6.1 Bijlage 2. Jaarrekening BSGR 2020 (1910021)
Tekst van het document
Pagina 24 Jaarstukken 2020 BSGR Balie BSGR De balie van de BSGR is in 2020 heel weinig bezocht. Tijdens de (gedeeltelijke) lockdown-perioden is de balie volledig gesloten geweest. Bij het plannen van bezoeken is er in 2020 op gestuurd om zo min mogelijk fysiek bezoek te ontvangen.
Leerbedrijf Bij Informatie & Inning wordt regelmatig gebruik gemaakt van stagiaires vanuit een administratieve opleiding. Zij nemen met name de simpele klusjes uit handen waardoor de eigen medewerkers zich daar niet mee bezig hoeven te houden. De stagiaires worden begeleid door een teamcoördinator en hun eigen stagebegeleider op school. In 2020 is er in verband met de corona-regels maar één stagiaire begeleid.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Bijdrage GDI Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Doorbelasting GDI Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting Gewijzigde Begroting Realisatie 2020 Realisatie versus Realisatie 2019 2020 december 2020 begroting 1.753 1.608 1.603 5 1.614 743 668 659 9 648 148 218 201 17 173 188 212 212 0 147 2.832 2.706 2.675 31 2.582 -2.644 -188 -2.832 0 0 0 0 0
-2.494 -212 -2.706 0 0 0 0 0
-2.463 -212 -2.675 0 0 0 0 0
-31 0 -31 0 0 0 0 0
-2.435 -147 -2.582 0 0 0 0 0
Het programma Informatie en Inning kent in totaal een behaald voordeel op de lasten van € 31 K. De personeelslasten binnen het programma Informatie en Inning laten een onderschrijding zien van € 5K. De post overige goederen en diensten is met € 9K onderschreden. Deze onderschrijding laat zich met name verklaren door lagere bankkosten en drukwerk. De kosten voor automatisering laten een onderschrijding zien van € 17K en worden veroorzaakt door lagere doorbelastingen. Tussen bijdrage GDI en doorbelasting GDI zit per saldo geen verschil.
Pagina 25 Jaarstukken 2020 BSGR 3.2.8 Programma 3: Waarderen Onderwerp De BSGR voert voor haar deelnemers de Wet waardering onroerende zaken (de WOZ) uit. Dit omvat naast het waarderen van objecten tevens het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een juiste jaarlijkse waardebepaling en waardevaststelling van die objecten te komen. Deze gegevens en waarden worden beschikbaar gesteld aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt onder andere het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en andere Basisregistraties (bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten). Alle activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van waarde-bezwaren (WOZ-bezwaren), het afhandelen van ingebrekestellingen wegens het uitblijven van een uitspraak binnen de wettelijke beslistermijn met betrekking tot deze bezwaren alsmede het voeren van verweer tegen WOZ-, plicht- en maatstafberoepsschriften horen tevens binnen het takenpakket van de afdeling WOZ. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit met ondersteuning van inhuurkrachten in piekperioden of wanneer extra inzet gezien de deadlines noodzakelijk wordt geacht. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform het toetsingskader alsmede de richt- en tijdslijnen van de Waarderingskamer (WAKA).
Zij houdt periodiek toezicht, controleert en beoordeelt gemeenten en samenwerkingsverbanden op de uitvoering van de Wet WOZ. Het normenkader van de ISAE type II verklaring vindt qua interne beheersingsmaatregelen aansluiting op het normen- en toetsingskader van de Waarderingskamer.
Wat hebben we gedaan? In het jaar 2020 heeft de Corona-pandemie veel invloed gehad op de uitvoering van reguliere- en projectmatige werkzaamheden. Het heeft enige tijd geduurd voordat medewerkers zich hadden aangepast aan de nieuwe manier van werken en communiceren met elkaar. Het vele thuiswerken is voor een groot deel van de medewerkers een uitdaging geweest die door allerlei omgevingsfactoren (thuislerende kinderen, met meer mensen thuiswerken op een kleine oppervlakte en/of eenzaamheid) soms het uiterste van mensen heeft gevergd. Inzet van nieuwe communicatiemiddelen en het beschikbaar stellen of uitbreiden van tools waarmee beter inzicht kan worden verkregen in de (eigen) voortgang van deelprocessen heeft geleid tot het vergroten van zelfredzaamheid en autonomie. Lopende het jaar heeft het grootste deel van de medewerkers op de afdeling, in voorkomende gevallen door een combinatie van thuiswerken en op kantoor werken, hierin een beter evenwicht gevonden. Een verdere stijging in het aantal WOZ-bezwaren, areaaluitbreiding, de tijdelijk ‘dubbele’ werkzaamheden op het gebied van gegevensbeheer in het kader van de overgangsfase naar ‘waarderen op gebruiksoppervlakte’ alsmede het absorberen en finetunen van restanten objecten uit dit project, hebben tegelijkertijd wel hun wissel getrokken op de reguliere deelprocessen. Belangrijke verdere ontwikkelingen zijn in 2020 geweest:
De Waarderingskamer heeft in april en oktober haar terugkoppeling op de jaarlijkse rapportages aan de BSGR gedaan. Afgelopen jaar is met name op het vlak van de aansluiting van gegevens uit de belastingapplicatie op de LV-WOZ veel aandacht besteed, in samenwerking met Centric en de Waarderingskamer. Dit heeft geleid tot een veel betere aansluiting en enorme afname van verschillen. Op alle vlakken zijn de afwijkingen teruggebracht tot binnen de normafwijkingen zoals de Waarderingskamer deze hanteert. Slechts bij één van de gemeenten (Leiden) is nog sprake van een afwijkend (klein) verschil tussen de eigen opgave en de gegevens zoals deze door de Waarderingskamer uit de LV-WOZ zijn onttrokken. Deze zijn geanalyseerd en zijn c.q. zijn/worden op korte termijn nogmaals aangeboden aan de LV-WOZ. Daarnaast is in de periode juni-juli 2020 een onderzoek Interne Beheersing wet WOZ (inclusief veldcontrole) uitgevoerd door de Waarderingskamer. Het definitieve rapport is eind september opgesteld en aan de regiefunctionarissen toegezonden. Het uitgebrachte rapport onderschrijft ons
Pagina 26 Jaarstukken 2020 BSGR inziens het niveau van de uitvoeringsprocessen zoals deze door de BSGR worden uitgevoerd en sluiten aan bij de beheersmaatregelen die door de afdelingen WOZ en Heffen ook in de ISAE 3402 type II worden geborgd. We zijn er trots op dat de interne beheersingsmaatregelen wederom als ‘goed’ gekwalificeerd zijn, op alle in het onderzoek betrokken (10) deelprocessen. Voor de kwaliteitsrapportage Herwaardering belastingjaar 2021 heeft de Waarderingskamer dit jaar de gemeente Leiderdorp middels onderzoek ‘ter plaatse’ beoordeeld. Voor de overige gemeenten heeft digitale opgave van de gegevens plaatsgevonden op basis van een voortgangspercentage van minimaal 90%. De algemene toestemming om de aanslagen voor belastingjaar 2021 te mogen verzenden is medio januari 2021 ontvangen; de bijbehorende rapportages zullen naar verwachting eind januari 2021 aan individuele gemeenten ter beschikking worden gesteld.
Het aantal nog te waarderen objecten is eind 2020, mede als gevolg van de opgelopen aantallen bezwaar- en beroepsschriften, de areaaluitbreiding alsmede de inzet en samenloop met het project óver naar gebruiksoppervlakte’, iets toegenomen. De aantallen nog te waarderen objecten hebben in 93% van de gevallen betrekking op belastingjaar 2020. Deze aantallen vallen voor de gemeenten Zoeterwoude, Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest binnen de normaantallen van de Waarderingskamer. Voor de overige gemeenten wordt met name op de niet-woning objecten een toenemende achterstand zichtbaar.
Nog te waarderen objecten (31-12-2020) 1000 800 600 400 200 0
838 352
321
350
423
78
Met de toetreding van de gemeente Leiderdorp per 1 januari 2020 is door de gemeente Leiderdorp additioneel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van benodigde opwerkacties uit het verleden; voor een klein deel hiervan is het niet gelukt deze in 2020 af te ronden. Als gevolg van een nadere inventarisatie van objectkenmerken bij de niet-woningen, zal een aanzienlijk deel van deze objecten pas later in het jaar op aanslag gaan.
Tevens zijn er voor de toetreding van de gemeente Velsen per 1 januari 2021 de nodige voorbereidingen en controlewerkzaamheden uitgevoerd welke betrekking hadden op zowel de volledigheid als de kwaliteit van de gegevens. De conclusie is dat additionele middelen ter beschikking moeten worden gesteld om een benodigde aanvullende kwaliteitsslag te kunnen maken.
De (mogelijke) invloed van duurzaamheidelementen op de WOZ-waarde blijft een actuele discussie evenals de vraag vanuit gemeenten of deze elementen buiten de WOZ-waarde en/of OZB aanslag gehouden kunnen worden. Het kabinet geeft aan in 2021 diverse opties nader te (laten) onderzoeken. Binnen het huidige stelsel worden subsidies of ‘groene’ heffingskortingen op dit moment als beste opties genoemd om verduurzamingsmaatregelen te stimuleren en tegelijkertijd (ongewenste) stijging van lokale lasten te voorkomen/reduceren. De afdeling WOZ heeft voor belastingjaar 2021 wederom een analyse uitgevoerd op de invloed van duurzaamheidselementen op de WOZ-waarde. Naast het gegeven dat voor een juiste toepassing een volledige inventarisatie van duurzaamheidselementen noodzakelijk zou zijn (gelijkheidsprincipe)
Pagina 27 Jaarstukken 2020 BSGR is uit deze analyses vooralsnog niet gebleken dat er een specifiek toe te wijzen waardeverschil is op basis van bepaalde (en te benoemen) duurzaamheidsaspecten.
Voor met name de niet-woningen heeft het vraagstuk omtrent de invloed van coronamaatregelen op WOZ waarderingen voor belastingjaar 2021 een rol gespeeld in de herwaarderingsactiviteiten. Besloten is de richtlijnen uit het rapport van het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokale Overheden (ESBL), in opdracht van de Waarderingskamer uitgevoerd, te volgen. De conclusie is daarbij dat de huidige wettelijke systematiek van de Wet WOZ gemeenten en uitvoeringsorganisaties slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer deze leiden tot substantiële gebruiksbeperkingen van specifieke (typen) objecten, de mogelijkheid biedt om de invloed van coronamaatregelen tot uitdrukking te laten komen in de WOZ waarden van aankomend jaar.
Op het gebied van de Samenhangende objectenregistratie (SOR) zijn in 2020 geen grote stappen gemaakt anders dan dat het erop lijkt dat de WOZ, in tegenstelling tot eerdere berichtgeving, geen integraal onderdeel zal gaan uitmaken van de SOR. Op landelijk niveau is wel vormgegeven aan de uitwerking van de doorontwikkeling van bestaande geo-basisregistraties tot een SOR waarbij een consultatie over het conceptueel model is uitgeschreven. Gemeenten en uitvoeringsorganisaties hebben eind 2020 de mogelijkheid gekregen om op de algemene uitgangspunten of specifieke thema’s (zoals onder andere ‘gebouwen’) te reageren.
Op het project ‘van inhoud/bruto vloeroppervlakte naar gebruiksoppervlakte’ zijn in 2020 verdere stappen voorwaarts gemaakt; het voortgangspercentage op totaalniveau zit rond de 80%. De gemeenten Gouda, Leiden, Leiderdorp en Voorschoten zijn (nagenoeg) geheel afgerond en komen daarmee in de procesfase terecht. De laatste objecten (maximaal 5% per gemeente) zullen in het reguliere proces worden geabsorbeerd. Voor de procesfase zijn, na de finale-aanlevering van de gegevens aan de BAG afdelingen van de gemeenten, nadere afspraken uitgewerkt. Het is niet ondenkbaar dat werkwijzen per gemeente gaan verschillen; de BAG afdelingen zijn niet in elke gemeente op hetzelfde kwaliteitsniveau ingericht. Dit komt de uniformiteit en daarmee de mogelijk te behalen efficiencywinst in de toekomst niet ten goede.
De gemeenten Gouda en Leiderdorp zijn, als Pilot-gemeenten binnen de BSGR, voor belastingjaar 2021 (waardepeildatum 1 januari 2020) voor het eerst op gebruiksoppervlakte gewaardeerd. Het toegekende budget zal niet toereikend zijn om het project (tijdig) in de eerste helft 2021 af te ronden. De (tijds)inzet op de complexere vrijstaande (en in mindere mate ook de niet uniforme 2/1 kapwoningen) is aanzienlijk hoger dan op basis van de beschikbare kengetallen en bandbreedtes, op landelijk niveau, bij aanvang van het project ingecalculeerd waren. Deze leggen een dermate druk/beslag op de capaciteit dat naar alle waarschijnlijkheid alternatieven aangewend moeten worden om deze categorieën (tijdig) te kunnen afronden. Keuzes zullen slechts, na overleg met de desbetreffende gemeente(n), uitgevoerd worden wanneer het minimaal te behalen kwaliteitsaspect gewaarborgd kan worden.
Pagina 28 Jaarstukken 2020 BSGR
Persoonlijke ontwikkeling van medewerkers op het gebied van vakbekwaamheidseisen en toekomstontwikkelingen (met name op het gebied van data-gedreven werken en toepassing van Artificial Intelligence en Machine Learning) blijft een speerpunt en heeft in 2020 de benodigde aandacht gehad. Ook de Waarderingskamer zal hier, in de periodieke rapportages, veel aandacht voor blijven vragen (zie oktoberrapportage 2020 en werkplan 2021: www.waarderingskamer.nl). De huidige arbeidsmarkt lijkt zich in de Corona-periode voor een overheidsinstantie als de BSGR wat ‘gunstiger’ te ontwikkelen. De overheid als werkgever wordt door haar stabiliteit als een meer aantrekkelijke werkgever ervaren. We streven ernaar in 2021 de inhuurcapaciteit geleidelijk verder om te zetten naar structurele inzet. Op alle functies staan eind 2020, mede gezien de uitbreiding met de gemeenten Velsen per 1 januari 2021, vacatures open.
Ook in 2020 heeft de stijgende tendens van het aantal bezwaarschriften helaas doorgezet met als gevolg een toename van circa 16%. Daarnaast dienden er in 2020 nog 1560 bezwaren betrekking hebbend op belastingjaar 2019 afgedaan te worden. Deze ‘oude’ bezwaren zijn nagenoeg allemaal tijdig op uitspraak gegaan. Er is in de 2e helft van 2020 de keuze gemaakt om, met ondersteuning van inhuurcapaciteit, extra in te zetten op de afhandeling van de bezwaarschriften om enerzijds zo min mogelijk achterstanden over te hevelen naar kalenderjaar 2021 en anderzijds de uitkomsten van de bezwaren tijdig mee te kunnen nemen in de herwaardering belastingjaar 2021, ter voorkoming van herstelwerkzaamheden en/of herhalingsbezwaren.
Het aantal ingediende niet-woning bezwaarschriften lijkt wederom wat terug te lopen waarbij wel aangetekend moet worden dat het aantal bezwaren over belastingjaar 2020 in de loop van 2021 nog zal toenemen door de achterstand op het aantal openstaande nog te onderzoeken objecten. Deze objecten zullen niet eerder dan in 2021 op aanslag gaan en zorgen voor een toename van het aantal bezwaren over belastingjaar 2020.
Pagina 29 Jaarstukken 2020 BSGR Het aantal woningbezwaren is voor belastingjaar 2020 wederom gestegen en bevindt zich boven de landelijke norm: de toename is echter iets minder dan de landelijke stijging.
De informele bezwaarafhandeling heeft, als gevolg van de uitbraak van Corona, op een andere wijze plaatsgevonden dan vooraf gecommuniceerd. De informele afhandeling op locatie voor de gemeenten Zoeterwoude en Bodegraven-Reeuwijk heeft niet/slechts gedeeltelijk plaatsgevonden en is omgezet in informele telefonische afhandeling. Daarnaast is deze met circa 2 weken uitgebreid om te kunnen voldoen aan de aanvragen.
De toename in de WOZ bezwaren op objectniveau bedraagt circa 12%. Daarmee benadert het percentage WOZ bezwaren ingediend via NCNP bureaus en andere gemachtigden bij de BSGR inmiddels het landelijke percentage (42,5% BSGR vs 40,4% landelijk, bron: www.waarderingskamer.nl – Feiten over de WOZ). Daar waar BSGR voorgaand jaar al te maken heeft gehad met een enorme stijging, is deze nu op landelijk niveau meer zichtbaar geworden. Niet alleen het aantal NCNP bezwaren maar ook de omvang van de bezwaarschriften in de vorm van de benoemde grieven en aanvullende stukken neemt enorm toe, hetgeen een steeds langere/uitgebreidere afhandelingstijd tot gevolg heeft.
De uitkomst van het door de minister van Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegde onderzoek naar ongewenste effecten van NCNP-bureaus is wederom uitgesteld en wordt nu in de eerste helft van 2021 verwacht. Hieruit zal mogelijk blijken of de huidige systematiek landelijk blijft bestaan of dat er voor aanpassingen of alternatieven gekozen zal gaan worden. Echter wanneer men waarderen juridisch lijkt te blijven vertalen als een ‘wiskundige, vaststaande berekening’ in plaats van de definitie zoals deze bedoeld is, namelijk ‘zo goed mogelijk schatten of benaderen’, zullen de ingediende bezwaren door (m.n.) NCNP bureaus naar verwachting blijven stijgen, zeker in een (explosief) stijgende markt welke bovendien te maken heeft met stijgende gemeentelijke lasten.
Pagina 30 Jaarstukken 2020 BSGR Het aantal gegronde bezwaren op regelniveau vertoont de afgelopen jaren een stabiel beeld (circa 45-46%).
Op 31 december 2020 was 95,5% van de bezwaarschriften belastingjaar 2020 afgerond, ten opzichte van 83% per 31 december 2019. Er stonden nog 431 objecten open waarvoor een uitspraak moest worden verzonden; hiervan moest voor 185 bezwaarde objecten nog een taxatietechnisch advies worden opgesteld. Met dagtekening 24 december 2020 zijn (uit voorzorg voor tijdige ontvangst en ter voorkoming van ingebrekestellingen) 843 verdagingsbrieven verzonden waarin, op grond van artikel 7:10 lid 3 Algemene wet bestuursrecht, aangegeven is dat de uitspraken binnen 6 weken na 1 januari 2021 worden verzonden. In de laatste weken van 2020 is door extra inzet van de groep juridisch medewerkers voor de helft van de objecten waarvoor een verdagingsbrief is verzonden alsnog tijdig een uitspraak op bezwaar verzonden.
In het verlengde van de stijging van het aantal WOZ bezwaren, is ook een stijging van het aantal beroepszaken over 2020 te verwachten; deze is echter nog niet zichtbaar. Een deel van de beroepsschriften zal, naar aanleiding van de verzending van de uitspraak op bezwaar in december 2020 alsmede het nog moeten afdoen van circa 5% van de bezwaren in januari en februari 2021, pas in 2021 binnenkomen. De conclusies voor belastingjaar 2020 zijn derhalve nog onvolledig. Als gevolg van de maatregelen rondom Corona, zijn de zittingen bij de rechtbank een aantal maanden opgeschort geweest. Vanaf de zomerperiode vinden zittingen weer plaats middels beeldbellen. Het zal nog enige tijd duren voordat de ontstane achterstand is ingelopen. In combinatie met de langere verwerkingstijd die de rechtbank ook al in 2019 nodig leek te hebben, staan er momenteel 158 WOZ beroepsdossiers ter verwerking open bij de rechtbank (t.o.v. 60 beroepsschriften eind 2019). Voor het aantal ingediende plicht-, maatstaf en parkeerberoepen lijkt de ingezette daling in beroepszaken zich verder door te zetten maar ook hier is mogelijk nog sprake van een klein ‘na-ijleffect’
Pagina 31 Jaarstukken 2020 BSGR Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Project resterende opschoningsact. Leiderdorp LV WOZ Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2020
Gewijzigde Begroting december 2020
Realisatie 2020
Realisatie versus Realisatie 2019 begroting
2.386 328 365 295 0 0 3.374
2.699 704 389 411 100 1 4.304
2.678 788 452 409 99 1 4.427
22 -84 -63 2 1 0 -123
2.287 549 272 286
-3.079 -3.079 295
-3.893 -3.893 411
-295 0
-411 0
-4.017 -4.017 409 0 0 -409 0
125 125 2 0 0 -2 0
-3.109 -3.109 286 0 0 -286 0
3.394
Het programma Waarderen kent in totaal een behaald nadeel op de lasten van € 123 K. De personeelslasten binnen het programma Waarderen laten een onderuitputting zien van € 22K. De hogere uitgaven (€ 84K) bij overige goederen en diensten worden verklaard door een hoger aantal vergoedingen voor proces-, gerechts- en griffiekosten. De uitgaven voor automatisering laten een overschrijding zien van € 63K en worden veroorzaakt door lagere kosten (€ 4K) en anderzijds door hogere doorbelastingen (€ 67K). De geringe onderuitputting bij het project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak leidt tot een zelfde lagere onttrekking uit de bestemmingsreserve. De geringe onderuitputting bij het project resterende opschoningsactiviteiten Leiderdorp leidt tot een zelfde lagere bijdrage van de deelnemer. Omdat de werkzaamheden nog niet zijn afgerond zullen de resterende activiteiten in 2021 worden voortgezet.
Pagina 32 Jaarstukken 2020 BSGR 3.2.9 Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur & beleid en de P&O werkzaamheden. Ook zijn de kosten van de leidinggevenden van de afdelingen in het primaire proces onder dit programma verantwoord conform in het BBV over het taakveld overhead staat beschreven.
Wat hebben we gedaan? In februari 2021 is de ISAE3402 type II-rapportage over 2020 opgesteld en voorzien van een goedkeurende verklaring van de accountant. Het betrof wederom een schone verklaring zonder beperking. In januari 2021 is de managementletter van de accountant verschenen. In hoofdlijnen kan worden gesteld dat de accountant voor 2021 vooral aandacht vraagt voor het opzetten van een verbijzonderde interne controle (VIC). Momenteel wordt hier aan gewerkt en het is het voornemen om een voorstel in de bestuursvergadering van april aan het algemeen bestuur voor te leggen. Ten aanzien van de punten van de vorige managementletter (2019) merkt de accountant op dat deze punten naar tevredenheid zijn opgepakt. Aan de opmerkingen over de IT omgeving voor de bedrijfsvoering zal nog nadere aandacht gegeven worden. Er is in 2020 één Europese aanbesteding gehouden. Dit betrof de bancaire dienstverlening. Deze is medio 2020 afgerond en heeft geleid tot een nieuw contract met dezelfde aanbieder. Het jaar 2020 is gewerkt met verplichtingen in de financiële administratie. Dit is gedaan met het programma Elvy dat bij meerdere belastingsamenwerkingen wordt gebruikt. Doel hiervan is om sterker te sturen op inzet van productiemiddelen en resultaat. Vanuit P&O is er verder uitvoering gegeven aan personeelsontwikkeling binnen de BSGR (zie verder onder paragraaf 3.3.3).
De taken van bestuur en beleid hebben zich met name geconcentreerd op informatiebeveiliging en privacy. (zie paragraaf 3.2.1)
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaalslasten Automatiseringskosten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2020
Gewijzigde Realisatie 2020 Begroting december 2020 1.140 1.041 1.041 235 230 214 483 565 577 804 771 770 349 270 266 3.012 2.877 2.867
-3.012 -3.012 0 0 0 0 0
-2.877 -2.877 0 0 0 0 0
-2.867 -2.867 0 0 0 0 0
Realisatie versus begroting 0 17 -12 1 4 10 0 -10 -10 0 0 0 0 0
Realisatie 2019
1.023 201 519 747 242 2.731 -2.731 -2.731 0 0 0 0 0
Pagina 33 Jaarstukken 2020 BSGR Het programma Overhead laat aan de lastenkant een voordeel zien ad € 10 K. De kapitaalslasten zijn onderschreden met een bedrag ad € 17K vooral als gevolg van vertraging in het gereed komen van investeringen. Er is sprake van een nadeel op de automatiseringskosten ad € -12K. Dit wordt veroorzaakt door hogere kosten kantoorautomatisering en overige automatiseringskosten. De onderschrijding met betrekking tot de huisvestingslasten bedraagt € 1K vanwege een voordelige afwijking in de doorbelaste kosten voor de huur parkeerplaatsen. Overige goederen en diensten laten een onderuitputting zien ad € 4K en hebben met name betrekking op de externe advies- en accountantskosten.
3.2.10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 8) voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Binnen dit programma zijn onder andere de deelnemersbijdragen en de post Flankerend Beleid ondergebracht. Daarnaast komen de financieringslasten en -baten in dit programma tot uitdrukking.
Wat hebben we gedaan? De post Flankerend Beleid wordt vanwege de privacy van de betrokken medewerkers verantwoord in het programma “Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien”. De geraamde onttrekking aan de bestemmingsreserve Flankerend beleid vindt eveneens plaats binnen dit programma.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000
Primaire Begroting 2020
Lasten
Gewijzigde Begroting december 2020
Realisatie 2020 Realisatie versus begroting
Realisatie 2019
Onvoorzien
100
8
0
8
0
Flankerend beleid
100
54
62
-8
16
Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Overige opbrengsten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
200
62
62
0
16
-100 0 -100 100
81 -9 72 134 -80
154 -10 144 206
-73 1 -72 -72 -80
-100 0
-54 0
-62 144
8 -144
-85 -10 -95 -79 0 0 -16 -95
Het totale voordeel op de lasten bedraagt € 0K waarbij de resterende post Onvoorzien niet is aangewend en de uitgaven voor flankerend beleid met 8K zijn overschreden. Het nadeel aan de batenkant is per saldo het gevolg van de realisaties per programma.
Pagina 34 Jaarstukken 2020 BSGR 3.3
Paragrafen
3.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. De BSGR heeft een totaal eigen vermogen per 1 januari 2020 van € 1.524K. Het eigen vermogen per 1 januari 2020 is samengesteld uit de algemene reserve ad € 624K, de bestemmingsreserve Flankerend Beleid ad € 432K en de bestemmingsreserve project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak ad € 373K. Daarnaast bedroeg het nog te besteden rekeningresultaat over 2019 € 95K. Van het eigen vermogen is alleen de algemene reserve ad € 624K vrij besteedbaar. In de loop van het jaar is voor € 471K onttrokken aan de bestemmingsreserves waardoor er exclusief het negatieve rekening resultaat € 1.053K resteert aan eigen vermogen. De BSGR beschikt over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt € 100K. Echter vanwege een forse en onvoorziene kostenontwikkeling op de proceskosten moest deze post bij de laatste begrotingswijziging in december bijna geheel worden afgeraamd.
Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende:
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen, ICT, samenstellen belastingrapportage en privacy zijn ingericht. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven, is het raamwerk voor 2020 bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage.
Pagina 35 Jaarstukken 2020 BSGR Ultimo 2020 worden de volgende risico’s onderkend: Risico's
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. Het actuele Informatiebeveiligingsplan is op 23 november 2020 door de directeur van de BSGR vastgesteld. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen.
Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Flankerend beleid Door een veranderende werkomgeving en het gebrek aan het juiste kennis niveau, zullen additionele stappen ondernomen moeten worden om medewerkers zo efficient en effectief mogelijk hun werk uit te kunnen laten voeren.
De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.
Binnen de afdelingen wordt ingezet op flankerend beleid: daar waar een Hiervoor is een medewerker niet (meer) in staat is de steeds sneller elkaar opvolgende bestemmingsontwikkelingen in de arbeidsinhoud (o.a. als gevolg van basisregistraties) bij reserve te benen zal naar (waardige) alternatieven moeten worden gezocht. Dit beschikbaar van beleid zal additionele kosten met zich meebrengen. Tevens worden waar ca. € 371K nodig middels persoonlijke ontwikkelgesprekken medewerkers voorbereid op veranderingen in de in- en externe omgeving.
Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een tot kostenstijging en vermindering van de begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit. harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt. Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is ontstaan in de gegevensverwerking en de cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte heeft in de bestaande kasstromen. omvang hiervan.
Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf De afspraken met de deelnemers zijn vastgelegd in de aangepaste deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben dienstverleningsovereenkomst, waarin tevens verwezen wordt naar het uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een besluit van het AB d.d. 27 maart 2014 inzake uittreding. Inmiddels heeft het deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering algemeen bestuur - vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van de Wet gewaarborgd te zijn. gemeenschappeljke regelingen- op 25 juni 2020 ingestemd met een geactualiseerde tekst aangaande een uittredingsbepaling. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency maatschappelijke onrust kunnen een negatieve centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe uitwerking hebben op de reputatie en goede naam. dienen de website en management informatie.
gemitigeerd
gemitigeerd
vrijwel nihil
gemitigeerd
gemitigeerd
Pagina 36 Jaarstukken 2020 BSGR Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat.
Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Afloop huurcontract M.i.v. 2022 verloopt het huurcontract van het kantoor waar de belastingsamenwerking in gevestigd zit.
Vervanging belastingapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zij niet zonder meer met derden mogen delen. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy stond dan ook periodiek op de agenda van werkoverleggen/MT-vergaderingen. Daarnaast werd jaarlijks, door medewerkers die zich bezighouden met het onderwerp Privacy en Informatiebeveiliging, een update gegeven van de stand van zaken. Afgelopen jaar is als gevolg van de Coronapandemie hier noodgedwongen op een andere wijze invulling aangegeven door o.a. een variërende privacy pubquiz en is in praktijk de alertheid van medewerkers op phishingmail getest.
De BSGR stuurt sterk op de kosten.
gemitigeerd
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 € 1.200K in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande jaarlijks voor de koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, deelnemers voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2020 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is.
Indien de afloop van het huurcontract leidt tot een verhuizing dan is er niet p.m. voorzien in de kosten van eenmalige verhuizing en inrichting. Eerste halfjaar 2021 zal het gesprek met de huidige verhuurder om al dan niet te verlengen worden aangegaan. Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in € 1.100K de eenmalige licentiekosten. Omdat er nog geen sprake is van een concrete casus kan in de kwantificering uitlsuitend uitgegaan worden van een schatting.
Pagina 37 Jaarstukken 2020 BSGR Risico's (vervolg) ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.
p.m.
De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.
Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer
In de huidige begrotingsmethodiek zijn areaal-ontwikkelingen per 2021 in de Gemitigeerd deelnemerbijdrage verdisconteerd. Insteek is eenmaal per drie jaar een update qua areaalontwikkelingen door te rekenen en de kosten hiervan in de begroting mee te nemen.
NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNP-bureaus € 400K per 2021 laat op zich wachten.De uitkomst van het door de minister van Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegde onderzoek naar ongewenste effecten van NCNP-bureaus is wederom uitgesteld en wordt nu in de eerste helft van 2021 verwacht. De BSGR kan op deze ontwikkeling geen invloed uittoefenen. Binnen de begroting is geen ruimte (meer) om een verdere kostenstijging op te vangen. UItgaande van een gelijke stijging in % bezwaren als in 2020 bedraagt het tekort in 2021 € 400K.
Op basis van de benoemde risico’s is door middel van een risicoweging, op grond van een in gemeenteland gangbare methodiek, een inschatting gemaakt van het financiële risico dat wordt gelopen. Risico's
risicobedrag
Niet voldoen aan wet- en p.m. regelgeving Afloop huurcontract p.m. Vervanging belastingapplicatie € Landelijke ontwikkelingen ICT p.m. zoals common-ground en het WOZ convenant Maatwerk p.m. NCNP bezwaren € Berekend risico af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
1.100.000
400.000
jaar
kans
gewogen
2021
0,1 p.m.
2022 2022 2021
1 p.m. 0,50 € 550.000 0,75 p.m.
2021 2021
0,75 p.m. 0,75 € 300.000 € 850.000 € 480.000 € 370.000
Pagina 38 Jaarstukken 2020 BSGR Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: Jaarverslag 2020 Kengetallen Netto schuldquote
Verloop van de kengetallen Real. 2020 -4,7%
Begr. 2020 -1,4%
Real. 2019 -9,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-4,7%
-4,7%
-9,5%
7,7%
10,2%
12,3%
Structurele exploitatieruimte
-1,2%
0,0%
0,9%
Grondexploitatie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de BSGR in staat is om aan de financiële verplichtingen op langere termijn te kunnen voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een kengetal van 0,3 tot 0,8 wordt doorgaans als matig tot voldoende gezien. Een lagere ratio geeft aan dat er relatief veel vreemd vermogen is. Gezien de aard van de BSGR, die gelegen is in het innen en het doorstorten van gelden, en de keuze voor een beperkt eigen vermogen is een solvabiliteit van 7,7% aan de lage kant maar wel acceptabel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen.
Een kengetal groter dan nihil duidt op structurele ruimte. Aangezien het kengetal negatief uitkomt is er geen structurele ruimte aanwezig voor o.a. nieuwe ontwikkelingen.
Pagina 39 Jaarstukken 2020 BSGR 3.3.2 Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het treasurybeheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut. Het Treasurystatuut is in 2014 geactualiseerd naar aanleiding van het schatkistbankieren en in de vergadering van 16 juni 2014 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het Treasurystatuut zijn tevens de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Krediet- (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koers-, valuta- en debiteurenrisico’s worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk.
De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom binnen de BSGR zijn strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier en daaraan gekoppeld, vanwege het schatkistbankieren, op twee rekeningen courant bij het agentschap van het Ministerie van Financiën. Kasgeldlimiet en renterisiconorm De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. In 2020 is, net als in de voorgaande jaren, geen gebruik gemaakt van kortlopende of langlopende financiering. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren moet de BSGR een rekening-courant bij de Schatkist aanhouden waar de overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden.
De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met de Schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze in de Schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 0,75% van het totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 250K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht. 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Totaal x € 1.000 2020 2020 2020 2020 2020 Drempelbedrag Drempelbedrag 250 250 250 250 250 Gemiddeld werkelijk 0 0 0 0 0 Verschil 250 250 250 250 250
Pagina 40 Jaarstukken 2020 BSGR Huisbankier ING Bank is vanaf 1 januari 2016 de huisbankier. EMU-saldo Als gevolg van de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort van 3% van Nederland is 0,3% voor de decentrale overheden. Aangezien er sprake is van een negatief saldo draagt de BSGR in negatieve zin bij aan het EMU-saldo van de decentrale overheden. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: EMU saldo 2020 Omschrijving Realisatie 2020 Begroting 2020 Realisatie 2019 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 615 545 207 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 214 230 201 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa -105 -194 -182 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo 724 581 225
Dat het saldo 2020 zoveel anders is als 2019 komt doordat het exploitatiesaldo in 2020 lager uitkomt vergeleken met 2019 .
3.3.3 Prognose EMU-saldo Conform de artikelen 3 en 4 BBV onderstaand een meerjarige doorwerking van het EMU saldo. Omschrijving
realisatie 2020 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten
615 214
545 230
244 249
185 249
249
249
105-
194-
497-
125-
125-
125-
Saldo
724
581
-4
309
124
124
Pagina 41 Jaarstukken 2020 BSGR 3.3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Per 1 januari 2020 is de formele functieformatie uitgebreid met 2,5 fte door de toetreding van de gemeente Leiderdorp en bedraagt 92,95 fte. Op 31 december 2020 bestaat de bezetting uit 82,2 fte (93 medewerkers, incl. 1 gedetacheerde medewerker). De vacatureruimte bedraagt eind december 11,57% wat op de totale formatie fors is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de formatie-uitbreiding met 2,5 fte door de toetreding van Leiderdorp zonder overkomst van personeel. Op 31 december 2019 bedroeg de vacatureruimte 12,30%. Waar het reguliere werkzaamheden betreft wordt de onderbezetting waar mogelijk opgevangen door tijdelijke inhuur. Daarnaast is er bovenop de formele formatie sprake van een flexibele schil aan inhuurkrachten. Insteek is deze flexibele schil zoveel mogelijk te minimaliseren en te vervangen door medewerkers in dienst van de BSGR. Dit uiteraard binnen de geaccordeerde financiële ruimte. Eind 2020 heeft de BSGR een voorstel gemaakt voor een gewijzigde functieformatie op basis van actuele werkzaamheden en aantallen. Inhuur is hierbij omgezet naar structurele formatie waar het gaat om structureel werk waardoor de formatie aanzienlijk hoger gaat uitvallen. Indien deze wordt geaccordeerd is het de bedoeling deze exercitie jaarlijks samen met de medewerkers uit te voeren.
Op deze wijze kan ook worden aangesloten bij de voorstellen voor een nieuwe cao waarin een jaarlijkse meting van de werkdruk wordt gevraagd. Het aantal medewerkers dat in dienst is getreden (15) en het aantal medewerkers dat uit dienst is getreden houdt elkaar in 2020 nagenoeg in evenwicht. Van de 13 medewerkers die de organisatie hebben verlaten, gingen drie medewerkers met (vervroegd) pensioen. De overige medewerkers gingen een nieuwe uitdaging elders aan. De te verwachten transitie van applicatiebeheer on premise naar beheer in de cloud van Centric heeft hier een belangrijke rol in gespeeld waardoor applicatiebeheerders naar een andere baan zijn gaan uitkijken. Saillant is dat één van de medewerkers die een nieuwe uitdaging aanging op 1 november opnieuw in dienst is getreden vanwege de prettigere werksfeer binnen de BSGR. De BSGR heeft de trend die vorig jaar is ingezet weten vast te houden en het afgelopen jaar opnieuw een aantal jonge, recent afgestudeerde HBO/WO’ers op niveau weten aan te trekken. Deze jonge instroom draagt bij aan het streven om te komen tot een meer evenwichtige leeftijdsopbouw van het personeelsbestand en leidt vooral bij de afdelingen Heffen en I&I tot een kwaliteitsimpuls.
Het bezettingsoverzicht exclusief inhuur/uitzendkrachten per eind december 2020 ziet er als volgt uit: Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
Formele Aantal Aantal Bezetting (FTE) Bezetting (FTE) formatie medewerkers medewerkers 31-12-2020 31-12-2019 01-01-2020 31-12-2020 31-12-2019 28,20 21,67 25 23,4 27 25,60 22,92 28 22,1 27 28,50 28,52 31 24,4 27 10,65 9,09 9 9,9 10 92,95 82,20 93 79,8 91
Flankerend beleid In september 2018 is door het algemeen bestuur het BSGR Strategisch Personeelsplan 2019-2022 vastgesteld. Als gevolg van de vergaande ontwikkelingen in digitalisering van het belastingdomein is het de verwachting dat er op termijn, bij gelijkblijvende omstandigheden, minder administratieve functies nodig zijn. Daar waar medewerkers ondanks forse investeringen in opleidingen deze slag niet kunnen maken zal er naar waardige alternatieven moeten worden gezocht. Flankerend beleid kan in deze uitkomst bieden. Het totaal te verwachten benodigde budget flankerend beleid bedroeg hierin €505K. Gezien de zeer turbulente externe omgeving van de BSGR, waarbij met name bij de afdelingen WOZ en Heffen de werkzaamheden en daarmee benodigde formatie de komende jaren “gedicteerd” gaan worden door de
Pagina 42 Jaarstukken 2020 BSGR snelheid, kwaliteit en integratie van de landelijke basisregistraties, is in 2019 afgesproken de huidige reserve van €450K aan te houden en vooralsnog niet aan te vullen tot €505K. In 2020 is 62K uitgegeven aan flankerend beleid. Op 31 december 2020 bedroeg de openstaande reserve 371K. Als gevolg van verdergaande automatisering is de verwachting dat dit budget de komende jaren uitgeput gaat worden. Verzuim Eind december bedroeg het ziekteverzuim 3,14,%, een zeer laag percentage. Ten opzichte van dezelfde periode in 2019 (4,37%) is dat een daling van 1,23%. De daling van het verzuimpercentage is het gevolg van een daling in het langdurig verzuim. Het kort verzuim bedroeg over 2020 0,44%, het middel verzuim 0,66% en het langdurig verzuim 2,04%. Opvallend is de forse daling van de meldingsfrequentie. De meldingsfrequentie is in 2020 gedaald (0,54) ten opzichte van 2019 (0,97). Dit is het gevolg van het uitbreken van de coronacrisis en past in de trend die in heel Nederland in Q2 was waar te nemen en die zich binnen de BSGR ook in Q3 en Q4 heeft voortgezet. Landelijk stijgt het ziekteverzuimpercentage met name onder zorgpersoneel en ouders met jonge schoolgaande kinderen die naast hun werk tevens belast zijn met onderwijstaken.
Ook binnen de BSGR zijn er signalen dat met name ouders met jonge kinderen de huidige lockdown als zwaar ervaren maar vooralsnog vertaalt zich dit nog niet in een stijging van het verzuim. Het ziekteverzuim per afdeling over heel 2020 ziet er als volgt uit:
Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 december 2020 december 2020 december 2019 december 2019 3,21 0,62 5,4 1,28 2,37 0,5 2,68 1,28 4,74 0,61 6,14 0,76 0,27 0,2 1,33 1 3,14 0,54 4,37 0,97
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden en is vanaf die datum het arbeidsrecht op ambtenaren van toepassing. Alle BSGR medewerkers hebben daarom in januari een individuele arbeidsovereenkomst ter ondertekening voorgelegd gekregen. In de arbeidsovereenkomst zijn alle bestaande arbeidsvoorwaardelijke afspraken opnieuw vastgelegd. Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Sinds 1 januari 2020 is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao SGO) van toepassing op de BSGR medewerkers nadat de VNG eind 2019 had besloten toch een aparte werkgeversvereniging met een eigen cao op te richten voor Gemeenschappelijke Regelingen. Reden voor het oprichten van een eigen werkgeversvereniging en cao was dat Gemeenschappelijke Regelingen die voorheen de CAR-UWO volgden, niet door lidmaatschap van de VNG gebonden kunnen worden aan de Cao Gemeenten (de opvolger van de CAR/UWO). Dit had onder andere gevolgen voor de doorwerking van een aantal cao artikelen. Door een aparte werkgeversvereniging (WSGO) voor Gemeenschappelijke Regelingen met een eigen cao op te richten is het probleem met betrekking tot de doorwerking ondervangen en zijn de arbeidsvoorwaarden voor het huidige personeel ook na 1 januari 2020 gewaarborgd.
Sinds 1 juli 2020 is de BSGR formeel lid van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO). Cao Gemeenten / Cao SGO De cao Gemeenten en de cao SGO hadden een looptijd van 1 jaar en zijn geëindigd op 1 januari 2021. In verband met de invoering van de Wnra op 1 januari 2020 is bij het afsluiten van de cao bewust bij de onderhandelingen tussen partijen ingezet op een beleidsarme cao waarbij de belangrijkste afspraken met name salarisafspraken betroffen. In 2020 hebben medewerkers er in totaal 3 % bijgekregen (1% op 1 januari, 1% op1 juli en 1 % op 1 oktober 2020).
Pagina 43 Jaarstukken 2020 BSGR In november zijn de onderhandelingen voor een nieuwe cao opgestart die nog niet zijn afgerond. De onderhandelingen staan in het teken van de coronacrisis en de nijpende financiële situatie van veel gemeenten. Wat betreft de loonontwikkeling zetten de VNG en WSGO in op de nullijn voor gemeente ambtenaren en medewerkers van gemeentelijke organisaties. Andere belangrijke zaken die aan de cao-tafel terugkomen zijn vitaliteit en verlof, de afbouw van de bovenwettelijke sociale zekerheid en de thuiswerkvergoeding Verlof en vitaliteit Een werkgroep van de VNG en vakbonden heeft in het voorjaar van 2020 een gezamenlijk advies opgesteld over landelijke normen voor verlof en vitaliteit. Er zijn criteria ontwikkeld voor vitaliteitsbeleid en over het overgangsrecht bij de harmonisatie van het bovenwettelijke verlof boven de beoogde norm van 36 uur Van de zijde van de werkgevers blijkt uit de ledenraadpleging dat vooral het voorstel om in de cao een verplichte spaarverlofregeling voor werknemers in te richten op veel weerstand stuit. Daar staat tegenover dat bij de bonden nog steeds veel verzet bestaat tegen de afbouw van het bovenwettelijk verlof binnen een termijn van 5 jaar.
Het blijft dus nog even afwachten of partijen bereid zijn om tijdens de onderhandelingen ‘water bij de wijn te doen” of dat het opnieuw bij een intentie blijft om hierover afspraken te maken! Afbouw van de bovenwettelijke sociale zekerheid Bij de invoering van de WNRA is gekozen voor een technische conversie. Dat wil zeggen dat bepalingen één op één inhoudelijk uit de CAR-UWO overgenomen zijn in de CAO SGO. De inzet van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties is er de komende jaren op gericht om met name de cao aanspraken met betrekking tot de bovenwettelijke sociale zekerheidsuitkeringen geleidelijk af te bouwen zodat deze meer in de pas gaan lopen met het bedrijfsleven. Werkgevers stellen bij de komende cao-onderhandelingen daarom voor om het 3e ziektejaar af te schaffen maar ook de na-wettelijke uitkering. Bij het afschaffen van de na-wettelijke uitkering is tevens de achterliggende gedachte dat het belangrijker is om te voorkomen dat medewerkers werkloos worden dan dat de inkomensachteruitgang bij werkloosheid wordt afgedekt. Thuiswerkvergoeding Zowel beide werkgeversorganisaties als de vakbonden hebben aangegeven een thuiswerkvergoeding te willen afspreken. Omdat de onderhandelingen nog niet zijn afgerond is het op dit moment nog niet duidelijk hoe deze beoogde thuiswerkvergoeding eruit komt te zien.
Pagina 44 Jaarstukken 2020 BSGR Klachten Op basis van de Klachtenregeling BSGR is er sprake van een klacht indien men vindt dat men door (één van de medewerkers van) de BSGR verkeerd is behandeld, of als men foutief is geïnformeerd vanuit de BSGR. Klachten kunnen op verschillende wijzen naar de BSGR worden geuit: telefonisch, schriftelijk, middels een fysieke brief of via de mail. Daarnaast kunnen klachten ook via de afzonderlijke deelnemers bij de BSGR aanhangig worden gemaakt. Medio 2017 is besloten om op de website van de BSGR geen ‘digitaal’ klachtenformulier 1 meer beschikbaar te stellen. Reden hiertoe was dat het merendeel van de reacties die via het digitale klachtenformulier werden ingediend geen klacht was, maar een bezwaarschrift of vraag met betrekking tot een aanslag, de invordering of kwijtschelding daarvan. Dit liet na afschaffing daarvan dan ook een dalend verloop zien in het aantal reacties dat onder de vlag met beschrijving ‘klacht’ werd ingediend. Het aantal reacties dat sindsdien als ‘klacht’ wordt aangemeld is stabiel. Ook in 2020 ligt dit aantal weer op een vergelijkbaar niveau als in 2018 en 2019.
Jaar
Reacties Klachten Gegrond 2017 2018 2019 2020
216 42 44 43
49 21 29 21
19 5 18 11
reacties en klachten 250 200
150 100
50 0 2017
2018 gegronde klacht
2019 ongegronde klacht
2020 reactie
Er zijn in 2020 43 reacties ingekomen, die door de indieners of medewerkers van de BSGR als ‘klacht’ werden bestempeld. Eenentwintig van deze reacties kunnen, in meer of mindere mate, ook daadwerkelijk als klacht worden gecategoriseerd. De overige ingekomen reacties betroffen vragen of bezwaarschriften. De klachten hadden betrekking op: de wijze waarop men te woord was gestaan; het toezenden van aanslagen naar een adres waar men niet meer woonachtig was; 1 Er wordt via de website van de BSGR wel een handmatig in te vullen klachtenformulier beschikbaar gesteld.
Pagina 45 Jaarstukken 2020 BSGR
het verplicht moeten indienen van een bezwaarschrift; het verstrekken van onjuiste c.q. onvolledige informatie; het ‘zoekraken’ van aangetekende poststukken; de wachttijd aan de telefoon; het incasseren van incassotermijnen van een ‘niet correct’ rekeningnummer; het moeten maken van een afspraak voor de afgifte van documenten bij de BSGR.