3. Bijlage 1. Decembercirculaire 2020 (1842748)
Tekst van het document
Gemeentefonds
Decembercirculaire 2020
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 december 2020 Kenmerk 2020-0000733001
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
decembercirculaire gemeentefonds 2020 bekendmaking van beleid en informatieverstrekking septembercirculaire 2020 (2020-0000534509); aanvullende brief juni 2020 (2020-0000366640); meicirculaire 2020 (2020-0000304330); decembercirculaire 2019 (2019-0000659660); septembercirculaire 2019 (2019-0000475710); meicirculaire 2019 (2019-0000267592) 16 december 2020 1 juli 2021
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
1
Voorwoord Voor u ligt de decembercirculaire 2020. Het kabinet wil in deze moeilijke en financieel onzekere tijden de medeoverheden blijven ondersteunen. Medeoverheden en Rijk hebben vanaf het begin van de coronacrisis laten zien schouder aan schouder te staan. Er is veel erkenning voor de inzet van de gemeenten, provincies en waterschappen. Bij gemeenten, provincies en waterschappen wordt nog steeds door iedereen hard gewerkt om te doen wat nodig is. Het is immers belangrijk dat de dienstverlening aan inwoners en ondernemers ook in 2021 op peil blijft, van zorg tot ov, begeleiding naar werk en toezicht en handhaving, tot het in stand houden van sport- en cultuurvoorzieningen en het bemonsteren van het rioolwater. Op 31 augustus jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over een aanvullend compensatiepakket voor medeoverheden1. In de afgelopen periode zijn er door het kabinet aanvullende afspraken gemaakt voor 2020 en 2021. Over dit aanvullend pakket compensatie medeoverheden december 2020 is de Tweede Kamer parallel aan het uitkomen van deze circulaire geiïnformeerd. Deze circulaire bevat informatie over het financiële effect voor individuele gemeenten van de maatregelen uit dit pakket die via het gemeentefonds lopen.
Deze circulaire geeft een actueel beeld over de de gemeentefondsuitkeringen voor 2020 en verder, gebaseerd op de Najaarsnota 2020 van het Rijk en de Nota van Wijziging op de ontwerpbegroting 2021 van het gemeentefonds. De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u in deze bijzondere omstandigheden veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
1 Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 104
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
2
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
3
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ................................................................................................................8 1.1.
Inleiding ..............................................................................................................8
1.2.
Algemene uitkering ...............................................................................................8
1.3.
Herijking verdeling gemeentefonds ..........................................................................9
1.4.
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden .......................................................9
1.5.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................... 13
Algemene uitkering ..................................................................................................... 14 2.1
Inleiding ............................................................................................................ 14
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................... 14
1.
Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden ............... 15
2.
Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand ..................... 15
3.
Continuïteit van zorg (COVID-19) .......................................................................... 16
4.
Mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen (nacalculatie) ................................................ 16
5.
Compensatie quarantainekosten ........................................................................... 17
6.
Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen ............................................ 17
7.
Bijdrage MijnOverheid en DigiD ............................................................................. 17
8.
Bijdrage GDI ...................................................................................................... 18
9.
Permanente registratie en briefstembureau kiezers buitenland................................... 18
10.
Vervangend briefstembewijs ................................................................................. 19
11.
Logisch ontwerp GBA........................................................................................... 19
12.
Persoonskaartenarchief ........................................................................................ 19
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ................................................................... 19
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering.............................................................. 20
2.4.1
Nacalculatie suppletie-uitkering Overheveling IUSD .............................................. 20
2.4.2
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg ............................................ 21
2.4.3
Rijksvaccinatieprogramma ................................................................................ 21
2.4.4
Amendement Bergkamp: Toegang Wlz voor jeugdigen met psychische stoornis ........ 21
2.4.5
Bommenregeling ............................................................................................. 22
2.5 3
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor ............................................. 22
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ....................................................................... 26 3.1
Inleiding ............................................................................................................ 26
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ................................. 26
1.
Cultuurmiddelen ................................................................................................. 27
2.
Crisisdienstverlening (COVID-19) .......................................................................... 28
3.
Brede aanpak dak- en thuisloosheid ...................................................................... 30
4.
Extra kosten Tweede Kamerverkiezing i.v.m. COVID-19 ........................................... 30
5.
Regionale knelpunten .......................................................................................... 31
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra ............................................................................ 31
7.
Vrouwenopvang/Landelijke functies opvang ............................................................ 32
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
4
8.
Beschermd wonen............................................................................................... 33
9.
Maatschappelijke begeleiding (hervestigers) ........................................................... 34
10.
Jeugd aan zet ..................................................................................................... 35
11.
Pilot opvang en begeleiding asielzoekers ................................................................ 35
12.
Aanpak discriminatie ........................................................................................... 36
13.
Impactanalyse Leefbaarheid en veiligheid ............................................................... 36
14.
Pilots Verdere integratie arbeidsmarkt (VIA) ........................................................... 36
15.
Veilige Steden .................................................................................................... 36
16.
Weerbare samenleving ........................................................................................ 37
3.3 Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen decentralisatie- en integratie-uitkeringen .......................................................................... 37
4
3.3.1
Maatschappelijke opvang .................................................................................. 37
3.3.2
Inburgering .................................................................................................... 37
3.3.3
Innovatieve aanpakken energiebesparing ............................................................ 38
3.3.4
Voogdij/ 18+ .................................................................................................. 38
3.3.5
Verantwoordingsonderzoek 2018 Ministerie van BZK............................................. 39
3.3.6
Bevolkingsdaling ............................................................................................. 41
3.3.7
Wijzigingen in centrumgemeente ....................................................................... 41
Overige mededelingen ................................................................................................. 42 4.1
Inleiding ............................................................................................................ 42
4.2
Bevoorschotting .................................................................................................. 42
4.3
Herijking verdeling gemeentefonds ........................................................................ 42
4.4
Evaluatie normeringssystematiek .......................................................................... 44
4.5
Stand van zaken onderzoek structurele kosten jeugdzorg ......................................... 45
4.6
Wijziging Financiële-verhoudingswet ...................................................................... 45
4.7
Onderzoek financiële positie gemeenten ................................................................. 45
4.8
Informatievoorschrift 2021 ................................................................................... 46
4.9
Afspraken toezicht tijdigheid indiening en sluitendheid begroting ............................... 46
4.10
Uitwerking motie Van der Molen ............................................................................ 46
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
5
Bijlagen .......................................................................................................................... 48 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Cultuurmiddelen ...................................................... 49 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Crisisdienstverlening (COVID-19) ............................... 58 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid ............................ 61 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Extra kosten Tweede Kamerverkiezing i.v.m. COVID-19 . 62 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................. 71 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ..................................... 72 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Jeugd aan zet ........................................................ 73 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Aanpak discriminatie ............................................... 74 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Impactanalyse Leefbaarheid en veiligheid .................. 75 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ........................................... 76 Bijlage 3.3.2 Integratie-uitkering Inburgering ....................................................................
77 Bijlage 3.3.4 Compensatieregeling Voogdij en/of 18+ ......................................................... 86
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
6
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
7
1 1.1.
Hoofdpunten Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie bepalen mede die financiële ruimte. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De circulaires bevatten ook actuele informatie over wijzigingen die op een later tijdstip in de rijksbegroting worden verwerkt. Deze mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Op 3 december jl. is de nota van wijziging van de begroting 2021 van het gemeentefonds naar de Tweede Kamer verstuurd.2 De nota van wijziging bevat wijzigingen voor het gemeentefonds voor 2021. De verwerking van de nota van wijziging in de verdeling van het gemeentefonds vindt in deze circulaire plaats evenals de verwerking van de mutaties uit de Najaarsnota 2020.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Hierna volgen de belangrijkste mededelingen uit de circulaire.
1.2.
Algemene uitkering
In de meicirculaire 2020 (paragraaf 1.3 en 2.2-1) bent u geïnformeerd dat in overleg met de VNG en het IPO is besloten om het accres zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2020 te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. In afwachting van dit besluit over de te hanteren systematiek zijn ook de accresramingen vanaf 2022 gehandhaafd op de stand zoals opgenomen in de meicirculaire 2020. Deze circulaire bevat dan ook geen wijziging in de accresramingen 2020 en verder. Overigens is het – los van de gemaakte afspraken - tot op heden niet gebruikelijk om nieuwe accresramingen te presenteren in de decembercirculaire.
2
Kamerstukken II 2020/21, 35570-B, nr. 12
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
8
De evaluatie van de normeringssystematiek is, ter voorbereiding op de volgende kabinetsperiode op 13 november jl. naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.3 Het evaluatierapport is opgesteld door een ambtelijke werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Meer informatie over de evaluatie van de normeringssystematiek kunt u vinden in paragraaf 4.4 van deze circulaire.
1.3.
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 7 december jl. hebben de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten4. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Met de VNG is afgesproken voorafgaand aan de consultatie van gemeenten, de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies te vragen. Deze adviesaanvraag zal het Ministerie van BZK in januari indienen en ter informatie aan de Tweede Kamer sturen. De voorlopige uitkomsten van de verdeling zullen tegelijk met de adviesaanvraag aan ROB worden gepubliceerd. Meer informatie over de herijking van de verdeling van het gemeentefonds kunt u vinden in paragraaf 4.3 van deze circulaire.
1.4.
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Op 31 augustus jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over een aanvullend compensatiepakket voor medeoverheden5. In de afgelopen periode zijn er door het kabinet aanvullende afspraken gemaakt voor 2020 en 2021. Over dit aanvullend pakket compensatie medeoverheden december 2020 is de Tweede Kamer parallel aan het uitkomen van deze circulaire geiïnformeerd. Verwerkte maatregelen in de circulaire In hoofdstuk 2 en 3 van deze circulaire worden verschillende maatregelen uit het aanvullende compensatiepakket medeoverheden december 2020 nader toegelicht. Het betreffen de volgende maatregelen:
Afrekening meerkosten 2020 Jeugdwet en Wmo 2015: Het verleende voorschot van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg van de jeugdzorg en Wmo 2015 (zie aanvullende brief juni 20206) is vastgesteld op € 170 miljoen (zie paragraaf 2.2-3 en paragraaf 3.2-8).
3
Kamerstukken II 2020/21 35570-B, nr. 10 Kamerstukken II 2020/21 35570-B, nr.13 5 Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 104 6 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/documenten/circulaires/2020/06/26/aanvullende-brief-gemeentefonds-juni-2020 4
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
9
Extra kosten Tweede Kamerverkiezing: Op basis van de maatregelen die aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing op basis van het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet verkiezing cOVID-19 is besloten tot een aanvullende compensatie van € 26,9 miljoen, waarvan € 22 miljoen wordt uitgekeerd als compensatie voor gemeenten via het gemeentefonds (zie paragraaf 3.2-4).
Cultuurmiddelen: Gemeenten ontvangen in 2021 € 149,7 miljoen ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur7 (zie paragraaf 3.2-1).
Flankerend beleid: Voor het flankerend beleid zijn, als onderdeel van het steun- en herstelpakket, middelen gereserveerd voor 2020, 2021 en 2022. Over de toekenning en precieze verdeling van de middelen voor 2022 vindt nog nader gesprek plaats. Hierover worden gemeenten in de loop van 2021 nader geïnformeerd. Hieronder is de verdeling van de middelen voor 2020 en 2021 toegelicht. o
Flankerend beleid: re-integratie van bijstandsgerechtigden: Het kabinet stelt in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden beschikbaar (€ 40 miljoen in 2020; € 90 miljoen in 2021 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds). Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 een tijdelijk impuls voor re-integratie (€ 50 miljoen inclusief afdracht aan het BTWCompensatiefonds) (zie paragraaf 2.2-1).
o
Flankerend beleid: gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand: Het kabinet stelt in 2020 en 2021 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020; € 30 miljoen in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020; € 10 miljoen in 2021) beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek (zie paragraaf 2.2-2).
o
Flankerend beleid: Crisisdienstverlening: Het kabinet stelt aan de 35 arbeidsmarktregio’s middelen beschikbaar om werkloosheid te bestrijden: € 16,04 miljoen in 2020 en € 48,46 miljoen in 2021 (zie paragraaf 3.2-2).
Compensatie quarantainekosten: Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Ter compensatie van mogelijke extra kosten wordt in 2020 eenmalig € 4 miljoen toegevoegd (zie paragraaf 2.2-5).
Gevolgen van corona voor het welbevinden van jongeren (0-27 jaar): Corona heeft impact op het welbevinden van jongeren: o
Jeugd aan zet: Vanuit het programma maatschappelijke diensttijd (MTD) ontvangen gemeenten tot 60.000 inwoners een bijdrage van in totaal € 470.000. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is (zie paragraaf 3.2-10).
7
Dit komt bovenop de € 60 miljoen zoals uitgekeerd in de aanvullende brief van juni 2020 en de € 60 miljoen
zoals uitgekeerd in de septembercirculaire 2020.
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
10
o
Perspectief Jeugd en jongeren: Het kabinet stelt eenjJeugdpakket beschikbaar van € 58,5 miljoen. De toelichting op dit pakket staat verderop in deze paragraaf opgenomen onder het kopje ‘Verwerking in circulaire op een later moment’.
Verwerking in circulaire op een later moment Daarnaast bevat het aanvullend pakket compensatie medeoverheden december 2020 een aantal afspraken over 2020, 2021 en 2022 die nog niet in deze circulaire konden worden verwerkt. Over de verwerking van deze afspraken in de verdeling van het gemeentefonds zullen gemeenten in het eerste kwartaal van 2021 worden geïnformeerd. Het betreffen de volgende onderwerpen:
Inkomstenderving: De verwachting is dat de inkomstenderving van gemeenten verder zal oplopen dan de in de brief van 31 augustus jl. genoemde gereserveerde € 100 miljoen8. Daarom heeft het kabinet besloten de reservering te verhogen met € 150 miljoen tot in totaal € 250 miljoen9. Voor het bepalen van de definitieve compensatie van de inkomstenderving over 2020 van gemeenten, provincies en waterschappen blijft de afspraak gelden dat dit in 2021 gebeurt op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020.
Afvalinzameling: Door de corona hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. In overleg met de VNG is besloten deze kosten ad € 32 miljoen (inclusief eventuele afdracht aan het BTW-compensatiefonds) voor 2020 te vergoeden.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK): Het kabinet creëert een Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) voor huishoudens die door omstandigheden in ernstige financiële problemen dreigen te komen. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. In totaal is een bedrag van maximaal € 130 miljoen gereserveerd voor het eerste halfjaar van 2021. Voor het eerste kwartaal komt € 65 miljoen beschikbaar. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 zal op basis van de dan geldende situatie rondom de maatregelen tegen het coronavirus de inzet voor het tweede kwartaal van 2021 worden gewogen. De afspraken over de beleidsinzet zullen, net als de lopende steunpakketten, gelden tot 1 juli 202110.
Perspectief Jeugd en jongeren: Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een jeugdpakket van € 58,5 miljoen wil het kabinet een gerichte (financiële) impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Ook is met gemeenten afgesproken om met het geld extra inzet van jongerenwerkers in achterstandswijken met kwetsbare jongeren te organiseren. Zij kunnen gericht deze jongeren uit risicogroepen bereiken en passende hulp en ondersteuning bieden. Een deel van het jeugdpakket (€ 3,5 miljoen) zet het kabinet in op laagdrempelige preventieve ondersteuning van jongeren op
Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 104 Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 193 10 id. 8 9
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
11
het gebied van mentale gezondheid11. De middelen zullen deels (€ 40 miljoen) via het gemeentefonds verdeeld worden.
Maatregelen die lopen via specifieke uitkeringen Als laatste zijn in het aanvullend pakket medeoverheden december 2020 een aantal afspraken gemaakt over compensatie aan gemeenten die via een specifieke uitkering vanuit het vakdepartement lopen:
Zwembaden en ijsbanen: Op basis van nader onderzoek stelt het kabinet voor de exploitanten van zwembaden en ijsbanen via een specifieke uitkering aan gemeenten € 100 miljoen beschikbaar. Deze regeling wordt in nauw overleg met de sector nader uitgewerkt.
Verlenging steun aan sportverenigingen: Op 27 oktober jl. heeft het kabinet laten weten dat met het oog op de aanscherping van de coronamaatregelen, die de sport hard treffen, het sport-specifieke pakket is aangepast en opnieuw is opengesteld voor de periode van 1 oktober t/m 31 december, met een uitvoering die erop is gericht om de nieuw ontstane financiële schade van amateursportverenigingen te compenseren. Hiervoor wordt € 60 miljoen ingezet12.
Toezicht en Handhaving: Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen stelt het kabinet € 60 miljoen voor tijdelijke coronabanen beschikbaar aan gemeenten. Hiermee kunnen ongeveer 3800 voltijds fte extra tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden.
De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo): Eind september heeft het kabinet vanwege de invoering van de landelijke corona-maatregelen besloten de invoering van de beperkte vermogenstoets in de Tozo uit te stellen tot 1 april 202113. Tozo 3 loopt daarmee van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 en bevat geen wijzigingen ten opzichte van Tozo 2. Per 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet daarnaast waar nodig zelfstandig ondernemers om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst.
Maatregelen 2021 De afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en van de inkomstenderving zullen voor de reeds in kaart gebrachte dossiers ook in ieder geval in het eerste kwartaal van 2021 gelden. Voor de periode na het eerste kwartaal 2021 zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie. Op sommige terreinen zijn al meer specifieke afspraken voor 2021 gemaakt. Zo is ten aanzien van de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven.
Kamerstukken II 2020/21 25295, nr. 771 Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 193 13 Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 141 11 12
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
12
Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19 onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Voor de meerkosten Jeugdwet en Wmo 2021 is afgesproken de afspraken tussen Rijk en VNG te verlengen tot 1 januari 202214. Voor het ov is afgesproken om de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen tot 1 juli 202115.
1.5.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
In de meicirculaire 2020 (paragraaf 3.3.5) bent u geïnformeerd dat het kabinet dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk wil voorkomen en ervoor wil zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. In de septembercirculaire 2020 paragraaf 3.2-2 is de verdeling verwerkt voor 2020 en 2021 voor 21 centrumgemeenten en de 312 regiogemeenten. Bij deze circulaire vindt vanuit het resterende budget van € 45,5 miljoen in 2021 de toekenning plaats aan de overige 22 centrumgemeenten. De circulaire bevat ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratieuitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen.
14 15
Kamerstukken II 2002/21 25295, nr. 713 Kamerstukken II 2020/21 23645, nr. 726
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
13
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor. Die drie zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 wordt de wijze van verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe. De accresraming blijft in deze circulaire ongewijzigd. In de meicirculaire 2020 (paragraaf 1.3 en 2.2.-1) bent u geïnformeerd dat in overleg met de VNG en het IPO is besloten om het accres zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2020 te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021. Ten behoeve van uw jaarafsluiting 2020 is dan ook het accres zoals gemeld in de meicirculaire 2020 de definitieve stand. Overigens is het – los van de gemaakte afspraken - tot op heden niet gebruikelijk om nieuwe accresramingen te presenteren in de decembercirculaire.
In de meicirculaire 2021 zal wel de afrekening van het plafond van het BTW-compensatiefonds 2020 in uitkeringsjaar 2021 plaatsvinden.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2020. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten.
2.
Mutaties met corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven (de zogenaamde taakmutaties). Deze mutaties hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De gemeenten hebben bestedingsvrijheid van de middelen van de algemene uitkering en mogen bij de besteding van de middelen dan ook afwijken van de hier gehanteerde clusterindeling.
De tabel wordt gevolgd door een toelichting op de mutaties sinds de septembercirculaire 2020. De mutaties hebben betrekking op 2020 en 2021.
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
14
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2020 (in duizenden euro's) 2020 stand septembercirculaire 2020
2021
2022
2023
2024
2025
26.826.399 27.550.558 28.355.437 28.720.252 29.381.903 30.184.397
1a) 1b) 2a) 2b)
cluster Inkomen en participatie Aanvullend pakket re-integratie Impuls re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand
15.000 5.000
3) 4)
cluster Maatschappelijke ondersteuning Continuiteit van zorg (COVID-19) Mobiliteitshulpmiddelen (nacalculatie)
20.400 -16.900
5)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Compensatie quarantainekosten
4.000
6) 7) 8) 9) 10) 11) 12)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Bijdrage MijnOverheid en DigiD Bijdrage GDI Permanente registratie en briefstembureau kiezers buitenland Vervangend briefstembewijs Logisch ontwerp GBA Persoonskaartenarchief
-4.457 -3.906 -2.562 954 462 300 50
39.306
stand deze circulaire
88.438 48.264 30.000 10.000
26.884.046 27.727.260 28.355.437 28.720.252 29.381.903 30.184.397
Toelichting 1. Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 40 miljoen in 2020; € 90 miljoen in 2021 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 een tijdelijk impuls voor re-integratie (€50 miljoen inclusief afdracht aan het BTW-compensatiefonds) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. Zie ook de brief van de Minister en Staatssecretaris van SZW van 23 september jl. over de uitwerking van het aanvullend sociaal pakket16 en de brief van 30 november jl. over de voortgang van de uitwerking van het aanvullend sociaal pakket17. Voor het pakket Flankerend Beleid (Re-integratie én schuldhulpverlening) zijn ook voor 2022 middelen gereserveerd. Over de toekenning en precieze verdeling vindt nog het gesprek plaats. Hierover worden gemeenten in de loop van 2021 nader geïnformeerd.
2. Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020; € 30 miljoen in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020; € 10 miljoen in 2021) beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek. Deze extra middelen stellen gemeenten in
16
Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 134
17
Kamerstukken II 2020/21, 24515, nr. 569
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
15
staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. Meer informatie is te vinden in de brief van de Staatssecretaris van SZW van 28 september jl. over de intensivering armoede- en schuldenaanpak.18
3. Continuïteit van zorg (COVID-19) De VNG en het Rijk hebben in maart, kort na het uitbreken van de coronacrisis, afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en professionals binnen de Jeugdwet en Wmo 2015. De afspraken zijn gericht op het zo goed mogelijk organiseren van continuïteit van zorg voor cliënten en het borgen van het zorgstelsel voor de langere termijn. Onderdeel van de afspraken met gemeenten is onder meer dat meerkosten als gevolg van de coronacrisis door het Rijk worden vergoed aan gemeenten. Op 28 mei jl. heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over een compensatiepakket voor medeoverheden19 waaronder een voorschot voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg van de jeugdzorg en Wmo 2015. Dit voorschot is vervolgens verdeeld in paragraaf 2.2 van de aanvullende brief van juni 202020. Daarnaast is in opdracht van de Ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein in 2020 uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg van 23 september jl. gezamenlijk vastgesteld op € 170 miljoen.21 Dit betreft een afrondende afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020.
Er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Het verleende voorschot wordt met de nu vastgestelde € 170 miljoen aan compensatie verrekend. Er wordt dus € 26 miljoen extra toegevoegd aan het al door gemeenten ontvangen voorschot van € 144 miljoen. Van de aanvullende € 26 miljoen wordt € 20,4 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering (cluster Wmo 2015) en € 5,6 miljoen aan de integratie-uitkering Beschermd Wonen (zie paragraaf 3.2-8). Op de andere onderdelen van het gemeentefonds waar meerkosten en inhaalzorg op van toepassing zijn22, zijn reeds middelen toegekend via het voorschot in de aanvullende brief van juni 2020. De verdeling van de middelen over de verschillende onderdelen van het gemeentefonds is tot stand gekomen in gezamenlijk overleg tussen de Ministeries van VWS en BZK en de VNG.
4. Mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen (nacalculatie) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een 18
Kamerstukken II 2020/21, 24515, nr. 569
19
Kamerstukken II 2020/21 35420, nr. 43
20
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/documenten/circulaires/2020/06/26/aanvullende-brief-gemeentefonds-juni-2020 21 Kamerstukken II 2020/21 25295, nr. 656 22
Jeugdhulp, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
16
scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn VWS en VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt.23 Op basis van de realisatiegegevens over de eerste acht maanden van 2020 blijkt dat er € 16,9 miljoen te weinig is overgeheveld vanuit het gemeentefonds naar de Wlz. De correctie vindt in deze circulaire alleen plaats voor 2020. In de meicirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel verwerkt op basis van realisatiegegevens over de eerste negen maanden van 2020 aangevuld met een nog af te spreken ophoging voor onderhoudskosten.
5. Compensatie quarantainekosten Met de motie Asscher c.s.24 heeft de Tweede Kamer gevraagd hoe mensen ondersteund kunnen worden als ze in quarantaine horen te gaan. Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Het gaat daarbij vooral om praktische ondersteuning en het continueren van zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor kunnen ontstaan zelf of met hun netwerk op te lossen. Het gaat mogelijk om een groep die niet al in beeld is bij gemeenten. In de quarantainegids die onder andere via de GGD verspreid wordt, worden mensen naar de gemeente en het Rode Kruis verwezen als ze de hulp niet zelf georganiseerd krijgen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten hun vrijwilligersorganisaties en hun toegang/informatiepunten voorbereiden om de mensen in quarantaine die het niet zelf redden, deze ondersteuning te bieden. Dit vraagt ook een duidelijk vraagpunt en snelle handelswijze (binnen 1-3 werkdagen). Ter compensatie van mogelijke extra kosten wordt in 2020 eenmalig € 4 miljoen toegevoegd.
6. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2020 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen € 1,532 miljoen bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van € 2,925 miljoen voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2019. Dit is zoals afgesproken met de VNG in 2020 verwerkt.
7. Bijdrage MijnOverheid en DigiD Eind 2017 hebben de VNG en het Ministerie van BZK afgesproken dat de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid via de algemene uitkering uit het gemeentefonds verloopt. De VNG heeft gevraagd om de bestaande regeling voor 2018 ten aanzien van de bekostiging van DigiD en MijnOverheid voor de komende drie jaar te continueren, totdat de afgesproken evaluatie van het stelsel is afgerond. Op basis van de verstuurde facturen door Logius over 2020 komen de kosten voor
23
Voor de uitname m.b.t. de roerende voorzieningen (zoals tilliften) is afgesproken geen nacalculatie uit te voeren. 24 Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 474
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
17
gemeenten uit op € 3,11 miljoen. Daarnaast dragen de gemeenten 40% bij in de kosten van de (gemeentelijke) belastingsamenwerkingen. In 2020 komt dit uit op € 796.000. In beide bedragen zijn ook de eindafrekeningen van 2018 en 2019 verwerkt.
8. Bijdrage GDI In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is afgesproken dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de generieke digitale infrastructuur (GDI) via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. Logius heeft de hoogte van de rekeningen voor de gemeenten bepaald op € 2,471 miljoen in 2020. Bij dit uitname bedrag is ruimte ingebouwd voor onzekerheden zoals de exacte hoogte van de bijdrage vanwege volumegroei. Indien de € 2,471 miljoen in 2020 niet volledig nodig blijkt te zijn zal het resterende bedrag worden teruggeboekt naar het gemeentefonds. In het gebruikersoverleg BSN (Beheer Burgerservicenummer) van 26 juni 2020 is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN 25 wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. De bijdrage voor 2020 betreft € 91.000.
9. Permanente registratie en briefstembureau kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente Den Haag maakt kosten voor de permanente registratie en organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. De gemeente ontvangt hiervoor in 2020 € 616.000 bovenop op de reeds bestaande bijdrage in het gemeentefonds voor de landelijke taak “kiezers buitenland”. Daarnaast heeft de Minister van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer laten weten dat de briefstembureaus bij de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland worden afgebouwd. Dat zal ook het geval zijn bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Dit brengt voor de gemeente Den Haag extra kosten met zich mee, omdat de stemmen die anders door de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland zouden worden geteld nu terecht komen bij het briefstembureau van de gemeente Den Haag. De gemeente heeft voor het verwerken van de briefstemmen van kiezers in het buitenland extra personele inzet en een grotere huisvesting van het briefstembureau in Den Haag nodig. De gemeente ontvangt hiervoor in 2020 € 338.000 bovenop op de reeds bestaande bijdrage in het gemeentefonds voor de landelijke taak “kiezers buitenland”.
Na de verkiezing van de Tweede Kamer in 2021 wordt met de gemeente Den Haag geëvalueerd wat de kosten van de permanente registratie zijn en wat de kosten zijn voor het organiseren van verkiezingen voor de kiezers in het buitenland. Op basis hiervan zal de uitkering die de gemeente 25
https://www.vngrealisatie.nl/producten/beheervoorziening-burgerservicenummer-bv-bsn
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
18
krijgt voor deze taken worden herijkt. Op basis van de uitkomst van deze evaluatie wordt besloten hoe hoog de structurele uitkering uit het gemeentefonds dient te zijn voor deze wettelijke taken.
10. Vervangend briefstembewijs De regelgeving is aangepast zodat aan de kiezers in het buitenland per e-mail een vervangend briefstembewijs kan worden gezonden. Het verzenden van het vervangend briefstembewijs per post blijft daarnaast mogelijk. De wijziging van de regelgeving heeft tot gevolg dat de gemeente Den Haag wijzigingen moet doorvoeren in de processen en systemen voor de organisatie van de verkiezingen voor de kiezers in het buitenland. In de Kieswet is geregeld dat de gemeente Den Haag daarvoor verantwoordelijk is. Het wijzigen van de processen en systemen leidt ertoe dat de gemeente Den Haag hiervoor in 2020 een incidentele bijdrage van € 462.000 ontvangt bovenop op de reeds bestaande bijdrage uit het gemeentefonds voor de landelijke taak “kiezers buitenland”.
11. Logisch ontwerp GBA Gemeenten hebben kosten moeten maken voor de gemeentelijke basisadministratie doordat het Logisch Ontwerp is aangepast26. Conform afspraken worden de kosten (€ 300.000) vanwege de aanpassingen in het Logisch Ontwerp aan gemeenten via het gemeentefonds vergoed.
12. Persoonskaartenarchief De gemeente Den Haag ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor het beheer van het persoonskaartenarchief van geëmigreerden (van voor de invoering van de GBA/BRP) (zie paragraaf 2.2-16 van de meicirculaire 2018). In 2019 is het archief gedigitaliseerd en op basis van de ervaringen in het eerste jaar heeft Den Haag de jaarlijkse kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van de taak opnieuw berekend. De bijdrage wordt op basis daarvan opgehoogd met € 50.000 per jaar. Daarmee komt het totaalbedrag uit op € 70.000 per jaar. In deze circulaire vindt de verwerking plaats voor 2020. De structurele verwerking zal naar verwachting bij de meicirculaire 2021 plaatsvinden.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De wijze van verdeling van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De wijze van verdeling bestaat uit een wijziging in hetzij de uitkeringsfactor hetzij het bedrag per eenheid van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
26
Op 4 oktober 2020 ging het Logisch Ontwerp GBA 3.1.3 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen, waaronder een aanpassing m.b.t. de wijze van registratie van gezag. Zie https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-45377.html
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
19
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie cluster Inkomen en participatie 1a) Aanvullend pakket re-integratie 1b) Impuls re-integratie 2a) Gemeentelijk schuldenbeleid 2b) Bijzondere bijstand
Verdeelwijze Maatstaven cluster Inkomen en participatie (subcluster Re-integratie klassiek) Maatstaven cluster Inkomen en participatie (subcluster Re-integratie klassiek) Maatstaven cluster Inkomen en participatie Maatstaven cluster Inkomen en participatie
3) 4)
cluster Maatschappelijke ondersteuning Continuiteit van zorg (COVID-19) Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen (nacalculatie)
Maatstaven cluster Maatschappeijke ondersteuning (subcluster Wmo2015) Maatstaven cluster Maatschappeijke ondersteuning (subcluster Wmo2015)
5)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Compensatie quarantainekosten
Maatstaven cluster Samenkracht en burgerparticipatie
6) 7) 8) 9) 10) 11) 12)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Bijdrage MijnOverheid en DigiD Bijdrage GDI Permanente registratie en briefstembureau kiezers buitenland Vervangend briefstembewijs Logisch ontwerp GBA Persoonskaartenarchief
Maatstaf inwoners Maatstaf inwoners Maatstaf inwoners Ophoging vast bedrag Den Haag Ophoging vast bedrag Den Haag Maatstaf inwoners Ophoging vast bedrag Den Haag
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Nacalculatie suppletie-uitkering Overheveling IUSD
De suppletie-uitkering Overheveling integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) geeft invulling aan de bestuurlijke afspraak dat de overheveling van de IUSD naar de algemene uitkering geen herverdeeleffect (positief of negatief) mag hebben (zie paragraaf 2.4.3 van de meicirculaire 2018). Het effect van het gebruik van actuelere statistieken en van de aanpassing van de definitie van de maatstaf jongeren (van <20 jaar naar <18 jaar) werd via de suppletie-uitkering in 2019 ongedaan gemaakt. In 2020 en 2021 wordt door de suppletie-uitkering enkel het herverdeeleffect ongedaan gemaakt dat voortkomt uit de genoemde definitiewijziging van de maatstaf jongeren (zie decembercirculaire 2018 paragraaf 2.4.1). Zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2020 (paragraaf 2.4.3) zijn bij deze circulaire alle maatstafgegevens voor 2019 en 2020 bekend, waardoor de beide uitkeringen definitief kunnen worden nagecalculeerd. In de gemeentefondsrubriek op het internet27 kunt u de definitieve bedragen per gemeente van de suppletie-uitkering Overheveling IUSD 2019 en 2020 terugvinden. In deze bijlage staat een uitgebreide toelichting opgenomen hoe de suppletie-uitkering is geactualiseerd. Ook vindt u daar informatie welke wijzigingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van de voorlopige nacalculatie bij de decembercirculaire 2019.
De suppletie-uitkering voor 2021 zal naar verwachting bij de septembercirculaire 2021 worden nagecalculeerd. Tot die tijd kunnen gemeenten zich voor de suppletie-uitkering overheveling IUSD 2021 baseren op de definitieve stand 2020. In deze circulaire is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds (zie paragraaf 4.3).
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 27
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
20
2.4.2
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
Vanaf 2021 zullen middelen aan de algemene uitkering worden toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’28. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. In 2021 betreft de toevoeging € 2,65 miljoen, omdat het wetsvoorstel naar verwachting op 1 juli 2021 in werking treedt. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang hulp en ondersteuning al tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak om een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert. Informatie over de verdeling van de middelen volgt uiterlijk in de meicirculaire 2021.
2.4.3
Rijksvaccinatieprogramma
Het gemeentefonds wordt vanaf 2021 structureel opgehoogd ten behoeve van de uitvoering van de Meningokokken (MenACWY)-vaccinatie voor 14-jarigen, die met ingang van 1 januari 2021 wordt overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden naar verwachting bij de meicirculaire 2021 toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.
2.4.4
Amendement Bergkamp: Toegang Wlz voor jeugdigen met psychische stoornis
In de septembercirculaire 2020 (paragraaf 2.4.2) bent u geïnformeerd over het amendement Bergkamp c.s.29. Dit amendement regelt dat ook jeugdigen met een psychische stoornis toegang kunnen krijgen tot de Wlz op een nader te bepalen tijdstip als: - de jeugdigen voldoen aan de zorginhoudelijke criteria van de Wlz; - indien de effecten van deze overheveling in kaart zijn gebracht en deze geen belemmering vormen voor een zorgvuldige uitvoering. Parallel aan de publicatie van deze circulaire stuurt de Staatssecretaris van VWS een brief aan de Tweede Kamer over de aanvullende informatie die door hem het afgelopen halfjaar is verkregen. Het gaat hierbij om de uitvoeringstoetsen van Centrum Indicatiestelling Zorg, Nederlandse Zorgautoriteit en Zorgverzekeraars Nederland en de gesprekken met een achttal jeugdregio’s. De brief geeft inzicht in de stappen die nodig zijn om de toegang van jeugdigen met een psychische stoornis tot de Wlz mogelijk te maken.
28 29
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?id=2020Z18156&dossier=35593 Kamerstukken II 2018/19, 35146, nr. 11
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
21
2.4.5
Bommenregeling
Verlaging vergoedingspercentage in verband met oprichting kenniscentrum Gemeenten kunnen via het indienen van een raadsbesluit in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de oprichting van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten die hiermee te maken hebben, wordt het vergoedingspercentage – tot op heden 70% - in overleg met de VNG en in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur30 verlaagd. Bijdragen die vanaf 2021 aan gemeenten worden verstrekt zullen zijn gebaseerd op een vergoedingspercentage van 68%. Het Kenniscentrum Conventionele Explosieven (KCE), zoals het officieel heet, gaat gemeenten helpen bij het beantwoorden van vragen. Ook wordt een afwegingskader opgesteld dat gemeenten kunnen gebruiken om een beslissing te nemen over het wel of niet ruimen van explosieven. Het kenniscentrum gaat ook onderzoek doen om de kennis over het opsporen van explosieven te vergroten. Het KCE wordt opgericht en beheerd door Rijkswaterstaat, in opdracht van het Ministerie van het Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rijkswaterstaat is hiervoor gevraagd vanwege de specifieke ervaring met het opzetten en faciliteren van kenniscentra in het domein van de fysieke leefomgeving.
Het kenniscentrum zal naar verwachting in het voorjaar van 2021 operationeel zijn, in eerste instantie voor een periode van vier jaar. Daarna vindt een evaluatie plaats. Voor informatie over de verkrijging van een suppletie-uitkering voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog wordt u verwezen naar paragraaf 2.4.3 van de meicirculaire 2020. Bijdrage gemeente Zevenaar Zoals toegelicht in de meicirculaire 2020 (zie paragraaf 2.4.3) bleken door afgelaste gemeenteraadsvergaderingen als gevolg van de coronacrisis sommige gemeenten dit jaar niet in staat hun raadsbesluit voor 1 april in te dienen. Om die reden is dit jaar een aangepaste procedure doorlopen. In deze circulaire is de bijdrage voor de gemeente Zevenaar over 2020 (€ 105.896) verwerkt.
2.5
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende bedrag per eenheid. De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen die buiten het format van aantal eenheden en bedrag per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2015/07/01/bommenregeling-zelf-betalentenzij 30
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
22
Maatstaven basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3 en 1.2 In het verdeelmodel voor jeugdhulp in de algemene uitkering zitten twee maatstaven over onderwijsachterstand: de maatstaven basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3 en 1.2. Met ingang van uitkeringsjaar 2020 zijn geen actuele gegevens meer beschikbaar van deze maatstaven. Hierdoor zijn de fondsbeheerders genoodzaakt om deze maatstaven met ingang van uitkeringsjaar 2020 te “bevriezen” op de laatst beschikbare stand (schooljaar 2018-2019, zoals gebruikt in uitkeringsjaar 2019). De achtergrond van deze aanpassing is dat de gewichtenregeling vanaf schooljaar 2019-2020 is komen te vervallen. Er is in opdracht van het Ministerie van OCW een nieuwe indicator over onderwijsachterstanden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontwikkeld.31 Als gevolg van de invoering van de nieuwe indicator registreren scholen vanaf dat schooljaar geen gegevens meer over leerlingengewichten, waardoor DUO deze statistiek ook niet meer kan samenstellen. Doordat de gegevens over leerlingengewicht vanaf uitkeringsjaar 2020 niet meer beschikbaar zijn en de invoering van de nieuwe indicator van het CBS in het verdeelmodel voor jeugdhulp grote herverdeeleffecten voor gemeenten tot gevolg zou hebben, resteert geen andere optie dan de maatstaven over leerlingengewicht in het gemeentefonds te bevriezen.
De maatstafgegevens over basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3 en 1.2 voor uitkeringsjaar 2019 zullen daarom voorlopig ook voor latere jaren worden gehanteerd. Maatstaf medicijngebruik drempel Recentelijk zijn voor de maatstaf medicijngebruik drempel de definitieve cijfers 2019 door Vektis geleverd. Verschillende gemeenten hebben gevraagd of zij inzicht kunnen krijgen in de achterliggende berekening van deze maatstaf. Om die reden is de definitieve berekening van de maatstaf medicijngebruik drempel 2019 opgenomen in de gemeentefondsrubriek op het internet.32 Bedragen per eenheid Als gevolg van de mutaties in tabel 2.2.1 en de informatie in deze paragraaf zijn de bedragen per eenheid 2020 en 2021 ten opzichte van de septembercirculaire 2020 gewijzigd. Tabel 2.5.1 en 2.5.2 bevat het overzicht. De aanpassing van het bedrag per eenheid van de onderstaande maatstaven heeft alleen betekenis voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021.
31
https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/45/de-nieuwe-onderwijsachterstandenindicator https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 32
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
23
Tabel 2.5.1 Gew ijzigde bedragen per eenheid 2020 (bedragen in euro's in basis) totaal cluster cluster Inkomen en Samenkracht en participatie burgerparticipatie inw oners -0,35 0,02 kernen met 500 of meer adressen 6,48 inw oners jongeren jonger dan 18 jaar 0,12 0,12 inw oners ouderen 65 jaar en ouder 0,04 0,01 huishoudens met laag inkomen 0,02 0,02 lage inkomens met drempel 4,50 3,99 0,20 bijstandsontvangers 0,36 0,36 uitkeringsontvangers 0,05 0,05 eenpersoonshuishoudens 0,51 0,47 minderheden 0,24 0,24 eenouderhuishoudens 0,29 0,29 huishoudens 0,01 0,01 klantenpotentieel lokaal 0,01 klantenpotentieel regionaal 0,20 0,19 0,01 omgevingsadressendichtheid (oad) 0,07 0,07 0,02 meerkernigheid 2,08 2,08 vast bedrag voor iedere gemeente 0,51 0,51 vast bedrag voor Den Haag 902.958,75 uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers 0,21 w ajongeren 1,18 medicijngebruik met drempel 0,34 re-integratie klassiek 24.209,89 24.209,89 -
cluster Maatsch. ondersteuning 0,01 6,48 0,03 0,31 0,04 0,01 -0,02 0,21 1,18 0,34 -
cluster Bestuur en alg. ondersteuning -0,38 -
cluster Overig 902.958,75 -
Tabel 2.5.2 Gew ijzigde bedragen per eenheid 2021 (bedragen in euro's in basis) totaal cluster Inkomen en participatie lage inkomens met drempel 7,98 7,98 eenpersoonshuishoudens 0,94 0,94 klantenpotentieel regionaal 0,38 0,38 omgevingsadressendichtheid (oad) 0,14 0,14 re-integratie klassiek 83.559,48 83.559,48
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
24
Uitkeringsfactor 2018 Vanwege nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit 2018 stijgt de uitkeringsfactor met 1 punt naar 1,493. Om het totaal beschikbare bedrag aan algemene uitkering zo volledig mogelijk te laten uitkeren stellen de fondsbeheerders sinds uitkeringsjaar 2017 de definitieve uitkeringsfactor vast op 4 cijfers achter de komma (zie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). Voor uitkeringsjaar 2018 wordt de uitkeringsfactor daardoor definitief vastgesteld op 1,4933. 2019 Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 blijft de uitkeringsfactor voor 2019 ongewijzigd op 1,538. 2020 De uitkeringsfactor voor 2020 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2020 met 2 punten naar 1,623. Voor uitkeringsjaar 2020 is er geen aanleiding geweest om de verdeelreserve 2020 (€ 17 miljoen) aan te wenden. Hierdoor valt bij deze circulaire de gehele verdeelreserve 2020 vrij. Dit zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. Ontwikkelingen in de uitkeringsbasis zorgen per saldo voor een stijging van 1 punt. De bijstelling vanwege de uitkeringsbasis wordt grotendeels veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf bijstandsontvangers (2 punten) en de maatstaf eenouderhuishoudens (-1 punt). 2021 De uitkeringsfactor voor 2021 blijft ten opzichte van de septembercirculaire 2020 ongewijzigd op 1,659.
Het vrijvallen van de verdeelreserve 2020 zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. Ontwikkelingen in de uitkeringsbasis vanwege de actualisatie van maatstaven over oppervlakte bebouwing zorgen daarentegen voor een daling in de uitkeringsfactor van 1 punt.
Decembercirculaire gemeentefonds 2020
25
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Naar aanleiding van het Verantwoordingsonderzoek 2018 van het Ministerie van BZK wordt in deze circulaire in paragraaf 3.2 en 3.3.5 bij een aantal decentralisatie-uitkeringen toegelicht welke aanpassingen in de uitkering zijn doorgevoerd om eerdere beperkingen in de beleids- en bestedingsvrijheid ongedaan te maken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Enkele decentralisatie- en integratie-uitkeringen kennen een verdeelmodel gebaseerd op objectieve maatstaven. De achterliggende berekening van de bedragen per gemeente voor deze uitkeringen is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet33.