E.54d Definitief Ontwerp Energievisie Zeeland april 2025
Tekst van het document
Energievisie Zeeland Definitief Ontwerp April 2025
Colofon
Titel: Energievisie Zeeland Datum: 2 April 2025 Deze Energievisie is opgesteld in samenwerking met: Groen Licht Management Consultants B.V. – www.groenlicht.nl Generation.Energy B.V. – www.generation.energy Fotografie en illustraties: Beeldbank Provincie Zeeland Contact: Voor vragen of opmerkingen over deze Energievisie kunt u contact opnemen via: provincie@zeeland.nl
2
focus aan, sturen op wenselijke ontwikkelrichtingen, en maken keuzen over de toekomst van het energiesysteem.
Managementsamenvatting Waarom een Energievisie?
Aan de hand van deze keuzes kunnen overheden, netbeheerders en eindgebruikers gerichter plannen maken en investeringen doen. Dit alles met het doel om de ruimtelijk-economische ontwikkelingen in Zeeland goed mogelijk te faciliteren. En de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs te behalen.
Zeeland heeft stevige ambities op het gebied van wonen, water, een duurzame en innovatieve economie en klimaatbestendigheid. Daarmee komen verschillende opgaven samen: de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en de verduurzaming van industrie, mobiliteit, landbouw en gebouwde omgeving. Al deze opgaven hebben impact op het energiesysteem, en ze komen samen in de fysieke leefomgeving waar ook andere belangen spelen zoals natuur- en milieuwaarden.
Scope van de Energievisie In de Energievisie worden keuzes gemaakt over de inzet van energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas). Geredeneerd vanuit het energiesysteem geeft de Energievisie inzicht in ontwikkelpaden voor de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijventerreinen en landbouw. Zowel energie-infrastructuur, -opslag als -conversie zijn onderdeel van de Energievisie.
Daarnaast verandert onze manier van opwekken, verbruiken en transporteren van energie. Gas- en kolengebruik neemt af. Opwek uit wind, zon en andere fossielvrije bronnen neemt juist toe. Het energiesysteem gaat van een centraal systeem met vooral ondergrondse bronnen, richting een systeem met steeds meer decentrale initiatieven en bovengrondse bronnen. Hierbij is op kleinere schaal balans tussen vraag en aanbod nodig en ontstaat meer behoefte aan flexibiliteit in het systeem.
Wat is de Energievisie? De Zeeuwse Energievisie bevat een toekomstvisie op het energiesysteem voor de (middel)lange termijn: 2030-2050. De Energievisie schetst de samenhang tussen het toekomstige energiesysteem, sectorale ontwikkelingen en de fysieke leefomgeving. De Energievisie is een instrument waarmee de Provincie samen met gemeenten, netbeheerders en diverse andere belangrijke stakeholders richting geeft aan het Zeeuwse energiesysteem van de toekomst. In de Energievisie geven we een visie op hoe het toekomstige Zeeuwse energiesysteem eruit komt te zien en hoe we daar komen. We brengen
Figuur 1 Sectoren, dragers en flexibiliteit in energiesysteem (Bron: Werkgroep integraal programmeren)
3
Gedeputeerde Staten (GS) ter vaststelling aangeboden aan Provinciale Staten (PS).
Op basis van de hoofdsysteemkeuzes agendeert de Energievisie in bijlage A specifiekere beleidskeuzes voor de sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijventerreinen en landbouw. Deze agenderende beleidskeuzes vanuit het energiesysteem worden ingebracht als keuzes op andere tafels. In bijlage B worden de verschillende keuzes vertaald naar typen gebieden om inzicht te krijgen in de samenhang tussen verschillende keuzes in een gebied.
Opbouw In de Energievisie zijn verschillende soorten keuzes opgenomen. De Zeeuwse Vuistregels geven richting aan de ontwikkeling van het Zeeuwse energiesysteem. Deze principes vormen de basis voor de andere keuzes die we maken in de Energievisie (zie ook figuur 2). De Energievisie bevat hoofdsysteemkeuzes over de energiedragers elektriciteit, warmte en duurzame gassen. Het hoofddocument sluit af met de randvoorwaarden voor realisatie van de Energievisie en een actieagenda.
Samenhang met andere trajecten De provinciale Energievisie sluit aan op nationale kaders vanuit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Voor de grootschalige Zeeuwse industrie wordt uitgegaan van de Cluster Energie Strategie (CES 3.0), waarin het CO2-reductiepad en essentiële projecten voor de energietransitie zijn opgenomen. Deze projecten, die ook van belang zijn voor Zeeland, staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Ruimtelijke afwegingen van de Energievisie en de CES worden geïntegreerd in het NOVEX North Sea Port District en het Ruimtelijk Arrangement Zeeland. In deze processen vindt integrale weging over de ruimtelijke implicaties plaats. Doelstellingen uit de Regionale Energiestrategie (RES) zijn een uitgangspunt: projecten tot 2030 worden gerealiseerd, terwijl keuzes voor opwek na 2030 in een volgende actualisatie van de RES worden gemaakt.
Het proces De Energievisie is opgesteld door de Provincie Zeeland in samenwerking met gemeenten, netbeheerders en andere belangrijke stakeholders. Deze partijen zijn betrokken in expertsessies en brede ambtelijke werkbijeenkomsten. Ook is er ambtelijke afstemming geweest over deze concept Energievisie. De concept Energievisie wordt via de Zeeuwse Energieraad ter consultatie aangeboden aan gemeenten. Daarna wordt het document via het college van
Figuur 2 Opbouw energievisie en doorvertaling naar beleid
4
Elektriciteit (vervolg) 2. Bij opstellen van provinciaal beleid voor batterijopslag rekening houden met uitgangspunten vanuit het energiesysteem: batterijen plaatsen nabij hoogspanningsstations, grote zonneen/of windparken, niet onder hoogspanningstracé ’s en niet op de locatie van een toekomstig station. 3. Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve gebruikers. Invoering van energietoets om hierop te sturen. 4. Zorg ervoor dat extra opwek na 2030 in lijn is met de Zeeuwse vuistregels met aandacht voor systeemintegratie. 5. Inzetten op interconnectie met Vlaanderen.
Zeeuwse Vuistregels voor het energiesysteem Voorafgaand aan de Energievisie zijn in de ‘Contouren van de Energievisie’ Zeeuwse vuistregels vastgelegd. De Zeeuwse vuistregels zijn tot stand gekomen in samenwerking met netbeheerders, gemeenten en Provincie. Zeeuwse Vuistregels Vraag, aanbod en flex bij elkaar Schaarse energiebronnen slim benutten Zuinig omgaan met ruimte, natuur, landschap en de (Zeeuwse) leefomgeving Onderzoeken en benutten van koppelkansen, systeemintegratie en -innovatie Inzetten op energie besparen Interbestuurlijke en (inter)nationale samenwerking Communicatie en participatie
Warmte 6. Inzet op onderlinge uitwisseling en hergebruik van hoogwaardige restwarmte in de industrie en op bedrijventerreinen. 7. Eerst onderzoeken collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele all-electric oplossingen voor wijken in de gebouwde omgeving. 8. Hanteren van uitgangspunten voor warmtenetten: bronnendiversificatie, duurzame warmtebronnen, maatschappelijke kosten/baten verhouding, verbetering draagvlak, buurtaanpak en isolatie. 9. Ruimte reserveren voor warmteopslag bij toekomstige warmtenetten.
Hoofdsysteemkeuzes Het energiesysteem van de toekomst vraagt om keuzes. Er is een aantal hoofdsysteemkeuzes te maken, op het vlak van elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas. De keuzes zijn opgesteld volgens de Zeeuwse vuistregels.
Waterstof & Groen Gas 10. Inzet op aftakkingen op Waterstofnetwerk Nederland in Kapelle en waar mogelijk Reimerswaal, met bijbehorende regionale waterstofnetwerken. 11. Decentrale waterstofproductie onder randvoorwaarden, waaronder bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door plan de lange termijn alleen daar waar geen alternatief is. 12. Inzet van groen gas op de lange termijn alleen daar waar geen alternatief is.
Elektriciteit 1. Inzet op realisatie van robuuste elektriciteitsinfrastructuur. Investeringen in hoogspanningsinfrastructuur zo veel mogelijk concentreren in de Kanaalzone en het Sloegebied. Inzetten op laag- en middenspanning en decentrale oplossingen buiten deze concentratiegebieden.
5
Agenderende keuzes per sector
Industrie & bedrijventerreinen 21. Verschillende energiedragers voor verschillende typen bedrijventerreinen. 22. Individuele aanpak voor verspreid liggende grote energieverbruikers. 23. Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve industrieën en bedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen. 24. Warmte zo veel mogelijk hergebruiken op industrieterreinen zelf, overige restwarmte uitkoppelen naar gebouwde omgeving en glastuinbouw. 25. Inzetten op de ontwikkeling van energy hubs.
Op basis van de Zeeuwse vuistregels en de hoofdsysteemkeuzes formuleren we vanuit het energiesysteem agenderende keuzes voor sectoren. De doorvertaling en uitvoering hiervan vindt plaats in sectoraal beleid en -uitvoering. De keuzes landen bijvoorbeeld in beleid voor bedrijventerreinen, mobiliteit, wonen en overige aanpalende programma's en projecten. Gebouwde Omgeving 13. Collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele all-electric oplossingen in wijken. Groen gas gebruiken waar echt geen alternatief is (historische kernen, piekvoorziening warmtenetten). Altijd in combinatie met isolatie. 14. Nieuwe ontwikkelingen in ieder geval netbewust, en waar mogelijk netneutraal. 15. Hanteren van uitgangspunten van warmtenetten: bronnendiversificatie, duurzame warmtebronnen, maatschappelijke kosten/baten verhouding, verbetering draagvlak, buurtaanpak en isolatie.
Landbouw 26. Eerst onderzoeken collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele all-electric oplossingen voor glastuinbouw. Niet inzetten op groen gas en waterstof voor de glastuinbouw op de lange termijn. 27. Slimme elektrificatie voor overige landbouw om de piekbelasting op het net te minimaliseren. 28. In samenwerking met de verspreid liggende energie-intensieve bedrijven zoeken naar individuele oplossingen. 29. Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve agrarische bedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen.
Mobiliteit 16. Inzet van passende energiedragers voor de mobiliteit: Elektrificatie voor personenvervoer, vrachtvervoer en binnenvaart. Waterstof en duurzame brandsto en voor internationaal vrachtverkeer en zeevaart. 17. Netbewust laden als standaard voor nieuwe (en waar mogelijk bestaande) laadinfrastructuur. 18. Concentratie van walstroom en laadinfrastructuur voor zee- en binnenvaart in Kanaalzone Terneuzen, Sloegebied en Schelde Rijnkanaal, aanvullende locaties voor de pleziervaart. 19. Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve transportbedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen.
6
Inhoudsopgave
4.1.3
Bestuurlijke keuzes................................................................29
Managementsamenvatting ..........................................................................3
4.1.4
Vervolgstappen......................................................................33
4.2
Waarom een Energievisie?........................................................................ 3 Wat is de Energievisie? ............................................................................. 3 Scope van de Energievisie ........................................................................ 3 Samenhang met andere trajecten............................................................. 4 Het proces ............................................................................................... 4 Zeeuwse Vuistregels voor het energiesysteem .......................................... 5 Hoofdsysteemkeuzes ............................................................................... 5 Agenderende keuzes per sector................................................................ 6 Over de Energievisie ............................................................................8 1.1
Aanleiding ................................................................................... 8
1.2
Doel Energievisie......................................................................... 9
1.3
Inhoud en scope Energievisie ...................................................... 9
2
De Zeeuwse Vuistregels ....................................................................15
3
Het energiesysteem van Zeeland......................................................16 3.1
5
Energievraag per sector......................................................... 18
3.1.2
Energieproductie .................................................................. 21
4
6
Flexibilisering in het energiesysteem.......................................... 22 Elektriciteit ................................................................................ 26
4.1.1
Ontwikkelingen ..................................................................... 26
4.1.2
Toekomstige elektriciteitsvraag ............................................. 27
Toekomstige warmtevraag .....................................................36
4.2.3
Bestuurlijke keuzes................................................................37
4.2.4
Vervolgstappen......................................................................40 Waterstof & Groen Gas...............................................................42
4.3.1
Ontwikkelingen Waterstof......................................................42
4.3.2
Toekomstige waterstofvraag...................................................43
4.3.3
Bestuurlijke keuzes................................................................44
4.3.4
Vervolgstappen......................................................................45
4.3.5
Ontwikkelingen Groen Gas ....................................................46
4.3.6
Toekomstige vraag naar groen gas..........................................46
4.3.7
Bestuurlijke keuze..................................................................47
4.3.8
Vervolgstappen......................................................................48
Randvoorwaarden voor uitvoering van de Energievisie....................49
Actieagenda......................................................................................51
Bijlage afkortingenlijst...............................................................................54
Hoofdsysteemkeuzes........................................................................25 4.1
4.2.2
Financiering ............................................................................................50
3.2. Ontwikkelingen in de energie-infrastructuur..................................... 22 3.2
Ontwikkelingen......................................................................35
Wet- & regelgeving en beleid ...................................................................50
Ontwikkeling energievraag 2030 en 2050 ................................... 17
3.1.1
4.2.1
4.3
Opbouw ................................................................................................... 4
1
Warmte......................................................................................35
7
1. Over de energievisie
1 Over de Energievisie
aan te sluiten. Hierdoor ontstaat afname congestie op het hoofdtransportnet.
1.1 Aanleiding
Ook het distributienet in Zeeland wordt steeds voller. Met name door teruglevering van grootschalige wind- en zonneparken en zonnepanelen op daken van huishoudens ontstaat invoedingscongestie in de meeste zonnige maanden van het jaar. En ook waterstof, warmte en groen gas zijn in de toekomst niet onbeperkt beschikbaar. Om het energiesysteem van de toekomst spoedig en op een goede manier te realiseren moeten we keuzes maken. Dat doen we onder andere met deze Energievisie.
Zeeland heeft stevige ambities op het gebied van wonen, water, een duurzame en innovatieve economie en klimaatbestendigheid. Er komen verschillende opgaven samen: de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en de verduurzaming van industrie, mobiliteit, landbouw en gebouwde omgeving. Al deze ruimtelijk-economische opgaven hebben impact op het energiesysteem, en ze komen samen in de fysieke leefomgeving waar ook andere belangen spelen zoals natuur- en milieuwaarden.
De Energievisie dient als het fundament voor het proces van ‘integraal programmeren’ van het energiesysteem. Via deze gecoördineerde ontwikkeling en aanpak, waarbij ook het e ect op het energiesysteem integraal wordt meegenomen, kunnen we zorgen voor een energiesysteem dat zo goed mogelijk functioneert.
Daarnaast verandert onze manier van opwekken, verbruiken en transporteren van energie. Gas- en kolengebruik neemt af. Opwek uit wind, zon en andere fossielvrije bronnen neemt juist toe. Het energiesysteem gaat van een centraal systeem met vooral ondergrondse bronnen, richting een systeem met steeds meer decentrale initiatieven en bovengrondse bronnen. Hierbij is op kleinere schaal balans tussen vraag en aanbod nodig en ontstaat meer behoefte aan flexibiliteit in het systeem. Het huidige energiesysteem is (nog) niet ingericht op deze veranderingen. Ze vragen de komende decennia om grote investeringen in energie-infrastructuur, aanpassingen in het energiesysteem, ruimtelijke planning, wetgeving en beleid. Dit gaat zowel om elektriciteit als om waterstof en groen gas. De energietransitie heeft als nevene ect dat er congestie op het transportnet van elektriciteit ontstaat. Dit komt onder andere door aanvragen van grootschalige batterijen, elektrolysers en elektrificatieplannen van de industrie. Batterijen en elektrolysers kunnen het net helpen om in balans te blijven, wanneer de vraag goed gestuurd wordt. Maar door de enorme omvang van deze installaties is de huidige capaciteit van het net niet toereikend om al deze installaties
Figuur 3 Bron: werkgroep integraal programmeren
8
1. Over de energievisie
1.2 Doel Energievisie De Energievisie is een instrument waarmee de Provincie samen met gemeenten, netbeheerders en diverse andere belangrijke stakeholders richting geeft aan het Zeeuwse energiesysteem van de toekomst. In de Energievisie geven we een visie op hoe het toekomstige Zeeuwse energiesysteem eruit komt te zien en hoe we daar komen. We brengen focus aan en sturen op wenselijke ontwikkelrichtingen. Door vraag en aanbod te verbinden maken we inzichtelijk hoe sectoren, ketens en gebieden in de toekomst worden voorzien van duurzame energie. Ook maken we keuzes op weg naar dit energiesysteem van de toekomst. We moeten keuzes maken om ervoor te zorgen dat we in de toekomst niet opnieuw in een situatie van netcongestie komen. Keuzes gaan bijvoorbeeld over de uitrol van elektriciteits-, warmte- en waterstofinfrastructuur. En over slimmere benutting van de bestaande energie-infrastructuur en de plaatsing van grote batterijen. Aan de hand van deze keuzes kunnen overheden, netbeheerders en eindgebruikers gerichter plannen maken en investeringen doen. Dit alles met het doel om de ontwikkelingen in de sectoren zo goed mogelijk te faciliteren. En hiermee de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs te behalen.
Figuur 4 Bron: Werkgroep integraal programmeren
1.3 Inhoud en scope Energievisie De Zeeuwse Energievisie bevat een gedeelde toekomstvisie op het energiesysteem voor de (middel)lange termijn: 2030-2050. De Energievisie schetst de samenhang tussen het toekomstige energiesysteem, sectorale ontwikkelingen en de fysieke leefomgeving. In de Energievisie worden keuzes gemaakt over de inzet van energiedragers in gebieden (elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas). Geredeneerd vanuit het energiesysteem geeft de Energievisie inzicht in ontwikkelpaden voor de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijventerreinen (excl. CES cluster) en landbouw. Ook zijn energie-infrastructuur, -opslag en -conversie onderdeel van de Energievisie.
9
1. Over de energievisie
gemeenten Borsele, Vlissingen en Terneuzen actief betrokken bij onderwerpen als kernenergie en de 380kV-verbinding naar ZeeuwsVlaanderen. Definitieve besluitvorming hierover vindt echter plaats binnen andere sporen dan het Zeeuwse spoor waarin deze Energievisie wordt opgesteld. Verhouding energievisie met NPE en PEH De provinciale Energievisie sluit aan op nationale kaders vanuit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Het NPE beschrijft hoe Nederland een energiesysteem ontwikkelt dat past bij een klimaatneutrale samenleving. Het bevat een langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050 en bevat richtinggevende uitspraken over hoe we daar gaan komen. Het PEH laat zien welke nieuwe nationale energieinfrastructuur nodig is richting 2030-2040-2050 en waar deze vanuit nationaal perspectief geplaatst kunnen worden. Deze worden (op kaart) vertaald naar de provinciale Energievisie.
Figuur 5 Bron: Handreiking Integraal Programmeren, 2022
1.3.1
Samenhang met andere trajecten en schaalniveaus
Verhouding energievisie met CES en RES
Provincies, netbeheerders en gemeenten kunnen niet alle keuzes zelf maken. Nationale kaders en keuzes hebben grote invloed op het Zeeuwse energiesysteem. In Zeeland landen bijvoorbeeld een aantal grote ontwikkelingen die belangrijk zijn voor het (inter)nationale systeem. Voor de Energievisie gebruiken we deze ontwikkelingen als input. Bijvoorbeeld het aanwijzen van locaties voor kerncentrales, de keuzes voor verduurzaming van de grote industriële clusters (CES), de plaatsing van hoogspanningsverbindingen en -stations en de aanlanding van windparken op zee (o.a. VAWOZ). Beleidsvorming voor deze nationale ontwikkelingen vindt op andere tafels plaats, voornamelijk op Rijksniveau. Provincie en gemeenten praten via de desbetre ende (beleids)programma’s uiteraard wel mee over deze keuzes en leveren daarop input vanuit Zeeuws perspectief. Zo zijn
Daarnaast is er een link met het Cluster Energiestrategie ScheldeDeltaregio (3.0)1 (CES), waarin de plannen voor de verduurzaming van de (zware) industrie worden uitgewerkt. In de CES staat het CO2reductiepad voor deze sector beschreven. De aanpak voor grootschalige infrastructuur ten behoeve van de industrie is geborgd in het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI). Dit programma doorloopt een eigen traject waarbij de CES de basis vormt voor besluitvorming. Op basis van het Cluster Energiestrategie zijn projecten van nationaal belang opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Deze projecten worden door de Rijksoverheid aangemerkt als essentieel voor de energietransitie in Nederland. En daarmee zijn deze projecten ook van essentieel belang voor de verduurzaming van Zeeland. In deze
1 Cluster Energie Strategie Schelde-Deltaregio 3.0 (2024)
10
1. Over de energievisie
Energievisie wordt ervan uitgegaan dat alle projecten opgenomen in het MIEK gerealiseerd zullen worden. In de planvorming en nadere uitwerking van de CES worden stakeholders zoals de Provincie Zeeland en gemeenten actief betrokken.
NOVEX North Sea Port District In Nederland zijn zestien NOVEX-gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke transities vragen om een apart ontwikkelperspectief. Dit ontwikkelperspectief stellen Rijk en regio samen op. NOVEX North Sea Port District is een van deze gebieden. North Sea Port is een Vlaams-Nederlandse economische groeiregio met een sterke zeehaven, een industrieel cluster en een grootstedelijk achterland met unieke natuur. In North Sea Port District komen opgaven samen zoals verduurzaming van de industrie, duurzame energieopwek, een aanlanding wind op zee en benutting van restwarmte (afkomstig uit de industrie). De plannen voor NOVEX North Sea Port District worden opgenomen in het ruimtelijk voorstel van de Provincie Zeeland.
Ook de Regionale Energiestrategie (RES)2 (inclusief de Regionale Structuur Warmte) is input en uitgangspunt voor deze Energievisie. In de Energievisie wordt ervan uitgegaan dat projecten uit de RES tot en met 2030, waaronder plannen voor opwek van energie, worden gerealiseerd. Voor de periode na 2030 zijn voor opwek nog geen keuzes gemaakt, dat volgt in een volgende actualisatie van de RES, waarvoor deze energievisie input vormt. Integrale ruimtelijke weging in NOVEX en het Ruimtelijk Arrangement Integrale weging over de ruimtelijke implicaties van trajecten als de CES en de Energievisie, inclusief afwegingen over ruimtegebruik en leefomgevingskwaliteit en de link met bijvoorbeeld de circulaire economie, vindt plaats in NOVEX North Sea Port District en het Ruimtelijk Arrangement voor Zeeland. De Energievisie zal daarnaast worden gebruikt als input voor de provinciale Omgevingsvisie. De Energievisie is ook input voor gemeentelijke trajecten en beleid, zoals de gemeentelijke warmteprogramma’s (de opvolger van de TVW).
2 Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0 (2024)
11
1. Over de energievisie
Daarnaast is de Energievisie de onderlegger voor het provinciaal MIEK waarin energie-infrastructuurprojecten maatschappelijk worden geprioriteerd.
Ruimtelijk arrangement Provincie Zeeland Het ruimtelijke arrangement is een set van wederzijdse bestuurlijke afspraken. Hierin vindt een integrale afweging plaats op de inpassing en ordening van nationale en regionale ruimtelijke opgaven en keuzes in de Provincie. De input voor de afspraken in de eerste versie van het ruimtelijk arrangement vormen de inhoud van: Ruimtelijke voorstellen en omgevingsvisies van provincies Rijksbrede reactie op de ruimtelijke voorstellen Ontwikkelperspectieven van de NOVEX-gebieden (totstandkoming van de) Nieuwe Nota Ruimte De (nationale) beleidsprogramma’s van het Rijk
1.
Andersom, kunnen de afspraken in het ruimtelijk arrangement leiden tot: Actualisatie van het nationaal ruimtelijk beleid (Nota Ruimte) Beleid in nationale programma’s, Provinciaal ruimtelijk beleid (Provinciale Omgevingsvisie en provinciale programma’s) Ontwikkelperspectieven in de NOVEX-gebieden
Over de energievisie
Figuur 6 Schematische weergave samenhang met andere trajecten en schaalniveaus. NB: dit schema is ter illustratie en niet volledig
Internationaal Ontwikkelingen vlak over de grens in Vlaanderen kunnen van groot belang zijn voor het energiesysteem in Zeeland. Grensoverschrijdende verbindingen in het energiesysteem creëren voor elektriciteit, warmte en waterstof is complex, of door wetgeving op dit moment niet altijd mogelijk. Terwijl dat voor het Zeeuwse energiesysteem wel heel nuttig kan zijn. Hoewel de Energievisie zich vooral op het provinciale schaalniveau richt, bevat de Energievisie op specifieke onderwerpen ook een internationale component.
Indien de actualisatie van het provinciaal ruimtelijk beleid aan de orde is, zal hiervoor de gebruikelijke werkwijze van de actualisatie van de Zeeuwse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zeeland worden gehanteerd. Hierin vindt een integrale weging plaats over de ruimtelijke implicaties van de CES en de Energievisie, inclusief de afwegingen over ruimtegebruik en leefomgevingskwaliteit. In het ruimtelijk arrangement worden afspraken van de Regio en het Rijk vastgelegd om de nationale en regionale opgaven een goede plek te geven.
1.3.2
Keuzes in de Energievisie
In de Energievisie worden verschillende soorten keuzes opgenomen. De Energievisie bevat allereerst ‘Zeeuwse vuistregels’: Dit zijn leidende
12
1. Over de energievisie
worden ingezet via de Omgevingsverordening (bijvoorbeeld via instructieregels).
principes die richting geven aan de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst (zie hoofdstuk 2). Vervolgens geven we inzicht in het toekomstige Zeeuwse energiesysteem. (hoofdstuk 3). Ook bevat de Energievisie ‘hoofdsysteemkeuzes’ over de ontwikkeling van infrastructuur voor elektriciteit, warmte en duurzame gassen op provinciale schaal (hoofdstuk 4). Op basis hiervan agendeert de Energievisie specifiekere beleidskeuzes voor de verschillende sectoren, zie bjilage A. Deze keuzes dienen als input voor de desbetre ende beleidssporen waar hierover wordt besloten: Mobiliteitsprogramma, RES, CES, woonagenda, etc. De huidige versies van deze beleidsdocumenten zijn als input gebruikt om de Energievisie op te stellen. En deze Energievisie kan weer aanleiding zijn voor een herziening van voorgenoemde (beleids)-stukken. Zie hiervoor ook samenhang met andere trajecten en schaalniveaus (paragraaf 1.3.1.). De gebieds-specifieke uitwerking (bijlage B) geeft inzicht in welke keuzes spelen in welke gebieden.
Een deel van keuzes in deze Energievisie zijn concreet. Voor keuzes die nu nog niet kunnen worden gemaakt wordt in deze Energievisie zoveel mogelijk richting gegeven. In de actieagenda (hoofdstuk 6) zijn nadere acties opgenomen om tot een keuze te kunnen komen. 1.3.3
Proces opstellen Energievisie
Begin 2024 is gestart met het proces voor de totstandkoming van de Energievisie. In juni 2024 zijn de kaders hiervoor vastgesteld in de Commissie Strategische Opgaven van Provinciale Staten. De Energievisie is opgesteld door de Provincie Zeeland in samenwerking met gemeenten, netbeheerders en andere stakeholders. Gedurende het proces zijn voorgenoemde partijen op verschillende momenten betrokken via expertsessies waarin specialisten hebben bijgedragen aan de inhoud. En via bredere ateliers, waarin zij input hebben gegeven. Ook zijn stakeholders gevraagd om feedback op de Energievisie te geven via de Werkgroep Integraal Programmeren. De concept Energievisie wordt ter consulatie aangeboden aan gemeenten. Daarna wordt het document via het College van Gedeputeerde Staten ter vaststelling aangeboden aan Provinciale Staten (PS).
Figuur 7 Schematische indeling keuzes en doorwerking in beleid
Om keuzes uit de Energievisie te realiseren kan gebruik worden gemaakt van de instrumenten uit de Omgevingswet, zoals de Omgevingsvisie. Elementen uit de Energievisie kunnen ook ordenend
13
1. Over de energievisie
Figuur 8 Schematische weergave proces en betrokkenen
1.3.4
Proces besluitvorming
In de Energieraad Zeeland vindt de voorbereiding op definitieve besluitvorming plaats. Bij een akkoord op een conceptversie van de Energievisie Zeeland wordt de Energievisie via het College van Gedeputeerde Staten verstuurd aan de Zeeuwse gemeenten. Zeeuwse gemeenten krijgen vervolgens de mogelijkheid om een reactie te geven op de Energievisie, gericht aan GS. Na afloop van de reactieperiode worden alle reacties aangeboden aan GS. Gedeputeerde Staten biedt de documenten vervolgens ter vaststelling aan Provinciale Staten aan. 1.3.5
Herijking Energievisie
De Energievisie wordt opgesteld op basis van de kennis van nu. Soms geldt dat er nog nader onderzoek of beleidsvorming noodzakelijk is om tot concrete keuzes te komen, bijvoorbeeld op het vlak van batterijopslag of verduurzaming van de scheepvaart. En mogelijk komen er in de toekomst nieuwe innovaties en ontwikkelingen naar voren die op dit moment nog onbekend zijn en die aanleiding geven tot een aanvulling op de Energievisie of een (beperkte) herijking ervan. Bijvoorbeeld op het vlak van warmte, opslag, Smal Modular Reactors (SMR) en lokale energiesystemen. De cyclus van het integraal programmeren (pMIEK) wordt elke 2 jaar herhaald. Indien hiervoor aanleiding is, is het dus mogelijk om de Energievisie tussentijds aan te vullen of te herijken.
14
2. Zeeuwse Vuistregels
2 De Zeeuwse Vuistregels De Zeeuwse Vuistregels geven richting aan de ontwikkeling van het Zeeuwse energiesysteem. Deze principes vormen de basis voor keuzes die we maken in de Energievisie. Ze sluiten aan bij de uitgangspunten van het NPE: betaalbaar, betrouwbaar, duurzaam en rechtvaardig. De Zeeuwse vuistregels zijn tot stand gekomen in samenwerking met netbeheerders, gemeenten en Provincie. Gemeenten, Provincie en andere partijen kunnen in verdere uitwerking en afweging van keuzes gebruik maken van de vuistregels.
Vraag, aanbod en flex bij elkaar. Het geografisch zo dicht mogelijk bij elkaar plaatsen van energievraag, aanbod en flexibiliteitsoplossingen als opslag verkleint de noodzaak van transport van energie, en daarmee ook de benodigde hoeveelheid energie-infrastructuur. Bijvoorbeeld: realiseer zo veel mogelijk opwek op/nabij een bedrijventerrein of daar waar grote vraag naar energie is, en plaats hierbij ook batterijopslag. Schaarse energiebronnen slim benutten. E iciënt en hoogwaardig benutten van energiebronnen draagt bij aan een gebalanceerd en betaalbaar energiesysteem. Bijvoorbeeld: waterstof en groen gas alleen gebruiken waar geen alternatief is. Zuinig omgaan met ruimte, natuur, landschap en de (Zeeuwse) leefomgeving. Ruimte is schaars en natuur, landschap en leefomgeving zijn kwetsbaar. Zowel binnen Zeeland als daarbuiten. Daarom gaan we zuinig om met ruimte. We voorkomen afwenteling zo veel mogelijk en nemen de kwaliteit van de leefomgeving mee in de keuzes die we maken voor het energiesysteem. Daarbij houden we ook rekening met de veiligheid van de energievoorziening. Daarbij is energie-infrastructuur kwetsbaar voor extreme weersomstandigheden. Daarom werken netbeheerders en
15
overheden samen aan het klimaatbestendig en veilig houden van de energievoorziening. Bijvoorbeeld: technische maatregelen nemen om energieinfrastructuur klimaatbestendig uit te voeren of bundeling van energie-infrastructuur om ruimte te besparen of meervoudig ruimtegebruik om kwaliteit aan de leefomgeving toe te voegen. Onderzoeken en benutten van koppelkansen, systeemintegratie en -innovatie. Door het slim combineren van maatregelen is beter gebruik te maken van schaarse ruimte en netcapaciteit. Bijvoorbeeld: benut bij elektrolyse vrijgekomen restwarmte en zuurstof voor andere doeleinden. En: zorg voor systeemintegratie door middel van cable-pooling en slimme opslag. Inzetten op energie besparen. Energiebesparing vermindert de benodigde investeringen in, en ruimte voor, opwek en energieinfrastructuur. Bijvoorbeeld: isolatie, procesoptimalisatie bij bedrijven en slim energieverbruik in huis. Interbestuurlijke en (inter)nationale samenwerking. Interbestuurlijke samenwerking tussen overheden, netbeheerders en relevante stakeholders (NSP, SDR, Impuls Zeeland) is essentieel voor slimme en snelle realisatie van het toekomstige energiesysteem. Daarnaast is Zeeland onderdeel van het (inter)nationale energiesysteem. Samenwerking met aangrenzende provincies en Vlaanderen biedt kansen voor een beter functionerend energiesysteem.
Bijvoorbeeld: realiseren van grensoverschrijdende warmte of elektriciteitsnetwerken. Communicatie en participatie. Het op de juiste manier informeren van betrokkenen is van groot belang voor het ontwikkelen van een energiesysteem dat zo goed mogelijk aansluit bij de leefwereld en wensen van de Zeeuwse inwoners en bedrijven.
3. Energiesysteem van Zeeland
3 Het energiesysteem van Zeeland Het energiesysteem van Zeeland staat voor een grote transitie. Fossiele energiedragers zoals aardgas en benzine/diesel vormen nu het grootste deel van de energiemix. Richting 2030 en 2050 worden deze fossiele energiedragers stapsgewijs uitgefaseerd en worden duurzame alternatieven de norm. En dit alles op een betrouwbare, veilige, rechtvaardige en betaalbare manier (NPE).
20% 37%
Gebouwde Omgeving Mobiliteit
14%
Landbouw Bedrijvigheid (excl. CES)
Daarbij verandert onze manier van opwekken, verbruiken en transporteren van energie. Gas- en kolengebruik neemt af. Opwek uit wind-, zon- en mogelijk kernenergie neemt juist toe. Het energiesysteem gaat van een centraal systeem met ondergrondse bronnen (olie, kolen, gas) richting een systeem met meer decentrale initiatieven en meer bovengrondse bronnen (wind, zon, etc.). Hierdoor wordt het systeem weersafhankelijker. Kolen- en vooral gascentrales leveren regelbaar vermogen voor het elektriciteitssysteem. Dit aandeel wordt steeds kleiner en dus worden we afhankelijker van opwek uit zon en wind en de ombouw van gascentrales naar waterstof.3 Dit vraagt om balans tussen vraag en aanbod op kleinere schaal. Mede door de weersafhankelijkheid groeit de behoefte aan flexibiliteit in het systeem.
29%
Figuur 9 Huidige energiebehoefte4 Zeeland naar sector (excl. CES)
6%
5% 2% 3%
Gebouwde Omgeving Mobiliteit
Momenteel wordt er ca. 41 PJ energie gebruikt in de 4 sectoren waar deze Energievisie zich primair op richt: de gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijvigheid en de land- en (glas)-tuinbouw (zie figuur 9).
Landbouw Bedrijvigheid (excl. CES) CES cluster
Daarbovenop komt nog de verwachte energievraag in het CES-cluster Schelde-Deltaregio. Deze is veel groter dan in de rest van de provincie (ca. 200 PJ), zie figuur 10. Mogelijke oplossingen voor het CES cluster worden in de CES 3.0 uitgewerkt (zie voor de samenhang met de CES de toelichting in paragraaf 1.3.1).
84%
Figuur 10 Huidige energiebehoefte Zeeland naar sector (incl. CES)
3 Nationaal Plan Energiesysteem
4
16
op basis van CBS/klimaatmonitor (2021)
3. Energiesysteem van Zeeland
Hoe is in deze visie de verwachte vraag in 2030/2050 berekend?
De Zeeuwse energievraag voor nu, en de verwachte vraag voor 2030 en 2050 is in kaart gebracht door een beeld te verkrijgen van het huidige energiegebruik, de verwachte energiebesparing en het energiegebruik van nieuwe ontwikkelingen (wonen, werken, recreatie). Ook is de e iciëntieslag van de toekomstige technieken hiermee verrekend.
Huidig energiegebruik
-
Besparen
+
Extra gebruikers
X
Voor de inschatting van de huidige energievraag is gebruik gemaakt van de Klimaatmonitor. Hierbij is het jaartal 2022 gebruikt aangezien daarvan het meest complete beeld bestaat. Wanneer in 2022 geen gegevens beschikbaar waren is informatie aangevuld uit eerdere jaren.
Voor de besparing is gebruik gemaakt van het Nationaal Plan Energiesysteem, een studie naar verduurzaming van bedrijventerreinen door TNO en een visiedocument van glastuinbouw Nederland.
3.1 Ontwikkeling energievraag 2030 en 2050 In aanloop naar 2050 vindt een significante vraagontwikkeling en vraagverschuiving plaats. Het aantal woningen, personenauto’s en bedrijven groeit. Tegelijkertijd wordt fors ingezet op energiebesparing, met name in de gebouwde omgeving en in de land- en glastuinbouwsector. Daarnaast worden ook e iciëntere technieken ingezet om invulling te geven aan de vraag (elektromotoren werken bijvoorbeeld veel e iciënter dan benzinemotoren). Hierdoor is de verwachting dat de energievraag richting 2030 zal dalen. Richting 2050 zal de vermindering van de vraag door energiebesparing en techniekkeuze een groter e ect hebben dan de groei van de vraag; netto daalt dus de vraag. Verwacht wordt dat dit leidt tot een forse daling in het energiegebruik: van 41 PJ nu naar ca. 21-27 PJ in 2050.5 Kanttekening hierbij is dat de elektriciteitsvraag sterk groeit, en onder andere hierdoor wel veel inzet nodig is op het energiesysteem.
Techniek
mobiliteit zoals voorzien door ElaadNL, en de actualisatie prognose bedrijventerreinen Zeeland door Stec. De uiteindelijk gebruikte technieken hebben een grote invloed op het toekomstige energiegebruik. Deze worden via 2 varianten verkend (zie 3.1).
Elektrificatie is voor veel toepassingen de meest voor de hand liggende verduurzamingsroute, maar er kan ook rekening worden gehouden met andere duurzame energiedragers. Aangezien nog niet alle technieken voor 2050 gekozen zijn is hierbij met 2 varianten voor 2050 gewerkt waarmee de verwachte energievraag ingevuld kan worden.
Voor het inzicht in extra gebruikers (energievraag) wordt gebruik gemaakt van de woondeal, de ontwikkelingen rond elektrische
5 Exclusief de CES. Voor een volledige analyse van ontwikkeling van de industrie zie Cluster Energie Strategie Schelde-Deltaregio 3.0 (2024).
17
3. Energiesysteem van Zeeland
1. Nadruk op alternatieven In deze variant wordt meer nadruk gelegd op warmtenetten, groengas, biobrandsto en en waterstof. 2. Nadruk op elektrificatie In deze variant is de aanname dat er in grote mate wordt geëlektrificeerd.
In de variant met nadruk op elektrificatie is het energiegebruik in 2050 ca 21 PJ. Bij maximale inzet op alternatieven is dit 27 PJ. Dit verschil komt doordat de gebruikte technieken bij de variant met nadruk op elektrificatie e iciënter zijn dan bij de gebruikte technieken bij alternatieven. In de variant met nadruk op elektrificatie neemt uiteraard de vraag naar elektriciteit sterk toe. Het betekent daarom niet gelijk dat de variant met meer elektriciteit de preferente variant is.
Voor beide varianten is het verwachte energiegebruik in 2050 in kaart gebracht.
Het elektriciteitsverbruik en -aanbod wordt in beide varianten volatieler: er komen meer (en grotere) pieken en dalen in vraag en aanbod van elektriciteit. Netbeheerders leggen hun elektriciteitsnetten uit op het benodigde piekvermogen. Met name door de groei aan pieken en dalen is er daarom veel extra elektriciteitsinfrastructuur nodig. Dit vraagt om grote investeringen, zowel financieel als ruimtelijk (zie paragraaf 3.2).
3.1.1 Energievraag per sector De ontwikkeling van de energievraag in de provincie Zeeland naar 2030 en 2050 is middels diverse aannames en studies6 geprognotiseerd voor de vier sectoren waar deze Energievisie zich op richt: gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijvigheid en land- en glastuinbouw, op basis van de huidige inzichten. Op de kaart op de volgende pagina is een overzicht per deelgebied opgenomen met daarin, naast de huidige situatie, ook de bandbreedte van de 2 toekomstige varianten verbeeld. In figuur 12 staat een overzicht voor de hele provincie Zeeland. De grafieken schetsen een eerste beeld dat vooral is opgesteld op basis van inzichten en prognoses van de Provincie en Stedin. Mede door besparingen en de gekozen invulling van de toekomstige technieken (warmtepompen, warmtenetten, elektrische auto’s, etc.) is de verwachting dat het energiegebruik afneemt richting 2050. Tegelijkertijd
Figuur 11 Energievraag Zeeland totaal (PJ) – huidig en 2050 met variant met nadruk op alternatieven (A) en elektriciteit (E). Totalen exclusief de CES
6
Deze worden verder toegelicht per energiedrager in H4
18
3. Energiesysteem van Zeeland
leiden deze techniekkeuzes wel tot een beperkte groei van het elektriciteitsgebruik. Deze prognoses zijn continu aan verandering onderhevig. Bij het tweejaarlijkse doorlopen van het proces van integraal programmeren zullen deze prognoses geüpdatet worden met de laatste inzichten. In bijlage A is per sector een toelichting opgenomen van de opgave en de belangrijkste kansen en ontwikkelingen die hierbij horen.
Figuur 12 Energievraag Zeeland per sector (PJ) – huidig, 2030 (lineaire groei) en 2050 met variant met nadruk op alternatieven (A) en nadruk op elektriciteit(E)
19
20
3. Energiesysteem van Zeeland
3.1.2 Energieproductie In Zeeland wordt op dit moment meer elektriciteit verbruikt dan duurzaam opgewekt. De bekende hernieuwbare opwek is ongeveer 7,1 PJ, en de elektriciteitsvraag uit de gebouwde omgeving, bedrijventerreinen, landbouw en mobiliteit is opgeteld 10,5 PJ. In de RES is afgesproken circa 3,0 TWh (11 PJ) extra aan opwek te realiseren in 2030. De elektriciteitsproductie in Zeeland zal naar verwachting richting 2050 toenemen:
Het streven uit de RES 2.0 is om het opgesteld vermogen aan winden zonneparken minimaal te handhaven na 2030. Zon op dak zal naar verwachting nog verder doorgroeien. De opwek van wind en zon zal dus naar verwachting verder groeien na 2030. Zowel het Sloegebied als de Kanaalzone zijn in beeld voor de aanlanding van elektriciteit van windparken op zee. Hierdoor komen naar verwachting grote hoeveelheden elektriciteit beschikbaar, die worden ingevoed op het landelijke 380kV hoogspanningsnet. In Zeeland zal deze energie met name worden gebruikt door de industrie en voor elektrolyse. Zie hiervoor ook de CES.
Figuur 14: Verwachte aanlanding wind op zee Zeeland huidig, 2030, 2050 (GW). Bron: CES 3.0
Borsele en Terneuzen zijn bij de Rijksoverheid in beeld voor de bouw van 1 of meerdere kerncentrales. Als deze plannen doorgang vinden, zullen hier aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit worden opgewekt. Gesproken wordt van een vermogen van 2 - 3,3 GW.7 Ter vergelijking: de huidige kerncentrale Borssele met een vermogen van 0,485 GW wekt jaarlijks ongeveer 14,4 PJ (4 TWh) elektriciteit op.
De geprognosticeerde energievraag richting 2050 zal – naast elektriciteit - gedeeltelijk ook in Zeeland worden opgewekt via restwarmte, omgevingswarmte, vergisters, etc. In deze visie is 7
TenneT 2024
21
3. Energiesysteem van Zeeland
aangenomen dat gebruikte (rest)warmte binnen Zeeland wordt geproduceerd. De hoeveelheid verbruikte warmte hangt daardoor (mede) af van het daadwerkelijk beschikbare aanbod. De benodigde waterstof komt binnen via de backbone of waterstofimport of wordt via elektrolyse of blauwe waterstof geproduceerd in het Sloegebied en de Kanaalzone.
3.3 Flexibilisering in het energiesysteem De totale energievraag is niet evenredig over de dagen van het jaar verdeeld. Zo is er voor de gebouwde omgeving een vraagpiek in de wintermaanden. Daarnaast komt er steeds meer fluctuatie in het aanbod, omdat het niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt. In het energiesysteem van de toekomst is daarom meer behoefte aan flexibiliteit om vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten. Flexibiliteit komt in grofweg vijf vormen voor (TNO8): regelbare opwek, vraagsturing, conversie, opslag en interconnectie naar buurlanden.
3.2 Ontwikkelingen in de energie-infrastructuur Zeeland kent een relatief licht en verspreid elektriciteitsnetwerk vanwege de lage bebouwingsdichtheid. Daardoorheen lopen twee zwaar gedimensioneerde elektriciteitstracé’s richting de kerncentrale en het industrieterrein bij Borssele en het industriële cluster in Terneuzen.
Door de overgang van regelbare fossiele bronnen (kolen, gas) naar onregelbare duurzame bronnen (m.n. wind en zon) is de verwachting dat we in 2050 veel perioden met overschotten van elektriciteit hebben maar ook veel perioden met tekorten aan elektriciteit. In sommige scenario’s komt naar voren dat in 2050 50% van de elektriciteitsvraag door een flex- of bu erproces gaat om de dag- of seizoensbalans te creëren. Om te zorgen dat we niet zonder elektriciteit komen te zitten en ook baseload energievragers kunnen blijven produceren, moet regionale en lokale bu ercapaciteit gerealiseerd worden. Dit kan door in tijden van overschotten elektriciteit te gebruiken om systeembatterijen op te laden, e-boilers op te warmen of waterstof op te wekken (elektrolyse). In tijden van tekorten kan dan bijvoorbeeld waterstof gebruikt worden in omgebouwde gascentrales om elektriciteit op te wekken.
De huidige vraagontwikkelingen in combinatie met mogelijke oplossingsrichtingen (warmtenetten, elektrificatie, groengas, waterstof, etc.) en de ontwikkelingen in verspreid liggende productielocaties betekenen dat de huidige infrastructuur niet toereikend is om al deze veranderingen te accommoderen. Ook zijn er veel belangrijke verbindingen in de Schelde-Deltaregio (CES). Er wordt gekeken naar extra productielocaties voor elektriciteit op land. En er komt mogelijk meer energie van de Noordzee aan in Zeeland. Energieinfrastructuurontwikkelingen zoals 380kV Zeeuws-Vlaanderen, 380kVstation omgeving Sloegebied, nieuwe 150 kV stations en de realisatie van het Waterstofnetwerk Nederland zijn van cruciaal belang voor het Zeeuwse energiesysteem. In figuur 15 zijn het huidige energiesysteem en de belangrijkste bekende ontwikkelingen richting het toekomstige energiesysteem afgebeeld.
8
TenneT heeft in een landelijke studie naar flexibiliteit aangegeven dat in Zeeland tot 2030 ongeveer 200-1000 MW aan grootschalige systeembatterijopslag nodig is9. Diverse ontwikkelaars zijn bezig met realisatie van batterijprojecten. De locatie van de batterij ten opzichte van de congestiegebieden speelt een grote rol. Als de batterij zich niet
Flexibilisering in het elektriciteitssysteem - TNO 2023
9
22
Batterijen op het hoogspanningsnet 2030 – TenneT (2023)
3. Energiesysteem van Zeeland
in een knelpuntgebied bevindt, kan deze de druk op het net daar niet verlichten. Ook een verkeerde timing of onvoldoende capaciteit kan ervoor zorgen dat de batterij niet e ectief bijdraagt aan het verlichten van netcongestie. Het is daarom belangrijk dat batterijen e ectief ingezet worden. De ontwikkeling van elektrolyse kan de behoefte naar batterijopslag verminderen. Flexibiliteit kan ook aan de vraagkant van het systeem worden vormgegeven middels vraagsturing. Door bewustwording, flexibele bedrijfsprocessen en slimme oplossingen en applicaties stemmen kleine en grote verbruikers hun energievraag af op het beschikbare aanbod. Vraagsturing Vraagsturing (of Demand Response, DR) zorgt voor flexibiliteit in het energiesysteem. Hierbij passen consumenten – al dan niet voor financiële voordelen – hun elektriciteitsgebruik aan om beter aan te sluiten op het energieaanbod. Het helpt om piekbelasting te verminderen door gebruikers – van groot industrieel tot klein lokaal – te stimuleren hun verbruik te verhogen of verlagen op specifieke momenten.
23
24
Figuur 15 Ontwikkelingen Zeeland
4. Hoofd4. Hoofdsysteem systeemkeuzes Keuzes
4 Hoofdsysteemkeuzes Het energiesysteem van de toekomst vraagt om keuzes. Er zijn een aantal hoofdsysteemkeuzes te maken, op het vlak van elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas. Voor een duurzaam en robuust systeem is het van belang dat deze energiedragers op een juiste manier worden ingezet. Keuzes gaan dan bijvoorbeeld over de benutting van waterstof of warmte voor sectoren, en over de aanleg van energieinfrastructuur. De keuzes worden gemaakt volgens de Zeeuwse vuistregels.
Preview bijlage B
De keuzes in dit hoofdstuk zijn geordend per energiedrager. De benoemde keuzes gaan echter soms ook over het energiesysteem als geheel. Systeemintegratie (het vormen van één samenhangend energiesysteem waarin verschillende dragers worden gecombineerd) is immers erg belangrijk in het toekomstige energiesysteem. In bijlage A is verder uitgewerkt welke e ecten de hoofdsysteemkeuzes hebben op de sectoren. En de uitwerking naar type gebieden (bijlage B) geeft – aan de hand van gebiedstypologieën – inzicht in samenhang tussen verschillende keuzes in een gebied. Keuzes in gebieden hangen immers sterk met elkaar samen.
25
4. Hoofdsysteem Keuzes Elektriciteit
altijd gebruikt: op stations die bijvoorbeeld worden uitgebreid vanwege opwek kan soms nog wel extra vraag worden toegevoegd (zie figuur 16). Om het netwerk in balans te houden zijn slimme systemen nodig die energievraag kunnen aanpassen aan beschikbare energie en is er meer behoefte aan opslag. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om na te denken over manieren waarop de impact op het systeem beperkt kan worden. Door decentrale opwek slim te koppelen aan lokaal energieverbruik, kan het centrale energiesysteem worden ontlast.
4.1 Elektriciteit 4.1.1 Ontwikkelingen In 2023 is voor het eerste meer dan 50% van de elektriciteit opwekt door zonnepanelen en windturbines (waarvan een groot deel op land). Kolencentrales, en ook enkele gascentrales, worden in de aankomende jaren uitgefaseerd. Productie zal daardoor meer decentraal plaatsvinden. Decentrale opwek wordt in de toekomst aangevuld door grootschalige windparken op zee, die vanwege hun omvang een meer centraal karakter kennen. Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) is verantwoordelijk voor het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ). Binnen Zeeland worden in 2029 en 2030 twee windparken aangeland; IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek-I. Na 2030 worden nog mogelijke aanlandlocaties voor wind op zee onderzocht (Sloegebied en Kanaalzone Terneuzen). Daarnaast is het Ministerie van KGG in 2024 een ruimtelijke procedure gestart voor de ontwikkeling van nieuwe kerncentrales. Voor Zeeland zijn zoekgebieden bij het Sloegebied en Terneuzen in beeld. Ook zijn er diverse plannen in ontwikkeling om het transportnetwerk te verzwaren, onder andere een 380kV verbinding naar Zeeuws-Vlaanderen en diverse uitbreidingen van het 150kV netwerk.
Figuur 16 Voorbeeld belastingprofiel Stedin Station
Naast een aantal grote infrastructurele ontwikkelingen wordt ook steeds meer gekeken naar decentrale opwek. Bijvoorbeeld via zonneen windparken, zonnepanelen op daken en andere lokale bronnen. De doelstelling van de RES Zeeland is om 700 Megawatt (MW) windenergie te realiseren voor 2030 en 1000 MW aan zonne-energie.10 De RESdoelstelling is inmiddels voor 80% gerealiseerd middels grootschalige wind- en zonprojecten. Er resteert nog een kleine realisatieopgave.
Elektrificatie speelt een belangrijke rol in de Zeeuwse energietransitie. TenneT en Stedin investeren doorlopend in de capaciteit van het elektriciteitsnet om de toenemende vraag naar en opwek van elektriciteit te faciliteren. De aankomende tien jaar worden hoogsspanningsstations uitgebreid en worden er nieuwe hoog- en middenspanningsstations gerealiseerd.
Netbeheerders breiden het elektriciteitsnet uit op piekbelasting (aanbod en vraag). Deze maximale capaciteit wordt echter lang niet 10
o
Bron: RES 2.0 Zeeland (2024)
26
Uit het investeringsplan van TenneT 2024-2033 blijkt dat er grote investeringen voor de hoogspanningsinfrastructuur in
4. Hoofdsysteem Keuzes Elektriciteit
o
Nederland noodzakelijk zijn (ca. € 65 miljard) om de duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatambities te behalen. De beoogde investeringen tot en met 2033 in Zeeland bedragen ca. € 11,3 miljard (dit is inclusief O shore investeringen) voor ca. 55 projecten. Stedin investeert in Zeeland de aankomende 10 jaar in 21 capaciteitsprojecten met een totaal vermogen van 1,5 GW ter waarde van €1 miljard.
elektriciteit (o.a. windturbines, zonnevelden) hebben ook de benodigde extra transportinfrastructuur en de onderstations een groot ruimtebeslag. Daarnaast zal ruimte moeten worden gevonden voor systeembatterijen, energie- en mobiliteitshubs en uiteraard ook de midden- en laagspaningsnetwerken en transformatoren in het stedelijke gebied. Hierbij is ook de (externe) veiligheid van nieuwe ontwikkelingen van belang.
De Netvisie van TenneT en de masterplannen van Stedin met daarin een visie voor benodigde investeringen richting 2050 worden naar verwachting begin 2025 opgeleverd.
4.1.2 Toekomstige elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag uit de gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijventerreinen en land- en tuinbouw stijgt in Zeeland stijgt van ca. 10 PJ nu, naar 16-20 PJ richting 2050. Daarbovenop komt het elektriciteitsgebruik uit de CES-bedrijven (CES 3.0 Schelde-Deltaregio). Dat is nu ongeveer 20 PJ, maar de verwachting is dat dit flink zal toenemen naar ca. 75 PJ in 2050. Dit is te zien in figuur 18. Elektrificatie is voor veel toepassingen de meest voor de hand liggende verduurzamingsroute.11 De groei in het elektriciteitsverbruik wordt in Zeeland voornamelijk veroorzaakt door de transitie in de mobiliteit van fossiele brandsto en naar batterij-elektrisch. Afhankelijk van de verwarmingsopties in de gebouwde omgeving is hier een lichte groei of een iets grotere groei van het elektriciteitsgebruik te zien. In de bedrijvigheid is vanwege forse besparingsstappen de verwachting dat de elektriciteitsvraag hier netto iets afneemt, ondanks elektrificatie. Bij de land- en glastuinbouw leidt de keuze voor de invulling van de warmtevraag tot een lichte stijging of daling van het elektriciteitsgebruik.
Figuur 17 Visualisatie capaciteitsinvesteringen Stedin (al dan niet gecombineerd met TenneT) huidige investeringsperiode
De verwachte groei in het elektriciteitsgebruik leidt tot extra ruimteclaims in de provincie. Naast de productie-installaties van 11
Bron: Nationaal Plan Energiesysteem (2023)
27
4. Hoofdsysteem Keuzes Elektriciteit
Figuur 18 Elektriciteitsvraag sectoren (TJ) – huidig en 2050 met variant met nadruk op alternatieven (A) en elektriciteit (E)
Figuur 19 Elektriciteitsvraag sectoren (TJ) – huidig en 2050 met variant met nadruk op alternatieven (A) en elektriciteit (E), inclusief CES-cluster.
28
4. Hoofdsysteem Keuzes Elektriciteit
laadinfrastructuur, bijvoorbeeld op laadpleinen of centrale laadvoorzieningen in logistieke hotspots en clean energy hubs kan helpen deze investeringen te beperken (zie voor verdere toelichting agenderende bestuurlijke keuze 18 en 19).
4.1.3 Bestuurlijke keuzes Om ook in de toekomst te zorgen voor een betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar elektriciteitssysteem, zien we 5 bestuurlijke keuzes: Bestuurlijke keuze 1: Inzet op realisatie van robuuste elektriciteitsinfrastructuur. Investeringen in hoogspanningsinfrastructuur zo veel mogelijk concentreren in de Kanaalzone en het Sloegebied. Inzetten op laag- en middenspanning en decentrale oplossingen buiten deze concentratiegebieden.
Daarnaast heeft TenneT aangegeven dat mogelijk op termijn in de omgeving Rilland een nieuw 150kV hoogspanningsstation nodig is vanwege benodigde verzwaringen in het nationale netwerk. Dit station is momenteel nog niet opgenomen in het investeringsplan van TenneT. De eventuele noodzaak zal moeten blijken uit de Netvisie voor Zeeland die momenteel in ontwikkeling is.
Tot en met 2033 staan in heel Zeeland veel investeringen gepland in de hoogspanningsinfrastructuur. De verwachting is dat ook na 2033 extra investeringen nodig zijn in hoogspanningsinfrastructuur, gezien de toenemende elektrificatievraag van de industrie in met name de Kanaalzone Terneuzen en het Sloegebied. Nationale keuzes over aanlanding wind op zee en kerncentrales zullen ook e ect hebben het energiesysteem en mogelijk leiden tot een aanvullende vraag naar energie-infrastructuur, mits energie ook op lokaal niveau kan worden gebruikt. Over een aantal verduurzamingsroutes bestaat nog veel onzekerheid, bijvoorbeeld over dragers voor de verduurzaming van zwaar vervoer en binnen- en zeevaart. Dit kan in de toekomst zorgen voor een grote additionele elektriciteitsvraag met de bijbehorende benodigde investeringen, maar de omvang hiervan is nu nog niet bekend.
In andere delen van Zeeland lijkt de elektriciteitsvraag tot 2050 te passen binnen de investeringen in het hoogspanningsnetwerk die de komende 10 jaar worden gedaan. Mits er slim wordt omgegaan met de beschikbare capaciteit en er zich geen nieuwe grote energieverbruikers vestigen met een grote negatieve netimpact. Daarom zijn daar – volgens de huidige investeringsplannen en met de kennis van nu – geen extra investeringen in hoogspanning gepland. Relevant hierbij is dat in Zeeland veel hoogspanningsstations zijn gedimensioneerd op de terugleverpiek vanwege de hoge productie van wind- en zonne-energie. Deze is op veel plekken buiten het industriële cluster groter dan de piek in afname. Dat betekent dat op veel hoogspanningsstations, als de investeringen tot en met 2033 zijn gedaan, technisch gezien ruimte bestaat om de toekomstige vraag naar elektriciteit te dragen en eventueel zelfs additionele vraag toe te voegen (zie figuur 16).
Op basis van nu bekende gegevens voorzien we in ieder geval een noodzaak voor extra hoogspanningsinfrastructuur na 2033 in:
Het Sloegebied, vanwege de elektrificatie van de industrie; De Kanaalzone Terneuzen vanwege de elektrificatie van de industrie;
Wel is op de lager liggende netvlakken aanvullende uitbreiding nodig. Stedin werkt daarom aan het versterken van het laag- en middenspanningsnetwerk12, onder meer in de kustgebieden en woonwijken.
Ook kunnen ontwikkelingen in de mobiliteit (weg en water) zorgen voor de noodzaak van additionele investeringen. Clustering van deze 12
Investeringsplan Stedin (2024)
29
4. Hoofdsysteem Keuzes Elektriciteit
Buiten de bovengenoemde concentratiegebieden (het Sloegebied, de Kanaalzone Terneuzen) zetten we in op decentrale oplossingen, met nadruk op:
locaties van met name grootschalige (systeem)batterijen en elektrolysers hebben een groot e ect op het totale energiesysteem. Batterijen vervullen verschillende functies in de energietransitie, afhankelijk van hun positie in het energiesysteem. Batterijen kunnen zowel netcongestieverzachtend als netcongestieversterkend werken. Goede inzet van batterijen is dus van groot belang: slimme software (EMS, energie management systemen) en aangepaste wetgeving kan hierbij helpen. De locatie van het opslagsysteem geeft vaak een indicatie van de primaire functie waar het voor wordt gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn het bieden van flexibiliteit en netbalancering.
Lokale energy hubs op bedrijventerreinen Netbewust laden en slim omgaan met mobiliteit Netbewust bouwen van nieuwe woonwijken Verandering in gedragscomponenten, bijvoorbeeld energieverbruik buiten pieken stimuleren Onderzoek naar “slimme oplossingen”/vergroten flexibele capaciteit13 Energy hub Energy hubs zijn lokale systemen waar vraag en aanbod van energie op elkaar is afgestemd door lokale productie, consumptie, opslag en conversie te combineren. Een voorbeeld hiervan is energy hub Tholen. Daar combineert het lokale energienetwerk een groepscapaciteitsovereenkomst met collectieve energieopslag. Het zorgt voor e iciënt gebruik van het elektriciteitsnetwerk, wat bijdraagt aan de vermindering van netcongestie in de regio.