E.54c pMIEK 2025
Tekst van het document
PROVINCIAAL MEERJARENPROGRAMMA INFRASTRUCTUUR ENERGIE EN KLIMAAT (PMIEK) 2025-2027 EINDVERSIE, MAART 2025
Inhoudsopgave Management samenvatting............................................................... 2 Inleiding ........................................................................................... 4 Wat is het PMIEK .............................................................................. 4 Totstandkoming van het PMIEK 2.0 .................................................... 8 De Energievisie Zeeland en het PMIEK ............................................. 12 Het afwegingskader ........................................................................ 13 Aandachtspunten ........................................................................... 14 Vervolgproces ................................................................................ 15 Uitvoeringsagenda.......................................................................... 16 Projectenlijst PMIEK 2.0 .................................................................. 17 PMIEK 2.0 kaartmateriaal ................................................................ 20 Projectfiches .................................................................................. 23
1
Management samenvatting De Provincie Zeeland werkt aan een duurzame energievoorziening voor mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie en landbouw. Het Nationaal en het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (NMIEK en PMIEK) speelt een centrale rol in het plannen en realiseren van energie-infrastructuurprojecten die nodig zijn om de energietransitie te faciliteren. Binnen het programma wordt door provincie, gemeenten en netbeheerders samengewerkt aan het agenderen van regionale energie-infrastructuur met als doel deze op te nemen in het investeringsplan (IP).
PMIEK 2.0 en de Energietransitie Het PMIEK is een dynamisch instrument dat aansluit op het Nationale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (NMIEK) en richt zich op energiedragers elektriciteit, warmte, waterstof(-derivaten) transport en opslag van co2 en groengas. De focus van het PMIEK ligt op het versnellen van energie-infrastructuurprojecten en het maken van strategische en integrale keuzes voor de toekomst.
projecten worden met prioriteit opgepakt en zo mogelijk versneld gerealiseerd. 4. Taskforce Zeeuwse Netoplossingen: werkt aan innovatieve oplossingen zoals energiehubs en opslagcapaciteiten.
Vervolgstappen en uitvoering Na goedkeuring door de bestuurlijke Energieraad Zeeland wordt het PMIEK 2.0 vastgesteld door het College van Gedeputeerde Staten en gedeeld met netbeheerders. Monitoring van de projecten gebeurt periodiek. Knelpunten bij de voortgang worden eerst besproken in de Werkgroep Integraal Programmeren Zeeland (WIP Zeeland) en vervolgens in de Energieraad Zeeland. Door een integrale aanpak en nauwe samenwerking tussen overheden, netbeheerders en andere belangrijke stakeholders draagt het PMIEK bij aan een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem voor Zeeland.
Belangrijke ontwikkelingen en projecten 1. Energievisie Zeeland: dit document geeft richting aan de ontwikkeling van het energiesysteem tot 2050 en vormt daarmee een basis voor het PMIEK. 2. Afwegingskader: dit kader helpt bij het selecteren en prioriteren en onderbouwen van energieinfrastructuurprojecten op basis van maatschappelijke impact. 3. Samenwerking met netbeheerders: netbeheerders nemen concrete PMIEK projecten op in het investeringsplan. Deze
2
Projectenlijst PMIEK 2.0 Categorie1 O O O O V V V C C C R R R R
Projectnaam Onderzoek verduurzaming kustlijn Kop van Schouwen Onderzoek verduurzaming kustlijn Walcheren Onderzoek verduurzaming kustlijn West Zeeuws-Vlaanderen Onderzoek verzwaren 150kV verbinding Terneuzen – Westdorpe – Oostburg Uitbreiden capaciteit 150kV station Rilland Ontwikkeling warmtenet boven de Westerschelde Ontwikkeling warmtenet onder de Westerschelde Uitbreiden capaciteit station Borssele Uitbreiden capaciteit regio Kapelle – Yerseke en Kruiningen Aftakking landelijk waterstofnetwerk Kapelle Ontsluiten Tholen en Schouwen Duiveland Uitbreiden capaciteit station Middelburg Uitbreiding capaciteit station Kanaalzone Uitbreiden capaciteit station Oostburg
Status23
Categorieën projecten: O = onderzoek, V = verkenning, C = concreet project, R = realisatiefase Status van PMIEK projecten wordt bepaald op basis van de kans dat de voorziene ingebruiknamedatum (IBN) uit het investeringsplan van de netbeheerder wordt gehaald. Groen betekent dat het project loopt. Oranje betekent dat de IBN dreigt te stagneren. Rood betekent dat de IBN stagneert. 1
2
Projecten onder de categorieën O, V en C hebben nog geen concrete status. Bij de eerstvolgende ronde ‘monitoring’, wordt ook aan deze projecten een voortgangsstatus gekoppeld. 3
3
Inleiding Zeeland werkt aan een toekomst met duurzame energie voor mobiliteit, gebouwde omgeving, landbouw en industrie. Hernieuwbare energie uit wind en zon speelt een hoofdrol in het energiesysteem van de toekomst. Nationaal is afgesproken dat de kolencentrales vanaf 2030 hun deuren sluiten. De afhankelijkheid van wind en zon betekent dat ook opslag van energie in toenemende mate belangrijk wordt als we continue van energie voorzien willen worden. Doordat we in hoog tempo verduurzamen is er een snelgroeiende behoefte naar duurzaam opgewekte energie. De infrastructuur die nodig is om duurzaam opgewekte energie te transporteren naar eindgebruikers, kan niet allemaal tegelijk worden aangelegd. Dit vraagt om keuzes. Het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) heeft als doel om gezamenlijk energie-infrastructuurprojecten op regionaal schaalniveau te agenderen. De partijen die betrokken zijn betreffen provincie, gemeenten en netbeheerders. PMIEK-projecten worden door Provincie Zeeland aangeleverd bij netbeheerders met de vraag om deze projecten op te nemen in het investeringsplan. PMIEKprojecten zijn op regionaal niveau van groot maatschappelijk belang voor de verduurzaming van sectoren die zich in een gebied bevinden. In 2024 is door de Bestuurlijke Adviescommissie Energie (BAC-E) een handleiding vastgesteld voor het opstellen van het PMIEK.
Dit PMIEK (versie 2.0) is opgesteld aan de hand van deze handleiding.
Wat is het PMIEK Het PMIEK is één van de producten uit de cyclus van integraal programmeren. Integraal programmeren is een werkwijze waarbij overheden, netbeheerders en andere partijen in een gezamenlijk
proces over alle opgaven en sectoren heen, integraal afwegingen en keuzes maken over het energiesysteem. Hieronder staan de processtappen uit het integraal programmeerproces afgebeeld: In het PMIEK staan regionale energie-infrastructuurprojecten van groot maatschappelijk belang. Deze energie-infrastructuur projecten zorgen ervoor dat zowel nieuwe als bestaande regionale en lokale ruimtelijkeconomische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Een PMIEK project is dus een energie-infrastructuurproject dat is gekoppeld aan een maatschappelijk wenselijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld de verduurzaming van een ziekenhuis, verduurzamingsplannen in de gebouwde omgeving en nieuwe woningbouw of de ingebruikname van een nieuwe school, etc. In lijn met het Nationale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie in Klimaat (NMIEK), focust het PMIEK zich op de onderstaande energiedragers:
-
Elektriciteit; Waterstof(-derivaten)4 en groen gas5; CO2-transport en -opslag; Warmte.
energievraag wel in beeld is, maar nog niet is uitgezocht welke energieinfrastructuur aan deze energievraag kan voldoen. Vervolgens wordt het afwegingskader toegepast op de aan de Energievisie getoetste groslijst, om zo tot een lijst met PMIEK-projecten en projectfiches te komen. Om deze toets goed te kunnen doen is het belangrijk dat er voldoende informatie beschikbaar is over de projecten op de ‘groslijst’. In de PMIEK handleiding worden hiervoor een aantal suggesties gegeven (zie bijlage). Na beantwoording van de vragen kunnen projecten op verschillende manieren opgenomen worden in het PMIEK: •
•
Er zijn verschillende typen projecten te onderscheiden die in aanmerking komen voor een status PMIEK, afhankelijk van de informatie die beschikbaar is over een project en/of de fase waarin een project zich bevindt.
•
Verkregen inzicht uit stap 1 van het integraal programmeerproces (een groslijst van ruimtelijk-economische ontwikkelingen) wordt getoetst aan de Energievisie. Bij deze projecten kan de benodigde energieinfrastructuur al bekend zijn. Het kan ook gaan om een project waar de
Derivaten van waterstof zijn bijvoorbeeld ammoniak, methanol en synthetische brandstoffen die ontstaan door waterstof te combineren met koolstof 4
•
Fase 1: onderzoeksagenda (O). Er is onderzoek of informatie nodig om inzichten vanuit stap 1 en 2 te vertalen naar een energie-infrastructuurproject (verkenningsproject). Onderzoeksprojecten hoeven niet te worden getoetst aan het afwegingskader (zie handleiding). Fase 2: verkenningsproject (V). Deze projecten bevinden zich in de verkenningsfase. De energievraag is nog niet volledig uitgewerkt en er is nog geen exacte locatie of tracé bekend. Fase 3: concreet project (C). Deze projecten zitten in de planuitwerkingsfase of projectfase en zijn definitief opgenomen in het investeringsplan van de netbeheerder. Fase 4: realisatiefase (R). Dit zijn concrete projecten waarbij het investeringsbesluit is genomen en wordt gewerkt aan de uitvoering van een project.
Waterstof(-derivaten) en groen gas projecten buiten het Cluster Energie Strategie (CES). 5
5
Focus op de langere termijn In het PMIEK 1.0 is hoofdzakelijk gekeken naar energie-infraplannen die al bekend waren bij netbeheerders, ze stonden grotendeels namelijk al in het investeringsplan. De mogelijkheid om deze projecten te versnellen (of vertraging zoveel mogelijk te voorkomen) is relatief beperkt omdat de projecten vaak al dicht tegen hun inbedrijfsname datum (IBN) zitten. Daarnaast is een prioriterende werking op bestaande projecten minder effectief. Projecten zitten namelijk al in uitvoering. Dat maakt deze projecten echter niet minder belangrijk. Ze zijn noodzakelijk voor het verder faciliteren van de energietransitie. Ook omwille van die reden zijn deze projecten grotendeels overgenomen in het voorliggende PMIEK 2.0 Integraal Programmeren kijkt idealiter voorbij de horizon van het investeringsplan van netbeheerders. Door zo goed mogelijk in te zetten op het verkrijgen van inzicht wordt het mogelijk om nieuwe onderzoeks, en verkenningsprojecten te identificeren. Deze projecten bieden
mogelijkheden om te versnellen omdat de potentiële IBN-datum verder in de toekomst ligt en er nog meer stappen zijn te nemen in het proces tot de realisatiefase. De toegevoegde waarde van een verkenningsproject op het reguliere proces is potentieel ook groter, omdat de PMIEK-status de maatschappelijke meerwaarde aangeeft. Dit maakt het mogelijk om eerder met dit soort projecten te starten.
Samenhang met andere schaalniveaus en trajecten Om het PMIEK op te kunnen stellen is het van belang om informatie te hebben over de verwachte ruimtelijk-economische en/of maatschappelijke ontwikkelingen met een ‘claim op het energiesysteem’, en hoe deze ontwikkelingen zich terug laten vertalen in een behoefte aan energie-infrastructuur. De kwaliteit van het PMIEK is dan ook grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van beschikbare informatie. De belangrijkste databronnen voor het PMIEK zijn WoW-MOOR6, ruimtelijke plannen van o.a. gemeenten, Provincie, Rijkswaterstaat en Waterschap, de Energievisie Zeeland, de Netvisie van TenneT en de Masterplannen van Stedin. Door deze set aan documenten als ‘laagjes’ over elkaar heen te beschouwen ontstaat een gezamenlijk beeld van de toekomstige ontwikkeling van het energiesysteem alsook inzicht in de vraag naar energie en de beschikbaarheid van energie-infrastructuur. Door het uitvoeren van een vergelijkende en verdiepende analyse kunnen nieuwe energie-infraplannen worden geïdentificeerd en opgestart. Naast deze documenten is input van onder andere Gasunie en Netverder noodzakelijk om een beeld verkrijgen van ontwikkelingen
WOW-MOOR is een softwaretool die door gemeenten, nutsbedrijven en Provincie wordt gebruikt voor planafstemming in de openbare ruimte (AZON) 6
6
in het energiesysteem op het gebied van waterstof, groengas en warmte.
Raakvlakken andere opgaven en andere programma’s Integraal programmeren en het PMIEK staan niet op zichzelf. Er is een duidelijke relatie met acties die op de korte en langere termijn bijdragen aan het realiseren energie-infrastructuurprojecten. Naast samenhang met het Nationale MIEK is er in de uitvoering samenhang met de Taskforce Zeeuwse Netoplossingen, de Regionale Energiestrategie (RES), het Cluster Energie Strategie (CES) en beleidsprogramma’s zoals wonen (woondeal), bedrijventerreinen, mobiliteit en logistiek. Daarnaast vindt afstemming plaats met beleidsontwikkelingen binnen de fysieke leefomgeving, waaronder het Ruimtelijk Arrangement, NOVEX en NOVEX North Sea Port District.
Taskforce Zeeuwse Netoplossingen ‘Slimme oplossingen’ zoals batterijen, energiehubs en slimme laadtechnologieën kunnen een rol spelen in het efficiënter benutten van het (bestaande) energiesysteem. Begin 2024 is in Zeeland de Taskforce Zeeuwse Netoplossingen gestart. De Taskforce heeft een belangrijke rol als het gaat om het stimuleren van de zgn. ‘slimme oplossingen’, die het mogelijk maken het bestaande net beter te benutten. De Taskforce houdt zich nadrukkelijk bezig met het ontwikkelen van projecten zoals energiehubs en het ontsluiten van kennis om het bestaande energiesysteem efficiënter en slimmer te benutten. Systeeminnovatie is onlosmakelijk verbonden met een toekomstbestendig energiesysteem en kan daarom niet los gezien worden van integraal programmeren.
7
Totstandkoming van het PMIEK 2.0 In april 2023 heeft Gedeputeerde Staten van Zeeland het eerste PMIEK 1.0 en een Plan van Aanpak voor integraal programmeren vastgesteld. Aan beide documenten is na vaststelling uitvoering gegeven. Er is een ambtelijke Werkgroep Integraal Programmeren Zeeland (WIPZeeland) gestart die uitvoering geeft aan drie actielijnen uit de aanpak energie-infrastructuur (1. Sneller bouwen, 2. Beter benutten en 3. Integraal programmeren). Voortgang op deze actielijnen wordt bewaakt door de bestuurlijke Energieraad Zeeland. Op basis van het Plan van Aanpak is uitvoering gegeven aan een nieuwe cyclus integraal programmeren. Binnen deze cyclus is extra nadruk gelegd op stap 1 en 2 van de integraal programmeercyclus: het verkrijgen van inzicht en het opstellen van een Energievisie voor Zeeland.
Van PMIEK 1.0 naar PMIEK 2.0 Door het doorlopen van integraal programmeercyclus zijn inzichten ontstaan over de ontwikkeling van de energievraag-, en aanbod in tijd en plaats. Dit heeft geleid tot het opnemen van een aantal nieuwe onderzoeksprojecten in het PMIEK 2.0. Daarnaast is de projectenlijst uit het PMIEK 1.0 (2023) op basis van nieuwe inzichten herijkt. Hieruit is een herziene projectenlijst ontstaan die is opgenomen in dit PMIEK. Hieronder worden een aantal belangrijke aandachtspunten omschreven die van toepassing zijn op de herijking van de PMIEK projectenlijst. Onderscheid in verschillende typen projecten In het PMIEK 1.0 werd onderscheid gemaakt tussen twee typen projecten, namelijk ‘project’ en ‘onderzoek’. Onder de categorie ‘project’ vielen projecten die deels al in uitvoering zaten en deels in een
studiefase. In dit PMIEK is onderscheid gemaakt in de mate waarin projecten reeds gevorderd zijn. Projecten die nog in de studiefase zitten zijn opgenomen onder de categorie ‘V’ (verkenningsproject). Projecten die in de ontwikkelfase zitten zijn opgenomen onder de categorie ‘C’ (concrete projecten). Projecten die in de uitvoering zitten zijn opgenomen onder de categorie ‘R’ (realisatieprojecten). Herziening voortgang projecten Projecten die zijn overgedragen aan de aannemer voor uitvoering zijn van de PMIEK projectenlijst afgehaald. Voorbeelden hiervan zijn o.a. Uitbreiden capaciteit station Goes de Poel en uitbreiden capaciteit rondom Vlissingen-Oost. Onderzoeksprojecten waarvan gaandeweg is geconstateerd dat ze nog te vroeg komen of op dit moment nog onvoldoende kansrijk zijn, zijn afgevallen. Een voorbeeld hiervan is het onderzoeksproject rondom de aftakking op de Nationale waterstofbackbone in Zeeuws-Vlaanderen (Hulst). Toepassing van het afwegingskader Nieuwe projecten op de projectenlijst zijn vooralsnog niet getoetst aan het afwegingskader. Deze projecten zijn namelijk nog in de onderzoeksfase. Toetsing aan het afwegingskader is in deze fase is niet aan de orde. In het PMIEK 3.0 zal uitgebreid aandacht besteed worden aan de toepassing van het afwegingskader en mogelijke decentrale aanvullingen op het landelijke afwegingskader uit de handleiding PMIEK.
In afstemming met de WIP-Zeeland en de verschillende deelgebieden zullen hiervoor werksessies worden georganiseerd.
8
Werkorganisatie, WIP-Zeeland Op ambtelijk niveau wordt de voortgang van het integraal programmeerproces bewaakt door de WIP-Zeeland. De WIP-Zeeland bestaat uit Provincie Zeeland, Tennet, Stedin, Gasunie, een ambtelijke vertegenwoordiger per deelgebied vanuit gemeenten (x4), Ministerie van Klimaat en Groene Groei en de Taskforce Zeeuwse Netoplossingen. De Provincie Zeeland is procesregisseur over het integraal programmeren en verantwoordelijk voor het opstellen van het PMIEK. De WIP-Zeeland vormt het ambtelijke voorportaal voor de bestuurlijke Energieraad Zeeland.
Bestuurlijke organisatie De Energieraad Zeeland bestaat uit bestuurlijke afvaardiging van partijen uit de Werkgroep Integraal Programmeren, aangevuld door North Sea Port en VNO-NCW. De Energieraad Zeeland komt eens per acht weken samen voor bestuurlijk overleg. De Energieraad Zeeland geeft sturing aan de drie actielijnen, zoals vastgesteld in de Aanpak Energie-infrastructuur en PMIEK 1.0 (zie bijlagen). Te weten: 1. Sneller bouwen: focus op versnellen (zo min mogelijk vertragen) van geplande energie-infrastructuur 2. Beter benutten: focus op het beter benutten van het bestaande energiesysteem. Onder meer via de Taskforce Zeeuwse Netoplossingen. 3. Integraal programmeren en PMIEK: focus op te maken keuzes voor het energiesysteem over de lange termijn.
9
Klankbordgroep
Zeeuwse aanpak voor het verkrijgen van inzicht
De realisatie van nieuwe energie-infrastructuur, of de uitbreiding/verzwaring van bestaande energieinfrastructuur, brengt in veel gevallen een ruimtelijk inpassingsvraagstuk met zich mee. Infrastructuur moet namelijk worden ingepast in de fysieke leefomgeving. Draagvlak voor de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur is daarbij heel belangrijk, maar niet altijd vanzelfsprekend. Om ervoor te zorgen dat (in)direct belanghebbenden worden geïnformeerd over ontwikkelingen in het Zeeuwse energiesysteem, is een verkenning opgestart naar het oprichten van een klankbordgroep7. De inrichting van een klankbordgroep hangt samen met de vraag om de bestuurlijke structuur van de RES te stroomlijnen met de bestuurlijke structuur van de aanpak energie-infrastructuur. Partijen die vertegenwoordigd zijn in de voorlopige klankbordorganisatie zijn onder meer: de Zeeuwse Milieufederatie, Bouwend Zeeland, Evides, Hogeschool Zeeland, Rijkswaterstaat en Veiligheidsregio Zeeland. In de loop van 2025 wordt in afstemming met de betrokken partijen een advies gegeven aan de Energieraad Zeeland over de rol van de klankbordgroep en de thema’s waarop zij actief betrokken willen worden.
Om afstemming te bereiken over de planning en uitvoering van werken in de openbare ruimte wordt door gemeenten en nutsbedrijven al enige jaren samengewerkt binnen het Afstemmingsoverleg Zeeuwse Overheden en Netbeheerders (AZON) en in het Management Overleg Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven (MOZON). In deze samenwerkingsstructuren zijn alle Zeeuwse gemeenten, Waterschap, Stedin en Evides vertegenwoordigd. TenneT en Gasunie zijn vooralsnog geen onderdeel van het AZON, maar leveren periodiek data aan.
7
Provincie Zeeland is in 2025 officieel toegetreden tot het AZON en het MOZON. Binnen het AZON wordt gebruik gemaakt van WOW-MOOR. Een softwaretool waarin plannen met effect op de openbare ruimte integraal worden afgestemd en geprogrammeerd. Informatie uit WoWMOOR is onmisbaar voor het verkrijgen van inzicht (stap 1 van het integraal programmeerproces)
klankbordgroep is een voorlopige werktitel
10
Pilot ‘verkrijgen van inzicht’ met WOW-MOOR In 2024 is in afstemming met het AZON een pilotproject uitgevoerd waarbinnen gebruik is gemaakt van het WOW-portaal voor het invullen van informatie uit stap 1 van het integraal programmeerproces: ‘verkrijgen van inzicht’. De pilot is succesvol geweest en heeft geleid tot ongeveer 80% nieuwe initiatieven op de kaart. Input uit het WOWportaal is voor netbeheerders en uitvoerende partijen zeer belangrijk. Stedin gebruikt informatie uit WOW-MOOR voor het verfijnen van de eigen modellen die helpen bij het samenstellen van het investeringsplan. Door Stedin en uitvoeringsorganisatie DNWG wordt op basis van input uit het AZON gewerkt aan de planning en uitvoering van initiatieven die zijn opgevoerd in WOW-MOOR. De WIP-Zeeland zet de komende jaren in op het intensiveren van de samenwerking met het AZON en het MOZON. Tegelijkertijd wordt vanuit de WIP-Zeeland ingezet op het maken van afspraken over het invullen van het WOW-portaal ten behoeve van het PMIEK. Doel daarvan is om te komen tot een gezamenlijke en uniforme werkwijze voor het verkrijgen van inzicht. Op termijn kan samenwerking met het AZON leiden tot een aanpak waarin planverkenning, planvorming, uitvoering en realisatie van energieinfrastructuur samen komen.
Naast het inventariseren van plannen wordt ook verkend in hoeverre WOW-MOOR benut kan worden voor het in kaart brengen van bestaande stroompunten van publieke partijen waar restcapaciteit beschikbaar is omdat deze punten niet te alle tijden worden benut. Denk bijvoorbeeld aan evenementenstroom of aan stroom bij gemalen. Het voornemen is om deze punten beschikbaar te stellen voor van het laden van mobiele voertuigen voor de bouw. Nadere uitwerking hiervan volgt in 2025.
Monitoring van PMIEK projecten Nadat het PMIEK 2.0 wordt vastgesteld door het College van Gedeputeerde Staten worden PMIEK projecten opgenomen in actielijn 1 van de aanpak energie-infrastructuur: sneller bouwen. Binnen deze actielijn worden energie-infraprojecten met een PMIEK-status aan de hand van een monitoringstool periodiek getoetst op voortgang en knelpunten. Hierbij wordt gestuurd op de geprojecteerde ingebruiknamedatum uit het investeringsplan van de netbeheerder. De Energieraad wordt periodiek geïnformeerd over de stand van zaken van PMIEK-projecten. Bij een status ‘oranje’ (grote kans op vertraging) of ‘rood’ (project dreigt te stagneren) wordt de Energieraad om een advies of een besluit gevraagd. Projecten met een verkennings-, of onderzoekstatus hebben vaak nog geen geplande IBN-datum. Opname van deze projecten in het PMIEK betekent dat de Werkgroep Integraal Programmeren uitvoering aan deze projecten geeft. Acties die hieruit voortvloeien moeten resulteren in uiteindelijke versnelling van het verdere plan-, en realisatieproces van energie-infrastructuur.
De Energievisie Zeeland De Energievisie Zeeland geeft richting aan de ontwikkeling van het Zeeuwse energiesysteem en schetst een beeld van het energiesysteem
11
in 2050. Om tot een Energievisie Zeeland te komen is intensief samengewerkt met netbeheerders, gemeenten, het bedrijfsleven en andere belangrijke stakeholders. De Energievisie maakt systeemkeuzes op dragerniveau (elektriciteit, warmte en duurzame gassen). Op sectoraal niveau agendeert de Energievisie keuzes die vanuit het energiesysteem bezien belangrijk zijn om rekening mee te houden. De Provincie Zeeland kan sturing geven aan keuzes uit de Energievisie Zeeland via instrumenten zoals de Omgevingswet en de Omgevingsverordening.
De Energievisie Zeeland en het PMIEK Zoals eerder aangegeven vormen de Energievisie Zeeland, de Netvisie van TenneT en de Masterplannen van Stedin belangrijke bouwstenen voor het samenstellen van het PMIEK. In deze documenten wordt namelijk gekeken naar de ontwikkeling van het energievraag en -aanbod op de lange termijn (2035 en verder). Door een goed beeld te hebben bij (1) de toekomstige vraag naar duurzame energie en (2) de beschikbaarheid/aanbod van energiedragers in een bepaald gebied, wordt het mogelijk om nieuwe energie-infraprojecten te identificeren die nog niet in het reguliere investeringsplan van de netbeheerders is geland. Tegelijkertijd ontstaat hieruit de kans om energie-infraprojecten alvast te starten. Door projecten vroeg op te starten wordt het mogelijk om op strategisch niveau voorbereidingen te treffen voor een vlotte realisatie van een project. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het (alvast) verkrijgen van een grondpositie of het voorbereiden van procedures en participatietrajecten in afstemming met de betrokken stakeholders, zoals gemeenten, perceeleigenaren en inwoners.
Energievisie als belangrijke bouwsteen voor het PMIEK In 2024 is in nauwe samenwerking met stakeholders gewerkt aan het opstellen van een Energievisie Zeeland. Onderstaand zijn een aantal aandachtspunten uit de Energievisie opgenomen die op het PMIEK 2.0 van toepassing zijn. Bestuurlijke keuzes uit de Energievisie Zeeland hebben effect op de programmering van energie-infraprojecten. Gebiedstypologieën helpen om bestuurlijke keuzes te vertalen naar typen gebieden in Zeeland. Zo wordt inzichtelijk op welke plekken voornamelijk wordt ingezet op elektrificatie van sectoren in gebieden. Maar ook op welke plekken wordt ingezet op het gebruik van waterstof voor (boven)regionale bedrijvigheid, en waar kan worden gewerkt aan realisatie van collectieve warmteoplossingen, bijvoorbeeld voor de gebouwde omgeving. In de Energievisie Zeeland zijn twee scenario’s voor de ontwikkeling van het Zeeuwse energiesysteem uitgewerkt: een all-electric scenario en een scenario waarin naast elektriciteit ook warmte, groengas en waterstof ook een rol spelen. Bestuurlijke keuzes uit de Energievisie Zeeland zijn geënt op het scenario met alternatieven. Doordat het PMIEK fungeert als één van de uitvoeringsinstrumenten van de Energievisie zullen bestuurlijke keuzes uit de Energievisie ook landen in de planning, vormgeving en uitvoering van PMIEK-projecten.
12
Het afwegingskader Door de gezamenlijke provincies is afgesproken dat de toetsing van projecten aan het afwegingskader plaatsvindt aan de hand van de landelijke handleiding PMIEK. De interpretatie van het afwegingskader en het besluitvormingsproces is maatwerk per provincie. Het afwegingskader is een hulpmiddel voor het selecteren van PMIEKprojecten en helpt in de besluitvorming voor het vaststellen van deze projecten. Het maakt maatschappelijke effecten van projecten inzichtelijk. Deze effecten worden in beeld gebracht aan de hand van maatschappelijke doelstellingen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen (Woondeal), ontwikkeling van bedrijventerreinen, opwek (RES)
mobiliteit (Nationale Agenda Laadinfrastructuur [NAL] Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest [RAL]) gebouwde omgeving en industrie (fossielvrij in 2050). Op basis hiervan worden projecten geselecteerd die passen bij een toekomstbestendig en maatschappelijk gewenst energiesysteem, passend bij uitgangspunten van de Energievisie. De rol van het afwegingskader is daardoor dat het kader borgt dat projecten aansluiten bij de Energievisie en dat projecten passen bij het omgevingsbeleid. Het afwegingskader dient daarmee twee doelen: 1. Het programmeren van projecten met een lange termijn horizon en hierdoor het tijdig realiseren van energie-infrastructuur; 2. Bij uitzondering: het prioriteren van projecten met een korte termijn horizon om (te grote) negatieve maatschappelijke effecten te voorkomen. Binnen de cyclus van integraal programmeren doorlopen energieinfraprojecten een zgn. ‘funnel’. Projecten evolueren van onderzoek naar verkenning tot concrete-, en realisatieprojecten (zie p. 3). Het afwegingskader is van toepassing op twee typen PMIEK-projecten: verkenningsprojecten en concrete projecten. PMIEK-projecten hebben geen onderlinge ranking. Wel kan het effect of de invulling van een PMIEK-status voor een project verschillend zijn.
Toepassing van het afwegingskader Energie-infraprojecten doorlopen een zgn. ‘funnel’. Het afwegingskader is van toepassing op 2 categorieën PMIEK projecten, namelijk: verkenningsprojecten en concrete projecten. Hieronder staat een stappenplan beschreven voor toepassing van het afwegingskader.
13
Stap 1: groslijst voorbereiden
Toepassing van het afwegingskader op het PMIEK 2.0
De zgn. ‘groslijst’ dient als basis voor de maatschappelijke onderbouwing voor PMIEK-projecten. De groslijst in Zeeland wordt gebaseerd op inzichten vanuit de netbeheerders alsook inzicht vanuit WOW-MOOR. Deze informatie leidt tot een overzicht aan maatschappelijke ontwikkelingen die aanleiding geven tot het opstarten van een nieuw project. Beknopte informatie hierover wordt opgenomen in het projectfiche onder de kop ‘sectoren en ontwikkelingen’ (zie projectfiches).
Zoals eerder aangegeven in dit document is op het PMIEK 2.0 geen afwegingskader toegepast. Dit komt omdat in het PMIEK 2.0 alleen nieuwe onderzoeksprojecten zijn opgenomen. Op deze projecten is het afwegingskader niet van toepassing. Projecten uit het PMIEK 1.0 zijn herijkt op basis van punten aangegeven op pagina 6.
Stap 2: voorbereiding score + selectie De groslijst wordt ‘gescoord’ op de verschillende criteria uit het landelijk afwegingskader. Deze scoring wordt voorbereid door de WIPZeeland en aan de hand van werksessies getoetst in de verschillende deelgebieden. Aan de hand van dit proces wordt door de WIP-Zeeland een voorlopige selectie gemaakt. Dit leidt tot een voorlopige selectie van PMIEK projecten. Stap 3: bestuurlijke toetsing/reflectie door de Energieraad Zeeland De selectie van projecten wordt bestuurlijk getoetst bij de Energieraad Zeeland. Aan de hand van een reflectie uit de Energieraad Zeeland kan de selectie van projecten nog bijgesteld worden. Stap 4: Vaststellen selectie door GS GS stelt de uiteindelijke PMIEK-projectenlijst vast. Resultaat van deze stap is een bestuurlijk verankerde PMIEK-projectenlijst. Het College van Gedeputeerde Staten informeert netbeheerders TenneT, Stedin en Gasunie via een brief wat de opgehaalde PMIEK projecten zijn.
Aandachtspunten Naast provinciale MIEK projecten zijn in Zeeland ook een aantal Nationale MIEK projecten. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van de Nationale Waterstofbackbone en de realisatie van een 380kVverbinding naar Zeeuws-Vlaanderen. Het Rijk voert regie op de voortgang van deze projecten via het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI). Projecten uit het Nationale MIEK hangen samen met het Provinciale MIEK. Zo is de ingebruikname van het 380kV-hoogspanningsstation bij Halsteren cruciaal voor de ingebruikname van de 150kV- transformatoren hoogspanningsstations op Tholen en Schouwen-Duiveland. En een aftakking op het nationale waterstofnetwerk bij Kapelle is afhankelijk van realisatie van het Waterstofnetwerk Nederland. Vanwege deze samenhang worden nationale ontwikkelingen gevolgd door de WIPZeeland en vindt met regelmaat afstemming plaats met het Kernteam SDR, dat monitort op de voortgang van projecten met een MIEK-status.
14
Vervolgproces Na een akkoord op het concept PMIEK 2.0 door de Energieraad Zeeland wordt een definitieve versie van het PMIEK 2.0 door het College van Gedeputeerde Staten vastgesteld en ter informatie aangeboden aan Provinciale Staten en aan Zeeuwse gemeenten. Het College van Gedeputeerde Staten biedt het vaststelde PMIEK 2.0 middels een brief aan bij netbeheerders Stedin, TenneT en Gasunie. Bij het opstellen van het investeringsplan geven netbeheerders een zwaardere weging aan PMIEK projecten. Hierdoor wordt het maatschappelijk belang van een project zichtbaar bij de netbeheerder en kan er eerder worden gestart met planvorming en realisatie van PMIEK projecten.
15
Uitvoeringsagenda Wat Inzicht verkrijgen in de gevraagde capaciteit t.b.v. walstroomlocaties in Zeeland Rapportage voortgang PMIEK projecten Opstarten onderzoekstafels voor PMIEK onderzoeksprojecten Inzicht verkrijgen in ingeschat energieverbruik van verspreid liggende grote energieverbruikers (i.f.v. individuele aanpak voor verspreid liggende energieverbruikers, zie ook: Energievisie Zeeland) Komen tot een standaard werkwijze voor invoeren van PMIEK gerelateerde informatie in WoW-MOOR Verfijnen van landelijk afwegingskader met mogelijke decentrale uitgangspunten voor Zeeland
Wie Provincie Zeeland i.s.m. Stedin, Rijkswaterstaat en North Sea Port WIP-Zeeland Provincie Zeeland i.s.m.. netbeheerders, betrokken gemeenten en sectortafels Provincie Zeeland i.s.m.. Stedin
Wanneer 2025
Provincie Zeeland i.s.m.. AZON en MOZON
2025
Werkgroep Integraal Programmeren in samenwerking met deelgebieden
2025
Doorlopend 2025 2025
Projectenlijst PMIEK 2.0 Cate gorie
Deelgebied
Naam project
Type infra
Sectoren en ontwikkelingen
Planning Betrokken partijen
8
O O
Status project 9
SchouwenDuiveland en Tholen Walcheren
O
ZeeuwsVlaanderen
O
ZeeuwsVlaanderen
V
Bevelanden
Onderzoek verduurzaming kustlijn Kop van Schouwen Onderzoek verduurzaming kustlijn Walcheren Onderzoek verduurzaming kustlijn West ZeeuwsVlaanderen Onderzoek verzwaren 150kV-verbinding Terneuzen-WestdorpeOostburg
Onderzoek
Hotspot ‘kop van Schouwen’
Na 2030
Onderzoek
Hotspot ‘kustlijn van Walcheren’
Na 2030
Onderzoek
Hotspot ‘kustlijn West ZeeuwsVlaanderen’
Na 2030
Onderzoek
Uitbreiden capaciteit 150kV-station Rilland
HS/MSstation
Hotspot Na 2030 kanaalzone door elektrificatie van de industrie en ‘kuststrook West ZeeuwsVlaanderen, logistieke sector en opwek. Hotspot Rilland onbeken d
Stedin, TenneT, Gemeente Schouwen-Duiveland, Provincie Zeeland Stedin, TenneT, Gemeenten Veere en Vlissingen, Provincie Zeeland Stedin, TenneT, Gemeente Sluis, Provincie Zeeland TenneT, Stedin, Gemeente Terneuzen, Gemeente Sluis, Provincie Zeeland
TenneT, Stedin, Gemeente Reimerswaal, Provincie Zeeland
Categorieën projecten: O = onderzoek, V = verkenning, C = concreet project, R = realisatiefase Status van PMIEK projecten wordt bepaald op basis van de kans dat de voorziene IBN datum uit het investeringsplan van de netbeheerder wordt gehaald. Groen betekent dat het project loopt. Oranje betekent dat de IBN dreigt te stagneren. Rood betekent dat de IBN stagneert. 8 9
17
V
Walcheren en Bevelanden
Ontwikkeling warmtenet boven de Westerschelde
Warmtedistributien et
V
ZeeuwsVlaanderen
Ontwikkeling warmtenet onder de Westerschelde
Warmtedistributien et
C
Bevelanden
C
Bevelanden
EHS/HS/MS -station HS/MSstation
C
Bevelanden
Uitbreiden capaciteit station Borssele Uitbreiden capaciteit regio Kapelle, Yerseke en Kruiningen Aftakking landelijk waterstofnetwerk Kapelle
Waterstofdistributien et
Verduurzaming warmtevoorziening gebouwde omgeving in gemeenten Middelburg, Vlissingen, Borsele, Goes en Kapelle Uitwisseling restwarmte tussen bedrijven en verduurzaming warmtevoorziening gebouwde omgeving gemeente Terneuzen Hotspot Borssele / Sloegebied Hotspot Kruiningen/Kapelle /Yerseke Verduurzaming mobiliteit, industrie (en evt. gebouwde omgeving) in gemeenten Reimerswaal en Kapelle
Onbeken d
Gemeente Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes, Kapelle, Provincie Zeeland, Stedin, Netverder, Gasunie, VoltH2, Orsted, Zeeuwind, woningbouwcorporaties
2026 (fase 1) 2040 (realisati e)
Gemeente Terneuzen, NSP, Netverder, Stedin, Gasunie Zeeuwind, woningbouwcorporaties, Zorgsaam
2031
TenneT, Stedin, Gemeente Borsele, NSP TenneT, Gasunie, Stedin, Gemeenten Kapelle, Reimerswaal en Goes
2034 2030
Gemeente Kapelle, Gemeente Reimerswaal, Stedin, Netverder, Gasunie
18
R
SchouwenDuiveland en Tholen
Ontsluiten Tholen en Schouwen-Duiveland op 150kV
R
Walcheren
R
ZeeuwsVlaanderen
Uitbreiden capaciteit station Middelburg Uitbreiden capaciteit Kanaalzone
R
ZeeuwsVlaanderen
Uitbreiden capaciteit station Oostburg
Nieuw HStracé + HS/MS stations, vervangen MS-tracé stations MS-tracé + MS station Nieuw HStracé + station, Uitbreiden HS/MS station HS/MS station
Hotspots Tholen Stad, Zierikzee, Oosterland, en kustlijn Renesse
2029
TenneT, Stedin, Gemeenten Schouwen-Duiveland en Tholen, Provincie Zeeland
Hotspot kustlijn Walcheren Hotspot Kanaalzone
2029
Stedin, Gemeente Veere
2027
TenneT, Stedin, Gemeenten Terneuzen, Goes, Borsele, NSP
Hotspots Eede/Aardenburg, Oostburg en Kustlijn Cadzand
2029
Stedin, TenneT Gemeente Sluis
19
PMIEK 2.0 kaartmateriaal
Figuur 1: Locaties PMIEK-onderzoeksprojecten
20
Figuur 2: locaties PMIEK-projecten elektriciteit
21
Figuur 3: Locaties PMIEK-projecten warmte en waterstof
22
Projectfiches Project: onderzoek verduurzaming kustlijn Kop van Schouwen Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen Betrokken partijen Planning PMIEK selectie informatie PMIEK status Projectfase – infra Projectfase – RO – planvorming Afhankelijkheden – infraprojecten en ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Toelichting Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Verduurzaming van recreatiesector, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw aan de kustlijn van de Kop van Schouwen. Stedin, gemeente Schouwen-Duiveland, Provincie Zeeland Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Toelichting Onderzoeksproject Onderzoek Onderzoek Randvoorwaarde voor realisatie elektriciteits-infrastructuur op de Kop van Schouwen is de ingebruikname van het nieuw te bouwen 150kV station bij Zierikzee en uitbreiding van een 21/10MS-station bij Serooskerke (Schouwen-Duiveland). Zie ook: ‘ontsluiten Tholen en Schouwen-Duiveland op 150kV’. Opstarten onderzoeksfase ‘verduurzaming kustlijn Kop van Schouwen’, in afstemming met gemeente Schouwen-Duiveland, Stedin en Provincie Zeeland.
23
Project: onderzoek verduurzaming kustlijn Walcheren Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen Betrokken partijen Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Projectfase – infra Projectfase – RO – planvorming Afhankelijkheden – infraprojecten en ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Toelichting Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Verduurzaming van recreatie (mobiliteit / laadinfra en gebouwde omgeving / zon-op-dak / elektrificatie van watersport) langs de kust bij Zoutelande, Domburg en Oranjeplaat. Stedin, Gemeente Veere, Gemeente Vlissingen, Provincie Zeeland Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Toelichting Onderzoeksproject Onderzoek Onderzoek Randvoorwaarde voor realisatie elektriciteits-infrastructuur langs de Walcherse kustlijn is de ingebruikname van de uitbreiding bij het 150kV station in Middelburg en de ingebruikname van een 21/10MS station bij Grijpskerke. Opstarten onderzoeksfase ‘verduurzaming kustlijn Walcheren’, in afstemming met gemeente Veere, gemeente Vlissingen, Stedin en Provincie Zeeland
24
Project: onderzoek verduurzaming kustlijn West Zeeuws-Vlaanderen Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen Betrokken partijen Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Projectfase – infra Projectfase – RO – planvorming Afhankelijkheden – infraprojecten en ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Toelichting Cadzand en Breskens 21/10kV MS-stations Verduurzaming van recreatie (mobiliteit / laadinfra en gebouwde omgeving / zon-op-dak / elektrificatie van logistiek transport) langs de kust tussen Cadzand en Breskens Stedin, Gemeente Sluis Nader te bepalen aan de hand van onderzoek Toelichting Onderzoeksproject Onderzoek Onderzoek Randvoorwaarde voor realisatie elektriciteits-infrastructuur langs de West Zeeuws-Vlaamse kustlijn is de ingebruikname van de uitbreiding van het 150kV station bij Oostburg. En de ingebruikname van installatie en verbinding 21/10KV stations. Opstarten onderzoeksfase ‘verduurzaming kustlijn West Zeeuws-Vlaadneren’, in afstemming met gemeente Sluis en Stedin. (Mogelijk ook i.a.m. met TenneT, in relatie tot onderzoeksproject ‘uitbreiden 150kV lijn Westdorpe-Oostburg)
25
Project: onderzoek verzwaren 150kV-verbinding Terneuzen-Westdorpe–Oostburg Algemene projectinformatie Locatie
Toelichting Nader te bepalen aan de hand van onderzoek
Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen
Aanbrengen extra 150kV circuit tussen Terneuzen - Westdorpe Door een verwachte toename in de vraag naar transportcapaciteit door de industrie en bedrijven in de Kanaalzone en door de recreatiesector en logistieke sector in West-Zeeuws-Vlaanderen, is het mogelijk nodig om in de toekomst de capaciteit van de 150 kV-verbinding Terneuzen – Westdorpe – Oostburg uit te breiden. De verwachting is dat er met name een capaciteitsknelpunt kan ontstaan tussen het nog nieuw te bouwen 150 kV hoogspanningsstation Terneuzen (onderdeel van project 380 kV Zeeuws-Vlaanderen) en Westdorpe 150 kV.
Betrokken partijen Planning
TenneT, Gemeente Terneuzen, Gemeente Sluis Nader te bepalen aan de hand van onderzoek
PMIEK selectie informatie PMIEK-status Projectfase – infra Projectfase – RO – planvorming Afhankelijkheden – infraprojecten en ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Toelichting Onderzoeksproject Onderzoek Onderzoek N.v.t.
Opstarten onderzoeksfase ‘verzwaren 150kV verbinding Terneuzen - Westdorpe – Oostburg’
26
Project: verkenning uitbreiding capaciteit 150kV-station Rilland Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen
Toelichting Rilland, gemeente Reimerswaal Nieuw HS/MS station Rilland heeft voldoende afnamecapaciteit. Op Rilland is relatief weinig afname in relatie tot de grote hoeveelheden invoeding. Uitbreiding van het net is daarom met name om congestie voor invoeding op te lossen en om in de toekomst meer ruimte te hebben voor invoeding.
Betrokken partijen
TenneT, Stedin, Gasunie (betrokken vanwege mogelijke aftakking voor invoeding op de nationale waterstofbackbone), Provincie Zeeland. NNB Toelichting Verkenningsproject Vanwege diverse ontwikkelingen voor zowel duurzame opwek als mobiliteit, walstroom en mogelijk plaatsing van elektrolysers, zal de 150 kV-netcapaciteit in de regio Rilland mogelijk uitgebreid moeten worden. Deze capaciteitsgroei heeft mogelijk ook een toekomstige uitbreiding van de 380/150kV koppeling op het 380 kVstation Rilland tot gevolg.
Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
Projectfase – infra Projectfase – RO – planvorming Afhankelijkheden – infraprojecten en ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Verkenning Dit verschilt per ruimtelijke- en/of sectorale ontwikkeling. De benodigde verzwaring is mede afhankelijk van systeemkeuzes in het gebied, zoals: mogelijkheden voor aftakking van de waterstofbackbone, gebruik van groen gas, of lokaal opwek en gebruik van hernieuwbare elektriciteit en waterstof. Decentrale waterstofproductie biedt ook mogelijkheden om restwarmte naar de glastuinbouw te transporteren en zuurstof (restproduct) aan de waterzuivering in Bath te leveren. Mogelijk dat opwekcapaciteit uit West-Brabant – waar nu netcongestie is afgekondigd, wordt aangesloten op het station in Rilland. Opstarten onderzoeksfase ‘verkenning uitbreiding capaciteit 150 kV-station Rilland’ in afstemming met TenneT, Stedin, Gemeente Reimerswaal en Provincie Zeeland.
27
Project: ontwikkeling warmtenet boven de Westerschelde Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen Betrokken partijen infrastructuur
Financiële informatie Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
Projectfase - infra Projectfase – ROplanvorming voor infra
Toelichting Midden Zeeland: delen van gemeenten Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes en Kapelle. Nieuw warmtedistributienet o.b.v. industriële restwarmte. De gebouwde omgeving kan worden verduurzaamd middels de toepassing van restwarmte. Deze is op dit moment ruim beschikbaar in het Sloegebied (o.a. Zeeland Refinery), en neemt in beschikbaar volume toe door elektrificatie van bestaande industriële processen (bijvoorbeeld elektrisch kraken) en waterstofproductie middels elektrolysers. Provincie Zeeland (initiatiefnemer, facilitator); Gemeenten Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes, Kapelle (facilitator, vergunningverlener); Zeeland Refinery, Ørsted, VoltH2 en andere elektrolyser-eigenaren (warmtebronnen); Gemeenten, glastuinbouw in Kapelle Seasun (grote afnemers restwarmte); Zeeuwind (beoogd warmteleverancier en partner in het warmtebedrijf); Netverder (dochter Stedin - beoogd eigenaar infrastructuur en partner in het warmtebedrijf). Nog niet betrokken: Woningbouwcorporaties, ziekenhuis, zwembaden en bedrijven (grote warmte-afnemers). Businesscase is nog in ontwikkeling. Planning is nog onduidelijk. Uit de eerste verkenning is een voorstel voor fasering gekomen, maar het is te vroeg om data te noemen. Toelichting Verkenningsproject Een groot deel van de gebouwde omgeving van de gemeenten Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes en Kapelle kan verduurzamen middels restwarmte.
Geschikte warmtebronnen zijn op dit moment met name Zeeland Refinery. Op korte termijn neemt de hoeveelheid beschikbare restwarmte toe vanuit geplande elektrolysers en later mogelijk ook vanuit nieuwe kerncentrales (na 2035). Aaneenschakeling van verschillende warmtebronnen zorgt voor een robuust warmtenet. Woningen, bedrijven, het ziekenhuis, zwembad, sporthallen etc. kunnen in principe zonder extra isolatie verduurzaamd worden, waardoor lage inkomens ook kunnen participeren/profiteren. Gebruik van het warmtenet kan de groeiende vraag naar elektriciteit (voor bijvoorbeeld warmtepompen) in de gebouwde omgeving afremmen, en daarmee de vraag naar mogelijke verzwaringen in het elektriciteitsnet verminderen. Verkenning en onderzoek. Nog niet gestart.
28
Projectfase – ruimtelijke ontwikkelingen Afhankelijkheden – infraprojecten, ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Fase: begin van planvorming. De bronnen zijn behoorlijk zeker en er is ook bereidheid van die bronnen om uit te koppelen. Op dit moment dient eerst de businesscase vorm te krijgen, waarna vervolgens samen met de betrokken gemeenten en het bestuur van de Provincie een gecoördineerd principebesluit genomen kan worden. De ontwikkeling van de Wet Collectieve Warmte is onzeker. Het verkrijgen van WIS-subsidie, of andere financiële ondersteuning voor de kosten van over-dimensionering en de grote transport-component zijn belangrijke onzekerheden, die grote invloed hebben op de businesscase. Een provinciaal warmtebedrijf kan helpen bij versnelling van dit project. Met de realisatie van het uitgebreide scenario, waarbij bronnen en distributienetten worden verbonden met een groot transportnet, is extra financiële ondersteuning benodigd - vergelijkbaar met de situatie rond WarmtelinQ in Zuid-Holland.
29
Project: ontwikkeling warmtenet onder de Westerschelde Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen Betrokken partijen infrastructuur
Financiële informatie
Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
Toelichting Gemeente Terneuzen – belangrijkste kernen van de gemeenten worden meegenomen, wellicht later uit te breiden naar Zelzate (BE). Nieuw warmtedistributienet o.b.v. industriële restwarmte. De gebouwde omgeving kan worden verduurzaamd middels de toepassing van overtollige restwarmte. Deze is op dit moment ruim beschikbaar in de Kanaalzone (o.a. DOW, Yara, Cargill en later mogelijk ArcelorMittal (BE)), en neemt in beschikbaar volume toe door elektrificatie van bestaande industriële processen (bijvoorbeeld elektrisch kraken) en waterstofproductie middels elektrolysers (bij Air Liquide en VoltH2). Samenwerkingsovereenkomst tussen Provincie Zeeland, Gemeente Terneuzen, DOW, North Sea Port. Provincie Zeeland (facilitator, aanjager); Gemeente Terneuzen (facilitator, vergunningverlener, aanjager); DOW, Yara, Cargill, WarmCo, wellicht later ook Air Liquide en andere elektrolyser-eigenaren (warmtebronnen); Gemeente Terneuzen, Woongoed Zeeuws-Vlaanderen, Clavis, Zorgsaam, bewonersvereniging Hoek (grote warmte-afnemers) Zeeuwind (beoogd warmteleverancier en partner in het warmtebedrijf); Netverder (dochter Stedin - beoogd eigenaar infrastructuur en partner in warmtebedrijf), HZ (onderzoeksinstelling) North Sea Port (beheergebieden) Er is een behoorlijk hoge onrendabele top. Die kan wellicht deels vanuit het WIS (Warmte Investerings Subsidie) van het Rijk gedekt worden.
Maar (lang) niet helemaal. Bij een rendementseis van 7% is de geprognotiseerde onrendabele top 14.000 €/WEQ. Bij een rendementseis van 4% is dat nog 9.000 €/WEQ. Het WIS geeft maximaal 6.000 €/WEQ. Onrendabele top is hoog, duizenden aansluitingen (ca. 17.000 WEQ’s) beoogd in de kernen Groot Terneuzen, Axel en Hoek samen. Fase 1: 2026. Totale warmtenet: 2040? Toelichting Verkenningsproject Een groot deel van de gebouwde omgeving van de gemeente Terneuzen kan verduurzamen middels restwarmte. Geschikte warmtebronnen zijn op dit moment met name DOW, Yara, Cargill, en later mogelijk ook ArcelorMittal in België. Door de ingebruikname van elektrolysers in de Kanaalzone bij o.a. Air Liquide en Yara, zal de beschikbaarheid van duurzame restwarmte toenemen. Aaneenschakeling van verschillende warmtebronnen zorgt voor een robuust warmtenet. Woningen, bedrijven, het ziekenhuis, zwembad, sporthallen etc. kunnen in principe zonder extra isolatie verduurzaamd worden (HT-warmtenet), waardoor lage inkomens ook kunnen participeren/profiteren. Gebruik van het warmtenet kan de groeiende vraag naar elektriciteit (voor bijvoorbeeld
30
warmtepompen) in de gebouwde omgeving afremmen, en daarmee de vraag naar verzwaringen in het elektriciteitsnet verminderen.
Projectfase - infra Projectfase – ROplanvorming voor infra Projectfase – ruimtelijke ontwikkelingen Afhankelijkheden - infra projecten, ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
De scope is veranderd. Waar eerst gekeken werd om te starten in Hoek, wordt nu gekeken naar een start met B2B en groot Terneuzen. Echter is het nog wachten op de uitkomst van de studie die momenteel uitgevoerd wordt door Netverder en SDR. Nog niet gestart; verwacht in 2026. Alle betrokkenen zijn voorstander. Er zijn 3 grote vraagstukken: (1) snelheid en besluitvaardigheid van de politiek; (2) mitigeren onrendabele top en voorfinancieren van over-dimensionering; (3) aantal huishoudens dat meedoet (aanname 80% in berekeningen). De ontwikkeling van de Wet Collectieve Warmte is onzeker. Het verkrijgen van WIS-subsidie, of andere financiële ondersteuning voor de kosten van over-dimensionering en de grote transport-component zijn belangrijke onzekerheden die grote invloed hebben op de businesscase. Een provinciaal warmtebedrijf kan helpen bij versnelling van dit project. Het is mogelijk te versnellen door kleinere distributienetten simultaan te ontwikkelen en later aan elkaar te koppelen tot één distributienet.
31
Project: uitbreiden capaciteit station Borssele Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen
Betrokken partijen infrastructuur Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
Projectfase - infra Projectfase – ROplanvorming voor infra Projectfase – ruimtelijke ontwikkelingen
Toelichting Gemeente Borsele. HS/MS-station. Uitbreiding en verduurzaming (ook CCS) van de industrie/MKB bij Borsele en Vlissingen-Oost/Sloegebied (o.a. Zeeland Refinery en Century/Zalco); Opslag van energie (batterijcapaciteit – ca. 300MW in 2030) bij Borsele en Vlissingen-Oost; Realisatie van walstroom bij Vlissingen-Oost (ca. 50MW in 2030); Uitbreiding opwekcapaciteit op land in het haven- en industriecomplex (wind-op-land), aanlanding van wind-op-zee vanuit Windparken Alpha, Beta (bestaand), IJmuiden Ver en Nederwiek (nieuw, ca. 4GW >2030 = NMIEK); Elektrolysecapaciteit in het haven- en industriecomplex (ca. 2.100MW in 2030); Studie naar gebruik van restwarmte in Borsele vanuit het Sloegebied. TenneT, Stedin (initiatiefnemers en eigenaren infrastructuur), Gemeente Borsele, North Sea Port (ruimtelijke procedures). 2031. Toelichting Concreet project Het huidige 380/150 kV hoogspanningsstation Borssele heeft 3 koppeltransformatoren. Daar worden vanwege de toenemende vraag naar transportcapaciteit, overbelastingen voorzien, met impact op de gehele provincie Zeeland. Een extra vierde 380/150kV-koppeltransformator op 380kV-station Borssele moet daarvoor een oplossing bieden. Om dat mogelijk te maken moeten er extra lijnvelden op het 150 kV-station Borssele komen. Ook de primaire en secundaire installaties van het 150 kV station worden door TenneT vervangen.
Projectnummers TenneT: A-1002757, A-1000326 en A-1000467 Ook Stedin heeft plannen op het station, zoals de realisatie van extra 50/10 kV transformatoren en nieuwe bedieningsruimtes. Projectnummer Stedin: CV.PR.1487 Planstudie. Nog niet gestart. Dit verschilt per ruimtelijke- en/of sectorale ontwikkeling.
32
Afhankelijkheden – infraprojecten, ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
Deze uitbreiding is afhankelijk van de realisatie van een nieuw 380kV-station in het Sloegebied (NMIEK project). Er is ook een sterke afhankelijkheid tussen de ontwikkelingen rondom Vlissingen-Oost en de capaciteitsuitbreiding op dit station. De mogelijke realisatie van 2 nieuwe kerncentrales (>2035, NMIEK-project) nabij de huidige centrale is van grote invloed op het energiesysteem van deze regio. Nader te onderzoeken.
33
Project: uitbreiden capaciteit regio Kapelle, Yerseke en Kruiningen Algemene projectinformatie Locatie Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen
Toelichting
Betrokken partijen infrastructuur
TenneT, Stedin (initiatiefnemers en eigenaren infrastructuur), Gasunie (betrokken vanwege mogelijke aftakking van de waterstofbackbone), Gemeenten Kapelle en Reimerswaal (ruimtelijke procedures).
Planning PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
2028-2035. Toelichting Concreet project Vanwege diverse ontwikkelingen in zowel de gebouwde omgeving, mobiliteit, walstroom, verduurzaming van de industrie en mogelijk plaatsing van elektrolysers zal de netcapaciteit in de regio Kapelle, Yerseke en Kruiningen uitgebreid moeten worden in de periode 2028-2035, afhankelijk van de timing van klantaanvragen. De mogelijke alternatieven zijn het uitbreiden van de bestaande stations of realisatie van een nieuw 150/21kV-station in dit gebied. De alternatieven dienen verder onderzocht te worden en de ontwikkelingen dienen afgestemd te worden op de realisatie van de netverzwaringen. E.e.a moet blijken uit de resultaten van de netstudie 150 kV van TenneT en Masterplan van Stedin. Projectnummer Stedin: CV.PR.1153 Verkenning. Nog niet gestart.
Projectfase - infra Projectfase – ROplanvorming voor infra Projectfase – ruimtelijke ontwikkelingen
Gemeenten Kapelle en Reimerswaal – regio Kapelle, Yerseke en Kruiningen. HS/MS-stations (evt. nieuw). Uitbreiding en verduurzaming van de industrie/MKB bij Kapelle, Kruiningen en Yerseke (Smokkelhoek, Nishoek en Olzendepolder); Mobiliteitshubs bij Kapelle, Yerseke en Kruiningen; Realisatie van walstroom bij Wemeldinge; Uitbreiding opwekcapaciteit op land bij Kapelle/Eversdijk (zon-op-land en wind-op-land – huidige capaciteit wordt vervangen door windmolens met grotere vermogens); Elektrolysecapaciteit bij Kapelle; Studie naar gebruik van restwarmte bij Kapelle vanuit het Sloegebied en mogelijk vanuit waterstofproductie (toekomst).
Dit verschilt per ruimtelijke- en/of sectorale ontwikkeling.
34
Afhankelijkheden – infraprojecten, ontwikkelingen buiten regio/Provincie Uitvoeringsafspraken
De benodigde verzwaring/ontwikkeling is mede afhankelijk van systeemkeuzes in het gebied, zoals: mogelijkheden voor aftakking van de waterstofbackbone en de verduurzamingsstrategie van enkele grote afnemers (zoals Cluster 6bedrijven) van grote invloed op de toekomstige energievraag, en hoe dit ingevuld gaat worden. Nader te onderzoeken.
35
Project: aftakking landelijk waterstofnetwerk Kapelle Algemene projectinformatie
Toelichting
Locatie
In Gemeente Kapelle is een aftakking voorzien ter hoogte van bedrijventerrein Smokkelhoek 1 en ontwikkelgebied bedrijventerrein Smokkelhoek 2. De gewenste locatie van de aftakking is rondom coördinaat: 56204.7, 387032.3 (RD coördinaten), 51.46369, 3.96546 (decimale coördinaten). Ontwikkeling van aftakkingen van de landelijke waterstofleiding voor afname- en productielocatie van waterstof.
Type infrastructuur Sectoren en ontwikkelingen
Betrokken partijen infrastructuur Planning
Het project heeft als doel om een lokale waterstofeconomie te ontwikkelen vanuit ketenperspectief, inclusief elektriciteitsproductie, conversie naar waterstof, het transport en afname door eindgebruikers. De waterstof wordt daardoor deels lokaal geproduceerd en geleverd en deels afgenomen van het landelijke waterstofnetwerk. Ontwikkeling van decentrale waterstofinfrastructuur als onderdeel van het energiesysteem, is een integrale oplossing waarmee wordt beoogd het (HS/)MS-station te ontlasten, restwarmte aan de glastuinbouw en zuurstof aan de RWZI te leveren. Gemeente Kapelle en Provincie Zeeland (initiatiefnemers, gebiedspartners); Gasunie (Hynetwork, ontwikkelaar en eigenaar backbone en HTL); Stedin (eigenaar distributienet); Zeeuwind (elektriciteits-, waterstofproducent); Volt H2 (waterstofproducent); Top Taste, Coroos, Nutripet, Seasun (afnemers). De waterstofproductie locatie is volgens planning operationeel in 2029. De Zuid-west verbinding van Hynetwork is volgens het hernieuwde uitrolplan operationeel in 2029-2030.
36
PMIEK selectie informatie PMIEK-status Omschrijving
Toelichting Concreet project Over de gehele waterstofketen zijn deelprojecten in ontwikkeling: Waterstofbeschikbaarheid: - Lokaal: Zeeuwind is met diverse grondeigenaren in gesprek om tot een productielocatie te komen. Daarnaast zijn er diverse intentieovereenkomsten getekend met lokale bedrijven om waterstof af te nemen. - Regionaal: Diverse regionale producenten/ leveranciers (VoltH2, Airliquide) zijn aangehaakt ter consultatie en mogelijke levering voor blauwe/ grijze waterstof. Distributie: - De benodigde CSA voor het verkrijgen van een aftakking is getekend door Top Taste om daarmee een aftakking aan te vragen namens het project bij Hynetwork. - De aftakking is planologisch meegenomen in de rijkscoördinatieregeling (RCR) van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. - Het onderzoek onder de intentieovereenkomst met Stedin en Gemeente Kapelle is afgerond. Hierin is de haalbaarheid voor waterstofintegratie bij de bedrijven en de ontwikkeling van regionale infrastructuur onderzocht. Daarnaast zijn ook de maatschappelijke en landschappelijke afgewogen voor de keuze tussen elektrificatie en waterstof. Tijdens het onderzoek zijn de prijs van waterstof, rolonduidelijkheid netbeheerders en organisatiegraad als belangrijke risico's naar voren gekomen. Echter zijn er voldoende redenen om een vervolgonderzoek te starten, waar o.a. eerder genoemde risico's in worden meegenomen.
Afname: - Bij drie bedrijven is een QuickScan uitgevoerd om te onderzoeken hoe waterstof geïntegreerd kan worden in de productieprocessen. Onderzochte zaken zijn: Hoeveel % waterstof kan worden bijgemengd, welke branders/ ketels zijn geschikt, hoe ziet de interne infrastructuur eruit en wat zijn de CAPEX/ OPEX op hoofdlijnen. Afhankelijk van de waterstofprijs zijn een aantal scenario's wel/ niet haalbaar. De investeringskosten voor het aanpassen van de installaties vormen geen probleem. - Samenwerkingsovereenkomst tussen alle afnemers, Producent, Stedin en Overheden is in voorbereiding. Subsidies: - INTERREG subsidie De-congest is aangevraagd. - Voorbereiding aanvraag SPUK: Herontwikkeling of verduurzaming van bedrijventerreinen.
37
- Netten op Zee tranche 1 (toegekend) en 2 (voorbereiding). - Gemeente Kapelle heeft een garantie verleend aan Top Taste om de CSA in te kunnen dienen. Projectfase - infra
Projectfase – ROplanvorming voor infra
Projectfase – ruimtelijke ontwikkelingen
- Financieel en technisch haalbaarheid regionale waterstofinfrastructuur op hoofdlijnen afgerond. - Stedin verkent gezamenlijk met Zeeuwind hoe een elektrolyser kan worden aangesloten op de lokale onderstations. - Hynetwork heeft de Zuidwest verbinding uitgesteld tot 2029-2030. - Stedin heeft de ruimtelijk inpassing van het mogelijke waterstofnet onderzocht. - De benodigde CSA voor het verkrijgen van een aftakking is getekend door Top Taste om daarmee een aftakking aan te vragen namens het project bij Hynetwork. - De aftakking is planologisch meegenomen in de rijkscoördinatieregeling (RCR) van het ministerie van Klimaat en Groene Groei Gesprekken worden gevoerd tussen initiatiefnemers, overheden en grondeigenaren. Daarnaast zijn er diverse situatieschetsen gemaakt voor de infrastructuur en de waterstofproductielocatie. Plan is in ontwikkelfase.