2024-66a D24.317150 RM-241015-KP4001-Waardenkensstraat DEF
Tekst van het document
GEMEENTE KAPELLE Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een uitgebreide omgevingsvergunning ‘Waardekensstraat, gemeente Kapelle’
Gemeente Titel
Kapelle Ruimtelijke Onderbouwing ten behoeve van een uitgebreide omgevingsvergunning ‘Waardekensstraat, gemeente Kapelle’
Project Status Datum
KP4001 Definitief 2024
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een uitgebreide omgevingsvergunning. ‘Waardekensstraat, gemeente Kapelle’
INHOUD 1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Geldend bestemmingsplan 1.3 Doel en reikwijdte omgevingsvergunning 1.4 Ligging en begrenzing projectgebied 1.5 Opbouw
3 3 3 4 5 5
2.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING 2.1 Huidige situatie 2.2 De beoogde ontwikkeling 2.3 Verkeer en parkeren
6 6 7 10
3.
BELEIDSKADER EN BEHOEFTE 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleidskaders
12 12 13 15 18 20
4.
OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Algemeen 4.2 Archeologisch onderzoek 4.3 Cultuurhistorie 4.4 Bodem 4.5 Water 4.6 Flora en fauna 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Wegverkeerslawaai 4.9 Lucht 4.10 Externe veiligheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 M.e.r.-beoordeling
21 21 21 22 22 24 27 30 31 32 33 35 35
5.
ECONOMISCHE EN FINANCIËLE UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37 37 37
6.
CONCLUSIE
39
BIJLAGEN 1: Parkeerbalans, Rothuizen, 13 juni 2023; 2: Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Artefact, 2 maart 2023; 3: Verkennend bodemonderzoek, MCG West, 19 januari 2023; 4. Berekening watercompensatie Waardekensstraat Kapelle, Rothuizen, 13 oktober 2023; 5: Onderzoek stikstofdepositie, Econsultancy, 10 november 2023; 6: Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming, Ecoresult, 1 december 2023; 7: Nader onderzoek huismus, gierzwaluwen vleermuizen, Ecoresult, 9 november 2023.
1
Figuur 1: Ligging projectgebied in groter verband. Bron: Google Earth
Figuur 2: Weergave projectgebied op luchtfoto, rood omlijnde locatie betreft de projectlocatie. Bron: Google Maps
2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Beveland Wonen is voornemens om 18 bestaande, grondgebonden sociale huurwoningen gesitueerd aan de Waardekensstraat 2 tot en met 24 en 13 tot en met 23 in Biezelinge te slopen en te vervangen door 26 nieuwe sociale huurwoningen. De noodzaak tot sloop en nieuwbouw wordt ingegeven door het feit dat deze woningen sterk zijn verouderd en niet meer voldoen aan de eisen die momenteel worden gesteld. De noodzaak tot vervanging heeft vervolgens voor Beveland Wonen de aanleiding gevormd om, als onderdeel van de algehele koers toekomstbestendig te zijn, plannen voor onder meer deze locatie voor te bereiden. De nieuwbouw omvat 6 grondgebonden eengezinswoningen, 8 nultreden (levensloopbestendige) woningen en 12 gestapelde woningen. De nieuwbouw zal parallel aan weerszijden van de Waardekensstraat worden gerealiseerd, grofweg ter plaatse van de bestaande woningen. Een groot deel van de huidige bewoners zal, na gereedkomen, in nieuwbouw worden geherhuisvest. Omdat de woningbouw op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Kapelle – Biezelinge’, gelet op de beoogde typologie, niet is te realiseren, is het noodzakelijk af te wijken van het geldende bestemmingsplan.
In het kader van deze afwijking is ten behoeve van de omgevingsvergunning een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk waarin wordt omschreven wordt op welke wijze de situatie gewijzigd wordt en waarom dit passend is binnen het vigerende beleid (met uitzondering van het geldende bestemmingsplan) en de omgeving. Dit zogenaamde projectafwijkingsbesluit doorloopt een separate procedure op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De opgenomen luchtfoto’s (figuren 1 en 2) geven een concrete indruk van de ligging in groter verband alsmede het projectgebied zelf.
1.2
Geldend bestemmingsplan Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Kapelle - Biezelinge’ zoals door de raad vastgesteld op 9 februari 2010 (figuur 3). Ter plaatse van het projectgebied gelden de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ alsmede de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -1’. De gronden mogen worden aangewend voor wonen. Ter plaatse mogen woningen in de vorm van twee aaneen met een maximale goothoogte van 6 meter worden opgericht. De woningen dienen te worden gerealiseerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dient aan één zijde 3 meter te bedragen. Realisatie van 26 wooneenheden in onder meer gestapelde vorm is daarmee op basis van dit bestemmingsplan niet mogelijk.
3
Figuur 3: Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge', rode belijning geeft projectlocatie aan. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl
1.3
Doel en reikwijdte omgevingsvergunning In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is in artikel 2.1, eerste lid, onder c, bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. In artikel 2.12, eerste lid, onder a, is aangegeven dat een omgevingsvergunning in dat geval slechts kan worden verleend: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking; 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen; of 3. indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de afwijkingsregels in het vigerende bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1) en de ontwikkeling valt niet aan te merken als een (Wabo)
4
kruimelafwijking conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien, conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3, de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de motivering om een projectafwijkingsbesluit volgens de Wabo te nemen, aan de hand van het doorlopen van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning. De onderbouwing dient daarbij als integrale motivering bij de separate aanvragen voor alle 26 woningen. Het vigerende bestemmingsplan blijft geldig; door middel van deze omgevingsvergunning wordt enkel voor het onderhavige project van het bestemmingsplan afgeweken. 1.4
Ligging en begrenzing projectgebied Ligging Het projectgebied ligt in groter verband bezien in Biezelinge, in de gemeente Kapelle. In kleiner verband is de locatie gelegen aan de Waardekensstraat 2 tot en met 24 (westzijde) en 13 tot en met 13 (oostzijde). De bestaande sociale huurwoningen bestaande uit twee-aaneen gebouwde woningen zullen ten behoeve van de nieuwbouw worden gesloopt. Ten noorden grenst de locatie aan de Biezelingseweg, met aan de overzijde daarvan de Opstandingskerk, één burgerwoning, en 2 bedrijven. Verder zijn de bestaande woningen gelegen aan de Lingestraat ten westen en de Nieuwe Kerkstraat ten oosten van het projectgebied, alle met hun achtergevel en achtertuinen naar de nieuwbouw georiënteerd. De ligging van het projectgebied is op figuur 2 weergegeven. Kadastrale begrenzing De begrenzing van het projectgebied wordt gevormd door de kadastrale percelen, gemeente Kapelle, sectie F, perceel 2013 (gedeeltelijk) en 1499.
1.5
Opbouw De ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven. In hoofdstuk 2 wordt de situatie in haar context beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk een toelichting op de ontwikkeling gegeven. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verschillende relevante beleidskaders toegelicht en zal de ontwikkeling hieraan worden getoetst. In hoofdstuk 4 komen de milieuaspecten aan de orde. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 5 aan bod. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de procedurele aspecten en in hoofdstuk 7 wordt de slotconclusie over de planologische aanvaardbaarheid van de ontwikkeling getrokken.
5
2.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING
2.1
Huidige situatie De projectlocatie ligt in de kern Biezelinge, hetgeen een naoorlogse dorpsuitbreiding betreft van de gemeente Kapelle. De huidige sociale huurwoningen liggen in een woonwijk en zijn opgetrokken in blokken van maximaal 2 tot 4 woningen met een voor- en achtertuin. De woningen zelf bestaan uit 2 lagen met kap. In directe omgeving zijn grotendeels dezelfde typen (sociale huur)woningen aanwezig, met uitzondering van de woningen gelegen aan de Nieuwe Kerkstraat, alwaar de bebouwing qua omvang en typologie meer gedifferentieerd is. Onderstaande foto’s geven de feitelijke situatie op de projectlocatie weer.
Figuur 4: Luchtfoto, rode belijning geven de bestaande bouwblokken en woningen aan. Bron: Google Maps.
6
Figuur 5: Bestaande woningen. Bron: Google Maps.
2.2
De beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling wordt ingegeven door de wens een substantiële kwantiteits- en kwaliteitsverbetering zowel aan het woningaanbod als gebied toe te voegen. Immers, de woningbouwvoorraad en -aanbod moeten meegroeien in de tijd. Hiertoe dient men te anticiperen op de veranderde vraag van de markt en zich in te spannen haar woningmarktportefeuille daarin toekomstbestendig te maken. In dat kader is gezocht naar een passende stedenbouwkundige inrichting van de locatie. Het beoogde plan verandert de primaire stedenbouwkundige hoofdopzet niet. De projectlocatie maakt daarmee deel uit van de geprojecteerde bebouwing, verdeeld over drie bouwblokken, evenwijdig gesitueerd tussen de Waardekensstraat, zoals verankerd in het vigerende bestemmingsplan. Dit zorgt ervoor dat de nieuwbouw naadloos aansluit op de bestaande bebouwing. Onderstaande weergave geeft stedenbouwkundige uitwerking weer.
7
Figuur 6: Stedenbouwkundige hoofdopzet. Bron: Rothuizen.
Naast de stedenbouwkundige opzet zijn ook de woningtypologieën zorgvuldig afgestemd op de behoefte en doelgroepen waar het sociale huursegment zich voornamelijk op richt. Dit betreft de huisvesting van ouderen, gezinnen en 1 tot 2 persoonshuishoudens in grondgebonden nultredenwoningen en appartementen. Appartementen Aan de westzijde van de Waardekensstraat zijn 12 appartementen, opgetrokken uit twee bouwlagen, tot een bouwhoogte van circa 6 meter voorzien. Aan de achterzijde worden naast de bergingen, ook 17 parkeerplaatsen voor de bewoners gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden door een nieuw aan te leggen in- en uitrit op de Biezelingseweg ontsloten.
8
Nultredenwoningen Direct ten zuiden van de 12 appartementen worden 2 nultreden woningen en 6 eengezinswoningen gerealiseerd. De nultreden woningen worden opgetrokken uit één laag met kap en bereiken een bouwhoogte van circa 8 meter. De eengezinswoningen krijgen een goothoogte van circa 6 meter en een bouwhoogte van circa 10 meter. Tot slot worden tegenover de 6 eengezinswoningen, aan de oostzijde van de Waardekensstraat nogmaals 6 nultredenwoningen gerealiseerd. Impressies van de gevels is weergegeven op onderstaande afbeeldingen.
Figuur 7: Gevels Appartementen
Figuur 8: Gevels eengezinswoningen. Bron: Archikon.
9
Figuur 9: Gevels nultredenwoningen. Bron: Archikon.
2.3
Verkeer en parkeren Verkeer De oprichting van 26 sociale huurwoningen zorgt voor extra verkeersbewegingen inherent aan de oprichting van 8 extra wooneenheden, van zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. Via de Biezelingseweg en de Nieuwe Kerkstraat is de locatie, voor zowel langzaam als gemotoriseerd verkeer uitstekend bereikbaar. De bestaande wegen worden door alle verkeersdeelnemers gedeeld en kunnen de verkeersstromen goed verwerken. Dit kan op een veilige manier, de Waardekensstraat wordt voornamelijk door bestemmingsverkeer gebruikt, waarbij de snelheid van het verkeer door de uitstraling van de omgeving voldoende laag is. Daarnaast zijn ook de verkeersintensiteiten, gelet op de doelgroep ter plaatse relatief laag. Het verkeer zal via de Biezelingseweg en Nieuwe Kerkstraat zich in noordelijke richting naar de kern en zuidelijke richting naar de A58 gelijkmatig verdelen en vrij snel in de bestaande verkeerstromen worden opgenomen. De toena-
10
me van verkeer voor de nabije omgeving, als deze zich al voordoet, is daarmee derhalve als dermate beperkt te kwalificeren, dat deze geen onevenredige belasting voor het omliggende wegennet met zich mee zal brengen. Tot slot is het projectgebied gelet op de directe aansluiting op de bestaande wegenstructuur ook voor externe bezoekers goed bereikbaar. Hierdoor is een goede ontsluiting zowel naar en van de locatie gewaarborgd, evenals de bereikbaarheid voor hulp- en servicediensten (bijv. afvalverwijdering). Parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. In dit geval wordt voor wat betreft de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie aangesloten bij publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW deze publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROWpublicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte.
Op basis van de CROW en parkeerbalans komt de parkeerbehoefte uit op 31 parkeerplaats. De parkeerbalans is als Bijlage 1 aan deze onderbouwing gehecht. Hierin wordt zoals uit de stedenbouwkundige hoofdopzet blijkt, voorzien door 17 parkeerplaatsen op eigen terrein aan de achterzijde van de appartementen en 14 langparkeerplaatsen aan de westzijde van de Waardekensstraat aan te leggen. De Waardekensstraat zal in relatie tot de ontwikkeling daarmee feitelijk worden heringericht, met dien verstande dat er in relatie tot de ontwikkeling 4 extra parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. De parkeerplaatsen behorende bij de appartementen worden via een eigen aan te leggen in- en uitrit op de Biezelingseweg ontsloten. Conclusie Het aantal verkeersbewegingen op de bestaande wegen zal inherent aan de woonfunctie, mede gelet op de reeds (planologisch) toegestane functies, geen nadelige effecten op de bestaande infrastructuur met zich meebrengen. Meer concreet: het verkeer zal snel in het doorgaande verkeer worden opgenomen, waarbij de aangewezen routes voldoende geschikt zijn om de verkeersgeneratie van het project op te vangen. Door realisatie van 17 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de appartementen en herinrichting van de openbare ruimte wordt aan de gestelde parkeernorm en daarmee parkeerbehoefte voldaan.
11
3.
BELEIDSKADER EN BEHOEFTE
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig projectgebied overstijgt. Conclusie Het planologisch mogelijk maken van in totaal 26 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied is van dusdanig beperkte omvang, dat de nationale belangen deze ontwikkeling niet raken. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen, dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt.
De ladder is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die
12
ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Een woning is een stedelijke functie, waarop de ladder in beginsel van toepassing is. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is echter niet concreet vastgelegd. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient echter voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt (uitspraak: ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Conclusie Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling is ingevolge jurisprudentie bepaald, dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst dient te worden aan de Ladder. Voorliggend initiatief betreft een toename van 8 woningen, waardoor geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en formeel toetsing aan de ladder niet aan de orde is. Daarnaast is de ontwikkeling dusdanig beperkt van omvang, dat ook in die zin geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Verder ligt de locatie in bestaand bebouwd gebied en is binnen de bestaande bouwvlakken reeds woningbouw toegestaan. Dit laat echter onverlet, dat het bevoegde orgaan in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van het project dient te beoordelen of de beoogde ontwikkeling een passende bestemming is, mede omdat de provincie Zeeland, gelet hecht aan duurzaam ruimte gebruik. Voor een nadere onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de volgende paragrafen. 3.2
Provinciaal beleid Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de ambities voor 2050 en de doelen voor 2030 vastgelegd. De visie kent verschillende doelen; soms is deze bedoeld als richtdocument voor overleggen. Soms is het de basis voor de Zeeuwse Omgevingsverordening en de uitvoeringsprogramma's, of is het de leidraad bij het uitvoeren van het beleid. De provincie heeft 4 ambities gesteld: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. 3. Een duurzame en innovatie economie. 4. Klimaatbestendig en CO2 -neutraal Zeeland. Daarnaast zijn er 27 bouwstenen, verdeeld over bovengenoemde vier ambities, uitgewerkt. In de bouwstenen worden de beleidsdoelstellingen voor 2030 beschreven, evenals de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Hieronder worden de bouwstenen die relevant zijn voor onderhavige onderbouwing beschreven. Over de woningvoorraad beschrijft de provincie dat de nieuwbouw moet passen bij de huidige en toekomstige woningbehoefte. De focus ligt op kwaliteit in woningtypen en locaties en minstens 50% van de nieuwbouw is circulair. Nieuwbouwplannen moeten inspelen op de behoefte aan specifieke woningmarktsegmenten. De huishoudensgroei in Zeeland zit primair in de 65- en 80-
13
plushuishoudens. De behoefte aan nultredenwoningen en beschutte woonzorgvoorzieningen waar zorg ontvangen mogelijk is, neemt fors toe. Hiertoe werken de Zeeuwse gemeenten en de Provincie aan een Zeeuwse Woonagenda, waarbinnen gezamenlijk wordt opgetrokken om de woningvoorraad toekomstbestendig te maken en te houden. Er wordt ingezet op het saneren of vervangen van woningen waar geen behoefte aan is, het stimuleren van verduurzaming van de woningvoorraad, het realiseren van een flexibele schil en de ondersteuning van gemeenten bij de realisatie van woningbouw die voorziet in een behoefte op de juiste plaats. Provincie en gemeenten stellen de kaders vast waarbinnen de afspraken worden uitgevoerd. Verder staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. Woningbouwprojecten, zeker de omvangrijke, hebben een gemeentegrensoverschrijdend impact. Er moet daarom op regionaal niveau gekozen worden voor de woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger.
Deze keuzes worden gemaakt in regionale woningmarktafspraken door de vijf Zeeuwse woningmarktregio’s (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen). Provinciale Omgevingsverordening 2018 en Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland De provincie Zeeland heeft, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 21 september 2018 een Omgevingsverordening vastgesteld. Aansluitend zijn daar wijzigingen op doorgevoerd. Slechts een select aantal onderdelen uit het (voormalige) Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Onderwerpen opgenomen in de Omgevingsverordening zijn bijvoorbeeld bedrijventerrein, verblijfsrecreatie, bestaande natuur en ecologische hoofdstructuur, agrarische gebieden van ecologische betekenis, molenbiotopen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. Van gemeenten wordt een loyale bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen van het plan, ook ten aanzien van die onderdelen van het plan die niet in de verordening zijn opgenomen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Ten aanzien van het onderwerp 'Wonen' is uitsluitend een regeling opgenomen voor kleinschalige locaties in het buitengebied. Daarvan is hier geen sprake.
Naast de Zeeuwse Omgevingsvisie is op 18 juli ook de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland, welke gelijktijdig met de Omgevingswet op 1-1-2024 in werking zal treden, voor inspraak ter inzage gelegd. Tot 4 oktober 2023 bestond de mogelijkheid zienswijzen tegen de Omgevingsverordening in te dienen. Onder zowel de huidige als komende Omgevingswet, vormt de Omgevingsverordening een aanvulling op de Zeeuwse Omgevingsvisie, aangezien het in deze visie geformuleerde beleid in de verordening wordt gecomplementeerd met toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Op basis van de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland past de ontwikkeling uitgaande van een globale toetsing op hoofdlijnen ook binnen deze verordening. Tot het moment van vaststelling van deze Omgevingsverordening is de Omgevingsverordening uit 2018 van kracht.
14
Er zijn ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling geen regels vanuit de Omgevingsverordening, noch Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past in het provinciaal beleid. 3.3
Regionaal beleid Agenda Wonen De Bevelanden 2025 De provincie stelt dat regionale woningmarktafspraken nodig zijn om in te spelen op de demografische veranderingen en te zorgen voor een goed functionerende en dynamische woningmarkt. De regio De Bevelanden heeft dergelijke woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Agenda Wonen in De Bevelanden 2025' (februari 2016). In het document is een gezamenlijk woningbouwprogramma voor de komende jaren opgenomen. Daarnaast zijn er diverse woondoelen geformuleerd die zijn vertaald in negen kernthema's. Het gaat er hierbij onder andere om dat er terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouwlocaties buiten de bebouwde kom. Binnen het programma blijft ruimte voor aantrekkelijke initiatieven, zoals voor wonen en zorg, wonen boven winkels of collectief particulier opdrachtgeverschap. Verder wordt gesignaleerd dat het zwaartepunt van de inzet steeds meer moet verschuiven van ontwikkeling en uitbreiding naar beheer, verbetering en herstructurering. De aanpak van de bestaande particuliere woningvoorraad heeft hierbij de hoogste prioriteit. Het gaat nadrukkelijk niet alleen om herstructurering, maar juist om kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad. Conclusie De beoogde ontwikkeling past volledig binnen de doelen uit de Agenda.
Er worden aan de bestaande woningvoorraad toekomstbestendige woningen toegevoegd, die zowel kwalitatief als kwantitatief aansluiten op de vraag. Verder blijft door de ontwikkeling de structuur van de wijk behouden en vindt deze plaats binnen de bebouwde kom. Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 -2023 Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 van oktober 2019 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen. De Regionale Woonvisie brengt een aantal algemene recente ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleidsveld wonen in beeld. Daarnaast worden een aantal belangrijke kenmerken, trends, kansen en knelpunten die effect hebben op de Bevelandse woningmarkt geschetst. De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: ‘Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod’. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden.
Door het uitvoeren van energetische maatregelen in bestaande woningen, door het nemen van extra energiebesparende maatregelen in nieuwbouw en door bewustwording en gedragsverandering. Hiervoor zijn zowel particuliere investeringen als investeringen van woningcorporaties en inzet van het bedrijfsleven nodig.
15
2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. Dit is niet alleen vanuit sociaal oogpunt belangrijk, maar ook vanuit het perspectief van economische diversiteit. Een evenwichtige en diverse bevolkingsopbouw en beroepsbevolking is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. Tot 2035 wordt groei van het aantal huishoudens verwacht. Het realiseren van het bouwprogramma, met behoud van bestaande kwaliteiten en de regionale identiteit, is een belangrijke regionale opgave voor de komende periode. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. Steeds vaker wordt vernieuwing geïnitieerd door burgers.
De regio wil deze nieuwe vorm van burgerparticipatie bij vernieuwing van wijken en buurten stimuleren, onder andere door het gezamenlijk opbouwen van kennis en het delen van goede voorbeelden. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hiervoor is samenwerking tussen alle betrokken partijen en een goede koppeling tussen sociaal en fysiek domein een voorwaarde. Ook wil de regio meer dynamiek op de woningmarkt creëren door senioren met een (latente) verhuiswens te coachen en senioren meer bewust te maken van de toekomstmogelijkheden in hun huidige woonsituatie. Tot slot ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor de regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Conclusie In het regionale woonbeleid wordt onder andere ingezet op het benutten en geschikt maken van de bestaande woningvoorraad en het zorgen voor een passend woningaanbod voor iedereen. De beoogde ontwikkeling komt hieraan tegemoet en biedt de mogelijkheid om daarop in te spelen door het aanbieden van diverse typen woningen in de vorm van levensloopbestendige en eengezinswoningen alsmede appartementen, passend bij en in aansluiting op de vraag.
Actuele woningmarktafspraken tot 2030 In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen • Niet méér bouwen dan de behoefte; • Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; • Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; • Flexibiliteit in de plannen; • Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant.
16
Ruimtelijk • Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; • In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; • Inbreiden voor uitbreiden; • Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; • Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch • Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; • Levensloop- en toekomstbestendig; • Aandacht voor groen en water; • Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; • Extra middenhuurwoningen; • Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreeerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. De vijf gemeenten samen gaan uit van een regionaal plafond voor netto toevoeging van woningen voor de periode 2020-2030, van 3300 woningen. In de afspraken is tot 2030 voor de gemeente Kapelle is een zachte plancapaciteit van 15 woningen en een toevoeging van 441 woningen in totaal woningvoorraad voorzien. De ontwikkelingen worden jaarlijks gemonitord en wordt tweejaarlijks het plafond herijkt op basis van actuele prognoses.
De toevoeging van 8 woningen die dienen ter vervanging van verouderde woningen, die hier qua typologie bij de behoefte en opzet van de wijk aansluiten, wordt dan ook als passend gezien. Verder is de toevoeging van 8 woningen ambtelijk en regionaal afgestemd. Zeeuwse Woondeal Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet in op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro) nodig. Met gemeenten, provincies en Rijk zijn afspraken gemaakt over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. De woondeal is een regionale doorvertaling naar de Zeeuwse gemeenten van de afspraken tussen het Rijk en de provincie. De woondeal regio Zeeland, welke begin 2023 is gesloten, bevat afspraken over onderwerpen en thema’s die van belang zijn voor de gehele regio, zoals de woningbouwopgave, het betaalbaar houden van de woningvoorraad, een bijdrage leveren aan klimaat- en de leefbaarheidsvraagstukken.
Daarnaast zijn er afspraken gemaakt die specifiek op de huisvestingsvraagstukken van een bepaalde doelgroep of op een ander specifiek onderwerp zijn gericht.
17
Geconcludeerd wordt dat de regio De Bevelanden groeit. Het aantal inwoners is de afgelopen vijf jaar relatief harder gestegen dan de landelijke bevolking. Dit is onder meer het gevolg van de hoge bouwproductie in de regio. De laatste jaren voegden de vijf Bevelandse gemeenten gezamenlijk jaarlijks meer dan 500 nieuwe woningen toe aan de woningvoorraad, dat is meer dan 1 nieuwbouwwoning per 100 bestaande woningen. Landelijk ligt dat aantal onder de 1. Op basis van de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose van de Provincie Zeeland (2022) is de verwachting dat de regio de komende jaren blijft groeien met gemiddeld 500 huishoudens per jaar. De regio beschikt over een nieuwbouwprogramma met voldoende plancapaciteit om een netto woningbouwproductie van 500 woningen per jaar te realiseren Doorvertaald betekent dit voor de gemeente Kapelle concreet dat zij zich zal inzetten om tot 2030 700 woningen binnen haar gemeente te realiseren, waarvan 260 in het sociale huursegment. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de regionale woningmarktafspraken. 3.4
Gemeentelijk beleid Structuurvisie 2012 -2030 Op 26 maart 2013 is door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle de Structuurvisie 20122030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. Op 21 september 2021 is een addendum vastgesteld wat invulling geeft aan de (in de tussentijd) veranderde vraag naar locaties voor woningbouw, ruimte voor bedrijven en energieopwekking) waarbij de beleidskaders voor wonen ongewijzigd blijven. De gemeentelijke ambities zijn gericht op: • behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; • ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving. Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen.
De belangrijkste opgave uit de structuurvisie is dan ook het aanpassen van de huidige woningvoorraad zodat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Woonvisie 2017 Op 9 mei 2017 heeft de gemeente Kapelle een nieuwe woonvisie vastgesteld. In deze woonvisie benoemt de gemeente Kapelle belangrijke kansen en uitdagingen die zij ziet voor de Kapelse woningmarkt en ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities zoals neergelegd in de Structuurvisie; behouden en versterken van wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De uitvoeringsagenda bevat de prioriteitenstelling, te
18
voeren beleid en instrumenten die de gemeente voorstelt voor de komende vijf jaar en een doorkijk naar tien jaar. Reguliere grondgebonden woningen zijn, door het blijvende sterke aandeel (1-ouder)gezinnen nog altijd de hoofdmoot van de nieuwbouwbehoefte. Verder genieten grondgebonden nultredenconcepten sterk de voorkeur, omdat dit beter past in de ruimtelijke structuur en appelleert aan de wens van de nieuwe generatie ouderen. In de koop hebben (1-ouder)gezinnen en jonge stellen – de grootste uitbreidingsvraag – vooral behoefte aan Middeldure koop tussen pakweg € 175.000 en € 300.000. Vooral ouderenhuishoudens hebben voorkeur voor huur en in het bijzonder middensegment vrijesectorhuur met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens van € 710,68 per maand tot zo'n € 900,- per maand. De volgende thema's staan centraal in het woningmarktbeleid voor de komende vijf jaar: • Verbetering en verduurzaming van woningen. • (Ver)bouwen naar behoefte. • Anticiperen op langer thuis wonen. • Nieuwe en flexibele woonoplossingen voor ouderen en andere doelgroepen met zorgvraag. • Werken aan betere toegankelijkheid van woningen voor lage inkomenshuishoudens. • Beter bedienen van (lage) middeninkomens.
De gemeente Kapelle hecht veel waarde aan verduurzaming van de woningvoorraad, energiebesparing en de overstap van aardgas naar duurzamere warmtevoorziening via bijvoorbeeld zonneboilers en warmtepompen. Verduurzaming is goed voor mens en milieu, maar draagt ook bij aan het verlagen van de woonlasten, vooral voor lagere inkomensgroepen. Duurzaamheid wordt bij planvorming al besproken met initiatiefnemers en meegenomen bij de selectie van marktpartijen bij de uitgifte van bouwgrond. De toekomstige woningmarktopgave ligt nog maar beperkt bij nieuwbouw. Op korte tot middellange termijn, komende tien jaar, is er nog vraag naar zo'n 250 tot 300 woningen: de laatste grote uitbreidingsgolf. De gemeente werkt in de programmering aan oplossingen voor structurele mismatches tussen vraag en aanbod op de woningmarkt en stuurt via lopende projecten op korte termijn vraag en afzetbaarheid. Voor de komende vijf tot tien jaar betekent dit focus op grondgebonden nieuwbouwwoningen, in de goedkope en Middeldure koop voor gezinnen en levensloopbestendige grondgebonden en nultredenwoningen voor ouderen. Voorliggend project staat het toevoegen van 8 nieuwe woningen toe, wat aansluit bij de vraag én het gemeentelijke streven naar de ontwikkeling van nieuwe duurzame en toekomstbestendige woningen.
Door het toevoegen van woningen waar behoefte aan bestaat in de bebouwde kom zal sprake zijn van een positief effect op de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van de woonwijk. De toegestane ontwikkeling brengt geen belemmeringen op het gebied van milieu met zich mee, zoals beschreven in hoofdstuk 4. Ook de woningbehoefte zoals opgenomen in de Woonvisie uit 2017 is niet meer actueel. Conclusie Voorliggend project sluit aan op de doelen en de thema’s zoals opgenomen in de structuur- en woonvisie van de gemeente Kapelle. De kleinschalige nieuwbouw voldoet aan het uitbreiden van de woningvoorraad en sluit kwalitatief gezien ook aan op de woningvoorraad.
19
Strategisch Kompas In 2019 heeft de gemeenteraad van Kapelle het Strategisch Kompas vastgesteld. In dit beleidsdocument is de ambitie van de gemeente Kapelle opgenomen dat het woningaanbod woonruimte voor ‘iedereen’ moet bieden. Het kenmerk van de gemeente daarbij is, dat je er dorps woont in het groen. Door te streven naar een aantrekkelijk woonklimaat voor zowel jonge gezinnen als ouderen kiest de gemeente voor een actieve sturing op een evenwichtige bevolkingsopbouw met bijpassende woningen, verspreid over de kernen. Conclusie Onderliggende ontwikkeling betreft een herstructurering om sociale huurwoningen voor de juiste doelgroepen, waaronder senioren en starters, mogelijk te maken. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij een toenemende de kwalitatieve vraag naar woningen voor ouderen en eenpersoonshuishoudens. Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Kapelle, januari 2016 In deze Welstandsnota is een gebiedsgericht welstandsbeleid voor Kapelle geformuleerd, waarbij is aangegeven welke welstandscriteria er gelden. De locatie wordt aangemerkt als woongebied met een normaal beoordelingsniveau. Het beleid is hier voornamelijk gericht op het behoud van de samenhang binnen de wijken/buurtjes. De criteria zien verder met name op de plaatsing, massa en vorm, gevels , kleur en materiaal.
Conclusie De ontwikkeling die met dit project mogelijk wordt gemaakt is getoetst aan de criteria die gelden voor woongebieden en is door de welstandscommissie akkoord bevonden. De welstandsnota vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. 3.5
Conclusie beleidskaders De beoogde ontwikkeling vindt plaats in bestaand bebouwd gebied. Het betreft een wijziging in typologie door 8 nultreden en 6 eengezinswoningen alsmede 12 gestapelde woningen, daarmee in totaal 26 sociale huurwoningen, aan de woningvoorraad toe te voegen. Verder blijft de verankerde bebouwingsstructuur onveranderd en past deze qua maat en schaalvoering in de directe omgeving. Het bouwplan draagt tevens bij aan de wens om meer kwalitatief goede en toekomstbestendige woningen te realiseren De ontwikkeling sluit dan ook naadloos op het Rijks- en provinciale alsmede gemeentelijke beleid aan, zoals vastgelegd in de structuur- en woonvisie alsmede Zeeuwse Woondeal. Geconcludeerd wordt, dat het initiatief past binnen de gestelde beleidskaders.
20
4.
OMGEVINGSASPECTEN
4.1
Algemeen Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. Bij nieuwe plannen vormt de milieukwaliteit een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsfuncties. In dit hoofdstuk worden de hier aan de orde zijnde relevante milieuaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening en daarmee voor het voorliggende afwijkingsbesluit van belang zijn.
4.2
Archeologisch onderzoek Wettelijk kader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. Beoordeling projectgebied In het ter plaatse geldende bestemmingsplan geldt een dubbelbestemming ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden opgenomen, Indien er bebouwing wordt opgericht met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld, is nader onderzoek vereist.
Door Artefact is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boring uitgevoerd. Deze rapportage is als Bijlage 2 aan deze onderbouwing gehecht. Kort samengevat luiden de conclusies als volgt: • in het projectgebied zijn diep reikende geulafzettingen van het Laagpakker van Walcheren aanwezig; • er zijn geen archeologische niveaus tot en met de Romeinse tijd als gevolg van erosie meer aanwezig; • er zijn aanwijzingen aanwezig voor de mogelijke aanwezigheid van een vindplaats, waardoor voor de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd van een lage verwachting mag worden uitgegaan. Het projectgebied is voldoende onderzocht en er worden in relatie tot de beoogde ontwikkeling geen archeologische waarden bedreigd. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.
21
Tot slot geldt te allen tijde een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet, indien bij graafwerkzaamheden alsnog archeologische vindplaatsen worden aangetroffen. Deze zorgplicht zal ook in het uitvoeringsbestek worden geborgd. Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde planontwikkeling, rekening houdende met de aanbevelingen en adviezen zoals opgenomen in de rapportage, op voorhand niet in de weg. 4.3
Cultuurhistorie Wettelijk kader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er, onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Beoordeling projectgebied Om een inzicht te krijgen in de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen een projectgebied heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) opgesteld. Op basis van de CHS zijn er geen cultuurhistorische waarden in het projectgebied, noch in de directe omgeving daarvan aanwezig. Behoudenswaardige objecten zoals historische boerderijen liggen op relatief grote afstand van het projectgebied. De realisatie van de beoogde bebouwing heeft dan echter geen invloed op deze objecten. Conclusie De cultuurhistorische waarden van het projectgebied en omgeving worden door de realisatie van dit plan niet aangetast. 4.4
Bodem
Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het projectgebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de
22
daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van projectgebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Wanneer bodemsanering plaats moet vinden, moet gesaneerd worden, totdat de kwaliteit voldoet aan de bodemfunctieklasse van het desbetreffende gebied. Ook wanneer grond wordt toegepast binnen het gebied, dient deze te voldoen aan de functieklasse. Ook moet de kwaliteit van de ontvangende bodem bekend zijn. In dit geval is de vraag relevant of de bodem milieukundig gezien schoon genoeg is voor de beoogde functiewijziging van de projectlocatie. Beoordeling projectgebied In dit kader is door MCG Zuidwest B.V. in 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd welke als Bijlage 3 aan deze ruimtelijke motivering zijn gehecht. De onderzoeksresultaten kunnen als volgt worden samengevat: • op basis van laboratoriumonderzoek, blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten kwik en lood zijn aangetoond.
In de ondergrond is geen sprake van verhoogde gehaltes; • ter plaatse van de voormalige boomgaard is een sterk verhoogd gehalte DDT aangetoond en zijn diverse andere bestrijdingsmiddelen licht verhoogd gemeten. Na splitsing blijkt dat in de separate monsters maximaal licht verhoogde concentraties van diverse bestrijdingsmiddelen zijn aangetoond met uitzondering van een matig verhoogde concentratie DDT; • in het grondwater is sprake van een licht verhoogde concentratie molybdeen; • de hypothese ‘onverdachte locatie’ dient daarmee formeel te worden verworpen. Omdat er geen sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond, geven de verkregen resultaten geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek en vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de uit dit onderzoek verkregen gegevens kan in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond wel alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Hierbij dient met de aangetoonde gehalten aan bestrijdingsmiddelen rekening te worden gehouden. Conclusie Indien wordt voldaan aan de bovengenoemde aanbevelingen is de bodem geschikt voor de beoogde functie 'Wonen'.
23
4.5
Water Wettelijk kader Waterbeheer en watertoets Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de ontwikkeling is overleg gevoerd met het waterschap over deze waterparagraaf, hetgeen een verplicht onderdeel van de procedure betreft. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: • Nationaal Waterplan 2022 - 2027; • Waterbeleid voor de 21ste eeuw; • Nationaal Waterprogramma 2022-2027; • Deltaprogramma; • Waterwet. Provinciaal: • Regionaal Waterprogramma 2022 -2027; • Zeeuwse Omgevingsvisie; • Provinciale omgevingsverordening Zeeland 2018 (wordt Omgevingsverordening 2021). Waterschapsbeleid Waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor het beheer van het binnendijkse oppervlaktewater in Zeeland. Doel van het waterbeheer is het bereiken en in stand houden van een goede toestand van dit oppervlaktewater, zowel wat de waterkwaliteit betreft als de waterkwantiteit.
Voor het projectgebied van dit bestemmingsplan is het plan van het Voormalige waterschap Zeeuwse Eilanden van toepassing. Het gaat hierbij om 'integraal waterbeheer': waterzuiveringsbeheer en watersysteembeheer. Het waterschap streeft met het beleid, beheer en onderhoud naar een optimale status en aanwezigheid van oppervlaktewater en grondwater, dat van geschikte kwaliteit is voor mens en omgeving. Dit wordt bereikt met veilige en duurzame systemen voor wateraanvoer, ‐afvoer en ‐berging. Het waterschap draagt zorg voor een veilig en goed bewoonbaar gebied met gezonde en duurzame watersystemen. Recreatief medegebruik en 'beleving' van het water hebben daarbij ook de aandacht. Gemeentelijk beleid Richtlijnen waterbeheer voor planontwikkeling in bebouwd gebied In de richtlijnennotitie geeft het waterschap aan waarmee rekening moet worden gehouden bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan. De notitie is een nadere uitwerking van de beleidskeuzes
24
van het waterschap die relevant zijn voor de ruimtelijke ordening (RO). De notitie moet dan ook in samenhang worden gezien met de Keur watersysteem en de nota vergunningenbeleid waterbeheer. Er wordt vooral ingegaan op waterkwantiteits- en waterkwaliteitsaspecten. Beoordeling projectgebied De watertoetstabel De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het beheer van het watersysteem is in handen van het Waterschap Scheldestromen. In onderstaande tabel wordt aangegeven, welke invloed de voorgenomen ontwikkeling heeft op de diverse wateraspecten. Thema en water(beheer)doelstelling Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Thema en water(beheer)doelstelling Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Uitwerking Het projectgebied ligt niet in of nabij een keurzone van een waterkering, noch van transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen over water. Het aspect veiligheid/waterkering is derhalve niet aan de orde. In de nieuwe situatie neemt de verharding, uitgaande van het aanbrengen van halfverharding, feitelijk netto met 997 m² toe. Dit betekent, dat de watercompensatie 75 m² bedraagt. Deze berekening is als Bijlage 4 aan deze onderbouwing is gehecht. De locatie betreft echter een bestaande, binnenstedelijke locatie, welke in planologisch opzicht reeds volledig kan en mag worden verhard. Nu bij de nieuwe woningen tuinen aanwezig zijn en halfverharding wordt toegepast, is een toename van de versnelde afvoer van hemelwater niet te verwachten en een verdergaande compensatie voor de realisatie van extra verhard oppervlak niet noodzakelijk. Uitwerking (vervang toelichtingen door uw gegevens) Het hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoeren worden gescheiden aangelegd, maar gezamenlijk aangesloten op het gemeenteriool. Hemelwater vanaf verhard oppervlak wordt via de gemeentelijke riolering aangeboden voor zuivering. Hiervoor is het noodzakelijk dat er nieuwe aansluitingen worden aangebracht.
25
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
De beoogde bouw leidt niet tot het onttrekken van grondwater of het infiltreren van grondwater met als doel het later weer op te pompen. Verdroging is dan ook niet aan de orde. De ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de grondwaterkwantiteit. Er wordt niet gebouwd in een infiltratiegebied of natuurgebied. Door het gebruik van duurzame niet uitlogende bouwmaterialen heeft het plan geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit. Ingrepen voortkomend uit dit project tasten geen bodemlagen aan als gevolg waarvan het grondwatersysteem verandert. Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden geen uitlogende materialen gebruikt. Daarom heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit. Er is in de bestaande als in de toekomstige situatie geen sprake van open water. Het aspect is derhalve niet relevant. Er worden geen water gerelateerde consequenties voor de volksgezondheid verwacht Het peilregiem van het projectgebied is afgestemd op bebouwd gebied. Er is geen sprake van een peilverlaging en/of bodemdaling. Derhalve is deze problematiek niet aan de orde. Wel is sprake van een sterk zettingsgevoelig gebied. Hiermee dient rekening gehouden te worden tijdens de bouwfase. Het projectgebied grenst niet rechtstreeks aan natte natuurgebieden. Derhalve zijn er geen bijzondere maatregelen te treffen of beperkingen te verwachten.
Er liggen geen waterlopen binnen de projectlocatie en er worden geen nieuwe waterlopen voorzien. Derhalve is het aspect onderhoud van de waterlopen niet aan de orde.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Geef aan hoe U omgaat met objecten van waterbeheer voor zover aanwezig in de directe omgeving, zoals terreinen, milieucontouren, etc.
26
Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?
*na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?
na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.
Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? Na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?
Na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Nee
Ja, door het realiseren van 8 extra woningen zal het aantal verkeersbewegingen, zij het in zeer beperkte mate, toenemen. Het verkeer kan vanaf de Waardekensstraat en de nieuwe in- en uitrit op de Biezelingseweg, gesitueerd achter de appartementen, in meerdere richtingen worden afgewikkeld. De toename van het verkeer, als deze zich al voordoet, is voor de nabije omgeving derhalve procentueel gering en zal niet tot onevenredige overlast leiden, noch gevolgen hebben voor de waterschapswegen.
Het projectgebied is de bewoners en bezoekers via de bestaande infrastructuur bereikbaar. Er zullen geen wegen worden gewijzigd of worden aangelegd. Nee.
Ja. Parkeren vindt gedeeltelijk plaats op eigen terrein door het realiseren van 17 parkeerplaatsen achter de gestapelde woningen op het maaiveld. Daarnaast worden in de openbare ruimte nog 14 langparkeerplaatsen aangelegd, waarmee er 4 aan de openbare ruimte worden toegevoegd.
Nee
Conclusie Aan het waterschap is de beoogde ontwikkeling voorgelegd. De watertoets is akkoord bevonden. De beschermingszone van Keur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.6
Flora en fauna Wettelijk kader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden
27
of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10).