11. Bijlage 1. Kadernota 2024 (3132097)
Tekst van het document
Ad 1. Hanteren loon en prijs indexen algemene uitkering De door het Rijk verstrekte compensatie gaat van andere indexen uit dan degene die wij in onze begrotingsuitgangspunten hanteren. Voor de prijsindexatie gaan wij bijv. uit van de geharmoniseerde consumentenprijsindex die geënt is op de particuliere consumptie. De indexen die het Rijk hanteert zijn afgestemd op de ontwikkeling van de lasten waar overheden mee geconfronteerd worden. Dat betekent dat er een structurele onevenwichtigheid bestaat in de omvang van de loon- en prijsstijgingen die wij compenseren en verwerken in onze ramingen en de compensatie die wij daarvoor over onze grootste inkomstenpost, de algemene uitkering, ontvangen. Aansluiting bij de indexeringsuitgangspunten van de algemene uitkering vermindert deze mismatch en geeft de volgende percentages te zien (inclusief de voor de wijziging benodigde correctie): Indexering obv loon- en prijscompensatie Algemene uitkering Loon-& prijscompensatie '24
lonen CEP mrt '23 loonvoet overheid prijzen CEP mrt '23 imoc & iboi GR-en (regioafspraak) Index subsidies Samengesteld gemiddelde belastingen
index 2024 5,20%
correctie vd bijgesteld '24 0,00% 5,20%
huidig 4,70%
budgettair effect -€ 256.000 n € 1.612.000
2,75%
2,80%*
5,55%
9,60%
3,30%
4,14%
7,44%
7,44%
-
-
3,73%
1,68%
5,41%
7,64%
€ 216.000
v
6,06%
7,25%
-€ 305.000
n
Totaal budgettair effect maatregel € 1.267.000 *Ten opzichte van de reeds voor 2022 en 2023 ingeboekte hicp-indexen dient een aanvullende 2,8% in de raming
v
te worden verwerkt waarmee die op een niveau van 5,55% uitkomt.
21
v
Toepassing van deze percentages geeft per saldo een verbetering van een kleine € 1,3 mln. voordeliger structureel meerjarenperspectief. Deze minder ongunstige ontwikkeling wordt veroorzaakt door een over de periode 2022 t/m 2024 gemiddeld 1,3 % lagere prijscompensatie voor overheidsuitgaven (materiële consumptie en bruto investeringen) dan die voor geharmoniseerde consumentenprijsindex van gemiddeld 5,9% over dezelfde periode. De gemiddelde loonontwikkeling in die periode kent voor de daarvoor gebruikte indexen geen afwijking (beide 5,2%). Het toepassen van de overheidsindexen voor prijsstijgingen kent een aantal overwegingen. Zo zal men er alerter op moeten zijn dat de centrale stelpost voor prijsstijgingen een toereikende omvang heeft. Overname van deze maatregel stelpost prijsstijging van in totaal € 2,2 mln. met zich mee, die 1,6 mln. lager is dan bij aansluiting van de daadwerkelijke inflatie. De ruimte om door prijsstijgingen ingegeven budgetoverschrijdingen te kunnen dekken neemt daarmee af. Verschillende bedrijfstakken laten ongunstiger prijsstijgingen zien en leveranciers kunnen zich in voorkomende gevallen beroepen op reeds gemaakte prijs- dan wel volumeafspraken waarbinnen andere indexen van toepassing zijn. Op korte termijn vallen deze lasten niet direct te sturen en te beheersen.
Om te bepalen op welk deel van de materiële uitgaven dit van toepassing is zal nader onderzoek nodig zijn en er dienen spelregels opgesteld te worden voor het gebruik mogen maken van de stelpost prijsstijgingen Voor de budgetten waar dit niet van toepassing is kunnen de taakstellende budgetten effect hebben op de interne- en/of externe dienstverlening en een lager kwaliteitsniveau met zich brengen. Richting de begroting werken we de consequenties en maatschappelijke effecten verder uit. Ad 2. Niet toevoeging restant indexering GR-en aan stelpost prijsstijgingen Op het totaalbudget van ca. € 2,0 mln. dat onder de regionale indexeringsafspraak beschikbaar is voor de gemeenschappelijke regelingen resteert door de inzet van beschikbare dekking voor de hogere lasten een bedrag van € 537.000. Normaliter wordt dit restant toegevoegd aan de centrale stelpost prijsstijgingen in afwachting van de uiteindelijke besluitvorming van de algemene besturen van de GR-en maar omdat nu wordt uitgegaan van de in de verschillende GR-begrotingen aangevraagde gemeentelijke bijdragen, kan deze toevoeging ons inziens achterwege blijven en worden ingezet bij de verbetering van het begrotingsbeeld. Dit brengt met zich mee dat huidige gevraagde gemeentelijke bijdragen (met name de loon- en prijscompensatie daarin) als taakstellend moeten worden beschouwd door de GR-en.
Hoewel de deelnemende gemeenten natuurlijk altijd aansprakelijk blijven voor exploitatietekorten bij GR-en gaan wij er van uit dat die niet veroorzaakt zullen mogen worden door aanvullende loon- en prijsstijgingen. Ad 3. Pauze op ‘sparen voor de toekomst’ In de begroting voor 2023 is een aanvang genomen met het voorsorteren op de lasten waarmee we in komende jaren geconfronteerd zullen worden. In het kader van goed financieel beheer is voorgesteld: 1. De geraamde positieve begrotingssaldi voor 2024 en 2025 (als gevolg van een hogere algemene uitkering en de OZB-verhoging) toe te voegen aan de algemene reserve om zo een buffer te vormen en het weerstandsvermogen te verhogen; 2. Voor toekomstige nieuwe (uitbreidings-)investeringen (dus geen vervangingen) in het meerjarenbeeld ook rekening te houden met de toekomstige extra beheerlasten als gevolg van deze nieuwe investeringen. Dit betreft dan zowel de jaarlijkse beheerlasten in de exploitatie als de lasten voor toekomstig groot onderhoud door toevoegingen aan de betreffende voorziening. 3. Omdat sommige investeringen gefinancierd worden door derden, zoals subsidiegevers, wordt de jaarlijkse afschrijvingslast in de exploitatie gebaseerd op de lagere netto boekwaarde (namelijk de aanschafwaarde minus het van derden ontvangen bedrag).
Hierdoor is de jaarlijkse afschrijvingslast lager en de financiële ruimte in de exploitatie beperkter en niet voldoende om bij vervanging het volledig benodigde bedrag (aan volledige afschrijving zonder extra bijdrage) te kunnen dekken. Door reeds bij start van afschrijving bij de huidige investering, dit verschil in exploitatie jaarlijks toe te voegen aan een reserve, wordt reeds nu ‘gespaard’ voor toekomstige vervangingen van investeringen. 22
Deze hiervoor benodigde ruimte blijkt nu evenwel vooralsnog niet langer voorhanden. Door het ontbreken van positieve resultaten is het doteren aan de algemene reserve nu niet mogelijk. Dit heeft effect op het toekomstige weerstandsvermogen. Zoals uit de jaarrekening 2022 blijkt is dit momenteel op voldoende niveau. Omdat dit beleid van sparen voor de toekomst relatief nieuw is, en op de toekomstgericht, heeft het niet uitvoering geven aan dit beleid, op de korte termijn geen directie negatieve consequenties. Door beheer- en onderhoudsplannen periodiek te actualiseren wordt tijdig rekening gehouden met aanvullende lasten als gevolg van nieuwe investeringen. Op het moment van vervanging van investeringen worden de exploitatielasten eveneens concreet geraamd.
2.4.2
Maatregelen herbezien budgetten bedragen * € 1.000 Maatregelen herbezien budgetten 1.Diverse organisatorische (o.a. formatieve) maatregelen 2.Gedeeltelijke vrijval Initiatievenbudget
- = nadeel, + = voordeel
2024 1.200 150
2025 0 150
2026 0 150
2027 0 n.v.t.
3.Vrijval besparing uhv gebruik SD-applicatie
186
186
186
186
4.Burgerschap
50
50
50
50
5.Platform maatschappelijke ontwikkeling
40
p.m.
p.m.
p.m.
6.Onderwijs arbeidsmarkt
50
p.m.
p.m.
p.m.
7.Investeringsagenda
350
p.m.
p.m.
p.m.
2.026
386
386
236
Subtotaal herbezien budgetten
Ad 1. Diverse organisatorische maatregelen Bij de begroting voor 2023 is fors ingezet op meer personeel. Enerzijds om mee te groeien in de schaalsprong die Katwijk maakt; anderzijds om de werkdruk te verlichten. Dit is broodnodig om bij te blijven bij al onze opgaven en de groei van Katwijk. Voor het streven om een sluitende begroting in 2024 af te leveren benutten we de ruimte die er is om de groei van het personeel op een iets lager tempo door te zetten, op basis van het gesprek over onze opgaven. Daarnaast kijken we kritisch naar het aantal inhuurkrachten. Personeel volgt hierin de inhoud. Zo blijven we bouwen aan de vaste organisatie, die noodzakelijk is voor onze opgaven, maar door kritisch te kijken proberen we ook op deze manier te besparen. Ad 2. Gedeeltelijke vrijval Initiatievenbudget In de begroting 2023 is structureel € 250.000 opgenomen voor nieuwe initiatieven. Door dit exploitatiebudget is financiële ruimte aanwezig om voorbereidend werk te doen voor aangedragen initiatieven, daar waar op dat moment nog geen projectbudget voor beschikbaar is. Indien voorbereidingskosten uiteindelijk niet op externe partijen kunnen worden verhaald kan dit initiatievenbudget als dekking dienen. Op basis van de huidige inschatting van het beroep op dit budget kan worden volstaan met een budget van € 100.000. Ad 3. Vrijval besparing u.h.v.
gebruik applicatie Sociaal Domein Door het gaan gebruiken van een nieuwe applicatie voor het Sociaal Domein wordt een besparing op de exploitatielasten voor ICT e.d. gerealiseerd. Ad 4. Burgerschap De activiteiten in het kader van Burgerschap worden al aangeboden door Prodemos. Daarmee kan het gemeentelijk budget vrijvallen.
23
Ad 5. Platform maatschappelijke ontwikkeling Dit is voor € 80.000 onderdeel van het structurele budget voor de onderwijsagenda. Voor 2024 kan vooralsnog de helft van het jaarlijkse budget vrijvallen. Ad 6. Onderwijs arbeidsmarkt De verwachte onderuitputting maakt dat voor 2024 de helft van het structurele budget kan vrijvallen. Ad 7. Investeringsagenda Op basis van de in de jaarrekening over 2022 geconstateerde voortgang in de realisering van de investeringskredieten en het doorschuiven van kredieten, vallen de afschrijvingen in 2024 € 350.000 aanvullend lager uit.
24
3. Programma-indeling begroting sociaal domein Voor de herijking P&C zijn diverse voorstellen gedaan voor verbetering. De discussie ging met name over een nieuwe programma-indeling voor het sociaal domein en het autorisatieniveau van budgetten op (deel) programma. Deze onderdelen hangen met diverse verbeteringsvoorstellen samen. Voorgesteld is om de discussie over de gewijzigde programma-indeling bij de kadernota 2024 te voeren, zodat de begroting 2024 (bij akkoord door uw raad) conform deze indeling kan worden opgesteld. In het Sociaal Domein wordt steeds meer integraal gewerkt. Budgetten vanuit verschillende regelingen worden ingezet voor hetzelfde doel. Beleidsmatig sluiten we aan op wat onze inwoners zelf willen en kunnen. We zetten sterk in op voor alle inwoners bereikbare algemene voorzieningen. Verder versterken we signalering en preventie om gespecialiseerde zorg en ondersteuning te voorkomen of in duur te verkorten. Door de verkokerde indeling die het rijk bij de begrotingsindeling hanteert komen deze beide bewegingen niet goed tot hun recht bij de huidige indeling van de begroting. In de huidige indeling komt het sociaal domein terug in programma’s 4, 5, 6, en 7. Waarbij programma 7 bijvoorbeeld ook over afval gaat.
Ook de MAG is versnipperd terug te vinden in de begroting, waardoor er een aparte paragraaf MAG opgesteld moet worden om de samenhang in beeld te brengen. Veel gemeenten zijn daarom al overgegaan op een andere meer logische indeling van de begroting. Ook in Katwijk willen we die stap nu maken door alle werkzaamheden die te maken hebben met een sterke samenleving waarin iedereen meedoet onder te brengen in 1 programma. Het programma maatschappelijke participatie. De gespecialiseerde zorg Jeugd & Wmo wordt dan ondergebracht in het programma ondersteuning en zorg. Een derde programma betreft dan alles wat te maken heeft met werk en inkomen. Door deze indeling wordt de begroting zowel voor inwoners als voor raadsleden makkelijker leesbaar. Dit betreft dus puur een andere opstelling voor een logischere samenhang van onderwerpen, waardoor de inhoud van de materie samenhangender kan worden gepresenteerd en daardoor begrijpelijker en duidelijk wordt. Financieel gezien verandert er dus niets en in afwachting van besluitvorming over autorisatieniveaus blijven de huidige bepalingen terzake van kracht (m.a.w. uw raad autoriseert op taakveldniveau). De voor te stellen nieuwe (deel)programma-indeling luidt: Programma P4 Maatschappelijke participatie
Deelprogramma Onderwijs
Sport & cultuur
Sociale basis (wo volksgezondheid)
P5 Ondersteuning & zorg
Voorzieningen volwassenen
Taakvelden 0.10 Mutaties reserves 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 0.10 Mutaties reserves 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media 0.10 Mutaties reserves 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 7.1 Volksgezondheid 0.10 Mutaties reserves 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71a Hulp bij het huishouden (WMO) 6.71b Begeleiding (WMO) 6.71c Dagbesteding (WMO) 6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO) 25
Programma Vervolg P5 Ondersteuning & zorg
Deelprogramma Voorzieningen jeugd
Opvang wonen en herstel
P6 Werk, inkomen & schulden
Werk
Inkomen en schulden
Taakvelden 0.10 Mutaties reserves 6.72a Jeugdhulp begeleiding 6.72b Jeugdhulp behandeling 6.72c Jeugdhulp dagbesteding 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 6.73a Pleegzorg 6.73b Gezinsgericht 6.73c Jeugdhulp met verblijf overig 6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.74c Gesloten plaatsing 6.82a Jeugdbescherming 6.82b Jeugdreclassering 0.10 Mutaties reserves 6.81a Beschermd wonen (WMO) 6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) 0.10 Mutaties reserves 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 0.10 Mutaties reserves 6.3 Inkomensregelingen
Het vraagstuk omtrent het autorisatieniveau van budgetten willen wij graag bij de actualisatie van de financiële verordening in het derde kwartaal 2023 met u behandelen. Dit is de geëigende plek voor deze discussie. Hierbij kan uitgebreid aan bod komen wat de consequenties zijn van de voorstellen en wordt het conform besluitvorming in de betreffende verordening verwerkt.
26
4. Areaalgegevens
Inwoners
Woningen
Onderstaande areaalgegevens worden onder andere gebruikt voor het berekenen van de algemene uitkering. Areaalgegevens 2023-2027
2023
2024
2025
2026
2027
Aantal woningen per 1 januari *
27.444
27.660
27.932
28.256
28.684
216
272
324
509
508
0
0
0
81
0
Netto oplevering
216
272
324
428
508
Aantal inwoners
66.605
66.929
67.337
67.823
68.456
Groei inwoners
324
408
486
642
762
66.929
67.337
67.823
68.465
69.227
829
868
887
908
930
Bouwvolume Sloop
Aantal inwoners exclusief AZC Aantal uitkeringsgerechtigden Participatiewet (WWB) per 1 januari
Oppervlakte
Leerlingen
Aantal leerlingen teldatum oktober voorgaand jaar Primair onderwijs
5.658
5.682
5.552
5.423
5.308
Voortgezet onderwijs
2.472
2.510
2.542
2.579
2.572
Speciaal onderwijs so1 (Windvang en Praktijkschool)
298
296
288
281
277
Speciaal onderwijs so2 (Leidse Buitenschool)
136
135
134
133
132
2.479
2.479
2.479
2.479
2.479
- Binnenwater
166
166
166
166
166
- Zee
469
469
469
469
469
Oppervlaktematen: - Land
27
5. Beslispunten 1 2 3
4
5 6 7
De Kadernota 2024 vast te stellen; De investeringsagenda nader uit te werken conform voorstel in hoofdstuk 1.2 en te verwerken in de begroting 2024; Voor zover daarin geen wijziging plaatsvindt uit hoofde van de in paragraaf 2.4.1 voorgestelde maatregelen, de algemene begrotingsuitgangspunten uit de kadernota 2024 (hoofdstuk 2.1) vast te stellen voor de begroting 2024; De gevraagde gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen conform de besluitvorming door het algemeen bestuur van de verschillende gemeenschappelijke regelingen in de begroting voor 2024 te verwerken; De voorstelde budgetmutaties (hoofdstuk 2.3) vast te stellen en deze te verwerken in de begroting 2024; In te stemmen met de voorgestelde saldo-reducerende maatregelen (hoofdstuk 2.4) en deze te laten betrekken bij de opstelling van de begroting voor 2024; De begroting sociaal domein voor 2024 op te laten stellen volgens de in hoofdstuk 3 voorgestelde indeling in (deel)programma’s met onderliggende taakvelden.
28