CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-64b D24.315257 RES 2.0 RES 2.0

Raadsvergadering 28 januari 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Regionale Energiestrategie 2.0 Zeeland19.549 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.3.2 Maatregelen publiek vervoer Tussen de RES 1.0 en RES 2.0 werkten de Zeeuwse gemeenten, provincie Zeeland en andere organisaties toe naar een Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS).30 In deze strategie staat hoe we de komende jaren de overstap maken naar een schoon, snel en slim publiek vervoersysteem. Hierin wordt ook aandacht besteed aan minder autogebruik, meer fietsen en stimuleren van deelvervoer. Ook wordt er gewerkt aan een ecosysteem van duurzame mobiliteitsoplossingen.

5.3.3 Maatregelen vervoer (semi-)overheden Als (Semi-)overheden willen we zo snel mogelijk overstappen op zero-emissie (ZE) mobiliteit. Dit draagt bij aan verduurzaming en het stimuleert de markt voor ZEmobiliteit. Daarom zorgen we ervoor dat we in opdrachten en aanbestedingen die we uitzetten in de markt, eisen stellen aan duurzaamheid. Om het goede voorbeeld te geven, worden de eigen wagenparken zo snel mogelijk zero-emissie. Dit geldt ook voor vervoer over water. Hierbij houden (semi-)overheden zich aan de Clean Vehicle Directive (CVD). De CVD verplicht hen om bij het aanschaffen van nieuwe voertuigen deels te kiezen voor schone en energiezuinige voertuigen. Waar mogelijk lopen (semi-)overheden vooruit op deze regeling.31

31

https://www.zeeland.nl/sites/default/files/2022-10/RegionaleMobiliteitsstrategie_digitoegankelijk.pdf https://transport.ec.europa.eu/transport-themes/clean-transport/clean-and-energy-efficient-vehicles/clean-vehicles-directive_en

42

30

5.4 Maatregelen bedrijven(terreinen) Zeeuwse bedrijven(terreinen) leveren een belangrijke bijdrage aan de overstap naar een ZE-mobiliteit. Ook zij moeten aandacht besteden aan duurzaam vervoer. Zo verplichten zero-emissiezones buiten Zeeland ondernemers om zeroemissievoertuigen aan te schaffen. Wanneer zij dit niet doen, zorgt dit voor een verslechterde concurrentiepositie. Verder is de verwachting dat nog voor 2030 elektrische logistiek financieel al voordeliger is dan fossiel aangedreven logistiek. Daarnaast is laden op eigen terrein het goedkoopst. Dit heeft dus de voorkeur van veel bedrijven. Omdat dit vraagt om meer laadpunten, komt er een grote (nieuwe) elektriciteitsvraag op bedrijventerreinen. Dit wordt ook meegenomen in de logistieke laadvisie van Zeeland. Het is hierbij belangrijk rekening te houden met de bestaande netcongestie en verdere belasting van het net te vermijden. Binnen het kader van het thema mobiliteit werken we nauw samen met de Taskforce Zeeuwse netoplossingen, om een overgang naar duurzame mobiliteit te realiseren zonder de netcongestie te vergroten. Door deze samenwerking streven we ernaar om duurzame mobiliteitsoplossingen te implementeren die de druk op het net verminderen.

43

Bedrijven die niet op bedrijventerreinen liggen, gaan ook een stijging in elektriciteitsgebruik zien. Dit terwijl juist deze bedrijven vaak ver van elektriciteitsvoorzieningen liggen. Daarom moet er een goede toekomstvisie komen. Er moeten keuzes gemaakt worden op het gebied van ruimtelijke ordening en de nodige investeringen in het elektriciteitsnet. Het is van belang dat de overheid en het bedrijfsleven nauw met elkaar samenwerken. Kennis delen en ondersteuning staan hierbij centraal.

5.5 Laadinfrastructuur Door de transitie naar ZE-mobiliteit stijgt de vraag naar energie. Het is van belang om in kaart te brengen om hoeveel energie het gaat. We inventariseren daarom de laadbehoefte en de daarvoor benodigde laadinfrastructuur. Denk aan laadpunten, de aansluitingen op het net en andere maatregelen die nodig zijn om elektrische voertuigen te laden. Met de uitkomsten van dit onderzoek, kan de provincie vroegtijdig bepalen waar het net verzwaard moet worden. Deze prognose is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). De Provincie Zeeland neemt de laadbehoefte ook mee binnen het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). Dit is een samenwerking tussen overheden, netbeheerders en andere partijen om knelpunten op te lossen in het elektriciteitsnet.

44

Ook wordt gekeken op welke locatie in de buurt van laadvoorzieningen elektriciteit kan worden opgewekt. Bijvoorbeeld door dubbelgebruik van (parkeer) ruimte in de vorm van solar carports. Zo vergroten we de opwekcapaciteit, voorkomen we netverzwaringen en faciliteren we Battery Electric Vehicles (BEV’s). Dit zijn elektrische voertuigen die elektriciteit opslaan.

5.6 Netbewust laden Netbewust laden kan de druk op elektriciteitsnet verminderen en in balans houden. Bij deze vorm van slim laden, worden elektrische voertuigen vooral buiten de piekmomenten opgeladen. In het landelijk actieprogramma Slim Laden voor Iedereen (SLVI)32 wordt gewerkt aan de implementatie hiervan in Nederland. In Zeeland gaan gemeenten in gesprek met de laadpaalexploitanten en netbeheerders om de realisatie van slim laden te versnellen. Ook hierbij is het weer belangrijk om rekening te houden met de bestaande netcongestie. De nationale ambitie is om eind 2025 60% van het laden slim te laten zijn. Voor de volledige uitvoeringsagenda van mobiliteit verwijzen we door naar bijlage C.

https://agendalaadinfrastructuur.nl/ondersteuning+gemeenten/documenten+en+links/documenten+in+bibliotheek/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2297386

45

32

6

Een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem

Er wordt steeds meer hernieuwbare energie opgewekt. Daarnaast vragen de gebouwde omgeving en mobiliteit om steeds meer duurzame energie. Om al deze energie te kunnen transporteren naar daar waar het nodig is, is infrastructuur nodig. Het energiesysteem inrichten op deze veranderende manier van opwek en gebruik, gaat gepaard met een grootschalige verbouwing. Er vindt een overgang plaats van traditionele centrale energieopwekking naar een meer decentraal en integraal systeem. Een duurzaam en toekomstbestendig systeem dat gebruikmaakt van verschillende duurzame bronnen. De aanpassingen in het energiesysteem moeten ervoor zorgen dat energieopwek, -infrastructuur, -opslag en -conversie zo goed mogelijk aansluiten op de ontwikkelingen binnen de gebouwde omgeving, mobiliteit en andere thema’s rondom de RES. Om dit te bereiken, wordt in Zeeland volgens drie actielijnen gewerkt aan het energiesysteem

46

van de toekomst. In dit hoofdstuk lichten we deze acties toe.

6.1 De Energieraad van Zeeland Er is een Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) opgezet om in Nederland gezamenlijk aan de slag te gaan met netcongestie op het laagspanningsnet. Het laagspanningsnet is het netdeel waarop kleinverbruikers zijn aangesloten. In lijn met de LAN is er in de provincie Zeeland ook een Energieraad ingericht. Hierbinnen bespreken bestuurders van verschillende belanghebbende partijen het proces van de ontwikkeling van het energiesysteem. En de projecten die daarvoor nodig zijn. De Energieraad werkt aan de energie-infrastructuur langs drie sporen, ofwel actielijnen. Vanuit de RES dragen de provincie en stakeholders bij aan deze actielijnen.

De drie actielijnen van de Energieraad Actielijn 1 Sneller bouwen

Actielijn 2 Het vergroten van de flexibele capaciteit

Actielijn 3 Integraal programmeren

Richt zich op energieopslag, het creëren van flexibiliteit in het net en draagt bij aan publiek-private acties ten goede van slimme oplossingen met behulp van de Taskforce Zeeuwse netoplossingen.

Transparante, heldere en integrale bestuurlijke keuzes maken over de toekomstige ontwikkeling van de energie-infrastructuur.

Het versnellen van de ontwikkeling en realisatie van (nieuwe) energie-infrastructuurprojecten. Het gaat hierbij vooral om geplande of voorziene netuitbreidingen.

47

Het versnellen van

6.2 De drie actielijnen van de Energieraad Actielijn 1: sneller bouwen Deze actielijn focust zich op het versnellen van de ontwikkeling en realisatie van (nieuwe) energie-infrastructuurprojecten. De focus ligt op het in kaart brengen van versnelling opties (binnen bestaande wet- en regelgeving) van geplande energie-infrastructuur. Hierbij gaat het vooral om projecten die nu al in voorbereiding zijn. Actielijn 2: vergroten flexibele capaciteit Slimme oplossingen dragen bij aan het creëren van een efficiënt, flexibel en adaptief energiesysteem dat voldoet aan de veranderende energiebehoefte van de samenleving. Hierbij zijn verschillende slimme oplossingen denkbaar, zoals bewust energieverbruik, energieopslag en -conversie. Met energieconversie bedoelen we het omzetten van een vorm van energie in een andere vorm van energie. Bijvoorbeeld van elektriciteit naar waterstof. Om de toepassing van slimme oplossingen te bevorderen, gaan de gemeenten op zoek naar locaties om projecten op te zetten: drie locaties binnen het huidige netwerk en vijf locaties op bedrijventerreinen in heel Zeeland. Gemeenten en Stedin werken hierbij actief samen. Gemeenten dragen projecten aan en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het project.

Netbeheerder Stedin biedt ondersteuning in de toepassing en het monitoren van de projecten ofwel slimme oplossingen.

48

Ook opslag is een belangrijk onderdeel binnen het energiesysteem van de toekomst. Hierbij is de juiste toepassing van batterijen (bijvoorbeeld systeem-, buurt- en thuisbatterijen) van groot belang. In Zeeland wordt daarom het plaatsen van batterijen achter de elektriciteitsmeter gestimuleerd. Ook stellen de provincie en Stedin samen met gemeenten een handreiking op voor het plaatsen van batterijsystemen binnen gemeenten. Zie hiervoor ook bijlage D: Uitvoeringsagenda Energiesysteem.

Daarnaast wordt congestiemanagement in Zeeland toegepast. Op momenten dat de vraag naar elektriciteit hoger is dan het elektriciteitsnet aan kan, wordt de beperkte ruimte op het net verdeeld. Zo komt er meer ruimte vrij op het elektriciteitsnet. Hiervoor voert netbeheerder TenneT onderzoek uit. Daarnaast worden er actief maatregelen genomen om het midden- en laagspanningsnet te verzwaren. Actielijn 3: Integraal programmeren Deze actielijn biedt een werkwijze in het integraal benaderen van het energiesysteem. Integraal programmeren is een gezamenlijk proces van overheden, netbeheerders en andere partijen, gericht op het ontwerpen en plannen (in tijd en plaats) van en keuzes maken over het toekomstige energiesysteem. Hierbij worden ruimtelijke ontwikkelingen, sectorale initiatieven en aanpassingen aan het energiesysteem op een gecoördineerde manier samengebracht. De RES heeft veel raakvlakken met Integraal programmeren.

49

In de RES 2.0 worden de contouren van de Energievisie 2024 gebruikt. Deze staan beschreven in kader 6.4. Deze RES 2.0 vormt vervolgens weer input voor de definitieve Energievisie, die eind 2024 opgeleverd wordt. Ook vormt het input voor het volgende provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) begin 2025. Ondertussen intensiveren we de samenwerking tussen de RES en het Integraal programmeren. Een nauwere samenwerking moet ervoor zorgen dat onze inspanningen beter op elkaar afgestemd worden.

6.3 Veiligheid binnen de energietransitie Naast bovenstaande actielijnen is ook veiligheid een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Het is van belang dat we de energietransitie op een verantwoorde manier uitvoeren. Daarom moet ook veiligheid worden meegenomen binnen de RES. Zo kunnen de veiligheidsregio’s, in samenwerking met de RES en het bevoegd gezag, adviseren over het veilig inrichten van de energietransitie.

6.4 De Zeeuwse Energievisie Parallel aan de RES 2.0 werken provincie, netbeheerders, gemeenten en diverse andere stakeholders gezamenlijk aan een Energievisie voor Zeeland. Deze Energievisie richt zich op de toekomst van het Zeeuwse energiesysteem. Hierdoor raakt de Energievisie aan de RES. Samenhang tussen de RES 2.0 en de Energievisie is van belang voor een coherent beeld op het toekomstige Zeeuwse energiesysteem in relatie tot doelstellingen uit de RES. Het proces om te komen tot een Energievisie Zeeland is in tweeën geknipt. In de eerste helft van 2024 is gewerkt aan het opstellen van contouren voor de Energievisie. De Contouren van de Energievisie vormen namelijk het kader en vertrekpunt voor de Energievisie Zeeland. De commissie Strategische Opgaven van Provinciale Staten heeft in de commissievergadering van 14 juni 2024 een bestuurlijk gesprek gevoerd over de Contouren van de Energievisie. Provinciale Staten stelt de Energievisie in de tweede helft van 2025 vast. De onderstaande alinea’s bevatten een korte weergave van de Contouren van de Energievisie en maken qua besluitvorming geen deel uit van deze RES 2.0. De Energievisie Zeeland doorloopt een apart besluitvormingsspoor (zie figuur 4). januari - mei

juni - december

Contouren van Energievisie

Energievisie

Bestuurlijke kaders PS

Figuur 4: Besluitvormingsspoor Energievisie.

50

Samenvatting voor RES 2.0

6.4.1 Wat is de Energievisie? Met de Zeeuwse Energievisie geven provincie, netbeheerders, gemeenten en andere stakeholders gezamenlijk richting aan de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst. De Energievisie bevat een gedeelde toekomstvisie op het energiesysteem voor de (middel) lange termijn: 2030-20402050. De Energievisie schetst daarbij de samenhang tussen het energiesysteem, sectorale ontwikkelingen en de leefomgeving (zie figuur 6). De Energievisie omvat alle energiedragers (elektriciteit, warmte, gassen en brandstoffen) en brengt samenhang aan tussen energievraag (industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw), -opwekking, -infrastructuur, -opslag en -conversie.

51

Figuur 5: Samenhang Energievisie en andere onderwerpen.

6.4.2 Wat staat er in de Energievisie? De Energievisie schetst een toekomst van het energiesysteem, aan de hand van leidende principes, structurerende keuzes, toekomstbeelden en ontwikkelpaden. Leidende principes en ‘spelregels’ die centraal staan in het energiesysteem van de toekomst. Dit doen we in de vorm van Zeeuwse vuistregels.

•

•

•

•

•

•

Vraag en aanbod bij elkaar. Het geografisch zo dicht mogelijk bij elkaar plaatsen van vraag en aanbod verkleint de benodigde hoeveelheid energie-infrastructuur. Bijvoorbeeld: realiseer zo veel mogelijk opwek op/nabij bedrijventerreinen, of daar waar een grote vraag naar energie is. Ook het bij elkaar brengen van vraag en aanbod in de tijd is van belang voor een goed functionerend energiesysteem. Schaarse energiebronnen slim benutten. Efficiënt en hoogwaardig benutten van energiebronnen draagt bij aan een gebalanceerd en betaalbaar energiesysteem. Bijvoorbeeld: waterstof en groen gas alleen gebruiken waar geen alternatief is. Zuinig omgaan met ruimte en de (Zeeuwse) leefomgeving. Ruimte is schaars en de leefomgeving is kwetsbaar. Zowel binnen Zeeland als daarbuiten. Daarom gaan we zuinig om met ruimte, voorkomen we afwenteling zo veel mogelijk en nemen we de kwaliteit van leefomgeving mee in de afwegingen die we maken in het energiesysteem. Bijvoorbeeld: bundeling van energie-infrastructuur om ruimte te besparen of meervoudig ruimtegebruik om kwaliteit aan de leefomgeving toe te voegen. Onderzoeken en benutten van koppelkansen, systeemintegratie en -innovatie. Door het slim combineren van maatregelen is beter gebruik te maken van schaarse ruimte en netcapaciteit. Bijvoorbeeld: benut bij elektrolyse vrijgekomen restwarmte en zuurstof voor andere doeleinden.

En: systeemintegratie door middel van cable-pooling en slimme opslag. Inzetten op energie besparen. Energiebesparing vermindert de benodigde investeringen in, en ruimte voor, opwek en energieinfrastructuur. Bijvoorbeeld: isolatie, procesoptimalisatie bij bedrijven en slim energieverbruik in huis. Interbestuurlijke en (inter)nationale samenwerking. Interbestuurlijke samenwerking tussen overheden en netbeheerders is essentieel voor slimme en snelle realisatie van het toekomstig energiesysteem. Samenwerking met aangrenzende provincies en Vlaanderen biedt kansen voor een beter functionerend energiesysteem. Bijvoorbeeld: realiseren van grensoverschrijdende warmte of elektriciteitsnetwerken. Communicatie en participatie. Het op de juiste manier informeren van betrokkenen is van groot belang voor het ontwikkelen van een energiesysteem dat zo goed mogelijk aansluit bij de beleefwereld en wensen van de Zeeuwse inwoners en bedrijven.

52

•

Op basis van deze principes worden in de Energievisie structurerende keuzes gemaakt over de toekomst van het Zeeuwse energiesysteem.

Mogelijke voorbeelden van structurerende (systeem)keuzes in de Energievisie:

•

• •

• • • •

Op welke locaties in Zeeland wordt ingezet op een regionaal warmtenet? Waar passen kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen en in welke gebieden worden woningen vooral all-electric verwarmd? En welke randvoorwaarden horen daarbij? Op welke locaties in Zeeland wordt waterstof-infrastructuur beschikbaar voor regionale industrie en bedrijventerreinen, en op welke locaties niet? Hoe kunnen we de impact van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen op het elektriciteitsnet verkleinen? Is het mogelijk om nieuwe wijken zo net-neutraal mogelijk te ontwikkelen? Bijvoorbeeld door slimme laadvoorzieningen of energie-uitwisseling op wijk/buurtniveau om piekbelasting te dempen. Voor welke sectoren zal in de toekomst groen gas beschikbaar zijn? En voor welke sectoren is groen gas te kostbaar en/of te schaars? Waar in Zeeland wordt walstroom (stopcontacten voor zeeschepen) gecreëerd voor zeevaart en binnenschepen? Welke locaties in Zeeland lenen zich als logistieke hotspots voor het laden van vrachtvervoer en welke locaties niet? Wat is de rol van flexibiliteit (in de vorm van opslag en conversie) in het toekomstige energiesysteem?

Een deel van deze keuzes zal in de Energievisie zelf worden gemaakt en een deel zal worden geagendeerd als input voor sectoraal beleid, zoals wonen, mobiliteit, etc.

53

Deze keuzes hoeven (en kunnen) niet allemaal tegelijk worden gemaakt, sommige keuzes zijn afhankelijk van andere. Bijvoorbeeld: het benutten van restwarmte van elektrolysers voor warmtenetten.

6.4.3 Proces en besluitvorming van de Energievisie

54

In mei 2024 zijn de Contouren van de Energievisie besproken in de Energieraad Zeeland en in het Overleg Zeeuwse Overheden Klimaat, Energie en Milieu (OZO KEM) en in het college van Gedeputeerde Staten. De Contouren van de Energievisie zijn vervolgens besproken in de Commissie Strategische Opgaven van Provinciale Staten. In het tweede kwartaal van 2025 wordt de Energievisie vastgesteld door Provinciale Staten. Gemeenteraden krijgen voorafgaand aan de vaststelling van de Energievisie de mogelijkheid om input te leveren. Na vaststelling wordt de Energievisie Zeeland ter kennisname verstuurd aan gemeenten.

7

Andere relevante thema’s

De verduurzaming van Zeeland omvat meer dan de drie hoofdonderwerpen van de RES: elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit. Ook binnen de industrie en landbouw werken we in Zeeland hard aan verduurzaming. Daarnaast wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur. Daarom zoeken we naar kansen om de onderwerpen vanuit de RES te koppelen met de onderwerpen industrie, landbouw en waterstof. Zo komen de energieambities van de RES samen met de ambities vanuit

55

andere terreinen.

7.1 Industrie De verduurzaming van de industrie wordt landelijk gecoördineerd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) via het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI). Het NPVI wordt in Zeeland uitgewerkt in het Cluster Energie Strategie (CES). Doel is om besluitvorming en uitvoering te versnellen, om de strategische industrie te behouden en te vergroenen en nieuwe duurzame industrie aan te trekken. Twee punten zijn voor Zeeuwse bedrijven van groot belang: inzicht in het toekomstige aanbod van elektriciteit en waterstof, en strategische planvorming voor 2030 en daarna zodat bedrijven hier hun investeringsbeslissingen op kunnen baseren.

56

Vanuit de RES zoeken we de verbinding vanuit elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit met de verduurzaming van de industrie. Bijvoorbeeld voor de uitkoppeling van restwarmte, CO2-stromen en waterstof. Voor de zware industrie in Zeeland gaat waterstof een belangrijke rol spelen.

7.2 Landbouw De Zeeuwse energietransitie en de Zeeuwse landbouw zijn intensief met elkaar verweven. Steeds meer agrarische bedrijven hebben bijvoorbeeld zonnepanelen op hun daken. Op waterbassins liggen kansen voor zonnepanelen, en met name veehouderijen kunnen bijdragen aan de productie van groen gas. Agrarische bedrijven dragen zo bij aan de energietransitie, en de energietransitie biedt zo ook een kans voor het verdienvermogen en de verduurzaming van agrarische bedrijven. Vanuit de RES wordt hier aansluiting gezocht met de landbouwsector om duurzame opwek te bevorderen. De energietransitie heeft echter ook een ruimtelijke impact die niet in alle gevallen gecombineerd kan worden met de landbouw. Het is van belang om slim en bewust om te gaan met de beschikbare ruimte. Tegelijkertijd zijn de volatiele energieprijzen een stevige belemmering voor de sector. Met name in de glastuinbouw wordt mede daarom versneld gewerkt aan het verminderen van de energiebehoefte en het vinden van alternatieve energiebronnen (zoals restwarmte van de industrie). Vanuit de RES wordt hierbij aansluiting gezocht en wordt er samengewerkt om koppelkansen te creëren tussen de verduurzaming van de glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

Netcapaciteit is ook voor steeds meer agrarische bedrijven een belemmerende factor, waardoor inzet op een toekomstbestendig energiesysteem ook voor de toekomst van de agrarische sector essentieel is.

57

De landbouwsector biedt naast het vinden van mogelijke opweklocaties en het uitkoppelen van restwarmte verschillende andere mogelijkheden voor verdere samenwerking. Zoals het stimuleren van energiebesparing binnen de landbouwsector. Ook ligt er een koppelkans om te werken aan innovatieve oplossingen voor energieopslag. Dit kan bijdragen aan een duurzame toekomst voor de agrarische sector en Zeeland als geheel.

7.3 Waterstof Er komt in Zeeland veel zon- en windenergie beschikbaar. Een deel hiervan kan gebruikt worden voor de productie van waterstof. Zeeland heeft de potentie om hét grote green energy- en groene waterstofcluster van Nederland te zijn. De regio heeft een sterke uitgangspositie voor grootschalige, snelle implementatie van groene waterstofproductie. Dit is een groter vraagstuk dan we in de RES kunnen oplossen: dit vraagt ook keuzes in de industrie, landbouw en andere sectoren. We kunnen wel een bijdrage leveren door bij de invulling van onze RES-opgave gebruik te maken van deze technologieën waar mogelijk.

7.3.1 Regionale waterstofbackbone Wat is een waterstofbackbone? De landelijke waterstofbackbone: De landelijke waterstofbackbone is ontworpen om waterstof op nationale schaal te distribueren. Door dit hoofdnetwerk worden de vijf grote industriële clusters, waterstofopslagen, productielocaties en ook de ons omringende landen met elkaar verbonden. De regionale waterstofbackbone: Binnen een regio is het mogelijk om aftakkingen van de landelijke waterstofbackbone te realiseren, waardoor industrieterreinen en andere bedrijven kunnen worden aangesloten op het waterstofnetwerk.

In de provincie Zeeland worden momenteel onderzoeken uitgevoerd naar de realisatie van de aftakkingen op twee regionale waterstofnetwerken, in de regio Hulst en de gemeente Kapelle.

58

Door de ontwikkeling van een regionale backbone kan waterstof worden gebruikt in de regio (industrie, bedrijven, mobiliteit, landbouw), en kan lokaal geproduceerde waterstof worden ingevoerd. Het idee is om ook aftakkingen te creëren voor eigen kleine netwerken, bijvoorbeeld op de bedrijventerreinen in de gemeente Kapelle.

De aftakkingen voor de afname en productie van waterstof in zowel de regio Hulst als Kapelle zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de landelijke waterstofbackbone en het aanbod van waterstof via deze backbone. De verwachte datum voor ingebruikname van de landelijke waterstofbackbone is eind 2027. In beide regio’s biedt het gebruik van waterstof de mogelijkheid om de vraag naar elektriciteit te verminderen, waardoor de uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur wellicht minder noodzakelijk wordt. Bij het onderzoeken en realiseren van de regionale vertakkingen van de waterstofbackbone hebben bedrijven een belangrijke rol. Het gezamenlijke streven naar een groene waterstofeconomie bevordert de duurzame ontwikkeling van de provincie Zeeland. De ontwikkeling van waterstofnetwerken wordt in het Provinciaal MIEK verder opgepakt.

7.3.2 Waterstofladder Naast de industrie biedt waterstof ook kansen voor bijvoorbeeld energieopslag en zware mobiliteit. In Zeeland voorzien we tot en met 2030 geen toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving. De kamerbrief “ontwikkelingen verduurzaming gebouwde omgeving” van minister Hugo de Jonge op 20 juli 2023 ondersteunt dit beeld. In de brief wordt gesteld dat waterstof en/of groen gas, zelfs na 2030, slechts hooguit in zeer beperkte mate beschikbaar zal zijn voor het verwarmen van gebouwen.33 Dit betekent waarschijnlijk dat duurzame gassen alleen in beeld komen voor die plekken waar echt geen alternatief is, bijvoorbeeld monumentale binnensteden waar geen ruimte in de ondergrond is voor een warmtenet. Ook is de verwachting dat de prijs relatief hoog zal zijn, vanwege de grote vraag en het relatief beperkte aanbod. Daarom zetten we met deze RES 2.0 niet in op waterstof in de gebouwde omgeving. De ontwikkelingen ten aanzien van de kansrijkheid van waterstof in de gebouwde omgeving blijven we uiteraard wel in de gaten houden. Mochten er grote veranderingen optreden in de beschikbaarheid van waterstof kunnen we op dat moment overwegen of dit uitgangspunt herijkt dient te worden.

7.3.3 Kennisdeling over waterstof We werken actief aan het bevorderen van brede kennisdeling over waterstof en betrokkenheid van onderwijsinstellingen. We streven ernaar om de kennisdeling op onderwijsinstellingen een doorlopend proces te laten zijn, waarbij waterstofgerelateerde lesprogramma’s worden aangeboden aan studenten. Hierbij speelt de provincie een belangrijke rol, gezamenlijk met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, om ervoor te zorgen dat het onderwijs altijd actueel en relevant blijft.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/07/14/kamerbrief-over-verduurzaming-gebouwde-omgeving

59

33

7.4 Kernenergie Kernenergie vormt geen onderdeel van de RES-opgave: locaties voor kernenergie worden immers nationaal bepaald. Wel is het van belang om de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie in Zeeland in de gaten te houden. Kernenergie kan namelijk als basislast een belangrijke rol spelen bij het robuust maken van het energiesysteem. Om die reden blijft de huidige kerncentrale in Borssele langer open en worden daarnaast de onderzoeken ingezet voor de mogelijke bouw van een of meerdere kerncentrales in Borssele. Onder andere vanwege het gegeven dat met de bestaande kerncentrale Borssele de nodige kennis en infrastructuur aanwezig is in de gemeente en de provincie.34 Keuzes vanuit het Rijk hierover zijn bepalend voor de ontwikkeling van het Zeeuwse energiesysteem.

https://www.zeeland.nl/inzeeland/winter-2023/kernenergie-zeeland

60

34

8

Maatschappelijke betrokkenheid

De afspraken uit de RES hebben gevolgen voor Zeeuwse overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Ook raakt het direct het dagelijks leven van alle Zeeuwen. Duurzame opwek is zichtbaar buiten, elektrisch vervoer verandert onze manier van verplaatsen en de warmtetransitie komt tot achter onze voordeur. Dat maakt betrokkenheid en draagvlak van Zeeuwse inwoners, bedrijven en organisaties van groot belang. De energietransitie is voor alle bewoners en daarmee ook een sociale opgave. Communicatie en participatie zijn dan ook een belangrijk onderdeel van de RES. Ook de betrokkenheid van de

61

arbeidsmarkt en het onderwijs bepalen het succes van de RES.

8.1 Communicatie Naar aanleiding van RES Zeeland actualiseren gemeenten en de provincie hun organisatievisie en communicatiestrategie op provincieniveau. In de afgelopen jaren richtten we ons binnen de communicatie op het vergroten van het bewustzijn rond de energietransitie. Niet alleen bij onze partners en stakeholders, maar ook bij maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners.

8.1.1 Ondersteuning gemeenten en stakeholders RES De komende jaren leggen we binnen de RES de focus op het faciliteren en ondersteunen van gemeenten en stakeholders, in lijn met het nationale klimaatakkoord. We zetten hen in hun kracht, zodat zij burgers, bedrijven en organisaties kunnen stimuleren bij te dragen aan de energietransitie. Zij kennen immers de mensen in hun werkgebied en omgeving het beste en staan er letterlijk het dichtstbij.

8.1.2 Delen van kennis, expertise en ervaring

62

Net als in andere RES-regio’s spelen in Zeeland issues als netcongestie en een benodigde versnelling in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit zijn ingewikkelde vraagstukken, waar niet één kant-en-klare oplossing voor bestaat. Daarom is samenwerken aan innovatieve oplossingen en van elkaar leren van groot belang. We focussen ons in de communicatie dan ook meer op het verbinden van onze partners en stakeholders. Ook zetten we het delen van kennis, expertise, successen en leerpunten rondom actuele RES-thema’s hoger op de communicatieagenda.

8.1.3 Resultaten in beeld We brengen de behaalde resultaten van de RES Zeeland overzichtelijk in beeld. Zo kunnen partners en stakeholders tussentijds evalueren en bijsturen waar nodig. Op deze manier maken we inzichtelijk of we met de juiste dingen bezig zijn. Ook op het gebied van communicatie en participatie gaan we meer monitoren en informatie ophalen. Zo kunnen we beter inspelen op actuele thema’s en behoeften.

8.1.4 De kracht van het collectief

63

Al met al willen we binnen de RES de kracht van het collectief nog meer benutten. Samen met partners en stakeholders bekijken we regelmatig op welke gebieden we beter kunnen samenwerken. Niet alleen omdat het efficiënter is, maar ook omdat we elkaar kunnen versterken over de gemeentegrenzen heen. We maken gezamenlijk keuzes over welke communicatievraagstukken we op grotere schaal willen beetpakken. De RES Zeeland heeft hierin een voortrekkersrol door kansen voor samenwerking inzichtelijk te maken.

8.2 Participatie Bij het opstellen van de RES 2.0 maakten we gebruik van het netwerk dat is gevormd bij het opstellen van de RES 1.0. Overheden en netbeheerders maken de RES samen met bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden.

64

Voor uitvoering van de RES 2.0 is er gezamenlijk een participatiestrategie voor de Zeeuwse RES ontwikkeld. We gaan samen met stakeholders na hoe we de omgeving bij de Zeeuwse RES kunnen betrekken en ervoor kunnen zorgen dat participatie bijdraagt aan de maatschappelijke acceptatie van de RES. We benutten de kennis en inzichten die de Zeeuwse onderwijs- en kennisinstellingen hebben op dit punt. In de participatiestrategie staan uitgangspunten voor goede participatie. Denk aan participatie voor de totstandkoming van het RES-beleid en voor de uitvoering van projecten voor duurzame opwek. Deze punten zijn samen met de directe stakeholders bepaald.

8.2.1 Lokaal eigendom In Zeeland streven we naar 50% lokaal eigendom van duurzame opwek. We spreken van lokaal eigendom wanneer de omgeving bij een project doorslaggevend zeggenschap heeft in de bedrijfsvoering en over de (bestemming van) opbrengsten. Dit kan per project, per type omgeving en per gemeente verschillen. Met ‘streven’ bedoelen we in Zeeland dat bij elk project een inspanningsverplichting geldt om te kijken hoe minstens 50% lokaal eigendom mogelijk is. Uit de RES-participatiestrategie volgen vier belangrijke aandachtspunten voor het bepalen van de vorm van het lokaal eigendom bij een project:

1. Inclusie Niet alleen de mensen die het kunnen betalen profiteren mee, maar ook kwetsbare doelgroepen. 2. Rendement De opbrengst hoeft niet altijd financieel te zijn. Het kan ook zitten in voorzieningen voor de omgeving of het creëren van goedkope elektriciteit. We maken gebruik van een ‘risicoladder’. Zo is altijd duidelijk welk rendement tegenover welk risico staat. 3. Belangenafweging Wettelijke eisen voor participatie mogen geen rem zijn op de regionale energietransitie.

65

4. Overleg Bespreek met de inwoners voor welke vorm van participeren gekozen wordt.

8.2.2 Financiële participatie Omwonenden kunnen financieel meedoen aan een duurzaam project. Zij hebben dan meestal geen zeggenschap, maar ontvangen wel rendement over de investering. Er zijn meerdere vormen van financiële participatie. De volgende staan in de RES-participatiestrategie: • Mede-eigenaarschap via bijvoorbeeld een energiecoöperatie; • Financiële deelneming via aandelen of obligaties in een wind- of zonneproject; • Een omgevingsfonds. Een deel van de opbrengst wordt ingezet voor de omgeving voor bijvoorbeeld natuurontwikkeling of voorzieningen; • Een omwonendenregeling. Hiermee krijgen omwonenden bijvoorbeeld korting op stroom of geld voor investeringen in het verduurzamen van hun woning.

8.2.3 Arbeidsmarkt, kennisontwikkeling en scholing Arbeidsmarkt en scholing zijn een relevant onderdeel voor het succes van de RES. Het is belangrijk dat we ons nu richten op het ontwikkelen van de benodigde vaardigheden en expertise op alle opleidingsniveaus. Zowel op basisonderwijs, middelbaar onderwijs als mbo-, hbo- en wo-niveau. Alleen zo kunnen de verschillende sectoren met vertrouwen en daadkracht bijdragen aan de energietransitie. Hiervoor zijn forse investeringen nodig op scholen en in bij- en nascholing. Zo zorgen we ervoor dat de arbeidsmarkt de huidige en toekomstige eisen voor scholing en kwalificaties in relatie tot de energietransitie aankan. Daarbij hebben de kennisinstellingen, zoals vanuit Campus Zeeland, energie tot een van dé Zeeuwse kernthema’s gemaakt. Verder werken het mbo, hbo en wo samen aan nieuwe opleidingen, leven lang ontwikkelen en praktijkgericht onderzoek rondom de energietransitie. Het mbo en het hbo zetten samen de Energy Campus op. Ook het nieuwe Delta Climate Center heeft de energietransitie als een van de kernthema’s. In het Joint Research Center Zeeland werken studenten en onderzoekers van verschillende opleidingen samen met de praktijk aan de nodige oplossingen. Daarbij gaan scholing en praktijkgericht onderzoek hand in hand. Ook wordt altijd in het achterhoofd gehouden dat het zowel om een technisch als maatschappelijk vraagstuk gaat.

De RES draagt actief bij aan diverse trajecten rondom scholing en de arbeidsmarkt: de Human Capital Agenda, het Huis van de Techniek, de opleiding Energietransitie Engineer aan de HZ University of Applied Sciences en diverse andere initiatieven. Vanuit de RES focussen we ons in de communicatie mede op kinderen en jongeren. Ook op die manier dragen we bij aan het interesseren en opleiden van de generaties van morgen en overmorgen.

66

Voor de volledige uitvoeringsagenda maatschappelijke betrokkenheid verwijzen we door naar bijlage E.

9

Organisatie en samenwerking

Om de RES te kunnen uitvoeren is een nauwe samenwerking nodig tussen verschillende partijen: overheden, netbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen zijn te vinden in bijlage F. Deze samenwerking vindt plaats in de

67

organisatiestructuur van de RES en wordt in figuur 6 verduidelijkt.

RES organisatie Publieke stuurgroep

Gedeputeerde, Zeeuwse wethouders, DB lid waterschap

Bestuurlijk kernteam

Gedeputeerde, 2 wethouders, waterschap, Stedin, Impuls Zeeland, HZ University of Applied Sciences, Coördinator gemeenten, Coördinator provincie, voorzitter ambtelijk kernteam

Ambtelijk kernteam

Voorzitter/coördinator provincie, Coördinator gemeenten, Programmamanager Gebouwde Omgeving, Coördinator elektriciteit/mobiliteit/energiesysteem (provincie), Stedin, Communicatie, ondersteuning/secretaris

Programma’s Gebouwde Omgeving Voorzitter Programma Gebouwde omgeving, gemeenten, provincie

Elektriciteit

Voorzitter Programma zon en wind, gemeenten, provincie

Mobiliteit/laadinfra

Regiovertegenwoordiger, gemeenten, provincie

68

Figuur 6: Organisatiestructuur RES.

9.1 De gemaakte afspraken Iedere partij draagt, vanuit eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, bij aan de RES. Hier zijn afspraken over gemaakt: •

•

•

•

• •

• •

Gemeenten, het waterschap en de provincie reserveren capaciteit voor deelname aan de RES: voor de programma’s, de RES-projecten en voorbereiding van (bestuurlijke) overleggen. Gemeenten, het waterschap en de provincie zorgen voor de doorwerking en implementatie van de gezamenlijke kaders en afspraken uit de RES in het beleid. Zij zorgen er dus voor dat het lokale beleid in lijn is met de afspraken uit de RES en hier niet tegenstrijdig aan is. Gemeenten, het waterschap, de provincie, de netbeheerder, de RESorganisatie en andere partijen zorgen er onderling voor dat iedereens werkzaamheden op elkaar aansluiten. Ook in de planning. Alle partijen geven minimaal één keer per jaar een terugkoppeling aan de RES-organisatie. Er wordt dan gedeeld wat de voortgang van de activiteiten is. Deze terugkoppeling wordt meegenomen in de rapportages over voortgang en doelbereik. Dit is ook belangrijk voor de (integrale) monitoring en sturing van de uitvoering van de RES. Het uitgangspunt bij de uitvoering van de RES is intensieve samenwerking tussen Zeeuwse gemeenten. Dus: samenwerken, tenzij… De samenwerking vindt plaats op beleidsniveau, maar ook op uitvoeringsniveau. Dus tussen duurzaamheidsmedewerkers, maar ook tussen communicatiemedewerkers en andere rollen. We besteden meer aandacht aan de strategische aanpak door coördinatie op strategisch niveau in te richten.

Gemeenten, het waterschap, de provincie en de netbeheerder zijn primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de RES. De RES-organisatie heeft, als overkoepelende organisatie, de verantwoordelijkheid voor de coördinatie en monitoring van de uitvoering. Ook is de RES-organisatie verantwoordelijk voor het bij elkaar houden van uitvoering en beleid.

69

In tabel 4 worden alle rollen van de deelnemende partijen weergegeven.

Rol

Deelnemers

Volksvertegenwoordigers

Besluitvorming RES

Gemeenteraden Provinciale Staten Zeeland Algemeen Bestuur waterschap Scheldestromen

Bestuurders overheden en netbeheerder

Implementatie en uitvoering RES

Colleges van B&W Gedeputeerde Staten Zeeland Bestuur Netbeheerder Stedin Dagelijks Bestuur waterschap Scheldestromen

Publieke stuurgroep: (OZOKEM)

Vrijgeven RES voor besluitvorming Aansturing RES op proces en inhoud

Wethouders van alle gemeenten Bestuurslid Scheldestromen Gedeputeerde provincie Zeeland

Bestuurlijk kernteam

Klankbord voor besluitvorming Aansturen ambtelijk kernteam

Wethouders van gemeenten Gedeputeerde provincie zeeland Bestuurslid waterschap Scheldestromen Impuls Zeeland Netbeheerder Stedin HZ University of applied sciences

Ambtelijk kernteam

Aansturing van het proces, communicatie, contacten met stakeholders, relatie met andere ontwikkelingen en processen, en de organisatie en voorbereiding van het besluitvormingsproces.

Vertegenwoordigers van provincie, waterschap, gemeenten, Stedin en Impuls Zeeland

Programma’s Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit

Coördinatie uitvoering RES: onderdelen GO, Elektriciteit en Mobiliteit

Voorzitter Programma’s Vertegenwoordigers van overheden en netbeheerder

Duurzaamheidsoverleg

Afstemming tussen gemeenten. Ambtelijke voorbereiding besluitvorming binnen gemeenten.

Alle gemeenten Regiocoördinator

70

Tabel 4: Beschrijving rol en deelnemers binnen de RES-organisatiestructuur.

9.2 De RES in relatie tot andere programma’s Naast de RES zijn er ook verschillende andere programma’s op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau die werken aan het verduurzamen van Nederland. Welke programma’s dat zijn en wat de verhouding is tussen de verschillende programma’s is schematisch weergegeven in figuur 7.

Gebouwde omgeving

Rijk

PAW • aardgasvrije wijken

Mobiliteit

NAL • aanpak laadinfra

Duurzame opwek

NPRES • regionale opgave opwek zon/wind

NPLW • verduurzaming gebouwde omgeving

Energiesysteem

Industrie

NPE • visie op energiesysteem

NVPI • maatwerkafspraken industrie

LAN • aanpak netcongestie

MIEK • programmeren nationale energie-infrastructuur

PEH: • impact energiesysteem op ruimtelijke ordening

NIP • verduurzaming woningvoorraad • energiebesparingsplicht • woningcoöperaties label B • kantoren label C • warmtewet/energiewet

Regio Provincie

RES Zeeland • aanpak verduurzaming gebouwde omgeving • aanpak verduurzaming vastgoed • ondersteunen en faciliteren gemeenten • ondersteunen en faciliteren RES • verduurzamen eigen vastgoed

RAL • aanpak laadinfra uitrollen • laadvisie per regio • coördinatie Zuidwest NL • ondersteunen gemeenten

RES Zeeland • strategie voor opwek zon/wind • regierol zoekgebieden zon/wind • borging in provinciaal RO beleid

PMIEK • opstellen energievisie • programmeren regionale energie-infrastructuur • versnellen ruimtelijke ordening procedures

CES • strategie verduurzamen industrie • randvoorwaarden verduurzamen industrie • vergunningverlening • ruimtelijke ordening • uitrol NPVI in de regio

Gemeente

Opstellen van gemeentelijke routekaart

• aanleg laadinfra personenvervoer, logistieke sector en doelgroepenvervoer • aanleg walstroom binnenvaart

• vergunningverlening • (burger)participatie projecten

Taskforce Zeeuwse netoplossingen • bedrijventerreinenaanpak • aanpak MKB • smart energy systems • versnellen ruimtelijke ordening procedures • lokale verduurzamings-strategie inbrengen in PMIEK • bedrijventerreinenaanpak

CES • vergunningverlening

(RES 2.0 voorstel: RES Zeeland / OZO)

RES Zeeland / OZO

Energieraad

SDR

Verduurzaming en uitvoering van: • eigen vastgoed •  particuliere woningsvoorraad (NIP) • kantoren label C • woningcoöperaties label B • MKB (Energiebesparings en informatieplicht) - Bedrijventerreinen • ontwikkelen, uitvoeren TVW en wijkuitvoeringsplan • aanpak aardgasvrije wijken • Opstellen en uitvoeren Warmteplan

Georganiseerd via:

RES Zeeland / OZO

Figuur 7: De verschillende programma’s per sector.

71

Voor de volledige uitvoeringsagenda over organisatie en samenwerking verwijzen we door naar bijlage G.

10

Financiën

De kosten voor de RES-organisatie worden gedragen door de partners in de RES. De partners zijn de gezamenlijke Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en Stedin. Samen leggen zij de middelen in die nodig zijn, in aanvulling op de structurele middelen vanuit het Rijk van €376.059 per jaar. Deze middelen worden voornamelijk besteed aan proces- en organisatiekosten. De begroting hiervoor wordt jaarlijks opgesteld door het ambtelijk kernteam. Het bestuurlijk kernteam stelt deze begroting vast en ontvangt van het ambtelijk kernteam gedurende het jaar informatie over de voortgang. Zo kan het bestuurlijke kernteam bijsturen waar nodig. In de tabel hieronder staat de

72

meerjarenbegroting van de RES 2.0.

Meerjarenbegroting RES 2.0 RES Zeeland concept begroting 2025 Raming totale kosten 2025

Raming totale kosten 2025

RES Zeeland concept begroting 2026 Begr.no.

Raming kosten 2026

Raming totale kosten 2026

RES Zeeland concept begroting 2027

Begr.no.

Begrotingsposten

1

Algemeen

1.1

Coördinatie/ondersteuning ambtelijk kernteam, kosten centrumgemeente

€ 62.500

1.2

Uitvoering RES 2.0 algemeen, externe advisering/ ondersteuning, voortgangsrapportage NPRES

€ 80.000

1.3

€ 65.000

1.3

€ 65.000

1.3

Monitoring en dataverwerking, pilot met digital twin

€ 75.000

1.4

€ 50.000

1.4

€ 50.000

Sub-totaal Algemeen

€ 217.500

1

Begr.no.

€ 183.500

€ 75.500

€ 183.500

2

€ 190.500

2

Communicatie

2.1

Communicatieadviseurs

€ 120.000

2.1

€ 150.000

2.1

€ 150.000

2.2

Structureel: websitebeheer, optimalisatie en analyse website, nieuwsbrief, social media

€ 20.000

2.2.

€ 30.000

2.2.

€ 30.000

2.3

Incidenteel: In- en externe communicatie RES 2.0, zoals voortgangsrapportage bestuur, Zeeuwse kennisuitwisseling (bijeenkomsten) en inspiratie rondom de energietransitie/ publiciteit over de RES

€ 50.000

2.3

€ 50.000

2.3

€ 50.000

Sub-totaal Communicatie

€ 190.000

Sub-totaal cumulatief 3

Gebouwde Omgeving

3.1

Programmamanager

3.2 3.3

€ 407.500

€ 413.500

Communicatiemedewerkster

€ 33.000

Verkenning en ontwikkeling energiebesparing, duurzame warmte

€ 150.000

3.4

Externe advisering, oa Bureau Over Morgen, warmtenet onderzoek, onderzoek CO2 reductie RES 2.0

3.5 3.6

3.1

3.2

€ 36.000

3.2

€ 40.000

3.3

€ 150.000

3.3

€ 150.000

€ 50.000

3.4

€ 52.500

3.4

€ 55.000

Onderzoek en ontwikkeling pilots

€ 25.000

3.5

€ 25.000

3.5

€ 25.000

Communicatie-activiteiten en organisatiekosten (oa bijeenkomst GO voor stakeholders)

€ 20.000

3.6

€ 20.000

3.6

€ 20.000

Sub-totaal GO

€ 378.000

€ 388.500 € 785.500

4

Elektriciteit en energiesysteem

4.1

Pilotprojecten met slimme, innovatieve oplossingen (voor onderzoeken en ondersteuning vanuit RES)

€ 50.000

Sub-totaal

€ 50.000

4.1

€ 400.000 € 820.500 4

€ 50.000

4.1

€ 50.000 € 835.500

Mobiliteit

€ 110.000

€ 802.000 4

Sub-totaal cumulatief

€ 50.000 € 50.000

€ 852.000 5

€ 870.500 5

Pilotprojecten met slimme, innovatieve oplossingen (voor onderzoeken en ondersteuning vanuit RES)

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

Sub-totaal

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

Sub-totaal cumulatief

€ 935.500

Onvoorzien

€ 952.000 6

€ 970.500 6

Onvoorzien

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Sub-totaal

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Totaal

€ 945.500

€ 962.000

€ 980.500

Tabel 5: Meerjarenbegroting RES 2.0 2025 - 2027.

73

6

€ 420.500 3

€ 105.000

Sub-totaal cumulatief

5

€ 230.000

3 3.1

€ 190.500

2

€ 230.000

€ 100.000

Raming totale kosten 2027

1 € 68.500

€ 217.500

Raming kosten 1 jan 2027

Gemeenten, het waterschap en de provincie reserveren capaciteit voor deelname aan de RES, de bijbehorende programma’s, de RES-projecten en de voorbereiding van (bestuurlijke) overleggen. Hiermee wordt actieve betrokkenheid van deze partijen en de uitvoering van duurzaamheidsplannen gewaarborgd.

Baten per organisatie 2025

2026

2027

Raming baten

Raming baten

Raming baten

13 gemeenten: bijdrage proceskosten RES-regio

€ 168.000

€ 210.000

€ 273.000

Provincie: bijdrage proceskosten RES-regio

€ 143.000

€ 157.300

€ 173.030

Waterschap: bijdrage proceskosten RES-regio

€ 20.220

€ 24.264

€ 29.117

Rijksbijdrage proceskosten RES- regio, uitkering centrumgemeente; (zie brief minister Klimaat en Energie 25 oktober 2022; garantie tot 2030)

€ 376.059

€ 376.059

€ 376.059

Sub-Totaal

€ 707.279

€ 767.623

€ 851.206

Onttrekking aan reserve RES Zeeland

€ 238.221

€ 194.377

€ 129.294

Totaal

€ 945.500

€ 962.000

€ 980.500

Saldo reserve 31 december

€ 581.514

€ 343.293

€ 148.916

Onttrekking aan reserve uitvoering RES 2024

€ 238.221

€ 194.377

€ 129.294

Saldo reserve 31 december 2025

€ 343.293

€ 148.916

€ 19.622

74

Tabel 6: Baten per organisatie.

11

Monitoring

Net als overal om ons heen zien we het belang van data. Met data bepalen we hoe een organisatie werkt en functioneert. Uiteindelijk moet data de besluitvorming helpen ondersteunen. RES Zeeland heeft in 2023 dan ook haast gemaakt met het realiseren van een dashboard36. Het dashboard oftewel de RES-monitor visualiseert de doelstellingen van de RES: de voortgang van de decentrale opwek (wind en zon) en de reductie van de CO2-uitstoot in Zeeland. De monitor maakt inmiddels deel uit van de website van RES Zeeland37.

37

https://app.powerbi.com/view?r=eyJrIjoiY2Y0YjFhNzQtNDhjZS00YWRkLWJiMWMtNmRmNWU0Y2VkYTYyIiwidCI6Ijc1NTFhYmI2LWE3MzItNDEyOC05MmM5LTk0OGI4ODg2NjQ0ZSIsImMiOjl9 https://www.reszeeland.nl

75

36

De monitor geeft een beeld van de behaalde resultaten maar ook wat er nog moet gebeuren, op provinciaal en op gemeentelijk niveau. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data, zoals van het CBS, Klimaatmonitor en Stedin. Tijdens de realisatie van de RES-monitor is ook gestart met een monitor voor de duurzaamheidsambtenaren. Ze kunnen deze gebruiken voor beleidsontwikkeling, maar ook voor activiteiten die deel uitmaken van de RES 2.0.

Figuur 8: De startpagina van de RES-monitor

76

Voor de RES 2.0 wordt een KPI-dashboard ontwikkeld. Een KPI-dashboard staat voor Key Performance Indicator-dashboard. Hiermee krijgen betrokkenen en bestuurders een overzicht van meetbare doelen. Het gaat daarbij om de voortgang van de activiteiten die deel uitmaken van het uitvoeringsprogramma. Dit dashboard bevat dus meer data en informatie dan de RES-monitor.

12

Vooruitblik

Als we terugkijken op de totstandkoming van de RES 2.0, kunnen we met trots zeggen dat we weer een belangrijke stap hebben gezet in de Zeeuwse energietransitie. Met dit maatregelenpakket leggen we een stevige basis voor de komende jaren. Maar we zijn er nog niet. De komende tijd staat in het teken van het versnellen van de uitvoering van de RES. Het is van groot belang dat we de opgestelde doelstellingen en ambities daadwerkelijk realiseren. Alleen zo zetten we stappen richting een duurzaam en

77

klimaatneutraal Zeeland.

De RES 2.0 is tot stand gekomen in gezamenlijkheid met alle betrokken stakeholders. Met dezelfde aanpak werken we verder aan de uitvoering van de RES. Dit betekent dat we blijven samenwerken en elkaar blijven inspireren en motiveren. In de uitvoering is het belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid pakt. Dit is essentieel voor een succesvolle uitvoering van de RES. Op 1 juli 2025 kijken we terug op de stand van zaken omtrent de Zeeuwse energietransitie met behulp van de voortgangsrapportage die we tweejaarlijks opleveren voor het Nationaal Programma RES. Als de omstandigheden erom vragen, herzien we de RES 2.0. Dit met oog op de periode na 2030.

78

Ondertussen is het aan ons allemaal om onze krachten te bundelen en gezamenlijk te bouwen aan een toekomstbestendig energiesysteem voor Zeeland. Alleen samen kunnen we de Zeeuwse energietransitie tot een succes maken.

79

13

Afkortingenlijst

Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven Besluit bouwwerken leefomgeving Battery Electric Vehicles Cluster Energie Strategie Clean Vehicle Directive Duurzaam maatschappelijk vastgoed Eisen energieprestaties van gebouwen Economische Zaken en Klimaat Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing Klimaatontzorgingsprogramma Key Performance Indicator Landelijk Actieprogramma Netcongestie Midden- en kleine bedrijven Management Overleg Overheden en netwerbedrijven Megawatt Nationale Agenda Laadinfrastructuur Nationale Isolatieprogramma Nationaal Programma Verduurzaming Industrie North Sea Port Programma Aardgasvrije Wijken Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Regionale Energie Strategie Regionale Structuur Warmte Regionale Mobiliteitsstrategie Smart Delta Resources Slim Laden voor Iedereen Specifieke Uitkering Thermische energie uit oppervlaktewater Terawattuur Wet collectieve warmtevoorzieningen Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Warmte Koude Opslag Zero-Emissie

80

Azon Bbl BEV CES CVD DUMAVA EPBD EZK ISDE KlimOp KPI LAN Mkb MOZON MW NAL NIP NPVI NSP PAW pMIEK RES RSW RMS SDR SLVI SPUK TEO TWh Wcw Wgiw WKO ZE

14

Randvoorwaarden uitvoering RES 2.0

De uitvoering van de RES 2.0 hangt af van diverse factoren, die niet binnen de invloedssfeer van provincie, gemeenten en waterschap liggen. Drie randvoorwaarden staan daarin centraal: netcongestie,

81

beleid en wetgeving, en financiële randvoorwaarden.

14.1 Netcongestie De uitvoering van de acties uit de RES 2.0 is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op het vlak van netcongestie, aangezien dit een aanzienlijke impact op het elektriciteitsnet heeft. Netcongestie bepaalt op dit moment grotendeels welke projecten wel kunnen doorgaan en welke niet (of later). Ook in 2030 zal de netcongestie waarschijnlijk nog niet (volledig) opgelost zijn. Bij het uitvoeren van de acties uit de RES 2.0 houden we daarom continu de ontwikkelingen rondom netcongestie in het oog, en werken we nauw samen met Stedin. Het is mogelijk dat acties niet mogelijk blijken, of toch pas later gerealiseerd kunnen worden vanwege netcongestie, gedurende de looptijd van de RES 2.0. Hierover rapporteren we in de voortgangsdocumenten die we iedere 2 jaar opleveren.

14.2 Beleid & wetgeving

82

Daarnaast is de implementatie van beleid en wetgeving vanuit het Rijk een belangrijke factor voor het (tijdig) realiseren van doelen en ambities. De implementatie van de wet collectieve warmte 2.0 (WCW) voor de realisatie van warmtenetten binnen de gebouwde omgeving is hierin bijvoorbeeld groot belang: snelle besluitvorming over de WCW is essentieel voor het kunnen realiseren van de ambities in de gebouwde omgeving. Ook spoedige besluitvorming over de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is essentieel om gemeenten de instrumenten te geven om de energietransitie in Zeeland te kunnen realiseren.

14.3 Financiële randvoorwaarden

83

Verder moeten ook de financiële randvoorwaarden op orde zijn om de RES 2.0 te kunnen implementeren en uitvoeren. Dit geldt bijvoorbeeld voor continuering van de ondersteuning voor duurzame opwek: een alternatief voor de SDE++subsidie die in 2025 afloopt is nodig om ook daarna nog hernieuwbare opwek te kunnen realiseren. Een ander belangrijk voorbeeld hiervan is de financiering van warmtenetten en duurzame warmtebronnen. Warmtenetten (zowel groot als klein) en de daarbij behorende warmtebronnen als aquathermie, zonthermie en geothermie spelen een belangrijke rol in onder andere het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De aanleg en uitbreiding van warmtenetten en warmtebronnen vereist echter aanzienlijke investeringen, die niet rendabel zijn zonder financiële middelen en ondersteuning vanuit het Rijk. Op dit moment is die ondersteuning vaak nog niet voldoende om de business cases op orde te krijgen, waardoor op dit moment veel warmtenetinitiatieven uiteindelijk niet doorgaan. Verbeterde financiële randwoorden zijn, ook voor de uitvoerende partijen van de RES, nodig voor een succesvolle uitvoering van deze RES 2.0.

84

15

Bijlagen A t/m H

Bijlage A Uitvoeringsprogramma Elektriciteit Het uitvoeringsprogramma focust op acties en maatregelen tot en met 2030.

Activiteiten windenergie

Hoofdverantwoordelijk

Medeverantwoordelijk

Tijdspad/ mijlpaal

Resultaat en tussen resultaten

Behouden van het in 2024 opgesteld vermogen voor windenergie bij aflopen van levensduur bestaande windturbines.

Provincie en Gemeenten

Ontwikkelaars

2030 en daarna

Jaarlijks monitoren van totaal vergund vermogen

Opstellen van beleid per gemeente voor kleine windturbines en andere kleinschalige opwek.

Gemeenten

Provincie

2026

Loket zon op dak continueren.

Provincie

Gemeenten Zeeuwind

2024-2030

Opstellen handreiking Solar carports

Gemeenten

Zon op dak loket, Provincie

2024-2030

In beeld brengen van potentie voor lichtgewicht zonnepanelen op lichte constructues

Provincie

Inventarisatie van mogelijkheden voor realisatie zon op water (met name nietnatuurlijk water: waterbassins, depots, etc.)

Gemeenten

Hogeschool Zeeland

2025

Buurtaanpak: Verzwaren van midden- en laagspanningsnet in gemeenten, voorbereid op 2050 inclusief: a) Vroegtijdig zoeken naar locaties voor transformatiehuisjes. b) Gezamenlijk (Stedin en gemeente) prioriteren van verzwaringen, c) Versnellen vergunningsprocedures. Onderzoek

Stedin

Gemeenten, samenwerking tussen collega’s van openbare ruimte en duurzaamheid

2023-2040

congestiemanagement op Hoogspanningsnet

TenneT

Provincie en Gemeenten

Half 2024

1-1-27 beleid per gemeente gereed

Activiteiten zonne-energie

Handreiking Solar Carports

2026

1-1-2025: Inventarisatie van mogelijkheden

Activiteiten energieinfrastructuur

85

Rapport

Bijlage B Uitvoeringsagenda Gebouwde Omgeving Het uitvoeringsprogramma focust op acties en maatregelen tot en met 2030.

Activiteiten energiebesparing

Hoofdverantwoordelijk

Medeverantwoordelijk

Tijdspad/ mijlpaal

Via het NIP-programma streven we naar het ondersteunen van minimaal 25.000 woningeigenaren, met advies of subsidie voor isolatiemaatregelen, met name gericht op D, E, F, G-woningen.

Programma Gebouwde Omgeving

Gemeenten

Voor 2030

Gezamenlijk maken van prestatieafspraken over het verduurzamen van corporatiebezit in Zeeland.

Gemeenten

Woningcorporaties

2024

Prestatieafspraken

Maken van prestatieafspraken met woningbouwcoorporaties met betrekking tot het bestrijden van energie-armoede.

Gemeenten

Woningcorporaties

2024

Prestatieafspraken

Verduurzamen van maatschappelijk vastgoed met behulp van het programma KlimOp.

Provincie en gemeenten

Programma Gebouwde omgeving

Uitvoering SPUK energiearmoede middels isolatieteam en isolatiebonnen en inzet energiecoaches.

Gemeenten

Uitvoering SPUK Verduurzaming bedrijventerreinen en SPUK klein MKB.

Provincie, Gemeenten

Afspraken maken met de RUD over handhaving informatieplicht bedrijven met name de grootverbruikers als eerste handhaven.

Provincie en Gemeenten

In beeld brengen van de aanwezige particuliere huur in Zeeland en het energielabel.

Programma Gebouwde omgeving

Monitoren CO2-reductie

2025

Handhaving speerpunt

2024

Rapport

86

RUD

Resultaat en tussen resultaten

Extra inzet op het verduurzamen van de particuliere huur door middel van informeren en bewustwording over mogelijke subsidies.

Programma gebouwde omgeving

2024

Plan opstellen en monitoren van de verduurzaming (vastgoed, aanbestedingen en door duurzame inkoop en uitvoering) van de eigen organisatie.

Gemeenten

2025

Opzetten portaal Toekomstbestendig Ondernemen.

Provincie

2024

In gesprek met de grootste energieverbruikers (niet SDR-bedrijven) om hen aan te sporen werk te maken van energiebesparing, met als streven 5% per jaar te besparen.

Expertplatform

Gemeenten

2024/2025

Programma Gebouwde Omgeving

Uitwerken plan om bedrijven extra te stimuleren om energie te besparen.

Expertplatform

Gemeenten

2024/2025

Programma Gebouwde Omgeving

Gemeente stellen een actieplan op voor de verduurzaming van monumentale woningen.

Gemeenten

2025-2026

Programma Gebouwde Omgeving

Gemeenten maken concrete uitvoeringsplannen voor het binnen 8-10 jaar aardgasvrij maken van minimaal de helft van de wijken/kernen.

Gemeenten

Vanaf 2026-2030 Activiteiten Duurzame warmte

Gemeenten starten voor 2030 in minimaal 1 wijk/kern met het aard-gasvrij maken van de wijk/kern. Bijvoorbeeld met elektrificatie van wijken die in 1991 of daarna zijn gebouwd.

Gemeenten

2030

WUP

Opzetten van minimaal drie pilotprojecten in kleine kernen voor collectieve oplossingen in heel Zeeland: 1) Realiseren demonstratieproject in Hoek als onderdeel van warmtenet Terneuzen. 2) Onderzoek naar miniwarmtenet voor de omliggende gebouwde omgeving in Middelburg. 3) Onderzoek naar warmteuitwisseling tussen bedrijventerrein en gebouwde omgeving in Tholen.

Gemeenten

Provincie

2030

Monitoren en informatie uitwisselen

Onderzoeken van warmtenet Midden-Zeeland.

Gemeenten

Provincie Zeeland

2023-2030

Onderzoeken van warmtenet Kanaalzone

Gemeenten

Provincie

Onderzoekenvan warmtenet Vlissingen (PAW-project)

Gemeenten

Onderzoeken van opzetten regionaal warmtebedrijf door gezamenlijk te werken aan bovengemeentelijke collectieve warmte-oplossingen.

Provincie

Monitoring van maatschappelijk vastgoed, inzicht.

Activiteiten duurzame warmte

2030 2024 go / no-go moment

87

Gemeenten

Bijlage C Uitvoeringsagenda Mobiliteit Het uitvoeringsprogramma focust op acties en maatregelen tot en met 2030. Activiteiten mobiliteit

Hoofdverantwoordelijk

Medeverantwoordelijk

Tijdspad/ mijlpaal

Invullen van witte vlekken met laadpunten (zoals aangeduid op de kaart van RVO[1]) al dan niet met behulp van een plankaart.

Regiovertegenwoordiger en gemeenten

Provincie (NAL ZW)

2026

Bij nieuwbouwwijken verplicht laadinfrastructuur in de plannen meenemen.

Gemeenten

In beeld brengen van de prognoses voor laadinfrastructuur en deze bespreken met de netbeheerder.

Provincie

Gemeenten

Continu

Opstellen Gezamenlijke laadvisie

Provincie

Gemeenten

Implementeren van Slim laden voor iedereen

Gemeenten

Samenwerking overheden (RSW, Waterschap, Gemeenten en provincies) om een laadnetwerk voor bouw en onderhoud op te zetten.

Provincie (NAL Zuidwest)

Gemeenten

Q1 2025

Inventarisatie laadlocaties

Ontwikkelen van een actuele plankaart per gemeente.

Gemeenten

Provincie (NAL ZW)

Continu

1 keer per 5 jaar

Realiseren van twee pilot locaties voor een dekkend logistiek laadnetwerk en alternatieve brandstoffen voor de logistiek in Zeeland.

Gemeenten

Regiovertegenwoordiger, Provincie (NAL ZW)

2030

Onderzoekrapport

2026

Regiovertegenwoordiger

Gemeenten

2030

88

Realiseren van twee pilots voor het verduurzamen van mobiliteit op bedrijventerreinen. Bedrijven stimuleren om laadinfrastructuur te delen door kennisdeling over collectieve laadpleinen.

Resultaat en tussen resultaten

Inzichtelijk maken van de impact op het net van de verduurzaming van vervoer op bedrijventerreinen in Zeeland op basis van NAL.

NAL, Provincie

Gemeenten

Aanbestedingen binnen gemeenten aanpassen zodat Zero Emissie materieel gestimuleerd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15054011/1