CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 1.0. RES 1.0 (1907184)

Raad 24 juni 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.025.895 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

• Het gebruik van de randen van dorpen en steden voor wind- en zonne-energie benadrukt de overgang tussen stad en land. • Meervoudig ruimtegebruik met zonnepanelen op (grote) daken, spoorbanen en geluidsschermen zorgt voor het zo goed mogelijk benutten van restruimtes binnen en buiten de stad en het dorp. • Op basis van recreatie- en natuurwaarden zijn de Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en de voor de Duin- en Bollenstreek kenmerkende (beschermde) eersteklas bollengronden in deze RES uitgesloten voor duurzame opwek . Zie voor een uitgebreide toelichting over de afweging voor ruimtelijke kwaliteit Bijlage 6.2. Draagvlak en acceptatie Zowel maatschappelijke als bestuurlijke acceptatie voor grootschalige opwek vraagt om intensieve dialoog en participatie. Op basis van de participatie tot nu toe op zowel regionale als op lokale schaal, is vanuit lokale schaal richting gegeven aan de opties. De energietransitie is in heel Nederland, en ook in deze regio, een thema dat steeds meer begint te leven en ook tot discussie leidt. Er zijn ondertussen diverse belangengroepen in onze regio. Maar er zijn ook steeds meer initiatiefnemers voor grootschalige opwek van elektriciteit die zich in een bepaald gebied hebben verenigd, te weten: • Samenwerkingsverband N207: Rijnland Energie Coöperatie, Windunie, Vereniging Windpark N207.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

• • • •

De Coalitie N11: energiecoöperaties langs de N11 en de Natuur en Milieu Federatie ZuidHolland. Grootschalige opwek lans N11 door windpark en e-boilers: Heineken, Eneco, Liander, gebiedscoöperatie Groener Zoeterwoude, coöperatie Rijnland Energie en lokale agrariërs. Local Energy Community Greenport Boskoop: ondernemers Greenport Boskoop. Initiatieven van LTO in de regio (Erf van de Toekomst) en initiatiefnemers voor verduurzaming van de tuinbouw in de regio.

De komende periode wordt er zoveel mogelijk op gebiedsgerichte wijze, en met als uitgangspunt de kansenkaart, met deze partijen gesproken. Ook wordt de participatie verder vormgegeven.

6.3.2 Ambitie en doelstelling Realisatie van de regionale ambitie vraagt om 0,78 TW aan extra inzet (en 0,89 TWh aan inzet, inclusief de projecten die al in de pijplijn zitten) aan wind en zon op land. Om hieraan invulling te geven, worden de in de onderstaande kaart (voor een grotere versie van deze kaart zie bijlage 6.6.) aangegeven zoekgebieden nader onderzocht:

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Wat ziet u op deze kaart? In de regio Holland Rijnland staan momenteel tien windturbines, die ook ingetekend zijn op de kaart. Vervolgens ziet u twee zogenoemde VRM-locaties ingetekend, die staan voor de Visie Ruimte en Mobiliteit van de provincie. [voetnoot: Het feit dat deze gebieden opgenomen zijn in de VRM betekent dat provincie en gemeenten gecommitteerd zijn aan ontwikkeling van deze locaties]. Het betreft hier de eerder door de provincie aangewezen zoeklocaties voor windturbines: aan het Valkenburgse Meer in Katwijk en nabij het AKZO-terrein in Sassenheim, Teylingen. Dit zijn dus ook mogelijke zoekgebieden voor wind. Op de kaart ziet u ook de grote daken ingetekend, waarop ruimte is voor zonnepanelen. We denken daarmee in 2030 0,25 TWh aan elektriciteit te kunnen opwekken. Het vraagt nog wel de nodige inspanningen om dit, samen met de dakeigenaren, ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Wanneer we verder kijken, zien we geel gearceerd de zoekgebieden voor zonnevelden. Zonnepanelen in geluidswallen, bermen of parkeergarages zult u niet direct hierin terugvinden, omdat die te klein zijn voor deze kaart. Vanzelfsprekend wordt daar wel naar gekeken. De zoekgebieden voor zonnevelden liggen vooral langs de grotere weginfrastructuur en minimaal langs provinciale (N-)wegen.

In sommige gemeenten worden ook in andere gebieden kansen gezien voor de opwek van elektriciteit via zon. Blauw gestippeld zijn de zoekgebieden voor windturbines aangegeven. Ook hier weer vooral geclusterd langs rijks- of provinciale wegen of op kruisingen van wegen. De grootschalige opwek van elektriciteit willen we in nauwe samenwerking met onze buur RESregio’s (Noord-Holland Zuid, U16, Midden-Holland en Rotterdam Den Haag) realiseren. We trekken daarin graag gezamenlijk op, hetgeen te zien is in het teken ‘RES-samenwerking’. Voor zon en wind zou de opbrengst in totaal 0,8 TWh moeten zijn, om de ambitie van 1,05 TWh te kunnen halen. De gemarkeerde gebieden kunnen allemaal bijdragen aan de regionale ambitie. Om deze bijdrage te concretiseren, is de komende periode aanvullende (lokale of bovenlokale) uitwerking nodig. In een gemarkeerd gebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor duurzame opwek. De omvang van het gemarkeerde gebied zegt iets over de ruimte om te zoeken, maar het zegt niets over de omvang van de duurzame opwek. Wanneer blijkt dat bestaande zoekgebieden afvallen of de verwachting is dat de zoekgebieden in totaal niet het bod van 1,05 TWH realiseren, dan zal in eerste instantie binnen de reserve zoekgebieden worden gezocht naar zoveel mogelijk ‘gelijkwaardige’ opties.

Daarnaast zien de deelnemers aan de RES het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de komende periode op zoek te gaan naar aanvullende kansen en zoekgebieden voor duurzame opwek.

6.3.3 Uitvoering en instrumentarium Om tot realisatie van de regionale ambitie te komen, is het nodig om de vergunningen voor de opwekvoorzieningen per 2025 te hebben verleend. Hiervoor is in eerste instantie nadere uitwerking van de zoekgebieden nodig. Dit is belegd bij de gemeenten. Afhankelijk van de aard en omvang van het zoekgebied is hierbij bovenlokale (subregionale) of regionale afstemming nodig en wenselijk. Ook de provincie speelt hierin een nadrukkelijke rol. Een eerste stap in het verdere uitwerkingsproces is om per regionale partner inzichtelijk te maken welke aanpassingen van het eigen beleid het vraagt om tot de regionale ambitie te komen. In het verlengde hiervan vraagt tijdige vergunningverlening om verankering in het beleid (omgevingsbeleid,

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

ruimtelijk beleid, participatiebeleid, et cetera). Realisatie van (grootschalige) energieprojecten vraagt om opname in een (omgevings)visie, plan of programma. Als projecten in een latere fase concreet zijn (RES 2.0 en 3.0), kan de juridische borging worden geregeld in omgevingsplannen. Voor de realisatie van projecten kunnen omgevingsvergunningen worden afgegeven. Parallel aan dit traject van ruimtelijke uitwerking en verankering vindt afstemming met de Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland plaats. Op deze manier kan een integrale ruimtelijke afweging plaatsvinden. Op regionale schaal vraagt dit om reguliere monitoring. Dat betreft monitoring van de voortgang van zowel de beleidsaanpassingen als de realisatie zelf. Deze monitoring dient als basis voor het onderlinge regionale gesprek over de vorderingen in relatie tot de ambities, en leidt eventueel tot tussentijdse bijsturing. Bijlage 6.5 bevat een handreiking voor de verankering van de RES-doelen in gemeentelijk en provinciaal omgevingsbeleid.

De handreiking draagt eraan bij dat iedere gemeente en de provincie het volgende scherp voor ogen hebben: • waar zij staat met haar omgevingsbeleid; • wat te doen om de opbrengst van de RES 1.0 te kunnen verankeren in haar omgevingsbeleid en de bijbehorende instrumenten, én; • wat te doen om de benodigde vergunningen voor zon- en windprojecten tijdig te kunnen verlenen, rekening houdend met de benodigde elektriciteits-infrastructuur

6.4 Lokaal eigendom Het Regionaal Energieakkoord van 2017 erkent al het belang van lokaal eigenaarschap in de energietransitie. Het nationale Klimaatakkoord bevat het streven dat 50 procent van de grootschalige opwek lokaal eigendom kent. Het doel hiervan is om de transparantie van besluitvorming te verbeteren, bij te dragen aan een eerlijke verdeling van lusten en lasten en daardoor het maatschappelijke draagvlak voor hernieuwbare energie te vergroten. Dit kan invulling krijgen via procesparticipatie en financiële participatie in energieprojecten.

Geen juridische middelen Overheden kunnen lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie alleen juridisch afdwingen wanneer zij zelf grondeigenaar zijn (privaatrecht). Het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer niet juridisch verplichten om de omgeving financieel te laten deelnemen in de ontwikkeling of exploitatie van een energieproject. Het bevoegd gezag mag bijvoorbeeld een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een zonnepark niet weigeren, omdat een initiatiefnemer niet de financiële participatiemogelijkheden heeft verkend of ingevuld, terwijl het project verder wel past binnen het bredere ruimtelijke gemeentebeleid.

Sturen via participatiebeleid Uit recente publicaties blijkt dat de overheid met participatiebeleid wel kan aansturen op omgevingsparticipatie bij energieprojecten en lokaal eigendom. Daarvoor is het belangrijk dat de overheid participatiebeleid vaststelt en dit beleid in het vergunningsverleningsproces toepast. En dat initiatiefnemers zo vroeg mogelijk op het participatiebeleid gewezen worden.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Bijlage 6.7 bevat een advies hoe het proces rondom het verankeren van lokaal eigendom kan worden ingericht. Daarbij wordt ingegaan op: • De verschillende vormen van omgevingsparticipatie en financiële deelname in het bijzonder. • De rollen die een gemeente (of het bevoegd gezag) kan vervullen om initiatieven te sturen, aan te jagen of tegen te houden. • Het proces om te komen tot een beleidskader voor omgevingsparticipatie. • De onderdelen van dat beleidskader. • Inspirerende voorbeelden in Nederland. • Te raadplegen bronnen voor het opstellen van participatiebeleid of voor meer informatie.

6.5 Randvoorwaarden Het halen van de regionale ambitie voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit is alleen mogelijk als een aantal randvoorwaarden invulling krijgt. Onderstaand zijn deze samengevat. • De beperkingen die voortkomen uit bestaand of voorgenomen beleid door het Rijk, provincie en gemeenten vragen aanpassing. Hiervoor is bereidheid nodig om deze beperkingen in overleg weg te nemen. Het meer of minder loslaten van al deze beperkingen in onze regio, is een politieke afweging. Handhaving van de huidige situatie resulteert in een bod dat evenredig met de beperkingen wordt verlaagd. • Acceptatie en mogelijk draagvlak voor zonnevelden en windturbines vereisen spoedige zichtbaarheid van daadwerkelijke inzet van zon op grote daken. Maximale inzet op en realisatie van de potentie van zon op (grote) daken vraagt om meer dan het huidige stimuleringsbeleid. Het vraagt om een passend instrumentarium voor decentrale overheden. Dat kan voorzien in mogelijkheden voor verleiding of eventuele dwang. Hiervoor is op korte termijn aangepaste regelgeving op Rijksniveau nodig. Aangekondigde wijzigingen van de regelgeving bieden hierin eerste aanknopingspunten. • De opwekopgave voor zowel zonneweiden als windturbines worden evenredig verdeeld over de regio, rekening houdend met de mogelijkheden van gemeenten.

• De investeringsagenda van netbeheerder Liander is sterk medebepalend voor de mogelijkheden en snelheid waarmee opwekvoorzieningen kunnen worden ontwikkeld . De huidige investeringsagenda baseert zich op de verwachte vraaggroei. Het beperken van maatschappelijke investeringen (kosten, ruimte, tijd) en een voortvarende ontwikkeling van opwek, vragen om optimale benutting van het elektriciteitsnetwerk. Dit resulteert in een gewenste verhouding in vermogens van wind en zon van 1:1 per onderstation. Dit vraagt nadrukkelijk om een evenwichtige inzet op zon én wind. Voor maatschappelijke acceptatie en mogelijk draagvlak is een continu participatieproces nodig. Op lokale en regionale schaal is dit gestart. Dit vraagt om opvolging. Steun vanuit het Rijk is, gezien de huidige maatschappelijke discussie over de energietransitie, onontbeerlijk. • Financiële participatie op lokale schaal (lokaal eigendom) vraagt om verruiming van het (juridische) instrumentarium zodat decentrale overheden hierop kunnen sturen. • Concretisering van de plannen en opvolging van het RES-proces vereist voldoende capaciteit en middelen bij alle betrokken partijen. We zetten ons in de komende periode in om aan deze randvoorwaarden te voldoen voor wat betreft onze eigen rol, bijdrage en invloed. Tegelijkertijd vraagt dit om hulp van de Rijksoverheid, waarop

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

we, in afstemming met andere RES-regio’s, maatschappelijke partners en andere betrokkenen, gaan aandringen.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

7. RES en andere ruimteclaims [kader]

RES en anders ruimteclaims in het kort RES Holland Rijnland is een van de pilotregio’s die een PlanMER heeft uitgevoerd voor de RES en daardoor meer inzicht heeft verkregen in de mogelijke milieueffecten. Aangezien de Plan MER pas eind maart wordt afgerond, zijn de resultaten beperkt verwerkt. De inzichten uit de Plan MER nemen we mee in het vervolgproces, bij de verankering van de RES in het provinciale en lokale omgevingsinstrumentarium. Integrale afweging van de ruimtelijke effecten ten opzichte van andere toekomstige ruimteclaims vindt plaats in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland, die tegelijkertijd met de RES wordt vastgesteld. [\kader]

[intro] De energietransitie is van invloed op de fysieke ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Bovengronds gaat het om windturbines, zonnepanelen, ‘onderstations’ van de netwerkbeheerder en laadpalen. Ondergronds hebben vooral de leidingen voor warmtenetten een stevige invloed. In dit deel gaan we in op de milieuaspecten (vanuit de planMER), de relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio en de ruimtelijke verankering van de RES.

7.1 PlanMER RES Holland Rijnland is één van de vijf regio’s waarvoor in deze fase een zogenoemde PlanMER is ontwikkeld, waarin de milieueffecten van de ambities en voorgenomen maatregelen op hoofdlijnen zijn onderzocht en in beeld gebracht. In samenwerking met het NP RES en de MER Commissie wordt voor Holland Rijnland een PlanMER ontwikkeld. De eerste resultaten van deze PlanMER zijn nu al voor een klein deel meegenomen in de afwegingen voor de RES. Dat komt omdat de ontwikkeling van RES en PlanMER parallel naast elkaar hebben gelopen en de PlanMER pas na de RES 1.0 wordt opgeleverd. De zoegenaamde haalbaarheidslaag vanuit milieu en veiligheid is al meegenomen: wat zijn niet-mitigeerbare (aanpasbare) wettelijke restricties vanuit milieu en veiligheid waar geen kansen zijn voor de opwek van duurzame energie? De overige resultaten van de PlanMER nemen we mee richting de ontwikkeling van de RES 2.0 en de verankering van de RES in het lokale omgevingsinstrumentarium. De Veiligheidsregio Hollands Midden speelt in deze transitie, met het oog op de (fysieke) veiligheid, een belangrijke rol. Rond de energietransitie is wet- en regelgeving in veel gevallen nog niet of niet volledig op orde. Daardoor kunnen onaanvaardbare risico’s buiten beeld blijven of processen stageneren. Er is ruimte nodig om innovatie te stimuleren.

Ook moeten bevoegde gezagen risico’s kunnen afwegen en maatregelen kunnen treffen, zodat de risico’s bij het ontwikkelen van innovatieve projecten aanvaardbaar blijven. De veiligheidsregio wordt graag in een vroeg stadium betrokken bij de vertaalslag van energieplannen naar lokaal (omgevings)beleid.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

7.2 Regionale Omgevingsagenda In het proces naar de RES 1.0 is meermalen verzocht om integrale afstemming van alle ruimtelijke claims, waaronder die uit de RES. Dat gebeurt in een vervolgstadium natuurlijk al via het lokale omgevingsinstrumentarium. Regionaal vindt dat ook plaats. Niet binnen de RES zelf, maar binnen de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. In dat traject kijken we voor de lange termijn (richting 2050) naar de ontwikkeling van de regio Holland Rijnland. We kijken onder meer via scenario’s hoe verschillende, mogelijke toekomstige ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden. Ook energie nemen we mee als een van de belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen. Het traject van de Regionale Omgevingsagenda loopt parallel met dat van de RES. De besluitvorming hiervan loopt echter via het algemeen bestuur (AB) van Holland Rijnland. In de periode dat de besluitvorming plaatsvindt over de RES (april – juni 2021) dienen de gemeenteraden hun wensen en bedenkingen in op de Regionale Omgevingsagenda. Zo borgen we in het proces aan de voorkant een integrale afweging van de verschillende ruimteclaims.

7.3 Energie en het Groene Hart RES Holland Rijnland is een van de 30 RES regio’s in Nederland. Er vindt diepgaande afstemming plaats tussen de regio’s onderling. Op nationaal niveau ondersteunt het Nationaal Programma RES dat. Op provinciaal niveau neemt de provincie het voortouw voor (bestuurlijke en ambtelijke) afstemming tussen de zeven RES-regio’s. Daarnaast heeft Holland Rijnland ook contact met de buurregio’s Rotterdam – Den Haag, Midden-Holland en Noord-Holland Zuid. Specifieke aandacht verdient de afstemming in Groene Hart-verband, waarbij zowel Rijk, provincies en meerdere RESregio’s zijn betrokken. Het Groene Hart is een internationaal uniek gebied, dat uit veel verschillende landschappen met bijzondere kwaliteiten bestaat. Het Groene Hart strekt zich uit over twee landsdelen, drie provincies en zeven RES-regio’s. De aanwezigheid van deze groene ruimte is belangrijk voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de gehele Randstad. Zowel het provinciale beleid als het Rijksbeleid benadrukt het belang van dit gebied. Een groot deel van de RES-regio Holland Rijnland ligt in het Groene Hart. De energietransitie vraagt om een integrale benadering en om een passende weging van belangen. Dat speelt nog meer in kwetsbare gebieden met een unieke ruimtelijke kwaliteit. Zonder passende afstemming kunnen veel gelijktijdige ontwikkelingen leiden tot onsamenhangende keuzes.

De energietransitie in het Groene Hart vraagt daarom om een zorgvuldige afweging. Als RES-regio hebben we een verantwoordelijkheid om keuzes met regio-overstijgende effecten af te stemmen met omliggende RES-regio’s. Deze afstemming richt zich op een goede kwaliteit van de leefomgeving en het voorkomen van afwenteling. Het bestuurlijk platform Groene Hart heeft de drie Provinciaal adviseurs ruimtelijke kwaliteit (PARK) gevraagd aan te geven hoe de zoekgebieden zich verhouden tot de kwaliteiten van het gebied. Dit op basis van de concept-RESsen van de zeven regio’s die deels in het Groene Hart liggen. Ook is gevraagd aan te geven waar kansen liggen om de verschillende RES-plannen op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken. Het advies bevat vijf hoofdpunten, die we in het concretiseringsproces van de zoekgebieden kunnen gebruiken. Deze vijf zijn:

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

• • • • •

Kijk over grenzen, zie het Groene Hart als geheel Respecteer de verscheidenheid, investeer in ruimtelijke kwaliteit. Verbind de energie-opgave aan andere grote opgaven en kom zo tot integrale gebiedsperspectieven. Een goed georganiseerd energienetwerk helpt heldere ruimtelijke ontwikkeling – en omgekeerd. Op naar het vervolg: gebruik de keuzeruimte in de zoekgebieden. Gebruikmakend van de RESdocumenten is een poging gedaan zoekgebieden te vinden in de vorm van een serie van testbeelden en afwegingsprincipes. De testbeelden zijn bedoeld om grip te krijgen op de opgave op de bovenregionale schaal en om te laten zien dat een samenhangend beeld kán ontstaan en er dus iets te kiezen valt.

Dit advies geeft aanleiding om voor het verder concretiseren en uitwerken van de zoekgebieden de samenwerking met de andere omliggende RES regio’s en het Groene Hart vast te houden. Tegelijkertijd nemen de bestuurlijke gesprekken in het kader van de NOVI Groene Hart toe en vindt onderzoek plaats naar een manier om de samenwerking te verbeteren. Dat biedt ook mogelijkheden voor verdere samenwerking tussen de eerdergenoemde RES-regio’s.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

8. Participatie ++++++ [kader]

Participatie in het kort Vanaf het najaar van 2020 tot en met begin 2021 heeft er een participatieproces plaatsgevonden over de energietransitie en de RES in het bijzonder. Dat richtte zich voornamelijk op de inwoners van Holland Rijnland. In totaal is er met meer dan 10.000 inwoners gesproken, via webinars, enquêtes, straatgesprekken en op andere wijzen. De nadruk daarbij lag op lokale activiteiten. Het lijkt erop dat veel inwoners zich bewust zijn van de noodzaak dat er verduurzaamt moet worden en dat daarvoor ook flink wat dient te gebeuren. Deze eerste activiteiten en opbrengsten zijn de eerste stap in een langdurig participatieproces. Deze participatie vindt bovendien plaats via het streven uit het Klimaatakkoord naar 50% lokaal eigendom van duurzame energieprojecten. [\kader] ++++++

[intro]

Voor de uitvoering van de RES is maatschappelijk draagvlak erg belangrijk. De keuzes die we nu in de RES maken, hebben in een latere fase een grote invloed op de directe leefomgeving van vrijwel alle Nederlanders. En dus ook op die van inwoners van Holland Rijnland. Daarom vinden we het gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers over de energie van de toekomst zo belangrijk. Bovendien beschikken zij over kennis van Holland Rijnland die de kwaliteit van de plannen vergroot. In een periode van twee jaar voerden we, gekoppeld aan de RES, vele gespreken in de regio. In eerste instantie vooral met stakeholders en professionals en daarna met inwoners. We nemen u mee langs onze gesprekspartners en de belangrijkste inzichten. We benadrukken dat we, vlak voor het uitkomen van de 30 RESsen, aan het begin staan van een participatieproces rondom de energietransitie. De activiteiten waarvan we hieronder verslag doen, zijn slecht een eerste stap. Dit krijgt de komende jaren een vervolg op regionale en lokale schaal. Ook gaat dit traject steeds intensiever worden op het moment dat voorstellen concreter worden en zich initiatiefnemers voor concrete projecten melden.

8.1 Programmaraad Een deel van onze professionele gesprekspartners is vertegenwoordigd in de Programmaraad. Deze bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, grootverbruikers van energie, organisaties voor natuur en recreatie, potentiële aanbieders van energie, kennisinstituten, vertegenwoordigende organisaties van burgers en inwoners, het waterbedrijf en koepelorganisaties, zoals Rijnland Wonen. Zij hebben de afgelopen twee jaar over de ontwikkeling van de RES geadviseerd en hebben een belangrijke rol in de uitvoering en de borging van diverse uitvoeringslijnen. De Programmaraad kwam de afgelopen jaren zeven keer bij elkaar en heeft meegepraat en geadviseerd over de keuzes die in de Concept RES en de RES 1.0 zijn vastgelegd. Belangrijke punten in hun advies waren: • kijk goed naar bedrijventerreinen en de uitvoerbaarheid; • let op betaalbaarheid;

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

• • • •

financiële participatie en lokaal eigendom zijn belangrijk; betrek bedrijven er grondiger bij. Zij kunnen vaak een grotere bijdrage in een keer leveren; zoek naar koppelkansen, kijk wat er in een gebied gebeurt; heb aandacht voor de relatie van de energietransitie met de (groene) economie, met bijbehorende kansen voor onderwijs en werkgelegenheid.

8.2 Regionale participatie In de RES Holland Rijnland is gekozen voor een aanpak waarbij gemeenten hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor de communicatie met hun inwoners over de RES. De RES-regio Holland Rijnland ondersteunt, met een aantal regionale activiteiten en middelen die gemeenten kunnen inzetten. Zo combineren we lokale kennis zo goed mogelijk met het verhaal van de regio. De afgelopen maanden lag de nadruk op het betrekken van zoveel mogelijk mensen. De uitgangspunten hierbij waren: • brede betrokkenheid; • lokaal maatwerk; • beschouwing op plannen en ophalen van (nieuwe) inzichten; • positieve insteek. Laten zien wat mogelijk is en waar kansen liggen. Vanuit de regio organiseerden we drie online webinars, waarin we mensen informeerden over de keuzes die er in de regio zijn voor het opwekken van duurzame elektriciteit en over alternatieve bronnen voor warmte. Daarnaast hielden we twee regionale enquêtes onder inwoners. Daarmee wilden we meer zicht krijgen in hun houding ten opzichte van duurzame energie in de toekomst. Ook wilden we weten wat zij belangrijk vinden in hun leefomgeving en hoe zij aankijken tegen kansen voor windenergie en zonne-energie in de buurt. In bijlage 8.1 en 8.2 treft u de opbrengsten van deze twee enquêtes.

Bij het thema Warmte houden we elk kwartaal zogenoemde ‘warmtetafels’, waarbij deelnemers van alle bij de warmtetransitie betrokken maatschappelijke partijen zijn uitgenodigd. Tijdens deze warmtetafels delen we informatie over de regionale warmtestrategie en -activiteiten. Ook wisselen we doelgroepsgewijs informatie uit tussen regionaal opererende partijen (bedrijven, buurtinitiatieven, woningcorporaties).

8.3 Lokale participatie Iedere gemeente ging met de eigen inwoners in gesprek over duurzame energie, passend bij de cultuur en werkwijze van de gemeente, en passend bij de eigen lokale context. Zo zijn er gemeenten die het gesprek over de RES koppelden aan gesprekken over lokaal energiebeleid. Er zijn ook gemeenten die dit gesprek al lang voeren en andere gemeenten die speciaal voor de RES enkele activiteiten organiseerden. Door alle maatregelen rond COVID-19 waren we meer dan ooit gebonden aan online mogelijkheden om het gesprek te voeren en inzicht te krijgen in wat mensen belangrijk vinden. Gemeenten maakten gebruik van: • enquêtes; • digitale gesprekken; • webinars; • expertsessies;

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

• • • •

straatgesprekken; interviews; meedenksessies; een online discussieplatform.

Mensen zijn op veel manieren uitgenodigd om mee te doen. Dat zorgt voor een groter bereik. Ook hoorden zo meer mensen dat er in de regio aan energie van de toekomst wordt gewerkt. Voor de uitnodigingen gebruikten gemeenten de volgende middelen: • social media-posts en advertenties; • huis-aan-huisbladen; • persberichten; • uitnodigingen huis-aan-huis; • gemeentelijke websites; • lokale omroepen; • wijkambassadeurs; • lokale radio en televisie; • communicatiekanalen van energiecoöperaties. In bijlage 8.3 treft u (links naar) de opbrengsten van de lokale participatie, per gemeente.

8.4 Opbrengst participatie Meer dan tienduizend mensen uit de regio waren de afgelopen periode (van september 2020 tot en met januari 2021) betrokken. Zij leverden op veel verschillende manieren een bijdrage. Ondanks de inspanningen om niet alleen zoveel mogelijk mensen te betrekken, maar ook een zo divers mogelijke groep, namen vooral veel hoger opgeleiden en een grote groep 50-plussers deel. Sommige gemeenten bereikten ook jongeren. In combinatie met een onderzoek van NP RES en een rapportage voor onze regio, weten we ook wat jongeren belangrijk vinden. We laten u graag zien wat de mening is van onze regio-inwoners.

Klimaatverandering, duurzaamheid en energietransitie Veel mensen zijn zich bewust van de opgave die er ligt om onze energievoorziening te verduurzamen. De meeste mensen snappen ook dat we met elkaar aan de slag moeten. Dat dit voor de korte termijn vooral gaat om windenergie en zonne-energie is voor mensen ook een logische keuze. Maar de meningen verschillen als het gaat over de vraag in welke gebieden je die dan plaatst en in welke hoeveelheden en hoe we de ambities voor 2030 en 2050 het beste kunnen realiseren. Net als de meningen uiteenlopen als het gaat om de beste locaties voor zonne- en windenergie. Veel inwoners vinden dat belangrijk, maar zodra het gaat over mogelijke locaties in de eigen gemeente, zijn ze meer terughoudend. Desgevraagd zijn de zones rond wegen en bedrijventerreinen voor hen logische plekken om als zoekgebied naar te kijken.

Mening jongeren Heel veel jongeren uit Holland Rijnland vinden het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt in Nederland. Iets meer dan de helft van de ondervraagden vindt het goed als er in de eigen woonplaats windmolens worden geplaatst. Daarover zijn zij positiever dan oudere generaties. Veel jongeren verwachten ook dat zij in de toekomst alleen maar duurzame energie gebruiken. Net zo goed als dat zij verwachten in een duurzaam huis te gaan wonen, of hun huis te gaan

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

verduurzamen. Tieners en jongeren vinden het interessant om mee te praten over duurzame energie. Zij doen dat het liefst op hun school of opleiding. Jongvolwassen worden graag per brief of mail uitgenodigd en praten dan graag mee via een app, social media of een enquête.

Randvoorwaarden Kijken we naar wat mensen belangrijk vinden en wat ze meegeven als belangrijke randvoorwaarden, dan gaat dat al snel over de kosten en de zekerheid dat er in de toekomst, net als nu, voldoende elektriciteit en warmte is. En dat ze gedurende het hele proces betrokken worden en gesprekspartner zijn bij het maken van de plannen, de uitvoering en eventueel ook de exploitatie. Kort samengevat hebben we het over: • betaalbaarheid; • leveringszekerheid/ beschikbaarheid/ betrouwbaarheid; • voortdurende betrokkenheid en samenwerking met bewoners. Als we inzoomen op de thema’s uit de RES, dan zien we het volgende beeld:

Energie besparen Mensen voelen zich verantwoordelijk om een steentje bij te dragen. Veel inwoners geven aan dat ze in en om hun eigen huis maatregelen hebben genomen of plannen hebben voor de komende jaren. Soms is er ook aarzeling in het nemen van energiebesparende maatregelen of verdergaan op de ingeslagen weg. Vaak heeft dat te maken met de (perceptie van) hoge kosten. Ook onzekerheid over de beste keuzes speelt mee. Mensen kijken naar de gemeente voor meer informatie en ondersteuning op maat. De wil is er wel om te investeren, maar graag met wat ondersteuning en de zekerheid dat je de juiste keuze maakt. Je kan je geld tenslotte maar één keer uitgeven.

Warmte Diezelfde twijfel of onzekerheid zien we ook als het gaat om ‘van het aardgas afgaan’. Mensen zien er tegenop om hun huis hiervoor gereed te maken. Daarin zien we overigens grote verschillen binnen de regio: van gemeenten waar inwoners het belangrijk vinden om hun huis gereed te maken voor aardgasvrij tot gemeenten waar scepsis is onder inwoners over de haalbaarheid van deze ambitie. Misschien is het toeval, maar de inwoners van gemeenten die al actief aan de warmte van de toekomst werken, zijn positiever dan inwoners van gemeenten waar dit nog niet gebeurt.

Zon op grote daken Zon op dak kan rekenen op brede steun. De meeste mensen zien dit als een ‘no regret’-maatregel. Met de oproep om alle mogelijkheden in het stedelijk gebied volledig te gebruiken, zodat de ruimte en kwaliteit van het landschap behouden blijven. Als het gaat over het gebruik van alle mogelijkheden, dan worden ook suggesties gedaan. Denk aan het overkappen van parkeerplaatsen met zonnepanelen en het verwerken van zonnepanelen in geluidswallen en gevels.

Grootschalige opwek Veel mensen vinden het logisch dat een deel van de energie van de toekomst wordt opgewekt met zonnevelden en windturbines. Als dat dichtbij huis moet, dan zijn daarover twijfels en zorgen. Mensen maken zich zorgen over de kwaliteit van het landschap en of hun leefomgeving wel blijft zoals die was. Als het dan toch moet, dan zijn locaties langs wegen en bij bedrijventerreinen het meest geschikt. Hierbij is er wel een uiteenlopend beeld, in sommige gemeenten hebben inwoners voorkeur voor zon, in andere juist voor wind en in weer andere voor een combinatie van zon en wind.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Ook de voorkeur van de omvang en de hoogte verschilt. Als we kijken naar wat mensen belangrijk vinden, dan zien we dat een meerderheid vindt dat er veel aandacht moet zijn voor inpassing. En dat er goed moet worden gekeken naar koppelkansen, zodat we slim omgaan met onze ruimte.

Kwaliteit omgeving Bij kwaliteit van de leefomgeving pleiten inwoners ervoor dat we in de regio natuurgebieden ongemoeid laten, cultuur-historische landschappen beschermen en het Groene Hart intact laten. Met in het bijzonder aandacht voor zichtlijnen en zogenoemde panoramische vensters.

Zorgen Mensen hebben zorgen bij het horen van plannen voor windmolens en zonnevelden. Die zorgen variëren van persoonlijke zorgen tot zorgen voor de verandering in de omgeving. We zien zorgen over: • effecten van geluid; • effecten van slagschaduw; • effect op gezondheid; • effect op natuur/milieu/omgeving.

Lokaal eigendom Mensen zijn positief over het idee om samen met anderen eigenaar te kunnen zijn van een zon- of windproject. De verwachting is dat het ook helpt bij de acceptatie van een wind- of zonneprojecten,aar alleen als inwoners goed bij de plannen zijn betrokken en de velden of turbines goed worden ingepast.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

9 Regionale samenwerking voor RES 2.0 [kader]

Regionale samenwerking voor RES 2.0 in het kort De RES geeft richting over de ambities, de verschillende richtingen en instrumenten, maar de sector is ook nog volop in beweging. Het gaat daarbij om meer inzicht in vraag en aanbod, ontwikkelingen in de markt, wijzigingen in de wet- en regelgeving en technologische innovaties. Het gaat ook om gedragsveranderingen. De RES 1.0 is tot stand gekomen in een samenspel van veel partijen. Formele RES-partners zijn de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het Waterschap Amstel Gooi en Vecht (voor een klein deel) en de dertien gemeentes in onze regio. Daarnaast heeft netbeheerder Liander een belangrijke rol in de energietransitie en dus in de RES. Om de ambities uit te werken en uit te voeren, is verdere samenwerking nodig. Bijvoorbeeld op het vlak van bovenlokale afstemming van de concretisering van de plannen, kennisuitwisseling, maar ook in het kader van de doorontwikkeling tot de RES 2.0. [/kader]

[intro]

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we tot de RES 1.0 zijn gekomen en welke stappen we richting RES 2.0 willen zetten. De RES 1.0 is geen blauwdrukdocument dat de regionale energietransitie tot aan 2050 beschrijft. In het Klimaatakkoord staat dat er elke twee jaar een actualisatie van de RES plaatsvindt. Dat betekent dat we nu – na vrijgave van het document in april 2021 – aan de uitvoering en uitwerking van de RES 1.0 en tegelijkertijd aan de ontwikkeling van de RES 2.0 werken. De RES 1.0 is tot stand gekomen in een samenspel van veel partijen. Formele RES-partners zijn de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het waterschap Amstel Gooi en Vecht (voor een klein deel) en de dertien gemeentes in onze regio. Daarnaast heeft netbeheerder Liander een belangrijke rol in de energietransitie en dus in de RES. De RES geeft richting over de ambities, de verschillende richtingen en instrumenten, maar de sector is ook nog volop in beweging. Het gaat daarbij om meer inzicht in vraag en aanbod, ontwikkelingen in de markt, wijzigingen in de wet- en regelgeving en technologische innovaties. Het gaat zeker ook om gedragsveranderingen. Om de ambities uit te werken en uit te voeren, is verdere samenwerking nodig.

Bijvoorbeeld op het vlak van bovenlokale afstemming van de concretisering van de plannen, kennisuitwisseling,, maar ook in het kader van de doorontwikkeling tot de RES 2.0.

9.1 Governance en samenwerking De RES Holland Rijnland kent aan de ene kant zijn basis in het Regionale Energieakkoord. Aan de andere kant kent deze zijn oorsprong in het Nationale Klimaatakkoord, waarmee gemeenten (via de VNG) hebben ingestemd. De RES maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma RES, een gezamenlijk interbestuurlijk programma van Rijk en decentrale overheden, inclusief de VNG. De RES is een gezamenlijke opgave van de deelnemende overheden. Het programmateam RES ondersteunt hen hierbij. Dit is niet vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling van Holland

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Rijnland . Dat wil zeggen dat het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur geen directe besluiten nemen over de RES. Het gaat immers om meer overheidspartijen dan de dertien gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling. De RES 1.0 is ontwikkeld onder opdrachtgeverschap van het Portefeuillehoudersoverleg (PHO+). In dit overleg worden alle deelnemende overheden en netbeheerder Liander vertegenwoordigd door een portefeuillehouder. Voor gemeenten is dit een wethouder, voor de provincie de gedeputeerde en voor de waterschappen een heemraad. In dit overleg vindt de bestuurlijke afstemming plaats over de gezamenlijke ambitie, richting en benodigde ontwikkelingen en acties binnen de samenwerking. Het PHO+ geeft richting aan het RES-proces en gaat na of de verschillende onderdelen voldoende van kwaliteit zijn om in de RES te komen. Besluitvorming vindt plaats binnen de volksvertegenwoordigende organen van de individuele overheden. Het PHO+ Energie geeft de RES vrij voor besluitvorming binnen de individuele RES-partners. De Stuurgroep treedt op als vooruitgeschoven post van dit PHO+. Deze is gericht op onder meer de (agenda)voorbereiding van het PHO+, contacten met andere RES-regio’s, landelijke vertegenwoordiging (NP RES). Elke subregio (Leidse regio, Rijn- en Veenstreek, en de Duin- en Bollenstreek) is hierin bestuurlijk vertegenwoordigd, net als de provincie en de waterschappen.

Ook Liander is hierin vertegenwoordigd. Voorzitter van PHO+ en Stuurgroep en de bestuurlijke trekker van de RES Holland Rijnland, is de portefeuillehouder Energie binnen het dagelijks bestuur van regio Holland Rijnland. De Programmaraad is een platform dat de Stuurgroep adviseert (zie ook Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Deze bestaat uit vertegenwoordigers van bedrijven, regionale belangenorganisaties, landbouworganisaties, energiecoöperaties, onderwijsinstellingen en milieuorganisaties. Deelnemende partijen zijn LTO, VNO-NCW, de participatiecoalitie, Dunea en Rabobank. De uitvoering en uitwerking van de gezamenlijke opdracht van het PHO+ is belegd bij het regionale (ambtelijke) programmateam. Dit team bestaat uit een programmacoördinator (ambtelijke trekker RES), een programmasecretaris en trekkers/projectleiders voor de uitvoeringslijnen. Dat zijn: Energiebesparing, Zon op daken, Ruimte en energie, Warmte, Duurzame Mobiliteit en Communicatie en Participatie. Een aantal adviseurs ondersteunt het programmateam. De projectgroep RES is de ambtelijke afspiegeling van het PHO+ en is gericht op de voorbereiding van het PHO+. Ook kent elke uitvoeringslijn een (ambtelijke) werkgroep die de inhoudelijke producten en bouwstenen van de RES ontwikkelt. Hierin is elke deelnemende overheid bij keuze vertegenwoordigd.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

roje tgroe en erkgroe en best n uit mbtelijk mede erkers nuit de s men erkende o er eden binnen de regio en i nder

Figuur 9.2.: Organisatie rondom de RES Holland Rijnland De dagelijkse en algemene besturen van provincie, hoogheemraadschap en gemeenten besluiten over de RES 1.0. Vervolgens gaan al deze partijen aan de slag met de uitvoering op de verschillende thema’s. Dat doen ze samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de inwoners. De uitvoering gebeurt op verschillende schaalniveaus: regionaal, subregionaal, lokaal, in kernen, op wijkniveau en per huishouden.

Figuur 9.1 Besluitvorming over de RES Medio 2023 verwerken we de nieuwste inzichten in de RES 2.0. We hopen dan al een stap verder te zijn in het halen van de ambities. Hieronder staat het vervolgproces weergegeven van de RES. Met daarbij een tweejaarlijkse update van de RES tot 2030 en een verankering in het omgevingsinstrumentarium en realisatie van de ambities uit de RES in 2030. Met een doorkijk naar 2050, wanneer we op 100 procent hernieuwbare energie zijn uitgekomen.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Figuur 9.2: proces RES tot 2050: Bron: website NP RES.

9.2 Suggesties voor RES 2.0 We blijven met alle partijen op regionaal niveau samenwerken en afstemmen bij de uitvoering en uitwerking van RES 2.0. We bepalen deze zomer 2021 met elkaar hoe de samenwerking eruit gaat zien. De uitvoering vraagt daarnaast ook belangrijke bijdragen en inspanningen van het Rijk. Consistent en afgestemd beleid van overheden versterkt de haalbaarheid van en draagvlak voor de energietransitie. We hebben voor alle vier de uitvoeringslijnen suggesties en aanvullende instrumenten op een rij gezet om de uitvoering te versnellen en als eventuele aandachtspunten richting RES 2.0. Een deel kunnen we zelf binnen de regio oppakken, voor een ander deel kijken we naar andere overheden en het Rijk.

9.2.1 Energiebesparing Met de beschikbare instrumenten kunnen we aan de slag. Het helpt als er instrumenten en middelen bij komen. We missen de volgende onderdelen: 1. Voor de grootste bouwsteen (warmtebesparing in huishoudens) zijn weinig juridische instrumenten beschikbaar om energiebesparing af te dwingen. Om te zorgen dat elke woning in 2030 minimaal energielabel D heeft, zijn er nu instrumenten beschikbaar waarmee gemeenten woningcorporaties en particuliere woningeigenaren bereiken. Het beschikbare instrumentarium is minder gericht op particuliere woningverhuurders. Voor particuliere verhuurders zijn geen verplichtingen (juridisch). Voor hen is er nauwelijks een prikkel om te investeren in verduurzaming (economisch). Ook richt de communicatie zich nauwelijks op deze doelgroep vanwege het ontbreken van juridische en economische instrumenten. Als ook deze doelgroep in beweging komt, kunnen we meer huishoudens verduurzamen. 2. Investeren in budget en capaciteit

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Voor elk instrument is budget en/of uitvoeringscapaciteit nodig. Het Rijk geeft momenteel een dubbel signaal. Aan de ene kant komt er budget bij voor gemeenten voor de energietransitie. Aan de andere kant wordt er richting2025 stevig bespaard op het energiebesparingsbudget. Dat laatste staat haaks op het uitgangspunt dat energiebesparing een uiterst belangrijk onderdeel is van de energietransitie. Als het Rijk minder investeert, is er voor gemeenten minder slagkracht om doelstellingen te bereiken. 3.

Verkennen lobby In de tweede helft van 2021 verkennen de RES-partners of en hoe een gezamenlijke lobby naar het Rijk op deze punten vorm krijgt. Bijvoorbeeld door deze punten onder de aandacht te brengen bij het NP RES en/of de VNG.

9.2.2 Warmte •

• •

•

•

•

•

•

We nemen alle Transitievisies Warmte (TVW’s) mee en de impact op Regionale Structuur Warmte is bekend. Nu berekenen we de warmtevraag nog voor een groot deel op basis van de Klimaatmonitor en cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Als alle TVW’s klaar zijn, halen we de vraagcijfers uit de TVW’s op. Daarmee worden ze betrouwbaarder, omdat de gemeenten afgewogen keuzen voor warmteoplossingen in buurten hebben gemaakt. Bestuurlijk vastgelegde afspraken over de verdeling van bovenregionale bronnen. Potentie restwarmte uit eigen regio wordt lokaal verder onderzocht. Verschillende bedrijven hebben de potentie om restwarmte te leveren, zoals Heineken, glastuinbouwbedrijven, bakkerijen, et cetera. Gemeenten inventariseren die voor hun TVW’s en dan kunnen die aanbodcijfers worden meegenomen in de totale aanbodcijfers. Verwerken potenties Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN)onderzoek. Het landelijke SCAN-onderzoek naar geothermiepotentie onderzocht ook enkele lijnen die door onze regio (vooral door de Rijn- en Veenstreek) lopen. Daarbij kan winbare potentie voor aardwarmte worden gevonden. Relatie tussen de gebouwde omgeving en glastuinbouw. Glastuinbouw kan een leverancier van restwarmte zijn voor woonwijken. Dat kan lokaal gebeuren of op grotere schaal door koppeling aan een groter warmtenet. Verkenning (ruimtelijke) impact van ondergrondse opslag.

Ondergrondse opslag vraagt veel ruimte en moet zo worden ingericht dat er geen risico’s van interferentie ontstaan. Dat vraagt om onderzoek en regels. Financiële invalshoek. In deze RES kijken we vooral naar de technische mogelijkheden (zijn er bronnen en waar zetten we die in). Financiële afwegingen spelen alleen een rol via de rekenmodellen van onder meer PBL en CE Delft. In de RES 2.0 rekenen we ook de financiële haalbaarheid van de concrete plannen voor warmte(transport)netten door. We moeten de benodigde infrastructuur voor de warmtetransitie ruimtelijk inpassen en borgen. Gemeenten nemen hiervoor een bodem-infrastructuurkaart in de gemeentelijke Omgevingsvisies op. Het opstellen van deze kaart volgt uit de vastgestelde Transitievisie Warmte.

9.2.3 Elektriciteit Om tot realisatie van de regionale ambitie te komen, is het nodig om de vergunningen voor de opwekvoorzieningen per 2025 verleend te hebben. In aanloop hiernaartoe moeten voor de RES 2.0 de volgende stappen worden gezet:

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Afhankelijk van de aard en omvang van het zoekgebied is hierbij bovenlokale (subregionale) of regionale afstemming nodig en wenselijk. Ook de provincie speelt hierin een nadrukkelijke rol. In eerste instantie is hiervoor het volgende nodig: • Nadere uitwerking van de zoekgebieden door de gemeenten. • Inventarisatie van de benodigde aanpassingen (gemeenten, provincie en hoogheemraadshap) van het huidige beleid om tot verdere uitwerking en uitvoering te kunnen overgaan. • Afstemming met de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland , zodat er een integrale ruimtelijke afweging kan plaatsvinden. • Reguliere monitoring op regionale schaal van beleidsaanpassingen en voortgang van de realisatie. • Verdere uitwerking van lokaal eigenaarschap.

9.2.4 Mobiliteit Om de gestelde ambitie en doelstellingen te behalen, zetten de RES-partners (gemeenten, de regio Holland Rijnland, provincie en hoogheemraadschap) extra stappen. Voor de hand ligt dat we inzetten op de bouwblokken en bijpassende maatregelen die verhoudingsgewijs het meeste opleveren en de minste maatschappelijke kosten met zich meebrengen. Dat vraagt om verdere uitwerking waarmee wij na vaststelling van de RES 1.0 en de Regionale Startegie Mobiliteit (RSM) aan de slag gaan. Hiermee geven we invulling aan de Regionale Duurzame Mobiliteitsplannen van het Klimaatakkoord.

9.2.5 Participatie De ingezette participatieprocessen in de dertien gemeenten worden gecontinueerd. Dat gaat over thema’s als energiebesparing over warmte, over zon op daken, over grootschalige opwek van elektriciteit, en over lokaal eigenaarschap. De primaire verantwoordelijkheid voor participatie ligt bij de gemeenten, met monitoring en terugkoppeling van de resultaten op regionale schaal. De uitvoering van deze participatieprocessen gaat in nauw overleg met energiecoöperaties en andere maatschappelijke partijen plaatsvinden. We zien hierbij ook nadrukkelijk een rol weggelegd voor de programmaraad. Waar nodig en wenselijk ondersteunt de regio.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Bijlagen Bijlage 1.1 Samenvattende reactie Wensen en Bedenkingen Bijlage 1.2 Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES met thematische beantwoording Energiesysteem Bijlage 2.1 Eindpresentatie systeemintegratie, energie als samenhangend systeem Inleiding

Energiebesparing Bijlage 3.1 Energiebesparing Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld Mobiliteit

Bijlage 4.1 Uitkomsten onderzoek verduurzaming mobiliteit Holland Rijnland

Warmte

Bijlage 5.1 Toelichting vraag en aanbod dd. 03-02-2021 Bijlage 5.2 Notitie piek- en backupvoorziening dd. 26-01-2021 Bijlage 5.3 Waterstof in de gebouwde omgeving dd. 03-02-2021 Bijlage 5.4 Warmtecascadering dd. 03-02-2021

Elektriciteit

Bijlage 6.1 Impact van RES 1.0 op het energienet RES regio Holland Rijnland Bijlage 6.2 Ruimtelijke Kwaliteit Analyse Bijlage 6.3 Routekaart Zon op dak Bijlage 6.4 Procesbeschrijving van denkrichtingen in Concept RES via Kansenkaart naar Kansrijke gebieden Bijlage 6.5 Handreiking Verankering RES in Omgevingsbeleid Bijlage 6.6 RES 1.0 kaart Bijlage 6.7 Handreiking Omgevingsparticipatie

Participatie

Bijlage 8.1 Uitkomsten regionale enquête over de energietransitie in de RESregio Holland-Rijnland Bijlage 8.2 Uitkomsten aanvullende enquête over de ruimtelijke voorwaarden en financiële participatie

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Lijst van afkortingen en begrippen RES AB BO MIRT College van B&W College van D&H DB ETS GS GWh ISG kV kWh kWp LTO m2 m3 MER MJA MKB Mton MW Natura 2000

Regionale Energiestrategie Algemeen Bestuur Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport College van Burgemeester en Wethouders College van Dijkgraaf en Heemraden Dagelijks Bestuur Europese emissiehandelssysteem Gedeputeerde Staten Gigawattuur Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Kilovolt Kilowattuur Kilowatt piek Land- en Tuinbouworganisatie Vierkante meter Kubieke meter Milieueffectrapportage Meerjarenafspraken Energie-efficiëntie Midden- en kleinbedrijf Megaton Megawatt Gebieden die een deel vormen van het Europese netwerk waarin bepaalde dieren en/of planten en hun natuurlijke omgeving worden beschermd. NAL Nationale Agenda Laadinfrastructuur NNN-gebieden Gebieden in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstukstructuur) NOVI Nationale Omgevingsvisie NP RES Nationaal Programma Regionale Energiestrategie PJ Petajoule PS Provinciale Staten RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Reserve zoekgebieden voor duurzame opwek Zoekgebieden voor wind en zon die die voor zover mogelijk naar evenredigheid worden ingezet ls extr zoekgebied nneer binnen et best nd met ‘reguliere’ zoekgebieden (naar wind of zon) mogelijkheden wegvallen.

TJ Terajoule TWh Terawattuur VV Verenigde Vergadering WKO Warmte- en koudeopslag Zoekgebied voor wind Gebied waarbinnen wordt gezocht naar de mogelijkheden voor toepassing van wind in de vorm van windturbines van minimaal 3,6 MWh

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Zoekgebied voor zon

Gebied waarbinnen wordt gezocht naar de mogelijkheden voor toepassing van (grootschalige) zonneweiden. De omvang van het gebied geeft de ruimte aan waarbinnen gezocht wordt, niet de omvang van de opwek. De totale opwek in een zoekgebied is afhankelijk van de lokale mogelijkheden c.q. omstandigheden.

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

Colofon Samenstelling Floris de Groot (Groen Licht) Jolien Kamermans (Omgevingsdienst West-Holland) Mart Lubben (Quintel) Mirjam Piepenbrink (Holland Rijnland) Martijn Romijn (Holland Rijnland) Anka Silvertand (gemeente Alphen aan den Rijn) Jonneke Stans (EMMA) Peter Swier (Witteveen en Bos) Jeroen Ververs (Holland Rijnland)

Redactie Ton van Dril (Holland Rijnland) Marguerite de Ruijter (EMMA)

Fotografie Natasja Kok (Holland Rijnland)

Vormgeving Joost Nijhof

RES versie 11 d.d. 7-4-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10238438/1