14. Bijlage 2. Nota zienswijzen obp Fietspad Waterlelie-Dorpsweide (2775359)
Tekst van het document
Voorafgaand aan het bestemmingsplan zijn er door de gemeente diverse informatiemomenten over de plannen georganiseerd. Zo zijn er met direct omwonenden keukentafelgesprekken gevoerd, is 2019 er een informatiebijeenkomst georganiseerd door de gemeente over de plannen en zijn omwonenden en andere belanghebbenden uitgenodigd voor een telefonisch spreekuur in juni 2021.
2
Het is voor indiener onvoldoende duidelijk hoe de toegankelijkheid van de doorgang van het Botenpad naar het toekomstige fietspad en omgekeerd wordt geregeld voor hulpdiensten in geval van calamiteiten.
Tussen het Botenpad en het toekomstige fietspad wordt een poort gerealiseerd. De poort is bedoeld voor nood- en hulpdiensten in geval van calamiteiten, maar niet voor de bewoners van het Botenpad. De poort zal permanent op slot zijn en alleen de eigenaar van de poort (gemeente Katwijk) zal beschikken over de sleutel van de poort.
3
Het is voor indiener onduidelijk hoe de aangegeven doorvaarthoogte van 1,20 m bij brug A gegarandeerd kan worden, gezien de variabele waterhoogtestand van de Rijn en aanliggende zijsloten/vaarwegen.
In de naastgelegen woonwijk ’t Duyfrak zijn afgelopen jaren circa 30 bruggen gerealiseerd met een doorvaarthoogte van 1,20 meter. Tot op heden zijn er binnen de gemeente Katwijk geen problemen met deze doorvaarthoogte bekend. Verder wordt opgemerkt dat de variatie van de waterhoogtestand van de Oude Rijn erg gering is.
4
Indiener stelt dat door de aanleg van de brug inkijk in de woonarken in de zijsloot (waaronder zijn woonark) onvermijdelijk lijkt. Het is volgens
Op grond van het geldende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-11-2016) had de gemeente de twee bruggen
De gemeente Katwijk zal, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en de definitieve uitvoeringsbesluiten zijn genomen, bewoners informeren (bijvoorbeeld via een brief en/of informatiebijeenkomst) over de planning en uitvoeringsfase van het project. Gedurende de uitvoeringsfase van het project zal de gemeente bewoners periodiek informeren over de voortgang van de uitvoering, waaronder het kappen van houtopstanden, de bouw van de fietsbruggen en de bouw en het afbreken van damwanden.
23
indiener onduidelijk welke maartregelen worden genomen om inkijk te voorkomen.
over de watergangen haaks op de Oude Rijn al mogen bouwen. Dit heeft de gemeente echter nog niet gedaan. In het kader van het bestemmingsplan “’t Duyfrak” heeft een afweging plaatsgevonden of het realiseren van de twee bruggen in overeenstemming is met een acceptabel woon- en leefklimaat. Dit is aangetoond. In het kader van het project is er met de eigenaren van de vier percelen in de directe nabijheid van de bruggen afstemming geweest. Zo is er in 2019 een bewonersbijeenkomst georganiseerd, waarna de plannen verder zijn uitgewerkt. Er worden in het project geen maatregelen getroffen om eventuele inkijk in de woonark van indiener als gevolg van het realiseren de brug te voorkomen danwel te beperken.
5
Indiener geeft aan door de vaste brug te worden geschaad in het recht op vrije doorgang van schepen, zoals aangegeven middels een erfdienstbaarheid in het koopcontract van indiener. Deze erfdienstbaarheid bestaat uit het met schepen mogen varen over het water tussen de Rijn en het perceel van indiener. Deze erfdienstbaarheid is in de vorm van een kettingbeding opgenomen in de koopakte ter continuatie van de rechten en plichten uit de erfdienstbaarheid. Indiener wijst hierbij ook op het feit dat gesproken wordt van “schepen” en niet van “woonschepen”.
In de plannen van de langzaamverkeerroute is rekening gehouden met het door indiener genoemde kettingbeding. De twee fietsbruggen over de watergangen haaks op de Oude Rijn zijn zo ontworpen dat het brugdek van de twee fietsbruggen verwijderd kan worden. Op deze manier kunnen woonboten uit de watergang versleept worden voor onderhoud. In deelreactie 4 is aangegeven dat op grond van het geldende bestemmingsplan “‘Duyfrak 2015” de twee bruggen over de watergangen al gebouwd mogen worden. Uit artikel 13.2.1.c. lid 2 van de planregels van bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015” volgt dat de bovenkant van het brugdek van deze twee bruggen maximaal 2 meter boven het water mag liggen. Dit betekent, dat er op grond van het geldende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”, bruggen gerealiseerd mogen worden waar niet elk schip onderdoor kan varen. In het kader van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie Dorpsweide” zijn de plannen voor de twee bruggen heroverwogen. De heroverweging van het voornemen voor de realisatie van twee bruggen heeft ertoe geleid dat de maximale hoogte en de doorvaarthoogte van de bruggen is gewijzigd. De maximale hoogte van het brugdek wordt 2,60 meter in plaats van 2 meter boven het water. Dit is ook vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” (artikel 8.2.1.b lid 1). De doorvaarthoogte wordt 2,20 meter in plaats van 1,70 meter.
24
Dit betekent dat op grond van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie-Dorpsweide” meer ruimte onder de brug wordt toegestaan dan momenteel is toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015”. 6
Indiener geeft aan dat de damwand het voor indiener onmogelijk maakt om in en uit de zijsloot te varen met de motorboot en kano’s van indiener.
Na uitvoering van de plannen blijft de zijsloot open. Het blijft daarmee mogelijk om in en uit de zijsloot te varen met bijvoorbeeld kano’s en een motorboot. Voor een nadere toelichting wordt gewezen op de tekening van de damwand zoals weergegeven op pagina 123 van de omgevingsvergunning bouwen nr. 31 (zaaknummer: 16978).
7
Indiener stelt dat onvoldoende is aangegeven hoe wordt omgegaan met eventuele calamiteiten waardoor van de vaarweg gebruik gemaakt moet worden.
Zoals in het antwoord hierboven is aangegeven blijft de zijsloot open voor vaarverkeer, dus ook voor het geval daarvan gebruik gemaakt moet worden bij calamiteiten.
8
Indiener stelt dat onvoldoende is aangegeven hoe gegarandeerd wordt dat het peil in de zijsloot voldoende hoog is om de woonarken drijvend te houden tijdens de bouwperiode.
Tijdens de bouwperiode worden er tijdelijke duikers geplaatst, waardoor het waterpeil in de zijsloot te allen tijde gelijk blijft aan het waterpeil van de Oude Rijn.
9
Indiener is van mening dat onvoldoende is aangegeven hoe gegarandeerd wordt dat de woonarken geen schade oplopen tijdens en door het bouwen/afbreken van de damwand en andere werkzaamheden.
Tijdens de uitvoeringsfase zullen woonarken geen schade oplopen. Het verwijderen van houten damwanden vindt plaats op ruime afstand van woonarken. Verder wordt uitsluitend langs de Oude Rijn een damwand aangebracht. Dit vindt plaats op ruimte afstand van de woonarken van Botenpad 1 t/m 30, 32 en 34. Specifiek voor de woonark van Botenpad 31 geldt het volgende. Deze woonark wordt gedurende het aanbrengen van de damwand en uitvoeren van andere werkzaamheden tijdelijk verplaatst, om schade aan deze woonark te voorkomen. De trillingen, die door het heien veroorzaakt kunnen worden, worden niet doorgegeven via het water. De drijvende woonarken ondervinden daarom geen schade als gevolg van heien. Het heien en trillen zal minder overlast veroorzaken dan de normale golfslag. Ook zal het waterpeil in de zijsloot niet wijzigen gedurende de uitvoering.
Gevolgen voor bestemmingsplan Neen.
25
3. Conclusie
Deze zienswijzen hebben geleid tot wijziging van het plan. Naar aanleiding van zienswijze nr. 1 is in paragraaf 3.13 van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Fietspad Waterlelie - Dorpsweide’ de aangegeven maat van vrije ruimte onder brug B gewijzigd van 1,75 m naar 2,20 m (ten opzichte van het winterpeil van NAP -0,64 m).
26