CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

28. Bijlage 4. RKC-Teylingen-eindrapport-Grip-op-de-GOM

Raad 28 januari 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Voor kennisgeving aan te nemen:12.617 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3

Om vraag 6 volledig te beantwoorden gaan we als laatste in op de vraag in welke mate de gemeenteraad in staat is om te sturen op beëindiging van of uittreding uit de GOM. Hier is in de statuten het volgende over geregeld24: “Een aandeelhouder kan in beginsel zijn aandelen overdragen aan medeaandeelhouders. Ook de vennootschap kan de aandelen kopen”. Daarbij is in de statuten gesteld dat een eventuele overdracht van aandelen enkel kan plaatsvinden na unanieme goedkeuring door de AvA, ook wel een blokkeringsregeling genoemd. Voor alle duidelijkheid: uittreding uit de GOM heeft verder geen effect op het planologisch kader uit de ISG. Wijzigingen of herziening van de ISG dienen te worden vastgesteld door de gemeenteraad, los van eventuele uitreding uit de GOM.

23 Bron: interviews

24

Bron: Statuten Greenport Ontwikkelingsmaatschappij.

Pagina 24

6

Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk staat de hoofdnorm van het onderzoek centraal. De hoofdnorm is dat er sprake moet zijn van verlengd lokaal bestuur, in plaats van verlegd lokaal bestuur. Bij verlengd lokaal bestuur heeft de gemeenteraad grip op de GOM in de zin dat de gezamenlijke regionale, en daarmee de eigen gemeentelijke doelen, centraal staan. De gemeenteraad heeft dan voldoende instrumenten om de doelen en kaders voor de GOM te bepalen, de uitvoering door de GOM te controleren en daar waar nodig bij te sturen. Bij verlegd lokaal bestuur voert de GOM taken uit zonder een heldere aansturing vanuit de gemeenteraad of college en komt los te staan van de gemeente. De GOM gaat dan als het ware ‘een eigen leven leiden’ en de GOM (en niet de gemeenten) bepaald de doelen en kaders.

6.1

Conclusies

Kernconclusie Er is met betrekking tot de sturing op de GOM sprake van verlengd lokaal bestuur, zie verder de toelichting. Er zijn daarentegen nog mogelijkheden om de grip op het eigen ISG-beleid en de uitvoering door de GOM verder te verstevigen, zie de onderstaande drie deelconclusies.

Deelconclusies A De gemeenteraad heeft wel zicht op uitvoeringsprestaties van de GOM, maar geen zicht op de maatschappelijke effecten op de regio als geheel. Hierdoor kan de raad, indien zich een specifieke lokale casus voordoet, moeilijk afwegingen maken tussen het regionale en lokale belang. Het ISG-beleid biedt hiervoor ook nog onvoldoende een roer. Met vaststelling van het ISGbeleid zijn regionale doelen gesteld. De bijdragen aan de realisatie van de doelen van de individuele samenwerkende gemeenten is echter niet vastgesteld. Dat maakt dat lokale belangen dominant zijn en daarmee het realiseren van regionale doelen in de weg kan staan. B De gemeenteraad speelt nog onvoldoende effectief in op signalen uit de samenleving. Kritische geluiden vanuit agrariërs over eventuele negatieve bijeffecten van het ISG-beleid of de uitvoering door de GOM hoort de raad wel aan maar kan deze moeilijk beoordelen. C De gemeenteraad vult nog onvoldoende tijdig en op een transparante wijze zijn controlerende rol in en wordt daartoe ook niet in alle gevallen in staat gesteld. A t/m C tezamen dragen bij aan twijfels binnen de gemeenteraad of het ISG-beleid - en de uitvoering door de GOM - voldoende doeltreffend is of zelfs contraproductief werkt. Zie verder de toelichting op de deelconclusies A t/m C.

Pagina 25

TOELICHTING OP DE KERNCONCLUSIE Er is met betrekking tot de sturing op de GOM sprake van verlengd lokaal bestuur. De gemeenteraad heeft hiervoor alle noodzakelijke beïnvloedingsinstrumenten in handen:

1

2 3 4 5

De GOM is een uitvoeringsorganisatie, er zijn geen beleidsbevoegdheden vanuit de gemeenten overgedragen aan de GOM. De GOM heeft geen enkele publiekrechtelijke bevoegdheid voor ordening van het buitengebied van de gemeenten. Met vaststelling van de ISG in 2009, en de herziene versie in 2016, heeft de gemeenteraad de doelen en kaders met betrekking tot de ruimtelijke ordening van het buitengebied vastgesteld. Met een samenwerkingsovereenkomst uit 2008, en een uitvoeringsparagraaf van de ISG, heeft de gemeenteraad de spelregels en het handelingskader van de GOM vastgesteld. De ISG is geëvalueerd, evaluatiemomenten bieden voor de gemeenteraad kansen om het eigen beleid (ISG) en de sturing op de GOM bij te sturen. Handelingen van de GOM, die kunnen leiden tot wijziging van het bestemmingsplan van (delen) van het buitengebied, zijn in feite enkel voorbereidend voor de reguliere ruimtelijke procedure van de gemeente. Binnen deze procedure heeft de gemeenteraad een stevige positie.

DEELCONCLUSIE A: ZICHT OP MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN De gemeenteraad heeft via de jaarverslagen van de GOM goed zicht op de uitvoeringsprestaties van de GOM. Het biedt zicht op: 1 Het aantal en de plekken waar verrommeling is opgeruimd en opstallen zijn gesloopt. 2 Het aantal, de plekken en omvang in ha waarbij sprake is geweest van bollengrondcompensatie. 3 Het aantal, de plekken en omvang in ha waarbij sprake is van bollengrondverbetering. 4 Het aantal en de plekken waar bouwtitels voor greenportwoningen zijn uitgegeven en waar de woningen zijn gerealiseerd. 5 De projecten die onderhanden zijn en een overzichtskaart met locaties van gerealiseerde greenportwoningen en locaties die zijn afgewezen door gemeenten.

Ondanks al deze informatie is het voor de gemeenteraad niet te bepalen wat het daadwerkelijke maatschappelijke effect is, ook omdat in de ISG hiervoor geen evalueerbare doelen worden gesteld. Dat roept bij raadsleden vragen op, zoals: wat zegt het aantal plekken waar verrommeling is opgeruimd over de stand van zaken in het hele gebied? Wat zegt het aantal ha waarbij sprake is van bollengrondcompensatie en bollengrondverbetering over de status van de hele regio? Is de regio nu werkelijk vitaler geworden: wat is het effect voor de regionale economie, werkgelegenheid en leefbaarheid? Doordat dit zicht niet helder is heeft de raad moeite om lokale belangen af te wegen tegen regionale belangen en daar zich richting de samenleving over te verantwoorden. Bijvoorbeeld rondom het idee om de bouw van een cluster van greenportwoningen toe te staan. Is de opoffering van bollengrond te rechtvaardigen? Hoe is de bouw van relatieve dure greenportwoningen te verantwoorden in het geval er nog een tekort is aan goedkopere woningen? Er is verder ook geen dwingend kader om dergelijke keuzes te rechtvaardigen. De samenwerkende gemeenten hebben met vaststelling van het ISG-beleid een maximum vastgesteld met betrekking tot de uitgifte van bouwtitels voor greenportwoningen voor de gehele regio. Er is echter niet vastgesteld welk aandeel iedere gemeente hier in heeft.

DEELCONCLUSIE B: INSPELEN OP SIGNALEN UIT DE SAMENLEVING Er zijn kritische geluiden van agrariërs over het ISG-beleid, met name over eventuele negatieve bijeffecten van dat beleid. Deze geluiden bereiken ook de raad, mede omdat betrokkenen gebruik maken van het inspreekrecht. De kritische geluiden gaan in de ogen van betrokkenen over het

Pagina 26

onnodig opofferen van goede bollengrond, het marktverstorende effect van het ISG-beleid en de kapitaalvernietiging door sloop van bruikbare stallen. In het kader van dit onderzoek zijn deze geluiden verder niet inhoudelijk beoordeeld. De relevantie voor dit onderzoek zit in het feit dat de raad kan inspelen op deze kritische geluiden door zijn volksvertegenwoordigende en controlerende rol in te vullen: door te beoordelen of de genoemde negatieve bijeffecten inderdaad aan de orde zijn. De raad vult op dit punt echter zijn rol niet voldoende in of wordt daartoe onvoldoende in staat gesteld, want: 

  

De individuele casussen (dossiers) zijn enkel onder geheimhouding door raadsleden in te zien. Dat belemmert de raad in het voeren van een transparant debat op basis van feitelijk materiaal. Het gevolg is dat er allerlei beeldvorming ontstaat zonder dat daar goed richting aan kan worden gegeven. De raad roept nog niet voldoende het college ter verantwoording of draagt het college op een onderzoek te doen naar eventuele negatieve bijeffecten van het ISG-beleid of de uitvoering door de GOM. Er is geen structureel overleg met agrarische koepel- of belangenorganisaties waarin het beleid - de doeltreffendheid en eventuele bijeffecten - met enige regelmatig wordt besproken. Er is geen structureel en regelmatig overleg tussen gemeenteraden op regionaal niveau waarbij ervaringen worden gedeeld over de doeltreffendheid van het ISG-beleid, de uitvoering door de GOM en eventuele bijeffecten van het beleid.

Daarbij opgemerkt dat de raad wel recent een raadswerkgroep heeft ingericht om eigen onderzoek te doen en er in december 2019 een regionale raadsbijeenkomst is georganiseerd. DEELCONCLUSIE C: TIJDIGE EN TRANSPARANTE INVULLING VAN DE CONTROLERENDE ROL De gemeenteraad vult nog onvoldoende tijdig en op een transparante wijze zijn controlerende rol in en wordt daartoe ook niet in alle gevallen door het college in staat gesteld. In de voorliggende deelconclusies is hier op onderdelen al wat over gezegd. In deze deelconclusie wordt dit vanuit een bestuursrechtelijk perspectief verder toegelicht.

De GOM is een privaatrechtelijk persoon en wordt niet beheerst door het publiekrecht. Hierdoor moeten waarborgen met betrekking tot openbaarheid van verantwoording en informatie afzonderlijk worden geregeld, terwijl deze bij publiekrechtelijke verbanden van rechtswege gegeven zijn. Deze waarborgen zijn echter in het geval van de GOM niet geregeld. Dit uit zich in de volgende zaken die de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad belemmeren of bemoeilijken:  Aan de raad is geen expliciete keuzemogelijkheid voorgelegd met zicht op alle voor- en nadelen van een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke samenwerkingsvorm, en er is geen voorstel voorgelegd hoe de nadelen van een privaatrechtelijke vorm kunnen worden opgeheven. De huidige nota verbonden partijen van 2018 biedt hiervoor overigens wel een handreiking maar die was in de periode van besluitvorming over de oprichting van de GOM nog niet voorhanden.  De gemeenteraad ontvangt geen begroting, jaarplannen of tussentijdse rapportages over de uitvoering van het ISG-beleid door de GOM.  De gemeenteraad ontvangt een jaarverslag van de GOM maar kan daar formeel geen zienswijze op indienen.  De gemeenteraad kan enkel onder geheimhouding kennis nemen van specifieke casussen.

Pagina 27

6.2

Aanbevelingen

In dit hoofdstuk staat het doel van het onderzoek van de rekenkamercommissie centraal. Namelijk een bijdrage leveren aan het inzicht in de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeenteraad op de doelen en activiteiten van de GOM, teneinde de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad te versterken. De onderstaande aanbevelingen sluiten aan op de conclusies uit de voorgaande paragraaf. Dat wil zeggen aanbeveling 1 sluit aan op conclusie 1, aanbeveling 2 op conclusie 2 et cetera. Daarbij opgemerkt dat de opvolging van een afzonderlijke aanbeveling versterkend kan werken voor andere aanbevelingen. De aanbevelingen moeten dus ook in samenhang worden bezien. AANBEVELING AAN DE RAAD

1

Maak het mogelijk om regionale doelen (de ISG) af te wegen tegen lokale belangen en vraag het college hiertoe de gemeenteraad in staat te stellen. Hiervoor is het volgende nodig:  Ontstijg het niveau van sturing op enkel middelen en uitvoeringsprestaties. Richt de sturing meer op maatschappelijke doelen en het verband met uitvoeringsprestaties. Zie als handreiking de onderstaande figuur met voorbeelden voor kernvragen.  Zorg voor meer zicht op regionale maatschappelijke effecten van het ISG-beleid en de uitvoering daarvan door de GOM.  Weeg op basis van dat zicht af of een lokaal besluit voor de bouw van een cluster van greenportwoningen opweegt tegen de regionale maatschappelijke effecten.  Borg dit structureel in raadsvoorstellen door een paragraaf op te nemen waarbij regionale én lokale effecten inzichtelijk zijn.

Pagina 28

2

Organiseer structureel en regelmatig bijeenkomsten met andere gemeenteraden in combinatie met ruimte voor koepel- en belangenorganisaties. Benut deze bijeenkomsten om ervaringen uit te wisselen, te komen tot gedeelde beeldvorming over effecten en bijeffecten van het ISGbeleid en de uitvoering daarvan door de GOM. Verken de kansen om effecten van het beleid te vergroten en eventuele negatieve bijeffecten tegen te gaan. Denk bij dit laatste aan de door sommige agrariërs veronderstelde verstoring van de markt, door bijvoorbeeld hierover meningen te peilen of het college te verzoeken een onderzoek te starten. Verleg hiermee het samenwerkingsspel naar regionaal niveau, waardoor de afweging tussen regionale doelen (ISG) en lokale belangen ook gevoed kan worden. Dit biedt onder meer kansen om:  Vitale coalities te smeden, gezamenlijke standpunten te ontwikkelen en door krachtenbundeling de beïnvloedingskracht te versterken. Hier zijn landelijk al veel voorbeelden van. Bijvoorbeeld in die gevallen waarbij gemeenteraden gezamenlijk een zienswijze afstemmen op de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen.  Regionale doelen te vertalen naar lokale bijdragen aan die doelen, en die bijdragen op elkaar af te stemmen.  Meer van buiten naar binnen te werken door signalen uit de lokale samenleving meer te bundelen en te komen tot inzichten die structureel van aard zijn.

3

Vraag aan het college om de mogelijkheden te verkennen om waarborgen in te bouwen met betrekking tot openbaarheid van verantwoording door en informatie van de GOM, vergelijkbaar met die van een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm. Daarbij is de kernvraag aan de orde of geheimhouding van informatie opweegt tegen het publieke belang ten aanzien van openbaarheid van bestuur. Stel hierbij in ieder geval de volgende onderwerpen ter discussie en voer hierover het gesprek met het college:  De aansluiting op de nota verbonden partijen waarin aangegeven is dat nadere regels kunnen worden vastgesteld voor privaatrechtelijke samenwerkingsvormen. Dit is ook van toepassing op de GOM en kan in het vervolg ook worden opgenomen in raadsvoorstellen over eventuele toekomstige deelname aan privaatrechtelijke samenwerkingen.  Het recht om zienswijzen in te dienen op de begroting en (meer)jaarplannen van de GOM.  Het ontvangen van tussentijdse openbare rapportages over de uitvoering door de GOM.  Het openbaar maken van informatie over specifieke projecten en casussen.  Het opbouwen van een overzichtelijk dashboard waarmee de gemeenteraad snel en actueel zicht heeft op relevante stuurinformatie. Het in dit rapport opgenomen dashboard kan hierbij ter inspiratie dienen en er zijn voorbeelden van gemeenten die hiervoor online tools gebruiken.

AANBEVELING AAN HET COLLEGE

1

Ontwikkel meer zicht op maatschappelijke effecten van het ISG-beleid, om daartoe de raad in staat te stellen lokale belangen af te wegen tegen regionale belangen. Wellicht vraagt dit om meer te investeren in ‘beleidsintelligentie en –monitoring’, dat ook mogelijk bruikbaar is op andere beleidsterreinen.

2

Ontwikkel met de andere colleges van de samenwerkende gemeenten een regionale agenda of programma voor structurele en regelmatige bijeenkomsten op regionaal niveau tussen gemeenteraden met ruimte voor koepel- en belangenorganisaties en de GOM.

Pagina 29

3

Bezie met andere colleges hoe waarborgen in te bouwen naar de GOM met betrekking tot openbaarheid van verantwoording en informatie van de GOM. Dit bovenop de bestaande samenwerkingsafspraken en statuten van de GOM. Stel daarmee de gemeenteraad meer in staat zijn controlerende rol in te vullen. Dit biedt mede een ontwikkelperspectief om het gesprek tussen de gemeenteraad en het college meer op strategisch niveau te tillen. Hiervan zijn overigens al voorbeelden voorhanden. Bijvoorbeeld binnen de provincie ZuidHolland waar ook dergelijke waarborgen zijn ingebouwd voor de sturing op privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden.

Pagina 30

Bijlage 1

Dashboard van de GOM

Achtergrond en functie van het dashboard In dit deel wordt het dashboard van de GOM gepresenteerd. Het dashboard is een instrument dat de gemeenteraad direct zicht biedt op de belangrijkste sturingsinformatie. Het dashboard van de GOM is gevuld met de bevindingen uit het onderzoek, maar kan in de toekomst ook door de gemeente Teylingen zelf gebruikt worden voor actualisatie. Het dashboard kan dan fungeren als (zelf)evaluatietool. De informatie wordt dan periodiek bijgewerkt.

Opbouw dashboard Het dashboard is opgebouwd uit drie tabellen: 1 De eerste tabel gaat over de algemene kenmerken van een samenwerkingsverband. In deze tabel wordt het samenwerkingsverband algemeen beschreven, de sturings- en controlemogelijkheden weergegeven en het relatief belang. Het laatste in termen van financieel belang, risico’s en politiek-bestuurlijk belang. 2 De tweede tabel presenteert de resultaten van het samenwerkingsverband: de doelen en mate waarin de doelen worden gerealiseerd en de politieke aandachtspunten. 3 De derde tabel behandelt de mate waarin de gemeente grip heeft op het samenwerkingsverband. In de vorm van een kernwaardering (Is er grip op samenwerking?), en met onderliggende variabelen als afwegingskader om tot een kernwaardering te komen. Daar waar sprake is van een waardering wordt dat als volgt uitgedrukt: + Voldoende 0 Gemiddeld Onvoldoende

Pagina 31

Pagina 32

Pagina 33

Pagina 34

Bijlage 2 Normenkader Normenkader HOOFDNORM: VERLENGD IN PLAATS VAN VERLEGD LOKAAL BESTUUR De hoofdnorm vormt de rode draad in het onderzoek en laat zien vanuit welk perspectief wij de grip van de gemeente(raad) op samenwerkingsverbanden beoordelen. Wij sluiten hiervoor aan bij het beproefde onderscheid tussen verlegd en verlengd lokaal bestuur.

Bij verlengd lokaal bestuur houdt de gemeente grip en regie op de samenwerking in de zin dat eigen doelen centraal staan. Belangrijk onderscheid hierbij is de samenwerking gericht op beleidsafstemming en de samenwerking gericht op uitvoering. – Verlengd lokaal bestuur bij beleidsafstemming betekent dat het college met een helder inhoudelijk mandaat vanuit de gemeenteraad werkt en in de eventuele onderhandelingen in het samenwerkingsverband de belangen en visie van de gemeente goed kan behartigen. – Verlengd lokaal bestuur bij uitvoering betekent dat er sprake is van een goede opdrachtgever/ opdrachtnemer relatie. Het gemeentebestuur is in staat precies te formuleren wat de beoogde resultaten zijn en de opdrachtnemer kan deze resultaten leveren – zonder dat er sprake is van afhankelijkheid. Indien de prestaties onder de maat zijn of veel te duur, kan de opdrachtgever bijsturen of een andere opdrachtnemer ‘inhuren’. Van verlegd lokaal bestuur is sprake indien samenwerkingsverbanden taken overnemen van de gemeente zonder heldere aansturing. Bij verlegd bestuur gaan samenwerkingsorganen ‘een eigen leven leiden’, ze komen los te staan van de gemeente en het samenwerkingsorgaan (en niet de gemeenten) bepalen de doelen en de richting.

Figuur: Verlengd versus verlegd lokaal bestuur

Pagina 35

Vanuit het perspectief van ‘verlengd of verlegd lokaal bestuur’ is het normenkader opgesteld, wij sluiten daarbij aan op de blokken uit het evaluatiemodel.

(A) Inventarisatie van samenwerkingsverbanden Het betreft een inventarisatie en beschrijving. Daarvoor gelden geen normen.

(B) Aangaan van samenwerking Bij het aangaan van een samenwerkingsverband is het van belang dat de gemeenteraad heldere kaders meegeeft aan het college. Hiervoor zijn in ieder geval de volgende zaken van belang: 1

Er is een heldere en door de gemeenteraad gedragen strategische visie op samenwerking. In deze visie is bijvoorbeeld opgenomen wat de ambities en doelen zijn op het gebied van samenwerking, wie/wat eventueel preferente partners en vormen zijn en welke samenwerkingsverbanden er al zijn. De visie helpt om vanuit overzicht keuzes te maken over het aangaan van samenwerking, in plaats van dat dit ‘verkokerd’ of ad hoc gebeurt.

2

De gemeenteraad beschikt over en gebruikt een afwegingskader voor het aangaan van nieuwe samenwerking. Het afwegingskader biedt bijvoorbeeld zicht op de stappen en afwegingen die doorlopen moeten worden bij het maken van keuzes over nieuwe samenwerkingsverbanden en de (voor- en nadelen van) mogelijke samenwerkingsvormen.

3

De gemeenteraad geeft heldere kaders mee aan het college wanneer de mogelijkheden tot samenwerking verkend worden. De kaders bevatten in ieder geval: > Inhoudelijke en evalueerbare doelen ten aanzien van de taak waarop mogelijk samengewerkt gaat worden: wat moet er inhoudelijk bereikt worden? > Motieven voor samenwerking: welke meerwaarde moet samenwerking bieden boven de taak of opgave alleen oppakken? > Randvoorwaarden: bijvoorbeeld welke sturingsmogelijkheden/bevoegdheden wil de gemeenteraad behouden, op welke manier moet de gemeente vertegenwoordigd zijn in de samenwerking en hoe eenvoudig moet het zijn om uit te treden? Evalueerbare doelen zijn doelen die op een dusdanige manier zijn geformuleerd dat de gemeenteraad ook achteraf kan controleren in welke mate de doelen zijn gerealiseerd. Aan evalueerbare geformuleerde doelen stellen wij de volgende eisen:  Specifiek: het beoogde resultaat is concreet, eenduidig te interpreteren en helder afgebakend.  Meetbaar: de maatstaf voor het resultaat is duidelijk. Die maatstaf kan kwantitatief van aard zijn (telbare eenheid) of kwalitatief (voorbeelden die de kern raken, beeldmateriaal, enquêtes et cetera). Of ook een mix van kwantitatieve en kwalitatieve maatstaven is mogelijk.  Tijdgebonden: het is duidelijk wanneer het beoogde resultaat is bereikt.

4

Het college stelt de gemeenteraad in staat om op basis van zicht op verwachte kosten en prestaties een keuze te maken over het wel of niet aangaan van samenwerking.

(C) Beheren: sturing, controle en verantwoording van samenwerking 5

De gemeente(raad) heeft voldoende overzicht en inzicht. Het gaat onder meer om: > Tijdige en accurate informatie van het college over nieuwe ontwikkelingen, risico’s, resultaten en politiek relevante keuzevraagstukken. > Informatie aan de gemeenteraad is ‘lokaal’ en biedt inzicht in de financiële en inhoudelijke resultaten voor de eigen gemeente. > Zicht op realisatie van de beoogde meerwaarde van samenwerking.

Pagina 36

6

De gemeente(raad) heeft voldoende sturingsmogelijkheden en maakt hier gebruik van. Hierbij gaat het onder meer om: > Bevoegdheden en invloedsmiddelen. Moet de gemeenteraad bijvoorbeeld instemmen met de begroting of is de gemeente slechts een van de vele aandeelhouders die stemt op een aandeelhoudersvergadering? > Lokale beleidsruimte en mogelijkheden voor lokaal maatwerk: biedt samenwerking de mogelijkheid tegen aanvaardbare kosten lokaal maatwerk af te nemen of is het ‘one size fits all’? > Heldere kaders/mandaat meegeven: gaan vertegenwoordigers van de gemeente in de samenwerking met een heldere opdracht of boodschap op pad om het gesprek of de onderhandeling met andere gemeenten aan te gaan? > Contact tussen de verschillende gemeenteraden of collega-fracties om een succesvolle invloedspoging te organiseren. > Timing: komt de gemeenteraad op tijd in beeld om te kunnen sturen en controleren?

7

De verantwoording van de samenwerkingsverbanden biedt informatie op maat. De gemeenteraad heeft op basis van deze informatie voldoende zicht op de samenwerkingsverbanden en de mate waarin zij (tegen welke kosten) lokale doelen realiseren. Dit stelt de gemeenteraad in staat om het samenwerkingsverband te controleren en een oordeel te vellen over doeltreffendheid en doelmatigheid van het samenwerkingsverband.

8

De lokale samenleving wordt (burgers, maatschappelijke organisaties en/of bedrijven) betrokken bij beleids- en planontwikkeling en/of de uitvoering daarvan.

(D) Evaluatie van samenwerking 9

Voor alle samenwerkingsverbanden wordt door gemeenteraad en college periodiek (en wanneer daar directe aanleiding toe is) geëvalueerd in welke mate deze nog steeds de beoogde meerwaarde bieden. Indien nodig wordt besloten tot wijziging, uittreding of beëindiging van samenwerking.

10

De gemeenteraad is in staat om de samenwerking te wijzigen, te verlaten of te beëindigen indien daartoe aanleiding bestaat.

11

Bij de start van samenwerkingsverbanden worden afspraken gemaakt over de mogelijkheden voor uittreding en beëindiging van samenwerking. De gemeenteraad heeft zicht op deze mogelijkheden (en de materiële en immateriële kosten hiervan).

Pagina 37

Bijlage 3 Respondenten- en Bronnenlijst Dhr., mevr., Voorletter(s) Dhr. H. de Dhr. G. Dhr. M. Dhr. R. Mw. M. Dhr. O.

Naam

Functie

Organisatie

Jong Mostert Randsdorp Rietveld Volten Zwart

Wethouder, portefeuillehouder Wethouder, portefeuillehouder Ambtelijk accounthouder Ambtelijk accounthouder Wethouder, portefeuillehouder Directeur

Gemeente Noordwijk Gemeente Katwijk Gemeente Teylingen Gemeente Teylingen Gemeente Teylingen GOM

Dhr. F. Dhr. R. Dhr. F. Dhr. F. Dhr. D. Mevr. S. Mevr. R. Dhr. F.

Beijk Konings Koot Nederstigt Verhoeff Vries- van den Beukel Wietsema Welters

Fractie VVD Fractie VVD Fractie D66 Fractie CU Fractie GroenLinks Fractie CDA Fractie CDA Fractie Trilokaal

N.N. N.N. N.N. N.N.

N.N. N.N. N.N. N.N.

Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen

Jaar 2009 2014 2015 2016 2017 2018

2018 2018 2018 2018 2018 2019 2019

Titelbeschrijving Samenwerkingsovereenkomst Greenport Duin- en Bollenstreek 1 januari 2009 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) Gezamenlijk grondbedrijf in Duin- en Bollenstreek, artikel, 8 september 2014 Samenwerkende greenportgemeenten, Evaluatie Intergemeentelijke structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek, februari 2015 Samenwerkende Greenportgemeenten, Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016, februari 2016 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Op weg naar een toekomstbestendige bollenstreek: focus op modernisering en vooruitgang, jaarverslag 2016, 24 mei 2017 Gemeente Teylingen, Nota Verbonden partijen 2018, 5 februari 2018.

Inclusief:  Conceptnota verbonden partijen 2018, collegebesluit, kenmerk Z-17-030464/D-79478, 27 februari 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Loosterweg 51f, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, februari 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Meerjarenprogramma 2018-2023, 3 mei 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Akervoorderlaan 40, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, oktober 2018 Gemeente Teylingen, Programmabegroting 2019-2022, 8 november 2018 Nota Verbonden partijen Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Vastberaden vooruit, verantwoord versnellen, jaarverslag 2018, juli 2019 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), , Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Jacoba van Beierenweg 152, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, oktober 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9648402/1