E.4a Bijlage 1 Rapport Gemeenten in de knel
Tekst van het document
huidige situatie In de begroting wordt er gespaard om het weerstandsvermogen weer op peil te brengen. Er wordt behoedzaam begroot om de kans op positieve rekeningresultaten te vergroten. We schalen ons ambitieniveau af. Er zijn voorgenomen bezuinigingen ingeboekt van circa 12 mln. Nog niet in de begroting opgenomen is een daling bij jeugd door een daling van het aantal trajecten, maar daar staat een stijging op de Wmo tegenover (verhoging gebiedsbudget). Uit recente analyses van de uitvoeringslasten is gebleken dat we veel formatie hebben in vergelijking met andere 100.000-plus gemeenten. Er zijn weinig eigen inkomsten, mede vanwege een slechte grondpositie. toekomst De stille lasten zitten overal en zijn nog niet allemaal in beeld: onderhoud gebouwen (verduurzaming), wegenonderhoud, kunstwerken, onderwijshuisvesting. Ook is er lange tijd te weinig begroot voor beheer en onderhoud van het centrum. Door de raad wordt er flink druk uitgeoefend om de investeringen naar beneden bij te stellen. Financiële positie gemeenten
62
Er zijn nauwelijks middelen beschikbaar voor de energietransitie. Hierdoor kan je niet spreken van ambitie. De Omgevingswet is vooralsnog neutraal in de begroting opgenomen. De slechte schuldpositie is een risico. Als de rente gaat stijgen betekent dat een substantieel bedrag waarvoor geen dekking beschikbaar is. Grote gemeente N “liever ambities afschalen dan bezuinigen” periode 2010-2019 In de afgelopen tien jaar zijn er verschillende bezuinigingsrondes geweest. Dit gaat in het totaal om meer dan 130 miljoen. Het college eist dat we binnen het budget blijven. Ook het sociaal domein is daarbij niet ontzien (circa 10 miljoen euro). Eerst stond de gemeente altijd klaar, maar nu minder. Dit zal de burger wel als een verschraling ervaren. Maar we hebben geen bibliotheek of zwembad gesloten. Wel is nieuwbouw van scholen uitgesteld. huidige situatie Het college kiest sneller voor intrekken van ambities dan voor harde bezuinigingen. Er zijn stille lasten. Die zitten vooral in de jaren 70 wijken. Vanaf 2020 t/m 2025 willen we jaarlijks 3 mln extra investeringen. Vanaf 2025 is dat 7 mln. Vanaf 2030 is dat 11 mln. toekomst De solvabiliteit zakt komende jaren onder onze eigen ondergrens (20%). In principe moet, als we onder een normwaarde zakken. De ozb verhogen is hier alleen bespreekbaar als ‘het zwembad’ (of vergelijkbare voorziening) zou moeten worden gesloten.
De komende jaren moet er gesneden worden in het sociaal domein tenzij er meer middelen vanuit de herijking onze kant op komen.
Grote gemeente O “al drie keer de broekriem aangehaald” periode 2010-2019 Ondanks dat we een groeigemeente zijn, wordt er scherp op uitgaven gelet. De afgelopen periode is er al flink bezuinigd; vooral op de eigen organisatie. Daar kan niet nog een keer een zelfde slag (circa 7 miljoen) worden gemaakt. CROW niveaus zijn bij vorige bezuinigingsronde lager gezet. Subsidies van verbonden partijen zijn toen ook met 20% verlaagd. Dat kan ook niet zomaar weer. We hebben afgelopen jaren al 3 keer de broekriem aangehaald. Daarom is het nu wel lastiger om bezuinigingen te vinden. huidige situatie Voorheen werden veel investeringen 'a fonds perdu' gefinancierd. In de nabije toekomst gaan de kapitaallasten weer stijgen. Daarom is een reserve aangemaakt om oplopende kapitaallasten voor groot onderhoud in de openbare ruimte zo gelijkmatig mogelijk op te laten lopen. Bij investeringen wordt het bestaande kwaliteitsniveau gehandhaafd. Ook nu staan er weer bezuinigingen op de jeugdzorg ingeboekt. Dat is best pittig om te realiseren. toekomst Omdat er geen geld is, gaan bezuinigingen nu wel het voorzieningenniveau raken (sluiten bibliotheek). Ook bij Jeugd en Wmo moet het voorzieningenniveau naar beneden. Bij ons lukt het niet om dure zorg af te bouwen. Wel zijn er nu inmiddels praktijkondersteuners bij huisartsen. We hopen dat de herijking doorgaat.
We verwachten dat de nieuwe verdeling beter aansluit op onze hoge kosten. In het verleden was de ozb verhogen geen optie. Ondanks weerstand is nu toch ozb op niet-woningen verhoogd. Er zijn geen middelen begroot voor klimaatakkoord. Er is geen dekking voor de flinke opgaven in het fysieke domein.
Financiële positie gemeenten
63
Grote gemeente P “ozb verhogen was altijd ‘onbespreekbaar’, nu moeten we er aan geloven” periode 2010-2019 Onze ambities zijn hoog. We willen graag voorop lopen en sociaal zijn. Maar de gemeenteraad kan moeilijk keuzes maken: “en en in plaats van of”. Daarom is het voorzieningenniveau nauwelijks verlaagd. Onze inzet in sport, cultuur en recreatie is en blijft hoog. Tekorten worden soms opgelost met de vrijval van reserves. Meevallers – zoals een vrijval van kapitaallasten – worden niet gereserveerd maar vaak meteen ingevuld. Als er wordt bezuinigd gaat het veelal met de kaasschaaf. Behalve in de eigen organisatie en beheer, daar is wel flink gereorganiseerd. Nu zitten we in een gemeenschappelijke regeling met lagere uitvoeringslasten. Het hanteren van de kaasschaaf leidt tot ‘verloedering’ in de openbare ruimte. Dit is wel een issue in de stad. huidige situatie De verdeling van de Buig leidt tot hardnekkige problemen. Sinds de herverdeling zijn we structureel nadeel gemeente met een vangnetregeling. Een nieuwe aanpak is ontwikkeld gericht op gebiedsgericht werken, in wijken, dicht bij werkgevers. In 2019 was er een sterke groei in het zorg gebruik (aantallen). Dit heeft geleid tot een groot tekort. Met de wijkteams is gekeken hoe kosten bewuster kan worden gewerkt. De wijkteams werden eerst ‘te veel los gelaten’.
De huidige maatregelen voor het sociaal domein ondersteunen de ingezette transformatie. Onduidelijk is of we voldoende buffer hebben om schok van corona op te vangen. toekomst Stille lasten zitten bij ons in de riolering. In de bloemkoolwijken van de jaren tachtig is riool aangelegd zonder activering. We zijn nu 40 jaar verder, hier krijgen we binnen enkele jaren mee te maken en dat gaat in de tientallen miljoenen lopen. Verder zijn er nog noodzakelijke investeringen gepland voor onderwijshuisvesting. Budgetten voor wegen worden nu gecorrigeerd voor inflatie en volumestijgingen. Dit wordt bekostigd door een zo laag mogelijk onderhoudsniveau. In de vorige crisis hebben we enorm op onze buffers ingeteerd. Het huidige niveau van de reserves in combinatie met corona is een groot risico. Het verhogen (indexeren) van de ozb was altijd ‘onbespreekbaar’. In de volgende periode gaan we er wel naar kijken, het cumulatieve effect van het niet indexeren van de ozb is onderschat. Nu begint het te knellen en zullen keuzes moeten worden gemaakt en de ozb verhogen.
Grote gemeente Q “de afgelopen jaren zaten we al in zwaar weer” periode 2010-2019 In de periode 2011-2014 hebben we flinke bezuinigd (meer dan 50 mln. euro). De oorzaak lag in verslechterde grondpositie en een negatieve algemene reserve. Inmiddels is duidelijk dat we te lang een te grote broek hebben aangehouden (ruim voorzieningenniveau) in combinatie met hoge bestuurlijke ambities. Het voorzieningenniveau is flink afgeslankt en de ozb structureel verhoogd met meer dan 10%. Naast de kaasschaaf zijn sportsubsidies wegbezuinigd, een zwembad gesloten, wijkcentra gesloten, is bezuinigd op de ambtelijke capaciteit, zijn projecten in de fysieke sfeer stilgezet en hebben indexeringen op materiële uitgaven niet plaatsgevonden. huidige situatie De huidige financiële situatie heeft zijn oorsprong in 2017: langere en dure trajecten. We zijn aan de voorkant niet streng genoeg geweest. Daar komen extra uitgaven voor wmo-abonnementstarief dan nog bij. Inmiddels hebben we 15 à 20 mln. moeten bezuinigingen, zowel in het sociaal domein als erbuiten. Er is een budgetplafond ingesteld in de jeugdzorg met risico’s op wachtlijsten, er is een boeteregeling op het laat indienen van facturen en ook is er bezuinigd op minimabeleid. Daarbij is ook de overhead meegenomen. Dit heeft tot gevolg dat de werkdruk is verhoogd. Met deze maatregelen in de begroting voor 2021-2022 structureel sluitend.
Er zijn nog stille lasten aanwezig (met name bij sport, zwembad, e.d.). Onderhoud in de openbare ruimte is wel in de MJB opgenomen.
Financiële positie gemeenten
64
toekomst Er volgt nog een nieuwe bezuinigingsronde vanaf 2023 (circa 25 miljoen). Vooruitlopend is er een motie ingediend om de gevolgen van bezuinigingen in scenario’s uit te werken. Er zijn middelen opgenomen voor de energie-transitie en de invoering van de Omgevingswet (structurele meerkosten worden nu in beeld gebracht). Kosten voor warmteplannen (1 mln. per wijk) zijn nog niet gedekt. Alleen projecten met een sluitende business-case worden nu goedgekeurd. Verduurzaming vastgoed moet worden terugverdiend met huur en besparing op de energierekening. Grote gemeente R “de kosten in het sociaal domein stijgen en de inkomsten dalen” periode 2010-2019 Vooruitlopend op de decentralisatie in het sociaal domein is er bezuinigd en hebben we gespaard om de transformatie te kunnen bekostigen. Tevens is er bezuinigd op de schoonniveaus en het onderhoudsniveau van maatschappelijke vastgoed. Het uitgangspunt was sober en doelmatig. Ook is er flink afgeboekt op grondexploitaties. Op die manier is voorkomen dat we de negatieve grondexploitatie met ons meeslepen. Hiervan hebben we nu voordeel. huidige situatie In de domeinen Jeugd en Wmo nemen de kosten nog steeds toe. De vorming van de wijkteams creëert ook vraag bij de burger; aanzuigende werking huishoudelijk hulp.
De kosten worden in 2021 nog opgevangen zonder verdere maatregelen (gedekt uit vermogen), maar er wordt richting de voorjaarsnota 2021 wel gewerkt aan maatregelen zodra het Rijk niet met meer middelen over de brug komt. De lasten voor sport, cultuur en onderwijs stijgen door vervanging van gebouwen, mede ingegeven vanuit de verduurzaming. Hier zitten voor de komende jaren nog stille lasten in opgesloten. Dekkingsbronnen voor investeringen zijn opgedroogd zodat de ruimte ontoereikend is om voldoende vervangingsinvesteringen te kunnen bekostigen. De ozb-opbrengsten worden voor het grootste deel door (industriële) bedrijven betaald. Woonlasten voor burgers liggen op gemiddeld niveau. De komende jaren wordt een negatieve ontwikkeling verwacht van de waarde van nietwoningen waardoor er op termijn zal worden gekeken naar de ozb voor woningen. De verdere verevening in het gemeentefonds en het wegvallen van een deel van de precariobelasting drukken de inkomsten. Op dit moment zijn afvalstoffen- en de rioolheffing niet kostendekkend. toekomst Voor de toekomst verwachten we een verdere daling van de inkomsten en toenemende kosten op het sociaal domein. Daarnaast nemen de kosten voor verduurzaming sterk toe (voor gemeentelijke panden wordt dit al geschat op 1 miljard euro). Hiervoor zijn slechts gedeeltelijk middelen vanuit bestaande ‘potjes’ beschikbaar.
De Omgevingswet is kostenneutraal ingeboekt, omdat over de structurele kosten er nog geen duidelijk beeld is. Er zijn Rijksmiddelen voor de woningbouwopgave en beperkte reserves voor de klimaatopgave. Maar voor infrastructurele opgaven is er geen dekking. Ten slotte is nog niet duidelijk of de corona-effecten structureel gaan doorwerken in bijvoorbeeld huurinkomsten of toeristenbelasting.
Financiële positie gemeenten
65
B
Overzicht belangrijkste kengetallen 2010-2019 De figuren in deze rapportage zijn gebaseerd op verschillende kengetallen uit landelijke databronnen. Deze bronnen gebruiken veelal Iv3-gegevens34 en bevatten data voor alle gemeenten, gebaseerd op de definitieve standen voor het betreffende jaar. In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de belangrijkste kengetallen op basis van rekeningcijfers voor de periode 2010-2019. De bedragen in euro’s per inwoner in het onderste deel van de tabel zijn gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen ten opzichte van 2020.
34
Iv3 staat voor Informatievoorziening voor derden. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld door het CBS en ligt ook ten grondslag aan gegevens uit databronnen als Waarstaatjegemeente en Data financiën decentrale overheden (Findo).
Financiële positie gemeenten
66
Kengetal
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
gemiddeld OZB tarief (per 100 euro waarde)
12%
12%
13%
14%
15%
16%
16%
16%
16%
15%
waarvan tarief woningen
9%
10%
10%
11%
12%
12%
13%
13%
12%
11%
waarvan tarief niet woningen
19%
19%
20%
22%
23%
25%
26%
26%
27%
28%
% gemeenten met OZB tarief >120% gemiddeld
11%
12%
13%
13%
14%
14%
15%
15%
17%
18%
Solvabiliteit
40%
38%
36%
36%
34%
34%
35%
36%
35%
34%
% gemeenten met solvabiliteit <20%
16%
18%
21%
14%
23%
20%
15%
16%
16%
20%
% gemeenten met exploitatietekort
69%
61%
65%
63%
46%
39%
67%
45%
56%
61%
totaal netto lasten
1.704
1.625
1.557
1.478
1.524
2.069
2.035
2.109
2.135
2.203
waarvan sociaal domein
571
553
514
482
499
1.110
1.104
1.166
1.177
1.211
waarvan fysiek domein
609
576
556
532
554
499
473
496
495
510
waarvan recreatief domein
324
310
306
293
292
279
274
279
279
283
waarvan bestuur en organisatie
200
186
181
171
179
182
184
169
184
198
totaal uitvoeringslasten
1.028
975
1.044
961
957
977
901
867
882
841
stand reserves
2.187
2.050
1.824
1.707
1.593
1.605
1.585
1.613
1.593
1.562
waarde materiële vaste activa
3.326
3.404
3.497
3.529
3.514
3.642
3.748
3.771
3.773
3.733
uitkering gemeentefonds
1.325
1.293
1.256
1.201
1.232
1.782
1.803
1.748
1.788
1.837
algemene eigen middelen uit OZB
207
212
218
219
225
233
234
234
233
235
algemene eigen middelen overig
24
55
0
67
57
87
30
145
101
86
bedragen in euro’s per inwoner, alle jaren prijspeil 2020