CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

32. Brief van VON van 6 januari 2021 inzake brief aan college van B&W Noordwijk en update rapport Duin- en Bollenstreek 2020+ (1843343)

Raad 28 januari 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Voor kennisgeving aan te nemen:13.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van B&W van de gemeente Noordwijk Voorstraat 42 2201 HW NOORDWIJK

Noordwijk, 6 januari 2021 Betreft: uw brief d.d. 18 december 2020 in reactie op het rapport van de VON Geacht college, Wij danken u voor de ontvangst van uw brief d.d. 18 december jl. Daarin heeft u gereageerd op het rapport, dat wij naar aanleiding van ons onderzoek naar de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek en de uitvoering door de GOM, aan uw college en de colleges en raden van alle aan de GOM deelnemende gemeenten vorige maand hebben verzonden. Wij hebben sterk de behoefte om te reageren op uw brief, die u tegelijkertijd via social media publiek gemaakt heeft en ook heeft doorgestuurd naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het D66-Kamerlid, mevrouw Van Eijs. De onzorgvuldige wijze van handelen van het dagelijks bestuur van een gemeentelijke overheid, zoals van Noordwijk, heeft ons pijnlijk verrast, maar ook verbaasd. In het vervolg van deze brief lichten wij dat toe. U laat in uw brief weten dat u het waardeert dat er vanuit ondernemerskringen wordt meegedacht over de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek. Die waardering blijkt echter niet uit uw reactie op de bevindingen van ons onderzoek. U geeft een keiharde kwalificatie over ons onderzoeksrapport.

Dat recht heeft u vanzelfsprekend, maar dan verwacht je van het dagelijks bestuur van de gemeente Noordwijk ook een heldere uiteenzetting van de argumenten waarop een dergelijk hard oordeel rust. Niets echter van dat alles. Uw brief is niet of nauwelijks inhoudelijk onderbouwd. Wij verwerpen dan ook deze manier om zo hard en ongefundeerd door uw college weggezet te worden. Wij hebben de afgelopen maanden veel van onze tijd ingezet om een onderzoek te doen en daarmee een actieve bijdrage te leveren aan het verbeteren en overeind houden van onze mooie Duin- en Bollenstreek. Ongelofelijk en onbegrijpelijk dat je dan zo door colleges van B&W van 5 gemeenten wordt behandeld. Nota bene door lokale overheden die hun inwoners in collegeprogramma’s en in woord en geschrift oproepen om actief te participeren! Hoewel het niet meevalt om op uw brief te reageren, omdat deze zelfs het begin van een inhoudelijke argumentatie ontbeert, zullen wij dat toch doen. Wij zijn het volstrekt niet eens met de inhoud en strekking van uw brief. Wij zijn een onafhankelijk collectief van ondernemers in onze Duin- en Bollenstreek. Wij ontvangen veel signalen vanuit (agrarische) ondernemerskringen én burgers die oprechte en ernstige zorgen hebben over de huidige gang van zaken m.b.t. het functioneren van GOM en de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek. Zij zien zich daarin ook gesterkt door het

eerste onderzoeksrapport van de gemeentelijke Rekenkamer van de gemeente Teylingen, “Grip op de GOM”, waarin die zorgen ook doorklinken en die tevens resoneren in de raad van die gemeente. Reden, waarom de gemeenteraad van Teylingen de Rekenkamer heeft verzocht een vervolgonderzoek te doen. Wij hebben het rapport met onze bevindingen daarom ook aan deze lokale Rekenkamer verzonden. Wij zijn benieuwd naar haar bevindingen, die februari a.s. verwacht worden. U schrijft dat u het niet eens bent met onze stelling dat de Greenportwoningen ‘lukraak’ door de Duin- en Bollenstreek worden gebouwd. U stelt dat gemeenten toetsen aan het geldende bestemmingsplan, het landschapsperspectief van de ISG en een locatie-specifiek landschappelijk/stedenbouwkundig advies. Wij zien en ervaren het tegenovergestelde. In veel gevallen waar agrarische opstallen worden gesloopt, komen in ruil daarvoor op de desbetreffende locatie Greenportwoningen terug en/of de bestaande bedrijfswoning wordt aangepast naar een burgerwoning. Vaak voldoet de bestaande bestemming niet, maar het bestemmingsplan wordt dan door de gemeenteraad, op voorstel van uw college, gewijzigd. Er worden vervolgens rapporten opgemaakt die door de gemeenteraad in de regel zonder enige discussie worden aangenomen.

Als een lid van de gemeenteraad daarover een vraag stelt, wordt geantwoord dat de doelstellingen van de ISG, en ook de werkwijze van de GOM, bevestigd zijn door alle gemeenteraden bij de vaststelling van de herziene ISG 2016. Een bezweringsformule waarmee de kous wordt afgedaan. Herbezinning naar aanleiding van een dergelijke vraag uit de gemeenteraad en een serieus onderzoek of de gemaakte afspraken nog wel voldoen en tegemoetkomen aan de doelstellingen van de ISG, blijven helaas achterwege. In uw reactie stelt u dat wij in ons rapport aangeven dat de GOM een organisatie is zonder sturing. Dat doen wij echter niet. Wij geven aan dat de GOM niet op de juiste wijze wordt aangestuurd door de gemeenten. De GOM heeft vanuit de gemeenten als opdracht meegekregen om zoveel mogelijk agrarische opstallen te slopen, ongeacht of het gaat om “verrommeling”. Wij zeggen: dat is in onze ogen niet de juiste opdracht (met het oog op de doelstellingen van de ISG). De agrarische sector is hier namelijk de dupe van. Het gevolg is dat jonge kwekers niet meer kunnen starten met een agrarisch bedrijf en middelgrote bedrijven niet meer kunnen doorgroeien, want alles wat agrarisch is wordt systematisch gesloopt in ruil voor (burger)woningen.

Dat is toch geen integrale herstructurering van de sector? Noemt u al die dure Greenportvilla’s, die overal tussen de bollenvelden verschijnen, dan landschapsherstel? Vindt u werkelijk dat hiermee het karakteristieke beeld en de landschappelijke uitstraling van de Duin- en Bollenstreek behouden blijft? U schrijft ook dat u bang bent dat de ’verrommeling’ weer toeneemt als de GOM verdwijnt. Dat is een misvatting. De GOM kijkt niet naar “verrommeling”. De GOM heeft maar één opdracht: zoveel mogelijk agrarische opstallen slopen. Ook al zijn ze pas een paar jaar oud. Wij kunnen dat niet anders zien dan als pure kapitaalvernietiging. Wij zeggen dat er een groot verschil is tussen uw theorie en de praktijk van en het handelen door de GOM. Wij hopen dat ons onderzoeksrapport ertoe bijdraagt dat de colleges en gemeenteraden dit ook zullen inzien en deze desastreuze ontwikkeling binnen onze Duin- en Bollenstreek een halt toe zullen roepen. Wij gaan ervan uit dat we allemaal, ondanks mogelijke meningsverschillen op de weg daar naartoe, dezelfde doelstelling voor ogen hebben: behoud en verbetering van het landschap van onze unieke Duin- en Bollenstreek en de leefbaarheid binnen het gebied.

Ook reageren wij, in het verlengde van ons onderzoek, op de bouw van Greenportwoningen (villa’s) in het buitengebied van onze streek. Een groot deel van de Greenportwoningen is wel degelijk op 1e klas bollengrond gebouwd. Het grootste project, het Abeelenpark, dat notabene door GOM (als ontwikkelaar) is gerealiseerd, is hier het meest tastbare bewijs van. Op papier zijn het de gemeenteraden die beslissen over het wel/niet toestaan van de bouw van Greenportwoningen en over de locaties, maar in de praktijk blijkt het de GOM te zijn die deals sluit over te bouwen Greenportwoningen. De doelstellingen van de ISG onderschrijven wij grotendeels van harte en gaan ervan uit dat de colleges en gemeenteraden dat ook doen. Maar, we hebben 10 jaar aangezien wat de gevolgen zijn van de uitvoering door de GOM. Het is inmiddels hoog tijd voor een herbezinning van de uitvoering van het beleid. Als dat met de GOM kan, is dat prima, maar misschien kan dat wel niet. Dan dient een ander, wél effectief, middel/instrument ingezet te worden. Alles met het oog op het behalen van de doelstellingen van de ISG! Dat beleid zal niet langer uit moeten gaan van de stoppende agrariër, zoals nu het geval is, maar vooral gericht moeten zijn op de actieve agrariër die zijn bedrijf wil starten of voortzetten.

Dat betekent op de langere termijn juist het behoud van het karakteristieke open landschap van onze streek. Er zijn inmiddels zoveel agrarische panden gesloopt, dat er nu zelfs sprake is van schaarste. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn vanuit de doelstellingen van de ISG? Ook de noodzaak, zoals nu het geval is, tot het vergaren van veel geld uit verkoop van bouwtitels voor Greenport-woningen én de bollengrond-compensatieregeling lijkt een doel in zichzelf geworden. Dat vraagt om een herbezinning, waarbij wij hopen op het volgende resultaat: géén extra burgerwoningen meer in het buitengebied en een eerlijk speelveld tussen ondernemers uit de Duin- en Bollenstreek en daarbuiten. Bijkomend en belangrijk voordeel is dat de bestaande voorraad agrarische gebouwen in stand blijft en voor normale gangbare prijzen aan collega-agrariërs kan worden verkocht. Starters kunnen dan weer terecht om een boterham te verdienen en er is dan ook weer aanbod voor doorgroeiende bedrijven. Bijkomend voordeel is dat de grondspeculatie als gevolg van mogelijke woningbouw per direct zal ophouden.

Tenslotte missen wij nog antwoorden op vragen uit ons rapport, zoals: - Zijn we in de Duin- en Bollenstreek goed bezig om zo veel mogelijk agrarische opstallen te slopen en daar burgerwoningen voor terug te bouwen? - De GOM geeft aan dat ze opdracht van de 5 deelnemende gemeenten heeft om zo veel mogelijk agrarische opstallen te slopen, ongeacht of het goede of slechte gebouwen zijn. Dit is namelijk niet volgens de gemaakte ISG-afspraken. Bent u zich daar voldoende van bewust? - Wanneer is er volgens de gemeente nu precies sprake van “verrommeling”, dat ‘nodig gesloopt’ moet worden? - Wanneer is er volgens de gemeente sprake van incourant vastgoed, dat ‘nodig gesloopt’ moet worden? - Wat verstaat de gemeente nu precies onder landschapskwaliteit? Zijn dure villa’s i.p.v. agrarische opstallen een verbetering van de landschapskwaliteit?

- Waarom onderkent de gemeente niet dat een bedrijfswoning, die wordt omgezet in een burgerwoning, verloren is voor de actieve agrariërs in de bloembollenteelt? - Waarom gaat de gemeente niet in op ruimere gebruiksmogelijkheden in het buitengebied op die stukjes grond die voor de (bloem)bollenteelt onrendabel zijn en daartoe ook niet geschikt (meer) te maken zijn, zoals bijvoorbeeld de paardenweitjes en/of moestuinen? Wij betreuren de wijze waarop u met de uitkomsten van ons onderzoek omgaat. Met ons onderzoeksrapport hebben wij juist met u de dialoog willen zoeken. Ook omdat wij denken dat onze wederzijdse doelstellingen, zoals die in de ISG zijn neergelegd, niet veel van elkaar verschillen. Inzet van de dialoog is van onze kant om met elkaar naar wegen te zoeken op welke wijze die doelstellingen het beste bereikt kunnen worden. Met ons rapport willen wij een bijdrage aan die discussie leveren. Ondanks dat u door uw brief van 18 december jl. die dialoog lijkt af te wijzen, reiken wij u nog steeds graag de hand. Wij hopen dat uw college en ook de leden van de gemeenteraad, én die van de overige gemeenten, de discussie met ons op inhoud en met kracht van argumenten willen voeren. Wij zien uit naar de uitnodiging en dat gesprek! Wij sturen een cc van deze brief tegelijkertijd naar de colleges van B&W van de overige aan de GOM deelnemende gemeenten, namens wie u uw brief d.d.

18 december jl. heeft geschreven. Ook aan de volksvertegenwoordigers, de leden van de gemeenteraden, die, als hoofd van de gemeenten, geacht worden de colleges op hun doen en laten te controleren. En tevens aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het D66 Kamerlid, mevrouw Van Eijs. Hoogachtend,

Bestuur VON | Vrije Ondernemers Noordwijk Anja Taverne - van der Meij Marco Bergman Huub Tonies E info@vonoordwijk.nl W www.vonoordwijk.nl

Bijlage: Rapport Duin- en Bollenstreek 2020+ update januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ VISIE NAAR VOREN

Analyse herstructurering in de Duin- en Bollenstreek en het resultaat van 10 jaar Greenport Ontwikkelings Maatschappij BV (GOM)

November 2020 1e uitgave Januari 2021 update

VISIE NAAR VOREN

Voorwoord De afgelopen jaren klinken er opvallend veel geluiden van ondernemers en burgers die hun zorgen uiten over de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek en met name over de rol die Greenport Ontwikkelings Maatschappij BV (GOM) daarin speelt. De rol van GOM in het buitengebied is zo ingrijpend dat velen er vroeg of laat mee te maken krijgen. Mensen durven dan ook niet openlijk met hun kritiek op GOM naar buiten te treden. Als Vrije Ondernemers Noordwijk (VON) hebben wij daarom besloten de informatie te analyseren. Voert GOM het beleid uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) wel op de juiste manier uit? Het antwoord op deze vraag en overige gevolgen van het GOM-beleid hebben we in kaart gebracht en in dit rapport samengevat. In deze ‘VISIE NAAR VOREN’ laten we tevens zien waarom beleidsaanpassingen bij de inrichting van de ‘nieuwe toekomstbestendige Duin- en Bollenstreek’ noodzakelijk zijn. In het buitengebied is er een toenemende vraag naar alternatieve bestemmingen voor ‘vrijgekomen’ agrarische woningen, schuren, kassen en landerijen. Het huidige beleid staat dit echter niet toe. Er ontstaan steeds meer knellende situaties die om een spoedige oplossing vragen. Tegelijkertijd bieden juist deze situaties ‘kansen’ die benut kunnen worden. Die kansen zijn in feite de oplossing.

Maar die oplossing komt er alleen bij voorwaardelijke aanpassing en verruiming van het huidige beleid. Uit de verhalen van medeburgers blijkt dat we duidelijk moeten kiezen voor de weg naar voren. Niet kritisch langs de zijlijn, maar actief meedenken. Dynamiek en welvaart zijn nodig om de streek structureel levensvatbaar te houden. Het resultaat is een economisch gezonden aantrekkelijk woon/werkgebied. In dit document zien we dat GOM bij alle onderwerpen een leidende rol speelt en als het ware als een rode draad door het (planologische) bollenstreekbeleid loopt. 10 jaar GOM laat echter haar sporen na. Tijd om bij te sturen.

Anja Taverne - van der Meij Marco Bergman Huub Tonies E info@vonoordwijk.nl W www.vonoordwijk.nl

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

1

VISIE NAAR VOREN

Inhoudsopgave 1.

Doelstellingen GOM

3

2.

Financiering GOM

3

3.

Voorbeeld werkwijze GOM

4

4.

Analyse en conclusies over GOM

6

5.

Gesprek met GOM

9

6.

Aanbevelingen m.b.t. GOM

11

7.

Areaal 2625 ha

13

8.

De Groene Parels van de Duin- en Bollenstreek

14

9.

Handhaving ODWH

18

10.

Aanbevelingen m.b.t. handhaving

22

11.

Landschapsbeleid Duin- en Bollenstreek

23

Bijlage 1 Noodoproep van jonge kwekers Bijlage 2 Sloop panden Molenaar & van Ginhoven Voorhout Bijlage 3 Berichtgeving GOM over M & G Bijlage 4 Nota van beantwoording Gemeente Teylingen Bijlage 5 Sloop bedrijfshallen en kassen Berbee Lisse Bijlage 6 Verkoop burgerwoningen locatie Berbee Lisse Bijlage 7 Sloop bedrijfspanden Gooweg Noordwijkerhout Bijlage 8 Sloop kassencomplex Zeestraat Noordwijkerhout Bijlage 9 Sloop Javo gebouwen Westeinde Noordwijkerhout Bijlage 10 Sloopplannen Kraaierslaan 34 Noordwijk Bijlage 11 Sloopplannen hoeve De Wolff Lisse Bijlage 12 Abeelenpark Noordwijkerhout

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

26 27 29 31 32 35 38 40 42 44 46 48

2

VISIE NAAR VOREN

1.

Doelstellingen GOM •

Behoud van 2.625 hectare 1e klas bollengrond (t.b.v. de hyacintenteelt)

•

Incourant vastgoed en verrommeling opruimen

•

Zichtlijnen en opener landschap creëren

•

Kenmerkende landschappelijke karakter van de Duin- en Bollenstreek behouden

•

Landschapskwaliteit en landschapsbeeld verbeteren

2.

Financiering GOM

GOM financiert bovenstaande doelstellingen door: •

Verkoop van bouwrechten voor maximaal 600 greenpoortwoningen op meestal 1e klas bollengrond verspreid in het buitengebied.

•

Een bouwrecht is te koop vanaf € 165.000 (excl. btw). Dit is exclusief de grond om op te bouwen. Totaal 600 x € 165.000 = ca. 100 miljoen euro (excl. btw).

•

Door middel van een Bollengrondcompensatiefonds. Bij planologische onttrekking van 1e klas bollengrond dient € 40,- per m2 (excl. btw) aan een fonds - beheerd door GOM - te worden betaald.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

3

VISIE NAAR VOREN

3.

Voorbeeld werkwijze GOM

Wij hebben meerdere grote projecten van GOM geanalyseerd. Een aantal voorbeelden van grote en dure projecten, zoals Berbee, M&G, Javo hebben we als bijlage toegevoegd. Een sprekend voorbeeld dat opgaat voor vergelijkbare projecten: Sloop van de panden Molenaar & van Ginhoven aan de Torenlaan te Voorhout

De vraagprijs voor het geheel was € 3,35 miljoen (bron: CNB makelaardij). Door GOM wordt een vergoeding betaald voor het slopen van bestaande opstallen en om de teelgrond weer in goede staat brengen. Aangezien GOM geen mededelingen verstrekt over de kosten die ze per project maken hebben wij m.b.t dit project drie scenario’s gemaakt. • • •

Scenario 1: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 3 miljoen betaald (90% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen. Scenario 2: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 2,5 miljoen betaald (75% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen. Scenario 3: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 2 miljoen betaald (60% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen.

•

Opbrengst: In ieder scenario is er voor GOM een mogelijke opbrengst door de verkoop van drie bouwtitels à € 165.000. Deze opbrengst is niet zeker aangezien er door de gemeente nog goedkeuring verleend moet worden. Als die goedkeuring er niet komt is er geen opbrengst voor GOM.

•

Daling waarde: Door de sloop van de opstallen is er 13.700 m2 nieuwe teelgrond ontstaan met een economische waarde van ca. € 250.000. Omgerekend betaalt GOM een grondprijs van € 150 tot € 220 per m2 -afhankelijk van het scenario- terwijl het waard is € 17 à € 18 per m2.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

4

VISIE NAAR VOREN

Analyse van de GOM-doelstellingen bij dit project: - Door de sloop van de bedrijfsgebouwen is er in deze situatie sprake van een opener landschap en open zichtlijnen. Indien er op dezelfde locatie één of meerdere GOMburgerwoningen worden gebouwd worden de nieuwe zichtlijnen en het opener landschap grotendeels weer tenietgedaan. - Het kenmerkende landschappelijke karakter wordt behouden als er geen toestemming wordt verleend voor de bouw van nieuwe GOM-woningen. Wordt daar wel toestemming voor verleend dan zal het een vrij algemeen beeld worden en raakt het kenmerkende landschappelijke beeld verloren. - De panden in dit voorbeeld waren nog in prima staat. Er was geen sprake van ‘verrommeling’. - Er zijn goed onderhouden panden gesloopt en daardoor onttrokken aan de voorraad gebouwen voor agrarische handelsbedrijven. Hierdoor wordt de doorstroming binnen het (bloem)bollenvak bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Als GOM bovenstaande doelstellingen niet realiseert, waar zit dan het nut voor deze sloop? Misschien in een positieve grondbalans? We hebben namelijk nog één doelstelling over: Het behoud van 2.625 ha 1e klas bollengrond. Wordt deze dan gerealiseerd? Om de grondbalans in beeld te brengen kijken we nader naar de drie scenario’s: In scenario 1 wordt er een vergoeding van € 3 miljoen door GOM betaald. Om deze vergoeding op te kunnen brengen moeten er ca.

18 bouwtitels voor burgerwoningen à € 165.000 (excl. btw) worden verkocht. Iedere bouwtitel voor een burgerwoning in een clusterlocatie betreft ca. 1.400 m2 grond inclusief infrastructuur, wegen, afwatering en groenvoorziening (zie bijlage 12, Abeelenpark). 18 Woningen kosten dus ca. 25.000 m2 aan bollengrond. In scenario 2 wordt een vergoeding van € 2,5 miljoen door GOM betaald. Dat houdt in dat er ca. 15 bouwtitels moeten worden verkocht. 15 Woningen kosten ca. 21.000 m2 aan bollengrond. In scenario 3 wordt een vergoeding van € 2 miljoen door GOM betaald. Dat houdt in dat er ca. 12 bouwtitels moeten worden verkocht. 12 Woningen kosten ca. 17.000 m2 aan bollengrond. Samenvattend betekent dit dat er door de sloop 13.700 m2 bollengrond ontstaat, terwijl elders 17.000 à 25.000 m2 bollengrond -afhankelijk tegen welke vergoeding GOM heeft afgekocht- wordt onttrokken. Zelfs in scenario 3, het scenario waarin maar 60% van de verkoopwaarde wordt betaald, wordt er door dit sloopbeleid ca. 3.000 m2 bollengrond onttrokken aan de Duin- en Bollenstreek. Zelfs deze belangrijke doelstelling wordt door GOM dus niet gehaald. Is dit GOM-beleid dan niet een zeer kostbare en hopeloze vicieuze cirkel?

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

5

VISIE NAAR VOREN

4.

Analyse en conclusies over GOM

Vijf doelstellingen van GOM nader geanalyseerd: • Behoud van 2.625 hectare 1e klas bollengrond t.b.v. de hyacintenteelt Het blijkt dat GOM bij veel sloopprojecten een negatieve grondbalans veroorzaakt. In bovenstaand voorbeeld wordt duidelijk dat er meer bollengrond verloren gaat dan er gewonnen wordt. Datzelfde beeld zien wij bij andere projecten ook terug. Hoe meer GOM sloopt, des te meer bollengrond er verdwijnt. Bij het GOM-project Abeelenpark blijkt dat iedere woning ca. 1.400 m2 aan 1e klas bollengrond kost (zie bijlage 12). Het uitgeven van ca. 600 bouwtitels voor GOM-burgerwoningen houdt dan in dat er ca. 800.000 m2 bollengrond definitief verloren gaat. Compensatie van deze bollengrond is moeilijk te vinden in een gebied waar al grote druk op de schaarse grond staat. GOM blijkt, hoe paradoxaal, zelf de grootste onttrekker van 1e klas bollengrond te zijn. • Incourant vastgoed en verrommeling opruimen - In plaats van echte verrommeling op te ruimen is GOM verworden tot een projectontwikkelaar die marktverstorend werkt en daarmee voor een ongelijk speelveld zorgt. Agrarische bedrijven (zowel starters als doorstromers) moeten sinds de komst van GOM voor hun voortbestaan opboksen tegen de particuliere woningmarkt.

Er is door ons uitgebreid bewijs verzameld dat bedrijven liever zakendoen met GOM én de ontwikkeling en bouw van burgerwoningen -vanwege fors hogere (grond)opbrengsten- dan met collega agrariërs. Zie o.a. bijlage 10. - Het door GOM opruimen van zgn. ‘verrommeling’ leidt er o.a. toe dat kleinere, betaalbare bedrijfjes verdwijnen. Jonge en/of startende kwekers wordt daarmee de kans ontnomen om überhaupt nog te kunnen beginnen aan het opbouwen van een toekomst in onze Duin- en Bollenstreek (zie bijlage 1). Dit is een groot verlies, voor hen, maar ook voor de streek als geheel. Als die objecten zijn opgeruimd stopt de ontwikkeling van de (bloem)bollenteelt definitief. Een uiterst onwenselijke situatie waarmee het voortbestaan en de uniciteit van de Duin- en Bollenstreek ernstig en onherstelbaar in het geding komt. Het gebied wordt daarmee ook nog eens economisch bijzonder kwetsbaar. - Wat voor de één incourant vastgoed is, is voor de ander wel courant vastgoed. Ook grotere bedrijfspanden, die nog in prima staat zijn en dienst kunnen doen voor de (bloem)bollenteelt en export, worden door GOM gesloopt. Gevolg is dat de doorstroming van kwekersbedrijven en handelsbedrijven stokt. Ook dit is een funeste ontwikkeling voor onze mooie en unieke Duin- en Bollenstreek.

- Volgens LTO en KAVB (bron: interview LTO en KAVB Leidsch Dagblad 5 juli 2018) is er juist behoefte aan grotere bedrijfspanden wegens de schaalvergroting in de Duin- en Bollenstreek. Waarom wordt er dan zo veel gesloopt door GOM? • Zichtlijnen en opener landschap creëren Bij veel projecten die worden gesloopt blijkt dat GOM bouwtitels verkoopt aan de betreffende agrariër die stopt. Dat betekent dat er aan de ene kant bebouwing wordt

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

6

VISIE NAAR VOREN

gesloopt maar aan de andere kant burgerwoningen voor terugkomen. Op die manier worden er juist geen zichtlijnen gecreëerd en wordt het landschap niet opener. Het lukraak bouwen van burgerwoningen in het buitengebied staat haaks op de doelstelling. • Kenmerkende landschappelijke karakter van de Duin- en Bollenstreek behouden Doordat bollenschuren, handelsbedrijven en kassen worden geruimd en er burgerwoningen, -wel of niet geclusterd- voor terugkomen, betekent dit een stelselmatige sloop van onze karakteristieke bollenstreek. Dit staat haaks op de doelstelling. • Landschapskwaliteit en landschapsbeeld verbeteren Door de bouw van burgerwoningen in het buitengebied is er eerder sprake van een structurele verandering van het landschapsbeeld, dan van een verbetering. Er ontstaat ‘nieuwe verrommeling’, want er komen grote villa’s tussen de agrarische bedrijven te staan. Burgers klagen over bemesting, overlast van herrie en het spuiten van de velden voor onkruidbestrijding en gewasbescherming. Het wordt op deze manier voor kwekers steeds moeilijker om hun werk te blijven doen, terwijl zij daarmee wel de boterham voor hun eigen gezinnen en die van hun medewerkers moeten verdienen.

Conclusies •

GOM, wellicht ooit goed bedoeld, blijkt niet naar behoren te functioneren en haalt de doelstellingen niet.

•

GOM hanteert rigoureus de sloophamer waardoor ze onherstelbare schade berokkent aan de Duin- en Bollenstreek.

•

GOM veroorzaakt schade aan haar eigen beleid door bouwtitels te verkopen voor (burger)woningen die op meestal 1e klas bollengrond worden gebouwd.

•

Het lukraak toekennen van bouwrechten (Greenport-woningen) in het buitengebied dient per direct te stoppen om de Duin- en Bollenstreek op peil te houden en om grootschalige woningbouw te voorkomen. Elke m2 grond die wordt uitgegeven aan een burgerwoning is definitief verloren voor de (bloem)bollenteelt en die woningen zijn bovendien tot last van de omliggende bollenkwekers.

•

In 2019 bedroegen de exploitatiekosten van GOM € 774.000 (bron: GOMjaarverslag 2019). In de afgelopen tien jaar tijd dat GOM bestaat is dit totaal ca. € 7 miljoen. Om die kosten op te kunnen brengen moeten er 42 bouwtitels worden verkocht en gerealiseerd. Dit betekent een onttrekking van ca. 50.000 m2 aan bollengrond. Ter illustratie: dit is ruim meer dan het gehele Abeelenpark. Een enorme aanslag op het bestaande (bloem)bollenareaal. _______________________ * Tekst in blauwe kader is herschreven in de update-versie januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

7

VISIE NAAR VOREN

•

GOM brengt niet de juiste feiten naar buiten. Uit bijlage 3 blijkt dat GOM suggereert dat de verkoop van bouwtitels voor de bouw van 3 Greenport-woningen het project M&G financieel mogelijk zou maken. Dat is niet waar. Bij dit project zijn er 12 à 18 woningen nodig om dit te kunnen financieren. Dat werpt een heel ander licht op de sloopactiviteiten van GOM. Tevens geeft GOM aan dat er 16.000 m2 aan bedrijfspanden wordt verwijderd uit het landschap. Ook dat is niet waar. Volgens de verkoopbrochure betreft het namelijk 10.473 m2 aan bebouwd oppervlak.

•

Voormalig wethouder Brekelmans, gemeente Teylingen, stelde al in 2016 dat “opgepast moet worden dat het middel niet erger wordt dan de kwaal. Het verdienmodel van GOM is een ‘vervuilde motor’, omdat de ‘motor’ zelf weer voor verrommeling zorgt als de Greenportwoning niet op de juiste plek wordt gebouwd” (bron: casusonderzoek Duin- en Bollenstreek, juni 2016, S. v.d. Slot).

•

Voor het te laat is en GOM alles heeft opgeruimd: er is nu nog aanbod in land/schuren/kassen en huizen waarin, naast starters uit de agrarische sector, ook andere gebruiksmogelijkheden (zoals een wijngaard, hoefsmid, grote siertuin, dierenweides, etc.) mogelijk gemaakt zouden moeten worden. Deze locaties in het buitengebied worden daarmee zeer waardevol. Wij noemen ze dan ook de ‘groene parels’ (zie hoofdstuk 8).

•

Het huidige beleid van GOM staat haaks op de ISG-uitgangspunten. Zie alle bewijzen en voorbeelden. Welk doel wordt dan gediend door met deze activiteiten door te gaan?

_________________________ * Tekst in blauwe kader is toegevoegd in de update-versie januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

8

VISIE NAAR VOREN

5.

Gesprek met GOM

Er heeft op 8 oktober 2020 een overleg plaatsgevonden tussen VON en de heer Zwart, directeur van GOM. Doel van dat gesprek was om feiten en cijfers boven tafel te krijgen. Feiten, omdat niet alle verkregen informatie in openbare bronnen gecheckt kan worden. Cijfers, omdat een aantal van onze berekeningen gebaseerd zijn op (realistische) aannames. Wij hebben een aantal berekeningen ter verificatie voorgelegd. GOM stelt zich echter op het standpunt dat ze geen openheid van cijfers van projecten geeft. GOM is op dit punt helaas niet transparant. Een drietal quotes van de heer Zwart tijdens ons gesprek: • Als wij vinden dat er te veel gesloopt wordt moeten wij bij de politiek zijn en niet bij GOM. • GOM stelt “dat zij vanuit de vijf gemeenten opdracht heeft om zoveel mogelijk vastgoed te slopen”. • “Of dat verstandig is, is inderdaad de vraag, en die moet de politiek beantwoorden”. De heer Zwart zegt in een publicatie in Leidsch Dagblad iets heel anders: “Die discussie (over GOM) heeft een verlammende werking op de bouw van zogeheten Greenportwoningen die nodig zijn om het werk van de GOM te betalen”. (bron: Leidsch Dagblad, artikel ‘politieke discussie over GOM werkt verlammend’ 30 mei ‘20) Die opmerking strookt bepaald niet met de bovenstaande 3 quotes.

Andere quote van de heer Zwart tijdens ons gesprek: • GOM maakt geen deals met de eigenaar van de te slopen opstallen over nieuwe Greenport-woning(en). Eventuele Greenportwoningen staan los van de deal en de eigenaar dient zelf bij de gemeente de aanvraag hiertoe in te dienen. Of er Greenport-woningen komen is voor risico van de eigenaar. Niet voor GOM. Uit de ‘nota van beantwoording inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Torenlaan 4-6 d.d. 27 oktober 2020’ blijkt echter iets geheel anders. De gemeente schrijft op bladzijde 5 het volgende (zie bijlage 4): “De feiten zijn dat er een overeenkomst tussen initiatiefnemer en de GOM is gesloten, waarbij is vastgelegd dat er 3 nieuwe GOM-woningen op de betreffende locatie mogen worden gerealiseerd”. Het is duidelijk dat deze zaken met elkaar schuren. Als er door GOM al toezeggingen zijn gedaan en afspraken gemaakt, in hoeverre voelt het College van B&W en/of de gemeenteraad zich nog vrij om hier een goedkeuring voor te weigeren?

______________________ * Tekst in blauwe kader is toegevoegd in de update-versie januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

9

VISIE NAAR VOREN

Volgens de ISG kan compensatie van onttrokken m2 1e klas bollengrond, oftewel het produceren van nieuwe 1e klas bollengrond, op drie manieren (bladzijde 68 ISG): De 40-30-30 regel. 40% wordt gerealiseerd via het opruimen van verrommeling, 30% wordt gerealiseerd door het opwaarderen van 2e klas bollengrond naar 1e klas bollengrond en 30% door het omspuiten van grasland. De heer Zwart deelt ons mee dat zijn opdracht afkomstig van de gemeenten hiervan afwijkt. Het liefst zien de gemeenten de 100-0-0 regel. Dat houdt in dat er 100% wordt gerealiseerd via opruimen van verrommeling, 0% door het opwaarderen van 2e klas bollengrond naar 1e klas bollengrond en 0% door het omspuiten van grasland. Dit is een grote afwijking van de ISG en de vraag is of alle politieke besturen zich daar voldoende van bewust zijn en of dat ook wel de bedoeling is. Waarom wordt er een ISG opgesteld om je daar vervolgens niet aan te houden? Tijdens het gesprek is gebleken dat duidelijke definities van de doelstellingen ontbreken. Er blijkt o.a. geen heldere definitie te zijn van verrommeling. Dat is natuurlijk vaag, want daardoor kan je ieder pand wel verrommeling noemen. Onze stelling is dat goed onderhouden bedrijfspanden met waardes van 3 á 4 miljoen geen verrommeling zijn.

Kleinere bedrijfjes, kassen en schuren kunnen er rommelig uitzien, maar zijn na een opknapbeurt weer uitstekend bruikbaar voor een ondernemer. Al dit soort panden zouden dus nooit onder de slopershamer van GOM moeten komen. Naar aanleiding van onze eerdere bevindingen en aanvullend het gesprek met GOM, werpen zich o.a. de volgende belangrijke vragen op: 1. Zijn we in de Duin- en Bollenstreek goed bezig om zo veel mogelijk agrarische opstallen te slopen en daar burgerwoningen voor terug te bouwen? Deze vraag staat bovenaan de agenda! 2. GOM geeft aan dat ze opdracht van de vijf gemeenten heeft om zo veel mogelijk agrarische opstallen te slopen, ongeacht of het goede of slechte gebouwen zijn. Is de politiek zich hiervan bewust? 3. GOM geeft aan dat deze opdracht van de gemeenten afwijkt van de ISG waarin gestreefd wordt naar de 40-30-30 regel. 4. Vindt de politiek dat GOM op een goede manier bezig is en moet doorgaan op de huidige weg?

_________________________ * Tekst in blauwe kader is toegevoegd in de update-versie januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

10

VISIE NAAR VOREN

6.

Aanbevelingen m.b.t. GOM

Na 10 jaar GOM wordt het tijd om serieus de balans op te maken en conclusies te trekken. Duidelijk is dat GOM op de huidige manier niet langer verantwoord kan doorgaan. Er zijn ingrijpende politieke keuzes nodig. De politiek komt vooral voor de volgende keuze te staan: Stoppen met GOM? Ja of nee? Als we stoppen met GOM dringt de vraag zich op hoe dan verder zonder GOM? Het antwoord hierop is: laat de markt zijn werking doen. Wij pleiten voor een gezonde marktwerking. • Als GOM als marktverstorende projectontwikkelaar van de markt is verdwenen worden agrarische bedrijfspanden en bedrijfswoningen weer voor normale prijzen aangeboden en kunnen kwekers ze weer voor een marktconforme prijs aankopen en hun bedrijf starten c.q. voortzetten. • Echte verrommeling wordt dan automatisch opgeruimd. Zonder gewin heeft het namelijk geen zin om oude en overbodige opstallen te laten staan. Sinds de Ruimte voor Ruimte regeling en later de komst van GOM laat men oude en overbodige opstallen expres staan, omdat men wacht totdat GOM langskomt met de goed gevulde geldbuidel. • Er ontstaat weer financiële gelijkheid met ondernemers van buiten de Duin- en Bollenstreek, omdat de grondcompensatie (bij o.a. nieuwbouw) van € 40 per m2 komt te vervallen. • Er komen geen extra burgerwoningen in het buitengebied waardoor de agrarische ondernemers daar geen extra hinder van zullen ondervinden.

• Overheden kunnen slechts op zéér beperkte schaal van invloed zijn op de vitaliteit van een bedrijfstak. De schaal waarop GOM vrijheden heeft om te exploiteren is veel te groot. Het resultaat kan nooit vitaliteit van de (bloem)bollenteelt gaan opleveren omdat de nadelen van het handelen van GOM niet opwegen tegen de voordelen. Zolang GOM nog niet beëindigd is, zal de politiek -als opdrachtgever van GOM- helderheid moeten geven over de volgende zaken: • Wat is de juiste definitie van ‘verrommeling’? Zijn dat gebouwen die op instorten staan? Of zijn dat gebouwen die gedateerd zijn? Of zijn dat ook nog prima functionerende gebouwen? Wat verstaat men nu precies onder verrommeling? • Wat is de juiste definitie van ‘incourant vastgoed’? Is dat onverkoopbaar vastgoed? Of zijn dat te grote gebouwen? Of zijn dat te oude gebouwen? Of zijn dat te veel kassen? Of te oude kassen? Wat verstaat men nu precies onder incourant vastgoed? • Wat is de juiste definitie van ‘landschapskwaliteit’ en ‘landschapsbeeld’? Is ieder gesloopt en opgeruimd pand een verbetering van de landschapskwaliteit? Zijn huizen een verbetering van het landschapsbeeld ten opzichte van bedrijfsgebouwen? Wat verstaat men nu precies onder landschapskwaliteit en landschapsbeeld in de Duinen Bollenstreek? • Wat zijn de juiste definities van ‘vitale bollenteelt’ en een ‘vitale economie’?

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

11

VISIE NAAR VOREN

Overige aanbevelingen: •

Om de Duin- en Bollenstreek te behouden dienen gemeenten terughoudend te zijn om agrarische bedrijfswoningen om te dopen tot burgerwoningen. Een agrarische bedrijfswoning is onderdeel van de voorraad gebouwen t.b.v. agrariërs in het buitengebied. En niet onbelangrijk: een bedrijfswoning is nog betaalbaar. Zodra het een burgerwoning is geworden is er een significante prijsverhoging ontstaan, waardoor het in de toekomst voor een kweker een belemmering is om een dergelijke woning te kopen. Vandaar onze stelling dat iedere burgerwoning definitief verloren is voor de (bloem)bollenteelt.

•

Om toekomstige conflicten tussen agrariërs en burgers in het buitengebied te voorkomen is herbestemmen tot plattelandswoning wel een optie.

•

Wij adviseren om agrarische bedrijfswoningen ruimere bestemmingsmogelijkheden te geven zodat ook andersoortige bedrijvigheid en wonen op die locaties mogelijk wordt.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

12

VISIE NAAR VOREN

7.

Areaal 2.625 hectare

In vrijwel iedere publicatie over het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek, meestal in combinatie met GOM-activiteiten, wordt een areaal van 2.625 ha genoemd. Ook in de vele gesprekken die wij hebben gevoerd is dit areaal een veel voorkomend onderwerp. Omdat dit areaal een belangrijke rol in de discussie rondom GOM speelt, geven we een korte uitleg: In het ‘Pact van Teylingen’ (1996) werd o.a. gepleit voor bescherming van het bollenteeltareaal en tegen oprukkende woningbouw. In 2004 kreeg dit laatste gevolg in ‘het Offensief van Teylingen’ (2004) door de introductie van bollengrondcompensatie. In 2009, toen het ISG-beleid in voorbereiding was, werd dit nog concreter. Er werd toen door de bollengemeenten afgesproken dat er een zgn. ‘kritische massa 1e klas bollengrond’ nodig was voor de hyacintenteelt. Hyacinten kunnen uitsluitend op 1e klas bollengrond geteeld worden. Een simpele uitleg over die ‘kritische massa’ is, dat hyacintenteelt een 5-jarige cyclus kent. Dus slechts 1 x per 5 jaar kunnen er op hetzelfde perceel hyacinten worden geteeld. Daarbij zijn ‘wisselteelten’ van belang om de overige 4 teeltjaren op te kunnen vangen. Er is aangenomen dat er tot 2030 in de bollenstreek een jaarlijkse behoefte is aan 525 ha hyacinten. Om die te behouden is er totaal -vanwege die 5-jarige cyclus- minimaal 5 x 525 ha = 2.625 ha 1e klas bollengrond nodig.

Door de 2.625 ha 1e klas bollengrond voor de toekomst beschikbaar te houden blijft de Duinen Bollenstreek haar unieke open karakter behouden en wordt beschermd tegen massale woningbouw. Wij begrijpen dat woningbouw tot op zeker hoogte noodzakelijk is, maar benadrukken dat een Bollenstad onwenselijk is. De Duin- en Bollenstreek kan slechts haar naam geloofwaardig blijven waarmaken als er voldoende bloembollen (en aanverwanten) geteeld worden. Dat is niet alleen belangrijk voor de economische structuur van de streek, maar ook voor de aantrekkingskracht die zij heeft op het toerisme c.a. Daarom is het van essentieel belang dat het karakteristieke landschap van de Duin- en Bollenstreek voor de komende generaties behouden blijft. De Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB) bevestigt ons standpunt. EBDB is onlangs gestart met de campagne ‘Vrijlanders’. Citaat uit de campagne van EDBD: “De naam Vrijlanders is niet voor niets. Onze regio is een vrij en open land tussen de grote steden, de zogenaamde ‘space in between’. Zoals in elke regio waar gewoond en gewerkt wordt, zijn er individuele belangen en grote gedeelde belangen. Ons grote gedeelde belang is de vrije ruimte. Niemand wil dat deze streek wordt volgebouwd met grote distributiecentra of grootschalige woningbouw”.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

13

VISIE NAAR VOREN

8.

De ‘Groene Parels’ van de Duin- en Bollenstreek

In vroegere tijden kregen werknemers van bollenkwekers relatief weinig loon. Ter compensatie mochten bollenknechten op aan hen toegewezen perceeltjes grond, eigen groenten en aardappels verbouwen. In sommige gevallen ook bloembollen, waaruit dan weer nieuwe kwekers ontstonden. Daarnaast hielden de knechten er dieren, voor hobby of vlees. Er gaan zelfs verhalen de ronde dat het gebruik van dit soort perceeltjes in een bollencao werd geregeld. Het waren vrijwel altijd verspreid gelegen minder courante percelen. De oorsprong van de huidige ‘Groene Parels’. Deze beeldbepalende locaties hebben een langdurige geschiedenis. Het zijn waardevolle groene postzegeltjes in het gebied. Van grote betekenis voor het kenmerkende diverse bollenstreeklandschap en waardevol voor de eigenaren c.q. gebruikers. Daarom noemen wij ze ook zo expliciet de ‘Groene Parels’ van de Duin- en Bollenstreek. Vandaag de dag bestaan deze locaties nog steeds. Echter, in de bestemmingsplannen ligt de nadruk m.b.t. de aanwezige gronden/gebouwen, louter op (bloem)bollenteelt. Hierin zit een aanzienlijk beleidsmatig knelpunt: Bestemming (bloem)bollenteelt schuurt met een deel van het huidige- zgn. ‘oneigenlijk’ gebruik. Dat dit een serieuze bedreiging voor deze locaties is, leest u in hoofdstuk 9.

Deze locaties zijn weliswaar ongeschikt voor rendabele bollenteelt maar dienen zeer zeker behouden te blijven voor het gebied. Ze bieden namelijk kansen. In het buitengebied is er een groeiende behoefte aan ander gebruik van-, en daarmee andere bestemmingen voor, agrarische woningen, schuren, kassen en omliggende gronden. Deze ‘andersoortige ontwikkelingen’ kunnen prima op deze verspreid liggende locaties plaatsvinden. Dat maakt ze specifiek.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

14

VISIE NAAR VOREN

De andersoortige ontwikkelingen en het alternatieve gebruik van deze locaties, bestaan uit 2 delen: A) Alternatieve bedrijvigheid B) Alternatieve bewoning A) Alternatieve bedrijvigheid Er liggen interessante kansen als het gebiedsbestemmingsbeleid meer andere bedrijvigheid dan alleen bollenteelt toestaat. Hiermee biedt men een ander type ondernemer, anders dan de ‘traditionele bloembollenkweker’, legaal de kans om (streek)producten te produceren en/of lokaal te verkopen. Dat is nu niet of nauwelijks mogelijk. Als er al mogelijkheden zouden zijn, dan zijn de procedures bureaucratisch, onacceptabel lang, ingewikkeld en kostbaar. Dat demotiveert ondernemers om eraan te beginnen. Tijdens de Coronacrisis (2020) is het pijnlijk duidelijk geworden dat steun aan lokale ondernemers van levensbelang is. Diversiteit in aanbod is daarbij essentieel. Helaas is daar, vanwege het huidige beperkende gebiedsbeleid, (nog) geen sprake van. Daarom ligt ook hier een belangrijke kans!

Er zijn talloze voorbeelden van alternatieve bedrijvigheid zoals: o Het kweken van bijv. kruiden/groenten (zoals vroeger in een deel van de bollenstreek werd gedaan), maar ook bloemzaden, sierfruit, openbare wandeltuin (recreatiegroen) met theeschenkerij o Wijngaard met aanverwante activiteiten zoals verkoop eigen productie, workshops o Fruitteelt/boomgaard, boomteelt, hovenier o Visvijvers voor recreatie en/of productie. Ook interessant voor waterhuishouding o Koeien- of paardenfokkerij, veeteelt evt. in combinatie met verkoop aanverwante producten zowel groot- als kleinschalig1. Waar ISG-2016 inzet op grootschalige veeteelt, pleiten wij nadrukkelijk ook voor kleinschaligheid 1

Dat beleidsvisies snel achterhaald kunnen zijn blijkt uit ISG 2009. Die gaf aan dat alle veehouderijen weinig perspectiefvol waren en onder de bestaansgrens zaten. De update (ISG-2016) geeft aan dat concurrerende bedrijfsvoering inmiddels wel weer mogelijk is…

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

15

VISIE NAAR VOREN

o Gebruik van schuurruimte t.b.v. lokale producten bijv. bierbrouwerij, kaasmakerij, vruchtensappen, workshops, ontspanning, educatie, zorg en welzijn etc. o Gebruik van schuurruimte voor bijvoorbeeld ambachten, zoals smederij of een hoefsmid met mogelijkheid om paarden ter plaatse te stallen, dierenpension, dierenkliniek, veearts o Denk bijvoorbeeld ook aan start/scale-ups en ondernemers in nichemarkten, enz.

B. Alternatieve bewoning Er zijn in Nederland particulieren die graag ‘buiten’ willen wonen. Het levensgeluk van deze groep mensen wordt voor een groot deel bepaald door werken/recreëren op het eigen erf en het uitoefenen van hobby’s. Het ‘mooi maken’ van hun leefomgeving staat daarbij centraal. Het is een levensstijl. Deze mensen zijn bereid veel te investeren in woon-, tuinschuur- en erfruimte en privacy. Rijd eens op een vrije zaterdag het land in en zie met hoeveel plezier mensen bezig zijn met grasmaaien, heggen snoeien, een moestuin, het verzorgen van hun hobby-vee enz. Met alternatieve bewoning bedoelen we o.a.: o Kleinschalig hobby-vee met stal op eigen weiland o Schuurruimte voor hobby of bedrijvigheid, atelier, schrijfruimte o Klein bedrijf aan huis zoals imkerij, hobbykwekerij o Kleinschalig recreatief gebruik (toerisme)zoals B & B, gastenverblijf, etc. o Een grote sier(show)tuin met of zonder openstelling voor publiek o Landgoedontwikkeling, groenaanplant (bomen, struiken, windsingels) o Zwemvijver o enz... Ook in de Duin- en Bollenstreek is hier groeiende behoefte aan, maar planologisch niet toegestaan. Voor de Duin- en Bollenstreek een gemiste kans. Alternatieve bewoning én gebruik, zal onder specifieke voorwaarden mogelijk moeten worden. De 3 belangrijkste zijn:

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

16

VISIE NAAR VOREN

1. Alleen mogelijk binnen het bestaande aanbod (dus nadrukkelijk géén extra woningen en opstallen)! 2. Specifieke ‘groene’ voorwaarden zoals (winter)groene beplanting (storende elementen niet zichtbaar), windsingels, geriefhout, nestkasten etc. 3. Aantoonbaar verwezenlijken van energie- en milieudoelen. D.m.v. de voorwaarden wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan verbetering en vergroening van de omgeving én het landschap. In een afwisselend landschap rondom bollenteelt, spelen de ‘Groene Parels’ een belangrijke rol. Ze zijn letterlijk en figuurlijk zo waardevol, dat ze als het ware een wintergroen casco, rondom de dorpen vormen. De eigenaren zullen ze verdedigen tegen te massaal oprukkende woningbouw. Een belangrijk ISG-doel wordt hiermee behaald. Het behoud van de beeldbepalende gebouwen en erven, komt ook ten goede aan noodzakelijke (bio)diversiteit. Grote verscheidenheid aan planten, (weide)vogels, insecten profiteren of herstellen hiervan. De locaties bieden ook bescherming aan klein- en overig wild. Tot slot. De optelsom van de bovengenoemde ‘andersoortige’ activiteiten, verfraaien het gebied en geven het dynamiek, leefbaarheid (ook voor de toekomst) en (bio)diversiteit. Met al deze aspecten borgen we structurele welvaart en een toekomstbestendig levensvatbaar aantrekkelijk gebied voor zowel lokale inwoners als toeristen. Volop kansen dus.

Maar het levert nog een essentieel economisch neveneffect op namelijk: Risicospreiding. Dus minder kwetsbaar voor dalende markten in slechtere tijden2. Er zijn dus veel argumenten die pleiten voor het legaliseren d.m.v. beleidsaanpassingen zoals maatwerkadviesprocedures. ISG-2016 biedt daarvoor ruimte3. Helaas laten beleidsmakers deze kansen liggen en kiezen zelfs voor een heel ander scenario. Het huidige beleid is erop gericht om alle ‘Groene Parels’ uit het gebied te ontmantelen d.m.v. handhaven op zgn. ‘oneigenlijk gebruik’ (zie volgend hoofdstuk).

2

Rapport ‘Effecten van de coronacrisis op de Duin- en Bollenstreek economie’ Blaauwberg, april 2020

3

Antwoorden op schriftelijke vragen ex art.38 inzake maatwerkadviesprocedure Greenpoort en Noordwijkse nuancering Z/17/035092/68678

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

17

VISIE NAAR VOREN

9.

Handhaving ODWH

In het bollenstreeklandschap spelen karakteristieke elementen een belangrijke rol. Beeldbepalend zijn de van oorsprong vele kavels, met of zonder (bedrijf)gebouwen, sloten, hagen en windsingels. Er vinden allerlei activiteiten plaats zoals bollenteelt, bloementeelt tot en met het hobbymatig houden van dieren (paardenweide e.d.). Er zijn locaties en percelen economisch ongeschikt geworden voor de bollenteelt. In de Duinen Bollenstreek zijn er slechts een paar gebieden waar schaalvergroting enigszins mogelijk is. Toch is het zelfs daar niet altijd gewenst (ook door bollentelers). Opmerkelijk is het dan wel dat schaalvergroting in het complexe ruimtelijke ordeningsbeleid van de bollenstreek, een majeure rol speelt. Is dat terecht? We hebben beschreven hoe de waardevolle ‘groene parels’ ontstaan zijn. In de bestemmingsplannen m.b.t. het buitengebied vallen deze locaties onder nietgreenpoort-gerelateerde activiteiten. Het lijkt er dan ook op dat men bij vaststelling van deze bestemmingsplannen heeft vastgehouden aan (bloem)bollenteelt zonder rekening te houden met andere en nieuwe ontwikkelingen. Vanwege de ontwikkelingen in met name de bollensector is het huidige locatiegebruik steeds vaker in conflict gekomen met de officiële bestemming. Legalisering (herbestemming) zou mogelijk zijn omdat de ISG-2016 ruimte biedt aan activiteiten die afwijken van de geldende beleidsregels.

Echter pogingen tot legalisering strandden bij de toetsing aan de ISG-doelstellingen. Men hanteert daarbij de volgende criteria: 1. Toetsing landschapsperspectief 2. Herstructurering buitengebied en tot stand brengen ‘vitaal landschap’ 3. Toetsing zgn. ‘strijdig gebruik’ van bollengrond (+ handhaven 2625 ha 1 e klas bollengrond) 4. Bollengrondcompensatie Op deze, discussiegevoelige -en ons inzien te ruim geformuleerde criteria- mislukken verzoeken tot legalisering. Ook indien het huidige gebruik reeds langdurig gaande is. Zonder te kijken naar waar de markt werkelijk om vraagt (marktvraag = kans), is er besloten om alle activiteiten die in strijd zijn met de beleidsregels, te gaan handhaven. Colleges van B&W van de bollenstreekgemeenten werken hier actief aan mee. In het voorjaar van 2020 is de gemeente Noordwijk een handhaaftraject gestart. Omgevingsdienst West Holland (ODWH) kreeg de opdracht om in 4 jaar, ongeveer 2644 locaties (merendeels groene parels) te ontmantelen. Hoofdargumenten voor dit handhaven zijn weer het bollenareaal en bollengrondcompensatie.

4 locaties gelegen in de gemeente Noordwijk, Noordwijkerhout en De Zilk

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

18

VISIE NAAR VOREN

De activiteiten, die men ‘strijdig gebruik’ noemt, vinden praktisch allemaal al langdurig plaats en zijn nooit een belemmering voor een vitale bollenteelt geweest. De gebruikers van deze percelen hebben dan ook nooit een negatieve invloed op de gewenste minimale 2625 ha bollengrond gehad (zie hoofdstuk 7). Wat is er dan anders dan voorheen? Sinds de komst van GOM (2010) is er een ander speelveld ontstaan. GOM is, zoals eerder beschreven, verantwoordelijk voor verlies aan bollengrond. Waar gaat GOM die compensatiegrond dan vandaan halen? Het antwoord hierop wordt deels door GOM gegeven. In een brief (zie afb. 7) dd. 7 mei 2020, schrijft GOM aan Gedeputeerde Staten van ZuidHolland over ‘een pijplijn van 266 haalbaar geachte locaties in het buitengebied van de Greenport. Deze ‘pijplijn’ wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat GOM te allen tijde aan de bollengrondcompensatieverplichtingen (en de 40-30-30 regel) kan blijven voldoen’.

Afb. 7

Uit het gesprek5 met Gom weten we dat een deel van de 266 locaties (pijplijn) ook in de lijst van te handhaven locaties staan. Als we niet oppassen worden deze dus opgeofferd ter compensatie voor het verlies aan bollengrond wat weer door GOM is veroorzaakt! Het openbaar bestuur gaat hierin mee en verliest intussen een deel van haar eigen ISGdoelstellingen uit het oog (zie hoofdstuk 10). 5

gesprek met de heer Zwart dd. 8 oktober 2020

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

19

VISIE NAAR VOREN

ODWH, uitvoerder van dit handhaven, blijkt de ‘botte bijl’ te hanteren. Men betreedt ongevraagd percelen en schroomt geen methode om aan informatie over objecten te komen. Burgers worden in niet mis te verstane bewoordingen uitgelegd dat hun zgn. overtreding “een ernstige zaak” gevonden wordt. ODWH reageert kort door de bocht op nauwkeurig vormgegeven kostbare juridische verweerschriften en wimpelt alle bezwaren af. Is dit de manier waarop gemeenten met vaak goedwillende kwetsbare burgers wil omgaan? De gevolgen van dit handhaaftraject zijn destructief voor zowel de bewoners als voor het gebied zelf. Het handhaven veroorzaakt zéér veel onrust en leed bij mensen die -vaak al jarenlang- met hart en ziel hun nevenactiviteiten, hobby’s of anderszins uitoefenen. Er zijn inmiddels al schrijnende gevallen bekend waarbij na handhaving de voorheen mooie locatie er nu troosteloos en vervuild bij ligt. Dit handhaven levert ook economisch niets op. Vrijgekomen percelen gaan niet meer renderen en zullen vervuilen. Dit beleid werkt niet alleen destructief maar is kostbaar en zelfs contraproductief. Het levert slechts verliezers op ten koste van veel gemeenschapsgeld. In de begroting van gemeente Noordwijk houdt men rekening met ruim € 700.000 in 4 jaar. Andere berekeningen gaan zelfs uit van € 1.600.000.

Plus, er is een gerede kans (vanwege massale stevige weerstand) op een aanzienlijk hoger bedrag. Uit de tabellen blijkt dat het meestal om kleinere incourante kavels gaat. In Noordwijkerhout zijn ca. 85% van alle handhaaflocaties kleiner dan 1 ha. Het telen van bollen op deze locaties is vanwege de geringe afmetingen financieel-economisch niet rendabel. Wij stellen dan ook voor om het handhaafproject per direct te stoppen en het gebruik van alle geïnventariseerde locaties (0-meting) in één procedure (bijv. via een veegplan) te legaliseren. Tabel m2 handhaving i.v.m. afwijking in gemeente Noordwijk Noordwijkerhout 111 adressen tot 1000 1000-2000 2000-3000 3000-5000 5000-10000 13 22 19 24 17 11,7% 19,8% 17,1% 21,6% 15,3%

10000-20000 > 20000 onbekend 14 2 0 12,6% 1,8% 0,0%

adressen 111 100%

Noordwijk 153 adressen tot 1000 1000-2000 2000-3000 3000-5000 5000-10000 9 9 8 17 27 5,9% 5,9% 5,2% 11,1% 17,6%

10000-20000 > 20000 onbekend 9 2 72 5,9% 1,3% 47,1%

adressen 153 100%

Hoe kunnen we het beleid typeren, waarbij een gemeente het decennialang nalaat om te handhaven, daarmee ruimte creëert voor allerlei ontwikkelingen en vervolgens -op één moment- besluit al die plekken middels handhaven te laten verdwijnen?

_________________________ * Tekst in blauwe kader is toegevoegd in de update-versie januari 2021

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

20

VISIE NAAR VOREN

Hoe noemen we beleid, waarbij men in de uitzonderlijke gevallen van legalisering, haar burgers bollengrondcompensatie laat betalen terwijl het juist deze mensen zijn die deze waardevolle locaties (groene parels) aanschaffen, onderhouden en in stand houden? Hoe kan het beleid zijn, om kansrijke locaties te ontmantelen terwijl die juist van belang zijn om het gebied structureel levensvatbaar te houden en zorgen voor waardevolle variatie in het landschap en voor (bio)diversiteit? Tot slot vragen wij ons af hoe het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek er uit zal gaan zien als alle te handhaven locaties zouden zijn verdwenen?

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

21

VISIE NAAR VOREN

10. Aanbevelingen m.b.t. handhaving Dringende oproep aan bestuurders van de Duin- en Bollenstreek m.b.t. huidige handhaaftraject: Handhaven na zoveel jaren van gedogen is een onverdedigbaar oneigenlijk (dwang)middel. Wij roepen op om dit handhaafproces per direct te stoppen en nieuw beleid te formuleren. Hoe langer men wacht, hoe meer locaties gehandhaafd zullen zijn die vervolgens nieuw beleid in de weg kunnen staan. Daarom is direct handelen gewenst en hebben wij de volgende aanbevelingen: • • • •

•

• • •

Behoud van zoveel mogelijk van de 2625 hectare dient niet te komen uit handhaven op zogenaamd ‘oneigenlijk gebruik’, maar door te stoppen met GOM-activiteiten. Daarmee stoppen we tevens het slopen van de bollenstreek. De ISG-2016 propageert een divers- en heterogener landschap. Wij vinden het ongepast om burgers die dat landschap juist bewerkstelligen en zelf het onderhoud betalen, daarvoor met het tarief voor grondcompensatie, nog eens extra te belasten. Compensatie van grond, dat door GOM-activiteiten (woningen) definitief verloren is dient ook niet uit handhaven te komen. Direct het handhaafproces te stoppen in aanloop op nieuw (her)bestemmingsbeleid. Bij herbestemmen (verruimen van de gebruiksmogelijkheden) is de grond niet verloren voor eventuele toekomstige bollenteelt. Toekomstige eigenaren kunnen het altijd weer in oude staat terugbrengen om er bijvoorbeeld bollen te kweken. Nadat nieuw beleid is geformuleerd (+ inspraak betrokkenen), alle geïnventariseerde locaties afzonderlijk de kans geven om die te verdedigen. Situaties die (een nog te formuleren) ‘groene toetsing’ doorstaan, dienen daarna gelegaliseerd en geformaliseerd te worden in het bestemmings- of omgevingsplan. Om dit collectief te doen zou een zgn. ‘veegplan’ een optie zijn. Wij pleiten bij ruimere gebruiksmogelijkheden voor een landschappelijke ‘groene’ inpassing. Niet klakkeloos toestaan maar d.m.v.

‘groene’ voorwaarden de naam ‘groene parels’ te verbeelden. Bij legalisering van huidig gebruik aantoonbare energie- en milieudoelen stellen. Vooral doorgaan met projecten zoals het behouden van de aloude ‘schaftschuurtjes’ door ze te renoveren en te herbestemmen (logies). Een positief beleidssignaal dat smaakt naar meer….

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

22

VISIE NAAR VOREN

11. Landschapsbeleid Duin- en Bollenstreek Legio visies zijn er de afgelopen decennia geschreven, waarin plannen zijn gemaakt om het unieke landschap van de duin- en bollenstreek te beschermen. Het Pact van Teylingen (1996) sprak al over het belang van een zgn. ‘groen casco’ en het samengaan van economische functies (waaronder landbouw), natuur en landschap. Provincie Zuid-Holland schrijft in haar ‘verhaal van de Duin- en Bollenstreek’ o.a. het volgende: ‘Het maken van een groen landschappelijk kader kan zorgen voor een natuurlijke windbeschutting voor de bollen en voor een betere recreatieve ontsluiting van het landschap. Sterke groene randen van de kamers vormen een duidelijk landschappelijk kader voor de bebouwing. Het landschappelijke raamwerk laat uitbreiding van bestaande bedrijven of nieuwe bebouwing toe, zonder dat het beeld te rommelig wordt. Een zorgvuldige vormgeving en positionering van de bebouwing is belangrijk voor de beeldkwaliteit van het productielandschap’

Holland Rijnland schrijft in haar ‘Evaluatie Landschapsbeleidsplan Duin- en Bollenstreek’ het volgende: ‘Bollenvelden, weidegronden en natuurgebieden domineren het rijke cultuurhistorische landschap van de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast zijn ook veel kleinere elementen in het landschap te onderscheiden zoals laanbomen, houtwallen, bossingels, erven en hagen. In de loop van de tijd hebben veel van deze landschappelijke elementen hun oorspronkelijke functie verloren, worden ze minder of niet meer onderhouden en verdwijnen ze uit het landschap. Het landschapsbeleidsplan onderschrijft het belang om karakteristieke streekeigen landschapselementen te herstellen en terug te brengen.’ Ook de ISG-2016 staat vol met termen zoals ‘tegengaan van verdere verrommeling van het landschap’ , ‘erfbeplanting’, ‘landschapskwaliteit verbeteren’ etc. Deze ambitieuze doelstellingen verdienen beslist de complimenten en mogen wat ons betreft bovenaan de agenda staan.

Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020

23

VISIE NAAR VOREN

Nederland speelt, v.w.b. de handel en export in bloembollen, een leidende rol. Voor de (bloem)bollenteelt ligt dat iets anders omdat er elders ter wereld steeds meer wordt gekweekt. In de Duin- en Bollenstreek wordt slechts een deel van alle Nederlandse bloembollen geteeld. Het gebied leent zich nauwelijks voor grootschaligheid en staat bovendien onder druk van diverse, elkaar beconcurrerende ruimteclaims, zoals woningbouw, toerisme en recreatie. Als we niet oppassen verdringen die claims uiteindelijk de (bloem)bollenteelt. Daarom is het goed dat er in de ISG een zeker bollenareaal wordt bewaakt. De focus, die nu praktisch alleen op bollenteelt en toerisme6 ligt, dient echter wel te verbreden naar meer diversiteit in activiteiten (herbestemmen) om risico te spreiden. Daarmee wordt tevens invulling aan ander bollenstreekbeleid gegeven. In hoofdstuk 8 hebben we dan ook gepleit voor meer diversiteit in bedrijvigheid (productie) en alternatieve bewoning (herbestemmen). Samen met de (bloem)bollenteelt zorgen die elementen voor een divers gebied, maar ook voor een structureel vitale Duin- en Bollenstreek. Tegelijkertijd bieden de te stellen voorwaarden, een waarborg voor ‘vergroening’ in algemene zin (waaronder ook klimaat, energie e.d.) . Op deze elementen constateren we dat de beleidskaders nog te weinig concreet zijn.

De ISG-tekst én de prachtige afbeeldingen geven een bijna paradijselijke Duin- en Bollenstreek weer. Is dit beeld wel juist? In de praktijk zien we dat er bij de uitvoering van het ISG-beleid nauwelijks tot geen moeite wordt gedaan om te voorkomen dat gebouwen en aanverwante het landschap ontsieren. Het resultaat daarvan zien we op afbeelding 1 en 2. Dat zijn voorbeelden van in het buitengebied gerealiseerde activiteiten die getoetst zijn aan de huidige ISG. Wij kunnen ons niet voorstellen dat dit de bedoeling van dat beleid is?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9648434/1