Definitief rapport Samen werken of samenwerken Rekenkamer Kapelle 2025
Tekst van het document
Samen werken of samenwerken?
Onderzoek naar de samenwerking binnen de gemeenteraad én tussen gemeenteraad en het college van B&W
Datum
: 30 december 2025
Versie
: Definitief
Colofon Uitgave:
Rekenkamer Kapelle
Informatie:
Erwin de Koster, de.koster@rekenkamerkvm.nl Wim Fonteine, fonteine@rekenkamerkvm.nl https://www.rekenkamerkvm.nl
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
2 van 34
Samenvatting Voor u ligt het rapport over raadscommunicatie. Een ruim begrip. Op verzoek van de gemeenteraad, burgemeester en griffier heeft de rekenkamer Kapelle onderzocht hoe de samenwerking en communicatie in het gemeentelijk bestuur verloopt en (vooral) wordt ervaren. Een uitdagend onderzoek, omdat de rekenkamer normaal beleidsthema’s en/of de uitvoering controleert. Het verzoek tot dit onderzoek is een dappere keuze, omdat het ook gaat over de manier waarop de personen in het gemeentebestuur hun taak uitvoeren. Het persoonlijk functioneren, gedrag en uitlatingen hebben effect op de samenwerking. We hebben dan ook gemerkt dat het de mensen raakt. Dit geeft aan dat het onderwerp ertoe doet. Wij hebben het onderzoek dan ook met extra zorgvuldigheid uitgevoerd en hopen dat onze aanbevelingen een positieve bijdrage kunnen leveren bij het vormen van een coalitie en bij het instellen van de (nieuwe) raad na de verkiezingen in 2026. Zoals ook uit de interviews is gebleken kan een betere samenwerking en communicatie slechts beperkt worden bereikt door duidelijke regels en taakomschrijvingen. De belangrijkste zaken/aanbevelingen voor een duurzame betere samenwerking in een fijne sfeer zijn: Voer structureel zelfevaluaties in om het functioneren van de raad als geheel te bespreken. Sta op deze momenten stil bij samenwerking, omgangsvormen, en rolduidelijkheid.
Organiseer periodiek activiteiten, met verplichte aanwezigheid, met de raad en het college om het onderlinge vertrouwen en daarmee de samenwerking te verbeteren. Organiseer, bij voorkeur onder externe begeleiding én voor de komende gemeenteraadsverkiezingen gesprekken met de personen waartussen spanningen aanwezig zijn. Onze conclusies en verdere aanbevelingen treft u aan in hoofdstuk 4 van dit rapport. Duidelijk is dat er meerdere punten zijn die aandacht nodig hebben. Maar daarnaast is er ook genoeg dat goed gaat. Koester dat laatste, en werk aan het eerste.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
3 van 34
Inhoud SAMENVATTING .................................................................................................................................. 3 INHOUD ................................................................................................................................................. 4 1
PROBLEEMSTELLING .................................................................................................................. 5 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING ........................................................................................................................................... 5 ONDERZOEKSVRAGEN ............................................................................................................................ 5 UITVOERING ONDERZOEK...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ............................................................................................................................................ 7
2
NORMENKADER ........................................................................................................................... 8
3
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 10 3.1 DOCUMENTENONDERZOEK................................................................................................................. 10 3.1.1 Taken gemeenteraad .................................................................................................................... 10 3.1.2 Taken college B&W........................................................................................................................ 10 3.1.3 Informatieplicht ............................................................................................................................. 11 3.1.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 12 3.2 ENQUÊTE EN INTERVIEWS.................................................................................................................. 14 3.2.1 Duidelijkheid over rollen en taken ........................................................................................... 15 3.2.2 Effectief functioneren van college (in samenwerking met gemeenteraad) ............... 16 3.2.3 Effectief functioneren van gemeenteraad (richting het college van B&W) ...............
17 3.2.4 Inzet van de raadsinstrumenten ............................................................................................... 18 3.2.5 Samenwerking en sfeer binnen de gemeenteraad .............................................................. 20 3.2.6 Samenwerking tussen gemeenteraad en college van B&W ............................................. 21 3.2.7 Rolinvulling griffie ......................................................................................................................... 22 3.2.8 Toekomstvisie en Verwachtingen ............................................................................................. 22
4
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................ 23 4.1 4.2
BEANTWOORDING VAN DE HOOFDVRAAG ......................................................................................... 23 BEANTWOORDING VAN DE DEELVRAGEN .......................................................................................... 23
BIJLAGE 1: GEÏNTERVIEWDE PERSONEN ................................................................................... 28 BIJLAGE 2: STELLINGEN ENQUÊTE .............................................................................................. 29 BIJLAGE 3: BEOORDELING TOETSINGSCRITERIA .................................................................... 32
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
4 van 34
1 Probleemstelling 1.1 Aanleiding In het door de Rekenkamer Kapelle georganiseerde raadsspreekuur op 24 september 2024 is door zowel de burgemeester, griffier alsmede raadsleden de communicatie en informatieverstrekking tussen de raad en het college als onderzoeksonderwerp aangedragen. De discussie over de kleedaccommodatie van de vv Kapelle en de motie van wantrouwen die tegen een collegelid is ingediend n.a.v. het investeringsbudget hierover werden als voorbeelden genoemd. Daarnaast zijn er spanningen door verstoorde persoonlijke verhoudingen die de onderlinge samenwerking binnen de raad en tussen de raad en het college, bemoeilijken en een goede communicatie verstoren. Een ander aspect wat naar voren komt is dat elk raadslid een andere invulling geeft aan zijn/haar taak. Dit kan een verklaring zijn dat de verkregen informatie voor het ene lid toereikend is en voor het andere raadslid niet.
1.2 Onderzoeksvragen In dit onderzoek is de centrale onderzoeksvraag: Welke oorzaken beperken de onderlinge communicatie en samenwerking binnen de gemeenteraad, én tussen de raad en het college van burgemeester en wethouders? Om de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zal ook antwoord worden gegeven op de volgende deelvragen: 1. Is duidelijk wat de rol en taak van een raadslid respectievelijk collegelid is? 2. Is de actieve en passieve informatieverstrekking door het college aan de raad voldoende? 3. Hoe is de samenwerking en sfeer binnen de gemeenteraad? 4. Hoe is de samenwerking tussen de gemeenteraad en het college van B&W? 5. Hoe zet de gemeenteraad de raadsinstrumenten in? 6. Hoe wordt de rol en ondersteuning van de griffie door de raad ervaren?
1.3 Uitvoering onderzoek Het onderzoek is gestart eind 2024. In het onderzoek zijn de volgende stappen gezet:
Documentenanalyse en observaties; Op basis van bestaande bronnen worden de feiten in kaart gebracht. Er wordt gebruik gemaakt van opgestelde documenten, zoals verslagen van gemeenteraadsvergaderingen, uitgevoerde onderzoeken, beleidsstukken, evaluaties enzovoort. Tevens hebben wij observaties van
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
5 van 34
gemeenteraadsvergaderingen (zowel fysieke als digitaal) betrokken bij ons onderzoek.
Opstellen van de onderzoeks- en deelvragen en enquêtevragen;
Houden van een enquête en interviews; Enquête Om beter zicht te krijgen op de wijze van samenwerking en communicatie hebben we een anonieme enquête uitgezet onder de raadsleden, het college van B&W en de gemeentesecretaris. In deze enquête zijn per onderwerp van de deelvragen stellingen opgenomen. Een overzicht van deze stellingen staat in bijlage 2. De stellingen zijn positief verwoord en konden beantwoord worden met “Mee eens” (groen); “Mee oneens” (rood) of “Kan ik niet beoordelen” (grijs). Deze beperking heeft de rekenkamer bewust gemaakt om een keuze af te dwingen omdat altijd wel nuances zijn waardoor men neutralere antwoorden geeft. Bij kleinere onderzoeksgroepen is het dan niet mogelijk is om de verschillen te signaleren. Interviews Met verdiepende interviews is nader inzicht in de resultaten van de enquête en de onderlinge samenwerking verkregen. We hebben alle collegeleden, fractievoorzitters, de gemeentesecretaris en de griffier uitgenodigd voor een interview. De namen van de personen waarmee een interview heeft plaatsgevonden zijn opgenomen in bijlage1 bij dit rapport.
Bespreken van bevindingen met griffier en burgemeester;
Opstellen conceptrapportage met conclusies en aanbevelingen;
In overleg met de griffier en de burgemeester is besloten, gelet op de aard van dit onderzoek, af te zien van ambtelijk en bestuurlijk wederhoor en dat de griffier de conceptrapportage kritisch zal beoordelen. De opmerkingen van de griffier zijn verwerkt in het definitieve rapport.
Het definitieve rapport is aangeboden aan de raad. Vanaf dat moment is het onderzoeksrapport openbaar.
Het definitieve onderzoeksrapport is onderwerp van bespreking in de eerstvolgende beeldvormende vergadering na oplevering van de definitieve eindrapportage. Privacy In dit onderzoek heeft de rekenkamer verschillende functionarissen van de gemeente Kapelle (en deskundigen) geïnterviewd. De persoonsgegevens die in dat kader worden verwerkt, zijn zoveel mogelijk beperkt, maar betreffen in elk geval naam, functie en (zakelijke) contactgegevens. Deze gegevens zullen conform de AVG en het daarop gebaseerde privacy beleid van de rekenkamer worden verwerkt (www.rekenkamerkvm.nl). De rekenkamer heeft geen bijzondere persoonsgegevens verwerkt.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
6 van 34
1.4 Leeswijzer Dit eerste hoofdstuk is een inleidend hoofdstuk. In de inleiding wordt het kader geschetst waarbinnen het onderzoek plaats vindt. Concreet gaat het dan over de aanleiding (paragraaf 1), de onderzoeksvragen (paragraaf 2), de methode (paragraaf 3). In hoofdstuk twee wordt het normenkader beschreven waarbij aan elke deelvraag normen zijn gekoppeld, zodat we kunnen toetsen op welke wijze aan de norm is voldaan. In hoofdstuk drie zijn de onderzoeksresultaten opgenomen. In de enquête hebben we voor elke stelling slecht drie mogelijke keuzes gegeven om nadrukkelijker onderscheid te krijgen tussen eens met de stelling (groen) of oneens met de stelling (rood). Indien de geënquêteerde de stelling niet kon beoordelen kon ook deze keuze worden gemaakt (grijs). In de grafieken zijn de stellingen niet in zijn geheel te lezen. In het rapport zijn bij de bevindingen verwijzingen opgenomen naar de stellingen [cursief met vierkante haakjes]. De volledige lijst met nummering van de stellingen is te vinden in Bijlage 2: Stellingen enquête. In hoofdstuk vier treft u de conclusies en aanbevelingen aan.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
7 van 34
2 Normenkader Om de onderzoeksvragen te kunnen toetsen, passen we een normenkader toe. Het normenkader is leidend bij de uitvoering van het onderzoek en dus het richtsnoer bij de beantwoording van de onderzoeksvragen. Het normenkader geeft aan welke situatie je idealiter verwacht aan te treffen. In Bijlage 3: Beoordeling toetsingscriteria is per criterium aangegeven of deze is gerealiseerd en waarop dit is gebaseerd. Deelvraag
Norm
Toetsingscriteria
1.
De rol- en taakverdeling tussen raad en college is voor alle betrokkenen helder en wordt in de praktijk nageleefd: de raad stelt kaders en controleert, het college voert uit. Raadsleden en collegeleden respecteren elkaars verantwoordelijkheden en bemoeien zich niet met elkaars taken Het college voorziet de raad tijdig, volledig en transparant van alle relevante informatie (actief en op verzoek/passief), zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak goed kan uitvoeren. Informatie wordt gelijkelijk aan alle raadsleden verstrekt. De samenwerking binnen de raad is professioneel, respectvol en constructief. Er is ruimte voor debat en verschil van mening, zonder dat dit leidt tot persoonlijke spanningen of een onveilige sfeer. Raadsleden spreken elkaar indien nodig aan op het gedrag. Regelmatig worden de samenwerking en omgangsvormen geëvalueerd
Raadsleden en collegeleden kunnen hun eigen rol/taak en die van de ander helder verwoorden. Nieuwe raadsleden krijgen uitleg over de rol-/taakverdeling.
2.
3.
4.
Reglement van Orde
De raad ontvangt tijdig alle relevante stukken en rapportages. Informatie wordt gelijktijdig en volledig en juist aan alle raadsleden verstrekt. Vragen van raadsleden worden binnen de afgesproken termijn beantwoord. Raadsleden voelen zich voldoende geïnformeerd. Raadsleden ervaren de sfeer als professioneel, respectvol en constructief. Er zijn geen structurele klachten over persoonlijke aanvallen of onveiligheid. Verschillen van mening worden inhoudelijk besproken. Raadsleden spreken elkaar aan op ongewenst gedrag. Regelmatig wordt de wijze van samenwerking geëvalueerd.
De samenwerking tussen raad en Overleg verloopt open en op basis van college is gebaseerd op wederzijds gelijkwaardigheid. respect, open communicatie en College is aanspreekbaar en reageert duidelijke rolverdeling. Het constructief op inbreng van de raad. college is aanspreekbaar en transparant richting de raad; de raad houdt zich aan zijn
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
8 van 34
kaderstellende en controlerende rol.
Er zijn geen structurele klachten over gebrekkige communicatie of informatieachterstand. Raad en college respecteren elkaars rollen.
5.
De raad maakt actief en effectief De raad maakt aantoonbaar gebruik van gebruik van de beschikbare instrumenten als moties, amendementen, raadsinstrumenten (zoals moties, schriftelijke vragen, interpellaties, etc. amendementen, schriftelijke Raadsleden zijn op de hoogte van vragen, interpellaties, etc.) om zijn beschikbare instrumenten. kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol te Evaluatie van het gebruik van raadsinstrumenten vindt periodiek plaats. vervullen.
6.
De griffie ondersteunt de raad proactief, deskundig en onafhankelijk bij het uitvoeren van zijn taken. De raad ervaart de ondersteuning als toegankelijk, adequaat en van toegevoegde waarde.
Raadsleden ervaren de ondersteuning door de griffie als deskundig, toegankelijk en onafhankelijk. De griffie ondersteunt actief.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
9 van 34
3 Onderzoeksresultaten 3.1 Documentenonderzoek 3.1.1 Taken gemeenteraad De taken van de gemeenteraad zijn vastgelegd in de Gemeentewet en zijn in drieën op te delen.1 De eerste taak is het vormen van de volksvertegenwoordiging. Dit is een hele natuurlijke taak, omdat de gemeenteraad door de inwoners is gekozen. Toch brengt deze functie vaak lastige dilemma’s met zich mee; elk besluit kent voor- en tegenstanders en lang niet bij elke keuze kan men terugvallen op het verkiezingsprogramma en dus zal men nieuwe afwegingen moeten maken. Hoewel je als volksvertegenwoordiger specifieke belangen vertegenwoordigt, is bij de besluitvorming het algemeen belang het uitgangspunt. De tweede taak is het bepalen van de koers, wat in ambtelijke vaktaal ‘kader stellen’ wordt genoemd. Dit houdt in dat de gemeenteraad op hoofdlijnen bepaalt wat er nodig is in een gemeente; aan bijvoorbeeld huishoudhulp voor ouderen, parkeergarages of aan sportvoorzieningen. Dit is een belangrijke taak want hier dient de gemeenteraad te laten zien wat belangrijk is, zodat het college en de ambtenaren weten welke plannen en beleid uitgevoerd dienen te worden. De derde taak van de raad is erop toezien of het college naast de wettelijke verplichtingen ook alle plannen die zij hebben aangenomen uitvoert en of deze naar behoren en binnen budget worden volbracht.
Dit is wat men noemt de ‘controlerende rol’ van de raad, die dus de achterkant vormt van wat de raad vooraf heeft laten weten belangrijk te vinden.2
3.1.2 Taken college B&W De Gemeentewet bepaalt dat het college van B&W het dagelijks bestuur van de gemeente vormt. Dit betekent dat het college gezamenlijk verantwoordelijk is voor het besturen van de gemeente en het uitvoeren van het vastgestelde beleid. In hoofdlijnen heeft het college de volgende wettelijke taken en bevoegdheden: Uitvoering van raadsbesluiten en gemeentelijk beleid: Het college voert alle besluiten uit die de gemeenteraad heeft genomen en zet vastgesteld beleid om in de praktijk. Daarmee vormt het college de schakel tussen de besluitvorming door de raad en de uitvoering ervan in de gemeente. Concrete voorbeelden zijn het realiseren van projecten of maatregelen die de raad heeft goedgekeurd, en het voorbereiden van voorstellen voor nieuwe beleidsonderwerpen. Medebewindstaken (uitvoering van hogere wetgeving): Naast lokaal beleid voert het college ook nationale en provinciale wetten en regelingen uit in de gemeente – dit heet medebewind. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet (Werk en Bijstand) en milieuwetgeving op lokaal niveau. Het
1 Bron: Raadstaken | Nederlandse Vereniging voor Raadsleden; https://www.raadsleden.nl/het-raadslid/wat-doet-een-
raadslid/taken-gemeenteraad/
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
10 van 34
college zorgt ervoor dat deze wettelijke taken in Kapelle worden uitgevoerd volgens de landelijke normen, vaak via gemeentelijke uitvoeringsregels en met hulp van de ambtelijke organisatie. Beheer van gemeentefinanciën: Het college is verantwoordelijk voor een gezond financieel beheer van de gemeente. Het stelt jaarlijks de begroting en jaarrekening op en beheert de inkomsten en uitgaven gedurende het jaar. De gemeenteraad stelt de begroting vast en controleert achteraf de jaarrekening, maar het is het college dat de dagelijkse financiële besluiten neemt en zorg draagt voor een verantwoord financieel beleid (zoals het bewaken van budgetten en het tijdig bijsturen bij overschrijdingen). Leidinggeven aan de ambtelijke organisatie en personeel: Het college draagt zorg voor de ambtelijke organisatie van de gemeente (met uitzondering van de griffier, die onder de raad valt). In de praktijk betekent dit dat het college verantwoordelijk is voor het aanstellen, schorsen en ontslaan van gemeenteambtenaren en voor het bepalen van de organisatiestructuur van de gemeentelijke diensten. Zo zorgt het college dat de ambtenaren de beleidsuitvoering en dienstverlening efficiënt en volgens de beleidslijnen uitvoeren. Eigen (autonome) bevoegdheden: De Gemeentewet legt ook een aantal specifieke beslissingsbevoegdheden direct bij het college neer.
Dit betreft bijvoorbeeld privaatrechtelijke handelingen namens de gemeente: het college mag contracten aangaan, grondaankopen of -verkopen doen en andere overeenkomsten sluiten waarin de gemeente als rechtspersoon optreedt. Daarnaast kan het college zelfstandig besluiten nemen over bepaalde lokale aangelegenheden. Een vaak genoemd voorbeeld is het vaststellen van de data en plaats van weekmarkten en jaarmarkten in de gemeente. Ook dergelijke uitvoerende beslissingen vallen onder het takenpakket van het college. Verantwoording aan de gemeenteraad: Een kernpunt van het Nederlandse gemeentebestuur is dat het college verantwoording moet afleggen aan de gemeenteraad. De raad controleert het college en individuele wethouders op hoe zij de gemeente besturen en het beleid uitvoeren. Indien de raad het vertrouwen in een wethouder verliest vanwege falend beleid of uitvoering, kan de raad een motie van wantrouwen uitspreken. Wanneer deze door de vereiste meerderheid wordt aangenomen, is veelal regel dat de betreffende persoon de functie neerlegt. De controlefunctie van de raad houdt het college scherp en democratisch gelegitimeerd. Kortom, de gemeenteraad bepaalt het beleid en controleert, terwijl het college het beleid uitvoert en het dagelijks bestuur van de gemeente verzorgt.
3.1.3 Informatieplicht De informatieplichten zoals vastgelegd in de Gemeentewet zijn essentieel voor een transparante en goed functionerende lokale overheid. In de gemeentewet3 is opgenomen dat de burgemeester, het college en elk van zijn leden afzonderlijk de raad verantwoording schuldig is over het gevoerde bestuur en alle inlichtingen aan de raad geven die de gemeenteraad voor zijn taak nodig heeft. Actieve informatieplicht: Hierbij moet het college proactief informatie delen met de gemeenteraad, zonder dat hierom gevraagd wordt. Dit omvat alle informatie die de raad nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitvoeren, zoals beleidsdocumenten,
3
Gemeentewet artikel 169 lid 1 en 2 en artikel 180
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
11 van 34
raadsbesluiten en andere relevante stukken. Het doel is om de raad in staat te stellen zijn kader stellende, controlerende en volks vertegenwoordigende rol effectief te vervullen. Passieve informatieplicht: Dit houdt in dat het college-informatie moet verstrekken wanneer de gemeenteraad hierom vraagt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om aanvullende informatie over een onderwerp waarover de raad al is geïnformeerd, of om specifieke vragen over bepaalde ontwikkelingen. Het college moet deze informatie verstrekken, tenzij er een wettelijke reden is om dit niet te doen, zoals het beschermen van het openbaar belang.
3.1.4 Gemeentelijk beleid De gemeente Kapelle heeft verschillende beleidsregels waarin ook de informatieverstrekking (actief en passief) een rol speelt. Allereerst het reglement van orde.4 Daarnaast zijn in 2025 vastgesteld:
De gedragscode integriteit gemeenteraads- en steunfractieleden.5
De gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Kapelle.6
Het protocol omgang met vermoedens van een integriteitsschending.7
Financiële verordening (artikel 212) De financiële verordening van de gemeente Kapelle is op 16 december 2025 voor het laatst geactualiseerd en door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is de gewijzigde verantwoordingsgrens vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief dotaties aan de reserves. Dit was 1% van de totale lasten inclusief dotaties aan de reserves. Daarnaast betrof de actualisatie slechts enkele technische aanpassingen naar aanleiding van wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). In de financiële verordening zijn regels opgenomen voor de inrichting van de begroting en jaarstukken, de tussentijdse verantwoordingen in de bestuursrapportages, de rechtmatigheidsverantwoording, het financieel beleid en hoe de financiële organisatie en het financieel beheer is geregeld. Daarnaast wordt m.b.t. de activa verwezen naar de notitie Activering, waardering en afschrijving vaste activa gemeente Kapelle. De financiële verordening is verplicht gesteld vanuit artikel 212 van de gemeentewet. Een belangrijk onderdeel van de financiële verordening is artikel 5. Dit artikel bepaalt de spelregels tussen raad en college wanneer het gaat over autorisatie van de begroting. Gebleken is dat dit artikel tot verschillende interpretaties kan leiden, bijvoorbeeld waar het gaat om de definitie van activiteiten.
Overige belangrijke stukken Naast de financiële verordening, heeft de gemeente Kapelle een controleverordening volgens artikel 213 van de gemeentewet. Deze regelt de afspraken tussen raad en college wanneer het gaat om de controle door de accountant op getrouwheid. Ook is er een doelmatigheidsverordening volgend uit artikel 213a van de gemeentewet. In deze
https://kapelle.notubiz.nl/document/7552755/1 https://kapelle.notubiz.nl/document/15643086/1 6 https://kapelle.notubiz.nl/document/15553890/1 7 https://kapelle.notubiz.nl/document/15643084/1 4 5
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
12 van 34
verordening zijn afspraken gemaakt tussen raad en college over doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken. De gemeenteraad stelt jaarlijks voor eind oktober het controleprotocol en het normenkader vast. Dit geeft de concrete opdracht voor de controle van de accountant. Er zijn geen nadere regels vastgelegd over wanneer en waarover het college bij de uitvoering van haar taken de raad moet consulteren/informeren. In de praktijk komen de onderstaande informatiestromen voor: 1.
Raadsadviezen en besluiten op de agenda van de openbare raadsvergadering (14xper jaar);
2.
Lijst Ingekomen Stukken op de agenda van de openbare raadsvergadering;
3.
Overzicht van openstaande toezeggingen en moties van de openbare raadsvergadering;
4.
De (wekelijkse) nieuwsbrief van het college van B&W;
5.
Mededelingen/openstaande vragen per mail (naar aanleiding van een toezegging of in geval van actualiteit) van een portefeuillehouder;
6.
Raadsmemo’s per mailbericht (actualiteit of afdoening van een toezegging) welke vervolgens op de Lijst Ingekomen Stukken van de eerstvolgende vergadering worden opgenomen;
7.
Beeldvormende raadsbijeenkomsten (ca. 9x per jaar);
8.
Beeldvormend deel van de raadsvergadering;
9.
Werkbezoeken en de jaarlijkse bestuursdag (ca. 4 momenten per kalenderjaar)
10. Raadswerkgroepen met raadsleden en/of steunfractieleden (Omgevingswet, Duurzaamheid, Projecten); 11. Daarnaast worden per vergadering de financiële commissie, de agendacommissie, de commissie geloofsbrieven en de werkgeverscommissie door het college voorzien van de informatie, indien dit van toepassing is. De werkgeverscommissie heeft vooral eigenstandige informatiestromen.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
13 van 34
3.2 Enquête en interviews Zoals in paragraaf 1.3 ‘Uitvoering onderzoek’ is aangegeven hebben we per onderwerp een aantal stellingen geformuleerd. Een totaaloverzicht van de uitgevraagde stellingen bij de onderwerpen is terug te vinden in Bijlage 2: Stellingen enquête. Afhankelijk van de rol (raadslid of gemeentebestuur) is bij het onderwerp 4a over de inzet van de raadsinstrumenten een uitsplitsing gemaakt tussen college en raad. Na een herinnering hebben we 13 reacties ontvangen (62% respons) op de enquête uitgezet onder de raadsleden, het college van B&W en de gemeentesecretaris. Van deze 13 reacties zijn er 10 afkomstig van raadsleden. De rekenkamer heeft na beoordeling van de enquêteresultaten verdiepende interviews gehouden met enkele fractievoorzitters, collegeleden en de burgemeester en gemeentesecretaris. Van deze interviews is een geluidsopname en verslag gemaakt. Het verslag is ter accordering aan de geïnterviewden voorgelegd. Na behandeling van het raadsvoorstel worden de opnames en verslagen vernietigd. Uit de enquête en de interviews zijn de hierna vermelde bevindingen naar voren gekomen.
Figuur 1: Resultaten Enquête (getallen is het totaal aantal beantwoorde stellingen binnen het cluster)
Er komt uit de enquête geen nadrukkelijk positief of negatief beeld op de individuele onderdelen naar voren. Gemiddeld genomen zien zowel de raadsleden als collegeleden de meeste verbetermogelijkheden op de rolverdeling [1a] en de onderlinge samenwerking tussen raad en college [6a]. Collegeleden zijn het meer eens met de stellingen over hun functioneren [2a] én het functioneren van de raad [3a] dan de raadsleden. De raad is meer tevreden over de inzet van de raadsinstrumenten [4b] dan het college [4a]. De stellingen over de samenwerking binnen de raad [5a] wordt door collegeleden meer met ‘oneens’ beantwoordt dan door de raad zelf. De stellingen over de rol van de griffie [7a] is rood
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
14 van 34
gekleurd omdat het een negatief geformuleerde stelling (“3. Bij de inzet van de raadsinstrumenten wil ik meer ondersteuning vanuit de griffie”) betreft. Een nadere toelichting op de beantwoorde stellingen is in de volgende paragrafen weergegeven.
3.2.1 Duidelijkheid over rollen en taken
Figuur 2: Stellingen met betrekking tot de rolverdeling
Uit de detailanalyse blijkt dat er geen expliciete afspraken zijn gemaakt tussen de raad en college over de rol- en taakverdeling [1] en elkaars verwachtingen [2;3]. Er is ook nooit een debat over gevoerd en iedereen gaat uit van een eigen interpretatie van de verschillende rolen taakuitvoering en de verantwoording hierover. Gevolg hiervan is dat het onderlinge vertrouwen is verminderd en dat raadsleden nog dichter naar de collegerol opschuiven, of zwaarder de controlerende taak oppakken door meer detailvragen te stellen in plaats vanuit de kaders te controleren. De Quick Scan Lokale Democratie8 geeft ook een relevant inzicht op dit aspect. Deze Quick Scan, met als peildatum 7 mei 2024, heeft geïnventariseerd hoe inwoners, raadsleden, ambtenaren en collegeleden kijken naar het democratische samenspel in hun gemeente. In de top drie van verbeterprioriteiten staat op twee: “Duidelijke werkwijze en procedures voor zowel de raad als het college om hun functioneren te verbeteren.” De raadsleden geven aan dat “het college erg bepalend is en veel invloed heeft op de coalitie”, maar ook dat “sommige raadsleden op de stoel van het college (willen) zitten”. Dit laatste wordt beaamd door het college: “sommige raadsleden zijn onvoldoende op de hoogte van hun rol, waar gaan ze wel over en waar niet”. Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren:
Vrijwel iedereen vindt dat de raad haar kaderstellende rol onvoldoende benut.
Er is verwarring over de rolverdeling tussen raad en college (wat versus hoe).
Introductieprogramma’s en werkgroepen worden als kans gezien om dit te verbeteren.
De dubbele rol van de burgemeester (die zowel voorzitter van de raad als collegelid is) zorgt soms voor verwarring: “vanuit welke rol geeft hij een antwoord?”.
Wethouders ervaren dat raadsleden zich te veel met de uitvoering (het hoe) bemoeien.
Raadsleden willen meer invloed aan de voorkant van het proces (het wat).
8 Gemeente_Kapelle__Rapportage_Quick_Scan_Lokale_Democratie.pdf, pag. 13 en 15
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
15 van 34
Positieve punten:
Werkgroepen worden door raadsleden als positief ervaren voor de kaderstelling, verdieping en beleidsbeïnvloeding.
Presidiumafspraken om eerder in het jaar te sturen op investeringen en prioriteiten worden als een goede ontwikkeling gezien.
3.2.2 Effectief functioneren van college (in samenwerking met gemeenteraad)
Figuur 3: Stellingen met betrekking tot het functioneren van het college
Met name de raadsleden zijn het oneens met de stelling dat elk collegelid voldoende ruimte en vertrouwen krijgt om zijn/haar werk te doen [2]. Vooral over de (actieve en passieve) informatieverstrekking [5;6] zijn de raadsleden minder tevreden. Het ontbreekt aan duidelijke regels/afspraken [7] waardoor er met name bij raadsleden van de oppositiepartijen vraagtekens zijn over de gelijkwaardigheid, volledigheid en tijdigheid van de (te ontvangen) informatie [8;9]. Dit betreft niet alleen informatie naar de raad maar ook naar de inwoners. Raadsleden geven aan dat “het gevolg is dat inwoners zich niet gehoord voelen”. Ook zijn er positieve voorbeelden over de informatieverstrekking benoemd zoals: “de infographic over de begroting in de Scheldepost” en “adequate antwoorden op gestelde vragen zowel schriftelijk als in de raadsvergadering”. Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren:
De nieuwsbrief wordt breed gewaardeerd en is een belangrijk kanaal, maar er is onduidelijkheid over inhoud en structuur.
Informatie komt veelal tijdig, maar is niet altijd volledig.
Schriftelijke vragen worden weinig gesteld.
Er zijn geen duidelijke afspraken over de invulling van de actieve informatieplicht van het college.
De frequentie en opzet van de (twee) bestuursrapportages is mede op verzoek van de raad aangepast. Een evaluatie/tevredenheidsonderzoek binnen de raad over de huidige rapportages heeft (nog) niet plaatsgevonden.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
16 van 34
Positieve punten:
Ook mededelingen in raadsbijeenkomsten worden gebruikt als informatievoorziening.
Actieve informatievoorziening wordt door meerdere wethouders als belangrijk en goed uitgevoerd benoemd.
Beantwoording van schriftelijke vragen verloopt via een afgestemd proces met vakinhoudelijke specialisten en portefeuillehouders.
Binnen het college wordt over het algemeen goed samengewerkt en geluisterd.
Binnen de collegevergaderingen is ruimte voor tegenspraak.
Informele activiteiten zoals de vuilprikactie worden georganiseerd om het onderlinge vertrouwen te versterken.
3.2.3 Effectief functioneren van gemeenteraad (richting het college van B&W)
Figuur 4: Stellingen met betrekking tot het functioneren van de gemeenteraad
In de enquête wordt door raadsleden aangegeven dat ze niet met enige regelmaat gebruik maken van scholing of trainingen [20]. Verder vinden ze over het algemeen dat ze de controlefunctie goed uit kunnen voeren [4;5;11;12]. Behalve voor de kaderstellende taak en informatieverstrekking van(uit) de gemeenschappelijke regelingen [13;14]. De oorzaak hiervan is niet in dit onderzoek betrokken. Eveneens is men tevreden over de manier waarop wordt voorgezeten [15]. Echter over de effectiviteit van de vergaderingen [16] en het politieke debat [17] is men minder tevreden. Over een aantal stellingen is men niet eenduidig eens of oneens in de beantwoording. Zoals de stellingen m.b.t.: [1] het stellen van duidelijke kaders,
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
17 van 34
[3] de resultaatgerichtheid van genomen besluiten. [7] het onafhankelijk en kritisch opstellen bij de beoordeling van de uitvoering, [8] het maken van concrete afspraken met college over de verantwoording, [9] het monitoren op realisatie van beleid Dit geeft ruimte voor zowel college als gemeenteraad om te kunnen acteren maar ook onduidelijkheid omdat ieder individu een eigen interpretatie geeft aan de afspraken/ besluiten en de manier van verantwoording. In de open toelichting is aangegeven dat “resultaten en kaders voornamelijk vanuit financieel oogpunt worden bekeken en weinig naar maatschappelijke kosten en opbrengsten”. Tevens is aangegeven dat “de raad in hun controlerende taak het politieke debat nu vooral voert met de collegeleden”. Hierdoor maakt de raad zich afhankelijker van de collegeleden. Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren: Aandachtspunten:
Er is geen structurele zelfevaluatie binnen de raad.
Bestaande sessies (Bestuursdagen, trainingen Integriteit, Politieke effectiviteit) leveren weinig blijvende verandering op.
Niet iedereen neemt deel aan reflectiemomenten, zoals de training politieke effectiviteit (opkomst <50%)
Men evalueert alleen naar aanleiding van incidenten.
Positieve punten:
Training ‘Politieke effectiviteit” wordt als nuttig ervaren.
3.2.4 Inzet van de raadsinstrumenten
Figuur 5: Stellingen met betrekking tot de inzet van raadsinstrumenten (gemeenteraad)
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
18 van 34
Figuur 6: Stellingen met betrekking tot de inzet van raadsinstrumenten (college)
Niet alle raadsinstrumenten worden gebruikt; met name moties [3], amendementen [4] en schriftelijke vragen [7] zijn de gehanteerde instrumenten. Raadsleden en collegeleden geven aan dat schriftelijke vragen tijdig worden beantwoord [8] maar dat er nog verbeteringen mogelijk zijn in de kwaliteit van de antwoorden [9]. Evaluatie van het gebruik van raadsinstrumenten vindt niet periodiek plaats. Er is een wisselend beeld tussen gemeenteraad en college over het verschil in het gebruik van raadinstrumenten. Het college meent dat er geen verschil is tussen de coalitie en oppositie bij de inzet van raadsinstrumenten [11]. De gemeenteraad zelf is hier verdeeld over. Na onderzoek over het jaar 2023 en 2024 concluderen wij dat het aantal ingediende amendementen en moties door coalitie- en oppositiepartijen vrijwel gelijk is. Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren:
Het is wenselijk om een financiële rubriek voor de dekking aan de moties en amendementen toe te voegen. Dit zal de kans van slagen vergroten.
Er zijn fracties die moties/amendementen zelf opstellen, maar er zijn ook fracties waarvoor de griffie dit verzorgt.
Schriftelijke vragen worden beperkt ingediend.
Standaardformulieren worden gemist.
Er is gebrek aan betrokkenheid om steun te zoeken voor moties/amendementen omdat veel wordt overgelaten aan de griffie.
Positieve punten:
Moties en amendementen worden regelmatig en over het algemeen goed gebruikt.
Samenwerking met de griffie bij het opstellen van moties en amendementen wordt als waardevol ervaren.
Zelf opstellen van moties en amendementen door de fracties wordt gezien als een verbetering.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
19 van 34
3.2.5 Samenwerking en sfeer binnen de gemeenteraad
Figuur 7: Stellingen met betrekking tot de samenwerking en sfeer binnen de gemeenteraad
Zoals uit de resultaten van de enquête blijkt is er ruimte voor verbetering wat betreft de samenwerking en sfeer. Tien van de 13 respondenten geven aan dat er spanningen zijn die de politieke samenwerking verstoren [14]. Zowel raadsleden als collegeleden geven aan dat men elkaar wel laat uitpraten [6] maar dat men onvoldoende open staat voor elkaars standpunten [8]. Men luistert wellicht niet echt naar elkaar [7]. Er is beperkte bereidheid om compromissen met elkaar te sluiten [11], terwijl het politieke debat hier juist voor is bedoeld. Uit de nadere toelichting blijkt dat men elkaar niet aanspreekt op gedrag of uitspraken, en als het al gebeurt is het op de persoon gericht [9] en niet op de feitelijke constatering. Sommigen voelen zich “minder serieus genomen”. Dit gedrag ondermijnt het onderling vertrouwen en het vertrouwen in het bestuur. Een eerste stap richting verbetering kan zijn om als gemeenteraad periodiek een zelfevaluatie uit te voeren [15]. Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren:
Spanningen tussen raadsleden zijn structureel aanwezig, meestal politiek én af en toe persoonlijk.
Er wordt regelmatig “op de man gespeeld”.
Er is behoefte aan betere omgangsvormen en moderatie.
Positieve punten:
Informele activiteiten zoals een vuilprikactie worden georganiseerd om vertrouwen te versterken.
Binnen fracties is er vaak voldoende ruimte voor discussie en bijstelling van standpunten.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
20 van 34
3.2.6 Samenwerking tussen gemeenteraad en college van B&W
Figuur 8: Stellingen met betrekking tot de samenwerking tussen de gemeenteraad en college
Ook de samenwerking tussen gemeenteraad en college kent verbetermogelijkheden, negen van de 13 respondenten ziet dit ook [7]. Men ervaart ook spanningen tussen de fracties [1]. De oppositie ervaart dat contacten en communicatie met het college voornamelijk beperkt is tot de raadsvergaderingen. De beleving van de geënquêteerden is dat de wisselwerking tussen raad en het college nu vooral incident gedreven is. Men besteedt niet of nauwelijks aandacht aan wat goed gaat. In 2024 is vanuit de VNG een inventarisatie gehouden onder inwoners, raadsleden, collegeleden en ambtenaren over hun mening over zaken als participatie, invloed, controle, bewonersinitiatieven en verbeterprioriteiten. Uit deze Quick Scan Lokale Democratie9 blijkt eveneens dat de samenwerking tussen raadsen collegeleden voor verbetering vatbaar is. In de Quick Scan wordt als advies gegeven om het onderwerp jaarlijks op de agenda te zetten en niet pas wanneer het niet lekker loopt.
Figuur 9: Tevredenheid over de samenwerking uit Quick Scan Lokale Democratie - mei 2024
Uit de interviews kwamen de volgende zaken naar voren:
Spanningen tussen raadsleden en collegeleden zijn regelmatig aanwezig, vaak politiek én persoonlijk.
Met name de spanningen tussen enkele personen blijven aanwezig.
Er wordt regelmatig “op de man gespeeld”.
Er is behoefte aan betere omgangsvormen en beheersing.
Incidenten zetten de toon en positieve zaken blijven hierdoor onderbelicht.
Positieve punten:
Informele activiteiten zoals een vuilprikactie worden georganiseerd om vertrouwen te versterken.
9 Gemeente_Kapelle__Rapportage_Quick_Scan_Lokale_Democratie.pdf, pag. 12 en 13
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
21 van 34
3.2.7 Rolinvulling griffie
Figuur 10: Stellingen met betrekking tot de rol van de griffie
De rol van de griffie wordt als goed ervaren [1;2;3;4;5], dit is bevestigd in de interviews. Wel komt de vraag naar voren of het verstandig is dat de griffie haar taak moet/kan beperken bij het opstellen van moties en amendementen en het afstemmen hiervan met andere fracties.
3.2.8 Toekomstvisie en Verwachtingen Tijdens de interviews is ook stil gestaan bij de vraag hoe men de toekomst ziet en welke verwachtingen men heeft over verbetering van de samenwerking en communicatie.
Men verwacht dat verbetering van de spelregels en afspraken niet voldoende zijn om de spanningen op te lossen.
Goede persoonlijke verhoudingen zijn bepalend voor een constructieve onderlinge samenwerking in een fijne sfeer.
Bepaalde (toekomstige) coalities worden als moeilijk gekenmerkt als gevolg van verstoorde persoonlijke verhoudingen.
Geïnterviewden verwachten geen verbetering in het onderlinge vertrouwen zonder gedragsverandering.
Positieve punten:
De wens/wil om het onderlinge vertrouwen te verbeteren is aanwezig ook al is er twijfel over de haalbaarheid ervan.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
22 van 34
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Beantwoording van de hoofdvraag Hoofdvraag: Welke oorzaken beperken de onderlinge communicatie en samenwerking binnen de gemeenteraad, én tussen de raad en het college van burgemeester en wethouders? De belangrijkste oorzaken die de onderlinge samenwerking beperken zijn:
Onduidelijkheid over de rollen en taken tussen raad en college;
Ontbreken van duidelijke regels/afspraken over de informatievoorziening van het college richting de raad. o
Door het college is met betrekking tot de financiële verordening toegezegd om in het voorjaar van 2026 met een voorstel te komen om onduidelijkheden in artikel 5 op te lossen. Dit artikel bepaalt de spelregels tussen raad en college wanneer het gaat over autorisatie van de begroting. Hierbij betrekt het college zowel de oude als de nieuwe financiële commissie.
Geen structurele bijeenkomsten gericht op de samenwerking en de gewenste wijze van omgaan met elkaar (zowel binnen de raad als tussen de raad en het college);
Verstoorde persoonlijke verhoudingen tussen enkele personen;
Het niet, eventueel onder begeleiding, met elkaar in gesprek gaan na een incident. Incidenten zoals een verzoek om een integriteitsonderzoek, een motie van wantrouwen en/of persoonlijke aanvallen hebben veelal grote invloed op de samenwerking, persoonlijke relaties en het onderlinge vertrouwen. Doordat het gesprek achterwege te laten blijven fricties aanwezig wat verdere samenwerking moeilijker maakt.
4.2 Beantwoording van de deelvragen Deelvragen: 1. Is duidelijk wat de rol en taak van een raadslid en collegelid is? Conclusie Er is onduidelijkheid en verwarring over de rol- en taakverdeling tussen raad en college en de verantwoording hierover. Er zijn geen duidelijke afspraken over de rol- en taakverdeling gemaakt. Ook is hierover nooit een debat met elkaar gevoerd. Vrijwel iedereen vindt dat de raad haar kaderstellende rol nog onvoldoende benut. Aanbevelingen a. Ga het gesprek/debat met elkaar aan over de verwachtingen van de rol- en taakverdeling tussen raad en college en de verantwoording hierover. Leg de uitkomsten hiervan vast.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
23 van 34
b. Neem in het introductieprogramma van de raad (2026) de rol en taken van de raad op. Besteed hierbij extra aandacht aan de kaderstellende rol van de raad, om de invloed van de raad aan de voorkant van het proces te vergroten. 2. Is de actieve en passieve informatievoorziening door het college aan de raad voldoende? Conclusie Het wettelijk kader en de spelregels voor informatievoorziening zijn niet altijd duidelijk voor raads- en collegeleden. Vooral over de actieve informatieverstrekking zijn de raadsleden minder tevreden. Het ontbreekt aan duidelijke regels/afspraken over wanneer, waarover en hoe het college de raad dient te consulteren/informeren. Hierdoor zijn er met name bij de raadsleden van de oppositiepartijen vraagtekens over de gelijkwaardigheid, volledigheid en tijdigheid van de (te ontvangen) informatie. Door de onduidelijkheid ontstaat er ruis/frustratie (te laat/te veel informatie). De basis dient, vanuit de rol van de raad, te zijn: welke informatie heb ik wanneer nodig? De informatie komt veelal tijdig, maar wordt niet door iedereen als volledig ervaren.. Wanneer de raad niet (volledig) of te laat wordt geïnformeerd wordt zij onvoldoende in positie gebracht en daalt zijn vertrouwen in het college. Bij de fractievergaderingen van de coalitiepartijen sluit veelal de ‘eigen’ wethouder aan. Bij het coalitieoverleg sluiten veelal collegeleden aan.
Hierdoor kan het beeld ontstaan dat raadsleden van oppositiepartijen minder gelijkwaardig, volledig en tijdig worden geïnformeerd. Bij de raadsadviezen wordt alle relevante informatie verstrekt. Ook bij de agendastukken voor de oordeelsvormende raad is dat het geval. De wekelijkse nieuwsbrief wordt gebruikt om de raad te informeren over actuele zaken. Hiervoor is geen richtlijn opgesteld. Elke wethouder maakt zijn/haar eigen afwegingen over welke informatie relevant is en wanneer gedeeld moet worden. Evaluatie van nut en noodzaak heeft (nog) niet plaatsgevonden. De frequentie en opzet van de (twee) bestuursrapportages is mede op verzoek van de raad aangepast. Een evaluatie/tevredenheidsonderzoek binnen de raad over de huidige rapportages heeft (nog) niet plaatsgevonden. Aanbevelingen a. Maak op basis van het wettelijk kader (detail) afspraken over de actieve informatieverstrekking. Betrek in die afspraken wat eronder valt, alsmede het tijdstip van informeren en via welk kanaal dat gebeurt (nieuwsbrief, e-mailberichten, mededeling tijdens raadsbijeenkomsten, bestuursrapportage, etc.)? b. Maak een richtlijn/format voor de wekelijks nieuwsbrief, mede om te bepalen welke informatie daarin thuishoort. Evalueer na (bijvoorbeeld) een jaar de werking hiervan. c.
Wees je als collegelid bewust van de informatie die tijdens fractie- en coalitiebijeenkomsten wordt gedeeld en deel die (relevante) informatie ook met de raadsleden van de oppositiepartijen. d. Evalueer of de huidige bestuursrapportages voldoen aan de wensen en eisen van de raad om hun taken goed uit te kunnen voeren.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
24 van 34
3. Hoe is de samenwerking en sfeer binnen de gemeenteraad? Conclusie Uit de enquête blijkt duidelijk dat de samenwerking en sfeer voor verbetering vatbaar zijn. Er wordt aangegeven dat spanningen de politieke samenwerking verstoren. Het gevolg hiervan kan zijn dat er beperkte bereidheid is om compromissen met elkaar te sluiten. De raad geeft aan dat ze de controlefunctie in het algemeen goed kan uitvoeren. Dit in tegenstelling tot de kaderstellende taak. Binnen de raad is men verdeeld over de wijze van uitvoering van een aantal zaken/taken zoals: duidelijke kaders, de resultaatgerichtheid van besluiten, onafhankelijk en kritische opstelling bij de beoordeling van de uitvoering, concrete afspraken maken met college over de verantwoording en het monitoren op realisatie van beleid (zie paragraaf 3.2.3). Dit geeft onduidelijkheid en kan onderling irritatie gaan geven. Er wordt aangegeven dat door raadsleden in de oordeelsvormende of besluitvormende vergaderingen onvoldoende het debat gevoerd. Men denkt in winnen of verliezen en het ‘standpuntstukje’ wordt opgelezen. Men gaat er niet meer over in gesprek met elkaar. In de werkgroepen ervaart men wel meer ruimte om tot elkaar te komen. Als mogelijke reden hiervoor wordt aangegeven dat deze bijeenkomsten niet openbaar zijn.
Binnen de raad worden geen periodieke activiteiten, met verplichte aanwezigheid, georganiseerd om de samenwerking te verbeteren. Er vindt geen periodieke zelfevaluatie binnen de raad plaats waarbij ook de omgangsvormen dus niet worden besproken. Aanbevelingen a. Voer structurele zelfevaluaties in om het functioneren van de raad als geheel te bespreken. Sta op deze momenten stil bij samenwerking, omgangsvormen, rolduidelijkheid en effectiviteit. b. Organiseer periodiek activiteiten, met verplichte aanwezigheid, binnen de raad om de samenwerking te verbeteren. c. De voorzitter van de raad dient adequaat te reageren wanneer de gewenste omgangsvormen worden overschreden. 4. Hoe is de samenwerking tussen de gemeenteraad en het college van B&W? Conclusie Er is soms een gebrek aan vertrouwen tussen de raad en het college. Dit uit zich in detailvragen en wantrouwen richting de wethouders. Spanningen kunnen ontstaan omdat er regelmatig “op de man” wordt gespeeld. Er is behoefte aan betere omgangsvormen, mede omdat incidenten vaak de toon zetten en positieve zaken hierdoor onderbelicht blijven. Wantrouwen en spanningen belemmeren dat men naar elkaar luistert, standpunten bijstelt en compromissen sluit. Goede persoonlijke verhoudingen zijn heel belangrijk voor een vruchtbare samenwerking. Meer vertrouwen in elkaar kan ook het aantal detailvragen verminderen.
Spanningen komen regelmatig voor en blijven ook tussen enkele personen aanwezig.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
25 van 34
Informele bijeenkomsten zoals een vuilprikactie worden wel georganiseerd, maar er zijn geen periodieke activiteiten, met verplichte aanwezigheid, om de samenwerking te verbeteren. Andere bijeenkomsten worden niet altijd goed bezocht. Aanbevelingen a. Organiseer periodiek activiteiten, met verplichte aanwezigheid, met de raad en het college om het onderlinge vertrouwen en de samenwerking te verbeteren. b. Bespreek ook hoe je – los van de inhoud - elkaar kunt blijven aanspreken over de wijze van samenwerking in commissies, werkgroepen en raad. Maak in ieder geval in elk presidiumoverleg ruimte om verloop van de afgelopen vergaderingen te bespreken. c. Organiseer, bij voorkeur onder externe begeleiding en voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, gesprekken met de personen waartussen de spanningen aanwezig zijn. 5. Hoe zet de gemeenteraad de raadsinstrumenten in? Conclusie De inzet van raadsinstrumenten betreft voornamelijk het indienen van moties en amendementen en het beperkt indienen van schriftelijk vragen. Evaluatie van het gebruik van raadsinstrumenten vindt niet periodiek plaats. Voor het indienen van moties en amendementen zijn geen formats aanwezig. Een aantal partijen vraagt de griffier om een voorzet te maken, andere partijen maken zelf hun moties en amendementen en de griffier past, indien nodig, deze aan.
De griffie brengt, op verzoek van de indiener, moties en amendementen onder de aandacht van de andere fracties.
2024
2024
2023
2023
Ingediend
Aangenomen
Ingediend
Aangenomen
Moties
15
10
13
6
Amendementen
4
4
10
6
Aanbeveling Het is wenselijk om een financiële rubriek voor de dekking aan de moties en amendementen toe te voegen. Dit zal de kans van slagen vergroten.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
26 van 34
6. Hoe wordt de rol en ondersteuning van de griffie door de raad ervaren? Conclusie De uitvoering van haar taak door de griffie wordt als goed ervaren. De samenwerking met de griffie bij het opstellen van moties en amendementen wordt als waardevol ervaren. Wel komt de vraag naar voren of het verstandig is dat de griffie haar taak moet/kan beperken bij het opstellen van moties en amendementen en het afstemmen hiervan met andere fracties. Dit is een gesprek dat de werkgeverscommissie met de griffier moet beleggen in de reguliere voortgangsgesprekken om zo tot een heldere taakomschrijving op dit punt te komen. Aanbevelingen a. Stel een format op voor moties, amendementen etc. en neem hierin ook een financiële rubriek op voor de dekking. Dit zal de kans van slagen vergroten. b. Laat het opstellen van moties en amendementen zoveel mogelijk bij de betrokken fractie(s), net als het afstemmen met de andere fracties. Hierdoor kan de onderlinge samenwerking binnen de raad worden vergroot. De griffie kan dan volstaan met adviseren en het inhoudelijk toetsen van het concept. c. Voor periodiek een evaluatie uit van het gebruik van raadsinstrumenten, mede om te beoordelen of alle raadsleden op de hoogte zijn van alle beschikbare instrumenten.
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
27 van 34
Bijlage 1: Geïnterviewde personen Mevr. Evertz
Wethouder
Dhr. Franken
Gemeenteraadslid CDA-fractie
Dhr. Herselman
Wethouder
Mevr. Horden
Griffier
Dhr. Jansen op de Haar
Burgemeester
Dhr. Keurhorst
Fractievoorzitter SGP-fractie
Dhr. Kruizinga
Fractievoorzitter ChristenUnie-fractie
Dhr. van Leeuwen
Fractievoorzitter Gemeentebelang-fractie
Dhr. Leijnse
Gemeentesecretaris
Dhr. Vleugel
Fractievoorzitter VVD-fractie
Mevr. van Zetten
Fractievoorzitter PvdA-fractie
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
28 van 34
Bijlage 2: Stellingen enquête 1a Stellingen met betrekking tot de rolverdeling 1. De rol- en taakverdeling tussen raad en college is duidelijk vastgelegd 2. De rol- en taakverdeling wordt in de praktijk goed toegepast 3. De raad en het college letten erop dat ze de afgesproken taakverdeling nakomen
2a Stellingen met betrekking tot functioneren college 1. Het college toont durf en besluitvaardigheid, ook in lastige situaties die snelle actie vragen 2. Elk collegelid krijgt voldoende ruimte en vertrouwen om hun werk te doen 3. Het college treedt als eenheid naar buiten 4. Het college zorgt voor continuïteit en vaart een stabiele koers 5. Het college vult de actieve informatieplicht op een goede wijze in (uit eigen beweging informatie verstrekken, die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken) 6. Het college vult de passieve informatieplicht op een goede wijze in (verstrekken van informatie op verzoek van raadsleden) 7. Er zijn duidelijke regels/afspraken hoe en wanneer informatie met de raad wordt gedeeld 8. Het college verstrekt alle benodigde informatie 9. De informatieverstrekking door het college aan de oppositie- en coalitiepartijen is gelijk 10. Ik word als raadslid door het college serieus genomen 11. Het college functioneert op dit moment goed 12. Het college communiceert duidelijk naar de samenleving over de bestuurlijke koers en de belangrijkste resultaten 13. De inwoners zijn veelal tevreden over het functioneren van het college
3a Stellingen met betrekking tot functioneren van de raad 1. De raad stelt duidelijke kaders op voor het college 2. Voordat de raad besluiten neemt, let de raad erop hoe zich dit verhoudt met bestaand beleid 3. Besluiten van de raad zijn voldoende resultaatgericht 4. De raad pakt duidelijk haar controlerende rol 5. De raad controleert voldoende of het college het beleid juist uitvoert 6. Raadsleden van coalitiepartijen worden beperkt in hun controlefunctie, omdat ze de coalitieafspraken (moeten) steunen 7. De raad stelt zich onafhankelijk en kritisch op bij de beoordeling van de uitvoering door het college 8. Bij belangrijke onderwerpen spreekt de raad met het college af wanneer en hoe verantwoording door het college plaatsvindt 9. De raad monitort voldoende op de realisatie van vastgesteld gemeentelijk beleid 10. Voordat de raad besluiten neemt zorgt de raad eerst voor een goed beeld van het vraagstuk waar het besluit over gaat 11. De programmabegroting en jaarrekening zijn zo opgesteld dat de raad het gemeentelijk beleid kan controleren
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
29 van 34
12. De raad maakt doorgaans een zorgvuldige belangenafweging en laat zich niet leiden door eenzijdige signalen vanuit de samenleving (bijvoorbeeld een krantenbericht of actieve sprekers) 13. De raad heeft goed zicht op de resultaten die door gemeenschappelijke regelingen worden geboekt 14. De raad kan zijn kaderstellende taak voor de gemeenschappelijke regelingen goed uitvoeren 15. Ik ben tevreden over de manier waarop de verschillende vergaderingen van de raad worden voorgezeten 16. Ik ben tevreden over de effectiviteit van de vergaderingen van de raad 17. Ik ben tevreden over het politieke debat in de raad 18. Burgers worden voldoende door de raad betrokken (burgerinitiatieven, burgerparticipatie, consultaties, spreekrecht) en maken hiervan voldoende gebruik 19. Er zijn voldoende faciliteiten voor scholing en training van raadsleden 20. Ik maak regelmatig gebruik van scholing en trainingen 21. De inwoners zijn veelal tevreden over het functioneren van de gemeenteraad
4a Stellingen met betrekking tot de inzet van de raadsinstrumenten (college) 1. De raadsleden maken regelmatig gebruik van het budgetrecht 2. In de financiële verordening zijn aanvullende afspraken gemaakt over invulling van het budgetrecht van de raad 3. Voor mijn portefeuille ontvang ik regelmatig een motie 4. Voor mijn portefeuille ontvang ik regelmatig een amendement 5. Voor mijn portefeuille ontvang ik regelmatig een initiatiefvoorstel 6. Voor mijn portefeuille ontvang ik regelmatig een interpellatie 7. Voor mijn portefeuille ontvang ik regelmatig schriftelijke vragen 8. De beantwoording van de schriftelijke vragen is veelal binnen de termijn 9. De kwaliteit van de beantwoording van de schriftelijke vragen is veelal goed 10. Ik ben goed op de hoogte wanneer welke raadsinstrumenten het beste ingezet kunnen worden 11. De raadsinstrumenten worden meer door de oppositie- dan door de coalitiepartijen ingezet 12. Ik vind dat de raad de raadsinstrumenten voldoende inzet
4a Stellingen met betrekking tot de inzet van de raadsinstrumenten (raad) 1. Ik maak regelmatig gebruik van het budgetrecht 2. In de financiële verordening zijn aanvullende afspraken gemaakt over invulling van het budgetrecht van de raad 3. Ik maak regelmatig gebruik van een motie 4. Ik maak regelmatig gebruik van een amendement 5. Ik dien regelmatig een initiatiefvoorstel in 6. Ik maak regelmatig gebruik van het recht van Interpellatie 7. Ik dien regelmatig schriftelijk vragen in 8. De beantwoording van de schriftelijke vragen is veelal binnen de termijn 9. De kwaliteit van de beantwoording van de schriftelijke vragen is veelal goed
Samenwerking Gemeenteraad - College B&W
30 van 34
10. Ik ben goed op de hoogte wanneer ik welk raadsinstrument kan inzetten 11. De raadsinstrumenten worden meer door de oppositie- dan door de coalitiepartijen ingezet 12. Ik vind dat de raad de raadsinstrumenten voldoende inzet
5a Stellingen met betrekking tot de samenwerking en sfeer binnen de raad 1. 2. 3. 4. 5.
Het dualisme binnen de raad vind ik goed De wijze van omgang tussen raadsleden onderling vind ik goed De sfeer tijdens raadsbijeenkomsten/raadsvergaderingen vind ik goed De toon van de discussie is respectvol Met meningsverschillen wordt constructief omgegaan, het gaat over de inhoud en niet over personen. 6. Raadsleden laten elkaar uitpraten 7. Raadsleden luisteren actief naar elkaar 8. Raadsleden staan open voor elkaars standpunten 9. Discussies gaan over de inhoud en niet op de persoon 10. Ik word door mijn collega’s serieus genomen 11. De bereidheid om compromissen te sluiten is voldoende aanwezig 12. Er is een balans tussen kritisch zijn en constructief meewerken 13. Het algemeen belang wordt door eenieder boven persoonlijke- of partijbelangen gesteld 14. Er zijn geen spanningen tussen politieke fracties die de samenwerking verstoren 15. De gemeenteraad voert periodiek een zelfevaluatie uit 16. Regelmatig worden er activiteiten georganiseerd om de samenwerking te bevorderen