CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Politieke vragen ex art. 41 RvO van het lid B. van der Plas van 25 januari 2021 inzake tijdelijke ondersteuning getroffenen coronacrisis (1857129)

Raad 11 februari 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: B. De in kopie ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen en B&W te verzoeken de raad te informeren over de afdoening van het originele bij B&W ingekomen stuk:12.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Katwijk Koningin Julianalaan 3 2224 EW Katwijk ZH Betreft: vragen ex. art. 41, inzake tijdelijke ondersteuning getroffenen coronacrisis Katwijk, 22 januari 2021 Geacht college, Ook in Katwijk treft de Coronacrisis jong en oud. Allereerst natuurlijk op gebied van gezondheid. Maar de maatregelen leiden tot meer vragen en/of problemen. Denk daarbij aan frustratie, depressie/somberheid, gebrek aan sociaal leven maar ook de zorg om werk en inkomen. De overheid heeft op meerdere fronten steun verleend en hulp geboden. De ChristenUnie vindt het echter belangrijk dat de beschikbaar gestelde middelen op de juiste plekken terecht komen en met name bij diegene die dit het hardste nodig hebben. Om een beeld te krijgen van hoe er in onze gemeente wordt omgegaan met, met name, financiële ondersteuning van getroffenen van de Coronacrisis hebben wij een aantal vragen opgesteld. TONK Het kabinet heeft een extra regeling (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) TONK in het leven geroepen en hiervoor 130 miljoen euro gereserveerd. Het is de bedoeling dat gemeenten zeer binnenkort over dit geld kunnen beschikken om getroffenen door de coronacrisis, die via andere regelingen geen afdoende steun kunnen krijgen, en dus tussen wal en schip vallen, te ondersteunen.

1) Is het college hiervan op de hoogte? 2) Op welke wijze gaat het college dit oppakken? 3) Is het mogelijk hier een ‘’snelle, warme’’ regeling van te maken, in die zin dat er met dit geld voor wordt gezorgd dat niemand letterlijk in de kou of zonder eten komt te zitten? 4) Is het college bereid deze middelen te oormerken zodat deze terecht komen bij degenen die die steun het hardste nodig hebben? 5) Op welke manier gaat het college de raad hierover zo snel mogelijk berichten? Armoede en corona Het kabinet heeft extra middelen aangekondigd voor armoedebestrijding en schuldenaanpak voor getroffenen door de coronacrisis. (146 miljoen euro) Zie ook de ‘Kamerbrief Steun- en Herstelpakket’ (p 16 en 17). We weten namelijk dat jongeren, kwetsbare gezinnen en ZZP’ers en flexkrachten zwaar getroffen worden door alle maatregelen. De ChristenUnie maakt zich grote zorgen over mensen die helemaal vastlopen door schuldenproblematiek. Tweede Kamerlid Eppo Bruins (ChristenUnie) heeft er met succes voor gepleit binnen het eerder vastgestelde bedrag 30 miljoen speciaal te reserveren voor het zogenaamde Waarborgfonds. Dit fonds maakt het gemeenten makkelijker saneringskredieten in te zetten. Hiermee kunnen schuldeisers in één keer gedeeltelijk worden

betaald, wordt de restschuld kwijtgescholden en blijft de gemeente als schuldeiser over. Zo komt er meer grip op de situatie. (Zie Kamerbrief in bijlage 1) 6) Is het college inmiddels bekend met de hoogte van de bedragen die onze gemeente gaat (of heeft) ontvangen? 7) Heeft het college een voorstel voor de manier waarop we deze middelen in onze gemeente gaan inzetten? 8) Is het college bereid daar ook de doelgroep/ervaringsdeskundigen bij te betrekken? 9) Op welke wijze maakt het college gebruik van de 30 miljoen euro, specifiek beschikbaar gesteld voor het Waarborgfonds en bedoeld om saneringskredieten in te zetten?

10) Op welke manier gaat het college de raad hierover zo snel mogelijk berichten?

Met vriendelijke groet, Ben van der Plas ChristenUnie Katwijk

> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA Den Haag

Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 www.rijksoverheid.nl

2513AA1XA Onze referentie 2020-0000111067

Datum Betreft

28 september 2020 Intensivering armoede- en schuldenaanpak

De coronacrisis raakt iedereen in Nederland. De economische, sociale en gezondheidsgevolgen zijn zichtbaar en voelbaar. Maar de gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Vooral kwetsbare groepen worden hard geraakt op het terrein van werk, inkomen en participatiemogelijkheden. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren, flexwerkers, ondernemers met weinig financiële reserves en kinderen en jongeren in gezinnen die leven rondom de armoedegrens. De schuldenproblematiek in Nederland was al voor de coronacrisis een urgent maatschappelijk probleem.1 De verwachting dat armoede en problematische schulden voor deze groepen verder zullen toenemen, is buitengewoon zorgwekkend. Een conclusie die ook de tijdelijke werkgroep ‘sociale impact coronacrisis’ (onder leiding van burgemeester Halsema) trekt in zijn advies van 17 mei jl. De NVVK2 verwacht een toename van het aantal hulpvragen van minimaal 30% voor 2020 en daarna. De urgentie om nu actie te ondernemen om de effecten van de coronacrisis zo goed als mogelijk op te vangen, is onmiskenbaar. Om deze reden heeft het kabinet in zijn derde steun- en herstelpakket – als vervolg op de voorgaande twee noodpakketten – bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.3 Hiermee beschermt het kabinet bedrijven, banen en inkomens zoveel mogelijk.

Het behoud van werk en de doorstroom naar nieuw werk zijn speerpunten van het pakket en zijn tevens essentieel om het ontstaan van schulden en armoede waar mogelijk te voorkomen. Wanneer mensen vanwege de gevolgen van de crisis te maken krijgen met schulden- en armoedeproblematiek is snelle hulp en ondersteuning noodzakelijk. Er zijn daarom – naast de € 80 miljoen die het kabinet al voor armoede en schulden had vrijgemaakt in 2018 voor een periode van drie jaar - extra middelen vrij gemaakt voor het tegengaan van armoede en problematische schulden. 4 De middelen 1 Het recent gepubliceerde CBS-onderzoek ‘Schuldenproblematiek in beeld’ laat zien dat op 1 januari

2018 een op de twaalf huishoudens in Nederland geregistreerde problematische schulden had. Dit zijn 650.700 huishoudens. Daarnaast liepen 338.800 personen een verhoogd risico om in de schulden te raken. 2 Nederlandse branchevereniging voor schuldhulp en financiële dienstverlening. 3 Kamerstukken II 2019-2020, 35 420 nr. 105 4 Het pakket bestaat uit 3 pijlers4: 1) Continueren van de steun: de NOW, Tozo en TVL worden met 9 maanden verlengd. 2) Stimuleren waar dat kan: publieke investeringen worden versneld en private investeringen aangejaagd. 3) Ondersteunen waar aanpassing nodig is: met meer dan € 1 miljard aan extra middelen krijgen sociale partners, gemeenten, uitvoeringsorganisaties en scholen de ruimte om Pagina 1 van 26

dragen tevens bij aan preventie en maatwerk voor multiprobleemhuishoudens. Er is hiervoor een totaalbedrag van € 146 miljoen beschikbaar. Om kwetsbare groepen vroegtijdig, snel en adequaat te helpen en een stapeling van problemen te voorkomen, heb ik deze zomer met VNG en Divosa een tiental rondetafelgesprekken georganiseerd. Tijdens de gesprekken zijn met vele betrokken gemeenten en organisaties afspraken gemaakt over concrete maatregelen. 5 Maatregelen die ertoe dienen dat mensen niet te lang met hun financiële problemen blijven rondlopen. Dat ze weten hoe ze schulden kunnen voorkomen, en – als ze schulden hebben - weten waar zij welke hulp kunnen krijgen. Handelingsperspectief bieden aan burgers is hierbij essentieel. De uitdaging is om nieuwe groepen die door corona in de problemen komen te vinden en bereiken, zoals zelfstandigen, jongeren en flexwerkers, en te bevorderen dat zij zich vroegtijdig melden.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De maatregelen leiden ertoe dat gemeenten en uitvoeringsorganisaties beter zijn toegerust om hulp te bieden aan de verwachte toestroom van hulpvragen. Diverse acties zijn hierop gericht. We bouwen voort op de stappen die de afgelopen periode al zijn gezet in het kader van de Brede schuldenaanpak6 en de aanpak van kinderarmoede. 7 De samenwerking en de structuur zijn er. Dat maakt het mogelijk om snel op te schalen nu de coronacrisis dit noodzakelijk maakt. In deze brief ga ik in op de besteding van de tijdelijke middelen die het kabinet voor 2020 en 2021 beschikbaar heeft gesteld voor (de versnelling van) de brede schulden- en armoedeaanpak8 en informeer ik u over de maatregelen en acties die in de rondetafelgesprekken zijn afgesproken. Teneinde uw Kamer een integraal beeld te geven van de inzichten rondom de omvang en aard van de armoede- en schuldenproblematiek in Nederland en inzicht in de impact van staand beleid, informeer ik uw Kamer hierbij ook over een aantal recent verschenen relevante onderzoeken. Ik geef een reactie op het rapport ‘Kansrijk Armoedebeleid’ van SCP en CPB 9, waarbij ik ook in ga op de motie Jasper van Dijk10 (SP) en de motie Van Kent (SP)11 (zie bijlage 2).

Tevens ga ik in op de extra tussentijdse evaluatie van de bestuurlijke afspraken kinderarmoede die naar aanleiding van de motie Bruins12 is uitgevoerd (zie bijlage 3, rapport is bij deze brief gevoegd). Daarnaast reageer ik op onderzoeken van het CBS en de Inspectie SZW over de omvang van de schuldproblematiek respectievelijk rode draden om schuldhulpverlening verder te verbeteren (bijlagen 4 en 5, rapporten zijn bij deze brief gevoegd).

mensen van wie werk of onderneming onder druk staat of die hun rekeningen niet meer kunnen betalen perspectief te bieden. Hiervoor zet het kabinet in op goede begeleiding van werk(loosheid)naar werk, (om)scholing en ontwikkeling, het tegengaan van armoede en problematische schulden, het aanpakken van jeugdwerkloosheid en het beschermen van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. 5 Betrokken partijen zijn onder meer gemeenten, Divosa, de NVVK, Sociaal Werk Nederland, de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp, Hogeschool van Amsterdam en SAM&, de Schuldeiserscoalitie en de Manifestpartijen, private partijen en maatschappelijke organisaties. 6 TK 2019/2020, 24 515, nr. 533 7 EK 35.300 XV / 35.300 IV, G 8 Kamerstukken II 2019-2020, 35 542 nr. 2 (Vierde incidentele suppletoire begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake steun- en herstelpakket) 9 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/06/18/kansrijk-armoedebeleid 10 Tweede Kamer 2019-2020, 35473 nr. 20 11 Tweede Kamer 2018-2019, 35 142 nr. 7 12 Tweede Kamer 2018-2019, 24 515 nr. 479 Pagina 2 van 26

Inzet en middelen rondetafelgesprekken Aan de rondetafels is met een groot aantal publieke, private en maatschappelijke organisaties gesproken over de vraag hoe mensen snel de juiste hulp en ondersteuning vinden en krijgen als ze door de coronacrisis (erger) in armoedeen/of schuldenproblemen (dreigen te) raken. Bestaande maatregelen, zoals het Collectief schuldregelen13, het Schuldenknooppunt14 en de landelijke campagne ‘Kom jij eruit?’, worden versneld en opgeschaald zodat meer mensen (vroegtijdig) geholpen kunnen worden.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Extra middelen intensivering armoede-en schuldenaanpak Een belangrijk criterium bij het toekennen van de middelen is het draagvlak bij gemeenten en betrokken maatschappelijke organisaties. Zij staan samen aan de lat om de armoede- en schuldenaanpak te versnellen. Het kabinet ondersteunt hen hierbij. In de acties en maatregelen staan het burgerperspectief, het bevorderen van maatwerk en integraliteit van de dienstverlening centraal. De maatregelen moeten zo snel mogelijk voor mensen merkbaar zijn en bijdragen aan de versnelling en intensivering van maatregelen die al in gang zijn gezet in het kader van de Brede Schuldenaanpak15 en kinderarmoede en het bijhorende kwalitatieve streefcijfer.16 Zoals hierboven genoemd is een bedrag van € 146 miljoen euro aan extra middelen vrijgemaakt voor het tegengaan van armoede en problematische schulden. Het geld gaat voor een belangrijk deel naar gemeenten ten behoeve van het gemeentelijk schuldenbeleid (efficiëntere en snellere dienstverlening) en de bijzondere bijstand. Uit dit bedrag stel ik daarnaast dit jaar € 3 miljoen beschikbaar om de maatregelen uit de rondetafels uit de voeren en voor 2021 € 8 miljoen. Tevens is € 30 miljoen gereserveerd voor het oprichten van een Waarborgfonds om problematische schulden sneller te kunnen afwikkelen.

Met een dergelijk fonds wordt beoogd de inzet van saneringskredieten – een krediet waarmee de schuldeisers in een keer gedeeltelijk worden betaald tegen finale kwijting van de restschuld – makkelijker te maken. De verdere uitwerking vindt plaats in overleg met betrokken partijen waaronder de NVVK, kredietbanken en Schuldhulpmaatje. Ik informeer uw Kamer vóór het einde van het jaar over de uitwerking.17 In onderstaande tabel is de verdeling van de middelen over deze posten weergegeven.18

13 Collectief schuldregelen houdt in dat de individuele afhandeling van schulddossiers in de

schulphulpverlening vervangen wordt door een collectieve afhandeling. Schuldeisers krijgen van de gemeente periodiek een overzicht van nieuwe cliënten in de schuldhulpverlening. Deze schuldeisers kunnen dan aangeven of ze wel of niet akkoord gaan met collectief schuldregelen voor een bepaalde cliënt. Stemmen zij in, dan kunnen meer mensen meteen worden geholpen met schuldhulpverlening. Daarnaast nemen de uitvoeringskosten en administratieve lasten voor gemeenten en schuldeisers af. 14 Het Schuldenknooppunt is één manier van digitaal communiceren tussen schuldhulpverleners en schuldeisers wat onder meer tijdswinst oplevert in het schuldhulpverleningsproces. 15 TK 2019/2020, 24 515, nr. 533 16 EK 35.300 XV / 35.300 IV, G 17 Invulling aan de motie van het lid Segers, Tweede Kamer 2020-2021, 35 570 nr. 24 18 Op 23 september jl. is uw Kamer geïnformeerd over de totale inzet van de extra middelen: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/09/24/sociaal-pakket-geeft-mensen-zekerheiddat-ze-geholpen-worden Pagina 3 van 26

in € mln.

2020

2021

2022

2023

2024

Cum. Datum

28 september 2020 Armoede & schulden Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Versnellen brede schuldenaanpak en aanpak (kinder)armoede Waarborgfonds schulden

23 15 5

78 30 10

45 30* 15*

0 -

0 -

146 75 30

3

8

-

-

-

11

-

30*

-

-

-

30

Onze referentie 2020-0000111067

* Bedrag is op de aanvullende post (AP) bij Financiën gereserveerd.

Naast bovenstaande extra middelen bevat de begroting van SZW overigens ook andere maatregelen die ten goede komen aan mensen die met armoede- en schuldenproblematiek kampen. Zo wordt het kindgebonden budget vanaf 2021 met € 150 miljoen geïntensiveerd. Hiermee wordt het kindbedrag dat ouders ontvangen per kind vanaf het derde kind verhoogd met 617 euro tot 919 euro per jaar. Deze maatregel wordt in ‘Kansrijk Armoedebeleid’ benoemd als een effectieve manier om het risico op armoede te reduceren en draagt zo bij aan de kabinetsinzet om armoede onder kinderen tegen te gaan (zie bijlage 2). Daarbij maakt de verhoging van het kindgebonden budget vanaf het derde kind de tegemoetkoming die ouders van grote gezinnen krijgen meer in lijn met de kosten die zij maken voor de zorg voor kinderen. Met deze maatregel wordt daarom ook invulling gegeven aan de motie Van Kent. Resultaten rondetafelgesprekken De gesprekken hebben geleid tot veel concrete afspraken en acties, die zijn samen te vatten langs drie hoofdlijnen, die ik hierna beschrijf. Bij elke hoofdlijn geef ik de verwachte effecten voor burgers en professionals en een korte samenvatting van bijbehorende maatregelen. In bijlage 1 bij deze brief worden de maatregelen per hoofdlijn nader toegelicht en is een voorlopige verdeling van de beschikbare middelen opgenomen.

Vandaag vindt het online congres Intensivering armoedeen schuldenaanpak plaats. Ook daar worden de uitkomsten van de rondetafelgesprekken gepresenteerd. 1. BESTAANDE EN NIEUWE GROEPEN IN BEELD Aan de rondetafels zijn maatregelen afgesproken om bestaande en nieuwe groepen met armoede- en/of schuldenproblematiek op meer plaatsen en via meer kanalen zo vroeg mogelijk te vinden, te bereiken en te informeren. Door die maatregelen vinden mensen met geldzorgen sneller hun weg naar ondersteuning en worden zij snel geïnformeerd over passende vormen van hulp die voor hen beschikbaar zijn. Financiële problemen worden daardoor eerder gesignaleerd en meteen aangepakt. Dat voorkomt dat geldzorgen tot armoede of problematische schulden leiden. Om bestaande en nieuwe groepen te vinden en te bereiken neem ik, in samenwerking met betrokken partijen, de volgende maatregelen:  Via de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) kunnen mensen op een laagdrempelige manier passende, lokale hulp vinden. De NSR wordt uitgebreid zodat meer mensen op meer manieren hulp kunnen vragen als ze financiële problemen hebben;  Ook zelfstandig ondernemers en flexwerkers die met inkomensterugval hebben te maken moeten naar passende ondersteuning worden verwezen. Om

Pagina 4 van 26

dat te ondersteunen ontwikkelt Nibud een gesprekshandreiking voor professionals zonder achtergrond in schuldhulp. Dat stelt hen in staat om zelfstandigen, flexwerkers en werknemers die met inkomensterugval te maken krijgen efficiënt de weg te wijzen naar de juiste hulp. Hiertoe zal onder meer worden samengewerkt met de Kamer van Koophandel; Daarnaast bieden de campagnes Sam& voor alle kinderen (voorzieningen voor kinderen in armoede) en Kom jij eruit? (ondersteuning voor mensen met financiële problemen) een ingang voor mensen die hulp en/of voorzieningen zoeken omdat ze geldzorgen hebben. De campagne Kom jij eruit? is aangepast in verband met de coronacrisis. De focus van de campagne ligt dit najaar expliciet op het bereiken van nieuwe groepen zoals jongeren en ZZP’ers. Ik investeer dit jaar nog extra om mensen met financiële problemen ook via andere, niet voor de hand liggende plekken en kanalen te bereiken, bijvoorbeeld via huisartsen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

2. PASSENDE ONDERSTEUNING Ook zijn aan de rondtafels maatregelen afgesproken om bestaande en nieuwe groepen met armoede- en/of schuldenproblematiek op een laagdrempelige manier passende ondersteuning te bieden. Organisaties die de burger met armoede- en/of schuldenproblematiek ondersteunen gaan efficiënter en nauwer samenwerken. Dat leidt tot meer integrale dienstverlening, waardoor problemen sneller worden aangepakt en opgelost. Ook wordt meer maatwerk geboden. De volgende acties en maatregelen zijn afgesproken:  SZW, VNG, NVVK en SchuldenlabNL geven een impuls aan Collectief Schuldregelen. Meer gemeenten en meer schuldeisers sluiten aan, zodat meer mensen met problematische schulden sneller en efficiënter geholpen kunnen worden;  In combinatie met Collectief Schuldregelen maak ik opschaling van het Schuldenknooppunt mogelijk. Het Schuldenknooppunt zorgt ervoor dat alle communicatie tussen gemeenten en schuldeisers via een centraal digitaal loket kan verlopen. Dat betekent efficiëntere gegevensuitwisseling voor schuldeisers en schuldhulpverlening binnen de kaders van de AVG, en dus kortere processen. Meer mensen krijgen hierdoor eerder duidelijkheid over een oplossing voor hun problemen.

In samenhang hiermee wordt met het Waarborgfonds beoogd de inzet van saneringskredieten makkelijker te maken, waardoor mensen sneller uitzicht hebben op een schuldenvrije toekomst;  Ook kunnen meer mensen onder voorwaarden gebruik maken van mogelijkheden tot uitstel van betaling door het breder toepassen van de noodstopprocedure (of een vergelijkbaar instrument). Ik faciliteer dit proces door in kaart te brengen welke mogelijkheden hiertoe bestaan en partijen te stimuleren deze in te voeren;  Zorgverleners komen regelmatig in aanraking met mensen die financiële zorgen hebben. Zij kunnen mensen doorverwijzen naar de juiste hulp en soms ook zelf hulp bieden. Ik maak het mogelijk dat zorgverleners op diverse manieren worden ondersteund om deze rol te vervullen, zodat mensen snel en adequaat geholpen kunnen worden;  Meer scholen en meer gemeenten worden ondersteund in het signaleren van armoede. Dat betekent een uitbreiding van de aanpak van kinderarmoede. Scholen hebben een belangrijke functie in het door verwijzen naar de jeugdgezondheidszorg en het brede gemeentelijk sociaal domein om zo meer samenhangende ondersteuning te bieden.

Pagina 5 van 26

3. UITVOERINGSINSTANTIES VERSTERKEN De uitvoering van de maatregelen vergt veel van gemeenten en andere betrokken organisaties. Aan de rondetafels zijn ook afspraken gemaakt over extra ondersteuning van professionals en vrijwilligers. Het gaat om de volgende maatregelen:  Impuls voor het versterken van de professionalisering en kwaliteit van de schuldhulpverlening, (in samenwerking met Divosa, Sociaal Werk Nederland, NVVK, de Landelijke Cliëntenraad en VNG);  Impuls aan verbetering van dienstverlening aan zelfstandig ondernemers met schulden (in samenwerking met onder meer VNG Realisatie en bovengenoemde partijen);  Versnellen van de doorstroom in een schuldhulptraject om de druk op de gemeentelijke uitvoering te verlichten;  Ondersteuning aan de Alliantie van Vrijwilligers om extra vrijwilligers te werven en op te leiden zodat meer mensen ondersteuning krijgen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Monitoring maatregelen Om zicht te krijgen en te houden op de effecten en maatschappelijke impact van de inzet van de extra middelen zal ik de acties en maatregelen monitoren, zie onderstaande overzichtstabel. Totaal

Waarvan in 2020

Waarvan in 2021

1,9

0,9

1,0

4,1

2,1

2,0

3,9

0,2

3,7

Overig

1,6

0,3

1,3

- Monitoring en evaluatie traject versnelling en intensivering - Vervolg schuldenproblematiek in beeld - Nadere uitwerking maatregelen Totaal (in mln)

11,5

3,5

8,0

Hoofdlijnen 1. Bestaande en nieuwe groepen in beeld - Verbreden Nederlandse Schuldhulproute (NSR) - Ontwikkeling gesprekshandreiking voor niet-financieel professionals op vindplekken

2.

Passende ondersteuning

- Versnelling Collectief Schuldregelen, i.c.m. - Versnelling Schuldenknooppunt - Versnelling aanpak Maatwerk Multiprobleemhuishoudens - Ondersteuningstraject kinderen in armoede op school, in de jeugdgezondheidszorg en het sociaal domein om armoede onder kinderen eerder te signaleren en deze kinderen beter te ondersteunen - Kennisverrijking rond tot stand brengen integrale aanpak gericht op doorbreken generatiearmoede - Inzet ervaringsdeskundigen

3.

Uitvoeringsinstanties versterken

- Noodstopprocedure - Verdere professionalisering van de schuldhulpverlening

Ook zal ik de ontwikkeling van schulden- en armoedeproblematiek in Nederland nauwgezet volgen. Afgelopen zomer heb ik uw Kamer het CBS-rapport ‘Schuldenproblematiek in beeld’19 toegestuurd, waarin de omvang, achtergrondkenmerken en ontwikkelingen voor de periode 2015 tot en met 2018 in beeld zijn gebracht. Het huidige onderzoek biedt een goede en belangrijke basis voor inzicht in de situatie voorafgaand aan de crisis. Momenteel verkent het CBS of het mogelijk is om eerder al op basis van reeds beschikbare registraties een indicatie van het aantal huishoudens met problematische schulden ten tijde van de coronacrisis in beeld te brengen. 19 Tweede Kamer 2019-2020, 24515 nr. 559 (beleidsreactie is opgenomen in bijlage 4)

Pagina 6 van 26

Tot slot In hele korte tijd hebben vele partijen met elkaar afspraken gemaakt om de financiële gevolgen van de coronacrisis zo goed mogelijk op te vangen. Contacten zijn gelegd, nieuwe netwerken zijn ontstaan. Bij de deelnemers was de wil en energie voelbaar om afspraken te maken en aan de slag te gaan met de uitvoering daarvan. Daar komt het nu op aan, van afspraken naar actie. En we hebben haast, hoe eerder we mensen kunnen helpen, hoe beter. Om de organisatie van de rondetafels te begeleiden heb ik een stuurgroep in het leven geroepen waarin vertegenwoordigers zitten van SZW, VNG, Divosa, NVVK, Sociaal Werk Nederland, de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp, Hogeschool van Amsterdam en SAM&. De stuurgroep zal de komende maanden ook de uitvoering begeleiden en de voortgang daarvan monitoren. Ik zal uw Kamer voor het einde van dit jaar opnieuw informeren over de stand van zaken.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

B van ‘t Wout

Pagina 7 van 26

Bijlage 1 Onderstaande tabel geeft een globaal overzicht van de voorlopige verdeling van middelen voor de versnelling en intensivering van de Brede Schuldenaanpak en de landelijke aanpak (kinder)armoede. De cijfers zijn in miljoenen euro’s weergegeven. Het totale bedrag voor 2020 is hoger dan het extra toegekende bedrag van € 3 miljoen. SZW heeft voor 2020 uit reguliere beleidsgelden € 500.000 vrijgemaakt voor de intensivering en versnelling van de armoede- en schuldenaanpak.

Hoofdlijnen

Toelichting

Totaal

4.

- Impuls voor aansluiting gemeenten op de NSR zodat meer mensen op meer manieren hulp kunnen vragen bij financiële problemen; - Zelfstandigen en flexwerkers efficiënt de weg wijzen naar de juiste hulp; - De signalerende functie en het handelingsperspectief versterken van zorgverleners die te maken hebben met cliënten en patiënten met financiële onzekerheid - Meer gemeenten en meer schuldeisers aansluiten en landelijke convenanten afsluiten; - In samenhang hiermee wordt het Schuldenknooppunt doorontwikkeld, zodat alle communicatie tussen gemeenten en schuldeisers via een centraal punt kan verlopen; - Ondersteuning van scholen, gemeenten en de jeugdgezondheid bij het signaleren van en ondersteunen bij armoede onder kinderen; - Toepasbare kennis opdoen over een integrale aanpak van kinderarmoede om kinderen in armoede te ondersteunen en generatiearmoede te doorbreken; - Beter verbinden van de werelden van professionals en de doelgroep, door het stimuleren van de inzet van ervaringsdeskundigen. - Mogelijkheden verkennen om tijdelijke opschorting inning breder toe te passen; - Impuls versterken vakmanschap en kwaliteit schuldhulpverlening i.s.m. Divosa, Sociaal Werk Nederland, NVVK, de Landelijke Cliëntenraad en VNG; - Doorstroom in de schuldhulpverlening versnellen; - Versnelde opschaling bewezen effectieve aanpakken om schulden tegen te gaan en op te lossen.

- Zicht op de effecten en maatschappelijke impact van de inzet van de extra middelen - Voortzetting onderzoek CBS naar ontwikkeling schuldenproblematiek

Bestaande en nieuwe groepen in beeld

- Verbreden Nederlandse Schuldhulproute (NSR) - Ontwikkeling gesprekshandreiking voor niet-financieel professionals op vindplekken

5.

Passende ondersteuning

- Versnelling Collectief Schuldregelen, i.c.m. - Versnelling Schuldenknooppunt - Versnelling aanpak Maatwerk Multiprobleemhuishoudens - Ondersteuningstraject kinderen in armoede op school, in de jeugdgezondheidszorg en het sociaal domein om armoede onder kinderen eerder te signaleren en deze kinderen beter te ondersteunen - Kennisverrijking rond tot stand brengen integrale aanpak gericht op doorbreken generatiearmoede - Inzet ervaringsdeskundigen

6.

Uitvoeringsinstanties versterken

- Noodstopprocedure - Verdere professionalisering van de schuldhulpverlening

Overig - Monitoring en evaluatie traject versnelling en intensivering - Vervolg schuldenproblematiek in beeld - Nadere uitwerking maatregelen Totaal (in mln)

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

1,9

Waarvan in 2020 0,9

Waarvan in 2021 1,0

4,1

2,1

2,0

3,9

0,2

3,7

1,6

0,3

1,3

11,5

3,5

8,0

Pagina 8 van 26

Bestaande en nieuwe groepen in beeld Het is van belang dat mensen met (dreigende) financiële problemen weten hoe ze schulden kunnen voorkomen door hierover tijdig het gesprek aan te gaan en informatie te krijgen over welke schuldhulpverlening en (inkomens)voorzieningen op het terrein van armoede beschikbaar zijn. Eerder is het initiatief genomen tot de campagnes Sam& voor alle kinderen (voorzieningen voor kinderen in armoede) en Kom jij eruit? (ondersteuning voor mensen met financiële problemen). Deze campagnes bieden een ingang voor mensen die hulp en/of voorzieningen zoeken omdat ze geldzorgen hebben. De campagne Kom jij eruit? is recent aangepast om zo beter in te spelen op mensen van wie de persoonlijke financiële situatie door de coronacrisis is veranderd. De campagne roept op om tijdig hulp te zoeken en verwijst door naar verschillende ondersteuningsmogelijkheden om zo financiële problemen op te lossen en te voorkomen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De Nederlandse Schuldhulproute (NSR) is een instrument dat mensen op een laagdrempelige manier helpt om de juiste, lokale hulp te kunnen vinden. Om de verschillende groepen efficiënt te bereiken ga ik het mogelijk maken dat de NSR kan worden verbreed en verrijkt zodat meer mensen op meer manieren hulp kunnen vragen, onder meer online of juist fysiek, anoniem, via de chat. In 2020 en 2021 zal aansluiting van Nederlandse gemeenten op de NSR een impuls worden gegeven. Dat vraagt maatwerk per gemeente, waarbij er steeds aandacht moet zijn voor het benodigde draagvlak bij (lokale) organisaties en private partijen. Vroegsignalering blijft belangrijk om hulp te bieden aan mensen die dat om wat voor reden dan ook niet zelf vragen. Het project ‘Vroegsignalering schulden landt in Nederland’ ondersteunt gemeenten met kennisuitwisseling en monitoring. Het voornemen is de (financiële) ondersteuning van dit project te verlengen. Sinds het begin van de coronacrisis hebben veel zelfstandigen en werknemers met een flexibel dienstverband te maken met een inkomensterugval. Zij proberen financiële problemen vooralsnog zelf op te lossen en weten vaak niet bij welke organisaties zij terechtkunnen met financiële problemen. Het is van belang dat op de plekken waar veel zelfstandigen en flexwerkers komen de weg naar de juiste hulp wordt gewezen.

Het Nibud ontwikkelt daarom in samenwerking met gemeenten, schuldhulpverlening, werkgevers en zelfstandigen een gesprekshandreiking. Het doel van de handreiking is om professionals zonder kennis of achtergrond in de financiële of schulddienstverlening in staat te stellen om het gesprek over geld en geldzorgen aan te gaan, om te beoordelen in hoeverre en sprake is van (dreigende) financiële problematiek, en te verwijzen naar de juiste informatie of hulp. Doelgroepen voor deze handreiking zijn onder andere werkgevers, uitzendbedrijven, loopbaanbegeleiders, reintegratieprofessionals werkzaam bij UWV en regionale Werkpleinen en adviseurs bij de Kamer van Koophandel. Maar ook op minder voor de hand liggende vindplekken zoals bij huisartsen of op scholen kan de handreiking worden ingezet. Passende ondersteuning Als mensen de eerste stap hebben gezet, moeten ze snel hulp op maat krijgen die aansluit bij hun situatie en behoeften. Voor mensen in armoede is dat het loket voor gemeentelijk minimabeleid. Voor mensen met problematische schulden is dat meestal schuldhulpverlening. Daarbij kunnen persoonlijke aandacht en intensieve ondersteuning worden afgestemd op de mate van zelfredzaamheid van de

Pagina 9 van 26

mensen. Zoals Inspectie SZW constateert, heeft een beperkte groep schuldenaren onderliggende beperkingen in zelfredzaamheid (zie bijlage 5) en is voor hen maatwerk nodig. Mensen met niet-problematische schulden hebben wellicht meer baat bij een budgetcursus dan wel andere (digitale) instrumenten. Extra inzet wordt gepleegd op de verdere verbetering van schuldhulpverlening aan zzp’ers en ondernemers. Verder worden goede initiatieven uit de lokale uitvoeringspraktijk waar mogelijk opgeschaald.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Collectief Schuldregelen, Schuldenknooppunt en Waarborgfonds Om problematische schulden versneld aan te pakken, hebben SZW, VNG, NVVK en SchuldenlabNL afgesproken om een impuls te geven aan Collectief Schuldregelen. Het doel is verbreden en versnellen: meer gemeenten en meer schuldeisers aansluiten en landelijke convenanten afsluiten. Dat houdt in dat met schuldeisers afgesproken wordt om de individuele aanpak van schulddossiers te vervangen door collectieve afhandeling, waarbij vooraf afspraken worden gemaakt over medewerking aan (minnelijke) schuldregelingen met de belangrijkste schuldeisers. We hebben gezamenlijk afgesproken dat de NVVK het initiatief neemt om met meer schuldeisers afspraken te maken over Collectief Schuldregelen. Enerzijds door nieuwe convenanten hierover af te sluiten, anderzijds door bestaande convenanten aan te passen. De VNG zal bovendien een implementatietraject voor gemeenten inrichten om hen te ondersteunen bij de inbedding van Collectief Schuldregelen in de lokale uitvoering. SchuldenlabNL heeft aangeboden in dit proces een intermediaire functie te vervullen en hun opgebouwde kennis en expertise ten aan zien van Collectief Schuldregelen in te brengen. Het ministerie van SZW zorgt voor ondersteuning van deze versnelling. Effectieve en efficiënte dienstverlening vraagt een uniforme en digitale manier van communicatie.

Daarom heeft de NVVK, samen met de VNG het Schuldenknooppunt ontwikkeld. Het Schuldenknooppunt moet de standaard worden voor de veilige, digitale, uniforme en deels geautomatiseerde communicatie tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Naast snelheid voor de cliënt vermindert het Schuldenknooppunt de administratieve lasten voor schuldhulpverleners en schuldeisers. Het Schuldenknooppunt heeft een positieve business case laten zien en is klaar voor opschaling: het is zo ingericht dat het de afspraken vanuit Collectief Schuldregelen ondersteunt. In samenhang daarmee wordt het Schuldenknooppunt doorontwikkeld, zodat alle communicatie tussen gemeenten en schuldeisers via een centraal punt kan verlopen. Een groep gemeenten en schuldeisers staat klaar voor ingebruikname van het Schuldenknooppunt, maar desondanks blijkt de financiering (met onder meer abonnementen) een knelpunt. Met de initiatiefnemers zoek ik naar oplossingen. In samenhang hiermee wordt met het Waarborgfonds beoogd de inzet van saneringskredieten makkelijker te maken, waardoor mensen sneller uitzicht hebben op een schuldenvrije toekomst. Noodstopprocedure breder toepassen Sinds 1 april 2020 is het mogelijk een noodstop aan te vragen bij het CJIB.

Dit houdt in dat mensen die vanwege schulden een verkeersboete of strafrechtelijke geldelijke sanctie niet kunnen betalen, vier maanden uitstel van betaling kunnen krijgen. In die tijd moeten zij zich melden bij de gemeente voor schuldhulp. Als de gemeente vindt dat hulp nodig is en daarmee start kan de noodstop nog eens 8 maanden worden verlengd. Tijdens het uitstel van betaling kunnen de schulden worden gestabiliseerd en een passende oplossing worden gezocht. In het kader van de rondetafel over de noodstopprocedure is verkend (a) of andere organisaties al een noodstop of vergelijkbaar instrument kennen en (b) of er Pagina 10 van 26

mogelijkheden zijn om zo’n instrument of andere manieren waarop inningsactiviteiten worden gestaakt breder toe te passen. De rondetafel heeft geleid tot de volgende afspraken met de betrokken private partijen en overheidsorganisaties.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De Belastingdienst, UWV en SVB hebben instrumenten die een vergelijkbaar effect hebben als een noodstop. Afgesproken is dat deze organisaties samen met de NVVK, met medewerking van de gemeente Amsterdam, dit najaar een voor schuldenaren en hulpverleners toegankelijk overzicht samenstellen met de reeds bestaande mogelijkheden tot uitstel van betaling, aangevuld met de mogelijkheden bij CAK, DUO en CJIB. Op deze manier kan de inzet van bestaande instrumenten worden bevorderd en wordt bezien of Rijksbreed genoegzaam is voorzien in noodstop- of vergelijkbare procedures, of dat meerwaarde is gelegen in de introductie van een aanvullend instrument, bijvoorbeeld een uniforme noodstopprocedure. De Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) en het samenwerkingsverband van aanbieders van telecommunicatiediensten (Preventel) gaan met de NVVK en VNG om tafel met als ambitie te bevorderen dat leden van VFN en Preventel zich binden aan (aanvullende) afspraken met de NVVK over bijvoorbeeld de staking van inningsactiviteiten bij betalingsproblemen en het voorkomen van een verdere verslechtering van de schuldenpositie van de consument. Met deelnemende leden van de Schuldeiserscoalitie20 is besproken dat de rol van schuldeisers bij het vinden van (schuld)hulp voor schuldenaren en de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) (opnieuw) op de agenda komen van deze coalitie.

Het is namelijk cruciaal dat een schuldenaar hulp zoekt en krijgt wanneer een incasso tijdelijk wordt gestopt. VFN en Preventel bezien of zij zich kunnen aansluiten bij initiatieven van de Schuldeiserscoalitie en de NSR. Signalerings- en verwijsfunctie zorgverleners versterken Ook een aantal maatregelen in het kader van gezondheid en schulden wordt versneld. Om de signalerende functie en het handelingsperspectief van zorgverleners die te maken hebben met cliënten en patiënten met financiële onzekerheid te versterken worden aanpakken als krachtige basiszorg (verbinding huisartsenzorg en sociaal domein), het verspreiden van het ‘interventiepakket geldzorgen’ gericht op signalering en adequate doorverwijzing door huisartsen naar schuldhulpverlening (van de Hogeschool Utrecht en Zorgroep Almere) sneller opgeschaald. Tenslotte wordt zorgverleners in de Wmo, maatschappelijke- en vrouwenopvang (die een rol hebben in de toeleiding naar schuldhulpverlening) kennis aangeboden ter verbetering van ‘Eerste Hulp Bij Administratie’ en hen waar mogelijk sneller en beter te helpen bij deze administratieve handelingen en financiële problematiek eerder te signaleren. Kinderen in armoede ondersteunen Armoede heeft negatieve effecten op de levensloop van kinderen en jongeren en op hun kansen, hun ontwikkeling wordt belemmerd en talenten blijven onbenut.

De inzet van het kabinet is dan ook gericht op het voorkomen dat kinderen de 20

De Schuldeiserscoalitie bestaat uit een groep van primaire schuldeisers die als gemeenschappelijk streven heeft om particuliere klanten die slecht of niet kunnen betalen, proactief te helpen. De coalitie wordt op dit moment gevormd door a.s.r., Achmea, Aegon, BNP Paribas, bol.com, Brabant Water, CZ, Eigen Haard, Elbuco, Essent, Greenchoice, KPN, Menzis, Nationale-Nederlanden, NHG, Obvion, Rabobank, Rochdale, T-mobile, Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam, Vattenfall, VodafoneZiggo en Ymere. Pagina 11 van 26

dupe worden van de financiële problemen van hun ouders, door ervoor te zorgen dat kinderen mee kunnen doen en zich hierdoor sociaal, mentaal en fysiek kunnen ontwikkelen. Als Rijksoverheid ondersteunen we gezinnen via een solide sociale zekerheidsstelsel en zetten we in op een verbetering van de koopkracht door de lasten van burgers te verlichten. Met de eerdergenoemde verhoging van het kindgebonden budget wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het verminderen van het aantal kinderen in armoede (zie Kansrijk Armoedebeleid, CPB/SCP). Aanvullend daarop krijgen gemeenten middelen om kinderen en jongeren in armoede te bereiken en hen te ondersteunen zodat ze kunnen meedoen in de samenleving. Recent heeft, naar aanleiding van de motie Bruins c.s. een extra tussentijdse evaluatie plaatsgevonden naar de inzet van gemeenten. Daaruit blijkt dat gemeenten goede voortgang boeken en op welke punten verbetering mogelijk is (zie bijlage 3). In aanvulling op de inzet van gemeenten spannen ook vier landelijke kinderarmoedepartijen (verenigd onder de naam SAM&) zich in om kinderen te ondersteunen. Zij, maar ook vele andere organisaties, zetten zich dagelijks in voor het verbeteren van de situatie van kinderen die opgroeien in een gezin met weinig inkomsten.

Tijdens de rondetafel over kinderarmoede is gezocht naar mogelijkheden om het beleid te versnellen door betrokken partijen zodanig te ondersteunen dat zij armoede onder kinderen beter en eerder kunnen signaleren en de kinderen ook beter op samenhangende wijze kunnen helpen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

We zijn eerder dit jaar gestart bij de basisscholen. Om scholen te ondersteunen in het signaleren van de armoede, het doorverwijzen bij hulpvragen van ouders en daar waar mogelijk zelf ondersteuning te bieden, hebben SZW en OCW in februari 2020 de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ uitgebracht. Het Jeugdeducatiefonds biedt basisscholen, met subsidie van het ministerie van SZW, ondersteuning bij het implementeren van de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Binnen het implementatietraject wordt gewerkt aan het verbinden van basisscholen aan de mogelijkheden en voorzieningen van gemeenten, welzijnswerk, jeugdgezondheidszorg en fondsen zodat een goede basis ontstaat voor lokale vormen van integrale aanpak. In de rondetafel ‘Samen sterker voor kinderen in armoede’ waaraan onder andere de VNG, Divosa, Jeugdeducatiefonds, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Alliantie Kinderarmoede, Sociaal Werk Nederland en SAM& deelnamen, zijn de eerste inzichten besproken uit dit implementatietraject. De wil is groot bij partijen om een verschil te maken voor kinderen in armoede. Om de slagkracht te vergroten, is het nodig om professionals in uitvoering, beleid en bestuur goed uit te rusten. Ook is het van belang dat de betrokken partijen nog meer werken vanuit het belang van het kind. Deze inzichten werden gedeeld door de deelnemers van de rondetafel.

Samen is gezocht naar manieren om deze slagkracht te versterken. Naar aanleiding van deze uitkomsten, zal ik in de eerste plaats inzetten op uitbreiding en intensivering van de lopende aanpak rond basisscholen. Doel is om de handreiking, met ondersteuning door het Jeugdeducatiefonds, bij meer scholen in meer gemeenten te implementeren en zo meer kinderen in armoede te bereiken en ondersteuning te bieden. In de tweede plaats zet ik in op ontwikkeling van vergelijkbaar ondersteunend materiaal voor de jeugdgezondheidszorg en het brede gemeentelijk sociaal domein. Ook in deze domeinen komen professionals in aanraking met kinderen die Pagina 12 van 26

opgroeien in armoede. Als zij armoede tijdig kunnen signaleren en vervolgens weten hoe te handelen, kunnen meer kinderen vroegtijdig en op de juiste wijze worden ondersteund. De handreikingen zullen gericht zijn op professionals in de uitvoering, het beleid en bestuur van organisaties in het veld, om op elk niveau inzichten aan te reiken over het signaleren van- en ondersteunen bij armoede in gezinnen.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

De handreikingen zijn slechts een startpunt. Partijen worden gestimuleerd er vervolgens mee aan de slag te gaan in de lokale situatie. Om hierbij te ondersteunen zal het implementatietraject scholen worden uitgebreid naar de jeugdgezondheidszorg en in het gemeentelijke sociaal domein. De betrokken partijen zullen het komende jaar verder kunnen bouwen aan het verstevigen van het netwerk van scholen met gemeenten en andere maatschappelijke organisaties (zoals SAM&) voor een beter gefundeerde integrale aanpak van armoede waarmee gehandeld wordt in het belang van het kind. Ervaringsdeskundigen zullen onderdeel uit maken van het consortium dat aan de slag gaat en zullen derhalve betrokken worden bij de ontwikkeling en implementatie van de handreikingen in de verschillende domeinen. Om een sterke verbinding te realiseren tussen de domeinen die aan de slag gaan met de implementatie van de handreiking, organiseren we periodieke leerkringen voor professionals in uitvoering, beleid en bestuur. Doel hiervan is meer gemeenten, onderwijsinstellingen en jeugdgezondheidsprofessionals te bereiken en uitwisseling van kennis en contacten te faciliteren. Om kwaliteit en actualiteit van de handreikingen en de bruikbaarheid voor partijen te waarborgen is er aandacht voor monitoring en evaluatie.

Tevens zal ingezet worden op het opdoen van toepasbare kennis ten aanzien van een integrale aanpak van kinderarmoede ten behoeve van effectieve ondersteuning van kinderen in armoede en het doorbreken van generatiearmoede. Uitvoeringsinstanties versterken De uitvoering van bovengenoemde maatregelen vergt veel van gemeenten, uitvoeringsorganisaties en vrijwilligersorganisaties. De organisaties worden de komende periode extra ondersteund ten behoeve van hun dienstverlening. Dat doe ik onder meer door een impuls voor het versterken van vakmanschap en kwaliteit van de schuldhulpverlening, in samenwerking met Divosa, Sociaal Werk Nederland, NVVK, de Landelijke Cliëntenraad en VNG. Door de verwachte toestroom van mensen met financiële problemen zal de druk op de uitvoeringsorganisaties toenemen. Ik wil de uitvoeringsorganisaties daarom ondersteunen met twee acties die erop gericht zijn om de doorstroom in de schuldhulpverlening te versnellen. Ten eerste wordt verkend hoe het aanleveren van dossiers door beschermingsbewindvoerders zo optimaal mogelijk kan aansluiten op het schuldhulptraject. De andere actie is juist gericht op het versnellen van de doorstroom aan de achterkant, door de mogelijkheden die de verschillende instrumenten binnen de Wsnp bieden meer voor het voetlicht te brengen.

Verder worden de ingezette acties om de aansluiting van de minnelijke schuldhulpverlening en de wettelijke schuldsanering te verbeteren onverminderd voortgezet. In een separate brief zal ik u informeren over medewerking van schuldeisers en de toegankelijkheid van de wettelijke schuldsanering (Wsnp).

Pagina 13 van 26

Bijlage 2 Reactie op rapport ‘Kansrijk Armoedebeleid’, motie Jasper van Dijk en motie Van Kent

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Mijn voorganger heeft toegezegd uw Kamer een reactie van het kabinet te doen toekomen op het rapport ‘Kansrijk Armoedebeleid’ van CPB en SCP. Tevens is toegezegd om in deze reactie ook in te gaan op de motie21 van het lid J. van Dijk (SP) die de regering verzoekt om een plan van aanpak te maken om te voorkomen dat de armoede met een kwart zal toenemen. Tot slot ga ik in op de motie22 van het lid Van Kent (SP) over de financiële positie van gezinnen met meerdere (oudere) kinderen. Kansrijk Armoedebeleid en Motie Van Dijk Het rapport Kansrijk Armoedebeleid is onderdeel van de reeks Kansrijk Beleid van het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Deze reeks maakt beschikbare wetenschappelijke inzichten toegankelijk voor beleidsvorming en meer specifiek voor het opstellen van verkiezingsprogramma’s. De publicatie geeft een overzicht van circa zestig uiteenlopende beleidsopties die kunnen leiden tot een afname van de armoede in Nederland. Hiervan worden de kosten, effecten op de werkgelegenheid en inkomensgelijkheid in beeld gebracht. Het kabinet ziet het rapport als waardevolle input voor verkiezingsprogramma’s en voor de kabinetsformatie. Het past het kabinet niet om een oordeel te geven over de afzonderlijke beleidsopties, omdat het aan een volgend kabinet is om hierover een standpunt in te nemen.

Daarbij kunnen overigens ook andere inzichten worden betrokken, zoals het rapport ‘Naar een brede inclusieve samenleving’ dat is opgesteld in het kader van de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen en de verkenning die de SER thans uitvoert naar de problematiek van ‘werkende armen’. Het kabinet heeft deze augustusbesluitvorming de inzichten uit Kansrijk Armoedebeleid benut. Uit het rapport blijkt dat het verhogen van het kindgebonden budget voor gezinnen met drie of meer kinderen een relatief effectieve manier is om de armoede onder kinderen te reduceren. Aangezien afname van het aantal kinderen in armoede prioriteit is voor dit kabinet, is daarom vanaf 2021 150 miljoen euro structureel vrijgemaakt voor deze maatregel in het kindgebonden budget. Hiermee neemt het bedrag dat ouders van grote gezinnen via het kindgebonden budget krijgen per kind vanaf het derde kind in 2021 toe met 617 euro tot 919 euro. De tegemoetkoming die deze ouders krijgen wordt zo meer in lijn gebracht met de kosten die zij maken voor de zorg voor hun kinderen. Met de beleidsmaatregel wordt beleid gevoerd op een onevenwichtigheid die uit de analyse naar de kostendekkendheid van kindregelingen. In deze analyse werd geconstateerd dat de kostendekkendheid voor grotere gezinnen relatief gezien lager is dan voor kleinere gezinnen (zie hieronder, motie Van Kent).

Het verhogen van het WKB-bedrag vanaf het derde kind vermindert deze onevenwichtigheid sterk. Naast de groep ouders van grote gezinnen die door de maatregel meer WKB krijgen, is ook sprake van een groep van circa 10.000 huishoudens die door de maatregel WKB gaat ontvangen. In totaal ontvangen circa 185.000 huishoudens 21 22

Tweede Kamer 2019-2020, 35473 nr. 20 Tweede Kamer 2018-2019, 35 142 nr. 7 Pagina 14 van 26

met drie of meer kinderen door de maatregel meer WKB. Met deze maatregel heeft het kabinet uitvoering gegeven aan de motie Van Kent. In algemene zin geldt dat het kabinet zich vanaf het begin heeft ingespannen om de armoede- en schuldenproblematiek terug te dringen. Hierbij heeft het kabinet maatregelen getroffen om (meer uren) werk meer te laten lonen en te stimuleren dat mensen vanuit de bijstand aan het werk gaan. Met het Breed Offensief zet het kabinet zet in vier pijlers: het kabinet wil werken makkelijker maken voor werkzoekenden met een beperking en voor werkgevers, werken aantrekkelijker maken voor mensen met een beperking, het voor werkgevers en werknemers makkelijker vinden om elkaar te vinden en bijdragen aan duurzaam werk. Ook heeft het kabinet de brede schuldenaanpak geïntroduceerd, ambities geformuleerd om armoede onder kinderen tegen te gaan en incidenteel 80 miljoen euro (voor de periode 2018-2020) beschikbaar gesteld voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede, in het bijzonder onder kinderen. Toen de coronacrisis uitbrak, heeft het kabinet eveneens maatregelen getroffen om armoede- en schuldenproblematiek te voorkomen en tegen te gaan.

Zo heeft het kabinet, mede ter invulling van de motie Nijboer c.s., onder meer noodsteun aan de voedselbanken geboden en heeft het kabinet partijen opgeroepen om ruimhartig om te gaan met het treffen van betalingsregelingen en terughoudend om te gaan met het treffen van dwangmaatregelen. In het kader van de coronacrisis treft het kabinet diverse maatregelen die bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek. Zo verlengt het kabinet de NOW en de Tozo. Ook het aanvullend sociaal pakket bevat maatregelen zoals een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing en de aanpak van jeugdwerkloosheid. Al deze maatregelen bevorderen (het behoud van) werkgelegenheid en dragen zo ook bij aan het voorkomen van nieuwe armoede- en schuldenproblematiek. In het kader van de coronacrisis neemt het kabinet bovendien extra maatregelen op het terrein van armoede en schulden, die elders in deze brief zijn beschreven.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Stijging van de armoede in Kansrijk Armoedebeleid In uw Kamer en in de publiciteit over het rapport is veel aandacht uitgegaan naar de uitspraak in het rapport dat de armoede in het basispad de komende jaren met ruim een kwart toeneemt. Het basispad vormt het referentiepunt waartegen de effectiviteit van maatregelen worden beoordeeld. In het basispad wordt uitgegaan van de overheidsfinanciën, werkgelegenheid en inkomensverdeling, wanneer er geen nieuw beleid wordt ingezet. Ook wordt verondersteld dat reeds ingezet (inkomens-)beleid dat doorloopt na 2021, volledig is ingevoerd. Een maatregel die daarom veel invloed heeft op het basispad, is de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon. Door de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting stijgen de bijstandsnormen tot en met 2035 minder. De tweejaarlijkse verhoging van de bijstandsnormen (door de koppeling met het wettelijk minimumloon) wordt door de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting getemperd. Omdat dit reeds ingezet beleid betreft, veronderstellen het CPB en SCP in het basispad dat de dubbele algemene heffingskorting volledig is afgebouwd in 2021. Dit resulteert in een stijging van de armoedecijfers in het basispad van Kansrijk Armoedebeleid. In werkelijkheid zal dit effect over een langere periode (tot en met 2035) worden gespreid.

Pagina 15 van 26

Ik maak graag gebruik van de mogelijkheid om toe te lichten wat deze maatregel inhoudt. In 2009 is besloten de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting van de minstverdienende partner aan de meestverdienende partner volledig af te bouwen in 2023. Deze overdraagbaarheid wordt in 15 jaar afgebouwd, omdat die de arbeidsparticipatie van de minstverdienende partner (helaas meestal vrouwen) ontmoedigt, waardoor hun arbeidsmarktpositie verslechtert. Nadat de overdraagbaarheid is afgebouwd krijgen kostwinners nog maar één keer de algemene heffingskorting. Dit heeft ook gevolgen voor de relatie met de uitkeringen. De bijstand is gebaseerd op het netto referentieminimumloon. Daar werd nog wel met de dubbelle algemene heffingskorting gerekend. Het eveneens afbouwen van de dubbele algemene heffingskorting in de bijstand beoogt werken vanuit een uitkeringssituatie blijvend te laten lonen. Zonder deze afbouw is het aan de slag gaan vanuit de bijstand financieel minder aantrekkelijk. Dit vindt het kabinet niet wenselijk. Daarom zal de dubbele algemene heffingskorting in het netto referentieminimumloon voor de bijstand geleidelijk in 2035 verdwijnen. De tweejaarlijkse verhoging van de bijstandsnormen door koppeling aan het minimumloon wordt door het afbouwen van de dubbele algemene heffingskorting getemperd.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Jaarlijks beziet het kabinet in augustus of de inkomensverdeling evenwichtig is. Het effect van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting vormt dan onderdeel van het koopkrachtbeeld van bijstandsgerechtigden. Het kabinet heeft het effect voor bijstandsgerechtigden meermaals gecompenseerd door verhoging van de algemene heffingskorting voor iedereen. Zo is de algemene heffingskorting in 2020 beleidsmatig verhoogd met € 194 en is het voornemen het in 2021 opnieuw beleidsmatig te verhogen met € 82. De mediane koopkracht van bijstandsgerechtigden is daarom deze kabinetsperiode verbeterd. Daarmee voorkomt het kabinet dat de afbouw van de dubbele heffingskorting leidt tot een toename van de armoede. Een volgend kabinet zal in de formatie en in de besluitvormingsrondes in augustus opnieuw bezien welke maatregelen zij passend vindt voor een evenwichtige inkomensverdeling. Motie Van Kent - Inkomenspositie van gezinnen met veel en/of oudere kinderen In de motie van het lid Van Kent (SP) wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe financiële tekorten bij gezinnen met veel of oudere kinderen die uit het Nibudonderzoek Minimale uitgaven bij een laag inkomen blijken, kunnen worden gedicht en hiertoe met passende voorstellen te komen.

Hieronder ga ik in kort op de uitkomsten van het Nibud-onderzoek, de uitkomsten van de analyse naar de kostendekkendheid van kindregelingen en schets ik het beleid dat het kabinet op dit thema voert. Uitkomsten Nibud-onderzoek Het Nibud heeft, in opdracht van de SP, voorbeeldbegrotingen met minimaal onvermijdbare uitgaven, opgesteld voor een aantal voorbeeldhuishoudens met een laag inkomen. Ook brengt Nibud additionele kosten voor sociale participatie23 in beeld. De voorbeeldbegrotingen zijn gebaseerd op gemiddelde observaties en kunnen in individuele gevallen niet volledig aansluiten, bijvoorbeeld in het geval van buitengewone kosten (bijvoorbeeld schulden) of inkomsten (bijvoorbeeld 23

Kosten aan sociale participatie vallen buiten de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud. Op gemeentelijk niveau zijn hier vaak voorzieningen voor, denk aan stadspassen of vergoedingen voor (benodigdheden voor) sport en cultuur. Pagina 16 van 26

alimentatie). In het onderzoek heeft Nibud enkel de landelijke inkomensondersteuning (sociale zekerheid, toeslagen en fiscaliteit) meegenomen. Het Nibud geeft verder aan dat de gehanteerde voorbeeldhuishoudens niet representatief zijn voor de verdeling binnen de groep huishoudens met een laag inkomen, maar dat is gekozen voor voorbeeldhuishoudens waarbij mogelijk het beschikbare budget tekortschiet. Uit het Nibud-onderzoek komen hierbij enkele voorbeeldhuishoudens van grote gezinnen, of gezinnen met oudere kinderen naar voren.

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Uitkomsten van de analyse naar de kostendekkendheid van kindregelingen en beleidsreactie Eind vorig jaar heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd24 over een analyse naar herallocatie van middelen binnen het kindgebonden budget (WKB) en de kinderbijslag (AKW; tezamen kindregelingen) gestuurd.25 Hierin is gekeken naar mogelijkheden om het stelsel van kindregelingen te verbeteren qua kostendekkendheid en armoederisico. Uit de analyse volgde geen noodzaak tot grote wijzigingen in het stelsel omdat over het algemeen reeds een goede balans bestaat tussen de hoogte van de tegemoetkoming en het beperken van het risico op armoede. Wel werd geconstateerd dat de kostendekkendheid van de kindregelingen voor paren afneemt vanaf het derde kind en bij kinderen vanaf 16 jaar. Bij grote gezinnen hangt dit samen met de lagere vergoeding die wordt geboden vanaf het derde kind in het kindgebonden budget.26 Hoewel met de afname van de vergoeding voor eerste, tweede en volgende kinderen (de kindbedragen) rekening wordt gehouden met schaalvoordelen van grotere huishoudens kan een gelijkmatigere kostendekkendheid over het aantal kinderen worden bereikt door het bedrag dat WKB-ontvangerskrijgen per kind vanaf het derde kind te verhogen. Per 2021 maakt het kabinet daarom 150 miljoen euro structureel vrij voor de verhoging van het kindgebondenbudget vanaf het derde kind.

Hiermee neemt het bedrag dat ouders van grote gezinnen via het kindgebonden budget krijgen per kind vanaf het derde kind in 2021 toe met 617 euro tot 919 euro. Hiermee wordt de tegemoetkoming die deze ouders krijgen meer in lijn gebracht met de kosten die zij maken voor de zorg voor hun kinderen. Bij gezinnen met oudere kinderen is de kostendekkendheid van de kindregelingen lager dan in het geval van jongere kinderen. Dit geldt echter ook voor het risico op armoede dat gezinnen met oudere kinderen lopen. Hieruit concludeert het kabinet dat aanvullend beleid ten behoeve van de kostendekkendheid van kindregelingen voor huishoudens met kinderen vanaf 16 jaar niet noodzakelijk is.

24

Tweede Kamer 2019-2020, 30 982 nr. 52 Als vervolg op de kabinetsreactie op de beleidsdoorlichting van artikel 10 Tegemoetkoming Ouders van de SZW-begroting 26 In de kinderbijslag is de vergoeding enkel afhankelijk van de leeftijd van het kind, niet van het aantal kinderen in het huishouden 25

Pagina 17 van 26

Bijlage 3 Reactie op rapport ‘’Tussenevaluatie Bestuurlijke Afspraken Kinderarmoede. Juni 2020’

Datum

28 september 2020 Onze referentie 2020-0000111067

Aanleiding Naar aanleiding van de motie Bruins c.s.27 is er een extra tussentijdse evaluatie van de bestuurlijke afspraken kinderarmoede uitgevoerd. Gemeenten ontvangen sinds 2017 structureel € 85 miljoen voor het versterken van hun kinderarmoedebeleid, zodat zij met hun ondersteunende activiteiten meer kinderen bereiken. Over deze middelen hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestuurlijke afspraken gemaakt. In een notendop is er het volgende afgesproken: gemeenten zullen zorg dragen voor het verstrekken van middelen in natura aan die kinderen die nu door armoede niet mee kunnen doen. De afspraak is dat gemeenten de aanwezige netwerken en de eigen infrastructuur zullen benutten en optimaliseren zodat alle kinderen in de armoede toegang hebben tot de voorzieningen. Ook zijn afspraken gemaakt om kinderen bij de uitwerking te betrekken en de ambities te volgen. Een eerste evaluatie vond plaats in 2018, een vervolgevaluatie zal plaatsvinden in 2021. Uw Kamer is in 2018 geïnformeerd over de uitkomsten van de eerste evaluatie. Naar aanleiding van deze evaluatie zijn de bestuurlijke afspraken op enkele punten aangepast. Zo is gemeenten meer ruimte geboden voor het bieden van een bredere ondersteuning, naast middelen in natura, aan kinderen in armoede.

Uitkomsten tussentijdse evaluatie Op basis van een steekproef onder gemeenten laat deze extra tussenevaluatie de voortgang zien ten opzichte van de eerste evaluatie uit 2018. De resultaten hebben betrekking op de jaren 2018 en 2019. Uit de extra tussenevaluatie blijkt dat vrijwel alle gemeenten beleidsmatig inzetten op kinderen in armoede. Op dit punt is door de jaren heen een opwaartse lijn geconstateerd. Het bevorderen van maatschappelijke participatie onder de doelgroep is veelal de centrale doelstelling het beleid. Sinds de meting van 2018 heeft een groot deel – circa 70% – van de gemeenten stappen gezet omtrent verdere ontwikkeling van hun (bestaande) beleid. Een groeiend aantal gemeenten zet de extra middelen in en een groeiend aandeel zet dit ook specifiek in voor kinderarmoedebeleid. Bijna negen op de tien gemeenten heeft de extra middelen in 2019 (in ieder geval deels) ingezet voor kinderarmoedebeleid. De gemeenten die de extra middelen hebben ingezet voor kinderarmoedebeleid, hebben vrijwel allen ingezet op voortzetting of intensivering van bestaande kindvoorzieningen in natura. Maatschappelijke organisaties zijn in vrijwel alle gevallen betrokken bij het gemeentelijk kinderarmoedebeleid. Tevens is vaker dan voorheen met scholen is opgetrokken rond de aanpak van kinderarmoede. Voor kinderen zelf is in 2019 minder vaak een rol gezien bij het kinderarmoedebeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9671379/1