CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1. Decembercirculaire 2020 (1842748)

Raad 11 maart 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:27.674 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2020.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 33

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

26

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2020-2025 (bedragen in duizenden euro's) 2020 2021 2022 stand septembercirculaire 2020 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7a) 7b) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16)

6.529.215

Cultuurmiddelen Crisisdienstverlening (COVID-19) Brede aanpak dak- en thuisloosheid Extra kosten verkiezingen 2020 en 2021 ivm Covid-19 Regionale knelpunten Faciliteitenbesluit opvangcentra Vrouwenopvang Landelijke functies opvang Beschermd wonen Maatschappelijke begeleiding (hervestigers) Jeugd aan zet Pilot opvang en begeleiding asielzoekers Aanpak discriminatie Impactanalyse Leefbaarheid en veiligheid Pilots Verdere integratie arbeidsmarkt (VIA) Veilige steden Weerbare samenleving stand deze circulaire

16.040

20.750 8.153 6.227 411 5.600 1.140 470 443 257 198 176 30 18 6.589.128

5.266.908

2023

2024

2025

5.098.198

4.979.534

4.932.224

4.873.620

5.098.198

4.979.534

4.932.224

4.873.620

149.700 48.460 45.500 22.035

5.532.603

Toelichting 1. Cultuurmiddelen In de Kamerbrief Uitwerking maatregelen tweede specifieke pakket voor de culturele en creatieve sector34 van 16 november jl. gaat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in op de verdeling van de reeds eerder toegekende € 149,7 miljoen ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur.35 Veel van de culturele instellingen die door gemeenten worden ondersteund, komen door de coronacrisis in de problemen omdat activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om deze belangrijke instellingen te ondersteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. De verdeling van de middelen vindt plaats naar rato van de Iv3-uitgaven van 2019 aan cultuur. Daarmee is het bedrag dat gemeenten krijgen, gerelateerd aan de aanwezige culturele infrastructuur die door gemeenten wordt ondersteund. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1 van deze circulaire. Gemeenten weten zelf het beste welke (type) culturele instellingen of voorzieningen moeten worden ondersteund. Het is daarom aan de gemeenten zelf om de middelen daar in te zetten waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft.

34

Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 400

35

Dit komt bovenop de € 60 miljoen zoals uitgekeerd in de aanvullende brief van juni 2020 en de € 60 miljoen

zoals uitgekeerd in de septembercirculaire 2020.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

27

2. Crisisdienstverlening (COVID-19) Een deel van de middelen uit het steun- en herstelpakket36 ter ondersteuning van de economie wordt beschikbaar gesteld aan de 35 arbeidsmarktregio’s. Het betreft aanvullende middelen voor gemeenten om werkloosheid te bestrijden. Alhoewel het crisispakket specifiek is samengesteld uit middelen voor afzonderlijke doelgroepen, hebben gemeenten beleids- en bestedingsvrijheid om naar eigen inzicht de middelen te besteden. Het Ministerie van SZW vervult hierbij een faciliterende rol. De uitkering is samengesteld uit de volgende middelen ter ondersteuning van: -

De van werk(loosheid) naar werk dienstverlening (€ 6,72 miljoen in 2020 en € 10,08 miljoen in 2021);

-

Het ondersteunen van zelfstandigen (€ 0,96 miljoen in 2020);

-

De coördinatie van de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid (€3,36 miljoen in 2020);

-

Het bieden van nazorg aan kwetsbare schoolverlaters uit het mbo die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd (diplomering in 2020) (€ 5 miljoen in 2020);

-

Het ondersteunen naar werk van kwetsbare schoolverlaters uit het mbo die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd (diplomering in 2020) (€ 8,64 miljoen in 2021);

-

Het vroegtijdig ondersteunen naar werk van kwetsbare mbo-studenten die komend schooljaar uitstromen (diplomering in 2021) (€ 17,27 miljoen in 2021);

-

Het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (uitval in schooljaar 2020/2021) (€ 12,47 miljoen in 2021)

De verschillende onderdelen worden hieronder nader toegelicht. In bijlage 3.2-2 van deze circulaire zijn de bedragen per centrumgemeente opgenomen met daarbij een uitsplitsing per onderdeel. Regionale van werk(loosheid) naar werk dienstverlening De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. In bepaalde sectoren verdwijnen banen. Dit kan langdurig of zelfs permanent zijn. Ook is sprake van een verschuiving van werkgelegenheid van de ene sector naar de andere. Daarom ontvangen de 35 arbeidsmarktregio’s een uitkering om nog dit jaar te kunnen starten met de nieuwe aanpak voor de aanvullende van werk(loosheid) naar werk crisisdienstverlening. De centrumgemeente treedt hierbij op in zijn rol als regievoerder voor de regionale samenwerking in de arbeidsmarktregio. Het is van meerwaarde dat de centrumgemeente van een arbeidsmarktregio in overleg treedt met de relevante partners in de arbeidsmarktregio, waaronder vakbonden, werkgeversorganisaties, UWV en de andere gemeenten in de regio, om te bepalen hoe de middelen van deze uitkering worden ingezet. Het betreft een uitkering voor 2020 en 2021, voor in totaal € 6,72 miljoen in 2020 en € 10,08 miljoen in 2021. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s. Elke centrumgemeente ontvangt dus voor dit onderdeel € 192.000 in 2020 en € 288.000 in 2021.

36

Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 134

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

28

Daarnaast ontvangen arbeidsmarktregio’s middelen ter ondersteuning van de zelfstandigen dienstverlening. Dit kan bijvoorbeeld worden besteed aan het bevorderen van de samenwerking tussen zelfstandigenloketten en zelfstandigenorganisaties om voor zelfstandigen dienstverlening aan te kunnen bieden als onderdeel van de integrale crisisaanpak. Het betreft een uitkering voor 2020 voor in totaal € 0,96 miljoen. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s. Elke centrumgemeente ontvangt dus voor dit onderdeel € 27.429. Coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid en schoolverlaters Jongeren die actief zijn op de arbeidsmarkt hebben veel last van de coronacrisis. Ze hebben vaak een flexibel contract. Bovendien werken veel jongeren in sectoren, zoals de horeca, die hard zijn getroffen door de crisis. Voor schoolverlaters betekent de afnemende werkgelegenheid minder kansen op een eerste baan. Dit alles zien we terug in de werkloosheidscijfers. Vooral onder jongeren is de werkloosheid snel opgelopen. Hoewel jongeren goed kunnen herstellen van kortdurende werkloosheid, is het belangrijk om langdurige werkloosheid te voorkomen. Daarom ontvangen centrumgemeenten middelen om hen te ondersteunen via de coördinatie van de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid (€ 3,36 miljoen in 2020).

Ook hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals scholen en UWV. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s. Elke centrumgemeente ontvangt dus voor dit onderdeel € 96.000. Bieden van nazorg aan kwetsbare en voortijdige schoolverlaters Daarnaast ontvangen centrumgemeenten middelen voor de directe ondersteuning van kwetsbare schoolverlaters van het mbo. De middelen zijn in beginsel geïnventariseerd voor drie doelgroepen, maar kunnen naar eigen inzien en behoefte van gemeenten worden besteed: -

Nazorg aan kwetsbare mbo‘ers die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd (diplomering in 2020) (€ 5 miljoen in 2020). Met deze middelen kunnen centrumgemeenten bijvoorbeeld contact opnemen met deze jongeren, zodat degenen zonder uitzicht op een baan ondersteuning kunnen krijgen terug naar school of werk.

-

Steun voor kwetsbare mbo‘ers die het afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd, maar die geen uitzicht hebben op een baan en ook geen uitkering ontvangen (€ 8,64 miljoen in 2021). Middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor het ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding heeft afgerond met weinig kans op werk.

-

Steun voor kwetsbare mbo‘ers die komend schooljaar zullen uitstromen (€ 17,27 miljoen in 2021). Gemeenten kunnen hierdoor bijvoorbeeld de kans benutten om de bol-stage of bblleerbaan37 om te zetten in een baan of in te zetten op een andere leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding doet met weinig kans op werk.

Aangezien mbo-studenten uit de beroepsopleidende leerweg niveau 2 en mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond het meest kwetsbaar zijn, is 80 procent van de verdeling van deze middelen over de centrumgemeenten gebaseerd op het relatieve aantal studenten met deze

37

Beroeps Begeleidende Leerweg en een Beroeps Opleidende Leerweg

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

29

achtergrondkenmerken die in de betreffende arbeidsmarktregio wonen. Omdat ook andere studenten kwetsbaar kunnen zijn voor jeugdwerkloosheid, is de overige 20 procent van de middelen verdeeld op basis van op het totale aantal mbo-studenten dat in de arbeidsmarktregio woont. Ook ontvangen centrumgemeenten aanvullende steun voor de intensivering in de taken van de Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC)-functie (€ 12,47 miljoen in 2021). Hiermee kunnen zij de voortijdige schoolverlaters uit het schooljaar 2020/2021 die geen uitkering ontvangen ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het post-initieel onderwijs) voor bijscholing ter verbetering van hun directe en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Het gaat om jongeren tot 23 jaar van wie het RMC heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is. Elke centrumgemeente ontvangt een budget op basis van de verdeelsleutel van de RMC-functie. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal volwassen inwoners van de gemeente, het relatieve aandeel volwassenen met ten hoogste een vmbo-diploma en het aantal volwassen inwoners met een migratieachtergrond.

3. Brede aanpak dak- en thuisloosheid In paragraaf 3.3.5 van de meicirculaire 2020 bent u geïnformeerd dat het kabinet dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk wil voorkomen en ervoor wil zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Het kabinet stelt voor de aanpak van dak- en thuisloosheid een financiële impuls beschikbaar van in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. In de septembercirculaire 2020 paragraaf 3.2-2 is de verdeling verwerkt voor 2020 en 2021 voor 21 centrumgemeenten en de 312 regiogemeenten. Bij deze circulaire vindt vanuit het resterende budget van € 45,5 miljoen in 2021 de toekenning plaats aan de overige 22 centrumgemeenten. Deze verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-3 van deze circulaire.

4. Extra kosten Tweede Kamerverkiezing i.v.m. COVID-19 Het kabinet stelt een aanvullende compensatie van € 26,9 miljoen ter beschikking aan gemeenten in verband met de maatregelen die vanwege COVID-19 aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing. Daarvan wordt € 22 miljoen uitgekeerd via het gemeentefonds. Deze compensatie van € 22 miljoen is bedoeld voor onder meer de extra organisatie, het inrichten van stemlokalen en instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen, het drukken, opslaan en beveiligen van stembescheiden, de portokosten van briefstembescheiden, het instellen van afgiftepunten en van briefstembureaus. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4 van deze circulaire.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

30

5. Regionale knelpunten Het Regeerakkoord van het huidige kabinet stelt voor de jaren 2018-2021 in totaal € 950 miljoen ter beschikking voor regionale opgaven38: de Regio Envelop. Deze middelen worden deels ingezet voor de zes opgaven die expliciet in het Regeerakkoord zijn opgenomen (zoals de Regio Deal Eindhoven). In lijn met de Rijk/regio-ambities uit het Regeerakkoord zet het kabinet ook een substantieel deel van het budget in voor andere regionale deals. In de Kamerbrief van 16 november 201839 zijn de totale beschikbare middelen uit de Regio Envelop voor de Regio Deals uit de tweede tranche vastgesteld op € 215 miljoen.40 In deze Kamerbrief kunt u ook een schets van de inhoud van de deals terugvinden. De bijdragen worden beschikbaar gesteld als decentralisatieuitkeringen, waarbij de betreffende regio conform de Financiële-verhoudingswet zelf bepaalt hoe de verkregen middelen worden ingezet om de doelstelling van de Regio Deal te behalen. In deze circulaire zijn de volgende Regio Deals opgenomen: -

€ 9 miljoen voor de gemeente Noardeast-Fryslân voor de Regio Deal Versnellingsagenda Noardeast-Fryslân. Dit betreft de tweede en laatste termijn. In totaal heeft het kabinet maximaal (inclusief de middelen voor Holwerd aan Zee die via het provinciefonds lopen) € 25 miljoen gereserveerd.

-

€ 8 miljoen in 2020 voor de gemeente Ede voor de Regio Deal Food Valley. Dit betreft de tweede en laatste termijn. In totaal heeft het kabinet maximaal € 20 miljoen gereserveerd.

-

€ 3,75 miljoen in 2020 voor de gemeente Zaanstad voor de Regio Deal ZaanIJ. Dit betreft de tweede en laatste termijn. In totaal heeft het kabinet maximaal € 7,5 miljoen gereserveerd.

Achteraf bezien constateren de fondsbeheerders dat, door betrokkenheid bij uitwerking van de Regio Deals en het vaststellen van specifieke doelstellingen, mogelijk sprake is geweest van afspraken die een beperking van de beleids- en bestedingsvrijheid tot gevolg hadden. Om die reden wordt de derde tranche Regio Deals, die medio 2020 zijn gesloten, door middel van een specifieke uitkering aan de regio beschikbaar gesteld.

6. Faciliteitenbesluit opvangcentra Aan gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd, wordt jaarlijks door het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra verstrekt. Dit gebeurt op basis van het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de Basisregistratie Personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van middelen die gemeenten normaliter via de algemene uitkering ontvangen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6 van 38

Kamerstukken II 2018/19 34775, nr. 54

39

Kamerstukken II 2018/19, 29697, nr. 56

40

Dus exclusief de middelen voor de zes opgaven uit het Regeerakkoord.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

31

deze circulaire.

7. Vrouwenopvang/Landelijke functies opvang In de meicirculaire 2020 (paragraaf 3.3.6) is aangekondigd dat vanaf 2020 structureel € 1,5 miljoen wordt toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld (CSG’s). Daarnaast wordt € 5 miljoen voor 2020 en € 5 miljoen voor 2021 toegevoegd ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken. Voor beide ophogingen geldt dat de middelen objectief verdeeld worden volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de bedragen voor 2020. Naar verwachting vindt de verwerking voor 2021 en verder bij de meicirculaire 2021 plaats. Voor schadelijke praktijken geldt dat de middelen niet specifiek bestemd zijn voor de uitvoering van de actieagenda. In de septembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-2) staat genoemd dat de fondsbeheerders in overleg met het Ministerie van VWS en de VNG hebben besloten om de landelijke functies die deel uit maken van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang om te zetten in de aparte decentralisatieuitkering Landelijke functies opvang. Dit betreft een tijdelijke oplossing voor dit jaar.

De landelijke functies worden in 2021 omgezet in specifieke uitkeringen (LKHA, landelijke functie CSG, hulp slachtoffers huiselijk geweld en opvang slachtoffers mensenhandel) of een subsidie (Landelijk telefoonnummer Veilig Thuis). Voor een aantal van deze landelijke functies is een structurele ophoging afgesproken waarvan in deze circulaire de verwerking in 2020 plaatsvindt. Het betreft: 

De eind 2019 met de (centrum)gemeenten overeengekomen ophoging van € 105.375 voor de gemeente Utrecht ten behoeve van de landelijke coördinatiefunctie CSG. Deze ophoging wordt bekostigd middels een uitname uit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang.

De met VWS, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de (centrum)gemeenten overeengekomen ophoging voor de gemeente Den Haag voor het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating. Hiervan wordt € 137.500 bijgedragen door het Ministerie van VWS. Middels een uitname uit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang dragen de centrumgemeenten € 167.800 bij. Over de bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken vinden momenteel nog gesprekken plaats.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

32

Tabel 3.2-2 Uitsplitsing mutaties 2020 decentralisatie-uitkeringen Vrouwenopvang en Landelijke functies opvang Mutatie

Uitkering

Bedrag 2020

Centrum Seksueel geweld

Vrouwenopvang

€ 1.500.000

Schadelijke praktijken

Vrouwenopvang

€ 5.000.000

Uitname Landelijke coördinatiefunctie CSG Uitname Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en achterlating

Vrouwenopvang

€ -105.375

Vrouwenopvang Landelijke functies opvang (Utrecht) Landelijke functies opvang (Den Haag)

€ -167.8000

Landelijke coördinatiefunctie CSG Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en achterlating

€ 105.375 € 305.300

De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is voor 2020 ten opzichte van de septembercirculaire 2020 gewijzigd door het gebruik van actuelere maatstafaantallen (eenpersoonshuishoudens). De verdeling van Vrouwenopvang voor 2021 wijzigt ten opzichte van 2020 enkel vanwege de wijziging in centrumgemeente voor Vijfheerenlanden (zie paragraaf 3.3.7 van deze circulaire). Een overzicht van de bedragen voor de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang voor 2020 en verder treft u aan in de gemeentefondsrubriek op het internet.41

8. Beschermd wonen Zoals is toegelicht in paragraaf 2.2-3 van deze circulaire hebben Rijk en de VNG onder meer afgesproken dat meerkosten binnen de Jeugdwet en Wmo 2015 als gevolg van de coronacrisis door het Rijk worden vergoed aan gemeenten. Nadat in paragraaf 2.2 van de aanvullende brief van juni 202042 een voorschot voor compensatie van € 144 miljoen is verleend aan gemeenten, is in opdracht van de Ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg van 23 september jl. gezamenlijk vastgesteld op € 170 miljoen. 43 Dit betreft een afrondende afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020. Er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Het verleende voorschot wordt met de nu vastgestelde € 170 miljoen aan compensatie verrekend. Er wordt dus € 26 miljoen extra toegevoegd aan het al door gemeenten ontvangen voorschot van € 144 miljoen. Van de aanvullende € 26 miljoen wordt € 5,6 miljoen toegevoegd aan de integratieuitkering Beschermd Wonen en € 20,4 miljoen aan de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-3 van deze circulaire). Op de andere onderdelen van het gemeentefonds waar meerkosten en inhaalzorg

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 42 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/documenten/circulaires/2020/06/26/aanvullende-brief-gemeentefonds-juni-2020 43 Kamerstukken II 2020/21 25295, nr. 656 41

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

33

van toepassing zijn44, zijn reeds middelen toegekend via het voorschot in de aanvullende brief van juni 2020. Een overzicht van de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Beschermd wonen treft u aan in de gemeentefondsrubriek op het internet.45

9. Maatschappelijke begeleiding (hervestigers) Conform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Dit geldt eveneens voor “hervestigers”. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, selecteert deze vluchtelingen en draagt ze voor aan de Nederlandse overheid om te worden hervestigd in Nederland. Deze vluchtelingen hoeven bij aankomst geen asielprocedure te doorlopen en worden direct in een gemeente gehuisvest. In de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke begeleiding vanaf 1 oktober 2017 zijn de hervestigers niet opgenomen. Om die reden wordt de uitkering bij deze circulaire voor 2020 met € 1,14 miljoen opgehoogd. De middelen voor hervestigers worden verstrekt op basis van: -

het aantal inburgeringsplichtige hervestigers dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en

-

het aantal inburgeringsplichtige hervestigers dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, 2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

-

De hervestigers zijn in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 26 februari 2020 ingeschreven in de Basisregistratie Personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaires 2018, 2019 en 2020.

44

Jeugdhulp, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 45

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

34

In de bijlage 3.2-9 van deze circulaire zijn de uit te keren middelen per gemeente opgenomen. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding van hervestigers wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO.46

10. Jeugd aan zet Vanuit de Nederlandse gemeenten is via het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg het initiatief gekomen om jongeren in de leeftijd van 12-18 jaar, die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis, te ondersteunen. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er in toenemende mate zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (door de Ministeries van VWS, SZW en OCW) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk. Om deze win-win situatie te versterken wordt een financiële bijdrage verstrekt (in totaal € 470.000) aan gemeenten tot 60.000 inwoners. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10 van deze circulaire. De gemeenten hebben beleids- en bestedingsvrijheid bij de uitvoering van deze ondersteuning.

11. Pilot opvang en begeleiding asielzoekers De gemeente Tynaarlo ontvangt € 442.938 voor de tussenvoorziening in Tynaarlo, een pilot van kleinschalige opvang met een directe focus op integratie en participatie. De pilot past in het kader van de doelstellingen van kabinet en medeoverheden om het asielsysteem voor opvang te flexibiliseren en beter te laten aansluiten op integratie en participatie. Doelstellingen die zowel in het Regeerakkoord als in het Interbestuurlijk Programma (IBP) zijn benoemd. De pilot Tynaarlo maakt onderdeel uit van het Programma Flexibilisering Asielketen, waaronder maatregelen worden ontwikkeld die helpen het asielsysteem beter te laten meebewegen met schommelingen in de instroom. Het uiteindelijke doel is om Nederland in staat stellen in de toekomst sneller te reageren op die schommelingen en om asielzoekers sneller duidelijkheid te geven over de (kans op) inwilliging van een asielverzoek, zodat kan worden begonnen met (voorbereiding) op integratie of terugkeer. De pilot loopt van 1 juli 2018 tot 1 juli 2020.

46

https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/participatieverklaring/maatschappelijke-begeleiding.jsp

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

35

12. Aanpak discriminatie Recente cijfers over (ervaren) discriminatie laten zien dat discriminatie naar herkomst veel voorkomt in Nederland. Het Ministerie van SZW spant zich ervoor in om discriminatie naar herkomst te voorkomen en het samenleven te bevorderen. Lokaal bestuur kan hier een belangrijk rol in vervullen. Daarom verstrekt het ministerie op aanvraag een decentralisatie-uitkering aan gemeenten met als doel het stimuleren van effectief maatschappelijk initiatief op lokaal niveau, ter voorkoming van discriminatie op grond van religie, levensovertuiging en ras (huidskleur, afkomst, nationale of etnische achtergrond) en het bevorderen van het samenleven. Per gemeente of gemeentelijk samenwerkingsverband is eenmalig € 25.000 (zonder aftrek BTW-compensatiefonds) beschikbaar. In 2020 ontvangen 12 gemeenten een bijdrage van in totaal € 257.000. In de bijlage 3.2-12 is de verdeling per gemeente opgenomen.

13. Impactanalyse Leefbaarheid en veiligheid Vijftien gemeenten ontvangen in het kader van het interbestuurlijke programma Leefbaarheid en Veiligheid een bijdrage van in totaal € 198.000 voor het uitvoeren van een brede ex ante impactanalyse. Dit is ten behoeve van een integrale gebiedsgerichte aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in een vernieuwingsgebied in hun gemeente. In de bijlage 3.2-13 is de verdeling van uitkering per gemeente aangegeven.

14. Pilots Verdere integratie arbeidsmarkt (VIA) Het programma ‘Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt’ (VIA) is opgezet om de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond te verbeteren. Er is inmiddels veel kennis over de aard en omvang van en verklaringen voor de verschillen tussen Nederlanders met en zonder migratieachtergrond, maar er is nog heel weinig kennis over bewezen werkzame elementen in het aanpakken ervan. Om een bredere uitrol met effectieve instrumenten naar meer gemeenten mogelijk te maken, is het wenselijk om bewijs te verzamelen dat deze interventies werken. Er zijn momenteel twaalf gemeenten die deelnemen aan het programma VIA. Bij deze circulaire krijgen de (reeds deelnemende) gemeenten Amsterdam, Nijmegen en Almere een bijdrage voor (de verlenging) van het pilotproject van respectievelijk € 113.146, € 50.460 en € 12.375. In de gemeentelijke pilots worden komend jaar verschillende interventies/methodieken onderzocht die gericht zijn op het verbeteren van de arbeidsmarktkansen van bijstandsgerechtigden met een niet-westerse migratieachtergrond. De looptijd van de pilots is 1 tot 1,5 jaar.

15. Veilige Steden De gemeente Enschede heeft zich als dertiende gemeente aangemeld voor het programma Veilige Steden van het Ministerie van OCW. Enschede ontvangt om die reden een bijdrage van € 30.000 voor 2020. Naar verwachting vindt de verwerking van de bijdrage voor 2021 bij de meicirculaire

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

36

2021 plaats. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte te vergroten.

16. Weerbare samenleving Er bestaan al langere tijd zorgen in de samenleving over gedragingen die op gespannen voet staan met onze democratische rechtsorde. Het betreft gedragingen die weliswaar vaak binnen de grenzen van de wet vallen, maar die op termijn zouden kunnen leiden tot een ondermijning van onze democratische rechtsorde. Daar de problematiek nauw is verweven met de lokale context, en er op dit moment nog weinig bewijsmateriaal beschikbaar is ten aanzien van werkzame elementen ontvangt de gemeente Huizen € 18.000 voor de deelname in de Taskforce PG&OBF47. Aan deze decentralisatie-uitkering zijn geen nadere voorwaarden verbonden.

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.3.1

Maatschappelijke opvang

De verdeling van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang voor 2020 is ten opzichte van de septembercirculaire 2020 gewijzigd door het gebruik van actuelere maatstafaantallen (eenpersoonshuishoudens). De verdeling van Maatschappelijke opvang voor 2021 wijzigt ten opzichte van 2020 enkel vanwege de wijziging in centrumgemeente voor Vijfheerenlanden (zie paragraaf 3.3.7 van deze circulaire). Een overzicht van de bedragen per gemeente voor 2020 en verder treft u aan in bijlage 3.3.1.

3.3.2

Inburgering

In paragraaf 3.2-4 van de meicirculaire 2020 bent u geïnformeerd dat de verdeling van de integratie-uitkering Inburgering bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2021 wordt geactualiseerd omdat nu van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. De bijgestelde verdeling van de integratie-uitkering Inburgering voor 2021 en verder is opgenomen in bijlage 3.2.2 van deze circulaire. De Minister van SZW heeft op 11 november jl. gemeld48 dat de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel wordt uitgesteld. Het streven is om de invoering met een half jaar door te

47

Problematisch Gedrag en ongewenste beïnvloeding en financiering

48

Kamerstukken II 2020/21 35483, nr. 63

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

37

schuiven naar 1 januari 2022. Dit heeft gevolgen voor de financiële middelen in de integratieuitkering Inburgering voor bekostiging van de uitvoeringskosten. Hierover zijn het Ministerie van SZW en de VNG nog in gesprek. SZW is ook nog met de VNG in gesprek over de vraag of het uitstel van de nieuwe wet gevolgen heeft voor de invoeringskosten. Gemeenten zullen worden geïnformeerd zodra de besluitvorming op de verschillende punten inhoudelijk en in financiële zin is afgerond.

3.3.3

Innovatieve aanpakken energiebesparing

De gemeenten Veldhoven, Leusden, Weert en Emmen ontvangen elk € 697.250 voor het tot stand brengen en doorontwikkelen van een aanpak voor ‘publieke ontzorging’. De toekenning vindt plaats uit het nog beschikbare budget van uitkeringsjaar 2018 van de decentralisatie-uitkering Innovatie Aanpak Energiebesparing. De aanpak biedt gemeenten concrete handvatten om in samenwerking met marktpartijen een ontzorgend aanbod te realiseren voor gebouweigenaren in een wijk die aardgasvrij(-ready) moet worden gemaakt. Deze aanpak is in 2019 door de Bouwagenda uitgewerkt en wordt nu in de vier genoemde gemeenten in de praktijk gebracht en doorontwikkeld, met het oog op opschaling en toepassing door andere gemeenten.

3.3.4

Voogdij/ 18+

Compensatieregeling Voogdij en/of 18+ 2021 In totaal ontvangen 43 gemeenten in 2021 compensatie, omdat het budget voogdij en/of 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansluit bij de kosten die zij (in 2019) hebben gemaakt. De bedragen vloeien voort uit een compensatieregeling die voor de jaren 2017, 2018 en 2019 met gemeenten is overeengekomen (zie paragraaf 3.3 van de meicirculaire 2017), en later is verlengd voor de jaren 2020 en 2021. De totale omvang van de toegekende compensatie bedraagt in 2021 € 22.555.527. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.3.4. Voor de compensatie was voor 2021 in eerdere circulaires een totaalbedrag van € 30 miljoen gereserveerd. Het resterende bedrag van € 7.444.473 zal in de meicirculaire 2021 worden toegevoegd aan de algemene uitkering (subcluster Jeugdhulp). Wijziging woonplaatsbeginsel Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had.

Het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Jeugdwet in verband met verduidelijking van het woonplaatsbeginsel (wet wijziging woonplaatsbeginsel)’ is in februari 2020 aangenomen. De invoeringsdatum van de wet is 1 januari 2022.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

38

2021 is zodoende het laatste jaar dat de compensatieregeling Voogdij/18+ van toepassing is. Met de wijziging van het woonplaatsbeginsel verdwijnt namelijk de clustering van de kosten voor voogdijkinderen en 18-plussers bij specifieke gemeenten. Hierdoor kan het budget voor voogdij en 18+ op basis van een objectief verdeelmodel verdeeld gaan worden en is overheveling van het budget naar de algemene uitkering voorzien. Dit zal tegelijkertijd plaatsvinden met de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds, met ingang van 2023 (zie paragraaf 4.3 van deze circulaire). In 2022 zal het budget voor Voogdij/18+ verdeeld blijven worden op basis van historisch gebruik (T-2). Bij het vaststellen en verdelen van het budget zal al wel het nieuwe woonplaatsbeginsel worden toegepast.

3.3.5

Verantwoordingsonderzoek 2018 Ministerie van BZK

De fondsbeheerders hebben sinds het verschijnen van het verantwoordingsonderzoek 2018 van de Algemene Rekenkamer, ieder voorstel om te komen tot een nieuwe decentralisatie uitkering getoetst aan de hand van een toetsingskader49. De toets van de fondsbeheerders richt zich primair op de beleids- en bestedingsvrijheid van de ontvangende decentrale overheden, die niet beperkt mag worden door buitenwettelijke beperkende voorwaarden. Ook als er toevoegingen geautoriseerd moesten worden door de fondsbeheerders voor een bestaande decentralisatie-uitkering, vond een toets aan het genoemde toetsingskader plaats. Resteert een categorie van decentralisatie-uitkeringen die reeds bestond en waarvoor geen toevoegingen plaatsvonden, omdat de bedragen reeds eerder en meerjarig overgeboekt waren van de departementale begrotingen naar het gemeente- en/of provinciefonds. Ook deze laatstgenoemde categorie van decentralisatie-uitkeringen is nu beoordeeld op de aspecten van beleids- en bestedingsvrijheid door de fondsbeheerders. In sommige gevallen zijn er aanpassingen doorgevoerd, waardoor de verstrekking alsnog rechtmatig plaats kan vinden. In andere gevallen was dat niet mogelijk. Indien een dergelijke aanpassing binnen de huidige uitkeringsvorm niet mogelijk is, heeft dat de volgende consequenties: 

de bevoorschotting van de betreffende onrechtmatige decentralisatie-uitkering wordt stopgezet met ingang van het jaar 2021;

bij meicirculaire/Voorjaarsnota 2021 worden de bedragen die samenhangen met de genoemde onrechtmatige decentralisatie-uitkeringen overgeboekt van het gemeente- of provinciefonds naar de departementale begroting. Omdat de middelen weer terugkeren naar de departementale begroting, heeft het verantwoordelijke ministerie ook de financiële middelen om over te gaan tot een verstrekking aan gemeenten of provincies die wel rechtmatig is. Het is aan de verantwoordelijke ministeries om de ontvangers hierover te informeren.

49

Kamerstukken II 2018/19, 35 000 B, nr. 13

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

39

In tabel 3.3.1 worden de decentralisatie-uitkeringen weergegeven waarvan de bevoorschotting wordt stopgezet met ingang van het jaar 2021. De overboeking van de bedragen uit het gemeentefonds naar de relevante departementale begrotingen zal bij meicirculaire 2021 plaatsvinden. De tabel wordt gevolgd door een toelichting per decentralisatie-uitkering. Tabel 3.3-1 Decentralisatie-uitkeringen waarvan per 1-1-2021 de bevoorschotting zal worden stopgezet Naam van de decentralisatie-

Ministerie

uitkering in het gemeentefonds

2020

2021

2022

2023

2024

Bedrag

Bedrag

Bedrag

Bedrag

Bedrag

X 1.000

X 1.000

X 1.000

X 1.000

X 1.000

Landelijke functies vrouwenopvang

VWS

7.703

7.703

7.703

7.703

7.703

Groeiopgave Almere

BZK

8.201

8.201

8.201

8.201

8.201

Scholenprogramma Groningen

OCW

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Toelichting Landelijke functies vrouwenopvang: Het betreft hier uitsluitend een aanpassing op de middelen die in de septembercirculaire 2020 vanuit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang zijn overgeheveld naar de decentralisatieuitkering Landelijke functies opvang: 

Landelijk knooppunt huwelijksdwang en achterlating

Centra Seksueel Geweld

Hulp slachtoffers seksueel geweld

Opvangplekken slachtoffers mensenhandel

Landelijke telefoonnummer Veilig Thuis

Het merendeel van de bovengenoemde landelijke functies zal in de toekomst bekostigd worden in de vorm van een specifieke-uitkering. Alleen voor het Landelijke telefoonnummer Veilig Thuis geldt dat de bekostiging in de vorm van een subsidie wordt voortgezet. Groeiopgave Almere: In overleg met onder andere de gemeente Almere en betrokken ministeries, wordt bezien hoe de bekostiging omgezet kan worden naar een specifieke uitkering. Scholenprogramma Groningen: De bekostiging wordt voortgezet als specifieke uitkering.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

40

3.3.6

Bevolkingsdaling

De evaluatie van de decentralisatie-uitkering Bevolkingsdaling is afgerond. Het rapport is op 7 december jl. aan de Tweede Kamer aangeboden.50 Bij de besluitvorming over de voortzetting van de decentralisatie-uitkering wordt ook de evaluatie van het Actieplan Bevolkingsdaling betrokken. Deze evaluatie is naar verwachting in het voorjaar van 2021 afgerond, waarna de Minister van BZK de Tweede Kamer - conform de toezegging bij de begrotingsbehandeling van dit najaar - zal informeren. De huidige decentralisatie-uitkering Bevolkingsdaling loopt tot en met 2021 (zie septembercirculaire 2020, paragraaf 3.2-17).

3.3.7

Wijzigingen in centrumgemeente

Per 1 januari 2019 vormen de gemeenten Zederik, Leerdam en Vianen samen de gemeente Vijfheerenlanden. Tot en met 2018 waren de gemeenten Zederik en Leerdam ingedeeld bij de centrumgemeente Dordrecht voor Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang. De gemeente Vianen hoorde bij de centrumgemeente Utrecht. Op verzoek van de drie betrokken gemeenten is bij de meicirculaire 2019 (paragraaf 3.3.10) afgesproken dat tot 2021 de gemeente Dordrecht als centrumgemeente blijft fungeren voor de inwoners uit de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik. De gemeente Utrecht zou dit blijven doen voor de inwoners die afkomstig zijn uit de voormalige gemeente Vianen. Bij deze circulaire is de wijziging in centrumgemeente vanaf uitkeringsjaar 2021 verwerkt. Vanaf dit jaar is de gehele gemeente Vijfheerenlanden voor de uitkeringen Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang ingedeeld bij de centrumgemeente Utrecht.

50

Kamerstukken II 2020/21 35570-B, nr.13

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

41

4

Overige mededelingen

4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die geen betrekking hebben op één van de specifieke onderdelen uit de hoofdstukken 2 of 3. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.

4.2

Bevoorschotting

Alle bijstellingen in integratie- en decentralisatie-uitkeringen 2020 zijn met ingang van de betaalmaand december 2020 op 1 december betaalbaar gesteld (zie hiervoor het specificatieoverzicht). De bijstellingen van de algemene uitkering voor de jaren 2018 tot en met 2021 en de wijzigingen in de integratie- en decentralisatie-uitkeringen voor 2021 gaan mee in de betaalmaand januari 2021. Hiervoor vindt de betaling op 5 januari plaats. Uitkeringsjaar 2017 en 2018 De gegevens uit deze circulaire leiden tot aanpassing van de voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2018. De beschikking waarmee de algemene uitkering voor 2018 wordt vastgesteld zal begin 2021 samen met de beschikking voor de algemene uitkering 2017 naar de gemeenten worden verzonden. De beschikking voor 2017 moest wachten op de publicatie van het besluit Decentralisatie- en integratie-uitkeringen over uitkeringsjaar 2017 in het Staatsblad. Deze publicatie heeft inmiddels plaatsgevonden. Uitkeringsjaar 2019 en 2020 De gegevens uit deze circulaire leiden tot aanpassing van de voorschotbetalingen op de uitkeringen over 2019 en 2020. Het betreft de bijstelling van de uitkeringsfactoren, de bedragen per eenheid en de bijstelling van de integratie- en decentralisatie-uitkeringen.

Uitkeringsjaar 2021 De gegevens uit deze circulaire werken met ingang van de betaalmaand januari 2021 door in de voorschotbetalingen op de uitkeringen over 2021. De bedragen zullen met ingang van 5 januari betaalbaar worden gesteld.

4.3

Herijking verdeling gemeentefonds

Invoering nieuwe verdeling uitgesteld Op 7 december jl. hebben de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

42

gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten51. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met, en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. Dit, opdat hiermee bij de wijze van invoering rekening kan worden gehouden. Nieuw woonplaatsbeginsel Jeugd Het uitstel van de invoering van de nieuwe verdeling heeft geen gevolgen voor de invoering van het woonplaatsbeginsel Jeugd. Deze beleidswijziging wordt per 1 januari 2022 doorgevoerd in de huidige verdeling. Het budget voor Voogdij en 18+ blijft tot de herijking op basis van historisch gebruik verdeeld worden, op basis van het gewijzigde woonplaatsbeginsel (zie ook paragraaf 3.3.4 van deze circulaire). Voorbereidende stappen richting invoering Hoewel dit kabinet geen besluit meer zal nemen over de invoering van het herijkte verdeelmodel, achten de fondsbeheerders het wel van belang het onderzoek af te ronden. Dit om gemeenten en de VNG de mogelijkheid te geven zich voor te bereiden op de inbreng bij de formatie.

De fondsbeheerders zijn van mening dat de nieuwe verdeelmodellen een verbetering zijn ten opzichte van de huidige verdeling: ze zijn eenvoudig, beter uitlegbaar en sluiten goed aan bij de kosten die gemeenten maken. Het integrale verdeelvoorstel is meer dan alleen een optelsom van de uitgevoerde onderzoeken in het sociale en klassieke domein. Om tot een definitieve verdeling te komen moet nog een aantal afwegingen worden gemaakt. Met de VNG is afgesproken voorafgaand aan de consultatie van gemeenten, de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies te vragen. Deze adviesaanvraag zal het Ministerie van BZK in januari indienen en ter informatie aan de Tweede Kamer sturen. De voorlopige uitkomsten van de verdeling zullen tegelijk met de adviesaanvraag aan ROB worden gepubliceerd. De adviesaanvraag heeft betrekking op enkele keuzes bij de totstandkoming van de verdeling, niet op individuele uitkomsten van gemeenten. Na ontvangst van het advies van de ROB - naar verwachting eind februari, begin maart - start de consultatie van gemeenten.

51

Kamerstukken II 2020/21 35570-B, nr.13

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

43

Publicatie onderzoeksrapporten Met bovengenoemde brief aan de Tweede Kamer zijn ook een aantal onderzoeksrapporten gepubliceerd: -

het onderzoeksrapport van het klassiek domein;

-

het rapport van het in het voorjaar aangekondigde vervolgonderzoek in het sociaal domein naar de uitschieters;

-

het rapport over het onderzoek naar de vormgeving van de centrumfunctie in de nieuwe verdeling52

-

het evaluatierapport van de decentralisatie-uitkering voor regio’s met bevolkingsdaling53 (zie ook paragraaf 3.3.6 van deze circulaire)

De rapporten zijn te vinden op de website van de rijksoverheid.

4.4

Evaluatie normeringssystematiek

De evaluatie van de normeringssystematiek is, ter voorbereiding op de volgende kabinetsperiode, op 13 november jl. naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Het evaluatierapport is opgesteld door een ambtelijke werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De voorstellen in het rapport zijn erop gericht om met name de stabiliteit van de normeringssystematiek van het gemeentefonds en provinciefonds en de hieruit voortkomende accresontwikkeling te verbeteren. In de evaluatie zijn, naast de huidige systematiek, drie alternatieven uitgewerkt. Deze zijn: het herinvoeren van een behoedzaamheidsreserve, het bevriezen of vertragen van het accres en een vaste volumeafspraak bij het regeerakkoord. De huidige systematiek geldt als de meest actuele variant; bij de overige varianten is in toenemende mate sprake van meer stabiliteit ten koste van actualiteit. In de ambtelijke werkgroep is geen eenduidige voorkeur uitgesproken voor één van de beleidsvarianten. Het is uiteindelijk een politiek-bestuurlijke keuze hoe in de volgende kabinetsperiode het belang van een stabiele accresontwikkeling wordt afgewogen tegenover een actuele aansluiting van het accres op de rijksuitgaven.

Richting de komende kabinetsperiode zullen de fondsbeheerders met de VNG en het IPO verschillende varianten voor de ontwikkeling van het accres in beeld brengen ten opzichte van de bevroren stand bij Voorjaarsnota 2020. Gemeenten en provincies kunnen zo met verschillende varianten rekening houden bij het opstellen van hun begrotingen voor 2022. Ook zal de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies worden gevraagd over de toekomst van het accres. Uiteindelijk is “Herijking verdeling klassiek domein gemeentefonds” (CEBEON, november 2020), “Uitschieteranalyse herijking gemeentefonds Sociaal Domein” (AEF, februari 2020; de hoofdrapportage m.b.t. het sociaal domein is eerder al met de Tweede Kamer gedeeld: TK II, 2019/20, 35300-B,nr. 15); “Onderzoek maatstaf centrumfunctie” (CEBEON, juni 2020) 53 Cebeon (2020): Kijk voorbij de krimp 52

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

44

het aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan.

4.5

Stand van zaken onderzoek structurele kosten jeugdzorg

In paragraaf 4.13 van de meicirculaire 2020 bent u geïnformeerd over het onderzoek dat het kabinet met de VNG laat uitvoeren naar of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben voor de uitvoering van de Jeugdwet (vanaf 2022)54. Het onderzoeksbureau AEF heeft het onderzoek inmiddels afgerond waardoor het eindrapport naar verwachting nog dit jaar naar de Tweede Kamer zal worden verstuurd. De resultaten van het onderzoek dienen als inbreng van de komende kabinetsformatie.

4.6

Wijziging Financiële-verhoudingswet

Begin 2020 is het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Financiële-verhoudingswet voorgelegd ter consultatie aan onder andere de VNG, het IPO en de Algemene Rekenkamer. Onderdeel daarvan is de vraag welk uitkeringstype past bij het oppakken van gezamenlijke opgaven. Samen met de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst werkt de Minister van BZK aan een aanpassing van het zogenaamde ‘uitkeringsstelsel’, mede vanwege de bevindingen van de Algemene Rekenkamer over de toepassing van de ‘decentralisatie-uitkering’. De reacties van de koepels en de bevindingen van de Algemene Rekenkamer over de toepassing van de decentralisatie-uitkering vormden aanleiding om het wetsvoorstel op enkele punten nader te doordenken. De Minister van BZK heeft bij de begrotingsbehandeling 2021 toegezegd het wetsvoorstel komend voorjaar aan de Tweede Kamer te zenden. Het pakket dat begin 2020 ter consultatie is voorgelegd, omvatte ook de wetswijziging die nodig is voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. Dit onderdeel verloopt inmiddels via het wetsvoorstel rekenkamers.

4.7

Onderzoek financiële positie gemeenten

In de septembercirculaire 2020 (paragraaf 5.6) bent u geïnformeerd over het onderzoek dat wordt gedaan naar mogelijke doorwerking van de financiële positie op het voorzieningenniveau en de kwaliteit van gemeentelijke dienstverlening en uitvoering55. Dit onderzoek omvat naast een kwantitatieve analyse van de financiën van alle gemeenten, diepte-interviews bij gemeenten en een kwalitatieve verdieping bij veertig gemeenten over de financiële keuzes die zij maken als er financiële druk ontstaat. Het onderzoek wordt in februari 2021 afgerond.

54

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/05/27/kamerbrief-uitkomstenvoorjaarsnotabesluitvorming-jeugdzorg-en-ggz 55 Kamerstukken II 2019/20, 35300-B, nr. 21

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

45

4.8

Informatievoorschrift 2021

Op www.rijksoverheid.nl/iv3 is een link naar de Iv3-informatievoorschriften voor gemeenten voor de verschillende jaren te vinden. Daar treft u vanaf 15 december 2020 ook het Iv3informatievoorschrift voor 2021 aan. Het actuele Iv3-voorschrift voor zowel provincies als gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is ook te vinden via de website www.findo.nl. Op de website is een zoekfunctie opgenomen, zodat per taak kan worden bekeken welk Iv3-taakveld daarbij hoort. Hiervan kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt bij het invullen van de Iv3-matrix.

4.9

Afspraken toezicht tijdigheid indiening en sluitendheid begroting

In het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer van 2 juli 2020 heeft de Minister van BZK toegezegd in gesprek te gaan met provinciaal toezichthouders over de tijdigheid van indiening van de begroting en het wel of niet sluitend krijgen van de begroting 2021 door gemeenten en de wijze waar hier in het toezicht mee kan worden omgegaan. Voor het financieel toezicht op de begroting 2021 is met IPO en VNG over het volgende gesproken in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv): Het is gebruikelijk dat de colleges van Gedeputeerde Staten en de gemeenten waar nodig, in overleg met elkaar zijn over het toezicht. De basis van het financieel toezicht gaat, overeenkomstig de bestaande wettelijke en beleidsmatige kaders, uit van een structureel en reëel sluitende begroting, die tijdig wordt ingediend. Er kan echter bij individuele gemeenten maatwerk nodig zijn. Indien er gemeenten zijn die behoefte hebben aan maatwerkafspraken, kan een gemeente daarover in contact treden met de provincie.

4.10

Uitwerking motie Van der Molen

Op 14 december is in het bestuurlijk overleg met IPO en VNG gesproken over de uitwerking van de motie Van der Molen, die vraagt om voorstellen te doen om de informatie die provincies hebben over de financiële positie van gemeenten in beeld te krijgen. Wettelijk is het financieel toezicht op gemeenten een bevoegdheid van de provincie. Het opstellen van een eenmalige nadere beschouwing past, gezien de specifieke omstandigheden van 2020, bij de toezichtrol die de provincies ter zake hebben. De provincies stellen in februari een beschouwing op over ‘het verhaal achter de cijfers’, oftewel een kwalitatief beeld vanuit het perspectief van de provincies. Deze beschouwing wordt gebaseerd op de gemeentelijke begrotingen over 2021, die aan de provincies ter beoordeling zijn voorgelegd, de informatie waar de provincies in het kader van het toezichtproces over beschikken en op basis van specifieke onderzoeken ter zake die in bepaalde provincies hebben plaatsgevonden. Dit naast de kwantitatieve gegevens die de provincies jaarlijks aanleveren aan het Ministerie van BZK over het aantal gemeenten dat onder preventief toezicht valt en het toezichtverslag dat jaarlijks door provincies wordt opgestuurd.

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

46

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

47

Bijlagen

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

48

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

49

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Aa en Hunze 1.037 Aalsmeer 971 Aalten 1.189 Achtkarspelen 1.641 Alblasserdam 1.679 Albrandswaard 407 Alkmaar 17.368 Almelo 5.676 Almere 27.005 Alphen aan den Rijn 5.421 Alphen‐Chaam 118 Altena 2.089 Ameland 690 Amersfoort 26.682 Amstelveen 7.806 Amsterdam 202.579 Apeldoorn 20.291 Appingedam 680 Arnhem 35.437 Assen 14.584 Asten 809 Baarle‐Nassau 294 Baarn 1.278 Barendrecht 2.937 Barneveld 3.559 Beek 1.020 Beekdaelen 1.004 Beemster 333 Beesel 610 Berg en Dal 1.997 Bergeijk 1.124 Bergen L 321 Bergen NH 1.953 Bergen op Zoom 12.614 Berkelland 1.950 Bernheze 1.383 Best 1.515 Beuningen 830 Beverwijk 2.530 Bladel 800 Blaricum 280 Bloemendaal 1.591 Bodegraven‐Reeuwijk 714 Boekel 290 Borger‐Odoorn 997 Borne 1.120

Bedrag 2021 80.519 75.394 92.321 127.417 130.367 31.602 1.348.551 440.717 2.096.823 420.918 9.162 162.202 53.576 2.071.744 606.103 15.729.398 1.575.510 52.799 2.751.532 1.132.386 62.815 22.828 99.231 228.046 276.341 79.199 77.956 25.856 47.364 155.059 87.274 24.924 151.642 979.423 151.409 107.384 117.633 64.446 196.444 62.117 21.741 123.534 55.439 22.517 77.413 86.963

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

50

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Borsele 1.179 Boxmeer 1.430 Boxtel 1.356 Breda 28.130 Brielle 2.389 Bronckhorst 1.598 Brummen 590 Brunssum 1.915 Bunnik 439 Bunschoten 1.086 Buren 375 Capelle aan den IJssel 3.599 Castricum 1.568 Coevorden 1.231 Cranendonck 1.315 Cuijk 3.017 Culemborg 2.343 Dalfsen 1.310 Dantumadiel 951 De Bilt 2.419 De Fryske Marren 2.758 De Ronde Venen 1.118 De Wolden 1.067 Delft 17.470 Delfzijl 1.796 Den Helder 6.436 Deurne 1.794 Deventer 15.616 Diemen 647 Dinkelland 633 Doesburg 1.082 Doetinchem 6.573 Dongen 1.560 Dordrecht 20.070 Drechterland 1.165 Drimmelen 569 Dronten 1.860 Druten 825 Duiven 808 Echt‐Susteren 2.127 Edam‐Volendam 1.296 Ede 10.473 Eemnes 377 Eersel 694 Eijsden‐Margraten 805 Eindhoven 39.509 Elburg 1.583

Bedrag 2021 91.544 111.033 105.288 2.184.175 185.496 124.078 45.811 148.692 34.086 84.323 29.117 279.447 121.749 95.582 102.104 234.257 181.924 101.716 73.841 187.825 214.147 86.808 82.848 1.356.471 139.452 499.728 139.296 1.212.516 50.237 49.150 84.013 510.366 121.127 1.558.350 90.457 44.180 144.421 64.058 62.738 165.153 100.629 813.184 29.272 53.886 62.505 3.067.706 122.913

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

51

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Emmen 8.833 Enkhuizen 1.444 Enschede 22.180 Epe 1.232 Ermelo 1.110 Etten‐Leur 4.039 Geertruidenberg 1.484 Geldrop‐Mierlo 2.700 Gemert‐Bakel 1.811 Gennep 835 Gilze en Rijen 696 Goeree‐Overflakkee 2.739 Goes 2.965 Goirle 2.048 Gooise Meren 3.105 Gorinchem 4.438 Gouda 8.025 Grave 542 Groningen 46.804 Gulpen‐Wittem 640 Haaksbergen 1.624 Haaren 154 Haarlem 33.650 Haarlemmermeer 22.630 Halderberge 913 Hardenberg 4.540 Harderwijk 4.101 Hardinxveld‐Giessendam 444 Harlingen 1.552 Hattem 545 Heemskerk 2.170 Heemstede 1.488 Heerde 659 Heerenveen 4.297 Heerhugowaard 5.243 Heerlen 19.365 Heeze‐Leende 471 Heiloo 1.250 Hellendoorn 3.242 Hellevoetsluis 2.615 Helmond 12.135 Hendrik‐Ido‐Ambacht 2.836 Hengelo O 10.138 Het Hogeland 2.028 Heumen 517 Heusden 3.472 Hillegom 905

Bedrag 2021 685.845 112.120 1.722.183 95.660 86.187 313.611 115.226 209.644 140.616 64.834 54.041 212.672 230.220 159.018 241.090 344.592 623.107 42.084 3.634.132 49.693 126.097 11.957 2.612.779 1.757.123 70.891 352.512 318.425 34.475 120.506 42.317 168.491 115.537 51.169 333.644 407.097 1.503.610 36.571 97.057 251.728 203.044 942.231 220.203 787.173 157.466 40.143 269.586 70.269

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

52

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Hilvarenbeek 1.409 Hilversum 7.396 Hoeksche Waard 2.786 Hof van Twente 3.313 Hollands Kroon 892 Hoogeveen 4.679 Hoorn 12.289 Horst aan de Maas 1.726 Houten 3.627 Huizen 1.924 Hulst 1.589 IJsselstein 2.626 Kaag en Braassem 324 Kampen 10.422 Kapelle 731 Katwijk 3.823 Kerkrade 6.459 Koggenland 530 Krimpen aan den IJssel 2.932 Krimpenerwaard 2.731 Laarbeek 647 Landerd 614 Landgraaf 2.038 Landsmeer 556 Langedijk 699 Lansingerland** 1.369 Laren 867 Leeuwarden 11.482 Leiden 24.758 Leiderdorp 959 Leidschendam‐Voorburg 3.720 Lelystad 7.199 Leudal 1.835 Leusden 931 Lingewaard 1.310 Lisse 1.323 Lochem 1.644 Loon op Zand 568 Lopik 228 Loppersum 376 Losser 742 Maasdriel 628 Maasgouw 1.165 Maassluis 2.318 Maastricht 25.029 Medemblik 2.148 Meerssen 565

Bedrag 2021 109.403 574.268 216.321 257.240 69.260 363.304 954.189 134.017 281.621 149.390 123.379 203.898 25.157 809.224 56.759 296.840 501.514 41.152 227.657 212.051 50.237 47.674 158.242 43.171 54.274 106.297 67.319 891.528 1.922.353 74.462 288.842 558.972 142.480 72.288 101.716 102.725 127.650 44.103 17.703 29.195 57.613 48.762 90.457 179.983 1.943.395 166.783 43.870

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

53

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Meierijstad 8.281 Meppel 3.298 Middelburg 7.283 Midden‐Delfland 853 Midden Drenthe 1.173 Midden‐Groningen 5.268 Mill en Sint Hubert 542 Moerdijk 1.856 Molenlanden 885 Montferland 1.678 Montfoort U 234 Mook en Middelaar 122 Neder‐Betuwe 752 Nederweert 1.553 Nieuwegein 7.077 Nieuwkoop 702 Nijkerk 1.286 Nijmegen 28.606 Nissewaard 11.420 Noardeast‐Fryslân 4.270 Noord‐Beveland 450 Noordenveld 2.503 Noordoostpolder 4.076 Noordwijk 2.611 Nuenen c.a. 1.103 Nunspeet 1.149 Oegstgeest 800 Oirschot 912 Oisterwijk 2.431 Oldambt 4.562 Oldebroek 588 Oldenzaal 2.635 Olst‐Wijhe 672 Ommen 1.323 Oost Gelre 1.453 Oosterhout 6.016 Ooststellingwerf 1.129 Oostzaan 1.028 Opmeer 649 Opsterland 1.099 Oss 7.420 Oude IJsselstreek 3.242 Ouder‐Amstel 437 Oudewater 259 Overbetuwe 1.586 Papendrecht 1.843 Peel en Maas 2.964

Bedrag 2021 642.984 256.076 565.494 66.232 91.078 409.038 42.084 144.111 68.716 130.290 18.169 9.473 58.390 120.584 549.499 54.507 99.852 2.221.134 886.714 331.547 34.941 194.347 316.484 202.733 85.643 89.215 62.117 70.813 188.757 354.220 45.656 204.597 52.178 102.725 112.819 467.117 87.662 79.820 50.392 85.333 576.131 251.728 33.931 20.110 123.146 143.101 230.142

Decembercirculaire gemeentefonds 2020

54

Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen (vervolg)

Decentralisatie‐uitkering Cultuurmiddelen gemeente IV3 uitgaven*in duizenden euro's Pekela 395 Pijnacker‐Nootdorp 1.684 Purmerend 8.956 Putten 869 Raalte 1.609 Reimerswaal 907 Renkum 1.537 Renswoude 111 Reusel‐De Mierden 446 Rheden 1.737 Rhenen 1.216 Ridderkerk 2.677 Rijssen‐Holten 3.416 Rijswijk 5.757 Roerdalen 831 Roermond 6.419 Roosendaal 6.214 Rotterdam 158.183 Rozendaal 40 Rucphen 554 Sudwest Fryslan 10.305 Schagen 2.359 Scherpenzeel 544 Schiedam 12.020 Schiermonnikoog 161 Schouwen‐Duiveland 4.035 's‐Gravenhage 107.577 's‐Hertogenbosch 27.802 Simpelveld 306 Sint‐Anthonis 361 Sint‐Michielsgestel 1.015 Sittard‐Geleen 16.799 Sliedrecht 927 Sluis 2.190 Smallingerland 5.867 Soest 2.791 Someren 1.137 Son en Breugel 883 Stadskanaal 3.371 Staphorst 531 Stede Broec 1.744 Steenbergen 770 Steenwijkerland 2.628 Stein 1.527 Stichtse Vecht 2.282 Terneuzen 6.299 Terschelling 948

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9697899/1