E.2. Rapport Als je het ons vraagt 2022 def
Tekst van het document
Rapport
Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies
Nummer: KOM010/2022 Datum: 17 november 2022
Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies © Kinderombudsman, 17 november 2022. Onderzoeksteam Alexandra de Jong Marit Hopman Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 2 van 76
Kinderen hebben rechten Ieder kind kan in zijn of haar leven in een kwetsbare situatie belanden. Een situatie waarin kinderrechten onder druk staan. De kinderrechten zijn vastgelegd in het 'Kinderrechtenverdrag'. Deze rechten gelden voor iedereen onder de 18 jaar. De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland. Het is onze missie dat alle kinderen in een geweldvrije en stimulerende omgeving opgroeien. Onderzoek Ons team doet onafhankelijk onderzoek naar situaties waarin kinderrechten niet (voldoende) worden nageleefd. Wij onderzoeken klachten over (overheids)organisaties, zoals het onderwijs, de kinderopvang en de jeugdzorg. Wij zijn een tweedelijns klachtenorganisatie. Dat betekent dat er eerst een klacht moet worden ingediend bij de organisatie zelf. Is die klacht niet naar tevredenheid afgehandeld? Dan doen wij als dit gevraagd wordt onderzoek naar de klacht. Advies De Kinderombudsman geeft advies aan de regering, de Tweede Kamer en (overheids)organisaties. Dit doen we gevraagd en ongevraagd, op basis van onderzoek en signalen die bij ons binnenkomen. We denken mee over structurele oplossingen voor problemen die met de rechten van kinderen te maken hebben. Stem in invloed van het kind Het is belangrijk dat iedereen weet dat er kinderrechten zijn en wat deze inhouden.
Neemt een professional een beslissing over een kind? Dan moet het belang van het kind daarbij voorop staan. Dat is een van de belangrijkste kinderrechten. Kinderen moeten ook hun mening kunnen geven over een besluit dat hen aangaat. Hun mening moet zwaar wegen. En het besluit moet vervolgens goed aan het kind uitgelegd worden. Ga naar onze website voor meer informatie, rapporten en adviezen: www.kinderombudsman.nl
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 3 van 76
Inhoud Samenvatting voor kinderen en jongeren ...................................................................... 6 Voorwoord ......................................................................................................................... 8 Infographic van heel Nederland 1
Waarom dit rapport? ............................................................................................ 10
1.1 1.2 1.3
Over kinderrechten ................................................................................................. 11 Het werk van de Kinderombudsman ...................................................................... 11 Opbouw rapport ...................................................................................................... 12
2
Wat hebben we gedaan? ...................................................................................... 13
2.1 2.2 2.3 2.4
Onderzoeksvraag ................................................................................................... 13 De vragenlijst .......................................................................................................... 13 Representativiteit .................................................................................................... 14 Analyses van de antwoorden.................................................................................. 14
3
Door wie is de vragenlijst ingevuld? .................................................................. 16
3.1 3.2 3.3 3.4
Kinderen in heel Nederland .................................................................................... 16 Ervaren kwetsbaarheden ........................................................................................ 16 Geografische spreiding ........................................................................................... 17 Kwetsbare groepen per provincie ........................................................................... 18
4
Kwaliteit van leven van kinderen in Nederland ................................................. 21
4.1 4.2 4.3
Hoe ervaren kinderen in het algemeen hun kwaliteit van leven in Nederland? ..... 21 Hoe ervaren kinderen de kwaliteit van hun leefomgeving in de 12 provincies? ..... 22 Rode draad in de bevindingen ................................................................................ 26
5
Wat gaat er goed en welke zorgen hebben kinderen in Nederland? ............... 27
5.1 5.2
Wat gaat er goed en welke zorgen hebben kinderen: een algemeen beeld .......... 27 Regionale verschillen in de zorgen die kinderen hebben: een vergelijking tussen de 12 provincies ...................................................................................................... 31 Rode draad in de bevindingen ................................................................................ 33
5.3
Provincies uitgediept: Kinderen uit Groningen die hun leven een onvoldoende geven ...................................................................................................................... 34 Provincies uitgediept: Kinderen uit Friesland die hun leven een onvoldoende geven ...................................................................................................................... 35 Provincies uitgediept: Kinderen uit Limburg die hun leven een onvoldoende geven ...................................................................................................................... 36 6
Conclusies ............................................................................................................. 37
7
Aanbevelingen ...................................................................................................... 41
Infographic per provincie Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 4 van 76
Bijlage 1: Vragenlijst van de Kinderombudsman ........................................................ 55 Bijlage 2: Ervaren kwetsbaarheden per provincie ....................................................... 59 Bijlage 3: Omgevingsvoorwaarden per provincie ....................................................... 61 Bijlage 3: Overzichten van de antwoorden op de open vragen per provincie ......... 62
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 5 van 76
Samenvatting voor kinderen en jongeren Iedere twee jaar doet de Kinderombudsman een onderzoek naar het leven van kinderen in Nederland. Met de verhalen die kinderen ons vertellen, kunnen we de volwassenen – die de plannen voor kinderen bedenken en uitvoeren – laten zien wat kinderen belangrijk vinden, welke problemen zij ervaren en wat zij nodig hebben om zich goed te ontwikkelen. Met kinderen bedoelen we iedereen die jonger is dan 18 jaar. Want zo staat het in het Kinderrechtenverdrag. Dit jaar hebben we gekeken naar het leven van kinderen en jongeren in de 12 provincies van Nederland. Zijn er verschillen in hoe kinderen zich voelen die opgroeien in bijvoorbeeld Friesland of Limburg? Dit zou best kunnen. Gemeenten mogen namelijk zelf voor een groot deel bepalen hoe ze problemen van kinderen aanpakken. Problemen zoals armoede in een gezin of wachten op passende jeugdhulp. Daarom denkt de Kinderombudsman dat het kan uitmaken waar je opgroeit. We hebben niet per gemeente naar verschillen kunnen kijken, maar wel per provincie. Wat hebben we gedaan? Voor het onderzoek hebben kinderen van 8 tot 18 jaar oud online een vragenlijst ingevuld. We hebben gevraagd naar hun persoonlijke omstandigheden; waar ze opgroeien en of er problemen in hun leven spelen. Ook hebben we kinderen gevraagd wat er goed gaat in hun leven, wat er beter kan en waar zij zich zorgen over maken.
We wilden ook weten hoe gelukkig zij in Nederland zijn. Daarom hebben we kinderen gevraagd een rapportcijfer te geven voor hun leven. Wat hebben we gevonden? Dit jaar hebben 2347 kinderen de vragenlijst ingevuld. Zij hebben ons veel informatie gegeven over hun leven. Het belangrijkste wat daar uit gekomen is, vertellen we hieronder. Over kinderen in heel Nederland • De meeste Nederlandse kinderen zijn gelukkig. Zij geven hun leven gemiddeld een 7,7. • Niet alle kinderen zijn even gelukkig met hun leven. Ongeveer 13,3% geeft hun leven een onvoldoende (rapportcijfer van 5 of lager). Dat zijn 312 kinderen. Hierbij vallen ons een paar dingen op: • Kinderen zijn niet tevreden over de steun die ze krijgen van volwassenen (niet hun ouders) om hen heen • Kinderen zijn niet tevreden over het voorbeeld dat ze krijgen van volwassenen (niet hun ouders) om hen heen • Kinderen vertellen vaak dat hun eigen gedrag of gevoel moet verbeteren • Kinderen maken zich zorgen over de oorlog in Oekraïne en het klimaat Over kinderen in verschillende provincies • Kinderen in Drenthe en Overijssel het meest zijn positief over hun leven. In Drenthe geven zij hun leven een 8,1 en in Overijssel een 8,0. • Kinderen in Friesland, Groningen en Limburg zijn minder positief over hun leven. Zij geven hun leven een lager cijfer. In Friesland is dat een 7,2; in Groningen een 7,6 en in Limburg een 7,8.
Een 7,8 gemiddeld in Limburg is nog steeds een heel Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 6 van 76
•
hoog cijfer. Maar net als in Friesland en Groningen zijn er ook in Limburg veel kinderen die hun leven een dikke onvoldoende geven. In Friesland, Groningen en Limburg wonen ook meer kinderen die problemen ervaren in hun leven, dan in andere provincies. Problemen zoals armoede, of ruzie thuis waarbij soms geslagen of geschopt wordt. Ook hebben deze kinderen vaker ouders met psychische problemen of hebben ze zelf een lichamelijke ziekte of psychische problemen. We weten uit eerdere onderzoeken dat kinderen door deze problemen hun leven een lager rapportcijfer geven.
Wat moet er veranderen en wie moet dat doen? De Kinderombudsman ziet dat kinderen vinden dat zij veel zelf moeten doen. En dat zij dit moeilijk vinden. Ze zijn niet zo tevreden over de steun die zij krijgen van de volwassenen om hen heen. Ook vinden zij dat volwassenen niet altijd een goed voorbeeld geven. Wij vinden dat alle volwassenen in Nederland hier hun verantwoordelijkheid in moeten nemen. Zij moeten goed kijken naar hun eigen gedrag en het goede voorbeeld geven. Bijvoorbeeld over hoe je met elkaar omgaat en hoe je problemen samen oplost. Verder vraagt de Kinderombudsman gemeenten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om kinderen in Nederland beter te helpen. Aan gemeenten vragen wij: 1. Te onderzoeken wat kinderen in hun gemeente nodig hebben en ook oplossingen met kinderen te bespreken 2. Aan de slag te gaan met kinder- en jongerenparticipatie in hun gemeente 3. Bij het maken van beleid en andere regels, te kijken hoe dit de rechten van kinderen beïnvloedt Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vragen wij: 1. In hun aanpak om kinderen zich fijner en gelukkiger te laten voelen, mee te nemen dat kinderen meer steun en het goede voorbeeld nodig hebben van volwassenen 2. Ervoor te zorgen dat alle overheidsorganisaties bij het maken van beleid, wetten en andere regels, kijken hoe dit de rechten van kinderen beïnvloedt
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 7 van 76
Voorwoord Sinds 2016 vraagt de Kinderombudsman om het jaar aan kinderen hoe zij de kwaliteit van hun leven ervaren. Dit doen we door te vragen welk cijfer ze aan hun leven geven, waarin ze geluk vinden, wat hun zorgen zijn en wat hun agenda voor de toekomst zou zijn als zij het voor het zeggen zouden hebben. De wereld waarin kinderen opgroeien is sinds 2016 sterk veranderd. Oorlogen, stikstofuitstoot en aandacht voor klimaat drongen niet zoals nu door tot de levens van Nederlandse kinderen. Het woord corona kenden kinderen niet. Decentralisaties in het sociale domein waren net ingevoerd en de jeugdzorgproblematiek was minder groot dan nu. In de wereld van nu zijn er grote problemen. We zien dat deze problemen leiden tot grote tegenstellingen in de samenleving. Tot boosheid, onaardig gedrag en oplossingen die uitblijven. Kinderen krijgen mee dat volwassenen, op wie zij dachten te kunnen vertrouwen, het niet meer weten. Dat heeft een enorme impact op hun ervaren gevoel van veiligheid. Dit kan het hebben van een onbezorgde jeugd in de weg staan. Het vraagt iets anders, iets nieuws van ouders. Want ook voor hen is de wereld in de afgelopen jaren sterk veranderd. Het vraagt ook iets nieuws van degenen die zich professioneel tot kinderen verhouden. Die met en voor hen werken.
De Kinderombudsman wil daarom juist nu van kinderen weten hoe zij de huidige wereld ervaren, en wat zij nodig hebben om perspectiefvol groot te worden. Zijn kinderen in verschillende delen van Nederland vergelijkbaar gelukkig, krijgen zij dezelfde kansen? En delen ze dezelfde zorgen en dezelfde agenda voor de toekomst? Wat zouden zij doen als zij werkelijk inspraak zouden hebben? Zo'n 2350 kinderen verdeeld over verschillende provincies hebben de vragenlijst die we hebben uitgezet, volledig ingevuld en hun visie kenbaar gemaakt. We zien grote verschillen in ervaren welzijn in Nederland. Het maakt uit waar je in Nederland opgroeit. Dit moeten we ons aantrekken, want kinderen – waar hun wieg ook heeft gestaan – verdienen gelijkheid in perspectief en ontwikkelingsmogelijkheden. De Kinderombudsman heeft als taak te bevorderen dat rechten van kinderen in Nederland worden nageleefd. We steunen de wens van kinderen om perspectiefvol op te groeien. Ook ondersteunen we de oproep van kinderen dat volwassenen hierin het verschil kunnen én moeten maken. Vandaar dat ik u, professionals, beleidsmakers en bestuurders bij ministeries, provincies en gemeenten, oproep om in alles wat u doet, de uitgangspunten en bepalingen van het Kinderrechtenverdrag te integreren. Dit geldt ook voor private partijen die invloed hebben op het leven en welzijn van kinderen. Nu en in de toekomst.
Onderzoek en toets wat de impact van uw beleid en handelen is voor het huidige leven en de toekomst van kinderen. Bekijk goed of u de belangen van kinderen werkelijk en zwaarwegend heeft meegewogen in uw keuzes, en of deze een eerste overweging zijn geweest. Want hier hebben alle kinderen die in Nederland opgroeien recht op. Het draagt er aan bij dat kinderen in een bezorgde tijd onbezorgd kind kunnen zijn. Ik wil alle kinderen die via onze vragenlijst hun stem hebben laten horen, bedanken voor hun input en visie! Margrite Kalverboer Kinderombudsvrouw
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 8 van 76
NEDERLAND Wij onderzoeken iedere 2 jaar hoe het met de kinderen in Nederland gaat. Hieronder lees je de resultaten van ons onderzoek in 2022 op hoofdlijnen. Dit zijn de resultaten van heel Nederland. De resultaten per provincie beginnen op pagina 43.
2347 kinderen
Top 4 kwetsbare situaties
uit Nederland vulden de vragenlijst in
Wat gaat goed? • Thuis is het fijn • De mensen om mij heen zijn fijn
12,2% van de kinderen volgt speciaal onderwijs
Wat kan beter? • Mijn eigen gedrag / gevoel • School is niet zo fijn
9,1% heeft veel ruzie thuis
7,8% heeft gescheiden ouders die niet normaal met elkaar omgaan
6,5% Heeft een ouder met een lichamelijke ziekte
Rapportcijfer: 7,7 • 13,3% van de kinderen geeft zijn leven een onvoldoende, met een gemiddeld rapportcijfer van 3,9 Minder tevreden over: 1. Zekerheid in mijn leven 2. Hulp van andere volwassenen 3. School en vrije tijd
Wat zou je doen als jij zelf Kinderombudsman was?
Waar maak jij je in jouw dagelijks leven zorgen over?
• •
• •
Armoede stoppen Ik zou zorgen voor meer inspraak
De oorlog in Oekraïne Het klimaat/milieu
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 9 van 76
1 Waarom dit rapport? Sinds 2016 voert de Kinderombudsman iedere twee jaar een landelijk onderzoek uit naar het welzijn van kinderen1 in Nederland waarin kinderen zelf aangeven wat er in hun leven speelt. Met de verhalen die kinderen vertellen kan de Kinderombudsman overheden en organisaties laten zien wat kinderen zelf belangrijk vinden, welke problemen zij ervaren en wat zij nodig hebben. In 2022 richt het onderzoek zich op de regionale verschillen in het welzijn van kinderen en de zorgen die zij hebben voor de toekomst. Maakt het uit in welke provincie je opgroeit? Door de decentralisatie van 2015 wordt veel beleid dat kinderen raakt namelijk niet meer landelijk bepaald. Dit kan invloed hebben op het welzijn van kinderen. Onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft bijvoorbeeld al laten zien dat er onder volwassenen regionale verschillen in geluksbeleving en welzijn zijn.2 Op dit moment speelt er veel in de wereld en in onze samenleving wat invloed kan hebben op het welzijn van kinderen. Na de impact van de COVID-19 pandemie worden kinderen nu geconfronteerd met verschillende crises. Er zijn zorgen over het milieu en het klimaat. De aanpak daarvan heeft ook gezorgd voor veel onrust onder boerengezinnen in Nederland. De oorlog in Oekraïne komt dagelijks het leven van kinderen binnen en de effecten van deze oorlog mogelijk ook.
Steeds meer ouders hebben te maken met stijgende kosten van levensonderhoud en een toenemende inflatie. De woningmarkt in Nederland zit vast, terwijl kinderen ook zien dat er grote problemen zijn in de opvang van asielzoekers en mensen die in Nederland mogen blijven (statushouders). Ook de problemen binnen de jeugdhulp en jeugd-GGZ (lange wachtlijsten en tekort aan specialistische zorg) leidt voor een groep kinderen tot problemen. We verwachten dat de impact van deze crises op kinderen verschilt en mede afhankelijk is van waar in Nederland zij opgroeien. De beschikbaarheid van jeugdhulp en jeugd-GGZ verschilt bijvoorbeeld per regio. Maar ook armoede kan in provincies als Groningen en Friesland een andere impact hebben op het leven van kinderen die daar opgroeien, dan kinderen die in een grootstedelijke provincie als Zuid-Holland opgroeien. Bijvoorbeeld door de leefomgeving waarin het kind opgroeit, met veel of weinig ruimte om te spelen. Ook verschilt het aanbod en voorwaarden van armoedevoorzieningen per gemeente en speelt de fysieke afstand om gebruik te maken van voorzieningen of hulp ook een rol. 3 Zo kan het welzijn van kinderen en de rechten van kinderen op andere manieren in de verschillende regio's onder druk komen te staan.
1 Het kinderrechtenverdrag beschouwt iedereen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar als kinderen. Hoewel
kinderen boven de 12 jaar gezien worden als 'jongeren' hanteren wij voor de leesbaarheid van dit rapport alleen de term kinderen. We bedoelen hiermee dus alle kinderen én jongeren tussen de 0 en 18 jaar. 2 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2020/regionale-verschillen-in-geluksbeleving-entevredenheid-met-het-leven-in-20132019?onepage=truewelzijn#:~:text=Uitgesplitst%20naar%20landsdeel%20(Noord%2D%2C,procent%20tevr eden%20met%20het%20leven. 3 De Voogd, J. & Cuperus, R. (2021). Atlas van Afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden.; De Groene Amsterdammer (2021, 13 oktober) Hoe Den Haag uit Nederland verdween. Geraadpleegd via www.groene.nl Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 10 van 76
Kortom, om meer zicht te krijgen op hoe het met kinderen in Nederland gaat, leggen we in dit onderzoek de focus op het welzijn van kinderen in de verschillende provincies van Nederland. Hoe ervaren kinderen hun leven in de verschillende provincies? Wat gaat er goed en wat kan er beter? En waar maken zij zich zorgen over?
1.1 Over kinderrechten Alle kinderen in Nederland hebben rechten. Die rechten krijgen kinderen vanzelf als ze geboren worden. Al deze rechten staan in het Kinderrechtenverdrag (IVRK). Kinderrechten zijn nodig om ervoor te zorgen dat kinderen een goed leven hebben en zich goed kunnen ontwikkelen. Kinderen hebben bijvoorbeeld recht op voldoende eten, kleding en een veilig huis om in te wonen. Maar ook om naar school te gaan en om geholpen te worden als ze ziek zijn of problemen hebben. Ouders of verzorgers moeten in de eerste plaats zorgen dat kinderen krijgen waar ze recht op hebben. Als dat niet lukt, dan moet de overheid daarbij helpen. Het recht op gelijke behandeling, op leven en ontwikkeling, op participatie en op het belang van het kind als eerste overweging In het Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen gelijke rechten hebben en gelijk moeten worden behandeld (art. 2 IVRK). Verder staat in het verdrag dat 'het belang van het kind een eerste overweging moet zijn' (art. 3 IVRK). Dit betekent dat als er een besluit over een kind wordt genomen er gekeken moet worden naar wat het beste is voor het kind. Andere belangen wegen dan minder zwaar. Een voorbeeld hiervan is een besluit over bepaalde zorg voor een kind. Stel een kind heeft erg dure zorg nodig en de organisatie wil deze zorg niet meer geven, omdat het veel geld kost.
Bij het besluit om dit wel of niet te doen moet de organisatie eerst onderzoeken wat het beste is voor het kind die deze zorg nodig heeft en of er alternatieven zijn. Daarna wordt er pas naar andere belangen gekeken. Volgens het Kinderrechtenverdrag moeten de belangen van het kind het zwaarst wegen bij zo'n besluit, maar deze zijn niet per definitie doorslaggevend. Om te bepalen wat in het belang van een kind is, moeten kinderen zelf hun mening kunnen geven over wat zo’n beslissing in hun eigen leven betekent. Dit is belangrijk omdat kinderen het recht hebben op een zo goed mogelijk leven en een zo goed mogelijke toekomst. Dit noemt het Kinderrechtenverdrag 'het recht op leven en ontwikkeling' (art. 6 IVRK). Het recht van kinderen om hun mening te geven, noemen we 'het recht om gehoord te worden' of 'het recht op participatie' (art. 12 IVRK). De mening van kinderen moet serieus genomen worden: er moet goed geluisterd worden naar wat het kind belangrijk vindt. Dan moet bekeken worden of dat ook goed is voor het kind. Wanneer het niet goed is voor een kind, dan moet dat goed uitgelegd worden aan het kind. Dat betekent dus niet dat altijd precies gedaan wordt wat kinderen willen. Maar wat ook de uiteindelijke beslissing is, kinderen hebben altijd het recht om mee te denken over de beslissing en op een goede uitleg van die beslissing.
1.2 Het werk van de Kinderombudsman Ieder kind kan in zijn of haar leven in een kwetsbare situatie belanden. Een situatie waarin kinderrechten geschonden worden. De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Een betere naleving van kinderrechten is hard nodig. Want ook in Nederland worden kinderrechten geschonden. Kinderen worden hierdoor in hun ontwikkeling beperkt. De Kinderombudsman is er voor de kinderen van wie hun rechten geschonden worden. Zij Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 11 van 76
– en hun ouders/verzorgers – kunnen hun situatie lang niet altijd zelf veranderen. Daarom beweegt de Kinderombudsman de betrokken partijen om die situatie(s) voor kinderen te verbeteren. Daarbij betrekt de Kinderombudsman kinderen bij al haar activiteiten, om zo de problematiek vanuit de belevingswereld van de kinderen zelf zichtbaar te maken. Een van de manieren waarop de Kinderombudsman dat doet, is door zelfstandig onderzoek uit te voeren. Het onderzoek van de Kinderombudsman draagt bij aan een overzicht van de kinderrechtensituatie. Vanuit dat overzicht stelt de Kinderombudsman prioriteiten en kaart zij – op eigen initiatief – kinderrechtenissues aan. Dat doet zij bij iedereen die een rol speelt of kan spelen bij de bevordering en naleving van de kinderrechten. Zoals het kabinet, het parlement, colleges van B&W, gemeenteraden, bestuurders, beleidsmakers, organisaties in het jeugdveld en uitvoerende professionals. Ook het onderzoek dat in dit rapport gepresenteerd wordt, draagt hieraan bij. Het geeft zowel een beeld van het welzijn van kinderen in Nederland als van de knelpunten die zij ervaren in hun leven. Voor alle kinderen in Nederland én de kinderen die opgroeien in (meer) kwetsbare omstandigheden.
Contact met de Kinderombudsman Als je als kind denkt of vindt dat jouw rechten niet worden gerespecteerd, kunnen we advies geven over manieren waarop je voor je rechten kunt opkomen. Als je een goed idee hebt om kinderrechten te verbeteren, horen we dat ook graag! Ook volwassenen kunnen ons met klachten of vragen over kinderrechten bereiken. Als we denken dat een organisatie misschien kinderrechten geschonden heeft, kunnen we een klacht verder onderzoeken. Wil je ons bereiken? Bel van maandag tot vrijdag tussen 12.00 en 17.00 uur het gratis nummer 0800 – 876 54 32, of stuur een email naar ombudswerk@dekinderombudsman.nl.
1.3 Opbouw rapport In hoofdstuk 2 vertellen we eerst iets meer over hoe dit onderzoek eruit gezien heeft. In hoofdstuk 3 geven we meer achtergrondinformatie over de kinderen die de vragenlijst hebben ingevuld. Bijvoorbeeld over hun leeftijd en de kwetsbaarheden die zij in hun leven ervaren. In hoofdstuk 4 en 5 presenteren we de resultaten van het onderzoek, waarop we onze conclusies baseren. Deze conclusies staan verwoord in hoofdstuk 6. Tot slot gaan we in hoofdstuk 7 in op de aanbevelingen die wij op basis van dit onderzoek doen. Omdat dit onderzoek inzoomt op de 12 provincies van Nederland hebben we ook voor de provincies afzonderlijk een en ander uitgewerkt. Na de aanbevelingen is in een aparte sectie de meest relevante informatie per provincie opgenomen. Voor de provincies Groningen, Friesland en Limburg hebben we specifiek de informatie uitgezocht over het leven van kinderen in deze drie provincies die hun leven een onvoldoende geven. Deze uitwerkingen vindt je voor het conclusie-hoofdstuk (hoofdstuk 6).
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 12 van 76
2 Wat hebben we gedaan? In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we dit onderzoek hebben opgezet, en welke verschillende analyses we gedaan hebben. Ook worden in dit hoofdstuk de onderzoeksvragen beschreven, waar we met dit onderzoek antwoord op willen geven. Zoals in hoofdstuk 1 uitgelegd is, richten we ons in 2022 op mogelijke regionale verschillen in het welzijn van kinderen. Dit baseren we op de provincie waarin kinderen opgroeien.
2.1 Onderzoeksvraag De onderzoeksvraag die centraal staat in dit onderzoek is: Hoe ervaren kinderen in de 12 provincies van Nederland hun leven en wat vinden zij belangrijk voor de toekomst? Deze onderzoeksvraag is opgedeeld in verschillende deelvragen: Wat is de ervaren kwaliteit van leven van kinderen in de 12 provincies van Nederland? Welke zorgen hebben kinderen in de 12 provincies van Nederland en wat is volgens hen belangrijk voor de toekomst? De eerste deelvraag wordt volledig beantwoord aan de hand van de kwantitatieve data die we verzameld hebben met behulp van een vragenlijst. De tweede deelvraag gaat vooral in op de kwalitatieve data die we via dezelfde vragenlijst bij kinderen hebben opgehaald. In de volgende paragraaf wordt dit verder toegelicht.
2.2 De vragenlijst De vragenlijst4 van dit jaar is gebaseerd op de vragenlijst die we ook in 2018 en 2020 gebruikt hebben.5 We hebben dit jaar een extra vraag toegevoegd over de zorgen die kinderen hebben over alles wat gaande is in de wereld. Daarnaast hebben we nog een extra vraag toegevoegd over de impact die de coronamaatregelen op hun leven gehad hebben. In de vragenlijst zijn een aantal demografische gegevens uitgevraagd, persoonlijke omstandigheden, problemen die kinderen zelf ervaren en andere problemen die er in hun leven spelen. Ook zijn er 14 vragen over de kwaliteit van hun leven in de vragenlijst opgenomen. Deze kwaliteit van leven wordt bepaald door 14 omgevingsvoorwaarden, die gaan over zowel de thuissituatie als de bredere leefomgeving van kinderen.6 De kwaliteit van de omgevingsvoorwaarden hangt samen met het welzijn van kinderen. In het algemeen is het zo dat hoe hoger de kwaliteit van 4 In 2018 en 2020 hanteerden we twee versies van de vragenlijst; een voor jongere kinderen (8-12 jaar) en
een versie voor oudere kinderen (13-18 jaar). Dat hebben we dit jaar losgelaten. 5 De Kinderombudsman houdt ook de rechten van kinderen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in de gaten. Samen vormen deze eilanden Caribisch Nederland. Het onderzoek in Caribisch Nederland is in 2021 afgerond en gepubliceerd. Om die reden hebben we besloten het onderzoek in Caribisch Nederland uit te stellen tot een volgend jaar. 6 De voorwaarden voor een goede ontwikkeling zijn adequate verzorging (1), veiligheid (2), liefde en aandacht van ouders (3), structuur, regels en ondersteuning (4), goed voorbeeld gedrag van ouders (5), interesse van ouders (6) stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (7), veiligheid in de buurt (8), respect (9), een sociaal netwerk van andere volwassenen (10), school en vrije tijdsbesteding (11), contact met leeftijdgenoten en vrienden (12), goed voorbeeldgedrag van andere volwassenen (13), zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden (14) Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 13 van 76
deze 14 omgevingsvoorwaarden is, hoe beter het welzijn en ontwikkelingsperspectief van het kind. Ook wordt er in de vragenlijst aan kinderen gevraagd om een cijfer aan hun leven te geven. En kunnen zij bij verschillende vragen vertellen wat er goed gaat in hun leven, wat er moeilijk is in hun leven en beter kan en wat zij zouden doen als ze Kinderombudsman of -vrouw waren. Dit jaar is er specifiek een vraag toegevoegd over de zorgen die kinderen hebben voor de toekomst, vanwege de vele crises die gaande zijn en die ook een impact op het leven van kinderen (kunnen) hebben. De vragenlijst wordt anoniem ingevuld. Dit betekent dat er niet naar namen of persoonsgegevens is gevraagd. Een voorbeeld van de vragenlijst die we gebruikt hebben staat in bijlage 1. Kwetsbare kinderen en kinderen in kwetsbare situaties Kinderen kunnen in de vragenlijst aangeven met welke problemen ze in hun leven te maken hebben. We spreken van kinderen met problemen als zij in de vragenlijst hebben aangegeven dat ze kwetsbaarheden hebben in hun persoonlijke ontwikkeling en/of dat ze kwetsbaarheden hebben op de plaats waar ze opgroeien. Het gaat dan bij kinderen zelf om het krijgen van jeugdhulp of op een wachtlijst staan voor jeugdhulp, psychische problemen of een lichamelijke aandoening hebben, gevlucht zijn naar Nederland of speciaal onderwijs volgen.
Bij kwetsbaarheden in de thuissituatie gaat het om armoede, een complexe scheiding, ruzie thuis, een zieke of verslaafde ouder of een ouder die overleden is. Verspreiden van de vragenlijst Tussen 23 mei en 13 juli 2022 heeft de online vragenlijst opengestaan op onze website. We hebben op verschillende manieren aandacht gevraagd voor de vragenlijst. Bijvoorbeeld via social media berichten op Facebook, Instagram en Twitter. Ook hebben we door een uitgebreide mailing kinderen bereikt via verschillende jongerenorganisaties, jeugdzorginstellingen, leerlingenraden, kinderraden en kinderburgemeesters. Ook is er een item in De Dag Vandaag verschenen over de vragenlijst en zijn er in veel lokale media berichten over de vragenlijst gepubliceerd.
2.3 Representativiteit De werving heeft er toe geleid dat 2347 kinderen de vragenlijst zover hebben ingevuld dat we deze konden gebruiken voor de benodigde analyses. De verzamelde data is representatief op het niveau van sekse. Voor leeftijd en provincie is de data representatief gemaakt door aan bepaalde (ondervertegenwoordigde) groepen meer gewicht toe te kennen en aan andere (oververtegenwoordigde) groepen minder gewicht toe te kennen. Hierdoor zijn de uitkomsten zoals we deze in dit rapport bespreken representatief voor de kinderen in Nederland.
2.4 Analyses van de antwoorden We hebben verschillende analyses uitgevoerd op de verzamelde data om een antwoord te krijgen op onze onderzoeksvraag over hoe kinderen hun leven ervaren en wat zij belangrijk vinden in de 12 provincies van Nederland.
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 14 van 76
Deelvraag 1: 'Kwaliteit van leven' aan de hand van de 14 omgevingsvoorwaarden en het rapportcijfer Tijdens de analyse van de antwoorden hebben we ons specifiek gericht op de verschillen tussen provincies. We hebben de antwoorden van kinderen in de 12 provincies met elkaar vergeleken. Ook hebben we de resultaten van de 12 provincies afgezet tegen het landelijk gemiddelde beeld. Aan de hand van error-plots hebben we onderzocht of er indicaties waren voor significante verschillen tussen provincies op de 14 omgevingsvoorwaarden en het rapportcijfer. Dit was niet het geval. Bij het presenteren van de resultaten is daarom gebruik gemaakt van beschrijvende statistiek. Deelvraag 2: 'Het leven nu en zorgen over de toekomst' aan de hand van vier open vragen7 In de vragenlijst zijn vier open vragen opgenomen, namelijk de vragen: "Wat is er fijn in jouw leven?", "Wat kan er beter in jouw leven?", "Maak jij je ergens zorgen over? Zo ja, wat is dat dan?" en "Wat zou jij doen voor kinderen in Nederland?". Deze vragen gebruiken we om de tweede deelvraag van dit onderzoek te beantwoorden. De antwoorden op deze vragen hebben we per vraag thematisch geordend. Hierbij kijken we niet alleen naar de thema's die het vaakst in de antwoorden van kinderen naar voren komen, maar ook naar thema's die nieuw of anderszins opvallend zijn.
Evenals bij de kwantitatieve data, hebben we hier ook de weging gebruikt voor provincie en leeftijd om een representatief beeld te kunnen schetsen.
7 De vraag over mogelijke effecten als gevolg van corona/corona-maatregelen leverde weinig nieuwe
informatie op en de meeste kinderen gaven aan blij te zijn dat het leven weer was zoals voorheen. Omdat andere partijen in Nederland hier ook onderzoek naar hebben gedaan, zoals HBSC, gaan wij hier in dit rapport verder niet op in. Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 15 van 76
3 Door wie is de vragenlijst ingevuld? 3.1 Kinderen in heel Nederland In totaal hebben 2347 kinderen de vragenlijst van de Kinderombudsman ingevuld. Deze groep bestaat uit 1130 jongens (48,1%), 1163 meisjes (49,6%) en 54 kinderen (2,3%) die zich geen jongen of meisje voelen. De gemiddelde leeftijd van deze kinderen is 11 jaar. Hiervan zijn er 1866 kinderen (79,5%) die een leeftijd hebben van 8 tot en met 12 jaar en 481 (20,5%) jongeren in de leeftijd van 13 tot en met 18 jaar. Vrijwel alle kinderen gaan naar school. De meeste kinderen gaan naar het primair onderwijs 1457 (62,1%), waarvan een deel naar het speciaal basisonderwijs 183 (7,8%). De overige kinderen gaan bijna allemaal naar een vorm van voortgezet onderwijs 509 (21,6%). Drieëndertig kinderen gaan niet naar school (1,5%), waarvan 13 kinderen (0,6%) in plaats daarvan werken. Bijna driekwart van de kinderen woont bij beide ouders (n=1709, 72,8%). De overige kinderen wonen voornamelijk bij één van hun ouders of er is sprake van coouderschap. Zo woont 13,5% (n=318) van de kinderen bij hun moeder (eventueel met partner) en 2,1% (n=50) woont bij hun vader (eventueel met partner). 156 kinderen (6,6%) hebben een vorm van co-ouderschap. Daarnaast wonen 63 kinderen in een instelling of pleeggezin (2,6%)
3.2 Ervaren kwetsbaarheden In de vragenlijst hebben 582 kinderen aangegeven één of meerdere persoonlijke problemen te hebben (24,8%) en 567 kinderen hebben met een problematische thuissituatie te maken (24,2%). Hierbij zitten ook kinderen die zowel problemen in de thuissituatie hebben als problemen ervaren in hun eigen ontwikkeling. Desalniettemin lijkt er sprake te zijn van een oververtegenwoordiging van kinderen die opgroeien in kwetsbare situaties. We baseren ons hierbij op het gegeven dat 10% van de kinderen in Nederland een vorm van jeugdhulp krijgen, omdat precieze cijfers van al deze kwetsbaarheden niet bekend zijn.8 Hieronder gaan we verder in op de problemen die kinderen zelf dan wel in hun (vroegere) thuissituatie ervaren. Problemen van kinderen zelf "Ik heb CP, dat is dat m'n been of hand niet goed werkt. Bij mij alle twee." (jongen met een lichamelijke aandoening, 10 jaar)
Het grootste deel van de 582 kinderen geeft aan naar het speciaal onderwijs te gaan (n=286, 12,2% van het totaal aantal kinderen dat de vragenlijst heeft ingevuld). Daarnaast krijgen 152 kinderen (6,5%)9 jeugdhulp of jeugd-GGZ en staan 46 kinderen (2%) nog op de wachtlijst voor jeugdhulp. Er zijn 150 kinderen die aangeven psychische problemen te hebben en 98 kinderen geven aan dat ze een lichamelijke 8
CBS (2022, 29 april) Jeugdhulp 2021. Geraadpleegd via www.cbs.nl Voor alle percentages ten aanzien van kwetsbaarheden geldt dat dit de percentages zijn op het totaal aantal kinderen dat de vragenlijst heeft ingevuld, te weten 2347. 9
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 16 van 76
aandoening hebben. Tot slot zijn er 57 kinderen (2,4%) die aangeven dat zij vanuit een ander land naar Nederland gevlucht zijn. Problemen in de thuissituatie "Mijn moeder werd uitgescholden door mijn vader, maar hij is nu weg. Ze gingen steeds schreeuwen en dat vond ik niet leuk" (jongen met gescheiden ouders, 9 jaar)
Van de 567 kinderen die te maken hebben met een problematische thuissituatie, geven 214 kinderen (9,1%) aan dat er sprake is van ruzie en geweld thuis. Het kan zijn dat er geschreeuwd en/of gescholden wordt, maar er kan ook sprake zijn van fysiek geweld zoals schoppen of slaan. Verder geven 182 kinderen (7,8%) aan dat zij gescheiden ouders hebben die niet meer normaal met elkaar kunnen omgaan. Ook zijn er 141 kinderen (6,0%) die aangeven dat er thuis weinig geld is. Tot slot zijn er 153 kinderen (6,5%) waarbij een van de ouders een lichamelijke ziekte heeft en 79 kinderen (3,4%) die een ouder heeft met psychische problemen.
3.3 Geografische spreiding "Ik woon in een klein dorp, daar gebeurt niets spannends hoor." (jongen uit Zeeland, 12 jaar)
De kinderen die de vragenlijst hebben ingevuld wonen verspreid over heel Nederland. Niet alle provincies zijn evenveel vertegenwoordigd in de ingevulde vragenlijsten. Zo hebben relatief minder kinderen uit Flevoland, Zeeland, Friesland en Drenthe de vragenlijst ingevuld. Zuid-Holland is als provincie het meest vertegenwoordigd bij de ingevulde vragenlijsten. Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven hanteren we voor de analyses een wegingsfactor om deze 'scheefheid' tussen de provincies te corrigeren. In onderstaand figuur worden de verschillende aantallen geografisch per gebied weergegeven.
Figuur 1: Ingevulde vragenlijsten per provincie: Groningen, n=185; Friesland, n=109; Drenthe, n=125; Overijssel, n=182; Flevoland, n=73; Gelderland, n=176; Utrecht, n=182; Noord-Holland, n=296; ZuidHolland, n=375; Zeeland, n=95; Noord-Brabant, n=271; Limburg, n=278
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 17 van 76
3.4 Kwetsbare groepen per provincie Algemeen beeld van kwetsbaarheden per provincie "School vind ik matig het leuk met vriendinnen enz. maar m'n vrije tijd geef ik een voldoende: ik vind het gewoon leuk met m'n vriendinnen. Ik heb niet zo veel vrienden dus soms zit ik ook gewoon dagen thuis" (meisje uit Overijssel, 12 jaar)
Kwetsbaarheden per provincie, in percentages en afgezet tegen landelijk gemiddelde 50,0% 45,0% 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%
Kwetsbaarheden thuis
Kwetsbaarheden zelf
Gemiddeld thuis
Gemiddeld zelf
Figuur 2: Kwetsbaarheden in de thuissituatie en bij kinderen zelf, per provincie en in percentages
Per provincie hebben we ook gekeken naar de kinderen in kwetsbare situaties, zoals ze deze zélf in de vragenlijst konden aangeven. We weten uit eerdere onderzoeken dat deze kwetsbaarheden impact hebben op de kwaliteit van leven die kinderen ervaren en de zorgen die deze kinderen hebben. 10 In bovenstaande grafiek 2 hebben we deze kwetsbaarheden schematisch weergegeven, waarbij we het onderscheid gehanteerd hebben uit de vragenlijst: Kwetsbaarheden in de thuissituatie en kwetsbaarheden bij kinderen zelf. Uit de grafiek blijkt dat de kwetsbaarheden thuis redelijk gelijkmatig over de provincies verdeeld zijn. Zoals eerder is aangegeven zien we dat de percentages kinderen die hebben aangegeven op te groeien met één of meerdere kwetsbaarheden in dit onderzoek hoger is dan je zou verwachten gebaseerd op de 10% van de kinderen die enige vorm van jeugdhulp krijgt. Hierbij zien we een paar provincies waarbij ook meer kinderen met kwetsbaarheden thuis de vragenlijst hebben ingevuld dan het landelijk gemiddelde in dit onderzoek. Het gaat dan om de provincies Friesland, Groningen en Utrecht. In Noord-Holland daarentegen hebben relatief weinig kinderen aangegeven dat er thuis kwetsbaarheden zijn.
10
Zie bijvoorbeeld: De Kinderombudsman (2018). Als je het ons vraagt. Kinderrechtentour 2018, rapportnummer KOM009/2018; De Kinderombudsman (2020). Als je het ons vraagt. Thuis in 2020, rapportnummer KOM009/2020. Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 18 van 76
Bij de ervaren kwetsbaarheden bij kinderen zelf zien we meer variëteit tussen de provincies. In een aantal provincies hebben relatief veel kinderen de vragenlijst ingevuld die aangegeven hebben eigen kwetsbaarheden te ervaren. Dat wil zeggen: meer dan het landelijk gemiddelde in dit onderzoek. Overijssel springt er ver boven uit, maar ook in Drenthe, Groningen en Limburg hebben veel kinderen met zelfgerapporteerde eigen problematiek de vragenlijst ingevuld. In Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland hebben juist weinig kinderen met zelf-gerapporteerde eigen kwetsbaarheden de vragenlijst ingevuld. Over het algemeen hebben überhaupt meer kinderen met eigen kwetsbaarheden de vragenlijst ingevuld dan kinderen met kwetsbaarheden in de thuissituatie. Kwetsbaarheden per provincie uitgediept "Een hoop vrienden zitten aan de drugs. Door hun ben ik er ook aan begonnen. Nu ben ik er gelukkig van af." (meisje uit Groningen, 16 jaar)
Zoals eerder is aangegeven bestaan zowel kwetsbaarheden in de thuissituatie als kwetsbaarheden bij kinderen zelf uit verschillende soorten problemen. Bij kwetsbaarheden in de thuissituatie kan het bijvoorbeeld gaan over armoede of ruzie thuis; bij kwetsbaarheden van het kind zelf gaat het bijvoorbeeld over psychische problematiek of deelname aan speciaal onderwijs. In bijlage 2 is een uitgebreid overzicht hiervan opgenomen. In tabel 1 op de volgende pagina geven we samengevat weer welke kwetsbaarheden in welke provincies hoog of laag 'scoren' op de specifieke kwetsbaarheden. In de tabel in bijlage 2 is af te lezen dat het vooral de twee noordelijke provincies Friesland en Groningen zijn, waarin relatief veel kinderen aangeven kwetsbaarheden te ervaren. Zuid-Holland is de provincie waar weinig kinderen met zelf-gerapporteerde kwetsbaarheden, thuis of zelf, de vragenlijst hebben ingevuld.
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 19 van 76
Provincie
Kwetsbaarheden vaakst genoemd
Kwetsbaarheden minst genoemd
Groningen
Psychische problemen (18,9%) Speciaal onderwijs (15,7%)
Wachtlijst voor hulp (2,7%) Gescheiden ouders (7%)
Friesland
Ruzie thuis (19,3%) Speciaal onderwijs (17,4%)
Wachtlijst voor hulp (0,9%) Gevlucht (0,9%)
Drenthe
Speciaal onderwijs (29,6%) Ruzie thuis (12%)
Wachtlijst hulp (1,6%) Gevlucht (3,2%)
Overijssel
Speciaal onderwijs (30,2%) Psychische problemen (12,6%)
Wachtlijst voor hulp (2,7%) Ouder met psychische problemen (3,3%)
Flevoland
Jeugdhulp/Jeugd-GGZ (13,7%) Psychische problemen (12,3%) Weinig geld (12,3%)
Gevlucht (0%) Ouder met psychische problemen (1,4%)
Gelderland
Psychische problemen (15,9%) Jeugdhulp/Jeugd-GGZ (12,5%)
Gevlucht (0,6%) Wachtlijst voor hulp (1,7%)
Utrecht
Speciaal onderwijs (16,5%) Ouder met lichamelijke ziekte (15,9%)
Lichamelijke aandoening (1,1%) Wachtlijst voor hulp (2,7%)
Noord-Holland
Jeugdhulp/Jeugd-GGZ (9,8%) Gescheiden ouders (8,8%)
Wachtlijst voor hulp (1,7%) Weinig geld thuis (3,4%)
Zuid-Holland
Gescheiden ouders (9,6%) Jeugdhulp/Jeugd-GGZ (8,5%)
Wachtlijst voor hulp (1,6%) Gevlucht (1,9%)
Zeeland
Ruzie thuis (10,5%) Ouder met lichamelijke ziekte (9,5%)
Gevlucht (4,2%) Wachtlijst voor hulp (5,2%)
NoordBrabant
Speciaal onderwijs (13,6%) Psychische problemen (11,8%)
Lichamelijke aandoening (5,2%) Wachtlijst voor hulp (5,5%)
Limburg
Speciaal onderwijs (20,1%) Ruzie thuis (17,6%)
Ouder met lichamelijke ziekte (1,8%) Ouder met psychische ziekte (1,1%)
Tabel 1: Verschillende kwetsbaarheden, uitgesplitst naar provincies
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 20 van 76
4 Kwaliteit van leven van kinderen in Nederland Hoe ervaren kinderen de kwaliteit van hun leven in 2022 in de 12 provincies van Nederland? Deze vraag staat centraal in dit hoofdstuk. In dit hoofdstuk schetsen we eerst kort een algemeen beeld over heel Nederland. Daarna gaan we uitgebreid in op de situatie per provincie.
4.1 Hoe ervaren kinderen in het algemeen hun kwaliteit van leven in Nederland? Rapportcijfer: 7,7 Met de meeste kinderen die de vragenlijst hebben ingevuld gaat het goed. Gemiddeld geven zij hun leven gemiddeld een 7,7. Er zijn ook kinderen die hun leven een onvoldoende hebben gegeven. Van de 2347 kinderen die de vragenlijst hebben ingevuld, geeft 312 (13,3%) zijn leven een rapportcijfer van een 5 of lager. Omgevingsvoorwaarden: 12,4 "Thuis is het allerveiligste plekje op aarde!" (meisje uit Zuid-Holland, 11 jaar)
Van de 14 omgevingsvoorwaarden beoordelen kinderen er gemiddeld 12,4 als voldoende of goed. Dit betekent dat kinderen in Nederland veel aspecten van hun leefomgeving als positief beoordelen, wat bijdraagt aan hun welzijn en ontwikkeling. In grafiek 3 zijn de gemiddelde scores op de omgevingsvoorwaarden weergegeven. Hier is te zien dat de omgevingsvoorwaarden 'verzorging' en 'veiligheid thuis' gemiddeld de hoogste score krijgen. De omgevingsvoorwaarden 'zekerheid in leven', 'sociaal netwerk van andere volwassenen' en 'school en vrije tijd' hebben de laagst gemiddelde score.
3,8 3,7 3,6 3,5 3,4 3,3 3,2 3,1 3 2,9
Grafiek 3: Gemiddelden op de omgevingsvoorwaarden van kinderen in Nederland
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 21 van 76
4.2 Hoe ervaren kinderen de kwaliteit van hun leefomgeving in de 12 provincies? "Van mijn moeder en stiefvader krijg ik veel liefde. Mijn vader neemt geen contact meer op, ook niet als ik bel" (jongen uit Zeeland, 18 jaar)
In tabel 2 is een overzicht te zien van de gemiddelde cijfers die kinderen hun leven geven per provincie. Ook is in deze tabel te zien hoe de 14 omgevingsvoorwaarden in iedere provincie gemiddeld worden beoordeeld. Gemiddeld cijfer voor leven
Percentage kinderen dat zijn leven een onvoldoende geeft
Gemiddelde op de 14 omgevingsvoorwaarden
Groningen
7,6
20,7%
11,9
Friesland
7,2
16,2%
11,7
Drenthe
8,1
10,5%
12,5
Overijssel
8,0
9,6%
12,7
Flevoland
7,3
14,4%
12,7
Gelderland
7,6
13,0%
12,4
Utrecht
7,7
9,6%
12,4
Noord-Holland
7,8
12,6%
12,5
Zuid-Holland
7,7
11,2%
12,8
Zeeland
7,8
16,7%
12,8
Noord-Brabant
7,6
11,5%
12,3
Limburg
7,8
17,7%
12
Tabel 2: Gemiddelde rapportcijfer, percentage kinderen dat zijn leven een onvoldoende geeft en gemiddelde score op de 14 omgevingsvoorwaarden per provincie
Hoogste rapportcijfers in Drenthe en Overijssel, ruim voldoende in Flevoland en Friesland "Ik vind mijn ouders een beetje streng. Maar ik vind het niet slecht, het is wel goed." (jongen uit Overijssel, 9 jaar)
De rapportcijfers laten zien dat de kinderen in Drenthe het meest positief zijn over hun leven. Zij geven hun leven gemiddeld een 8,1. Daarna volgen de kinderen in Overijssel met een 8,0. De kinderen in Friesland en Flevoland zijn iets minder positief, maar geven hun leven nog steeds een ruim voldoende (respectievelijk een 7,2 en een 7,3). In onderstaande Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 22 van 76
grafiek 4 zijn de gemiddelde cijfers per provincie weergegeven, maar is ook het gemiddelde rapportcijfer te zien dat kinderen in heel Nederland aan hun leven geven. 8,2 8,0 7,8 7,6 7,4 7,2 7,0 6,8 6,6
Provincie
Heel Nederland
Grafiek 4: Gemiddeld rapportcijfer voor het leven per provincie en in heel Nederland
In Groningen geven (verhoudingsgewijs) de meeste kinderen hun leven een onvoldoende, in Overijssel de minste "Ik heb niet zoveel vrienden in het echt, maar wel online." (meisje uit Groningen, 11 jaar)
In de provincie Groningen geven verhoudingsgewijs de meeste kinderen hun leven een onvoldoende (20,7%). Daarna volgen de kinderen in Limburg (17,7%), Zeeland (16,9%), Friesland (16,2%) en Flevoland (14,4%). In Overijssel en Utrecht valt het percentage kinderen dat zijn leven een onvoldoende geeft een stuk lager uit. In die provincies geven respectievelijk 8,8% en 9,9% van de kinderen hun leven een onvoldoende (zie ook grafiek 5). 25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 0,0
Provincie
Heel Nederland
Grafiek 5: Kinderen die hun leven een onvoldoende geven per provincie en in heel Nederland in percentages Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 23 van 76
De omgevingsvoorwaarden voor een goede ontwikkeling worden in ZuidHolland en Zeeland het meest positief gewaardeerd, in Friesland en Groningen iets minder positief "Thuis ben ik altijd veilig en op school ook, want er is altijd wel een juf binnen of buiten." (meisje uit Zuid-Holland, 10 jaar)
In Zuid-Holland en Zeeland wordt de kwaliteit van de leefomgeving door kinderen het meest positief beoordeeld. Gemiddeld worden 12,8 van de 14 omgevingsvoorwaarden met een voldoende of goed beoordeeld. In Friesland en Groningen zijn kinderen iets minder positief en worden er respectievelijk 11,7 en 11,9 van de omgevingsvoorwaarden met een voldoende of goed beoordeeld. 13,0 12,8 12,6 12,4 12,2 12,0 11,8 11,6 11,4 11,2 11,0
Provincie
Heel Nederland
Grafiek 6: Gemiddelde score op de 14 omgevingsvoorwaarden samen per provincie en in heel Nederland
Thuissituatie in alle provincies positiever beoordeeld door kinderen, dan de omgeving waarin ze opgroeien "Mijn ouders zijn lief en zorgen goed voor mij. Als er iets verkeerd gaat zeggen we altijd 'sorry' tegen elkaar en God." (jongen uit Flevoland, 12 jaar)
De 14 omgevingsvoorwaarden zijn te verdelen in zeven voorwaarden die over de thuissituatie gaan en zeven voorwaarden die over de bredere sociale omgeving gaan.11 Over het algemeen zien we dat de omgevingsvoorwaarden over de thuissituatie door kinderen positiever worden beoordeeld dan omgevingsvoorwaarden over de bredere sociale omgeving (zie grafiek 7). De grafiek laat zien dat de kinderen in Friesland het minst positief zijn over de omgevingsvoorwaarden die over de thuissituatie gaan, terwijl de kinderen in Flevoland over deze omgevingsvoorwaarden het meest positief zijn. De omgevingsvoorwaarden
11 De voorwaarden over de thuissituatie zijn adequate verzorging (1), veiligheid thuis (2), liefde en aandacht van ouders (3), structuur, regels en ondersteuning (4), goed voorbeeld gedrag van ouders (5), interesse van ouders (6) en stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (7). De voorwaarden over de bredere sociale omgeving zijn veiligheid in de buurt (8), respect (9), een sociaal netwerk van andere volwassenen (10), school en vrije tijdsbesteding (11), contact met leeftijdgenoten en vrienden (12), goed voorbeeldgedrag van andere volwassenen (13), zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden (14). Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 24 van 76
over de bredere sociale omgeving worden door de kinderen in Groningen het minst positief beoordeeld en door de kinderen in Zuid-Holland het meest positief. 7,00 6,80 6,60 6,40 6,20 6,00 5,80 5,60 5,40 5,20 5,00
Omgevingsvoorwaarden over de thuissituatie Omgevingsvoorwaarden over de bredere sociale omgeving Grafiek 7: Gemiddelde score op de zeven omgevingsvoorwaarden over de thuissituatie en de zeven omgevingsvoorwaarden over bredere sociale omgeving per provincie
'Verzorging' en 'veiligheid thuis' best beoordeeld, en 'zekerheid in leven', 'sociaal netwerk' en 'school en vrije tijd' krijgen laagste scores "Ik krijg niet echt hulp van andere volwassenen. Behalve opa en oma." (meisje uit Noord-Brabant, 15 jaar)
Wanneer we kijken naar de afzonderlijke omgevingsvoorwaarden per provincie dan zien we dat in de provincies Drenthe, Friesland, Groningen, Overijssel en ZuidHolland de omgevingsvoorwaarden 'verzorging' en 'veiligheid thuis' door kinderen het hoogst worden beoordeeld en 'zekerheid in leven' en 'sociaal netwerk van andere volwassenen' het laagst (zie grafieken in bijlage 2). De andere provincies wijken vooral af op de omgevingsvoorwaarden die als laagst beoordeeld worden. In Flevoland geven kinderen bijvoorbeeld de omgevingsvoorwaarden 'contact met vrienden' en school en vrije tijd' de laagste scores. In Limburg geven kinderen de omgevingsvoorwaarde 'sociaal netwerk van andere volwassenen' de laagste score, gevolgd door de omgevingsvoorwaarde 'goed voorbeeld van ouders'. En in Utrecht geven kinderen de omgevingsvoorwaarde 'goed voorbeeld andere volwassenen' de een na laagste score. Bij de provincies Gelderland, Noord-Holland en Zeeland staat juist de omgevingsvoorwaarde 'school en vrije tijd' op de een na laatste plek. Alleen de provincie Noord-Brabant wijkt af op de omgevingsvoorwaarden die als hoogst beoordeeld worden. Daar staat de omgevingsvoorwaarde 'stabiliteit in de opvoeding' op de tweede plaats.
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 25 van 76
4.3 Rode draad in de bevindingen In dit hoofdstuk hebben we gekeken naar de ervaren kwaliteit van leven van kinderen in Nederland en daarbij naar mogelijke verschillen tussen de provincies. Representatief beeld van alle Kinderen in Nederland Deze bevindingen zijn representatief voor alle kinderen in Nederland. Dit betekent dat we kunnen zeggen dat het gemiddeld goed gaat met kinderen in Nederland. Zij geven hun leven gemiddeld een ruim voldoende, zijn tevreden over hun thuissituatie, de aandacht, interesse en opvoeding van hun ouders. Wel ervaren ze wat meer zorgen over de zekerheden in hun leven en het sociale netwerk waarop ze kunnen terugvallen. We zien dat het gemiddelde rapportcijfer lager is dan in 2020 en in 2018, maar omdat we toen geen representatief beeld hadden, kunnen we hier geen conclusies aan verbinden. In de omgevingsvoorwaarden zien we qua score geen ander beeld dan in voorgaande jaren. Wat valt op tussen provincies? In hoofdstuk 3 hebben we gezien dat de kinderen die de vragenlijst hebben ingevuld over het algemeen meer eigen problemen ervaren, dan in de thuissituatie. Dit is vooral zo in de provincies Overijssel, Drenthe, Limburg en Groningen. Toch lijkt dit niet direct een weerslag te hebben op het rapportcijfer dat deze kinderen hun leven geven.
De drie hoogste rapportcijfers zien we ook in drie van deze vier provincies, namelijk Drenthe, Overijssel en Limburg (naast Zeeland en Noord-Holland). Tegelijkertijd zien we dat in Groningen, Limburg, en Friesland, een – naar verhouding – hoog percentage kinderen hun leven een onvoldoende geeft en zijn de kinderen in deze provincies ook het minst positief over hun omgevingsvoorwaarden. Het gaat dan specifiek om 'zekerheid', 'sociaal netwerk van andere volwassenen' en/of 'goed voorbeeld van ouders'. Ondanks het hoge rapportcijfer van Drenthe, lijken de kinderen in Overijssel het beste af te zijn: met een relatief hoog rapportcijfer, het minste aantal kinderen dat hun leven een onvoldoende geeft en de meest positieve scores op de 14 omgevingsvoorwaarden.
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 26 van 76
5 Wat gaat er goed en welke zorgen hebben kinderen in Nederland? In dit hoofdstuk gaan we in op de knelpunten en zorgen die kinderen in Nederland ervaren. We doen dit aan de hand van vier open vragen die in de vragenlijst opgenomen zijn, namelijk: "Wat vind je fijn in jouw leven?", "Wat kan er beter in jouw leven?", "Waar maak je je zorgen om voor de toekomst?" en "Wat zou jij doen als je Kinderombudsman was?". Uit de antwoorden die kinderen hierop geven, zien we dat kinderen hierover ideeën hebben die betrekking hebben op het niveau van hun eigen persoonlijke leven (de eerste twee vragen), op het niveau van Nederland (de vraag over wat zij zouden doen als Kinderombudsman) en op een abstracter niveau van de wereld en de toekomst (de vraag over zorgen over de toekomst). In paragraaf 5.1 schetsen we eerst een algemeen beeld over de door kinderen genoemde knelpunten en zorgen aan de hand van de vier open vragen. In paragraaf 5.2 kijken we naar regionale verschillen in Nederland. In paragraaf 5.3 beschrijven we de rode draad die we in de provincies zien.
5.1 Wat gaat er goed en welke zorgen hebben kinderen: een algemeen beeld Thuis, familie en vrienden zijn nog steeds de belangrijkste dingen die goed gaan "Ik heb fijne ouders en goede vrienden. En ik kan heerlijk en veilig buiten spelen bij mij in de buurt" (jongen uit Drenthe, 11 jaar)
Evenals in voorgaande jaren zijn kinderen vooral blij met de contacten die zij hebben met ouders – of thuis in bredere zin – familie en vrienden. We zien op de vraag "wat vind je fijn in jouw leven?" geen opvallende zaken, behalve dat een klein aantal kinderen aangegeven hebben dat ze blij zijn dat er geen oorlog is en dat ze blij zijn dat ze niet gepest worden (zie ook grafiek 8 op de volgende pagina). Opvallend negatief over eigen gedrag en gevoel, en school en thuis kunnen beter "Ik vind dat ik moet leren dat ik sterke gevoelens wat meer loslaat." (jongen uit Overijssel, 11 jaar)
Uit de antwoorden op de vraag wat er beter kan in het leven van kinderen, blijkt dat de meeste kinderen hun leven als zeer prettig ervaren. Zij geven vaak aan dat alles goed gaat en/of dat er niets beter kan in hun leven. Thuis en school zijn de belangrijkste domeinen waarover kinderen aangeven dat het beter zou kunnen. Schoolstress, of überhaupt stress in hun leven, kan hier een rol inspelen – beide worden door kinderen genoemd. Ook geeft een aantal kinderen aan dat ze graag een beter contact willen hebben met hun leeftijdsgenoten. Dit kan een rol spelen in hoe prettig kinderen wel of niet hun schooltijd ervaren. De zorgen over het contact met leeftijdsgenoten is in eerdere jaren van dit onderzoek niet zo duidelijk naar voren gekomen. Mogelijk spelen de coronamaatregelen – waarbij kinderen minder mogelijkheden hadden voor omgang met leeftijdsgenoten – hierin een rol.
Kinderombudsman - Als je het ons vraagt. Onderzoek naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies blad 27 van 76
Algemeen beeld van wat er fijn is in het leven van kinderen, in percentages van de gegeven antwoorden 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%
Grafiek 8: Thematisch geordende antwoorden op de vraag wat kinderen fijn vinden in hun leven
In vergelijking met voorgaande jaren, zien we één type antwoord dat vrij vaak gegeven wordt en welke we in eerdere jaren eigenlijk niet gezien hebben. Deze kinderen geven namelijk aan dat zij vinden dat hun eigen gevoel of hun eigen gedrag beter kan. Het gaat dan om antwoorden als "ik moet leren om eerder hulp te vragen", "ik moet me beter concentreren", "ik moet beter mijn best doen" of "ik moet minder verlegen zijn". Deze antwoorden duiden er op dat kinderen vooral streng zijn over wat ze zélf zouden moeten veranderen, meer dan wat er veranderd moet worden in hun leven. Een overzicht op de antwoorden is weergegeven in grafiek 9 hieronder.