C.9a 20260330-Eindrapport-Fenomeenanalyse extremisme in Zeeland
Tekst van het document
Fenomeenanalyse extremisme in Zeeland EINDRAPPORT
30 maart 2026
Inhoudsopgave Voorwoord 1 Inleiding
3 4
1.1. Introductie
4
1.2. Definiëring en categorisering
5
1.3. Onderzoeksmethoden
7
2 Extremisme in Zeeland (2020-2025)
10
2.1. Fenomeen in vogelvlucht
10
2.2. Beeld Zeeland
14
2.3. Verschillen binnen Zeeland
26
2.4. Bezien in bredere context
27
2.5. Aanpak radicalisering en extremisme
28
3 Conclusies en aanbevelingen
31
3.1. Conclusies
31
3.2. Aanbevelingen
32
Literatuurlijst
33
30 maart 2026
P2
Voorwoord Voor u ligt de ‘Fenomeenanalyse extremisme in Zeeland’. Deze fenomeenanalyse is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten in de provincie Zeeland vanuit de wens om meer zicht te krijgen op extremisme in hun regio. Deze analyse schets het fenomeen extremisme in de regio Zeeland in de periode 2020 tot en met 2025. Dit rapport is het resultaat van onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door bureau EMMA. Dat onderzoek startte in april 2025. De dataverzameling is in februari 2026 afgerond en het rapport werd opgeleverd in maart 2026. Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder medewerking van de professionals die zijn geïnterviewd, wij danken hen daarvoor. Daarnaast zijn we de politie erkentelijk voor het beschikbaar stellen van data over CTER-registraties. De ondersteuning van het CZW-bureau is tot slot van grote waarde geweest bij het inplannen van de vele gesprekken, ook naar hen spreken wij onze dank uit. De onderzoekers, Maart 2026.
30 maart 2026
P3
1 Inleiding 1.1. Introductie Onder meer de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Politie houden ontwikkelingen en trends rondom extremisme in Nederland in de gaten. In openbare publicaties zetten zij veelal landelijke trends uiteen en wordt veel minder ingezoomd op regionale ontwikkelingen. Terwijl juist een regionale blik van waarde is bij een fenomeen als extremisme, dat contextafhankelijk, subjectief en in ontwikkeling is, en waarvan de aanpak ook voor een belangrijk deel decentraal is belegd. De meerwaarde van een regionaal perspectief blijkt ook uit andere regionale fenomeenanalyses die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd.1 De wens van de Zeeuwse gemeenten om zicht te krijgen op extremisme in hun regio is daarom begrijpelijk, maar tegelijkertijd complex. Dit onderzoek streefde ernaar twee dingen in kaart te brengen: 1. Hoe het fenomeen extremisme er in de regio Zeeland uitziet, en, indien daar sprake van is, 2. Welke lokale verschillen op te merken zijn binnen Zeeland.
1 Zoals Seran De Leede, ‘Fenomeenanalyse Extremisme. Regio Haaglanden en Hollands Midden’ (2025); Ron van
Wonderen et al., ‘Fenomeenanalyse radicalisering en extremisme in Flevoland’, (Radar Advies en Verwey-Jonker Instituut, 2025); Pieter Nanninga, Léonie de Jonge, en Fleur Valk, ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-
30 maart 2026
P4
Afgaande op de uitkomsten van (1) en (2) streeft dit onderzoek ernaar om (3) een inschatting te maken wat deze uitkomsten vragen van de regio Zeeland om in te spelen op de ontwikkelingen rondom extremisme in de toekomst. Het gaat hier om een eerste aanzet tot het duiden van het opgehaalde beeld. Het betreft nog geen handelingskader of risicotaxatie. Onderdeel van deze analyse is ook niet om te bekijken wat de verschillende gemeenten, de regio’s en de politie op dit moment doen op het gebied van extremisme, al kwam dit in verschillende interviews wel naar voren en is dat soms ook actief uitgevraagd om te kunnen duiden wat respondenten in hun omgeving waarnamen.
Leeswijzer Een fenomeenanalyse geeft een beeld van een fenomeen, in dit geval extremisme in de provincie Zeeland, met aandacht voor onderlinge verschillen binnen die regio. Het doel van de analyse is om inzicht te krijgen in het fenomeen: waar de belangrijkste aandachtspunten liggen, hoe deze zich ontwikkelen en welke risico’s ze met zich meebrengen. Deze informatie kan helpen om te beoordelen of de huidige aanpak past bij de lokale situatie en de trends die zich aftekenen, en waar kansen liggen voor verbetering. Dit rapport bestaat uit drie delen. Het eerste deel (§1.2 en §1.3) bakent af waar deze fenomeenanalyse over gaat: wat wordt verstaan onder extremisme (en aanverwante termen) en naar welke ‘typen’ extremisme is gekeken? Ook wordt uitgelegd welke onderzoeksmethoden zijn gehanteerd. In het tweede deel worden landelijke ontwikkelingen
Nederland, 2014-2022’ (Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2022); Pieter Nanninga, Léonie de Jonge, en Fleur Valk, ‘Fenomeenanalyse Extremisme, Radicalisering en Maatschappelijke Onrust in IJsselland’ (Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2024).
rondom extremisme kort geschetst (§2.1), om vervolgens de focus te verleggen naar Zeeland (§2.2 & §2.3). Dit vormt de kern van het rapport. De uitkomsten uit die paragrafen worden afgezet tegen bredere maatschappelijke ontwikkelingen (§2.4) en de aanpak rondom radicalisering en extremisme zoals op dit moment gehanteerd in Zeeland (§2.5). In het derde deel volgt een conclusie (§3.1) en worden enkele aanbevelingen gedaan (§3.2).
ondermijnen.”3 Voorbeelden van wat extremistische activiteiten kunnen zijn, aldus de Nationale Extremismestrategie 2024-2029, zijn moord, mishandeling en het oproepen tot geweld, maar ook opruiing, haatzaaien, en het verspreiden en normaliseren van extremistisch gedachtegoed.4
Extremisme laat zich niet makkelijk definiëren. Want ‘extreem’ betekent vooral iets afgezet tegen dat wat niet-extreem is, het ‘normaal’. Wat we ‘normaal’ of ‘acceptabel’ vinden, of bijvoorbeeld als vallend ‘binnen de kaders van de democratische rechtsorde’, dat is afhankelijk van vele factoren, die bovendien kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk om te benoemen dat het uitmaakt wie bepaalt wat extreem of ontoelaatbaar gedrag is en daarmee ingrijpen kan rechtvaardigen.2
Een belangrijk woord in deze definitie is ‘bereidheid’, dat wil zeggen dat actoren niet per se over hoeven te gaan tot daadwerkelijk handelen om onder de noemer van ‘extremisme’ te vallen. Daarnaast hoeft het niet altijd te gaan om gewelddadige activiteiten of buitenwettelijke activiteiten, zoals het geval is bij haatzaaien, intimidatie of het verspreiden van desinformatie.5 Deze definitie van extremisme laat desondanks ruimte voor interpretatie, met name over wanneer er sprake is van ondermijning van de democratische rechtsorde. Extremisme is dan ook geen juridisch begrip dat als zodanig is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Dit is een belangrijke kanttekening.
Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de terminologie die door de landelijke overheid wordt gebruikt, is ervoor gekozen in deze fenomeenanalyse de definitie van de NCTV en AIVD te volgen: “Het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde
Deze definitie volgend betekent ook dat activisme – waarbij activiteiten er in de kern niet op gericht zijn de democratische rechtstaat te ondermijnen – in principe niet de focus is van deze analyse, al is dit onderscheid waarschijnlijk niet altijd even helder te maken. Zo worden er in dit rapport enkele voorbeelden aangehaald van protestacties en
2 Ook onder wetenschappers is dit blijvend punt van discussie. Zie bijvoorbeeld Isabelle Frens, Jelle van Buuren en
beschermd wordt en op een vrije manier kan leven.” Zie: NCTV, ‘Definities gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’ (geen datum), geraadpleegd 2 maart 2026. https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/definities-gebruikt-in-het-dtn; AIVD, ‘Wat is het verschil tussen activisme, extremisme en terrorisme?’ (geen datum), geraadpleegd 2 maart 2026. https://www.aivd.nl/vraag-enantwoord/extremisme/wat-is-het-verschil-tussen-activisme-extremisme-en-terrorisme 4 Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ‘Bevorderen, Beschermen, Bestrijden. Nationale Extremismestrategie 20242029’ (Den Haag: 2024), 13. 5 Zie NCTV, ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. December 2025’ (Den Haag: 2025), 10.
1.2. Definiëring en categorisering
Edwin Bakker, ‘Rallying Around Empty Signifiers: Understanding and Defining Anti-Government Protest in the Netherlands, Perspectives on Terrorism XVII (2), juni 2023, 61-74; Alex P. Schmid, ‘Radicalisation, De-radicalisation. Counter-Radicalisation: A Conceptual Discussion and Literature Review’, ICCT Research Paper (maart 2013); Bart Schuurman, Sarah L. Carthy, ‘Citizens, Extremists, Terrorists: Comparing Radicalized Individuals with the General Population’, Terrorism and Political Violence (2025). 3 De NCTV definieert de democratische rechtsorde als volgt: “een samenleving waarbij de wisselwerking tussen overheid en burgers en burgers onderling verloopt volgens de principes, procedures en instituties die voortkomen uit de grondwettelijk vastgelegde vrijheden en rechten. Hierbij gaat het om gelijkheidsrechten, vrijheidsrechten en participatierechten. Dit is de open samenleving die er onder andere voor zorgt dat iedereen binnen dit systeem
30 maart 2026
P5
demonstraties die in de kern activistisch waren, maar waar ook uitingen werden gedaan die kunnen worden gezien als extremistisch en/of groepen aanwezig waren die als zodanig bekend staan. Deze zijn wel meegenomen in deze analyse, omdat het een beeld schetst van hoe extremisme zichtbaar is in de regio.
bevinden. Onder de regio Zeeland wordt de provincie Zeeland verstaan, bestaande uit dertien gemeenten (meer hierover in §2.2.1). Met ‘uitingen’ worden online en offline uitingen van extremisme bedoeld. Het kan gaan om het uiten van ideeën, maar ook om het uitvoeren van concrete activiteiten of het uitspreken van bereidheid hiertoe.
Voor wat betreft radicalisering geldt hetzelfde. Dit gaat in de kern over het dynamische ontwikkelingsproces van iemands gedachtegoed, waarin steeds extremere ideeën omarmd worden en men in toenemende mate bereid is de uiterste consequenties daarvan te aanvaarden en in daden om te zetten. Radicalisering kan leiden tot extremisme, maar dat hoeft niet. Het hebben van radicale opvattingen is op zichzelf niet per se problematisch en hoort ook bij een gezonde democratie. Deze analyse richt zich daarom op trends en ontwikkelingen binnen extremisme; radicalisering als individueel proces is hier niet de primaire focus. Wel is meegenomen hoe professionals die in hun werk te maken hebben met CTER6-problematiek begrippen als activisme, extremisme en radicalisering duiden. Wat zij onder deze concepten verstaan is van belang omdat dit van invloed is op wat zij als zodanig signaleren in hun omgeving.
Categorisering
Dit rapport focust op uitingen van extremisme die een link hebben met de regio Zeeland. Die link kan op verschillende manieren zichtbaar zijn: Zeeland kan de plek zijn waar gedragingen plaatsvinden, waar actoren zich bevinden, of waar degene(n) waarop actoren zich richten, zich
6 CTER staat voor Contraterrorisme, Extreme en Radicalisering. 7 Ook wel ‘saladebar-extremisme’ of ‘hybride extremisme’ genoemd: extremistische actoren kiezen uit
verschillende ideologieën wat hen daarin aanspreekt en mixen die samen tot één geheel. Hierdoor zijn zij minder makkelijk onder te brengen binnen de ‘klassieke’ typeringen als links, rechts of religieus extremisme. Meer
30 maart 2026
P6
Extremisme kan op verschillende manieren worden gecategoriseerd of getypeerd. Dit onderscheid is altijd enigszins willekeurig, omdat extremisme vaak voortkomt uit een bepaalde ideologie of gedachtegoed, dat meer of minder op elkaar lijkt. Er is bovendien steeds vaker sprake van vermenging van ideeën, waarbij er overlap is tussen twee of meer categorieën.7 Onderstaande categorieën moeten daarom niet worden gezien als losstaande pilaren, maar eerder als overlappende cirkels. Binnen elk van deze cirkels – of ‘typen’ extremisme – bestaan ook weer verschillende stromingen. In deze analyse houden we de categorisering aan zoals gebruikt in de eerder benoemde regionale fenomeenanalyses, alsook in de laatste Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN) van de NCTV. Het gaat om de volgende categorieën: Religieus extremisme8
Van religieus extremisme is sprake wanneer extremisten hun handelen (voornamelijk) motiveren, legitimeren of betekenis geven vanuit
hierover: Soufan Centre, ‘IntelBrief: The Counter-terrorism challenge of salad bar ideologies’ (New York, 29 maart 2021); Jelle van Buuren, ‘Saladebar-extremisme’. De Groene Amsterdammer (26 februari 2025). 8 In de laatste twee DTN’s (juni 2025; december 2025) wordt in dit kader alleen gesproken over jihadisme en radicale islam. In deze analyse is ervoor gekozen deze categorie niet enkel te beperken tot het islamitische geloof,
religieuze overtuigingen. Hier bestaan verschillende varianten op, waarvan het jihadisme de meest bekende is. Dit is een stroming binnen de politieke islam waarin wordt gestreefd naar een ‘zuivere’ islamitische staat, middels een gewapende strijd.9 Rechts-extremisme
Extreemrechts gedachtegoed kenmerkt zich door verwijzingen naar de vermeende superioriteit van het ‘blanke ras’ en haat naar etnische, culturele en religieuze minderheden. Vaak is het uiteindelijke doel het stichten van een witte etnostaat. Onder het rechts-extremisme vallen onder meer neonazi-groepen, alt-right bewegingen, identitaire groepen en accelerationisten.10 Anti-institutioneel extremisme
Anti-institutioneel extremisme verwijst naar actoren die hun extremistische handelen baseren op een gedachtegoed waarbij een afkeer tegen gevestigde instituties (in het bijzonder overheden en overheidsinstanties) centraal staat. Hierbij worden deze instituties gezien als onderdeel van een ‘kwaadaardige elite’ die mensen bewust zou onderdrukken en benadelen. Links-extremisme
Extreemlinks gedachtegoed kenmerkt zich door een focus op radicale gelijkheid, wat zich kan uiten in een sterke afkeer van het fascisme,
maar tot religieus extremisme in brede zin, waarbij een religieuze overtuiging (ongeacht welke) de basis vormt voor het handelen. 9 NCTV, DTN december 2025, 10; AIVD, ‘Themastudie Extremisme. Analistennetwerk Nationale Veiligheid’ (augustus 2023), 17.
30 maart 2026
P7
kapitalisme, globalisering en/of marxistische of anarchistische houding. Geweld tegen onderdrukkers wordt in dit kader soms gelegitimeerd.
1.3. Onderzoeksmethoden Het is niet eenvoudig om een veelzijdig fenomeen als extremisme in kaart te brengen. Om dit toch zo goed mogelijk te kunnen doen, is ervoor gekozen om verschillende onderzoeksmethoden te combineren (triangulatie). Dit maakt het mogelijk om een zo gedegen mogelijk beeld te schetsen, ondanks de beperkingen van elk van de verschillende onderzoeksmethoden.11
Analyse openbare bronnen Het onderzoek naar openbare bronnen bestond uit verschillende componenten. Allereerst werd een beknopte studie gedaan naar recente wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke publicaties naar extremisme in Nederland. Deze studies zijn grofweg te categoriseren als volgt: (1) fenomeenanalyses naar extremisme uit andere regio’s in Nederland, (2) publicaties over extremisme in Nederland of over bepaalde typen extremisme in Nederland, en (3) artikelen uit peerreviewed journals over definitiekwesties rondom extremisme, terrorisme en radicalisering. Deze literatuurstudie was niet uitputtend, maar gaf wel een actueel beeld van extremisme in Nederland. Tot slot zijn nog enkele documenten bestudeerd die zijn aangeleverd vanuit het CZW Bureau, dat de Zeeuwse gemeenten beleidsmatig ondersteunt op het thema
10 Meer over het verschil hiertussen in §2.1. 11 Deze manier van werken is vergelijkbaar met de uitgevoerde regionale fenomeenanalyses in Noord-Nederland,
IJsselland, Haaglanden en Hollands Midden, en Flevoland. Een bijkomend voordeel is dat de resultaten van de verschillende analyses beter vergelijkbaar zijn.
CTER. Deze documenten gingen over de huidige CTER-aanpak in Zeeland. Om data te verzamelen over aan extremisme gerelateerde incidenten in de regio Zeeland, is een media-analyse uitgevoerd. Er is via database NexisUni gezocht naar berichtgeving met behulp van een zoekstring die woorden combineerde rondom (1) Zeeland (zoals namen van eilanden, plaatsen, gemeenten), (2) CTER (zoals vormen van extremisme of namen van bekende groeperingen), en (3) gedragsuitingen (zoals smaad, explosie, demonstratie). Op alle berichten gelinkt aan Zeeland12 is een extra online zoekslag gedaan, waarin ook (audio)visuele media is meegenomen. Daarnaast zijn de geselecteerde ‘cases’ uit de mediaanalyse aangevuld met informatie uit gerechtelijke uitspraken, voor zover deze openbaar beschikbaar waren. Er is ook nog een losse zoekslag gedaan op Rechtspraak.nl om een overzicht te krijgen van (openbare) rechtbankvonnissen die verband houden met extremisme en Zeeland, maar die niet in de media zijn geweest. Voor beide onderdelen geldt dat is gekeken naar de periode 1 januari 2020 tot en met 1 mei 2025. De uitkomsten van de analyse van mediaberichtgeving en gerechtelijke vonnissen waren dienend voor zowel de interviews als de duiding van de door de politie aangeleverde CTER-cijfers (zie hieronder).
Tot slot is een beknopte sociale media-analyse gedaan, waarin openbare websites en openbare sociale mediakanalen zijn bekeken en geanalyseerd met betrekking tot hun relatie tot Zeeland. Het doel van deze exercitie was om een beeld te krijgen van de activiteiten van
extremistische actoren – voor zover openlijk zichtbaar online, uiteraard – in het bijzonder lokale subgroepen of chapters. Het ging hier nadrukkelijk alleen om groepen die openbaar zijn en dus voor iedereen – al dan niet met een account voor dat medium – zichtbaar zijn. Gesloten groepen zijn buiten beschouwing gelaten, net als persoonlijke pagina’s (zelfs al waren die openbaar). Ook is er voor deze fenomeenanalyse geen veldwerk gedaan: er is niet meegelopen met of geobserveerd in bepaalde gemeenschappen, ook zijn er geen bijeenkomsten over bepaald gedachtegoed bijgewoond.
Interviews met professionals Een belangrijke pijler van deze fenomeenanalyse waren semigestructureerde interviews met professionals, voornamelijk zij die werkzaam zijn in de regio. In totaal is met 31 professionals gesproken in 23 interviews. Deze professionals waren werkzaam in/voor verschillende regio’s: Walcheren (7), Zeeuws-Vlaanderen (8), Oosterscheldebekken (3), Tholen en St. Philipsland (1) of Zeeland-breed (13).13 De professionals werkten bij uiteenlopende organisaties: gemeentes uit de regio, politie Eenheid Zeeland-West Brabant, Openbaar Ministerie, NCTV, Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, jongerenwerk, onderwijsinstellingen, woningcorporaties, geestelijke gezondheidszorg, en een penitentiaire inrichting. De interviews zijn gepseudonomiseerd en verwerkt tot gespreksverslagen. Het doel van de interviews was om zowel meer inzicht te krijgen in hun kennis over het fenomeen en wat er speelt in Zeeland, als op de manier waarop zij met dit fenomeen omgaan.
12 Dit is als volgt bepaald: de dader is afkomstig uit Zeeland, de plaats van de extremistische daad is in Zeeland, één
13 Dit aantal telt niet op tot 31 omdat sommige professionals meerdere rollen hadden en daarmee de
of meer slachtoffers zijn afkomstig uit Zeeland, of er wordt anderszins gewezen op een Zeeuwse connectie met (potentieel) extremistisch gedachtegoed.
spreekwoordelijke ‘dubbele pet’ ophadden.
30 maart 2026
P8
Analyse data politie en Zorg- en Veiligheidshuis In deze analyse is tot slot gebruik gemaakt van door de politie aangeleverde overzichten van het aantal door hen geregistreerde incidenten of politie-activiteiten14 die in de provincie Zeeland plaatsvonden en waaraan door de politie Eenheid Zeeland-West Brabant de projectcode CTER is gekoppeld. Ook zijn er cijfers ontvangen over hoe vaak dergelijke registraties vervolgens als ‘CTER-waardig’ zijn geduid door de intelcel CTER van de politie en op welke stroming/vorm van extremisme de registratie, indien CTER-waardig bevonden, betrekking had. De cijfers gaan over de periode 2021 tot en met de eerste helft van 2025.
De aangeleverde data betreffen overzichten per jaar, uitgesplitst per gemeente en per CTER-projectcode (de stroming/vorm van extremisme). Aantallen kleiner dan 5 zijn niet weergegeven om herleidbaarheid naar individuele incidenten en daarmee eventuele herleidbaarheid naar individuele personen te voorkomen. Dit is een belangrijke beperking van de data, aangezien dit veel voorkwam (meer hierover in §2.2.2). Daarnaast gaat het om data die betrekking hebben op incidentregistraties en registraties van politieactiviteiten; de data bieden geen zicht op het aantal personen dat aan te merken zou zijn als extremistisch, noch op de inhoud van het incident.
Registraties kunnen het label CTER krijgen doordat een politiemedewerker deze projectcode toevoegt aan een registratie, of doordat het incident of de politie-activiteit wordt ‘gevlagd’ als gevolg van een landelijke query die draait op alle registraties. Wanneer een registratie een CTER-label krijgt, gaat deze naar de intelcel CTER van de politie ter controle. De intelcel duidt de registratie dan als wel of niet ‘CTER-waardig’. CTER-waardig betekent: “een mogelijk signaal dat vanuit een bepaalde overtuiging maatschappelijke veranderingen of politieke besluitvorming wordt afgedwongen en daartoe activiteiten worden uitgevoerd waarmee in meer dan geringe mate de wet wordt overtreden”.15 Volgens deze definitie moet er sprake zijn van het overtreden van de wet ‘in meer dan geringe mate’, om CTER-waardig te worden bevonden. Dit is anders in de definitie gehanteerd door de NCTV en AIVD.
Naast politiecijfers is gepoogd overzicht te verwerven van het aantal lopende CTER-casussen in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Cijfers bleken alleen beschikbaar over de periode 2024-2025. Ook hier betreft het alleen aantallen, en geen inhoudelijke informatie over casussen.
14 Een incident is bijvoorbeeld een bedreiging. Een politie-activiteit is bijvoorbeeld de controle van een voertuig.
15 Tot juni 2023 werd in plaats van de term ‘overtuiging’, de term ‘ideologie’ gehanteerd. Bron: Toelichting politie
op geleverde data (maart 2026).
30 maart 2026
P9
2 Extremisme in Zeeland (2020-2025) 2.1. Fenomeen in vogelvlucht Tweejaarlijks verschijnt het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) waarin de NCTV inzicht geeft in extremistische stromingen in Nederland waar geweldsdreiging van uitgaat. Ook de AIVD gaat in haar jaarverslag in op nationale dreigingen vanuit extremisme en activisme. Het beeld dat daaruit ontstaat is dat deze dreiging diffuser en breder is geworden in de afgelopen jaren. Waar voorheen sprake was van relatief vastomlijnde ideologieën en mensen met extremistische overtuigingen die fysiek bij elkaar kwamen, is er nu steeds vaker sprake van onderlinge kruisbestuiving, fluïde gedachtegoed en online interactie. De dreiging is onvoorspelbaarder geworden. Er bestaan in het bijzonder zorgen over online radicalisering van jongeren.16 Tientallen minderjarigen vormen een dreiging voor de nationale veiligheid, is de inschatting van de AIVD. Online games zoals Fortnite, Roblox en Minecraft lijken een belangrijke rol te spelen bij hun radicalisering.17
Vanuit het religieus extremisme blijft er dreiging uitgaan van het jihadisme, al merkt de NCTV in haar laatste dreigingsbeeld (december 2025) op dat deze dreiging “waarschijnlijk tijdelijk is afgenomen” sinds het vorig beeld (juni 2025).18 Dit heeft ermee te maken dat IS, waar voor Europa de grootste dreiging vanuit gaat, in de afgelopen jaren is verzwakt door contraterrorisme operaties en lokaal verwikkeld is in machtsstrijden. De IS-netwerken in Europa zijn verzwakt.19 De omvang van de jihadistische beweging in Nederland is stabiel, waarbij er beperkt sprake is van structuur en samenhang binnen de beweging.20 Vanuit al langer bestaande jihadistische netwerken, onder wie mensen die terugkeerden uit jihadistisch strijdgebied, gaat beperkte dreiging uit.21 Zowel de NCTV als AIVD uiten ondanks de afgenomen dreiging grote zorgen over jongeren die actief zijn binnen het jihadistische online milieu en snel kunnen radicaliseren. Er zou sprake zijn van een “nieuwe generatie jihadisten (…) die vooral online actief is en daar relatief makkelijk met IS-propaganda in aanraking komt.”22 De omvang van online propaganda is de laatste jaren sterk toegenomen en contacten verlopen relatief eenvoudig online.
Ongeveer twee derde van de in 2024 opgepakte terrorismeverdachten in Europa was jonger dan twintig jaar.23 Hoewel dit in Nederland nog niet heeft geleid tot concrete geweldsuitingen, zijn er de afgelopen jaren wel jongeren aangehouden
16 AIVD, ‘Jaarverslag 2024’ (Den Haag: april 2025); NCTV, DTN december 2025; De Leede, Fenomeenanalyse
20 NCTV, DTN december 2025, 16.
Haaglanden en Hollands Midden; Van Wonderen et al, Fenomeenanalyse Flevoland, 2025; Nanninga et al, Fenomeenanalyse IJsselland, 2024. 17 Charlie Stoeldraaijers et al, ‘Radicale reclame op sociale media. Een onderzoek naar online rekrutering door en voor extremistische groepen’, NSCR (juni 2024); NCTV, DTN december 2025, 19. 18 NCTV, DTN december 2025, 12. 19 Dit geldt niet voor alle regionale ‘afdelingen’. Met name buiten Europa zijn er enkele afsplitsingen die groeien in ledenaantal en activiteit. Zie: Adrian Shtuni, ‘The Islamic State in 2025: an Evolving Threat Facing a Waning Global Response’, International Centre for Counter-Terrorism, 11 juli 2025; NCTV, DTN december 2025, 12.
21 Recidive naar een terroristisch misdrijf na een veroordeling voor terrorisme, komt in Nederland relatief weinig
30 maart 2026
P 10
voor, blijkt uit onderzoek. Zie: Elanie Rodermond, ‘Het leven na een terroristisch misdrijf. Recidive en re-integratie van extremistische ex-gedetineerden’, Justitiële Verkenningen 3 (2022): 68-85, 74-80; NCTV, DTN december 2025, 17. 22 AIVD, jaarverslag 2024, 11. 23 AIVD, jaarverslag 2024, 11.
op verdenking van het voorbereiden van een aanslag of het verspreiden van terroristische propaganda.24 In februari 2026 werd bekend dat er zestien mensen zijn aangehouden op verdenking van onder meer deelname aan een terroristische organisatie en opruiing met een terroristisch misdrijf. De verdachten, tussen de 16 en 53 jaar oud, zouden onder meer via TikTok IS-propaganda hebben verspreid. Sommige van die posts zouden, aldus het Openbaar Ministerie, meer dan 100.000 keer zijn bekeken.25 In april 2025 werden in Nederland veertien verdachten om vergelijkbare redeneren aangehouden. Ook hiervan was een deel minderjarig.26 Nationale en internationale ontwikkelingen spelen in op de dreiging die uitgaat vanuit het jihadisme, al is dit niet altijd eenvoudig te duiden. Zo zijn er geen aanwijzingen dat de oorlog in Gaza of incidenten van godslastering in Nederland hebben geleid tot verhoogde dreiging voor aanslagen of een opleving van de Nederlandse jihadistische beweging. Wel zou er in Nederland binnen jihadistische netwerken toegenomen interesse zijn om uit te reizen naar jihadistisch strijdgebied.27 De NCTV waarschuwt voor het verspreiden van desinformatie en complottheorieën en het normaliseren van rechts-extremistisch gedachtegoed in Nederland.
Dit jaagt angst en haat aan, leidt tot toenemende spanning en conflicten tussen verschillende groepen en, soms, tot geweldsincidenten.28 In het Nederlandse rechts-
extremistische gedachtegoed staat met name het streven naar een witte etnostaat centraal, waarbij onder meer wordt gepropageerd dat immigratie een bewuste strategie is van een (al dan niet Joodse) elite om de witte bevolking van de Europa te vervangen of verzwakken (ook wel bekend als de omvolkingstheorie). Het deporteren van mensen op basis van hun ‘ras’, geloof, geaardheid of andere eigenschappen, zou volgens hen daarom acceptabel zijn (‘remigratie’).29 Onder het rechts-extremisme vallen onder meer neonazi-groepen, altright bewegingen, identitaire groepen en accelerationisten. Neonazistische groepen streven naar een herstel van een GrootGermaans Rijk en geloven dat het ‘blanke ras’ superieur is aan andere rassen. Alt-right is een verzamelnaam voor extremisten die uit zijn op een witte etnostaat, waar geen plaats is voor andere ‘rassen’. Identitaire groepen streven naar een etnisch homogeen Nederland en verzetten zich tegen de invloed van andere culturen, in het bijzonder de islam. Accelerationisten, tot slot, voorzien een onvermijdelijke ‘rassenoorlog’ en willen het uitbreken hiervan versnellen om de kans op een witte etnostaat te vergroten. Om dit te bereiken willen zij chaos creëren in de samenleving door middel van geweld.30 Eind 2024 was geen van deze ideologieën dominant in Nederland, maar was er eerder sprake van fragmentatie.
Het rechts-extremistische milieu in Nederland zou bestaan uit verschillende groeperingen met meestal
24 NCTV, DTN december 2025, 4.
28 NCTV, DTN december 2025, 21.
25 Openbaar Ministerie, ‘Aanhoudingen in verband met opruiing tot terrorisme op sociale media’, 10 februari 2026.
29 Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van
https://www.om.nl/actueel/nieuws/2026/02/10/aanhoudingen-in-verband-met-opruiing-tot-terrorisme-op-socialemedia ; NOS Nieuws, ‘Vijftien mensen opgepakt om verspreiden IS-propaganda’, 10 februari 2026. 26 NCTV, DTN december 2025, 16. Zie ook: AIVD, ‘Een web van haat. De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen’ (Den Haag: april 2025), 3. 27 NCTV, DTN december 2025, 12; 17.
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Nationale Extremismestrategie 2024-2029, 41; Zie ook: Nikki Sterkenburg, ‘Van actie tot zelfverwezenlijking: routes van toetreding tot radicaal- en extreemrechts’, Proefschrift Universiteit Leiden (Leiden: 2021), 29-. 30 Zie: NCTV, DTN december 2025, 21-. Willem Wagenaar, ‘Extreemrechts in Nederlandse gemeentes’ Anne Frank Stichting (april 2021); Nanninga et al, Fenomeenanalyse Noord-Nederland, 21-.
30 maart 2026
P 11
tientallen actieve leden maar een veel groter online bereik. Sommige rechts-extremistische groepen hebben online kanalen waarin honderden tot duizenden personen per groep aan deelnemen, aldus de NCTV.31 Deze groeperingen en personen vormen een los netwerk.32 Zowel op mainstream als op alternatieve online platforms wordt rechtsextremistische content gedeeld, waarbij er op mainstream platform sprake is van borderline content (‘legal yet harmful’). Deelnemers aan die platforms gebruiken gecodeerde taal en symboliek die het lastiger maken om extremistische content als zodanig te herkennen.33 Nikki Sterkenburg concludeerde in haar onderzoek naar radicaal- en extreemrechts dat verschillende ‘klassieke’ groeperingen dalende ledenaantallen hebben, en dat het inmiddels gebruikelijker is dat mensen zich dan weer bij de ene demonstratie of groep aansluiten en dan weer bij de andere. Gedrag en persoonlijke relaties zijn belangrijker bij samenwerkingsverbanden dan gedeelde ideologie, is één van haar conclusies.34 De AIVD stelt dat rechts-terroristische aanslagen in Nederland “voorstelbaar zijn, vooral door geradicaliseerde eenlingen”.35 Daarnaast is er in Nederland recentelijk meer aandacht voor nihilistisch extremisme: transnationale online netwerken waarin mensen anderen – vaak jongeren of kwetsbaren – aanzetten tot ernstig geweld, seksueel
misbruik en zelfbeschadiging.36 In deze netwerken, ook wel bekend als 764- of COM-netwerken37, wordt met name materiaal uit het rechtsextremisme gedeeld, maar ook uit andere ideologische extremistische bewegingen.38 Er wordt symboliek uit het nazisme en satanisme gebruikt en plegers van terroristische aanslagen en school shootings worden verheerlijkt. Bij nihilistisch geweld gaat het veelal om het plegen van geweld vanuit een fascinatie voor het leed van anderen en de vernietiging van de maatschappij. Een vraag is nog in hoeverre er bij aanhangers van dergelijke netwerken sprake is van een ideologische motivatie en gerichte haat tegen een bepaalde groep (of eerder tegen de mensheid als geheel). Het lijkt erop dat het verwerven van status, wat verbonden is aan de wreedheid van de uitgevoerde daden, ook een belangrijke rol speelt.39 In deze netwerken is sprake van invloeden uit het rechts-extremisme, onder meer in de vorm van symboliek uit het nazisme en satanisme. Ook in Nederland zijn er mensen aangehouden die betrokken waren bij 764-netwerken. Zo werd in juli 2025 een 25jarige man uit Eindhoven aangehouden. Hij wordt beschouwd als de “oprichter en spil van een transnationale rechts-extremistische groep die voortkomt uit ‘764’”, aldus het meest recente DTN.40
31 NCTV, DTN december 2024.
37 De cijfers ‘764’ verwijzen naar de postcode van de Amerikaanse oprichter van een groep die als voorbeeld voor de
32 NCTV, DTN december 2025, 24.
beweging is gaan dienen. ‘Com’ verwijst naar ‘The Community’, een term voor fluïde netwerken die gericht zijn op cybercriminaliteit. 764-netwerken kunnen worden gezien als onderdeel van een subsectie binnen ‘The Com’, die gericht is op (het aanzetten tot) fysiek letsel, zelfverminking en schade aan anderen – harm communities. Zie: NCTV, DTN december 2025, 22; NTA, Likes voor Leed, 7. 38 NTA, Likes voor Leed, 7. 39 NCTV, DTN december 2025, 22; NTA, Likes voor Leed, 8. 40 NCTV, DTN december 2025, 23; NOS, ‘Sadistische online chatgroepen actief, verdachte vast op terrorismeafdeling’, 22 oktober 2025.
33 Textgain, Verwey-Jonker Instituut, ‘Rechtsextremisme op sociale mediaplatforms?’ (Utrecht: augustus 2023). Zie
ook: NCTV, ‘Memes als online wapen. Fenomeenanalyse naar het gebruik van memes door extreemrechts’ (Den Haag: 2024): 1-29. 34 Sterkenburg, ‘Van actie tot zelfverwezenlijking’, 345-351. 35 AIVD, Jaarverslag 2024, 19. 36 NCTV, DTN december 2025, 22; zie ook NTA, ‘Likes voor Leed. 764- en COM-netwerken. Misantropisch/nihilistisch gewelddadig extremisme’ (NTA, 2025); Gerben Bakker et al., ‘Van meme tot moord. Hoe online extremistische broedkamers een nieuwe generatie van geweld kweken’ (Den Haag: The Hague Centre for Stategic Studies, 2025).
30 maart 2026
P 12
Anti-institutioneel extremisme verwijst naar mensen die hun extremistische handelen baseren op overtuigingen waarin een afkeer tegen gevestigde instituties (in het bijzonder overheden en overheidsinstanties) centraal staat. Deze instituties worden door hen gezien als onderdeel van een ‘kwaadaardige elite’ die mensen bewust zou onderdrukken en benadelen.41 Dit narratief heeft sinds de coronapandemie aan populariteit gewonnen, al zou er sinds 2024 sprake zijn van enige afvlakking.42 Een aantal mensen trekt vanuit deze overtuiging de legitimiteit van de Nederlandse staat – en daaraan verwante instanties – in twijfel. Binnen het anti-institutionele gedachtegoed bestaan verschillende subnarratieven die door elkaar kunnen lopen, zoals over satanisch ritueel kindermisbruik, chemtrails en 5G-straling.43 Ook lijkt er inhoudelijk kruisbestuiving te zijn met zowel (extreem)rechts als (extreem)links gedachtegoed. Binnen het anti-institutionele milieu bevinden zich ook mensen die zich soeverein, autonoom of vrij mens noemen en op basis daarvan claimen dat (bepaalde) wet- en regelgeving niet (meer) op hen van toepassing is.44 Het merendeel van de soevereine mensen houdt zich echter nog wel aan die wet- en regelgeving. Een minderheid van enkele tientallen tot
41 NCTV, DTN december 2025; AIVD, ‘Anti-institutioneel extremisme in Nederland. Een ernstige bedreiging voor
de democratische rechtsorde?’ (mei 2023). Verwey-Jonker Instituut & Radar Advies, ‘Anti-institutionalisme in Nederland. Exploratieve overzichtsstudie van gedachtegoed, organisatie, voedingsbodems, risico’s en bestaande handelingsperspectieven’, (Utrecht: 2025). 42 AIVD, Jaarverslag 2024, 14. 43 Zie bijvoorbeeld: Emma van der Tak, Jaron Harambam, ‘Reclaiming agency against the new world order: Beyond the coping mechanism frame in conspiracy theory studies’ European Journal of Cultural and Political Sociology, 11. No. 4 (2025): 489–516; Jelle van Buuren, ‘Complotdenken en extremisme’, Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, 12, no. 2 (2022): 53-71. 44 Zie bijvoorbeeld: Lisa van Es et al., ‘From ‘Great Awakening’ to sending death threats: A study of police-recorded crimes driven by conspiracy theories in the Netherlands’, European Journal of Criminology (2025): 1–24; Emma van der Tak, Jaron Harambam, ‘Caught in Construction: Why Dutch Sovereign Citizens Challenge the Bureaucratic
30 maart 2026
P 13
honderd mensen zou een gewelddadige confrontatie met de overheid als onvermijdelijk zien.45 Er is binnen het anti-institutionele milieu geen sprake van een netwerk met een duidelijke leiderschapsstructuur, eerder van losse groepen die meer of minder met elkaar verbonden zijn.46 Slechts een zeer klein deel van de anti-institutionele extremisten is geweldsbereid. Wel valt op dat het gaat om mensen die ouder zijn dan 45 jaar, in tegenstelling tot de vaak jongere doelgroep binnen andere vormen van extremisme.47 Een voorbeeld is de veroordeling in november 2025 van een 56-jarige man en 67-jarige vrouw voor opruiing tot een terroristisch misdrijf vanwege een video waarin zij oproepen de huidige regering omver te werpen en gezagsdragers te arresteren en berechten.48 Drie andere verdachten (52, 67 en 46 jaar) werden in dezelfde zaak veroordeeld voor het bezit van vuurwapens. In bredere zin zijn er de afgelopen jaren ook meerdere ‘kleinere’ geweldsuitingen geweest van mensen met antiinstitutioneel gedachtegoed richting ambtsdragers, in de vorm van bedreigingen, doxing49 en intimidatie.
State’, Journal of Contemporary Ethnography, 54, no. 6 (2025): 818–847; Luuk de Boer, ‘De soevereinenbeweging en het strafrecht’, Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht 3 (2024): 1-15. 45 NCTV, ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Juni 2024’ (Den Haag: 2024), 31; AIVD, NCTV, Nationale Politie, ‘Met de rug naar de samenleving. Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland’, (Den Haag: 2024), 14-17. 46 Verwey-Jonker Instituut & Radar Advies, Anti-institutionalisme in Nederland; NCTV, DTN december 2025; AIVD, Anti-institutioneel extremisme in Nederland. 47 NCTV, DTN december 2025, 30. 48 De Rechtspraak, ‘Celstraffen voor wapenhandel en deelname criminele organisatie’, 28 november 2025. https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbankrotterdam/nieuws/celstraffen-voor-wapenhandel-en-deelname-criminele-organisatie 49 Doxing is het ongewenst openbaar maken van privégegevens van professionals, vaak met het doel te intimideren. Sinds 1 januari 2024 is dit strafbaar.
Het links-extremisme in Nederland is al langere tijd gefragmenteerd, klein in omvang en ideologisch divers, aldus de NCTV.50 De geweldsbereidheid binnen deze groepen is klein.51 Wel zijn er personen binnen het links-extremisme die zich schuldig hebben gemaakt aan vandalisme en intimidatie, zoals de uit de hand gelopen bezetting van de Universiteit van Amsterdam in mei 2024.52 De vraag is echter of hierbij sprake was van (beoogde) ondermijning van de democratische rechtsorde. Over het algemeen geldt dat dit niet het doel of gevolg was van de vanuit links georganiseerde acties, merkt ook de AIVD op in haar jaarverslag. Het links-extremistische milieu in Nederland zou met name bestaan uit anarchisten en communisten, waarbinnen de oorlog in Gaza in 2024 een van de belangrijkste thema’s was.53 Het pro-Palestijnse sentiment van deze groepen gaat soms gepaard met een al bestaande sterke afkeer tegen Israël en de Verenigde Staten vanuit een anti-imperialistische agenda.
2.2. Beeld Zeeland 2.2.1.
Zeeland: schets van een regio
Veiligheidshuis Zeeland. De gemeente Tholen valt onder politiedistrict De Markiezaten en het Zorg- en Veiligheidshuis De Markiezaten. Tholen valt echter wel onder de Veiligheidsregio Zeeland, dat uit de 13 Zeeuwse gemeenten bestaat. Dit onderzoek richt zich in principe op extremisme in de provincie Zeeland (uitgaande van 13 gemeenten daarbinnen). Echter beperkt sommige data zich tot het politiedistrict Zeeland (d.w.z. 12 gemeenten). Waar dit het geval is, wordt dit aangegeven in de tekst. Zeeland kenmerkt zich als een uitgestrekte regio met een relatief lage bevolkingsdichtheid. Alleen in Friesland en Drenthe ligt het aantal inwoners per vierkante kilometer lager.54 De vier grootste gemeenten qua aantal inwoners zijn Terneuzen, Middelburg, Vlissingen en Goes, met tussen de 55.000 en 40.000 inwoners. Daarnaast zijn er veel gemeenten met kleine dorpskernen, uitgestrekte landschappen en veel ruimte en rust. Deze dorpen kennen, aldus verschillende respondenten, een ‘ons-kent-ons’-mentaliteit. Waar de grotere steden te maken hebben met bijbehorende problematiek – in het bijzonder georganiseerde criminaliteit in de havens van Vlissingen en Terneuzen – worstelen de kleinere gemeenten met vergrijzing en het wegvallen van voorzieningen.55 Zeeland trekt daarnaast jaarlijks veel toeristen, in 2024
De provincie Zeeland bestaat uit 13 gemeenten: Goes, SchouwenDuiveland, Reimerswaal, Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Tholen, Middelburg, Vlissingen, Veere, Terneuzen, Hulst en Sluis. Op Tholen na, vallen alle Zeeuwse gemeenten onder politiedistrict Zeeland en Zorg- en 50 NCTV, DTN december 2025, 32.
53 AIVD, Jaarverslag 2024, 22.
51 Dit blijkt ook uit het uitgebreide werk van Berrie Hanselman naar linkse actiebewegingen in Nederland tussen
54 Het gaat om 192 inwoners per km2 in Drenthe, 199 in Friesland en 221 in Zeeland. Ter vergelijking: in Zuid-
1965 en 2015. In zijn lijst van aanslagen door linkse of dierenrechtenactivisten staan geen meldingen na 2010. Onder aanslagen verstaat Hanselman: “Brand- en bomaanslagen en andersoortige, deels ook grootschalige, vernielingen die (veel) schade hebben veroorzaakt.” (p.312) Berrie Hanselman, ‘Daad en Discussie: links geweld: de invloed van interne discussie en overheidsrespons’, Proefschrift Universiteit Leiden. 52 AIVD, Jaarverslag 2024, 22.
Holland gaat het om 1.432 inwoners per km2. Het gemiddelde in Nederland ligt op 536. Bron: CBS, ‘Regionale kerncijfers Nederland’ (laatst gewijzigd op 6 maart 2026). https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/70072ned/table?dl=17F53 55 R4; R7; R8; R24; R31.
30 maart 2026
P 14
en 2025 waren het er meer dan 3 miljoen, op een bevolking van bijna 400.000 mensen.56 De provincie bestaat uit verschillende eilanden en grenst in het noorden aan Zuid-Holland, in het oosten aan Noord-Brabant en in het zuiden aan België. Met name Zeeuws-Vlaanderen is van oudsher sterk verbonden met België, ook omdat het gebied direct grenst aan België terwijl de rest van Zeeland alleen bereikbaar is via de Westerscheldetunnel (of in het geval van fiets- en voetverkeer, via een veerdienst). Het is niet ongebruikelijk dat mensen in Zeeuws-Vlaanderen wonen, maar in België werken, daar hun kinderen naar school laten gaan en gebruikmaken van Belgische gezondheidszorg.57 Omdat Zeeland alleen een hogeschool kent en het Roosevelt College, trekken veel jongeren die willen studeren weg uit Zeeland na het afronden van de middelbare school. Zeeland kent, vergeleken met de rest van Nederland, een relatief religieuze bevolking, waarbij het in Zeeuws-Vlaanderen voornamelijk om katholieken gaat, terwijl het in de rest van Zeeland om protestanten gaat. Verschillende respondenten gaven aan dat (delen van) Zeeland niet zo multicultureel is.58 ‘De Zeeuw’ laat zich niet makkelijk typeren, al merkten diverse respondenten op dat Zeeuwen, mede door de geïsoleerde ligging van sommige delen van de provincie ten opzichte van de rest van Nederland,
vriendelijke, nuchtere maar ook wat eigenwijze mensen zijn.59 Men is wat meer op zichzelf, waarbij er enige argwaan is tegenover buitenstaanders en nieuwe ontwikkelingen.60 Hard werken, niet zeuren en het zelf oplossen, omschrijven twee respondenten de mentaliteit.61 Demonstreren zit niet echt in de aard van de Zeeuw, aldus een van hen.
2.2.2.
Voordat met meer diepgang wordt besproken welke vormen van extremisme in Zeeland zichtbaar zijn en op welke manier, wordt eerst besproken wat er ten aanzien van extremisme wordt geregistreerd. Kijkend naar registraties uit politiesystemen die betrekking hebben op Zeeland en waaraan een CTER-projectcode werd gehangen, ontstaat een eerste beeld. In de periode 2021 tot en met de eerste helft van 2025 ging het om ten minste 173 registraties met een CTER-projectcode. Het overgrote deel hiervan werd door de intelcel CTER als niet CTER-waardig geduid: 152 registraties. De overige registraties werden wel CTERwaardig of mogelijk CTER-waardig ingeschat. Voor deze beide categorieën (CTER-waardig of mogelijk CTER-waardig) geldt dat het in elk van de bekeken jaren ging om zeer kleine aantallen. Deze aantallen zijn structureel kleiner dan 5.62 Deze aantallen zijn niet nader gespecificeerd om herleidbaarheid te voorkomen. Er is dus niet aangegeven hoeveel kleiner dan 5 het getal is. Het kan gaan om 1, 2, 3 of
56 CBS, ‘Logiesaccomodaties; gasten, nachten, woonland, logiesvorm, regio’ (laatst gewijzigd op 11 maart 2026).
60 R15; R2.
https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/82059NED/table; CBS, Regionale Kerncijfers. 57 Respondenten leggen de aantrekkelijkheid hiervan als volgt uit. Kinderen in België mogen al vanaf 2,5 jaar naar de kleuterschool, wat kosten voor opvang bespaart. In de gezondheidszorg kan per consult betaald worden en kan men vaak sneller terecht bij de huisarts. Qua reistijd is België voor mensen uit Zeeuws-Vlaanderen vaak even ver of zelfs dichterbij. 58 R3; R7. 59 R3; R26; R31; R9.
61 R16; R26.
30 maart 2026
P 15
Algemeen beeld extremisme
62 In de aangeleverde overzichten wordt onderscheid gemaakt tussen registraties waarbij de CTER-code aan een
registratie is gehangen door een politiemedewerker en registraties die zijn binnengekomen via een landelijke query. Het gaat dus om data die afkomstig zijn uit twee verschillende wegen. Op een later moment is ook nog een overzicht ontvangen waarin beide manieren van registeren zijn samengevoegd. Gecombineerd resulteert dat in de aantallen in tabel 1.
4 registraties. Daarom wordt hier gesproken over een bandbreedte van minimaal-maximaal. Minimaal betekent dat kleiner dan 5 is geteld als ‘1’. Maximaal betekent dat kleiner dan 5 is geteld als ‘4’. Uitgaande van dit criterium waren er minimaal 14 en maximaal 40 registraties die door de intelcel als CTER-waardig zijn geduid en die betrekking hadden op de periode 2021-juni 2025.63 Daarnaast waren er minimaal 7 en maximaal 20 registraties als mogelijk CTER-waardig geduid. Hiervan is (nog) niet duidelijk of het CTER-waardige registraties betreft.64 Tabel 1 geeft een overzicht hiervan uitgesplitst per jaar:
worden beoordeeld. Zelfs uitgaande van het maximum (waarbij elke registratie kleiner dan 5 wordt geteld als 4), gaat het om maximaal 40 CTER-waardige registraties over een periode van 4,5 jaar, in de gehele provincie. Voor zes gemeenten geldt dat er in die periode geen enkele registratie was die betrekking had op hun gemeente en CTER-waardig werd bevonden. Alleen in Goes, Middelburg, Schouwen-Duivenland, Sluis, Terneuzen, Tholen en Vlissingen vonden incidenten of politieactiviteiten plaats waarvan de registraties als CTER-waardig zijn beoordeeld.65
Wat opvalt aan deze cijfers is dat het aantal Zeeuwse registraties met CTER-projectcode toeneemt in de periode 2022-2024, maar het aantal registraties dat als CTER-waardig wordt geduid niet mee lijkt te groeien. In 2023 wordt zelfs geen enkel signaal CTER-waardig geduid. Al met al gaat het over de hele linie om zeer kleine aantallen die als CTER-waardig
De codes ‘rechtsextremisme’, ‘jihadistisch terrorisme’ en ‘algemeen’ komen het vaakst voor, maar ook hier gaat het om enkele registraties per jaar. De codes ‘linksextremisme’ en ‘separatisme’66 werden alleen in 2021 toegepast. De codes ‘niet-jihadistisch religieus terrorisme’ en ‘dierof milieu-extremisme’ werden geen enkele keer gebruikt. Gezegd moet worden dat er in de periode waarop de overzichten betrekking hebben, er nog geen aparte code bestond voor anti-institutioneel extremisme. Registraties die hierover gaan werden ondergebracht onder ‘CTERalgemeen’, maar hieronder vallen ook andere registraties die wel CTERwaardig zijn bevonden, maar niet passen binnen één van de andere categorieën. Dit geeft dus een enigszins vertekend beeld. Een mogelijke verklaring voor het lage aantal CTER-waardige registraties is de definitie gehanteerd door de politie om iets CTER-waardig te beschouwen, namelijk dat er sprake moet zijn van het ‘in meer dan geringe mate’ overtreden van de wet. Het beeld in Zeeland (op basis van CTER-
63 Het jaartal geeft het jaar aan van kennisname van het incident of het jaar waarin de registratie is aangemaakt.
66 Separatisme is, volgens de AIVD, “Het streven van een bepaalde bevolkingsgroep om zich los te maken uit een
64 Dit is een categorie die niet door de intelcel wordt gehanteerd, maar door de politie voor deze dataverstrekking
bestaand staatsverband en een eigen staat te stichten”. Zie: AIVD, ‘Inlichtingenwoordenboek’ (geen datum), geraadpleegd 2 maart 2026. https://www.aivd.nl/onderwerpen/algemene-inlichtingen--en-veiligheidsdienst/overde-aivd/inlichtingenwoordenboek
Jaar
CTER-waardig
Mogelijk CTER-waardig
Niet CTERwaardig
2021
Minimaal 7, maximaal 20.
Minimaal 2, maximaal 4.
27
2022
Minimaal 4, maximaal 8.
Minimaal 1, maximaal 4.
25
2023
Geen
Minimaal 1, maximaal 4.
38
2024
Minimaal 1, maximaal 4.
Minimaal 1, maximaal 4.
44
2025,
Minimaal 1, maximaal 8.
Minimaal 2, maximaal 4.
18
1e helft Tabel 1. Aantal registraties met CTER-projectcode in Zeeland, uitgesplitst per jaar.
is gemaakt ter verduidelijking. Het betreft signalen waarvan nog niet is vastgesteld of deze CTER-waardig zijn. 65 Indien er meerdere gemeenten waren waarin het incident of de activiteit plaatsvond, verwijst de data naar de eerste gemeente.
30 maart 2026
P 16
registraties van de politie) is overigens vergelijkbaar met dat in Flevoland.67 Het aantal signalen dat wordt besproken op de CTER-weegtafel van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, laat qua aantallen een soortgelijk beeld zien. Het gaat hier om cijfers van 12 gemeenten (exclusief Tholen). De beschikbare cijfers zijn beperkt omdat de registratie hiervan door het Zorg- en Veiligheidshuis pas in 2024 gestart is.68 Op de weegtafel worden signalen besproken over personen waarover zorgen bestaan over radicalisering. In 2024 en de eerste helft van 2025 ging het in totaal om 10 nieuwe signalen die werden besproken. Wanneer deze signalen CTER-waardig worden geacht, kunnen individuen worden besproken op de casustafel en kan een persoonsgerichte aanpak worden opgezet.69 In 2024 en 2025 liepen er drie persoonsgerichte aanpakken op radicalisering, in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Een daarvan is recent afgesloten.70 De aangeleverde data kennen hun beperkingen. Aan de hand van interviews met gemeenten, Openbaar Ministerie en Zorg- en Veiligheidshuis kan het beeld echter verder worden ingekleurd. Naar voren komt dat het aantal signalen over de hele linie minimaal is. Schattingen van respondenten lopen uiteen, maar gemiddeld komt het neer op zo’n 10 signalen per jaar in heel Zeeland. Dit betreft signalen die
worden besproken, maar nog niet per se CTER-waardig zijn bevonden.71 Waar het tien jaar geleden vaker ging om signalen gerelateerd aan jihadisme, zijn dat inmiddels vaker signalen gerelateerd aan rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme, aldus een respondent die plaatsneemt aan de CTER-weegtafel. 72 Andere respondenten wagen zich niet aan het opmerken van een trend, maar merken wel op dat het veelal gaat om signalen over rechts-, jihadistisch of anti-institutioneel extremisme. Een fractie van deze signalen – 2 à 3 – wordt CTER-waardig bevonden en opgeschaald tot casusniveau. Dit aantal is volgens betrokkenen in de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Belangrijke nuance is dat alleen het feit dat iemand bepaald gedachtegoed heeft, geen reden is om een signaal CTER-waardig in te schatten. Wanneer iemand dit gedachtegoed niet verder verspreidt of niet bereid is geweld te gebruiken vanuit dit gedachtegoed, wordt een signaal over het algemeen als niet CTER-waardig ingeschat.73 Het aantal cases lijkt iets achter te blijven in vergelijking met andere regio’s in Nederland die qua demografie (enigszins) vergelijkbaar zijn met Zeeland, zoals IJsselland (545.000 inwoners) en Flevoland (456.000 inwoners).74 Tegelijkertijd zegt het aantal cases niets over de ‘zwaarte’ van de casuïstiek. Ook kan
67 Van Wonderen et al., Fenomeenanalyse Flevoland, 22.
71 R3; R4; R17; R26; R30.
68 Dit heeft te maken met de invoering van de PGAx. Voorheen gebeurde registratie in een ander systeem. Deze
72 R17.
cijfers zijn niet meer opvraagbaar, aldus de respondent die de cijfers aanleverde voor dit onderzoek. 69 Het Zorg- en Veiligheidshuis voert regie en nodigt betrokken partners uit voor casusoverleg. Over het algemeen zijn dit in elk geval politie, gemeente, de AOV-er van de gemeente waar de casus speelt, en het Openbaar Ministerie (gebiedsofficier). Afhankelijk van de casus sluiten ook andere partners aan, zoals, als iemand veroordeeld is, Reclassering Nederland (afdeling TER). 70 Cijfers aangeleverd door het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.
73 R17.
30 maart 2026
P 17
74 Het is belangrijk om hierbij een slag om de arm te houden, omdat cijfers niet één op één naast elkaar te leggen
zijn. Zo is in de fenomeenanalyse Flevoland gekeken naar het aantal aanmeldingen voor wegingen, hoeveel hiervan geen casus werden, en het aantal afgesloten casustafels. In de fenomeenanalyse IJsselland is gekeken naar het aantal wegingen en het aantal casussen. Zie: Van Wonderen et al., Fenomeenanalyse Flevoland, 22; Nanninga et al, Fenomeenanalyse IJsselland, 23.
het zijn dat casuïstiek vaker langs andere wegen dan de CTER-weegtafel wordt afgedaan. Unaniem geven respondenten aan dat het de politie is die nagenoeg alle signalen inbrengt op de Zeeuwse CTER-weegtafel. Hoewel er sinds twee jaar een centraal meldpunt is, in de vorm van een speciaal emailadres van het Zorg- en Veiligheidshuis waar CTER-signalen kunnen worden gemeld, heeft dit nog niet geleid tot meer meldingen vanuit andere organisaties. Deze ‘Zeeuwse Meldroute’ is bedacht om het delen van zorgen omtrent CTER laagdrempeliger te maken. Tot nu toe heeft dit geleid tot slechts enkele mails.75 Er wordt aan gewerkt om meer professionals op de hoogte te brengen van het bestaan van de Zeeuwse Meldroute. Verschillende respondenten merken op te denken dat er mogelijk meer speelt dan het aantal signalen doet vermoeden. Echter kunnen zij er niet goed de vinger op leggen waar dat door komt: zijn er écht geen signalen, of worden deze niet gezien?
2.2.3.
Religieus extremisme
Religieus extremisme kan verschillende vormen aannemen en zijn bron vinden in uiteenlopende tradities en gebruiken. Doorgaans hebben signalen rondom religieus extremisme in Nederland betrekking op het jihadisme. Dit is ook het geval in Zeeland.
In de loop van 2013 vertrokken honderden personen vanuit Nederland naar Syrië om mee te vechten in de burgeroorlog aldaar.76 Ook vanuit Zeeland zijn er mensen richting strijdgebied vertrokken. Zo kwam een man uit Vlissingen in 2014 om in Syrië, nadat hij uitreisde om te vechten.77 Een aantal van hen zijn inmiddels teruggekeerd naar Nederland en verblijven, na een tijd in detentie te hebben gezeten, weer in de regio. Een respondent die hier zicht op heeft, geeft aan dat deze reintegratie over het algemeen goed verloopt en dat dit tot nu toe niet heeft geleid tot hernieuwde dreiging.78 In 2019 bedreigde een man uit Middelburg een medewerker van een kapsalon in Middelburg en een medewerker van een bedrijf in Vlissingen met de dood. Hij dreigde onder meer met een terroristische aanslag en zei dat niet-moslims de dood verdienden. Hij is hier in 2020 voor veroordeeld, en, later dat jaar, ook voor deelname aan een terroristische organisatie. Hij zou naar Syrië zijn gereisd en daar wapentraining hebben gevolgd. Volgens de reclassering zou de man een obsessieve interesse hebben in de jihadistische ideologie.79 In datzelfde jaar werd een man uit Kapelle gearresteerd op verdenking van het leidinggeven aan een terroristische groepering in Syrië. Ook zou hij een luitenant-kolonel van het Syrische leger hebben geëxecuteerd.
Hij kreeg daar in 2023 23,5 jaar celstraf voor opgelegd.80 Eind 2025 werd, tot slot, een 29-jarige man aangehouden in zijn woning in Vlissingen waarvan het AIVD vermoedt
75 R3; R26.
79 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2020:3371, datum uitspraak: 29 oktober 2020; Rechtbank
76 AIVD, ‘Transformatie van het jihadisme in Nederland. Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht’ (Den Haag:
Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2020:507, datum uitspraak 6 februari 2020; Rechtbank Zeeland-WestBrabant, ECLI:NL:RBZWB:2017:6394, datum uitspraak 10 oktober 2017. 80 Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2023:2191, datum uitspraak 14 november 2023; Omroep Zeeland, ‘Man uit Kapelle krijgt 23,5 jaar cel voor terrorisme en executie militair’, 14 november 2023.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 30 juni 2014), 5. 77 Omroep Zeeland, ‘Vlissingse jihadstrijder omgekomen in Syrië’, 1 juli 2014. 78 R28.
30 maart 2026
P 18
dat hij lid is van ISIS en dat hij een terroristische aanslag wilde plegen in Europa.81 Een respondent zag de aantrekkingskracht van het jihadisme afnemen na de val van het kalifaat in 2017-2019, maar ziet ook hernieuwde aandacht voor het jihadisme, met name onder jongeren (zowel jongens als meisjes) die zoeken naar zingeving, structuur en een eigen identiteit.82 Het gaat om jonge mensen die het geloof zelf bestuderen en waarbij een zoektocht naar zingeving en structuur bij sommigen uitmondt – mede door in aanraking te komen met bepaalde mensen of websites – in het verheerlijken van martelaarschap en het online delen van ISIS-propagandamateriaal. Platforms als TikTok en Roblox spelen hierin een rol. Professionals in de regio uiten hun zorgen over het aantal jongeren dat online gemakkelijk in aanraking kan komen met extremistische content. Hoewel het hen ontbreekt aan concrete signalen, geven veel professionals in dit onderzoek ook aan maar zeer beperkt zicht te hebben op wat zich online allemaal afspeelt.83 Hun overtuiging is dat ook Zeeuwse jongeren online met extremistische content in aanraking komen, maar in welke mate en hoe precies weet men niet. Een vergelijkbare trend vanuit andere geloven, lijkt zich niet voor te doen in Zeeland.
Wel was er de afgelopen jaren veel media-aandacht voor de Orde van Maerloo, een christelijke geloofsgroep in Sint Philipsland, volgens sommigen een sekte. Spil van de groep was een 83-jarige vrouw
die in 2023 overleed. Zij zou naar eigen zeggen geneeskrachtige gaven bezitten en een reïncarnatie van Maria Magdalena zijn. In 2018 en 2023 beschuldigden leden van Maerloo de gemeente Tholen van corruptie, criminaliteit en terrorisme. Hiertoe moest de vereniging in 2020 een schadevergoeding betalen en werd een vrouw uit St. Philipsland in 2025 veroordeeld voor smaad.84 Er speelde toen al langer een conflict tussen de gemeente en de vereniging. De vereniging Maerloo kwam ook in opspraak omdat de groep leden zou hebben gedwongen om grote geldbedragen en kostbaarheden af te staan, waarbij het afgenomen vermogen werd ondergebracht in verschillende verenigingen, stichtingen en bv’s. Een oud-notaris van Maerloo werd in 2025 veroordeeld tot twaalf maanden cel (waarvan zes voorwaardelijk) voor zijn rol in deze praktijken.85 In mei 2025 werd bekend dat de omstreden organisatie Frontrunners Ministries een kerk in Goes wil beginnen.86 De leider van deze organisatie beweert onder meer mensen te kunnen genezen van homoseksualiteit, autisme en kanker. Een eerdere dienst van Frontrunners Ministries in Goes trok volgens lokale krant PZC toen honderden mensen.87 Ook organiseerde Christenen voor Israël, een stichting die volgens onderzoek van Investico, BOOS, Nederlands Dagblad en de Groene Amsterdammer kolonisten helpt bij illegale bezettingen op de Westelijke Jordaanoever,
81 Omroep Zeeland, ‘Man in Vlissingen aangehouden voor plannen terroristische aanslag’, 20 december 2025.
85 Rik Bolt, ‘Voormalig notaris van sekte Maerloo moet zes maanden de cel in voor jarenlang opgebouwde dwang’,
82 R28.
Omroep Zeeland, 27 februari 2025. 86 Omroep Zeeland, ‘Omstreden gebedsgenezer wil kerk beginnen in Zeeland’, 8 mei 2025. 87 Cornelieke Blok, ‘Hoop op genezing trekt honderden mensen naar frontrunners-dienst in Goes: ‘Ik geloof in wonderen’’, Provinciale Zeeuwse Courant, 9 september 2023.