2026-06a D26.348545 Ruimtelijke onderbouwing uitbreidingsplan Maalstede 1a Kapelle
Tekst van het document
Omgevingsvergunning UITBREIDINGSPLAN MAALSTEDE 1A, KAPELLE Gemeente Kapelle
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
16 oktober 2025
IMRO IDN:
NL.IMRO.0678.Maalstede1a-OW01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Blouberg B.V. Rijksweg 26a 4306 AW Nieuwerkerk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 11 juli 2025
VERSIE 1e versie
16 okober 2025
2e versie
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 3
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
4
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Inhoudsopgave Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk2 Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie
11 11 13
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 19 22 24
Hoofdstuk4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Activiteiten en milieuzonering 4.4 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.5 Flora en fauna 4.6 Omgevingsveiligheid 4.7 Geluid 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Waterparagraaf
29 29 30 33 34 36 40 41 44 45 46
Hoofdstuk5 Adviesrecht en participatie 5.1 Adviesrecht raad 5.2 Verplichte participatie 5.3 Participatie omgeving
53 53 53 53
Hoofdstuk6 Financiële haalbaarheid 6.1 Kostenverhaal 6.2 Nadeelcompensatie
55 55 55
Hoofdstuk7 Belangenafweging en conclusie 7.1 Toetsing initiatief aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.2 Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning 7.3 Conclusie
57 57 57 57
Bijlagen onderbouwing ETFAL
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 5
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Bijlage 1
Situatietekening met bouwvlakken woningen
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Afperkend bodemonderzoek
Bijlage 5
Voortoets effecten stikstofdepositie
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek
Bijlage 8
Resultaten omgevingsdialoog
6
Inhoudsopgave
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeenteraad van Kapelle heeft op 26 maart 2024 het bestemmingsplan 'Maalstede 1a' vastgesteld om een kleinschalig appartementengebouw met acht wooneenheden en twee grondgebonden woningen - met aan weerszijden hiervan acht bergingen voor het appartementengebouw - mogelijk te maken. Initiatiefnemer heeft hierna een principeverzoek ingediend voor het uitbreiden van dit woningbouwplan met drie levensloopbestendige rijwoningen en een vrijstaande woning. Op deze uitbreidingslocatie kunnen ook de acht bergingen voor het appartementengebouw worden gerealiseerd in plaats van aanvankelijk aan weerszijden van de twee levensloopbestendige woningen. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om deze planontwikkeling mogelijk te maken, omdat het toevoegen van vier woningen binnen de bebouwde kom vanuit planologische en volkshuisvestelijke overwegingen inpasbaar is temeer daar er een tekort is aan nieuwbouw. Ten behoeve hiervan is een onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) naar de effecten op de fysieke leefomgeving opgesteld als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat het toevoegen van vier woningen vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inpasbaar is.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt nabij Maalstede 1a in Kapelle ten noorden van de woonpercelen aan de Maalstede 3 tot en met 11 (oneven). Aan de noordzijde van de planlocatie ligt de Noordweg. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood omkaderd) en omgeving.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 7
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
1.3
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan ontstaat direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan “Kapelle - Biezelinge"
Raadsbesluit 9 februari 2010
Raad van State n.v.t.
Het plangebied heeft in het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' de bestemming 'Agrarisch' met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat Wonen niet is toegestaan binnen deze bestemming.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge'. De planlocatie is rood omkaderd.
8
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
1.4
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Op grond van artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten) van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van vier woningen dient op grond van artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen) te worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verder dient het plan te worden getoetst aan de instructieregels van het rijk en de provincie. In verband hiermede is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met de fysieke leefomgeving. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van dit plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch-planologische consequenties. Eveneens wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingsdialoog. Op deze wijze wordt de haalbaarheid van deze planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor de aanvraag omgevingsvergunning relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de aspecten fysieke leefomgeving, milieu en waterparagraaf. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. De belangenafweging en eindconclusie is opgenomen in hoofdstuk 7.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 9
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
10
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Hoofdstuk 2 2.1
Projectbeschrijving
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Ruimtelijke en functionele structuur De kerkring van Kapelle is het geografische punt waar drie kreekruggen samenkomen. Over deze kreekruggen lopen de belangrijkste verbindingswegen die deze plek tot een belangrijk knooppunt maken. Op deze plaats staat de Nederlandse Hervormde Kerk met als ring daaromheen een dertigtal panden. De bebouwing is onder te verdelen in arbeiderswoningen, notabelenwoningen en herenhuizen. Aan de noordzijde van het plein staan zowel kleine arbeiderswoningen als herenhuizen hetgeen een afwisselend beeld geeft.
Woning aan Maalstede 1.
Woningen aan Maalstede 3, 5, 7 en 9.
Plangebied Maalstede 1a De bestaande schuur wordt gesloopt. In de plaats hiervan wordt een kleinschalig appartementengebouw in twee bouwlagen met een kap teruggebouwd dat passend is binnen de schaal en maat van de directe omgeving. Dit sluit aan op de bestaande bouwkarakteristiek in de omgeving. Achter het appartementengebouw wordt een twee-onder-één-kapwoning in één bouwlaag met een kap gerealiseerd. De korrelgrootte is afgestemd op het hiervoor gelegen appartementengebouw. Plangebied uitbreiding Maalstede 1a Het plangebied ligt aan de rand van het dorp, ten noorden van het bebouwingslint van de Maalstede. Op de locatie bevindt zich momenteel een erf met een bestaande schuur op het adres Maalstede 2. Het plangebied strekt zich uit in noordelijke richting tot aan de Noordweg en bestaat deels uit weidegrond met enkele bosschages. Direct ten noorden van de Noordweg liggen agrarische gronden die in gebruik zijn voor landbouw, maar deze maken géén deel uit van het plangebied. De directe omgeving van het plan bestaat verder uit woonbebouwing en erven. Een situatietekening van de bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 11
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Figuur 3: Situatietekening bestaande (planologische) toestand. Plangebied rood omkaderd.
12
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Plangebied vanaf noordoostzijde Noordweg.
Maalstede 1a.
Plangebied vanaf noordwestzijde Noordweg.
2.2
Nieuwe situatie
Het plan Maalstede 1 zoals omschreven in het vastgestelde bestemmingsplan van 26 maart 2024 wordt uitgebreid met de gronden aan de noordzijde van het oorspronkelijke plangebied. Dit gedeelte bestaat momenteel uit weidegrond met enige landschappelijke begroeiing. Binnen deze uitbreiding is ruimte gecreëerd voor vier extra woningen, te weten: één vrijstaande woning met bijgebouw; drie seniorenwoningen in een nieuw te bouwen schuurvolume. De vrijstaande woning krijgt een maximale goothoogte van 4 meter en maximale totale hoogte van 10 meter. Het bijgebouw is ondergeschikt met een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale hoogte van 8,0 meter. Het schuurvolume met daarin de drie seniorenwoningen krijgt een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale bouwhoogte van 8,0 meter. Dit sluit aan op de bestaande bouwkarakteristiek in de omgeving. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 4. In figuur 5 is een vogelvluchttekening opgenomen.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 13
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Figuur 4: Verkavelingsplan met drie levensloopbestendige woningen (C) en een vrijstaande woning (D).
Figuur 5: Vogelvluchttekening nieuw te bouwen woningen (indicatief).
14
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Architectuur en ruimtelijke inrichting De vrijstaande woning met bijgebouw en het nieuwe schuurvolume vormen samen één ensemble. Dit komt tot uiting in een samenhangende architectonische uitstraling, materialisatie en situering in het landschap. Door de toevoeging van een omzoming met een groensingel wordt de eenheid versterkt. Hiermee ontstaan er binnen het plangebied twee ensembles, elk met een eigen ruimtelijke en architectonische identiteit. Landschappelijke inpassing De uitbreiding is zorgvuldig ingepast in de bestaande landschappelijke structuur. De aanwezige bosschages worden waar mogelijk behouden en aangevuld met een nieuwe groensingel rondom het noordelijke ensemble. Hoewel de geplande bebouwing op de weidegrond het vrije zicht vanaf de Noordweg enigszins vermindert, blijft het open karakter van het gebied behouden. Door de positionering van de bebouwing, de beperkte bouwhoogte en het behoud van open tussenruimtes wordt het zicht op de achterliggende groene ruimte niet volledig afgesloten. Zo blijft de landschappelijke beleving vanaf de Noordweg grotendeels gehandhaafd. Toegankelijkheid en parkeren De woningen zijn bereikbaar via de nieuwe ontsluitingsweg op de Maalstede die al wordt aangelegd voor het appartementengebouw en de twee levensloopbestendige woningen.
Ten zuiden van het woonblok wordt een parkeerkoffer aangelegd met zeven parkeerplaatsen en acht bergingen voor het te realiseren appartementengebouw. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een vrijstaande woning mogelijk gemaakt met een ontsluiting op de Noordweg. De nieuwe woning is vanaf de Noordweg goed zichtbaar en andersom, zodat er een visuele relatie bestaat met het openbaar gebied. Woonprogramma De vrijstaande woning wordt in de dure koopsector gerealiseerd; de drie levensloopbestendige woningen in de prijsklasse van € 419.000 tot € 435.000 v.o.n. Gefaseerde aanvraag omgevingsvergunning vrijstaande woning De omgevingsvergunning voor de vrijstaande woning wordt aangevraagd voor het afwijken van regels in het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Op basis van deze omgevingsvergunning (planologisch basisbesluit) kan dit bouwplan worden uitgewerkt met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er is één vrijstaande woning toegestaan in het bouwvlak met de bouwaanduiding 'vrijstaand', zoals opgenomen in Bijlage 1; b. de inhoud van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1.000 m³ bedragen; c. de goothoogte van de vrijstaande woning bedraagt niet meer dan 4 meter; d. de bouwhoogte van de vrijstaande woning bedraagt niet meer dan 10 meter; e.
de bijgebouwen bij de vrijstaande woning zijn ondergeschikt met een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale hoogte van 8,0 meter; f. de percelen krijgen de functies 'Wonen' en 'Tuin', zoals opgenomen in Bijlage 1, waarvoor het overige de bestemmingsplanregels uit het bestemmingsplan ''Kapelle - Biezelinge' (artikel 14: Tuin en artikel 17: Wonen) van toepassing zijn, met dien verstande dat in de bestemming 'Tuin' geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfafscheidingen, waaronder ook begrepen hagen, zijn toegestaan, zoals opgenomen in het landschapsinrichtingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning voor de drie aaneengesloten woningen wordt aangevraagd voor de regels afwijken van het omgevingsplan en de activiteit bouwwerken.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 15
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
16
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit.
Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het Rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 17
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. De ontwikkeling voorziet in het toevoegen van vier woningen in de dorpsrand van bestaand dorpsgebied. De rijksbelangen worden niet geraakt. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies op locaties is deze uitbreiding met vier woningen passend. 3.1.2 Nationale belangen De regels van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn per 1 januari 2024 vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (afgekort Bkl). Dit wijzigingsbesluit voorziet erin dat de nieuwe regels met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gecontinueerd in het Bkl en het Omgevingsbesluit. Het Bkl bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Nationale omgevingsvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in omgevingsplannen te borgen, wordt met het Bkl bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. Er is geen strijd met de instructiegels van het Rijk. 3.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt.
18
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit bouwplan maakt het oprichten van vier woningen mogelijk in de dorpsrand van bestaand dorpsgebied. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang. Het oprichten van vier woningen op een agrarisch perceel binnen de bebouwde kom, maar buiten stedelijk gebied wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 5.129g van het Bkl te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen.
De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 3.3.1, terwijl deze herontwikkeling vanuit de fysieke leefomgeving inpasbaar is, omdat de woningen aansluiten bij de bestaande omgeving. De verstedelijkingsladder vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het bouwplan. 3.1.4 Conclusie rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale omgevingsvisie en het Bkl. Het oprichten van vier woningen in de dorpsrand betreft op grond van jurisprudentie geen stedelijke ontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie (2021) Provinciale Staten van Zeeland hebben op 21 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze omgevingsvisie is op 15 december 2023 gewijzigd. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. Het uitgangspunt van de provincie voor de omgevingsvisie is dat beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn (tot 2030). De vier centrale ambities zijn: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. 3. Een duurzame en innovatieve economie. 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Voor de ambitie Uitstekend wonen en leven in Zeeland is de ambitie dat er in 2050 voor iedereen een passende woning beschikbaar is.
De omgeving van je huis voelt veilig. De nabije omgeving nodigt uit om meer te gaan fietsen en wandelen. De groene omgeving rond het huis kan langere tijden van droogte en perioden met heel veel regen aan. Voorzieningen zoals het theaters, ziekenhuizen, winkels en sportterreinen hebben geen slechte invloed op het klimaat en zijn voor iedereen bereikbaar. Ook als je geen eigen auto hebt of afhankelijk bent van openbaar vervoer. Reizen gaat snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. De scholen in de provincie zijn goed bereikbaar en betaalbaar, het onderwijs is van hoge kwaliteit. In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Deze zijn onderverdeeld in verschillende bouwstenen voor de vier centrale ambities uit deel A.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 19
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Voor de woningvoorraad is de doelstelling voor 2030 een toekomstbestendige en CO2-neutrale woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit op de vraag. Ontwikkelingen op de woningmarkt en een verhoogde instroom van inwoners, zetten de woningmarkt in Zeeland sterk onder druk. Naast de uitbreidingsbehoefte van de Zeeuwse woningvoorraad moet de focus van het woonbeleid ook op de bestaande voorraad komen te liggen. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de reeds gebouwde woningvoorraad. Om deze doelstelling te behalen heeft de provincie drie subdoelen (met bijbehorende acties) geformuleerd: De bestaande woningvoorraad is toekomstbestendig: CO2-neutraal en levensloopbestendig. Nieuwbouw is passend bij de huidige en toekomstige behoefte en minimaal 50% circulair: focus op kwaliteit in woningtypen en locaties. Er wordt ingespeeld op de behoefte aan specifieke segmenten op de woningmarkt. Wat betreft de uitbreiding van de woningvoorraad manifesteert de vraag naar extra woningen zich vooral in steden en in andere goed bereikbare kernen met voorzieningen. Per regio en per dorp kan de vraag naar woningen echter sterk uiteenlopen. Bundeling van voorzieningen in combinatie met een goede bereikbaarheid daarvan is een gezamenlijke uitdaging. In regioverband maken gemeenten afspraken waar en hoeveel woningen er worden toegevoegd in de regionale woningmarktafspraken.
Omdat de situatie in elke regio anders is, is regionaal maatwerk belangrijk. De behoefteraming van de meest recente Provinciale bevolkings- en huishoudenprognose is daarvoor de basis. Daarbij zoekt de provincie naar een kwalitatieve match tussen de woningbehoefte en -voorraad, op korte en langere termijn. Zeeuwse Woondeal 2023-2030 De (actuele) woningbouwopgave is vastgelegd in de Zeeuwse Woondeal 2023-2030. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. De provincie maakt daarom afspraken over de (minimale) ambitie per gemeente De gemeente Kapelle zet zich in voor realisatie van het aandeel van 700 woningen in de regionale opgave. Toetsing planinitiatief Voorliggend plan geeft met name uiting aan de ambitie 'uitstekend wonen en leven in Zeeland'. De ontwikkeling maakt het oprichten van vier woningen mogelijk in de dorpsrand van bestaand dorpsgebied. Dit plan geeft invulling aan de afspraken uit de Zeeuwse Woondeal. Conclusie De omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van vier woningen binnen de bebouwde kom, maar niet in bestaand stedelijk gebied in verband met de agrarische functie van het perceel. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zonder dat functies van aangrenzende percelen worden beperkt.
Er is geen strijd met de provinciale belangen. 3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland Provinciale Staten van Zeeland hebben op 7 oktober 2022 de Omgevingsverordening Zeeland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 28 juni 2024 in werking getreden. Deze verordening is gebaseerd op artikel 2.6 in samenhang met de artikelen 4.1 en 4.5 van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Bijvoorbeeld: vergunningplichten, waarbij op basis van een aanvraag eerst een besluit wordt genomen, gelden voor iedereen. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Paragraaf 5.1.3 Wonen In paragraaf 5.1.3 zijn instructieregels opgenomen voor gemeenten over wonen. Naast het beoordelingskader van paragraaf 5.1.3 van de omgevingsverordening is artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de kleinschalige woningbouwmogelijkheden in het landelijk gebied zoals bedoeld in paragraaf 5.1.3 moet aannemelijk worden gemaakt dat ze voorzien in een behoefte (het instrument van het
20
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
woningbouwprogramma moet daarvoor worden benut). Het gaat daarbij niet slechts om kwantiteit maar ook om kwalitatieve behoefte. Met de term "kleinschalige woningbouwmogelijkheden" wordt beoogd een afzonderlijke categorie aan te duiden die wordt onderscheiden van reguliere uitbreidingslocaties/ nieuwe woonwijken die, in hoofdzaak, in of aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld. Paragraaf 5.1.3 is relevant, omdat er sprake is uitbreiding binnen de bebouwde kom, maar buiten bestaand stedelijk gebied in de dorpsrand. Onder bestaand stedelijk gebied wordt in de Omgevingsverordening verstaan: 'op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen'. Op grond van de Ladder duurzame verstedelijking geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied een verzwaarde motiveringsplicht.
Toetsing planinitiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, maar buiten bestaand stedelijk gebied in de dorpsrand. De locatie sluit direct aan op de bebouwing van Kapelle. Op grond van bijlage 1 van de Omgevingsverordening Zeeland ligt het plangebied binnen de bebouwde kom (figuur 6). Dit bouwplan maakt de ontwikkeling van vier woningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Zes woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (Raad van State van 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4). Hetgeen voor meer woningen geldt is ook voor minder woningen van toepassing. Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 5.129g van het Bkl te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de ladder is derhalve niet nodig. Conclusie Deze planontwikkeling maakt het oprichten van vier woningen binnen de bebouwde kom, maar buiten bestaand stedelijk gebied in de dorpsrand mogelijk.
Voldaan wordt aan de provinciale belangen (instructieregels) met betrekking tot locatiekeuze, regionale afstemming en Ladder voor duurzame verstedelijking. Met deze woningen in de dorpsrand is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 21
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Figuur 6: Uitsnede bijlage 1 Omgevingsverordening Zeeland (buiten de bebouwde kom).
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 De Bevelandse Woon(zorg)visie 2024-2028 De vijf Bevelandse gemeenten hebben samen een nieuwe regionale Woon(zorg)visie opgesteld voor de komende vijf jaar. De vijf gemeenten zijn Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal. De gemeenteraad van Kapelle heeft de woon(zorg)visie op 16 april 2024 vastgesteld. De laatste jaren is de regionale woningmarkt veranderd. De vijf Bevelandse gemeente verwachten dat het aantal inwoners in de regio de komende jaren blijft toenemen. Economisch staat de regio er goed voor, het aantal banen is de afgelopen jaren flink toegenomen. De regio bouwt woningen voor deze groei. Maar zij staat ook voor uitdagingen, zoals vergrijzing en de toenemende behoefte naar voor ouderen geschikte woningen. Daarnaast hebben starters moeite een (betaalbare) woning te vinden. Verder zijn er aandachtsgroepen, zoals arbeidsmigranten en uitstroom uit zorginstellingen, waarvoor passende huisvesting nodig is. Het document bevat ambities over woonbeleid, met de thema’s nieuwbouw, ouderen, aandachtsgroepen, bestaande voorraad & toekomstbestendigheid (waaronder duurzaamheid) en betaalbaarheid. In regio De Bevelanden wordt de komende jaren gewerkt aan een toename van de sociale voorraad, betaalbare koopwoningen en voor ouderen geschikte woningen. Verder wil de regio de verduurzaming van de woningvoorraad op gang houden.
Ook zetten zij in op woningmarktinstrumenten die woningen beter bereikbaar maken. De visie schetst op hoofdlijnen wat er moet gebeuren op de regionale woningmarkt. Elke gemeente heeft op lokaal niveau de ruimte invulling te geven aan de uitvoering. De visie sluit aan bij landelijk volkshuisvestingsbeleid en de regierol die gemeenten krijgen. Samen met de woonpartijen werken de vijf Bevelandse gemeenten de visie uit en maakt met deze partijen afspraken over de uitvoering van het woonbeleid. Woondeal De behoefte aan nieuwe woningen blijft de komende tijd hoog. In de regio wordt een groei verwacht van
22
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
4.000 tot 4.500 huishoudens tussen 2022 en 2030. De regio groeit daarmee in deze periode naar meer dan 50.000 huishoudens. In de Zeeuwse Woondeal is vastgelegd dat de regio bouwt voor deze groei, voor het inlopen van tekorten en het creëren van ruimte voor herstructurering. De ambitie is daarom om 5.500 nieuwe woningen te realiseren in de periode tot en met 2030. Van deze nieuwe woningen is 30% sociale huur. Het Rijk heeft de regie op de volkshuisvesting weer gepakt. De provincie krijgt een belangrijke toezichthoudende rol. Het Rijk en de provincie stellen kwantitatieve en kwalitatieve eisen aan nieuwbouw. Deze eisen zijn opgenomen in de Woondeal. De gemeenten zijn aan zet om de Woondeal uit te voeren. De ambities uit de Woondeal zijn het uitgangspunt in ons nieuwbouwprogramma. De regio monitort jaarlijks de Woondeal en stuurt waar nodig bij in overleg met het Rijk en de provincie. Behoefte De Bevelanden is een echte ‘koop’-regio. De woningmarkt op de Bevelanden bestaat momenteel voor het grootste deel uit koopwoningen (68%). Daarnaast is er vooral gereguleerde huur vanuit de woningcorporaties (23%) en nog een klein deel particuliere huur (9%). Deze percentages verschillen sterk per gemeente. Zo kent de gemeente Noord-Beveland bijvoorbeeld relatief veel meer koopwoningen dan de gemeente Goes. De vraag naar betaalbare (grondgebonden) koopwoningen blijft groot.
De koopsector blijft daarom ruim vertegenwoordigd in het nieuwbouwprogramma. Daarnaast zijn er ook in de Bevelandse huursector tekorten. Zowel in de sociale sector als in de middenhuur. Die behoefte is niet uitsluitend gebaseerd op lokale vraag. Het Rijk eist dat gemeenten, die nu minder dan 27% sociale huur in hun voorraad hebben, extra bouwen om bij te dragen aan de bovenlokale behoefte. Omdat een groot deel van de Bevelandse woningbehoefte voortkomt uit de vergrijzing van de lokale bevolking, is het belangrijk om in de nieuwbouwprogrammering voldoende oog te hebben voor de wensen van deze doelgroep. Dit betekent vooral: Bouwen dichtbij lokale voorzieningen en met kwalitatieve eisen aan de woningen, zodat deze voor senioren geschikt zijn. Conclusie Dit bouwplan levert een bijdrage aan de ambities door een duurzame en toekomstbestendige woningen te realiseren. De vrijstaande woning wordt in de dure koopsector gerealiseerd; de drie levensloopbestendige woningen in de prijsklasse van € 419.000 tot € 435.000 v.o.n. De woningen worden voor de doelgroepen senioren (drie aaneengesloten woningen) en doorstromers (vrijstaande woning) gerealiseerd waaraan veel behoefte is. De woningen vormen daarmee een waardevolle toevoeging aan de bestaande woningvoorraad. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken van regio De Bevelanden.
3.3.2 Regionale energie Strategie Zeeland In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2oC moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5oC. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. In de Regionale Energie Strategie (RES) regio Zeeland, die in 2020 door alle Zeeuwse gemeenten in vastgesteld, zijn deze doelstellingen voor het jaar 2030 verder uitgewerkt in de drie thema's: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De RES 1.0 zal worden geactualiseerd naar een RES 2.0.
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 23
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
3.3.3 Klimaatadaptatiestrategie Zeeland Gemeenten, Rijk, waterschap en de Provincie hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat er maatregelen worden genomen, zodat de effecten door klimaatverandering, schade door hitte, overlast door water, droogte en overstromingen zo veel mogelijk vermeden worden. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van gebouwen, vervangen van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud letten zij daarop. De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021 – 2026 heeft als ambitie om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. De doelstellingen zijn uitgewerkt in de thema's: Overstromingen, Vitale functies en infrastructuur, Natuur, Landbouw, Bebouwd gebied en de Recreatiesector. Per thema zijn concrete afspraken gemaakt. Voor bebouwd gebied zijn dat o.a. het klimaatbestendig uitvoeren van alle ingrepen in het bebouwd gebied, aanhaken bij natuurlijke momenten en klimaatchecks bij kleine onderhoudsmaatregelen. Conclusie Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Zie verder ook paragraaf 3.4.2 en 3.4.3.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Kapelle 2012-2030 De gemeenteraad van Kapelle heeft op 26 maart 2013 de Structuurvisie 2012-2030 vastgesteld. Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente. Kapelle is een bloeiende gemeente en dit wil het gemeentebestuur zo houden. Kapelle is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. De opgaven en kansen liggen daarom vooral in het onderhouden en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarnaast verdienen de ruimtelijke kwaliteit, het functioneren van de bedrijventerreinen en de voorzieningen en de kansen in de recreatie nadrukkelijk de aandacht om deze toekomstgericht te maken en te behouden. De gemeentelijke ambities zijn daarom gericht op: behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). In de Structuurvisie worden de diverse sectorale en gebiedsgerichte beleidsstukken samengebracht en integraal afgewogen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en herijking van beleid zoals eventuele zoekgebieden voor riant wonen in de dorpsranden en de herijking van de woningbouwprognose (waarbij de sturing gericht moet zijn op kwaliteit in plaats van kwantiteit). Het centrale thema: Kapelle bloeit Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente.
De Structuurvisie geeft antwoord op de vraag: wat voor gemeente wil Kapelle zijn? Het centrale thema van de Structuurvisie is: Kapelle bloeit! Behoud en versterking van de kernkwaliteiten staat voorop: een uitstekend woon- en leefklimaat; een prima voorzieningenniveau; voldoende werk in de gemeente; aantrekkelijk voor recreatie. Initiatieven die bijdragen aan versterking van deze kernkwaliteiten, kunnen rekenen op een positieve grondhouding van het gemeentebestuur. De Structuurvisie is de basis voor het gemeentebestuur om met bewoners, bedrijven en organisaties samen te werken aan kwaliteit voor een duurzame toekomst. Dit document geeft daarvoor de gewenste ontwikkelingsrichting aan. Behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving. Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden). De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende
24
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) is nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). Naast uitbreidingslocaties zullen ook inbreidingslocaties worden benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. Het behoud en de versterking van structureel groen krijgt aandacht in een daartoe op te stellen beleidsplan. Op 21 september 2021 heeft de gemeenteraad een addendum op de structuurvisie vastgesteld. Hierin zijn in aanvulling locaties voor toekomstige woningbouw, bedrijventerrein en energielandschap opgenomen. Deze wijzigingen hebben geen betrekking op onderhavig plangebied. Toetsing planinitiatief Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt het oprichten van vier grondgebonden woningen mogelijk binnen de bebouwde kom, maar buiten stedelijk gebied van Kapelle. Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de ambities uit de Structuurvisie, omdat bij het woningbouwinitiatief wordt ingezet op duurzaam en energiezuinig bouwen.
Een inbreidingslocatie wordt benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. De woningen worden toegevoegd voor de doelgroepen senioren (drie levensloopbestendige woningen) en doorstromers (vrijstaande woning). Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. De nieuwbouw is in overeenstemming met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. Mitsdien kan worden gesteld dat dit bouwplan voor het oprichten van vier woningen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Structuurvisie Kapelle 2012-2030. 3.4.2 Duurzaamheid Duurzaamheidsagenda Kapelle Het duurzaamheidsbeleid voor de gemeente Kapelle wordt verwoord in de Duurzaamheidsagenda Kapelle. Deze agenda is een verzameling van de volgende bouwstenen: Elektriciteit (Deel 1 & 2) Warmte in de gebouwde omgeving Natuur en biodiversiteit Klimaatbestendige leefomgeving Mobiliteit Circulaire gemeente Eigen organisatie Waterstof Iedere bouwsteen is een beleidsdocument die zijn eigen integraal opstel- en besluitvormingsproces doorloopt. Hieronder wordt ingegaan op voor dit bouwplan relevant zijnde thema's. Duurzaam bouwen Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw.
Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Klimaatadaptatie Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid van Schouwen-Duiveland en moeten wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen voorkomen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen wordt de Landelijke Maatlat Klimaatadaptatie toegepast met normen en richtlijnen voor Nieuwbouw. De voorkeursvolgorde voor wateroverlast en droogte vanuit de Landelijke
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 25
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Maatlat is: benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren. De voorkeursvolgorde voor hittestress is: koele omgeving, warmte weren, passief koelen, actief koelen. Naast de landelijke maatlat is er ook een atlas met klimaatlabels waarin te zien is hoe de situatie precies is per locatie. Belangrijke aandachtspunten zijn: Voorkomen van wateroverlast: Voldoende ruimte voor wateropvang; toepassen van weinig verharding; watertoets. Voorkomen van droogte: Opvang en hergebruik van hemelwater; percentage tuin wat verhard mag worden; vergroenen en ontharden; brandveiligheid. Voorkomen van hittestress: Plaatsen van een overstek of beplanting; toevoegen van groen. Voorkomen van overstromingen: Niet buitendijks bouwen; zorgen voor vluchtroutes bij overstromingen. Biodiversiteit De Wet natuurbescherming beschermt de biodiversiteit. De wet moet ervoor zorgen dat de soortenrijkdom van planten en dieren in de natuur blijft bestaan en dat kwetsbare soorten niet verdwijnen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat er natuur inclusief wordt gebouwd wat betekent dat er onder andere onderzocht wordt of er extra nestgelegenheid voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen kan worden gecreëerd. 3.4.3 Toetsing planinitiatief aan duurzaamheid In deze paragraaf wordt ingegaan wat er op het gebied van bovengenoemde thema's wordt gedaan bij uitwerking van het project.
3.4.3.1 Duurzaam bouwen Het initiatief gaat uit van een uitbreiding bij het perceel Maalstede 1a in Kapelle om vier woningen toe te voegen. De nieuwe woningen worden gasloos en energiezuinig uitgevoerd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Dit betekent dat de woningen een neutraal 'gebouw gebonden' energiegebruik heeft. Dit betreft het energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warmtapwater, elektriciteit voor de hiervoor benodigde installaties en (forfaitair) verlichting én 'gebruik gebonden'. Op de daken worden zonnepanelen geplaatst. De ruimte aan de voor- en achterzijde van de woningen wordt als tuin ingericht. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: opvang en recyclen van regenwater. Bij de inrichting zal rekening gehouden worden met het versterken van de groenstructuur. 3.4.3.2 Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie.
Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte en e. bodemdaling. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas. Wateroverlast door overvloedige neerslag In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Waterdiepte bij hevige bui – 70 mm / 2 uur Lokaal geen tot maximaal 5 cm. Oplosbaar, geen (1:100 jaar) belemmering. Waterdiepte bij hevige bui – 140 mm / 2 uur Lokaal maximaal tot 5 cm. Oplosbaar, geen (1:100 jaar) belemmering. Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie en scenario 2050 (Hoog) geen risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘wateroverlast’. Ter voorkoming van wateroverlast zal het vloerpeil van de bebouwing komen te liggen op een peilhoogte dat vergelijkbaar is met de aangrenzende
26
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
woningen. Overstroming In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Plaatsgebonden overstromingskans norm 2050 – Zeer kleine kans (1/3.000-1/30.000 per jaar) 20 cm Plaatsgebonden overstromingskans huidige Zeer kleine kans (1/3.000-1/30.000 per jaar) situatie – 20 cm Maximale overstromingsdiepte kaart middelgrote geen kans Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie een zeer beperkt risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘overstroming’. Bij een doorbraak van een waterkering is er naar verwachting geen kans op overstroming. Bij een overstroming kan worden gevlucht naar de verdieping. Om het overstromingsrisico in te perken wordt een vloerhoogte aangehouden dat vergelijkbaar is met het maaiveldniveau van woningen in de omgeving. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen.
Oordeel en conclusie Onderdeel Hittestress door warme nachten 2050 Speelt nu niet; toekomstige toestand afhankelijk van keuzes bij inrichting en beheer. Ligging in stedelijk hitte-eiland Ligging binnen de invloedssfeer van woonwijken en industriegebieden van de stad. Nu 0,4-0,6 graden Celsius warmer dan het open buitengebied. Dit kan oplopen afhankelijk van de herinrichting van de omgeving. Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie nagenoeg geen risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘hitte’. Het plangebied ligt in de dorpsrand. Belangrijk is om de woningen warmtewerend te ontwerpen en bouwen. Verder worden er bomen geplant die voor schaduw kunnen zorgen. Er is voor nu geen of weinig effect op bestaande omgeving te verwachten, want het project is dermate klein dat er geen significant verschil zal zijn op het bestaande stedelijk hitte-eiland. Droogte In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Risico droogtestress Deels geen tot matig (jaarlijkse opbrengstderving 10%-20% bij gras). Risico Verschilzetting 2050 Zeer laag; de ondergrond laat een relevante verschilzetting zien tussen opgehoogde en onbelaste gebieden. De bestaande functie is weinig droogtegevoelig. Er vindt geen ophogen van gronden plaats in verband met de bouw van de woningen.
Bij uitwerking van het plan blijft infiltratie van hemelwater in de bodem mogelijk, omdat de tuinen van de grondgebonden woningen niet volledig worden verhard. Bodemdaling In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Oordeel en conclusie Onderdeel
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 27
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Signaalkaart bodemdaling okt 2016- okt 2018 Deels weinig daling tot significante daling Bodemdaling door ophoging bij opbrengen 10 tot 25 cm. pakket zand of grond van 1 m dikte Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie een risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘bodemdaling’. Er vindt geen ophoging plaats bij het bouwrijp maken van de gronden. De nieuwe woningen dalen niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen maatregelen nodig. 3.4.3.3 Biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen Initiatiefnemer heeft de intentie natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit. In de tuinen van de woningen wordt aanplant van bomen en groen gerealiseerd. Naast de esthetische waarde heeft dit ook een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit en het microklimaat op het erf. Bomen zorgen tevens voor schaduwwerking, een verkoelend effect en voorkomt hittestress. Deze maatregelen dragen bij aan de bevordering van de biodiversiteit. Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus wordt ruimte beschikbaar gehouden onder onderste twee rijen dakpannen. b. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. c.
Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Conclusie De vier woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen, Klimaatadaptief bouwen, biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen. 3.4.4 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Kapelle heeft in januari 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit” vastgesteld. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Ter ondersteuning van het beleid is er een overzichtskaart gemaakt. Het plangebied ligt in 'Landelijk gebied' met een bijzonder welstandsniveau. Voor deze gebieden en objecten is extra aandacht nodig voor handhaving of verbetering van de ruimtelijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische kwaliteit. Het kwaliteitstoezicht wordt gericht op het voorkomen van aantasting van de aanwezige karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit.
Aanvullend is voor de planlocatie een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zoals opgenomen in Bijlage 2. De bouwplannen worden om advies voorgelegd aan de commissie Ruimtelijke kwaliteit. De bouwplannen zullen voldoen aan de in de Nota ruimtelijke kwaliteit en het beeldkwaliteitsplan vastgelegde criteria. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal worden voldaan. Conclusie Het bouwplan houdt rekening met in de Nota ruimtelijke kwaliteit en het beeldkwaliteitsplan vastgelegde criteria.
28
Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFA
omgevingsvergunning Uitbreidingsplan Maalstede 1a, Kapelle
Hoofdstuk 4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
De beleidsvelden milieu en de fysieke leefomgeving groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en de fysieke leefomgeving. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de fysieke omgevingsaspecten en het milieu die een rol spelen bij de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
4.1
Vormvrije mer-beoordeling
Wettelijk kader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Met de aanvraag omgevingsvergunning zijn dergelijke besluiten niet aan de orde. In artikel 11.6 (aanwijzen mer-(beoordelings)plichtige projecten) van het Omgevingsbesluit zijn in lid 3 projecten genoemd die mer-(beoordelings)plichtig zijn zoals opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Onderzoek/ beoordeling Met deze aanvraag omgevingsvergunning worden vier woningen mogelijk gemaakt. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn in 1 lijst zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. In het Besluit milieueffectrapportage waren dat nog 2 lijsten (onderdelen C en D in de bijlage bij dat besluit).