CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

39d. Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

Raadsvergadering 23 maart 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 23 maart 2021 (LIS)13.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4a

Hoeveel % van de totale belasting wordt via puntbronnen geloosd?

<10

10-50

>50

4b

Is de diffuse belasting landelijk ongeveer hetzelfde? Zijn de puntbronnen landelijk ongeveer hetzelfde? Wordt de normoverschrijding mede bepaald door DOC en/of hardheid Wordt de normoverschrijding mede bepaald door de ZS-concentratie Is uit- en afspoeling een belangrijke bron voor deze stof? Is RWZI-water een belangrijke bron voor deze stof? Toont de kaart van Nederland met belastingen in g/km2 grote variatie tussen afwateringsgebieden?

ja

enigszins

nee

ja Nee

enigszins

nee Ja

<10%

10-50

>50%

<10%

10-25%

>25%

<10%

10-25%

>25%

P10/P 90 < 20 nee

P10/P90 20-100

P10/P90 > 100

mogelijk

ja

4c 4d 4e 4f 4g 4h

4i

24 van 40

Zijn er regionale verschillen in de oppervlaktewaterkwaliteit

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

5. Is het uitvoeren van een maatregelenanalyse een nuttige vervolgstap? Achterliggend doel. Het uitvoeren van een maatregelenanalyse kost tijd en geld en is daarmee pas nuttig indien de (belangrijkste) bronnen, routes en verspreiding van de stof in het watersysteem voldoende in beeld zijn. Toelichting. De kwaliteit van de bronnenanalyse hangt van allerlei aspecten af, zoals het aantal bronnen en de betrouwbaarheid van die bronnen. Verder is de vertaling van bronnen op nationaal niveau naar regionale en lokale schaal cruciaal, voordat zinvolle maatregelen kunnen worden genomen. Mogelijke antwoorden. Het uitvoeren van een maatregelanalyse wordt nog niet geadviseerd. De huidige bronnen en routes zijn onvoldoende bekend. Eerst moet de bronnenanalyse kwalitatief verbeterd worden. Het uitvoeren van een maatregelenanalyse is nuttig, maar moet in samenhang met andere activiteiten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld parallel met andere stoffen uitvoeren of in samenhang met het verbeteren van de kwantificering van belangrijke bronnen en routes. Het uitvoeren van een maatregelanalyse is zodanig belangrijk dat het opstarten van dit traject sowieso nuttig en noodzakelijk is Onderbouwing. Het uiteindelijke resultaat is een kwalitatief antwoord over de nut en noodzaak van het uitvoeren van een maatregelenanalyse. Dit oordeel wordt gebaseerd op een aantal, meer kwantitatief cq.

objectief te onderbouwen aspecten. Vraag 5 Is het uitvoeren van een maatregelenanalyse een nuttige vervolgstap?

5a 5b 5c

5d

3.3

Zijn de bronnen die 75% van de totale belasting vormen voldoende betrouwbaar? Zijn alle belangrijke bronnen meegenomen? Vormt de antropogene bijdrage een substantiële bijdrage van de belasting? Valt er nog waterkwaliteitsverbetering te verwachten als gevolg van reeds genomen maatregelen?

nee

mogelijk

ja

nee

mogelijk

ja

<10%

10-25%

>25%

Ja, norm wordt gehaald

mogelijk of ja, maar norm wordt niet gehaald

Nee

onbe kend

Selectie van stoffen voor de maatregelenanalyse Uiteindelijk zijn het vooral de bekende verontreinigingen die alle stappen van de systematiek doorlopen. Een maatregelenanalyse (prioriteit hoog) wordt geadviseerd voor PAK’s (BaA, BaP, BbF, BghiP, BkF, Chr en Flu), NH4, Cd, Cu, Hg, Ni en Zn. Verder zijn er nog enkele stoffen met een prioriteit middel: irgarol, tributyltin en dioxines. Deze stoffen zijn alle drie verboden, maar ze komen nog wel normoverschrijdend voor.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

25 van 40

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

4 Stap 3 – Maatregelen: wat zijn de oplossingen? Voor alle stoffen die in stap 2 het advies ‘Maatregelenanalyse’ hebben gekregen is nader bekeken welke maatregelen zinvol zijn. Dit is gedaan vanuit een technisch kader. Allereerst wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan op de noodzaak of verplichting om maatregelen te nemen 4.1

Noodzaak van maatregelen In dit project zijn alle stoffen opgenomen die de norm momenteel overschrijden. De KRW vraagt echter niet om alle doelen nu gehaald te hebben. Voor stoffen uit de richtlijn prioritaire stoffen 2008 met sindsdien ongewijzigde normen en voor specifieke verontreinigende stoffen geldt dat de doelen in 2027 gehaald moeten zijn. Voor stoffen uit richtlijn prioritaire stoffen 2013 met gewijzigde norm t.o.v. 2008 geldt dat de norm in 2033 gehaald moet zijn; voor nieuwe prioritaire stoffen uit de richtlijn prioritaire stoffen 2013 geldt dat de norm in 2039 gehaald moet zijn. Waterbeheerders moeten zelf een inschatting kunnen maken of de norm in een bepaald waterlichaam in 2027 (of 2039) wordt gehaald. Een van de manier om dit te onderbouwen is het gebruik van trendanalyses. Als een trendanalyse aannemelijk maakt, dat ook zonder aanvullende maatregelen de norm op termijn wordt gehaald, kan daarvan worden afgezien. Het aantonen van dalende trends blijkt in de praktijk echter niet altijd even eenvoudig (HKV & Ecofide, 2018; Witteveen+Bos, 2018). Dit heeft allerlei oorzaken zoals onvoldoende data (boven de rapportagegrens), daadwerkelijk geen trend, andere analysemethoden, etc. Tegelijkertijd zijn er ook voorbeelden waar een dalende trend wel zeer eenduidig aantoonbaar is.

Zo is het TBT-gehalte in het zwevende stof bij IJmuiden sinds 2000 met ongeveer 80% afgenomen (Postma et al., 2013) en ook in jachthavens langs de Nederlandse kust zijn dalende trends gerapporteerd (Stronkhorst & Honkoop, 1998). Tegelijkertijd laten de gegevens bij IJmuiden ook zien dat de daling in TBT-gehalten de laatste jaren lijkt te stagneren. Dit kan erop duiden dat het directe effect van het verbod op Tbt is uitgewerkt en dat de rol van secundaire bronnen, zoals de waterbodem, toeneemt. Dit zou ook bij andere thans verboden stoffen een rol kunnen spelen. Voor alle genoemde termijnen geldt een uitzondering als het halen van de norm tot disproportionele kosten leidt of natuurlijke omstandigheden het halen van de norm beletten. Van disproportionele kosten kan bijvoorbeeld sprake zijn als een grootschalige waterbodemverontreiniging ervoor zorgt dat de norm niet gehaald wordt. Er is dan wellicht tevens sprake van “natuurlijke omstandigheden”. Criteria voor dit laatste worden op dit moment in EU verband uitgewerkt. Naast de scheiding tussen prioritair, prioritair gevaarlijke en specifieke verontreinigende stoffen, is er vanuit het emissiebeheer beleid ontwikkeld voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Van de stoffen die in 2015 de norm hebben overschreden behoort een groot aantal tot de groep zeer zorgwekkende stoffen (ZZS).

Daarnaast zijn er nog een aantal KRW-stoffen, die weliswaar aan de norm voldoen, maar ook aangemerkt zijn als een ZZS. In Tabel 4.1 staat om welke KRW stoffen en norm overschrijdende stoffen het gaat.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

27 van 40

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Tabel 4.1

KRW-stoffen die aangemerkt zijn als ZZS.

Categorie

Stofnaam

Prioritair gevaarlijke stoffen

alle

Prioritaire stoffen

PAK’s fluorantheen

Flu

nikkel

Ni

lood

Pb

diuron

Durn

benzo(a)antraceen

BaA

chryseen

Chr

fenantreen

Fen

zilver

Ag

arseen

As

kobalt

Co

linuron

linrn

carbendazim

carbdzm

trifenyltin (kation)

TFySn

Specifieke verontreinigende stoffen

Stofcode

Voor ZZS wordt een apart beleid gevoerd voor de vergunningverlening. Dit is vastgelegd in het Activiteitenbesluit Milieubeheer en het handboek Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM). Bedrijven dienen te voorkomen dat ZZS in het milieu terecht komen. Door minder schadelijke stoffen te gebruiken en/of processen aan te passen waar dit haalbaar en betaalbaar is, kan de emissie beperkt worden. Als echter emissies van ZZS niet te voorkomen zijn, moeten deze zover mogelijk geminimaliseerd worden. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het behalen van de doelen voor deze stoffen, maar ook naar de beste beschikbare techniek (BBT) om de emissies zover mogelijk te reduceren (minimalisatieverplichting). Bovendien dienen bedrijven elke vijf jaar het bevoegd gezag te rapporteren of de resterende emissies van ZZS verder verminderd kunnen worden door de nieuwe stand der techniek. Het gebruik van nieuwe technieken, innovaties en substitutie zal door de overheid gestimuleerd worden. Deze termijn van vijf jaar is niet gekoppeld aan de termijn waarop vergunningen verleend worden. Alle prioritair gevaarlijke stoffen zijn aangewezen als ZZS. Voor deze stoffen is de urgentie om de emissie van de stof aan te pakken hoog. Volgens de Richtlijn prioritaire stoffen moet de emissie van alle prioritair gevaarlijke stoffen zover mogelijk gereduceerd worden.

De maatregelenanalyse in de basisdocumentatie bevat een aantal prioritaire gevaarlijke stoffen (en dus ook ZZS). Per stof zijn aanvullende maatregelen benoemd die tot verdere reductie van deze stoffen kunnen leiden. Voor deze stoffen zijn al vergaande reducties in het productieproces toegepast of is de toepassing van deze stoffen verboden. Van de resterende normoverschrijdende ZZS, waarvoor in de basisdocumentatie nog geen maatregelen benoemd zijn, is het belangrijk te letten op het voorkomen van deze stoffen in afgegeven vergunningen en/of vergunningaanvragen. In de tabel staat vermeld welke normoverschrijdende stoffen tot ZZS behoren.

28 van 40

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Vergaande reductie van ZZS brengt uiteraard kosten met zich mee. Deze kosten worden afgewogen ten opzichte van de waterbezwaarlijkheid van een stof. Hoe hoger deze waterbezwaarlijkheid des te hoger de in rede te verlangen kosten mogen zijn om de emissie te beperken. Ook zijn aanvullende maatregelen nodig wanneer een lozing niet voldoet aan de immissietoets. Om te bepalen of een bedrijf voldoende inspanning pleegt, is in opdracht van het ministerie van I&W een studie uitgevoerd naar “Kosteneffectiviteit van maatregelen ter beperking van wateremissies (invulling BBT en BBT+)”. Daarin is een relatie gelegd tussen de “redelijke” kosten van maatregelen en de waterbezwaarlijkheid (Min I&W, 2018). 4.2

Effectiviteit van maatregelen In de basisdocumenten van individuele stoffen is de status van de stof minder van belang, maar wordt voor elke stof gekeken welke maatregelen effectief zouden kunnen zijn. Het gaat dan niet om de beleidsmatige prioriteit, maar om de mate van reductie die gehaald kan worden met de maatregel. Grofweg is er een onderverdeling gemaakt in bronnen die minder dan 10% bijdragen aan de totale emissie zoals bekend in de EmissieRegistratie (lage prioriteit om een maatregel te nemen), bronnen die 10-20% bijdragen (gemiddelde prioriteit) en bronnen die meer dan 20% bijdragen (hoge prioriteit). De weergave in de taartdiagrammen (Figuur 4.1) wijkt voor de maatregelenanalyse iets af ten opzichte van de diagnose en de bronnenanalyse. Het taartdiagram kent 4 punten die de verschillende verantwoordelijke partijen voor het nemen van maatregelen aangeven: 1. Provincies/gemeenten, 2. De waterbeheerder, 3. Het rijk (of EU) en 4. ‘derden’, meestal sectoren, zoals landbouw, scheepvaart, energiesector, etc. Vervolgens is met een pijl aangegeven voor welke maatregelen de betreffende partij ‘aan de lat staat’. Meestal hebben de pijlen dezelfde kleur (prioriteit) als de taartpunt, maar soms kan een partij meerdere maatregelen nemen, die technisch gezien niet allemaal even effectief zijn. Op de volgende pagina is benzo(k)fluoranteen als voorbeeld gegeven.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

29 van 40

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Maatregelenanalyse voor Benzo(k)fluoranteen Voor bronnen <5% van de totale belasting zijn geen maatregelen opgenomen. terugdringen houtstook voor huisverwarming

3. nationale overheid/EU

2. waterbeheerders

uitlaatgassen verkeer en vervoer (buitenland)

4. andere sectoren

binnenvaart extra inspanning RWZI

1. provincies & gemeenten

riool op orde

1 Provincies en gemeenten onderbouwing: Emissies via regenwaterriolen (incl. foutaansluitingen) vormen 510% van de totale PAK belasting. Een goed functionerend rioolstelsel is belangrijk.

Prioriteit laag

2 Regionale waterbeheerders onderbouwing: Het verhogen van het zuiveringsrendement kan nog een kleine winst geven.

laag

3 Nationale overheid / EU onderbouwing: Atmosferische depositie is de grootste bron, m.n. door huisverwarming en vanuit het buitenland is verkeer een vervoer voor een derde verantwoordelijk

hoog

4 Sectoren onderbouwing: Binnenvaart draagt ca. 15% bij aan directe emissies van PAKs.

gemiddeld

Figuur 4.1 Voorbeeld van een maatregelenanalyse waarin de taartdiagrammen de verschillende actoren weergeven.

Om voor elke hoofdcategorie tot een samenhangend advies te komen zijn verschillende deelvragen geformuleerd. In tegenstelling tot bij de diagnose en bronnenanalyse zijn de vragen uitsluitend kwalitatief te beantwoorden. De effectiviteit van een maatregel is uitsluitend beoordeeld op basis van de omvang van de bron (zie hierboven). Bij een verdere kwantificering van de effectiviteit spelen andere factoren een rol, zoals de technische haalbaarheid ten opzichte van kosten. Deze factoren zijn niet in het huidige project betrokken.

30 van 40

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Vraag 1 provincies en gemeenten Is het effectief als de provincie middels een provinciale milieuverordening eisen stelt aan de emissies van betreffende stof in drinkwaterwingebieden of Natura2000 gebieden? Is het effectief als gemeenten de riolering verbeteren (foutaansluitingen repareren, lekkages dichten, overstorten voorkomen, ..)? Is het zinvol als gemeenten hun burgers beter informeren over riolering (wat wel/niet door het riool spoelen, afkoppelen, ..)

nee

beperkt

Ja

nee

beperkt

Ja

nee

beperkt

Ja

De verantwoordelijkheden van gemeenten liggen vooral in het beheer van de riolering, zowel met betrekking tot de robuustheid van het stelsel i.v.m. overstorten als voor de onderhoudsstatus i.v.m. lekkages. De provincies hebben een specifieke verantwoordelijkheid voor drinkwater- en Natura2000-gebieden. Vraag 2 regionale waterbeheerders Is het effectief als de waterbeheerder RWZI's aanpakt? Heeft het zin om spuit-, teelt- of mestvrije zones in te stellen? Draagt het baggeren/afdekken van de waterbodem bij aan een betere waterkwaliteit? Is het zinvol om preventieve maatregelen te stimuleren (inzamelen, verwerken)

nee nee

beperkt beperkt

Ja Ja

nee

mogelijk

Ja

nee

beperkt

Ja

Regionale waterbeheerders zijn verantwoordelijk voor RWZI’s en voor maatregelen in het watersysteem, zoals de aanpak van verontreinigde waterbodems. Verder kunnen ze heel specifiek maatregelen voor schrijven aan boeren en werken ze soms (financieel) mee aan acties die preventie stimuleren, zoals regionale stimuleringsregelingen voor boeren of inzameling van medicijnen of frituurolie. Vraag 3 Nationale overheid / EU Is reductie van atmosferische depositie wenselijk? Vormt verkeer- en vervoer een significante bijdrage aan atmosf. dep. Is het aanscherpen van nationaal landbouwbeleid effectief? Is het aanscherpen van het vergunningenbeleid effectief? Is internationaal overleg over buitenlandse belasting zinvol? Is het aanpassen van toelating gewasbeschermingsmiddelen zinvol? Kunnen particulieren bijdragen aan emissiereductie?

nee

beperkt

Ja

nee

beperkt

Ja

nee nee nee

beperkt beperkt beperkt

Ja Ja Ja

nee

beperkt

Ja

nee

beperkt

Ja

De Nationale en Europese overheid is verantwoordelijk voor beleid en wet- en regelgeving op verschillende gebieden, zoals luchtemissies, mestbeleid, waterwetgeving, gewasbescherming.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

31 van 40

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Vraag 4 Andere sectoren (derden) Is het zinvol als de recreatie(vaart)sector maatregelen neemt? Is het zinvol als de binnenvaartsector emissies reduceert?

nee nee

beperkt beperkt

Ja Ja

Is het zinvol als de zeevaart-/visserijsector emissies reduceert?

nee

beperkt

Ja

Is het effectief als de industrie emissiereductie realiseert Is het effectief als additieven in veevoer worden gereduceerd? Is het effectief als de landbouw het gebruik/toepassen van deze stof reduceert? Kan de producent bijdragen aan de reductie van emissies (vervanging, ander productieproces, zuivering, …)

nee nee

beperkt beperkt

Ja Ja

nee

beperkt

Ja

nee

beperkt

Ja

In veel gevallen ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor maatregelen bij een bepaalde sector. De landbouwsector speelt voor meerdere stoffen een belangrijke rol, maar ook de scheepvaart, particulieren, industrie en verkeer/vervoer dragen voor sommige stoffen bij aan de emissies.

32 van 40

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

5 Referenties Bonten et al., 2010. Alterra rapport 2024. Ecofide, 2016. Biota-monitoring binnen de KRW. De opzet van een landelijk meetnet. Projectnr. 82. Ecofide 2017. Verbetering monitoring en toetsing KRW-chemie. Uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat. Projectnr. 93. Heerdink, R., B. van der Grift, H.P. Broers, A. Marsman en F. Roelofsen 2006. Deelrapport II van het Aquaterra/Stromonproject – pilot modelstudie in Zuidoost Brabant. TNO conceptrapport december 2006. HKV en Ecofide, 2018. Data en trendanalyse RWS. Klein, J., Van der Grift, B., Broers, H.P., 2008. WAHYD - Waterkwaliteit op basis van Afkomst en HYDRologische systeemanalyse. TNO-rapport 2008-U-R81110/A Europese Commissie, 2011. Technical Guidance For Deriving Environmental Quality Standards. Guidance Document No: 27. https://circabc.europa.eu/sd/a/0cc3581b5f65-4b6f-91c6-433a1e947838/TGD-EQS%20CIS-WFD%2027%20EC%202011.pdf Europese Commissie, 2013. Richtlijn prioritaire stoffen Postma, J.F., M.J.C. Rozemeijer & J.H.M. Schobben (2013). De invloed van de waterbodem op de waterkwaliteitsdoelen van het Noordzeekanaal met specifieke aandacht voor de dioxineproblematiek. IMARES rapport C092/13. RWS-WVL, in voorbereiding. Gewasbeschermingsmiddelen in de KRW: monitoring en maatregelen. Stronkhorst, J. & J. Honkoop (1998). TBT in jachthavens langs de Nederlandse kust; 19901996. RIKZ rapport 98.114.

Vink, J., Van der Grift, B., Schmidt, C., 2010. Arseen in het lokale grondwater van Nederland en indelingen voor regionale beoordeling. Deltares-rapport 1203842. Verbruggen, E.M.J. en R. van Herwijnen, 2011. Environmental benz[a]anthracene. RIVM briefrapport 601357009/2011

Risk

limits

for

Werd, H.A.E. de, R. Kruijne, 2013. Interpretation of surface water monitoring results in the authorisation procedure of plant protection products in the Netherlands. Applied Plant Research report 2013-02. http://edepot.wur.nl/265464. Witteveen+Bos, 2018. Regionale Analyse - Onderdeel Stoffen. In opdracht van Waterschap Vechtstromen.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

33 van 40

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

A Advies voor bronnenanalyse voor alle probleemstoffen In onderstaande tabel wordt per stof aangegeven of de diagnose leidt tot voldoende duidelijkheid over het probleem en geadviseerd wordt om een bronnenanalyse uit te voeren (derde kolom). Of deze analyse daadwerkelijk wordt uitgevoerd (vierde kolom), hangt mede af van beleidsmatige keuzes, die in de vijfde kolom zijn toegelicht.

Stofnaam

Aquocode

advies. bronnenanalyse

bronnenanalyse uitvoeren?

toelichting op besluit bronnenanalyse uitvoeren.

4-tertiair-octylfenol

4ttC8yFol

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

Abamectine

abmtne

ja

nee

gbm/biocide, algemeen stuk in rapport met verwijzingen

Antraceen

Ant

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

Benzo(a)antraceen

BaA

ja

ja

Benzo(a)pyreen

BaP

ja

ja

Benzo(b)Fluoranteen

BbF

ja

ja

Benzo(ghi) peryleen

BghiPe

ja

ja

Benzo(k)Fluoranteen

BkF

ja

ja

Methylazinfos

C1yazfs

nee

nee

eerst probleem verhelderen

methylpirimifos

C1yprmfs

mogelijk

nee

gbm/biocide

Ethylazinfos

C2yazfs

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

carbendazim

carbdzm

mogelijk

nee

gbm/biocide

cis-heptachloorepoxide

cHpClepO

Chryseen

Chr

mogelijk

ja

gaat met andere PAK's mee

Cypermethrin

cypmtn

nee

nee

eerst probleem verhelderen

Dichloorvos

DClvs

ja

nee

gbm/biocide,

Dimethoaat

Dmtat

mogelijk

nee

gbm/biocide

Diuron

Durn

Nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

Endosulfan

endsfn

Ja

nee

gbm/biocide

Esfenvaleraat

esfvlrt

Ja

nee

gbm/biocide,

Fenantreen

Fen

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

Fluoranteen

Flu

mogelijk

ja

gaat met andere PAK's mee

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

Alleen basisdocument voor sHpCl2

A-1

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Stofnaam

Aquocode

advies. bronnenanalyse

bronnenanalyse uitvoeren?

toelichting op besluit bronnenanalyse uitvoeren.

hexachloorbenzeen

HCB

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

hexachloorbutadieen

HxClbtDen

nee

nee

Indicatieve biotametingen duiden op ‘geen overschrijdingen’

imidacloprid

imdcpd

ja

nee

gbm/biocide

isoproturon

iptrn

nee

nee

lokaal probleem (= 1 beheerder + Jeker)

irgarol

irgrl

mogelijk

ja

beter meten maar wellicht al starten met bronnenanalyse

linuron

linrn

mogelijk

nee

gbm/biocide

metolachloor

metlCl

mogelijk

nee

gbm/biocide

mevinfos

mevfs

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

metazachloor

mzCl

ja

nee

gbm

propoxur

propxr

ja

nee

som HCH

sHCH4

mogelijk

nee

gbm regionaal (Twente / Dommel), stof al heel lang verboden

som heptachloor/heptachloorepoxide

sHpCl2

Ja

nee

tributyltin

TC4ySn

Ja

ja

terbutylazine

terC4yazne

nee

nee

lokaal probleem (=max. 1 beheerder)

trifenyltin

TFySn

mogelijk

nee

gbm/biocide

trans-heptachloorepoxide

tHpClepO

Ammonium

NH4

Ja

ja

Op heel veel locaties normoverschrijding

zilver

Ag zoet

Ja

Ja

er wordt af en toe boven de rg gemeten en dat is meteen probleem

arseen

As zoet

mogelijk

Ja

Inzicht in regionale variatie in AC is nodig om het probleem goed in beeld te krijgen.

boor

B

nee

nee

barium

Ba

ja

ja

cadmium

Cd

ja

ja

kobalt

Co zoet

ja

ja

koper

Cu zoet

ja

ja

kwik

Hg zoet

ja

ja

A-2

gbm/biocide

Alleen basisdocument voor sHpCl2

lage overschrijdingsfactor / regionale verschillen? Veel overschrijdingen. Hoewel meer onderzoek naar AC nodig is, moet ook naar bronnen worden gekeken. er blijven overschrijdingen, dus in kaart brengen bronnen is nodig (en niet veel werk; is wel bekend)

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Stofnaam

Aquocode

advies. bronnenanalyse

bronnenanalyse uitvoeren?

nikkel

Ni

mogelijk

ja

lood

Pb

nee

nee

seleen

Se

ja

ja

tin

Sn

mogelijk

nee

thallium

Tl

ja

ja

ondanks veel onzekerheid in diagnose toch naar bronnen kijken

uranium

U

mogelijk

ja

eerst invloed zout bekijken; sedimentstudie suggereert geen bronnen.

vanadium

V

mogelijk

ja

Hoewel er weinig overschrijdingen zijn gerapporteerd zou het probleem wel eens breder kunnen spelen.

zink

Zn

ja

ja

Aclonyfen

acnfn

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

Bifenox

bfnx

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

Dicofol

Dcfl

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

Quinoxyfen

quinoxfn

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

terbutryn

terbtn

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

PFOS

PFOS

ja

ja

veel aandacht voor, ook in opkomende stoffen project (PFAS)

som Dioxines (TEQ) Hexabroomcyclododecaan

sDiox

ja

ja

HBcDD

nee

nee

geen overschrijdingen bekend

zilver

Ag zout

nee

nee

metingen overschrijden 2 keer MAC, verder nooit

arseen

As zout

mogelijk

ja

hangt af van effect reg. AC op toetsing

kobalt

Co zout

mogelijk

nog niet

Eerst actie AC afwachten en meeliften op bronnenanalyse zoet

koper

Cu zout

mogelijk

ja

aansluiten bij zoet

kwik

Hg zout

ja

ja

Benzo(a)antraceen

BaA zout

ja

ja

Benzo(a)pyreen

BaP zout

ja

ja

Benzo(b)fluorantheen

BbF zout

ja

ja

Benzo(ghi)peryleen

BghiP zout

ja

ja

Benzo(k)fluoranteen

BkF zout

ja

ja

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

toelichting op besluit bronnenanalyse uitvoeren. Met de nieuwe manier van toetsen wordt verwacht dat lokaal normoverschrijdingen zullen blijven. zelfs nieuwe BLM draaien is wellicht niet nodig (1 overschrijding), maar gaat in een keer mee in PNEC pro sedimentstudie laat duidelijk verhoging zien in toplaagsediment (wel redoxgevoelig) 1 overschrijding regionale bronnenanalyse geadviseerd

A-3

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Stofnaam

Aquocode

advies. bronnenanalyse

bronnenanalyse uitvoeren?

Azinfos-ethyl

C2yzafs

nee

nee

Chyrseen

Chr

mogelijk

ja

gaat met andere PAK's mee

Dichloorvos

DClvs zout

ja

nee

gbm/biocide, algemeen stuk in rapport met verwijzingen

Fluorantheen

Flu zout

ja

ja

gbm/biocide, algemeen stuk in rapport met verwijzingen

Hexachloorbenzeen

HCB zout

nee

nee

Metazachloor

mzCl zout

mogelijk

nee

gbm/biocide, algemeen stuk in rapport met verwijzingen

heptachloor+ -expoxide

sHpCl2

mogelijk

nee

gbm/biocide, algemeen stuk in rapport met verwijzingen

Tributyltin

TC4ySn zout

ja

ja

Stofnaam

Aquocode

advies. bronnenanalyse

bronnenanalyse uitvoeren?

toelichting op besluit bronnenanalyse uitvoeren.

Aclonyfen

acnfn

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

Bifenox

bfnx

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

Dicofol

Dcfl

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

Quinoxyfen

quinoxfn

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

terbutryn

terbtn

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

PFOS

PFOS

ja

nee

indicaties voor normoverschrijdingen

Dioxinen

ΣTEQ

ja

nee

indicaties voor normoverschrijdingen

Hexabroomcyclododecaan

HBCDD

nee

nee

vooralsnog geen overschrijdingen bekend, maar beeld is niet compleet.

A-4

toelichting op besluit bronnenanalyse uitvoeren.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

B Advies voor maatregelenanalyse voor alle stoffen uit de bronnenanalyse In onderstaande tabel wordt per stof aangegeven of de bronnenanalyse leidt tot voldoende duidelijkheid over bronnen/oorzaken en geadviseerd wordt om een maatregelanalyse uit te voeren (derde kolom). Of deze analyse daadwerkelijk wordt uitgevoerd (vierde kolom), hangt mede af van beleidsmatige keuzes, die in de vijfde kolom zijn toegelicht. Stof

Aquocode

prioriteit maatregelenanalyse

Maatregelenanalyse uitvoeren?

benzo(a)antraceen

BaA

Hoog

ja

benzo(a)pyreen

BaP

Hoog

ja

benzo(b)fluorantheen

BbF

Hoog

ja

benzo(ghi)peryleen

BghiPe

Hoog

ja

benzo(k)fluorantheen

BkF

Hoog

ja

chryseen

Chr

Hoog

ja

fluorantheen

Flu

Hoog

ja

irgarol

irgrl

Laag

nee

tributyltin

TC4ySn

Gemiddeld

ja

ammonium

NH4

Hoog

ja

zilver

Ag

Laag

nee

arseen

As

Laag

nee

barium

Ba

Laag

nee

cadmium

Cd

Hoog

ja

kobalt

Co

Laag

nee

koper

Cu

Hoog

ja

kwik

Hg

Hoog

ja

nikkel

Ni

Hoog

ja

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

Toelichting op besluit tot geen bronnenanalyse

Middel is verboden. In zoute wateren lijken concentraties af te nemen. Eerst goed beoordelen of maatregelen wel nodig zijn. Indirecte bronnen zorgen nog steeds voor overschrijdingen. Mogelijkheden voor maatregelen toch onderzoeken. Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren

B-1

11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief

Stof

Aquocode

prioriteit maatregelenanalyse

Maatregelenanalyse uitvoeren?

Toelichting op besluit tot geen bronnenanalyse

seleen

Se

Laag

nee

thallium

Tl

Laag

nee

uranium

U

Laag

nee

vanadium

V

Gemiddeld

nee

Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bronnen zijn onvoldoende in beeld om effectief maatregelen te kunnen definiëren Bijdrage van depositie en raffinage geeft toch aanleiding om een maatregelenanalyse uit te voeren, ook al is uitspoeling uit de bodem (en oorsprong van V in die uitspoeling) niet bekend.

zink

Zn

Hoog

ja

perfluoroctaansulfonaat

PFOS

Laag

nee

som dioxinen

sDiox

Gemiddeld

ja

B-2

Eerst bronnen duidelijker in beeld brengen (dit is ook echt een nieuwe prioritaire stof (die hoeft formeel nog niet getoetst te worden). We weten dat er een probleem is in de grote rivieren; ook al zijn de bronnen wellicht niet volledig, toch beoordelen wat er mogelijk is.

Basisdocumentatie probleemstoffen KRW

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9831020/1