CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Politieke vragen ex art. 41 RvO van het lid B. van der Plas van 25 januari 2021 inzake tijdelijke ondersteuning getroffenen coronacrisis (1857129)

Raad 11 februari 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: B. De in kopie ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen en B&W te verzoeken de raad te informeren over de afdoening van het originele bij B&W ingekomen stuk:12.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een deel van de gemeenten bracht op dit punt naar voren moeite te hebben met het structureel betrekken van kinderen bij beleid.

27

Tweede Kamer 2018-2019, 24 515 nr. 479 Pagina 18 van 26

Het bereik onder kinderen is flink toegenomen de afgelopen jaren (netto bereik in 2017 43 procent en in 2019 67 procent). Het is voor gemeenten lastig om zicht te krijgen op de doelgroep kinderen van werkende armen. Reactie op tussentijdse evaluatie Gemeenten hebben in 2019 goede stappen gezet in de realisatie van de bestuurlijke afspraken, gericht op het bevorderen van de maatschappelijke participatie van kinderen uit gezinnen die het financieel minder breed hebben. Het is winst dat het bereik van kinderen sterk is toegenomen en dat merendeel van de gemeenten de middelen inzet voor kinderarmoedebeleid. Dat laat onverlet dat verbetering altijd mogelijk is. Kinderen zelf worden minder betrokken bij beleidsontwikkeling. Daarnaast is het bereik onder kinderen flink toegenomen de afgelopen jaren (netto bereik in 2017 43 procent en in 2019 67 procent), maar is er nog een verdere stijging nodig om ervoor te zorgen dat alle kinderen uit een gezin met een laag inkomen kunnen meedoen. Helemaal nu we mogen verwachten dat door corona meer gezinnen met kinderen financieel in zwaar weer zullen komen. Het bereiken van kinderen in armoede is een belangrijke pijler binnen de ambities kinderarmoede die het kabinet in overleg met de VNG heeft geformuleerd. Ambitie 1 luidt: “Ieder kind dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit kan meedoen.

In 2021 wordt 100 procent van de kinderen met ouders in de bijstand bereikt en 70 procent van de kinderen van de werkende gezinnen met een laag inkomen.” Uit de evaluatie blijkt dat we die 70% nu nog niet halen. Gemeenten die succesvol zijn gebleken in het bereiken van kinderen, onderkennen het belang van samenwerken met andere partijen (zoals onderwijs, maatschappelijke organisaties). Deze partijen vervullen een belangrijke functie als vindplaats en/of als doorverwijzer. Met het vervolg op de rondetafel kinderarmoede (zie hierboven in de brief) zal hier verder op worden ingezet.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Het kabinet heeft reeds enkele acties in gang gezet gericht op het versterken van de samenwerking tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en scholen: • De armoedepartijen verenigd onder SAM& (Leergeld, het Jeugdfonds Sport &Cultuur, Nationaal fonds Kinderhulp en Jarige Job) ontvangen sinds 2017 subsidie gericht op het bereiken van extra kinderen in armoede en de uitbreiding van de voorzieningen per kind, zodat zij mee kunnen doen op school, aan sport, aan cultuur en sociale activiteiten. Uit voorlopige cijfers die de gesubsidieerde partijen hebben verstrekt blijkt dat, mede als gevolg van de subsidie, het aantal geleverde voorzieningen aan kinderen is toegenomen van 264.000 in 2016 tot 398.170 in 2019. Deze subsidie loopt eind dit jaar af en wordt volgend jaar geëvalueerd. In afwachting van de resultaten is de subsidie nog met een jaar (2021) verlengd. • Met financiële steun van SZW en OCW is begin 2020 de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ ontwikkeld. De handreiking biedt scholen ondersteuning in het omgaan met de dagelijkse situatie van armoede en geeft inzichten in hoe scholen armoede kunnen signaleren, hoe zij ouders goed kunnen doorverwijzen en hoe zij sociale steun kunnen bieden aan ouders en leerlingen. Op dit moment wordt ingezet op een verdere implementatie van de handreiking binnen scholen.

Zo werkt het Jeugdeducatiefonds aan een traject om 15 scholen in 5 gemeenten te ondersteunen om de handreiking actief in te bedden in de werkwijze van scholen.

Pagina 19 van 26

• Gemeenten worden via het ondersteuningstraject kinderarmoede van Divosa (met financiële ondersteuning vanuit SZW) ondersteund bij de vormgeving van een kindgericht armoedebeleid binnen de gemeente. Ik ga met de VNG en Divosa in gesprek over de uitkomsten van deze extra tussenevaluatie, de lessen die we hieruit kunnen trekken en de wijze waarop gemeenten nog verder ondersteund kunnen worden in het vergroten van het bereik en het betrekken van kinderen bij het kinderarmoedebeleid. Ook werk ik met het CBS in afstemming met gemeenten aan de totstandkoming van een dashboard kinderarmoede. Dit dashboard moet gemeenten helpen meer zicht op de doelgroep te krijgen die zij nog niet kennen vanuit de bijstand. In 2021 zal er een volgende evaluatie van de bestuurlijke afspraken kinderarmoede plaatsvinden over het jaar 2020. De uitkomsten hiervan zullen gelijktijdig aangeboden met de eerste rapportage over de stand van zaken ambities kinderarmoede aan uw Kamer worden aangeboden.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Pagina 20 van 26

Bijlage 4 Beleidsstandpunt onderzoek ‘Schuldenproblematiek in beeld 2015-2018’ Op 17 augustus jl. heb ik uw Kamer het onderzoek ‘Schuldenproblematiek in beeld: Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2018’ toegestuurd, dat het CBS heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW. Op basis van onderzoek met bestaande registerdata heeft het CBS de omvang, achtergrondkenmerken en ontwikkelingen in beeld gebracht van de schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens in de periode 2015 tot en met 1 januari 2018.28

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Op 1 januari 2018 had een op de twaalf huishoudens in Nederland geregistreerde problematische schulden. Dit zijn 650.700 huishoudens. Daarnaast liepen 338.800 personen een verhoogd risico om in de schulden te raken. In de periode 2015 tot 2018 zijn deze aantallen in hoge mate stabiel. Bijna een kwart van de referentiepersonen uit huishoudens met geregistreerde problematische schulden op 1 januari 2018 behoorde een jaar eerder nog niet tot een huishouden met probleemschulden. Ruim de helft behoorde op 1 januari 2018 al minstens drie jaar aaneengesloten tot een huishouden met probleemschulden. Methode en definitie Het onderzoek maakt voor het eerst mogelijk om op basis van databronnen waarin betalingsachterstanden zijn geregistreerd huishoudens met problematische schulden in kaart te brengen.29 Nooit zijn zoveel registraties op het gebied van problematische schulden samengebracht om tot landelijke en lokale cijfers te komen. Tot nu toe werd de omvang van de schuldenproblematiek in Nederland gemonitord in de onderzoekreeks ‘Huishoudens in de rode cijfers’.30 De resultaten in deze reeks waren voornamelijk gebaseerd op enquêteonderzoek en interviews. De methoden waren beperkt representatief, omdat het aantal huishoudens met problematische schulden dat werd gehoord beperkt was.

In opdracht van SZW heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een methodiek ontwikkeld om de omvang, achtergronden en de ontwikkeling van de schuldenproblematiek in Nederland op representatieve wijze in beeld te brengen.31 SZW heeft het CBS daarnaast gevraagd om risicogroepen te identificeren: welke groepen huishoudens hebben de grootste kans om problematische schulden te ontwikkelen en hoe groot zijn die groepen? De gewijzigde methode heeft gevolgen voor de definitie van schuldenproblematiek. In ‘Huishoudens in de rode cijfers’ werd gesproken over problematische schulden wanneer het bedrag dat in 36 maanden (de duur van een gemiddeld traject voor schuldbemiddeling of schuldsanering) kan worden afgelost op de schulden lager is dan de totale schuldenlast. De definitie in het CBS28

Tweede Kamer 2019-2020, 24 515 nr. 559

29

Voor dit onderzoek gebruikte databronnen zijn het BKR, de Wsnp, CAK, CCBR, Belastingdienst, CJIB en DUO 30 Te raadplegen via https://www.panteia.nl/onderzoeken/huishoudens-in-de-rodecijfers/#:~:text=cijfers%20%2D%20Panteia.nl,Huishoudens%20in%20de%20rode%20cijfers,zich%20wenden%20tot%20de%20gemeente 31 Het CBS heeft voorafgaand aan dit onderzoek een verkenning uitgevoerd waarin de methodiek is ontwikkeld en is onderzocht hoe plausibel de definitie is. Deze is te raadplegen via https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/12/verkenning-geregistreerde-problematische-schulden Pagina 21 van 26

onderzoek ‘Schuldenproblematiek in beeld’ beoordeelt of iemand binnen een huishouden voldoet aan criteria die samenhangen met of iemand voorkomt in een van de gebruikte bronnen met betalingsachterstanden. Om het verschil tussen de nieuwe en de eerdere definitie aan te geven, wordt in de nieuwe definitie gesproken over huishoudens met geregistreerde problematische schulden.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Definitie van geregistreerde problematische schulden Er is sprake van een huishouden met geregistreerde problematische schulden als ten minste één persoon in het huishouden voldoet aan ten minste een van de volgende criteria op 1 januari van het betreffende verslagjaar:  Volgt een Wsnp-traject32;  Volgt een bij BKR geregistreerd minnelijk traject;  Heeft een bij BKR geregistreerde betalingsachterstand;  Is in het Centraal Curatele en Bewindregister (CCBR) opgenomen op grond van verkwisting en/of problematische schulden;  Heeft ten minste zes maanden de zorgpremie niet betaald;  Heeft een betalingsachterstand van een Wet Mulder-boete (boete voor lichte verkeersovertreding) bij het CJIB heeft waarvan de tweede aanmaning ten minste twee maanden openstaat, of zich al in een ernstigere wanbetalersfase bevindt. Daarnaast moet het openstaande bedrag in totaal minimaal 50 euro zijn;  Heeft langer dan 27 maanden een toeslagschuld van totaal minimaal 50 euro openstaan bij de Belastingdienst;  Heeft langer dan 15 maanden een schuld van totaal minimaal 50 euro voor overige belastingaanslagen openstaan bij de Belastingdienst;  Heeft een belastingschuld bij de Belastingdienst die in de 12 maanden voor het peilmoment oninbaar is gebleken.

 Heeft een betalingsachterstand bij de DUO van 3 maanden of langer en van minimaal 270 euro; Resultaten De resultaten van het onderzoek gaan verder dan inzicht in het aantal mensen met geregistreerde schulden. Voor de huishoudens met geregistreerde problematische schulden zijn achtergrondkenmerken in beeld gebracht, is gekeken welke life events vooraf zijn gegaan aan het ontstaan van schulden en is gekeken naar in hoeverre het huishoudens betreft die een gebruik maken van ondersteuning op andere domeinen, zoals zorg en inkomen. Hieruit blijkt onder meer dat geregistreerde problematische schulden relatief vaker voorkomen bij personen met een niet-westerse migratieachtergrond, laagopgeleiden en huishoudens met kinderen. Verlies van een baan en vervolgens in de bijstand komen, verdacht worden van een misdrijf, het stoppen met het volgen van onderwijs zonder een startkwalificatie te behalen en het uit elkaar gaan met een partner zijn life events met een relatief hoge kans op het ontstaan van geregistreerde problematische schulden. Vanwege het gebrek aan eenduidige registraties van schuldhulpverlening is het beeld van hoeveel mensen met geregistreerde problematische schulden hulp krijgen naar verwachting onvolledig. Voor 14,4 procent van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden op 1 januari 2018 is bekend dat zij in 32

Wet schuldsanering natuurlijke personen Pagina 22 van 26

beeld zijn bij de hulpverlening. Voor een deel hiervan (1 op de 10 huishoudens met problematische schulden) is bekend dat het specifiek om schuldhulpverlening gaat. Hieronder zal ik ingaan op mijn wens om toe te werken naar een eenduidige registratie, waardoor het in de toekomst mogelijk moet worden inzicht te krijgen in het aantal mensen dat schuldhulp krijgt en deze gegevens meegenomen kunnen worden in statistische analyses. Door middel van een dashboard heeft het CBS de schuldenproblematiek op gemeentelijk niveau inzichtelijk gemaakt.33 Hierdoor is het mogelijk om de geografische verdeling van de schuldenproblematiek in Nederland in beeld te brengen op kaart, en worden de omvang, de achtergrondkenmerken, risicogroepen en ontwikkelingen van schuldenproblematiek binnen gemeenten inzichtelijk.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Vervolg CBS-onderzoek Zoals gezegd betreffen de cijfers in dit onderzoek de periode 2015 tot en met 2018. De situatie is sindsdien vanwege de coronacrisis ingrijpend veranderd, en de verwachting is dat dit grote impact heeft op de schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens. De urgentie om de ontwikkelingen van de schuldenproblematiek nauwgezet te volgen is groot. De registerdata op basis waarvan het huidige onderzoek is uitgevoerd komen echter met enige vertraging beschikbaar. Over anderhalf à twee jaar zijn alle voor dit onderzoek gebruikte registraties beschikbaar en kan een compleet beeld van de huidige situatie gegeven worden. De vertraging waarmee de verschillende schuldregistraties beschikbaar komen verschilt echter. Momenteel verkent het CBS daarom of het mogelijk is om eerder al op basis van reeds beschikbare registraties een indicatie van het aantal huishoudens met problematische schulden ten tijde van de coronacrisis in beeld te brengen. Het huidige onderzoek biedt een goede en belangrijke basis voor inzicht in de situatie voorafgaand aan de crisis.

Door gemeenten en het onderzoeksveld is belangstelling geuit voor het gebruik van de (geanonimiseerde) data die zijn gebruikt voor dit onderzoek, onder meer zodat gemeenten deze kunnen verrijken met gemeentelijke data om zo een nog beter beeld te krijgen van de schuldenproblematiek binnen de gemeente, maar ook zodat onderzoeksinstituten de data kunnen gebruiken voor verdere analyses. Ik ben hier groot voorstander van: hoe beter ons inzicht in de huishoudens die in de schulden zitten of hierop risico lopen, hoe gerichter we lokaal en landelijk beleid kunnen vormgeven. Omdat gebruik gemaakt is van externe bronnen die hun data specifiek voor dit onderzoek beschikbaar hebben gesteld is het op dit moment nog niet mogelijk de data te gebruiken voor ander onderzoek. Ik zal daarom verkennen of de CBS-data die voor dit onderzoek gebruikt zijn, door het CBS ook voor andere onderzoeken gebruikt en verrijkt mogen worden. Daarnaast bekijk ik of deze data voor niet-CBS onderzoekers beschikbaar kunnen komen.34 Registratie schuldhulpverlening Feiten en cijfers over schuldhulpverlening zijn noodzakelijk om te kunnen sturen op effectiviteit en doelmatigheid. Zowel voor gemeenten als landelijk zijn op dit

33

Te raadplegen via https://dashboards.cbs.nl/v2/SchuldenproblematiekInBeeld/ Hierbij zal in alle gevallen gelden dat de beschikbaarheid via de Remote Acces-service van het CBS zal lopen, zie ook https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdata-zelfonderzoek-doen 34

Pagina 23 van 26

moment onvoldoende gegevens over schuldhulpverlening beschikbaar en de beschikbare gegevens zijn vaak niet actueel en vergelijkbaar. Een knelpunt daarbij is het ontbreken van eenduidige indicatoren. De recente wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens regelt onder meer dat bij de toelating tot of weigering van schuldhulpverlening een beschikking wordt afgegeven. Hiermee is als neveneffect een eenduidige indicator ontstaan. Ik wil toe naar een registratie, waarbij op ieder moment inzicht bestaat in het aantal mensen dat schuldhulp krijgt en waarbij die indicator (anoniem) gekoppeld wordt aan kenmerken voor statistische analyse, zoals inkomensinformatie en demografische kenmerken.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Bij vroegsignalering van schulden krijgen mensen met problematische schulden een hulpaanbod op basis van signalen van verhuurders, zorgverzekeraars en energie- en drinkwaterbedrijven. Dat gaat vooraf aan de toegang tot schuldhulpverlening. Monitoring van vroegsignalering heeft daarom andere indicatoren nodig, zoals het aantal meldingen en het aandeel mensen dat het hulpaanbod accepteert. Onder leiding van een aantal gemeenten is een monitoringsysteem voor vroegsignalering ontwikkeld, dat inmiddels door 65 gemeenten wordt gebruikt. Ik wil naar een structurele monitoring van vroegsignalering, ook om goede data te hebben voor de evaluatie van de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (die met ingang van 1 januari 2021 in werking treedt). De verbeterde registratie van schuldhulpverlening gaat de komende tijd zijn beslag krijgen. Naast het CBS hebben Divosa, de NVVK en BKR een belangrijke rol. Zij monitoren schuldhulpverlening al en hebben de ambitie de monitoring te verbeteren. Deze wordt versterkt door de coronacrisis die naar verwachting gaat leiden tot een toename van het aantal mensen met problematische schulden.

Pagina 24 van 26

Bijlage 5 Beleidsstandpunt rapport Inspectie SZW ‘Op weg naar financiële redzaamheid’ De Inspectie SZW voerde tussen 2015 en 2019 onderzoeken uit naar de uitvoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De onderzoeken hadden betrekking op vroegsignalering, toegankelijkheid en uitvoering van de schuldhulpverlening.35 In het inspectieonderzoek ‘Op weg naar financiële redzaamheid; Rode draden inspectieonderzoeken schuldhulpverlening en aandachtspunten vervolgonderzoek’ zet de Inspectie SZW de bevindingen en bredere observaties uit deze onderzoeken op een rij. Het onderzoek bied ik u hierbij aan.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De Inspectie SZW constateert dat binnen het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gemeenten, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers dagelijks hard werken aan het oplossen van schulden. De uitdaging waarvoor zij staan is mensen met problematische schulden te helpen hun uitgaven en inkomsten onder controle te krijgen en uitzicht te bieden op een schuldenvrij bestaan. De laatste jaren zijn belangrijke vorderingen gemaakt. Tegelijkertijd blijft sprake van een grote maatschappelijke urgentie, recentelijk versterkt door de gevolgen van de corona pandemie. De noodzaak voor een effectievere schuldenaanpak blijft onverminderd bestaan. De Inspectie SZW onderscheidt vijf rode draden: 1. Grenzen aan het doenvermogen: Eén thema komt steeds terug, namelijk versterking van het doenvermogen ten aanzien van financiële redzaamheid. In alle gevallen is het maatwerk. Problematische schulden hebben een verlammende werking. Het doorbreken daarvan vraagt om ontzorgen aan de ene kant en activeren aan de andere, zeker in het begin van het traject. De Inspectie SZW constateert dat voor een beperkte groep schuldenaars de onderliggende beperkingen in redzaamheid blijven bestaan. De rode draden nota beschrijft handelingsperspectieven voor deze doelgroep. 2.

Proactief optreden om terugval te voorkomen: De ultieme test voor het succes van een schuldhulptraject is het uitblijven van een terugval. Echter, een aanzienlijk deel van de mensen dat zich bij de gemeenten voor schuldhulp meldt, blijkt eerder een traject te hebben doorlopen. In de zienswijze van de Inspectie SZW onderstreept dat de noodzaak om te blijven investeren in vroegsignalering in combinatie met maatregelen om de drempel voor schuldenaren om zich bij de gemeente te melden te verlagen. 3. Versterken verbinding brede hulpverlening en financiële situatie: Waar iemand ook aanklopt, een medewerker moet proberen een eerste – integraal - beeld van de problematiek te krijgen om gericht andere betrokken diensten in te schakelen of over te dragen wanneer de problematiek dat vereist. Met name degenen die hulp dicht bij de mensen geven (bijvoorbeeld in de wijk of vanuit de sociale dienst) kunnen een belangrijker rol spelen in het signaleren en begeleiden. 4. Versterken (gebruik) registraties voor meer kwaliteit: Uit de onderzoeken van de Inspectie SZW kwam naar voren dat de informatie over de omvang en aard 35

Kamerstukken II 2016-2017, 24 515, nr. 381, Kamerstukken II 2016-2017, 24 515, nr. 384, Kamerstukken II 2017-2018, 24 515, nr. 426, Kamerstukken II 2019-2020, 24 515, nr. 426 Pagina 25 van 26

van de problematische schulden en de dienstverlening te kort schiet. Daardoor ontbreekt een gemeenschappelijke basis als input voor een kwaliteitssysteem en ‘leren van elkaar’. 5. Investeren in de maatschappelijke context: Het oplossen van de schuldenproblematiek vereist een brede maatschappelijk insteek, vanuit zowel de publieke als de private sector. Schulden maken blijkt nog steeds heel makkelijk. Medewerking van (potentiële) schuldeisers is cruciaal om schulden te voorkomen, de situatie te stabiliseren en op te lossen. De Inspectie SZW stelt voor om te onderzoeken wat er aanvullend gedaan kan worden om de groei van de schuld zo snel mogelijk na de hulpvraag te beperken en nietsaneerbare schulden toch op te lossen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De rode draden sluiten aan bij de maatregelen uit de Brede schuldenaanpak en in het bijzonder bij de inzet om de monitoring van schulden en schuldhulpverlening te verbeteren, zoals toegelicht wordt in de andere onderdelen van deze brief. De aanbevelingen van de Inspectie SZW zal ik in het kader van de Brede Schuldenaanpak uitvoeren. Mede aan de hand van de rode draden zal de Inspectie SZW de komende tijd gaan onderzoeken wat de voortgang is, waar verdere mogelijkheden voor verbetering liggen en waar de gevolgen van de corona pandemie het stelsel (extra) onderdruk zetten.

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9671379/1