Bestuurlijke handvatten - printversie
Tekst van het document
Bestuurlijke handvatten 2026-2029 Een overzicht van trends en ontwikkelingen voor de formateur en onderhandelende partijen.
Inleiding De afgelopen periode hebben de verschillende politieke partijen verkiezingsprogramma ’s geschreven en campagne gevoerd. En nu is het volgende moment aangebroken : de kiezer heeft gesproken. Een nieuwe fase van formeren is gestart : een spannende, maar ook inspirerende periode. Want waar willen we naartoe? Welke accenten zetten we? Hoe bereiken we onze doelen? En waar ligt de prioriteit voor de komende vier jaar? De antwoorden op deze vragen vormen de basis voor het politieke handelen en de wijze waarop we de komende jaren inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en lokale uitdagingen. Samenwerken: keuzes in vorm en inhoud Een belangrijke stap is om samen te bepalen hoe de antwoorden vorm krijgen in een bestuurlijk document. Kiest u bijvoorbeeld voor een raadscontourennota zoals in de vorige periode, een coalitieakkoord of een raadsakkoord? Wilt u een akkoord op hoofdlijnen, en zo ja, hoe geeft u de verdere invulling dan vorm? Geeft u het college de opdracht om dit verder uit te werken, of doet u dit met de gemeenteraad? Het kan ook per thema verschillen welke aanpak het beste past. Het is belangrijk om hier vooraf bewust over na te denken, zodat de gekozen vorm aansluit bij uw manier van samenwerken in de komende bestuursperiode. Het goede gesprek Dit document biedt u handvatten voor het bepalen van uw bestuurlijke agenda voor de komende jaren.
Het schetst relevante trends en ontwikkelingen, geeft inzicht in waar we als gemeente , als regio en provincie op dit moment aan werken en stelt gerichte vragen die u helpen om gezamenlijk richting en prioriteiten te bepalen. Het streven is daarbij niet geweest om uitputtend te zijn. Op elke vraag zijn verdiepingsvragen mogelijk. Dit document is bedoeld als inspiratie en hulpmiddel om het bestuurlijke gesprek te faciliteren. De ambtelijke organisatie als vraagbaak Uiteraard kan het zijn dat een onderwerp vraagt om meer context of aanleiding geeft voor vragen. Maak dan vooral gebruik van de kennis binnen onze ambtelijke organisatie. Zij kunnen schriftelijk of mondeling van aanvullende informatie voorzien, zodat u goed geïnformeerd de juiste keuzes kunt maken. Het helpt bij de beeldvorming en om kwesties in een juiste context te plaatsen. En dat draagt weer bij aan betere oordeels- en besluitvorming. Tot slot Het nieuwe akkoord wordt voor het nieuwe college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie een belangrijk document dat de komende periode richting geeft aan het handelen. Wij wensen u veel succes en plezier in deze boeiende periode. De driehoek van Kapelle, Constantijn Jansen op de Haar Burgemeester
Andrea Horden Griffier
Frank Leijnse Gemeentesecretaris 1
Inhoudsopgave 1.
Bestuur en veiligheid ........................................................................................................ 4 1.1 Sterk bestuur .............................................................................................................. 4 1.2 Toenemend belang van de regio.................................................................................... 5 1.3 Zeeland 2050 .............................................................................................................. 7 1.4 Lobby ......................................................................................................................... 9 1.5 Ondermijning en integriteit........................................................................................... 9 1.6 Groeiend wantrouwen en polarisatie............................................................................10 1.7 Onrust in de wereld en impact op lokale veiligheid.........................................................10 1.8 Complexe (jeugd)zorgvraagstukken en impact op lokale veiligheid ................................. 11 1.9 Asielopvang ............................................................................................................... 11 1.10 Vuurwerkverbod.......................................................................................................12
2.
Wonen en voorzieningen ..................................................................................................13 2.1 Tekorten op de woningmarkt .......................................................................................13 2.2 Financiële druk op woningproductie ............................................................................13 2.3 Kwaliteit van de woon- en leefomgeving ......................................................................14 2.4 Bouwen: voor welke doelgroepen?...............................................................................14 2.5 Oekraïners in onze gemeente ......................................................................................15 2.6 Voorzieningen ...........................................................................................................16 2.7 Onderwijs ..................................................................................................................16 2.8 Cultureel erfgoed .......................................................................................................17
3.
Sociaal Domein ...............................................................................................................18 3.1 Maatschappelijke trends in het Sociaal Domein ............................................................18 3.1.1 Vergrijzing en ontgroening ........................................................................................18 3.2 Omslag van het medische naar het sociale domein .......................................................20 3.3 Hervormingsagenda Jeugd ..........................................................................................20 3.4 GR Sociaal Domein .....................................................................................................21 3.5 Cultuur ......................................................................................................................22 3.6 Sport ........................................................................................................................22 3.7 Bibliotheken...............................................................................................................22 3.8 Dorpshuizen ..............................................................................................................17
4.
Economische versnelling en toerisme ...............................................................................24 4.1 Economische ontwikkelingen en - uitdagingen .............................................................24 2
4.3 Bestuurlijk Platform de Bevelanden en de werkgroep economie .....................................25 4.4 Smokkelhoek II ..........................................................................................................25 4.5 Huisvesting arbeidsmigranten .....................................................................................25 4.5 Recreatie en toerisme ................................................................................................26 5.
Klimaat, energie en milieu ................................................................................................27 5.1 Kernenergie en andere Rijksenergieprojecten ...............................................................27 5.2 Elektriciteit en netcongestie .......................................................................................28 5.3 Klimaatadaptatie .......................................................................................................28 5.4 Warmtetransitie .........................................................................................................28 5.5 Circulariteit ...............................................................................................................29 5.6 Natuur en biodiversiteit ..............................................................................................29
6.
Leefomgeving en mobiliteit ..............................................................................................31 6.1 Afweging in ruimtelijke opgaven ..................................................................................31 6.2 Leefomgeving ............................................................................................................31 6.3 Duurzame mobiliteit ..................................................................................................32 6.5 Bereikbaarheid en mogelijk toekomstige kansen ...........................................................32
7.
Middelen ........................................................................................................................33 7.1 Financiën: een stevig fundament vraagt om scherpe keuzes ..........................................33 7.2 De Kapelse begroting ..................................................................................................33 7.3 Bedrijfsvoering: keuzes maken in een uitdagende tijd ....................................................34 7.4 Digitale transformatie en weerbaarheid ........................................................................35 7.4 Communicatie, participatie en dienstverlening .............................................................36
3
1. Bestuur en veiligheid De rol van gemeenten in Nederland is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd . Waar we vroeger vooral uitvoerder waren van lokaal beleid, zijn we nu verantwoordelijk voor een breed scala aan maatschappelijke opgaven. In een tijd van toenemende polarisatie en veranderende veiligheidsrisico’s is het versterken van bestuurlijke kwalit eit en effectieve samenwerking essentieel.
1.1
Sterk bestuur
De taken van de gemeente zijn de afgelopen 15 jaar toegenomen, belangrijker én complexer geworden. Decentralisaties zoals de jeugdzorg en de Wmo, stelselwijzigingen als de omgevingswet en toenemende verplichte wetgeving als de Wet Open Overheid (Woo) vragen veel van de kwaliteit van ons bestuur en de capaciteit en kwaliteit van onze ambtelijke organisatie. Het idee achter decentralisaties is dat taken beter afgestemd kunnen worden op lokale omstandigheden en behoeften. De gemeente staat immers het dichtst bij de burger. Hierdoor kunnen we sneller zien wat werkt en wat niet. In de praktijk ervaren gemeenten echter vaak dat de beleidsruimte beperkt is. Daarbij is sprake van een structurele disbalans tussen gemeentelijke taken en beschikbare middelen: we krijgen simpelweg te weinig geld vanuit de Rijksoverheid om de taken goed uit te kunnen voeren. Ook vraagt het veel van de kwaliteit en capaciteit van de ambtelijke organisatie. Dit vraagt veel van de kwaliteit van ons bestuur en onze organisatie . De rekenkamer concludeert in het rapport ‘Samen werken of samenwerken?’ dat onduidelijkheid over rollen, taken en afspraken de samenwerking tussen college en raad soms belemmert. Daarom adviseren zij om deze afspraken goed vast te leggen en regelmatig stil te staan bij de samenwerking en het onderlinge vertrouwen. • • •
Hoe wilt u bijdragen aan het versterken van de kwaliteit van het bestuur van de Gemeente Kapelle? Wat hebben we nodig om als bestuur en organisatie mee te kunnen in de veranderende wereld? Welke positie ziet u voor Kapelle in bijvoorbeeld de lobby rondom de disbalans tussen gemeentelijke taken en beschikbare middelen, beleidsruimte of andere zaken? 4
•
1.2
Hoe wilt u bijdragen aan het versterken van het vertrouwen en de samenwerking tussen gemeenteraad en het college?
Toenemend belang van de regio
Hoewel steeds meer taken bij de gemeente terechtkomen, blijft de rol van andere overheidslagen belangrijk. Juist door goede samenwerking tussen gemeenten, provincie , waterschap en de Rijksoverheid kunnen we de grote maatschappelijke opgaven aanpakken. Opgaven als de woningbouwopgave, energietransitie, ambulantisering in de geestelijke gezondheidszorg, vergrijzing, digitalisering en het verbeteren van de arbeidsmarkt zijn in veel gevallen gemeente overstijgend. Door de krachten te bundelen kunnen we daarbij de regio als geheel verder ontwikkelen. Daarom werken we op verschillende onderwerpen, niveaus en in verschillende vormen samen in Zeeland.
1.2.1 Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) Het OZO is een platform waarin de Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland en het waterschap Scheldestromen afstemming zoeken en afspraken maken. Het OZO neemt geen taken over van deze overheden, maar brengt hen bij elkaar om gezamenlijk regionale doelen te bereiken. Dit is vastgelegd in het OZO-samenwerkingsconvenant. Een klein team van ambtelijk adviseurs, werkzaam bij het Regiobureau, ondersteunt het OZO. Zij stimuleren de samenwerking, organiseren bestuurlijke en ambtelijke overleggen en zorgen dat de benodigde processen op regionale schaal soepel verlopen. Om effectief samen te kunnen werken en focus aan te brengen werkt het OZO met een strategische samenwerkingsagenda . Deze agenda is opgebouwd uit acht maatschappelijke thema’s die voor Zeeland belangrijk zijn. Elk van deze thema’s heeft een eigen thema -overleg.
1.2.2
Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG)
De VZG is het platform voor onderlinge afstemming en belangenbehartiging van alle 13 Zeeuwse gemeenten. Burgemeester Jansen op de Haar is voorzitter. De VZG is een zelfstandige vereniging en maakt deel uit van de landelijke Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het bestuur van de VZG stelt jaarlijks, na overleg met het OZO-themaoverleg Bestuur en Financiën, de begrotingsrichtlijnen vast voor de gemeenschappelijke regelingen. Een belangrijk onderdeel van de VZG is de Zeeland Academie (ZA). De ze academie verzorgt trainingen voor volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren van de Zeeuwse overheden. Het doel is om kennis te vergroten, onderlinge contacten te verbeteren en de positie van lokale bestuurders en ambtenaren te versterken. De ZA ontwikkelt een digitaal kennis- en netwerkplatform: Samen Zeeland . Dit platform maakt het mogelijk om kennis en informatie sneller en veiliger te delen. Het bevordert een efficiënte samenwerking tussen gemeenten, provincie en andere partners en ondersteunt gezamenlijke projecten door transparantie en real-time communicatie. Daarnaast wordt op dit moment een apart platform getest voor alle Zeeuwse raadsleden: samenzeeland -raad.nl
5
1.2.3 K80 K80 is een netwerkorganisatie en bestaat uit 67 kleine gemeenten in Nederland. Kleine gemeenten staan bestuurlijk en ambtelijk dicht bij hun inwoners. We weten wat er leeft en spelen daar gericht op in. Onze kleine organisaties vergemakkelijken integraal werken, met korte lijnen tussen bestuur en organisatie. Als netwerk leren we van elkaar, stemmen we af en voeren we een gezamenlijke lobby richting de Rijksoverheid op met name financiën. Burgemeester Jansen op de Haar is bestuurslid van de K80 met de portefeuille financiën . Naast de K80 bestaat ook de P10 (plattelandsgemeenten) en de M50 (middelgrote gemeenten) waar andere Zeeuwse gemeenten in vertegenwoordigd zijn .
1.2.4 Districtscollege Zeeland (veiligheid) Het districtscollege is een bestuurlijk overlegplatform waarin politie, justitie (OM) en de Zeeuwse gemeenten samenwerken op het gebied van integrale veiligheid. Hier worden zaken afgestemd als de inzet van beschikbare politiecapaciteit en veiligheids - en zorgvraagstukken. Door op Zeeuws niveau af te stemmen kunnen zaken efficiënter geregeld worden. Tegelijkertijd levert het ook wel eens spanning op. Zo moeten we als Kapelle soms (organisatorisch en financieel) mee in een inspanning die gezien onze schaal en het aantal casussen voor ons bijvoorbeeld veel minder prioriteit hoeven te krijgen.
1.2.5
Bestuurlijk Platform de Bevelanden
Bestuurlijk Platform de Bevelanden is het regionale verband waarin de vijf Bevelandse gemeenten hun krachten bundelen. Hier werken we samen aan onderwerpen die gemeentegrenzen overstijgen en die we als regio beter, sterker en efficiënter kunnen aanpakken. Het gaat dan om thema’s als wonen, economie, recreatie en toerisme en duurzaamheid. In actielijnen, werken medewerkers van alle gemeenten samen aan deze thema’s. Daarnaast stemmen we strategisch af over ontwikkelingen die op de regio afkomen en zoeken we a ctief de samenwerking met de provincie, ondernemers, onderwijs- en zorginstellingen en het Rijk. De basis van deze samenwerking is vastgelegd in een convenant.
1.2.6 Gemeenschappelijke Regelingen (GR) Een GR is een samenwerking tussen twee of meerdere overheden, waarbij we gezamenlijk taken uitvoeren via een gezamenlijk bestuursorgaan. De samenwerking is vastgelegd in een officiële regeling. Een opsomming van de verschillende GR’en vindt u in bijlage 1.
1.2.6
Rijk-Regio samenwerkingen
In Zeeland hebben we een aantal Rijk-Regio programma’s waarin Zeeland samenwerkt met Den Haag. Het is een manier om nationale en regionale belangen en verantwoordelijkheden te verbinden, zodat landelijk beleid beter aansluit bij lokale situaties en gezamen lijke doelen efficiënter worden bereikt. Bekende programma’s in Zeeland zijn ‘Wind in de Zeilen’, Regiodeal North Sea Port District , Nationaal Programma Vitale Regio’s, Schakelpunt Grensbelemmeringen Vlaanderen -Nederland, Regiodeal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s en Gebiedsinvesteringen Netten op Zee . Bij die laatste twee zijn we als gemeente Kapelle betrokken.
6
Deze samenwerkingen leveren ons veel op, maar vragen tegelijkertijd ook om inzet en aandacht voor democratische legitimiteit. Daarom is het belangrijk dat we een heldere visie ontwikkelen over hoe we willen bijdragen aan deze samenwerkingen en deze verder vorm willen geven. Welke keuzes maken we over onze rol en inzet? Hoe actief willen we zijn en hoe pakken we onze rol als opdrachtgever op? Het is goed te bepalen welke samenwerkingen voor Kapelle extra belangrijk zijn omdat ze bijdragen aan onze doelen. Waar willen we meer invloed uitoefenen, en waar kunnen we juist wat minder tijd en energie in steken omdat het goed loopt? Door hier bewust keuzes in te maken, brengen we focus aan en benutten we onze inzet zo effectief mogelijk. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn. Vanuit Kapelle kunnen we wel discussies aanzwengelen, maar als één stem in een algemeen bestuur zullen we niet overal succesvol zijn. • • • • • •
• •
1.3
Welke rol ziet u voor onze gemeente in regionale samenwerking? Waar ligt volgens u onze kracht en toegevoegde waarde? Welke maatschappelijke opgaven vindt u het meest urgent om regionaal aan te pakken? Waarom? Op welke samenwerkingen willen we als gemeente meer invloed uitoefenen? Zijn er samenwerkingsverbanden waarin we onze inspanning bewust kunnen verminderen, zonder dat dit ten koste gaat van onze belangen? Hoe kunnen we onze rol als opdrachtgever effectief invullen, zowel bestuurlijk als ambtelijk? Hoe kunnen we de samenwerking tussen raad en college verbeteren om regionale thema’s goed te volgen en te sturen? Welke instrumenten of werkwijzen kunnen we inzetten om de controlerende rol te versterken? Hoe gaan we om met spanningen tussen regionale samenwerking en lokale belangen, ook gezien capaciteit en financiële middelen? Hoe gaan we om met de Zeeuwse richtlijn bij financiële onzekerheid?
Zeeland 2050
Op 2 juli 2025 heeft Zeeland, verenigd in het OZO, in Den Haag zijn gezamenlijke toekomstperspectief ‘Zeeland 2050’ gepresenteerd. Het basisidee : om de leefbaarheid, economische kracht en sociale samenhang van onze provincie te behouden, hebben we meer Zeeuwen nodig. Dat is een reactie op de demografische trend waarin een lichte groei in Zeeland zichtbaar is, maar die in bepaalde gebieden omslaat in bevolkingskrimp. Zonder actie dreigt een spiraal van verschraling: minder voorzieningen, (nog) grotere tekorten in zorg en onderwijs, een verzwakking van nu sterke leefgemeenschappen en een minder aantrekkelijk Zeeland voor mensen om te blijven of zich te vestigen. Toch is het toekomstperspectief juist vanuit kracht geschreven : Zeeland is onmisbaar bij het oplossen van vraagstukken rond strategische autonomie, energie, industrie, voedselzekerheid, wonen en veiligheid. Zeeland heeft hier, naast een gunstige ligging en bedrijvigheid, de ruimte en kennis voor in huis. Zeeland 2050 is geen traditioneel visietraject, maar moet een gezamenlijk toekomstperspectief zijn van overheden, maatschappelijke partners, instellingen en bedrijven. Het dient als inspiratiebron en kompas voor de Zeeuwse samenwerking met het Rijk om te werken aan een strategische
7
agenda waarin de nationale en regionale opgaven samenkomen. Op de website www.zeeland2050.nl komt alle informatie samen. Het toekomstperspectief is vervolgens door vertegenwoordigers vanuit Zeeland samen met het Rijk uitgewerkt tot een ‘Schets van de Strategische agenda Zeeland 2050’ . Deze is op 10 maart 2026 aangeboden aan de gemeenteraden. De drie groeimotoren sterke dorpen en bruisende steden (woningbouw, bereikbaarheid, gezondheid), magneet voor talent (onderwijs, cultuur) en clean energy port (nucleair, haven en industrie, defensie) en een stevig fundament (natuurherstel, klimaat- en waterveiligheid, zoetwater) zijn uitgewerkt in 11 agenda’s met meerdere (sleutel)projecten, zoals een groeisprong in de woningbouw, een nuclear academy, de werf van de toekomst en een veilige delta.
De gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap is gevraagd voor de zomer van 2026 met een zienswijze te komen. Het is van belang dat we als Kapelle nadenken over of en hoe we hier als gemeente en als regio aan willen bijdragen. Hoe benutten we de kansen die deze visie biedt om onze eigen positie ook te versterken? Denk bijvoorbeeld aan woningbouw, voorzieningen, economische ontwikkeling en infrastructuur. • •
• •
Hoe ziet u de rol van Kapelle binnen het gezamenlijke toekomstperspectief Zeeland2050? Welke kansen biedt Zeeland2050 voor de leefbaarheid en economische ontwikkeling van de gemeente Kapelle? Met welke onderdelen wilt u aan de slag? En zijn er onderdelen waar u juist niet of in veel mindere mate bij betrokken wilt zijn? Hoe verhouden de drie groeimotoren (‘sterke dorpen en bruisende steden’, ‘magneet voor talent’, ‘clean energy port’ zich tot onze lokale ambities? Leiden de uitgangspunten van Zeeland2050 tot het (willen) herijken van ons Strategisch Kompas? 8
1.4
Lobby
Grote maatschappelijke opgaven lossen we als gemeente Kapelle niet alleen op. Naast samenwerking is het daarom belangrijk dat we ons ook laten horen in Den Haag en Brussel. Binnen het OZO werken de Zeeuwse overheden samen om hun gezamenlijke belangen te behartigen. Het OZO brengt per thema de Zeeuwse belangen in kaart, stelt prioriteiten en zorgt dat deze op de Haagse en Brusselse agenda komen. Door met één stem te spreken, s taan we sterken. Zeeland is daarom continu met een eigen lobbyteam in Den Haag aanwezig. Ook de commissaris van de Koning, Hugo de Jonge,is twee dagen per maand in Den Haag waarop hij afspraken maakt met bewindspersonen en Kamerleden om hen bij te praten over de Zeeuwse opgaven. In Brussel werkt het Public Affairs -team actief aan verschillende dossiers, zoals de EU -begroting, landbouw en toerisme . Hiervoor werkt het team samen met de andere Nederlandse Provincies in het Huis van de Nederlandse Provincies. In het Zeeuws aanbod – kabinetsinzet 2025 leest u wat op dit moment de lobbydossiers zijn. Voor de actieve lobby dossiers op de lobbyagenda maken we gebruik van lobbydriehoeken. De ze driehoeken bestaa n uit een ambtelijk trekker, een bestuurlijk trekker en een lobbyist.De ambtelijk trekker onderhoudt contact met collega’s bij ministeries, de bestuurlijk trekker met Kamerlieden en bewindspersonen.
De coördinatie van deze lobbyinspanningen ligt bij het OZO Naast deze gezamenlijke Zeeuwse lobbymogelijkheden heeft Kapelle ook ruimte om via andere routes belangen te behartigen. Dit doen we bijvoorbeeld via de VNG of de K80. Soms sturen we ook zelf een brief aan een minister of Kamerlid. Zo hebben we recent een brief gestuurd om de oneerlijke uitwerking van landelijk beleid voor een gezin in onze gemeente onder de aandacht te brengen. Als gevolg hiervan heeft dit gezin een veel hogere compensatie ontvangen dan eerder toegezegd. •
1.5
Zijn er thema’s of dossiers die volgens u prioriteit moeten krijgen in onze lobby inspanningen? Vraagt dit vooral goede aansluiting op de gezamenlijke lobbylijnen of vraagt dit nog iets anders?
Ondermijning en integriteit
Weerbaarheid en integriteit van onze gemeente als organisatie zijn voorwaardelijk voor het vertrouwen van onze inwoners, instellingen en bedrijven. Met de Zeeuwse Norm Weerbare Overheid hebben de Zeeuwse overheden duidelijke afspraken gemaakt om deze weerbaarheid te versterken. Dit doen zij door te zorgen voor een zorgvuldige, betrouwbare en transparante belangenafweging en besluitvorming, door een goede en veilige werkgever te zijn en door het voorkomen van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Zeeuwse overheid. Op deze manier werpen we tegelijkertijd drempels op tegen ondermijnende criminaliteit. •
Hoe kunnen we de integriteit en weerbaarheid van onze gemeente tegen ondermijnende criminaliteit verder versterken? Welke rol ziet u hierbij voor het bestuur of de ambtelijke organisatie? Is dit aansluitend op de Zeeuwse Norm Weerbare overheid of vraagt dit iets aanvullends?
9
1.6
Groeiend wantrouwen en polarisatie
In het project Karavaan van Aan- en Afgehaakt Nederland onderzoekt Movisie het groeiend wantrouwen en polarisatie. We kunnen het vertrouwen in de samenleving opdelen in twee vormen: het vertrouwen tussen burgers onderling (horizontaal vertrouwen ), en het vertrouwen tussen burgers en instituties (verticaal vertrouwen). Horizontaal vertrouwen gaat over verbinding en samenwerking in de directe leefomgeving en is essentieel voor sociale cohesie. Verticaal vertrouwen gaat over het geloof in de overheid en andere machthebbers en vormt de basis voor een goed functionerende democratie en samenleving. Beide vormen van vertrouwen zijn cruciaal om maatschappelijke spanningen te voorkomen en een stabiele gemeenschap te behouden. Movisie concludeert dat het groeiend wantrouwen en polarisatie meerdere oorzaken heeft. Er is in de breedte sprake van teleurstelling over het probleemoplossend vermogen van de overheid. Dat komt ook door capaciteitsproblemen in de ‘frontlinie’, zoals het welzijns - en jongerenwerk, jeugdconsulenten of wijkagenten. Gebrek aan continuïteit is daarbij de achilleshiel, juist opbouw van langdurige relaties versterken het vertrouwen. Movisie noemt voorzieningen (zorg, onderwijs, sport, ontmoetingsplaatsen, openba ar vervoer, commerciële voorzieningen) die onder druk staan, maar essentieel zijn voor gemeenschapsvorming, onderling contact, acceptatie en vertrouwen.
Ook betoogt Movisie dat ook het versterken en vernieuwen van regionale economie een kurk kan zijn waarop gemeenschappen kunnen drijven. Tot slot concludeert Movisie dat kleine gemeenten herkenbaar zijn en dicht bij de burger staan, maar vaak tegen drempels van ‘te weinig kunnen’ aanlopen. Grotere gemeenten hebben dat meer, maar zijn veel minder herkenbaar. Als gemeente ervaren we soms ook de gevolgen van het groeiend wantrouwen in instituties. Bijvoorbeeld in het contact met mensen aan de balie, inwoners die de gemeente vaker aanspreken om maatschappelijke problemen op te lossen, of in Woo verzoeken of bezwaren die worden ingediend. •
1.7
Welke concrete voorbeelden zien we van vertrouwen of wantrouwen in onze lokale samenleving? Op welke manier kunnen we het vertrouwen versterken? Welke initiatieven of voorzieningen kunnen daarbij helpen?
Onrust in de wereld en impact op lokale veiligheid
De wereld om ons heen is onrustig. Conflicten zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten hebben niet alleen internationale gevolgen maar beïnvloeden ook de veiligheid en stabiliteit van Nederland en daarmee onze gemeente. De Rijksoverheid verwacht bijvoorbeeld dat een crisis kan leiden tot uitval van stroom, water, pinautomaten en communicati e waardoor basisvoorzieningen (tijdelijk) niet beschikbaar zijn. En verwacht dat inwoners zich voorbereiden omdat hulpverlening in het begin (48 uur) beperkt kan zijn. De onrust in de wereld kan ook op lokaal niveau leiden tot maatschappelijke spanningen en groepen die tegenover elkaar komen te staan. Soms zelfs tot bedreigingen. Het kan leiden tot zorgen van angst en ongerustheid over de toekomst bij mensen. Dit zet de soci ale stabiliteit in gemeenten onder druk. Dat vraagt weerbaarheid. Het vermogen van de samenleving en onze organisatie om verstoringen, dreigingen of aanvallen te weerstaan, zich aan te passen en snel te herstellen. In Zeeland ontwikkelen we hiervoor gezamenlijk een Zeeuwse aanpak met vier pijlers: (1) het beschermen van
10
vitale processen, (2) een parate en veerkrachtige samenleving, (3) overeind houden van democratie, rechtstaat en overheid en (4) een weerbare economie. • •
1.8
Welke rol kan/moet de gemeente spelen in het vergroten van zelfredzaamheid en crisisvoorbereiding ? Welke rol kan/moet de gemeente spelen om de sociale stabiliteit in de gemeente te bevorderen?
Complexe (jeugd)zorgvraagstukken en impact op lokale veiligheid
Het vastlopen van de zorg (lange wachtlijsten, hogere kosten en versnipperde zorg) heeft allerlei gevolgen, ook voor de lokale veiligheid. Inwoners verwachten dat politie of gemeente actief reageren en passende oplossingen bieden. Helaas zien we steeds vaker dat casussen niet tot een goed einde gebracht kunnen worden omdat er geen of niet tijdig een (zorg)plek beschikbaar is om naar door te verwijzen. Ook blijven inwoners met psychiatrische problematiek steeds vaker thuis wonen. Zij vertonen in sommige geva llen onbegrepen gedrag. Huisvesting speelt een cruciale rol. Juist voor deze kwetsbare doelgroep is het vaak moeilijk een stabiele woonplek te vinden, wat de situatie nog complexer maakt. Als de juiste zorg niet geboden kan worden, kan dit leiden tot meer overlast en zwaardere problematiek in de wijken. Lokale spanningen, zoals burenruzies, komen steeds vaker voor. Tegelijkertijd zien we een terugtrekkende beweging van de politie, vaak veroorzaakt door capaciteitsgebrek. Dit leidt tot een spanningsveld tussen wat wel en niet kan worden gehandhaafd. En een dilemma in hoeverre we toezichthouders en BOA’s hiervoor in moeten zetten. •
1.9
Welke prioriteiten stellen we om de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente structureel te verbeteren?
Asielopvang
De geopolitieke situatie zorgt wereldwijd voor veel onzekerheid. Dit leidt tot verschillende bewegingen van vluchtelingen waarvan de omvang en bestemming in de toekomst sterk kan fluctueren. Op dit moment is er een groot tekort aan duurzame, langdurige opvangplekken voor asielzoekers. De spreidingswet blijft, zoals het huidige kabinet heeft aangegeven, van kracht. Deze wet regelt dat asielzoekers evenredig over de gemeenten worden verdeeld. Voor Kapelle betekende dit tot nu toe een indicatieve taakstelling van 81 opvangplekken. In de eerste tranche hebben we in samenwerking met het COA tijdelijke noodopvang gerealiseerd voor een periode van 13 maanden. De noodopvang loopt af in januari 2027. Verlengen op de huidige locatie op het bedrijventerrein is niet mogelijk. Voor de tweede tranche, die in 2026 wordt voorbereid en loopt over 2027 en 2028, zal opnieuw een verdeling binnen Zeeland gemaakt moeten worden . De indicatie is nu dat we voor die periode aan de lat staan voor de opvang van 73 asielzoekers. • •
Welke rol moet de gemeente aannemen ten aanzien van de spreidingswet en de afspraken binnen Zeeland? Op welke manier moet Kapelle in de toekomst bijdragen aan de spreidingswet? Zoeken en realiseren we een nieuwe opvanglocatie voor asielzoekers, of dragen we bij op een andere 11
•
•
1.10
wijze? Bijvoorbeeld door huisvesting van andere aandachtgroepen in doorstroomlocaties of voorzien in onderwijshuisvesting. Welke huisvestingsvorm verdient de voorkeur voor asielzoekers? Duurzame opvang (5-10+ jaar) die efficiënter en goedkoper is, of tijdelijke noodoplossingen die flexibeler maar duurder zijn? Welke voorwaarden moeten worden gesteld aan een toekomstige locatie voor de opvang? Bijvoorbeeld het behoud van draagvlak onder inwoners of het bevorderen van de integratie van asielzoekers.
Vuurwerkverbod
Vanaf de jaarwisseling 2026/2027 geldt een algeheel landelijk verbod op consumentenvuurwerk in Nederland. De verwachting is dat mensen in de eerste jaren na dit verbod op zoek gaan naar een alternatieve viering. Mogelijk worden zaken als carbidschieten of vuurkorven populairder. Belangrijk is om eerst te bekijken welke mogelijkheden de nieuwe wet biedt. In Zeeland is daarbij bestuurlijk de wens uitgesproken om landelijk of regionaal een lijn te kiezen voor de aanpak van de jaarwisseling. • •
Welke rol ziet u voor de gemeente bij de jaarwisseling, nu deze er anders uit gaat zien dan voorheen? Hoe ziet u de rol en inzet van onze BOA’s in de handhaving, vooral omdat na 18:00 veel handhaving zich richt op de openbare orde, wat een politietaak is? En hoe willen we omgaan met de handhaving van zaken zoals ontheffingen in die uren?
12
2. Wonen en voorzieningen 2.1
Tekorten op de woningmarkt
Nederland kampt al jaren met een structureel woningtekort, dat bovendien oploopt. Oorzaken zijn onder andere achterblijvende woningbouw (trage procedures, gebrek aan bouwlocaties, tekort aan personeel), demografische ontwikkelingen (meer eenpersoonshuishoudens en vergrijzing) en financiële druk op woningproductie (hoge bouwkosten, publieke investeringen in openbare ruimte). Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht zetten we in op het versnellen van de woningbouw. Hiervoor hebben het ministerie van BZK, de Provincie Zeeland en de 13 Zeeuwse gemeenten in 2022 de Zeeuwse woondeal ondertekend. Concreet betekent dit voor Kapelle dat we hebben afgesproken 700 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad tussen 2023 en 2030. Samen met de Bevelandse gemeenten hebben we daarnaast in 2024 een woon(zorg)visie opgesteld. Hierin hebben we ambities geformuleerd op thema’s als nieuwbouw, woningen voor ouderen, aandachtsgroepen, bestaande voorraad, toekomstbestendigheid (waaronder duurzaamheid) en betaalbaarheid . De Zeeuwse woondeal wordt binnenkort herijkt voor de periode na 2030. Het toekomstperspectief Zeeland2050 benoemt een ambitie van 75.000 extra woningen in Zeeland tot 2050. In de komende periode wordt het dus belangrijk te bepalen hoe de gemeente Kapelle invulling wil geven aan de woningbouwopgave. • •
2.2
Welke rol wil Kapelle spelen binnen de Zeeuwse woningbouwambitie voor na 2030? Wat ziet u in zaken als het versnellen van vergunningprocedures, actief grondbeleid, aanwijzen van woningbouwlocaties, stimuleren van doorstroom, splitsen van huizen?
Financiële druk op woningproductie
De kosten voor nieuwbouw zijn de afgelopen jaren fors gestegen . Dit komt onder meer door hoge bouwkosten, strengere regelgeving en eisen voor duurzame woningen. Daarnaast vergt het ontwikkelen van woningbouwprojecten ook publieke investeringen voor openbare ruimte, groen, water, infrastructuur en het verplaatsen van bestaande functies. Een aanzienlijk deel van de woningbouwprojecten kampt met financiële tekorten, waardoor ze zonder aanvullende publieke middelen niet haalbaar zijn. Daarbij zien we dat regelgeving over bijvoorbeeld stikstof, spuitzones en netcongestie bepalend zijn in de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het realiseren van een wijk.
13
•
2.3
Wat mag het bouwen van woningen kosten? Hoe gaan we om met een eventuele onrendabele top bij woningbouwontwikkelingen?
Kwaliteit van de woon- en leefomgeving
In paragraaf 1.6 lazen we al dat voorzieningen (zorg, onderwijs, sport, ontmoetingsplaatsen, openbaar vervoer, commerciële voorzieningen) belangrijk zijn voor gemeenschapsvorming, onderling contact acceptatie en vertrouwen. Juist in de directe omgeving. Pr ecies d ie investeringen staan door de hoge kosten van bouwen nog eens extra onder druk. Op dit moment gaan we bij het bouwen van woningen uit van ‘dorps wonen’ en is het uitgangspunt dat we vooral grondgebonden woningen bouwen. In hoeverre leidt de behoefte aan meer woningen tot het herijken van dit uitgangspunt? Willen we bijvoorbeeld de hoogte in of woongebieden verdichten om zo meer woningen op minder grond te realiseren? En hoe versnellen we zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van gebiedsontwikkeling? En zaken als vergroening, waterbeheer, mobiliteit en voorzieningen? • •
2.4
Leidt de behoefte van het bouwen van meer woningen tot herijking van de uitgangspunten over bouwen in de hoogte of verdichting? Hoe versnellen we zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de leefomgeving en gebiedsontwikkeling? En zaken als vergroening, waterbeheer, mobiliteit en voorzieningen?
Bouwen: voor welke doelgroepen?
Het woningtekort en de hoge prijzen van koop- en huurwoningen ondermijnen de betaalbaarheid en toegankelijkheid van wonen. Dit zorgt ervoor dat verschillende doelgroepen moeilijker een huis kunnen vinden. In de gesprekken over woningbouw gaat het vaak over het realiseren van betaalbare woningen voor starters en middeninkomens. Relevant daarbij is de motie ‘Kapelse norm’ die in november 2025 is aangenomen. In de Woon(zorg)visie de Bevelanden is er aandacht voor de thema’s (ouderen)zorg , uittreders uit instellingen zoals (dreigend) dakloze mensen inclusief uitstroom uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen, klinische geestelijke gezondheidszorg, vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel en uitstroom uit jeugdhulp, jeugddetentie en for ensische zorg. 2.4.1 Ouderen Nederland vergrijst snel. In Zeeland ligt het percentage zelfs nog iets hoger. Dat verandert de woonvraag. Veel ouderen dreigen de komende jaren tussen wal en schip te raken. Ze kunnen of willen (nog) niet naar een woon-zorgcentrum maar hun huidige woning is niet meer geschikt door bijvoorbeeld een trap, te veel kamers of een tuin die onderhoud vraagt. Kleinere appartementen of gelijkvloerse woningen zijn schaars, of een stuk duurder dan wat ouderen op dat moment betalen voor hun woning. Verpleeghuizen hebben soms lange wachtlijsten, wat de druk op mantelzorgers vergroot.
Ouderen blijven hierdoor langer in hun eigen ruime woning wonen. Dat heeft ook gevolgen voor de doorstroom in de woningvoorraad. Hierdoor komen minder woningen beschikbaar voor jongeren of jonge gezinnen.
14
2.4.2 Mensen met GGZ-problematiek De extramuralisering van de zorg is een langlopende opgave in Nederland. Inwoners met psychiatrische problematiek moeten – versterkt door lange wachtlijsten – zo lang mogelijk thuis blijven wonen en vertonen in sommige gevallen onbegrepen gedrag. Huisvesting speelt een cruciale rol. Juist voor deze kwetsbare doelgroep is het vaak moeilijk een stabiele woonplek te vinden, wat de situatie vaak nog complexer maakt. 2.4.3 Dakloosheid Sinds 2023 neemt het aantal daklozen toe. Oorzaken zijn huisuitzetting door schulden of huurachterstand, echtscheiding, ontslag en een tekort aan betaalbare woningen. Ook psychische problemen, verslaving en het wegvallen van opvang na jeugdzorg spelen een grote rol. Het gaat om mensen die op straat leven, in een opvang verblijven of ‘onzichtbaar’ dakloos zijn. De ambitie uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid is dat er in 2030 geen sprake meer is van dakloosheid. In Zeeland is deze ambitie omarmt en vertaa lt in het Zeeuws Actieplan Dakloosheid dat op 1 januari 2026 is ingegaan. Onderdeel is dat we starten met een 0 -meting en onderzoeken wat het onderliggende probleem van dakloosheid, specifiek voor Zeeland en onze gemeente is. •
2.5
Hoe spelen we in op die verschillende woonbehoeften?
Oekraïners in onze gemeente
De opvang van Oekraïense ontheemden zal de komende jaren ingrijpend veranderen. De huidige ‘Richtlijn Tijdelijke Bescherming’ loopt naar verwachting af in 2027. De Rijksoverheid werkt aan een overgang naar een meer structurele en reguliere opvang. Dit betekent dat Oekraïense ontheemden vanaf dat moment zullen vallen onder de reguliere systemen voor huisvesting, participatie, werk en inkomen en zorg . Voor gemeenten verschuift daarmee de verantwoordelijkheid van noodopvang naar het bieden van passende huisvesting en begeleiding. Daarbij wordt ook meer een beroep gedaan op de zelfredzaamheid. Op dit moment wonen er ruim 120 Oekraïense ontheemden in onze gemeente. De verwachting is dat zij een tijdelijke verblijfstatus van drie jaar krijgen, waardoor zij tot 2030 in Nederland kunnen blijven, en mogelijk langer. Op dit moment hebben we als gemeente twee tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties; in Wemeldinge en Kapelle. De grond en woonunits zijn eigendom van derden en worden door de gemeente gehuurd met afspraken die lopen tot 2027. De komende periode moet de geme ente keuzes maken over de inrichting van deze verschuiving in taken en over de toekomst van deze opvanglocaties. Hoe gaan we de overgang van noodopvang naar reguliere huisvesting en begeleiding zo goed mogelijk vormgeven, met oog voor de Oekraïners en de lokale gemeenschap. •
•
Hoe willen we de huisvesting van Oekraïense ontheemden organiseren? Moeten zij zoveel mogelijk worden verdeeld over de reguliere en toekomstige particuliere en sociale huurvoorraad, of verdient het de voorkeur om tijdelijke voorzieningen te behouden om zo het reguliere woningaanbod te ontlasten en een soepele overgang te faciliteren? Welke rol ziet u voor de gemeente bij de overgang naar reguliere huisvesting? Moet de gemeente hierbij een proactieve regierol pakken, bijvoorbeeld door zelf woningen in eigendom te nemen en te verhuren, of door intensiever samen te werken met woningcorporaties zoals Beveland Wonen? Of kiest u liever voor een meer terughoudende 15
•
•
2.6
rol, waarbij de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij particuliere partijen en huidige eigenaren wordt gelegd, bijvoorbeeld door tijdelijke woningen direct aan ontheemden te verhuren? Als de tijdelijke voorzieningen worden voortgezet , acht u het dan wenselijk dat deze multifunctioneel worden ingezet? Bijvoorbeeld door niet alleen Oekraïense ontheemden te huisvesten, maar ook statushouders, spoedzoekers en starters, om zo een gemengde en levendige woonomgeving te creëren? Moet de gemeente investeren in permanente huisvestingsoplossingen voor ontheemden, of verdient het de voorkeur om vooral in te zetten op tijdelijke en flexibele woonvormen die snel aan veranderende situaties kunnen worden aangepast ?
Voorzieningen
Onze gemeente staat bekend als een aantrekkelijke woongemeente met een hoog(waardig) voorzieningenniveau. Voorzieningen als zorg, onderwijs, sport (zowel sportcentrum als buitensportaccomodaties) , cultuur, ontmoetingsplaatsen, openbaar vervoer en commerciële voorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de woonomgeving, de sociale verbondenheid en het vestigingsklimaat. Tegelijkertijd staan gemeenten in heel Nederland onder druk door de stijgende kosten voor zorg en aangekondigde kortingen op het gemeentefonds vanaf 2028. Omdat bijvoorbeeld sport en cultuur grotendeels tot het niet-verplichte takenpakket behoren dreigt hi er als eerste op bezuinigd te worden. Dit betekent dat we strategisch moeten nadenken over hoe we duurzaam kunnen investeren in het voorzieningenniveau. En in het vinden van slimme vormen van samenwerking, cofinanciering en het benutten van vrijwilligerskr acht. Zo’n 30 objecten zijn eigendom van onze gemeente. Het gaat om schoolgebouwen, gebouwen voor dorps- en sportverenigingen, monumenten, het gemeentehuis en werkplaats. In het afgelopen jaar is met de raad gesproken over de prioritering van investeringen in ons vastgoed. Deze prioritering is vastgelegd op de routekaart en onderdeel van onze begroting.
In de praktijk investeren we in de komende jaren met name in de schoolgebouwen: nieuwbouw en aankoop grond IKC Juliana van Stolberg (2027 -2028), Speciale Scholen Kapelle (2030 -2031) en de Linge. (2031 -2032). Nieuwbouw en aankoop grond van de gemeentewerkplaat s staat gepland voor 202 7-202 8. De brandweerkazernes in Kapelle (2029 -2030) en Wemeldinge (2032 -2033) staan ook gepland. Dit betekent dat de raadsbesluiten voor deze investeringen grotendeels in de komende bestuursperiode zullen vallen. • •
2.7
Hoe beoordeelt u het huidige voorzieningenniveau? Wat is uw streven hierin? Hoe kunnen we het beoogde voorzieningenniveau in onze gemeente ook op langere termijn waarborgen en verbeteren?
Onderwijs
Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke voorwaarde om goed onderwijs te kunnen geven en ontvangen. Daarom investeren we in de onderwijshuisvesting in onze gemeente. Het IKC Wemeldinge en de gymzaal wordt in de zomer van 2026 opgeleverd. We investere n volgens de routekaart vastgoed in volgordelijk de Juliana van Stolberg, Speciale Scholen Kapelle en de Linge.
16
Daarnaast hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid om de aansluiting van zorg en onderwijs goed vorm te geven. Actueel hierin is het inclusief onderwijs. Dit houdt in dat alle kinderen en jongeren, met of zonder ondersteuningsbehoefte, samen naar sch ool gaan in hun eigen buurt. Hierdoor vinden meer kinderen, in plaats van gebruik te maken van het speciaal onderwijs, een plekje op een reguliere basisschool. Dat vraagt wel om extra begeleiding, gespecialiseerde leerkrachten en aangepaste lesmaterialen o p de school. Ook hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid om onderwijsachterstanden bij kinderen tegen te gaan, toegankelijke voor- en vroegschoolse educatie (VVE) te bieden en onder voorwaarden het leerlingenvervoer te bekostigen. •
2.8
Welke rol heeft de gemeente volgens u om zaken als tegengaan van onderwijsachterstanden en het laten slagen van inclusief onderwijs te realiseren?
Cultureel erfgoed
Er is toenemende aandacht voor het behoud van cultureel erfgoed, waarbij restauratie en herbestemming steeds vaker hand in hand gaan met verduurzaming. Historische gebouwen, zoals kerken, kunnen zo een nieuwe passende functie krijgen zonder hun identiteit te verliezen. •
2.9
Hoe zien we de rol van de gemeente op het gebied van cultureel erfgoed?
Dorpshuizen
De Vroone, de Wemel en ’t DurpshartSchore zijn al enkele decennia belangrijke voorzieningen in de gemeente Kapelle. Verschillen in behoeften hebben ertoe geleid dat onze dorpshuizen zich op verschillende manieren hebben ontwikkeld. De gemeenteraad heeft eerder de opdracht gegeven om de mat e waarin dorpshuizen de beoogde, maatschappelijke functie kunnen vervullen te onderzoeken en vanuit daar eventueel te verbeteren. Op dit moment werken we aan een richtinggevend beleidskader waarin duidelijk moet worden wat ‘de beoogde, maatschappelijke functie’ precies in moet houden voor onze gemeente en welke (financiële) afspraken daaruit volgen.
17
3. Sociaal Domein 3.1
Maatschappelijke trends in het Sociaal Domein
Het Sociaal Domein is volop in beweging. Gemeenten worden geconfronteerd met ingrijpende demografische, maatschappelijke en financiële veranderingen die impact hebben op de zorg - en ondersteuningsvraag van inwoners. In dit hoofdstuk gaan we in op de brede maatschappelijke trends. We zoomen vervolgens in op specifieke thema’s. 3.1.1
Vergrijzing en ontgroening
De samenstelling van de inwoners in onze gemeente verandert. In Zeeland hebben we te maken met dubbele vergrijzing: inwoners worden ouder en het aandeel ouderen stijgt, terwijl jongeren juist wegtrekken. In Kapelle verwachten we de komende 15 jaar een forse toename van inwoners van 75 jaar en ouder en een afname van inwoners van 45 -64 jaar en van inwoners van 29 jaar en jonger. De leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder groeit in onze gemeente met ongeveer 1000 personen. 1 Als gemeente worden we hierdoor geconfronteerd met een groeiende, complexere zorgvraag en toenemende druk op mantelzorgers. Dit vereist nadenken over rol en inhoud van zorg - en welzijnsvoorzieningen in de toekomst. 3.1.1
Druk op de zorg
We hebben te maken met een hogere demografische druk : de beroepsbevolking krimpt terwijl de zorgbehoefte stijgt . Rond 2040 is ongeveer een derde van de Kapelse inwoners niet -werkend. Hierdoor komt professionele zorg uit het medisch - en sociaal domein onder druk te staan. Dat zien we ook nu al: we hebben te maken met wachtlijsten voor Wmo, jeugdhulp, GGZ en Wlz. In het rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg’ concludeert de WRR dat als niet ingegrepen wordt, we in 2040 één op de vier werkenden nodig hebben in de zorg. In 2060 gaat het zelfs over één op de drie. 3.1.2
Meer chronische aandoeningen en mantelzorg
Door de gemiddeld ouder wordende bevolking hebben we te maken met meer chronische aandoeningen en een toenemende zorgbehoefte. In 2040 heeft naar verwachting 3,5% van de Kapelse inwoners een vorm van dementie. We hebben het dan over ongeveer 480 mensen. 2 1 Provinciale bevolkings - en huishoudensprognose 2022 , Provincie Zeeland 2 Alzheimer Nederland
18
Daarnaast bestaan er uiteraard nog andere ouderdomsgerelateerde ziekten, beperkingen en problemen. De zorg voor thuiswonende inwoners met dementie of andere ouderdomsgerelateerde problemen komt voor een groot deel terecht bij de mantelzorger(s) en het netwerk van deze mensen. Het manterzorgpotentieel neemt echter af: de partners zijn vaak ook oud en de kinderen, die veelal tot de krimpende leeftijdsgroep 45 -64 jaar behoren, hebben vaak een baan en eigen kinderen of wonen ver weg. Mantelzorgers kun je als gemeente niet inzetten. Het overkomt mensen als een partner of familielid onverhoopt ziek wordt. En tegelijkertijd kunnen we niet zonder hen. Er zijn te weinig professionals om deze zorg over te nemen. Op grond van de Wmo hebben we als gemeente de taak mantelzorgers te ondersteunen, waarderen en informeren. Mogelijk kan de gemeente haar rol inzetten om werkgevers te stimuleren werknemers te steunen in hun rol als mantelzorger. 3.1.3 Extramuralisering van de zorg Er zijn in Kapelle ongeveer 100 intramurale plaatsen om te wonen: 77 in Cederhof en nog enkele in Beatrixhof en Pomona. Dat wil zeggen dat enkele honderden van onze inwoners met dementie of andere ouderdoms gerelateerde problemen thuis woont, al dan niet met een (veelal ook oude) partner. 3.1.4 Toename van verward en onbegrepen gedrag De extramuralisering van de zorg is een langlopende opgave in Nederland.
Inwoners met psychiatrische problematiek moeten – versterkt door lange wachtlijsten – zo lang mogelijk thuis blijven wonen en vertonen in sommige gevallen onbegrepen gedrag. Het aantal meldingen van verward of onbegrepen gedrag in Nederland stijgt al jaren. In 2025 was er – in Nederland – zelfs eens stijging van 12% meldingen ten opzichte van het voorgaande jaar. Er is vaak geen passende voorziening beschikbaar, waardoor problemen comp lexer worden. 3.1.5 Persoonlijke kwetsbaarheid Ongeveer twee op de tien inwoners vertonen een sterk signaal van kwetsbaarheid op het gebied van inkomen, gezondheid, zelfstandigheid en/of eenzaamheid. Dat concludeert het rapport ‘Leven in Zeeland’ (2026). Van de onderzochte signalen komt eenzaamheid het vaakst voor – vooral bij ouderen en bij jongvolwassenen . Eén op de tien inwoners voelt zich sterk eenzaam; dit aandeel is toegenomen in de afgelopen vier jaar. De gemeenteraad van Kapelle heeft in februari 2026 besloten te starten met de eenzaamheidsaanpak JoinUs. Deze is specifiek gericht op jongeren tussen de 12 en 30 jaar. Dezelfde signalen van kwetsbaarheid (alleenstaand, laag inkomen, arbeidsongeschikt, migratieachtergrond, GGZ -indicatie) zien we terug in het regiobeeld suïcide. Zeeland kent al jaren een relatief hoge suïcidecijfers . Vanaf 2026 hebben we als gemeente de verplichting te werken aan suïcidepreventie.
Het initiatief is om dit in Zeeland gezamenlijk op te pakken.
19
•
•
3.2
Welke maatschappelijke ontwikkelingen vragen volgens u de hoogste prioriteit in beleidsvorming en uitvoering? Welke uitgangspunten hanteren we in het inspelen op deze trend? Wat wilt u doen aan de ondersteuning en waardering van mantelzorgers en/of het versterken van sociale netwerken, gezien de afname van het mantelzorgpotentieel?
Omslag van het medische naar het sociale domein
Om de zorg in Zeeland ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden zet de Zeeuwse Zorg Coalitie (ZZC) actief in op een omslag van het medisch domein (ziekte en zorg) naar het sociaal domein (gezondheid, gedrag en preventie). Het versterken van vitale gemeenschappen, waarin samenredzaamheid en positieve gezondheid centraal staan, wordt daarmee steeds belangrijker. Dit betekent investeren in preventie, het activeren van netwerken en het ondersteunen van inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig en g ezond te blijven functioneren. Deze omslag heeft echter wel financiële consequenties voor gemeenten. Investeringen in preventie doen we voor het welzijn van onze inwoners. Maar ze kosten ook geld. En de besparingen die we daarmee op termijn realiseren vallen, hebben in sommige gevallen vooral het gevolg dat de zorgverzekering minder uit hoeft te betalen. Een voorbeeld hiervan is valpreventie. Om de zorg integraal te organiseren wordt vaak gebruik gemaakt van ketenaanpakken. Denk bijvoorbeeld aan Kansrijke Start en de ketenaanpakken benoe md in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Tegelijkertijd worden deze ketenaanpakken vaak bekostigd door tijdelijke financiële midden vanuit de Rijksoverheid. Terwijl we voor de continuïteit behoefte hebben aan structurele investeringen. • •
3.3
Welke uitgangspunten hebben we als gemeente in de omslag van medisch naar sociaal domein? Wat is uw bereidheid in het investeren in preventie ten opzichte van de financiële consequenties?
Hervormingsagenda Jeugd
De jeugdzorg staat onder toenemende druk door een groeiende vraag. Waar vroeger één op de 27 jongeren gebruikmaakte van jeugdzorg, is dat nu één op de 7,5. De kosten voor de jeugdhulp stijgen flink. Kinderen blijven steeds langer in zorg, waardoor de uitstroom vertraagd. Wachtlijsten groeien. Sinds 2015 zijn er bovendien zo’n 1500 nieuwe aanbieders bijgekomen. De oorzaken hiervan hebben deels te maken door ontwikkelingen in de jeugdzorg. Deels spelen ook andere factoren; prestatiedruk in het onderwijs, de beschikbaarheid van volwassenzorg (GGZ), veiligheid en financiële onzekerheid die stress in gezinnen veroorzaakt. Om de jeugdzorg ook op lange termijn toegankelijk en betaalbaar te houden, zet de Rijksoverheid in op een hervorming van het stelsel. Het doel is om zorg en ondersteuning voor jeugdigen meer in balans te brengen door een samenhangende aanpak. Regionaal en lokaal wordt hiervoor ingezet op de ontwikkeling van een professioneel, multidisciplinair team dat direct de juiste hulp in kan zetten. In Kapelle is dit LINK. Daarnaast wordt ingezet op contact met huisartsen, zodat zij niet direct verwijzen naar (dure) jeugdhulp maar naar voorliggende voorzieningen. Tot slot investeren we in het versterken van de sociale basis in te 20
zetten op welzijn, jongerenwerk, (sport)verenigingen, schoolpsycholoog op basisscholen, informele hulp (gezinsmaatjes of buurtgezinnen) en het versterken van gezinnen. Deze preventieve en versterkende maatregelen moeten ervoor zorgen dat we problemen vroeg tijdig signaleren en voorkomen dat complexere, duurdere zorg nodig wordt. Tegelijkertijd vraagt die inspanning wel meer van de gemeente. Deze hervorming heeft niet alleen inhoudelijke en organisatorische veranderingen. Vanaf 2028 verwacht het kabinet een structureel voordeel door de hervormingsagenda jeugd. We hebben onze vraagtekens bij de haalbaarheid van de beoogde besparingen binnen het huidige tijdspad. Ook de Commissie van Ark adviseert om de financiële afspraken tussen het Rijk en de gemeenten te herijken. Een onafhankelijk deskundigencommissie monitort de voortgang. In 2027 wordt een nieuw advies verwacht. •
3.4
Wat is volgens u de verantwoordelijkheid van de gemeente en wat ook niet?
Het Stevig Lokaal Team (LINK) als verbindende schakel
LINK bestaat in basis uit de Kapelse opbouwwerkers en jongerenwerkers, aangevuld met jeugdconsulenten, klantmanagers werk, inkomen en zorg en maatschappelijk werkers. LINK wordt doorontwikkeld tot zowel integrale toegang tot zorg (sociaal domein) en welzij n als tot wegwijzer in het sociaal als medisch domein. Daarbij verleent LINK ook zelf basishulp. LINK zet vrijwilligers in, ondersteunt mantelzorgers en betrekt netwerken en buurten. LINK schaalt op naar professionele zorg indien nodig, professionele zorg schaalt af naar LINK indien mogelijk. LINK signaleert welke voorzieningen professionele zorg kunnen ontlasten of vervangen en helpt deze te organiseren samen met het voorveld. Hierdoor dragen we ook bij om o.a. kerkgemeenschappen, verenigingen, huisartsen, dorpshuizen, ondernemersverenigingen, scholen, bibliotheken en vrijwilligers levensvatbaar te houden. • •
•
3.4
Hoe zorgen we ervoor dat LINK als toegankelijke en laagdrempelige toegang tot zorg en welzijn wordt ervaren door onze inwoners? Welke uitgangspunten hebben we in de samenwerking tussen LINK , GR de Bevelanden (WIZ) of het contracteren van aanbieders (lokaal of Zeeuws) ? Kiezen we primair voor professionals in huis, met ruimte voor lokale accenten , voor samenwerkingsafspraken of voor gezamenlijk optrekken /inkopen, met schaalvoordelen? Welke prioriteiten zien we voor de doorontwikkeling van LINK in de komende jaren?
GR Sociaal Domein
De dertien Zeeuwse gemeenten zijn bezig met de oprichting van een nieuw gemeenschappelijke regeling (GR) voor het Sociaal Domein. Het omvat inkoop en toezicht op jeugdhulp, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, sociale veiligheid, toezic ht en preventie en welzijn en maatschappelijke ondersteuning. Er is afgesproken dat de GR genoeg keuzevrijheid biedt en voldoende flexibel is om aan te sluiten op de lokale wensen, maar ook voldoende robuust moet zijn om bedrijfsmatig optimaal te kunnen functioneren zodat risico’s voor de deelnemende gemeenten zijn g eminimaliseerd .
21
3.5
Cultuur
Cultuur draagt bij aan een gezonde, sociaal verbonden en creatieve samenleving. Een aantal thema’s zijn daarbij actueel: 3.5.1
Muziekschool Zeeland
De Zeeuwse Muziekschool bevordert door middel van muziekonderwijs de participatie in kunst en cultuur met als doel om een bijdrage te leveren aan de actieve en passieve ontwikkeling van jongeren, volwassenen en de samenleving. Zij werken samen met muziekve renigingen, scholen, en orkesten voor op dit moment 10 Zeeuwse gemeenten. De toekomst van de Muziekschool Zeeland staat echter onder druk. Kritiek op het financiële beleid heeft ervoor gezorgd dat de gemeenten Tholen en Reimerswaal hebben aangegeven vanaf 2027 uit de regeling te stappen. Ook als Kapelle zijn we kritisch, maar hebben we nog geen definitief besluit genomen. •
3.5.2
Wat is uw visie op de toekomst van het muziekonderwijs in Zeeland? Welke rol moet de gemeente Kapelle pakken? Musea
In onze gemeente is het Zeeuws Fruit Museum gevestigd, een eerbetoon aan de toewijding van fruittelers en hun bijdrage aan de gemeenschap van Zeeland. Het museum staat echter voor diverse uitdagingen: teruglopende bezoekersaantallen, verduurzaming van het gebouw en de afhankelijkheid van een kleine groep vrijwilligers. Naast het Fruitmuseum is er een Memorial 40 -45, dat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend houdt. Ook ontstaan er nieuwe initiatieven, zoals een Vitality Oorlogsmuseum en ‘Bij Annie Thuis’. Het ‘Bij Annie Thuis’ is een initiatief om in het geboortehuis van Annie M.G. Schmidt een sociale lunchroom te realiseren, die bijdraagt aan ontmoeting en verbinding in de buurt. • •
3.6
Hoe gaan we om met de toekomst van het Zeeuws Fruit Museum? Hoe gaan we om met nieuwe initiatieven?
Sport
Sport, bewegen en verenigingen dragen bij aan fysieke en mentale gezondheid, sociale verbinding en persoonlijke ontwikkeling. Om sporten te stimuleren zijn er beweegroutes in de openbare ruimte en sportaccommodaties, ondersteunen we verenigingen en organiseren we activiteiten. Onze activiteiten konden in de afgelopen periode betaald worden uit de brede SPUK GALA. Deze regeling loopt tot en met 2026. Met het GALA hebben we ook op het gebied van sport en bewegen nieuwe opgaves gekregen als gemeente, zoals valpreventie, die we na 2026 voort willen zetten. Vanaf 2027 gaan deze doelen over in het Aanvullend Zorg - en Welzijnsakkoord (AZWA). 3.7