CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-16b2 D25.329263 2. Ontwerp Programmabegroting 2026

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: VRZ26.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029

BDUR decembercirculaire 2024 Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening

7.484.244 2.538.548

6.769.413 2.538.548

6.767.384 2.538.548

6.767.116 2.538.548

6.767.116 2.538.548

Totaal BDUR in basis

10.022.792

9.307.961

9.305.932

9.305.664

9.305.664

0

1.034.218

1.033.992

1.033.963

1.033.963

Totaal BDUR

10.022.792

10.342.179

10.339.924

10.339.627

10.339.627

Indexatie 2025 (raming junicirculaire BDUR)) Indexatie 2026 (raming junicirculaire BDUR))

200.000 0

200.000 200.000

200.000 200.000

200.000 200.000

200.000 200.000

Totaal BDUR, in prijzen 2026

10.222.792

10.742.179

10.739.924

10.739.627

10.739.627

Verlaging met 10% vanaf 2026 (verwerkt in de risicoparagraaf)

Indien landelijk besloten wordt dat er 10% wordt gekort op de BDuR, heeft dit gevolgen voor de landelijke doelstellingen die zijn opgelegd en daardoor ook voor de hiervan afgeleide regionale doelstellingen. Gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2025 na de 1e begrotingswijziging 2025 (€ 35.838.689). Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage wordt verwezen naar paragraaf 2.3.5. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage VRZ

Begroting 2025 Begroting 2026 (na BW2025-1)

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Programmabegroting 2024 Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2024 Structurele bijdrage Bevolkingszorg op basis van begroting 2024

35.551.827 251.424

35.551.827 251.424

35.551.827 251.424

35.551.827 251.424

35.551.827 251.424

Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg, basis 2024

35.803.251

35.803.251

35.803.251

35.803.251

35.803.251

VZG-richtlijn 2026 (-2,2%) Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg

0 0

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

Totaal VZG-richtlijn 2026

0

-787.672

-787.672

-787.672

-787.672

Oplopende kapitaallasten t.o.v. begrotingsniveau van € 4,1 mln.

0

0

1.418.483

2.875.717

3.680.669

Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg

35.803.251

35.015.579

36.434.062

37.891.296

38.696.248

Maatwerk Correctie gemeente Schouwen-Duiveland, structureel Correctie gemeente Veere 1) periode 2026-2046 Correctie gemeente Sluis 1) periode 2026-2046

-11.000 23.219 23.219

-11.000 23.219 23.219

-11.000 23.219 23.219

-11.000 23.219 23.219

-11.000 23.219 23.219

Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)

35.838.689

35.051.018

36.469.501

37.926.735

38.731.687

1) Levering bluswater-tankwagens wordt voorzien in 2025, 1e afschrijving vindt dan plaats in 2026 (Annuïteit € 330.000, AT=20 jr. rente 3,5%) De begroting 2025 zal nog worden gewijzigd aangezien er geen kapitaallasten meer worden voorzien in 2025.

25

Begrotingstekort vanaf 2026 Zonder de bezuinigings- en indexatierichtlijn van de Vereniging Zeeuwse gemeenten (VZG) was de begroting 2026 sluitend. Als gevolg van deze bezuinigings- en indexatierichtlijn is er sprake van een niet-sluitende begroting 2026 met een begrotingstekort van € 1.539.540. Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 1.715.478 1.550.840 1.548.740 1.548.740 48.472.408 49.679.698 51.178.135 51.983.087 -46.756.930 -48.128.858 -49.629.395 -50.434.347 -175.938 -11.300 -9.200 -9.200 1.539.540 1.539.540 1.539.540 1.539.540

Saldo van baten en lasten Lasten Baten Mutaties reserves Eindtotaal

Begrotingstekort door VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 (-2,2%) Het begrotingstekort wordt mede veroorzaakt door de VZG-richtlijn 2026 van -2,2%. Door deze verlaging van de bijdrage ontstaat een tekort van € 787.672. Begrotingstekort door VZG-indexatierichtlijn 2026 (-2,1%) De VZG-richtlijn voor compensatie van loon- en prijsontwikkelingen 2026 via de gemeentelijke bijdrage is als volgt: Loonbijstelling VZG-richtlijn 2026

+0%

Prijsbijstelling +0%

Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling +0%

VRZ indexeert in de begroting 2026 de lasten conform de Macro-Economische Verkenning 2025 (= CPB-raming september 2024), waarvoor geen compensatie wordt ontvangen vanuit de gemeenten. Hierdoor ontstaat een tekort van € 751.868. Gelet op de momenteel lopende onderhandelingen over de cao gemeenten, die over het algemeen wordt gevolgd door Veiligheidsregio’s, en de huidige inflatiecijfers lijken deze percentages aan de lage kant. De gevolgen van een hogere loon- en prijsstijging zijn opgenomen in de risicoparagraaf. Loonbijstelling MEV 2025

+ 2,0 %

Prijsbijstelling + 2,2 %

Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling + 2,1 %

Overig begrotingstekort Daarnaast was er door verschillende oorzaken (o.a. normale doorgroei in het loongebouw, effect HR21, wijziging dekking CISO-officier, prijseffect MO365 licenties, doorberekening overhead OCB, gebruik Cyclomedia, verhoging bijdrage Centraal Expertisebureau Risicobeheer) nog sprake van een tekort uit de programmabegroting 2025 en de 2e en 3e begrotingswijziging 2024, dat opliep tot € 845.155 vanaf 2028. Dit tekort heeft VRZ door maatregelen weggewerkt.

26

2026

2027

2028

2029

Begroting 2025 2e Begrotingswijziging 2024 3e Begrotingswijziging 2024

47.127 182.679 201.700

78.166 448.829 211.200

187.126 446.829 211.200

187.126 444.829 211.200

Subtotaal

431.506

738.195

845.155

843.155

Maatregelen VRZ

-431.506

-738.195

-845.155

-843.155

-

-

-

-

Totaal

Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen, vanaf 2027 De komende jaren moet veel (brandweer)materieel en –materiaal worden vervangen. Met name de vervanging van afgeschreven tankautospuiten (minimaal 33, maximaal 44) is gecontracteerd en wordt naar verwachting sneller gerealiseerd dan in 2025 was voorzien. Vervanging is noodzakelijk om de operationaliteit en de slagkracht voor de basisbrandweerzorg te kunnen garanderen. In de meerjarenraming 2027 t/m 2029 wordt voorgesteld de gemeentelijke bijdrage hiervoor stapsgewijs te verhogen, afhankelijk van de uitvoering van het meerjarig investeringsplan. Dit is vergelijkbaar met eerdere begrotingen. Over deze voorgestelde verhoging moet echter (bij de volgende begroting 2027) nog een besluit worden genomen. Zie paragraaf 2.3.4.

1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Onvoorzien Totaal Lasten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 0 0 0 0 50.000 50.000 50.000 50.000

Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Deze is bedoeld als meerjarige incidentele post voor onvoorziene uitgaven of voor het dekken van structurele uitgaven voor één jaar. Voor de risico's die VRZ loopt, verwijzen wij naar paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing’.

27

Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra; in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). Deze servicecentra zijn verantwoordelijk voor beheertaken voor zowel grote als kleine voertuigen, bepakkingen, ademluchtapparatuur, bluskleding en meer. Bepaalde beheertaken, zoals de zorg voor nietrepressieve kleding en verbindingsmiddelen, worden centraal uitgevoerd. Deze centrale taken zijn ondergebracht in één van de servicecentra. Het materieelbeheer wordt verzorgd met het systeem McMain. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2025 2024 na wijziging

Programma begroting 2026

Exploitatie

1.794.429

1.383.953

1.374.061

Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal

1.689.051

1.093.453

1.124.761

Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget

233.000

202.000

Onderhoud materieel maritieme Veiligheid

104.138

57.500

58.700

Investeringsplan

47.989

15.000

250.000

Werkplaatsinrichting servicecentra

47.989

15.000

250.000

Totaal

1.841.178

1.341.453

1.635.461

Het onderhoudsbudget staat onder druk, wat samenhangt met ouderdom van de activa. Tussen 2018 en 2024 zijn de onderhoudskosten hoger uitgevallen dan begroot. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel van deze activa, wat zou kunnen leiden tot een daling van de onderhoudskosten. De vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of deze daling daadwerkelijk zal optreden, aangezien naast de veroudering van het materieel, de complexiteit van de voertuigelektronica en de stijgende prijzen van onderdelen en arbeid ook invloed hebben op de onderhoudskosten. In 2026 worden (net als in 2025) lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Onderhoud gebouwen Veiligheidsregio Zeeland heeft 64 panden in gebruik of in eigendom, waarvoor zowel preventief onderhoud als onderhoud na storingen of defecten noodzakelijk is. Uit ervaring blijkt dat het beschikbare budget afgelopen jaren niet toereikend was. In 2025 brengen we het onderhoudsniveau van onze locaties beter in beeld. Hierna bepalen we met het bestuur wat dat betekent voor het (gebruikers)onderhoud en onze onderhoudskosten. De financiële gevolgen zullen vanaf 2026 zichtbaar worden.

Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van ons kantoorgebouw aan de Segeerssingel 10 in Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder

28

rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Op dit moment wordt er onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor gezamenlijke huisvesting met de GGD Zeeland. Aangezien de uitkomsten van dit onderzoek nog niet bekend zijn, wordt vooralsnog de onderhoudsbegroting van 2025, inclusief indexering, één op één overgenomen voor 2026. Onderhoudskosten Segeerssingel 10 (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2025 2024 na wijziging Exploitatie 341.903 90.200

Programma begroting 2026 92.100

Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair / pilot flex-werken

63.684

85.000

86.800

55.410

5.200

5.300

Samenwerkingsvleugel VRZ-GGD-RUD

222.809

Investeringsplan

70.958

44.040

Aanpassing Segeerssingel 10

70.958

44.040

Totaal

412.861

134.240

92.100

Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich onder andere op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Gesteld kan worden dat de kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn voor rekening van de gemeenten zijn. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. Verwacht wordt dat ook in 2026 enkele nieuwe (ter vervanging van bestaande) brandweerposten worden opgeleverd. Bij een nieuwe brandweerpost hoort ook een inrichting met inventaris. Duurzaamheid en brandweerposten In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Onder andere de provincie Zeeland, alsmede de 13 Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk in de Zeeuwse Regionale Energie Strategie (Zeeuwse RES) hun duurzaamheidsdoelstelling bepaald.

In 2023 is met provinciaal subsidiegeld onderzoek gedaan naar de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen per brandweerkazerne. Deze rapporten zijn bekend en gedeeld met de 13 gemeentelijke gebouwenbeheerders. In de gesprekken met ons algemeen bestuur over de nieuwe beleidsperiode wordt besproken of eventuele duurzaamheidsmaatregelen in 2026 wenselijk en/of realiseerbaar zijn. In de begroting 2026 is hiervoor niets begroot.

29

Onderhoudskosten brandweerposten (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2025 2024 na wijziging Exploitatie 290.941 320.171 Gebruikersonderhoud brandweerposten

208.066

Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget

206.700

Programma begroting 2026 297.700 212.900

29.171

Eigenaarsonderhoud Stadsgewest VlissingenMiddelburg**)

82.875

83.000

84.800

Investeringsplan

118.148

387.300

263.300

Vervanging inventaris brandweerposten

85.648

30.600

31.300

Investeringsbijdrage kazerne Heinkenszand

32.500

Investeringsbijdrage kazerne Zierikzee

65.000

Investeringsbijdrage kazerne Goes-West

65.000

Inventaris *) kazerne Zierikzee

22.500

Inventaris *) kazerne Goes-West

68.000

Inventaris *) kazerne Kloosterzande

60.000

Inventaris *) kazerne Sas van Gent

16.200

Inventaris *) kazerne Cadzand

60.000

46.000

Inventaris *) kazerne Kamperland

79.700

Inventaris *) kazerne Kortgene

61.300

Aanpassing kazernes voor natuurbrandbestrijding (3x) Totaal

45.000 409.089

707.471

561.000

*) Installaties, inrichting, meubilair **) Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

30

1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In deze paragraaf zijn de thema’s voor bedrijfsvoering beschreven die in 2026 uitwerking krijgen. Mens en organisatie We investeren in de landelijke samenwerking tussen veiligheidsregio's. We werken aan toekomstbestendig werkgeverschap door bijvoorbeeld de gezamenlijke landelijke campagne gericht op het vergroten van de naamsbekendheid van veiligheidsregio's als organisatie en werkgever. Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke PTSS-regeling voor onze branche en het (h)erkennen van beroepsziekten. Kosten zijn niet opgenomen in de begroting. Het is nog onduidelijk of het rijk hiervoor financiële ondersteuning zal bieden. De PTSS-regeling is daarom opgenomen in de risicoparagraaf. In relatie tot de landelijke ontwikkelingen onderzoeken we welke bijdrage wij als werkgever kunnen leveren aan de gezondheid en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers in brede zin. Het nieuwe functiewaarderingssysteem is geïmplementeerd; we zetten nu de volgende stap door functieomschrijvingen beter aan te laten sluiten bij de huidige eisen en verwachtingen, waarna we deze functies opnieuw zullen waarderen. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling Door de huidige ontwikkelingen in de wereld is het moeilijk een schatting te maken voor de toekomst. Voor 2026 hanteren we trend van de begroting 2025 en de realisatie 2024. De huidige cao loopt tot 1 augustus 2025.

Het is nog niet bekend welke financiële impact de nieuwe cao exact heeft op de begroting 2026. VRZ houdt wel rekening met een loonstijging als gevolg van de nieuwe cao-afspraken. Hiervoor hanteren we de Macro-Economische Verkenning (MEV) 2025 van 2% voor het jaar 2025. Voor een nadere toelichting wordt verwezen de paragraaf ‘uitgangspunten voor de begroting’. Huisvesting Onze medewerkers en daarmee ook de vrijwilligers moeten in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Dat betekent dat de kwaliteit van huisvesting op orde moet zijn. Veel gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet altijd aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. In 2025 brengen we het onderhoudsniveau van onze locaties beter in beeld. Hierna bepalen we met het bestuur wat dat betekent voor het (gebruikers)onderhoud en onze onderhoudskosten. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen voor een aantrekkelijke en veilige werkomgeving voor medewerkers en vrijwilligers zijn inspanningen op verschillende locaties gewenst. Samen met de gemeenten bepalen we welke locaties opgeknapt of vernieuwd moeten worden. Ook besteden we aandacht aan onze eigen kantoorinrichting conform huisvestingsvisie. Duurzaamheid Als onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid is het Klimaatakkoord opgesteld.

Het belangrijkste doel van dit akkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen (vergeleken met 1990). Ook voor VRZ geldt deze opdracht tot CO₂ reductie. In de begroting 2026 hebben wij nog geen geld gereserveerd voor duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van CO2-reductie. In de gesprekken met ons algemeen bestuur over de koers van onze nieuwe beleidsperiode wordt besproken of eventuele duurzaamheidsmaatregelen in 2026 wenselijk en/of realiseerbaar zijn.

31

Informatiegestuurde organisatie In 2026 bouwen we verder aan een solide en innovatieve informatievoorziening die de basis vormt voor de groei en ontwikkeling van onze organisatie en ons in staat stelt om veerkrachtig en succesvol te zijn in de digitale toekomst. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in een snel tempo op. Een effectieve informatievoorziening is voor onze organisatie essentieel. Hierdoor kunnen we goed anticiperen op veranderingen, besluitvorming faciliteren en processen optimaliseren. We willen een informatie gestuurde organisatie worden en dit betekent dat we onze informatievoorziening moeten versterken en de organisatie mee moeten nemen in nieuwe processen en werkwijzen. Versterken van het informatielandschap De doorontwikkeling van de digitale omgeving wordt komende tijd steeds belangrijker. In 2026 doen we een technische vervanging van ons intranet en richten we deze opnieuw in, om de interne communicatie met medewerkers en vrijwilligers te verbeteren. Ook gebruiken we dit platform om de communicatie met ketenpartners in de crisisbeheersing te verbeteren en op die manier beter invulling te geven aan onze taak en rol als (crisis)netwerk verbinder. Daarnaast zijn wij genoodzaakt een nieuw Vakbekwaamheid Management Systeem te verweven, omdat de leverancier de doorontwikkeling van het product beëindigd.

En gaan we in 2026 verder met de doorontwikkeling van Business Intelligence, zodat steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie beschikbaar komt voor het maken van beleid en het realiseren van effectieve besluitvorming. Dit is nodig in onze transitie naar een informatiegestuurde organisatie. Toetreding vitale infrastructuur Het Ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Dit betekent dat onze organisatie als cruciaal wordt gezien voor het beschermen van de samenleving bij onverwachte gebeurtenissen, vergelijkbaar met energie- en drinkwaterbedrijven. Deze status brengt grote veranderingen met zich mee voor onze organisatie. We moeten diverse maatregelen treffen om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) en de continuïteit van onze primaire processen te versterken. De extra kosten worden geschat op ongeveer € 300.000 per jaar. De kosten zijn niet opgenomen in de begroting. Het is nog onduidelijk of het rijk hiervoor financiële ondersteuning zal bieden. Toetreding tot de vitale infrastructuur is daarom opgenomen in de risicoparagraaf. Samenwerking GGD/VRZ In 2024 heeft het algemeen bestuur ingestemd met een inhoudelijke samenwerkingsagenda GGD, RUD en VRZ voor de komende vijf jaar (2024-2028).

Daarnaast is besloten een businesscase uit te werken om de bedrijfsvoering van GGD en VRZ samen te voegen vanuit het principe ‘gezamenlijk tenzij…’ en de keuze voor gezamenlijke huisvesting voor GGD en VRZ uit te werken in een businesscase. Deze businesscase wordt in april 2025 voorgelegd aan de algemeen besturen. Eventuele kosten zijn ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2026 nog niet inzichtelijk. Dit is afhankelijk van de uitkomst en besluitvorming door de algemeen besturen in april 2025.

32

1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend, voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • Het beperken van de rentelasten van de leningen; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren/crediteurenrisico; Uitzettingen De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën.

Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EUregels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan liquide middelen komen. Om de risico’s te beperken zijn in de Wet Fido twee instrumenten opgenomen: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. 1. Financiering kortlopend Kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal. De rekenrente voor kortlopende schulden is gehandhaafd op 1,5%. Rentevisie geldmarktrente De rekeningcourantrente bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt bij het opstellen van deze begroting (januari 2025) ca. 1,5%.

De rekenrente voor kortlopende schulden is

33

gehandhaafd op 1,5%. Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2026 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte

2026 € 48.472.408 8,20% € 3.974.737 €0 € 3.974.737

2. Financiering langlopend Leningenportefeuille Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2026

Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000

Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020

Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804

Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%

Renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal. Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm

2026 € 48.472.408 20% € 9.694.482

2027 € 49.679.698 20% € 9.935.940

2028 € 51.178.135 20% € 10.235.627

2029 € 51.983.087 20% € 10.396.617

Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico

2026 €0 € 1.883.804 € 1.883.804

2027 €0 € 2.669.098 € 2.669.098

2028 €0 € 3.857.333 € 3.857.333

2029 €0 € 4.533.804 € 4.533.804

Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

€ 9.694.482 € 7.810.678 €0

€ 9.935.940 € 7.266.842 €0

€ 10.235.627 € 6.378.294 €0

€ 10.396.617 € 5.862.813 €0

Rentevisie kapitaalmarktrente De 15-jaars rente bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt bij het opstellen van deze begroting (januari 2025) ca. 3,5%. Renteontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen zijn en hangen af van verschillende factoren, zoals inflatie, oorlogen, het wel of niet sluitend krijgen van begrotingen van bepaalde Europese landen enz. De rekenrente voor nieuwe langlopende schulden is gehandhaafd op 3,5%. Er ontstaat pas een financieringsbehoefte vanaf 2026.

34

Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2024

2025

2026

2027

2028

2029

Liquide middelen 1/1

6.160.000

-306.014

-3.471.304

-3.458.292

-3.485.726

Investeringsplan Afschrijvingen

-7.417.320 3.009.910

-18.800.500 3.384.952

-21.950.300 4.443.710

-13.082.500 5.421.599

-5.100.500 6.085.713

-224.800 0 0

-115.938 0 0

-11.300 0 0

-9.200 0 0

-9.200 0 0

-1.833.804 0

-1.833.804 0

-1.833.804 -835.294

-1.833.804 -2.023.529

-1.833.804 -2.700.000

6.160.000

-306.014

-17.671.304

-23.658.292

-14.985.726

-7.043.517

0

0

14.200.000

20.200.000

11.500.000

3.500.000

6.160.000

-306.014

-3.471.304

-3.458.292

-3.485.726

-3.543.517

4.600 234.800 0 0 0 0 239.400

52.100 211.700 248.500 0 0 0 512.300

51.918 188.700 482.382 353.500 0 0 1.076.500

52.397 165.700 453.147 686.206 201.250 0 1.558.700

53.259 142.700 423.912 644.618 390.662 61.250 1.716.400

Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overlopende Passiva met spec. bestedingsdoel Aflossingen bestaande leningen (herfinanciering) Aflossingen nieuwe leningen (herfinanciering) Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente over financieringsbehoefte kort (1,5%) Rente over lopende leningen Rente over financieringsbehoefte lang 2026 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2027 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2028 (3,5%) Rente over financieringsbehoefte lang 2029 (3,5%) Totaal *) Kasgeldlimiet 2026 is € 3.974.179

Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2025 t/m 2029. Renteschema 2026 (taakveld Treasury) Renteschema 2025: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten

-/-

€ € €

512.300 512.300

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-/-

€

-

-/-

€

-

+/+

€

-

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

+/+ +/+

€ € €

512.300

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

€

512.300

€

-

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

35

1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 12 december 2024 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer x≥ 2,0 A 1,4 ≤ x < 2,0 B

Betekenis Uitstekend Ruim Voldoende

C

1,0 ≤ x < 1,4

Voldoende

D

0,8 ≤ x < 1,0

Matig

E

0,6 ≤ x < 0,8

Onvoldoende

F

x < 0,6

Ruim onvoldoende

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een

36

kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kans-klassen van 10% tot 95%. Kwantiteit 10 %

Referentiebeelden 0 of 1 keer per 10 jaar

Kansklasse 1

30 %

1 keer per 5 – 10 jaar

2

50 %

1 keer per 2 – 5 jaar

3

70 %

1 keer per 1 – 2 jaar

4

95 %

1 keer per jaar of meer

5

Toelichting kansklasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Daar waar mogelijk wordt bij een risico de financiële impact berekend op basis van onderstaande klassen: Klasse 1 2 3 4 5

Minimaal € 0,00 € 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00

Maximaal € 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00 oneindig

De klassen van kans en gevolg worden vermenigvuldigd volgens onderstaande formule: Risicoscore = inschaling klasse ‘Kans’ x inschaling klasse ‘Financieel gevolg’ Voor de begroting 2026 is een risico-inventarisatie uitgevoerd binnen VRZ. Dit heeft geleid tot een overzicht van 21 risico’s. Deze risico’s hebben een risicoscore gehad op basis van bovenstaande formule. Deze score leidt tot onderstaande matrix:

37

Voor de risicotabel met de tien belangrijkste risico's wordt verwezen naar bijlage 1. Benodigde weerstandscapaciteit Onze algemene reserve heeft begin 2025 een saldo van € 306.724. De jaarrekening 2024 laat een positief resultaat zien. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee naar verwachting: • • • • •

Algemene reserve Effect rekening 2024 Onttrekking 2025 Post onvoorzien Totaal

€ 306.724 € 686.511 + € 145.000 € 50.000 + € 898.235

Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 898.235 = 0,25 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit = € 3.660.616 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief eigen vermogen.

38

Verloop risico’s in relatie tot de algemene reserve De risico's van VRZ bepalen de benodigde weerstandscapaciteit. In de begroting 2026 is € 3.660.616 aan risico’s voorzien. De risico’s zijn toegenomen ten opzichte van begroting 2025. 4.000.000

Risico's 3.500.000

Algemene reserve

3.000.000

2.500.000 2.000.000

1.867.105

1.500.000

1.490.829

1.408.296

993.235

899.719

1.000.000

848.235

500.000

306.724

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 (verwacht)

Maximum reserve In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In het rapport ‘afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (VZG, januari 2024) is in paragraaf 3.5 opgenomen dat het aanhouden van een reserve is toegestaan tot een norm van 5% van alle baten van VRZ. Dat betekent voor 2026 een maximale reserve van 5% van € 48.472.408 = € 2.423.620. Verplichte kengetallen Begroting 2026 Kengetallen:

Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

2024 Jaarrekening

2025 Begroting (na wijz.)

42,33% 42,33% 5,74% 0 Nvt Nvt

54,18% 54,18% 5,35% 0 Nvt Nvt

2026 Begroting 87,05% 87,05% 3,29% 0 Nvt Nvt

Begroting 2025-2028 2027 2028 MeerjarenMeerjarenraming raming 120,94% 120,94% 2,27% 0 Nvt Nvt

132,72% 132,72% 1,99% 0 Nvt Nvt

2029 Meerjarenraming 128,65% 128,65% 2,01% 0 Nvt Nvt

39

Netto schuldquote Nettoschuldquote (bedragen x € 1.-) A B C D E F G H

Vaste schulden (cf art 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) Overlopende passiva (cf art 49 BBV) Financiele activa (cf art 36 lid b,c,d,e, en f) Uitzettingen <1jaar (cf art 39 BBV) Liquide middelen (cf art 40 BBV) Overlopende activa (cf art 40a BBV) Totale baten (exclusief mutaties res) (cf art 17 lid C)

2024 Jaarrekening 20.106.510 4.286.876 2.373.447 0 7.010.502 2.573 593.283 45.265.690 42,33%

2025 Begroting (na wijz.) 19.765.594 4.286.876 2.373.447 0 544.488 2.573 593.283 46.669.631 54,18%

2026 Begroting 31.955.852 4.286.876 2.373.447 0 -2.680.802 2.573 593.283 46.756.930 87,05%

2027 Meerjarenraming 49.475.454 4.286.876 2.373.447 0 -2.667.790 2.573 593.283 48.128.858 120,94%

2028 Meerjarenraming 57.108.920 4.286.876 2.373.447 0 -2.695.225 2.573 593.283 49.629.395 132,72%

2029 Meerjarenraming 56.065.916 4.286.876 2.373.447 0 -2.753.016 2.573 593.283 50.434.347 128,65%

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1.-) A Eigen vermogen (cf art 42 BBV) B Balanstotaal

2024 Jaarrekening

2025 Begroting (na wijz.) 1.717.688 1.492.888 29.948.077 27.889.473 5,74% 5,35%

2026 Begroting 1.316.950 40.079.731 3,29%

2027 Meerjarenraming 1.305.650 57.599.333 2,27%

2028 Meerjarenraming 1.296.450 65.232.799 1,99%

2029 Meerjarenraming 1.287.250 64.189.795 2,01%

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. VRZ heeft in de meerjarenraming een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien die verband houdt met oplopende kapitaallasten (zie 2.3.4) . De structurele exploitatieruimte bedraagt daarom € 0.

1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.

40

Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming

41

Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 t/m 2029 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2026’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2027. Bijdrage deelnemende gemeenten Zie voor meer informatie over de uitgangspunten m.b.t. de bijdrage van de deelnemende gemeenten paragraaf 1.1.4. ‘Algemene dekkingsmiddelen’. Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) Zie voor meer informatie over de uitgangspunten m.b.t. de BDuR paragraaf 1.1.4. ‘Algemene dekkingsmiddelen’. Loonkosten Veiligheidsregio’s hebben een eigen cao. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). De huidige cao loopt tot 1 augustus 2025. Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende loontabellen en de werkgeverspremies per 1 januari 2025, verhoogd met de loonstijging volgens de MarcoEconomische Verkenning 2025 van 2,0 % (percentage overheidsconsumptie beloning werknemers).

Daarnaast is in de begroting 2025 vanaf 1 augustus 2025 t/m 31 december 2025 een bijstelling met +4,9% * 5/12 (= + 2,0 %) meegenomen Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met ‘normale doorgroei in het salarisgebouw’, de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal) en pensioneringen op AOW-datum. Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt vanaf 1 januari 2023 18,63%. Dat is de optelsom van 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Inflatiecorrectie Voor de prijsontwikkeling (lasten) is rekening gehouden met de prijsstijging volgens de MarcoEconomische Verkenning 2025 van 2,2 % (percentage overheidsconsumptie materieel (IMOC)). Kapitaallasten (rente en afschrijving) De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2026 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2024 en het investeringsplan 2025 t/m 2029. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Nota Investeren, activeren, waardering en afschrijving van vaste activa 2023’ van VRZ.

De afschrijvingstabel geeft invulling aan de betreffende uitgangspunten uit de nota investeren, waardering en afschrijving. De genoemde termijnen zijn maximale termijnen, richtinggevend en

42

niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van de aangegeven afschrijvingstermijnen is dit een onderdeel van het investeringsbesluit. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa en hun maximale afschrijvingstermijnen. a. b. c.

d. e.

f.

g. h. i. j. k. l.

maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits/watertransportsystemen, redvoertuigen na (midlife) revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen, waterwagens, ademluchtcilinders; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers,

paxtassen/AED’s; maximaal 7 jaar:, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; niet: gronden en terreinen.

In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit alleen bij voertuigen. Bij de besluitvorming voor de vervanging van de telefoons medio 2024 is besloten om de afschrijvingstermijn van de telefoons op te rekken van 2 naar 4 jaar, omdat er een andere soort telefoon is aangeschaft waarvan de verwachte levensduur langer is. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 3,5%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en

43

voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van nieuwe, structurele uitgaven.

44

Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie Mutaties reserves Lasten Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 1.715.478 1.550.840 1.548.740 1.548.740 48.472.408 49.679.698 51.178.135 51.983.087 29.402.778 29.476.284 29.541.482 29.551.426 186.000 186.000 186.000 186.000 50.500 50.500 50.500 50.500 13.348.278 12.865.129 12.843.229 12.833.283 1.065.400 1.061.100 1.059.000 1.059.000 522.200 522.200 522.200 522.200 512.300 1.076.500 1.558.700 1.716.400 3.384.952 4.441.985 5.417.024 6.064.278 -46.756.930 -48.128.858 -49.629.395 -50.434.347 -54.500 -54.500 -54.500 -54.500 -332.533 -332.533 -332.533 -332.533 -10.942.179 -10.989.924 -11.039.627 -11.039.627 -35.051.018 -36.469.501 -37.926.735 -38.731.687 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -100.700 -6.400 0 0 -175.938 -11.300 -9.200 -9.200 0 0 0 0 -175.938 -11.300 -9.200 -9.200 -175.938 -11.300 -9.200 -9.200 1.539.540 1.539.540 1.539.540 1.539.540

2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Saldo van baten en lasten

1.715.478

Lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg

48.472.408 49.679.698 51.178.135 51.983.087 30.305.823 31.542.619 32.860.672 33.641.206

2 Programma Voorbereide crisisorganisatie

7.225.860

3 Overhead / bedrijfsvoering

11.030.725 11.163.157 11.289.741 11.321.168

4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten

1.550.840

7.063.922

1.548.740

7.117.722

1.548.740

7.110.713

-140.000

-140.000

-140.000

-140.000

50.000

50.000

50.000

50.000

-46.756.930 -48.128.858 -49.629.395 -50.434.347 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg

-384.200

-384.200

-384.200

-384.200

2 Programma Voorbereide crisisorganisatie

-556.200

-511.900

-555.500

-555.500

3 Overhead / bedrijfsvoering

-23.333

-23.333

-23.333

-23.333

4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien

-45.793.197 -47.209.425 -48.666.362 -49.471.314 0

0

0

0

Mutaties Reserves

-175.938

-11.300

-9.200

-9.200

Eindtotaal

1.539.540

1.539.540

1.539.540

1.539.540

45

2.2.3 Specificatie programma naar econ. categorie, incl. meerjarenraming Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 100 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1

Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 1.715.478 1.550.840 1.548.740 1.548.740 29.921.623 31.158.419 32.476.472 33.257.006 17.627.568 17.608.374 17.595.472 17.587.816 174.600 174.600 174.600 174.600 8.189.461 7.899.950 7.891.950 7.903.950 736.400 732.100 730.000 730.000 134.000 134.000 134.000 134.000 464.100 992.400 1.442.200 1.593.000 2.979.694 4.001.195 4.892.450 5.517.840 -309.200 -75.000 6.669.660

-309.200 -75.000 6.552.022

-309.200 -75.000 6.562.222

-309.200 -75.000 6.555.213

4.234.290 34.000 2.407.262 294.000 212.400 4.800 39.108

4.239.190 34.000 2.221.424 294.000 212.400 14.600 48.308

4.255.190 34.000 2.214.224 294.000 212.400 25.100 82.808

4.251.590 34.000 2.205.124 294.000 212.400 26.300 87.299

-54.500 -54.500 -54.500 -54.500 -200.000 -250.000 -300.000 -300.000 -201.000 -201.000 -201.000 -201.000 -100.700 -6.400 0 0 11.007.392 11.139.824 11.266.408 11.297.835 7.680.920 11.400 16.500 2.701.555 35.000 175.800 43.400 366.150

7.768.720 11.400 16.500 2.693.755 35.000 175.800 69.500 392.482

7.830.820 11.400 16.500 2.687.055 35.000 175.800 91.400 441.766

7.852.020 11.400 16.500 2.674.209 35.000 175.800 97.100 459.139

-23.333 -23.333 -23.333 -23.333 -45.933.197 -47.349.425 -48.806.362 -49.611.314 -140.000

-140.000

-140.000

-140.000

-10.742.179 -10.739.924 -10.739.627 -10.739.627 -35.051.018 -36.469.501 -37.926.735 -38.731.687 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -175.938 -85.600

50.000 -11.300 -11.300

50.000 -9.200 -9.200

50.000 -9.200 -9.200

-85.600 -90.338

-11.300 0

-9.200 0

-9.200 0

-90.338 1.539.540

0 1.539.540

0 1.539.540

0 1.539.540

46

2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2024 en de begroting 2025

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten

Jaarrekening: Begroting: 2024 2025 na wijziging -8.847 224.800 28.510.496 29.267.364

Begroting: 2026

16.222.294 158.070 74.066 9.029.252 618.449 119.479 228.951 151.995 2.542.948

17.298.410 150.500 0 8.326.224 675.200 139.900 275.800 0 2.785.530

17.627.568 174.600 0 8.189.461 736.400 134.000 464.100 0 2.979.694

-36.685 -500 -522.823 -75.000 5.419.568

0 0 -309.200 -75.000 6.283.358

0 0 -309.200 -75.000 6.669.660

3.501.293 29.442 886.121 247.336 182.586 1.036 56.315 17.207

3.907.500 32.600 2.085.671 256.400 183.500 6.900 0 31.387

4.234.290 34.000 2.407.262 294.000 212.400 4.800 0 39.108

-25.430 -6.606 761.296 -195.000 -36.028 10.033.102

-19.600 0 0 -201.000 0 10.828.909

-54.500 0 -200.000 -201.000 -100.700 11.007.392

6.583.677 10.242 403.349 2.587.101 33.949 173.813 29.748 148.626 289.113

7.284.300 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621

7.680.920 11.400 16.500 2.701.555 35.000 175.800 43.400 0 366.150

1.715.478 29.921.623

47

Jaarrekening: Begroting: 2024 2025 na wijziging -19.645 0 -16.528 0 -153.325 0 265.106 0 -302.123 0 -43.972.014 -46.204.831

Begroting: 2026

81.880

-140.000

-140.000

-9.589.847 -34.464.047 0

-10.226.142 -35.838.689 50.000

-10.742.179 -35.051.018 50.000

0 -677.664 -477.664

50.000 -224.800 -224.800

50.000 -175.938 -85.600

-477.664 -65.000

-224.800 0

-85.600 -90.338

-65.000 -135.000

0 0

-90.338 0

-135.000

0

0

Eindtotaal -686.511 *) De jaarrekening 2024 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.

0

1.539.540

352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 510 Rente 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves

0 0 -23.333 0 0 -45.933.197

48

2.2.5 Incidentele lasten en baten per programma In 2026 en verder is geen sprake van een structureel sluitende begroting. Tekort 2026-2029 Saldo van baten en lasten Lasten Baten Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 1.715.478 1.550.840 1.548.740 1.548.740 48.472.408 49.679.698 51.178.135 51.983.087 -46.756.930 -48.128.858 -49.629.395 -50.434.347 -175.938 -11.300 -9.200 -9.200 1.539.540 1.539.540 1.539.540 1.539.540

Het overzicht incidentele lasten en baten geeft normaal gesproken inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. Incidentele lasten en baten 2026-2029 Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Baten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 380 Overige goederen en diensten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2026 2027 2028 2029 380.873 6.567 -3.233 -63.233 326.968 -8.300 -15.500 -75.000 123.568 272.000 6.400

64.600 0 2.100

59.500 0 0

0 0 0

-75.000 98.038

-75.000 2.400

-75.000 0

-75.000 0

16.900 181.838

4.400 4.400

0 0

0 0

-100.700 -34.133

-6.400 -37.533

0 -37.733

0 -38.233

-18.800 8.000

-14.200 0

-14.400 0

-14.900 0

-23.333 50.000

-23.333 50.000

-23.333 50.000

-23.333 50.000

50.000 -166.738 -76.400

50.000 -2.100 -2.100

50.000 0 0

50.000 0 0

-76.400 -90.338

-2.100 0

0 0

0 0

-90.338 274.135

0 4.467

0 -3.233

0 -63.233

In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de (incidentele) projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd (€ 166.738). Voor de

49

investeringen wordt verwezen naar paragraaf 2.3.4 Investeringsplan 2025 t/m 2029. Andere incidentele lasten en baten worden hieronder toegelicht:

Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Traineeprogramma risicobeheersing Voor dit traineeprogramma worden in 2026 nog incidentele loonkosten voorzien. Herplaatsing medewerker In verband met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is een medewerker tot aan pensionering in 2028 herplaatst binnen de organisatie op passend werk (bovenformatief). Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal In 2026 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan het begrotingsniveau van € 4,1 mln. De ontstane financiële ruimte in 2026 mag alleen voor incidentele zaken worden uitgegeven, omdat vanaf 2026 volgens de ramingen de ruimte weer nodig voor dekking van de oplopende kapitaallasten. Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Er is de afgelopen jaren (2018 t/m 2024) sprake geweest van hogere onderhoudskosten dan begroot. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk zouden kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen/arbeid van invloed op de onderhoudskosten.

In 2026 is € 202.000 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2026 de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren.

Programma Voorbereide crisisorganisatie Europees project FIER Personeel van de afdeling Crisisbeheersing wordt ingezet voor het Europees project ‘FIER’. Bijdrage project FIER Het betreft in 2026 en 2027 de bijdrage van de Europese Unie voor project FIER (€ 100.700). Veiligheidsregio Zeeland is partner binnen het Interreg Northsea project FIER: Flooding, Infrastructure, Evacuation and Resilience. De reden om hierin te participeren ligt in de noodzaak om ons als crisisorganisatie beter voor te bereiden op de gevolgen van overstromingen. Vanuit het Interreg Northsea krijgt VRZ 60% cofinanciering voor de projectkosten vanuit de Europese Unie. Het project loopt t/m begin 2027.

50

Overhead / bedrijfsvoering Europees project FIER Personeel van de afdeling Bedrijfsvoering wordt ingezet voor het Europees project ‘FIER’. Samenwerking VRZ-GGD-RUD Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2026 de bijdrage van GGD en RUD aan de samenwerkingsruimte op de Segeerssingel in Middelburg (€ 23.333). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt ombuigingen te realiseren.

Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

51

Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2025 t/m 2029 Activa Omschrijving

Eind 2024 *

Eind 2025

Eind 2026

Eind 2027

Eind 2028

Eind 2029

Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen

22.341.719 0 0

22.341.719 7.417.320 -3.009.910

26.749.129 18.800.500 -3.384.952

42.164.677 21.950.300 -4.443.710

59.671.267 13.082.500 -5.421.599

67.332.168 5.100.500 -6.085.713

Totaal vaste activa

22.341.719

26.749.129

42.164.677

59.671.267

67.332.168

66.346.955

Vlottende activa Uitzettingen (<1 jr.)

7.010.502

7.010.502

7.010.502

7.010.502

7.010.502

7.010.502

0 593.283 2.573

-6.466.014 593.283 2.573

-9.691.304 593.283 2.573

-9.678.292 593.283 2.573

-9.705.727 593.283 2.573

-9.763.518 593.283 2.573

Totaal vlottende activa

7.606.358

1.140.344

-2.084.946

-2.071.934

-2.099.369

-2.157.160

Totaal activa

29.948.077

27.889.473

40.079.731

57.599.333

65.232.799

64.189.795

Activa Vaste activa

Verwachte mutatie Overige overlopende activa Liquide middelen

*) De jaarrekening 2024 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.

52

Passiva Omschrijving

Eind 2024 *

Eind 2025

Eind 2026

Eind 2027

Eind 2028

Eind 2029

306.724 724.453 0

993.235 724.453 -224.800

993.235 499.653 -175.938

993.235 323.715 -11.300

993.235 312.415 -9.200

993.235 303.215 -9.200

686.511

0

0

0

0

0

Subtotaal eigen vermogen

1.717.688

1.492.888

1.316.950

1.305.650

1.296.450

1.287.250

Voorzieningen Vaste schulden (>1 jr) Aflossing vaste schulden (> 1jr.) Financieringsbehoefte Aflossing financieringsbehoefte Subtotaal vreemd vermogen

1.463.556 20.106.510 0 0 0 21.570.066

1.463.556 20.106.510 -1.833.804 0 0 19.736.262

1.463.556 18.272.706 -1.833.804 14.200.000 0 32.102.458

1.463.556 30.638.902 -1.833.804 20.200.000 -835.294 49.633.360

1.463.556 48.169.804 -1.833.804 11.500.000 -2.023.529 57.276.026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15628043/1