CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-07a D26.347841 Ruimtelijke onderbouwing drinkwaterzuivering Evides

Raadsvergadering 24 februari 2026, gemeente KapelleBij agendapunt: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) drinkwaterzuivering Evides13.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

DWZ Wranghe Evides

33 van 51

4.10 Geluid Kader Een omgevingsplan dient bij de toevoeging van een nieuw geluidgevoelig gebouw ervoor te zorgen dat het geluid op dat gebouw niet de standaardwaarde overschrijdt (5.78t Bkl). De waardes die gelden worden weergegeven in tabel 4-5. Echter, in het omgevingsplan kan van deze standaardwaarden onder voorwaarden worden afgeweken. Indien afwijking mogelijk is, dan gelden de grenswaarden uit artikel 5.78u Bkl (tabel 4-6). Afwijking van de standaardwaarde is mogelijk indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen, de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u Bkl. Tabel 4: standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78t Bkl). Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen, rijkswegen

50 Lden

Gemeentewegen, waterschapswegen

53 Lden

Lokale spoorwegen, hoofdspoorwegen

55 Lden

Industrieterrein

50 Lden 40 Lnight

Tabel 5: grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78u Bkl). Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen, rijkswegen

60 Lden

Gemeentewegen, waterschapswegen

70 Lden

Lokale spoorwegen, hoofdspoorwegen

65 Lden

Industrieterrein

55 Lden 45 Lnight

Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3.5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. In artikel 5.78 Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Toetsing De ontwikkeling betreft het toevoegen van bouwmogelijkheden aan een bedrijfslocatie.

Het toevoegen van bouwmogelijkheden leidt niet tot een andere geluidbelasting. Ter plaatse van het

DWZ Wranghe Evides

34 van 51

projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van geluid reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten gerealiseerd. Hiernaast is de projectlocatie is niet gelegen in of nabij een stiltegebied. Conclusie Er zijn vanuit geluid gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.11 Geur Kader Er zijn diverse sectoren waarbij geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. De gemeente moet bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening houden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: • •

Bij het mogelijk maken van activiteiten met gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen; Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande activiteiten met gebruiksruimte (geurveroorzakende bedrijven);

Aanvaardbare geurhinder De geur van een activiteit (met gebruiksruimte) op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Gemeenten bepalen zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vinden. De gemeente legt in het omgevingsplan vast wat de plaats is waar waarden voor geur gelden. Ook kennen sommige activiteiten afstandsregels. Dit zijn minimumafstanden tussen een geurgevoelig gebouw en een geur veroorzakende activiteit. Toetsing De ontwikkeling betreft het toevoegen van bouwmogelijkheden aan een bedrijfslocatie. Het toevoegen van bouwmogelijkheden leidt niet tot een andere geurbelasting. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van geur reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Ook zijn binnen de adviesafstanden van 250 meter, 500 meter en 2000 meter respectievelijk geen veehouderijen, pluimveehouderijen of geitenhoudenrijen gelegen. Er worden met de geplande ontwikkeling geen nieuwe geurgevoelige objecten gerealiseerd. Vanuit de drinkwaterzuivering zelf wordt ook geen geuruitstraling verwacht.

Conclusie Er zijn vanuit het aspect geur gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

DWZ Wranghe Evides

35 van 51

4.12 Lichthinder Kader Onder de Omgevingswet hebben vooral gemeenten en provincies de verantwoordelijkheid om lichthinder te reguleren. Op rijksniveau worden regels over verlichting en lichthinder vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Invoeringsbesluit. Het Bbl bevat onder andere bepalingen over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Zo staat in paragraaf 7.2.1 van het Bbl een zorgplicht met betrekking tot het voorkomen van lichthinder bij het mobiel breken van bouw- en sloopafval. In het Bal (artikel 2.2) zijn er regels opgenomen voor assimilatiebelichting in kassen. De bruidschat in het Invoeringsbesluit bevat regels rondom lichthinder bij sportvelden. Toetsing De ontwikkeling betreft het toevoegen van bouwmogelijkheden aan een bedrijfslocatie. Het toevoegen van bouwmogelijkheden leidt niet tot een andere belasting op het gebied van lichthinder. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van lichthinder reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. De belichting op het terrein is beperkt tot hetgeen benodigd voor het bedrijfsproces.

Hiernaast is de meest nabij gelegen woning op grote afstand van het projectgebied, waardoor er geen lichthinder wordt verwacht voor omwonenden. Conclusie Er zijn vanuit lichthinder gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.13 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit Op basis van artikel 2.4 en artikel 2.5 van het Bkl gelden omgevingswaarden voor stikstofdioxide, stikstofoxiden en fijnstof. In de onderstaande tabel zijn de vastgestelde concentraties opgenomen. Tabel 6: Vastgestelde omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit.

Stof

Soort norm

Concentratie

NO2

Jaargemiddelde

40 µg/m3

NO2

Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden)

200 µg/m3

NOx

Jaargemiddelde

30 µg/m3

PM10

Jaargemiddelde

40 µg/m3

PM10

24-uurgemiddelde (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden)

50 µg/m3

PM2,5

Jaargemiddelde

25 µg/m3

DWZ Wranghe Evides

36 van 51

Niet in betekenende mate Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; of  Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit de artikelen 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Aandachtsgebieden Toetsing aan de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties is altijd nodig als het projectgebied is gelegen in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51, lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. Toetsing De ontwikkeling betreft het toevoegen van bouwmogelijkheden aan een bedrijfslocatie.

Het toevoegen van bouwmogelijkheden leidt niet tot een andere belasting op het gebied van luchtkwaliteit. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van luchtkwaliteit reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit Voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie op plaatsen waarbij sprake kan zijn van langdurende blootstelling van mensen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij woningen. De achtergrondconcentratie ligt op de locatie tussen 12 en 16 µg/m3 (RIVM, 2021). Voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie op plaatsen waarbij sprake kan zijn van langdurende blootstelling van mensen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij woningen. De achtergrondconcentratie bedraagt tussen 14 en 15 µg/m3 op de locatie (RIVM, 2021). De concentratie van PM2,5 hangt sterk samen met de concentratie van PM10. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft de relatie tussen de concentraties PM2,5 en PM10 nader onderzocht[6]. Uit het onderzoek volgt dat wanneer aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, vrijwel altijd ook wordt voldaan aan de grenswaarde voor PM2,5.

Ter plaatse van de omliggende woningen bedraagt de concentratie PM10 maximaal 15 µg/m3 (RIVM, 2021). Uit bovenstaande blijkt dat ter plaatse van de ontwikkeling ook aan de grenswaarde voor NO2, PM10 en PM2,5 wordt voldaan. Niet in betekenende mate Volgens de NIMB tool zal het extra verkeer als gevolg van DWZ Wranghe niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht.

DWZ Wranghe Evides

37 van 51

Figuur 13: NIBM Berekening voor extra verkeer.

Aandachtsgebieden Het projectgebied is geen aandachtsgebied en niet in de nabijheid van een aandachtsgebied. Conclusie Er zijn vanuit luchtkwaliteit gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.14 Trilling Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. In paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten.

In het omgevingsplan nemen gemeenten ook regels op voor trillingen door milieubelastende activiteiten. Vastgelegd wordt welke trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

DWZ Wranghe Evides

38 van 51

Toetsing De meest relevante trillingsbronnen zijn wegverkeer, railverkeer en industriële activiteiten. Voor wegverkeer en railverkeer geldt dat dit afhankelijk is van het aandeel zwaar vrachtverkeer. Voor alle trillingsbronnen geldt dat trillingen afnemen als de afstand tot de bron groter wordt. Voor trillingen door wegverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel zwaar vrachtverkeer en de ligging ten opzichte van het projectgebied. In het geval van dit project geldt dat op basis van het aandeel zwaar vrachtverkeer en de afstand tot het projectgebied er geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn. Voor trillingen door railverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel goederenvervoer en de ligging ten opzichte van het projectgebied. In het geval van dit project geldt dat op basis van de afstand tot het projectgebied er geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn. Voor trillingen door industriële activiteiten moet worden gekeken naar de ligging ten opzichte van het projectgebied. In het geval van dit project geldt dat op basis van de afstand tot het projectgebied er geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn. Conclusie Er zijn vanuit trillingen gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.15 Welstand Kader De redelijke eisen van welstand zijn vastgelegd in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: (1) repressief welstand (art. 22.7), oftewel de regeling voor excessen, en (2) de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning met betrekking tot bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29). In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 (voorheen Welstandsnota) staan criteria waaraan bebouwing in het buitengebied van de gemeente Kapelle aan zou moeten voldoen. Deze zijn als volgt: Tabel 7: Criteria voor bebouwing in het buitengebied. Bron: Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 Gemeente Kapellen. Criteria Algemeen

 

 Plaatsing

 

  Massa en vorm

DWZ Wranghe Evides

 

Waarborgen van de aanwezige landschappelijke setting. Bij iedere toevoeging of verandering is de bestaande landschappelijke structuur, de karakteristiek van de gebouwen en de detaillering, het kleur- en materiaalgebruik het uitgangspunt. Cultuurhistorische waarden van bebouwing en boerderijen behouden. Behouden van bestaand verkavelingspatroon en bebouwingstypologie van direct omliggende kavels en bebouwing. Bij (vervangende) nieuwbouw dient het hoofdgebouw (woning) aan de weg te worden gesitueerd, met de bijgebouwen en bedrijfsgebouwen compact gesitueerd op het achtererf. Behouden van de bestaande oriëntatiemogelijkheden en zichtrelaties met het landschap. Bijzondere functies kennen een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Bij verbouwing of renovatie samenstelling van de hoofdmassa respecteren. Bij (vervangende) nieuwbouw is een eenvoudige hoofdvorm het uitgangspunt aansluitend op de massa en hoofdvorm van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing of het ensemble van gebouwen als geheel.

39 van 51

   Gevelkarakteristiek

    Kleur en materiaal

    

  

Toepassen van een kapvorm en -richting afgestemd op de bestaande mate aan variatie in de omgeving. De hoofdvorm van agrarische bedrijfsbebouwing rechthoekig en voorzien van een traditionele steile kap of een kap met een flauwe hellingshoek tot 30o Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur. Bij renovatie of verbouwing de oorspronkelijke bouwstijl, gevelgeleding en indeling en authentieke detaillering behouden. De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand behouden. (Vervangende) nieuwbouw dient in relatie tot het omliggende landschap of uitstraling van eventueel aanwezige bebouwingscluster te worden vormgegeven. Eigentijdse uitwerking van onderdelen van een gevel is mogelijk. Bij (vervangende) nieuwbouw zorgvuldige inrichting van gevel aan de straatzijde. In de nabijheid van de weg dienen voorgevels zich op de openbare ruimte te oriënteren. Bij grotere bedrijfsbebouwing met lange gevels dient deze te zijn voorzien van een visuele geleding. Agrarische bedrijfsbebouwing uitgevoerd met een onderbouw op een herkenbare en in verhouding uitgevoerde (gemetselde) plint. Bij renovatie of verbouwing het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik behouden. Bij (vervangende) nieuwbouw toepassen van ingetogen kleur- en materiaalgebruik en afgestemd op het landschappelijke/natuurlijke karakter van de omgeving.

Gebruik van traditionele materialen (zoals baksteen, hout, riet etc.) of materialen die daar aan gelijk zijn. Het dakvlak van woonbebouwing uitvoeren in donkere of rode dakpannen. Bedrijfsbebouwing met plint van beton of in aardkleurig metselwerk, donker gepotdekseld hout, staalprofiel of vlakke sandwichpanelen uitgevoerd in donkergroen of antraciet. Het dakvlak van agrarische bedrijfsbebouwing uitvoeren in donkere kleur. Grote deuren en andere bepalende gevelonderdelen uitvoeren in dezelfde of een op de gevelkleur gelijkende kleur. Geen sterk contrasterende kleuren en materialen.

Beeldkwaliteitsplan Voor het projectgebied is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte en bevat toetsbare criteria. Belangrijke aspecten zijn integraal natuurinclusief, ruimtelijk evenwicht, rooilijnen, landschapsoriëntatie, zichtlijnen, groene randen, positionering gebouwen, grondsculpturen, materialisatie, groene inpassing van hekwerken, toegankelijke biodiverse watergangen, landschappelijke hoofdentree en streekeigen groen. Toetsing Plaatsing Het is zaak de uiteindelijke uitwerking van de bouwmassa zo basaal en bescheiden mogelijk te houden. Immers, de drinkwaterzuiveringsinstallatie komt in relatief open gebied te liggen, met alleen de industriële waterzuivering als bebouwing in de directe nabijheid. Op alle mogelijke manieren moet, ondanks de bouwmassa, de indruk van een distributiecentrum worden vermeden en juist openheid betracht worden. Voor de geplande ontwikkeling liggen de gebouwen van het zuidwesten naar het noordoosten gepositioneerd. Daarmee zijn ze op natuurlijke wijze ingebed in de het cultuurlandschap in de hoek van de watergang met de Daniëlsweg en de beide tracés van de hoogspanningslijnen. Vanuit het dorp ‘s-Gravenpolder leiden visueel gezien de gebouwen weg van het bebouwde gebied. De

DWZ Wranghe Evides

40 van 51

noordoostelijke kopse kant van de gebouwen loopt (op afstand) parallel aan de A58. Het zicht vanaf die snelweg op DWZ Wranghe zal beperkt zijn en is in lijn met de rijrichting. De aanrijroute naar DWZ Wranghe loopt langs de zuidoostkant van de gebouwen. Parkeerplaatsen en de entree zijn aan de achterzijde gesitueerd om het zicht op het profiel en technische proces van de drinkwaterzuivering vrij te houden. De laad- en onderhoudsperrons aan de achterzijde liggen oplopend langs de achtergevel van het voorzuiveringsgebouw. Dit versterkt de hoogte van dit gebouw ten opzichte van het nazuiveringsgebouw, passend bij het omringende landschap. Door de logistieke activiteiten van de waterzuivering achter de gebouwen te houden, wordt voorkomen dat de voorzijde alsnog de associatie met een distributiecentrum krijgt. Massa en vorm De omgeving van DWZ Wranghe kenmerkt zich door horizontale lijnen, doorzichten en einders. Het technische proces van de waterzuivering, dat onder meer gebaseerd is op de zwaartekracht, leent zich uitstekend voor een duidelijke geleding. Geen blokkendozen maar lijnen in de lengte waarbij elk gebouw zijn eigen verhaal vertelt terwijl de massa zo min mogelijk ruimte inneemt. Voor de verbinding tussen de voor- en nazuivering, bestaande uit een tracé van leidingwerk en pompen, is gekozen voor een glazen pui.

Die maakt het technische proces zichtbaar en laat zien hoe de route van water(leidingen) de massa van beide hoofdgebouwen verbindt. Bovendien ontstaat er transparantie in het profiel die past bij het omringende cultuurlandschap met zijn doorzichten. Gevelkarakteristiek De profilering van de gevels verkleinen visueel de bouwmassa en geven een impressie van het zuiveringsproces. Door de gevel van de voorzuivering van een grovere profilering te voorzien en die van nazuivering van een fijnere profileringskorrel, wordt het zuiveringsproces weergegeven. Andere visuele middelen zijn de verticale dilataties en een diagonaal opwaartse groef op het voorzuiveringsgebouw en de horizontale dilataties en diagonaal aflopende groef op het nazuiveringsgebouw. Die laatste lijn loopt door op de reinwaterrervoirs. Kleur en materiaal De gebouwen worden uitgevoerd in beton, dit materiaal is immers hoog compatibel met water en daarmee uitermate geschikt in de toepassing voor een waterzuiveringsinstallatie. De hoofdmassa’s worden uitgevoerd in betongrijs. Het beton blijft in zijn functionele eenvoud als natuurlijke kleur zichtbaar in het hoofdgebouw en voegt zich daarmee zoveel mogelijk in het landschap. De secundaire gebouwen zullen uitgevoerd worden in natuurlijk gekleurd beton zoals roestbruin en groen. Zij zorgen voor de natuurlijke accenten zoals deze ook in de omgeving voorkomen.

Beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitsplan en de landschappelijke inpassing hebben als leidraad gediend voor het totale ontwerp. De landschappelijke inpassing opgesteld door Bosch en Slabbers Landschapsarchitecten is toegevoegd als bijlage 9. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat er in het ontwerp van DWZ Wranghe voldoende rekening is gehouden met de eisen van welstand. Daarmee vormt het aspect welstand geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

DWZ Wranghe Evides

41 van 51

4.16 Gezondheid Kader Gezondheid speelt een belangrijke rol binnen de Omgevingswet. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is het creëren van een gezonde fysieke leefomgeving. Hiernaast stelt het Rijk ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid, zoals regels voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Deze randvoorwaarden werken door in het omgevingsplan en de aspecten zijn eerder in dit hoofdstuk al getoetst. Toetsing Volgens het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu is de milieugezondheidsrisico (hoeveel van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling komt) in en rondom het projectgebied tussen 3,5 en 4,0 procent. DWZ Wranghe zal dit percentage niet wezenlijk verhogen.

Figuur 14: Milieugezondheidsrisico in en rondom het projectgebied. Bron: Atlas Leefomgeving.

DWZ Wranghe zal de gezondheid bevorderen; door de fraaie landschappelijke inpassing kunnen medewerkers en bezoekers namelijk genieten van de groene omgeving op en rondom het terrein. Ook bijvoorbeeld het maken van een (lunch)wandeling met collega’s in het groen zal de sociale gezondheid van medewerkers positief beïnvloeden. Hiernaast draagt DWZ Wranghe bij aan een robuuste drinkwatervoorziening, essentieel voor de volksgezondheid. Conclusie Er is vanuit het aspect gezondheid gezien geen belemmering om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.17 Omgevingsveiligheid Kader Omgevingsveiligheid betreft de risico's die ontstaan door de opslag, productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen, evenals door windturbines. De regels voor omgevingsveiligheid zijn vastgelegd in paragraaf 5.1.2 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl richten zich op het toelaten van verschillende typen gebouwen (beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare) en locaties (beperkt kwetsbare en kwetsbare) in relatie tot de externe veiligheidsrisico’s van activiteiten die zijn toegestaan op basis van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

DWZ Wranghe Evides

42 van 51

Toetsing Uit de Atlas Leefomgeving blijken er geen gevoelige objecten aanwezig op het terrein of in de directe nabijheid hiervan. Het perceel is geen aandachtsgebied volgens het Register Externe Veiligheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2024). Wel valt het, zoals het grootste gedeelte van Midden-Zeeland, binnen de cirkel waar maatregelen gelden (schuilen en gebruik jodiumprofylaxe) in het geval van een ongeluk bij de nucleaire installatie kerncentrale Borssele.

Figuur 15: Gevoelige objecten in het projectgebied. Bron: Atlas Leefomgeving.

Het projectgebied ligt niet in de mercalli zone (gebieden waar mogelijk een risico op een aardbeving aanwezig is) volgens de Atlas Leefomgeving. De ontwikkeling betreft het toevoegen van bouwmogelijkheden aan een bedrijfslocatie. Het toevoegen van bouwmogelijkheden leidt niet tot een andere belasting op het gebied van omgevingsveiligheid. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van omgevingsveiligheid reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Conclusie Er is vanuit het aspect omgevingsveiligheid gezien geen belemmering om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.18 M.E.R.-beoordeling Kader De verplichting om een milieueffectrapportage (mer) op te stellen is opgenomen in artikel 16.43 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Of een project mer(beoordelings)plichtig is, wordt bepaald aan de hand van de tabel in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor dit project is er ook specifiek stilgestaan bij categorie K.

DWZ Wranghe Evides

43 van 51

Tabel 8: Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Bron: wetten.overheid.nl. Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Nr.

Projecten

Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

K1

Werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater

Een hoeveelheid water van 10.000.000 m3 of meer per jaar

Oprichting, wijziging of uitbreiding

De omgevingsvergunning voor een wateractiviteit of de omgevingsvergunning op grond van een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 5.4 van de wet

K2

Projecten voor de overbrenging van water tussen stroomgebieden, met uitzondering van overbrenging van via leidingen aangevoerd drinkwater

Aanleg, wijziging of uitbreiding als: 1°. de overbrenging als doel heeft eventuele waterschaarste te voorkomen en de hoeveelheid overgebracht water meer bedraagt dan 100.000.000 m3 per jaar; of 2°. het meerjarig gemiddelde jaardebiet van het bekken waaraan het water wordt onttrokken meer bedraagt dan 2.000.000.000 m3 en de hoeveelheid overgebracht water 5% van dit debiet overschrijdt

Aanleg, wijziging of uitbreiding

De omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, de goedkeuring van gedeputeerde staten op grond van artikel 16.72 van de wet of de omgevingsvergunning op grond van een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 5.4 van de wet

Toetsing DWZ Wranghe zal oppervlaktewater vanuit de spaarbekkens van Evides in de Brabantse Biesbosch zuiveren tot drinkwater. K1 is van toepassing. Er is voor dit project niet structureel sprake van de oprichting, wijzing of uitbreiding van werkzaamheden. Ten behoeve van het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden wordt er wel grondwater onttrokken, omdat bronbemaling zal worden toegepast om de bouwkuip droog te houden. Hiervoor is een bemalingsadvies opgesteld, zie bijlage 10. De conclusie van dit advies is als volgt: Het totale waterbezwaar bedraagt maximaal (GHG) 25.552 m3. De onttrekking voldoet niet aan de Regeling Algemene regels voor tijdelijke onttrekkingen voor overige gebieden (zout). De maximale tijdsduur wordt hierbij overschreden. Er dient een vergunning en een mededeling (aanmeldnotitie) vormvrije m.e.r. (milieu-effectrapportage) aangevraagd te worden in het kader van de Omgevingswet bij het bevoegd gezag (Waterschap Scheldestromen). Er wordt water overgebracht naar DWZ Wranghe vanuit de Evides spaarbekkens in de Brabantse Biesbosch, echter betreft dit niet het overbrengen met als doel eventuele waterschaarste te voorkomen. Daarmee is K2 niet van toepassing.

DWZ Wranghe Evides

44 van 51

Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat een mer-plicht niet van toepassing is, echter geldt er wel een mer-beoordelingsplicht voor het onttrekken van grondwater tijdens de realisatiefase. Dit zal worden ingediend als onderdeel van de omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit.

DWZ Wranghe Evides

45 van 51

5

Participatie

5.1

Communicatie

Artikel 16.55 van de Omgevingswet beschrijft de verplichting voor initiatiefnemers om bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan participatie te doen. Verder legt de participatienota van de gemeente Kapelle de kaders vast voor participatie van inwoners, bedrijven en instellingen bij het maken en uitvoeren van beleid. Vanaf een vroeg stadium in het project zijn mogelijke stakeholders in kaart gebracht aan de hand van een uitgebreide stakeholderanalyse, en is er een omgevingsstrategie opgesteld. Evides is in gesprek gegaan met een groot deel van de geïdentificeerde stakeholders met als doel de omgeving en belanghebbende vroegtijdig te informeren en te betrekken. Evides vindt het belangrijk om ze regelmatig op de hoogte te houden van het project en inbreng serieus te nemen. Vanaf de initiatieffase van het project hebben er periodieke vooroverleggen plaatsgevonden met de betrokken bevoegde gezagen. Hiernaast hebben er al meerdere omgevingstafels (12 december 2023 en 15 juli 2024) plaatsgevonden met verschillende ketenpartners, waaronder: -

Gemeente Kapelle Gemeente Goes Gemeente Borsele Gemeente Tholen Gemeente Reimerswaal Provincie Zeeland

-

Veiligheidsregio Zeeland Waterschap Scheldestromen Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Rijkswaterstaat GGD Stedin

Naast de bovengenoemde partijen is er contact met de volgende stakeholders: -

Stichting Het Zeeuwse Landschap Stichting Landschapsbeheer Zeeland Tennet Pachters Omwonenden

Onderwerpen die zijn besproken met stakeholders zijn onder andere klimaatbestendigheid van de drinkwaterzuivering en leidingen, (landschappelijke) inrichting van het terrein en de effecten van de hoogspanningslijnen op gezondheid van medewerkers. De feedback vanuit de omgevingstafels en gesprekken met stakeholders is meegenomen in het (ontwerp)proces van DWZ Wranghe. Zo is er bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan een klimaat- en natuurinclusief ontwerp en wordt er met Tennet afgestemd welke maatregelen er kunnen worden genomen om veiligheid van personeel tijdens zowel de realisatie- als de exploitatiefases te waarborgen. Het project is breed gedragen binnen Evides Waterbedrijf; er zijn een groot aantal afdelingen in verschillende mate betrokken. De volgende stakeholders zijn op de hoogte van het project via contact met collega’s binnen Evides: -

Gasunie LSNed PZEM ILT

DWZ Wranghe Evides

46 van 51

5.2

Bezoek directe omwonenden

Gezien de afgelegen ligging is het aantal directe omwonenden zeer beperkt. De dichtstbijzijnde omwonenden van het terrein zijn tevens de pachters van de grond. De grond wordt momenteel verpacht en gebruikt voor agrarische doeleinden door drie verschillende pachters. Evides heeft sinds november 2023 regelmatig contact met deze pachters en vind het belangrijk hen te betrekken bij het proces en gezamenlijk te kijken naar kansen voor de toekomst. De pachters hebben aangegeven interesse te hebben in een langdurige pachtovereenkomst. Evides onderzoekt daarom de mogelijkheid om in te zetten op een langdurige pachtovereenkomst van de grond die niet direct nodig is voor DWZ Wranghe.

5.3

Samenvatting

Het participatieproces heeft geleid tot een breed gedragen plan dat de belangen van alle betrokken partijen respecteert. Evides blijft bereid tot verdere dialoog en samenwerking gedurende de rest van het project om ervoor te zorgen dat het op een verantwoorde en duurzame manier zal worden gerealiseerd.

DWZ Wranghe Evides

47 van 51

6

Financiële haalbaarheid

6.1

Financiële beoordeling

De beoogde nieuwe inrichting komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer, Evides Waterbedrijf. Evides Waterbedrijf heeft voldoende middelen om dit project volledig te financieren en heeft het project opgenomen in de meerjarenbegroting. De financiële haalbaarheid van het plan is daarmee geborgd en de ontwikkeling is economisch uitvoerbaar

DWZ Wranghe Evides

48 van 51

7

Conclusie evenwichtige toedeling van functies

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) (artikel 4.2 lid 1). In de voorliggende motivering is een verantwoording gegeven, waaruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan een ETFAL. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van DWZ Wranghe in het buitengebied van de gemeente Kapelle. De beoogde ontwikkeling behoeft een bouwvlak en hogere bouwhoogte van de bouwwerken dan maximaal is toegestaan en is daarom in strijd met het tijdelijk omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt er op de grond van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een omgevingsvergunning aangevraagd. Om de omgevingsaanvraag te kunnen indienen dient er aangetoond te worden dat de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onder voorbehoud van de resultaten van het nog uit te voeren vervolgonderzoek naar de marterachtigen en haas kan er op basis van voorliggende motivering worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Het voornemen heeft geen negatieve effecten op milieu-en/of omgevingsaspecten.

DWZ Wranghe Evides

49 van 51

8

Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan

De beoogde ontwikkeling, het bouwen van een nieuwe drinkwaterzuivering, past niet binnen de bepalingen van het geldende ruimtelijke kader, door het ontbreken van een bouwvlak en de overschrijding van de maximaal toelaatbare hoogte van de benodigde bouwwerken op het perceel. Zoals de conclusie van dit rapport luidt is er, onder voorbehoud van de resultaten van een aantal nog uit te voeren onderzoeken, sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor de beoogde ontwikkeling, waardoor er geen belemmering is voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan. De gemeente Kapelle wordt verzocht de beoogde ontwikkeling op te nemen in het omgevingsplan.

DWZ Wranghe Evides

50 van 51

Bijlagen Bijlage 1 Archeologisch bureau- en inventariserend (veld)onderzoek Bijlage 2 Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Bijlage 3 Archeologisch advies Bijlage 4 Rapportage verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 5 AERIUS berekeningen Bijlage 6 NNN-toets Bijlage 7 Ecologisch onderzoek Bijlage 8 Compensatie toename verhard oppervlakte Bijlage 9 Landschappelijke inpassing Bijlage 10 Rapportage bemalingsadvies Bijlage 11 Tekeningen

DWZ Wranghe Evides

51 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16605510/1