B19a Rap Advies Zeeland BMC
Tekst van het document
Deze wetswijziging moet voorkomen dat deze vormen van hoogspecialistische jeugdzorg verdwijnen of niet voldoende tot ontwikkeling komen. Ook voorziet de wetswijziging in boven regionale afstemming over jeugdzorgvormen waarvoor zelfs de schaal van een Jeugdhulpregio (daarvan zijn er 42 in Nederland) onvoldoende is om continuïteit te borgen. Vooruitlopend op de wetswijziging heeft de VNG medio 2020 al een resolutie aangenomen. Die resolutie roept gemeenten op om in Jeugdhulpregio’s en samen met Jeugdhulpaanbieders een regiovisie te schrijven over gezamenlijke inkoop en risico’s in het jeugdzorglandschap. Tot op heden is geen sprake van wettelijke verplichting om rondom inkoop Jeugdhulp een GR in te richten.
Gezondheidszorg De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) is binnen de kaders van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) georganiseerd in een GR. Het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland wordt gevormd door de dertien wethouders Volksgezondheid. Het Dagelijks Bestuur (DB) wordt gevormd door een wethouder van de gemeente Terneuzen (voorzitter), een wethouder van de gemeente Tholen en een wethouder van de gemeente Vlissingen. Veilig Thuis en Jeugdgezondheidszorg zijn tevens onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland en hebben een leidinggevende (manager) die rechtstreeks verantwoording aflegt aan de directeur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. In 2020 is een notitie besproken in het AB en DB met betrekking tot taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die ontstaan zijn vanuit de complexe organisatiestructuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. De verschillende bestuurlijke verantwoordelijkheden in de GR vormen een complicerende factor voor een transparante en overzichtelijke governance.
| 28 | Samen aan het stuur
De bestuursleden van het AB zijn gezamenlijk eindverantwoordelijk voor activiteiten en resultaten van de GR. Vanaf 2020 zijn diverse stappen gezet om de benoemde knelpunten op te lossen. Zo komen in een AB onderwerpen met betrekking tot IJZ aan de orde. De verschillen in informatiepositie tussen AB leden zijn weggewerkt door terugkoppeling voorzitter bestuurscommissie in AB en door behandeling van IJZ onderwerpen in thematisch of openbaar deel van het AB. Onderwerpen met betrekking tot publieke gezondheid worden behandeld tijdens een AB-vergadering; onderwerpen met betrekking tot IJZ komen daar nu niet altijd aan de orde. Deze laatste onderwerpen worden nu behandeld in de BC IJZ. Deze verschillen in de behandelwijze van onderwerpen zorgt voor een verschil in de informatiepositie tussen de AB-leden.
De knelpunten met betrekking tot de governance van de GGD/IJZ zijn onder andere: het ontbreken van een jaarplan, het ontbreken van verantwoordelijkheid bij het DB van de GR versus de bestuurscommissie, frequentie en inhoud van de informatieverstrekking aan de gemeenteraden, onduidelijkheid over taken en bevoegdheden tussen de directeur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland en de directeur van de IJZ, de bredere rol en samenstelling van de begeleidingscommissie, afstemming met het Provinciaal ambtelijk overleg (PAO), transformatieoverleg Jeugd en portefeuillehoudersoverleg Jeugd.
Beschermd Wonen - Maatschappelijke en Vrouwenopvang Het budget BW is 33,5 miljoen per jaar, uitgekeerd aan centrumgemeente Vlissingen. Vlissingen heeft een reserve van ongeveer 7 miljoen. De tekorten op MO en Vrouwenopvang (VO) worden gedekt uit het financieel overschot BW. Zeeland heeft vijftien gecontracteerde aanbieders in 2021 voor BW. De VO wordt aangeboden door één aanbieder. De inkoop van BW is op dit moment de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente Vlissingen en wordt via mandatering uitgevoerd door het CZW-bureau, aangestuurd door het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO). De gemeente Vlissingen krijgt als centrumgemeente van het Rijk de middelen voor deze taak. Van alle BW-regio’s is Vlissingen de kleinste in Nederland met het grootste verzorgingsgebied. Vanaf 1 januari 2023 bekostigen de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk BW voor alle Zeeuwse gemeenten, in ieder geval tot en met 2025, waarbij de centrumgemeentefunctie komt te vervallen en iedere gemeente afzonderlijk verantwoordelijk wordt voor de uitvoering en bekostiging ervan. Per 2026 wordt naar verwachting ook MO en VO doorgedecentraliseerd. Er zijn geen wettelijke verplichtingen ten aanzien van een regionale inkoop, maar de uitvoering van contractbeheer, toezicht en kwaliteit van BW moet vorm krijgen binnen een nieuwe samenwerkingsvorm per 2023.
De invoering van het woonplaatsbeginsel BW op 1 januari 2023 is niet meer haalbaar. Met het woonplaatsbeginsel wordt geregeld dat alle gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor BW voor de eigen inwoners. Dit heeft met name financiële gevolgen voor de gemeente Vlissingen. Hierover vindt al overleg plaats.
| 29 | Samen aan het stuur
De taken op het gebied van MO en VO worden in 2023 nog niet doorgedecentraliseerd. Hiervoor blijft de centrumgemeente Vlissingen van het Rijk de integratie-uitkering ontvangen. Daarbij is echter sprake van verwevenheid met de middelen voor BW. Verder is ook bij de uitvoering van taken en de behartiging van aandachtsgebieden in de MO en VO evident dat de overige Zeeuwse gemeenten vanuit de verantwoordelijkheid voor hun inwoners ‘meebesturen’ in programma’s en bekostiging. Tekorten op MO en VO worden op dit moment gedekt uit het overschot BW. Bijkomstige complicatie is de artikel-12-status van gemeente Vlissingen, die doorwerkt in de uitvoering van de centrumgemeentetaken. Gemeenten zijn hierover in overleg. In de regiovisie BW en MO wordt voorgesteld te kiezen voor het vullen van een zogenaamd Partnerfonds volgens het objectief verdeelmodel en niet voor een bijdrage op grond van het aantal inwoners. Hierin storten de deelnemende gemeenten hun rijksbijdrage; idem de reserve BW die nog in Vlissingen in de boeken staat (discussie met toezichthouder vanwege artikel-12-status). De regiovisie ligt op dit moment bij de dertien raden ter besluitvorming.
SWVO - CZW-bureau Het SWVO is een zogenaamd openbaar lichaam op basis van een Gemeenschappelijke Regeling tussen de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen. Het SWVO voert taken uit binnen het sociaal domein, globaal onderverdeeld in de volgende thema’s: Zorg en gezondheid, Voorzieningen Wmo, Jeugd, Volwasseneneducatie, Cultuur en bibliotheek en Leerlingenvervoer. Het SWVO heeft tevens een overleg- en adviesfunctie op andere en nieuwe terreinen van welzijn en zorg. Het SWVO heeft een Algemeen Bestuur dat jaarlijks gemiddeld vijf keer bij elkaar komt. De secretaris van het SWVO is tevens directeur van het CZW-bureau. Het CZW is een bestuurlijk overlegplatform Wmo/volksgezondheid binnen de GR SWVO. Het bestaat uit de dertien wethouders Wmo van de gemeenten in Zeeland en de Gedeputeerde van de provincie Zeeland. In het platform vindt overleg plaats over Wmo-aangelegenheden die het lokale niveau overstijgen. Er wordt geprobeerd gezamenlijk beleid af te spreken en beleid af te stemmen op een groot aantal Wmo-onderwerpen. De provincie subsidieert deels de ambtelijke ondersteuning van het CZW.
Het bureau voert, naast het secretariaat voor het CZW, sinds 2010 beleidstaken uit voor alle Zeeuwse gemeenten op het terrein van: ● MO, BW en VO; ● jeugd en alcohol; ● huiselijk geweld; ● anti discriminatie (Anti Discriminatie Bureau Zeeland). Het bureau heeft 7,8 fte op BW/VO/MO en WvGGZ; 10 fte inclusief LLN-vervoer en antidiscriminatie. Het advies van Berenschot is om het onderliggende convenant CZW te actualiseren naar aanleiding van de decentralisaties in 2015 en beleid meer bij de gemeenten te beleggen.
| 30 | Samen aan het stuur
Er zijn uiteenlopende ideeën bij gemeenten en uitvoeringsorganisaties over of uitvoering van taken beleidsarm of beleidsrijk moet worden vormgegeven (scheiding tussen inhoud en inkoop) en in welke mate het CZW-bureau beleidstaken heeft of niet. Dit lijkt van oorsprong wel het geval, maar ook wordt aangegeven dat het ‘zo is gegroeid’. In de gewenste nieuwe governancestructuur van het OZO zou het CZW ‘oude stijl’ opgaan in het OZO-kernteam Maatschappelijke Ontwikkeling, zo is aangegeven. In het OZO beleggen de Zeeuwse gemeenten niet alleen de samenwerking op het sociaal domein (waar het CZW over ging) maar eveneens de samenwerking op jeugdbeleid en -zorg, en ten aanzien van veiligheid en publieke gezondheid. Voor het secretariaat en dagelijkse ambtelijke ondersteuning hiervan inclusief de nodige vooroverleggen, dient dan een nieuwe structuur te ontstaan. Het provinciaal management overleg (PMO) is voor de vorming en bemensing hiervan verantwoordelijk. Voor het CZW-bureau is het directe gevolg dat de secretariaatsfunctie voor het CZW en het ambtelijk vooroverleg is komen te vervallen. Momenteel is hier dan ook een vacuüm ontstaan, waardoor de agendasetting, de aanlevering van stukken en de ambtelijke voorbespreking hiervan stagneert. De positie van de stuurgroep CZW is dus ook aan verandering onderhevig.
Sturing op het CZW-bureau vindt plaats door een stuurgroep, bestaande uit de wethouder van Vlissingen (portefeuillehouder) en drie wethouders namens de drie regio’s: Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Oosterschelderegio. Deze stuurgroep beschikte over de middelen om het beleid vorm te geven. Er is afgesproken om de stuurgroep alleen in geval van crisis of urgente kwesties actief bijeen te roepen; in de praktijk wordt de stuurgroep nog (te) vaak bij elkaar geroepen. Er bestaat nog onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid die de centrumgemeente nog wil blijven nemen, over de vraag wie wanneer over welke middelen beschikt en niet in de laatste plaats over langs welke weg de agenda van de stuurgroep wordt samengesteld. In de regiovisie zijn een aantal fundamentele veranderingen opgenomen ten opzichte van de huidige situatie. De belangrijkste daarvan is de opheffing van de gezamenlijke toegang voor BW in Zeeland bij het CZW-bureau; in plaats daarvan zal de toegang worden ingericht bij de dertien Zeeuwse gemeenten. Daarnaast hebben de gemeenten het eigenaarschap genomen bij de opbouw van het ‘financieel partnerschap’ voor de bekostiging van BW vanaf 2023 en de vormgeving van de aanbesteding 2023-2025. Een belangrijk deel van de adviesrol van het CZW-bureau is hiermee de facto komen te vervallen.
Begin maart 2022 zijn de gesprekken tussen het CZW-bureau en een afvaardiging van het OZO gestart.
| 31 | Samen aan het stuur
Bijlage 4 | Aangedragen scenario’s In de interviews en spiegelsessies zijn verschillende scenario’s of onderdelen daarvan aangedragen. Het betreft scenario’s op het snijvlak van inkoop, contractering, beleidsontwikkeling en overlegstructuur op basis waarvan de governance verder vorm kan krijgen. Om recht te doen aan de input zijn deze scenario’s allemaal benoemd. Het zijn er ruim dertig; dit tekent de huidige verschillen van inzicht over welke scenario’s welk probleem nu aan het oplossen zijn. Het is beschreven in de scenario’s zoals aangedragen. De scenario’s verschillen in de mate van impact. Scenario’s die samenhang hebben staan enigszins bij elkaar. 1.
2. 3.
4.
5.
6.
7. 8.
9.
Inkoop Beschermd Wonen (BW) op regionaal (=provinciaal) niveau. Inkoop MO/VO is niet expliciet in veel interviews aan de orde geweest, maar indruk dat gemeenten hierin de keuze volgen die men maakt met betrekking tot BW. Het wordt gezien als een samenhangend zorgaanbod. Inkoop BW losmaken van centrumfunctie gemeente Vlissingen en plaatsen in een GR. Voorstel voor BW om als regio samen te werken volgens de NvO en een ‘partnerschapsfonds’ in te stellen waarin alle deelnemende gemeenten hun rijksbijdrage storten en waarin ook de reserve BW gestort wordt die nog in Vlissingen in de boeken staat. Integratie IJZ en het CZW-bureau in één bureau. Een krachtige organisatie voor gemeenschappelijk beleid en uitvoering voor taken die gemeenten beter samen kunnen oppakken. In elk geval voor BW, waarvoor de komende jaren voldoende geld beschikbaar is. Maar graag gecombineerd met Jeugd. In dit bureau kan specialisme een kans krijgen. Dit kan niet in de dertien gemeenten afzonderlijk, dan ontstaat suboptimaal beleid. IJZ in een apart openbaar lichaam (liefst GR) met een eigen P&C-cyclus en periodieke verantwoording naar de bestuurders en raad. Voor PIOFACH-taken inkopen bij de GGD of bij een gemeente of bij de provincie of het waterschap. Provincie heeft voorkeur omdat die onpartijdig is en werkt met IV3. Deze ‘thuisorganisatie’ regelt dan huisvesting, ICT, HR-zaken et cetera.
Gemeenschappelijke Regeling voor Inkoop Jeugdhulp en Beschermd Wonen/Vrouwenopvang. Los van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. Budgetten centraal bij deze GR, maar daarbinnen aparte deelbegrotingen. Eén AB en DB. Daarin zouden dan zowel de wethouders Jeugd als de wethouders BW/Wmo moeten deelnemen. Variant op 6: per vakgebied een bestuurlijke commissie. Inkoopbureau Zeeland (niet perse een GR) inrichten voor Jeugdhulp + BW/MO, los van GGD. Concentratie GGD op volksgezondheid, preventie en positieve gezondheid. JGZ past daar goed bij, dus dat kan bij de GGD blijven. Variant inkoop Jeugdhulp: Lokale inkoop/contractering eenvoudige zorgvragen Jeugd (opvoedondersteuning). N.B. Maar ook: Geen knip in Jeugdhulp voor een lokaal deel en een regionaal deel. Lokaal moet vooral geïnvesteerd worden in het voorveld: preventie met Jeugd- en jongerenwerk, sport, cultuur et cetera. Voor inkoop Jeugdhulp is een duidelijke afbakening en omvang nodig. Dat vraagt regionaal niveau en zakelijke benadering.
| 32 | Samen aan het stuur
10. Variant op 9: Uit te voeren door een van de huidige samenwerkingsverbanden in de regio (te beoordelen door gemeente). 11. Variant op 9: Subregionale inkoop Jeugd (selectie aanbieders), contractering en administratie lokaal organiseren. 12. Variant op 6: Toevoegen beleid. Deze organisatie kan volstaan met drie of vier beleidsambtenaren die gespecialiseerd zijn in plaats van de dertien gemeenteambtenaren die het beleid erbij moeten doen. 13. Variant op 6 (meer langere termijn): GR Inkoop Sociaal Domein (incl. Wmo). AB en DB, één directeur, drie managers per domein (Jeugd, BW/MO en Wmo). 14. GR-light Jeugd opheffen en integreren in de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (via AB en DB). Inzet IJZ versmallen tot kerntaak inkoop en (beheren) contractering, geen adviserende rol bestuurscommissie. Bestuurscommissie opheffen. Taskforce Jeugd en Transformatiefonds Jeugd bij gemeenten beleggen. Idem PoHo Jeugd. 15. Variant op 14: Variant domein Jeugd binnen deze GR beleidsrijk maken door combinatie met bestaand team Jeugdgezondheidszorg. 16. Los van publieke of private organisatie: Instandhouding bevoegdheden gemeenten van beleid, toegang, t/m beschikking. Vanaf de beschikking regionaal samenwerken: inkoop, contractering, monitoring, facturen, administratie. Idem beleid bedrijfsvoering bij externe organisatie.
Toegang gemeenten standaardiseren wat betreft de informatie aan een GR of andere organisatie. 17. Variant op 16: Opdracht inkoop bij extern bureau geleid door manager (kleine en platte organisatie) en die legt verantwoording af aan in eerste instantie de managers van gemeenten; zo blijven bestuurders beter in hun rol. Werken met dienstverleningsovereenkomst. 18. Zelfstandig Bestuursorgaan, waarbij bestuurders meer op afstand en de dagelijkse coördinatie en sturing op de prestatie/resultaatafspraken van het ZBO door verantwoordelijke managers gemeenten plaatsvindt (dus belegd op ambtelijk niveau). 19. Als er bestuurlijk niet gekozen wordt voor een GR, dan het liefst een stichting of iets dergelijks die dit organiseert en waar de gemeenteraden zich toe verhouden. 20. Als gekozen moet worden voor een ‘centrumgemeente’/vestigingsgemeente is Goes voor BW logischer, omdat Emergis daar zit en omdat Vlissingen lastig is zolang die gemeente onder toezicht van de provincie staat. 21. Invoeren gewogen stemverhoudingen in besluitvorming. 22. Afvaardigen vertegenwoordiger raadscommissies gemeenteraden in een raadsklankbordgroep in een GR. 23. Jaarlijks directeur GR samen met betrokken wethouder proactief toelichting geven in raadscommissie. 24.
Voor de betrokkenheid van de raden bij monitoring en besluitvorming organiseren van periodieke bijeenkomsten (lokaal of subregionaal), zodat raadsleden geïnformeerd worden. 25. Een raadsklankbordgroep in elke gemeente. 26. Voorbereiding lokale besluitvorming via de OZO-overlegstructuur. Werken met vaste formats voor nota met ruimte voor enkele lokale kleuring.
| 33 | Samen aan het stuur
27. Benutten OZO-structuur ten behoeve van programma’s van eisen inkoop en accountgesprekken zorgaanbieders. Lokale beleidsambtenaren dus rol laten innemen in de inkoop. 28. Verdere versterking van het ZSSD dat een kapstok is met drie pijlers; gezondheid, jeugd en BW/MO. Voor alle nieuwe samenwerkingsvragen kan dit ZSSD gebruikt worden met een heldere rol voor de PMO en voorbereiding beleid door kernteams vanuit gemeenten en regieteams. Het ZSSD is voor de formele lijnen. Het OZO is een afstemmingsplatform, waar de geesten rijp gemaakt worden en waar ook externe partners kunnen aansluiten. 29. Beleidstaken (ontwikkeling) CZW-bureau kunnen naar gemeenten of naar een gastheergemeente. 30. Rol CZW-bureau op beleidsontwikkeling richten op adviserende en ondersteunende inbreng, maar geen rol in beleidsontwikkeling zelf (het maakproces). 31. Aanhaken CZW-bureau bij OZO-bureau (gemeente Goes werkgever). 32. Wat betreft de backoffice/HR/ICT et cetera is outsourcing een optie, want de organisatie is te klein om dit zelfstandig te doen. Onderbrengen bij de GGD heeft niet de voorkeur, dit kan ook bij een onafhankelijke organisatie of een marktpartij. 33.
Eén duidelijke structuur en één duidelijke plek voor alle nieuwe vragen rond samenwerking van waaruit een voorstel wordt gedaan of er wel of niet wordt samengewerkt en die samenwerking ook afbakent, zodat duidelijk is wat lokaal is en waar de regionale samenwerking over gaat en wie er verantwoordelijk is en waarvoor precies. Deze rol zou het PMO kunnen krijgen, omdat die ook kunnen inschatten wat het onderwerp vraagt aan ambtelijke capaciteit. In de Zeeuwse samenwerking zouden de subregio’s een rol kunnen spelen om taken/aandachtsgebieden te verdelen, zoals nu gebeurt in de samenstelling van het kernteam BW. De governance moet dienend zijn aan de inkoop. In enkele interviews is hierover aanvullend op bovenstaande scenario's een en ander benoemd. Het gaat dan om: 1. de wens, geuit vanuit het perspectief om meer te sturen op de kosten, een kleinere groep jeugdaanbieders te selecteren en te werken met hoofd- en onderaannemerschap; 2. werken conform het zogenaamde cafetariamodel voor de inkoop (basispakket afnemen, p/gemeente keuze voor een plus-pakket of daarnaast eigen aanbieders); 3. inkopen via SAS-procedure en dialooggericht aanbesteden; 4. zo min mogelijk ruimte voor maatwerkcontracten te leveren door zorgaanbieders Jeugd (inefficiënte inkoop, maatwerkcontracten kost tijd); 5. opnemen van kritische prestatie-indicatoren in contracten met zorgaanbieders Jeugd; 6.
contracteren via lumpsum en budgetplafonds.
| 34 | Samen aan het stuur
Bijlage 5 | Good practices Voor een vergelijking met andere regio’s hebben we gekeken naar wat relevant is om een eerlijke vergelijking te kunnen maken. We hebben daarbij gelet op: ● veiligheidsregio versus provincie; ● aantal inwoners; ● aanwezigheid van steden > 100.000 inwoners; ● aantal gemeenten; ● diversiteit binnen de regio. De meest logische vergelijking is een vergelijking op het niveau van de veiligheidsregio, omdat de samenwerking voor de GGD wettelijk vormgegeven wordt binnen dit verband. Voor Zeeland geldt dat de veiligheidsregio overeenkomt met de provincie. Nederland telt 25 veiligheidsregio’s waarvan Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland en Utrecht, net als Zeeland, samenvallen met de provincie.
Drenthe Drenthe lijkt van alle provincies getalsmatig het meest op Zeeland. Zeeland heeft ongeveer 385.000 inwoners en dertien gemeenten. Drenthe heeft ongeveer 495.000 inwoners en twaalf gemeenten. Net als in Zeeland is er ook in Drenthe geen stad die meer dan 100.000 inwoners heeft en Drenthe heeft evenmin een stad die wat betreft inwonertal met kop en schouders boven de andere uitsteekt. Voor de GGD is Drenthe één regio met een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waarin alle gemeenten participeren. Elke gemeente heeft één stem. Voor de Jeugdhulp hebben de twaalf gemeenten een samenwerkingsovereenkomst. De regio is opgedeeld in twee subregio’s: Noord-Midden Drenthe en subregio Zuid. De subregio’s zijn verantwoordelijk voor beleidszaken, inkoop, contractmanagement en monitoring op subregionaal niveau. Hoogeveen is de coördinerende gemeente. Deze gemeente ontvangt een vergoeding voor de taken. Beschermd Wonen (BW) is verdeeld over twee regio’s, waarvan Emmen en Assen de centrumgemeenten zijn. Deze regio-indeling is niet dezelfde als de verdeling in subregio’s Jeugd. In Drenthe wordt intensief samengewerkt in het verband van de Vereniging Drentse gemeenten, waar aan verschillende tafels afspraken worden gemaakt over samenwerking op concrete thema’s, bijvoorbeeld rond gezondheid en bewegen.
Zuid-Holland-Zuid Een andere interessante regio is Zuid-Holland-Zuid (ZHZ). Die regio is wat inwonertal betreft vergelijkbaar met Drenthe (485.000) en telt tien gemeenten. Deze regio heeft met Dordrecht wel een stad met meer dan 100.000 inwoners en verschilt daarmee van Zeeland en Drenthe.
| 35 | Samen aan het stuur
Deze regio heeft, net als Zeeland, de inkoop Jeugdhulp binnen de GGD-organisatie en onder de DPG gepositioneerd. In onderstaande afbeelding is aangegeven hoe de GGD ZHZ georganiseerd is (tien gemeenten):
In Zuid-Holland-Zuid is er sprake van een regio van tien samenwerkende gemeenten die de taken van de WPG en van de Jeugdwet (gedelegeerd) hebben ondergebracht in een Gemeenschappelijke Regeling voor de Dienst Gezondheid en Jeugd (DGJ). De GR functioneert als ‘verlengd lokaal bestuur’ en kent een algemeen bestuur van elf leden: elke gemeente heeft één lid + een onafhankelijk voorzitter die benoemd wordt door de gemeente Dordrecht. De voorzitter van het AB is tevens de voorzitter van het DB, dat naast de voorzitter maximaal drie leden telt, afkomstig uit het AB. De ambtelijk secretaris van de GR is de directeur DGJ. Deze dienst zet zich integraal in voor gezondheid in de regio en heeft daarvoor vier opgaven gedefinieerd: 1. Gezond en veilig opgroeien 2. Iedereen doet mee 3. Vitaal ouder worden 4. Gezonde leefomgeving, gezonde mensen Binnen opgave 1 is de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) ondergebracht, aangestuurd door de directeur SOJ. De SOJ voert gedelegeerd de taken uit van de Jeugdwet voor de tien gemeenten. Alle overige taken vallen onder de directeur DGJ. De leden van het AB zijn niet per se wethouders Jeugd en binnen het DB is de SOJ slechts een van de aandachtsgebieden van een van de DB-leden.
Door de positionering binnen de DGJ is er veel kennis in huis op het gebied van jeugd en gezondheid; ook Veilig Thuis, Jeugdpreventie (stichting Jeugdteams), onderwijs/leerplicht en publieke gezondheid worden binnen de DGJ uitgevoerd. De expertise en samenhang met Jeugdgezondheidszorg is separaat georganiseerd.
| 36 | Samen aan het stuur
BW/Maatschappelijke Opvang (MO) valt onder de Centrumregio Dordrecht. De regiogemeenten zijn, met uitzondering van Hoeksche Waard, dezelfde als in de samenwerking GGD en Jeugdwet. Er is – op dit moment – geen bestuurlijke relatie tussen de GR DGJ en BW/MO. Voordeel hiervan is de integraliteit op gezondheid en jeugd door de clustering van taken/aandachtsgebieden in de GR/samenwerking. Ook de jeugdteams vallen binnen de samenwerking. Nadeel hiervan is onduidelijkheid in de aansturing en verantwoording rond Jeugdhulp, vanuit de politiek bezien. Verlengd lokaal bestuur geldt wel voor de GR als geheel, maar is ingewikkeld vanuit de onderscheiden portefeuille Jeugdhulp.
Rotterdam-Rijnmond Getalsmatig is Rotterdam-Rijnmond niet te vergelijken met de regio Zeeland: vijftien gemeenten en 1,2 miljoen inwoners. Een vergelijking met deze regio is toch interessant, omdat deze regio ook de voormalige ‘eilanden’ Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee omvat en de geografische spreiding en de eigenheid hier speelt. In deze regio is weinig vanzelfsprekendheid wat betreft de samenwerking rond de verschillende (wettelijke) taken in het sociaal domein. Het is interessant om te kijken wat daarvan te leren valt voor de situatie in Zeeland. Een vergelijking is interessant, omdat deze regio de verschillende (wettelijke) taken apart georganiseerd heeft, terwijl de regio-indeling voor GGD en Jeugdhulp dezelfde is. Voor de GGD is een GR ingesteld waarvoor de vijftien gemeenten elk een collegelid benoemen - portefeuillehouder volksgezondheid. De GR kent een gewogen stemverhouding die is gebaseerd op het aantal inwoners van de betreffende gemeente. Binnen de GR worden afspraken gemaakt over de basistaken en plustaken. In de GR zijn heldere bepalingen opgenomen over de P&C-cyclus, rekening houdend met de zienswijzetermijnen van de gemeenteraden. De GR GGD heeft geen personeel in dienst. Personeel van de GGD is in dienst van de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam faciliteert ook andere voorzieningen zoals ICT.
Op het gebied van Jeugdgezondheidszorg is voor veertien gemeenten (zonder Capelle aan den IJssel) een stichting CJG opgericht. Deze stichting kent een Raad van Bestuur - Raad van Toezicht-model. Daarboven is de Raad voor het Publiek Belang het ‘hoogste gezagsorgaan’, waarin de veertien gemeenten vertegenwoordigd zijn door de wethouders Jeugd. De begrotings- en verantwoordingscyclus kent geen overlap met de GR GGD of de GR JR. Personeel is in dienst van de stichting CJG. Voor de taken die onder de Jeugdwet vallen is de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rotterdam-Rijnmond opgericht. Deze GR wordt gevormd door de vijftien gemeenten en zorgt voor de inkoop van de wettelijke taken Veilig Thuis en Jeugdbescherming/Jeugdreclassering en voor de inkoop van specialistische Jeugdhulp. De GR kent een gewogen stemverhouding, gebaseerd op het aantal kinderen < 18 in een gemeente, waarbij is afgesproken dat een gemeente nooit meer dan dertien stemmen heeft. Het AB wordt gevormd door vijftien wethouders Jeugd. Het DB wordt gevormd vanuit het AB en telt vijf leden: een vertegenwoordiger per subregio. De GR heeft vijf geografische subregio’s: Voorne-Putten/Goeree-Overflakkee, MVS, BAR, Rotterdam en CLK. Het personeel van de GRJR is in dienst van de gemeente Rotterdam en de gemeente Rotterdam faciliteert ook de andere voorzieningen, zoals ICT.
| 37 | Samen aan het stuur
Voor BW/MO/VO is de regio Rotterdam-Rijnmond verdeeld over drie centrumgemeenten. De regio Rotterdam (Rotterdam, BAR, CLK) overweegt voor de gedecentraliseerde BW-taken een GR waarin de middelen samengebracht worden en afspraken worden/zijn gemaakt over regionale spreiding van de doelgroep.
GGD Twente GGD Twente werkt voor veertien gemeenten, in totaal circa 630.000 inwoners. De GGD is onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid Twente. Er is een Algemeen en Dagelijks Bestuur (AB en DB) voor de GR. De GR richt zich op de belangen op de volgende terreinen: ● publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente; ● Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT); ● advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente (VTT). Er is een zogenaamde bestuurscommissie ingesteld voor de volgende onderwerpen: a. publieke gezondheid, genaamd bestuurscommissie Publieke Gezondheid; b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, genaamd bestuurscommissie OZJT; c. sociaaleconomische structuurversterking, genaamd bestuurscommissie Agenda van Twente. De Bestuurscommissie Publieke Gezondheid vormt het bestuur van GGD Twente. De bestuurscommissie heeft met betrekking tot haar taakveld de volgende taken en bevoegdheden: a. het opstellen van het ontwerp van de (meerjaren)begroting en jaarrekening, inclusief (beleids)toelichting alsmede het vaststellen van de productenraming en productenrealisatie, een en ander binnen de door het DB vast te stellen kaders en tijdsplanning; b. het verrichten van uitgaven binnen de door de AB vastgestelde begroting; c.
het verrichten van budgetbewaking met betrekking tot de door de AB vastgestelde begroting; d. het voorbereiden en uitvoeren van beleid. De bestuurscommissie Publieke Gezondheid is tevens bevoegd om een voordracht te doen aan het AB voor het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur Publieke Gezondheid alsmede een voordracht aan het DB voor het benoemen van een plaatsvervangend directeur De GGD wordt gestuurd door een directeur; de afdelingen worden gestuurd door hoofden. De afdelingen binnen de GGD zijn: Algemene Gezondheidszorg (AGZ), Jeugdgezondheid en de centrale Stafafdeling. In totaal gaat het om circa 325 medewerkers. Bij de GGD Twente is de Inkoop Jeugdhulp onderdeel van dezelfde GR. In Twente wordt inkoop niet beleidsarm ingezet. Hier is juist een richting ingezet waarbij in de toegang ingezet wordt op de samenwerking met de Jeugdgezondheidszorg (binnen GGD) om aan de voorkant bijvoorbeeld ook laagdrempelige opvoedondersteuning via JGZ mee te nemen vanuit de wens zwaardere zorg te voorkomen. Dit is verder niet onderzocht, omdat het buiten de scope van de opdracht valt.
| 38 | Samen aan het stuur
Bijlage 6 | Formele mogelijkheden tot regionale samenwerking Indien het wenselijk is om de samenwerking te verankeren in een meer formele en wettelijke vorm, zijn deze varianten mogelijk (bron: website VNG): 1. Regeling Zonder Meer De ‘Regeling Zonder Meer’ vloeit voort uit artikel 1 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). Er wordt dan binnen de Wgr samengewerkt, zonder gebruik te maken van de mogelijkheden van het Openbaar Lichaam, Gemeenschappelijk Orgaan of de centrumgemeente. De ‘Regeling Zonder Meer’ is een lichte vorm van samenwerking tussen gemeenten, waar delegeren en mandateren niet aan de orde is. Denk hierbij aan convenanten, intentieovereenkomsten, bestuursafspraken en dergelijke. Daarin wordt de intentie tot samenwerking geregeld, evenals het doel, de aard en de wijze waarop deze zal plaatsvinden. De ‘Regeling Zonder Meer’ wordt in werking gesteld door een overeenkomst tussen gemeenten. 2. Centrumgemeente De constructie van de centrumgemeente is eveneens gebaseerd op de Wgr. De deelnemers komen overeen dat bevoegdheden van een bestuursorgaan van de ene gemeente worden uitgeoefend door een bestuursorgaan van de andere gemeente. Het ene gemeentebestuur mandateert dus bestuursbevoegdheden aan het andere. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziet in artikel 10.4 in mandatering aan niet-ondergeschikten.
Voor elk onderdeel dat in mandaat gegeven wordt, moet dan expliciet toestemming gegeven worden (door de mandaatgever). Bij een centrumgemeenteconstructie hoeft niet voor elk onderdeel expliciet toestemming gegeven te worden door de mandaatgever. Daarmee is deze constructie eenvoudiger en relatief makkelijk te organiseren. 3. Gemeenschappelijk Orgaan Een gemeenschappelijk orgaan is een lichtere vorm van samenwerking op basis van de Wgr, met een beperkte rechtspersoonlijkheid. Personeel moet daardoor altijd in dienst zijn van één of meer van de deelnemers. Een gemeenschappelijk orgaan heeft alleen een Dagelijks Bestuur (DB), zodat sterkere sturing vanuit de afzonderlijke gemeenten vereist is. Aan een gemeenschappelijk orgaan kunnen geen regelgevende bevoegdheden worden gedelegeerd en het kan geen eigen personeel in dienst nemen. 4. Bedrijfsvoeringsorganisatie De bedrijfsvoeringsorganisatie is een nieuwe lichte samenwerkingsvorm in de Wgr. De belangrijkste verandering is de introductie van een enkelvoudig bestuur in plaats van een geleed bestuur. Op die manier wordt bestuurlijke drukte deels voorkomen, en wordt de aansturing van de bedrijfsvoeringsorganisatie eenvoudiger. De bedrijfsvoeringsorganisatie kan uitsluitend worden ingesteld bij zogenaamde collegeregelingen; regelingen waaraan uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders (of gedeputeerde staten resp.
het dagelijks bestuur van een waterschap) deelnemen.
| 39 | Samen aan het stuur
5. Openbaar Lichaam Een openbaar lichaam is de meest gebruikte vorm van publiekrechtelijke samenwerking op basis van de Wgr. Van de vier samenwerkingsvormen binnen de Wgr is dit de meest uitgebreide. Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid, zodat het zelfstandig kan optreden in het maatschappelijk verkeer. Een openbaar lichaam kan contracten en convenanten aangaan, eigen personeel in dienst nemen, fondsen beheren en zelfs een publiek of privaat samenwerkingsverband oprichten. Personeel dat overgaat van een gemeente naar een openbaar lichaam behoudt de ambtenarenstatus. Een openbaar lichaam heeft een Algemeen Bestuur (AB) én een DB. Gemeenten die deelnemen aan een openbaar lichaam kunnen taken en bevoegdheden delegeren aan het openbaar lichaam. In principe kunnen vrijwel alle taken worden overgedragen, zowel raadstaken als collegetaken. Voor uitvoerende taken is het openbaar lichaam vaak een relatief zware vorm, maar wel noodzakelijk in verband met de rechtspersoonlijkheid. Dit wordt soms als nadeel ervaren.
| 40 | Samen aan het stuur
| 41 | Samen aan het stuur
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon april 2022 Classificatie
:
Strikt Vertrouwelijk
Naam adviseurs
:
● ● ● ● ●
Projectnummer
:
PO025941
| 42 | Samen aan het stuur
Yvonne Bieshaar Mariette van Leeuwen Marjan Pols Ankie van Tatenhove Marco Wilke