CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-07a D26.347841 Ruimtelijke onderbouwing drinkwaterzuivering Evides

Raadsvergadering 24 februari 2026, gemeente KapelleBij agendapunt: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) drinkwaterzuivering Evides13.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Nieuwbouw Drinkwaterzuivering Wranghe Vertrouwelijk

Auteur:

Kraamer - Ouwehand, C.N. (Corinne)

Gemaakt:

2025-01-09

Gewijzigd:

2025-06-18

Geprint: Laatste wijziging:

Kraamer - Ouwehand, C.N. (Corinne)

Evides Waterbedrijf N.V. Postbus 4472 3006 AL Rotterdam - NL Telefoon: +31 10 2935000 www.evides.nl

DWZ Wranghe Evides

2 van 51

Managementsamenvatting Evides Waterbedrijf dient een aanvraag in voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het buitengebied van de gemeente Kapelle. De beoogde ontwikkeling, het bouwen van een nieuwe drinkwaterzuivering (hierna DWZ), past niet binnen de bepalingen van het geldende ruimtelijke kader, door het ontbreken van een bouwvlak en de overschrijding van de maximaal toelaatbare hoogte van de benodigde bouwwerken op het perceel. De beoogde ontwikkeling is getoetst aan Rijksbeleid (Nationale Omgevingsvisie, Nationaal Waterprogramma 2022-2027), provinciaal beleid (Zeeuwse Omgevingsvisie, Provinciale Omgevingsverordening Zeeland, Zeeuws Deltaplan Zoet Water, Waterschapsbeheerprogramma 2022 – 2027) en gemeentelijk beleid (Structuurvisie 2012-2030). Hieruit kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met het beleid. Hiernaast is de beoogde ontwikkeling getoetst aan verschillende milieu – en/of omgevingsaspecten (stedenbouw, verkeer en Parkeren, bedrijven en milieuzonering, archeologie en cultuurhistorie, bodem, natuur en ecologie, water, duurzaamheid, klimaatadapatie, geluid, geur, lichthinder, luchtkwaliteit, trilling, welstand, gezondheid, omgevingsveiligheid, en M.E.R.-beoordeling).

Hieruit is gebleken dat er voor het aspect natuur en ecologie een vervolgonderzoek naar de marterachtigen en de haas in het gebied moet worden uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn inmiddels uitgezet, eventuele (compenserende) maatregelen kunnen naar verwachting ingepast worden in het projectgebied. Op basis van de motivering kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het voornemen heeft onder voorbehoud van een reed uitgezet onderzoek geen negatieve effecten op milieu-en/of omgevingsaspecten. Daarmee zijn er geen belemmeringen om de beoogde ontwikkeling op te nemen in het omgevingsplan.

DWZ Wranghe Evides

3 van 51

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

1

Inleiding

6

1.1

Algemeen

6

1.2

Locatie / Ligging en begrenzing

6

1.3

Geldende ruimtelijke kaders en juridische regeling

7

1.4

De aanvraag

8

1.5

Procedure

9

1.6

Leeswijzer

9

2

3

4

Het project

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Beoogde ontwikkeling

12

Beleid

14

3.1

Rijksbeleid

14

3.2

Provinciaal beleid

15

3.3

Gemeentelijk beleid

17

Kwaliteit van de leefomgeving

18

4.1

Stedenbouw

18

4.2

Verkeer en Parkeren

19

4.3

Bedrijven en milieuzonering

20

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

21

4.5

Bodem

23

4.6

Natuur en ecologie

25

4.7

Weging van het waterbelang

26

4.8

Duurzaamheid

29

4.9

Klimaatadapatie

31

4.10 Geluid

34

4.11 Geur 35 4.12 Lichthinder

5

6

36

4.13 Luchtkwaliteit

36

4.14 Trilling

38

4.15 Welstand

39

4.16 Gezondheid

42

4.17 Omgevingsveiligheid

42

4.18 M.E.R.-beoordeling

43

Participatie

46

5.1

Communicatie

46

5.2

Bezoek directe omwonenden

47

5.3

Samenvatting

47

Financiële haalbaarheid

48

6.1

48

Financiële beoordeling

DWZ Wranghe Evides

4 van 51

7

Conclusie evenwichtige toedeling van functies

8

Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan 50

Bijlagen

DWZ Wranghe Evides

49

51

5 van 51

1

Inleiding

1.1

Algemeen

Evides Waterbedrijf dient een aanvraag in voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In het buitengebied van de gemeente Kapelle treft Evides Waterbedrijf voorbereidingen voor de bouw van een nieuwe drinkwaterzuivering (DWZ) op locatie Wranghe. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de bepalingen van het geldende bestemmingsplan, door het ontbreken van een bouwvlak en de overschrijding van de maximaal toelaatbare hoogte van de benodigde bouwwerken op het perceel. Dit document is ter onderbouwing van de aanvraag.

1.2

Locatie / Ligging en begrenzing

Het projectgebied omvat (een deel van) een perceel dat kadastraal bekend staat onder Gemeente Kapelle, Sectie G, Perceel 602 en beslaat een oppervlakte van circa 12 hectare. Het projectgebied ligt aan de Stadhoekweg, in agrarisch gebied ten zuiden van de A58 en ten noordoosten van ‘sGravenpolder. Het perceel bevat twee hoogspanningsverbindingen. Het perceel is deels omringd door agrarische percelen, met uitzondering van de industriewaterzuivering De Wranghe, gelegen direct ten zuidoosten van het perceel.

Figuur 1: Ligging van het projectgebied.

DWZ Wranghe Evides

6 van 51

Figuur 2: Beoogde locatie van DWZ Wranghe.

1.3

Geldende ruimtelijke kaders en juridische regeling

Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2e herziening’ (vastgesteld op 24 februari 2015). Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden.

Figuur 3: Weergave van het perceel binnen het geldende omgevingsplan. Bron: Omgevingsloket.

DWZ Wranghe Evides

7 van 51

Binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, dat een aantal keer is herzien, heeft het perceel de enkelbestemming ‘Bedrijf’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 (art. 34)’ en de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’. In het plan Kapelle Buitengebied, hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, artikel 9.1 (Bestemmingsomschrijving), wordt beschreven waar de voor Bedrijf aangewezen gronden voor bestemd zijn. In artikel 9.2.1 (Bouwregels voor de bestemming), worden de regels die gelden voor het bouwen benoemd. Verder wordt in artikel 9.2.2 (Hoogte, oppervlakte en inhoud) de eisen benoemd waaraan de goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een bouwwerk, moet voldoen. Ter plaatse van het projectgebied is er geen bouwvlak aanwezig. Hiernaast zal de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen hoger zijn dan de 10 m dat maximaal is toegestaan volgens de regeling. Mede om deze reden wordt er een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd.

1.4

De aanvraag

Om het project te kunnen realiseren is er een bouwvlak nodig. In onderstaand figuur is het gewenste bouwvlak in rood aangegeven. De gewenste bouwhoogte binnen dit bouwvlak is maximaal 15 meter. Voor de exacte maten van het bouwvlak en de hoogte van de onderdelen, zie de tekeningen in bijlage 11.

Gewenst Bouwvlak

Figuur 4: Situatie met ontwerp en in rood het gewenste bouwvlak.

DWZ Wranghe Evides

8 van 51

1.5

Procedure

De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden. Dit betekent dat in principe voor alle plannen de korte (reguliere) procedure uitgangspunt is en daarmee hoofdregel van de omgevingswet. Hiermee is de kruimelregeling komen te vervallen. De beslistermijn voor de korte procedure is normaliter maximaal 8 weken (eventueel +6 weken bij verlenging van de beslistermijn). Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. De uitgebreide procedure is de uitzondering (26 weken). Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. Eventueel te verlengen met 6 weken. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Een uitgebreide procedure geldt onder meer:  Wanneer een “mer” is vereist. Dit is voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing;  Wanneer Evides Waterbedrijf zelf dit verzoek heeft om bijvoorbeeld de plannen beter voor te bereiden en te kunnen participeren.

Ook dat is niet aan de orde;  Indien het college bepaalt dat er sprake is vanwege aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en wanneer de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Dit moet het college zelf goed motiveren en onderbouwen wanneer zij denken dat hier sprake van is. Ook dit is niet aan de orde gezien het doorlopen voortraject. Voor deze ontwikkeling gaan we uit van de reguliere procedure.

1.6

Leeswijzer

Het huidige hoofdstuk bevat de inleiding, inclusief ligging en begrenzing van de locatie, de geldende ruimtelijke kaders en de procedure voor het verlenen van de vergunning. In hoofdstuk 2 wordt het huidige gebruik en de beoogde ontwikkeling beschreven. In het derde hoofdstuk wordt er een koppeling gemaakt met beleid op verschillende niveaus. Vervolgens bestaat hoofdstuk 4 uit de toelichting en toetsing van verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 beschrijft de participatie die heeft plaatsgevonden en in hoofdstuk 6 wordt de financiële haalbaarheid van het project toegelicht. Hoofdstuk 7 bevat de conclusie van de evenwichtige toedeling van functies. Als laatste beschrijft hoofdstuk 8 het voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan.

DWZ Wranghe Evides

9 van 51

2

Het project

2.1

Huidige situatie

De beoogde locatie bevindt zich naast de bestaande industriewaterzuivering IWZ Wranghe en is circa 12 ha groot. Evides waterbedrijf beschikt hier over meer dan 100 ha grond. Het gebied is onderdeel van het oudland in het zuidwestelijke deel van ‘de Polder Brede Watering Bewesten Yerseke’. Dit gebied werd traditioneel gekenmerkt door kleinschalige kavels, waarvan de grenzen oorspronkelijk waren voorzien van meidoornhagen. In een klein deel van het studiegebied is deze traditionele verkaveling nog steeds zichtbaar. Op het oudland hangen bewoning en landgebruik sterk samen met de ondergrond. De verkaveling is onregelmatig, met kronkelende wegen en sloten. Op de oeverwallen, kwelderwallen en kreekruggen vond als eerste bewoning en akkerbouw plaats. De wegen lagen ook op deze drogere delen. De kreekruggen van het oudland kenmerken zich dan ook door kleinschaligheid, afwisseling van beplantingsvormen, bebouwing en wegen. De kreekrug bij Kapelle is opvallend breed, en is door de lichtere bodem zeer geschikt voor de fruitteelt. Door landinrichtingswerkzaamheden in het verleden is het landschap echter sterk veranderd, wat heeft geleid tot aanzienlijke schaalvergroting en een afname van de herkenbaarheid als oudlandgebied. Slechts enkele kleinere delen binnen de projectcontour vertonen nog een authentieke oudland landschapsbeeld.

Bovendien wordt het gebied gedomineerd door grootschalige infrastructuur uit de tweede helft van de vorige eeuw, zoals de snelweg A58, de provinciale weg (Nieuwe Vierwegen) en hoogspanningsmasten. Ook industriewaterzuivering IWZ Wranghe kan hier als onderdeel van de huidige landschapsinvloed worden beschouwd. Hiernaast kent de akkerbouw en fruitteelt schaalvergroting. Laagstammen afgeschermd door elzensingels wisselen af met relatief grote akkerbouwpercelen. Voor het projectgebied geldt dat het perceel, in eigendom van Evides Waterbedrijf, momenteel wordt verpacht en gebruikt voor landbouwdoeleinden, namelijk akkerbouw. Er bevinden zich twee hoogspanningsverbindingen op het perceel, eigendom van Tennet. Er staat verder geen bebouwing op het perceel. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op ca. 350m ten noordwesten van het projectgebied.

Figuur 5: Het projectgebied gezien vanaf de Stadhoekweg.

DWZ Wranghe Evides

10 van 51

Figuur 6: Het projectgebied (links) en de Stadhoekweg (rechts).

Figuur 7: Het projectgebied gezien vanaf het noorden. Op de achtergrond de huidige industriewaterzuivering De Wranghe.

DWZ Wranghe Evides

11 van 51

2.2

Beoogde ontwikkeling

Kijkend naar de toekomst, het tempo en de aard van klimaatontwikkelingen (vaker warme droge perioden) en maatschappelijke ontwikkelingen (groei bevolking, groei recreatie, extra woningbouw, energietransitie), is er een groeiende drinkwatervraag in Midden-Zeeland, waaraan niet kan worden voldaan vanuit de huidige bronnen en infrastructuur. Voor het leveringsgebied van Evides geldt dat als er niet wordt ingegrepen, er in 2030 in Midden-Zeeland een mogelijk drinkwatertekort zal zijn. Dat wil Evides Waterbedrijf voorkomen. Daarom neemt Evides maatregelen, waaronder de realisatie van drinkwaterzuivering Wranghe. Een compleet nieuwe drinkwaterzuivering zal worden gebouwd op het terrein. Als bron voor de zuivering zal oppervlaktewater vanuit de spaarbekkens van Evides in de Brabantse Biesbosch worden gebruikt. Middels transportleidingen wordt dit water naar DWZ Wranghe gebracht. De drinkwaterzuivering zal globaal bestaan uit de volgende onderdelen: -

Hoofdgebouw met voorzuivering en nazuivering Reinwaterreservoirs inclusief hogedrukpompstations Slibdroogbedden Spoelwateropvangreservoirs Tanks Energiegebouw

Figuur 8: Bouwstenen met indicatieve maatvoering.

DWZ Wranghe Evides

12 van 51

Figuur 9: Ontwerp inclusief landschappelijke inpassing.

In de overgang van de voorzuivering naar de nazuivering zal een ruimte met werkplekken in het zuiveringsgebouw voorzien worden ten behoeve van beheer en onderhoud. Op het terrein wordt een rondweg aangelegd. De hoofdingang van het terrein is aan de Stadhoekweg. Een tweede ontsluitingsweg zal richting de Pietersweg ten noordwesten van het terrein lopen. Op het terrein is rekening gehouden met parkeervoorzieningen. Er bevindt zich een parkeerplaats achter het hoofdgebouw.

DWZ Wranghe Evides

13 van 51

3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Kader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3.

Afwentelen wordt voorkomen Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een bedrijf waarbij een wijziging van de maximale bouwhoogte en de parkeernorm benodigd is. Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Kader Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is opgesteld om Nederland vanaf het water veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee, die als wettelijke bijlagen zijn opgenomen. De rijkswateren worden benut voor veel maatschappelijke en economische gebruiksfuncties. De belangrijkste gebruiksfuncties voor rijkswateren zijn drinkwater, zwemwater en schelpdierwater. Als beheerder is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de zorg voor de waterkwaliteit. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van Drinkwaterzuivering Wranghe waarmee in wordt gespeeld op de beschikbaarheid van schoon en veilig drinkwater voor de lange termijn.

Met de beoogde ontwikkeling wordt er onder andere geanticipeerd op de gevolgen van klimaatverandering

DWZ Wranghe Evides

14 van 51

voor de drinkwatervoorziening, en wordt de toegang tot schoon en veilig drinkwater voor de inwoners van Midden-Zeeland op de lange termijn gegarandeerd. Conclusie Er is geen strijd met nationale belangen zoals vastgelegd in het NWP.

3.2

Provinciaal beleid

Zeeuwse Omgevingsvisie Kader Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de ambities voor 2050 en de doelen voor 2030 vastgelegd. De visie kent verschillende doelen; soms is deze bedoeld als richtdocument voor overleggen. Soms is het de basis voor de Zeeuwse Omgevingsverordening en de uitvoeringsprogramma's, of is het de leidraad bij het uitvoeren van het beleid. De provincie heeft 4 ambities gesteld:    

Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

Daarnaast zijn er 27 bouwstenen, verdeeld over bovengenoemde vier ambities, uitgewerkt. In de bouwstenen worden de beleidsdoelstellingen voor 2030 beschreven, evenals de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Hieronder worden de bouwstenen die relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling beschreven. Toetsing Bouwsteen 16 Watersysteem: de doelstelling van watersysteem gaat over een balans tussen aanvulling en onttrekking van grond- en oppervlaktewater van goede kwaliteit. Drinkwaterbedrijf Evides voorziet Zeeland van drink- en industriewater. Dit bedrijf onttrekt grondwater en/of oppervlaktewater en maakt daar drinkwater van. De beoogde ontwikkeling speelt daarmee direct in op de belangen van bouwsteen 16. Conclusie Er is geen strijd met provinciale belangen zoals vastgelegd in de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021. Provinciale Omgevingsverordening Zeeland Kader Naast de Omgevingsvisie heeft de provincie in september 2018 de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening is nadien een aantal keer aangepast, waarbij de nieuwste versie sinds 1 januari 2025 in werking is getreden. In de Omgevingsverordening Zeeland staan onder andere regels op het gebied van ruimte, milieu, water, landschap, natuur en (vaar)wegen. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening.

De Omgevingsverordening bevat grofweg drie soorten regels:  Voor burgers en bedrijven over vergunningsplichten;  Voor de overheid om vergunningsaanvragen te beoordelen;  Instructies over hoe gemeenten en waterschappen hun taken en bevoegdheden moeten uitoefenen.

DWZ Wranghe Evides

15 van 51

De voortzetting van het voorgaande beleid was het vertrekpunt voor de nieuwe verordening. Nieuw beleid is toegevoegd voor onder meer de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaatadaptatie. Het beleid bouwt voort op de visie Zeeland 2040. Toetsing In de omgevingsverordening zijn diverse kaarten opgenomen om gebieden aan te wijzen voor bepaalde belangen. In de nabijheid van het projectgebied zijn enkele gebieden aangewezen voor belangen uit de omgevingsverordening, in het project zijn daarentegen geen gronden aangewezen voor belangen uit de omgevingsverordening. Conclusie Er is geen strijd met de Omgevingsverordening. Zeeuws Deltaplan Zoet Water Kader De beschikbaarheid van zoet water staat onder druk. Periodes van heftige regenval en extreme droogte wisselen elkaar steeds vaker af. Het water is er niet altijd op het moment dat je het nodig hebt. En dat is een probleem: als er niet genoeg zoet water is, komen gewassen niet op en kan de volledige oogst mislukken. Ook natuurgebieden hebben zoet water nodig. Broedgebieden werken minder goed als het te droog is en er is kans op natuurbranden. Toetsing In het Zeeuw deltaplan zoet water wordt gesproken over de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland. In het Zeeuw deltaplan zoet water wordt onderschreven dat er een zoektocht is om te blijven voorzien in voldoende zoetwater.

Met de beoogde ontwikkeling wordt ingespeeld op de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland. Conclusie Er is geen strijd met Zeeuws deltaplan zoet water. Waterschapsbeheerprogramma 2022 – 2027 Kader Met het Waterschapsbeheerprogramma (WBP) geeft Waterschap Scheldestromen op een transparante manier weer hoe ze sturing en richting geeft aan de werkzaamheden die nodig zijn voor een veilig en bruikbaar beheergebied, met oog voor de omgevingskwaliteit. Dit WBP gaat over de periode 2022 – 2027. Het laat zien welke doelen Waterschap Scheldestromen de komende periode nastreeft, welke ontwikkelingen daarop van invloed zijn en hoe ze daarmee om zal gaan. Dit alles in relatie tot de systemen die Waterschap Scheldestromen de afgelopen decennia heeft opgebouwd om veiligheid, gebruik en de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen. Het WBP richt zich met name op:    

Beschermen van Zeeland tegen wateroverlast; Het beheren van oppervlakte- en grondwater; Het zuiveren van afvalwater; Het beheren van wegen en wegbeplanting.

Toetsing In het WBP wordt gesproken over de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland. In het WBP wordt onderschreven dat er een zoektocht is om te blijven voorzien in voldoende zoetwater. Met de beoogde ontwikkeling wordt ingespeeld op de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland. Conclusie Er is geen strijd met het Waterschapsbeheerprogramma 2022 - 2027.

DWZ Wranghe Evides

16 van 51

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2012-2030 Kader De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. Kapelle is een bloeiende gemeente en dit wil het gemeentebestuur zo houden. Kapelle is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. De opgaven en kansen liggen daarom vooral in het onderhouden en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarnaast verdienen de ruimtelijke kwaliteit, het functioneren van de bedrijventerreinen en de voorzieningen en de kansen in de recreatie nadrukkelijk de aandacht om deze toekomstgericht te maken en te behouden. De gemeentelijke ambities zijn daarom gericht op:

 

behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats).

In de structuurvisie zijn een viertal kernkwaliteiten beschreven om deze gemeentelijke ambities te realiseren, te weten:

   

een uitstekend woon- en leefklimaat; een prima voorzieningenniveau; voldoende werk in de gemeente; aantrekkelijk voor recreatie.

Toetsing De beoogde ontwikkeling speelt in op het belang van een uitstekend woon- en leefklimaat en een prima voorzieningenniveau door bij te dragen aan goede drinkwatervoorziening voor inwoners en bedrijven. Conclusie Er is geen strijd met de structuurvisie 2012-2030 en het addendum. Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 (voorheen Welstandsnota) Kader De Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 van de gemeente Kapelle heeft als doel om de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente te waarborgen door te zorgen voor een goed functionerende en esthetisch verantwoorde ruimtelijke ordening. Het document bevat richtlijnen voor de duurzame, functionele en visueel verantwoorde inpassing van een drinkwaterzuiveringsinstallatie in het buitengebied van de gemeente. Aandachtspunten zoals landschapsintegratie, duurzaamheid, natuur- en cultuurhistorische bescherming, en bewonersparticipatie moeten worden meegenomen om een kwalitatief goed en evenwichtig project te realiseren dat zowel ecologische als maatschappelijke waarden respecteert. Toetsing Voor het buitengebied, waaronder het projectgebied valt, is het bijzondere beoordelingsniveau van toepassing. Hoe DWZ Wranghe rekening houdt met de richtlijnen en aandachtspunten wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4. Conclusie Er is geen strijd met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016.

DWZ Wranghe Evides

17 van 51

4

Kwaliteit van de leefomgeving

4.1

Stedenbouw

Beperkingsgebieden Kader De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe drinkwaterzuivering. Ter plaatse van het projectgebied is een radarverstoringsgebied gelegen, daarmee geldt een beperking van de maximale bouwhoogte in verband met de radarsystemen. Toetsing De beoogde maximale bouwhoogte is lager dan de beperkte maximale bouwhoogte in verband met de radarsystemen. Conclusie Er zijn vanuit de beperkingsgebieden gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan. Windhinder Kader Naast nuttig (windenergie), kan wind ook hinder geven of zelfs gevaarlijk zijn. De mate van wind bepaalt ook of er sprake is van windhinder of niet. Windhinder is meer dan 'tegenwind' voor fietsers of voetgangers. Sociale en economische effecten van windhinder zijn vooral te merken bij activiteitengebieden zoals terrassen en looproutes.

Windhinder treedt op rond hoge gebouwen (bebouwing met een bouwhoogte vanaf 30 meter). Hier is sprake van verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn. Door onderzoek kan vooraf worden vastgesteld of bij een bepaald stedenbouwkundig ontwerp windhinder of windgevaar zal optreden. Ook kan bekeken worden welke maatregelen mogelijk zijn om windhinder te voorkomen of te beperken. Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De Rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Toetsing De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe drinkwaterzuivering. De beoogde bebouwing is lager dan 30 meter. Het aspect windhinder is daarom niet relevant. Conclusie Er zijn vanuit het aspect wind gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan. Bezonning Kader Bezonning is één van de afwegingsaspecten voor de ruimtelijke kwaliteit.

Voldoende zonlicht of juist voldoende schaduw op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken is belangrijk. Dit draagt bij aan een aangenaam verblijfsklimaat. Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van

DWZ Wranghe Evides

18 van 51

de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning gaat het niet om zonlicht in de verblijfsruimte: dat is het

onderwerp daglichttoetreding. Hiervoor staan regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Toetsing De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe drinkwaterzuivering. De meeste nabij gelegen woning bevindt zich op circa 350 meter afstand. Gezien de afstand tussen de beoogde drinkwaterzuivering en de bestaande woning is het aspect bezonning niet relevant. Conclusie Er zijn vanuit bezonning gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.2

Verkeer en Parkeren

Kader Mobiliteit speelt op alle schaalniveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijksinstructieregels voor de instandhouding van de rijksinfrastructuur (paragraaf 5.1.6.2, 5.1.7.4, 5.1.7.6 en afdeling 5,2 artikel 5.163). Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij een ontwikkeling dient daarom aangetoond te worden wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling en dient in beeld gebracht te worden of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Toetsing De Spaanweg, Danielsweg, Stadhoekweg, Pietersweg en Wrangeweg gelden als ETW-B wegen volgens Waterschap Scheldestromen. Voor erftoegangswegen geldt conform de CROW richtlijnen en Handboek Wegontwerp dat de weg een capaciteit van 5.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal kent. Ten aanzien van de verkeersgeneratie geldt dat het projectgebied reeds is toegekend voor bedrijfsactiviteiten, derhalve leidt het toevoegen van een bouwvlak niet tot extra verkeersbewegingen. Er worden ongeveer 30 voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) langs de Spaanweg en de Stadhoekweg verwacht als gevolg van de geplande ontwikkeling tijdens de exploitatiefase.

Aan de achterzijde van het hoofdgebouw op eigen terrein wordt er een parkeervoorziening aangelegd met 32 parkeerplaatsen voor personenauto’s. Op het terrein wordt een rondweg aangelegd, waarbij voor de verharding betonklinkers worden toegepast. De hoofdingang van het terrein zal worden gerealiseerd vanaf de Stadhoekweg. Conclusie Er zijn vanuit het aspect verkeer en parkeren gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

DWZ Wranghe Evides

19 van 51

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die middels richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Deze milieuzonering dient twee doelen:  

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; Het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de ‘milieuzonering nieuwe stijl’ is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. In een motivering bij een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten die op het bedrijventerrein zijn toegelaten. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ biedt hierbij nog steeds een basis voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging".

Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. In de volgende tabel zijn de milieucategorieën met bijbehorende indicatieve afstand weergegeven. Tabel 1: Milieucategorieën met bijbehorende indicatieve afstand. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk (m)

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied (m)

1

10

0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

4.1

200

100

4.2

300

200

5.1

500

300

5.2

700

500

5.3

1000

700

6

1500

1000

DWZ Wranghe Evides

20 van 51

Toetsing De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe drinkwaterzuivering. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van de bedrijven en milieuzonering reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Het omgevingstype in de omgeving van de projectlocatie kan worden getypeerd als rustige woonwijk, er is namelijk geen sprake van functiemening. Bereiding en distributie van water op DWZ Wranghe valt maximaal onder milieucategorie 3.2 door een pompvermogen van tussen 1 en 15 MW. De maatgevende afstand hiervoor betreft die voor geluid en bedraagt 100 meter in een rustige woonwijk. De meest nabij gelegen woning is gelegen op circa 350 meter, derhalve wordt voldaan aan de richtafstand. Conclusie Er zijn vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Kader Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Met de introductie van de Wamz zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. Met de Omgevingswet is de lijn dat gemeenten een centrale rol wordt toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed, doorgezet. De gemeente kan lokale regels stellen over archeologisch onderzoek (artikel 5.130 lid 3, 4 en 5 Bkl). Toetsing In het kader van het project is een archeologische onderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd, zie bijlage 1. Onderstaand zijn de belangrijkste resultaten beschreven: -

-

-

-

Er geldt in, en op, de oude getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer die voorkomen vanaf 2,45 m ‐mv (vanaf 2,98 m‐NAP) een lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit het Neolithicum; Er geldt op het Hollandveen dat voorkomt vanaf 1,60 m ‐mv (vanaf 2,13 m ‐NAP) een lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd met uitzondering van het gebied rondom één boring waar op ondoordringbaar hout is gestoten op 2,50 m‐mv (of 2,88 m‐ NAP); Er komt op de oudere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren een oud afgedekt maaiveld voor. De aard (marien of fluviatiel) en de ouderdom van deze afzettingen (romeins of vroegmiddeleeuws) is niet met zekerheid te stellen waardoor er voor een klein deel van het projectgebied vooralsnog een middelhoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Romeinse tijd en/of de vroege middeleeuwen wordt aangehouden vanaf 1,76 m‐NAP (of 1,30 m‐mv); Er bestaat voor de jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren een lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd.

DWZ Wranghe Evides

21 van 51

Doordat de voorgenomen ontgravingen binnen de genoemde gebieden dieper reiken dan de bovenvermelde dieptes kunnen potentieel aanwezige archeologische vindplaatsen worden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. Hierdoor is er een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk geacht, zie bijlage 2. Onderstaand zijn de belangrijkste resultaten beschreven: -

-

Dit onderzoek bestond uit vijf proefsleuven (vier in de zuidoostelijke zone en een in de noordelijke zone). Hieruit is duidelijk geworden dat het niveau dat eerder geïnterpreteerd werd als cultuurlaag, in principe een eerste fase is in de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, welke natuurlijk zijn. De archeologische verwachting kon hier vervolgens naar laag worden bijgesteld. Voor de noordelijke zone is vastgesteld dat het (Holland)veen niveau niet meer intact is. Duidelijk werd dat het gebied hier ontgraven is ten behoeve van de veenwinning. Ook werden hier sporen aangetroffen die behoren bij landinrichting uit de 19de-20ste eeuw. Op basis van deze gegevens kan ook de archeologische verwachting voor dit deel van het plangebied naar laag worden bijgesteld.

Voor het projectgebied wordt verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht en wordt geadviseerd de werkzaamheden te vergunnen zonder verdere voorwaarden met betrekking tot archeologie, zie beoordeling onderzoeken door OAS in bijlage 3. Ter plaatse van het projectgebied is een archeologische dubbelbestemming gelegen, op basis van het onderzoek kan deze archeologische dubbelbestemming volledig worden opgeheven. Conclusie Er zijn vanuit het aspect archeologie gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan. Cultuurhistorie Kader Het Bal stelt onder andere regels aan rijksmonumenten. De provinciale omgevingsverordening stelt regels aan provinciale monumenten (zoals provinciale monumenten, molenbiotopen en landgoeden kasteelbiotopen). In het omgevingsplan legt de gemeente de te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten vast. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels van het Rijk (paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl). Deze instructieregels gelden ook bij het afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Toetsing Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland kan gesteld worden dat ter plaatse van het projectgebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

In de nabijheid op circa 500 meter is een rijksmonument gelegen, het betreft een vluchtberg / kasteelberg uit de 12 – 13e eeuw.

DWZ Wranghe Evides

22 van 51

Figuur 4: Kaart met cultuurhistorische waarden in de nabijheid van het projectgebied. Bron: Cultuurhistorische kaart Zeeland.

Conclusie Er zijn vanuit cultuurhistorie en erfgoed gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.5

Bodem

Kader Het bodembeleid gaat over het voorkomen en wegnemen van bodemverontreiniging. Waar het bodembeleid eerder sterk gericht was op het saneren van bodemverontreiniging legt de Omgevingswet meer nadruk op het voorkomen van verontreinigingen en het beheren van bestaande verontreinigingen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie kan worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal): -

-

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4).

DWZ Wranghe Evides

23 van 51

Toetsing De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe drinkwaterzuivering. Ter plaatse van het projectgebied is het reeds toegestaan om bedrijfsactiviteiten uit te voeren, de BOPA procedure wijzigt hierin niet. Derhalve geldt dat de afweging in het kader van de bodemkwaliteit reeds is gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ vastgesteld 15 december 2009. Desalniettemin is er in de periode oktober tot november 2024 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is in bijlage 4 bij deze motivering opgenomen. De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek zijn hieronder beschreven: Tabel 2: Samenvatting onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek. Agrarisch perceel, noordelijk terrein Zintuiglijke waarnemingen

In de vrijkomende grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen.

Grond NEN 5740

In de bovengrond zijn bestrijdingsmiddelen ten opzichte van de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur verhoogd aangetoond, echter wordt de interventiewaarde niet overschreden.

Grondwater NEN 5740

In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties boven de signaleringsparameters aangetoond.

Agrarisch perceel, zuidelijk terrein Zintuiglijke waarnemingen

In de vrijkomende grond zijn geringe bodemvreemde bijmengingen met baksteen en schelpen aangetroffen.

Grond NEN 5740

In de grond zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond.

Grondwater NEN 5740

In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties boven de signaleringsparameters aangetoond.

Landbouwpad Zintuiglijke waarnemingen

In de vrijkomende grond zijn bodemvreemde bijmengingen met baksteen aangetroffen.

Grond NEN 5740

In de bovengrond zijn de parameters minerale olie, PAK en bestrijdingsmiddelen ten opzichte van de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur verhoogd aangetoond, echter wordt de interventiewaarde niet overschreden.

Grondwater NEN 5740

In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties boven de signaleringsparameters aangetoond.

Voormalige watergangen Conclusie

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen en/of afwijkende bodemlagen waargenomen die te relateren zijn aan verdacht dempingsmateriaal. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de voormalige watergangen zijn gedempt met gebiedseigen grond en worden aanvullende analyses niet noodzakelijk geacht.

Voormalige weg Conclusie

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen aangetroffen die zijn te relateren aan de aanwezigheid van de voormalige weg.

Voormalig landbouwpad Conclusie

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen aangetroffen die zijn te relateren aan de aanwezigheid van het voormalige landbouwpad.

Toegangspad met halfverharding (Asbest in puinonderzoek) Conclusie

In de halfverharding bestaande uit puin is zowel zintuigelijk als analytisch geen asbest aangetoond.

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek, aangezien de gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde/ signaleringsparameter. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.

DWZ Wranghe Evides

24 van 51

Conclusie Er zijn vanuit bodem gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.6

Natuur en ecologie

Kader De Wet natuurbescherming (Wnb) is geïntegreerd in de Omgevingswet, via de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Deze overgang is beleidsneutraal, wat betekent dat het bestaande normenkader, de instrumenten en de verdeling van bevoegdheden voor het natuurbeschermingsrecht ongewijzigd blijven. Gedeputeerde Staten zijn verantwoordelijk voor de oprichting en het behoud van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, het NNN. De planologische begrenzing en de beschermingsregimes van het NNN worden vastgesteld via de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve invloed hebben op de essentiële kenmerken of waarden van het NNN, of als dergelijke effecten kunnen worden voorkomen door middel van mitigerende maatregelen. Het Zeeuwse deel van het NNN heet Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Toetsing Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming bestaat uit twee sporen: Natura2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een Natura-2000 gebied. Wel liggen er binnen 15 km de grenzen van Natura-2000 gebieden Westerschelde en Saeftinghe, Yerseke en Kapelse Moer, Oosterschede en Veerse Meer. Voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase is een Aerius berekening uitgevoerd, zie hiervoor bijlage 5. Tijdens de realisatiefase zal er per saldo een afname zijn in omliggende Natura2000 gebieden1. In de gebruiksfase is er geen overschrijding van 0,00 mol N/ha/jaar in omliggende Natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het projectgebied ligt niet binnen het NNN, maar bevindt zich op zeer korte afstand ervan. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op slechts 52 meter afstand en betreft een agrarisch gebied van ecologische betekenis en het beheertype is “botanisch waardevol grasland”. Ondanks dat dit beheertype volgens de index Natuur en Landschap vervallen is, geeft de provincie Zeeland aan dat getoetst moet worden op dit beheertype. Het resultaat van het onderzoek is dat er geen compensatieplan nodig is, zie bijlage 6. Dit omdat er binnen de provincie Zeeland een afwegingszone wordt gehanteerd van 100 meter rondom NNZgebied. De afwegingszone geldt rondom een bestaand natuurgebied, maar niet rondom “agrarisch gebied van ecologische betekenis”. Er hoeft daarom niet getoetst te worden op natuurwaarden van het NNZ-gebied en verder onderzoek in de vorm van een verkennend veldbezoek en toetsing op verstoring is niet noodzakelijk.

Op 18 december 2024 is er door de Raad van State een uitspraak geweest over het intern salderen bij de beoordeling van de gevolgen van projecten voor de natuur. Evides Waterbedrijf is de gevolgen hiervan voor de beoogde ontwikkeling en de impact op de omringende Natura-2000 gebieden nog aan het onderzoeken. Ook 1

wordt er samen met de Provincie Zeeland een procedure opgestart voor de aanvraag van de natuurvergunning.

DWZ Wranghe Evides

25 van 51

Soortbescherming Er is in september 2024 een Flora- en faunaonderzoek uitgevoerd, zie hiervoor bijlage 7. De belangrijkste resultaten hiervan zijn: Tabel 3: Conclusie van toetsing bescherming. Bescherming

Ingreep verstorend

Benodigd onderzoek

Voorwaarden

Vleermuizen

Nee

Nee

Geen verlichting richten op westelijke watergang

Grondgebonden zoogdieren

Mogelijk

Ja (marterachtigen en haas)

Werkzaamheden gefaseerd uitvoeren, bijvoorbeeld van oost naar west of van noord naar zuid Nader onderzoeken naar marterachtigen en haas is noodzakelijk

Vaatplanten

Nee

Nee

Vogels

Nee

Nee

Verwijderen 3,5 m riet voorafgaand aan het broedseizoen in april Overige riet lands westelijke watergang laten staan Aanbeveling: gewassen laten staan tot aan werkzaamheden

Amfibieën en reptielen

Nee

Nee

Afschermen van het bouwterrein met rijplaten of padden-werende schermen vanaf april tot en met augustus voor rugstreeppad

Overige soorten: ongewervelden

Nee

Nee

Conclusie Voor het aspect natuur en ecologie zal er nog een vervolg onderzoek worden uitgevoerd naar marterachtigen en de haas (februari-juli 2025).

4.7

Weging van het waterbelang

Kader Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Toetsing Waterhuishouding Ten westen van het projectgebied stroomt een primaire watergang, deze vormt de grens van het projectgebied. Aan de overige zijdes van het projectgebied zijn secundaire watergangen gelegen. Deze spelen een cruciale rol in de ontwatering van de omliggende agrarische percelen. Er wordt rekening gehouden met het behoud van de ontwateringsfunctie voor de aangrenzende landbouwpercelen, zodat hun gebruik niet wordt beïnvloed. In de omgeving van het projectgebied vinden voor zover bekend geen grote grondwateronttrekkingen plaats. Het projectgebied ligt ook niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied.

DWZ Wranghe Evides

26 van 51

Figuur 5: Grondwaterbeheer rondom projectgebied. Bron: Waterschap Scheldestromen.

Ondergrond Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 8,0 m -mv. hoofdzakelijk uit klei bestaat.

Figuur 6: Bodemprofiel van het projectgebied. Bron: DINO loket.

DWZ Wranghe Evides

27 van 51

Reliëf Het maaiveld in het gebied varieert van 0,2 meter - NAP tot plaatselijk 0,8 meter - NAP. De overgang van hoog naar laag verloopt geleidelijk en is nauwelijks in het landschap terug te zien. De Stadhoekweg ligt op circa 0,3m - NAP.

Figuur 7: Hoogteligging maaiveld in het projectgebied (AHN-viewer, 2019).

Grondwater De grondwaterstand in het projectgebied ligt gemiddeld gezien op 1,08 meter – NAP.

Figuur 8: Grondwaterstanden in het projectgebied. Bron: Grondwatertools.nl.

Waterkwantiteit Om de toename van verhard oppervlak te compenseren op het terrein, zal er een waterberging d.m.v. wadi’s worden gerealiseerd. Voor de opgestelde notitie met berekening zie bijlage 8.

DWZ Wranghe Evides

28 van 51

Riolering Er zijn geen gemeentelijke rioolleidingen aanwezig in de omgeving van de beoogde ontwikkeling. Er zal dan ook niet worden aangesloten op het gemeentelijke riool. Voor het huishoudelijke afvalwater wordt er gebruik gemaakt van een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). Het hemelwater zal voornamelijk worden afgevoerd naar de wadi’s die voorzien zijn in het projectgebied en wordt ter plaatse geïnfiltreerd. Conclusie Er is vanuit het aspect water gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.8

Duurzaamheid

Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij een planprocedure in acht genomen moeten worden. Als er sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven. Vooralsnog is dat niet het geval omdat omgevingsplannen in de eerste fase na inwerkingtreding van de wet vooral beleidsneutrale omzettingen van bestaande regels zijn. Om die reden wordt gesteld dat in die fase de onderzoekslasten voor duurzaamheid niet veranderen. De richtlijnen van BREEAM-NL bieden een praktisch kader voor de toetsing van duurzaamheid in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten en gebiedsontwikkelingen. Deze richtlijnen omvatten diverse kernwaarden en aspecten die betrekking hebben op duurzaamheid. Naast de BREEAM-NL richtlijnen kan het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid van toepassing zijn. In dat geval wordt er, naast de BREEAM-toetsing, ook een toetsing aan het gemeentelijk beleid uitgevoerd.

Vanwege de brede reikwijdte van het begrip "duurzaamheid" wordt er onderscheid gemaakt tussen de bouwfase en de gebruiksfase van een project. Duurzame bouwfase A. Circulair materiaalgebruik Het gebruik van materialen met een lage milieu-impact gedurende de volledige levenscyclus van het gebouw. De bouwmaterialen hebben een lage milieu en CO2- impact of hebben een circulaire herkomst. Met biobased materialen worden materialen vervangen door hernieuwbare materialen en biobased materialen slaan CO2 op. Circulaire materiaalstromen zorgen ervoor dat de producten behouden worden en zo hoogwaardig mogelijk worden hergebruikt. B. Energieprestatie Voor gebouwen wordt een duurzaamheidsprestatie gekoppeld aan het gebouw. De energieprestatie wordt bepaald aan de hand van energiebehoefte, energieverbruik en het aandeel aan hernieuwbare energie. Dit kan worden uitgedrukt in de termen energieneutraal (ENG) en bijna energie neutraal (BENG) en het gebouw kan energie leverend zijn of energie vragend

DWZ Wranghe Evides

29 van 51

Duurzame gebruiksfase C. Duurzaam ruimtegebruik Het is van belang om tijdens een duurzame ontwikkeling te richten op het efficiënt en bewust inrichten van het projectgebied. Het belang van het zorgvuldig ruimtegebruik in stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst in de “Ladder voor duurzame verstedelijking”. De volgende kenmerken horen ook bij het duurzaam ruimte gebruik: D.1 Onbebouwde grond Door het opnieuw tot ontwikkeling brengen en optimaal benutten, dan wel voorkomen, van braakliggende gebieden en (ongebruikte) bebouwde terreinen sparen we onze onbebouwde ruimte en gaan we zuinig om met ons land. Door bewust en efficiënt om te gaan met de bestaande, verstedelijkte gebieden kunnen we uiteindelijk meer groengebieden binnen en buiten de bebouwde kom behouden. D.2 Klimaatadaptatie Om de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan worden klimaatadaptieve oplossingen gestimuleerd in het ruimte gebruik van een ontwikkeling. Het gaat om de effecten; hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen. Dit wordt nader toegelicht in Paragraaf 4.9. D.3 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit Natuurinclusiviteit en biodiversiteit zijn kenmerken die een nadere invulling geven op Paragraaf 4.6 Natuur en ecologie. Het zijn maatregelen die worden getroffen voor de ecologische waarden in het gebied of gebouw voor plant- en diersoorten.

D.4 Water Water is een onderdeel van duurzaamheid. In paragraaf 4.7 Weging van Waterbelang wordt inzicht gegeven op de waterhuishouding en diverse wateraspecten. In paragraaf 4.9 klimaatadaptatie wordt tevens aandacht geschonken aan wateroverlast en overstromingen. Bouwstenen duurzaam Kapelle De gemeente Kapelle heeft bouwstenen ontwikkeld voor een duurzaam Kapelle. In haar visie presenteert de gemeente Kapelle een aantal maatregelen voor het verbeteren van de natuur en biodiversiteit op bedrijventerreinen. Deze zijn: -

Groene erfafscheidingen Ecologische inrichting waterrententiezones Braakliggende percelen met tijdelijke inrichting t.b.v. natuur Het vergroenen van parkeerterreinen Aantrekkelijk ommetje voor de werknemer Interne vergroening (straatprofielen)

Toetsing Duurzame bouwfase De gebouwen worden gerealiseerd conform de eisen uit het Bbl. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op circulair materiaalgebruik. Op het gebied van circulair materiaalgebruik zullen de hoofdmassa’s worden uitgevoerd in beton. Beton is na vermaling opnieuw te gebruiken en daarom past het goed in de circulaire economie. Duurzame gebruiksfase Er is bij DWZ Wranghe aandacht voor duurzaamheidsaspecten rondom het terrein, de gebouwen en de installaties. Zo zijn de gebouwen en de installaties volledig aardgasvrij. Hiernaast is het proces ontworpen om waterverlies zoveel mogelijk te beperken. Verder is er kritisch gekeken naar het chemicaliëngebruik, om de impact op het milieu zo laag mogelijk te houden. Het terrein wordt natuurinclusief ingericht. Een ecologische inrichting staat centraal en de buitenruimte biedt een grote diversiteit aan habitats zoals wadi’s, poelen, rietkragen, elzensingels en Zeeuwse hagen.

DWZ Wranghe Evides

30 van 51

Figuur 9: Ontwerp landschappelijke inpassing.

Bouwstenen duurzaam Kapelle Bij DWZ Wranghe zullen er groene erfafscheidingen en ecologisch ingerichte waterretentiezones worden gerealiseerd. Hiernaast worden straatprofielen zo groen mogelijk ingericht en de parkeerterreinen met grasbetontegels aangelegd. Ook zal het aantrekkelijk zijn voor de werknemers of omwonenden om een ommetje te maken. Conclusie Er is vanuit het aspect duurzaamheid geen belemmering om de voorgenomen ontwikkeling op de locatie toe te staan.

4.9

Klimaatadapatie

Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma’s: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s:

DWZ Wranghe Evides

31 van 51

• •

•

Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: Hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen.

Alle 3 de onderdelen bevatten een deltaplan en een deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de koers uit om deze risico’s aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 – 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Om de NAS te versnellen is in 2023 het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (NUPKA) verschenen. Het NUPKA laat zien welke aanpak al in gang is gezet voor de komende jaren én welke extra maatregelen er nodig zijn. Het document laat daarmee zien hoe de uitvoering van de NAS wordt aangepakt en wat nodig is om te versnellen. Er staat bijvoorbeeld dat we vanaf nu bij elke ontwikkeling in Nederland standaard rekening moeten houden met zeespiegelstijging, toenemende hitte, langere periodes van droogte en meer extreme neerslag.

Toetsing Ter plaatse van het projectgebied is de kans op een overstroming vanuit zee, meer of rivier 1x per 1000 jaar.

Figuur 10: Kans op overstroming vanuit zee, meer of rivier. Bron: Atlas Leefomgeving.

Ter plaatse van het projectgebied is het stedelijk hitte-eiland effect <0.2, de laagst mogelijke categorie.

DWZ Wranghe Evides

32 van 51

Figuur 11: Stedelijk hitte-eiland effect in en rondom het projectgebied. Bron: Atlas Leefomgeving.

Ter plaatse van het projectgebied is de risico op droogtestress laag.

Figuur 12: Risico op droogtestress in en rondom het projectgebied. Bron: Klimaateffectatlas.

Conclusie Er zijn vanuit klimaatadaptatie gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16605510/1