CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 1. Warmtevisie - Gemeente Katwijk (1910020)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Ter agendering in handen van het presidium te stellen24.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Die opslag levert geen risico’s op voor de grondwaterkwaliteit. Verbods-, restrictie en aandachtsgebieden bodem Vanuit de nationale overheid en de provincie worden beperkingen opgelegd omtrent bodemwarmte. Hiermee wil de overheid de grond- en drinkwatervoorziening beschermen, interferentie24 met bestaande systemen tegengaan en de groei van het aantal systemen controleren. Voor gesloten bodemenergiesystemen zijn er minder restricties en heerst er vaak enkel een meldingsplicht. In de duinen in het westen van de gemeente Katwijk zijn bodemsystemen niet toegestaan vanwege hun functie als waterwingebied. Het waterwingebied is voor het grootste gedeelte tevens een natuurgebied. Restricties kunnen in overleg met de provincie of andere regulerende overheden mogelijk versoepeld worden.

5.4

Restwarmte

WarmtelinQ++25 Restwarmte afkomstig van de haven van Rotterdam kan met behulp van een transportleiding warmte voorzien aan de Leidse regio, inclusief de gemeente Katwijk. De eventuele aanleg hiervan is gepland voor 2022-2025 met ingebruikneming in 2026. Een mogelijke uitbreiding hierop is het WarmtelinQ+ plus traject (WlQ+). WlQ+ is een aftakking van de WarmtelinQ+, die deze met Leiden en Holland Rijnland verbindt.

24 Per 1 juli 2013 is het Besluit bodemenergiesystemen in werking getreden en dient de gemeente zorg te dragen voor een doelmatig en optimaal gebruik van gesloten bodemenergiesystemen. Door het verwachte grote aantal systemen kan sprake zijn van negatieve interferentie. Dit kan voorkomen worden door de locatie vooraf aan te wijzen als interferentiegebied. Hiertoe dient een verordening te worden vastgesteld zodat alle systemen binnen het interferentiegebied vergunningplichtig worden. Hierdoor kan optimaal gebruik worden gemaakt van de aanwezige bodemenergie en de onderlinge negatieve beïnvloeding (interferentie) worden beperkt. 25 In plaats van restwarmte zijn deze buurten ook met aardwarmte te verwarmen Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

32

Onderzoeksbureau Qirion heeft onderzocht26 oor welke buurten het economisch haalbaar is om de buurt met restwarmte te verwarmen. Volgens hun analyse komen momenteel 4188 woonequivalenten (WEQ) in de gemeente Katwijk in aanmerking (Qirion & AT Osborne, 2020). Dit is ongeveer een derde van alle woningen in de gemeente Katwijk (337 TJ).

Warmte cascaderen Een ontwikkeling die steeds meer in de aandacht komt is cascaderen van warmte. Dit betekent dat de geleverde warmte eerst wordt gebruikt door afnemers die een hoge temperatuur nodig hebben. De resterende warmte van een lagere temperatuur wordt daarna nogmaals gebruikt door afnemers die toe kunnen met een lagere temperatuur. Hiermee wordt de capaciteit van een warmtebron optimaal gebruikt. Het kan bijvoorbeeld interessant zijn om HT-warmte eerst te gebruiken in kassen en daarna voor woningen of utiliteitsgebouwen.

Lokale restwarmte Er zijn dertien lokale restwarmtebronnen van enige substantiële omvang vastgesteld uit de gebouwde omgeving. Deze kunnen warmte leveren op lage temperatuur. Deze warmte zal vaak opgewaardeerd moeten worden met elektriciteit om bruikbaar te zijn. De potentiële lokale restwarmtebronnen zijn weergegeven in tabel 4. Voor alle restwarmtebronnen is het te verwachten dat zij eerst intern op zoek gaan naar mogelijkheden voor besparing en hergebruik van hun warmte. Per locatie moet worden onderzocht of zij daadwerkelijk restwarmte over hebben om in te voeden in een warmtenet. Het benutten van het potentieel aan LT-warmte kan door dit in te voeden in een LT-warmtenet. Flora Holland en de glastuinbouw zijn niet meegenomen omdat zij buiten de scope van de warmtevisie vallen. Vooral voor de glastuinbouw geldt dat er een mogelijkheid is voor gebruik van restwarmte is die nader onderzoek verdient. Tabel 4: LT-restwarmtebronnen (Bron: RVO) Nummer

Type restwarmte bron

1

Supermarkt

2

Productiebedrijf

3,6

57

3

Vishandel

0,4

13-16

4

Supermarkt

0,4

12-14

5

Supermarkt

0,1-0,4

12-14

6

Supermarkt

0,1-0,5

14-17

7

Detailhandel

0,4

12-14

8

Supermarkt

0,1

6,6

9

Supermarkt

0,1

6,6

10

Banketbakkerij

0,2

4,7-5,5

11

Groothandel

0,2

3,8

12

Banketbakkerij

0,1

2,0-2,4

13

Slachthuis

Totaal

Vermogen in MW (RVO, sd; Qirion & AT Osborne, 2020)

Mogelijke levering in TJ/jaar (NP RES);(Qirion & AT Osborne, 2020))

2,5-7,5

240-280

3,0

4827

11-17

430-480

26 Bronverwijzing: zie bijlage rapport CE Delft “Duurzame warmteoplossingen Katwijk” 27

Geschat op basis van vermogen. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

33

De restwarmte die bedrijven produceren hebben een keerzijde. Bedrijventerreinen zorgen ook voor een flink energieverbruik: in 2016 verbruikten de bedrijventerreinen maar liefst 700 petajoule energie. Dat is 22,3% van het Nederlandse energieverbruik. De industrie – vooral geconcentreerd op de bedrijventerreinen – is verantwoordelijk voor zo’n 21,5% van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Bron: stadszaken.nl/artikel/2377/ en ce.nl/publicaties/download/2865

5.5 Aquathermie Bij aquathermie wordt thermische energie gewonnen uit water. Het water heeft hierbij temperatuurniveaus tussen 7 en 25°C en is daarmee een zeer lage temperatuur (ZLT) warmtebron. De warmte wordt primair gewonnen wanneer het water warm is, dus voornamelijk tijdens de zomermaanden en deels in het voor- en naseizoen. Deze warmte wordt ingezet in de winter, waardoor de combinatie met WKO voor de hand ligt. Er zijn drie verschillende types aquathermie: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), thermische energie uit afvalwater (TEA) en thermische energie uit drinkwater (TED). Het warmtesysteem om de woningen van warmte te voorzien is gelijkwaardig aan dat van LT-warmtebronnen (zie paragraaf lokale restwarmtebronnen). De ZLT-warmte dient wel minimaal opgewaardeerd te worden naar LT om bruikbaar te zijn voor woningen. De gemeente heeft door bureau28 Qirion een aquathermiekansenkaart laten opstellen. Uit dat onderzoek blijkt dat aquathermie een grote potentie heeft maar dat het de vraag is of alle aquathermie wel economisch rendabel is te winnen. In de gemeente Katwijk zijn al twee aquathermieprojecten in ontwikkeling. Het project Warmtenet maakt onderdeel uit van het (rijks)Programma Aardgasvrije Wijken. In het project Hoornes is gekozen voor een collectieve MT-warmtevoorziening met toepassing van aquathermie.

Het Uitwateringskanaal van de Rijn is de bron voor het warmtenet. Een ander project dat zich richt op aquathermie als LT-warmtebron is toekomstig Valkenhorst. De bedoeling hier is om met thermische energie uit drinkwater (TED) de huizen te verwarmen en te koelen. Tabel 5: Lopende aquathermieprojecten in de gemeente Katwijk Project Omvang eerste Status Type fase Hoornes 500 woningen In voorbereiding TEO Valkenhorst

3.500 woningen29

In voorbereiding

Subsidie PAW, Elena

TED

In buurten aangrenzend aan de Rijn is de potentie groot voor thermische energie uit oppervlaktewater. De Oude Rijn bezit een jaarlijkse potentie van 1.350 TJ. De andere wateren zoals het Valkenburgse meer voegen daar samen nog eens 450 TJ per jaar aan toe. In totaal gaat het om 1800 TJ per jaar30. De TEO-potentie laat thermische energie uit zeewater buiten beschouwing (zie figuur 16).

28

Aquathermiekansenkaart gemeente Katwijk Intern gemeentelijk projectdocument; woningbouwprogramma gaat uit van 5600 woningen. 30 Het betreft hier een schatting naar het totaal mogelijke potentieel. De praktijk zal leren dat lang niet al het potentieel tegen gunstige kosten te winnen is. In regionaal verband is de potentie van aquathermie veel lager geschat en op 360 TJ per jaar gesteld voor de hele regio. 29

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

34

Programma Aardgasvrije Wijken: Warmtenet Hoornes Het project warmtenet in Kalkoven wordt op basis van een modulaire aanpak opgezet. Aquathermie bronnen kunnen op kleine schaal toegepast worden, vanaf ca 200-300 won. Deze kleine schaal warmtenetten kunnen vervolgen verder uitbreiden tot 500-700 won. equivalenten. Op deze manier ontstaan er modulaire clusters die aan elkaar gekoppeld kunnen worden en daarmee ook een warmtenet vormen waarop grootschalige bronnen zoals geothermie/aardwarmte en warmtelinq. In Hoornes is gekozen voor een aquathermie MT-net omdat de impact van individuele all-electric oplossingen te groot is. In woningen kleiner dan 100m2 (meeste appartementen) is een all-electric opstelling met bijvoorbeeld warmtepompen lastig te realiseren. De woningen moeten voor een all-electric opstelling met bijvoorbeeld warmtepompen all een isolatie waarde hebben van label B of hoger. Voor warmtenet aansluiting is met 70 graden MT-temperatuurregime, zoals in Kalkoven, is deze hoge isolatie niet direct noodzakelijk. Hiermee kan de bewoner zelf de tempo bepalen van de schilverbetering en de hoge kosten die daar aan vast hangen. Verder moet in de woning bij een een all-electric ook de radiatoren vervangen worden, naar vloerverwarming of convectoren. De financiële aanvangskosten impact voor bewoners is bij een all electric groot; - Gevel isolatie op label B ca.

€ 15.000- 20.000 - Warmtepomp ca € 8.000-16.000 - Vervangen van radiatoren naar convectoren ca. € 5.000 - Totaal ca. € 28.000- 41.000 Dit afgezet tegen de financiële aanvangskosten van een warmtenet : € 8000 €10.000. (voor Kalkoven is het € 8.000) is de financiële impact en de overlast in huis ca. vier maal groter.

Figuur 16: Potentie TEO en gemalen TJ/jaar

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

35

Thermische energie uit afvalwater (TEA) kan uit persleidingen gewonnen worden of simpelweg uit de riolering zelf. Dit laatste wordt ook wel riothermie genoemd. De jaarlijkse potentie van TEA is 24,8 TJ per jaar uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en 4,2 TJ van afvalwater uit transportgemalen. Het potentieel aan thermische energie uit drinkwater (TED) is geschat op 211 TJ/jaar. In Valkenhorst is de potentie van TED inderdaad veelbelovend om de nieuwbouwwijk van warmte te voorzien. De potentie varieert tussen de 47-375 TJ/jaar. De potentie voor alle overige buurten in Katwijk ligt daar onder.

5.6 Duurzame energie-aanbod Elektriciteit De potentiële jaarlijkse duurzame elektriciteitsproductie bedraagt 85% van het huidige jaarlijkse elektriciteitsverbruik, zie Figuur 1717. Om het volledige elektriciteitsverbruik duurzaam in te vullen zal er aanvullende elektriciteitsproductie nodig zijn, met andere technieken of afkomstig buiten de gemeente Katwijk. Daarnaast gaat het hier over een jaarlijks verbruik en jaarlijkse opwek, die niet met elkaar in balans zijn. Warmtepompen vragen bijvoorbeeld voornamelijk elektriciteit in de winter, terwijl zonnepanelen vooral in de zomer elektriciteit opwekken. Hierdoor blijft het nodig om verbonden te zijn met het landelijke elektriciteitsnet, die elektriciteit kan leveren op momenten dat er lokaal te weinig wordt opgewekt. En andersom; stroom die niet nodig is in de zomer kan op die manier geleverd worden aan gebieden buiten de gemeente Katwijk. Opslag van elektriciteit helpt om het aandeel zelfopgewekte stroom te kunnen verhogen. Het is echter zeer kostbaar om elektriciteit een heel seizoen op te slaan. Figuur 17: Mogelijke verduurzaming van de elektriciteitslevering gebouwde omgeving: Huidige elektriciteitsverbruik31 en potentiële duurzame elektriciteitslevering

Potentie duurzame elektricteitslevering 700 600

TJ/jaar

500

Totaal: 404 Gevels

400 300

603

Velden

Grote daken

200

100

Kleine daken

108

Zon-pv

Wind

0 Elektriciteitsverbruik GO (2019)

Warmte De potentiële duurzame warmtebronnen hebben een technisch potentieel van gezamenlijk 274% van het huidige warmteverbruik, zie figuur 18. Er zullen keuzes 31 42 TJ van het huidige elektriciteitsverbruik wordt reeds voorzien door zonnestroom.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

36

gemaakt moeten worden welke warmtebronnen benut zullen worden. Een goede leidraad voor deze keuzes op buurtniveau zijn onder andere de nationale kosten, welke CEGOIA32 berekent. Figuur 18: Mogelijke verduurzaming van de warmtelevering gebouwde omgeving: huidig aardgasverbruik en potentiële duurzame warmtelevering

Potentie duurzame warmtelevering 2000

1.800

1800 1600 1400

1347

TJ

1200 1000 800 518

600 400 200

467 337

154

209

211

0

Hoge temperatuur(rest)warmte kan in heel de gemeente Katwijk flexibel toegepast worden. Transportleidingen van HT-warmte kunnen naar iedere buurt worden aangelegd, indien restwarmte in de gemeente Katwijk beschikbaar komt. Wel brengt de aanleg van een warmtenet hoge kosten met zich mee en kan ruimtegebrek in het wegprofiel voor belemmeringen en extra kosten zorgen (Wareco, 2021). Ook aardwarmte is flexibel beschikbaar in elke buurt, door een geschikte oppervlaktelocatie van de aardwarmtecentrale te kiezen en eventueel een transportleiding aan te leggen. Lage temperatuurwarmte op kleine schaal is daarentegen vaak niet rendabel te transporteren. Deze warmte wordt daarom voornamelijk lokaal in de buurt gebruikt waar de bron beschikbaar is. Het rekenmodel CEGOIA houdt rekening met deze beschikbaarheid van de warmtebronnen. Vervolgens bepaalt CEGOIA de financieel gunstigste warmtevoorziening op buurtniveau aan de hand van lokale factoren, en gaat daarbij een stap verder dan eenvoudigweg een warmtebron te koppelen aan energieverbruik.

32 CEGOIA maakt op buurtniveau voor elke warmtetechniek en voor ieder isolatieniveau een berekening.

Uiteindelijk bekijkt het model welke combinatie van techniek en isolatieniveau de goedkoopste (nationale) kosten geeft. Een hoger isolatieniveau betekent hogere kosten voor gebouw, maar levert een besparing op voor het energieverbruik. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

37

Warmtebronnen inzetten voor warmtelevering: opwaardering en piekvoorziening Warmte op (zeer) lage temperatuur, van aquathermie of LT-(rest)warmte, is vaak niet direct bruikbaar voor directe verwarming van woningen. Deze warmte wordt opgewaardeerd met behulp van elektriciteit. Dit gebeurt efficiënt, maar vaak is er nog een derde of een vierde deel elektriciteit nodig om de warmte bruikbaar te maken. De meeste duurzame warmtebronnen leveren bij voorkeur continu eenzelfde vermogen warmte. Om fluctuaties in de vraag of extreme situaties op te vangen is er een piekvoorziening nodig. De duurzame warmtebron levert gemiddeld 70% tot 80% van de warmte, de rest wordt geleverd door de piekvoorziening. De bodem in de gemeente Katwijk is erg geschikt voor opslag van warmte. De potentie is 2,5 keer groter dan het warmteverbruik. Wel moet er opgelet worden voor verbods-, restrictie- en aandachtsgebieden. Welke gebieden uiteindelijk in aanmerking komen voor opslag van warmte in de bodem, zal moeten blijken bij vervolgonderzoek per projectlocatie.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

38

6. TOEKOMSTIGE WARMTEVOORZIENING Vier scenario’s zijn doorgerekend voor de nationale kosten van de toekomstige warmtevoorzieningen met het CEGOIA-model33. De nationale kosten zijn de kosten van de totale keten van de warmtevoorziening; de kosten voor de overheid en de kosten voor bedrijven en particulieren (zie figuur 19). De vier scenario’s zijn:    

Het basisscenario, geen extra isolatie Scenario: isolatie tot label C Scenario: isolatie tot label B Scenario met beperkte inzet van elektriciteit

Tot slot zijn de meerkosten in beeld gebracht die mogelijk nodig zijn in verband met de beperkte ruimte in de ondergrond. De kosten van de CEGOIA-resultaten voor 2050 en 2030 zijn weergegeven in bijlage 2. Voor alle scenario’s geldt een eindbeeld zonder groen gas en zonder waterstof, omdat de beschikbaarheid van deze energiedragers voor de gebouwde omgeving erg onzeker is34. Daarnaast wordt het gebruik van biomassa niet als optie meegenomen, omdat dit niet 100% CO₂-neutraal is. De scenario’s zijn allen doorgerekend voor 2050 en voor 2030, waarbij de resultaten van 2050 als input dienen voor 2030. Dit houdt in, dat een buurt maar eenmaal overschakelt op een andere warmtetechniek. Wanneer een buurt in 2050 op een all electric-oplossing uitkomt, zal voor 2030 voor deze buurt het warmtenet worden uitgesloten. Voor 2030 is het gebruik van aardgas nog wel een optie. Hiervoor kan de hr-ketel worden gebruikt, maar ook een hybride warmtepomp, waarbij een hr-ketel wordt gecombineerd met een warmtepomp. Natuurlijk zal het zo zijn dat de techniek zich in de toekomst verder ontwikkeld en dat er nieuwere nog goedkopere technieken zijn toe te passen. Die mogelijkheid is echter in de berekeningen niet meegenomen.

33

Het CEGOIA-model is een rekenmodel dat is ontwikkeld door bureau CE Delft. Het model berekent per buurt voor elke techniek wat de kosten zijn voor de samenleving als geheel. Deze kosten worden ook wel de nationale kosten genoemd. Nationaal betekent hier dus ‘voor de hele samenleving’. Het model houdt rekening met de kosten over de gehele keten van de warmtevoorziening. 34 De waterstof die de komende jaren beschikbaar zal zijn, zal allereerst worden ingezet daar waar er geen duurzame alternatieven voor zijn, zoals in de industrie. Daarnaast is het simpelweg minder efficiënt om onze huizen te verwarmen met waterstof dan met direct gebruik van groene elektriciteit. Eerst moet met elektriciteit waterstof gemaakt worden. Bij deze omzetting gaat al 20-40% van de energie verloren.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

39

Berekening van de nationale kosten volgens het CEGOIA-model Figuur 19 - Totale keten van de warmtevoorziening

CEGOIA maakt op buurtniveau voor elke warmtetechniek en voor ieder isolatieniveau een berekening. Uiteindelijk bekijkt het model welke combinatie van techniek en isolatieniveau de goedkoopste (nationale) kosten geeft. Een hoger isolatieniveau betekent hogere kosten voor gebouw, maar levert een besparing op voor het energieverbruik. Bij bepaalde technieken met een lagetemperatuurverwarming, zoals een all-electric warmtepomp, is een minimaal isolatieniveau vereist, omdat het anders niet warm genoeg wordt in het gebouw. De volgende kosten worden meegerekend: — Onder bronkosten vallen de kosten voor investeringen in de bron en het energieverbruik buiten het gebouw. Het gaat hierbij om o.a. warmteverliezen (bij een warmtenet), collectieve opwaardering en de kosten van duurzame warmte. — Onder distributie vallen de kosten voor de energie-infrastructuur: het (verzwaarde) elektriciteitsnet en indien van toepassing gasnet of warmtenet. Het betreft de kosten voor de regionale netten. Ook eventuele aanpassingskosten van het aardgasnet zijn inbegrepen. — Onder gebouw vallen de isolatiemaatregelen. — Onder installatie worden alle kosten bedoeld die te maken hebben met de installatie in het gebouw. Hieronder vallen de systemen voor ruimteverwarming en afgifte, warm tapwater, koeling en ventilatie.

— Onder energieverbruik vallen de kosten, exclusief belastingen, voor het energieverbruik in het gebouw. Niet meegenomen worden de belastingen (energiebelasting, ODE en btw)

6.1 Basisscenario – 2050 In het basisscenario is geen eis gesteld aan de minimale isolatie. Dat betekent dat in dit scenario wordt uitgegaan dat er geen verdere isolatie van woningen plaats vindt. De gemeente Katwijk heeft wel het streven om alle woningen en utiliteitsgebouwen te isoleren naar energielabel B, maar is ook geïnteresseerd in het scenario wanneer dit niet lukt. In figuur 20 is het eindbeeld weergegeven voor 2050 in het basisscenario.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

40

Figuur 20: Uitkomsten techniek laagste nationale kosten in het basisscenario 2050

Opmerking:

kostenverschil wordt uitgedrukt tussen individuele techniek (bodemwarmtepomp en luchtwarmtepomp) en collectieve techniek (warmtenet op MT of HT).

Wat opvalt aan het eindbeeld in het basisscenario is, dat de uitkomsten voor een zevental buurten erg dichtbij elkaar liggen. Voor de meerderheid van de buurten zijn de nationale kosten van de luchtwarmtepomp significant lager. Gemiddeld genomen is een warmtenet in de gemeente Katwijk 20% duurder dan luchtwarmtepomp, maar dit verschilt sterk per buurt. De bodemwarmtepomp is gemiddeld 11% duurder dan de warmtepomp op buitenlucht. Voor de buurten die lichtblauw gekleurd zijn, liggen de jaarlijkse nationale kosten van een all electric-oplossing, waarbij minimaal naar Label B wordt geïsoleerd, en een MT/HT warmtenet, waarbij veel minder isolatie wordt toegepast, minder dan 10% van elkaar. Dit kostenverschil valt binnen een foutmarge van de modelresultaten, waardoor er op basis van nationale kosten geen significante voorkeur voor één van de twee technieken kan worden uitgesproken. Voor lichtgele buurten is het kostenverschil tussen 10% en 25%, in het voordeel van een warmtepomp. Voor de donkergele buurten geldt dat er nog een significanter kostenverschil is van meer dan 25% in het voordeel van een elektrische warmtepomp ten opzichte van een warmtenet. Hierbij moet worden aangetekend dat het hier om de kosten van bron tot en met warmtegebruik gaat.

Echter dit vergt een forse inspanning voor de isolatie van woningen en die kosten kunnen hoog zijn en komen voor rekening van de woningbezitters. Een ander nadeel is het grote beslag op de elektriciteit. Dit geldt ook voor de scenario’s die hieronder worden gepresenteerd35. Verder is het de vraag of all electric met een warmtepomp in elk huis past, zeker de gestapelde woningen hebben te weinig ruimte voor een warmte pomp.

35 Hoornes komt als buurt uit de berekeningen waar een warmtepomp de oplossing is. Door de subsidie verschuiven de laagste nationale kosten. Het proefproject geldt bovendien maar voor een deel van de buurt zoals die door adviesbureau CE Delft is doorgerekend. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

41

6.2 Alternatieve scenario’s – 2050 Om te kijken wat een minimaal isolatielabel doet met het eindbeeld, zijn door bureau CE Delft situaties doorgerekend waarbij minimaal naar schillabel C is geïsoleerd in 2050 en minimaal naar schillabel B is geïsoleerd in 2050. De uitkomsten van de doorrekeningen levert inzicht voor de te voeren warmtevisie. Scenario ‘minimaal isoleren naar schillabel C’ Voor een all-electric-oplossing is minimaal schillabel B nodig, terwijl voor een MTwarmtenet minimaal schillabel C nodig is. Wanneer er modelmatig wordt opgelegd dat minimaal naar schillabel C wordt geïsoleerd in alle buurten, heeft dit vooral gevolgen voor het verschil in kosten tussen een HT- en een MT-warmtenet. Voor een HT-warmtenet is namelijk geen minimaal isolatieniveau nodig, waardoor deze optie in totaal iets duurder wordt wanneer hij gecombineerd wordt met minimaal schillabel C. Wanneer geïsoleerd wordt, is een MT-net structureel goedkoper dan een HT-net. Gemiddeld is het kostenverschil 8% ten opzichte van 2% in het basisscenario, in het voordeel van het MT-net. In figuur 21 is te zien dat het eindbeeld niet veel verschilt van het basisscenario in 2050.

Het kostenverschil tussen all-electric en een warmtenet wordt gemiddeld iets groter, waardoor een warmtepomp er in een aantal buurten uitkomt als optie met een groter kostenverschil dan 10%, terwijl dit in het basisscenario nog minder dan 10% was. Dit betekent dat een warmtepomp vaker als de goedkoopste variant naar voren komt. Echter dit geldt voor alle kosten bij elkaar opgeteld, voor de individuele huiseigenaar kan dit veel duurder uitpakken als hij zijn huis geschikt wil maken voor een all electric oplossing. Scenario ‘minimaal isoleren naar schillabel B’ Figuur 22 laat zien wat de effecten zijn van het isoleren naar schillabel B. Wanneer er minimaal naar schillabel B wordt geïsoleerd, betekent dit dat de minimale kosten die gemaakt worden voor isolatie hoog liggen. Voor een all-electric-oplossing moeten die kosten in ieder geval worden gemaakt, om woningen en utiliteit voldoende warm te kunnen krijgen. Voor een MT- en HT-warmtenet is het financieel voordeliger om niet naar schillabel B te isoleren. Wanneer de minimale isolatie-eis wordt meegenomen in de CEGOIA-berekening, is te zien dat voor alle buurten geldt dat een warmtepomp veel lagere nationale kosten met zich meebrengt dan een warmtenet. De meerkosten zijn minimaal 37% wanneer wordt gekozen voor een MT-warmtenet en liggen gemiddeld zelfs 42% hoger voor een HT-net.

Voor een warmtepomp moet de woning goed geïsoleerd worden. Het hangt er daarom in grote mate vanaf hoe goed zijn woning geïsoleerd is of de bewoner de investering kan doen, of wellicht meer geïnteresseerd is in het aansluiten op een warmtenet. Verder kunnen de investeringen met een MT- en HT-warmtenet voor bewoner-eigenaren verspreid worden in de tijd, bij de all electric oplossing moet de gehele investering van warmtetechniek en isoleren direct plaats vinden.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

42

Figuur 21: Uitkomsten techniek laagste nationale kosten in het scenario met minimaal isoleren naar energielabel C - 2050

Figuur 2236: Uitkomsten techniek laagste nationale kosten in het scenario met minimaal isoleren naar energielabel B - 2050

Scenario ‘beperkte toename elektriciteitsvraag’ In bovenstaande scenario’s komt de warmtepomp in de meeste buurten naar voren als goedkoopste optie op basis van nationale kosten (d.w.z. álle kosten van bron tot 36 Isolatielabel B staat gelijk aan een energievraag van 50 kWh/m2 en label C staat gelijk aan een energievraag van 70 kWh/m2. Hierbij is er in de berekening van uit gegaan dat de besparing die wordt bereikt enkel kan worden toegewezen aan de isolatiemaatregelen die zijn genomen.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

43

en met eindgebruik). Het elektrisch maken van de warmtevraag heeft echter een grote impact op de extra vraag naar elektriciteit. Zoals eerder in de rapportage is omschreven, is het totale potentieel aan opwek in de gemeente 85% van de huidige elektriciteitsvraag. Dit betekent dat bij een toename van de elektriciteitsvraag, deze elektriciteit van buiten de gemeente moet komen. Daarnaast vraagt een grote toename aan elektriciteitsvraag ook om een uitbreiding van het elektriciteitsnet. De benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet is afhankelijk van het vermogen dat gelijktijdig nodig is. Bij gebruik van warmtepompen zal het benodigde vermogen van het elektriciteitsnet sterk toenemen, omdat de gelijktijdigheid van warmtepompen groot is; wanneer het koud is moeten ze allemaal tegelijk aankunnen. De extra benodigde netcapaciteit is wel in de kostenberekening meegenomen, maar in de praktijk moet samen met de netbeheerder worden gekeken of dit mogelijk is en op welke termijn de netverzwaring gerealiseerd kan worden. Wanneer alle buurten overstappen op een warmtepomp, zal de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving toenemen met 296 TJ/jaar. Dit betekent een toename van 50% ten opzichte van de huidige elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving.

Ten behoeve van de berekeningen is besloten om een scenario door te rekenen waarin de elektriciteitsvraag ten gevolge van de warmtevoorziening maar met maximaal 25% mag toenemen37. In dit scenario heeft bureau CE Delft gekeken naar de mogelijkheden van het overschakelen van buurten naar een all-electricwarmtevoorziening.

Figuur 23: Uitkomsten techniek laagste nationale kosten in het scenario met een beperkte elektriciteitstoename t.g.v. de warmtevoorziening in 2050

In figuur 23 zijn de uitkomsten te zien wanneer de elektriciteitsvraag met maximaal 25% toeneemt. Meerdere buurten die in de andere scenario’s op een warmtepomp uitkwamen, zijn nu aangesloten op een warmtenet in het eindbeeld. Te zien is dat in dit scenario de meeste buurten op een warmtenet gebruikmaken van HT-warmte. Deze HT-warmte kan afkomstig zijn uit de WarmtelinQ+. Het MT-warmtenet is gekoppeld aan een aardwarmtebron. Wanneer een minimale isolatie-eis van

37 25 procent toename van elektriciteit is al veel gezien het te verwachten te kort aan duurzaam opgewekte elektriciteit. Daarom is de grens bij 25 procent gesteld. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

44

schillabel C wordt gesteld, zal voor alle buurten op een warmtenet gelden dat de MToptie het goedkoopst is. IF Technology had berekend dat de inzet van aardwarmte beperkt is en dat mogelijk niet al deze buurten gebruik kunnen gaan maken van aardwarmte. Uit recente inzichten uit lopende aanvragen voor opsporingsvergunningen blijkt dat wellicht alle wijken met aardwarmte te verwarmen zouden zijn.

6.3 Ruimte in de ondergrond voor warmtenet De gemiddelde jaarlijkse kosten van een warmtenet, zitten hem vooral in de aanleg van de infrastructuur. In de CEGOIA-berekeningen is rekening gehouden met de kosten van de aanleg van deze infrastructuur per strekkende meter leiding. Adviesbureau Wareco heeft een onderzoek gedaan naar de ruimte in het straatprofiel van alle buurten in de gemeente Katwijk, om zo de extra kosten te bepalen van de aanleg van een warmtenet per straat. Figuur 24: Ruimte in de ondergrond voor warmtenetten (bron Wareco)

In Figuur 25 is per buurt aangegeven wat de extra kosten zijn voor het aanleggen van een warmtenet op basis van ruimte in het straatprofiel. Hierbij is te zien dat voor vier buurten geldt dat de extra kosten hoger liggen dan 75% en dat voor ongeveer de helft Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

45

van de buurten geldt dat de kosten tussen de 50% en 75% hoger liggen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het CEGOIA-model rekent met gemiddelde kosten, waarbij een gemiddelde beperkte ruimte in de ondergrond is meegenomen. Bovendien worden er voor buurten met stedelijke oudbouw hogere warmtenetkosten gerekend. Over het algemeen geldt namelijk dat er in oudere buurten minder ruimte in de ondergrond om een warmtenet aan te leggen. De kosten zoals weergegeven in figuur 25 hoeven daarom niet opgeteld te worden bij de CEGOIA-resultaten, maar de kostenberekening van Wareco van de extra kosten door beperkingen in de ondergrond is wel nauwkeuriger dan die waar het CEGOIAmodel mee rekent. De kosten van de aanleg van een warmtenet zijn echter niet alleen afhankelijk van de ruimte in het straatbeeld. De kosten liggen bijvoorbeeld lager wanneer de werkzaamheden van de aanleg van een warmtenet samenvallen met werkzaamheden aan bijvoorbeeld riolering of het elektriciteitsnet. Daarnaast worden de kosten bijvoorbeeld beïnvloed door de grondsoort en het type bestrating (asfalt openbreken is duurder dan klinkers verleggen). Figuur 25: Meerkosten aanleg warmtenet ten gevolge van beperkte ruimte in de ondergrond (Wareco, 2021)

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

46

Conclusies Op basis van de berekeningen van de nationale kosten zijn de volgende conclusies te trekken:  Wanneer alle woningen en utiliteitsgebouwen in de gemeente worden geïsoleerd naar energielabel B, wordt er een besparing van 32% gerealiseerd op de warmtevraag. De besparing is groter en rendabeler bij woningen die starten op energielabel F of G, dan woningen die al energielabel C of D hebben. Bij isoleren van de hele woningvoorraad naar energielabel C is de gemiddelde besparing 18%. Dat dit zo veel minder is, komt voornamelijk omdat al veel woningen in de gemeente Katwijk een energielabel hebben van C of beter.  Wanneer men alleen alle kosten, dus de nationale kosten, in rekening neemt geldt voor de meerderheid van de Katwijkse buurten de elektrische warmtepomp als goedkoopste warmtebron. Hierbij is het kostenverschil in een zestal buurten groter is dan 25%.  Echter alleen woningen gebouwd na 2006 kunnen deze overstap maken zonder aanvullende isolatie in de woning. Voor andere woningen zijn er kosten voor isolatiemaatregelen en aanpassingen in de woningen. Nadeel van deze variant is de extra vraag naar elektriciteit.  Overschakelen op een LT of MT-warmtenet is aantrekkelijk om de elektriciteitsvraag te beperken.

Voor buurten dichtbij een aquathermiebron is dit aantrekkelijk omdat deze bron ook gemakkelijk in de koudevraag kan voorzien;  Voor een zevental buurten in de gemeente Katwijk geldt dat het nationale kostenverschil tussen het toepassen van een elektrische warmtepomp en een MT/HT-warmtenet in 2050 erg dicht bij elkaar liggen.  Het aanleggen van MT- en HT-warmtenetten is voordelig voor huiseigenaren voor in elk geval zes buurten met veel woningen met een laag energielabel gezien de hoge kosten voor isoleren naar niveau C of B.  Voor een warmtenet moet er voldoende ruimte zijn in de grond om deze te kunnen plaatsen. Dit is met name een probleem in de oude centra in Valkenburg en Katwijk aan Zee. Daar waar heel weinig ruimte is in de ondergrond is het raadzaam om in te zetten op besparen waar mogelijk, maar nog te wachten met een aardgasvrije warmte-oplossing. Het inzetten van een hybride warmtepomp is dan een mogelijke tijdelijke oplossing en reduceert de CO2-uitstoot.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

47

7. STAP VOOR STAP NAAR DUURZAME WARMTE 7.1

De opgave en hoe die te realiseren

Doel van de warmtevisie is het delen van de inzichten over het verduurzamen van de warmtevoorziening op de lange termijn en het selecteren van de eerste wijken die van het aardgas afgaan. Met de rijksoverheid is in het klimaatakkoord afgesproken dat in heel Nederland 1,5 miljoen woningen uiterlijk in 2030 zijn afgesloten van het aardgas en zijn overgegaan op een duurzame warmtebron. Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven, dient iedere gemeente in de warmtevisie aan te geven welke bijdrage zij hieraan levert. Dat doet de gemeente door aan te geven welke buurten als eerste van het aardgas af gaan. Als we uitgaan van een evenredige bijdrage van de gemeente Katwijk dan is de opgave om voor 2030 circa 5000 woningen af te koppelen van het aardgas38. De vastgestelde uitgangspunten door de Raad voor de warmtevisie gelden onverkort bij het realiseren van de opgave. Overwegingen die daar verband mee houden en die dus meespelen bij het selecteren van de buurten zijn de volgende: De opgave om de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving te verminderen is in stappen te realiseren. Allereerst door isoleren. Door isolatie zal de warmtevraag de komende decennia gaan afnemen tot 30 procent in 2050 (15% in 2030). Tenminste dat is nu het streven en afgesproken in regionaal verband. In de tweede plaats het gebruik van duurzame warmtebronnen.

De grootste bron van warmte in de gemeente Katwijk is aquathermie. Daarnaast zijn er goede perspectieven voor restwarmte uit de Europoort en van diepe aardwarmte. Deze bronnen kunnen elkaar goed aanvullen; aquathermie is een lage temperatuurbron en is in te zetten op woningen en utiliteit met een energielabel van tenminste B. Het verschil in nationale kosten van de warmtetechnieken kan een van de factoren zijn om de keuze voor een bepaalde buurt op te baseren. Namelijk, wanneer de kosten tussen warmtetechnieken sterk uiteenlopen, is dit een indicatie om voor een bepaalde warmtetechniek te kiezen. Een derde punt is het belang van het beperken van het gebruik van elektriciteit vanwege de beperkte beschikbaarheid in de regio. Uit de macroberekeningen van het CEGOIA-model blijkt de warmtepomp het goedkoopst, maar vergt veel extra elektriciteit. De directe beschikbaarheid is een vierde punt van overweging. Voor aardwarmte en restwarmte geldt dat deze bronnen nog niet direct beschikbaar zijn. Voor restwarmte van de WarmtelinQ+ zijn de vooruitzichten op zijn vroegst 2026 en voor aardwarmte is dat nog later. Vervolgens moet de gemeente nog besluiten daarop in te willen spelen. Aquathermie is al beschikbaar, evenals de techniek met warmtepompen, die eventueel aangevuld kan worden met warmte-koude-opslag.

Een vijfde punt is de dichte bebouwing in de gemeente en de diversiteit in type woningen (gestapeld en rijtjeswoningen) en isolatieniveau’s. Bij elkaar opgeteld pleit dit voor een benadering met gebruik van meerdere beschikbare bronnen en technieken. 38 Dit is inclusief de 500 woningen van het proefproject Hoornes Aargasvrij. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

48

Een zesde punt is die van de nationale kosten. Alle kosten bij elkaar opgeteld pleit in de helft van de buurten voor een oplossing met warmtepompen maar daar kleven forse nadelen aan; de hoge kosten voor een huiseigenaar als die veel moet investeren tot energielabel B en het grote beslag op de elektriciteit. Daarom is het van belang om voor de uiteenlopende buurten verschillende warmte-oplossingen te zoeken. Tot slot is de kennis over energie en de beschikbaarheid van warmtebronnen sterk in ontwikkeling. Nieuwe technieken komen op de markt en ook bestaande technieken zijn steeds beter en kosteneffectiever, zoals bij de ontwikkeling van zonnepanelen te zien is39. Waterstof en groengas zijn al wel beschikbaar maar nog duur en daarom de komende jaren geen realistische optie, maar in de toekomst wellicht wel. Daarom is het wachten met inzetten van nieuwe en nog te ontwikkelen technieken vooral te overwegen waar nu niet direct een kosteneffectieve oplossing voor handen is.

7.2 Buurtselectie Heel de gemeente Katwijk kan niet in één keer aardgasvrij worden gemaakt. Daarom is in overleg met netbeheerder Liander, woningbouwcorporatie Dunavie, de energieambassadeurs en met advies van Regionaal Samenwerkingsverband Holland Rijnland en extern bureau CE Delft een selectie van buurten gemaakt, die in aanmerking komen om voor 2030 van het aardgasnet gekoppeld kunnen worden. Bij de selectie van buurten is onderscheid gemaakt tussen buurten waarbij woningen het beste op een warmtenet aan te sluiten zijn en buurten met woningen geschikt voor een individuele oplossing of groepsgewijs. Dat laatste houdt in dat een groep particulieren gezamenlijk een WKO-installatie met warmtepomp aanleggen. Dit bespaart elektriciteit en is goedkoper in investeringskosten. Collectief: Kansrijke buurten voor een lagetemperatuur warmtebron 40 Het huidige project Hoornes Aardgasvrij voor benutting van aquathermie in de Hoornes leent zich voor uitbreiding in de Hoornes-Oost en Hoornes-West. Voor de eerste 500 woningen is de infrastructuur in opbouw. Wanneer deze infrastructuur wordt aangelegd is het goed mogelijk om dit verder uitbreiden in de buurt naar maximaal 2700 woningen.

Collectief: Kansrijke buurten voor hoge- of middentemperatuur-warmtenet Binnen regionale samenwerking wordt er gewerkt aan het realiseren van een hogetemperatuur warmtenet met restwarmte uit Rotterdam (WarmtelinQ+). Als het warmtenet er komt ligt het voor de hand om te beginnen met de geschikte buurten die zo dicht mogelijk bij de bron liggen. Het streven door regionale partners is om in 2026 een hogetemperatuur warmtenet met restwarmte te realiseren vanuit Rotterdam naar Leiden. Ook Katwijk kan hier mogelijk gebruik van maken. Het startpunt, de uitrol en de totale omvang van een dergelijk warmtenet hangt onder andere af van de route en inpassingsmogelijkheden. Vanuit het noorden zijn er plannen voor een middentemperatuurleiding van aardwarmtebronnen. Ten noorden van Katwijk is mogelijke winlokatie van één van de

39 Het vermogen van zonnepanelen is in de afgelopen 20 jaar meer dan verdrievoudigd 40

Aquathermie is een lage temperatuurwarmtebron. In Hoornes is gekozen voor een combinatie met een collectieve warmtepomp waarbij de temperatuur wordt verhoogd naar het niveau van een midden temperatuurbron. Dit ter voorkoming van problemen met legionellabacteriën. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

49

6 aardwarmte onderzoeksvergunningen welke mogelijk als bron kan dienen voor een regionaal warmtetransportnet voor Rijnsoever-West, Rijnsoever-Oost en RijnsoeverMidden. Ook kan er een mogelijke samenwerking zijn met de ondernemers in ’t Heen en Rijnsburg-Noord, waarbij omliggende woningen kunnen participeren in een gezamenlijke warmtevoorziening op het bedrijfsterrein. De twee warmtebronnen zijn uitwisselbaar al zal er bij sommige buurten met een heel laag energielabel wellicht noodzaak zijn tot opwaardering van het temperatuurniveau. Selectiecriteria voor collectieve warmtevoorziening Door de grote onzekerheid van de beschikbare bronnen, komt ook uit de CEGOIA analyse van CE Delft geen buurt naar voren, waarbij een collectief MT- of HTwarmtenet duidelijk goedkoper zal zijn. Na de beschikbaarheid van een warmtebron zijn er een aantal eisen en wensen opgesteld om te bepalen of een collectieve MT- of HT-warmtenet op korte termijn geschikt is voor een buurt. Deze staan weergegeven in bijlage 3. Gezien het doel is om 5000 woningen af te koppelen voor 2030, zou het om ca. 1300 woningen gaan. Uit een nadere verkenning moet blijken welke buurten en tracé het meest kansrijk zijn. Indien de WarmtelinQ++ er komt en gemeente Katwijk aansluit ontstaan er kansen voor de wijken in het zuidoosten en oosten van de gemeente.

En voor het toepassen van aardwarmte zijn er mogelijkheden in het noorden van Katwijk. Verkenningsbuurten collectief Afhankelijk van de locatie van de warmtebron zijn er drie mogelijke warmtenettracés of combinaties hiervan denkbaar om mee te starten en nog voor 2030 te realiseren: 1. HT-warmtenet voor de oudere woningen in Valkenburg en Katwijk aan de Rijn: ’t Joght, Molenwijk, Cleijn Duin en Koestal. 2. HT-warmtenet voor de oudere woningen in Rijnsburg: Frederiksoord-Noord, Frederiksoord-Zuid, De Hoek, Westerhaghe, deel van Kamphuizerpolder en deel van Kleipetten. 3. MT-warmtenet voor de woningen voor 1974 in Rijnsoever West, RijnsoeverOost, Rijnsoever-Midden, ’t Heen en Rijnsburg-Noord. In de toekomst is het wellicht mogelijk om deze warmtenetten aan elkaar te koppelen en uit te breiden. Individueel-groepsgewijs: Kansrijke buurten In buurten waarin een individuele oplossing de enige of overduidelijk de goedkoopste oplossing is, kunnen huiseigenaren zelf al de stap maken naar aardgasvrij wonen of dat in groepsverband doen. Uit de CEGOIA analyse is gebleken, dat een individuele oplossing duidelijk goedkoper is dan een collectieve oplossing met een warmtenet voor buurten bestaande uit nieuwbouwwoningen na 2006 en dus al goed geïsoleerd en geschikt voor een warmtepomp zijn (individueel dan wel groepsgewijs).

Selectiecriteria individuele-groepsgewijze warmtevoorziening Om te bepalen welke (deel)buurten makkelijk kunnen starten met het installeren van individuele oplossingen, zijn een aantal criteria opgesteld aan de hand van maatschappelijke overweging, technische voorwaarden en overige zachte kansen. Deze criteria zijn onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: omvang van een buurt en voorkeur voor de oplossing, technische voorwaarden, en kansen en belemmeringen (zie tabel 6). Voor een compleet overzicht wordt verwezen naar bijlage 4.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

50

Tabel 6: Selectie van buurten voor all-electric

<130

<130

De Horn

435

27%

32%

118

122

195

RijnsburgNoord RijnsoeverNoord ’t Duyfrak

374

n.v.t.

59%

37

58

279

351

50%

100%

0

0

351

745

47%

95%

9

14

722

Zuid-West

364

13%

67%

1

113

364

Totaal

Aandeel Dunavie (%)

1946 t/m 1974 (aantal)

>30%

Financiële draagkracht

Bouwjaar voor 1945 (aantal woningen)

>10%

Zachte kansen en belemmeringen

Aantal woningen na 1974

Energielabel AB%)

Filtercriteria

Robuustheid-score

Totaal aantal woningen

Technische voorwaarden

21% Sterk

0% 15%

Sterk

19% 10%

1911

Verkenningsbuurten individueel-groepsgewijs In de eerste vijf genoemde buurten staan grotere clusters van in totaal 1755 woningen gebouwd na 2006: 1. Rijnsoever-Noord alle 350 woningen; 2. ‘t Duyfrak alle 740 woningen; 3. Zuid-West 286 woningen, in het zuiden; 4. De Horn 179 woningen, in het oosten; 5. Rijnsburg-Noord 200 woningen, in het zuiden aan het Oegstgeesterkanaal. Het totaal aantal woningen is 1755. Deze woningen zijn al voldoende geïsoleerd om de overstap te maken naar een all-electric oplossing zonder extra isolatiemaatregelen. Een mogelijke aanpak kan zijn om woningeigenaren door middel van stimuleringsmaatregelen over te laten stappen naar een all-electric oplossing op een voor hun natuurlijk moment; bijvoorbeeld bij het vervangen van de cv-ketel. Initiatieven binnen de buurt kunnen er toe bijdragen dat warmtevoorzieningen per complex of straat gebeurt. Het gasnet kan blijven liggen, totdat de laatste bewoners overstappen. In Rijnsburg-Noord dienen zich ook mogelijkheden aan voor het toepassen van aardwarmte. Voor een goede keuze is afstemming met de omringende bedrijven nodig. Gezien de aantallen woningen kan de gemeente ondersteuning bieden met een buurtuitvoeringsplan. De doelstelling is dat hierdoor 1000 woningeigenaren voor 2030 een overstap maken naar aardgasvrij wonen.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

51

Tabel 7: Overzicht verkenningsbuurten

Buurten

Warmtetechniek

Hoornes-Oost en Hoornes-West (inclusief huidige project Hoornes Aardgasvrij)

MT: Aquathermie

Doelstellingen aardgasvrij in 2030 2700

Rijnsoever-Noord, ‘t Duyfrak, Zuid-West (rondom oude Zeehospitium), de Horn (nieuwbouw gedeelte) (woningen na 2006)

All electric

1000

Rijnsoever West, Midden en Oost

MT: Aardwarmte

1300

In het zuidoosten van Katwijk (t Joght, Molenwijk, Koestal, Cleijn Duin, De Hoek, Westerhaghe, Frederiksoord-Noord, Frederiksoord-Zuid, deel van Kamphuizerpolder en deel van Kleipetten)

HT: Restwarmte

Nader te bepalen

Totaal:

5000

Figuur 26: Overzicht verkenningsbuurten aardgasvrij 2030

Rijnsoever-Noord Rijnsoever West, Midden, Oost Hoornes West en Oost

ZuidWest De Horn

‘t Duyfrak

7.3 Woningen en utiliteit in het buitengebied Voor woningen en utiliteit in het buitengebied is het volgende in gang te zetten: In de buurten Noordduinen, Zuidduinen, De Mient en Kooltuin en Valkenburgse meer is het nu al duidelijk dat een individuele oplossing de enige oplossing zal zijn. Het gaat in totaal om 56 woningen, die te verspreid liggen om aan een warmtenet te koppelen. Huiseigenaren in deze buurten kunnen zich hier gaan voorbereiden op een all-electric oplossing in hun eigen tempo.

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

52

Voor de 34 bestaande huizen en vastgoed in de omgeving van nieuwbouwlocatie Valkenhorst (nu CBS-buurt: “overig verspreide buurten”) is aansluiten op het aquathermienet wellicht te overwegen als dit warmtenet er komt.

7.4 Te selecteren buurten na 2030 en 2040 Voor de woningen en utiliteitsgebouwen in de buurten na 2030 geldt dat zij werk kunnen maken van isoleren. Het in gebruik nemen van een hybride warmtepomp als vervanger voor de CV-ketel is te overwegen als nuttige tussenstap. De oude buurten in Katwijk aan Zee met een laag energielabel, die alleen tegen hoge kosten te isoleren zijn, kunnen het beste wachten tot afkoppelen van aardgas na 2040. Een HT-warmtenet is hier namelijk alleen tegen veel extra kosten naar toe te brengen en aan te leggen vanwege het gebrek aan ruimte in de ondergrond. Het wachten is hier op innovatieve oplossingen of het goedkoper worden van bestaande technieken. De energieambassadeurs zijn hier al wel met bewoners aan de slag gegaan met isolatiemaatregelen. Dit verdient voortzetting, omdat isolatiemaatregelen met een korte terugverdientijd altijd zijn aan te bevelen en tegelijk leiden tot vermindering van de CO2-uitstoot. Datzelfde geldt voor hybride warmtepompen. Die kunnen eveneens bijdragen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. In het oude dorp Valkenburg, het oude dorp Katwijk aan de Rijn en centrum Rijnsburg geldt ook het argument van weinig ruimte in de ondergrond en dus hoge aanlegkosten voor een warmtenet.

Echter, als de WarmtelinQ++ er komt, loont het wel om uit te zoeken of deze buurten op termijn ook aangesloten kunnen worden, gezien deze buurten dichter bij de route liggen van dit warmtenet. Vergaande isolatiemaatregelen zoals kostbare vloer- en dakisolatie hoeven dan niet voor deze inwoners.

7.5 Nader onderzoek In grote lijnen tekent zich een toekomstperspectief af voor de warmtetransitie in gemeente Katwijk. Echter lang niet alles valt met zekerheid aan te geven. Het betreft immers een periode van 30 jaar, waarin nog veel kan veranderen in de warmtetechniek en de beschikbaarheid van warmte. Te onderzoeken punten zijn onder andere:  De mogelijkheden van cascadering: het benutten van de retour-warmte afkomstig van woningen van een MT en HT-net;  De bereidheid en de mogelijkheden om in de nieuwe buurten inwoners gezamenlijk groepsgewijs te laten investeren in een collectief WKO-net met warmtepomp;  De mogelijkheden van benutting van de restwarmtebronnen binnen de gemeente en dan in het bijzonder die van de glastuinbouw en het veilingcomplex Flora Holland;  De samenwerking naar oplossingen met het MKB, de glastuinbouwsector en Royal Flora Holland bij het benutten van aardwarmte-warmtebronnen en energielevering (zon op dak);  De ruimtelijke inpassing van extra elektra-stations en warmtenetten;  Wenselijkheid van de verplichting tot het aansluiten op een warmtenet van nieuwbouwprojecten van een nader te stellen omvang;  De mogelijkheden en de beschikbaarheid van de toepassing van waterstof en groengas. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

53

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

54

8. UITVOERING WARMTEVISIE 8.1 Vervolg op buurtselectie Verkennen, participeren en daarna uitvoeren Op basis van deze warmtevisie kan de gemeente, samen met de bewoners van de buurten, de woningbouwcorporatie Dunavie, de netbeheerder Liander, het Katwijkse bedrijfsleven, de energie coöperatie en andere betrokkenen fasegewijs aan de slag. Najaar 2021-2022:  Haalbaarheidsonderzoek in elke geselecteerde buurt (techniek, betaalbaarheid en financierbaarheid). Hierbij wordt dan ook de exacte definitie van het gebied dat van het aardgas af gaat bepaald41.  Betrekken van bewoners in elke buurt en inventariseren van voorkeuren;  Verder uitwerken van de rol van de gemeente bij (collectieve) oplossingen.  Ontwerpen en vaststellen van een besluitvormingsproces (besluitvormingslijnen en organisatiestructuur) en een handelingsperspectief (o.a. voorlichting, subsidies, financieringsconstructies etc.);  Een marktverkenning onder aanbieders van (collectieve) oplossingen.  Formuleren van een strategie voor de buurten die niet als eerste verkend worden (inclusief de buurten die alsnog afvallen);  Definitieve selectie van buurten die uiterlijk 2030 van het aardgas afgaan.

Najaar 2022-2023:  Het maken van buurtuitvoeringsplannen voor de geselecteerde buurten: raadsbesluit over de uitvoeringsplannen per buurt wanneer de buurt volledig van het aardgas dient te zijn; 2028-2030:  Definitief geselecteerde buurten aardgasvrij. Daar waar de gemeente eigen vastgoed bezit en dit nog te verduurzamen valt, zal zij actief meewerken aan het buurtuitvoeringsplan. Buurtuitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan is een concretisering van de warmtevisie en beschrijft hoe de gemeente de buurtgerichte aanpak in (een) specifieke buurt(en) gaat (laten) uitvoeren of regisseren. Het uitvoeringsplan beschrijft voor één of meerdere buurten op welk duurzaam alternatief deze buurt(en) overgaan, per wanneer, en welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Ook het planmatig isoleren van woningen en andere gebouwen kan onderdeel uitmaken van de buurtgerichte aanpak en kan dus onderwerp zijn van een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan biedt een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of om het gekozen alternatief voor aardgas voor een buurt te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt (mede daarom) opgesteld in samenwerking met

41 De exacte begrenzing zal niet altijd langs de grenzen van een CBS-buurt lopen. Die zal mede bepaald worden door onder andere de bebouwing, ruimte in de ondergrond, energielabel van woningen etc. Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

55

bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties.

Wat is een buurt- uitvoeringsplan? Inhoudelijke kenmerken

In het uitvoeringsplan beschrijft de gemeente welke keuzes zijn gemaakt voor een betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar alternatief voor aardgas, of -indien de buurt nog niet aardgasvrij wordt gemaakt - welke keuzes zijn gemaakt voor planmatig isoleren.

Programma onder de Omgevingswet

De plannen in de buurtgerichte aanpak worden geborgd in de Omgevingswet.

Participatie en afstemming

De transitie van aardgas naar duurzame warmte zal worden gerealiseerd met betrokkenheid van bewoners, gebouweigenaren en andere partijen. Bron: Programma Aardgasvrije Wijken; https://www.aardgasvrijewijken.nl/themas/

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

56

8.2 Uitvoeringsorganisatie De gemeente heeft volgens het Klimaatakkoord de regierol in de warmtetransitie en is tevens beslisser. De regierol laat zien dat de warmtetransitie vraagt om: adequate financiering, een goed wettelijk kader en maatwerk op lokale schaal. In een zorgvuldig proces moeten gemeenten per buurt of wijk een afweging maken wat de beste oplossing is, als huizen niet langer met de traditionele cv-ketel worden verwarmd. Om de regierol effectief in te vullen is het volgende van belang:      

Professionele uitvoeringsorganisatie; Maatwerk leveren bij buurtuitvoeringsplannen; Actieve burgerparticipatie; Samenwerking met stakeholders; Aansluiten op bestaande initiatieven; Gemeente geeft zelf het goede voorbeeld.

Professionele uitvoeringsorganisatie Opgavegericht werken De eigen gemeentelijke organisatie wordt uitgerust om de regierol van de gemeente bij de warmtetransitie waar te maken. Het betreft immers een grote en complexe opgave die alle werkvelden raakt. Het is van belang onderscheid te maken tussen de aanpak op programma- en projectniveau. De opgave is integraal en bevat dus alle onderwerpen die van belang zijn voor de buurt. In brede zin gaat het om het toekomstbestendig maken van de buurten van de gemeente. Dus niet alleen warmtetransitie, maar ook klimaatbestendigheid bevorderen en het voorzieningenniveau dat daarbij past. Bijvoorbeeld vergroening, mogelijkheden om buurtinitiatieven van de grond te krijgen. Programmaniveau In het energieprogramma komt een uitvoeringsprogramma voor de gehele opgave. Daarin komt de planning voor de komende vier jaar te staan met daarin concreet aangegeven: de te bereiken doelen voor de planperiode; de wijkaanpak en de buurtoverstijgende zaken (bijvoorbeeld aandacht voor isolatie, de governance, de warmtekavels, de regionale afstemming), het ondersteunen van burgerinitiatieven en de samenwerking met stakeholders, de aanpak voor de communicatie- en participatie, de monitoring en de financieringsmogelijkheden. Voor het uitvoeringsprogramma komt een programmamanager.

Projectniveau Voor de geselecteerde buurten geldt in grote lijnen dezelfde aanpak als die voor het project Hoornes Aardgasvrij : de integrale projectmanagementmethode (IPM) met disciplines op het vlak van algemeen projectmanagement, omgevingsmanagement, technisch management projectbeheersing. Voor het project- en het programmaniveau is één gezamenlijke opdrachtgever. Dit ook ter bevordering van de afstemming. Voor de nieuwbouwwijk Valkenhorst geldt dat daar de energievoorziening onderdeel is van de gebiedsontwikkeling. Te maken keuzes omtrent het beheer en de

Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

57

zeggenschap van de in te zetten energievorm, de governance, worden intern afgestemd. Maatwerk leveren met buurtuitvoeringsplannen In paragraaf 7.3 is aangegeven met welke buurten de gemeente als eerste aan de slag gaat en hoe dat vorm krijgt. Per buurt is maatwerk nodig. Iedere buurt heeft andere bebouwing, sociale structuur, lokale stakeholders, stedelijke planningen en uitgangssituatie qua energieinfrastructuur en bronnen. Een goede buurtaanpak vergt ook actieve participatie van bewoners. Essentieel daarbij is het volgende:  Planmatige aanpak: Een buurt of gebied is niet van de ene op de andere dag aardgasvrij. Doorgaans geldt een periode van zes tot tien jaar, gemiddeld acht jaar. Stap 1 is die van de verkenning: onderzoek naar de kansen en belemmeringen van duurzame warmte. Dit gebeurt samen met de belangrijke stakeholders en de inwoners van de buurt. Bij groen licht, dus goede kansen voor duurzame warmte, is het opstellen van een concreet plan van aanpak voor de buurt aan de orde. In het plan van aanpak worden keuzes gemaakt over de techniek, de organisatie, de financiering, de koppeling met andere opgaven in de buurt en de communicatie- en participatieaanpak.  Maatwerk. Dit betekent kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak, dus buurten, combinaties van buurten of juist delen van buurten staan centraal.

Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een buurt, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één buurt mag plaatsvinden. De buurtgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie te starten.  Oog voor diversiteit binnen buurten. Per fase en gebied wordt gekeken in een buurt of particulieren en andere eigenaren mee kunnen of willen doen. Van belang is in elk geval dat er sprake is van voldoende schaalgrootte.  Keuzevrijheid: Er is keuzevrijheid, maar wel onder voorwaarden. Voor particuliere woningeigenaren geldt dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Er zal bijvoorbeeld niet in alle buurten een warmtenet kunnen komen, en all-electric zal soms vragen om een netverzwaring die niet is voorzien, en duurzaam gas is maar beperkt beschikbaar. Daarnaast is het ook goed om er rekening mee te houden dat het maatschappelijk niet kosteneffectief is om een dubbele infrastructuur aan te leggen. In een buurt waar een warmteinfrastructuur is gepland, worden particulieren niet aangemoedigd om te kiezen voor een individuele warmtepomp. Daarnaast speelt ook bij het leveren van collectieve warmte de vraag over keuzevrijheid als het warmtenet meerdere aanbieders van warmte krijgt.

De warmtetransitie is een proces waarbij veel ervaring wordt opgedaan in de eerste buurten. Hierin is het belangrijk initiatief te nemen en rekening te houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering. Ook is het belangrijk om initiatieven in de gemeente, die passen binnen de uitgangspunten van de warmtevisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat in buurten die nu nog niet zijn aangegeven om voor 2030 te starten, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij. Actieve burgerparticipatie Bij actieve burgerparticipatie is sprake van meedenken en meedoen. Dat kan aan de eigen woning zijn en ook in gezamenlijke projecten. Voor actieve burgerparticipatie is Warmtevisie Gemeente Katwijk – conceptversie april 2021

58

het van belang dat zo snel als mogelijk duidelijk is voor welke duurzame warmtevoorziening wordt gekozen. Het maakt nogal wat uit of een wijk een hoge temperatuurvoorziening krijgt en minder isolatie aan de woning noodzakelijk is dan dat sprake is van een volledig elektrische oplossing. Buurtinitiatieven hebben meer effect als zij goed in het totaalplaatje passen. In dat kader krijgt een op te stellen isolatieprogramma voor de gemeente direct al meer betekenis. De energieambassadeurs kunnen actieve burgerparticipatie stimuleren en helpen om ook grotere projecten op te zetten. Bijvoorbeeld een gezamenlijk zon-op-dak-project op een groot bedrijfspand. Voor de communicatie- en participatie komt een apart uitvoeringsplan, gemeentebreed en nog eens apart voor de buurtuitvoeringsplannen. Uit de enquêtes over de energietransitie die in het najaar van 2020 zijn gehouden is gebleken dat veel mensen bereid zijn om mee te werken aan de energietransitie. Het grootste zorgpunt is de maatschappelijke en individuele kosten van een dergelijke transitie. Men wil zich graag goed laten informeren. In de webinars gaf men desgevraagd aan de voorkeur te geven aan ondersteuning en samenwerking op buurtniveau.

Samenwerking met stakeholders Bij de uitvoering van de warmtevisie is samenwerking met belangrijke stakeholders essentieel:  Samenwerking tussen alle gemeenten in de regio Holland-Rijnland en in het bijzonder de aangrenzende gemeenten. Dit is van belang voor het maken van verdelingsafspraken voor de warmtebronnen. Het Regionaal Samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland is hierin de spil. Hiernaast is ook het bestuurlijke overleg in de Duin- en Bollenstreek erg belangrijk;  Woningbouwcorporatie Dunavie. Als eigenaar van een kwart van het woningbestand van de gemeente Katwijk is Dunavie het eerste aanspreekpunt voor de gemeente voor die woningen.  Verenigingen van Eigenaren van appartementsgebouwen;  Liander als beheerder van het gas- en elektriciteitsnet. Voor het gasnet de afkoppeling en het verwijderen van verouderde leidingen. Het elektriciteitsnet voor het vergroten van de capaciteit;  Hoogheemraadschap van Rijnland en drinkwaterleidingbedrijf Dunea als samenwerkingspartners bij het benutten van aquathermie als warmtebron.  Toekomstige concessiehouder voor het warmtenet van Kalkoven;  Het bedrijfsleven in de gemeente Katwijk met een energievraag en warmteaanbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10063806/2