CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

20240326-OV Kapelle analoge versie

Raadsvergadering 2 april 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Presentatie omgevingsvisie door Peter Vogel en Edwin Oude Weernink (Antea)19.124 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie

projectnummer 0477337 26 maart 2024

www.anteagroup.nl

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024

Auteur(s) D. Westra

Opdrachtgever Gemeente Kapelle T.a.v. E. Evers Postbus 79 4420AC Kapelle

Gecontroleerd E.H. Oude Weernink

datum 26 maart 2024

beschrijving analoge versie

vrijgave

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Inhoudsopgave 1.

Toelichting op dit document

4

2.

Algemeen

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Aanleiding omgevingsvisie Hoe werkt de website? (Pm) Proces en participatie Relatie en samenhang met andere visies en beleid De rol van de gemeente Van visie naar uitvoering

5 6 6 7 8 8

3.

De staat van de fysieke leefomgeving

10

4.

De kernkwaliteiten van Kapelle

26

4.1 4.2 4.3

Een afwisselend landschap met een rijke cultuurhistorie Een vitaal ondernemersklimaat Een aantrekkelijk woonomgeving met een sterkte (sociale) eigenheid van de kernen

26 29 31

5.

Trends, ontwikkelingen en opgaven

33

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Woningaanbod Ondernemen Toerisme Duurzaamheid Leefomgeving

33 34 34 34 35

6.

De koers van Kapelle

37

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Woningaanbod Ondernemen Toerisme Duurzaamheid Leefomgeving Verenigingen

37 39 40 41 42 44

7.

Ontwikkelperspectief gebieden

45

8.

Afwegingskader initiatieven en ontwikkelingen

49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

1.

Toelichting op dit document Voor u ligt de analoge versie van de omgevingsvisie Kapelle1. De omgevingsvisie vloeit voort uit de Omgevingswet. Deze wet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, heeft betrekking op de fysieke leefomgeving en introduceert een aantal zogeheten kerninstrumenten, waaronder de omgevingsvisie (zie ook paragraaf 2.1). De omgevingsvisie is het strategisch plan voor onze fysieke leefomgeving, de (schaarse) ruimte om ons heen. Dit kan over gebouwen, wegen, water en bodem gaan, maar ook over groen en monumenten. Over vergrijzing, bereikbaarheid, winkelaanbod, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. In de omgevingsvisie kijken we dus niet alleen naar de echte (fysieke) leefomgeving. We kijken ook naar sociale onderwerpen die in de gemeente spelen. De omgevingsvisie is, als de Omgevingswet in werking treedt, één van de kerninstrumenten van de gemeente. Het wordt gebruikt als afwegingskader bij nieuwe plannen, ontwikkelingen, initiatieven en vraagstukken voor de buitenruimte. Vanaf mei 2022 is stapsgewijs toegewerkt naar dit document. De fysieke leefomgeving van en in Kapelle is in kaart gebracht. De trends, ontwikkelingen en opgaven zijn benoemd en de koers voor de toekomst van Kapelle is bepaald. Hierbij zijn inwoners, stakeholders, de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad op meerdere momenten geconsulteerd.

Noot: In dit conceptdocument is vooralsnog gekozen voor de “formele” schrijfstijl: dus “de gemeente” in plaats van “wij” en “ons”. Omdat de voorkeur uit gaat naar een meer toegankelijke schrijfstijl, zal de hierop volgende versie naar de “wij” en “ons” omgezet worden.

1 Deze analoge versie kent een opbouw die iets afwijkt van de digitale (website) versie. Dit heeft te maken met de leesbaarheid

en het feit dat in de websiteomgeving genavigeerd kan worden via de kaart of het menu. Dit betekent onder meer dat in deze analoge versie bepaalde onderwerpen op meerdere plekken worden toegelicht/herhaald.

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

2.

Algemeen

2.1

Aanleiding omgevingsvisie Gemeenten zijn op grond van de Omgevingswet verplicht om voor hun grondgebied één omgevingsvisie vast te stellen. Een omgevingsvisie is een strategisch document dat de gewenste toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op langere termijn omschrijft. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruitziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. Door de gewenste koers van toekomstige ontwikkelingen vast te leggen geeft de omgevingsvisie richting aan toekomstig beleid en besluitvorming met betrekking tot de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevat een beschrijving van de huidige situatie van de gemeente, waarbij zowel de kernkwaliteiten van Kapelle als de opgaven waarvoor zij staat naar voren komen. Daarnaast gaat de omgevingsvisie in op de ambities en doelen die de gemeente heeft voor de leefomgeving. Met de visie willen we de kernkwaliteiten van Kapelle beschermen en verbeteren en tegelijkertijd richting geven aan allerlei nieuwe opgaven die in de gemeente gaan spelen, op het gebied van klimaat, energie, landbouw, vergrijzing, zorg en mobiliteit etc. In de omgevingsvisie wordt over de langere termijn vooruitgekeken. Hiervoor wordt richtjaar 2040 aangehouden. De visie geeft geen absolute antwoorden, maar juist richting aan de ontwikkelingen van de komende decennia.

Deze omgevingsvisie biedt daarmee een koers op hoofdlijnen, die via onder andere het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s nader uitgewerkt zal worden. Het Strategische Kompas uit 2019 is daarbij een belangrijk vertrekpunt. In wezen wordt het Strategisch Kompas vertaald naar de betekenis voor de leefomgeving en doorontwikkeld tot een omgevingsvisie voor Kapelle. Hierbij zijn uiteraard ook recente, door de gemeenteraad vastgestelde beleidsdocumenten (zoals het duurzaamheidsbeleid) betrokken. Sindsdien zijn er meerdere uitwerkingen van het Strategische Kompas geweest, zoals de Raadscontourennota 2022-2026 en het Masterplan Wemeldinge. Beleidscyclus In de Omgevingswet staat de beleidscyclus centraal (Figuur 2.1). Deze cyclus laat de samenhang tussen de omgevingsvisie en de andere instrumenten van de Omgevingswet zien. Het beschrijft hoe de overheid handelt in de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet kent 4 instrumenten waarmee gemeenten kunnen werken: • • • •

Omgevingsvisie: het gemeentelijk beleid; Omgevingsprogramma: de uitwerking/ uitvoering van beleid; Omgevingsplan: de regels voor de fysieke leefomgeving; Omgevingsvergunning: toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).

Figuur 2.1. Beleidscyclus schematisch weergegeven

blad 5 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn de kaders voor de fysieke leefomgeving geschetst die voor de gemeente belangrijk worden geacht. De visie vormt daarmee de basis voor de invulling van eerdergenoemde instrumenten die de Omgevingswet gemeenten biedt: programma's, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen.

2.2

Hoe werkt de website? (Pm)

2.3

Proces en participatie Door het organiseren van verschillende participatie-, consultatie- en afstemmingsprocessen is voldaan aan de eisen die de Omgevingswet stelt ten aanzien van het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Daarnaast geldt dat het ontwerp van deze visie ter inzage wordt gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren. Strategisch Kompas In 2019 heeft gemeente Kapelle een strategisch kompas opgesteld met als doel een herkenbare en breed gedragen toekomstvisie neer te zetten. Hierin is ook expliciet de input van de bewoners, ondernemers en organisaties van gemeente Kapelle meegenomen. Tijdens dit proces heeft de gemeente zo’n 1500 reacties ontvangen. Het Strategisch Kompas en daarmee de gegeven reacties vormen een belangrijk uitgangspunt voor deze omgevingsvisie. Startnotitie In november 2022 is een startnotitie opgesteld, waarin de vertrekpunten, kaders en de aanpak voor de omgevingsvisie zijn bepaald. Deze betroffen op hoofdlijnen: 1. Continuïteit bestaand beleid en focus op integraliteit. 2. Gebiedsgerichte aanpak, waarbij de gebieden voor deze omgevingsvisie in de startnotitie zijn benoemd en bepaald. 3. Thematische benadering, waarbij de vijf ambities voor de fysieke leefomgeving uit het Strategisch Kompas als vertrekpunt hebben gediend. 4.

“Gemeente Kapelle als partner van de samenleving”, waarbij en sturingsfilosofie rol van de gemeente is beschreven. 5. “De omgevingsvisie maken wij samen”, waarin de participatieaanpak is toegelicht.

Wijkprikker Van 2 november 2022 tot 13 januari 2023 heeft een wijkprikker voor de omgevingsvisie Kapelle online gestaan. Op https://www.wijkprikker.nl/omgevingsvisiekapelle was het voor iedereen mogelijk om: • Op de kaart een ‘prikker’ te zetten met daarbij een opmerking, suggestie of aandachtspunt voor de thema’s: Wonen, Gezondheid, veiligheid en welzijn, Milieu, Recreatie en toerisme, Werk voorzieningen en ondernemen, Agrarische sector, Water, Natuur en biodiversiteit, Energie, klimaat en duurzaamheid, Cultuurhistorie en landschap en Bereikbaarheid. • Antwoord te geven op de vragen: o Wat zou volgens jou de leefomgeving in de gemeente Kapelle nog mooier, beter of gezonder maken? o Waar ben jij trots op als je denkt aan de gemeente Kapelle? Er zijn ruim 200 vragen beantwoord en circa 170 prikkers op de kaart gezet. Een beschrijving van de uitkomsten van de wijkprikker zijn gegeven in bijlage XX. Interviews In het proces van het Strategische Kompas zijn inwoners uitgebreid betrokken. Met wijkprikker wordt ingezoomd op specifieke locaties. In aanvulling hierop zijn er tussen september 2022 en februari 2023 interviews gehouden met 23 stakeholders. Deze groep van stakeholders beslaat het gehele maatschappelijke spectrum, variërend van lokale ondernemers tot belangenbehartigingsorganisaties en lokale overheden. blad 6 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

In deze gesprekken zijn allerlei thema’s binnen de fysieke leefomgeving ter sprake gebracht. De vragen en onderwerpen waren gericht op: • De toekomstige (maatschappelijke) opgaven en uitdagingen. • Beleid en opvattingen van de verschillende stakeholders. • Raakvlakken, conflicten en koppelkansen die men zag met andere beleidsthema’s. • Rol, samenwerking en bijdrage die men voor zichzelf in de diverse ruimtelijke opgaven voor ogen had. • Aandachtspunten bij het formuleren van het omgevingsbeleid. Een uitgebreide beschrijving van de uitkomsten van de interviews zijn gegeven in bijlage XX. Sessies met raadswerkgroep en gemeenteraad Gedurende het proces is er een aantal sessies georganiseerd voor en met de raadswerkgroep Omgevingswet en de gemeenteraad om hen te kunnen informeren, consulteren en de gewenste richting op te halen. De sessies met de raadswerkgroep Omgevingswet hadden vooral een informatief karakter. De bijeenkomsten met de gemeenteraad waren tevens consulterend van aard. In juni 2023 is in een beeldvormende raadsvergadering een aantal dillema’s voorgelegd en besproken die richting gaven aan de Koers van Kapelle. Deze hadden betrekking op onderwerpen waarover in de op dat moment geldende beleidslijn nog onvoldoende koers was vastgelegd om deze goed te kunnen borgen in de omgevingsvisie van Kapelle.

Besluitvorming en zienswijzen PM: deze paragraaf wordt na de tervisielegging van de ontwerp omgevingsvisie ingevuld.

2.4

Relatie en samenhang met andere visies en beleid De omgevingsvisie heeft relaties met allerlei andere visies en beleidsstukken. De Omgevingswet gaat ervan uit dat de omgevingsvisie hét integrale visiedocument is voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevat tenminste de inhoud van het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke structuurvisie. In de omgevingsvisie worden de hoofdopgaven beschreven en keuzes gemaakt voor het te voeren integrale beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving. In dit stadium zijn er nog meerdere beleidsstukken die een relatie hebben met de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld plannen voor openbaar groen of afvalwater. Het is denkbaar dat op lokaal niveau deze beleidsstukken worden ondergebracht in omgevingsprogramma’s. Hiervoor wordt nog een zogenaamd beleidshuis ontworpen. De verhouding en samenhang tussen de omgevingsvisie en andere visies en beleidsdocumenten die nu (nog) geldingskracht hebben, zijn opgedeeld in twee categorieën: 1.

Gemeentelijk sectoraal beleid: De strategische beleidscomponent van de verschillende beleidsdocumenten is, voor zover mogelijk, opgenomen in deze omgevingsvisie. De sectorale uitvoeringsprogramma’s, voor zover nog actueel, worden gaandeweg als (beleidsgerichte) programma’s onder deze omgevingsvisie opgenomen.

2.

Provinciale, regionale en gemeentelijke integrale visies: De (maatschappelijke) hoofdopgaven van het provinciaal beleid (Zeeuwse omgevingsvisie) zijn in deze omgevingsvisie lokaal vertaald. Dit geldt ook voor de regionale woonvisie de Bevelanden en voor ander regionaal beleid ten aanzien van recreatie en werken. Hierin worden de bovenlokale en gezamenlijke opgaven opgepakt.

Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Kapelle 2012‐2030 (vastgesteld 26 maart 2013) en het addendum “toevoeging locaties woningbouw, bedrijventerrein en energielandschap) met bijbehorende voorzieningen”. (vastgesteld op 21 september 2021).

blad 7 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

2.5

De rol van de gemeente In het Strategisch Kompas heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de gemeenteraad, het college en de medewerkers van de gemeente Kapelle facilitator en aanjager van samenwerkingen zijn. Vanuit deze rol worden de participatie en betrokkenheid bij initiatieven en ontwikkelingen vormgegeven. Een goed samenspel en rolverdeling tussen raad en college is hierbij voorwaarde, waarbij de raad inzet op haar kaderstellende taak van de gemeenteraad (sturing aan de voorkant) en college haar rol als uitvoerend orgaan. Daarnaast acht de gemeente een goede regionale samenwerking en afstemming van belang om haar ambities te verwezenlijken. Voorzorgbeginsel Samen met alle betrokkenen (burgers, bedrijven, belangenorganisaties waaronder onze dorps- en adviesraden, ketenpartners etc.) wil de gemeente werken aan een veilige, gezonde en duurzame woon- en leefomgeving voor iedereen. Hierbij wordt, zoals de Omgevingswet voorschrijft, het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt gehanteerd. Het voorzorgsbeginsel vindt ook een basis in Europese milieubeheer.

De gemeente werkt hieraan door bij de besluiten die zij als bevoegd gezag neemt, maar ook bij ontwikkelingen waar de gemeente zelf als ontwikkelende partij aan de lat staan, te zorgen dat risico’s ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving aanvaardbaar zijn en blijven. Hier komt het voorzorgsbeginsel naar voren: ontwikkelingen met een onaanvaardbare negatieve impact sluiten we op voorhand uit. Daarnaast verwacht de gemeente van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen dat zij een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, versterking van het landschap en/of de cultuurhistorische kwaliteiten van de bebouwde en onbebouwde omgeving. Hieruit blijkt het beginsel dat milieuaantastingen bij de bron bestreden moeten worden en dat de vervuiler (degene die een eventuele negatieve impact realiseert) betaalt. Maatregelen aan de bron zijn in de meeste gevallen de krachtigste manier om de negatieve gevolgen te beperken en hebben daarom de voorkeur. De kosten voor het beperken van de negatieve gevolgen of het vergoeden van nadeel zijn in principe voor de vervuiler/verstoorder.

2.6

Van visie naar uitvoering De Omgevingswet beoogt dat met de omgevingsvisie er één beleidsdocument bestaat waarin het beleid voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen en in samenhang is opgenomen. In de omgevingsvisie is dit als uitgangspunt genomen. Tegelijkertijd vragen actuele opgaven telkens om nieuw beleid. Tevens is er sprake van recent vastgesteld (sectoraal) beleid met daaraan gekoppelde uitvoeringsprogramma’s, die nog niet in samenhang met andere beleidsvelden zijn opgesteld. Kortom, er is een continue stroom van beleidsontwikkeling op allerlei beleidsvelden. Iets dat met de Omgevingswet ook niet zal veranderen. Vandaar dat het gehele stelsel van de Omgevingswet is gebaseerd op de zogenaamde beleidscyclus. Het bovenstaande vraagt wel om een nieuwe, andere benadering van beleid en uitvoering, om ook in de toekomst de beleidscyclus op een goede wijze te kunnen hanteren. Van visie naar uitvoering De beleidscyclus waarop het stelsel van de Omgevingswet is geënt, ziet er onder meer op toe dat de samenhangende benadering wordt geborgd, van beleid tot uitvoering. In deze omgevingsvisie is het gemeentelijke strategisch beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving uiteengezet. De wijze waarop hier uitvoering aan wordt gegeven (de ‘hoe'- vraag) wordt opgenomen in zogeheten omgevingsprogramma’s.

In de praktijk is “de winkel tijdens de verbouwing” echter gewoon opengebleven. Dit betekent dat er nieuw (gebiedsgericht) beleid in ontwikkeling is, maar dat er ook al langer bestaand beleid van kracht is. Het bestaande beleid kent vaak een beleids- en uitvoeringscomponent en kan niet altijd 1- op-1 worden opgenomen in de omgevingsvisie. Het simpelweg intrekken van het bestaande beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving zou betekenen dat er allerlei hiaten en leemtes gaan ontstaan. Dat is uiteraard niet wenselijk en dient voorkomen te worden. Daarom wordt er gebouwd aan een nieuw 'beleidshuis'. Hiermee wordt inzichtelijk op welke wijze de bestaande beleid en de lopende trajecten georganiseerd gaan worden. Daarmee worden beleid en uitvoering op diverse beleids- en werkvelden bij elkaar gebracht. Het beleidshuis vormt de basis voor de samenhangende omgevingsprogramma’s en daarmee een belangrijke stap in de beleidscyclus (van sectoraal naar integraal). Op deze wijze wordt een integrale beleidsbenadering en - werkwijze geborgd.

blad 8 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

In de onderstaande afbeelding is de opbouw van het beleidshuis gevisualiseerd. (PM) Kostenverhaal en financiële bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkelingen Bij het uitvoeren van projecten van initiatiefnemers maakt de gemeente kosten voor openbare voorzieningen bij de ontwikkelingen van een gebied. Deze kosten betaalt de initiatiefnemer. Hiervoor worden in principe de afspraken vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst met de betreffende initiatiefnemer. Lukt dit niet, dan kunnen kosten alsnog (achteraf) verhaald worden in het omgevingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de term grondexploitatie en daarmee ook het exploitatieplan komen te vervallen. De Omgevingswet spreekt over ‘kostenverhaal’. Dit kostenverhaal vindt zijn basis in het publiekrecht. Het publiekrechtelijke kostenverhaal is geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De term grondexploitatiekosten is vervangen door kosten die gemaakt zijn voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen: wetscontext Bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen hebben betrekking op maatschappelijk belangrijke functies, zoals natuur, recreatie, landschap, een evenwichtige woningvoorraad en infrastructuur.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden hiervoor de artikelen 13.13 en 13.22 van deze wet (voorheen artikel 6.24 Wro). De aangewezen ontwikkelingen waarover een overeenkomst kan worden gesloten staan in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit (Ob). Naast deze minnelijke variant op basis van een overeenkomst (artikel 13.22 Ow) krijgen de financiële bijdragen in de Omgevingswet ook een publiekrechtelijk afdwingbare variant via het omgevingsplan (artikelen 13.23 en 13.24 Ow). De gevraagde financiële bijdrage kan worden ingezet voor de realisatie van maatschappelijke functies. De gemeente kan dit dus opnemen in een overeenkomst met de betreffende initiatiefnemer. Er dient wel sprake te zijn van een ruimtelijke en functionele samenhang tussen de betalende ontwikkeling en de ontvangende ontwikkeling. In de actualisatie van het grondbeleid (programma grondbeleid) zal dit verder uitgewerkt.

blad 9 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

3.

De staat van de fysieke leefomgeving Aspecten als geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, ondergrond en (externe) veiligheid vormen essentiële randvoorwaarden voor een veilig en gezond leef – en woonmilieu. Hieronder is voor een aantal belangrijke aspecten de staat van de leefomgeving in Kapelle beschreven. Geluidhinder is een belangrijke factor in de kwaliteit van de leefomgeving. Geluidhinder is niet alleen vervelend maar heeft ook heeft ook negatieve gevolgen voor de volksgezondheid zoals stress, concentratieproblemen, slaapverstoring en daardoor zelfs hart- en vaatziekten. In Nederland zijn wegverkeer en burenlawaai de belangrijkste bronnen van geluidhinder. Ook de toename van buitenunits van warmtepompen en aircoinstallaties zijn een punt van aandacht. In Kapelle ligt de geluidsbelasting het hoogste rond de A58, gevolgd door de spoorlijn, de N-wegen en de windmolens nabij de Weg langs de Zeedijk. De geluidsbelasting op woningen is vooral hoog op Biezelinge, door de ligging ervan tussen het spoor en de A58. Toch is ook daar vooral sprake van een matig tot redelijk geluidsniveau. In verreweg het grootste deel van de gemeente is sprake van een zeer goed geluidsniveau.2 In de figuur hieronder is het cumulatieve geluidsniveau in de gemeente weergegeven. Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines.

Figuur 3.1. Samengestelde geluidsniveau, jaargemiddelde in Kapelle. RIVM, 2020.

Op basis van de normen in de Wet milieubeheer, is de luchtkwaliteit in gemeente Kapelle goed op orde. Concentraties fijnstof (PM2,5 (fijne fractie) en PM10), en stikstofdioxide zijn belangrijke factoren in luchtkwaliteit. Blootstelling aan deze stoffen kan allerlei negatieve gezondheidseffecten veroorzaken. Hoe hoger de concentraties van deze stoffen hoe groter de gezondheidsschade die deze stoffen kunnen veroorzaken. Voor deze stoffen worden twee normeringen veel gebruikt. Ten eerste de wettelijke normering, deze zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer. Deze normeringen zijn doorvertalingen van Europese richtlijnen, waarbij zowel de gezondheidseffecten als haalbaarheid zijn meegenomen. Voor beide stoffen liggen de concentraties in de gehele gemeente ver onder de wettelijke Europese grenswaarden.

2

Dataset Cumulatief geluid in Nederland (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, 2020)

blad 10 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Daarnaast zijn er de adviesnormen van de World Health Organisation (WHO). Deze zijn enkel op het voorkomen van gezondheidsschade gericht. Deze norm is in 2021 op basis van recent wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van luchtvervuiling scherp naar beneden bijgesteld. De concentraties voor fijnstof in Kapelle liggen iets boven de advieswaarden van de WHO. Waarbij de fijne fractie (PM2,5) door de gehele gemeente wat hoger ligt, en de grovere fractie (PM10) bij alleen in Kapelle Wemeldinge en Schore boven de advieswaarden uitkomst (Figuur 3.2). Stikstofdioxide concentraties in de lucht zijn overal in de gemeente boven de WHOadvieswaarde (Figuur 3.3).

Figuur 3.2. Fijnstofconcentraties fijne fractie (links) en grovere fractie (rechts) in gemeente Kapelle 2021. RIVM, 2021.

Figuur 3.3. Concentratie stikstofdioxide in gemeente Kapelle. RIVM, 2021.

blad 11 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Door het toenemende gebruik van kunstlicht zijn er steeds minder gebieden waar het ’s nachts echt donker is. Nederland is een van de meest verlichte landen ter wereld. Verlichting in de avond en nacht maakt het mogelijk dat wij langer actief kunnen zijn (sporten, uitgaan) en draagt bij aan de verkeers- en sociale veiligheid. Daarnaast vragen veel economische activiteiten om nachtelijke verlichting. Denk hierbij aan industrie, transport, kassen en reclame. Door uitstraling worden veel plekken die verlicht hoeven zijn ook verlicht. Planten, dieren en mensen kunnen hier last van hebben. Veel fysiologische processen hebben naast licht ook een dagelijkse periode van donkerte nodig om goed te functioneren. Wanneer mensen en dieren ongemak ervaren van licht spreek je van lichthinder. Sportvelden en kassen worden over het algemeen als de grootste hinder veroorzakers ervaren 3. In Nederland is er geen Rijksbeleid op gebied van nachtelijke verlichting en donkertebescherming. De Provincie Zeeland heeft ‘Het beperken en voorkomen van lichtverontreiniging en het bevorderen en behouden van duisternis als kernkwaliteit in Zeeland’ in de Omgevingsvisie opgenomen. Dit moet bereikt worden door aangescherpte voorschriften ten aanzien van lichthinder bij vergunningverlening. Daarnaast onderzoekt de Provincie welke mogelijkheden er zijn om lichthinder terug te dringen.

Op basis daarvan wordt met betrokken partijen, gemeenten, bedrijven en inwoners, een plan opgesteld om onnodige nachtelijke verlichting in Zeeland terug te dringen4. In het Natura 2000 beheerplan voor de Yerseke en Kapelse Moer is lichthinder opgenomen ten aanzien van de instandhoudingsdoelen voor de kolgans. Een van de voorwaarden om aan de instandhoudingsdoelstelling van de kolgangs te voldoen is dat er geen sprake is van overlast door verlichting tussen 1 november en 1 april. De Natura 2000 gebieden Oosterschelde en Westerschelde vallen onder het beheerplan Deltawateren. Hierin is lichthinder niet opgenomen. De lichtemissie in Kapelle is weergegeven in Figuur 3.4. In een aantal delen van de gemeente is de lichtemissie relatief hoog. Vooral rondom het kassencomplex in de Willem Annapolder is sprake van zeer hoge lichtemissie. Er is geen sprake van sterke lichtverontreiniging rondom de Yerseke en Kapelse Moer.

Figuur 3.4. Lichtemissie in e^10 Watt per cm2 per steradiaal. RIVM, 2022.

3 4

Advies Hinder van nachtelijk kunstlicht voor mens en natuur, (Gezondheidsraad, 2000) Milieuprogramma 2023-2027, (Provincie Zeeland, 2023) blad 12 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Het water van de Ooster- en Westerschelde vormen de noordelijke en zuidelijke grens van de gemeente. Beide wateren zijn onderdeel van het beschermde Natura2000 gebied. Naast natuurwaarde hebben de Ooster- en Westerschelde ook recreatieve waarde voor gemeente Kapelle. De oostgrens van de gemeente ligt grotendeels langs het Kanaal door Zuid-Beveland. Dit kanaal is een hoofdvaarweg voor scheepvaart. De kwaliteit van het water hangt af van meerdere factoren en wordt beïnvloed door zowel fysische als chemische aspecten. Ook ecologie wordt vaak meegenomen in het beoordelen van waterkwaliteit. Zo kan er gekeken worden naar toxische druk (het effect van de combinatie aan giftige stoffen op het leven in en rond het water 5). Ook de mate van verzilting is belangrijk voor de waterkwaliteit omdat dit gevolgen heeft voor flora en fauna en de beschikbaarheid van zoet water voor gebruik. De in de waterwet opgenomen Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft de belangrijkste normen voor de waterkwaliteit. De KRW is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten uiterlijk in 2027 op beide aspecten een ‘goede toestand’ realiseren.

Op basis van de KRW wordt waterkwaliteit beoordeelt op de mate van aanwezigheid van een groot aantal chemische stoffen, fysisch-chemische omstandigheden (o.a. hydromorfologie, temperatuur en zoutgehalte) en de samenstelling en abundantie van verschillende flora en fauna. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is systeemverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW, de uitvoering gebeurt samen met andere rijkspartijen. De provincies stellen de doelen formeel vast en zijn betrokken bij het gebiedsgerichte beleid, bijvoorbeeld bij maatregelen in Natura 2000-gebieden. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het nemen van gebiedsgerichte maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, onder andere door inrichtingsmaatregelen, afvalwaterzuivering en vergunningverlening. Gemeenten hebben een beperktere rol, soms worden KRW-maatregelen genomen. Daarnaast hebben gemeenten invloed door beleid, ruimtelijke ordening en vergunningverlening. De kwaliteit van het oppervlaktewater in gemeente Kapelle scoort op alle bovengenoemde aspecten slecht. Net als in de rest van Zeeland zorgt de nabijheid van het zoute water en het agrarische landgebruik voor een sterke mate van verzilting van het grondwater. Verzilting door indringend zeewater treedt op doordat zout water het zoetwatersysteem binnendringt via rivieren, schut- en spuisluizen.

Interne verzilting ontstaat wanneer zout of brak grondwater als kwelwater omhoog komt. Het komt daardoor terecht in de bodem, in het grondwater en in het oppervlaktewater. In de kustgebieden kan de interne verzilting toenemen bij stijging van de zeespiegel en toenemende onttrekkingen. In grote delen van de bodem van Kapelle is er sprake van verzilting relatief dicht aan het oppervlak (Figuur 3.5)6. Op veel meetpunten in de gemeente is sprake van een hoge toxische druk (Figuur 3.6). De combinatie aan giftige stoffen is op deze plekken hoog en zorgt daarmee hoge cumulatie aan toxiciteit. De chemische kwaliteit van de Oosterschelde, Westerschelde en het Kanaal door Zuid-Beveland voldoen ook niet aan de eisen van de KRW (Figuur 3.8). De ecologische kwaliteit van deze waterlichamen is op basis van de KRW ook als matig beoordeeld (Figuur 3.7). Ook alle kleinere oppervlaktewateren die onder de KRW vallen (Dekker, Maelstede, Schore) hebben de laagst mogelijke score voor zowel ecologie als chemie. 7

5 Dataset Kwaliteit oppervlaktewater (STOWA, 2018) 6 Dataset Beschikbaarheid zoet grondwater, verzilting (Deltares, 2015) 7 KRW-factsheet Waterschap Scheldestromen (Waterkwaliteitsportaal, 2021)

blad 13 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.5. Diepte van het zoet-brak grondwater grensvlak. Deltares 2015.

Figuur 3.6. Gemeten toxische druk gemeente Kapelle, STOWA, 2018.

blad 14 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.8. Aantal chemische stoffen dat niet voldoet aan de KRW eisen. Informatiehuis water, 2023.

Figuur 3.7. Beoordeling ecologische toestand KRW. De beoordeling van de ecologische toestand kent 5 klassen: zeer goed (klasse 1), goed (klasse 2), matig (klasse 3), ontoereikend (klasse 4), slecht (klasse 5). Informatiehuis water, 2023.

blad 15 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

De bodem in gemeente Kapelle bestaat voornamelijk uit poldervaaggronden met veel kleilagen aan het oppervlak. Naast klei is er ook sprake van zandlagen in de ondiepe ondergrond (zie ook de informatie over kreekruggen in paragraaf Landschap). Kleibodems zijn over het algemeen productieve, vruchtbare gronden die voedingsstoffen goed vasthouden. De aanwezigheid van deze vruchtbare bodems is een van de redenen dat de fruitteelt zo succesvol is geworden in gemeente Kapelle. Anderzijds zijn kleibodems ook gevoelig voor inklinking en zetting. De huidige daling van de bodem in Kapelle is zo’n 1 tot 3 mm per jaar, met de sterkste daling rond Schore en Eversdijk (Figuur 3.9). 8 In de ondergrond van gemeente Kapelle is beperkt ruimte voor water, de bergingscapaciteit is daardoor relatief laag (Figuur 3.10). Hierdoor is er sneller sprake van wateroverlast. 9 In de toekomst is te verwachten dat de bodemdaling verder toeneemt. Onder andere door vaker voorkomende droogte, grotere vraag naar wateronttrekking, het gebruik van landbouwmaterieel, tektonische daling en peilindexatie. In Nederland doen we al eeuwen aan peilindexatie: door het waterpeil van sloten en andere watergangen met de bodemdaling mee te laten zakken, voorkomen we vernatting van de bodem. Maar peilindexatie zorgt er ook voor dat de bodem blijft dalen.

Deze daling kan verminderen door het peil van het oppervlaktewater hoog te houden, dat is peilfixatie. De verwachtte bodemdaling voor 2100 onder sterke klimaatverandering en peilindexatie is weergegeven in Figuur 3.11. De verwachtte daling in 2100 onder peilfixatie en milde klimaatverandering is weergegeven in Figuur 3.12. Hierbij is van belang op te merken dat peilfixatie niet zonder zeer aanzienlijke aanpassingen in het landgebruik of de intensiteit daarvan kan plaatsvinden.

Figuur 3.9. Huidige bodemdaling gemeente Kapelle. NCG 2019.

8

Dataset Bodemdaling in Nederland (Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG), 2018)

9 Dataset Ruimte voor water in de grond (Deltares, 2017)

blad 16 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.10. Ruimte voor waterberging in de ondergrond. Deltares, 2014.

Figuur 3.11. Verwachtte bodemdaling 2100, peilindexatie en sterke klimaatverandering. Deltares, 2021.

blad 17 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.12. Verwachtte bodemdaling 2100, peilfixatie en milde klimaatverandering. Deltares, 2021.

Veiligheid Externe veiligheid In de gemeente Kapelle is sprake van meerdere risicovolle activiteiten met bijbehorende veiligheidsnormen. Zo vormen zowel de A58 als de scheepsvaartroutes aandachtspunten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de spoorlijn Vlissingen - Roosendaal is onderdeel van het basisnet voor gevaarlijke stoffen. Daarnaast is er, zoals in elke gemeente, sprake van buisleidingen, tankstations en opslagen waarbij er sprake is van veiligheidsrisico’s. Er is geen sprake van activiteiten met onevenredig grote risico’s in de gemeente. De belangrijkste aandachtspunten voor externe veiligheid zijn in het figuur hieronder weergegeven.

blad 18 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Kerncentrales Borssele en Doel De kans op een ongeval bij een kerncentrale is erg klein. Als er ondanks alle veiligheidssystemen toch radioactieve stoffen vrijkomen, worden maatregelen genomen om de bevolking te beschermen. De te nemen maatregelen hangen af van verschillende factoren, zoals de ernst van het ongeval, het vermogen van de kernreactor, de windrichting en het type neerslag. In het Landelijk Crisisplan Straling zijn preparatiezones vastgesteld waarin bepaalde maatregelen moeten zijn voorbereid. De omvang van deze zones is gebaseerd op een maatgevend ongevalsscenario. Gemeente Kapelle ligt in de preparatiezones van 2 kerncentrales. Vanuit de kerncentrale in Borssele valt een deel van de gemeente in de zone Schuilen en jodiumprofylaxe, het andere deel van de gemeente valt alleen in de zone Jodiumprofylaxe vanuit zowel de kerncentrale in Borssele als die in Doel (Figuur 3.13). Jodiumprofylaxe Bij een kernongeval kan radioactief jodium verspreiden door de lucht. Radioactief jodium kan door inademing in het lichaam terechtkomen en op de langere termijn schildklierkanker veroorzaken bij jonge mensen. Door op het juiste tijdstip jodiumtabletten in te nemen, raakt de schildklier verzadigd met stabiel jodium (ongevaarlijk jodium). De schildklier neemt dan minder radioactief jodium op, waardoor de kans afneemt om schildklierkanker te ontwikkelen.

Binnen de Jodiumprofylaxe preparatiezone voorziet de overheid iedereen tot en met 18 jaar en zwangere vrouwen van jodiumtabletten. Schuilen en jodiumprofylaxe De zone schuilen en jodiumprofylaxe ligt dichter rond de kerncentrale. Binnen deze zone krijgt iedereen tot en met 40 jaar jodiumtabletten. In deze zone zal de overheid in geval van een ongeval de bewoners vragen te schuilen. Dit houdt in: binnen blijven of naar binnen gaan en deuren, ramen en alle ventilatie en luchttoevoer te sluiten. Door te schuilen wordt de blootstelling aan radioactiviteit beperkt. In december 2022 heeft het kabinet Borssele als voorkeurslocatie aangewezen voor de komst van twee nieuwe kerncentrales. De overheid doet onderzoek naar de mogelijkheden in Borssele. Er is nog geen besluit genomen over de locatie. De eventuele komst van twee nieuwe kerncentrales in Borssele is in deze omgevingsvisie niet meegenomen.

blad 19 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.13. Ligging gemeente Kapelle i.r.t. preparatiezones kerncentrales.

Brandgevaar Door klimaatverandering neemt de kans op extreme en langdurige droogte toe. Ook worden neerslagpatronen onregelmatiger. Hiermee neemt de kans op natuurbranden toe. Regionaal is de Risico Index Natuurbrand (RIN) & Analyse opgesteld. Hierin staat een aantal concrete maatregelen, waarmee rekening gehouden kan worden om de natuurbrandrisico’s en de effecten ervan te beheersen. Bijvoorbeeld het toepassen van afstandsmaten tussen een natuurgebied en een recreatiegebied. In Figuur 3.14 is de gevoeligheidskaart voor natuurbranden voor 2021 en het hoge KNMI-klimaatscenario voor 2050 weergegeven. Deze gevoeligheidskaart toont per gebied wat de kans is op het ontstaan van een natuurbrand. Met deze kaart niet kan worden gezegd of een brand intens is of langdurig zal branden. De totaalkaart is opgebouwd uit kaartlagen die gaan over brandbaar materiaal, klimaatspecifieke eigenschappen en locatiespecifieke eigenschappen.

blad 20 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.14. Gevoeligheidskaart voor natuurbranden 2021 (links) en 2050 hoog klimaatscenario (rechts). Wageningen Environmental Research & Deltares 2021.

Waterveiligheid Het grootste gedeelte van de gemeente Kapelle ligt onder zeeniveau. Hiermee is de gemeente extra kwetsbaar voor overstromingen. Door klimaatverandering zal de komende decennia de zeespiegel verder stijgen, hiermee wordt het hoogteverschil tussen land en zee nog groter. Daarnaast neemt de hoeveelheid en intensiteit neerslag toe. In de toekomst is de kans op overstromingen en wateroverlast daardoor groter. De risico’s die hiermee samenvallen en hoe daarmee om te gaan worden op nationaal en provinciaal niveau onderzocht en behandelt. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het Deltaplan Waterveiligheid en de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050. Het voorkomen van overstromingen heeft in de Zuidwestelijke Delta de allerhoogste prioriteit. Onder andere door het onderhouden en uitbreiden van dijkversterkingen en waterkeringen. Daarnaast wordt ingezet op het minimaliseren van de gevolgen van een overstroming. Ten eerste door een waterrobuuste ruimtelijke ordening en ten tweede door voor te bereiden op evacuaties en de zelfredzaamheid van burgers en organisaties te verbeteren. De huidige waterdiepte bij een extreme bui van 140mm neerslag per 2 uur is in Figuur 3.15 weergegeven (de kans op een dergelijke bui is 1/1000 per jaar).

De totale overstromingskans (vanuit het primaire en regionale systeem samen) in 2050 is in Figuur 3.16 weergegeven voor een overstromingsdiepte van 50 en 200 cm. Om een overstromingsdiepte van 200cm te bereiken is meer neerslag, afvoer of dijkdoorbraken nodig. Hierom is de kans op 50cm waterdiepte groter dan de kans op 200cm waterdiepte.

blad 21 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Figuur 3.15. huidige waterdiepte bij een extreme bui van 140mm neerslag per 2 uur.

Figuur 3.16. Kans op 50cm waterdiepte (links) en 200cm waterdiepte (rechts) 2050, klimaatscenario hoog. Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen, 2022.

blad 22 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Volksgezondheid en sociale cohesie Volksgezondheid heeft meerdere invalshoeken. De aspecten zoals hierboven besproken hebben invloed op de gezondheid. Daarnaast zijn aspecten als sociale cohesie en verbondenheid van invloed op de gezondheid en welbevinden. Onder sociale cohesie vallen aspecten als vertrouwen in de omgeving, de bereidheid tot het bieden van hulp aan bekenden en onbekenden. Hoe veel en vaak mensen sociale contacten hebben enzovoorts. Kapelle is van oudsher een hechte gemeenschap. Inwoners zijn met elkaar en de gemeente betrokken. Dit is onder andere terug te zien aan het grote verenigingsleven in de gemeente en de vrijwilligers die deze draaiende houden. Ook de (directe) woonomgeving is van invloed op de gezondheid alsmede gedrag en gewoonten. In termen van brede welvaart zoals dat door het CBS wordt gemonitord blijkt dat Kapelle op bijna alle indicatoren gemiddeld tot goed scoort. De overall bevindingen en de vergelijking met de Bevelandse gemeenten zijn in de onderstaande tabel weergegeven. tabel 3-1. Brede welvaart in het ‘hier en nu’ volgens het CBS; positie Bevelandse gemeenten ten opzichte van andere regio’s in Nederland)

Thema

Indicator

Welzijn Welzijn Materiële welvaart Materiële welvaart Gezondheid Gezondheid

Tevredenheid met het leven Tevredenheid met vrije tijd Mediaan besteedbaar inkomen Bruto binnenlands product Overgewicht Ervaren gezondheid Personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen Levensverwachting bevolking Netto arbeidsparticipatie Bruto arbeidsparticipatie Hoogopgeleide bevolking Werkloosheid Afstand tot basisschool Afstand tot café e.d. Afstand tot sportterrein Contact met familie, vrienden of buren Vertrouwen in instituties Vertrouwen in anderen Vrijwilligerswerk Geregistreerde misdrijven Emissies van fijnstof naar lucht Afstand tot openbaar groen10 Natuur- en bosgebieden Broeikasgasemissies per inwoner Kwaliteit van zwemwater binnenwateren Kwaliteit van zwemwater kustwateren Natuurgebied per inwoner

Gezondheid Gezondheid Arbeid Arbeid Arbeid Arbeid Wonen Wonen Wonen Samenleving Samenleving Samenleving Samenleving Veiligheid Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Legenda

Borsele Goes

Kapelle

NoordReimers-waal Beveland

Gunstige positie ten opzichte van andere regio’s in Nederland Overeenkomstig met andere regio’s in Nederland Ongunstige positie ten opzichte van andere regio’s in Nederland Cijfer niet beschikbaar voor desbetreffende gemeente

10 In dit onderzoek is beoordeeld op de afstand tot openbaar groen/ openbare groenvoorzieningen in kernen en wijken; zoals

parken en speeltuinen, niet om het omliggende (agrarische) groen en landschap.

blad 23 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Over het algemeen scoort gemeente Kapelle goed op de verschillende gezondheidsaspecten. Op aspecten als stress, roken, psychische klachten, ernstige eenzaamheid en ervaren geluidhinder scoort Kapelle iets beter dan het Nederlandse gemiddelde. Tussen de verschillende buurten in de gemeente is sprake van enige verschillen op het gebied van volksgezondheid en sociale cohesie. Hieronder zijn een aantal aspecten waarop de verschillende gebieden aanzienlijk anders scoren omschreven. Alle resultaten zijn op basis van de Gezondheidsmonitor 2020 van de GGD, CBS en RIVM. Deze monitor bevat de informatie die onder ruim 540.000 respondenten verzameld is. Nabijheid van voorzieningen De nabijheid van voorzieningen verschilt sterkt tussen de verschillende gebieden binnen de gemeente. In de buurten Verspreide huizen Kapelle, Verspreide huizen Schore en Schore is de nabijheid van voorzieningen erg laag. Deze buurten scoren 11 op een schaal van 100. De buurt Verspreide huizen Wemeldinge scoort iets beter, 33, maar heeft ook een lage nabijheid van voorzieningen. De buurten Kapelle en Wemeldinge scoren daarentegen goed op de nabijheid van voorzieningen met een score van 74 en 85. Dit patroon past bij een landelijke gemeente met meerdere kernen zoals Kapelle. Bewoners buiten de kernen maken gebruik van de voorzieningen in de kernen. Schore scoort als kern wel laag.

Ernstige geluidhinder door wegverkeer >50 km/uur Ook zijn er grote verschillen in de ervaren geluidhinder door wegverkeer. Geluidhinder van wegen waar meer dan 50 km/uur mag worden gereden is vooral hoog in de buurten Verspreide huizen Kapelle (circa 11%) en Verspreide huizen Schore (circa 12%), in de buurt Verspreide huizen Wemeldinge ligt het percentage lager op circa 6 procent. Voor de kernen ervaart Schore aanzienlijk meer ernstige geluidhinder door wegverkeer (7%) dan Kapelle (3%) en Wemeldinge (2%). Ernstige geluidhinder door treinverkeer Ook geluidhinder door treinverkeer wordt relatief meer ervaren in Schore dan in de andere delen van de gemeente. In de buurt Verspreide huizen Schore ligt het percentage het hoogste op circa 10%, in de buurt Schore is dit 6,2%. Voor alle andere buurten ligt het percentage lager dan 3%. Straling Door een toenemend gebruik van digitale en mobiele communicatiemiddelen en de noodzakelijke hoogspanningsverbindingen ten behoeve van de energietransitie is er steeds meer aandacht voor de invloed van straling op de volksgezondheid. De gemeente Kapelle heeft hier aandacht voor bij ontwikkelingen. Mentale gezondheid Op een aantal aspecten met betrekking tot de mentale gezondheid (o.a. Lage veerkracht, psychische klachten, hoog risico op angst of depressie en eenzaamheid) zijn hogere scores steeds in dezelfde gebieden te vinden.

Waarbij de inwoners van Schore vaak net iets slechter scoren op de aspecten over de mentale gezondheid dan de andere kernen. In het buitengebied zijn de scores over het algemeen het hoogste.

blad 24 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Samenvattend In de onderstaande tabel is de staat van fysieke leefomgeving (basiskwaliteiten) met betrekking tot een veilige en gezonde leefomgeving samengevat en voorzien van aandachtspunten en sturingsmogelijkheden op lokaal niveau. Basiskwaliteiten fysieke leefomgeving Aspect Staat

Aandachtspunt

Sturing en beïnvloeding mogelijk op lokaal niveau?

Goed

• Wegverkeerslawaai • Matig tot redelijk geluidsklimaat Biezelinge

Ja

Geluid

Luchtkwaliteit

Goed

• Advieswaarden WHO worden niet gehaald

Beperkt

Matig tot slecht

• KRW eisen (chemisch en ecologisch) • Toxische druk • Verzilting

Beperkt

Waterkwaliteit

Bodem

Matig

• Verzilting • Bodemdaling

Beperkt

Landschap

Goed

• Behouden historische elementen • Schaalvergroting

Ja, deels

Natuur

Voldoende tot goed

• KRW-ecologie doelen • Stikstofdepositie

Ja, deels

Veiligheid

• Waterveiligheid • (ondergrondse) Transportleidingen • Transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water

Ja, deels

Voldoende tot goed

Volksgezondheid

Goed

• geen

Ja

blad 25 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

4.

De kernkwaliteiten van Kapelle Een beschrijving van de kernkwaliteiten en aandachtspunten vormt de basis voor de omgevingsvisie. Het laat zien wat gewaardeerd wordt en beschermd moet worden, en waar verbetering of strategische keuzes nodig zijn. Het DNA-boek van Kapelle (2013) en het Strategisch Kompas van Kapelle (2019) hebben hierbij als input gediend. De kernkwaliteiten van Kapelle laten zich als volgt typeren: Een afwisselend landschap met een rijke cultuurhistorie (behouden en beschermen) Een vitaal ondernemersklimaat (benutten en ontwikkelen) Een aantrekkelijk woonomgeving met een sterkte (sociale) eigenheid van de kernen (behouden en versterken).

4.1

Een afwisselend landschap met een rijke cultuurhistorie Inleidende tekst De herkenbaarheid en afwisseling tussen de kreekruggen en poelgebieden vormen een belangrijke kernwaarde van het Kapelse landschap. Deze elementen tezamen vormen het open, groene, landelijke karakter van Kapelle dat door zowel de inwoners als bezoekers hoog gewaardeerd wordt. Het zorgvuldig omgaan van deze kernkwaliteiten en bij voorkeur behouden en beschermen van deze waarden zijn leidend bij de beoordeling van ontwikkelingen en initiatieven. Volledige tekst De gemeente Kapelle is onderdeel van het zeekleilandschap. Het is een open en groen landschap gevormd op, zoals de naam al aangeeft, oude zeekleiafzettingen. De vroege slikken (buitendijks getijdengebied) lagen droog bij laagwater en overstroomden bij hoogwater. Bij iedere overstroming werd fijn sediment afgezet op het land, terwijl in de kreken zelf de zwaardere zanddeeltjes bezonken. Het land werd hierdoor steeds hoger, totdat het ook bij vloed niet meer overstroomde. Om deze kwelders geschikt te maken voor menselijke activiteiten werden de zeekleigronden ontwatert. Hierdoor ging de kleilaag inklinken en kwam deze steeds lager te liggen. De zandafzettingen in de oude kreken werden hierdoor langzaam aan het hoogste punt in het landschap; de zogenaamde kreekruggen. Op deze kreekruggen vond voornamelijk bewoning en akkerbouw plaats.

Zo is de kreekrug bij Kapelle erg breed en deze bestaat voor een groot deel uit zavel, dit maakt de grond erg geschikt voor de fruitteelt. De nattere poelgronden gebruikt werden voornamelijk gebruikt als weidegrond. De kreekruggen zijn dus verdicht, hoger gelegen, bebouwd en beplant. Terwijl de poelgebieden open, laag, onbebouwd en onbeplant zijn. Bij deze landschappen horen een aantal typische landschapselementen. Veel van deze karakteristieke landschapselementen zijn nog steeds te vinden in Kapelle. Op de kreekruggen zijn veel boomgaarden en windsingels (bomenrijen die cultuurgewassen beschermen tegen winden) te vinden. Ook zijn daar langs de historische routes nog oude wegbegeleidende beplantingen te vinden. Door de gemeente verspreid zijn er daarnaast enkele kleinere bossen te vinden op de kreekruggen. Van oorsprong behoorden deze bij landgoederen en kloosters. Verder komen Zeeuwse hagen en singels, die van oorsprong dienden als veekering, voor in de gemeente. De landschappelijke hoofdstructuur van Kapelle wordt in belangrijke mate bepaald door de ontstaansgeschiedenis in samenhang met het proces van de bedijking. De hoofdstructuur is kenmerkend voor het landschap van de Zeeuwse Delta, bestaande uit getijdengeulen, slikken, schorren kernland en jonge zeekleipolders.

In Kapelle zijn binnen deze hoofdstructuur drie landschapstypen te onderscheiden: • het zeearmenlandschap; • het kernlandlandschap; • het zeekleilandschap. Het zeearmenlandschap Het zeearmenlandschap bestaat uit het getijdengebied van de Oosterschelde en Westerschelde. Er is sprake van een grote mate van dynamiek en een (relatief) ongestoord verloop van natuurlijke landschapsvormende processen. Dit komt onder andere tot uiting in de ontwikkeling van de zandplaten, kustafslag en de sedimentatie blad 26 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

van zand en slib. Kenmerkend verschil met de kusten die zijn gelegen direct aan de Noordzee is de afwezigheid van strand en duinen, hetgeen verklaarbaar is door de ligging oostelijk in de Delta. Typologisch is een duidelijk verschil tussen de Westerschelde (het estuarium van de Schelde) en de Oosterschelde (zeearm). Grote waterbouwkundige veranderingen zijn er sinds de ingebruikname van de stormvloedkering en de sluiting van de compartimenteringsdammen niet meer in de Oosterschelde geweest. Het proces "zandhonger" schrijdt echter voort. Door de verlaagde stroomsnelheden in de Oosterschelde overheersen de erosieve processen de opbouwende processen, waardoor slikken en platen langzaam maar zeker eroderen en onder water verdwijnen. Het kernlandlandschap Het grootste deel van de gemeente behoort tot het zogenaamde kernland (voorheen oudland genoemd). In de Zeeuwse context is dit een zeer oud landschapstype. De bodemkundige opbouw komt duidelijk in het reliëf tot uiting: hooggelegen kronkelig lopende kreekruggen en laaggelegen poelgebieden. De Kapelse moer is in samenhang met de Yerseke Moer het grootste nog bestaande poelgebied in oorspronkelijke staat. Er worden nog hollebollige weilanden (veel microreliëf) aangetroffen, die het resultaat zijn van de moernering in de middeleeuwen.

Er komen geen dijken in dit landschapstype voor, uitgezonderd de dijk langs het Kanaal door ZuidBeveland en de dijken langs de inlagen aan de Oosterscheldedijk. Het verkavelingpatroon van de poelgronden en de kreekruggen is grillig. Door de ruilverkaveling is het patroon deels omgevormd naar een rationele blokvormige verkaveling. De afwatering en het watergangenpatroon zijn gebaseerd op de ligging van de kreken. Ook hier heeft de ruilverkaveling het oorspronkelijke patroon rechtlijnig van karakter gemaakt. Het bebouwingspatroon is historisch gezien sterk gekoppeld aan de kreekruggen, de poelgronden stonden voorheen 's winters onder water. Het beplantingspatroon bestaat met name uit het vrijwel ontbreken van beplanting in de poelgebieden en fraaie erfbeplanting bij de oude boerderijen op de kreekruggen. Op grond van de ruimtelijk-landschappelijke kenmerken openheid en bebouwingspatroon is binnen het kernlandlandschap onderscheid te maken in: • open onbebouwd graslandgebied met veel microreliëf, zoals het graslandgebied van de Kapelse Moer; • het nagenoeg onbebouwde gebied: momenteel in gebruik als akkerland of fruitteelt, bebouwing ontbreekt in principe in deze gebieden; • afwisselende open en besloten gebied met gevarieerde bebouwing. Waarbij een onderverdeling is gemaakt in gebieden die wel of geen bijzondere structuur hebben.

Een bijzondere structuur is bijvoorbeeld het gebied rond de kerk ten westen van Wemeldinge en de buurtschap Eversdijk. Zeekleilandschap Van de zeekleipolders is de ruimtelijke opbouw te typeren als open door dijken omgeven vlakke polders van verschillende grootte. Dit landschapstype komt alleen in het zuidelijke dele van de gemeente voor. Het dijkenpatroon hangt nauw samen met de ontstaansgeschiedenis. Het wegenpatroon valt in de kleinschalige polders grotendeels samen met het dijkenpatroon. Bij de grotere polder ligt het wegenpatroon juist los van de dijken. Het verkavelingspatroon is, mede ten gevolge van de herinrichting, rationeel blokvormig. De afwatering en het watergangenpatroon zijn gebaseerd op de ligging van de voormalige kreken. De hoofdwatergangen hebben door hun strakke belijning weinig relatie meer met het oude (kronkelende) karakter van de kreken. Het bebouwingspatroon is ook sterk bepaald door de ontstaansgeschiedenis. De boerderijen zijn verspreid en gesitueerd langs de dijken, wegen of in het veld. Het beplantingspatroon is sober. De erven van de boerderijen zijn veelal beplant en soms is er nog een huisweide met drinkput en hoogstamboomgaard aanwezig. De dijken zijn veelal beplant.

Binnen het zeekleilandschap is nader onderscheid te maken op grond van visueel-ruimtelijke kenmerken: • open ongebouwd gebied; het oostelijke deel van de Willem Annapolder; • nagenoeg onbebouwd gebied; de oude havengeul van Biezelinge; • afwisselend open en besloten gebied met gevarieerde bebouwing: het westelijke deel van de Willem Annapolder.

blad 27 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

Natuur De grootste natuurgebieden rondom Kapelle zijn de Natura2000 gebieden Ooster- en Westerschelde & Saeftinghe, en de Yerseke en Kapelse Moer. De Oosterschelde is een voormalig estuarium van de Schelde. Door de stormvloedkeringen is de Oosterschelde afgesloten van de zee, wel laat deze nog enige getijdenwerking door. Door deze getijdenstromen ontstaat er een patroon van schorren, slikken en intergetijdengebied, ondiep water en diepe geulen. Ook binnendijks liggen een aantal gebieden die bij het Oosterscheldegebied horen. Veel van deze habitats zijn beschermd onder het Natura2000 beheerregime. Daarnaast is er sprake van de aanwezigheid van beschermde habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels. Het Westerschelde & Saeftinghe gebied is een van de twee overgebleven natuurlijke estuaria in Nederland. Er is hier sprake van grote getijdenverschillen, waarbij ook hier een wisselend patroon aan schorren, slikken, diepe en ondiepe wateren. Ook in dit gebied komen meerdere beschermde habitats, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels voor. De Yerseke en Kapelse Moer is een van de oudste polderkernen van Zeeland, ook is het een van de weinige nog bewaard gebleven stukken authentiek Zeeuws polderlandschap. Tot het eind van de middeleeuwen werd hier zout gewonnen door zout veen te delven en verbranden.

De zilte habitats die nu aanwezig zijn in de polder en de aanwezigheid van twee beschermde niet-broedvogelsoorten is de reden dat dit gebied nu beschermd is. Daarnaast zijn er verschillende gebieden in gemeente Kapelle onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Onder andere de Kapelse Moer maar ook kleinere gebieden, onder andere ten oosten van kern Kapelle en aan de noordwestkant van Wemeldinge. Natuurnetwerk Nederland heeft als doel natuurgebieden beter te verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. De Natuurnetwerk Nederland gebieden in gemeente Kapelle zijn voornamelijk bestaande natuur, daarnaast zijn er ook een paar kleinere gebieden die zijn aangewezen als agrarisch gebied van ecologische betekenis.

Cultuurhistorie en erfgoed Inleidende tekst De rijke geschiedenis van Kapelle manifesteert zich in het aantrekkelijk, groene en open landschap, de historische bebouwing, wegen – en verkavelingspatroon en grondgebruik. Deze cultuurhistorische waarde en het erfgoed zijn belangrijke kernwaarden voor Kapelle dienen behouden en beschermd te worden. Volledige tekst Het gebied waar nu Kapelle ligt was in de vroege middeleeuwen een onbedijkt gebied met hooggelegen zanderige kreekruggen te midden van uitgestrekte laaggelegen poelgronden. Op dit patroon van kreekruggen ontstonden vanaf de 9de-10de eeuw wegen en verscheidene dorpen die binnen de tegenwoordige gemeente Kapelle vallen. In de 18e eeuw komt gemeente Kapelle aan meerdere logistieke routes te liggen. De postweg, de aanleg van het Kanaal door Zuid-Beveland en de spoorlijn tussen Bergen op Zoom en Vlissingen worden belangrijke transportroutes voor Kapelle. Door deze routes komt de fruitteelt in Kapelle op gang. De moderne fruitteelt en de daarmee verbonden bedrijvigheid, veiling en mechanisatiebedrijven zorgen ervoor dat Kapelle een snelle groei doormaakt vanaf het begin van de 20ste eeuw. De gemeente is meerdere keren uitgebreid. In 1816 werd gemeente Eversdijk toegevoegd aan gemeente Kapelle. Gevolgd door het westelijke deel van gemeente Schore in 1941.

In 1970 vond de laatste herindeling plaats; gemeente Wemeldinge en Kapelle werden toen samengevoegd. Het landschap van de gemeente Kapelle heeft duidelijke kenmerken. Een concentratie van boomgaarden tussen Wemeldinge en Kapelle, en ten westen van Kapelle-Biezelinge. Aan de oostkant van de gemeente laaggelegen weidegebied, de moeren. Binnendijken ontbreken. De verklaring voor deze kenmerken gaat zo’n tweeduizend jaar terug. Het is een verhaal van schorren en kreekruggen, van dijken en moeren. De historie van gemeente Kapelle, komt onder andere tot uiting bij een aantal rijksmonumenten binnen de gemeente. In de gemeente heeft maar liefst 50 rijksmonumenten. Onder andere boerderijen uit de 18 e, 19e en begin 20e eeuw, een aantal woonhuizen uit de 18e en 19e eeuw en een aantal kerken uit de 14e, 19e en 20e eeuw zijn op de rijksmonumentenlijst van gemeente Kapelle te vinden. blad 28 van 49

Omgevingsvisie Kapelle Analoge tekstversie projectnummer 0477337 26 maart 2024 Gemeente Kapelle

De meeste van deze rijksmonumenten (29 van de 50) liggen in Wemeldinge. Rondom een deel van de Dorpstraat, Hoogeweg en Kerkweg in Wemelding is er sprake van een beschermd dorpsgezicht. In dit dorpsgezicht zijn 25 rijksmonumenten, 5 gemeentelijke en een archeologisch monument te vinden. De indeling, aanleg en bebouwing in dit gebied is karakteristiek voor Wemeldinge en wijkt af van veel andere Zeeuwse dorpen. De woningen hebben zich geconcentreerd in de Dorpstraat, in plaats van de gebruikelijke concentratie rondom de kerk. De 17 e-19e eeuwse bebouwing bestaat veelal uit een begane grond met daarboven een zolderverdieping met kap. In de Kapelle hebben in het verleden daarnaast diverse kastelen gestaan. Het gaat hierbij vooral om middeleeuwse kastelen van lokale heren. De meeste hiervan zijn verdwenen. Van sommige, zoals slot Maalstede zijn nog enige restanten zoals reliëf in het terrein, en de omlijning van het kasteel bewaard gebleven. Naast stenen kastelen was er in Kapelle ook sprake van een aantal ‘mottekastelen’. Deze mottekastelen waren vaak niet meer dan een houten verdedigingstoren waar vanuit ambachtsheren hun gebied bestuurden. Deze torens zijn allemaal verloren gegaan. In Wemeldinge zijn wel nog twee ‘vliedbergen’ te vinden; de aarden heuvels die als basis diende voor mottekastelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13978647/1