CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bijlage 2. Nota zienswijzen obp Fietspad Waterlelie-Dorpsweide (2775359)

Raad 17 februari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan fietspad Waterlelie-Dorpsweide10.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Waterlelie – Dorpsweide’ en onderliggende ontwerpbesluiten

15 december 2021

1

Gemeente Katwijk

Inhoud

1 . 2 . 3 .

Inleiding

3

Beantwoording zienswijzen

4

Conclusie

13

2

1.

Inleiding

In de gemeente Katwijk is een doorgaande fiets- en wandelroute ontwikkeld langs de Oude Rijn. Deze langzaamverkeerroute dient zowel voor dagelijkse als recreatieve verplaatsingen. In deze verbinding ontbreekt een belangrijke schakel, ter hoogte van het Botenpad in Valkenburg, tussen de straten Waterlelie en Dorpsweide. Deze ontbrekende schakel is het fietspad Waterlelie - Dorpsweide. Met de omliggende ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied van dit fietspad wordt de realisatie hiervan steeds urgenter. De belangrijkste aanleiding is om een recreatief wandel- en fietsroute langs de Oude Rijn tussen de dorpskern van Valkenburg met het park Dorpsweide en de woonuitbreiding ’t Duyfrak te voltooien. Gecoördineerde procedure Wet ruimtelijke ordening De coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening is op 16 januari 2020 van toepassing verklaard op het bestemmingsplan en diverse uitvoeringsbesluiten voor de fietsverbinding Waterlelie - Dorpsweide te Valkenburg (kenmerk raadsbesluit: 1549692). Dit betekent dat de besluiten gezamenlijk ter inzage hebben gelegen van vanaf 22 oktober t/m 2 december 2021. Zienswijzen Er zijn 6 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn binnen de termijn van terinzagelegging ontvangen en daarom ontvankelijk.

In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen samengevat weergegeven en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor het bestemmingsplan. De volgende zienswijzen ingediend: zienswijze

ontvangen

Indiener 1 Indiener 2 Indiener 3 Indiener 4

2 november 2021 30 november 2021 29 november 2021 30 november 2021

gemeentelijk registratienummer 2748402 2767138 2766276 2766869 3

Indiener 5 Indiener 6

10 december 2021 (pro forma 2 december 2021) 2 december 2021

2773492 2769135

In verband met de verplichting tot anonimiseren van de Nota Zienswijzen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens, zijn de NAW-gegevens van de zienswijzen niet vermeld.

2. Beantwoording zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn per indiener samengevat en voorzien van een beantwoording door de gemeente. In de beantwoording is inzichtelijk gemaakt in hoeverre hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Waterlelie Dorpsweide’ en/of de uitvoeringsbesluiten. Voor zover de zienswijzen, niet afkomstig zijn van een instantie, zijn deze geanonimiseerd. Indiener 1: Nr. 1

Samenvatting zienswijze Indiener is het niet eens met de keuze voor een vaste brug tussen Dorpsweide en het Botenpad. Daarbij vraagt indiener zich af welke doorvaarthoogte wordt aangehouden voor brug B, aangezien er verschillende hoogtes in het tekstuele deel van het ontwerpbestemmingsplan en de tekening in het ontwerpbestemmingsplan staan.

Beantwoording gemeente In paragraaf 3.13 ‘Nautiek/Scheepvaart’ van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is abusievelijk een vrije ruimte onder de brug B van 1,75 m opgenomen. In Bijlage I van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan ‘Ontwerptekening fietspad’ is in doorsnede B-B een vrije doorvaarthoogte van 2,20 m vermeld (ten opzichte van het winterpeil van NAP-0,64 m). De in paragraaf 3.13 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan aangegeven maat van 1,75 m vrije ruimte onder brug B is onjuist en moet 2,20 m zijn zoals weergegeven in bijlage I van de toelichting van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze is in de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan de aangegeven maat van vrije ruimte onder brug B gewijzigd van 1,75 m naar 2,20 m (ten opzichte van het winterpeil van NAP-0,64 m).

4

In het antwoord op deelreactie nr. 2 wordt toegelicht waarom de gemeente heeft gekozen voor een vaste brug tussen de dorpsweide en het Botenpad. 2

Indiener maakt bezwaar tegen de gemaakte keuze van een vaste brug B. In bijlage XI van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Variantenstudie bruggen Botenpad’ zijn diverse vormen onderzocht. Nergens is een onderbouwing terug te vinden voor de gemaakte keuze voor een vaste brug.

Het klopt dat er geen onderbouwing van de gekozen variant brug terug te vinden is in bijlage XI van de toelichting van het bestemmingsplan. Het is niet verplicht om een onderbouwing van de gekozen variant op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan. In 2019 heeft de gemeente Katwijk een informatieavond georganiseerd. Tijdens deze informatieavond heeft de gemeente haar plannen voor het fietspad en de te realiseren fietsbruggen toegelicht. Ook heeft de gemeente tijdens deze informatieavond belangstellenden gelegenheid geboden om (schriftelijk) vragen te stellen. Als vervolg op de informatieavond van eind 2019 heeft een heroverweging plaatsgevonden van het voornemen van de realisatie van twee vaste bruggen. De heroverweging heeft niet geleid tot een wijziging van vaste bruggen naar beweegbare bruggen. De gemeente Katwijk heeft niet voor beweegbare bruggen gekozen vanwege de extra kosten van aanleg en onderhoud van beweegbare bruggen en andere nadelen zoals veiligheid en aansprakelijkheid. Een traditioneel handbediende brug is gezien de lengte van de brugdekken (bij de Waterlelie 7,0 meter en bij de Dorpsweide 9,3 meter) en de breedte van 3,0 meter geen realistische optie. Bij ongunstige windcondities zal de brug, door windbelasting op het brugdek, niet handbediend kunnen worden en kunnen er gevaarlijk situaties ontstaan.

In artikel 1.3.2 van de norm NEN 6787-1:2020 ‘Veiligheid van beweegbare kunstwerken – Deel 1: beweegbare bruggen’ is de doorvaartopening voor zelfbediening gemaximaliseerd op 6 m en moet bestaan uit één val (dus twee beweegbare delen van 3,5m is niet (meer) toegestaan. De op afstand bediende bruggen hebben naast de extra realisatie- en onderhoudskosten nog een belangrijke beperking: de bediening gebeurd uitsluitend tussen 7.30 en 19.30 uur op werkdagen, van 9.00 en 18.00 uur op zaterdagen en van 13.00 en 16.00 op zondagen tussen medio april tot medio oktober en is gesloten op zondagen in de wintermaanden.

5

De veiligheidsvoorschriften voor automatische bediening op locatie zijn tevens zodanig hoog dat het geen realistische optie is. Bovendien moet de bedienaar van de brug een cursus hebben gevolgd en spelen aspecten zoals veiligheid en aansprakelijkheid een belangrijk rol in de uiteindelijke variantkeuze van de gemeente Katwijk. 3

Indiener geeft aan dat de mogelijkheid van een ligplaats voor de plezierboot (zijde Dorpsweide, brug B) van indiener een belangrijk pluspunt is geweest ten tijde van de aanschaf van de woonboot in 2010 van indiener. Deze plezierboot wenst indiener voor zijn woonboot te leggen. Het alternatief voor indiener om een ligplaats in de Jachthaven Katwijk of Marina Rijnsborg te nemen kost indiener 1200 dan wel 2000 euro per jaar.

Ter plaatse van de beoogde locatie van de bruggen geldt het bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-112016). Op grond van dit bestemmingsplan mag de gemeente twee bruggen over de watergangen haaks op de Oude Rijn bouwen. Dit heeft de gemeente Katwijk nog niet gedaan. Uit artikel 13.2.1.c. lid 2 van de planregels van bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” volgt dat de bovenkant van het brugdek van deze twee bruggen maximaal 2 meter boven het water mag liggen. Dit betekent, dat er op grond van het geldende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”, bruggen gerealiseerd mogen worden waar niet elke plezierboot onderdoor kan varen. De heroverweging van het voornemen voor de realisatie van twee bruggen heeft ertoe geleid dat de maximale hoogte en de doorvaarthoogte van de bruggen is gewijzigd. De maximale hoogte van het brugdek wordt 2,60 meter in plaats van 2 meter boven het water. Dit is ook vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” (artikel 8.2.1.b lid 1). De doorvaarthoogte wordt 2,20 meter (ten opzichte van winterpeil het van NAP-0,64 m). in plaats van 1,70 meter. Dit betekent dat op grond van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie-Dorpsweide” meer ruimte onder de brug wordt toegestaan dan momenteel is toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”.

Een nog hogere doorvaarthoogte voor brug B (zijde Dorpsweide) is door de gemeente overwogen, maar heeft niet geleid tot overeenstemming met de bewoners van naast liggende kavels in verband met een acceptabel woon- en leefklimaat.

4

Indiener geeft aan dat een ophaalbrug met een doorvaart van 3,5 meter en handbediening indiener en andere bootbezitters van het Botenpad (zijde Dorpsweide) zou faciliteren. Indiener verwacht zelf zo’n 20 in- en uitvaarten per jaar gebruik te maken van de gewenste ophaalbrug.

Zoals ook al aangegeven in het antwoord op deelreactie 2 heeft de gemeente Katwijk niet voor een beweegbare brug gekozen vanwege diverse redenen. Uit onderzoek is gebleken dat het realiseren van een beweegbare brug technisch complex is. Het beweegbaar brugdek van 6

de brug zou, door de schuine ligging, 9 meter lang moeten worden. Verder brengen de aanleg en het onderhoud van een beweegbare brug meer kosten met zich mee dan een vaste brug en kent een beweegbare brug andere nadelen zoals veiligheid en aansprakelijkheid. 5

Indiener wenst vastgelegd te hebben dat de kosten voor het in- en uitnemen van de brugdelen voor rekening van de gemeente Katwijk komen en niet voor de bewoners, aangezien hierover niets in het bestemmingsplan staat.

Het klopt dat de gemeente eigenaar is van de bruggen en de kosten hiervoor draagt.

6

Indiener wil graag duidelijkheid over de poort die is opgenomen op bijlage I van de toelichting van het bestemmingsplan “Ontwerptekening fietspad “. De poort is zeer gewenst gezien de toegang voor hupdiensten naar het Botenpad. Een vrij toegankelijke poort is daarentegen ongewenst aangezien het Botenpad volledig privégrond betreft. Onduidelijk is hoe de poort wordt afgesloten, wie de sleutels beheert en wie er gebruik mag maken van de poort.

Details zoals poorten worden niet in een bestemmingsplan opgenomen. De poort is bedoeld voor nood- en hulpdiensten, maar niet voor de bewoners van het Botenpad. De poort zal permanent op slot zijn en alleen de eigenaar van de poort (gemeente Katwijk) zal beschikken over de sleutel van de poort.

Gevolgen voor bestemmingsplan Ja, naar aanleiding van de zienswijze is in paragraaf 3.13 van toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan de aangegeven maat van vrije ruimte onder brug B gewijzigd van 1,75 m naar 2,20 m (ten opzichte van het winterpeil van NAP-0,64 m).

Indiener 2: Nr .

Samenvatting zienswijze

Beantwoording gemeente

1

Indieners geven aan dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingsplan “t Duyfrak 2015” in een tussenuitspraak heeft vernietigd en de gemeenteraad de opdracht heeft gegeven de gebreken in het plan te herstellen, omdat het plan in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Hierna is een minnelijk traject gestart tussen indieners en de gemeente. Indieners wilden hieraan meewerken als zij er niet op achteruit zouden gaan op het gebied van financiën, tuinoppervlakte, woongenot en vrij uitzicht. Indieners zijn van mening

Het klopt dat op 18 mei 2016 de Raad van State door middel van een tussenuitspraak op het beroep op het bestemmingsplan “t Duyfrak 2015” de gemeenteraad opgedragen het bestemmingsplan “t Duyfrak 2015” te wijzigen en te herstellen. De drie punten die aan het bestemmingsplan werden toegevoegd, betroffen het aanpassen van een op de verbeelding niet correct opgenomen bestemmingsvlak, het borgen van een goed woon- en leefklimaat voor de percelen Botenpad 29, 31, 33 en 34 waarop of langs de langzaamverkeerroute is geprojecteerd en het borgen van een voldoende brede doorvaart ten 7

dat de gehele situatie nu anders wordt en het woongenot en de privacy van indieners worden aangetast. Indieners geven aan onder dreiging van een onteigening te hebben ingestemd met een onderhandelingsproces dat in hun ogen nog niet was afgerond. Inzet van de onderhandelingen was altijd dat indieners een veilige in- en uitgang vanuit hun perceel zouden krijgen en dat het uitzicht richting het oosten behouden zou blijven. Daarnaast heeft de gemeente altijd aangegeven niet mee te werken aan het aanplempen van grond bij de locatie Botenpad nr. 33 en een verandering naar een woonbestemming. Dat deze toezeggingen niet zijn nagekomen is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Indieners zijn van mening dat het ontwerpplan en de bijbehorende besluiten niet voldoen aan de genoemde uitspraak van de Afdeling en de gedane toezeggingen.

behoeve van de woonschepen. Op 5 april 2017 heeft de Raad van State einduitspraak gedaan over het beroep op het bestemmingsplan ’t Duyfrak 2015 en is het plan daarmee onherroepelijk geworden. Uit de einduitspraak blijkt dat de gemeente de wijzigingen in het bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” correct heeft doorgevoerd. De gemeente heeft voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Ook is voldoende aangetoond en gewaarborgd dat inpassing van de langzaamverkeerroute niet zal leiden tot een onaanvaardbaar woonen verblijfsklimaat ter plaatse van de naast liggende percelen. Vervolgens hebben overleggen plaatsgevonden bewoners van Botenpad 31 en 33 en is het ontwerp samen met hen verder geoptimaliseerd. Als gevolg van het geoptimaliseerd ontwerp heeft de gemeente minder grond nodig van de eigenaren van de percelen Botenpad 31 en 33. Het uiteindelijke ontwerp van de langzaamverkeerroute valt voor een minimaal gedeelte buiten de functieaanduiding ‘specifieke vorm van langzaam verkeer’ uit het bestemmingsplan ‘’t Duyfrak 2015’ en past daarmee niet binnen het bestemmingsplan ‘’t Duyfrak 2015’. Daarom heeft de gemeente besloten om een bestemmingsplan ”Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” in procedure te brengen. Het is spijtig dat indieners het onderhandelingsproces met de gemeente als onprettig hebben ervaren.

De gemeente Katwijk heeft afgelopen jaren veelvuldig contact gehad met indieners over de te verwerven gronden. Doel van deze processen is altijd geweest om de uitgangspunten van de grondeigenaren en de gemeente, ondanks de impact, zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Gelet op het totale belang van het project heeft de gemeente niet met alle (extra) wensen van grondeigenaren kunnen instemmen. Het uitgangspunt van de gemeente tijdens contactmomenten en onderhandelingen met grondeigenaren is altijd geweest om een onteigeningsprocedure ter uitvoering van het bestemmingsplan te voorkomen. De onderhandelingsprocedure tussen indieners en gemeente heeft geleid tot een ondertekende overeenkomst, waarin afspraken van de gemeente over het project aan indiener zijn vastgelegd.

2

Indieners geven aan dat in het plan is opgenomen dat extra grond bij de locatie Botenpad nr. 33 kan worden aangeplempt of gestort. Dit is onaanvaardbaar en onacceptabel voor indieners. Het perceel nr. 33

De gemeente Katwijk heeft afgelopen jaren veelvuldig contact gehad met omwonenden van de langzaamverkeerroute in het kader van het bestemmingsplan. Ook is in de plannen van de langzaamverkeerroute 8

wordt groter zonder dat er een gegronde reden is voor deze specifieke locatie. Dit is heel nadelig voor indieners aangezien het uitzicht van indieners komt te vervallen, het huidige vrije uitzicht naar het oosten moet zo blijven. Als er compensatie nodig is voor nr. 33 dan kan dit ook aan de oostzijde van het perceel, hier is ruimte genoeg volgens indieners. 3

Indieners geven aan dat in de tussenuitspraak van 18 mei 2016 met betrekking tot het bestemmingsplan “t Duyfrak 2015” is aangegeven dat een woonbestemming op het perceel Botenpad 33 niet passend is te achten en er een handhavingsactie is gestart tegen illegaal gebruik. Alle aangevoerde bezwaren voor de wijziging van de bestemming van recreatie naar wonen werden ongegrond verklaard. Het is voor indieners geheel onduidelijk waarom er nu een woonbestemming op het perceel is gelegd, in plaats van de recreatiebestemming die het perceel altijd heeft gehad. Er is geen enkele ruimtelijke onderbouwing gegeven voor deze wijziging. Indieners maken bezwaar tegen de verleende woonvergunning aangezien hier geen plausibele reden voor te bedenken is en dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

zoveel als mogelijk rekening gehouden met (de wensen van) omwonenden. Specifiek voor het uitzicht van indiener is ervoor gekozen om de aanplemping van het stuk grond buiten de vaargeul van de Oude Rijn bij Botenpad 33 niet helemaal door te laten lopen tot aan de perceelsgrens van Botenpad 31, zodat het uitzicht van indiener niet geheel wordt weggenomen. Overigens kan volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State niet worden gesproken van een recht op vrij uitzicht. Op dit moment zijn alle woningen (woonarken) die aan het Botenpad grenzen bestemd voor permanente bewoning. De woning aan het Botenpad 33, zijnde een woning op het land en geen woonark, als recreatiewoning vormt daar een uitzondering op. In het kader van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” is beschouwd of het omzetten van de recreatiebestemming naar de woonbestemming leidt tot andere milieu- en omgevingseffecten dan nu het geval is. Dit is niet het geval en is gemotiveerd in de toelichting van het plan. Voor wat betreft geluid betekent deze herbestemming dat de woning aan het Botenpad 33 zal worden aangemerkt als een geluidgevoelig object onder de Wet geluidhinder. In de nabije omgeving van de woning liggen geen wegen waar meer dan 30 km/u wordt gereden, bedrijventerreinen of spoorwegen. Onderzoek op grond van de Wet geluidhinder is daarom niet nodig.

Het aspect geluid vormt daarom geen belemmering voor de herbestemming van de woning. De herbestemming is hiermee in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Verder wordt opgemerkt dat met het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” alleen de herbestemming mogelijk wordt gemaakt. In het bestemmingsplan is juridisch vastgelegd dat de bestaande afmetingen van de woning (hoogte, breedte en lengte) moeten worden gehandhaafd. Het is op basis van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” niet mogelijk om de woning in de toekomst qua oppervlakte en/of volume te vergroten.

4

Indieners geven aan dat niet uit te sluiten is dat de verkeersroute druk bezocht zal worden. Wanneer indieners door hun poort naar buiten willen staan zij direct op het fietspad, met alle nadelige gevolgen voor indieners en de gebruikers van de route. Indieners hebben aandacht gevraagd voor dit punt en hebben om verkeersremmende maatregelen gevraagd. Indieners noemen het rapport van Veilig Verkeer Nederland

Het door indieners genoemde rapport van de VVN is bij de gemeente bekend. In juli 2021 heeft de gemeente per e-mail inhoudelijk gereageerd op het rapport. In die reactie is onder andere ingegaan op de door indiener verwachte verkeersonveilige situatie bij het verlaten van zijn perceel. Het rapport van de VVN heeft niet geleid tot aanpassing van het ontwerp van de langzaamverkeerroute, het 9

(VVN) ter ondersteuning van deze punten. Indieners vinden het onacceptabel dat er niets met dit rapport gedaan is.

treffen van verkeersremmende maatregelen en het uitvoeren van een (aanvullende) verkeerskundige analyse.

Indieners zijn van mening dat het ontwerpplan niet draagkrachtig is gemotiveerd aangezien er geen verkeerskundige analyse uitgevoerd omdat de gemeente bekend was met de visie van VVN. Daarnaast is in het plan alleen gekeken wordt naar de belangen van fietsers, dit is geen correcte belangenafweging volgens indieners.

In het kader van het bestemmingsplan is het ontwerp van de langzaamverkeerroute besproken met de politie en nood- en hulpdiensten. Zowel de politie als nood- en hulpdiensten hebben geconcludeerd dat het ontwerp van de langzaamverkeerroute voldoet aan alle vereisten. Verder is het ontwerp van de langzaamverkeerroute zodanig ontworpen, dat deze voldoet aan de hoofdeisen van fietsvriendelijke infrastructuur van het CROW. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Vanuit verkeerskundig perspectief zijn er geen bezwaren die de realisatie van het fietspad in de weg staan. Indiener merkt op dat in het kader van het plan alleen is gekeken naar de belangen van fietsers en stelt dat dit geen correcte belangenafweging is. De gemeente kan zich niet vinden in dit punt. Bij de totstandkoming van het geoptimaliseerd ontwerp van de langzaamverkeerroute is rekening gehouden met individuele belangen van omwonenden zoals veiligheid, woongenot en privacy. De gemeente heeft er bewust niet voor gekozen om naast het fietspad van 3,50 m een separaat voetpad aan te leggen. Dit om de impact van het project op de aangrenzende percelen zoveel als mogelijk te beperken.

(In het bestemmingsplan ‘’t Duyfrak 2015’ is een strook van circa 11 m bestemd voor de langzaamverkeerroute en een strook van 5,0 m wordt bij de Ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Waterlelie bestemd) Gelet op het totale belang van het project heeft de gemeente niet met alle (extra) wensen van belanghebbenden kunnen instemmen.

5

Indieners wensen geen “greenwall” tussen de langzaamverkeerroute en het perceel Botenpad 31, maar een duurzamere afscheiding in de vorm van een steens gemetselde muur inclusief afsluitende toegangspoort. Het is voor indieners onduidelijk wat de geluidwerende erfafscheiding inhoudt en wat de houdbaarheid en eigendomssituatie van de erfafscheiding is.

De erfafscheiding tussen de langzaamverkeerroute en het perceel Botenpad 31 wordt eigendom van de bewoners van Botenpad 31. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure hebben de indieners en de gemeente contact gehad over het plan, waaronder over de erfafscheiding tussen de langzaamverkeerroute en het perceel Botenpad 31. Indieners en de gemeente hebben vervolgens een overeenkomst met elkaar gesloten waarin het type "Greenwallachtige afscheiding" met afbeeldingen in de bijlage van de overeenkomst opgenomen zijn. Verder wordt opgemerkt dat details zoals het type erfafscheiding niet in een bestemmingsplan worden opgenomen. 10

6

Indieners wensen een donker perceel te behouden en wensen geen hinderlijke verlichting door lantaarnpalen. De verlichting moet dan ook zo geplaatst worden dat er geen licht schijnt en/of zichtbaar is op het perceel van indieners.

Het uitgangspunt van de gemeente is om zo min mogelijk verlichting aan te brengen om lichtvervuiling en (ongewenst) strooilicht zoveel mogelijk te beperken. Strooilicht is licht aan de achterkant van een armatuur. Tegelijkertijd moet het fietspad veilig zijn voor gebruikers en daarom als het donker is, verlicht worden. Om deze reden worden er enkele lantaarnpalen gerealiseerd naast de langzaamverkeerroute. Deze lantaarnpalen worden voorzien van speciale armaturen, waardoor lichthinder op het perceel van indiener zoveel als mogelijk wordt voorkomen.

7

Indieners geven aan dat in paragraaf 1.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan wordt uitgelegd dat het van groot algemeen belang is dat het fietspad wordt aangelegd. Indieners moeten hiervoor veel woongenot en privacy inleveren. Om deze reden moet de gemeente naar de reële wensen van indieners kijken en indieners verzoeken deze wensen in te willigen gelet op de omvang van het project in verhouding tot deze wensen.

De langzaamverkeerroute betreft een ontbrekende schakel in de bestaande fietsinfrastructuur van Valkenburg. Met de aanleg hiervan kan de infrastructuur beter benut worden en het zorgt tevens voor een veiligere fietsverbinding voor fietsers van de dorpskern van Valkenburg richting het park de Dorpsweide (en vice versa). De langzaamverkeerroute dient hiermee het algemeen belang. In het kader van het bestemmingsplan heeft afstemming plaatsgevonden met diverse omwonenden. Bij de totstandkoming van het geoptimaliseerd ontwerp van de langzaamverkeerroute is rekening gehouden met individuele belangen van omwonenden zoals woongenot en privacy. Gelet op het totale belang van het project heeft de gemeente niet met alle (extra) wensen van belanghebbenden kunnen instemmen.

8

Indieners zijn van mening dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Voor een antwoord op deze deelreactie wordt verwezen naar het antwoord op deelreactie 1.

9

Indieners wensen dat het plan wordt aangepast op de punten die eerder in de zienswijze zijn benoemd, om zo een goed en prettig woon- en leefklimaat voor hen te garanderen. Indieners wensen dat er een aanvullende overeenkomst wordt opgesteld waarin de randvoorwaarden en details zijn opgenomen.

Zoals ook in het antwoord op deelreactie 1 is vermeld, heeft de gemeente veelvuldig contact gehad met omwonenden. Bij de totstandkoming van het geoptimaliseerd ontwerp van de langzaamverkeerroute is rekening gehouden met wensen en belangen van omwonenden. De zienswijze bevat geen punten die tot een aanpassing van het plan leiden. De gemeente zal, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en de vergunningen onherroepelijk zijn, contact opnemen met indiener over de nadere uitwerking van de plannen t.b.v. de uitvoering.

Gevolgen voor bestemmingsplan Neen. 11

Indiener 3 Nr .

Samenvatting zienswijze

Beantwoording gemeente

1

Indiener geeft aan de plaats waar brug A uitkomt op de Waterlelie te gevaarlijk te vinden. Er is rijdend vanaf de brug richting Waterlelie te weinig uitzicht naar links naar de Korenbloemlaan door de ommuurde tuin en aanwezige parkeerplaatsen.

De fietsbrug wordt aangelegd conform de richtlijnen die CROW hiervoor voorschrijft. Zowel voertuigen rijdend op de Waterlelie als fietsers en voetgangers op het fietspad hebben voldoende zicht. Mocht onverhoopt blijken dat het zicht in de praktijk toch minder is dan verwacht mag worden op grond van het ontwerp conform richtlijnen, zal worden gekeken naar een passende oplossing. Verkeerskundige details van de inrichting van het fietspad (zoals verkeersdrempels) valt tevens buiten het kader van het bestemmingsplan.

2

Indiener is van mening dat door de helling van de brug de snelheid van fietsers te hoog wordt op goed door de bocht naar de rijweg Waterlelie te kunnen nemen.

De fietsbrug voldoet aan de richtlijnen die door CROW zijn opgesteld. Ook de helling van de fietsbrug valt hieronder. Doordat de helling conform de richtlijnen van het CROW wordt aangelegd is er geen sprake van een te hoge snelheid van fietsers als gevolg van de helling van de fietsbrug.

3

Indiener geeft aan dat de Waterlelie nauwelijks breed genoeg is voor auto’s, waardoor er weinig tot geen uitwijkmogelijkheden zijn. De berm tussen de rijweg en de Oude Rijn is slechts 1 meter breed.

De Waterlelie is een 30 km weg en de inrichting voldoet aan de CROW-norm voor één auto naast één fietser.

4

Indiener geeft aan dat er 12 woningen aan de Waterlelie staan met ieder een eigen uitrit naar de straat. De gemiddelde fietser zal hier geen rekening mee houden.

Verder wordt opgemerkt dat de Waterlelie een 30 km zone is. In een 30 km zone is het gebruikelijk dat de opritten van aangrenzende woningen rechtstreeks op de rijbaan aansluiten. Gezien de lage verkeersintensiteiten is de weginrichting van de Waterlelie geschikt.

5

Indiener is van mening dat het vervolg van de fietsroute via het Boonrak op een zeer gevaarlijk punt uitkomt op de Hoofdstraat. Dit punt is zeer onoverzichtelijk en er wordt zelden voorrang verleend aan verkeer vanaf het Boonrak. De huidige plaats waar het fietsverkeer op de Hoofdstraat uitkomt is naar de mening van indiener wel voldoende uitzicht naar beide kanten en hier is een bord geplaatst waarop is aangegeven dat verkeer van rechts voorrang heeft.

Vanaf de locatie waar de fietsroute op de Hoofdstraat uitkomt, kan de fietser op meerdere punten de Hoofdstraat op. De Hoofdstraat zelf en de zijwegen van de Hoofdstraat zijn aangelegd conform de richtlijnen van CROW en voldoen aan een veilige verkeerssituatie.

12

6

Indiener voert aan dat in het plan onvoldoende argumenten en/of bewijzen zijn opgenomen dat het fietspad vaak toeristisch gebruikt zal gaan worden. Naar de mening van indiener zijn er voldoende alternatieve routes om veiliger en sneller van het centrum van Leiden naar het centrum van Katwijk te gaan.

Het nieuwe fietspad Waterlelie - Dorpsweide (onderdeel van de langzaamverkeerroute) ligt ter hoogte van het Botenpad in Valkenburg. De omgeving van het plangebied is de laatste jaren sterk ontwikkeld, zoals de aanleg van het park de Dorpsweide en de woonuitbreiding ’t Duyfrak. Vanwege deze ontwikkelingen is het zowel vanuit recreatief als verkeerskundig (functioneel) oogpunt wenselijk om het fietspad Waterlelie - Dorpsweide aan te leggen. De Dorpsweide is een polderpark met groen-blauwe functies (sport en recreatie) voor watersport, vissers, fietsers en wandelaars. De waterkanten in het park zijn voor de landrecreant bereikbaar gemaakt. Vanuit de Dorpsweide en ’t Duyfrak lopen diverse fiets- en wandelroutes die naar de Oude Rijn leiden. Langs de Oude Rijn is een fiets- en wandelroute ontwikkeld, waar het fietspad van dit bestemmingsplan onderdeel van wordt. Deze fiets- en wandelroute maakt deel uit van de volgende gemeentelijke plannen: Actueel Uitvoeringsplan Brede Structuurvisie en Visie op de Rivier Masterplan Katwijk langs de Rijn. Voor ommetjes, hardlopen of het uitlaten van honden is door de aanleg van fietspad Waterlelie Dorpsweide het park ook gemakkelijk bereikbaar voor de woongebieden van het ‘oude’ gedeelte van Valkenburg. Op dit moment is voor de bewoners van deze woongebieden dit enkel via de Hoofdstraat mogelijk, maar dit is geen rechtstreekse verbinding.

Het profiel van de Hoofdstraat kent geen vrijliggende fietspaden en zorgt in de spits voor verkeersonveilige situaties voor fietsers. Dit is met name problematisch voor de naar schoolgaande jeugd. In de nieuwbouwwijk ’t Duyfrak is een brede school geopend: naast basisonderwijs is er een buitenschoolse opvang, kinderopvang en een peuterspeelzaal. Ook is aan de andere kant van de Oude Rijn, in nieuwbouwwijk Nieuw-Rhijnzicht (Oegstgeest), een school geopend. Beide scholen zijn niet rechtstreeks bereikbaar vanuit de dorpskern van Valkenburg. Het is juist dat er alternatieve routes bestaan om van het centrum van Leiden naar het centrum van Katwijk te fietsen en vice versa. Dit neemt niet weg dat vanuit verkeerskundig en recreatief oogpunt de realisatie van het fietspad Waterlelie zeer gewenst is: het zorgt niet alleen voor een kortere route (voor bewoners van een gedeelte van dorpskern van Valkenburg), maar ook voor een veiligere route. Tussen de twee nieuwbouwwijken ’t Duyfrak en Nieuw-Rhijnzicht 13

Oegstgeest is onlangs de nieuwe ‘Joop van der Reijden’-fietsbrug geopend, over de Oude Rijn. Over deze brug loopt een regionale fietsverbinding. Het fietspad Waterlelie - Dorpsweide biedt daardoor tevens de kans om de dorpskern van Valkenburg te verbinden met deze regionale verbinding. 7

Indiener is van mening dat het beter is om van het plan af te zien en het geld op een betere manier te besteden. De kosten voor de realisatie van het fietspad zijn dermate hoog en het resultaat van de uit te voeren werkzaamheden zoals het kappen van bomen, aanleggen van bruggen en verminderen van parkeergelegenheden zijn zo ingrijpend voor de privacy van bewoners langs deze route dat indiener tot deze conclusie komt. Het beoogde veiligheidsaspect voor schoolkinderen wordt weinig tot niet verbeterd door de aanleg van het fietspad.

Aan de te realiseren plannen zijn kosten verbonden. Voor elke nieuwe ontwikkeling geldt dat er kosten bestaan en deze dienen redelijk te zijn in verhouding tot het maatschappelijk belang. In het verleden is meermaals positief besloten door de raad over het nut en de noodzaak van het fietspad. Het fietspad is tevens planologischjuridisch mogelijk gemaakt door de raad middels het onherroepelijke bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”. Ten aanzien van een verminderde parkeergelegenheid het volgende. Het huidige parkeerhaventje met drie te kleine parkeervakken biedt momenteel ruimte voor twee auto’s. In de nieuwe situatie worden de parkeervakken naar het zuiden verplaatst en zijner twee parkeervakken aanwezig. De parkeergelegenheid vermindert dus niet als gevolg van het planvoornemen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 1.4.3 van de toelichting van het bestemmingsplan. In het kader van het bestemmingsplan heeft afstemming plaatsgevonden met omwonenden. Bij de totstandkoming van het geoptimaliseerd ontwerp van de langzaamverkeerroute is rekening gehouden met individuele belangen van omwonenden zoals woongenot en privacy. Gelet op het totale belang van het project heeft de gemeente niet met alle (extra) wensen van belanghebbenden kunnen instemmen. Tot slot wordt opgemerkt dat de langzaamverkeerroute wel bijdraagt aan de verkeersveiligheid voor kinderen.

De breedte van het nieuwe fietspad maakt veilig passeren van fietsers in tegengestelde richting mogelijk. Daarnaast draagt de afwezigheid van gemotoriseerd verkeer bij aan de fietsveiligheid. Dit maakt dat de aanleg van de ontbrekende schakel van dit bestemmingsplan een waardig alternatief is voor fietsen over de Hoofdstraat, welke met name in de spits zorgt voor verkeersonveilige situaties voor fietsers vanwege de afwezigheid van vrijliggende fietspaden. De verlichting die naast het fietspad wordt geplaatst, waarborgt de sociale veiligheid.

14

Gevolgen voor bestemmingsplan Neen. Indiener 4 Nr .

Samenvatting zienswijze

Beantwoording gemeente

1

Indiener maakt bezwaar tegen de doorvaarthoogte van de te bouwen fietsbrug. De doorvaarthoogte van 2.20 meter is te laag voor de boot van indiener, welke een doorvaarthoogte van 2.40 nodig heeft. Wanneer deze brug wordt gebouwd kan indiener niet langer vanuit huis gaan varen met de boot, dit kan niet de bedoeling zijn. Indiener is van mening dat het aanpassen van de doorvaarthoogte een hele kleine aanpassing is voor de te bouwen fietsbrug.

Ter plaatse van de beoogde locatie van de bruggen geldt het bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-112016). Op grond van dit bestemmingsplan mag de gemeente twee bruggen over de watergangen haaks op de Oude Rijn bouwen. Dit heeft de gemeente Katwijk nog niet gedaan. Uit artikel 13.2.1.c. lid 2 van de planregels van bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015” volgt dat de bovenkant van het brugdek van deze twee bruggen maximaal 2 meter boven het water mag liggen. Dit betekent, dat er op grond van het geldende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”, bruggen gerealiseerd mogen worden waar niet elke plezierboot onderdoor kan varen.

Indiener geeft aan dat het niet de bedoeling kan zijn dat de gemeente inwoners verplicht om eigendommen te verkopen vanwege een te bouwen fietsbrug met een te lage doorvaarthoogte. In het verleden hebben vele omgevingsveranderingen plaatsgevonden in goed overleg met bewoners. Indiener hoopt dat dit wederom zal gebeuren en er rekening wordt gehouden met de eigendommen van indiener.

De heroverweging van het voornemen voor de realisatie van twee bruggen heeft ertoe geleid dat de maximale hoogte én de doorvaarthoogte van de bruggen is gewijzigd. De maximale hoogte van het brugdek wordt 2,60 meter in plaats van 2 meter boven het water. Dit is ook vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” (artikel 8.2.1.b lid 1). De doorvaarthoogte wordt 2,20 meter in plaats van 1,70 meter. Dit betekent dat op grond van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie-Dorpsweide” meer ruimte onder de brug wordt toegestaan dan momenteel is toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015”. Een nog hogere doorvaarthoogte (2,40 m i.p.v. 2,20 m) voor brug B (brug zijde Dorpsweide) is door de gemeente overwogen maar heeft niet geleid tot overeenstemming met de eigenaren van de naastgelegen percelen in verband met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

15

Gevolgen voor bestemmingsplan Neen. Indiener 5 Nr .

Samenvatting zienswijze

Beantwoording gemeente

1

Indiener stelt dat de terinzagelegging gedurende de herfstvakantie getuigt van slecht openbaar bestuur.

Het is spijtig dat indiener van mening is dat de periode van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp uitvoeringsbesluiten getuigt van slecht openbaar bestuur. Het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp uitvoeringsbesluiten hebben vanaf 22 oktober t/m 2 december 2021 ter inzage gelegen. Het klopt dat een deel van de periode van terinzagelegging samenviel met de herfstvakantie. Desondanks is gedurende een periode van 6 weken aan eenieder de mogelijkheid geboden om zijn of haar zienswijze over het ontwerp bestemmingsplan en/of uitvoeringsbesluiten naar voren te brengen. Deze periode is ruimschoots langer dan de herfstvakantie. Er is daarom aan eenieder voldoende tijd geboden om een zienswijze naar voren te brengen. Verder wordt opgemerkt dat de wettelijke termijn van 6 weken voor ter inzagelegging geen bepaling kent omtrent vakantieperiodes.

2

Indiener is van mening dat er in het bestemmingsplan Fietspad Waterlelie - Dorpsweide ten onrechte wordt uitgegaan van een al ontwikkelde fiets- en wandelroute langs de Oude Rijn. Deze route is er niet volgens indiener. Er ligt een ontsluitingsweg van 700 meter, genaamd Het Buitenwater, langs de Oude Rijn in de wijk ‘t Duyfrak. Deze weg is in gebruik voor langzaam verkeer en snel verkeer. Verder ligt er tegen de waterkant een slingerend schelpenpad dat onderbroken wordt door een bruggen over sloten. Tot slot ligt er vanaf de Joop van der Reijdenbrug een fiets-voetpad. Dit fiets-voetpad sluit aan op de Dorpsweide, loopt dood en een gedeelte van dit fiets-voetpad wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer (omwonenden). Indiener is van mening dat dit geen ontwikkelde fiets- en wandelroute is.

Het Buitenwater en Waterlelie zijn 30 km/wegen, autoluw en daardoor zeer geschikt als wandelroute voor recreanten en fietsers. Ten hoogte van het Botenpad is de behorende ontbrekende schakel inderdaad niet pal langs de Oude Rijn zoals ook planologisch uit het bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” blijkt (onherroepelijk sinds 1111-2016). Het standpunt van de gemeente is dat in het licht van het gemeentelijke beleid (Actueel Uitvoeringsplan Brede Structuurvisie en Visie op de Rivier - Masterplan Katwijk langs de Rijn) er een noodzaak bestaat tot het realiseren van een langzaamverkeerrroute zoals voorzien in het plan.

3

Indiener benoemt verschillende wegen die deel uitmaken van de ontwikkelde fiets- en wandelroute en stelt dat er geen sprake is van een ontwikkelde route. Het plaatsen van bruggen tussen de Waterlelie en de

De aanleg van de langzaamverkeerroute verbetert de bereikbaarheid tussen het oude Valkenbrug en de wijk ’t Duyfrak via het park het Dorpsweide voor fietsers en wandelaars en is een veilig alternatief

16

Dorpsweide lost het probleem van de ontbrekende schakels niet op. Er ontbreken volgens indiener nog vele kilometers langs de hele Oude Rijn in Valkenburg en Katwijk. Over de verschillende onderdelen van de fiets- en wandelroute geeft indiener het volgende aan: - de Waterlelie is een weg voor aanwonenden (12 huizen) om hun woningen te kunnen bereiken; - het Boonrak is een smal pad waar net twee personen naast elkaar kunnen lopen (op het stukje nabij Herberg Welgelegen na); - er ligt halverwege een smal bruggetje met daarvoor een trap van een aantal treden. Fietsen is hier niet mogelijk; - vanaf Rijnweide in Valkenburg is er tot en met het Mallegat in Katwijk aan de Rijn geen enkele plek langs de Oude Rijn begaanbaar voor fietsers en voetgangers.

voor schoolgaande kinderen per fiets. Dat (nog) niet langs de hele Oude Rijn van Valkenburg en Katwijk een langzaamverkeerroute aanwezig is, is voor de gemeente bekend maar geen aanleiding om geen fietspad en bruggen te realiseren ten hoogte van het Botenpad. Bovendien is de langzaamverkeerroute al door de Raad van State getoetst en planologisch akkoord bevonden (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2017:917 d.d. 5 april 2017).

4

Indiener is van mening dat de aanleiding van de aanleg van de ontbrekende schakel, zoals beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan, niet klopt. Volgens de toelichting van het bestemmingsplan is de belangrijkste aanleiding voor de aanleg dat het park de Dorpsweide en de woonuitbreiding ’t Duyfrak (ten oosten van het plangebied) niet rechtstreeks verbonden zijn met de dorpskern van Valkenburg (ten westen van het plangebied). Indiener geeft aan dat ervoor fiets- en voetgangers 5 verschillende verbindingen zijn met de dorpskern Valkenburg.

De gemeente acht het nodig om een extra langzaamverkeerroute langs de Oude Rijn tussen de Waterlelie en het Buitenwater via de Dorpsweide aan te leggen conform het huidige bestemmingsplan. In het verleden is dan ook meermaals positief besloten door de raad over het nut en de noodzaak van het fietspad. Het fietspad is tevens planologisch-juridisch mogelijk gemaakt door de raad middels het onherroepelijke bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-11-2016).

5

Indiener kan zich niet vinden in de volgende tekst uit paragraaf 1.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. “De realisatie van het fietspad Waterlelie - Dorpsweide: • zorgt voor een doorgaande recreatieve fiets- en wandelroute langs de oevers van de Oude Rijn van Katwijk naar Valkenburg, en verder richting Oegstgeest; • verbindt de nieuwe woonwijk ’t Duyfrak met de dorpskern van Valkenburg; • maakt park de Dorpsweide toegankelijk(er) voor bewoners van de dorpskern van Valkenburg; • en creëert een veilige fietsverbinding voor onder andere naar school gaande kinderen.”

Voor een antwoord op deze deelreactie wordt verwezen naar het antwoord op deelreactie 4.

6

Indiener geeft aan dat de gemeente hem in het verleden uitleg heeft gegeven over de veiligheid van 30 km-zones van Valkenburg. De gemeente heeft toen uitgelegd dat de Dorpsweide onderdeel is van de 30 km-zone van Valkenburg. De inrichting van deze weg voldoet aan de

Het klopt dat een 30km-zone uitgaat van menging van verkeer. Het is een ontbrekende schakel in het langzaamverkeernetwerk, tevens is het een veiligere en snellere route voor schoolgaande kinderen naar ’t Duyfrak. De Hoofdstraat is een erftoegangsweg met een ontsluitende 17

eisen van een 30 km-straat. Er is sprake van menging van verkeer (geen apart fietspad), de wegbreedte is beperkt, de verharding is uitgevoerd in klinkers, er zijn snelheidsremmers in de vorm van kruispuntplateaus en de kruisingen zijn gelijkwaardig. Indiener geeft aan dat de inrichting van de Dorpsweide identiek is aan de inrichting van de Hoofdstraat. Indiener stelt dat het argument dat de ontbrekende schakel een waardig alternatief is voor fietsen over de Hoofdstraat daarom niet juist is.

functie; een doorgaande weg als het ware. De Dorpsweide is meer een verblijfsgebied.

7

Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan ’t Duyfrak 2015 de realisatie van het fietspad planologisch mogelijk heeft gemaakt. Indiener stelt dat alleen direct omwonenden hierbij betrokken zijn geweest. Overige belanghebbenden zijn destijds niet op de hoogte gesteld, laat staan betrokken.

In het bestemmingsplan “‘t Duyfrak en Meer 2005” was een strook van circa 20m langs de Oude Rijn positief bestemd voor een langzaamverkeerroute. In het bestemmingsplan "’t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-11-2016) is deze strook overgenomen. Een ieder heeft de mogelijkheid gekregen om een zienswijze in te brengen op het ontwerp bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”. Door diverse bewoners (o.a. bewoners van Botenpad 1-30) zijn dan ook zienswijzen ingediend. Later zijn enkele bewoners in beroep gegaan. Door de Raad van State zijn diverse beroepen in behandeling genomen en is het plan planologisch akkoord bevonden (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2017:917 d.d. 5 april 2017).

8

Indiener is van mening dat de huidige situatie verkeersonveilig is en voor kindonvriendelijke situaties zorgt. Indiener stelt dat de conclusie van het hoofdstuk ‘Ontsluiting plangebied’ uit het ontwerp bestemmingsplan ‘De Kleipetten Zuid’ en hoofdstuk 4 uit de ‘Netwerkverkenning Oegstgeesterweg-Rijnsburg’ van GoudappelCoffeng bevestigt dat de verkeersmodelberekeningen een relatief sterke groei zal laten zien van de verkeersintensiteit in 2020 van 40% tot 80% op de ontsluitende wegen, wat tot een verdere toename van de verkeersonveiligheid zal leiden.

Door de aanleg van de ontbrekende schakel van de langzaamverkeerroute wordt een veilige alternatieve route tussen de Waterlelie en het Buitenwater gecreëerd. Dit gaat inderdaad geen verbetering teweegbrengen voor bijvoorbeeld Kleipetten Zuid (gebied aan de andere zijde van de Oude Rijn) en dat is ook niet met het plan beoogd.

9

Indiener vindt dat de doorvaart van de watergangen haaks op de Oude Rijn gegarandeerd moeten blijven voor boten. Dit kan met de juiste fasering. Het is volgens indiener geen optie om tijdelijk andere watergangen (tenzij deze watergangen uitgediept worden) te gebruiken, omdat deze watergangen te ondiep zijn en de bruggen te laag. Het in de winter aanleggen van de bruggen is een betere optie, maar ook in de winter wordt er gevaren en moet de doorvaart mogelijk blijven.

De gemeente Katwijk zal, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en de definitieve uitvoeringsbesluiten zijn genomen, bewoners informeren (bijvoorbeeld via een brief en/of informatiebijeenkomst) over de planning en uitvoeringsfase van het project. Tijdens de voorbereiding van het uitvoeringsontwerp zal de omgevingsmanager van de gemeente Katwijk contact opnemen met de omwonenden om de uitvoeringsperiode te bespreken en zorg te dragen om de periode van overlast te beperken.

18

10

Indiener stelt dat de het tijdelijk dempen van de watergangen haaks op de Oude Rijn en het tijdelijk aanleggen van een duiker ten behoeve van de doorstroming een ernstige bedreiging vormen voor flora en fauna. Volgens indiener gebruiken onder andere knobbelzwanen de watergang als vliegroute. Demping van watergangen kan ertoe leiden dat knobbelzwanen zich te pletter vliegen op de demping.

In het kader van het project zijn de tijdelijke en permanente negatieve gevolgen van het project voor flora en fauna onderzocht. Uit het onderzoek komt naar voren dat negatieve gevolgen als gevolg van het project voor beschermde soorten (op grond van de Wet natuurbescherming) zijn uitgesloten, onder andere door het nemen van enkele mitigerende maatregelen. In paragraaf 3.5.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt nader ingegaan op het aspect soortenbescherming. Specifiek voor knobbelzwanen wordt het volgende opgemerkt. Knobbelzwanen hebben goed zicht en zijn daardoor in staat om zich, als het nodig is, over land te verplaatsen naar een ander deel van een watergang. De plaatselijke demping van de watergang en het tijdelijk aanleggen van de duiker vormen zijn daarmee geen belemmering voor zwanen.

11

Indiener is van mening dat de ecologische quickscan, die is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan, niet correct is. Het veldbezoek, onderdeel van de quickscan, is uitgevoerd na het broedseizoen waardoor het een vertekend en onjuist beeld geeft. Daarnaast is de quickscan achterhaald omdat deze is uitgevoerd voor alle lockdowns die in verband met coronavirus in Nederland zijn ingesteld.

De conclusies uit de ecologische quickscan zijn gebaseerd op een bureaustudie en een veldbezoek. De bureaustudie en het veldbezoek kunnen jaarrond worden uitgevoerd. Dit omdat er niet alleen wordt gekeken naar de op dat moment aanwezige soorten in en nabij het plangebied, maar ook naar de aanwezigheid van geschikt leefgebied voor soorten. Het uitvoeren van de ecologische quickscan na het broedseizoen en voor de lockdowns heeft daarmee geen gevolgen voor de uitkomst van de ecologische quickscan.

12

Indiener merkt op dat in de ecologische quickscan geen rekening is gehouden met het leef- en broedgebied van de ijsvogel. De ijsvogel woont al een aantal jaar in de omgeving van het Botenpad en gebruikt diverse watergangen langs het Botenpad als vliegroute om naar de Oude Rijn of de Dorpsweide te vliegen. De ecologische quickscan is onjuist en moet opnieuw worden uitgevoerd.

In het kader van het project zijn de gevolgen van het project voor beschermde soorten, waaronder de ijsvogel, onderzocht. De werkzaamheden hebben geen gevolgen voor het leef- en broedgebied van ijsvogel, aangezien de onderlinge afstand tussen het plangebied en de aangegeven broedplaatsen voldoende groot is. Een tijdelijke demping van de watergangen (maximaal 2 maanden) heeft geen negatief effect op de lokale instandhouding. Een ijsvogel kan een dergelijke kleine demping goed passeren. Er is hierdoor geen aanleiding om de ecologische quickscan opnieuw uit te voeren.

13

Indiener is van mening dat de ecologische quickscan verouderd is. Er is geen rekening gehouden met het plaatsen van het ooievaarsnest in november 2019. Indiener geeft aan dat het erop lijkt dat ooievaars zich permanent hebben gevestigd in de Dorpsweide. Dit heeft invloed op de ecologie in het park en de maatregelen die genomen moeten worden

Ooievaars zijn weinig verstoringsgevoelig. Alleen gedurende de broedperiode zijn ooievaars gebonden aan hun nestplaats. In het kader van het project worden negatieve gevolgen voor ooievaars voorkomen, doordat er rekening wordt gehouden met het broedseizoen van deze soort (half maart tot half juli). In het kader

19

(stiltegebied voor de ooievaar binnen 100 m van het plangebied: de aan te leggen bruggen en doorgaande langzaamverkeerroute).

van soortenbescherming hoeven andere of aanvullende maatregelen niet genomen te worden voor ooievaars.

14

Indiener stelt dat er in de ecologische quickscan ten onrechte vanuit wordt gegaan dat er geen huismussen broeden in de Dorpsweide. Als er daadwerkelijk ter plaatse was gekeken, dan zouden er waarnemingen van huismussen in de tuin van Dorpsweide 20, midden in het plangebied en naast de aan te leggen langzaamverkeerroute, zijn gedaan. Ook nestelt de ransuil op de hoek van de Dorpsweide en de Luit Katlaan al jaren in de Dorpsweide en maakt de houtsnip gebruik van de Dorpsweide als stop tijdens zijn trek naar het zuiden.

De door indiener beschreven nestplaatsen liggen allemaal op ruime afstand van het plangebied, waardoor vernietiging van nestplaatsen op voorhand kan worden uitgesloten. Daarnaast is de afstand tussen de nestplaats het plangebied dermate groot (> 50 meter), dat ook verstoring van nesten van de beschreven vogels (die allen niet bijzonder verstoringsgevoelig zijn) als gevolg van de werkzaamheden van het voornemen tevens niet aan de orde is. Er is hierdoor geen aanleiding om de ecologische quickscan opnieuw uit te voeren.

15

Indiener geeft aan dat de grote vos vlinder regelmatig in het plangebied te vinden is. In de ecologische quickscan is vermeld dat deze soort volgens het veldbezoek niet voorkomt in het plangebied. Dit klopt niet volgens indiener.

Waarnemingen van grote vos zijn bekend van Tuinvereniging het Zonneveld in Leiden en de Pan van Persijn in Valkenburg, niet in de nabijheid van het plangebied. De aangetroffen exemplaren van grote vos ter plaatse van het plangebied betreffen dus hooguit zwervende exemplaren. Mede gezien de biotoopeisen van de grote vos kan worden uitgesloten deze soort een essentieel onderdeel van zijn leefgebied vindt binnen het plangebied. Negatieve effecten van het voornemen op grote vos zijn zodoende uit te sluiten. Er is hierdoor geen aanleiding om de ecologische quickscan opnieuw uit te voeren.

16

Indiener stelt dat de datum (4 juli 2019) waarop het veldonderzoek heeft plaatsgevonden niet representatief is. Het weer was toen extreem koud. De bevindingen zijn daardoor onbetrouwbaar en het veldonderzoek dient opnieuw uitgevoerd te worden voor een representatief beeld.

Voor een antwoord op deze deelreactie wordt verwezen naar het antwoord op reactie 12. Verder wordt opgemerkt dat er geen aanleiding is om de ecologische quickscan opnieuw uit te voeren.

17

Indiener benoemt dat in de ecologische quickscan is opgenomen dat de werkperiode voor vleermuizen bij voorkeur in de winterperiode (december – februari) plaats dient te vinden. Daarbij is het verzoek gedaan tot het niet blokkeren van de vliegroutes voor vleermuizen, dus geen blokkade van de watergang tijdens de watergang. Indien deze maatregelen onuitvoerbaar zijn, dan dient een jaarrond onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden. Indiener verzoekt om een jaarrond onderzoek te doen naar vleermuizen.

De gemeente Katwijk is voornemens om de werkzaamheden tussen oktober en april uit te voeren. Na uitvoering van de werkzaamheden wordt de demping van de watergang verwijderd, en is ter plaatse een brug geplaatst. De blokkade van de watergang vindt zodoende buiten de actieve periode van vleermuizen plaats, waardoor een mogelijk aanwezige vliegroute niet wordt geblokkeerd. De brug veroorzaakt geen blokkering van een mogelijk aanwezige vliegroute mits de ruimte tussen het wateroppervlak minimaal 1 meter bedraagt en de verlichting op de brug niet het wateroppervlak beschijnt. Door deze maatregelen in acht te nemen is een verstoring of vernietiging van een mogelijk aanwezige vliegroute geheel uit te sluiten.

20

18

Indiener benoemt dat volgens de aanvraag omgevingsvergunning de periode van uitvoering van de werkzaamheden loopt van mei tot december. Deze periode is middenin het broed- en vaarseizoen. In de ecologische quickscan staat vermeld dat er buiten het broedseizoen moet worden gewerkt om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Er staat verder dat als dit niet mogelijk is, dat de werkzaamheden vlak voor het broedseizoen moeten worden ingezet en dan continue doorwerken en het plangebied ongeschikt maken voor broedvogels. Dit laatste is volgens indiener niet wenselijk. De werkzaamheden dienen volgens indiener verplaatst te worden naar de winter. Dit is niet alleen beter voor broedende vogels, maar ook voor vleermuizen en het vaarseizoen.

De gemeente kan zich vinden in de suggestie van indiener. Het uitvoeren van de werkzaamheden in de periode oktober tot april heeft de minste negatieve effecten op flora en fauna. Zoals ook in het ecologisch onderzoek is beschreven worden er maatregelen getroffen als (een deel van) de werkzaamheden tijdens het broedseizoen uitgevoerd moeten worden om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen.

19

Indiener heeft bezwaar tegen de herbestemming van het perceel Botenpad 33 van ‘Recreatie’ naar ‘Wonen - 1’. Er kan volgens indiener alleen een woonbestemming worden toegekend aan een recreatiewoning, indien deze recreatiewoning al voor of op 23 oktober 2003 permanent bewoond wordt en deze permanente bewoning sindsdien onafgebroken is voortgezet voor zover er voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit 2003 voor (bestaande) reguliere woningen en er voldaan wordt aan de relevante milieuwet- en regelgeving. Aangezien niet wordt voldaan aan de eis van permanente bewoning omdat de eigenaar van Botenpad 33 niet permanent in de woning woont, kan er geen herbestemming plaats vinden.

Voor een antwoord op deze deelreactie wordt verwezen naar het antwoord op deelreactie 3 van indienen 2.

20

Indiener maakt bezwaar tegen de schuttingen van 3,50 meter hoog bij het Botenpad 33. Indiener geeft aan dat in de gemeente Katwijk de hoogte van de schuttingen aan de voorkant beperkt is. Dit geldt ook voor de schutting van Botenpad 33. Voor vleermuizen en vogels is een schutting van 3,5 meter hoog gevaarlijk.

De hoogte van de erfafscheiding van het Botenpad mag maximaal 2,20 meter hoog zijn ten opzichte van het maaiveld. Deze hoogte komt voort uit de noodzaak tot een acceptabel woon- en leefklimaat voor de aangrenzende kavels. Voor de vogels en vleermuizen veroorzaakt de hoge erfafscheiding geen onacceptabele verstoring. De hoogte van de schutting heeft geen gevolgen voor mogelijk aanwezige vliegroutes.

21

Indiener geeft aan dat Het Botenpad al ruim 60 jaar vrije doorvaart heeft naar de Oude Rijn. Zo kunnen woonarken worden verplaatst voor onderhoud, reparatie en vervanging. De doorvaart van de watergang is in de jaren 2005-2010 verbreed, zodat niet alle woonarken verplaatst moeten worden als een woonark de watergang in of uit moet. Er is met de doorvaartbreedte rekening gehouden met de afmetingen van de woonarken. Met de komst van een niet beweegbare brug die de doorvaart beperkt tot 7 meter creëert de gemeente Katwijk een

Tot de verbreding van de watergang (anno 2009/2010) was de sloot tussen de Dorpsweide en de woonarken van het Botenpad zodanig smal dat woonarken niet konden uitvaren langs de andere woonarken. Aan de zijde van de Bloemenlaan / Jasmijnpad / Waterlelie is de situatie onveranderd. Verder wordt opgemerkt dat in de plannen van de langzaamverkeerroute rekening is gehouden met het feit dat 21

probleem voor de eigenaren van alle woonarken. Elke keer als een woonark de watergang uit en weer in moet, dient er een kraan geregeld te worden die het brugdek er uit de tilt. Deze situatie is niet alleen totaal onwenselijk, na ruim 60 jaar bestaat er voor vrije doorvaart zoiets als gewoonterecht.

woonboten uit de watergang gesleept moeten worden ten behoeve van onderhoud. De twee fietsbruggen over de watergangen haaks op de Oude Rijn zijn zo ontworpen dat het brugdek van de twee fietsbruggen verwijderd kan worden. Op deze manier kunnen woonboten uit de watergang versleept worden voor onderhoud. Op grond van het geldende bestemmingsplan “‘t Duyfrak 2015” (onherroepelijk sinds 11-11-2016) konden de twee bruggen over de watergangen al gebouwd mogen worden. Uit artikel 13.2.1.c. lid 2 van de planregels van bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015” volgt dat de bovenkant van het brugdek van deze twee bruggen maximaal 2 meter boven het water mag liggen. Dit betekent, dat er op grond van het geldende bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”, bruggen gerealiseerd mogen worden waar niet elk schip onderdoor kan varen. In het kader van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie Dorpsweide” zijn de plannen voor de twee bruggen heroverwogen. De heroverweging van het voornemen voor de realisatie van twee bruggen heeft ertoe geleid dat de maximale hoogte en de doorvaarthoogte van de bruggen is gewijzigd. De maximale hoogte van het brugdek wordt 2,60 meter in plaats van 2 meter boven het water. Dit is ook vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie - Dorpsweide” (artikel 8.2.1.b lid 1). De doorvaarthoogte wordt 2,20 meter in plaats van 1,70 meter.

Dit betekent dat op grond van het bestemmingsplan “Fietspad Waterlelie-Dorpsweide” meer ruimte onder de brug wordt toegestaan dan momenteel is toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan “'t Duyfrak 2015”.

22

Indiener stelt dat het bestemmingsplan Fietspad Waterlelie Dorpsweide er niet voor zorgt dat een ‘ontbrekende schakel’ in de langzaamverkeerroute langs de Oude Rijn wordt gerealiseerd. De langzaamverkeerroute blijft doodlopen. De kosten van de route wegen niet op tegen de baten, de risico’s, de verslechterde verkeersveiligheid, de ecologische impact en schade en de impact voor de directe bewoners aan het Botenpad.

Voor een antwoord op deze reactie wordt verwezen naar de eerder gegeven antwoorden op de verschillende onderdelen van de zienswijze. Verder wordt opgemerkt dat aan alle te realiseren plannen kosten zijn verbonden. Voor elke nieuwe ontwikkeling geldt dat er kosten bestaan en deze dienen redelijk te zijn in verhouding tot het maatschappelijk belang. In het verleden is meermaals positief besloten door de raad over het nut en de noodzaak van het fietspad. Het fietspad is tevens planologisch-juridisch mogelijk gemaakt door de raad middels het onherroepelijke bestemmingsplan “’t Duyfrak 2015”. 22

Gevolgen voor bestemmingsplan Neen. Indiener 6 Nr .

Samenvatting zienswijze

Beantwoording gemeente

1

Indiener is van mening dat de gemeente Katwijk onduidelijk en onvoldoende heeft aangegeven hoe de bewoners worden geïnformeerd over de planning en de uitvoering van de plannen. Ook is het voor indiener onduidelijk hoe de bewoners gedurende de uitvoering van de plannen op de hoogte gehouden worden van de actuele voortgang. Specifiek benoemt indiener het kappen van houtopstanden, de bouw van de fietsbruggen (in het bijzonder brug A) en de bouw en het afbreken van damwanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11159907/1