2026-08a D26.348759 Onderbouwing fysieke leefomgeving Dijkwelseweg Kapelle
Tekst van het document
3.3
Archeologie
Tijdens het booronderzoek zijn een cultuurlaag, een slootvulling, archeologische indicatoren en fosfaatvlekken aangetroffen. Deze worden in voorliggend hoofdstuk besproken. Op figuur 22 wordt de situering aangegeven. Archeologische vondsten zijn niet gedaan. Cultuurlaag In boringen 1, 3 en 5, oftewel in het zuidwesten en centraal en westelijk in het noorden van het plangebied, is direct onder de recente bouwvoor, oftewel vanaf 0,30 – 0,45 m -mv/ 0,40 - 0,04 m +NAP een cultuurlaag aangetroffen op het Laagpakket van Walcheren. De onderzijde ligt respectievelijk op 0,35 - 0,50 m -mv/ 0,17 - 0,20 m +NAP (boringen 1 en 3) en 0,75 m -mv/ 0,26 m -NAP (boring 5). De dikte van de cultuurlaag onder de recente bouwvoor varieert van 0,05 (boring 3) tot 0,3 m (boring 5). In boring 3 betreft het enkel de onderkant van een oude cultuurlaag. Deze is hier lichtgrijs gevlekt en bevat een spoor van baksteen. In boring 1 is de cultuurlaag zwak humeus en bevat zij eveneens een spoor van baksteen. In boring 5, waar de laag zoals gezegd relatief dik is, is de kleur eveneens lichtgrijs en zijn grotere brokken baksteen aanwezig. In alle drie gevallen gaat de cultuurlaag naar boven toe direct over in de recente bouwvoor. Deze bevat telkens vergelijkbare indicatoren als de ondergelegen cultuurlaag.
In boring 3 lijkt het grootste deel van de cultuurlaag is in de recente bouwvoor te zijn opgenomen; hierin werden in boring 3 grotere brokken baksteenpuin en een spoor van dierlijk bot aangetroffen. De baksteenindicatoren dateren vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. Op stratigrafische gronden valt de cultuurlaag te dateren in de periode vanaf de Middeleeuwen tot heden. Op grond van de indicatoren valt de datering aan te scherpen tot de Late Middeleeuwen. Sloot In boring 4, in het noordoosten van het plangebied, is waarschijnlijk een voormalige sloot aangeboord. Deze dekt op 1,05 m -mv/ 0,53 m -NAP het Laagpakket van Walcheren af. Het grondspoor bestaat uit twee duidelijk te onderscheiden vullingen. Aan de basis is een 0,35 m dikke zandige vulling aanwezig. Deze is donkergrijs gevlekt en bevat indicatoren in de vorm van een spoor van baksteen, van dierlijk bot en van aardewerk. Deze onderste vulling valt te interpreteren als bezinksel in de vroegere sloot. De indicatoren dateren vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. Op 0,70 m -mv/ 0,18 m -NAP wordt dit bezinksel afgedekt door opgebrachte grond, bestaande uit matig humeus, kleiig zand met hierin een spoor van baksteen. De bovenste 0,30 m van deze opgebrachte grond vormt de recente bouwvoor; ook deze bevat spikkels baksteen. Op stratigrafische gronden valt de sloot te dateren in de periode vanaf de Middeleeuwen tot heden.
Op grond van de indicatoren valt de datering aan te scherpen tot de Late Middeleeuwen. De sloot valt niet te relateren aan perceelsgrenzen op het bestudeerde kaartmateriaal. Op de Kadastrale Minuut ligt de dichtstbijzijnde perceelsgrens ruim 8 m ten oosten van het boorpunt. Fosfaatvlekken In boringen 4 en 5 zijn bovenin de ‘schone’ natuurlijke ondergrond fosfaatvlekken waargenomen. In boring 4 was dit het geval onder de onderste slootvulling (zie boven), in boring 5 was dit het geval onder de cultuurlaag. Dit betreft
44
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
ingespoeld fosfaat, dat waarschijnlijk te relateren is aan dierlijke mest. Zodoende kan het fosfaat duiden op veeteeltactiviteiten en mogelijk op de aanwezigheid van een stal. Archeologische indicatoren in de bouwvoor In alle boringen zijn archeologische boringen in de bouwvoor aangetroffen. Daar waar een cultuurlaag dan wel een sloot is aangetroffen (zie boven), is dit te verklaren doordat de bovenzijde van deze archeologische lagen in de bouwvoor is opgenomen. Boring 2 is de enige boring waarin geen archeologische laag is aangeboord. Niettemin zijn ook in deze boring indicatoren in de bouwvoor aangetroffen, namelijk spikkels baksteen. Evenals in de overige boringen betreft dit oud baksteen, vermoedelijk daterend uit de Late Middeleeuwen. Weliswaar bevinden deze zich contextloos in de recente bouwvoor, maar gezien de aanwezigheid van respectievelijk een cultuurlaag en een sloot in de overige vier boringen, allemaal met vergelijkbare indicatoren, kunnen ook de indicatoren in boring 2 als aanwijzing worden gezien voor de aanwezigheid dan wel nabijheid van een archeologische vindplaats.
Figuur 22 Resultatenkaart van het onderhavige booronderzoek, gecombineerd met de resultaten van drie relevante boringen uit eerder booronderzoek (boornummers beginnend met 2022_). Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors.
3.4
Resultaten eerder booronderzoek (2022) t.o.v. resultaten huidig booronderzoek
Tijdens het booronderzoek in 2022 zijn reeds twee boringen in het oosten van het onderhavige plangebied uitgevoerd en een derde er net buiten, aan de zuidoostzijde. Op figuur 22 worden deze aangegeven middels boornummers beginnend met 2022_, om verwarring met onderhavige boornummers te voorkomen. De betreffende resultaten zijn ook in de figuur meegenomen. Ook tijdens dit onderzoek werden tot aan de einddiepte zandige, kalkrijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Deze werden lithogenetisch als kreekrugafzettingen aangeduid; in dit geval komt dit overeen 45
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
met geulafzettingen. Naar boven toe werd een toenemende siltigheid geconstateerd, evenals in het huidige onderzoek. In geen van de drie boringen werden cultuurlagen of andere archeologische sporen aangetroffen. Wel werd in de meest zuidelijke boring (boring 3) op 1 m -mv/ 0,48 m -NAP een rode puinspikkel aangetroffen in de ‘schone’ natuurlijke afzettingen. Ook werden in alle drie boringen indicatoren in de bouwvoor vastgesteld, namelijk rode puinbrokjes en in boring 3 ook houtskoolbrokjes. De indicatoren vielen niet scherp te dateren, maar werden wel opgevat als aanwijzing voor een vindplaats. Ter plaatse van een groot deel van het toenmalige plangebied werd vervolgonderzoek aanbevolen. Dit advies gold ook binnen het gedeelte waar de zojuist besproken boringen zijn uitgevoerd, oftewel in een oostelijke strook van het onderhavige plangebied. Er heeft inderdaad vervolgonderzoek plaatsgevonden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (zie hoofdstuk 2.4), maar dit was buiten onderhavig plangebied. Dit leverde geen aanwijzingen voor vindplaatsen op.
46
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
4
Conclusie en Advies
4.1
Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen
Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek is een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen worden beantwoord en kan het verwachtingsmodel worden bijgesteld en verfijnd. ⎯ Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? In het plangebied zijn vanaf het maaiveld diep reikende geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aanwezig. Deze hebben zich gevormd vanaf de Laat-Romeinse tijd tot in de Vroege Middeleeuwen. Sinds de 12de eeuw maakt het plangebied deel uit van de polder de Brede Watering bewesten Yerseke. In de omgeving van het plangebied ontstonden het dorp Kapelle en het gehucht Dijkwel. Ten noorden van het plangebied kwam de Dijkwelseweg te liggen; deze is vermoedelijk van grote ouderdom. Het plangebied kende in elk geval een agrarisch gebruik, maar op basis van de aangetroffen cultuurlaag een indicatoren vond in of nabij het plangebied ook bewoning plaats. ⎯ Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Onder de bouwvoor (d.w.z. vanaf 0,30 – 0,45 m -mv) is de bodem intact. Wel is plaatselijk, vooral in de zuidelijke helft van het plangebied, sprake van enige doorworteling door fruitbomen.
⎯ Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? In het hele plangebied zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen vastgesteld. De belangrijkste hiervan betreft een cultuurlaag, die in drie boringen is aangetroffen, in het noorden en westen van het plangebied. Deze bevindt zich direct onder de bouwvoor (0,30 – 0,45 m -mv/ 0,40 - 0,04 m +NAP). De onderzijde ligt respectievelijk op 0,35 - 0,50 m -mv/ 0,17 - 0,20 m +NAP (boringen 1 en 3) en 0,75 m -mv/ 0,26 m -NAP (boring 5 in het noordwesten). De dikte van de cultuurlaag onder de recente bouwvoor varieert van 0,05 (boring 3) tot 0,3 m (boring 5). In boring 3 betreft het enkel de onderkant van een oude cultuurlaag. De cultuurlaag dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. In het noordoosten van het plangebied is direct onder de bouwvoor (0,30 m -mv/ 0,22 m +NAP) waarschijnlijk een voormalige sloot aangeboord. Deze dekt op 1,05 m -mv/ 0,53 m -NAP het Laagpakket van Walcheren af. De onderste vulling bevat bezinksel met indicatoren in de vorm van een spoor van baksteen, van dierlijk bot en van aardewerk, daterend uit de Late Middeleeuwen.
De sloot valt te zien in samenhang met de cultuurlaag die ten westen ervan werd aangetroffen, en zodoende eveneens als een aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats. In het noordoosten en het noordwesten is in de natuurlijke ondergrond onder respectievelijk de sloot en de cultuurlaag ingespoeld fosfaat aangetroffen. Dit kan duiden op veeteeltactiviteiten, mogelijk een stal, en vormt een aanvullende aanwijzing voor een vindplaats. Overal in het plangebied zijn archeologische indicatoren in de bouwvoor aangetroffen. Ter plaatse van de aangetroffen cultuurlaag en sloot is dit waarschijnlijk veroorzaakt doordat de bovenzijde hiervan in de bouwvoor is opgenomen. De indicatoren in de bouwvoor vormen in onderhavig geval een aanvullende aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats. Ook het bureauonderzoek leverde aanwijzingen voor mogelijke vindplaatsen op, namelijk de aanwezigheid van oude cultuurgrond in een noordwestelijk deel van het plangebied en de ligging van een 18 de -eeuws erf (Hattinga-kaart) ter hoogte van het noordoosten van het plangebied (zie hoofdstuk 2.6).
47
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
⎯ Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Het verwachtingsmodel kwam op basis van het bureauonderzoek tot een hoge verwachting voor de Middeleeuwen voor het hele plangebied en een middelhoge verwachting voor de Nieuwe Tijd voor een noordoostelijk gedeelte van het plangebied. Op basis van de vondst, verspreid over het plangebied, van meerdere aanwijzingen voor een of meer vindplaatsen, blijft de hoge verwachting voor de Middeleeuwen binnen het hele plangebied gehandhaafd. De verwachting op een erf uit de Nieuwe Tijd in het noordoosten van het plangebied wordt bijgesteld naar hoog. De verwachtingen staat weergegeven op onderstaande verwachtingskaart (figuur 23). Hieruit volgt dat archeologische vindplaatsen in het hele plangebied direct onder de bouwvoor kunnen worden verwacht. Dit kan vanaf 0,30 m -mv zijn.
Figuur 23 Verwachtingskaart. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors.
⎯ Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Blijkens een voorlopige situatieschets (bijlage 4) is in grofweg de noordelijke helft van het plangebied bebouwing voorzien, in de vorm van tien starterswoningen met bergingen. Ook worden parkeergelegenheid, tuinen en bomen voorzien. Grofweg de zuidelijke helft van het plangebied zal niet worden bebouwd in het kader van een spuitzone van 50 m tussen de woningen en de boomgaard. Details over de funderingen en benodigde bodemingrepen zijn nog niet bekend. Er valt evenwel van uit te gaan dat ten behoeve van dergelijke werkzaamheden bodemingrepen nodig zullen zijn die dieper reiken dan de huidige bouwvoor, zoals voor funderingen, kabels en leidingen, aanplanten van bomen etc. Aangezien direct onder de bouwvoor archeologische verwachtingen gelden (zie boven), valt aan te nemen dat archeologische waarden, daar waar aanwezig, in elk geval door delen van de planvorming zullen worden bedreigd. ⎯ Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Het plangebied is niet in voldoende mate onderzocht. Vervolgonderzoek wordt noodzakelijk geacht waar bodemingrepen dieper dan 0,30 m -mv zullen plaatsvinden. Conform de AMZ-cyclus dient vervolgonderzoek in
48
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
principe te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven. Dit alles wordt toegelicht in hoofdstuk 4.2.
4.2
Advies
Uit bovenstaande resultaten blijkt dat in het hele plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de Middeleeuwen en in een noordoostelijk deel van het plangebied tevens een hoge verwachting geldt voor Nieuwe Tijd. Beide verwachtingen gelden vanaf 0,30 m -mv, oftewel direct onder de bouwvoor. In het kader van de BOPA wordt dan ook geadviseerd om geen bodemingrepen te verrichten die dieper reiken dan 0,30 m vanaf het huidige maaiveld. Indien dit niet mogelijk of niet wenselijk is, wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit advies geldt ten aanzien van het hele plangebied (figuur 24).
Figuur 24 Advieskaart. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors.
Conform de AMZ-cyclus (Archeologische Monumenten Zorg-cyclus) dient het vervolgonderzoek te bestaan uit een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek. Gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (middelgrote vindplaatsen met grondsporen, mogelijk zonder vondstenlaag) is het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (protocol 4003 IVO-P, karterende en waarderende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode. Het doel van de karterende fase is het terrein systematisch onderzoeken op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen. Het doel van de waarderende fase is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en het Programma van Eisen (PvE). Het gaat hierbij om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek, waarbij tijdens de waarderende fase het waarnemingsnet verdicht kan worden om de datering, aard, omvang, diepteligging, gaafheid en conservering (mogelijk te relateren aan het grondwaterpeil), locatie, uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) en mogelijke verstoringen van de archeologische resten vast te stellen, zodat een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies kan worden geformuleerd. Tijdens een dergelijk gravend onderzoek kan de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, worden vastgesteld.
Op basis daarvan kan de 49
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
bevoegde overheid een selectiebesluit nemen: vrijgeven, behoud in situ of opgraven. Voorafgaand aan vervolgonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter beoordeling en goedkeuring moet worden voorgelegd aan de bevoegde overheid. Hierbij dient het volgende opgemerkt. Het is nooit helemaal uit te sluiten dat, ook daar waar geen vervolgonderzoek plaatsvindt, toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ook daar waar er geen vervolgonderzoek plaatsvindt, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten.
Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.
Voorliggend rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid. 55
55 Mail dhr. K.-J. R. Kerckhaert, 20 november 2025.
50
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors............................................ 7 Figuur 2 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. .................................................................................................................... 9 Figuur 3 Projectie van het plangebied op een uitsnede van een luchtfoto (2025). Bron: Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl; Kadaster.......................................................................................................................13 Figuur 4 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos et al. 2018. .. 17 Figuur 5 Projectie van het plangebied en een selectie van eerder uitgevoerde boringen (zie verderop) op een uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: Van Rummelen 1978....................................................................... 19 Figuur 6 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland. Bron: Bazen 1987........ 20 Figuur 7 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op een uitsnede van de Bodemkaart van “De Brede Watering bewesten Yerseke”. Bron: Van der Meer et al. 1952. ......................................................................................
21 Figuur 8 Projectie van het plangebied op de Bodemkundige Detailkaart van Biezelinge met Omgeving. Bron: De Bakker 1949. .......................................................................................................................................... 22 Figuur 9 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus & De Lange 1986. ...................................................................................................................................... 23 Figuur 10 Projectie van het plangebied op een bewerkte uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM). ............................................................................................... 24 Figuur 11 Overzichtskaart met de voormalige eilanden van Zuid-Beveland in de Middeleeuwen. Bron: Wilderom 1968: 41. ............................................................................................................................................... 25 Figuur 12 Uitsnede uit Ostium Scaldis, kaart van de Zeeuwse Delta, door C. Sgrooten, 1573. De globale ligging van het plangebied is aangegeven met een gele pijl. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België. ..................................
26 Figuur 13 Globale ligging van het plangebied, aangegeven met rode cirkel, op een uitsnede van een kaart van Visscher en Roman uit de tweede helft van de 17de eeuw. Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Deel I, nr 428. ........................................................................................................................... 28 Figuur 14 Projectie van het plangebied (blauwgroene polygoon; bij benadering) op een uitsnede van een kaart van Zuid-Beveland uit 1747-1748, vervaardigd door D.W.C. Hattinga. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr. 126. 29 Figuur 15 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuut, omstreeks 1830. Bron: Geoloket Provincie Zeeland. ............................................................................................................. 30 Figuur 16 Projectie van het plangebied op topografische (militaire) kaarten uit 1916 tot en met 2020. Bron: Esri Nederland, Kadaster.................................................................................................................................31 Figuur 17 Onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. .........................................................................................................................................
34 Figuur 18 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de luchtfoto uit 1970. Bron: Geoserver Provincie Zeeland. ................................................................................................................................................ 38 Figuur 19 Situering van te verwachten oude cultuurgrond binnen het plangebied, op basis van: De Bakker 1949. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors. ......................................................................... 40 Figuur 20 Deel van het plangebied waar een middelhoge verwachting geldt voor de Nieuwe Tijd. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors................................................................................................... 41 Figuur 21 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. ......................................................................................................................................... 43 Figuur 22 Resultatenkaart van het onderhavige booronderzoek, gecombineerd met de resultaten van drie relevante boringen uit eerder booronderzoek (boornummers beginnend met 2022_). Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors. ..................................................................................................................
45 Figuur 23 Verwachtingskaart. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors. ........................ 48 Figuur 24 Advieskaart. Bron achtergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors. ................................. 49
51
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
Bronnen Literatuur ABO-Milieuconsult, 2020. Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 Goessestraatweg 10 te Kapelle. ABOMilieuconsult Bodem & Asbest, ANL20-5016, Goes. Alkemade, M., R.M. van Heeringen en W.A.M. Hessing, 2011. Archeologiebeleid gemeente Kapelle. Deel A: Beleidsnota archeologie, Amersfoort. Bakker, G. de, 1949. Bodemkundige Detailkaart van Biezelinge met Omgeving. Schaal 1:25.000. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Bazen, M.A.,1987. Bodemkaart van Nederland schaal 1 : 50.000, Toelichting bij de kaartbladen 48 Oost Middelburg en 49 West Bergen op Zoom, Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Berg, M. van den & J.E.M. Wattenberghe, 2023. Kapelle Dijkwelseweg 15. Gemeente Kapelle. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Artefact! Rapport 740, Zaamslag. Broecke, J.P. van den, 1978. Middeleeuwse kastelen van Zeeland. Bijzonderheden over verdwenen burchten en ridderhofsteden, Elmar, Delft. Broecke, J.P. van den, 1985. Bestaande en verdwenen middeleeuwse gehuchten op Zuid-Beveland. In: Zeeland Magazine / Veerse Meer Gids, 15e jaargang, No. 89, 25-30. Brugman, B.A., R.M. van Heeringen en R. Schrijvers, 2011. Archeologiebeleid gemeente Kapelle. Deel B: Toelichting beleidskaart. Brus, D.J. en G.W. de Lange, 1986.
Geomofologische Kaart van Nederland, kaartblad 48 (gedeeltelijke) – 42 (gedeeltelijk) – 47 (gedeeltelijk) Middelburg – Zierikzee - Cadzand, Schaal 1:50.000. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Coen, I., 2008. De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde. Borgerhout. Dekker, C., 1971. Zuid-Beveland: de historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de Middeleeuwen, Van Gorcum, Assen. Dierendonck, R.M. van, 2016. Nieuwe wijn uit oude zak(k)en, Evaluatie van de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ) 2009-2015. SCEZ, Middelburg. Foto-atlas Zeeland 1989. Uitgeverij Robas Produkties, Topografische Dienst, Den Haag. Kiburg, J., 2024. Kapelle Dijkwelseweg 15, gemeente Kapelle. Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven. Artefact! Rapport 876, Zaamslag. Klerk, F.H. de, 2000. De gemeente Kapelle. In: De Spuije. Tijdschrift van de Heemkundige Kring De Bevelanden en de Vereniging Vrienden van het Museum voor Zuid- en Noord-Beveland. Aflevering 49/50, 39-46. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2, 14 maart 2022, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda.
52
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
Meer, K. van der, I. Ovaa en J. de Buck, 1952. De bodemgesteldheid van de Brede Watering bewesten Ierseke. Stichting voor Bodemkartering Wageningen, rapport nr. 292. Mulder, E.F.J. de, e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 20172020. Middelburg. Regt, M.J. de, 2004. Kleine monumenten in Kapelle, Biezelinge, Eversdijk en Schore. Heemkundige Kring De Bevelanden, Goes. Rummelen, F.F.F.E. van, 1978a. Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Rummelen, F.F.F.E. van, 1978b. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Vos, P.C. en R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: M.M. Fischer, Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO 59, 5-109. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen.
Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Prometheus, Amsterdam. Weerts, H.J.T., 2003. Formatie van Naaldwijk. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, NITG-TNO, Utrecht. Wilderom M.H., 1968. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel 3: Midden Zeeland (Walcheren en Zuid-Beveland), Vlissingen. Ysseldijk, W.E.P. van, 1968. De Geschiedenis van Kapelle (Z.-B.).
Websites Archis: archis.cultureelerfgoed.nl Bestemmingsplan: http://www.ruimtelijkeplannen.nl Bodeminformatie Zeeland: https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/ Bodemloket: www.bodemloketl.nl Canon van Kapelle: www.kapelle.nl/canon-van-kapelle Geoloket cultuurhistorie Provincie Zeeland: http://zldgwb.zeeland.nl/gwbh5/?Viewer=Cultuur%20Historie Databank RCE: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ DINOloket: www.dinoloket.nl 53
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
Esri Nederland: www.beeldmateriaal.nl Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www.ikme.nl/ Krantenbank Zeeland: https://krantenbankzeeland.nl Tijdschriftenbank Zeeland: https://tijdschriftenbankzeeland.nl Topotijdreis: www.topotijdreis.nl Wageningen University & Research (luchtfoto’s Tweede Wereldoorlog): https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf Zeeuws Archief: https://www.zeeuwsarchief.nl/
54
Bijlage 1
AMZ-cyclus
De KNA-processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Bron: SIKB, Protocol 4001, Versie 4.2, d.d. 14 maart 2022:p.4
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst en afkortingen
Afkortingen - mv
beneden maaiveld
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
n. Chr.
na Christus
NAP
Nieuw Amsterdams Peil
v. Chr.
voor Christus
Woordenlijst Antropogeen
door menselijk handelen
ARCHIS
het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de nieuwe tijd
Erosie
verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water
Geul
rivier- of kreekbedding
Holoceen
geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het mesolithicum, neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de historische tijd
In situ
bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten
Moernering
veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof
OM-nummer
het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem
Sediment
afzetting gevormd door bezinksel of neerslag
Site
een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden
Vindplaats
een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)
Vondst
alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties
Bijlage 3
Tijdstabel
ARTEFAC T RAPPORT 1071
KAPELLE DIJKWELSEWEG KPL01O1219 (ged.)
ARCHEOLOGISCHE PERIODEN ZEELAND (Bron: van Dierendonck 2016) BP = Before Present (14C-datering ijkmoment 1950) Paleolithicum: tot 8800 v. Chr. Paleolithicum vroeg: tot 300000 BP Paleolithicum midden: 300000 BP-35000 BP Paleolithicum laat: 35000 BP 8800 v. Chr. Paleolithicum laat A: 35000 BP-18000 BP Paleolithicum laat B: 18000 BP-8800 v. Chr. Mesolithicum: 8800-4900 v. Chr. Mesolithicum vroeg: 8800-7100 v. Chr. Mesolithicum midden: 7100-6450 v. Chr. Mesolithicum laat: 6450-4900 v. Chr. Neolithicum: 5300-2000 v. Chr. Neolithicum vroeg: 5300-4200 v. Chr. Neolithicum vroeg A: 5300-4900 v. Chr. Neolithicum vroeg B: 4900-4200 v. Chr. Neolithicum midden: 4200-2850 v. Chr. Neolithicum midden A: 4200-3400 v. Chr. Neolithicum midden B: 3400-2850 v. Chr. Neolithicum laat: 2850-2000 v. Chr. Neolithicum laat A: 2850-2450 v. Chr. Neolithicum laat B: 2450-2000 v. Chr. Bronstijd: 2000-800 v. Chr. Bronstijd vroeg: 2000-1800 v. Chr. Bronstijd midden: 1800-1100 v. Chr. Bronstijd midden A: 1800-1500 v. Chr. Bronstijd midden B: 1500-1100 v. Chr. Bronstijd laat: 1100-800 v. Chr. IJzertijd: 800-20 v. Chr. IJzertijd vroeg: 800-500 v. Chr. IJzertijd midden: 500-200 v. Chr. IJzertijd laat: 200-20 v. Chr. Romeinse tijd: 20 v. Chr.-450 na Chr. Romeinse tijd vroeg: 20 v. Chr.-70 na Chr. Romeinse tijd vroeg A: 20 v. Chr.-25 na Chr. Romeinse tijd vroeg B: 25-70 na Chr. Romeinse tijd midden: 70-270 na Chr.
Romeinse tijd midden A: 70-150 na Chr. Romeinse tijd midden B: 150-270 na Chr. Romeinse tijd laat: 270-450 na Chr. Romeinse tijd laat A: 270-350 na Chr. Romeinse tijd laat B: 350-450 na Chr. Middeleeuwen: 450-1500 na Chr. Middeleeuwen vroeg: 450-1050 na Chr. Middeleeuwen vroeg A: 450-525 na Chr. Middeleeuwen vroeg B: 525-725 na Chr. (Merovingische tijd/periode) Middeleeuwen vroeg C: 725-900 na Chr. (Karolingische tijd/periode) Middeleeuwen vroeg D: 900-1050 na Chr. (Ottoonse tijd/periode) Middeleeuwen laat: 1050-1500 na Chr. Middeleeuwen laat A: 1050-1250 na Chr. Middeleeuwen laat B: 1250-1500 na Chr. Nieuwe tijd: 1500-heden Nieuwe tijd A: 1500-1650 na Chr. Nieuwe tijd B: 1650-1850 na Chr. Nieuwe tijd C: 1850–heden
58
Bijlage 4
Planvorming
Bijlage 5
Boorstaten
Rapportage Archeologisch Booronderzoek
Project: Dijkwelseweg perceel 1219 2025ART98 Plaats:
Kapelle
Gemeente:
Kapelle
Opdrachtgever: Sweco Nederland B.V. (voorheen Juust)
Kaartblad:
65H
OM-nummer:
5838046001
Bepaling Locatie:
Dgps
Bepaling Maaiveldhoogte:
Dgps
Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort
Silt Humus Grind
Boring: 1
Project:
Datum: 25-9-2025
Beschrijver: Frederik D'hondt
Dijkwelseweg perceel 1219 X: 54713,72
Y: 388847,32
Z: 0,70
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, uiterst siltig Matig humeus Zeer fijn Zwart-Bruin Kalkrijk Bouwvoor Spoor baksteen Met spikkels van baksteen 30 -mv NAP: 0,40 Aard ondergr.: Scherp
Boortype: Edelman 7
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, matig siltig Zwak humeus Zeer fijn Donker Bruin Kalkrijk Cultuurlaag Spoor baksteen Oude cultuurlaag, weinig indicatoren 50 -mv NAP: 0,20 Aard ondergr.: Scherp
Boortype: Edelman 7
Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Grijs-Bruin Kalkrijk Doorworteling Bodem: Weinig roestvlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 75 -mv NAP: -0,05 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Lithologie:
Zand, zwak siltig Zeer fijn Licht Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Dikke siltlagen Bodem: Weinig roestvlekken Opmerking: Met siltiger zone met wat grover materiaal Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 150 -mv NAP: -0,80 Aard ondergr.: Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 180 -mv NAP: -1,10 Aard ondergr.:
Geulafzettingen Geleidelijk
Boortype: Edelman 7
Geulafzettingen Geleidelijk
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Lithologie:
Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Grondwater vanaf ca 200 Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 225 -mv NAP: -1,55
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Geulafzettingen Boortype: Edelman 7
Boring: 2
Project:
Datum: 25-9-2025 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Boomgaard Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Dijkwelseweg perceel 1219 X: 54749,27
Y: 388873,02
Zand, uiterst siltig Matig humeus Zeer fijn Zwart-Bruin Kalkrijk Bouwvoor Spoor baksteen Met spikkels van baksteen 35 -mv NAP: 0,36 Aard ondergr.: Scherp
Lithologie: Klei, sterk siltig Stevig Licht Grijs Kalkrijk Bodem: Weinig roestvlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 60 -mv NAP: 0,11 Aard ondergr.:
Z: 0,71
Boortype: Edelman 7
Geulafzettingen Scherp
Boortype: Edelman 7
Zand, matig siltig Matig fijn Licht Bruin Kalkrijk Doorworteling Bodem: Weinig roestvlekken Opmerking: Doorworteld Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 75 -mv NAP: -0,04 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Lithologie:
Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Doorworteling Bodem: Spoor roestvlekken Opmerking: Doorworteld Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 125 -mv NAP: -0,54
Boring: 3
Project:
Datum: 25-9-2025 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Boomgaard
Geulafzettingen Boortype: Edelman 7
Dijkwelseweg perceel 1219 X: 54725,38
Y: 388907,87
Z: 0,52
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, uiterst siltig Matig humeus Zeer fijn Zwart-Bruin Kalkrijk Bouwvoor Spoor baksteen, spoor dierlijk bot Met grotere brokken baksteenpuin ploeglaag en oude cultuurlaag 30 -mv NAP: 0,22 Aard ondergr.: Scherp Boortype: Edelman 7
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, uiterst siltig Zeer fijn Grijs Lichtgrijs -gevlekt Kalkrijk Cultuurlaag Spoor baksteen Onderkant oude cultuurlaag 35 -mv NAP: 0,17 Aard ondergr.: Scherp
Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Grijs Kalkrijk Dikke siltlagen Bodem: Spoor roestvlekken Opmerking: Met dikkere grijze siltige lagen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 125 -mv NAP: -0,73
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Geulafzettingen Boortype: Edelman 7
Boring: 4
Project:
Datum: 25-9-2025 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Boomgaard
Dijkwelseweg perceel 1219 X: 54752,13
Y: 388906,74
Z: 0,52
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, uiterst siltig Matig humeus Zeer fijn Zwart-Bruin Kalkrijk Bouwvoor Spoor baksteen Met spikkels van baksteen 30 -mv NAP: 0,22 Aard ondergr.: Scherp
Boortype: Edelman 7
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, kleiig Matig humeus Matig fijn Donker Bruin Kalkrijk Opgebrachte grond Spoor baksteen Secundaire vulling sloot? 70 -mv NAP: -0,18 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Edelman 7
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, matig siltig Matig fijn Grijs Donkergrijs -gevlekt Kalkrijk Slootvulling Spoor baksteen, spoor aardewerk, spoor dierlijk bot Bezinksel in sloot 105 -mv NAP: -0,53 Aard ondergr.: Diffuus
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Veel dunne siltlagen Bodem: Weinig fosfaatvlekken Opmerking: Natuurlijk zand met ingespoeld siltig materiaal en fosfaat Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 145 -mv NAP: -0,93 Aard ondergr.: Diffuus Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 170 -mv NAP: -1,18 Aard ondergr.:
Boortype: Edelman 7
Lithologie:
Lithologie:
Geulafzettingen Diffuus
Boortype: Edelman 7
Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Grondwater vanaf ca 200. Beneden 230 geen sediment meer opgeboord Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 230 -mv NAP: -1,78 Boortype: Edelman 7
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Boring: 5
Project:
Datum: 25-9-2025
Beschrijver: Frederik D'hondt
Dijkwelseweg perceel 1219 X: 54684,83
Y: 388902,89
Z: 0,49
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, uiterst siltig Matig humeus Zeer fijn Zwart-Bruin Kalkrijk Bouwvoor Spoor baksteen Met baksteenbrokken 45 -mv NAP: 0,04 Aard ondergr.: Scherp
Boortype: Edelman 7
Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand, matig siltig Matig fijn Licht Grijs Kalkrijk Cultuurlaag Weinig baksteen Met grotere brokken baksteeen 75 -mv NAP: -0,26 Aard ondergr.:
Boortype: Edelman 7
Zand, zwak siltig Zeer fijn Licht Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Weinig roestvlekken Opmerking: Bovenin zweem van fosfaat- en ijzervlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 150 -mv NAP: -1,01
Geleidelijk
Lithologie:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Geulafzettingen Boortype: Edelman 7
ARTEFAC T RAPPORT 1071
Bijlage 6
KAPELLE DIJKWELSEWEG PERCEEL 1219
Relevante boorstaten eerder onderzoek (2022)
Bron: Van den Berg & Wattenberghe 2023: bijlage 5.
61
Rapportage Archeologisch Booronderzoek
Project: Kapelle Dijkwelseweg 15 2022ART117 Plaats:
Kapelle
Gemeente:
Kapelle
Opdrachtgever: Juust
Kaartblad:
65H
OM-nummer:
5298076100
Bepaling Locatie:
Dgps
Bepaling Maaiveldhoogte:
Dgps
Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort
Silt Humus Grind
Boring: 1
Project:
Datum: 28-11-2022 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: David Kneuvels Opmerking: Boomgaard
Kapelle Dijkwelseweg 15 X: 54766,36
Zand, kleiig Normaal Grijs Fragmenten van schelpen Bodem: Bouwvoor Archeologie: Rode puinbrokjes Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Ondergrens: 40 -mv NAP: 0,08
Y: 388923,50
Z: 0,48
Lithologie:
Aard ondergr.:
Lithologie: Zand, matig siltig Normaal Bruin-Grijs Kalkrijk Bodem: Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 70 -mv NAP: -0,22 Aard ondergr.:
Scherp
Boortype: Edelman 7
Kreekrugafzettingen Scherp Boortype: Edelman 7
Lithologie: Zand, zwak siltig Matig fijn Compact Licht Grijs Kalkrijk Bodem: Weinig roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekrugafzettingen Ondergrens: 175 -mv NAP: -1,27 Boortype: Steekguts 3
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed