovaties, het verbeteren van de beeldkwaliteit en uniformiteit van materialen kan de gemeente nog een verbeterslag maken.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

5

2.2

Areaaloverzicht Het OVL areaal binnen de gemeente Katwijk is als volgt samengesteld (peildatum januari 2021): Aantal lichtmasten: 10.573 stuks Aantal armaturen: 10.835 stuks Aantal lichtbronnen: 11.041 stuks Genoemde aantallen betreffen de verlichtingsobjecten in beheer van de gemeente en gelden als een momentopname. Vanuit het areaalbestand is een selectie gemaakt met de areaalopbouw van masten, armaturen en lichtbronnen. In onderstaande grafieken is de leeftijdsopbouw van masten en armaturen weergegeven, en de verdeling in lampsoorten en hun aandeel in het energieverbruik.

2.3

Vervangingsinvestering Vanuit de areaalgegevens blijkt dat 589 masten de afschrijvingstermijn van 40 jaar hebben overschreden. Voor armaturen geldt dat 1.228 armaturen de afschrijvingstermijn van 20 jaar heeft bereikt of overschreden. In de beheerplannen is opgenomen dat deze materialen in de betreffende jaren worden vervangen. Dit afgestemd op lopende integrale plannen en reconstructies. In de komende beleidsperiode, van 2021 tot en met 2025, zullen nog 93 masten en 1.591 armaturen de afschrijvingstermijn bereiken. De vervangingswaarde van de gehele bovengrondse OVL-installatie in de gemeente bedraagt circa € 10,1 miljoen, inclusief de uitvoeringskosten voor vervanging. Bij deze berekening zijn we uitgegaan van een gewogen gemiddeld tarief voor masten (€ 687) en armaturen (€ 362). Kosten voor arbeid, leverantie en de kosten van de netbeheerder zijn hierbij ook inbegrepen. In het rekenmodel is gerekend met gedifferentieerde tarieven die aansluiten op het areaal van de gemeente. Geraamde investering voor nog te vervangen materiaal (op basis van technische levensduur en standaard materiaal) om achterstand weg te werken: Masten (589 stuks) : € 422.447 Armaturen (1.228 stuks) : € 444.290

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

6

Geraamde investering voor te vervangen materiaal (op basis van technische levensduur en standaard materiaal) in de komende beleidsperiode t/m 2025: Masten (93 stuks) : € 64.688 Armaturen (1.591 stuks) : € 575.624 Bovenstaande maatregelen en geraamde kosten zijn de minimale inspanning om de OVL technisch veilig en in stand te houden. De genoemde jaarlijkse investeringen zijn geraamd op basis van het huidige prijspeil 2021.

2.4

Energieverbruik en energieakkoord De gemeente Katwijk conformeert zich deels aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement * in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. De gemeente Katwijk heeft in 2015 besloten dat het de doelstellingen van 2020 niet zal behalen, omdat in de jaren vóór 2013 veel is geïnvesteerd in energiezuinige lampen. De doelstellingen voor 2030 worden wél nagestreefd. De afgelopen periode is ingezet om oude energie onzuinige lampen te vervangen door moderne lampen zoals PLL en toen led beschikbaar was, voor led. Het jaarlijkse verloop van deze inspanningen zijn in de onderstaande tabel met de monitoring van het Klimaatakkoord zichtbaar gemaakt: Element Energieverbruik [kWh] % LED

2013 1.684.615

2019 1.644.695

2020 1.525.775

-2,4%

-9,4% 50%

Het huidige gecalculeerde energieverbruik op basis van de meest actuele beheerdata, van oktober 2020 bedraagt 1.525.775 kWh, een afname van het energieverbruik met 9,4% ten opzichte van 2013. Uit een analyse van de areaaldata blijkt dat op dit moment al 50% van het areaal is uitgevoerd in LED en 34% in energiezuinige PL verlichting. Ook is berekend dat de totaal mogelijke energiebesparing, wanneer alles voor dimbare LED verlichting wordt vervangen, maximaal nog 45% is. De exploitatiekosten (onderhouds- en energiekosten) worden hierdoor met ca. 20% gereduceerd.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

7

3

Financiën

3.1

Wat zijn de kosten van OVL? Een goed inzicht in de kosten van de OVL-installatie is voor het vaststellen en uitvoeren van het beleid van groot belang. In dit deel wordt aandacht besteed aan de kosten(componenten) voor het in stand houden van de kwaliteit van de OVL. Er wordt gekeken naar de kosten in de gemeente Katwijk en de kosten die een gemeente met een vergelijkbaar areaal op basis van kengetallen zou moeten hebben. Alle genoemde bedragen zijn exclusief B.T.W. en niet geïndexeerd. De kosten voor de OVL zijn te verdelen in de volgende groepen: 1. Beheerkosten en onderhoudskosten; 2. Energiekosten en netwerkkosten; 3. Investeringen in vervanging en verbetering.

Onderhouds- en beheerkosten Onder beheer- en onderhoudskosten vallen de volgende werkzaamheden: Beheerwerkzaamheden Lamp vervanging (groepsremplace); Schouwen; Schilderen van masten; Incidentele vervanging, inclusief schade en vandalisme, van armatuur of lichtmast; Reinigen masten en armaturen.

Beheerwerkzaamheden De gemeente is op het gebied van de OVL een regiegemeente. Dit betekent dat de gemeente het operationeel beheer bij een gespecialiseerde beheerder heeft ondergebracht. Dit operationeel beheer bestaat uit storingsmanagement, areaalmutaties, kostencontrole, toezicht en directievoering op het dagelijks onderhoud van de onderhoudsaannemer.

Groepsremplace Remplace draagt bij aan de continuïteit van de kwaliteit van de verlichting. Door veroudering van de lamp wordt de lichtopbrengst gedurende de levensduur van de lamp minder en neemt de kans op incidentele storingen ten gevolge van lampdefecten toe. Het groepsgewijs vervangen van lampen (groepsremplace) heeft als voordeel dat incidentele storingen ten gevolge van lampdefecten afnemen en dat de lichtopbrengst van de installatie naar de oorspronkelijke beginwaarde wordt gebracht. Remplace wordt uitgevoerd op het moment dat de servicelevensduur van de lamp is bereikt. Elke leverancier geeft aan hoeveel branduren een lamp heeft. Op basis van het brandschema kan de datum/periode bepaald worden waarin de lamp vervangen moet worden. LED-verlichting kent een veel langere levensduur, waardoor remplace praktisch niet meer nodig is. Naast de energiebesparing is dit een belangrijk voordeel van LED waardoor exploitatiekosten lager worden.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

8

Schouwen Schouwen is het periodiek controleren van het functioneren van lampen. Het schouwen vindt jaarlijks in augustus of september plaats en betreft het gehele areaal. Het schouwen gebeurt in de avonduren bij ingeschakelde verlichting. Defecten worden genoteerd, op een later tijdstip gerepareerd en geregistreerd in het beheersysteem.

Schilderen en reinigen Het schilderen en reinigen van masten en armaturen gebeurt periodiek. Houten masten worden iedere twee jaar geschilderd. Staal en gietijzeren masten worden na 7 jaar geschilderd. Gepoedercoate gekleurde masten worden periodiek om de 10 jaar gereinigd. Aluminium masten worden in principe niet geschilderd of gereinigd. Armaturen worden, afhankelijk van de locatie, na 5 tot 10 jaar gereinigd.

Correctief onderhoud De werkzaamheden voor correctief onderhoud omvatten het herstel van defecte onderdelen van het lichtpunt, inclusief schade en molest. De kosten van aanrijdingen worden verhaald op de verzekeraar van de veroorzaker of – indien de veroorzaker onbekend blijft – op het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Waarborgfonds hanteert een eigen risico van € 250 per schadegeval. Uit de praktijk blijkt dat ongeveer 45% van de schades bij het Waarborgfonds terecht komt.

Energie- en netwerkkosten Dit betreft de vaste kosten voor het ondergrondse netwerk en de energie die de OVL installatie verbruikt. De energiekosten die hier zijn opgenomen geldt voor de gehele installatie, inclusief belasting. Van het ondergrondse netwerk is een zeer beperkt deel in eigendom van de gemeente. Het overige deel is eigendom van het netwerkbedrijf Liander. Deze netwerkkosten zijn hieronder ook inzichtelijk gemaakt. De netwerkkosten (voor vervanging) van het eigen netwerk zijn onder de post “vervangingsinvestering” opgenomen.

Vervanging en verbetering (investeringen) Op basis van de economische levensduur van materialen kan de jaarlijkse noodzakelijke vervanging worden bepaald. Door hier een eenheidsprijs (inclusief arbeid) aan te koppelen, kan de jaarlijkse investering worden berekend. In hoofdstuk 2 zijn de beleidsuitgangspunten verwoord die de gemeente hanteert. Bepaalde uitgangspunten hebben ook een financiële consequentie. Er is met de volgende uitgangspunten gerekend: Op het moment dat een armatuur is afgeschreven wordt deze vervangen voor een energiezuinig ledarmatuur voorzien van (statische) dimfunctionaliteit; De afschrijftermijn voor masten is gesteld op 40 jaar en voor armaturen is dit 20 jaar; Houten, stalen en gietijzeren masten worden periodiek geschilderd; Gepoedercoate gekleurde masten worden periodiek gereinigd; Aluminium masten worden niet geschilderd. Armaturen worden periodiek gereinigd.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

9

3.2

Begrotingsoverzicht In de tabel op de volgende pagina zijn de kosten voor de OVL weergegeven voor de drie kostencomponenten: beheer- en onderhoudskosten; energie- en netwerkkosten; vervanging/verbetering. Naast de begroting voor 2020, wordt een vergelijk gemaakt met: Gemiddeld jaarlijks budget In deze kolom zijn de beheer- en onderhoudskosten en de energie- en netwerkkosten weergegeven van de gemeente Katwijk op basis van het areaal (peildatum mei 2019), zonder rekening te houden met pieken en dalen in leeftijdsafhankelijke componenten zoals remplace en schilderwerk. Voor de vervangingskosten is berekend wat gemiddeld per jaar nodig zou zijn indien jaarlijks 1/40e deel van de lichtmasten en 1/20e deel van de armaturen wordt vervangen. Begroting gemiddelde gemeente In deze kolom staat de begroting voor een gemiddelde gemeente met een vergelijkbaar aantal lichtmasten, op basis van kengetallen.

Begroting 2020

Begroting Gemiddeld gemiddelde jaarlijks budget gemeente met Katwijk 10.000 masten

Beheer- en onderhoudskosten

€ 251.150

€ 156.000

€ 160.000

Energie- en netwerkkosten

€ 231.750

€ 197.000

€ 150.000

Vervanging/verbetering

€ 373.400

€ 350.000

€ 385.000

Totaal

€ 856.300

€ 703.000

€ 695.000

Kostenvergelijk OVL *

Tabel 2 Kostenvergelijking openbare verlichting

Uit bovenstaande blijkt dat het gemiddelde jaarlijks budget ongeveer gelijk is aan wat bij een gemiddelde gemeente met hetzelfde aantal lichtmasten verwacht kan worden. In vergelijking met het gemiddeld jaarlijks budget wijkt de begroting 2020 sterk af. Dat kan deels verklaard worden, doordat in de begroting rekening is gehouden met de werkelijke kosten voor leeftijdsafhankelijke onderhoudscomponenten, zoals remplace en schilderwerk.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

10

4

Beleidskeuze Het realiseren van een duurzame installatie, waarbij een goed evenwicht is tussen veiligheid en leefbaarheid, milieubewustzijn en kostenbeheersing zijn de belangrijkste thema’s van het beleid van de gemeente. De keuzes die de gemeente maakt op deze gebieden, worden hieronder beschreven.

4.1

Veiligheid Aansprakelijkheid De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimte die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente. De gemeente kan in het kader van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk gesteld worden voor het niet naar behoren functioneren van de OVL. Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting of onjuiste verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. Het areaal in Katwijk is verouderd. Het risico neemt toe als verouderde materialen niet worden vervangen. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze de gemeente dit risico heeft beperkt. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door:

De gemeente heeft dit als volgt geregeld:

Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud.

Het onderhoud van de OVL wordt verzorgd door de onderhoudsaannemer. De gemeente controleert de werkzaamheden en voert inspecties uit. De gemeente heeft in de afgelopen jaren een vervangingsplan uitgevoerd. Meldingen van burgers worden telefonisch of via de website aangenomen. Deze meldingen worden geregistreerd in het beheersysteem waarna de onderhoudsaannemer de storing verder afhandelt. In het onderhoudsbestek zijn termijnen opgenomen waarbinnen storingen door de aannemer moeten worden opgelost.

Een systeem van planmatig beheer (meerjaren vervangingsplan, beleidsplan). Een goed werkend klachtensysteem

Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen.

Beleidskeuze: Het aansprakelijkheidsrisico wordt beperkt door bovenstaande maatregelen. De gemeente wil een goed rentmeester zijn voor haar inwoners.

4.2

Wettelijke kaders De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn: Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid , de Wet natuurbescherming (komt aan de orde in deel “duurzaamheid) en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten.

Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010 juli 2015 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de Bedrijfsvoering van elektrische installaties Hoogspanning NEN 3840:2011 nl, NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

11

In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij een (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Indien er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Voor gemeenten is dat de gemeentesecretaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd. De gemeente dient installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren.

Zij kan dit doen door: Een inventarisatie uit te voeren; Procedure handboek en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; Een onderhoudssysteem op te zetten; Inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen. De gemeente Katwijk heeft het IV-schap nog niet volledig georganiseerd. Er is geen medewerker aangesteld als installatieverantwoordelijke en er is geen procedure handboek opgesteld. Wel worden periodiek inspecties uitgevoerd. Beleidskeuze: De gemeente Katwijk heeft de installatieverantwoordelijkheid nog niet volledig geregeld. De gemeente zal in de komende beleidsperiode de installatieverantwoordelijkheid verder inrichten.

Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CE-markering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. Beleidskeuze: De gemeente schaft alleen producten aan die voorzien zijn van het CE keurmerk. Vanuit de Europese Unie is een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Beleidskeuze: Verwerking van vrijgekomen gasontladingslampen wordt contractueel geregeld met de betrokken aannemer(s).

Richtlijn openbare verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De NSVV heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de NPR is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkertegebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

12

Met de nieuwe NPR zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De NPR bevat bijlagen met stroomdiagrammen waarmee kan worden bepaald of er in een bepaalde situatie wel of geen openbare verlichting gewenst is. De richtlijn wordt in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd. Het is onbekend welk deel van de verlichting in Katwijk voldoet aan de NPR. Belangrijkste oorzaak hiervan is dat bij ontwerpen in het verleden wél rekening is gehouden met de destijds geldende richtlijn, maar later bij vervangingen zijn armaturen één-op-één vervangen en niet volgens de richtlijnen op dat moment. Het belang van de inrichting van de weg, met al zijn aanwezige parkeervakken, inritten en (groen-) objecten, én de gewenning van bewoners met een lichtmast voor de deur (of juist niet) was van groter belang. Bij herinrichting en reconstructies wordt de NPR zoveel als mogelijk nagestreefd. Hierbij wordt een afweging gemaakt met de inrichting van de openbare ruimte (zoals bomen en parkeervakken) en belangen van bewoners (huidige mastposities, bebouwing en inritten). Uit ervaring hanteert de gemeente dat de kosten 6% hoger uitvallen indien bij vervanging in een bestaande situatie aan de NPR moet worden voldaan.

Beleidskeuze: De gemeente Katwijk conformeert zich aan de NPR. De gemeente streeft de minimale uitkomsten uit de NPR na. Bij groot onderhoud en wijziging van de inrichting van de straat zal het nieuwe ontwerp voldoen aan de richtlijn.

Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) In 1999 is het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) als landelijke richtlijn geïntroduceerd. Dit keurmerk is een veiligheidskeurmerk dat kan worden afgegeven wanneer een ruimte of gebied voldoet aan alle vastgestelde voorwaarden voor sociale veiligheid. Dit varieert van sloten in de woning tot fysieke inrichting, zoals o.a. de openbare verlichting en het groen van de openbare ruimte. Toepassing van de richtlijn leidt tot een aantoonbare daling van de woningcriminaliteit en ondersteunt daarmee de voor dit beleid geformuleerde missie. Vanwege het belang van het verbeteren van de openbare veiligheid en de leefbaarheid verdient het de voorkeur, zoveel mogelijk de verlichtingseisen in het PKVW te hanteren, tenzij realisering niet mogelijk is gelet op de economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten. De gemeente streeft ernaar zoveel mogelijk integraal te werken en openbare verlichting zo vroeg mogelijk bij de inrichting van de openbare ruimte te betrekken. Indien realisering van de PKVW verlichtingseisen niet mogelijk is tegen economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten verdient het de voorkeur om, voor de openbare verlichting, de NPR te hanteren. Beleidskeuze: De gemeente heeft het standpunt ingenomen om de nieuwe verlichtingsplannen zoveel mogelijk te laten voldoen aan de PKVW verlichtingseisen.

De gemeente maakt daarbij, met uitzondering van nieuwbouwcomplexen, een nadrukkelijk voorbehoud ten aanzien van de verlichtingseis voor achterpaden. De gemeente kiest ervoor dat achterpaden in eigendom van de gemeente niet worden verlicht. Indien de bewoner of ontwikkelaar wil voldoen aan het PKVW dan zal zij deze verlichting zelf moeten plaatsen.

Verlichtingsklasse op basis van de wegcategorisering De NPR kent een determinatietabel waarmee de verlichtingsklasse wordt bepaald aan de hand van de verkeersbewegingen (gemotoriseerd verkeer, conflicterend verkeer en voetgangers). De verlichtingsklasse geeft vervolgens aan wat de verlichtingsintensiteit moet zijn conform de richtlijn. De wegcategorisering staat aan de basis van de vormgeving van de weginrichting en is het uitgangspunt voor de gewenste verlichtingsklasse op een bepaald weggedeelte of gebied. De gemeente (afdeling Mobiliteit) heeft de wegfunctie vastgelegd in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR/DALI). Beleidskeuze: De wegcategorisering, zoals is vastgelegd in het LIOR/DALI van de gemeente, is het uitgangspunt voor het bepalen van de verlichtingsklasse.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

13

4.3

Duurzaamheid Klimaatakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen (Energieakkoord) overeengekomen die ook impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL-installatie. In Nederland gaat namelijk circa 1,5 procent van de geproduceerde elektrische energie naar OVL (bron: www.energieoverheid.nl). Van de totale energierekening van een gemeente gaat ongeveer de helft naar openbare verlichting. Gemeenten kunnen dus zelf ook een concrete en realistisch bijdrage leveren bij het realiseren van het Energieakkoord. In het Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement * in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. * Slim energiemanagement is: 1) anders schakelen dan het standaard zonnewende- of nachtschakelen zoals door de netbeheerder wordt aangeboden; 2) het regelen van het lichtniveau d.m.v. dimmen. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord.

De nog lopende afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. Rijkswaterstaat stelt een Monitoring OVLVRI-lijst ter beschikking, waarin de gegevens m.b.t. lamptypen, lampvermogen, schakeltijden en dimregime worden opgenomen. Rijkswaterstaat monitort de voortgang van de Energieakkoord-doelstellingen. Beleidskeuze: De gemeente gaat door met verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL en onderschrijft de doelstellingen van het Klimaatakkoord in 2030. Beleidskeuze: De gemeente monitort de energiereductie jaarlijks en verstrekt deze gegevens aan Rijkswaterstaat. Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2-emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Beleidskeuze: De gemeente koopt uitsluitend duurzame “groene stroom” in. Beleidskeuze: De gemeente controleert de energierekeningen en vergelijkt het opgegeven verbruik met het verbruik op basis van abstracte berekening van de installatie. Energie besparen (verminderen van het gebruik) kan worden bereikt op verschillende manieren: Toepassing van zuinige LED-verlichting, met behoud van verlichtingskwaliteit; Dimmen; Saneren van verlichting.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

14

LED-verlichting: Voor het toepassen van LED-verlichting binnen de OVL zijn er geen belemmeringen meer als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten. Er zijn geen hogere investeringskosten dan bij toepassing van conventionele systemen, terwijl de exploitatiekosten (energie- en onderhoudskosten) lager zijn. Toepassing van conventionele materialen is momenteel geen keuze meer. Continuering van de ingezette beleidslijn om led armaturen te plaatsen op nieuwbouwlocaties en bij vervangingen aan het eind van de levensduur, leidt tot de meest optimale energiereductie. Beleidskeuze: De gemeente gaat door met de uitrol van led armaturen. Bij toepassing van LED-verlichting is het wenselijk dat in de bestekken eisen en voorwaarden worden opgenomen waaraan de LED-verlichting tenminste dient te voldoen. Retrofit LED modules: Armaturen die nog niet aan vervanging toe zijn kunnen omgebouwd worden door toepassing van retrofit LED modules. Hierbij wordt de conventionele lamp verwijderd en het armatuur voorzien van een (veelal niet-dimbare) LED lichtbron. Op deze manier kan er tóch energie bespaard worden door toepassing van LED bij een conventioneel armatuur die nog niet aan vervanging toe is. Beleidskeuze: De gemeente kan de afweging maken om retrofit LED modules bij armaturen toe te passen waarvan de afschrijvingstermijn nog minimaal 5 jaar in de toekomst ligt.

Op het moment van geplande lampvervanging (lampremplace) wordt bij deze armaturen de conventionele lamp vervangen door een retrofit LED lichtbron. Dimmen: De meeste moderne armaturen zijn standaard voorzien van statische dimmogelijkheid (vast tijdstip) en worden af fabriek met een standaard dimprotocol geleverd. Door het dimmen van verlichting wordt energiebesparing bereikt. Bij het standaard dimregime wordt gemiddeld ca. 25% - 40% aan energie op het totaalverbruik bespaard (afhankelijk lamptype, vermogen en dimregime). Tot op heden is een beperkt deel van de openbare verlichting (9%) voorzien van statische dimmers, waarbij verschillende dimregimes worden toegepast. Het overgrote deel heeft een schakelmoment om 23:00u (naar 50, 65, 70 of 75%) en om 06:00u (naar 70, 90 of 100%), gebaseerd op dimregime 1A.

Het meest gebruikte statisch dimregime in de gemeente Katwijk is: 100% : van ontsteken tot 23:00u 70% : van 23:00u tot 06:00u 100% : van 06:00u tot doven Er is echter méér besparing te realiseren indien het volgende dimregime wordt gevolgd (regime 3A): 100% : van ontsteken tot 22:00 uur 70% : van 22:00 uur tot 00:00 uur 50% : van 00:00 uur tot 05:00 uur 70% : van 05:00 uur tot 06:00 uur 100% : van 06:00 uur tot doven Beleidskeuze: Om het energieverbruik verder terug te dringen, kiest de gemeente bij toepassing van nieuwe armaturen voor statisch dimmen volgens bovenstaand schema 3A, met uitzondering van het horecagebied in het centrum. Daarvoor geldt een afzonderlijk dimregime. Dimmen kan ook dynamisch worden uitgevoerd. Met softwaresystemen kan het dimmen op afstand aangestuurd worden. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op externe factoren zoals calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten. Een nadeel is de (nog) hoge investeringskosten voor het systeem. Dynamisch dimmen wordt op het moment zeer beperkt toegepast. Dynamisch dimmen en connectiviteit op afstand bewerkstelligen wordt uitgelegd in hoofdstuk 4 en is als apart scenario opgenomen in hoofdstuk 5.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

15

Saneren van verlichting: In de nieuwe NPR is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Op basis van de NPR wordt dan de nut en noodzaak van de verlichting per situatie beoordeeld. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Saneren van OVL zorgt voor energiebesparing maar vergt ook een investering. Voor vrijliggende voet- en fietspaden, waarbij een verlichte alternatieve route beschikbaar is, wordt aan het einde van de levensduur van de installatie de afweging gemaakt of de installatie wordt vervangen of gesaneerd. Beleidskeuze: De inschatting is dat er geen gebieden zijn in de gemeente waar de verlichting gesaneerd kan worden. Alleen bij vrijliggende voet- en fietspaden waarbij een verlichte alternatieve route beschikbaar is, wordt op het einde van de levensduur een afweging gemaakt voor vervanging of sanering. De keuze is om deze maatregel als afzonderlijk actiepunt op te nemen in het uitvoeringsprogramma en dan doelgericht te onderzoeken waar lichtmasten eventueel verwijderd kunnen worden. Deze keuze wordt niet verder benoemd als maatregel binnen een scenario.

Circulariteit De geleidelijke ontwikkeling naar een circulaire economie krijgt meer snelheid en klinkt ook door in de OVL. De ambitie van de Rijksoverheid is dat Nederland in 2050 100% circulair is. De circulaire economie is een economie waarin geen afval meer is, in tegenstelling tot de lineaire economie. Alles wordt in een circulaire economie opnieuw gebruikt als grondstof. Door schaarste wordt de noodzaak om grondstoffen in de keten te houden steeds groter. Circulariteit gaat verder dan recycling. Circulariteit kijkt verder de toekomst in. Kan het product aan het einde van de levensduur opnieuw in de keten worden genomen en daarna nogmaals. Er zijn meerder rollen/taken die een gemeente op zich kan nemen om de circulaire economie te stimuleren. Bijvoorbeeld bij het inkopen van producten en diensten. Het samenwerkingsplatform van overheden en bedrijven in de openbare verlichting, OVLNL, heeft op basis van de R-lijst van het Planbureau voor de Leefomgeving een handvat voor gemeenten ontwikkeld om aan de hand van tien strategieën tot meer circulariteit te komen. In de tabel op de volgende pagina worden met behulp van dit handvat de beleidskeuzes van de gemeente Katwijk beschreven. De gemeente Katwijk houdt nauwlettend de ontwikkelingen in de gaten, zoals modulaire armaturen en materialen met een cradle-to-cradle certificaat.

Katwijk past standaard aluminium lichtmasten toe met een Cradle tot Cradle certificaat (C2C). Deze masten helpen bij het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen. De producten zijn gemaakt van milieuvriendelijke en gezonde materialen die zijn bedoeld voor recycling in een technische kringloop. Bij vervangingen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het “take back” system waarbij de aluminium mast met alle componenten terug gaat naar de leverancier. Het aluminium en de componenten kunnen worden hergebruikt.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

16

Slimmer maken/ gebruiken

Label R0 Refuse

Omschrijving Weigeren: verlichting overbodig maken door van z’n functie af te zien of die met een wezenlijk ander product te leveren.

R1 Rethink

Anders denken: Bijvoorbeeld bij het maken van het lichtontwerp of bij het ontwerpen van een lichtmast of armatuur. Verminderen: lichtbronnen, armaturen, masten efficiënter fabriceren / gebruiken, waardoor minder materiaal nodig is. Hergebruiken: afgedankt maar nog goed armatuur of mast hergebruiken in dezelfde functie. Repareren: Onderhouden en repareren van armaturen en masten. Renoveren: opknappen en moderniseren van een verouderde mast of armatuur.

R2 Reduce

Levensduu r verlengen

R3 Re-use

R4 Repair

R5 Refurbish

R6 Remanufacture

Beleidskeuze gemeente Katwijk Er zijn niet veel gebieden in de gemeente waar de verlichting gesaneerd kan worden. Deze maatregel wordt als afzonderlijk actiepunt opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Er wordt doelgericht onderzocht waar lichtmasten verwijderd kunnen worden. Bij het ontwerp van verlichting streeft de gemeente - binnen de richtlijn - het minimaal te plaatsen lichtpunten na. Indien verlichting nodig is worden andere functies gekoppeld (VRI, borden). Dit bespaart materialen. Het verwijderen van bestaande lichtpunten brengt hoge netwerkkosten met zich mee. Bij het herontwerp van verlichting worden deze kosten meegewogen in het (her-) verlichtingsplan. Standaard LED-verlichting plaatsen en te zijner tijd vervangen (en hergebruiken).

De gemeente kiest voor armaturen waarvan losse onderdelen makkelijk te vervangen en dus uitwisselbaar zijn. De gemeente kiest voor armaturen waarvan losse onderdelen makkelijk te vervangen en dus uitwisselbaar zijn. Ook wordt geschilderd en gereinigd met zo min mogelijk belastende middelen. Lichtmasten worden incidenteel beproefd op stabiliteit, voor verantwoord verlengen van de levensduur. De gemeente kiest voor armaturen waarvan losse onderdelen makkelijk te vervangen en dus uitwisselbaar zijn.

Opnieuw maken: onderdelen van afgedankte armaturen of masten hergebruiken in nieuw product met dezelfde functie. R7 Repurpose Herbestemmen: Mogelijk vanuit de fabrikant, zoals C2C bij afgedankt product of aluminium materialen. onderdelen hergebruiken in een nieuw product met een andere functie. Materialen R8 Recycle Herwinnen: In de vervangings- en onderhoudsbestekken nuttig materialen uit armaturen, wordt voorgeschreven dat niet voor hergebruik gebruiken masten , lichtbronnen, etc. of renovatie in aanmerking komende verwerken tot nieuwe producten dienen te worden gerecycled grondstoffen. (gecertificeerde verwerker en C2C aluminium). R9 Recover Energieterugwinning: Niet mogelijk door het verbranden van afvalmaterialen. Bron: Leidraad circulariteit openbare verlichting: maart 2019.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

17

Maatschappelijk verantwoord inkopen In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo, Expertisecentrum voor aanbesteden. De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Een minimumeis voor de energieprestatie van de nieuwe OVL installatie aan energielabel D (bijlage) van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; Bij nieuwbouw van een OVL-installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Beleidskeuze: Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij de aanbesteding van werken voor de openbare verlichting.

Wet natuurbescherming De flora- en fauna wet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- en plantensoorten. Als de verlichting verstoord kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. De Natuurbeschermingswet 2005 regelt de bescherming van de Nederlandse beschermde natuurmonumenten. Per 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De uitvoering van deze nieuwe wet komt grotendeels in handen van de provincies. Wanneer het plaatsen van OVL mogelijk strijdig is met de Wet natuurbescherming, kan er gekeken worden naar alternatieven voor de OVL. Dergelijke situaties doen zich voornamelijk voor in gebieden waar flora en fauna hinder van het licht ondervinden. Beleidskeuze: de gemeente conformeert zich aan de Wet Natuurbescherming. Waar verlichting in strijd is met deze wet kijkt de gemeente naar alternatieven, zoals het accentueren van het verloop van de weg of het markeren van obstakels door middel van oriëntatie of reflectie. Indien verlichting in verband met de veiligheid toch geplaatst moet worden, kijkt de gemeente naar verlichting op maat. Deze verlichting gaat bijvoorbeeld pas aan als weggebruikers zich er begeven. Het gebruik van vleermuis-vriendelijke verlichting (BAT-verlichting) wordt, waar nodig, als keuze meegenomen.

Lichtvervuiling Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door overmatig gebruik van kunstlicht. Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde heeft in 2015 een nieuwe richtlijn uitgebracht om lichthinder te voorkomen. Deze richtlijn wordt in de praktijk toegepast bij het voorkomen van lichthinder. Zo worden er grenswaarden gesteld aan de lichtsterkte van de betreffende lichtbronnen. De mate van lichthinder bij omwonenden is onder andere afhankelijk van het aanwezige lichtniveau in de omgeving van de inrichting. Zo kan het lichtniveau in een landelijke omgeving heel anders zijn dan in een stedelijke omgeving. De afgelopen jaren is er vanuit de overheid en milieugroeperingen steeds meer aandacht voor het onnodig plaatsen van OVL en het voorkomen van lichtvervuiling. In de NPR is het uitgangspunt ‘het standaard verlichten van een situatie’ zelfs verlaten. De algemene trend is dat er steeds meer 'licht op maat' wordt gevraagd. In de diverse bestemmingsplannen van buitengebieden zijn geen bindende regels over donkertegebieden opgenomen. Over het algemeen zijn deze wegen al onverlicht.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

18

Beleidskeuze: Lichtvervuiling wordt tegengegaan door materialen te gebruiken die zo min mogelijk lichtvervuiling veroorzaken.

Lichthinder Licht is een subjectief begrip. Wat de een als prettig ervaart, ervaart een ander als vervelend. De NPR geeft een gemeente houvast om naar een standaard te werken. Het blijft natuurlijk vervelend als inwoners klagen over instralen van verlichting in woningen of weggebruikers verblind worden bij nieuw geplaatste verlichting. Deze lichthinder kan vaak voorkomen worden door in het ontwerp deze zaken goed te betrekken. Daarnaast kan een gemeente met eenvoudige ingrepen soms hinder wegnemen, door bijvoorbeeld het plaatsen van een kapje. Beleidskeuze: De gemeente wil lichthinder voorkomen door bij het ontwerp instralen in woningen en verblinding van weggebruikers zo veel mogelijk te voorkomen. Bij individuele wensen die het lichtniveau voor anderen niet aanpassen (lees: blijft voldoen aan de NPR) wordt gestreefd naar een tegemoetkoming aan deze wensen.

4.4

Esthetiek en materialen Masten De mast is de drager van het armatuur en de lichtbron. Masten kunnen geproduceerd worden van gietijzer, hout of plastic maar gebruikelijk is staal of aluminium. Het areaal van de gemeente Katwijk bestaat voor ongeveer 84% uit aluminium masten. Het overige deel bestaat uit masten van staal, hout en gietijzer. Naast masten voor OVL heeft de gemeente ook VOP-masten in beheer. Voor deze stalen masten geldt hetzelfde regime als voor de OVL-masten.

Beleidskeuze: De gemeente maakt gebruik van aluminium masten die in principe in 40 jaar worden afgeschreven. De masten worden (af-fabriek) voorzien van een kunststof grondstuk en maaiveldbeschermer. Incidenteel kunnen masten van andere materialen toegepast worden, zoals staal en hout. Dit zal per situatie beoordeeld worden.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

19

Schilderen en reinigen Aluminium masten zijn minder goed bestand tegen zure grond, daarom worden de aluminium masten met een kunststof bescherming geplaatst. Aluminium masten vergen nauwelijks onderhoud, in tegenstelling tot masten van staal, waarbij de beschermlaag (zoals thermisch verzinken of poedercoating) periodiek hersteld moet worden. Houten masten worden iedere twee jaar geschilderd. Stalen lichtmasten (inclusief VOP-masten) en gietijzeren masten worden na 7 jaar geschilderd. Gepoedercoate gekleurde masten worden periodiek om de 10 jaar gereinigd. Aluminium masten worden in principe niet geschilderd of gereinigd. Armaturen worden, afhankelijk van de locatie, na 5 tot 10 jaar gereinigd. Beleidskeuze: Het schilderen van lichtmasten en VOP-masten vindt plaats om de beschermlaag van de mast te herstellen en om de openbare ruimte een verzorgde indruk te geven. Houten lichtmasten worden iedere twee jaar geschilderd; Stalen en gietijzeren lichtmasten masten worden om de zeven jaar geschilderd; Aluminium masten worden in principe niet geschilderd.

Botsvriendelijke lichtmasten Openbare verlichting vergroot aan de ene kant de verkeersveiligheid, aan de andere kant kunnen de lichtmasten bij een verkeersongeluk een gevaar vormen voor de weggebruiker. Lichtmasten binnen de obstakelvrije zone dienen botsveilig te worden uitgevoerd volgens NEN-EN 12767: 'Passieve veiligheid van constructies voor weguitrusting'.* *Bewust afwijken van deze norm is mogelijk, mits het goed en weloverwogen wordt gedaan. Zo kan het volgen van een norm in sommige gevallen niet (volledig) mogelijk zijn, omdat de situatie dat technisch niet toelaat. Dan kan het soms niet anders om af te wijken. In het kader van aansprakelijkheid is een gedegen (risico)analyse, die goed gedocumenteerd is en in een technisch dossier is opgenomen, een juiste (minimum)basis om in bepaalde gevallen af te kunnen wijken. Hoe en wanneer afgeweken kan worden moet van geval tot geval bekeken te worden.

Door de plaatsing van botsvriendelijke lichtmasten vermindert het aantal verkeersslachtoffers en beperkt de schade aan voertuigen. Een lichtmast mag zich bij een aanrijding nooit ongecontroleerd gaan verplaatsen door het afbreken van de mast, waardoor een secondair ongeval ontstaat. Het beste is dat een mast, bij een aanrijding, enigszins op de aanrijlocatie blijft. Tevens dient het armatuur op een dusdanige wijze aan de lichtmast zijn vastgemaakt dat het armatuur niet losraakt bij een aanrijding, maar aan de lichtmast blijft zitten Botsvriendelijke lichtmasten kunnen worden toegepast langs die ontworpen zijn als stroomweg- of gebiedsontsluitingsweg en waar geen remvertragende voorzieningen getroffen zijn, zoals: Wegen vanaf 50 km/u; Wegen zonder geleiderail; Wegen waar de masten binnen de veiligheidsstrook/ obstakelvrije berm staan. Op de markt zijn twee soorten masten: De high energy absorbing of impact absorbing (100HE3); De non energy absorbing of break-away (100NE3). High energy absorbing (HE) masten vertragen het voertuig aanzienlijk in geval van een aanrijding. Het risico op secundaire botsingen met andere obstakels, zoals bomen of andere bermopstellingen en eventuele weggebruikers wordt hierdoor verminderd.

De 100HE3 masten worden toegepast wanneer: andere weggebruikers aanwezig zijn; er zich andere obstakels in de berm bevinden; er geen effen berm voorzien is dus waar het risico op een secundair ongeval aanwezig is.

Beleidsplan openbare verlichting Gemeente Katwijk 2021 - 2025

20

De non energy absorbing (NE) of break-away mast houdt in dat een lichtmast een voertuig tijdens een botsing zo min mogelijk afremt. De inzittenden lopen dan de minste kans op letsel. Dat is het geval met lichtmasten met een afschuifconstructie. Met deze constructie breken de masten tijdens een botsing op de hoogte van het maaiveld af. De 100NE3 masten worden toegepast wanneer: geen andere weggebruikers aanwezig zijn; er zich geen andere obstakels in de berm bevinden; er een effen berm voorzien is dus waar het risico op een secundair ongeval uitgesloten is. Beleidskeuze: Indien blijkt dat botsvriendelijke lichtmasten voor een bepaald wegvak nodig zijn, dan zal de gemeente dit soort masten in overweging nemen.

Stabiliteitsmetingen In het kader van openbare veiligheid en daarmee de wettelijke aansprakelijkheid en het verlengen van de technische levensduur van lichtmasten staat het uitvoeren van stabiliteitsmetingen, door een hierin gespecialiseerd bedrijf, in de belangstelling. De argumenten om de stabiliteit van lichtmasten te meten zijn: Per lichtmast wordt, bij goedkeur, een restlevensduur van zes jaar gegarandeerd; Deze garantie kan voor de wegbeheerder gunstig zijn bij een eventuele claim vanwege een omgevallen lichtmast; Op basis van de verkregen metingen kan de restlevensduur van de gemeten masten worden verlengd, wat een financieel voordeel kan opleveren; Er wordt voorkomen dat een technisch nog goede mast wordt vervangen (duurzaam). Er kunnen ook vraagtekens gezet worden bij het nut van stabiliteitsmetingen: De meting geeft slechts een beeld van de gemeten mast en zegt weinig of niets over de kwaliteit van andere soortgelijke masten; In het onderhoudsbestek is al opgenomen dat de aannemer de kwaliteit van de mast tijdens het remplace controleert; Er is geen wettelijke verplichting om stabiliteitsmetingen te verrichten. Een goed beheerplan en uitvoering daarvan is voldoende om eventuele claims bij schades te voorkomen; De incidenten zijn in de afgelopen tien jaren (landelijk) op een hand te tellen. Het risico van letsel als gevolg van omvallende masten is zeer klein.

Beleidskeuze: De gemeente kiest er vanwege kostenoverweging niet voor om masten standaard vanaf een bepaalde leeftijd op stabiliteit te controleren. Bij uitgestelde vervanging, waarbij vervanging van lichtmasten omwille van de planning van civiele projecten langer dan vijf jaar ná het verstrijken van de technische levensduur (40 jaar) wordt uitgesteld, vindt stabiliteitsmeting plaats. Hiermee wordt voorkomen dat onstabiele masten voor een langere periode blijven staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10004789/1