CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

91b. Rapport IPR Normag onderzoek Inzamelsystemen

Raadsvergadering 25 mei 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken (LIS) 25 mei 202114.561 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Lage frequentie restafval

Omgekeerd inzamelen

Nascheiding

Verschillende routes zijn denkbaar, en monden uiteindelijk uit in de combinatie van alle mogelijke Routes waarbij serviceprikkels instrumenten die in onderling samenhang worden ingezet. worden toegepast zijn niet goed toepasbaar. Diftar op basis van gewicht wordt wel toepasbaar geacht. Verwacht wordt dat de afvalbeheerprestaties in de richting van de VANG-ambities bewegen. Verdere reductie van het huishoudelijk restafval met 70 Verdere reductie huishoudelijk restafval tot 30 - 100 kg/inw. per jaar kg/inw. tot 125 - 180 kg/inw.

Voor de gemeenten die PMD aan de bron scheiden met de verschillende ‘hoofdsystemen' wordt rekening gehouden met eenzelfde langetermijnperspectief. Daarbij worden alle beschikbare beleidsinstrumenten optimaal en in samenhang ingezet: diftar, serviceprikkels, communicatie/participatie en handhaving. Voor de gemeenten die nascheiden wordt als aanvulling op het ‘hoofdsysteem’ ook diftar toegepast. Er zijn in de praktijk weinig ervaringen beschikbaar van ‘nascheidingsgemeenten’ die diftar op basis van gewicht toepassen. Op basis van de ervaringen met diftar in het algemeen houdt IPR Normag rekening met een verdere reductie van het huishoudelijk restafval (primair door meer scheiding van grondstoffen) van circa 70 kg/inw. per jaar. Het effect van diftar op de jaarkosten wordt budgetneutraal geprognosticeerd5 Tot slot Zoals gezegd loopt het contract van de O.L.A.Z. gemeenten voor de restafvalverwerking bij AVR af per 31-12-2022. Bij het uitoefenen van de optie tot verlenging dient elke gemeente een keuze te maken of dit met of zonder nascheiden van het PMD uit restafval is. Het voorliggende onderzoeksrapport biedt daartoe inzicht in huidige inzamelsystemen en te verwachten perspectieven, met of zonder nascheiding. Zodoende worden in dit onderzoeksrapport de perspectieven van alle inzamelsystemen in Zeeland naast elkaar gezet, en worden handvatten geboden voor richtinggevende keuzes.

5 Zie hiervoor het onderzoeksrapport Mogelijke (beleids)instrumenten en maatregelen in afvalbeheerbeleid

voor behalen VANG-doelstellingen: verkenning van mogelijke manieren, middelen en prikkels om de VANGdoelstellingen te halen en het daartoe te verwachten gedrags- en daarmee milieueffecten, financiële consequenties en het geboden serviceniveau d.d. 10 maart 2021. IPR Normag in opdracht van de gemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

28/47

Bijlagen

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

29/47

Diftar Hoe werkt het in algemene zin Tariefdifferentiatie (of milieubijdrage) is een beleidsinstrument dat wordt ingevoerd om inwoners financieel te prikkelen restafval te voorkomen en meer grondstoffen te scheiden. Naast een basistarief voor elk huishouden wordt het aanbieden van huishoudelijk restafval variabel beprijsd. Voor het gescheiden aanbieden van grondstoffen geldt geen aanvullend variabel tarief. Het betreft een negatieve prijsprikkel: het tarief is hoger naarmate meer (ongescheiden) restafval wordt aangeboden. Andersom kan ook worden beredeneerd dat sprake is van een positieve prijsprikkel wanneer een inwoner minder en/of minder vaak restafval aanbiedt. De figuur (peiljaar 2019) laat zien welke gemeenten een diftar systeem hanteren. Gemeenten hanteren verschillende grondslagen voor het bepalen van het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Het meest voorkomend is de negatieve prijsprikkel: het tarief is hoger naarmate meer (ongescheiden) restafval wordt aangeboden. Andersom kan ook worden beredeneerd dat sprake is van een positieve prijsprikkel wanneer een inwoner minder en/of minder vaak restafval aanbiedt.

Grondslag en opbouw prijs Er zijn verschillende grondslagen mogelijk voor diftar: • Volume Het tarief dat een inwoner moet betalen is afhankelijk van het volume (van de container) van het aangeboden restafval; • Frequentie Het tarief dat een inwoner moet betalen is afhankelijk van het aantal keer dat restafval wordt aangeboden; • Gewicht Het tarief dat een inwoner moet betalen is afhankelijk van het gewicht van het aangeboden restafval. Bij het bepalen van de verhouding tussen het basistarief en het variabele tarief moet goede notitie worden genomen van de prijsgevoeligheid van de inwoners (prijselasticiteit). Het tarief voor een lediging moet niet dermate hoog worden dat ongebreideld ontwijkgedrag ontstaat. Is een gemeente geschikt voor diftar? De lokale context van een gemeente bepaalt de complexiteit voor het beheersbaar maken en houden van een diftar-systeem. Dit betreft voornamelijk de complexiteit van (sterk) stedelijke gemeenten waarbij sprake is van veel verschillende nationaliteiten (mensen moeten het systeem kunnen begrijpen, waarbij taal en communicatie een issue en een aanzienlijke

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

30/47

uitdaging is) of relatief grote doorstroming (bijvoorbeeld expats, studenten) waardoor het complex is om (nieuwe) inwoners uit te leggen hoe een diftar-systeem werkt en wat van hen wordt verwacht. Tot slot kan het technisch moeilijk zijn om ontwijkroutes te dichten. En tevens is de keuze voor wel of geen diftar een politiek-bestuurlijke keuze. Het primaat voor de keuze voor het toepassen van diftar in een gemeente ligt bij de lokale politiek c.q. de gemeenteraad.

Voor- en nadelen van diftar Belangrijkste voorde-

Diftar heeft een bewezen effect wat betreft restafvalreducties. De landelijke afvalcijfers

len

van Nederlandse gemeenten spreken voor zich: in 2019 hebben inwoners in niet-diftar gemeenten gemiddeld circa 182 kg fijn huishoudelijk restafval (CBS, 2020) per persoon ingezameld, en inwoners in diftar gemeenten gemiddeld circa 94 kg per persoon. (Bron IPR Normag onderzoek diftar). Diftar wordt gezien als een rechtvaardig tariefsysteem. Huishoudens die weinig (rest)afval aanbieden betalen minder voor het gemeentelijk afvalbeheer. Inwoners hebben invloed op hun afvalstoffenheffing. Eventuele aanvullende rijksbelasting op het verbranden van restafval kan door middel van een diftar-systeem worden doorberekend aan de aanbieders van restafval. Kosten efficiëntie. Het toepassen van diftar draagt bij aan de kostenefficiëntie van het gemeentelijk huishoudelijk afvalbeheer. Verwerkingskosten van restafval zijn lager en restafvalcontainers worden minder vaak (halfleeg) aangeboden.

Belangrijkste nadelen

Gemeenten die niet kiezen voor diftar doen dit vaak bij onvoldoende draakvlak onder

of aandachtspunten

de bevolking. Of omdat er een te groot risico is op vervuiling van de overige grondstofstromen of bijplaatsingen in de openbare ruimte. Deze fenomenen beperken zich niet tot diftar-gemeenten, maar zonder goede communicatie en zorgvuldige voorbereiding van diftar kan dit aan de orde zijn. In sommige gemeenten (met name grotere steden) met een grote doorstroom van (meertalige) inwoners is het systeem moeilijker te communiceren. Dit vergroot het risico op ontwijkgedrag en bijplaatsingen. Door prijsprikkels worden mensen gestuurd naar ‘gewenst’ gedrag. Er kan politieke terughoudendheid zijn voor dergelijke overheidsmaatregelen. Inwoners moeten een reële mogelijkheid hebben om hun restafvalstroom te beïnvloeden, anders wordt een variabel tarief als oneerlijk ervaren. Er is voor bijvoorbeeld medisch afval of bij luier- en incontinentiemateriaal niet altijd een voorziening om dit gescheiden aan te bieden. Hier kunnen maatwerkoplossingen voor worden opgezet, zoals een gedeeltelijke vrijstelling. Te veel uitzonderingen en maatwerkconstructies zorgen wel voor een grote complexiteit in de communicatie en tariefberekening. De verhouding tussen het vaste en variabele tarief is een belangrijke graadmeter voor succes. Het variabele tarief moet voldoende hoog zijn om inwoners te motiveren, maar niet te hoog.

Bij een sterke restafvalreductie moeten veel vaste kosten van het gehele afvalbeheer wel gedekt worden. Door deze grondslagerosie moet of het vaste tarief omhoog (nadeel minder invloed), of het variabele deel stijgt fors (nadeel: variabel tarief wordt maatschappelijk onaanvaardbaar).

Voorwaarden

Een belangrijke voorwaarden is dat de gemeentelijke adressenadministratie en de koppeling met de belastingsystemen op orde moet zijn en blijven.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

31/47

Financiën

Belangrijke investeringen bij de invloed van diftar zijn chips voor in (nieuwe) minicontainers en uitleessystemen op de voertuigen. Ondergrondse containers moeten geschikt zijn of worden gemaakt voor paslezers. Voor een diftar-systeem op gewicht zijn aanvullende investeringen in weegsystemen nodig. Daarnaast zijn kosten voor communicatie en facturatie (licht) hoger door het diftar-systeem. Ondanks deze kostenverhogingen is door sterke restafvalreductie en daardoor lagere verwervingskosten het meerjarig financieel perspectief toch gunstig.

Service effecten

De prijsprikkel op zichzelf heeft geen invloed op de geboden service. Wel zal de aanbiedfrequentie van restafval naar verwachting lager zijn en die van grondstoffen hoger. Hierdoor is het vaak opportuun om de inzamelfrequenties hierop aan te passen.

Perspectief optimaliseren binnen huidig systeem Bij diftar gemeenten blijft de restafvalprestatie de eerste jaren na implementatie dalen, totdat een nieuw stabiel niveau is bereikt. De grootte van het effect hangt ook af van de overige maatregelen. De prijsprikkel alleen heeft een effect op de afvalprestatie, maar dit effect wordt veel sterker als dit gepaard gaat met een brede beleidsaanpak, met daarin extra communicatie, goede voorzieningen voor verschillende grondstoffen. Het diftar-systeem zelf kan verder geoptimaliseerd worden door het finetunen van de verhouding van het vaste en variabele tarief. Dit kan ook betekenen dat ‘positieve prijsprikkels’ worden geïntroduceerd; inwoners belonen voor het aanbieden van grondstoffen. Landelijke kengetallen en financieel effect Gemeenten met een geoptimaliseerd diftar-systeem hebben gemiddeld lage hoeveelheden restafval per inwoner. In niet stedelijk gemeenten is dit circa 80 kg/inwoner. In stedelijke gemeenten circa 130 kg/inwoner6. In de tabel is ook een bandbreedte van de prestaties van deze gemeenten aangegeven. Versie 2020: 07 Kg restafval per inwoner

Gemeenten Diftar (vol.freq.), niet stedelijk

Introductiejaar systeem

Huidig '20 (incl.grof) 212

Goes

2019

197

Kapelle

2016

178

Schouwen-Duiveland

2018

205

Veere

2022

269

Diftar (vol.freq.), stedelijk Middelburg (Z.)

225 2021

Landelijk kengetal 55 a 100

Perspectief 80

115 a 160

130

225

En dergelijke ‘geoptimaliseerde’ prestatie kan voor het merendeel van de gemeenten leiden tot een forse reductie aan afvalverwerkingskosten. Ter toelichting: op basis van de huidige afvalcijfers en verwerkingstarieven betaalt de gemeente Goes € 65,- per huishouden aan verwerkingskosten (opgebouwd uit kosten, opbrengst voor waardestromen, Nedvang vergoeding en restafvalbelasting). Met de afvalprestaties van ‘best practice’ gemeenten

6 Restafvalprestaties hangen in sterke mate af van stedelijkheid (CBS classificatie gaat van 1-5) . In dit overzicht be-

noemen we stedelijkheidskasse 1 en 2 als ‘stedelijk’ en stedelijkheidsklasse 3,4 en 5 als ‘niet stedelijk’.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

32/47

(optimalisatie) zijn deze verwerkingskosten € 30,- per huishouden, een afname van € 35,-.

Van belang is wel: In gemeenten met een goede afvalprestatie is voldoende controle op het mengen van (oneigenlijk) bedrijfs- en recreatieafval in de huishoudelijke afvalstroom. Bovenstaande calculatie raamt het verschil in verwerkingskosten, afhankelijk van de huidige situatie zal ‘optimalisatie’, dus diftar met een stevige set aan samenhangende, flankerende maatregelen ook extra kosten met zich meebrengen.

Perspectief verdere doorontwikkeling bij startpunt diftar Diftar past in de internationale trend van het verder belasten van (het gevolg van) consumptie in plaats van arbeid. Het beleidsprincipe van ‘de vervuiler betaald’ kan op termijn de standaard worden in de afvalstoffenheffing. Afhankelijk van de bredere ontwikkelingen in het afvalbeheer kan wel de technische invulling veranderen, nog specifieker op het doorbelasten van recycling kosten en opbrengsten. Routes en combinaties Diftar, frequentieverlaging en omgekeerd inzamelen lijken wat betreft de beleidsprincipes op elkaar. Vanuit een huidige diftar-situatie zijn twee routes mogelijk om de VANG-ambitie te benaderen: 

Doorgaan met bronscheiden van PMD met frequentieverlaging en/of omgekeerd inzamelen met prijsprikkel;

Invoeren van diftar op gewicht en nascheiden van PMD.

Deze routes worden in het figuur zichtbaar gemaakt. De omvang van de ‘bol’ geeft een indicatie van de omvang van de investeringen. Met name bij ‘optimalisatie’ kan deze investering sterk verschillen, voor een aantal gemeenten gaat optimaliseren op het (verder kostenloos) finetunen van het huidige beleid. Voor andere gemeenten is investeren in diverse flankerende maatregelen noodzakelijk om een vergelijkbare restafvalreductie als de ‘best practise gemeenten’ te behalen.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

33/47

Frequentieverlaging gaat eigenlijk vanzelf. Inwoners bieden minder restafval aan waardoor de minicontainers minder vaak worden aangeboden en/of niet vol worden aangeboden. Door het aantal inzamelmomenten voor het restafval te verlagen worden er weer (volle) containers aangeboden. De inzameling wordt hierdoor efficiënter. Diftar en omgekeerd inzamelen kan goed samen (door middel van pasjes op OC) – resultaat is vaak een nog grotere restafvalreductie. Bij diftar en omgekeerd inzamelen worden er (ondergrondse) verzamelcontainers met toegangscontrole voor restafval in de wijken geplaatst. Inwoners betalen voor het wegbrengen van het restafval. Grondstoffen (GFT, PMD en oud papier) worden met minicontainers aan huis opgehaald. In ruime woonwijken, lintbebouwing en/of buitengebied wordt een 4e minicontainer voor restafval toegepast. Nascheiding van PMD en laagfrequent- of omgekeerd inzamelen is niet te combineren. Diftar in combinatie met het nascheiding van het PMD kan wel, maar is complex in de communicatie want ook het aangeboden PMD wordt ‘beprijsd’. De combinatie kan wel, maar dan op basis van ‘gewicht’ (dit is dan een stimulans voor het scheiden van GFT).

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

34/47

Frequentieverlaging restafval Hoe werkt het in algemene zin In gemeenten waarin gestuurd wordt op frequentie worden grondstoffen vaker ingezameld en restafval minder vaak. Op die manier wordt het inwoners makkelijk gemaakt om grondstoffen aan te bieden. Een lagere inzamelfrequentie voor restafval is een stimulans voor betere afvalscheiding, maar is meestal een gevolg van een breder succesvol afvalbeleid.

Voor- en nadelen van frequentieverlaging restafval Belangrijkste voorde-

De maatregel is minder ‘controversieel’ dan prijsprikkels of omgekeerd inzamelen. Ook

len

is deze per direct in te voeren. Het past in een beleid waarin hoogfrequente service op grondstoffen wordt geboden en laagfrequente service op restafval, zonder dat restafval weggebracht hoeft te worden.

Belangrijkste nadelen

De maatregel moet samenhangen met veel ‘aanvullend’ beleid voor grote reductie rest-

of aandachtspunten

afval. De maatregel op zichzelf leidt meestal niet tot een grote restafvalreductie. Bij (zeer) laagfrequent, bijvoorbeeld 1x per 6 weken, moeten inwoners een alternatief hebben als een inzameling niet gelukt is door bijvoorbeeld de uitval van een voertuig of vergeten aanbieding door inwoners. Inwoners kunnen andere routes zoeken (bijvoorbeeld bedrijfsafval) om toch regelmatig van restafval af te komen.

Financiën

Er zijn geen investeringen nodig om de frequenties aan te passen. Afhankelijk van de verdere keuzes kunnen logistieke kosten toe- of afnemen. Inwoners bieden naar verwachting minder vaak (halflege) containers aan.

Service-effecten

Service op grondstoffen wordt hoger en de service op restafval wordt lager.

Voorwaarden

Mede door overige maatregelen moet afvalscheiding toenemen, anders kan er niet laagfrequent worden ingezameld.

Perspectief bij optimaliseren binnen het systeem Drie gemeenten sturen op een lagere inzamelfrequentie voor restafval en een hogere frequentie voor grondstoffen. Tholen heeft het systeem sinds 2017, Hulst sinds 2019 en Sluis zeer recent (2021). Verdere optimalisatie van het frequentiesysteem is mogelijk. Afhankelijk van de (gemiddelde) afvalscheiding kan de inzamelfrequentie voor restafval naar zeer laag (bijvoorbeeld 1x per 6 weken). Gemeenten met een geoptimaliseerd frequentiesysteem hebben gemiddeld lage hoeveelheden restafval per inwoner. De bandbreedte ligt tussen de 120 kg en 160 kg per inwoner. Laagfrequent inzamelen wordt vooral toegepast in landelijke gebieden, met voorafgaand aan de maatregel al een relatief goede afvalscheiding.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

35/47

Versie 2020: 07 Kg restafval per inwoner

Gemeenten Lage frequentie restafval

Introductiejaar systeem

Huidig '20 (incl.grof) 248

Hul st

2019

193

Sluis

2021

347

Tholen

2017

203

Landelijk kengetal 120 a 160

Perspectief 147

En dergelijke ‘geoptimaliseerde’ prestatie kan voor het merendeel van de gemeenten leiden tot een forse reductie aan afvalverwerkingskosten. Ter toelichting: op basis van de huidige afvalcijfers en verwerkingstarieven betaalt de gemeente Hulst € 74,- per huishouden aan verwerkingskosten (opgebouwd uit kosten, opbrengst voor waardestromen, Nedvang vergoeding en restafvalbelasting). Met de afvalprestaties van ‘best practice’ gemeenten (optimalisatie) zijn deze verwerkingskosten € 47,- per huishouden, een afname van € 28,-.

Van belang is wel: in gemeenten met een goede afvalprestatie is ook voldoende controle op het mengen van (oneigenlijk) bedrijfs- en recreatieafval in de huishoudelijke afvalstroom noodzakelijk. Bovenstaande calculatie raamt het verschil in verwerkingskosten, afhankelijk van de huidige situatie zal ‘optimalisatie’, dus laagfrequent inzamelen met een stevige set aan samenhangende, flankeren maatregelen ook extra kosten met zich meebrengen.

Perspectief verdere doorontwikkeling bij startpunt frequentieverlaging restafval Vanuit een huidige frequentieverlaging restafval situatie zijn twee routes mogelijk om de VANG-ambitie te benaderen: -

Doorgaan met bronscheiden van PMD met invoeren diftar en/of omgekeerd inzamelen met prijsprikkel.

-

Invoeren van diftar op gewicht en PMD nascheiden uit restafval.

Deze routes worden in de figuur zichtbaar gemaakt. De omvang van de ‘bol’ geeft een indicatie van de omvang van de

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

36/47

investeringen. Met name bij ‘optimalisatie’ kan deze investering sterk verschillen, voor een aantal gemeenten gaat optimaliseren over het (verder kostenloos) finetunen van het huidig beleid. Voor andere gemeenten is investeren in diverse flankerende maatregelen noodzakelijk om een vergelijkbare restafvalreductie als de ‘best practice’ gemeenten. In de verdere doorontwikkeling is dus de keuze voor nascheiden een belangrijke factor. Diftar is een logische keuze in het verder beperken van de hoeveelheid restafval. Het is een gangbare route om eerst diftar in te voeren voordat omgekeerd inzamelen wordt ingevoerd. In bijlage 1 over diftar worden voordelen en kanttekeningen verder uitgewerkt.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

37/47

Omgekeerd inzamelen Hoe werkt het in algemene zin Het invoeren van ‘omgekeerd inzamelen’ is een instrument waardoor inwoners door middel van voorzieningen worden gestimuleerd om goed afval te scheiden. Het aan huis inzamelen van restafval wordt daarbij gestaakt. De inzameling van plastic en drankenkartons wordt juist extra makkelijk gemaakt door deze frequenter in te zamelen. De inzamelfrequenties van de grondstoffen zoals GFT en PMD die aan huis worden opgehaald worden verhoogd naar tweemaal per maand zodat inwoners maximaal worden gefaciliteerd om deze stromen gescheiden aan te bieden. Het ‘beetje’ restafval dat uiteindelijk resteert moet worden weggebracht naar een ondergrondse verzamelcontainer. De maximale loopafstand naar een ondergrondse container en het aantal huishoudens dat van één container(locatie) gebruik gaat maken zal nader moeten worden onderzocht. Om een beeld te schetsen: indien een huishouden door preventie en scheiding van grondstoffen nog maar 50 tot 100 kg restafval per inwoner per jaar produceert, dan zullen bij benadering per week 0,5 tot maximaal 2 zakken per week moeten worden weggebracht. Voor de huishoudens in het buitengebied (vaak circa 10% van de huishoudens) is het wegbrengen van het restafval naar een verzamelcontainer niet mogelijk.

Daarom zal bij huishoudens in het buitengebied het restafval nog wel met een minicontainer aan huis worden (met een lage frequentie) geleegd.

Voor- en nadelen van omgekeerd inzamelen Belangrijkste voorde-

In het systeem van omgekeerd inzamelen is er een duidelijke (fysieke) scheiding van

len

restafval en grondstoffen. Het maakt restafval van de standaard, de ‘uitzondering’ waar meer moeite voor gedaan moet worden. Gemeenten die omgekeerd inzamelen invoeren laten na implementatie ook een restafvalreductie zijn.

Belangrijkste nadelen

Net als bij diftar hangt de mate van effect af van de intensiteit van de prikkel. Bij grote

of aandachtspunten

loopafstanden naar ondergrondse containers is de prikkel om afval te scheiden het grootst. Bij onvoldoende draagvlak, intrinsieke motivatie en communicatie hierover kan het voor inwoners aantrekkelijk zijn om hun restafval ook in de grondstoffencontainers te mengen.

Financiën

Een grote investeringen in ondergrondse containers (met paslezer) is een grote kostenpost bij inzameling. Met name in gemeenten met (nu nog) grote hoeveelheden restafval moeten er veel containers geplaatst worden. Dit is voor sommige gemeenten de aanleiding om eerst diftar in te voeren, om zo al een grote restafvalreductie te realiseren.

Service effecten

De service op grondstoffen wordt vergroot, inwoners hebben meer mogelijkheden om grondstoffen aan te bieden. De service op restafval wordt verlaagd.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

38/47

Voorwaarden

Het wegbrengen van restafval naar ondergrondse containers is niet mogelijk in buitengebieden. Hier kan worden gekozen om de restafvalcontainer te behouden, maar laagfrequent in te zamelen. In deze gebieden, en in binnensteden waar restafval altijd al weggebracht werd is de verandering en dus ook het prikkeleffect minder groot.

Perspectief optimaliseren huidige keuze (invoeren omgekeerd inzamelen) De gemeente Vlissingen experimenteert met ‘wegbrengen’ van restafval, maar heeft eigenlijk nog geen keuze gemaakt voor een systeem. Vanuit de proef met wijkcontainers ligt het invoeren van omgekeerd inzamelen voor de hand. Het perspectief gaat daarom uit van het invoeren van omgekeerd inzamelen. Bij het licht optimaliseren van het huidige systeem zonder omgekeerd inzamelen is geen trendbreuk in de hoeveelheid restafval te verwachten. Gemeenten met een geoptimaliseerd omgekeerd inzamelsysteem hebben gemiddeld lage hoeveelheden restafval per inwoner. Dit is de bandbreedte ligt tussen de 150 en 175 kg per inwoner. Omgekeerd inzamelen wordt vooral toegepast in stedelijke gebieden, hier is wegbrengen van restafval goed mogelijk. Daarnaast is het een duidelijke trendbreuk met het traditionele ophalen van restafval Versie 2020: 07 Kg restafval per inwoner

IntroductieGemeenten jaar systeem Wijkcontainers / omgekeerd inzamelen Vlissingen

Huidig '20 (incl.grof) 344

proef

Landelijk kengetal 150 a 175

Perspectief 161

344

En dergelijke ‘geoptimaliseerde’ prestatie kan voor Vlissingen leiden tot een forse reductie aan afvalverwerkingskosten. Ter toelichting: op basis van de huidige afvalcijfers en verwerkingstarieven betaalt de gemeente € 90,- per huishouden aan verwerkingskosten (opgebouwd uit kosten, opbrengst voor waardestromen, Nedvang-vergoeding en restafvalbelasting). Met de afvalprestaties van ‘best practice’ gemeenten (optimalisatie) zijn deze verwerkingskosten € 53,- per huishouden, een afname van € 37,-. Dit gaat nadrukkelijk om een vergelijking van de verwerkingskosten. Het invoeren van omgekeerd inzamelen leidt tot een investering in ondergrondse containers en bijbehorende kapitaalslasten.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

39/47

Van belang is wel: in gemeenten met een goede afvalprestatie is ook voldoende controle op het mengen van (oneigenlijk) bedrijfs- en recreatieafval in de huishoudelijke afvalstroom.

Perspectief verdere doorontwikkeling van omgekeerd inzamelen In Vlissingen liggen nog de meeste routes open. Vanuit de huidige (proef) situatie met wijkcontainers voor restafval zijn drie routes mogelijk om de VANG-ambitie te benaderen: 

Bronscheiden van PMD, wegbrengen van restafval (omgekeerd inzamelen) met of zonder prijsprikkel (groene route);

Gebruik van minicontainers; bronscheiden van PMD aangevuld met frequentieverlaging van het restafval en diftar (blauwe route);

Stoppen met bronscheiden PMD, PMD nascheiden uit het restafval en diftar op gewicht met minicontainers voor restafval (oranje route).

Deze routes worden in de figuur zichtbaar gemaakt. De omvang van de ‘bol’ geeft een indicatie van de omvang van de investeringen en het effect. ’Optimalisatie’ gaat uit van het verder doorontwikkelen van de proef met wijkcontainers. Volgende stap (in de groene route) is omgekeerd inzamelen. Keuze bronscheiden van PMD met omgekeerd inzamelen met of zonder prijsprikkel Vanuit de situatie met wijkcontainers voor het restafval ligt het invoeren van omgekeerd inzamelen voor de hand. Omgekeerd inzamelen kan worden gecombineerd met diftar, deze combinatie heeft het sterkste effect. Omgekeerd inzamelen gaat automatisch samen met veranderingen in de servicefrequentie van grondstoffen. In gebieden (ruimte woonwijken c.q. buitengebied) waar restafval niet weggebracht, wordt restafval met minicontainers laagfrequent ingezameld. Voor het plaatsen van vele ondergrondse containers kan de voorbereiding en implementatie 2-4 jaar duren. Vaak wordt gekozen voor een ‘wijk voor wijk’ implementatie. Als het wegbrengsysteem wordt gecombineerd met diftar moeten de ondergrondse containers worden toegerust met een paslezer. Vlissingen kan ook kiezen voor het doorgaan met bronscheiden, maar ook restafval met minicontainers inzamelen (de oranje route). PMD nascheiden uit het restafval en diftar op gewicht met minicontainers voor restafval Omgekeerd inzamelen en nascheiden van PMD is geen optie.

Restafval met daarin het

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

40/47

(volumineuze) PMD moet worden gebracht naar wijkcontainers op enige loopafstand. Groot aantal ondergrondse containers is nodig om de hoeveelheid restafval en PMD te kunnen verzamelen. Nascheiding is wel te combineren met een diftar-systeem op gewicht en gebruik van minicontainers. In dit systeem moeten alle (daarvoor geschikte) woningen weer worden toegerust met een (gechipte) minicontainer. De wijkcontainers voor restafval hebben waarschijnlijk niet genoeg capaciteit voor de gecombineerde PMD en restafvalstroom.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

41/47

Nascheiding Hoe werkt het in algemene zin Nascheiden alleen een optie voor PMD Nascheiden heeft uitsluitend betrekking op PMD. De andere stromen zoals oud papier, glas, GFT en textiel worden met het oog op de kwaliteit en recyclebaarheid gewoon zo veel als mogelijk aan de bron (door inwoners) gescheiden aangeboden en ingezameld. Over het belang van het scheiden aan de bron van deze grondstofstromen bestaat bij zowel gemeenten als afvalverwerkers en recyclingbedrijven geen verschil van inzicht. De grondstofstroom PMD moet overigens wel in perspectief worden gezien. Op basis van sorteeranalyses waarbij de samenstelling van het huishoudelijk restafval wordt onderzocht, in combinatie met de hoeveelheden ingezameld of nagescheiden PMD, wordt geconcludeerd dat het aandeel van PMD in de totale stroom afval- en grondstoffen van huishoudens slechts 40 kg per inwoner bedraagt. Het aandeel van GFT bedraagt 217 kg/inw. (scheidingspercentage 63%), oud papier 71 kg/inw. (79%) en glas 28 kg/inw (74%). De bronscheidende gemeenten zamelen gemiddeld 21 kg PMD per inwoner per jaar in variërend van 9 tot 44 kg. De inzamelrespons bedraagt dus gemiddeld 50%. Voor de gemeenten die het restafval laten nascheiden wordt door de huidige afvalverwerker gemiddeld 16 kg PMD per inwoner nagescheiden.

Ervaringen met nascheiden van PMD in Nederland Op basis van diverse onderzoeken blijkt scheiden aan de bron voor gemeenten vaak effectiever en kostenefficiënter. Maar dan moet het scheiden van PMD aan de bron wel mogelijk zijn. En dit is veelal in sterk verstedelijkte, grote gemeenten een lastige opgave. Grote gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam, Leiden halen met het aan de bron scheiden van PMD misschien 5 tot 10 kg per inwoner op. In de praktijk zien we dat gemeenten als Amsterdam, Rotterdam en Leiden daarom kiezen voor nascheiding. Ook zien we dat een aantal gemeenten gebiedsgericht keuzes maken. Bronscheiding waar het kan en nascheiden waar bronscheiden moeilijk gaat en/of een lage inzamelrespons wordt behaald. De keuze voor scheiden aan de bron of nascheiden is echter ook een politiek-bestuurlijk keuze. Gemeenten zijn daarin autonoom en kunnen een politieke afweging maken. Vaak kiest men dan voor het gemak van de inwoners. Zij hoeven dan PMD niet meer gescheiden te houden, op te letten wat er wel of niet bij mag, en kunnen PMD dan gewoon bij het restafval deponeren. In algemene zin kan worden gesteld dat het stoppen met aan de bron scheiden van PMD ertoe leidt dat de beleidsinstrumenten waarover de gemeente beschikt minder effectief ingezet kunnen worden.

Omdat het scherpe onderscheid tussen ongewenst restafval enerzijds en gewenste recyclebare grondstoffen anderzijds niet meer gemaakt kan worden.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

42/47

Technisch verder optimaliseren van het nascheiden PMD De techniek van nascheiding is volop in ontwikkeling. Momenteel wordt bij de meest efficiente installaties tot gemiddeld 25 kg PMD per inwoner nagescheiden. Wanneer het nascheidingsresultaat van PMD verbetert kan dit in theorie nog tot een extra herwinning leiden. AVR kan nu 16 kg/inwoner nascheiden, zij zien 25 kg/inwoner als perspectief na doorontwikkeling. Verder heeft het scheiden van ONF (organische natte fractie zoals GFT en etensresten) prioriteit vanuit de scheidingsinstallatie. Hiervoor wordt alleen specifiek onderzoek gedaan naar andere toepassing van ONF dan vergisting. Vergisting van ONF (tot biogas) zonder dat het compost weer als grondstof kan worden ingezet levert geen voordelen boven het leveren van energie uit een afvalenergiecentrale en daarom wordt een hoogwaardigere toepassing gezocht. Eventuele toekomstige nascheiding van ONF met hoogwaardige toepassing biedt perspectief voor verdere restafval reductie, maar of dit gaat lukken en op welk termijn is afhankelijk van de technologische ontwikkelingen. Tot op heden zijn er nog geen scheidingsinstallaties waar de techniek zover is en is het juist van belang voor de kwaliteit en rendement van het nascheiden van PMD dat er zo min mogelijk GFT (natte fractie) zich in het restafval bevindt.

Nascheiding in combinatie met andere beleidsinstrumenten Een aantal maatregelen wordt in combinatie met nascheiding niet goed toepasbaar geacht. Dit betreft bijvoorbeeld ‘omgekeerd inzamelen’ en ‘lage inzamelfrequentie restafval’. In veel gemeenten zonder nascheiding blijken deze maatregelen in de praktijk zeer effectief voor het meer scheiden van recyclebare grondstoffen en daarmee het verminderen van het restafval. Voor gemeenten die nascheiden zijn deze instrumenten minder goed c.q. niet logisch toepasbaar. Door het grote volume van PMD in het huishoudelijk restafval (ongeveer de helft betreft PMD) ligt het wegbrengen van restafval naar een verzamelcontainer op grotere afstand (omgekeerd inzamelen) niet voor de hand, en zal het juist nodig zijn om de inzamelfrequentie van het restafval voldoende hoog (minstens om de week) te houden. De prijsprikkel diftar wordt bij nascheiding wel toepasbaar geacht, indien men kiest voor een diftar-systeem op basis van gewicht, in plaats van volume-frequentie (het vaakst toegepast door gemeenten vanwege de relatieve eenvoud en lage kosten). Het tarief dat een inwoner moet betalen is afhankelijk van het gewicht van het aangeboden restafval en het aantal keer dat het aangeboden wordt. Diftar op basis van volume-frequentie wordt minder geschikt geacht in combinatie met het nascheiden van PMD.

Door de gecombineerde inzameling van restafval met plastics en drankenkartons worden de zuivere sturingsmogelijkheden van de prijsprikkel verstoord. Het aanbieden van restafval met daarin de grondstof plastic en drankenkartons wordt beprijsd. Inwoners betalen dus ook een hogere prijs voor het aanbieden van de volumineuze grondstof plastic en drankenkartons. Een stroom waarvoor de inwoner geen alternatieve mogelijkheid heeft om uit het restafval te laten. Diftar op gewicht wordt ervaren als het meest eerlijke systeem maar is ook het meest kostbaar (zowel de techniek als ook de investering in afsluitbare minicontainers) en technisch/administratief complex in de invoering. In 2020 werd diftar op basis van gewicht door 101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

43/47

9% van de diftar-gemeenten toegepast.

Nascheiden in Zeeland (mogelijkheden AVR) Sinds 2020 zijn de vier Zeeuwse gemeenten gestart met de proef nascheiden van het huishoudelijk restafval. Deze gemeenten hebben bij AVR een contract voor de restafvalverwerking (inclusief nascheiding) en kunnen dit contract verlengen voor 5 jaar tot en met 31-122027. Het huidige nascheidingsresultaat van PMD in de vier Zeeuwse gemeenten is circa 16 kg per inwoner per jaar. In het kader van dit onderzoek is de huidige nascheidingsorganisatie gevraagd om inzicht te geven in de nog te verwachten ontwikkelingen. Ten opzichte van de nascheidingsrespons laat de nascheidingsorganisatie weten dat de huidige scheiding van PD in 2021 verder stijgt naar aanleiding van diverse aanpassingen van de installatie en het feit dat er weer drankenkartons worden gescheiden (die in 2020 slechts gedeeltelijk zijn gescheiden). In de huidige praktijk blijkt dat een 5 à 10 kg extra reductie een realistischer perspectief is. We nemen aan dat AVR door technische ontwikkeling uiteindelijk 25 kg PD per inwoner per jaar kan nascheiden (dus 10 kg/inw. meer dan in de huidige situatie). AVR onderzoekt de technische mogelijkheden en haalbaarheid voor verwerken van de organische natte fractie in het restafval ( ONF, voornamelijk bioafval zoals GFT en etensresten), waarbij dit wordt bewerkt en als compost hergebruikt (recycling).

Een dergelijke nascheidingstechniek kennen de huidige nascheiders in Nederland niet. Daar wordt ONF weliswaar vergist voor de productie van groengas, maar het residu is niet geschikt voor compostering en wordt verbrand (nuttige toepassing). Wij vinden deze technische ontwikkeling en de haalbaarheid ervan vrij onzeker.

Voor- en nadelen van nascheiden Belangrijkste voorde-

Brongescheiden PMD kan bij een te hoge vervuilingsgraad (hoger dan 15% stoorstof-

len

fen) afgekeurd worden. Indien deze vervuiling, ook na vele maatregelen te hoog blijkt kan nascheiding een uitkomst zijn. Daarnaast moet brongescheiden (?)na inzameling alsnog gesorteerd worden in verschillende type plastics. Een deel van die uitgesorteerde plastics is lastig te recyclen. Bij nascheiding van restafval kan al in een vroeg proces het onderscheid tussen te recyclen en niet te recyclen PMD ontstaan. Door PMD niet meer aan de bron te scheiden heeft de inwoner meer gemak. Ook is er geen verwarring over wat wel en niet tot de PMD-stroom behoort. Tevens zijn er minder inzamelmiddelen aan huis noodzakelijk. Geen PMD-container voorkomt een ‘derde’ of ‘vierde’ minicontainer als op GFT en OPK wordt ingezet.

Belangrijkste nadelen

Vooralsnog is nascheiding alleen voor PMD een optie. Het is dus geen oplossing voor

of aandachtspunten

het verbeteren van de scheiding van GFT, papier, glas en overige stromen. De keuze van de gemeente om PMD na te scheiden kan de bronscheiding van overige grondstoffen verslechteren. Inwoners kunnen nascheiding interpreteren als oplossing voor alle grondstofstromen.

Financiën

Het nascheidngsproces wordt nu veelal bekostigd door de opbrengst die de verwerker heeft van de vergoeding van het PMD (marktwaarde en Nedvang-vergoeding). Om deze reden accepteert AVR ook alleen ‘rijk’ restafval uit gebieden zonder PMD

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

44/47

bronscheiding. Andere verwerkers met een nascheidingslijn bieden soms wel de mogelijkheid om (vaak tegen een extra vorgoeding), ook ‘arm’ restafval na te scheiden. Het gezamenlijk ophalen van met ‘PMD vermengd restafval’ zorgt voor een logistiek voordeel. Dit is echter beperkt, hetzelfde volume moet worden opgehaald . Service-effecten

Gecombineerde PMD en restafvalstroen zullen vaker worden ingezameld

Voorwaarden

Verwerkers stellen vaak de eis dat gemeenten niet meer aan PMD-bronscheiding doen. Daarnaast moet er voldoende capaciteit bij de verwerkers beschikbaar zijn.

Perspectief bij nascheiden De gemeenten Borsele, Reimerswaal, Terneuzen en Noord-Beveland zijn per 2020 gestart met een proef met het nascheiden van PMD uit het restafval. De huidige situatie kan wat betreft de reductie van het restafval worden verbeterd. De gemeente beschikt over de volgende instrumenten die als een goed gebalanceerde set van beleidsinstrumenten kunnen worden ingezet: serviceprikkels (goede voorzieningen voor het gescheiden aan kunnen bieden van grondstoffen), prijsprikkels (een financiële incentive om zo min mogelijk (rest)afval te veroorzaken door preventie en het scheiden van recyclebare grondstoffen), en communicatie voor het verleiden en stimuleren van inwoners tot het gewenste ‘afval gedrag’ met als centrale boodschap: grondstoffen hebben waarde en moeten zoveel mogelijk gespaard (preventie) als herwonnen (gescheiden inzameling) worden. Er zijn verschillende maatregelen te nemen (administratie, communicatie, inzameling luiers etc.). Daarnaast kan het beprijzen van het PMD+ (restafval met PMD) op basis van gewicht worden ingevoerd. De inzamellogistiek moet daarop worden aangepast vanwege het weegsysteem. Volgens de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD) kan een weegsysteem niet worden gecombineerd met de (huidige) inzamelvoertuigen. De beladingsarm voor twee containers op de inzamelvoertuigen moet worden aangepast.

In samenwerking met een ambtelijke begeleidingsgroep uit deze vier gemeenten is besproken welke van de maatregelen uitvoerbaar zijn in combinatie met nascheiding en echt aanvullend op het huidige beleid. Voor een nadere toelichting op deze maatregelen wordt verwezen naar het rapport7. Met de extra bijdrage van nascheiden en deze aanvullende maatregelen samen wordt rekening gehouden met een additionele reductie van het huishoudelijk restafval van circa 49 kg/inw. per jaar, zonder invoering van diftar. Een aantal maatregelen wordt in combinatie met nascheiding niet goed toepasbaar geacht. Dit betreft bijvoorbeeld ‘omgekeerd inzamelen’ en ‘lage inzamelfrequentie restafval’. Door het grote volume van PMD in het huishoudelijk restafval (ongeveer de helft betreft PMD) ligt het wegbrengen van restafval naar een verzamelcontainer op grotere afstand

7 Onderzoeksrapport Mogelijke (beleids)instrumenten en maatregelen in afvalbeheerbeleid voor behalen

VANG-doelstellingen: verkenning van mogelijke manieren, middelen en prikkels om de VANG-doelstellingen te halen en het daartoe te verwachten gedrags- en daarmee milieueffecten, financiële consequenties en het geboden serviceniveau d.d. 10 maart 2021. IPR Normag in opdracht van de gemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

45/47

(omgekeerd inzamelen) niet voor de hand, en zal het juist nodig zijn om de inzamelfrequentie van het restafval voldoende hoog (minstens om de week) te houden. Het toepassen van diftar (prijsprikkel) wordt wel toepasbaar geacht indien gekozen wordt voor diftar op basis van gewicht. Indien dit wordt aangevuld met diftar (op basis van gewicht) wordt een verdere reductie van het huishoudelijk restafval (primair door meer scheiding van grondstoffen) verwacht met ca 70kg/inwoner, waardoor 125 - 180 kg/inw restafval overblijft. Het effect van diftar op de jaarkosten wordt budgetneutraal geprognosticeerd.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

46/47

Beschrijving dienstverlening bij per gemeente Als schema apart bijgevoegd.

101250 Onderzoek inzamelsystemen O.L.A.Z.

12 april 2021

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10050350/1