11. Bijlage 1. Kadernota 2024 (3132097)
Tekst van het document
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................. 3 1. Ontwikkelingen .............................................................................................................. 4 1.1
Beleidsontwikkelingen ............................................................................................. 4
1.1.1
Ontwikkelingen Regio....................................................................................... 4
1.1.2
Ontwikkelingen Inclusieve samenleving ........................................................... 5
1.1.3
Ontwikkelingen Leefbaarheid ........................................................................... 7
1.1.4
Ontwikkelingen Dienstverlening ....................................................................... 8
1.2
Investeringsagenda ................................................................................................. 9
2. Financiële ontwikkelingen .............................................................................................10 2.1
Begrotingsuitgangspunten 2024 .............................................................................11
2.2
Gemeenschappelijke regelingen ............................................................................15
2.3
Budgetmutaties ......................................................................................................16
2.4
Maatregelen ...........................................................................................................21
2.4.1
Maatregelen financieel beleid en financieel kader ...........................................21
2.4.2
Maatregelen herbezien budgetten ...................................................................23
3. Programma-indeling begroting sociaal domein .................................................................25 4. Areaalgegevens ...............................................................................................................27 5. Beslispunten .....................................................................................................................28
Kenmerk: Z3132097D3132407
Voorwoord Geachte leden van de gemeenteraad, De Kadernota 2024 ligt voor u. Waar we 2022 met een plus onder de streep af konden sluiten, zien we dat het beeld kantelt. Waar eerder nog uitgegaan werd van 2026 als ‘het ravijnjaar’, laat deze Kadernota al voor 2024 een tekort zien. Hierin staat Katwijk niet alleen. Meerdere gemeenten worden met deze ontwikkeling geconfronteerd. Daarom sturen we nu proactief bij op deze ontwikkeling. Met de kennis van de voorjaarsbestuursrapportage en de Voorjaarsnota van het Rijk werden de gevolgen van ontwikkelingen duidelijk. Hierop is in deze Kadernota geanticipeerd en richten we ons op het proces om te komen tot een sluitende begroting in 2024. Daarbij blijft het doel dat we flexibel en wendbaar blijven, voor de jaren na 2024. De afhankelijkheden van actuele ontwikkelingen zijn nu nog te onzeker om een doorvertaling te maken naar een sluitende begroting vanaf 2025 en verder. Het financieel tekort komt voornamelijk door ontwikkelingen van buitenaf waar we als gemeente weinig invloed op hebben. Aan de uitgavenkant zien we dat de inflatie hoog is, als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis die daarop volgde. Dat wat mensen elke dag merken in de portemonnee, ondervinden we zelf ook in onze uitgaven.
Het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) biedt ons een richtlijn hoeveel wij als gemeente zelf zouden moeten indexeren om op niveau te blijven. De prijsstijging is van ongekende omvang, zonder dat we daarvoor volledig gecompenseerd worden door het Rijk. Ook bij de gemeenschappelijke regelingen, waar we als gemeente in deelnemen, werken deze indexeringen door. Ook zien we stijgende uitgaven (en indexering) voor de WMO door de vergrijzing. Tot slot stijgen ook de loonkosten, door de nieuwe ambtenaren-CAO en de CAO’s van onze partners. De meicirculaire moet meer duidelijkheid geven hoeveel compensatie we van het Rijk krijgen, om deze ontwikkelingen van buitenaf op te kunnen vangen. De indicatie is echter dat het niet voldoende zal zijn om alles op te vangen. We staan nu dan ook al voor de opgave om met elkaar realistische keuzes te maken. In deze Kadernota houden we de huidige begrotingsuitgangspunten tegen het licht, om te kijken waar we het tekort nu al onder de streep terug kunnen dringen. Ook kijken we richting de nabije toekomst naar mogelijkheden waarmee we het tekort terug kunnen dringen zonder de uitvoering van onze opgaven te stoppen. Richting de begroting kijken we waar opgaven anders of later uitgevoerd kunnen worden en hoe de werving van nieuw personeel (vast of inhuur) daarop afgestemd kan worden.
Op die manier zoeken we met elkaar naar mogelijkheden om de begroting van 2024 sluitend te krijgen. Ondanks deze huidige verwachtingen, worden voor de topprioriteiten op gebied van volkshuisvesting en het bestrijden van energiearmoede meer middelen vrijgemaakt. In deze maatschappelijke opgaven moeten we blijvend investeren. Zo blijven we een gemeente waar we voor elkaar zorgen, ook als het financieel moeilijker wordt. Onlangs is duidelijk geworden wat de financiële gevolgen zijn van de tot nu toe geschetste ontwikkelingen. Daarom zijn sommige zaken enkel procesmatig geschetst en werken we dit nader uit richting de begroting voor 2024. Na uitwerking van de meicirculaire hebben we meer zicht op wat er nog nodig is om te komen tot een sluitende begroting. Na de zomer is de begroting technisch doorgerekend en weten we definitief wat de uitkomsten zijn. Bij de septembercirculaire kunnen we beter inschatten hoe het meerjarenperspectief ontwikkelt en wat voor traject / maatregelen aanvullend nodig zijn. Medio december '23 / januari '24 betrekken we uw raad bij dit proces in opmaat naar de kadernota 2025. Voor nu zien we uit naar een goede bespreking van deze Kadernota.
3
1. Ontwikkelingen 1.1
Beleidsontwikkelingen
De Kadernota is een kaderstellend document om een eerste schets van de beleids- en financiële ontwikkelingen voor de volgende begroting. Aangezien de eerste berekeningen een negatief saldo voor 2024 en het meerjarenperspectief liet zien, is het uitgangspunt dat bij de opstelling van de begroting 2024 sluitend is. Door deze opgave is terughoudend omgegaan met nieuwe budgetaanvragen. Onderstaand wordt een schets gegeven van beleidsontwikkelingen, die al dan niet met een budgetaanvraag gepaard gaan.
1.1.1 Ontwikkelingen Regio Samenwerking Duin- en Bollenstreek In de Duin- en Bollenstreek zijn in 2022 afspraken gemaakt over de gezamenlijke prioriteiten. Voor Katwijk zijn daarin de corridorstudie voor de Zuidelijke Ontsluiting van de Duin- en Bollenstreek, de ontwikkeling van de greenport en de verbinding van de kennisintensieve sectoren de belangrijkste prioriteiten. Ook worden op het gebied van wonen en werken de opgaven steeds beter op elkaar afgestemd. De prioriteiten vormen de kern van de periodieke bestuurlijke overleggen in de Duin- en Bollenstreek, waar ook op tal van andere thema’s afstemming plaats vindt. 1.
Voor de gezamenlijke organisatie van deze samenwerking in de D&B zal voor 2024 en 2025 ongeveer € 25.000 benodigd zijn.
2.
Daarnaast vraagt de verdere uitwerking van de topprioriteiten (naast de inzet van ambtelijke capaciteit uit de 5 gemeenten) om aanvullende gezamenlijke inhuur van onderzoek en advies. Met de voorbereiding daarvan is reeds begonnen en dat moet ertoe leiden dat bij de begroting van 2024 concrete bedragen genoemd kunnen worden voor de verschillende opgaven, als opmaat naar het Regionale Investeringsagenda (RIA) van Holland Rijnland. Deze voorbereidingskosten zullen naar verwachting voor Katwijk neerkomen op enkele tienduizenden euro’s tot maximaal € 30.000 per jaar.
3.
Ook kan na deze eerste uitwerking meer gezegd worden over eventuele investeringen die vanaf 2024 of later opgenomen zouden kunnen worden in een investeringsagenda.
Economisch Uitvoeringsprogramma Duin & Bollenstreek 2023-2026 Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk werken op het gebied van economie samen in de Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB). Katwijk heeft bij de oprichting van deze EBDB de keuze gemaakt niet te participeren, omdat dit onvoldoende aansloot bij onze ambities in de regio. Met de prioriteiten in Strategische Agenda Ruimte van de Duin- en Bollenstreek, vertaald in een regionale uitvoeringsagenda, waar Katwijk zich aan gecommitteerd heeft is deelname aan de EBDB nu wel relevant. Met het oog op een regionale aanpak voor economische vitaliteit, gericht op innovatie en anders werken, is een opdracht aanbesteed voor het oprichten en beheren van een nieuwe stichting met een Economic Board. De Economic Board heeft als taak het opstellen en ten uitvoer leggen van het Economisch Uitvoeringsprogramma D&B 2023-2026.. In de bestaande meerjarenbegroting 2023 van Katwijk is voor de jaren 2023 t/m 2026 jaarlijks een budget van circa € 84.000 (€ 1,27 per inwoner) voor het economisch uitvoeringsprogramma opgenomen. Het jaarlijkse budget voor het uitvoeringsprogramma dekt niet de bijdrage die jaarlijks van Katwijk kan worden gevraagd voor de financiering van het totale uitvoeringsprogramma van de Duin- en Bollenstreek.
In oktober wordt gerapporteerd over de projecten die in de twaalf maanden volgend op de rapportage (naar verwachting) worden uitgevoerd, met opgaaf van de begroting en een toelichting op de relevantie voor het bereiken van de hoofddoelen van het Uitvoeringsprogramma Economie. Voor projectbijdragen boven het begrote jaarlijkse budget worden aparte raadsvoorstellen ingediend.
4
1.1.2
Ontwikkelingen Inclusieve samenleving
Structureel maken Winterplan Het bestrijden en voorkomen van energiearmoede wordt in het coalitieakkoord als topprioriteit benoemd. Omdat de middelen die door het rijk beschikbaar zijn gesteld niet voldoende waren om energiearmoede tegen te gaan, heeft het college in het najaar van 2022 besloten om het winterplan uit te voeren. Via de maatregelen in het winterplan worden inwoners, scholen en non-profitorganisaties op diverse manieren ondersteund om energiearmoede te bestrijden. We constateren dat energiearmoede niet op korte termijn kan worden weggenomen. De verwachting is dat inwoners en organisaties ook in 2024 en de jaren daarna ondersteund moeten worden bij het dragen van de lasten. Het pakket aan maatregelen dat in het Winterplan is genomen wordt na uitvoering geëvalueerd en daar waar mogelijk en gewenst structureel gemaakt. Hierbij wordt ook gekeken naar en rekening gehouden met de maatregelen die ingezet worden om energiearmoede op lange termijn tegen te gaan, zoals het isoleren van woningen. Verruiming minimaregelingen 130% De doelgroep van de regelingen Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld wordt voor de jaren 2024 en 2025 blijvend verruimd tot 130% van het sociaal minimum. In 2025 worden het bereik en de maatschappelijke effecten geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie worden de maatregelen voor de opvolgende jaren financieel doorberekend.
We verwachten hiervoor in 2024 en 2025 in totaal € 160.000 nodig te hebben. De doelgroep van de Doe Mee! regeling is in 2023 verruimd naar 130% van het sociaal minimum. In verband met de evaluatie van de pilot Doe Mee! In het eerste en tweede kwartaal van 2023 is het de vraag hoe de Doe Mee! regeling in 2024 en verder eruit komt te zien en welke financiële consequenties hiermee gemoeid zijn. Dit geldt ook voor eventuele indexering van de Doe Mee! Regeling, waar om gevraagd is. Bij de begroting zal inzichtelijk worden gemaakt wat de financiële consequenties zijn. Dan kan ook de keuze worden gemaakt of de financiële situatie het toelaat om deze maatregel uit het winterplan structureel te maken. Subsidie energiekosten non-profitorganisaties Maatschappelijke organisaties dragen bij aan verbinding in de wijken. Daarom zijn zij eenmalig geholpen bij het dragelijk maken van de verhoogde energielasten. Door de energieprijzen die sterk teruglopen, zal in de begroting geen voorstel worden gedaan om deze subsidie voort te zetten. Schoolontbijt Voor de ondersteuning van leerlingen die dat nodig hebben, konden scholen per leerling een bijdrage aanvragen die ingezet kon worden voor het verzorgen van schoolontbijt en/of lunch. De regeling wordt op dit moment geëvalueerd. Naar aanleiding van de resultaten van de evaluatie wordt bekeken of de regeling voortgezet wordt in 2024 en verder.
Nieuwe Maatschappelijke Agenda Na de vaststelling van de Maatschappelijke Agenda (MAG) is in de gemeente Katwijk volop gewerkt aan de doorontwikkeling van het sociaal domein. De huidige MAG loopt in 2023 af. Per 2024 zal een nieuwe MAG van kracht zijn waarin de maatschappelijke opgaven voor de gemeente Katwijk staan beschreven. In het voorjaar van 2024 zal een nieuwe MAG-subsidieregeling wordt vastgesteld en gepubliceerd, samen met de nieuwe MAG-opdrachten. De maatschappelijke partners kunnen vervolgens hun plannen indienen die bijdragen aan de realisatie van de MAG-doelen en daarvoor subsidie ontvangen. Na de zomer zullen alle aanvragen zijn beoordeeld en beschikt. Ontwikkelingen in de WMO Met ons wijkteam en al onze maatschappelijke organisaties zorgen we er ook in 2024 voor dat mensen zo lang mogelijk actief kunnen blijven meedoen in de samenleving. Door de steeds betere samenwerking met partners, vrijwilligers en mantelzorgers kunnen we meer maatwerk bieden en de inzet van gespecialiseerde ondersteuning via de WMO vaker voorkomen, verminderen of verkorten. 5
Ondanks alle inspanningen zien we de afgelopen jaren de een stijging van de WMO uitgaven die zich naar verwachting ook in 2024 e.v zal voorzetten. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn de dubbele vergrijzing en het afschaffen van de oude eigenbijdrage regeling. Deze stijging zal zich ook de komende jaren verder voortzetten. We blijven ons inzetten om het Rijk te bewegen om gemeenten meer tegemoet te komen. Preventie en samenwerking zijn belangrijke factoren om de kwaliteit van ondersteuning te verhogen en de kosten beter te beheersen. Ook in 2024 zullen we ons inzetten om lokale en regionale samenwerking verder te intensiveren. Belangrijke voorbeelden van die intensivering van samenwerking is de uitvoering van het actieprogramma WonenZorgWelzijn en het gezond en actief leven akkoord (GALA). Volksgezondheid In 2024 zal uitvoering worden gegeven aan de plannen op gebied van gezondheid. Hiervoor zijn middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. Deze plannen zijn in 2023 tot stand gekomen en vinden hun basis in het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend door het ministerie van VWS, de VNG, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en eerste- en tweedelijns zorgaanbieders. In het IZA staan bestuurlijke afspraken om de zorg in de toekomst betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed te houden. Voor gemeenten zitten er drie relevante thema’s in het IZA: • • •
Lokale samenwerking sociaal domein en eerstelijnszorg Regionale samenwerking Preventieagenda: Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
In de preventieagenda GALA staan bestuurlijke, niet vrijblijvende afspraken als aanvulling op de nationale preventie- en sportakkoorden. Het betreft drie hoofdonderwerpen: sport en bewegen, gezondheid en sociale basis. Hieronder vallen 15 specifiekere thema’s met concrete doelen en afspraken. Hoofddoel is het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Ontwikkelingen Jeugd Met het wijkteam, het onderwijs, verenigingen en andere partners blijven we ons in 2024 inzetten om zoveel mogelijk jongeren ontwikkelingsmogelijkheden te bieden. Tegelijkertijd zien we dat landelijk de vraag naar zorg blijft stijgen en we verwachten dat die groei ook in Katwijk merkbaar zal zijn. De vraagstukken zijn complex, de wachtlijsten maken dat de problemen niet snel kunnen worden opgepakt met risico op zwaardere en duurdere zorg op een later moment. Ook voor jeugdzorg geldt dat er landelijk ontwikkelingen zijn die ingrijpende gevolgen (zullen) hebben op de vraag naar zorg en/of de gemeente financiën. Zo zullen naar verwachting het tekort aan personeel in de jeugdzorg en de wachttijden voor gespecialiseerde jeugdzorg een voortdurende uitdaging voor het wijkteam vormen om tijdig de juiste hulp in te kunnen zetten. In 2023 is de landelijke hervormingsagenda jeugd opgesteld, die nu voorligt bij de achterban ter consultatie.
In 2023 zullen we samen met onze regionale partners bezien welke consequenties die agenda voor 2024 zullen hebben. Een eerste analyse leert dat we in Katwijk al veel van de in de agenda opgenomen maatregelen genomen hebben. Samen met onze regionale partners wordt hard gewerkt aan de uitvoering van de plannen om meer op preventie in te zetten, de wachtlijsten te reduceren en aanvullende maatregelen in te zetten om de financiën te beheersen. Zo zetten we in op het beheersen van in-, door- en uitstroom. Na de zomer wordt uw raad hier nader over geïnformeerd. Focus en prioritering in het hele sociaal domein We hebben de afgelopen jaren (mede op basis van de MAG) binnen de gemeente Katwijk flinke stappen gezet als het gaat om het sociaal domein. Tegelijkertijd is het volstrekt helder dat er, gelet op de vele maatschappelijke en landelijke ontwikkelingen, een nadere focus en prioritering nodig is op de opgaven waar we ons de komende jaren op gaat inzetten en het verschil willen maken. Bij het opstellen van de 6
begroting 2024 zal deze focus en prioritering binnen het sociaal domein worden toegelicht en in 2024 e.v. ten uitvoer gebracht.
1.1.3
Ontwikkelingen Leefbaarheid
Katwijks Isolatiefonds (KIF) Uit het Winterplan blijkt dat een aanvullende financiële impuls vanuit de gemeente nodig is om inwoners met een laag inkomen en een koopwoning te helpen om een structurele oplossing te vinden voor energiearmoede door te isoleren. Zo'n impuls is de instelling van het Katwijks Isolatiefonds (KIF), een subsidieregeling om inwoners met een koopwoning en een laag of middeninkomen te ondersteunen bij het aanbrengen van isolatie. Het subsidieplafond van deze regeling en de inschatting van het beroep op de ambtelijke capaciteit om aanvragen af te kunnen handelen zal nader worden onderbouwd in een raadsvoorstel dat medio 2023 ter besluitvorming aan de raad zal worden aangeboden. Aanvullende rijksbijdrage uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid Eind vorig jaar is de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) vastgesteld. De gemeente kan op grond van deze regeling een uitkering aanvragen voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid. Dit kan dit jaar worden aangevraagd voor de jaren 2023, 2024 en 2025. De regeling zal naar verwachting doorlopen tot 2029. In de periode 2023-2025 zal de gemeente jaarlijks tenminste € 1.050.000 voor de uitvoeringskosten van de energietransitie ontvangen. 90% hiervan is bedoeld voor personele inzet en 10% voor de kosten van externe onderzoeken.
In de begroting 2023 is rekening gehouden met een structurele rijksbijdrage van € 403.000. Katwijk ontvangt dus € 647.000 meer voor de uitvoeringskosten van de E-transitie. De inzet van de subsidie dient achteraf te worden verantwoord (Sisa). Openbaar groen In 2023 wordt ten aanzien van het groen een totaal inventarisatie gedaan om de kwaliteit in beeld te hebben en de daarbij behorende exploitatiekosten. Dit wordt vertaald naar beheerplannen voor het gehele groen. Het gaat een actueel beeld geven om eventueel in scenario’s te kijken wat financieel nodig is om het groen te beheren volgens de normen van het CROW. In de eerste helft van 2024 zal dit ook met de raad worden gedeeld om eventueel op basis van scenario’s een goede keuze te maken voor het beheer en onderhoud van het groen. Tevens kan dat dan dienen voor de aanbesteding van het groenonderhoud. Momenteel wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om vanaf maart 2024 het onderhoudsniveau voor het schoon en onkruidvrij houden van de verharding in de openbare ruimte terug te brengen van ‘’basis’’ naar ‘’hoog’’. In 2021 is tijdelijk afgeweken van het kwaliteitsniveau hoog omdat de financiële middelen niet toereikend waren. In 2022 zijn daarom eenmalig extra werkzaamheden uitgevoerd.
De gemeenteraad zal op korte termijn worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek en de mogelijke financiële gevolgen voor 2024 en verder. Anders inzamelen De gemeenteraad heeft in 2022 ingestemd met het uitvoeren van het implementatieplan voor Anders Inzamelen. Sindsdien zijn grote stappen gezet in de uitvoering zoals de uitgifte van containers, het realiseren van ondergrondse aanbiedlocaties en het apart ophalen van PMD. Deze periode heeft ook laten zien dat er naast vooruitgang ook knelpunten zijn ontstaan. Er is veel tijd en capaciteit besteed aan het maatwerk per wijk waarvoor is gekozen. Daarnaast is er meer dan verwacht tijd nodig geweest voor de communicatie en afstemming met inwoners over hun situatie en wensen. Zoals in de raadsinformatiebrief van 19 mei jl. met de gemeenteraad is gedeeld is er een grote noodzaak om diftar in één keer goed in te voeren. De invoering van diftar is daarom uitgesteld tot 1 januari 2025. Door de uitstel van invoering van diftar blijft de huidige berekeningswijze van de afvalstoffenheffing voor 2024 gehandhaafd. Overige financiële gevolgen van uitstel zijn moeilijk in te schatten, aangezien deze in hoge mate afhankelijk van de hoeveelheid restafval en de kwaliteit van de gescheiden materiaalstromen die worden aangeboden. 7
Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt eindelijk de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet betekent veel voor de gemeentelijke organisatie. Het instrumentarium van de ruimtelijke ordening (visies, plannen, programma’s en vergunningen) krijgen een andere karakter en werkwijze. Op 1 januari 2024 moeten gemeenten aan een minimale vereisten kunnen voldoen. Daarna zal de uiteindelijke transitie naar de nieuwe instrumenten (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Verplichte en vrijwillige programma’s en het stelsel van Omgevingsvergunningen) nog geruime tijd in beslag nemen. Hiervoor is in 2021 voor Katwijk een transitieplan opgesteld. Na uitvoerige discussie met de koepels stelt het rijk voor de invoeringsactiviteiten van 2022 tot en met 2025 middelen beschikbaar. In de Kaderbrief 2023 is hierop al eerder ingegaan. De middelen zijn bedoeld voor de noodzakelijke extra activiteiten in de eerstkomende jaren in de planketen en serviceketen. De rijksmiddelen komen via de jaarlijkse circulaires beschikbaar. Op basis van de eerste uitkering in 2022 en de reeds gedane toezeggingen voor 2023 en verder gaat het in totaal om een bedrag van totaal circa € 1.175.000 dat in een periode van vier jaar beschikbaar komt. Ook beraadt het rijk zich nog op enige compensatie vanwege het laatste uitstel.
Samen met de incidentele en structurele bedragen die al eerder in de begroting voor de Omgevingswet waren opgenomen, gaan we er vooralsnog vanuit dat de beschikbare middelen nu voldoende zijn voor de noodzakelijk te maken invoerings- en transitiekosten tot en met 2026. Voor een beter zicht op de periode na 2026 is het nog even afwachten. Bij de laatste besprekingen over de wet in de Eerste Kamer is de Minister per motie gevraagd om beter inzicht te geven het integrale structurele financiële beeld voor gemeenten. Dit bijgestelde beeld wordt rond de zomer 2023 verwacht.
1.1.4
Ontwikkelingen Dienstverlening
Ontwikkelingen organisatie Katwijk groeit door en krijgt door transities, technologische veranderingen en maatschappelijke ontwikkelingen met complexere vraagstukken te maken. Samenwerking hierop is noodzakelijk en we zullen vaker strategische posities in moeten gaan nemen in deze samenwerkingen. Dit vraagt een open blik en uitgestoken hand naar samenwerkingspartners. Hier wordt ook binnen de organisatie op ingezet, met nieuwe rollen in de regio en ontwikkeling van medewerkers om hierin te kunnen participeren. Ook richting onze eigen inwoners vragen deze ontwikkelingen om een andere rol van de gemeente. We groeien toe naar een faciliterende en ondersteunende rol binnen de samenleving. Vandaar dat er stevig wordt ingezet op de herziening van ons participatiebeleid. Dit nieuwe participatiebeleid wordt na de zomer bestuurlijk behandeld en bij de begroting worden de middelen aangevraagd. Het herziene participatiebeleid heeft aandacht voor ambtelijke intensievering op het gebied van het inrichten en ondersteunen van participatieprocessen en innovatieve vormen van samenwerken. Ook vraagt de andere rol van de gemeente dat we scherper focussen op de behoefte binnen de samenleving. In de gemeentelijke missie en visie en de visie Dienstverlening is dit nader uitgewerkt, wat dit betekent voor de samenleving en onze gemeentelijke organisatie.
Als het gaat om vervulling van vacatures zien wij dat het steeds moeilijker is om ervaren medewerkers te werven. Dit kan van invloed zijn op de mate waarin we onze ambities kunnen realiseren. Uit onderzoek onder de medewerkers blijkt dat ontwikkelkansen voor hen een belangrijke drijfveer is en is daarmee een belangrijk instrument om medewerkers te binden en te boeien aan de gemeente Katwijk en uitstroom te voorkomen. In een krappe arbeidsmarkt is het ook van belang te blijven investeren in opleiding en ontwikkeling. Door bovenstaande ontwikkelingen en een krappere arbeidsmarkt is het nodig om in te zetten op slimme werkvormen, flexibiliteit van middelen (huisvesting, meubilair en automatisering) en menskracht en vooral ook om persoonlijke ontwikkeling van onze medewerkers.
8
1.2
Investeringsagenda
Op 2 februari jl. is een technische sessie over de investeringsagenda gehouden, waarin geconcludeerd was dat uw raad voldoende was geïnformeerd en dat op 20 april jl. een oordeelsvormende sessie kon worden gehouden. Hiervoor heeft u een geactualiseerde investeringsagenda ontvangen en is bij aanvang een presentatie hierover gegeven. Uit het debat van deze sessie is gebleken dat keuzes maken lastig is. Het college zal voorstellen doen om keuzes te maken in de investeringsagenda. Keuzes zijn noodzakelijk vanuit realisatie oogpunt (capaciteit), maar ook vanuit financieel oogpunt. Dit blijkt uit de voorjaarsbestuursrapportage 2023 en deze kadernota 2024. Het college gaat met de organisatie aan de slag om voorstellen te doen om zo een realistischer volume per jaar in de investeringsagenda te plannen. Dit traject loopt tot de zomer en wordt verwerkt in de begroting 2024. Het voorstel is om eind augustus deze uitkomsten met uw raad te bespreken.
9
2. Financiële ontwikkelingen Er is al veel geschreven over ‘het ravijnjaar in 2026’; het jaar waarin gemeenten minder van het Rijk krijgen en voor grote uitdagingen staan. Door alle ontwikkelingen, zoals de gevolgen voor onze indexeringen door de ongekende inflatie en de stijgende kosten, zien we dat het beeld al eerder verslechtert als we geen keuzes maken. Na verwerking van begrotingsuitgangspunten, de loon- en prijscompensatie van de gemeenschappelijke regelingen en budgetmutaties alsook een aantal keuzes, die we u nu al voorleggen, geeft het meerjarig begrotingssaldo een verslechterd beeld te zien van een tekort van € 2.372.000 in 2024 dat oploopt tot € 7.253.000 in 2026. Het voor de begroting 2024 nieuw te openen jaar 2027 geeft een verdere nadelige ontwikkeling te zien tot een tekort van € 11.362.000. Dit negatieve beeld zien we breder terug in de regio. Nadrukkelijk wordt gesteld dat er nog belangrijke ontwikkelingen in dit beeld verwerkt zullen worden in aanloop naar de op te stellen programmabegroting 2024. De meicirculaire van het Rijk is belangrijk in dit verband te noemen. Hierin zal duidelijk worden welke extra budgettaire ruimte de hervorming van de jeugdagenda verder met zich meebrengt (de structurele bijdrage van € 1 miljard) en de uiteindelijke bijstelling van de loon- en prijscompensatie voor 2024.
Met het laatste hebben wij al rekening gehouden voor € 1,0 miljoen. Bij de informatieve sessie over de Kadernota kan naar verwachting een eerste uitwerking van de meicirculaire getoond worden. Eerste signalen uit de Voorjaarsnota van het Rijk laten echter al zien dat we minder dan verwacht aan looncompensatie over 2022 krijgen, wat structurele doorwerking heeft. Gezien het structurele karakter van het negatieve meerjarenbeeld zien wij ons genoodzaakt in eerste instantie te streven naar het aanbieden van een (voor de toezichthouder) structureel reëel sluitend begrotingsjaar 2024. In de aanloop naar de kadernota en begroting voor 2025 wordt gewerkt aan de benodigde structurele verbetering van de gemeentelijke huishouding. Daarbij zal niet kunnen worden volstaan met incidentele noodgrepen. Voor nu betekent dit dat gewerkt wordt aan het verbeteren van de initiële uitkomst van de kadernota op basis van het bestaand beleid en de noodzakelijke budgetmutaties. De huidige beleidsuitgangspunten en –voornemens zijn heroverwogen en budgetten zijn kritisch bezien. De (financiële) uitkomsten daarvan worden in dit hoofdstuk met u gedeeld en ter besluitvorming aan u voorgelegd om deze als zodanig te betrekken in de opstelling van de begroting voor 2024.
bedragen * € 1.000
- = nadeel, + = voordeel
Ontwikkeling begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
Begrotingssaldo na Voorjaarsberap Begrotingsuitgangspunten (indexeringen)
-267 -6.298
-341 -6.092
-810 -5.965
-5.627 -5.859
-938
-656
-367
-141
-1.749
-2.305
-2.306
-2.481
pm
pm
pm
pm
-9.251
-9.394
-9.449
-14.109
Financieel kader en financieel beleid
4.853
8.554
1.810
2.511
Herbezien budgetten
2.026
386
386
236
Totaal maatregelen/suggesties
6.879
8.940
2.196
2.747
Geactualiseerd saldo Kadernota
-2.372
-454
-7.253
-11.362
453
596
596
596
Bijdrage aan GR-en boven regionale indexatie-norm Budgetmutaties Meicirculaire gemeentefonds Tussenstand Maatregelen/suggesties
Let op! Dit saldo is inclusief nog te realiseren bezuinigingen van
10
Zonder verdere maatregelen verloopt het begrotingssaldo van € 9,3 miljoen nadelig in 2024 naar € 14,1 miljoen nadelig in 2027. De meicirculaire zal deze cijfers nog beïnvloeden, naast andere ontwikkelingen in de jaren erna. Zoals eerder geschetst worden maatregelen voorgesteld om in ieder geval het tekort in 2024 te beperken. Dit heeft voor 2024 geresulteerd in een bijgesteld nadelig begrotingssaldo van € 2,4 miljoen. De toelichting op de maatregelen is opgenomen in paragraaf 2.4.
2.1
Begrotingsuitgangspunten 2024
Jaarlijks wordt in de kadernota vastgelegd op welke wijze loon- en prijsontwikkelingen in de meerjarenbegroting worden verwerkt. Het is de bestendige gedragslijn dat hiervoor de in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau opgenomen verwachtingen worden overgenomen. Ingegeven door de in 2022 ingezette trendbreuk in de ontwikkeling van de prijzen is in de Kaderbrief voor 2023 begonnen met het in de uitgangspunten verwerken van een correctie voor de werkelijk in de voorafgaande jaren opgetreden prijs- en loonontwikkeling. Met het afsluiten van de huidige CAO voor gemeenten ligt de loonontwikkeling tot eind 2023 vast. De prijsontwikkelingen voor 2022 en 2023 geven aan dat onze huidige raming voor de prijscompensatie eigenlijk 6,4% te laag is en dat de CEP-raming voor 2024 hiermee verhoogd moet worden. Loon-& prijscompensatie '24 lonen CEP mrt '23 Poc Beloning Medew
index 2024 4,70%
correctie vd 0,00%
bijgesteld '24 4,70%
3,20%
6,40%
9,60%
prijzen CEP mrt '23 hicp
Toepassing van de bestaande beleidsuitgangspunten geeft de volgende consequenties voor de opstelling van de begroting 2024: bedragen * € 1.000
Begrotingsuitgangspunten 2024
1 2 3 4
5
6 7 8
- = nadeel, + = voordeel
Begroting 2024-2027
2024 in %
2024
2025
2026
2027
Lasten Loonontwikkelingen Prijsontwikkeling algemeen (inflatie) Prijsontwikkeling Hulp bij huishoudens (OVA index) Regionaal afgesproken prijsstijging gemeenschappelijke regelingen
4,70 9,60 5,29 7,44
-2.406 -3.820 -231 -2.056
-2.406 -3.820 -231 -2.020
-2.406 -3.820 -231 -2.020
-2.406 -3.820 -231 -2.020
Loon- & prijscompensatie subsidies
7,64
-739
-735
-727
-727
Baten Belastingen - OZB - Hondenbelasting - Toeristenbelasting - Marktgelden - Havengelden - Grafrechten Huren en pachten Precariobelasting Algemene uitkering, verwachte loon- en prijscompensatie (o.v.v. meicirculaire)
7,25 7,25 13,9 7,25 7,25 7,25 7,25 7,25
1.366 35 78 14 5 26 370 7 1.052
1.509 35 78 14 5 27 373 7 1.072
1.605 35 78 14 5 27 373 7 1.095
1.696 35 78 14 5 27 373 7 1.109
-6.298
-6.092
-5.965
-5.859
Totaal budgettair effect begrotingsuitgangspunten Overig 11
bedragen * € 1.000
Begrotingsuitgangspunten 2024 9
10
11 12 13
2024 in %
Investeringsagenda (verhoging van investeringsbedragen met als gevolg hogere afschrijvingslasten bij de doorrekening in de begroting) Omslagrente Indexering weg- en waterbouwinvesteringen Indexering Integraal Huisvestingsplan (IHP) Indexering overige investeringen
- = nadeel, + = voordeel
Begroting 2024-2027 2024
2025
2026
2027
1,20 4,00 7,00 4,00
Meerjaren Programma Grondexploitaties Percentage opbrengststijging woningbouw Percentage opbrengststijging bedrijfsterreinen Percentage kostenstijging Rente Prijsindex verhoging afvalstoffenheffing Prijsindex rioolheffing Onvoorzien € 1,= per inwoner
2,00 1,00 3,00 1,50 10,25 6,4
1. Loonontwikkeling Het budget loonkosten 2023 (incl. bestuur en boventallig) bedraagt in de vigerende meerjarenbegroting € 51,2 mln. Hierin is de 8% stijging uit hoofde van het CAO-akkoord verwerkt. Het Centraal Planbureau geeft in de CEP-raming van maart 2023 aan dat voor 2024 een gemiddelde CAO loonstijging wordt verwacht van 4,7%. Dit komt overeen met € 2.406.000. 2. Prijsontwikkeling De omvang van de totale materiële uitgaven, exclusief de gesloten exploitaties zoals afval, riolering en grondexploitaties, bedraagt voor 2024 € 39,8 mln. De verwachte materiële prijsstijging in de vorm van de geharmoniseerde consumenten prijsindex bedraagt volgens het CPB voor 2024 3,2%. Over de voorgaande jaren dient deze waarde met een aanvullende 6,4% verhoogd te worden om op een waardevaste compensatie van 9,6% uit te komen en de stijging € 3.820.000 bedraagt. Het onderdeel Hulp bij huishouden wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA index). Het budget voor Hulp bij huishouden is in de begroting 2023 ca. € 4,3 mln. De OVA index wordt voor 2024 ingezet op 5,29% (€ 231.000). 3. Toegestane prijsstijging GR-en Voor de gemeenschappelijke regelingen worden door de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) jaarlijks de toegestane indexeringspercentages voor lonen en prijzen vastgesteld.
Deze percentages zijn voor 2024 6,4% voor loonkosten en 9,0% voor materiële kosten. Het resp. 60% & 40% gewogen indexcijfer is 7,4%. Het totale bedrag voor gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen (incl. jeugdhulp) in de jaarschijf 2024 van de huidige begroting is € 27,8 mln., dat betekent dat er in totaal rekening wordt gehouden met een stijging van € 2.056.000 maximaal. 4. Indexatie van subsidies Met ingang van 2023 wordt over subsidies voor gesubsidieerde instellingen loon- en prijscompensatie berekend. Reden hiervoor is dat de betrokken partijen interen op het eigen vermogen en anderzijds de flink toegenomen inflatie en toegenomen energielasten. Daarom wordt een gewogen index gehanteerd die voor 40% uit de loonindexatie en voor 60% uit de inflatie bestaat. Uitgaande van de hier voor vermelde (d.w.z. inclusief de correcties over 2022 en 2023) cijfers van respectievelijk 4,7 en 9,6% komen wij tot een gewogen indexcijfer van 7,64% geldend voor gesubsidieerde instellingen. Uitgaande van een subsidietotaal van ca. € 9,7 mln. vraagt de indexeringsmethodiek een (licht afnemend) structureel budget van € 739.000. 12
5. Belastingen De tarieven van belastingen en rechten worden geïndexeerd het gemiddelde van de verwachte loonstijging, de indexering van bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen en de materiële kostenstijging. Uitgaande van hiervoor vermelde indexen volgt hier een gemiddelde index uit van 7,25%. Eens in 3 jaar worden de tarieven voor de toeristenbelasting geïndexeerd met de over die afgelopen periode ‘gemiste’ tariefstijgingen. Dat betekent dat de tarieven voor 2024 met 13,9% verhoogd worden waarvan een € 29.000 hogere opbrengst wordt verwacht. 6. Huren en pachten Voor inkomsten uit werken voor derden, huren gebouwen, gronden en pachten wordt het indexeringspercentage voor belastingen en rechten toegepast, tenzij specifieke contractuele afspraken iets anders voorschrijven. Deze inkomstenposten zijn in de begroting geraamd op € 5,1 mln. en worden geïndexeerd met 7,25%. 7. Precariobelasting Katwijk ontvangt ca. € 95.000 aan precariobelasting voor terrassen en standplaatsen. Het tarief voor terrassen c.a. wordt met 7,25% verhoogd. 8. Uitkeringen uit het Gemeentefonds Gemeente Katwijk ontvangt middelen van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze deze ‘algemene middelen’ aan besteden.
De Rijksoverheid informeert de gemeenten via circulaires in mei, september en in voorkomende gevallen ook in maart en/of december over de verwachte omvang en de verdeling van het gemeentefonds. De berekening van het meerjarenperspectief van de algemene uitkering in de begroting 2024 wordt gebaseerd op de meicirculaire 2023. In de Voorjaarsbestuursrapportage zijn de in de meicirculaire te verwachten prijscompensatie over 2022 en de loon- en prijscompensatie 2023 al voor in totaal € 0,8 mln. verwerkt. In afwachting van de meicirculaire wordt in deze kaderbrief de daarmee resterend over 2024 te verwachten loon- en prijscompensatie van ruim € 1,0 mln. verwerkt. Deze bijstelling werkt structureel door in de ramingen. 9. Investeringsagenda Omslagrente De rente op de geldmarkt wordt geraamd op 3,25% en voor de kapitaalmarkt op 3,00% in 2024. De omslagrente blijft gehandhaafd op 1,2%. Indexering weg- en waterbouwinvesteringen Afgelopen tijd zijn de prijzen voor civiele werken aanmerkelijk gestegen maar intussen heeft zich een afvlakking ingezet. Op basis van de prognoses van Metafoor (een van de drie instellingen waar wij ons doorgaans op baseren) wordt voor de indexering van grond,- weg- en waterbouw voor 2024 een index van 4% voorgesteld. De raming voor bouwkundige investeringen is met 7% aanmerkelijk hoger.
Bij de totstandkoming van het jaarprogramma van het Integraal Huisvestingsprogramma voor het primair onderwijs wordt eveneens geïndexeerd op basis van het BDB-indexcijfer voor schoolgebouwen (nieuwbouw) en marktwerking op basis van de werkelijk gerealiseerde BDB index. Aanhakend bij bovengenoemde overwegingen worden de in het kader van het IHP voorgenomen investeringen worden derhalve geïndexeerd met eveneens 7,0%. Indexering overige investeringen Dit percentage wordt gelijk gesteld aan de prijsontwikkeling voor de weg- en waterbouwinvesteringen: 4,0%. 10. 'Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG) De prognoses van de resultaten van grondexploitaties worden deels bepaald door de parameters voor kosten- en opbrengstenstijging die in de berekeningen worden gehanteerd. Deze parameters worden gebaseerd op marktanalyses om te zorgen voor gefundeerde keuzes en betrouwbare winstverwachtingen. Het zijn onzekere tijden waarin de prijzen sterk fluctueren. In grondexploitaties is sprake van een divers 13
palet aan kostensoorten. Prijsstijgingen zullen op sommige elementen een grotere impact hebben dan op andere. Vooralsnog wordt uitgegaan van de percentages voor 2024 zoals die in bovenstaande tabel zijn opgenomen en ook in het MPG 2023 zijn gehanteerd. Bij het opstellen van het MPG 2024 zal met name voor de jaarschijf 2024 worden beoordeeld of dit percentage dan aanpassing behoeft. Deze parameters gelden overigens alleen als er contractueel geen andere waarden zijn afgesproken. In die gevallen worden de contractueel vastgelegde parameters toegepast. De rente is voor het MPG een rekenrente. Op grond van het BBV worden aan de grondexploitaties rentekosten toegerekend die gebaseerd zijn op een gewogen gemiddelde van de gemeentelijke leningenportefeuille. 11. Prijsindex afvalstoffenheffing Net zoals andere belastingtarieven en rechten in beginsel worden verhoogd met 7,25% wordt deze verhoging ook doorgevoerd voor de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Voor het huidige begrotingsjaar tot en met 2025 was het nodig om, gezien de toenemende kosten door stijging van de kapitaallasten en een hogere bijdrage aan het vuilafvoerbedrijf, de tarieven van de afvalstoffenheffing met 3% extra te verhogen. Als bij de opstelling van de begrotingen blijkt dat daarmee sprake is van een kostendekkende exploitatie kan een aanvullende, boven-trendmatige verhoging achterwege blijven.
In 2023 en 2024 zal de uitwerking van een nieuwe afvalinzamelmethodiek en diftar plaatsvinden. De uitkomsten hiervan worden met ingang van 2025 verwerkt in de gedifferentieerde tarieven. De opbrengst van de afvalstoffenheffing zal daarbij bij kostendekkende tarieven wijzigen. Daarnaast heeft het VuilAfvoerBedrijf (VAB) het voornemen om te investeren in een nieuw overslagstation in 2023 en 2024 van ongeveer € 12 miljoen, waardoor met ingang van 2024 waarschijnlijk een hogere bijdrage van Katwijk gevraagd zal worden en de afvalstoffenheffing extra moet worden verhoogd. Een en ander wordt verwerkt in de wijziging van de verordening afvalstoffenheffing 2024 die dit najaar aan de Raad wordt aangeboden. 12. Prijsindex rioolheffing De omvang van de uitgaven voor de rioleringen, de stand van de voorziening riolering en de gewenste 100% kostendekkendheid bepalen welke tarieven voor de rioolheffing zullen worden voorgesteld. Dit conform het raadsvoorstel inzake de doorrekening van het Integrale Water Keten Plan (IWKP). In de begroting voor 2023 werd deze stijging voor 2024 vooralsnog op 6,4% bepaald. De uiteindelijke wijziging van de tarieven wordt verwerkt in de verordening rioolheffing 2024 die in het najaar door de Raad zal worden vastgesteld. 13. Post onvoorzien Voor 2024 blijft de post ‘onvoorzien’ gehandhaafd op € 1 per inwoner.
14
2.2
Gemeenschappelijke regelingen
Voor diverse gemeenschappelijke regelingen zijn de nieuwe begrotingen in concept bekend. In navolgend overzicht is inzichtelijk gemaakt wat de in concept-begrotingen opgenomen verhogingen van de gemeentelijke bijdragen voor Katwijk zijn. De bedragen in de kolommen indexering geven de in regionaal verband overeengekomen toegestane stijging daarvan weer uit hoofde van de loon- en prijsindexatie. N.B. Men dient zich te realiseren dat over de ingediende concept-begrotingen van de verschillende GR-en nog geen definitief AB-besluit is gevallen. In een scenario waarbij de in de concept-begrotingen aangevraagde bijdragen vastgesteld zouden worden, is hier in het in deze kadernota gepresenteerde meerjarenperspectief rekening mee gehouden. bedragen * € 1.000
Verwachte mutaties GRbijdragen
2024
2025
- = nadeel, + = voordeel
2026
2027
Mutatie
Index.
Mutatie
Index.
Mutatie
Index.
Mutatie
Index.
GR VAB (gesloten systeem)
-724
724
-740
740
-738
738
-738
738
GR RDOG Hecht
-306
306
-306
306
-306
306
-306
306
GR KDB
-601
49
-317
49
-20
49
199
49
GR Holland Rijnland
-63
63
-63
63
-63
63
-63
63
GR BSGR
-104
76
-103
72
-111
72
-104
72
SOZ
-50
4
-50
4
-50
4
-50
4
GR ODWH
-136
47
-136
47
-136
47
-136
47
GR VRHM
-498
276
-498
276
-498
276
-498
276
Totaal (excl. gesloten systeem)
-1.758
820
-1.473
817
-1.184
817
-958
817
Aanvullend budget. beslag
-938
-656
-367
-141
De negatieve effecten op de begrotingssaldi geven aan dat de door de totaliteit van gemeenschappelijke regelingen ingediende begrotingen een grotere gemeentelijke bijdrage verlangen dan er volgens de in regioverband afgesproken loon- en prijscompensatie beschikbaar is. Zo is voor 2024 € 1,7 miljoen benodigd, waarvan € 0,8 miljoen gecompenseerd wordt voor indexering. Dit betekent voor 2024 een nadelig effect op het begrotingssaldo van € 938.000. Voor de oorzaken van de hogere GR-bijdragen wordt verwezen naar de raadsvoorstellen voor de begrotingen voor 2024 van de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Voorgesteld wordt de gevraagde gemeentelijke bijdragen conform de besluitvorming door het algemeen bestuur van de verschillende gemeenschappelijke regelingen in de begroting voor 2024 te verwerken.
15
2.3
Budgetmutaties
In deze paragraaf worden de budgetmutaties inzichtelijk gemaakt. Bij de uitvraag is vooralsnog uitgegaan van de budgettaire beperking die uitgaat van het ‘oud-voor-nieuw’principe maar daar kon slechts beperkt invulling aan worden gegeven vanwege wettelijke overwegingen, onvermijdelijke aanspraken of reeds genomen raadsbesluiten (moties c.a.). Om de aangedragen wensen, óók die waar een aanvullend budgettair beslag van uitgaat in de integrale (beleids)afweging te kunnen betrekken, zijn die posten opgenomen. Budgetmutaties kadernota 2024 (x € 1.000)
S/I
L/B
2024
Samenwerking Duin- en Bollenstreek
I
L
-25 n
Gezamenlijke inhuur tbv uitwerking topprioriteiten
I
L
-30 n
2025
2026
2027
-25 n
pm
pm
-30 n
pm
pm
Samenwerking
Fiscale ondersteuning tbv horizontaal toezicht en advisering Op 30 maart 2023 is een informatiebrief met de raad gedeeld inzake bevindingen winsttoetsen Vennootschapsbelasting en ontwikkelingen horizontaal toezicht. In deze brief is onder andere ingegaan op de benodigde externe fiscale ondersteuning. In de organisatie is te weinig capaciteit en expertise aanwezig, waardoor externe ondersteuning noodzakelijk is. Uw raad heeft voor 2023 via de Najaarbestuursrapportage 2022 een incidenteel budget van € 100.000 beschikbaar gesteld. Hierbij is aangegeven dat er nog inzichtelijk gemaakt moet worden welke structurele werkzaamheden voor horizontaal toezicht noodzakelijk zijn. Hiervan is een inschatting gemaakt net als van de benodigde fiscale advisering. Dit is geraamd op € 75.000 op jaarbasis. Dit betekent dat een aanbesteding onvermijdelijk is en in deze kadernota 2024 is het hiervoor verwacht benodigde bedrag opgenomen. S
L
-75 n
-75 n
-75 n
-75 n
Dierenambulance Motie Transport en opvang wilde dieren*
I L -17 n * Bezien wordt of dit structureel in de MAG opgenomen kan worden Evaluatie parkeerbeleid en parkeerverordening Op 15 november 2022 heeft het college de aanbevelingen uit de ‘Evaluatie parkeerbeleid & digitalisering parkeerketen’ overgenomen. Dat brengt de volgende financiële gevolgen met zich mee: Lasten voor het uitfaseren van muntgeld; S L 10 n 15 n 20 n 20 n Baten voortvloeiend uit de mogelijkheid voor aankoop extra bezoekersuren, het aanpassen van diverse tarieven en toepassing van inflatiecorrectie op parkeervergunningen.
S
B
-23 n
7 v
37 v
62 v
Opstellen visie lokale musea In het kader van de doorontwikkeling van de MAG 2024-2028 is de wens om tot een visie c.q. regeling te komen specifiek voor de lokale musea in de gemeente Katwijk die aansluit bij de opgaven van de Maatschappelijke Agenda. Deze regeling is nodig om beter te kunnen anticiperen op de actuele en toekomstbestendige ontwikkelingen op het gebied van de musea en om beter te kunnen aansluiten bij de meerjarenbeleidsplannen van de verschillende lokale musea. De regeling zal de mogelijkheid bieden om subsidie te verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan o.a. behoud van cultureel erfgoed, educatieve productontwikkeling, publieksactiviteiten en het versterken van recreatie en cultuurtoerisme. De exploitatielasten die aan de uitvoering van de regeling verbonden zullen zijn komen ten laste van de middelen voor de uitvoering van de MAG en/of zullen ten koste gaan van bestaand beleid (oud voor nieuw). Opstellen visie/regeling lokale musea Beschikking reserve sociaal domein
I I 16
L B
-25 n 25 v
Budgetmutaties kadernota 2024 (x € 1.000)
S/I
L/B
2024
2025
2026
2027
Oprichting Cultuurbedrijf De plannen om te komen tot de gezamenlijke huisvesting van de drie stakeholders in het nog te vormen Cultuurbedrijf zijn aanleiding om concrete stappen te maken in de vorming / oprichting van het Cultuurbedrijf. Voor de vorming / oprichting van het Cultuurbedrijf is € 25.000 nodig dat niet eerder is opgenomen in de begroting. Uiteindelijk zal de oprichting van het Cultuurbedrijf leiden tot de bezuinigingsopgaven die er liggen voor de bibliotheek Katwijk en de stichting muziekschool Katwijk. Om te komen tot de bezuinigingsopgaven voor de bibliotheek Katwijk en stichting muziekschool Katwijk ligt de noodzaak om te komen tot de oprichting van het Cultuurbedrijf. Binnen de bestaande begrotingen van de drie stakeholders is geen financiële ruimte om capaciteit in te huren om uitvoering te geven aan de opdracht om te komen tot de oprichting van het Cultuurbedrijf. Met het incidentele bedrag kan de opdracht verstrekt worden om de vorming / oprichting van het Cultuurbedrijf te begeleiden en vlot te trekken samen met de drie stakeholders; bibliotheek, stichting muziekschool Katwijk, Volksuniversiteit K&O Oprichting Cultuurbedrijf
I
L
-25 n
Beschikking reserve sociaal domein
I
B
25 v
Informatiepunt Digitale Overheid Molenwijk Er is een nieuwe regeling SPUK Bibliotheekvoorzieningen 2023 – 2024. Bibliotheek Katwijk wil graag gebruik maken van deze regeling voor het optuigen van een IDO ( Informatiepunt Digitale Overheid) in de Molenwijk. En het versterken van de bestaande bibliotheekvoorziening. Deze regeling bestaat uit 80% financiering Rijk en 20% cofinanciering gemeente. Op basis van de toekenningscriteria zal de Bibliotheek Katwijk hoogstwaarschijnlijk in aanmerking komen voor deze SPUK regeling. De nieuwe regeling SPUK Bibliotheekvoorzieningen 2023 – 2024 draagt bij en versterkt de 5 kerntaken voor Bibliotheken vanuit de Wet Stelsel Openbare Bibliotheken. Daarnaast is het belangrijk dat de samenleving toegang heeft tot (digitale) informatie. (Voorlopig periode 2023 en 2024 met kans op (structurele) verlenging, de aanvraag voor 2023 wordt opgenomen in de Najaarsbestuursrapportage). Informatiepunt digitale overheid Molenwijk I L -29 n Beschikking reserve sociaal domein Participatie Participatie-beleidsadviseur Jongerenparticipatie (jongerenraad en kinderburgemeester)
I
B
29 v
S
L
pm n
pm n
pm n
pm n
S
L
pm n
pm n
pm n
pm n
Nieuwe ontwikkelingen Sociaal Domein Binnen het sociaal domein zijn veel ontwikkelingen gaande. Een aantal van deze ontwikkelingen kunnen wij niet goed beïnvloeden. Denk aan vergrijzing, toenemende personeelstekorten, nieuwe wettelijke taken, die meer vragen en kosten dan vooraf voorzien, de toename van de zorgvraag en steeds complexere zorgvragen (zowel bij Jeugd als bij Wmo). Wat wij wel kunnen beïnvloeden is de manier waarop wij op deze ontwikkelingen inspelen. Deze uitdagingen willen we binnen het sociaal domein goed op kunnen vangen, bijvoorbeeld met: - Pilots om te kunnen bepalen welke acties daadwerkelijk tot de juiste resultaten gaan leiden. Omdat de ontwikkelingen dynamisch zijn weten we soms niet welke acties er nou daadwerkelijk tot de gewenste resultaten gaan leiden. Welzijn op Recept is bijvoorbeeld ook als pilot begonnen. - Integrale aanpak met meerdere zorgwetten
17
Budgetmutaties kadernota 2024 (x € 1.000)
S/I
L/B
2024
2025
2026
2027
Wij merken steeds vaker dat een aanpak met meerdere maatschappelijke organisaties een veel groter effect kan hebben dan alleen een gemeentelijke beleidskeuze. En ook de (kwetsbare) inwoners zijn gebaat bij 'ontschotting’ tussen de zorgwetten. Meestal begint een soortgelijke aanpak ook in de vorm van een pilot waarbij iedere partij een bijdrage levert. Ook hier willen wij graag op in kunnen stappen. Mogelijk komt er in 2024 een kans in de vorm van de Wet Domein overstijgend Samenwerken (DOS). Deze wet maakt het mogelijk dat Zorgkantoren, die nu uitsluitend geleverde zorg kunnen vergoeden, ook kunnen investeren in preventieve maatregelen. De gedachte hierachter vormt tevens de voorwaarde voor investering. De preventieve maatregelen moeten bijdragen aan het uitstellen of voorkomen van zwaardere zorg. - Interventies om langdurig werklozen aan het werk te krijgen. Specifiek ten behoeve van re-integratie wordt een beleidskader ontwikkelt dat moet helpen om meer mensen aan het werk en uit de bijstand te krijgen. Daarbij is het wenselijk om nieuwe interventies te ontwikkelen en uit te voeren. . Daarnaast zal naar verwachting de Hervormingsagenda Jeugd in de zomer van 2023 ondertekend worden. Hieruit zullen ongetwijfeld ook weer nieuwe initiatieven en acties uit voortvloeien om de jeugdhulp aan onze jongeren in de gemeente te kunnen verbeteren.
Het is wenselijk om de belangrijkste ontwikkelingen in het sociaal domein te vertalen naar prioriteiten, beleid en dienstverlening. Daarbij speelt ook financiële beheersbaarheid een rol. Om de ontwikkelingen in het sociaal domein te kunnen integreren in beleid en deze vervolgens uit te kunnen voeren, is het wenselijk om wat financiële ruimte te hebben om een pilot of experiment, en onderzoek en begeleiding zoals hierboven beschreven te kunnen organiseren. Daarvoor is geen ruimte in de huidige begroting. De reserve sociaal domein biedt deze ruimte wel. De wens is om 3 jaar lang € 150.000 per jaar te onttrekken uit de reserve sociaal domein, opdat met een of meerdere pilots flexibel kan worden ingespeeld op veranderingen binnen het sociaal domein. Wanneer het geld niet wordt benut, kan het via de jaarrekening terugvloeien in de reserve. innovatiebudget Wmo & Jeugd I L -100 n -100 n -100 n 0 innovatiebudget re-integratie
I
L
-50 n
-50 n
-50 n
0
beschikking reserve Sociaal Domein
I
B
150 v
150 v
150 v
0
Extra middelen Wmo Als gevolg van (dubbele) vergrijzing (steeds meer inwoners in hoge leeftijdscategorie en inwoners die steeds ouder worden), maar ook als gevolg van een complexere samenleving, neemt de vraag naar Wmo-voorzieningen zoals hulp bij het huishouden, begeleiding en vervoer toe. De uitgaven stijgen mee. Het betreffen open-einde voorzieningen. Beleidsmatig kunnen we lokaal deze kosten niet of nauwelijks beheersen, ondanks alle maatregelen die we treffen om dit te beperken. Daarnaast zullen als gevolg van de wettelijke verplichting kostendekkende tarieven te betalen voor Wmo-voorzieningen de kosten voor met name Hulp bij het huishouden waarschijnlijk nog verder stijgen. De omvang van deze stijging is vooralsnog niet inzichtelijk en zal in een later stadium gerapporteerd worden. Het extra benodigde budget is bedoeld voor enerzijds de autonome groei als gevolg van vergrijzing en anderzijds de indexatie van de kosten. We proberen deze stijgende kosten te beperken met de middelen die we hebben. Onze grootste inzet plegen wij op het gebied van preventie. Door het stimuleren van zelfredzaamheid en een goed aanbod van algemene voorzieningen. Daarnaast kijken de medewerkers in de toegang goed naar de mogelijkheden om het informele netwerk in te zetten. Ondanks deze inspanningen stijgt de vraag naar maatwerkvoorzieningen.
Deze moeten en willen wij ook inzetten om ervoor te zorgen dat mensen optimaal kunnen blijven participeren in de maatschappij. En zelfstandig kunnen blijven wonen. Maatwerkvoorzieningen WMO S L -1.404 n -1.654 n -1.854 n -2.054 n Kosten Hulp bij het huishouden S L pm n pm n pm n pm n
18
Budgetmutaties kadernota 2024 (x € 1.000)
S/I
L/B
2024
2025
2026
2027
Extra middelen Jeugd Binnen de jeugdhulp zien we dat de zorgvraag ook stijgt. De vraagstukken zijn complex, de wachtlijsten maken dat de problemen niet snel kunnen worden opgepakt met risico op zwaardere en duurdere zorg, en de afbouw van dure residentiele zorg verloopt trager dan verwacht. Beleidsmatig wordt lokaal en regionaal gedaan wat mogelijk is om de kosten te beheersen, maar we zien desondanks de uitgaven stijgen en onze inkomsten stijgen niet genoeg mee. Lokaal is extra geïnvesteerd in fte’s voor de wijkteams ten behoeve van de aanpak van wachtlijsten. Hiervoor is bij het vaststellen van de begroting 2023 geld beschikbaar gekomen. Het is op dit moment te vroeg om aan te kunnen geven wat het effect is van deze investering. Bij de begroting zal worden aangegeven of de extra inzet afdoende is of dat er mogelijk aanvullende inzet nodig is. Het regionale programma jeugd richt zich de komende jaren op de volgende 4 lijnen waarmee ook wordt ingezet op beheersing van kosten: 1. De beweging naar voren, meer inzet op preventie om curatieve inzet te voorkomen 2. Kwetsbaar eerst, d.w.z. degenen die de hulp het hardst nodig hebben krijgen die het eerst. 3. Monitoring 4. Financieel stelsel In al deze programmalijnen wordt gewerkt aan de inhoudelijke verbetering van het jeugdhulpstelsel.
Bijvoorbeeld door te experimenteren met het loslaten van budgetplafonds voor essentiële hulpvormen waar nu een tekort aan is, denk aan pleegzorg. De inhoudelijke verbetering van het stelsel kost geld, maar zal uiteindelijk ten goede komen aan onze inwoners. Dat dit ook daadwerkelijk gebeurt, wordt in de gaten gehouden via de programmalijn monitoring. We zullen op zowel Wmo als Jeugd de gevraagde zorg en ondersteuning moeten bieden om onze inwoners mee te kunnen laten doen in onze samenleving. Ondertussen zullen we in 2023 bepalen wat er lokaal en/of landelijk gedaan kan worden om deze zorg en ondersteuning, ook de komende jaren, te kunnen blijven bieden en betaalbaar te houden. Stelpost prijsstijging tbv Jeugd
S
Jeugdhulp Compensatie Jeugd ‘22 Aframing gemeentelijke taakstelling Jeugdzorg
L
493 v
1.155 v
1.155 v
1.155 v
S
L
-2.571 n
-3.054 n
-3.054 n
-3.054 n
I S
B L
578 V
599 v -578 n
Vrijval/inzet bestaande PGB-budget
S
B
1.500 v
1.500 v
1.500 v
1.500 v
Verruiming minimaregelingen 130% -Jeugdfonds Sport & Cultuur en St. Leergeld '24 & '25
S
L
-80 n
-80 n
PM
PM
S S
L B
-11 n 11 v
-11 n 11 v
-11 n 11 v
-11 n 11 v
Vuilverwerking Hogere bijdrage aan het VAB ivm aankoop woning Afvalstoffenheffing
Sanering geluidsoverlast: actualisatie actieplan geluid/geluidsbelastingkaart Het actieplan moet uiterlijk 18 juli 2024 zijn vastgesteld (in plaats van 2023). Ook de uitvoering van het actieplan geluid is op een aantal punten veranderd ten opzichte van vijf jaar geleden. Deze hebben betrekking op het bepalen van de gezondheidseffecten en het aanleveren aan de Centrale voorziening geluidgegevens. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er ook veranderingen bij de participatie en de bekendmaking. De budgetaanvraag betreft ondersteuning bij specialistische werkzaamheden. Actualisatie miv Q1 '24 I L -20 n
19
Budgetmutaties kadernota 2024 (x € 1.000) Volkshuisvesting De versterking van de regie van het Rijk op de volkshuisvesting leidt tot beleidsintensivering en implementatie van wet- en regelgeving (lokale toewijzing, prijsregulering middenhuur, goed verhuurderschap). Voor onderzoek ter onderbouwing van de besluitvorming is het nodig het budget Wonen van € 15.000 te verhogen. Voor de implementatie en uitvoering van het Actieplan Wonen, zorg en welzijn is voor een periode van 2 jaar extra capaciteit gewenst in de vorm van een procesregisseur (0,5 fte) met een aanjaagfunctie voor de vastgestelde maatregelen. Na 2 jaar kan de functie in de bestaande organisatie en werkprocessen worden opgevangen. Totaal budgetaanvragen
20
S/I
L/B
2024
2025
2026
2027
S
L
-35 n
-35 n
-35 n
-35 n
I
L
-50 n
-50 n
0
0
-1.749 n
-2.305 n
-2.306 n
-2.481 n
2.4
Maatregelen
In de inleiding van hoofdstuk 2 is aangegeven dat het begrotingssaldo structureel en in meerjarenperspectief op orde moet worden gebracht. Zolang nog niet bekend is waar we uit hoofde van de meicirculaire van het gemeentefonds rekening mee kunnen houden zullen structurele oplossingen aangedragen moeten worden. Die vragen tijd en een gedegen onderbouwing omdat daarvoor realistische keuzes gemaakt zullen gaan worden die naar alle waarschijnlijkheid onze dienstverlening en/of het voorzieningenniveau beïnvloeden. Gelet op de verplichting de gemeentelijke begroting uiterlijk 15 november aan de toezichthouder te overleggen hebben we die tijd niet. Om aan de vereisten voor repressief toezicht te voldoen zullen we ons moeten richten op het in elk geval kunnen aanbieden van een sluitend begrotingsjaar 2024. Hieronder wordt uitgewerkt welke maatregelen getroffen zijn om te komen tot een sluitende begroting voor 2024
2.4.1
Maatregelen financieel beleid en financieel kader bedragen * € 1.000
- = nadeel, + = voordeel
Maatregelen financieel beleid en financieel kader
2024
2025
2026
2027
1. Hanteren loon- en prijsindexen algemene uitkering
1.267
1.242
1.223
1.208
537
0
0
0
3.049
7.312
0
0
• Vermindering besparing op beheerlasten
0
p.m.
122
401
• Voorziening groot onderhoud • Bestemmingsreserve toekomstige vervanging investeringen Subtotaal financieel kader en beleid
0
0
350
586
0
0
115
316
4.853
8.554
1.810
2.511
2. Niet toevoegen restant indexering GR-en aan stelpost prijsstijgingen 3.Stoppen met Sparen voor de toekomst: • Algemene reserve